Hoofddocument RES 1.pdf
Tekst van het document
Een eerste aanwijzing hiervan is voor de elektriciteitsvraag van woningen en geeft aan dat dit mogelijk zal verdubbe- len in de toekomst. 2 Waterstof maakt hier geen onderdeel vanuit, omdat het geen warm- tebron is maar een veelbesproken (versleepbare) energiedrager die eerst geproduceerd moet worden. Zie paragraaf 7.5 voor de regionale visie en inzet op waterstof. We willen de komende periode verder verdiepen in en regionaal afstemmen over de inzet van bovenlokale bron- nen, namelijk geothermie en duurzame gassen. Andere bronnen zijn overwegend lokaal van aard en zullen op gemeente of wijkniveau ingezet worden, gekoppeld aan de lokale vraag. 8.2 Regionale verdeelafspraken In lijn met het Hoofdlijnenakkoord RES West-Overijssel is voor het onderdeel Warmte een aantal regionale en richtinggevende verdeelafspraken opgesteld. Met als doel om regionaal te komen tot een optimale benutting van de schaars beschikbare duurzame warmtebronnen in de regio West-Overijssel. De bovenstaande verdeelafspraken worden lokaal in het beleid geborgd. Bijvoorbeeld in de lokale Transitievisie Warmte (TVW) of bij de periodieke actualisatie hiervan. In de bouwsteen RSW 1.0 zijn deze verdeelafspraken verder uitgewerkt. 8.3 Regionaal te benutten warmtebronnen Een belangrijk uitgangspunt is het inzetten op een maxi- male benutting van de schaars beschikbare hoogtempera- tuur warmtebronnen.
Voor onze regio heeft dit specifiek betrekking op: geothermie, groen gas en op termijn moge- lijk waterstof. Waterstof, omdat deze energiedrager in de toekomst mogelijk een belangrijke rol kan spelen in de energietransitie. In de bouwsteen RSW gaan we specifiek in op de potentie en mogelijke inzet van deze bronnen. Samenvattend: Geothermie in de kop Noordwest-Overijssel In de kop van Noordwest-Overijssel is momenteel de po- tentie voor geothermie het grootst. Daar wordt nader on- derzocht wat de werkelijke inzet kan zijn én hoe we deze kunnen inzetten als warmtevoorziening in de gebouwde omgeving. Vast is komen te staan dat deze warmte niet is te verplaatsen over de hele regio. In onze RSW stellen we voor dat eventuele afspraken over de inzet en verdeling van geothermiebronnen tussen betrokken gemeenten on- derling gemaakt worden. Dit hoeft niet per definitie altijd een regiobreed vraagstuk te zijn. In andere gemeenten zijn er vanwege beperkte potentie, een te beperkte schaal of aanwezige belemmeringen op dit moment nog geen mogelijkheden voor geothermie. Een belangrijke belem- mering in dit kader is de grondwaterbeschermingszone, waarin de toepassing van geothermie niet is toegestaan. Groen gas potentie omzetten naar geproduceerde kuubs In de regio West-Overijssel hebben we de groen gas potentie per gemeente in beeld gebracht.
Uit deze bereke- ning volgt dat er een aanzienlijke economische potentie is voor groen gas in West-Overijssel; deze potentie zit 1. Altijd en eerst inzetten op energiebesparing. 2. Optimale benutting van de bestaande (aardgas)infrastructuur. 3. Hergebruiken van het beschikbare warmteaanbod. 4. Inzetten op maximale benutting van schaars beschikbare hogetemperatuur warmtebronnen (geothermie en duurzame gassen). 5. Inzet van houtige biomassa in lijn met landelijk duurzaamheidskader. De provincie Overijssel heeft besloten om een pas op de plaats te maken en beraadt zich op nieuw beleid voor biomassa. 6. Maatschappelijk kostenefficiënte inzet van duurzame warmtebronnen. Afspraak: regionale verdeelafspraken warmte 31 30 vooral in mestvergisting. Om deze potentie om te zetten in geproduceerd groen gas zijn in principe twee routes denkbaar: kleinschalige vergisting in een lokale setting of grootschalige centrale (industriële) vergisting. We hebben regionaal afgesproken de aanwezige potentie te benutten en te onderzoeken hoe de productie verder kan worden opgeschaald vanuit genoemde routes. We werken regio- naal samen in het wegnemen van eventuele belemmerin- gen of creëren de benodigde voorwaarden vooraf, zodat we hierin een daadwerkelijke versnelling realiseren. We hebben als doel dat lokale productie ook moet leiden tot lokaal profijt.
