CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

I4.1 Raad voor Dierenaangelegenheden - Zienswijze Paardenmarkten in Nederland.pdf

Raadsvergadering 2 mei 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken25.899 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Paardenmarkten in Nederland Man en Paard noemen

RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 2 Aanbiedingsbrief Den Haag, 2 maart 2017 Ons kenmerk: RDA.2017.036 Excellentie, Met genoegen bied ik u namens de Raad voor Dierenaangelegenheden de zienswijze “Paardenmarkten in Nederland – Man en paard noemen” aan. Deze rapportage heeft de Raad op uw verzoek opgesteld in het licht van vragen in de samenleving over het welzijn van paarden op paardenmarkten. Daarbij heeft u ook de vraag gesteld of ontkoppeling van paardenmarkten en publieksevenementen nodig is. De Raad ziet een grote verscheidenheid aan paardenmarkten in Nederland. Een generiek pasklaar voorstel voor alle markten is volgens ons niet mogel ijk. De Raad heeft het welzijn van het paard centraal gesteld en heeft voorwaarden geformuleerd om het welzijn van de paarden te borgen. Vervolgens is bezien wat reeds geregeld is in regelgeving en in het Protocol Welzijn Paardenmarkten dat de betrokkenen met elkaar hebben opgesteld. De Raad heeft in de rapportage ook het transport meegenomen omdat dit een onlosmakelijk onderdeel vormt van een paardenmarkt. Op basis van de analyse concluderen wij dat een verbod op paardenmarkten of een ontkoppeling met publieksevenementen als regel niet noodzakelijk is, onder uitdrukkelijke voorwaarde dat aan de randvoorwaarden die in de zienswijze zijn benoemd is voldaan. Dit is nu nog lang niet altijd het geval.

De Raad doet volgende aanbevelingen om het welzijn van pa arden op paardenmarkten te borgen: 1. Aanscherping en uitbreiding van het Protocol Welzijn Paardenmarkten; 2. Versterking van de handhaving van de regelgeving; Als onderdeel daarvan beveelt de Raad onder meer aan om een welzijnsevaluatie voor het bevoegd g ezag op te nemen als verplichting voor de organisatoren van de markt; 3. Preventie van lange transporten die voorkómen kunnen worden en het sluitend maken van de identificatie en registratie (I&R) van paarden. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 3 Deelnemers, bezoekers en belangstellenden van paardenmarkten hebben ieder hun eigen ideeën en motivaties, waarbij het risico bestaat dat standpunten verharden. De Raad doet dan ook een beroep op alle betrokkenen: de mensen op de markt maken de markt en zijn bepalend voor de beeldvorming. Van alle bet rokken partijen mag worden verwacht dat ze zich dit bewust zijn en hier naar handelen. Op uw verzoek zal de Raad de aanbevelingen uit deze zienswijze ook actief communiceren met gemeenten waar paarde nmarkten worden georganiseerd. De Raad is vanzelfspreken d beschikbaar voor verdere toelichting en vragen over de implementatie van aanbevelingen uit deze zienswijze. Hoogachtend, Ir. M.H.W.

Schakenraad secretaris RDA RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 4 Inhoudsopgave Procedure ........................................................................................................... 6 Leeswijzer .......................................................................................................... 6 Samenvatting ..................................................................................................... 7 1. Inleiding ..................................................................................................... 9 1.1 Aanleiding en vraagstelling ..................................................................... 9 1.2 Aanpak ................................................................................................. 9 2. Situatieschets paardenmarkten ................................................................ 11 2.1 Paarden in Nederland ............................................................................11 2.2 Paardenmarkten ...................................................................................11 3. Wettelijk kader en Protocol Welzijn Paardenmarkten ...............................

14 3.1 Wet- en regelgeving (inter)nationaal .......................................................14 3.2 Wet- en regelgeving gemeenten .............................................................16 3.3 Het Protocol Welzijn Paardenmarkten 2011 ..............................................17 3.4 Rollen en verantwoordelijkheden ............................................................18 4. Welzijn en gezondheid van paarden ......................................................... 20 4.1 Welzijn van Paarden ..............................................................................20 4.2 Dierparameters ....................................................................................22 4.3 Omgevingsparameters...........................................................................27 4.4 Specifieke parameters tijdens transport ...................................................32 5. Beknopte analyse ..................................................................................... 36 5.1 Welzijnsparameters in relatie tot regelgeving ...........................................36 5.2 Wetgeving, toezicht en handhaving .........................................................40 6. Afweging .................................................................................................. 41 7.

Aanbevelingen .......................................................................................... 42 7.1 Aanscherpingen van het Protocol Welzijn Paardenmarkten .........................42 7.2 Aanvullingen op het huidige Protocol Welzijn Paardenmarkten ....................45 7.3 Overige aanbevelingen gerelateerd aan de paardenmarkten .......................46 7.4 Implementatie van welzijnsverbeteringen op paardenmarkten ....................48 RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 5 8. Conclusies ................................................................................................ 49 Geraadpleegde bronnen ................................................................................... 51 Bijlage 1 Verzoek Staatssecretaris ................................................................... 54 Bijlage 2 Vigerende teksten in Wet- en regelgeving gerelateerd aan paardenmarkten incl. transport ................................................................ 57 Bijlage 3 Afwegingskader “One Health” toegepast op paardenmarkten ........... 70 Colofon .............................................................................................................

74 RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 6 Procedure Deze zienswijze van de Raad voor Dierenaangelegenheden is voorbereid door een forum bestaande uit de raadsleden dr. H.M.G. (Hetty) van Beers -Schreurs (voorzitter), J. Th. (Joost) de Jongh, prof.dr. M.M. (Marianne) Sloet van Oldruitenborgh -Oosterbaan en drs. H.M. (Helga) van Veen. Ter ondersteuning van de werkzaamheden van het forum hebben dr.ir. M.A. ( Monique) van der Gaag , drs. M. ( Maartje) Oonk en ir. M.H.W. ( Marc) Schakenraad van het bureau van de Raad voor Dierenaangelegenheden meegewerkt. Tevens heeft dr.ir. E.K. (Kat halijne) Visser inhoudelijk een belangrijke bijdrage geleverd aan hoofdstuk vier dat gaat over het welzijn en de gezondheid van paarden. Leeswijzer Het eerste hoofdstuk beschrijft kort het verzoek van de staatssecretaris aan de Raad voor Dierenaangelegenheden om een zienswijze te schrijven over paardenmarkten. In hoofdstuk 2 wordt een korte situatieschets gegeven van het aantal en soort paardenmarkten dat in Nederland plaatsvindt. Hoofdstuk 3 beschrijft kort welke wet- en regelgeving van toepassing is op paardenmarkten en op het diertransport naar en van de markt. Ook het huidige Protocol Welzijn Paardenmarkten is in dit hoofdstuk opgenomen.

Een beschrijving van het welzijn van paarden en van de potentiële risicofactoren die het welzijn kunnen aantasten staan in de hoofdstuk 4 . Hieruit komt een aantal aspecten naar voren dat relevant is voor het welzijn van paarden op paardenmarkten. In hoofdstuk 5 wordt beknopt weergegeven welke van de gevonden aspecten reeds geheel of gedeeltelijk in wet - en regelgeving en het Protocol Welzijn Paardenmarkten zijn opgenomen. Waarna in hoofdstuk 6 de afweging van de Raad wordt beschreven die gehanteerd is bij het komen tot de aanbevelingen in hoofdstuk 7 van deze zienswijze. De eindconclusies staan in hoofds tuk 8. Tot slot worden de geraadpleegde bronnen vermeld. De drie bijlagen bevatten aanvullende achtergrondinformatie die relevant is bij deze zienswijze. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 7 Samenvatting De staatssecretaris Van Economische Zaken heeft de Raad voor Dierenaangelegenheden gevraagd om een zienswijze over paardenmarkten te geven. Zijn vraag bevatte twee aandachtspunten, ten eerste; de wens om paardenmarkten zo los te koppelen van stressvolle evenementen dat hinder (stress) wordt voorkomen en ten tweede; mogelijkheden om incidenten te beperken. Om deze aandachtspunten tot hun recht te laten komen heeft de Raad de reikwijdte van de vraag verbreed naar de mogelijkheden om het welzijn van paarden op paardenmarkten te borgen.

