CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

I4.1 Raad voor Dierenaangelegenheden - Zienswijze Paardenmarkten in Nederland.pdf

Raadsvergadering 2 mei 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken25.899 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarbij moet wel het al in 1546 door John Heywood beschreven gezegde in gedachte worden gehouden : “ You can lead a horse to water, but you can’t make them drink.” Wanneer er sprake is van langere tijd niet (willen) drinken, moet de hydratiestatus (vochtbalans) goed in de gaten worden gehouden. Zie hiervoor ook het aspect dehydratatie bij de dierparameters. 2. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting is het niet elke twee tot vier uur aanbieden van vers drinkwater. Huisvestingsvoorzieningen Paarden zijn kuddedieren die sociaal contact nodig hebben. Sociaal contact tussen paarden houdt in dat paarden elkaar kunnen zien, ruiken, horen en indien ze elkaar kennen ook lichamelijk contact hebben. Wanneer paarden los in groepen staan hebben ze meer bewegingsvrijheid dan wanneer ze aangebonden staan. Echter, het bij elkaar plaatsen van paarden die elkaar niet kennen levert stress en in eerste instantie vaak onrust en agressie op. Hierbij is speciaal aandacht voor hengsten noodzakelijk. Een hengst midden op de markt kan voor veel onrust zorgen, waar zowel de hengst als de paarden in zijn omgeving niet bij gebaat zijn. Paarden die bij elkaar staan moeten elkaar accepteren en als dit niet zo is moeten deze paarden (verder) apart van elkaar worden geplaatst. Op de plaats waar het paard staat moet het risico dat het paard zich kan verwonden worden geminimaliseerd.

Dit betekent dat de omgeving vrij moet zijn van afzettingen met scherpe randen, uitstekende scherpe en/of losse materialen. 3. Een potentiële risicofactor voor aantasting van welzijn is het sociaal isoleren van paarden. 4. Een potentiële risicofactor voor aantasting van welzijn is het bij elkaar plaatsen van paarden die elkaar niet accepteren. 5. Een potentiële risicofactor voor aantasting van welzijn is het plaatsen van het paard in een omgeving waar het dier zich kan verwonden. De ondergrond en eventuele bodembedekking is belangrijk voor comfort van het paard en voor absorptie van urine (en mest). Het is niet aannemelijk dat paarden op RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 29 paardenmarkten gaan liggen. Als een paard op een paardenmarkt toch gaat l iggen, kan dit een signaal zijn dat het paard oververmoeid of ziek is. Zie ook uitputting bij dierparameters. De ondergrond in combinatie met de bodembedekking mag niet glad zijn of glad worden. Dit geldt zowel voor de plaats waar de paarden gestald staan als voor de looppaden en de los- en laadplaatsen. 6. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting zijn gladde vloeren of bodem. Indien in gesloten ruimten gebruik gemaakt wordt van een bodembedekker is het van belang rekening te houden met het feit dat dit invloed kan hebben op de luchtkwaliteit.

Slechte kwaliteit stro of zaagsel kan veel stofdeeltjes bevatten en kan dan een risico vormen voor de gezondheid. Aanbinden van paarden Paarden op een markt (en tijdens vervoer) staan veelal aangebonden. Het gebruikte halster en ha lstertouw van paarden moet deugdelijk zijn, dat wil zeggen stevig en niet snijdend. In geval van nood moet een paard snel losgemaakt kunnen worden. Het touw moet zo sterk zi jn dat het onder normale omstandigheden niet breekt. Een paard moet zo aangebonden zijn dat er geen gevaar voor paard of omgevi ng ontstaat. Uiteraard is het voor het welzijn relevant dat het risico op wurging of verwonding is uitgesloten. Bij het langere tijd aangebonden staan, moet een paard de mogelijkheid hebben te liggen, te eten en te drinken. Hierbij is continu toezicht op de paarden noodzakelijk omdat paarden die aan een langer touw zijn aangebonden om te kunnen drinken en eten, hierin ook makkelijker verstrikt kunnen raken. Dieren die dit niet gewend zijn mogen niet worden aangebonden , want dit veroorzaakt veel stress bij het paard. Gewenning aan een halster en aan vastzetten dient geleidelijk te gebeuren en heeft tijd nodig. Dit kan dus niet op een markt plaatsvinden. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting is het niet gebruiken van een veiligheidsknoop en/of een ondeugdelijk halster en halstertouw.

Daarbij kan een musketonhaak tussen halster en halstertouw de potentiële risico ’s verkleinen , omdat in nood het paard snel kan worden losgemaakt. Een musketonhaak tussen halster en halstertouw is een betere keus da n een paniekhaak omdat deze laatstgenoemde nog wel eens ongewenst open kan springen. 7. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting is het niet correct aanbinden van paarden of het aanbinden met ondeugdelijke materiaal. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 30 Geluid Er is slechts beperkt onderzoek gedaan naar het effect van geluid op het welzijn en de gezondheid van paarden. In Nederland wordt aanbevolen om het geluid in de stal niet meer dan 80 dB te laten bedragen. Omdat er weinig onderzoek is gedaan , is het moeilijk om een karakteristering van geluid te geven dat een potentiële aantasting van het welzijn zou kunnen zijn. Er zijn aanwijzingen dat met name onverwachte (harde) geluiden effect hebben op paarden en mogelijk schrik en vluc htreacties teweegbrengen . Tevens is wel bekend dat bij voortdurend geluid de reactie van paarden afneemt en een bepaalde mate van gewenning ontstaat. Onverwachte geluiden zijn geluiden die zonder regelmaat in frequentie of volume plaatsvinden. Dit kunnen luidsprekers zijn op kermissen of evenementen, schreeuw ende mensen of anderszins.

Dergelijke geluiden kunnen bij paarden tot stress en vluchtgedrag leiden. Visuele prikkels in combinatie met geluid lijken meer onrust te veroorzaken dan geluid alleen, wat zou pleiten voor het visueel afschermen van de paarden van andere prikkelrijke activiteiten. Daarnaast laat o nderzoek bij meer en minder getrainde politiepaarden zien dat zeer geluidsrijke situaties, zoals de aanwezigheid bij een popconcert, geen merkbare (gedragsscore) of meetbare (hartslag) stress bij de paarden veroorzaakten. 8. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting is het optreden van onverwachte harde geluiden. Klimaat en licht In het gematigde Nederlandse klimaat kunnen paarden over het algemeen goed omgaan met de temperatuurschommelingen. De comfortzone voor paarden ligt tussen de -5 °C en +24 °C. Voor volwassen dieren ligt de optimale tempe ratuur tussen de 10 en 15 °C en voor jonge dieren enkele graden hoger. Een paard dat het te koud heeft gaat rillen. Een warm paard zal middels zweten en eventueel vlug en oppervlakkig ademhalen (“panting ”) zijn lichaamstemperatuur omlaag proberen te krijgen. Bij warm weer en een hoge relatieve luchtvochtigheid is het risico op oververhitting groter. Een paard krijgt in de volle zon snel last van de warmte. Zowel rillen als zweten (bij paarden in rust) zijn te gebruiken als indicatie voor verminderd welzijn.

Deze kunnen ook andere oorzaken hebben en ook hier is specifieke kennis noodzakelijk om de achterliggende oorzaken te achterhalen. Generiek kan gesteld worden dat een paard beschutting nodig heeft bij l angdurig verblijf in volle zon of bij extreme weersomstandigheden. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 31 Paarden zijn van nature vluchtdieren en zijn over het algemeen alert op hun omgeving. Zo kunnen p aarden ook schrikken van scherpe overgangen van licht naar donke r en van (bewegende) schaduwen. 9. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting is onvoldoende beschutting tegen extreem weer: vooral felle zon is voor paarden snel onprettig en voor ezels is ook beschutting tegen regen nodig. 10. Potentiële risicofactor en voor welzijnsaantasting zijn plaatsen waar scherpe overgangen van licht en donker zijn, waar licht weerkaatst op metaal of natte ondergrond of situaties waarbij een lichtbron de paarden verblindt. Omgang en verzorging Vooral het gedrag van de mens heeft grote invloed op het feit of een dier angstig is . Angstige dieren zijn vaker gestrest en zijn daardoor vatbaarder voor ziekten. Daarnaast maakt angst het gedrag van paarden minder voorspelbaar en is daarmee een van de belangrijkste oorz aken van ongelukken met paarden. Bij het verplaatsen van paarden is het soms nodig de dieren aan te sporen.