Waterstof kan op termijn een belangrijke rol spelen Waterstof is geen warmtebron, maar een veelbesproken energiedrager. Groene waterstof wordt geproduceerd met gebruik van groene elektriciteit, waarbij wel altijd een deel van de energie verloren gaat in het productieproces. In deze RSW zijn nog geen afspraken te maken over de inzet van waterstof in de regio, daarvoor dient eerst de productie te worden opgeschaald en meer duidelijkheid te zijn in de uiteindelijke rol van waterstof in ons energiesys- teem. Wel stellen we voor om als regio goed verbinding te houden met lokale initiatieven rondom waterstof voor warmte en/of mobiliteit (zoals de waterstofhub Hessen- poort en Eeserwold) en regionaal in te zetten op de aan- sluiting op de waterstof backbone. Waar mogelijk werken we samen aan kennis- en technologieontwikkeling, om zo tijdig voorbereid te zijn als de ontwikkeling van waterstof in de toekomst een vlucht neemt. 8.4 Energiebesparing inzichtelijk maken Energiebesparing is de eerste stap in verduurzaming. Hoewel in de RES het zwaartepunt ligt bij het duurzaam opwekken en de warmtetransitie, is besparing een thema dat beide transities raakt. Vanuit het Klimaatakkoord zijn aan de RES’en geen specifieke doelstellingen voor energiebesparing meege- geven en op landelijk niveau zijn deze onderdeel van het klimaatakkoord.
De algemene landelijke afspraak in het Klimaatakkoord op dit punt is dat zowel burgers als ge- meenten zoveel mogelijk ‘ontzorgd’ worden. In Overijssel werken gemeenten en provincie op dit onderwerp samen in onder andere de Energieloketten 3.0. Landelijk wordt voor de gebouwde omgeving de energiebe- sparing bijgehouden door het CBS in de klimaatmonitor (zie onderstaande figuur) 8. Regionale Structuur Warmte 8.5 Regionale samenwerking warmte Naast de hierboven beschreven onderwerpen is er nog een aantal knelpunten en vraagstukken die we niet lokaal (in de TVW) op kunnen lossen. We zetten daarom ook na vaststelling van de RSW 1.0 in op regionale samenwerking ten behoeve van benutting van de (boven)regionale duur- zame warmte en de ontwikkeling van instrumentarium en financiering die daarvoor benodigd is. Regionale samenwerking om doelen te realiseren Om de doelen die we vaststellen te realiseren, spreken de partners zich uit voor regionale samenwerking op de volgende onderwerpen: • Energiebesparing door middel van de professionalise- ring van de energieloketten. • Verdere afstemming van de wederzijdse beïnvloeding van verschillende energiesystemen. • Kennisontwikkeling op de onderwerpen: groen gas, geothermie, waterstof en aquathermie. • Innovaties in bronnen en opslag blijven volgen. • Verkenning regionaal of gemeentelijk energie- en warmtebedrijf.
• Doorontwikkeling RSW van 1.0 naar 2.0. Energieverbruik Gebouwde Omgeving Overijssel, TJ Bron: meerdere bronnen | 2012 - 2019 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 40.000 32.000 24.000 16.000 8.000 0 Woningen Commerciële dienstverlening Publieke dienstverlening 33 32 In de RES-regio West-Overijssel hanteren we de regionale doelstelling van minimaal 50% lokaal eigendom voor de projecten wind en grootschalige zon* op land in 2030. Gemeenten kunnen desgewenst in het lokaal beleid een hoger percentage vaststellen. *Grootschalige zon is alles boven de 15 kWp. Dit is ook de definitie die het Klimaatakkoord hanteert voor zon-op- dak. Met lokaal eigendom bedoelen we dat een collectief van lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven gezamenlijk (mede-)eigenaar zijn van zon- of windprojecten. Gemeenten kunnen lokaal streven naar een hoger percentage. Concreet streeft de RES-regio West-Overijssel ernaar om in 2030 minimaal 0,589 TWh in lokaal eigendom gerealiseerd te hebben. Dit is 50% van het aandeel zon-op-land en wind uit het totale bod van 1,8 TWh. In de monitoringstool die voor de RES West-Overijssel is opgezet, krijgt het aandeel TWh dat in lokaal eigendom is gerealiseerd een plek. Het aantal TWh dat valt onder de doelstelling voor realisatie in lokaal eigendom is afhankelijk van de ener- giemix (de keuze tussen de hoeveelheid zonne- en windenergie).