Omdat transport naar en van de markt onlosmakelijk verbonden is met de markt zelf, is dit ook onderdeel gemaakt van deze zienswijze. De Raad heeft bij het opstellen van deze zienswijze informatie ingewonnen bij organisatoren van paardenmarkten, dierenar tsen, gemeenten, veehandelaren, maatschappelijke organisaties en heeft zich tevens gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke kennis op het gebied van welzijn van paarden – zowel via de literatuur als via specialisten op het gebied van paardenwelzijn. De Raad heeft zich allereerst ger icht op de factoren die invloed hebben op de welzijnsstatus van een paard. Daaronder vallen individuele kenmerken van het dier en omgevingskenmerken. In de eerste categorie horen factoren zoals ras, leeftijd, individuele ervaringen, karakter en gezondheid. De tweede bestaat uit factoren zoals huisvesting, voeding en de manier waarop verzorgers en andere mensen met de dieren omgaan. Er is een elftal parameters benoemd dat aan het dier af te lezen of te meten is en samen een goede indicatie geven van het welz ijn van een paard op een bepaald moment. Omdat dit aflezen of meten op een openbare plek gebeurt of bij transport, zijn alleen factoren opgenomen die door iemand met kennis en ervaring aan de buitenkant van het paard zijn waar te nemen - zowel lichamelijk als aan het gedrag.

Daarnaast zijn 22 risicofactoren in de omgeving benoemd die het welzijn van een paard negatief kunnen beïnvloeden bij een paardenmarkt of bij het transport naar of van die markt. Voor de beoordeling van de vraag of deze factoren aan de orde zijn, is geen of minder specifieke paardenkennis nodig. De RDA constateert dat in Nederland paardenhouderij, en daarmee ook paardenhandel, geaccepteerd en ingebed is in de maatschappij. Er zijn vele kanalen voor paardenhandel en de markt is er een di e vaak gecombineerd wordt met andere maatschappelijke evenementen. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 8 De Raad komt tot de conclusie dat paardenmarkten in de huidige maatschappij een acceptabele manier vormen voor handel in paarden, onder voorwaarde dat het welzijn niet in het gedrang komt bij het transport of tijdens het verblijf op de markt. Dit kan gerealiseerd worden met behulp van de in de zienswijze genoemde aanbevelingen. Wordt aan deze voorwaarde n voldaan, dan is volledig ontkoppelen van paardenmarkt en publieksevenementen niet nodi g. De dieren zullen dan in elk geval worden afgeschermd van hinder die deze evenementen kunnen veroorzaken.

Hiertoe doet de Raad de volgende aanbevelingen: - Aanscherping en uitbreiding van het Protocol Welzijn Paardenmarkten - Vakbekwaamheidseisen stellen aan controleurs - Voldoende kennis over omgang met en verzorging van paarden door de houder - Controle op identiteit paard en houder bij aankomst op de markt - Strikter toezicht en handhaving (wet en regelgeving) en opnemen van het aangepaste Protocol Welzijn Paardenmarkten in de APV - Opstellen van een welzijnsevaluatie ten behoeve van bevoegd gezag - Transparantie op paardenmarkten vergroten - Communicatie en voorlichting aan alle betrokkenen, via geschikte kanalen en met toelichting op de achterliggende redenen van afspraken en regels - Eenduidige definities en interpretatie wet- en regelgeving - Aanvullende eisen ten aanzien van lange transporten Hierbij gaat het er niet alleen om regels op te stellen en te handhaven. De houder van het paard en de organisator van de paardenmarkt zijn en blijven degenen die verantwoordelijk zijn voor het welzijn van het dier. De controle daarop en de beoordeling van de vraag of het welzijn van het paard voldoende wordt geborgd, moet juist aan een derde partij worden toevertrouwd. Eventuele la nge transporten van de dieren naar en van paardenmarkten, vormen een belangrijk welzijnsrisico. De Raad adviseert extra maatregelen te nemen om lange transporten naar en van de markt te voorkomen .

Het verblijf op de paardenmarkt is voor het paard geen rustperiode. Tot slot: de mensen op de markt maken de markt en zijn bepalend voor de beeldvorming. Van alle betrokken partijen mag worden verwacht dat ze zich dit bewust zijn en hiernaar handelen. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 9 1. Inleiding 1.1 Aanleiding en vraagstelling De Raad voor Dierenaangelegenheden (hierna: de Raad) heeft het verzoek ontvangen van de staatssecretaris van Economische Zaken om een zienswijze te geven over paardenmarkten. In de brief stelt de staatssecretaris het volgende: 1. ‘Protocol Paardenmarkten’ Naar mijn mening moet het huidige protocol geactualiseerd worden. De actualisatie zou voldoende waarborgen moeten bieden voor; a. een dusdanige ontkoppeling van paardenmarkten met stressvolle evenementen zodat paardenmarkten geen deel meer uitma ken van stressvolle evenementen en de paarden hier geen hinder (stress) meer van ondervinden; b. het zoveel mogelijk beperken van risico's op incidenten op paardenmarkten. 2 ‘Implementatie randvoorwaarden door Gemeenten’. Ik verzoek u vervolgens in overleg te treden met de betrokken gemeenten over de wijze waarop de opgenomen waarborgen (c.q.

het beoogde nieuwe protocol) onderdeel gaan vormen van de door de gemeenten af te geven paardenmarktvergunningen.” In bijlage 1 is de gehele brief met het formele verzoek van de Staatssecretaris opgenomen. In voorliggend document is de zienswijze van de Raad betreffende het eerste deel van het verzoek beschreven. De RDA zal na overleg met het ministerie van Economische Zaken het initiatief nemen om de zienswijze over paardenmarkten te delen met gemeenten waar paardenmarkten worden gehouden. 1.2 Aanpak Een paardenmarkt bestaat volgens de Raad uit het aanvoeren van paarden naar een markt, handel in deze dieren op de markt en de afvoer van de markt. De Raad heeft het welzijn van paarden op paardenmarkten (dus inclusief het vervoer) als uitgangspunt gekozen, waarbij de nadruk ligt op het voorkomen van negatieve invloeden op het welzijn (geen pijn, angst of ander ongerief). RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 10 De Raad heeft zich als eerste gebogen over de vraag wat de risicofactoren zijn ten aanzien van het welzijn van paarden op paardenmarkten en tijdens de aan - en afvoer en heeft deze naast het Protocol Welzijn Paardenmarkten en de vigere nde wet - en regelgeving gelegd. Om een risico- en probleemanalyse te maken voor bovengenoemde vraagstelling is bij de start op drie manieren informatie bijeengebracht. 1.