Het gebruik van de stem en/of aanmoedigen met een zweep ( zachte tikjes ter aanmoediging ) zijn acceptabele hulpmiddelen. Als het paard echt wordt geslagen, wordt geprikt, met elektrische schokken wordt opgejaagd of aan de staart wordt opgetild en meegenomen is er sprake van aantasting van het welzijn. In de reguliere paardengeneeskunde wordt de staart incidenteel gebruikt om het paard te ondersteunen bij het opstaan en/of te fixeren. Bij de beoordeling of het welzijn wel of niet wordt aangetast is kennis van de diersoort en de wijze van uitvoeren van de handeling noodzakelijk. 11. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting treedt op wanneer paarden niet de kans krijgen om aan een nieuwe situatie te wennen en bijvoorbeeld bij het verplaatsen buitenproportioneel worden opgejaagd. 12. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting treedt op wanneer paarden letsel, angst of pijn ervaren door onnodig aansporen of ruw hanteren van het paard. Laden en lossen Een goede laad- en losplaats is essentieel om paarden veilig in en uit een vervoermiddel te zetten. Er is sprake van ondeugdelijkheid als er te weinig ruimte voor paarden is om te draaien en te lopen of als de los plaats te dicht bij obstakels is waaraan paarden zich kunnen verwonden. Ook te veel onrust door bezoekers of andere marktactiviteiten kunnen leiden tot ongelukken bij het losse n of laden van paarden.

Daarnaast moet de loopplank niet te steil en glad zijn. Hiervoor bestaan wettelijke normen. Er kunnen meerdere plekken RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 32 op een markt zijn die geschikt zijn als laad - en losplaats. Er dient toegezien te worden dat de plekken waar geladen en gelost wordt (mag worden), geschikt zijn. 13. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting is ondeugdelijk laden en lossen. Noodopvangplaats Er kunnen zich altijd onvoorziene gebeurtenissen voordoen waarbij de paarden gewond of overmatig gestrest raken. Voor paarden die zich op de markt verwonden en ook voor paarden die niet op de markt worden toegelaten of van de markt worden verwijderd, is het van belang dat er in de nabijheid van de markt een plaats is waar de dieren voldoende rust en ruimte krijgen en indien nodig kunnen worden behandeld. De randvoorwaarden voor de ze opvangplaats zijn afhankelijk van de oorzaak van het niet -toelaten op of verwijderen van de markt. 14. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaant asting is het ontbreken een passende (nood)opvangplaats voor niet-toegelaten of verwijderde paarden. In dit hoofdstuk is een groot aantal parameters benoemd die van invloed zijn op het welzijn van het paard. Tussen deze parameters is sprake van additieve interactie.

Additieve interactie wil zeggen dat een combinatie van twee factoren meer of minder effect heeft dan de effecten van de afzonderlijke factoren bij elkaar opgeteld , ofwel het geheel is niet gelijk aan de som der delen. 15. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting is een omgeving waarin het paard gelijktijdig aan meerdere risicofactoren wordt blootgesteld. 4.4 Specifieke parameters tijdens transport Tijdens transport zijn de dierparameters zoals in het voorgaande hoofdstuk besproken ook van toepassing. Dit hoofdstuk gaat in op de specifieke kenmerken van transport en de potentiële risicofactoren hierbij. 16. Een potentiële risicofact or voor welzijnsaantasting is dat paarden worden vervoerd die niet gezond of fit genoeg waren om überhaupt te worden geladen. Transportduur en -omstandigheden Vanuit het welzijn van het paard gezien is het transport naar en van de markt een relevant onderdeel van de paardenmarkt, met name de duur van het transport , de verzorging (zoals voer, water, beweging, wijze van hanteren) en omstandigheden (zoals inrichting van en reisgenoten in het vervoermiddel) tijdens het transport. Veelal zijn er op dit vlak geen of weinig problemen op markten waar eigenlijk niet wordt gehandeld en waar paarden over relatief korte afstanden worden vervoerd.

De totale duur van transport plus RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 33 verblijf op het paardenmarktterrein zal dan ook minder dan 24 uur bedragen. Bij gezonde, halstermakke paarden tast een goed verzorgd transport van een beperkte duur het welzijn doorgaans niet aan. Op markten waar niet wordt gehandeld, is er veelal sprake van particulier gehouden paarden die deelnemen aan een activite it op de markt en vervolgens met hun eigenaar weer naar huis gaan. Een andere zaak is het vervoer van paarden die over grotere afstanden worden vervoerd en puur bestemd zijn voor de handel. Vaak gaat het hierbij om slachtpaarden. Deze paarden worden bij de aan- en afvoer blootgesteld aan grote(re) welzijnsrisico’s, die met zowel de duur, de verzorging als met de omstandigheden te maken kunnen hebben. Een degelijke c ontrole voor aanvang van de markt en gedurende de markt kan veel welzijnsproblemen voorkomen . Ook bij het verkrijgen van exportpapieren na de markt moet een strikte controle worden uitgevoerd op de reistijd vóór het aanbieden op de paardenmarkt en de tijd die het dier op de markt heeft doorgebracht. Hier bij kan het noteren van chipnummer en momen t van aanbieden op de markt een belangrijke rol spelen. Het toezien op het transport van de paarden vormt een essentieel onderdeel van het verbeteren van dierenwelzijn op paardenmarkten.

In de Transportverordening zijn parameters opgenomen die gelden voor diervervoer in het kader van een economische activiteit. Er is in deze verordening onderscheid tussen transporten korter dan 8 uur en transport langer dan 8 uur (lange afstand transporten). Bij langere transporten dan 24 uur moet een rustperiode van 24 uur worden ingelast. Bij een paard is niet te zien of het al vaak verhandeld is of hoe ver het paard gereisd heeft (in de periode) voor de aanvoer op de paardenmarkt. De aandacht dient derhalve uit te gaan naar zowel het transport naar de markt toe als het transport van de markt af. Momenteel is er geen inzicht in de reisafstanden en –tijden die een paard achter de rug heeft of nog te gaan heeft. In de huidige praktijk is voor veel paarden die bestemd zijn voor (internationale) handel de totale duur van het vervoer en het verblijf op de markt lang en meer dan 24 uur. Dit is niet acceptabel vanuit het welzijn van het paard . Bij transporten boven de 24 uur zal in de praktijk de vereiste rustperiode van 24 uur veelal niet gehaald worden. In onderstaande kaders zijn twee voorbeeldsituaties beschreven van de periode d at paarden onderweg zijn voordat ze op een paardenmarkt worden aangeboden . Het transport en een goede rustperiode zijn derhalve belangrijk e welzijnsaspecten die handhaving vra gen.