Als er verschuivingen zijn in het aandeel zon-op-land of wind bij de herijkingen van de RES, dan verschuift het streefgetal van aantal TWh in lokaal eigendom daarin mee. Om de doelstelling minimaal 50% lokaal eigendom te borgen, spreken we af dat in de fase tot de RES 2.0: A. Elke gemeente in West-Overijssel lokaal eigendom borgt in het lokale beleid. De Menukaart Beleidskader Lokaal Eigendom (zie bouwsteen Lokaal Eigendom) faciliteert dit borgingsproces. Daarbij leggen we waar dat nodig of wenselijk is ook de link naar de Omgevingswet. B. De RES-regio, het provinciale programma Nieuwe Energie Overijssel en Natuur en Milieu Overijssel (blijven) samenwerken aan de ondersteuning, versterking en professionalisering van de lokale energie-initiatieven in West-Overijssel, zodat zij de rol die zij op willen pakken in het realiseren van lokaal eigendom, ook op kunnen pakken. Doelstelling: minimaal 50% lokaal eigendom9. Lokaal Eigendom In de concept-RES staat dat de RES-regio West-Overijssel streeft naar minimaal 50% lokaal eigendom. Vanaf septem- ber 2020 tot en met april 2021 heeft de RES-regio dit streven nader uitgewerkt tot de doelstelling van minimaal 50% lokaal eigendom. Allereerst hebben we voor iedereen die betrokken is bij de RES West-Overijssel een webinar Lokaal Eigendom georganiseerd waarin we het hoe en waarom van lokaal eigendom uitlegden.
Zo kwam iedereen op hetzelfde informatieniveau. Na dit webinar hebben we gesprekken gevoerd met ambtenaren, volksvertegenwoordigers, de adviesraad en de bestuurders over wat lokaal eigendom is, wanneer er sprake is van lokaal eigendom (en wanneer niet) en wat men ermee wil bereiken. Zo kwamen we tot een gemene deler over wat wij in onze RES-regio onder lokaal eigendom verstaan. Vervolgens hebben we de rapportage ‘Keuzes en scena- rio’s Lokaal Eigendom’ (zie bouwsteen Lokaal Eigendom) opgesteld. In deze rapportage leggen we drie varianten voor om lokaal eigendom te realiseren: • De kaderstellende gemeente (lokaal eigendom vastleggen in beleid en het daarna overlaten aan de markt). • De stimulerende gemeente (uitnodigingsplanologie of maatschappelijke tender). • De ontwikkelende gemeente (de gemeente zelf als de ontwikkelende partij). Het merendeel van de bestuurders in onze RES-regio kiest voor het scenario ‘de stimulerende gemeente’. In de ‘Menukaart Beleidskader Lokaal Eigendom’ (zie bouwsteen Lokaal Eigendom) hebben we per scenario beleidsteksten opgenomen waarmee gemeenten de doelstelling voor lokaal eigendom kunnen borgen in lokaal beleid. 9.1 Regionale doelstelling: minimaal 50% lokaal eigendom Lokaal eigendom is belangrijk om voldoende maat- schappelijke acceptatie te realiseren voor de realisatie van grootschalige zonneparken en windmolens.