Er is informatie verzameld over het aantal paardenmarkten, de verschillende typen paardenmarkten, de paardenhandel, de paardenmarkten als cultureel erfgoed, het wettelijk kader en de verschillende standpunten omtrent paardenmarkten. 2. Er is informatie ingewonnen over het welzijn en de gezondheid van paarden op paardenmarkten en ( potentiële) risico’s op v erslechtering hiervan. Hierbij zijn zowel de internationale wetenschappelijke literatuur geraadpleegd als de opinie gevraagd van Nederlandse wetenschappers op het gebied van paardenwelzijn. 3. Er zijn gesprekken gevoerd met een vertegenwoordiging van de diverse partijen die betrokken zijn bij paardenmarkten. Er is gesproken met de Sectorraad Paarden, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde ( KNMvD), de Dierenbescherming, de marktorganisa ties van de gemeenten Zuidlaren, Elst, Alblasserdam en Vianen, de Centrale Bond voor Paardenhandelaren (CEBOPA), Eyes on Animals en de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). Er is een aantal paardenmarkten van verschillende omvang op verschillende tijdstippen bezocht. Bij de opstelling van het Protocol Welzijn Paardenmarkten was en ook bij de herziening hiervan is de Raad geen partij.

De Raad beperkt zich dan ook tot het benoemen van kritische factoren ten aanzien van het welzijn van paarden en het aandragen van bouwstenen voor mogelijke verbeteringen van het Protocol Welzijn Paardenmarkten. In de volgende hoofdstukken wordt dit alles verder uitgewerkt. In de nu voorliggende zienswijze worden overal waar over ‘paard’ wordt gesproken ook pony’s en ezels bedoeld. Vanuit het oogpunt van dierenwelzijn zijn er veel overeenkomsten tussen paarden , pony’s en ezels. Derhalve gelden alle aspecten die in deze zienswijze genoemd zijn voor paarden , voor pony’s en voor ezels. Waar er belangrijke specifieke verschillen zijn, worden deze benoemd. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 11 2. Situatieschets paardenmarkten 2.1 Paarden in Nederland De paardensport is in Nederland heel populair. De Sectorraad Paarden schat dat er in Nederland 450.000 paarden gehouden worden en dat er een half miljoen ruiters zijn. De jaaromzet in de paardenbranche ligt rond de 1,5 miljard euro. Het feit dat in Nederland paarden worden gehouden, betekent dat er ook handel in deze dieren plaatsvindt. Er zijn twee organisaties voor paardenhandelaren: de Vereniging Sportpaarden-handelaren Nederland (VSN) en de Centrale Bond voor Paardenhandelaren (CEBOPA).

Bij d e VSN zijn ruim 60 (internationaal georiënteerde ) sportpaarden- handelaren aangesloten, gespecialiseerd in de aan - en verkoop en opleiding van sportpaarden op alle niveaus en in alle disciplines. Bij CEBOPA zijn meer dan 100 paardenhandelaren aangesloten waarbij alle segmenten van de paardenbranche vertegenwoordigd zijn . Daarnaast zijn er ook handelaren die niet bij een organisatie aangesloten zijn. Naast de directe fysieke handel via handelaren , markten en veilingen worden steeds meer paarden verhandeld met behulp van internet op digitale marktplaatsen. Ook de handel in paarden tussen particulieren onderling loopt via directe handel, fysieke markten en in toenemende mate met behulp van internet. 2.2 Paardenmarkten Een deel van de handel in paarden vindt plaats op paardenmarkten. Deze markten kennen een rijke historie. Reeds in het jaar 840 werd melding gemaakt van een georganiseerde paardenmarkt in Valkenburg. De paardenmarkten w erden gehouden in de lente en in de herfst en boden boeren de mogelijkheid alleen paarden te houden in de seizoenen waarin ze deze dieren nodig hadd en. Anno 2016 zijn er in Nederland jaarlij ks ongeveer 100 paardenmarkten. De paarden die daar verhandeld worden zijn voornamelijk recreatie- en slachtpaarden. Zoals aangegeven in de inleiding wordt in deze zienswijze gesproken over paarden, maar worden hiermee ook pony’s en ezels bedoeld.

Het aantal aangevoerde dieren fluctueert over de jaren , maar lijkt wat terug te lopen. Drie paardenmarkten in Nederland, te weten Zuidlaren, Hedel en Elst kenden in 2010 een aanvoer van meer dan 2000 paarden per markt. In 2016 werden er in Zuidlaren en Hedel ruim 1200 paarden aangevoerd en in Elst een kleine 900 paarden . De aanvoer op middelgrote markten, zoals de voorjaarsmarkt in Zuidlaren, de markt in Bemmel, Lottum, Goor en Oudeschoot schommelt tussen de 500 en ruim 1000 paarden. Het merendeel van de markten heeft een aanvoer van enkele tientallen tot enkele honderden paarden. In RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 12 Wanroij is iedere 14 dagen een markt en in Bennekom (voorheen Barneveld) wekelijks. Op deze twee markten komen tussen de 50 en 100 paarden per keer ; op jaarbasis worden hier zo ook relatief veel paarden verhandeld . Ook internationale handelare n bezoeken de Nederlandse paardenmarkten, zij lijken vaak voor slachtpaarden te komen. Met name de grotere markten en de markt in Bennekom w orden bezocht door handelaren uit bijvoorbeeld Duitsland, Denemarken, België, Frankrijk en Italië. Buitenlandse handelaren hebben op de belangrijke paardenmarkten de gelegenheid om grotere aantallen paarden (en vooral ook pony’s) in korte tijd te kopen, de export te regelen en gezamenlijk te vervoeren.

Daarnaast kopen ook buitenlandse particulieren paa rden op de Nederlandse markt. De markten hebben een economische functie. In Nederland bestaat een structureel overschot van verschillende rassen paarden en pony’s. Om een ras in stand te houden moet een voldoende aantal merries worden geboren. Naast deze merrieveulens wordt een vergelijkbare hoeveelheid hengstveulens geboren. Hiernaar is in Nederland vaak minder vraag, maar in het buitenland wel. Het slachten van vooral de lichtere dieren (laag gewicht) is in Nederland niet economisch haalbaar daar de sla cht- en keuringskosten hoger zijn dan de waarde van het vlees. Zonder export hebben deze paarden in Nederland een negatieve waarde. Paardenmarkten kunnen grofweg worden ingedeeld in drie type markten: Type 1 paardenmarkten ten behoeve van handel zonder extra activiteiten, bijvoorbeeld in Bennekom en Wanroij; Type 2 paardenmarkten waar nadruk ligt op handel en waar extra activiteiten aan de paardenmarkt zijn gekoppeld, bijvoorbeeld Elst, Hedel en Zuidlaren; Type 3 paardenmarkten met folkloristisch karakte r met (meestal) extra activiteiten gekoppeld aan de paardenmarkt . Op deze mar kten is de aanvoer vaak gering (enkele tientallen paarden) en is de handel secundair aan het folklorisme of er vindt helemaal geen handel plaats.

De aanwezigheid van paa rden op markten van type 2 heeft een dubbele functie: daadwerkelijke handel en publiekstrekker. Bij type 3 vormen paarden puur een publiekstrekker en zijn paarden een onderdeel van de folklore van de betreffende (jaar)markten. Op sommige markten van type 3 waar het aantal paarden af neemt, wordt een aanvoerpremie aan de handelaren betaald, zodat zij toch met hun paarden en/of pony’s op de markt komen staan. A anvoerpremies kunnen tussen de enkele euro’s tot €20 per paard of pony bedragen. Ook zijn er markten waar een premie wordt uitgekeerd voor RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 13 paarden en pony’s die deelnemen aan keuringen en niet bestemd zijn voor de handel (o.a. Beusichem). Het overgrote deel van de 100 paardenmarkten behoren tot type 2. De diversiteit van deze paardenmarkten is groot: van een grote markt met veel nevenactiviteiten op afstand tot de paardenmarkt, tot een kleine markt met nauwelijks handel, waar veel folkloristische activiteiten in de directe nabijheid van paarden georganiseerd worden. De type 3 paardenmarkten waar geen int entie is tot het verhandelen van paarden is eigenlijk geen paardenmarkt maar een paardenevenement. De Zienswijze Paardenmarkten in Nederland gaat over het welzijn van paarden op paardenmarkten.