Het ontzeggen van de toegang van paarden die niet gezond of fit op de markt worden RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 34 aangevoerd en het sanctioneren van overtredingen zorgen voor een preventieve werking naar toekomstige transporten. Dit komt het welzijn van de paarden ten goede. Korte afstand transporten naar en van de markt (paarden wel of niet voor de handel) Voorbeeldsituatie: 01:00 paarden worden geladen op het vertrekpunt 03:00 paarden worden gelost op de markt 05:00 markt begint 15:00 paarden worden ingeladen en afgevoerd van de markt 17:00 paarden arriveren op plaats van bestemming Totale duur van vertrek tot aankomst eindbestemming: 16 uur Lange(re) afstand transporten naar en/of van de markt (voorbeeld: paarden worden op verschillende adressen opgehaald en zijn bestemd voor de export als slachtpaard) Voorbeeldsituatie Dag voor de markt 15:00 (eerste) paarden worden geladen op het vertrekpunt 21:00 aankomst bij het marktterrein (paarden wachten in de wagen) Dag van de markt 01:00 paarden worden gelost op de markt 05:00 markt begint 14:00 paarden worden verkocht 16:00 paarden worden gekeurd voor export, ingeladen en afgevoerd van de markt Dag na de markt 06:00 paarden arriveren op plaats van bestemming (reistijd inclusief rusttijden chauffeur) Totale duur van vertrek tot aankomst eindbestemming: 39 uur Een potentiële

risicofactor voor welzijnsaantasting is het transport naar en van de paardenmarkt. Risicofactoren zijn: 17. lange transporten (zowel het transport naar de markt toe als van de markt af); 18. onvoldoende verzorging/ruw hanteren tijdens het transport; 19. te veel of niet goed gescheiden paarden in een vervoermiddel; 20. ondeugdelijke vervoermiddelen of onjuist gebruik van het vervoermiddel. Vervoer van paarden die op een paardenmarkt worden aangevoerd om deel te nemen aan een andere activiteit (ringsteekwedstrijd, show en dergelijke) valt niet onder de Transportverordening. Over het algemeen zullen deze dieren over een korte afstand worden vervoerd en de eigenaar neemt het paard na de activiteit weer direct mee naar huis. Het is voor de eigenaar van het paard van belang dat het paard fit en gezond blijft. Voor het beoordelen van het welzijn van de paarden die weer met dezelfde eigenaar mee RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 35 naar huis gaan , gelden uiteraard dezelfde dier - en omgevingsparameters. De welzijnsproblemen bij deze paarden door het transport en het verblijf op de markt zullen over het algemeen echter beperkt(er) zijn. De inzet van controle en handhaving moet zich derhalve vooral richten op de handelspaarden. 21.

Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting is het vervoer van paarden met een lage economische en/of emotionele waarde. Rust Tijdens de periode dat een paard onderweg is en de periode dat het dier op locatie verblijft om door potentiële kopers te kunnen worden gezien is er voor het paard geen of betrekkelijk weinig rust. Een paardenmarkt kan derhalve niet als rustplaats worden aangemerkt. Een paard heeft dagelijks rust en slaap nodig. Hierbij is on derscheid te maken tussen dommelen en diepe slaap (REM slaap). Dommelen kan een paard staande en kenmerkt zich door een laaghangend hoofd, ontspannen oren, één achterbeen in ruststand en vaak een hangende onderlip. De diepe slaap (liggend) is essentieel voor het welzijn en de gezondheid van het dier. Voor de diepe slaap moet een paard zich comfortabel voelen in een veilige omgeving en durven te gaan liggen. Een gezond paard ligt doorgaans per etmaal enkele malen gedurende een periode van een half uur. Dit gebeurt meestal ’s nachts . Veulens e n jonge paarden liggen vaker en oudere paarden brengen doorgaans meer tijd staande en dommelend door. Andere redenen voor een paard om te liggen zijn uitputting, ziekte of pijn. Een goede ligplaats voor paarden heeft de volgende kenmerken: - Voldoende ruimte om te gaan liggen en op te staan.

De Sectorraad Paarden adviseert een oppervlak van minimaal 2 maal de schofthoogte in het kwadraat. - Een zachte en droge ondergrond - Een donkere omgeving - Een rustige omgeving - Een veilige omgeving 22. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting is een verblijf op een locatie die ten onrechte “rustplaats” wordt genoemd. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 36 5. Beknopte analyse 5.1 Welzijnsparameters in relatie tot regelgeving Er is veel bekend over de parameters bij paarden waaruit blijkt of het welzijn van het paard in het gedrang is (zowel dier- als omgevingsparameters). Ook is er wettelijk al veel geregeld om het welzijn van het dier te borgen. In het geval van onduidelijkheid of diverse interpretaties van regelgeving kan dit een risico vormen voor het welzijn omdat dus niet helder is wat exact vereist is. Een ander risico is het gegeven dat welzijn een resultante is van een complex samenspel van factoren. Dit is niet middels een checklist met regelgeving te borgen , maar is ook afhankelijk van de wijze waarop mensen invulling geven aan de regels. Dit betekent dat alleen aanscherpen van regels en/of handhaving van regels niet de totaaloplossing kan vormen voor een goed dierenwelzijn. In onderstaande tabel zijn de essentiële dierparameters en de risicofactoren voor de omgevingsparameters opgenomen.

Hierbij is aangegeven of deze relevant zijn bij het toelaten op de markt, het verblijf op de markt of de afvoer van de markt. Vervolgens is per parameter gekeken of deze op dit moment is opgenomen in het huidige Protocol Welzijn Paardenmarkten en/of in vigerende w et- en regelgeving zoals opgenomen in de bijlage. Er is hier onderscheid gemaakt in “in detail” en “generiek”, waarbij “in detail” betekent dat de parameter of ri sicofactor is opgenomen zoals in deze Zienswijze bedoeld is. Bij “generiek” is de strekking van de parameter wel opgenomen, maar komen niet alle relevante onderdelen van de parameter aan bod. In de Transportverordening zijn sommige wetteksten alleen van to epassing voor niet -geregistreerde paarden , mogelijk omdat de wetgever er van uitging dat geregistreerde paarden sowieso beter verzorgd en vervoerd zouden worden. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 37 Tabel 1 Relevante dierparameters voor welzijn van paarden op paardenmarkten, waarbij is aangegeven of deze op dit moment in het huidige Protocol Welzijn Paardenmarkten 2011 en de Wetgeving zijn opgenomen.

relevant bij nu opgenomen in Protocol nu opgenomen in Wetgeving (bij beoordeling) specialistische kennis vereist Verwijzing* toelaten op de markt Verblijf op de markt verlaten van de markt in detail generiek in detail Generiek dierparameters: controlepunten 1 gezichtsuitdrukking paard x x x x 2 omgevingsgerichtheid paard x x x x 3 mate van uitputting paard x x x x x TV 4 verwondingen bij het paard x x x x x x PP, TV, Bhvd 5 voedingstoestand paard x x x PP, TV 6 problemen met het ademhalingsapparaat x x x 7 beweging/locomotie paard x x x x x x PP, TV 8 optreden van afwijkend gedrag x x x 9 rillen en overmatig zweten bij het paard x x x x 10 vochtbalans, controle op dehydratatie x x x x x PP 11 ingrepen: couperen van de staart bij paarden is onwenselijk, tenzij er een veterinaire noodzaak voor is x x x x WD, PP * verwijzing naar PP: Protocol Welzijn Paardenmarkten 2011 TV: Europese Transport Verordening 1/2005 - let op: sommige wetteksten zijn alleen van toepassing voor niet-geregistreerde paarden mogelijk omdat de wetgever er van uitging dat geregistreerde paard en sowieso beter verzorgd en vervoerd zouden worden Bhvd: Besluit houders van dieren (2011, geldend sinds 01-02-2015) WD: Wet Dieren (2014, geldend sinds 01-01-017) RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 38 Tabel 2 Relevante risicofactoren ten aanzien van de omgevingsparameters voor

welzijn van paarden op paardenmarkten, waarbij is aangegeven of deze nu in het huidige Protocol Welzijn Paardenmarkten 2011 en de Wetgeving zijn opgenomen. relevant bij nu opgenomen in Protocol Nu opgenomen in Wetgeving (bij beoordeling) specialistische kennis vereist Verwijzing* toelaten op de markt verblijf op de markt verlaten van de markt in detail generiek in detail generiek omgevingsparameters: risicofactoren 1 voor langere tijd (> 6 uur) niet beschikbaar hebben van vezelrijk ruwvoer x x x Bhvd, PP 2 het niet voldoende beschikbaar hebben van vers drinkwater, minimaal elke twee tot vier uur x x x TV, PP 3 het sociaal isoleren van paarden x 4 het bij elkaar plaatsen van paarden die elkaar niet accepteren x x x TV 5 Het paard w ordt aangebonden aan een afzetting waaraan het zich kan verwonden x x TV 6 Gladde vloeren of bodem (ondergrond laad -/losplaats, looppaden, monster banen, marktterrein) x x x x x TV, PP 7 het niet correct aanbinden van paarden. x x x x x x PP, TV 8 het optreden van onverwachte harde geluiden.