De ambities van enkele gemeenten gaan verder dan in de concept-RES, soms met een streven naar 100% lokaal eigendom. De revenuen in de lokale gemeenschap hou- den en zeggenschap voor inwoners zijn voor West-Overijs- sel belangrijke onderdelen van dat lokaal eigendom die in energieprojecten goed geborgd moeten zijn. Lokale vertaling Elke gemeente in de RES-regio West-Overijssel bepaalt zelf of de doelstelling minimaal 50% lokaal eigendom per project beoordeeld wordt of over het geheel van het door deze gemeente uitgebrachte bod. Lokaal eigendom door energiecoöperaties Per 1 januari 2021 is ca. 60 GWh aan zonne- en windener- gie in West-Overijssel in lokaal eigendom gerealiseerd (boven de 15KWp) door energiecoöperaties. De ener- giecoöperaties werken momenteel (voorjaar 2021) aan 40 nieuwe projecten die gezamenlijk goed zijn voor een jaarlijkse opwek van 390 GWh. De energiecoöperaties zijn nu betrokken bij circa 25% van de totale ambitie van 1,8 TWh grootschalige opwek. De coöperaties verwachten in deze projecten gemiddeld 75% aan lokaal eigendom te realiseren. Deze cijfers laten zien dat de energiecoöperaties in West-Overijssel hun aandeel willen en kunnen nemen in het realiseren van windenergie en grootschalige zon- op-veld. Al zijn er wel lokale verschillen en zijn niet in elke gemeente sterke, professionele energiecoöperaties aanwezig. 35 34 9.
Lokaal Eigendom Duiding lokaal eigendom Met lokaal eigendom bedoelen we een collectief van lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven die gezamenlijk (mede-)eigenaar zijn van zon- of windprojec- ten. Dit kan een wijk, buurt of dorp zijn die zich verenigd om een zon- of windproject te realiseren, een collectief van lokaal gewortelde agrariërs of bedrijven of een lokale energiecoöperatie. Het gaat in West-Overijssel wel om een collectief: één lokale agrariër of één lokaal bedrijf dat een zon- of windproject zelfstandig realiseert zonder daar de omgeving van mee te laten profiteren in de opbrengsten beschouwen we niet als lokaal eigendom. ‘Lokaal geworteld’ is een gangbare definitie in de ruimte- lijke ordening. Als definitie hanteren we de definitie van de provincie Overijssel: ‘bedrijven die hun oorsprong óf verzorgings- gebied hebben of vinden in de gemeente of kern waar ze gevestigd zijn of zich vestigen én toegevoegde waarde bie- den aan de sociaaleconomische structuur/voorzieningen.’ Binnen deze kaders bepaalt iedere gemeente zelf wat als lokaal gezien wordt. Een gemeente(raad) kan ervoor kie- zen dit af te wegen per project en initiatiefnemer of hier een aantal criteria aan verbinden in het (energie)beleid.
Waar we in dit hoofdstuk spreken van lokale initiatieven of lokale energie-initiatieven (LEI’s) bedoelen we niet alleen energiecoöperaties, maar ook wijk- of buurtverenigingen, een collectief van agrariërs, een collectief van lokaal gewortelde bedrijven of een combinatie van deze collectieven. Naast zeggenschap en de revenuen in de gemeenschap houden is een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten belangrijk. Lokaal eigendom sluit andere vormen van financiële participatie niet uit. Ook bij projecten die in lokaal eigendom worden gerealiseerd zullen keuzes gemaakt moeten worden over grondvergoedingen, om- wonendenregelingen, het instellen van een gebiedsfonds of inwoners de mogelijkheid bieden te investeren in het project. 9.2 Afspraken over rollen en verantwoordelijkheden Om de doelstelling van minimaal 50% lokaal eigendom te realiseren spreken we de volgende rolverdeling en verant- woordelijkheden af. Rolverdeling Gemeenten Gemeenten staan aan de lat om lokaal eigendom in hun gemeenten te stimuleren, te faciliteren of zelf te realise- ren en te borgen in hun beleid. Provincie Overijssel De provincie ondersteunt de gemeenten bij hun stimu- lerende en faciliterende rol en ondersteunt en faciliteert de lokale energie-initiatieven. De focus ligt hierbij op de uitvoering.