Gezien vanuit het paard is er voor de Raad echter geen reden o m in de aanbevelingen en conclusies onderscheid te maken tussen typen paardenmarkten. Welzijnseisen zijn voor ieder paard hetzelfde. De potentiële risicofactoren die kunnen zorgen voor een aantasting van dit welzijn, zijn hiermee ook voor ieder paard gelijk. De wijze waarop paarden om (kunnen) gaan met deze risicofactoren is deels afhankelijk van het individuele paard. Hierop wordt in h oofdstuk 4 verder ingegaan. Het aantal risicofactoren dat op een markt aanwezig is, hangt mede af van het type markt. Zo spelen de risico’s van nevenactiviteiten op een markt die niet gecombineerd is met andere evenementen of activiteiten (type 1) geen rol. Er is in Nederland een aantal paardenmarkten opgenomen op d e lijst van De Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed, te weten Elst, Alblasserdam, Valkenburg en Vianen. Deze lijst wordt gecoördineerd door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland. Dit Kenniscentrum heeft de volgende visie: “ Immaterieel erfgoed verbindt mensen, geeft betekenis aan het leven en kleur aan de samenleving, zorgt voor een gevoel van continuïteit en identiteit en weerspiegelt de culturele diversiteit van Nederland . Het maatschappelijk belang ervan is groot.

Immaterieel erfgoed is een wezenlijke tak van erfgoed, gedragen door mensen van nu, die hun immaterieel erfgoed door willen geven aan de toekomst. Dat willen wij als kenniscentrum ondersteunen en zichtbaar maken.” RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 14 3. Wettelijk kader en Protocol Welzijn Paardenmarkten 3.1 Wet- en regelgeving (inter)nationaal Er is geen specifieke wetgeving voor paardenmarkten . Er is wetgeving over het houden en omgaan met dieren en over het vervoer van dieren. Deze wetgeving is ook van toepassing op het transport naar en van paardenmarkten en op de periode dat paarden zich op de markt bevinden. De belangrijkste wetgeving die betrekking heeft op welzijn van paarden op paardenmarkten is opgenomen in de Wet Dieren, het Besluit houders van dieren en de Europese Transportverordening. Er zijn in de Transportverordening artikelen opgenomen over verzamelplaatsen, waar een paardenmarkt ook onder valt. Bij het importeren en exporteren van paarden geldt ook specifieke wet- en regelgeving zoals de Regeling handel levende dieren en levende producten en Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s. Deze zijn in deze zienswijze niet expliciet meegenomen. Wet Dieren en Besluit houders van dieren In de Wet Dieren staat de intrinsieke waarde van het dier centraal.

Dit betekent dat dieren een eigen waarde hebben. Dieren zijn wezens met gevoel. Dierenwelzijn gaat over de kwaliteit van het leven van dieren. Onder de Wet Dieren valt het Besluit houders van dieren. Hierin is opgenomen hoe om te gaan met dieren en welke eisen gesteld worden aan de omstandigheden om dieren te houden. Transportverordening De Europese transportverordening is alléén van toepassing op transporten van paarden in het kader van een economische activiteit (bijvoorbeeld verkoop, verhuur, slacht) en niet op overig paarden vervoer (zoals van en naar een diergeneeskundige behandeling, tentoonstelling, keuring of wedstrijd ). Vervoer van paard en die naar een paardenmarkt gaan, valt derhalve veelal onder de transportverordening omdat er sprake is van handel in deze paarden. In de Transportverordening gelden voor langere transporten ( meer dan 8 uur en/of meer dan 65 km) striktere regels. Interpretatie en invulling wet- en regelgeving Bij navraag in de praktijk bij verschillende publieke en private partijen die te maken hebben met de paardenmarkten , blijken er over verschillende onderdelen van de regelgeving onduidelijkheden en/of verschillen in interpretatie te zijn. Dit maakt een goede naleving en eenduidige handhaving complex.

Een aantal voorbeelden dat de Raad tegenkwam in het proces en die relevant zijn voor welzijn van paarden op paardenmarkten zijn: RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 15 - In de Transportverordening (1/2005 ) en in de Uitvoeringsverordening Paardenpaspoorten (2015/262) met betrekking tot de methoden voor de i dentificatie van paardachtigen, wordt gewag gemaakt van geregistreerde paarden, fok - en gebruiksdieren en slachtpaarden. Ook wordt gesproken over ‘als la ndbouwhuisdier gehouden eenhoevigen’. De verschillende terminologie en het gegeven dat paarden in bepaalde gevallen van status kunnen veranderen geeft verwarring in de praktijk. Daarbij wordt de terminologie door verschillende instanties/medewerkers soms o ok nog verschillend uitgelegd. Vanuit het oogpunt van (handhaving van) welzijn is een eenduidig onderscheid tussen een wel of niet geregistreerd paard essentieel, omdat een aantal wetsregels alleen van toepassing is op niet -geregistreerde paarden. Aangezien paarden in Nederland veelal wel zijn geregistreerd, biedt dit ruimte om paarden onder minder strikte voorwaarden te mogen vervoeren want voor geregistreerde paarden is wettelijk minder geregeld. Dit is een welzijnsrisico voor deze paarden.

- In de Transportverordening (1/2005), de Wet dieren en in de Uitvoeringsverordening Paardenpaspoorten (2015/262) is de term “houder” verschillend gedefinieerd en kan hiermee ook verschillend worden geïnterpreteerd. - Bij h et verstrekken van drinkwater aan paarden is het niet duidelijk of dit continu beschikbaar moet zijn of dat het volstaat om een aantal keer per dag water aan te bieden en hoe vaak dit dan moet zijn. Er zijn verschillende formuleringen in bestaande wet- en regelgeving over dit aspect. - Formeel mag de export van paarden alleen via erkende verzamelcentra of vanuit de primaire houderij plaatsvinden. Momenteel zijn er geen erkende verzamelcentra voor paarden in Nederland. Er zijn algemene eisen voor erkende verzamelcentra in de wetgeving en specifieke norm en per diersoort. Voor paardenverzamelcentra zijn specifieke normen in voorbereiding. In de huidige situatie richt het Rijk op paardenmarkten die aan door de NVWA opg estelde randvoorwaarden voldoen exportplaatsen in . Hier verzorgt de NVWA de vereiste b eoordelingen en administratie. Dit gebeurt op vijf grote jaarmarkten en op een wekelijks gehouden markt. Op korte termijn wordt Nederlandse regelgeving verwacht betreffende verzamelcentra voor paarden. - In diverse wet - en regelgeving wordt gesproken over een vereiste rustperiode.

Wat dit precies inhoudt en aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan is hierbij RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 16 niet beschreven. De waarde van een bepaalde rustperiode is sterk afhankelijk van de mate waarin dit door het paard ook als zodanig ervaren kan worden. Een paard dat een lang transport te wachten staat, dient fit en uitgerust te zijn. - Alle paarden moeten een paspoort hebben, hierover is geen onduidelijkheid. Sinds 1 juli 2009 moeten in de EU alle paarden (en pony’s, ezels en andere paardachtigen) ook gechipt zijn. Omdat i n de loop van de jaren eisen aan registratie veranderd zijn, vallen niet alle paarden onder dezelfde regelgeving. Er is momenteel geen sluitende registratie van paarden in Nederland. - Wat is de status van een paardenmarkt? Valt deze al s overlaadplaats onder de transporttijd of wordt een paardenmarkt gezien als locatie waar de transporttijd wordt onderbroken (paarden kunnen rusten) en als nieuwe plaats van vertrek. Aan ‘de plaats van vertrek’ zijn overigens randvoorwaarden verbonden waar de huidige paardenmarkten niet aan voldoen. - In de Transportverordening wordt onderscheid gemaakt tussen vervoer van dieren ten behoeve van economische bedrijvigheid en ander vervoer ( niet-commercieel).