x x x x PP 9 onvoldoende beschutting bij extreem weer (vooral felle zon en voor ezels ook bij regen) x x Bhvd 10 plaatsen met scherpe overgangen van licht en donker, waar licht weerkaatst op metaal of natte ondergrond of situaties waarbij een lichtbron de paarden verblindt x x x RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 39 relevant bij nu opgenomen in Protocol Nu opgenomen in Wetgeving (bij beoordeling) specialistische kennis vereist Verwijzing* toelaten op de markt verblijf op de markt verlaten van de markt in detail generiek in detail generiek 11 paarden krijgen niet de kans om aan de nieuwe situatie te wennen of worden bij het verplaatsen buitenproportioneel opgejaagd x x x 12 letsel, angst of pijn bij het paard door onnodig aansporen of ruw hanteren van het paard x x x x x WD, TV 13 ondeugdelijke laad - en losplaats en –voorziening x x x TV 14 het ontbreken van een goede noodopvangplaats x x Bhvd, WD 15 een omgeving waar het paard aan meerdere risicofactoren gelijktijdig blootgesteld wordt x x x 16 vervoer van paarden die niet fit en gezond genoeg zijn voor transport x x x x TV 17 lange transporten x x x TV 18 onvoldoende verzorging tijdens het transport x x x TV 19 te veel of niet goed gescheiden paarden in een vervoermiddel x x x TV 20 ondeugdelijke vervoersmiddelen of onjuist gebruik van het vervoermiddel.

x x x TV 21 vervoer van paarden met een lage economische of emotionele waarde x x x 22 paard krijgt onvoldoende de kans om te rusten x x x x TV * verwijzing naar PP: Protocol Welzijn Paardenmarkten 2011 TV: Europese Transport Verordening 1/2005 - let op: sommige wetteksten zijn alleen van toepassing voor niet-geregistreerde paarden mogelijk omdat de wetgever er van uitging dat geregistreerde paard en sowieso beter verzorgd en vervoerd zouden worden Bhvd: Besluit houders van dieren WD: Wet Dieren RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 40 Veel dierparameters vereisen specialistische kennis en zijn zowel relevant voor het beoordelen of het paard kan worden toegelaten op de markt, of het welzijn tijdens het verblijf wordt aangetast en wat de we lzijnstoestand van het paard is voordat het van de markt wordt afgevoerd voor transport naar de plaats van bestemming. Een deel van deze dierparameters is op generiek beschreven wijze opgenomen in de wetgeving. Voor een goede welzijnsbeoordeling is het noodzakelijk dat ieder paard alvorens te worden toegelaten op de markt op alle dierparameters wordt beoordeeld. De huidige wetgeving en het Protocol Welzijn Paardenmarkten voorzien hier niet in.

Dit detailniveau voert te ver voor een wettelijke bepaling, maar past goed in een Protocol Welzijn Paardenmarkten waarin aangegeven staat waar de paarden in ieder geval op beoordeeld dienen te worden voor het borgen van het welzijn. De omgevingsparameters zijn veelal eenvoudiger te controleren en specialistische kennis is hier veelal niet nodig. Hiervan is ook een groter deel in detail of meer generiek opgenomen in de wetgeving en/of het Protocol Welzijn Paardenmarkten. Volgens de Raad zouden de ontbrekende parameters in het Protocol Welzijn Paardenmarkten moeten worden opgenomen. 5.2 Wetgeving, toezicht en handhaving Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven zijn er bij in interpretatie en invulling van een aantal onderdelen in de wet - en regelgeving nog onduidelijkheden. Voor naleving en handhaving is dit zeer onwenselijk en is het verschaffen van helderheid en eenduidigheid noodzakelijk. Deze essentiële stap komt het welzijn van de paarden ten goede. Hiernaast is in de wetgeving al een groot aantal aspecten opgenomen m et betrekking tot dierenwelzijn en zijn veel regels wel helder en eenduidig. In combinatie met het Protocol Welzijn Paardenmarkten lijkt het welzijnsprobleem op dit moment nog meer in de onvolledige naleving van de regels te zitten dan in de regels zelf. Zeker als Protocol Welzijn Paardenmarkten volgens advies wordt aangepast en de regelgeving eenduidig is.

Voor een betere naleving is bovenal een strikter toezicht en handhaving noodzakelijk. Op de huidige paardenmarkten is het toezicht en de handhaving een heel kritische succesfactor. Het Rijk v erzorgt in geval van export de certificering en controleert steekproefsgewijs ook op de andere wettelijke eisen. Er wordt op dit moment op veel plaatsen een diergeneeskunde toegangscontrole uitgevoerd, maar zover bekend wordt nergens bij aanvoer de identif icatie gecontroleerd en/of wordt genoteerd wie de houder/aanbieder is. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 41 De lokale overheid (gemeente) bepaalt zelf welke aanvullende eisen gesteld worden aan een paardenmarkt. Het Protocol Welzijn Paardenmarkten wordt niet standaard opgenomen in deze eisen. Ook wordt niet standaard gecontroleerd op naleving van eisen die gerelateerd zijn aan het dierenwelzijn. Er is in de praktijk op het moment va n schrijven van deze zienswijze een beweging gaande waarbij meer eisen opgelegd worden en meer toezicht plaatsvindt. Dit komt het welzijn van de paarden ten goede. De identificatie en registratie van paard en aanbie der op een markt is van belang (‘tracking en tracing ’).

Hiermee kan de verantwoordelijke voor het paard eenvoudig worden geïdentificeerd gedurende de m arktperiode en kan gecontroleerd worden hoe vaak paarden achtereen op Nederlandse paardenmarkten worden aangeboden. 6. Afweging De Raad heeft in zijn afweging bij het borgen van dierenwelzijn op paardenmarkten meerdere invalshoeken bekeken. Hiervoor is het framework uit het “One Health afwegingskader” (2015) toegepast. In dit kader krijgen naast de wetenschappelijke onderbouwing, relevante maatschappelijke waarden en morele afwegingen een plek. Dit draagt bij aan een consistente en transparante afweging (zie bijlage : “Toepassing afwegingskader One Health op paardenmarkten”). Al honderden jaren worden paardenmarkten georganiseerd en in de loop van de tijd is de opzet en invulling van een paardenmarkt aan veranderingen onderhevig geweest. Aan deze aanpassi ngen liggen andere vormen van paardenhandel, maatschappelijke ideeën en opvattingen en wetenschappelijke kennis ten grondslag. De huidige tijd vraagt om verdere aanpassingen waarbij het welzijn van het paard een voorname rol speelt. Breed draagvlak voor verandering vergt acceptatie en begrip over het nut en de noodzaak v an deze veranderingen. Bij paardenmarkten speelt niet alleen de economische handelsactiviteit een rol, maar is er ook een breder maatschappelijk belang.