De RES-regio De RES-regio ondersteunt het lokale proces en onder- steunt op regioniveau de lokale energie-initiatieven. De focus ligt hierbij op beleid. De lokale energie-initiatieven De lokale energie-initiatieven realiseren energieprojecten in lokaal eigendom. De ca. 8 koplopers onder de ongeveer 40 lokale energie-initiatieven in de regio West-Overijssel ondersteunen waar mogelijk andere LEI’s in de regio. In het Plan van Aanpak in de Bouwsteen Lokaal Eigendom stellen deze koplopers een aantal randvoorwaarden waar- onder zij hun rol kunnen opnemen. Verantwoordelijkheden De overheden en de RES-regio in West-Overijssel zetten de volgende middelen in om de doelstelling van minimaal 50% lokaal eigendom te stimuleren en te faciliteren: Gemeenten • Het stellen van duidelijke beleidskaders en/of het hanteren van een heldere uitnodigingsplanologie waarin lokaal eigendom geborgd is en het voeren van de dialoog daarover met de inwoners. • Het stimuleren en faciliteren van lokale initiatieven. • Het stimuleren en ondersteunen van fondsen bij gemeenten en provincie voor lokale initiatieven waar- mee de eerste risicovolle ontwikkelfase gefinancierd kan worden (fase tot financial close). • Ondersteunen van communicatie-uitingen van lokale initiatieven, bijvoorbeeld door deze te verspreiden via de eigen kanalen.
Een gemeentelijke garantstelling voor leningen bij bijvoor- beeld banken die lokale initiatieven in de ontwikkelfase aangaan, is een optie in het gemeentelijk instrumentarium die gemeenten in kunnen zetten als dat financieel mo- gelijk is. In het Plan van Aanpak in de bouwsteen Lokaal Eigendom worden mogelijkheden genoemd die gemeen- ten in kunnen zetten om lokaal eigendom te stimuleren en/of te faciliteren. We spreken af dat we op weg naar de RES 2.0 gezamen- lijk onderzoeken over welke instrumenten we regionale afspraken kunnen maken, zodat we de doelstelling voor lokaal eigendom zo optimaal mogelijk kunnen ondersteu- nen, ook in bovenlokale gebieden waar bijvoorbeeld ener- giecoöperaties samenwerken. We brengen daarbij per instrument de (on)mogelijkheden en de voor- en nadelen van regionale afspraken in kaart. Dit is een belangrijk en noodzakelijk proces voor de energiecoöperaties om hun rol op te kunnen pakken bij het realiseren van de doelstel- ling om minimaal 50% van zon op land en wind in lokaal eigendom te kunnen realiseren. Provincie Overijssel • Ondersteunen gemeenten in hun stimulerende en faciliterende rol. • Voorzetten en uitbreiden huidige ondersteunende activiteiten voor de lokale energie-initiatieven, gericht op de uitvoeringsfase. • Ontwikkelfonds voor lokale energie-initiatieven voortzetten en naast zon ook beschikbaar stellen voor windprojecten.
Waterschappen • Samenwerking met en participeren in lokale ener- gie-initiatieven. RES-regio • Ondersteunen van gemeenten bij de beleidsmatige borging van lokaal eigendom. • Ondersteunen en faciliteren van lokale energie-initia- tieven, gericht op beleidsmatige borging in de RES en gemeentelijk beleid. • Signaleren en adresseren van knelpunten in de uitvoering en vertalen naar regionale afspraken en/ of adresseren op landelijk niveau bijvoorbeeld bij het NPRES (waaronder randvoorwaarden zoals benoemd in RES 1.0). • Opzetten van een werkplaats lokaal eigendom, in sa- menwerking met NEO, voor kennisdeling en het delen van ervaringen. 37 36 10. Participatie De energietransitie heeft impact op de directe leefomgeving van iedereen: ons landschap gaat veranderen. Daarom is het belangrijk dat iedereen begrijpt waarom deze energietransitie noodzakelijk is en besluitvorming nodig is. Door zoveel mogelijk mensen te betrekken bij die energietransitie werken we aan maatschappelijke acceptatie. Er zijn verschillende vormen om mensen te betrekken: tijdens het maken van beleidskeuzes (procesparticipatie), maar ook tijdens de uitvoering van het project (projectparticipatie). In die laatste fase zijn eigenaarschap, de ver- deling van de lusten en de lasten en invloed en/of zeggenschap belangrijk.