Er zijn situaties waarbij het heel evident is om wel k type transport het gaat, bijvoorbeeld wanneer twee ruiters met de trailer hun paard vervoeren voor een buitenrit aan het strand (niet commercieel) of wanneer een handelaar een wagen met slachtpaarden vervoert (commercieel). Het is echter niet altijd eenduidig om welk type transport het gaat en dus ook niet of het transport aan de aanvullende eisen voor commercieel transport moet voldoen. Ook zijn er verschillen in interpretatie per land wat relevant is voor transporten door meerdere landen. 3.2 Wet- en regelgeving gemeenten De Gemeentewet gee ft gemeenten de bevoegdheid aanvullende regel geving uit te vaardigen. De meest omvattende gemeentelijke verordening is de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dit is een algemene richtlijn van een gemeente om de openbare orde te handhaven. Gemeenten hebben via de APV de mogelijkheid om specifieke aanvullende voorwaarden te stellen waaraan de paardenmarkten (transport van en naar de markt en het verblijf op de markt) moeten voldoen. De gemeente is verantwoordelijk voor de handhaving en sanctionering van overtredingen op basis van de APV. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 17 Het niet voldoen aan de voorwaarden van een verordening (een strafbaar feit) valt onder de zogenaamde overtredingen.

Artikel 154 va n de Gemeentewet be paalt dat op overtreding van verordeningen als straf een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie kan worden opgelegd, al dan niet met openbaarmaking. Voor evenementen die toegankelijk zijn voor publiek is tevens vaak een evenementenvergunning noodzakelijk. Hierin zijn randvoorwaarden opgenomen waaronder de activiteit mag worden gehouden. Ook hier is de gemeente verantwoordelijk voor handhaving en sanctionering. 3.3 Het Protocol Welzijn Paardenmarkten 2011 Het Protocol Welzijn P aardenmarkten is opgesteld door de volgende partijen: Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), Sectorraad Paarden (SRP) , de Dierenbescherming en de Marktorganisaties van Zuidlaren, Hedel en Elst. Deze p artijen waren van mening dat het welzijn van paarden en pony’s op paardenmarkten geborgd moet zijn. Daartoe zijn de hieronder genoemde aanbevelingen opgesteld, die naar de mening van de partijen voorwaarden moeten zijn voor gemeentes om een vergunning voor het houde n van een paardenmarkt te verlenen. Het Protocol Welzijn Paardenmarkten is aanvullend op wettelijke maatregelen en de opstellers gaven aan dat regelmatige controle door handhavingsinstanties op naleving van wettelijke voorschriften noodzakelijk blijft.

Het Protocol Welzijn Paardenmarkten is vastgesteld in mei 2011 en bevat de volgende aanbevelingen: 1. Er is een controle bij de aanvoer van elk paard door een dierenarts. Paarden met verwondingen, tekenen van verwaarlozing en/of mogelijk infectieuze ziekten word en niet toegelaten; 2. Paarden die een gecoupeerde staart hebben worden niet toegelaten, met uitzondering van paarden die zijn gecoupeerd vóór 1/9/2001; 3. Er is beschikking over voldoende vers drinkwater en de paarden moeten de gelegenheid hebben te drinken; 4. Alle paarden hebben de beschikking over ruwvoer van goede kwaliteit en de paarden moeten regelmatig de gelegenheid hebben te eten; 5. De paarden staan op een geschikte, niet gladde ondergrond; 6. De paarden en pony’s dienen op een, voor het dier, veilige manier aangebonden te zijn. De paarden mogen niet langer dan acht uur achter elkaar aangebonden staan. Om beweging mogelijk te maken dient een uitloopmogelijkheid in de nabijheid van de paardenmarkt aanwezig te zijn (bijv. monsterbaan); 7. De afstand tussen publiek en paarden moet zodanig zijn dat ongelukken voorkomen worden; RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 18 8. Onnodige onrust (door b ijv. lawaai van kermisattracties) voor de dieren die tot vluchtgedrag kan leiden dient te worden vermeden; 9.

Op een centrale plaats op de markt is voorlichting beschikbaar o ver het houden van paarden; 10. Het aanbieden van een dier als prijs, direct of indirect, via een verloting o.i.d is niet toegestaan; 11. Dieren die op welke wijze dan ook een gevaar vormen voor zichzelf, andere paarden of bezoekers moeten van de markt worden verwijderd of apart worden gezet. 3.4 Rollen en verantwoordelijkheden Bij het dierenwelzijn van paard en op een paardenmarkt zijn veel partijen betrokken. Zij zijn in gezamenlijkheid verantwoordelijk voor het realiseren van een paardenmarkt waarbij de belangen van mens en dier op een goede manier worden ingevuld. In deze paragraaf wordt ingegaan op de rol van iedere partij met betrekking tot het welzijn van de paarden. Houder van het paard De houder is verantwoordelijk voor het welzijn van het paard. Een houder van een paard is in de Verordening Paardenpaspoorten omschreven als “elke natuurlijke of rechtspersoon die in het bezit is van paardachtigen of belast is met het houden van paardachtigen, al dan niet tegen een financiële vergoeding, zowel permanent als tijdelijk, ook tijdens het vervoer, op markten of tijdens wedstrijden, races of culturele evenementen”. Dit kan de eigenaar zijn (natuurlijke of rechtspersoon die het eigendomsrecht bezit), maar dat hoeft niet.

In de Transportverordening is bij de definiti e van de houder opgenomen dat dit een natuurlijke persoon of rechtspersoon is, met uitzondering van de vervoerder, die permanent of tijdelijk voor dieren verantwoordelijk is of ermee omgaat. De term houder is derhalve niet eenvoudig te duiden. In een perso onlijke communicatie met het ministerie van Economische Zaken is aangegeven dat tijdens het transport de vervoerder niet de houder is maar de vervoerder wel verantwoordelijk is dat voldaan wordt aan de regels tijdens het transport. De rijstijl en routekeuze van de chauffeur zijn mede bepalend voor de belasting van het transport voor het paard. In de eerste plaats is de houder verantwoordelijk dat het aangeboden paard gezond en fit is voor (transport naar) een paardenmarkt. Het welzijn van het paard op de paardenma rkt wordt bepaald door de interactie tussen de individuele eigenschappen van het dier en de RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 19 omgeving, inclusief de houder. Op de markt is voor ieder paard een houder verantwoordelijk voor toezicht en voor de verzorging.

Marktorganisatie De marktorganisat ie is verantwoordelijk voor het creëren van goede randvoorwaarden (deze moeten zijn opgenomen in de APV en/of vergunning zodat hierop gehandhaafd kan worden) en de marktorganisatie is aanspreekpunt voor alle organisatorische zaken tijd ens de markt. De orga nisatie zorgt bijvoorbeeld voor voldoende ruimte, veilige logistiek, vers drinkwater en ruwvoer. De houder is vervolgens verantwoordelijk voor het juiste gebruik hiervan. Registratie van paard en de v erantwoordelijke houder bij aankomst op de markt is wenselijk. Bij deze registratie kunnen eventuele op - of aanmerkingen die zijn geconstateerd bij de ingangscontrole direct ook worden opgenomen. Generiek kan gesteld worden dat toezicht en handhaving gebaat zijn bij een betere registratie van de paarden e n hun verantwoordelijke houders op de markt. Dit kan door van ieder dier dat de markt betreedt het chipnummer van het paard en de naam (en bij voorkeur telefoonnummer) van de houder te registreren. De houder kan om een legitimatiebewijs worden gevraagd. Dit is nu veelal niet georganiseerd. Op dit moment wordt voor zover bekend op geen enkele paardenmarkt geregistreerd welke paarden en welke houders aanwezig zijn. Deze rol kan ook worden ingevuld door de gemeent e door deze eis op te nemen in de APV en de vergunning.