Deze markten zijn evenementen in een regio waarmee de saamhorigheid wordt versterkt. Tevens komen er veel mensen van buiten de directe omgeving naar deze evenementen en dit is aantrekkelijk voor de regio. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 42 Afwegingskader De volgende uitgangspunten vormen voor de Raad de basis voor deze zienswijze: 1. In Nederland is het houden van paarden algemeen geaccepteerd; 2. Handel in paarden is onlosmakelijk verbonden met de paardenhouderij; 3. Handel in paarden kent verschillende kanalen: directe verkoop, handelaren, internet en paardenmarkten. De Raad acht paardenmarkten in principe acceptabel, mits het dierenwelzijn aantoonbaar is geborgd; 4. De Raad vindt dat het transport naar en van de markt in de afweging moet worden betrokken; transport is immers onlosmakelijk verbonden met een paardenmarkt. De periode van verblijf op een paardenmarkt in de huidige vorm ziet de Raad niet als een rustperiode voor het paard. 5. Paardenmarkten die niet bedoeld zijn om te handelen in paarden, zijn in feite paardenevenementen. De zienswijze Paardenmarkten in Nederland richt zich op de daadwerkelijke paardenmarkten. 7.

Aanbevelingen De Raad doet de volgende aanbevelingen op basis van zijn conclusie dat paardenmarkten in Nederland acceptabel zijn op grond van historie en economische afwegingen, mits het welzijn van de paarden is geborgd. De aanbevelingen zijn in drie onderdelen opgesplitst: 1 Aanscherpingen van het Protocol Welzijn Paardenmarkten (mei 2011) 2 Aanvullingen op het Protocol Welzijn Paardenmarkten (mei 2011) 3 Overige aanbevelingen gerelateerd aan paardenmarkten 7.1 Aanscherpingen van het Protocol Welzijn Paardenmarkten De Raad adviseert een aanscherping van het Protocol Welzijn Paardenmarkten. Per punt in het Protocol Welzijn Paardenmarkten zijn de voorstellen puntsgewijs opgenomen. Niet bij alle punten in het Protocol Welzijn Paardenmarkten ziet de Raad de noodzaak tot aanscherping. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 43 Huidig Protocol Welzijn Paardenmarkten Geadviseerde aanscherping Aanvullende adviezen 1 Er is een controle bij de aanvoer van elk paard door een dierenarts. Paarden met verwondingen, tekenen van verwaarlozing en/of mogelijk infectieuze ziekten worden niet toegelaten. Ieder individueel paard moet op basis van een lijst dierparameters (zie hoofdstuk 4) worden gecontroleerd door een vakbekwame, onafhankelijke beoordelaar (dierenarts). De toegang tot de paardenmarkten plaats laten vinden via “sluizen”.

In een “sluis” kan het paard rondom door 1 of 2 dierenartsen beoordeeld worden. 2 Paarden die een gecoupeerde staart hebben worden niet toegelaten, met uitzondering van paarden die zijn gecoupeerd vóór 1/9/2001. Eventueel aanvullen met vigerende wet- en regelgeving omtrent couperen. 3 Er is beschikking over voldoende vers drinkwater en de paarden moeten de gelegenheid hebben te drinken. Verplichte watervoorzieningen en minimaal eens per 2 tot 4 uur gericht water aanbieden, bij warm weer frequenter. Het continu aanbieden van water geeft het paard de mogelijkheid te drinken naar behoefte. De marktorganisatie stelt water en emmers ter beschikking. Houders moeten in ieder geval zoveel water halen als past bij het aantal paarden dat ze aanbieden. Houders die hun paard niet uit deze "gemeenschappelijke" emmers willen laten drinken, bijvoorbeeld om veterinaire redenen, moeten zelf emmers mee brengen. 4 Alle paarden hebben de beschikking over ruwvoer van goede kwaliteit en de paarden moeten regelmatig de gelegenheid hebben te eten. Periode van vasten (niet verstrekken van ruwvoer) mag nooit langer zijn dan 6 uur. Visueel eenvoudig te beoordelen door toezichthouders. 5 De paarden staan op een geschikte, niet gladde ondergrond. Dit geldt zowel voor de looppaden, de laad- en losplaatsen als voor de locatie waar de paarden op de markt verblijven.

De ondergrond van de plaats waar de paarden op de markt zijn aangebonden dient vlak te zijn en zonder obstakels (geen stoepranden e.d.). Bij gebruik van bodembedekkers voor comfort en absorptie is een juiste combinatie van ondergrond en bodembedekker van belang. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 44 Huidig Protocol Welzijn Paardenmarkten Geadviseerde aanscherping Aanvullende adviezen 6 De paarden en pony’s dienen op een, voor het dier, veilige manier aangebonden te zijn. De paarden mogen niet langer dan acht uur achter elkaar aangebonden staan. Om beweging mogelijk te maken dient een uitloopmogelijkheid in de nabijheid van de paardenmarkt aanwezig te zijn (b.v. monsterbaan). Niet-halstermakke paarden zijn op een paardenmarkt niet toegestaan. Specificatie van de lengte van het halstertouw: paarden hoeven niet te kunnen gaan liggen, maar moeten wel voldoende lang aangebonden staan om te kunnen eten en drinken. Er is altijd toezicht nodig bij paarden die staan aangebonden. Paarden hebben behoefte aan beweging. Ook daarop dient te worden toegezien. 7 De afstand tussen publiek en paarden moet zodanig zijn dat ongelukken voorkomen worden. Het betreft niet specifiek de afstand tussen publiek en paarden, maar vooral het treffen van adequate voorzieningen om ongelukken te voorkomen.

Publiek mag niet vlak bij de achterhand van de paarden komen (binnen de reikwijdte van een uitgeslagen achterbeen). 8 Onnodige onrust (door bv. lawaai van kermisattracties) voor de dieren die tot vluchtgedrag kan leiden dient te worden vermeden. Paarden moeten voldoende worden afgeschermd van potentiële risicofactoren die onrust bij de paarden kunnen veroorzaken. Onrust kan ook veroorzaakt worden door luidruchtige mensen, ruwe omgang, bezoekers en door dreiging van fysiek contact tussen paarden. Paarden moeten van deze potentiële onrust (waaronder ook andere gelijktijdig gehouden evenementen) voldoende worden afgeschermd. 9 Op een centrale plaats op de markt is voorlichting beschikbaar over het houden van paarden. Nader specificeren: voor wie is deze informatie bestemd? Het beschikbaar stellen van informatie toegespitst op doelgroepen. 10 Het aanbieden van een dier als prijs, direct of indirect, via een verloting o.i.d. is niet toegestaan. Dit is wetgeving, hoeft wellicht niet hier in het Protocol Welzijn Paardenmarkten. 11 Dieren die op welke wijze dan ook een gevaar vormen voor zich zelf, voor andere paarden of voor bezoekers moeten van de markt worden verwijderd of apart worden gezet. Verplicht stellen (nood)opvangplaats.

En explicieter benoemen wat er gebeurt met paarden die worden verwijderd of gewond raken; indien verwijderen niet (direct) vervoerd worden naar huis betekent moet er een (nood)opvangplaats zijn. Een invulling voor een dergelijke (nood)opvangplaats is: een afgescheiden terrein met continu toezicht waar paarden volledig afgezonderd op passende wijze kunnen worden opgevangen. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 45 7.2 Aanvullingen op het huidige Protocol Welzijn Paardenmarkten 1. Vakbekwaamheidseisen aan controleurs Een goede invulling van het Protocol Welzijn Paardenmarkten zou zijn dat er specifiek door mensen met voldoende kennis naar het gedrag van de paarden moet worden gekeken. Het goed beoordelen van de welzijnstoestand van een paard vereist specifieke kennis van de beoordelaar. Dit geldt zowel voor de dierenarts die de ingangscontrole uitvoert als voor de dierenarts die de exportcertificaten verstrekt, als ook voor de controleur die op de markt de paarden en de voorzieningen beoordeelt. 2. Omgang en verzorging Bij de omgang en verzorging van de paarden is het van belang dat lichamelijke en gedragsmatige afwijkingen op tijd worden opgemerkt. De eerste controle daarop vindt al plaats bij het laden van de paarden door de aanbieder.

Ook voor deze persoon is een bepaalde mate van vakbekwaamheid noodzakelijk om goed te bepalen of het dier geschikt is voor transport en verblijf op de markt. Daarna hoort op het moment van aanvoer op de markt een vakbekwame beoordeling te geschieden door de controlerende dierenarts. Deze behoort niet alleen te letten op “verwondingen, tekenen van verwaarlozing en/of mogelijk infectieuze ziekten” maar ook op de andere in hoofdstuk 4 beschreven dierparameters. Verder dient de dierenarts , nadat de aanvoer is gestopt , op de markt rond te wandelen en daarbij oog te hebben voor het welzijn van de paarden en de houders daar zo nodig op aan te spreken. Een dergelijk ‘controle rondje’ zou iedere 2 tot 4 uur moeten plaatsvinden. Deze dierenarts maakt een dagrapport van zijn/haar bevindingen ten behoeve van de evaluatie voor het bevoegd gezag. 3. Controle op identiteit Op dit moment vindt , voor zover bekend, geen controle van de identiteit van paarden plaats bij het aanbieden op de markt. Het is raadzaam om bij alle aangeboden paarden de aanwezigheid en juiste werking van de transponder (chip) te checken en het bijbehorende paspoort te controleren. Bij de mode rne chipreaders kunnen de gelezen nummers worden opgeslagen of direct naar een computer worden gestuurd zodat na de markt een correct overzicht is van alle aanwezige dieren.

Ook kan op deze wijze op eenvoudige wijze bij een volgend evenement gecontroleerd worden of het betreffende paard inderdaad voldoende rust heeft gehad. Idealiter wordt bij ieder dier de aanbieder/houder (naam en telefoonnummer) genoteerd zodat men de aanbieder direct kan bereiken als er tijdens de markt problemen met een dier zijn. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 46 Een goede I&R en houderregistratie is essentieel op de paardenmarkt. Zo zijn bevoegdheden en verplichtingen aangaande de paarden direct te relateren aan iemand die verantwoordelijk en aansprakelijk is. 4. Richtlijnen voor temperatuur en luchtvochtigheid In het Protocol Welzijn Paardenmarkten ontbreekt een richtlijn over het klimaat en het effect van weersinvloeden op het welzijn van de paarden. Wanneer een paardenmarkt buiten wordt gehouden, is het belangrijk dat paarden niet langdurig in de volle zon staan. Indien dit wel het geval is, moeten de paarden tenminste elke 1-2 uur water aangeboden krijgen en moet er extra aandacht zijn voor ‘hitte -stress’ en dehydratie . Bij paardenmarkten die binnen gehouden worden is het belangrijk aanvullende maatregelen te nemen wanneer de ‘Livestock Weather Safety Index’ aangeeft dat paarden bij de heersende combinatie van temperatuur en relatieve luchtvochtigheid risico lopen.

Voor ezels is beschutting (overkapping of regendekje) noodzakelijk bij regen. 7.3 Overige aanbevelingen gerelateerd aan de paardenmarkten 5. Strikter toezicht en handhaving (wet en regelgeving) Toezicht en handhaving op wet - en re gelgeving ligt bij de overheden . Het is niet realistisch en logisch om alle verantwoordelijkheid bij één partij neer te leggen. Voor een efficiënte vorm van toezicht is samenwerking en het maken van afspraken een praktische oplossing. Bij het constateren van onrechtmatigheden kan de betre ffende eindverantwoordelijke verwittigd worden en kan er dus worden opgetreden. Bij het beoordelen van regelgeving waarbij specifieke kennis noodzakelijk is, kan in teams gewerkt worden waarbinnen vakbekwaamheid (dierenarts) en bevoegdheid (politieagent, inspecteur NVWA) worden gecombineerd. Een aanvullende aanbeveling is dat de inzet van controle en handhaving zich vooral zou moeten richten op de handelspaarden want deze dieren hebben waarschijnlijk ook nog een lange reis voor zich. De gemeente heeft de ruimte om aanvullende voorwaarden te stellen aan een paardenmarkt. Om maatschappelijk draagvlak en de meerwaarde voor de gemeente te behouden, maakt een gemeente afwegingen onder welke voorwaarden zij een vergunning af wil geven en hoe zij hierop toeziet.

Het opnemen van het Protocol Welzijn Paardenmarkten in de APV en daaruit voortkomende vergunning is voor de Raad een expliciete eis. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 47 6. Welzijnsevaluatie Paardenmarkten zijn vaak onderdeel van een jaarlijks terugkerend evenement. Het uitvoeren van een evaluatie naar de effectiviteit van de opgenomen voorwaarden in de APV helpt de gemeente het paardenwelzijn steeds verder te verbeteren. Deze evaluatie is onontbeerlijk. 7. Transparantie op paardenmarkten vergroten De paardenmarkt wordt gevormd door mensen die deelnemen aan de paardenmarkt, hetzij als verkoper, koper, belangstellende, toevallige passant of anderszins. Zij hebben allen een verantwoordelijkheid in het realiseren van een geaccepteerde, maatschappelijk gedragen paardenmarkt. In Nederland hebben mensen in relatie tot paardenmarkten verschillende belangen en visies. Om aan de verschillende belangen tegemoet te kunnen komen is het belangrijk dat alle betrokken en open en respectvol met elkaar communiceren. In feite zijn alle partijen die betrokken zijn bij paardenmarkten gebaat bij transparantie. Alleen bij overtredingen zal één partij dit niet zijn. Door veel negatieve aandacht in (sociale) media is verharding opgetreden bij diverse partijen waardoor de ges lotenheid van de markt toeneemt. Dit is een onwenselijke situatie.

Hier ligt een verantwoordelijk voor alle partijen die betrokken zijn bij de paardenmarkten. Meer kennis en begrip voor de rol en belangen van iedere partij, zullen helpen om deze verharding te verzachten en dit alles biedt weer ruimte voor verdere verb eteringen. Striktere regelgeving en zorgvuldige handhaving bieden goede handvatten voor een paardenmarkt die binnen het huidige maatschappelijke klimaat past, en vormen een belangrijk deel van de oplossing. De mensen op de markt maken de markt en zijn bepalend voor de beeldvorming. 8. Communicatie en voorlichting Het blijkt dat houders van paarden niet altijd (goed) bekend zijn met de geldende regels en eisen. Om dit te verbeteren is voorlichting van belang en goede communicatie via bestaande communicatiekanalen is onontbeerlijk. Paardenmarkten zouden aanbieders op hun markt tevoren op de hoogte moeten stellen van alle geldende regels en eisen. Het is essentieel om in de voorlichting en communicatie over veranderingen duidelijk te maken wat de achterliggende reden en zijn voor de aanpassingen . Dit zijn bijvoorbeeld nieuwe wetenschappelijke inzichten of een veranderde beeldvorming in de samenleving . De toon en inhoud van de voorlichting moe ten passen bij de betreffende doelgroep en moeten worden gecommuniceerd via kanalen waarmee de doelgroep wordt bereikt.

Ook RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 48 de voorlichting aan potentiële kopers over de eisen die een paard stelt aan de verzorging en huisvesting zijn essentieel om eventuele impulsaankopen te voorkomen. 9. Definities en interpretatie wet- en regelgeving Beschrijvingen in wetteksten zijn soms ingewikkeld en worden op verschillende manieren geïnterpreteerd. Dit wekt verwarring en werkt contraproductief op de naleving en de handhaving, wat het welzijn van de paarden niet ten goede komt. De overheid wordt aanbevolen hier eenduidige uitleg over te geven. 7.4 Implementatie van welzijnsverbeteringen op paardenmarkten De paardenmarkten werken aan het verbeteren van het welzijn van de paarden en het reduceren van de risicofactoren. De wijze waarop de aanbevelingen worden geïmplementeerd is maatwerk en situatieafhankelijk. Indien het niet mogelijk is om op een bestaande p aardenmarktlocatie de aanbevelingen te implementeren, is deze locatie niet geschikt voor het houden van een paardenmarkt. In deze paragraaf zijn enkele voorbeelden opgenomen van de wijze waarop paardenmarkten verbeteringen hebben doorgevoerd. Deze lijst i s niet uitputtend maar bedoeld als inspiratie. - Aanvoer van paarden naar de markt alleen via sluizen, zodat ieder paard rondom gezien kan worden alvorens op de markt te worden toegelaten.