Dierenartsen De dierenartsen die de controles uitvoeren voor toelating op de markt en tijdens het verblijf op de markt dienen voldoende deskundig en onafhankelijk te zijn. Er kan grote druk ontstaan indien de dierenartsen de paarden van hun ei gen klanten moeten beoordelen. Een dierenarts moet kritisch en vakbekwaam de controles uit kunnen voeren in een setting zoals die op een paardenmarkt aan de orde is. E en lijstje verplichte controlepunten kan hierbij helpen. Hiernaast is aanvullende scholing voor wat de wettelijke vereisten zijn essentieel , dit biedt handvatten om bij de controle overtredingen te constateren. De dierenarts is geen handhaver, hij zal bij geconstateerde afwijkingen een beroep moeten kunnen doen op de handhaver van de landelijk e of lokale wetgever. Tot slot m oeten er gedurende de hele periode dat er paarden aanwezig zijn voldoende dierenartsen aanwezig zijn om het aantal aangeboden dieren te kunnen beoordelen en zo nodig te kunnen onderzoeken. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 20 Gemeente De gemeente is verantwoordelijk voor het stellen van eisen waaronder de paardenmarkt mag worden georganiseerd en uitgevoerd. Tevens is zij verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving hierop.

Indien gemeenten het Protocol Welzijn Paardenmarkten opnemen in de APV en/of in de vergunning , heeft zij meer mogelijkheden tot handhaving en sanctionering. Om het toezicht vakbekwaam uit te kunnen voeren, kan een gemeente mensen inhuren die hierbij ondersteunen. In een team met een vakbekwaam beoordelaar en een ambtenaar van het bevoegd gezag kan direct worden opgetreden bij eventuele overtredingen. Dit is op verschillende manieren in te vullen, bijvoorbeeld door eigen geschikte mensen, door het inhuren van onafhankelijke vakbekwame mensen of door het toezicht uit te besteden aan een geschikte partij die de handhaver ondersteunt. Het Rijk Het Rijk is verantwoordelijk voor het opstellen van nationale wet - en regelgeving en de eenduidige interpretatie daarvan (z ie § 3.1). Tevens is zij belast met het toezicht en de handhaving van de (inter)nationale wet - en regelgeving. Hierbij kan zij ondersteund worden door de gemeente. Een goede registratie van paarden en houders op een paardenmarkt vereenvoudigt de handhaafbaarheid bij eventuele overtredingen. 4. Welzijn en gezondheid van paarden 4.1 Welzijn van Paarden Uit de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren en van het feit dat dieren ‘sentient beings’ zijn volgt de morele verantwoordelijkheid om in het menselijk handelen rekening te houden met het welzijn van d ieren.

Er zijn vele verschillende definities van dierenwelzijn in gebruik. Er is in deze Zienswijze gekozen om de definitie te gebruiken die de Sectorraad Paarden heeft gepubliceerd : “Welzijn is een mentale toestand van welbevinden, die ontstaat als het dier in voldoende mate in zijn natuurlijke behoefte kan voorzien en waarbij het dier vrij is van pijn en andere ongemakken.” Op paardenmarkten en tijdens het transport naar en van de markt, ligt de nadruk op het voorkomen van negatieve invloeden op het welzijn (geen pijn, angst of ander ongerief). Het welzijn van het paard op een gegeven moment wordt bepaald door een groot aantal factoren. Zo spelen het ras en het karakter van het paard een rol bij de wijze waarop een paard met situaties en prikkels om ka n gaan. Ook de historie van het paard, wat heeft het dier meegemaakt in zijn leven, kan hierop van invloed zijn. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 21 Figuur 1: Het welzijn van een paard tijdens transp ort en op de paardenmarkt is een resultante van kenmerken van het individu zelf en van de omgeving die vervolgens zijn af te lezen aan dierparameters. Dierkenmerken zijn eigenschappen van het dier. Dierparameters zijn variabelen die aan het dier af te lezen of te meten zijn. Deze geven een goed beeld van wat het individuele paard ervaart en h oe het met het paard gaat.

Dit kunnen directe objectief te beoordelen parameters zijn zoals hartslag frequentie of zichtbare verwondingen of meer complexe parameters. Het bepalen van d e meer complexe dier parameters, zoals het vaststellen van angst, onrust o f agressie en het achterhalen van d e onderliggende oorzaak verg en specifieke kennis en training. Sommige dierparameters hebben geen recente oorzaak en/of worden pas op langere termijn zichtbaar, zoals verkeerde beenstand ten gevolge van hoefafwijkingen of een te hoge of te lage Body Condition Score (B CS, te dik of te mager ). Deze laatste parameters worden wel meegenomen om te beoordelen of het paard op een markt ka n worden toegelaten maar zijn niet direct veroorzaakt door de marktomstandigheden of het vervoer daar naar toe . Het juist beoordelen van de dierparameters vergt specifieke kennis omdat variatie tussen dieren als gevolg van bijvoorbeeld ras of leeftijd meegenomen moet worden in de beoordeling. Daarnaast bepalen omgevingsparameters de welzijnstoestand van de paarden tijdens transport of op een markt. Het beoordelen van omgevingsparameters, zoals adequate beschikbaarheid van water en voer of beschutting tegen weersinvloeden, is objectief mogelijk en vereist geen speciale kennis. Deze omgevingsparameters kunnen meestal met ja of nee gescoord worden.

Er zijn ook omgevingsparameters die een nadere omschrijving vragen, zoals potentieel gevaar op verwonding in de directe omgeving of de aanwezigheid van mogelijk angstaanjagende zaken voor het paard.

RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 22 De omgevingsparameters bieden randvoorwaarden voor een goed paardenwelzijn. De ernst van het effect van suboptimale omstandigheden hangt mede af van de achtergrond en ervaring van het individuele paard. Paarden kunnen heel verschillend op hun omgeving reageren en dit kan ook nog van moment tot moment verschillen. Voor een goede inschatting van het effect van de interactie tussen de omgeving en het individuele paard is dus ‘paardenkennis’ vereist. Paarden in een goede fysieke en mentale gezondheid kunnen stressvolle situaties beter opvangen. Oververmoeide paarden, paarden met verwondingen, merries in het laatste stadium van de dracht en he el jonge of oude dieren lopen een groter risico op uitputting. Wettelijk mogen m erries die meer dan 300 dagen drachtig zijn (verder dan 90% van de draagtijd) en merries met een veulen aan de voet jonger dan een week oud niet worden vervoerd en mogen/kunnen dus ook niet op een paardenmarkt aanwezig zijn. Dit niet op een markt aanwezig mogen zijn geldt overigens voor alle dieren die niet fit genoeg zijn voor een transport en voor paarden die niet halstermak zijn . Daarnaast zijn er individuele verschillen tussen paarden wat betreft de gevoeli gheid v oor stress en angst .