Hier zou ook de aanbevolen registratie van paard e n houder plaats kun nen vinden. Er werken minimaal twee dierenartsen gelijktijdig bij de aanvoercontrole. Paarden komen aan via een soort slui s waar twee dierenartsen aanwezig zijn en het paard tussen hen door de markt op komt. Het paard wordt zo in één keer aan twee kanten beoordeeld. Dit werkt efficiënt en snel. - De marktorganisatie verstrekt water, emmers en hooi in voldoende hoeveelheden. Bij grote markten kan op dit op meerdere plaatsen worden aangeboden. Er kan bij het klaarmaken van het terrein reeds hooi onder de aanbin dplaatsen worden verstrekt. - Het publiek wordt voor de paarden langs geleid en komt niet achter de paarden. - Er zijn waarschuwingen voor publiek in de vorm van bordjes om risicovolle situaties en incidenten te voorkomen. - Andere (voor paarden stressvolle) evenementen vinden plaats op een andere locatie, bijvoorbeeld enkele straten verder. - Er is een dichte afscheiding geplaatst tussen de locatie waar de paarden staan en een mogelijk voor paarden stressvolle event. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 49 - Zowel de monsterbaan als het marktterrein zi jn op een zand - en grasbodem gerealiseerd.

- Er zijn dierenartsen en controleurs die gedurende de dag mensen (zowel houders als publiek) aanspreken op de wijze van omgang met de paarden en alert zijn op het voorkomen van potentiële risicovolle situaties of andere actie te ondernemen. De Raad adviseert om de waargenomen problemen ook in een evaluatierapport op te nemen om zo structureel verbeteringen door te kunnen voeren. - Aanbieders van paarden die zich van te voren aanmelden, worden schriftelijk geïnformeerd over de regels waaraan voldaan moet worden om een paard aan te mogen voeren op de markt. - Er wordt een samenwerking aangegaan met onderwijsinstellingen waarbij goed instrueerde studenten hand- en spandiensten verrichten op de markt. 8. Conclusies Het verzoek van de staatssecretaris was om een zienswijze te geven over een aantal aspecten van paardenmarkten. De Raad heeft in deze zienswijze invulling gegeven aan verbeteren van het welzijn van paarden op paardenmarkten zoals deze anno 201 6 bestaan. Hier is het transport naar en van de markt onlosmakelijk mee verbonden. De Raad heeft de volgende conclusies getrokken: 1. De Raad acht paardenmarkten in Nederland acceptabel mits het paardenwelzijn niet in het gedrang komt. Volledige ontkoppeling van paardenma rkt en andere evenementen is niet noodzakelijk , mits paarden geen hinder van deze evenementen ondervinden.

Het transport naar en van de paardenmarkt is onlosmakelijk onderdeel van de paardenmarkt. De Raad heeft concrete aanbevelingen gedaan om het Protocol Welzijn Paardenmarkten aan te scherpen en uit te breiden. 2. Er is reeds veel geregeld in wet - en regelgeving en in het Protocol Welzijn Paardenmarkten voor het welzijn van paarden. Er is nog een aantal punten in de regelgeving niet eenduidig, wat naleving en handhaving bemoeilijkt. 3. De duur van een paardenmarkt inclusief het transport naar en van de markt is nu niet goed te beoordelen. Vooral bij slachtpaarden ziet de Raad dit als welzijnsrisico. Een betere tracking en tracing maakt het mogelijk frequente en langdurige transporten van deze paarden inzichtelijk te maken en te reduceren. 4. De houder (persoon die het paard (tijdelijk) houdt en verantwoordelijk is voor het dier) is zélf verantwoordelijk voor het welzijn van het paard en een andere partij beoordeelt of het welzijn van het paard voldoende wordt geborgd c.q. is gerealiseerd. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 50 5. De huidige wetgeving voorziet in theorie voor een groo t deel in het borgen van het paardenwelzijn, maar e en veel strikter toezicht en een strikte handhaving (en sanctionering) is van belang om dit welzijn ook écht te realiseren. 6.

De gemeenten hebben een belangrijke rol om door middel van lokale regelgeving (verordening, vergunning) te zorgen voor een beter paardenwelzijn. Het Protocol Welzijn Paardenmarkten zou (na het doorvoeren van de geadviseerde wijzigingen) standaard moeten worden opgenomen in de APV in gemeenten met paardenmarkten. Ook hier zijn vakbekwaam toezicht en handhaving essentieel om het paardenwelzijn te kunnen borgen. 7. Voor een betere naleving van regelgeving moeten de regels bekend zijn bij de betrokken partijen. Communicatie en voorlichting en educatie per doelgroep, dragen hier aan bij. Voor begrip en draagvlak moeten voor de doelgroep geschikte kanalen worden gebruikt en een toelichting worden gegeven over de achterliggende redenen van de regelgeving. 8. De mensen op de markt maken de markt en zijn bepalend voor de beeldvorming. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 51 Geraadpleegde bronnen Blokhuis, H.J., Veissier, I., Miele, M., Jones, R.B., 2010. The Welfare Quality project and beyond: safequarding farm animal wellbeing. Acta Agriculturae Scandinavica Animal Science, vol. 6, p. 129-140 Caroll, C.L., Huntington P.J., 1988. Body condition scoring and weight estimation of horses. Equine Veterinary Journal, vol. 20-1, p. 41–45 Coenen, M., 1990 Beobachtungen zum Vorkommen fütterungsbedingter Magenulcera beim Pferd.

Schweizer Archiv Fur Tierheilkunde, vol. 132, p. 121–126 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 2016. zaaknummer: 16/948 . http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2016:400 Evans, J.W., Borton, A., Fintz, H.F., VanVleck, L.D., 1977. The Horse. W.H. Freeman & Company, San Francisco Heffner, R.S., Heffner, H.E., 1986. Localization of tones by horses - use of binaural cues and the role of the superior olivary complex . Behavorial Neuroscience, vol. 100(1), p. 93-103 Huybregt, C.N., 2008. Protecting horses from excessive music noise – a case study. Animals: 9th International Congress on Noise as a Public Health Problem (ICBEN) 2008, Foxwoods, CT, 9 p. Johnson, P.J., Wiedmeyer , C.E., Messer, N.T., Ganjam, V.K., 2009. Medical implications of obesity in horses -lessons for human obesity. Journal of Diabetes Sci ence and Technology, vol. 3, p. 163-174 Keeling, L.J., Blomberg, A., Ladewig, J., 1999. Horse-riding accidents: when the h uman- animal relationship goes wrong! In: Proceedings of the 33rd International Congress of the International Society for Applied Ethology, p. 86 Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie, 2016. http://www.knhs.nl Knubben, J.M., Fürst, A., Gygax , L., Stauffacher, M., 2008. Bite and kick injuries in horses: Prevalence, risk factors and prevention. Equine Veterinary Journal, vol. 40, p.

219-223 Leenstra, F.R., Neijenhuis, F., Bosma, B., Ruis, M., Smolders, G., Visser, E.K., 2011. Ongerief bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden - een eerste herhaling. Wageningen UR Livestock Research, 83 p. Leenstra, F.R., Visser, E.K., Ruis, M.A.W., Greef, K.H. de, Bos, A.P., Dixhoorn, I.D.E. van, Hopster, H., 2007. Ongerief bij rundvee , varkens, pluimvee, nertsen en paarden - Inventarisatie en prioritering en mogelijke oplossingsrichtingen. Wageningen UR Animal Sciences Group, 80 p. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 52 Marlin, D., Kettlewell, P., Parkin, T., Kennedy, M., Broom, D., Wood, J., 2011. Welfare and health of horses transported for slaughter within the European Union Part 1: Methodology and descriptive data. Equine Veterinary Journal, vol. 43, p. 78-87 Mills, D., Clarke, A., 2002. Housing management and welfare, In: The Welfare of Horse s. Kluwer Academic, Dordrecht, p. 77-97 Munsters C.C.B.M., Visser K .E., van den Broek J ., Sloet van Oldruitenborgh -Oosterbaan M.M., 2012. The influence of challenging objects and horse -rider matching on heart rate, heart rate variability and behavioural score in riding horses. The Veterinary Journal, vol. 192, p. 75-80 Munsters C.C.B.M., van den Broek J ., Visser E .K., Sloet van Oldruitenborgh -Oosterbaan M.M., 2013.

Physiological and behavioural responses of horses during police training. Animal, vol. 7, p. 822-827 Munsters C .C.B.M., van den Broek J ., van Weeren P.R., Sloet van Oldruitenborgh - Oosterbaan M.M., 2013. Effect of transport, riot control, training and night patrols on the workload and stress of mounted police horses. Applied Animal Behavioural Science, vol. 143, p. 52-60 Nagy, K., Schrott, A., Kabai, P., 2008. Possible influence of neighbours on stereotypic behaviour in horses. Applied Animal Behaviour Science, vol. 111, p. 321-328 NEWC, 2009. Equine Industry Welfare Guidelines Compendium for Horses, Ponies and Donkeys. http://www.nationalequinewelfarecouncil.co.uk/www/newc/wp- content/uploads/2012/01/Body_Score_Charts_-_Horses__Donkeys_NEWC1.pdf Nyman, S., Jansson, A., Lindholm, A., Dahlborn, K., 2002. Water intake and fluid shifts in horses: effects of hydration stat us during two exercise tests . Equine Veterinary Journal, vol. 34, p. 133-142 Paardenpunt Vlaanderen, 2016. http://paarden.vlaanderen/nl/home Pedersen, G.R., Søndergaard, E., Ladewig, J., 2004. The influence of bedding on the time horses spend recumbent. Journal of Equine Veterinary Science, vol. 24, p. 153-158 Pieters, A., 1998. Huisvesting Paarden Praktijkonderzoek Rundvee, Schapen en Paarden (PR), Lelystad. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2003. Mogelijke welzijnsproblemen in de paardenhouderij.

Raad voor Dieraangelegenheden, Den Haag. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2016. http://www.rvo.nl SCAHAW, 2002. Report of the Scientific Committee on Animal Health and Welfare - The welfare of animals during transport ( details for horses, pigs, sheep and cattle). European Commission – Health and Consumer Protection Directorate -General. Directorate C–Scientific Opinions. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 53 Sectorraad Paarden, 2016. http://www.sectorraadpaarden.nl/uploads/boekje-nederland-paardenland.pdf http://www.sectorraadpaarden.nl/uploads/definitief-protocol-paardenmarkten-1.pdf http://www.sectorraadpaarden.nl/uploads/gids-voor-goede-praktijken-augustus- versie-1.0-1.pdf Smith, B.L., Jones, J.H., Hornof, W.J., Miles, J.A., Longworth, K.E., Willits, N.H., 1996. Effects of road transport on indices of stress in horses. Equine Veterinary Journal vol. 28, p. 446-454 Søndergaard, E., Clausen, E., Christensen, J.W., Schougaard , H., 2004. Housing of horses; Danish Recommendations, In: DIAS report. Danish Institute of Agricultural Sciences, Tjele. Venner, M., Vervuert, I., Deegen, E., 2002 . Rehabilitation of adult horses with gastric ulcers. Rehabilitation von erwachsenen pferden mit magengeschwüren Tierärztliche Praxis. Ausgabe G, Grosstiere/Nutztiere, vol. 30-1, p. 63-67 Vervuert, I., 2013.

The impact of nutrition on equine welfare . Pferdeheilkunde vol. 29, p. 485-488 Visser, E.K. 2002. Horsonality. PhD thesis, Utrecht University. 151 p Waiblinger, S., Menke, C., Coleman, G., 2002. The relationship between attitudes, personal characteristics and behaviour of stockpeople and subsequent behaviour and production of dairy cows. Applied Animal Behaviour Science vol. 79, p. 195-219 Weeks, C.A., McGreevy, P., Waran, N.K., 2012. Welfare issues related to transport and handling of both trained and unhandled horses and ponies . Equine V eterinary Education, vol. 24, p. 423-430 Wet- en regelgeving, 2016. http://wetten.overheid.nl http://eur-lex.europa.eu RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 54 Bijlage 1 Verzoek Staatssecretaris RDA/nr. 2016.039 Bestemd voor: MS Ontvangstdatum 8/3/2016 Ministerie van Economische Zaken > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Secretaris Raad voor Dierenaangelegenheden De heer ir. M.H.W. Schakenraad Postbus 20401 2500 ER DEN HAAG Datum 08 MRT 2016 Betreft Zienswijze aanpak verbeteren welzijn paarden op paardenmarkten middels actualisering huldig paardenprotocol Geachte heer Schakenraad, Er bestaat al langere tijd maatschappelijke weerstand tegen paardenmarkten die deel uit maken van voor paarden stressvolle evenementen zoals kermissen en jaarmarkten.

Daarnaast blijken ook nog steeds incidenteel op paardenmarkten welzijnsnormen van de Wet dieren en het Beslult houders van dieren te worden overtreden. Ook richting de Tweede Kamer heb ik aangegeven dat incidenten niet altijd kunnen worden voorkomen maar dat het risico erop zoveel mogelijk kan en moet worden geminimaliseerd en dat een dusdanige ontkoppeling van paardenmarkten en evenementen dient plaats te vinden zodat de paarden er geen hinder van ondervinden. De betrokken partijen zouden zelf In staat moeten zijn om het welzijn van de dieren te waarborgen, misstanden te voorkomen en het risico op incidenten te minimaliseren. Daarnaast is er maatschappelijke ophef over het toestaan door organisatoren van markten, keuringen en tentoonstellingen van de aanwezigheld van paarden met gecoupeerde staarten, een in Nederland verboden ingreep. Middels actualisatie van het bestaande protocol moet het mogelijk zijn de ontkoppeling in de praktijk vorm te geven en het risico op incidenten te minimaliseren. Het bestaande paardenprotocol is door de organisatoren van de grotere paardenmarkten in samenwerking met de Sectorraad Paarden, de Dierenbescherming en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) opgesteld als eerste aanzet om het welzijn van paarden op de paardenmarkten te verbeteren. Ook voor de betrokken gemeenten ligt hier een taak.

Alvorens een paardenmarkt georganiseerd mag worden, dient de gemeente een vergunning te verstrekken. In deze vergunning kunnen binnen de kaders van de APV verordening aanvullende voorwaarden worden opgenomen waarmee ook van de zijde van de gemeente het Directoraat-generaal Agro en Natuur Directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn Bezoekadres Bezuldenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Factuuradres Postbus 16180 2500 BD Den Haag Overheldsldentlflcatlenr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ez Behandeld door drs. P.L.F. Bours T 070 378 4817 F 070 378 6153 p.l.f.bours@minez.nl Ons kenmerk DGAN·DAD / 16021034 Pagina 1van 4 RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 55 Directoraat-generaal Agro en Natuur Directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn I. risico op incidenten tijdens een markt kan worden geminimaliseerd en de naleving kan wor en vergroot. Van belang hierbij is het opstellen van de juiste waarborgen die onderdeel uit kunnen gaan maken van de vergunning. In de bijlage heb ik een overzicht opgenomen van op markten van toepassing zijnde regelgeving die in de vorm van randvoorwaarden uitgewerkt dient te worden. De van toepassing zijnde regelgeving heb ik als bijlage bijgesloten. Verzoek Hierbij vraag ik de Raad zijn zienswijze te geven over: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/3129e073-fd6c-445e-a018-f9449502dba2?agendaItemId=d83f72c3-f7dc-473f-ade9-5f189efc1e02