Deels zijn deze verschillen terug te voeren op de gene tische aanleg (gevoeligheid voor stress en ontwikkelen van afwijkend gedrag zijn deels erfelijk), anderzijds is de ervaring van het individuele paard met soortgelijke situaties van invloed, alsmede de ervaring van de dieren om het dier heen. In dit hoofdstuk komen eerst de dierparameters aan bod en daarna de omgevingsparameters. Bij iedere parameter zijn de potenti ële risicofactoren opgenomen en is aangegeven welk handelingsperspectief er is op een paardenmarkt. 4.2 Dierparameters Er zijn tal van dierparameters die een beeld geven van het welzijn en de gezondheid van paarden. Deze paragraaf beperkt zich tot parameters die bij paarden op paardenmarkte n kunnen worden beoordeeld. Hierbij wordt specifiek gelet op de afwijkingen die aan de buitenkant van het paard zijn waar te nemen (zowel lichamelijk als gedragsmatig). Gezichtsuitdrukking van pijn Of een paard pijn heeft kan vooral opgemerkt worden door naar de gezichtsuitdrukking te kijken (faciale expressie op de ‘grimace scale’). Bij de ‘Equine Utrecht University Scale for Facial Assessment of Pain’ wordt gelet op negen variabelen (attentie voor o mgeving, stand oogleden, neusgaten, mondhoeken en lippen, spiertonus aangezichtsspieren, flehmen of gapen, tandenknarsen of zuchten, en de stand van de oren).

Paarden die in zichzelf zijn gekeerd, die niet meer op de omgeving letten, en die met strak naar achteren staan de RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 23 oren, met geloken of juist opengesperde ogen en gespannen aangezichtsspieren staan, ervaren waarschijnlijk matige tot ernstige pijn. Dit goed herkennen vergt wel kennis. Hierbij moet ook worden aangetekend dat er grote verschillen zijn tussen rassen en binnen rassen tussen individuen. Met name koudbloeden en zwaardere ponyrassen (Fjord, Haflinger) tonen doorgaans alleen klinisch waarneembare symptomen bij ernstige pijn. 1. Controlepunt van toepassing bij al dan niet toelaten op de markt en tijdens het verblijf op de markt: de gezichtsuitdrukking van het paard om te beoordelen of er sprake is van pijn. Omgevingsgerichtheid Aansluitend op de gezichtsuitdrukking kan de omgevingsgerichtheid van een paard een teken zijn van verminderd welzijn. Hierbij speelt ook de ervaring van het dier een rol. Paarden die gewend zijn aan drukke gelegenheden zullen anders op een nieuwe omgeving reageren dan paarden die hier geen ervaring mee hebben. Een paard kan door pijn ook minder aandacht voor de omgeving h ebben. Minder aandacht voor de omgeving kan ook optreden omdat een paard sedativa ( rustig makende middelen) toegediend heeft gekregen.

Sommige van deze middelen zijn/waren vrij verkrijgbaar en kunnen van invloed zijn op de geschiktheid van het paard als sl achtdier. Wederom is om een uitspraak te doen op basis van dit kenmerk, paardenkennis en paardenervaring noodzakelijk. 2. Controlepunt van toepassing bij al dan niet toelaten op de markt en tijdens het verblijf op de markt: de omgevingsgerichtheid van het pa ard om te beoordelen of er sprake is van pijn, angst, ongerief of gedrogeerd zijn. Uitputting Uitputting is lang niet altijd eenvoudig te herkennen, maar onderzoek door een dierenarts is absoluut noodzakelijk wanneer een paard geen interesse meer heeft in zijn omgeving, niet reageert op prikkels (geluid, aanbieden van water of eten), met hoofd of hals op een hek of bak steunt en/of zelfs niet meer zelfstandig k an blijven staan en/of gaat liggen op een plaats waar dat niet comfortabel is (natte ondergrond, te krappe ruimte, erg onrustig, halstertouw eigenlijk niet lang genoeg om te liggen). 3. Controlepunt van toepassing bij al dan niet toelaten op de markt en tijdens het verblijf op de markt: de mate van uitputting van een paard. Verwondingen Verwondingen (meer dan een oppervlakkig schaafwondje) zijn een directe aantasting van het welzijn van het paard. Verwondingen kunnen allerlei oorzaken hebben zoals uitstekende of losse delen in de omgeving of gedrag van soortgenoten.

Verwondingen RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 24 kunnen voor vertrek naar de markt ontstaan zijn, tijdens het transport of op de markt. Paarden die met ernstige verwondingen worden aangevoerd, dienen niet op de markt te worden toegelaten . V erwondingen die op de markt ontstaan , moeten direct adequaat worden behandeld. 4. Controlepunt van toepassing bij al dan niet toelaten op de markt en tijdens het verblijf op de markt: verwondingen bij het paard. Afwijkende voedingstoestand Een sterk vermagerd paard of een paard in een zeer overmatige voedingstoestand hoort niet op een paardenmarkt. In het kader van een paardenmarkt gaat het vaak meer om de publieke opinie dan om een acuut probleem op de dag van de markt, waarbij in deze opinie te dun eerder een probleem is dan te dik. Voor d e beoordeling van de voedingstoestand kan bij de ingangscontrole gebruik gemaakt worden van de methodiek voor het bepalen van een Body Co ndition Score (BCS). In deze methodiek is aangegeven welke aspecten beoordeeld moeten worden en wat afwijkend is. 5. Controlepunt van toepassing bij al dan niet toelaten op de markt: voedingstoestand van het paard. Problemen met het ademhalingsapparaat In rust hebben gezonde paarden een ademhalingsfrequentie van 8 -14 ademhalingen per minuut. Een hogere ademhalingsfrequentie kan verschillende oorzaken hebben.

Bij een hoge omgevingstemperatuur, opwinding en inspanning, maar ook bij pijn en koorts, is de ademhalingsfrequentie hoger. Chronische aandoeningen van het ademhalingsapparaat zijn nogal eens reden om afscheid te nemen van een paard en het dier dus bijvoorbeeld op een paardenmarkt te verkopen. Klinische symptomen van problemen met het ademhalingsapparaat zijn onder meer hoesten, neusuitvloeiing, kortademigheid en een verminderd uithoudingsvermogen. Acuut zieke dieren met vieze neus en fors hoesten en echt benauwde dieren horen niet thuis op een paardenmarkt. 6. Controlepunt van toepassing bij al dan niet toelaten op de markt en tijdens het verblijf op de markt: problemen met het ademhalingsapparaat Afwijkende locomotie Aandoeningen van het bewegingsapparaat komen veelvuldig voor bij het paard en zijn de belangrijkste reden voor onbruikbaarheid. Deze paarden worden nog al eens aangeboden op een paardenmarkt als slachtpaarden. Paarden die in stap al duidelijk kreupel zijn horen niet thuis op een paardenmarkt. Ataxie (lopen als een dronkenman) is ook een afwijking van het bewegingsapparaat. Het is niet in te schatten of een paard zich bij atactisch lopen RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 25 wel of niet zelf ongemakkelijk voelt, maar als een paard in stap al zic htbaar atactisch is, is de kans op omvallen aanwezig.

Paarden die in stap al duidelijk atactisch zijn horen niet op een paardenmarkt thuis. 7. Controlepunt van toepassing bij al dan niet toelaten op de markt en tijdens het verblijf op de markt: locomotie van het paard. Afwijkend gedrag Onder suboptimale omstandigheden kunnen paarden afwijkend, ongewenst of agressief gedrag laten zien. Dit is doorgaans een directe uiting van mentale stress. Verveling en frustratie spelen hierbij een belangrijke rol. Op ee n paardenmarkt zullen dwangmatig schrapen, graven en likken nog al eens worden gezien, ook bij paarden die zich op een stal of in de wei normaal gedragen. Stereotypieën zoals weven, kribbebijten en luchtzuigen zijn ook een uiting van frustratie van het paard maar hebben zich doorgaans al voor het aanbieden op de markt ontwikkeld en worden lang niet altijd in een drukke omgeving getoond. Het beoordelen van afwijkend gedrag vereist specifieke kennis van en ervaring met het gedrag van paarden. Afwijkend gedrag kan betekenen dat een paard een gevaar kan vormen voor zichtzelf, voor andere paarden of voor de mensen op de markt. Ezels laten ziekte of verminderd welzijn minder snel zien in het gedrag dan paarden en pony's. Daarom is extra aandacht hiervoor bij ezels wenselijk. Tevens hebben ezels minder snel de neiging tot vluchten, maar zullen bij stressvolle situaties eerder de neiging hebben te verstijven en niet te willen bewegen.

Dit wordt in de praktijk vaak verward met koppigheid. 8. Controlepunt van toepassing bij al dan niet toelaten op de markt en tijdens het verblijf op de markt: optreden van afwijkend gedrag dat gevaar oplevert voor het dier zelf of voor zijn omgeving of een duidelijke aanwijzing is voor verminderd welzijn. Rillen en zweten In het gematigde Nederlandse klimaat kunnen paarden over het algemeen goed omgaan met de hier voorkomende temperatuurschommelingen. In extreme gevallen komt de omgevingstemperatuur echter onder de voor het paard kritische waarde en gaat het paard rillen. Onder Nederlandse omstandigheden komt de buitentemperatuur, zeker in de volle zon, eerder boven de kritische waarde en moet het paard via overmatig zweten de lichaamstemperatuur naar beneden brengen. In extreme omstandigheden kan een paard bevangen raken do or de hitte. Rillen en overmatig zweten zijn beide te gebruiken als indicatie voor verminderd welzijn , maar oververhitting is een groter risico dan onderkoeling omdat een paard doorgaans regen en kou goed kan verdragen. Bij ezels ligt RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 26 dit iets anders, zij dienen ook bij regen beschutting of bescherming te krijgen. De vacht van ezels wijkt af van die van paarden, ezels hebben geen waterafstotende onderlaag waardoor ze bij langdurige regen echt nat en koud worden. 9.

Controlepunt van toepassing bij al dan niet toelaten op de markt en tijdens het verblijf op de markt: rillen of overmatig zweten Dehydratie Voor een paard is een goede vochtbalans belangrijk. Symptomen die kunnen wijzen op dehydratie (uitdroging) zijn diepliggende ogen, stugge huid waar bij een plooi lang blijft staan, meer dan 6 uur tussen urineren, erg donkere urine en sufheid (‘paard trekt zich terug in zichzelf’). Ook wordt wel likken aan (metalen) voorwerpen gezien. Een paard dat ernstig gedehydreerd is, wil vaak niet drinken. Dehydratie is een ernstige aantasting van het dierenwelzijn. Omdat ezels nog sneller dan paarden en pony’s de neiging hebben niet te drinken bij afwijkende smaak of kwaliteit van water, behoeft dit punt voor ezels extra aandacht. 10. Controlepunt van toepassing bij al dan niet toelaten op de markt en tijdens het verblijf op de markt: de vochtbalans van het paard moet op orde zijn en dehydratie mag niet voorkomen. Ingreep: couperen staart Ingrepen vormen een aantasting van de integriteit van het dier. Een lichamelijke ingreep is in de Wet Dieren als volgt gedefinieerd: ingreep bij een dier, waarbij de natuurlijke samenhang van levende weefsels wordt verbroken, met inbegrip van het afnemen van bloed en het geven van injecties, en met uitzondering van het doden van een dier. Voor de paardenmarkten is de ingreep ‘couperen van de staart’ relevant.

Het is verboden een staart te couperen, tenzij er een medische reden voor is. De staart is een belangrijk instrument. Het paard geeft met de staart signalen aan andere paarden. De staart beschermt de anus en met name de vulva van de merries en het is een handige vliegenmepper. Daarmee weert het paard niet alleen de vliegen van zijn eigen l ichaam, maar ook van het lichaam van weidegenoten. Er zijn in de Wet Dieren artikelen opgenomen over het uitvoeren van ingrepen en over deelname aan en toelating tot tentoonstellingen of keuringen van dieren die een verboden lichamelijke ingreep hebben ondergaan. Op 22 december 2016 is door het College van Beroep voor het bedrijf sleven onderscheid gemaakt tussen paarden die voor en na 1 december 2016 zijn gecoupeerd. RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 27 11. Controlepunt: Bij paarden met een gecoupeerde staart dient gecontroleerd te worden of aan de wettelijke bepalingen is voldaan. Het couperen van de staart bij paarden is onwenselijk, tenzij er een veterinaire noodzaak voor is. De controlepunten 1 tot en met 11 zijn bepalend om te beoordelen of paard qua gezondheid en gedrag geschikt is om op een markt te verblijven en om getransporteerd te worden zonder dat het welzijn wordt aangetast. De NVWA dient altijd op de hoogte te worden gesteld indien een paard niet wordt toegelaten op de markt.

Daarnaast is het van belang dat registratie plaatsvindt van niet toegelaten paarden. Deze registratie zou moeten bestaan uit de gegevens van het paard (chipnummer, ras, geslacht en leeftijd), van de houder (naam, legitimatienummer) en op welke gronden een paard is geweigerd en welke acties vervolgens zijn ondernomen. Dit wordt opgenomen in een evaluatie van de welzijnssituaties op de paardenmarkt die wordt opgesteld voor het bevoegd gezag (zie ook punt 6 in paragraaf 7.3). 4.3 Omgevingsparameters Omgevingsparameters die bij de zienswijze Paardenmarkten relevant zijn betreffen zowel de periode voor, tijdens als na de paardenmarkt. De omgevingsparameters op de locatie(s) waar de paarden verbleven voordat ze naar de paardenmarkt vervoerd werden zijn medebepalend voor de welzijnsimpact van het verblijf op de markt. In deze paragraaf wordt ingegaan op de omgevingsparameters die relevant zijn op een paardenmarkt en tijdens transport. Aanbieden voer Voor een goede werking van het gehele spijs verteringsapparaat is het van belang dat paarden regelmatig ruwvoer eten. In het wild levende paarden foerageren ruim 16 uur per dag en vasten niet langer dan 4 -6 uur per dag. Bij gebrek aan ruwvoer kunnen onder meer maagzweren en darmzweren ontstaan en kunnen paarden afwijkend gedrag zoals kribbebijten ontwikkelen.

Het niet of onvoldoende gevuld zijn van het maagdarmkanaal met vezelrijk ruwvoer is een aantasting van het welzijn en de gezondheid van paarden. 1. Een potentiële risicofactor voor welzijnsaantasting is het voor langere tijd (> 6 uur) niet beschikbaar zijn van ruwvoer. Aanbieden water Paarden drinken afhankelijk van de situatie (water direct beschikbaar of water wat verder weg) elke 1-2 uur tot 3-4 keer per dag. Paarden hebben per dag afhankelijk van het dieet, de omgevingstemperatuur en de hoeveelheid inspanning (zweten) 2 % tot 10% van hun RDA.2017.036 Zienswijze ‘Paardenmarkten in Nederland - Man en Paard noemen’ 28 lichaamsgewicht (in kg) in liters water nodig. Drachtige en lacterende dieren hebben een wat hogere waterbehoefte . Paarden hebben meerdere drinkmomenten op een dag. De frequentie is mede afhankelijk van de omstandigheden die invloed hebben op de vochtbalans. Onthouding van water langer dan 12 -24 uur leidt tot uitdroging (dehydratie) en onthouding van water langer dan 3 -4 dagen kan afhankelijk van de omstandigheden al tot de dood l eiden. Paarden die uitdrogen hebben grotere kans op problemen zoals uitputting en koliek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/3129e073-fd6c-445e-a018-f9449502dba2?agendaItemId=d83f72c3-f7dc-473f-ade9-5f189efc1e02