Zonne- veld Wind Lokale projectparticipatie Inwoners Staphorst Steenwijkerland Zwolle Zwartewaterland Dalfsen Kampen Hoe werken lokale en regionale participatie samen? Raalte Deventer Olst-Wijhe Ommen Hardenberg ? ? Regionale participatie met maatschappelijke partners Lokale beleidsparticipatie Wind of zon? Grensontkennende participatie Zoek- gebieden In de RES-regio West-Overijssel hebben we een aantal afspraken gemaakt over participatie: wat we ermee bedoelen en wie waarvoor aan de lat staat. In het schema op de rechter pagina hebben we die afspraken duidelijk gemaakt. Factsheet Participatie Participatie kent een aantal vormen, waarbij onderscheid te maken is in het type participatie en de fase van de energietransitie: Proces participatie Betrokkenheid van in - woners, ondernemers en maatschappelijke organi - saties bij de ontwikkeling van energiebeleid (bv. bepalen van energiemix en zoekgebieden en/of het bepalen van de kaders voor de opwek van zonne- of windenergie). Project participatie Betrokkenheid van inwoners/ondernemers bij de ontwikkeling en realisatie van een wind- of zonproject. Dat geldt zowel voor de betrokken- heid op het proces (overleg met omwonenden bijvoorbeeld) als meedoen aan het project (financiële participatie of lokaal eigendom).
Financiële participatie Inwoners/ondernemers in - vesteren individueel geld in een ontwikkelproject voor de opwek van duur- zame energie, lopen zelf risico en delen mee in de (rente)opbrengsten. Inwoners/ondernemers hebben geen zeggenschap over het project, ook niet over de besteding van de opbrengsten. € € Lokaal eigendom/ eigenaarschap Inwoners/ondernemers zijn (gedeeltelijk) eigenaar van de installatie van een wind- of zonnepark, meestal in de vorm van een energie-, wijk- of dorpscoöperatie, en hebben zeggenschap over het project, inclusief (een deel van) de opbreng - sten. Daarnaast kan een deel van de opbrengsten via een gebiedsfonds naar de omgeving van het wind- of zonnepark gaan. In de huidige fase van de RES lopen deze vormen van participatie lokaal door elkaar heen: in sommige gemeenten is de procesparticipatie afgerond en is men gestart of bezig met de projectparti- cipatie (al dan niet in een gebiedsproces), in andere gemeenten loopt de procesparticipatie nog voor het ontwikkelen van het energiebeleid, terwijl er tegelijkertijd ook al projectparticipatie plaatsvindt voor lopende initiatieven voor de opwek van zonne- of windenergie. Procesparticipatie Uitgangspunten: • Participatie in een zo vroeg mogelijk stadium, om zo de maatschappelijke acceptatie te vergroten.
• De participatie vindt plaats op het hoe, waarom en waar en vanuit de heldere boodschap over de omvang van de opgave waar we binnen West-Overijssel voor staan: die staat vast. • Vooraf geven de gemeenten heldere kaders mee aan de participanten, over wie waarover beslist (de beslissingsbevoegdheid ligt bij de bevoegde bestuurlijke organen binnen het samenwerkingsverband RES). • We stemmen participatie-activiteiten vooraf met elkaar af, waarbij we steeds de brug slaan tussen het lokale proces en het gezamenlijke proces op regioniveau en we delen ervaringen met elkaar. Afspraken startnota/communicatie- en participatiestrategie Participatie met inwoners = gemeente = lokaal Participatie met maatschappelijke organisaties = RES-organisatie = regionaal 39 38 10. Participatie Procesparticipatie op lokaal niveau participatietraject met inwoners en andere lokale stakeholders doorlopen op de zoekgebieden voor zon en wind, zoals die zijn opgenomen in de concept-RES. Dit is veelal in het kader van een lokale energievisie (en daarmee het lokale aandeel in het bod van de concept-RES) gebeurd. Daarnaast zijn er gemeenten die nu middenin dat proces zitten of nog starten.
Inwonersparticipatie Procesparticipatie afgerond Procesparticipatie lopend Procesparticipatie nog niet gestart Gemeente Kampen, Olst-Wijhe, Steenwijkerland, Zwolle Deventer, Hardenberg, Ommen, Raalte Dalfsen, Staphorst, Zwartewateland Procesparticipatie op regionaal niveau De procesparticipatie op regionaal niveau focust zich op het maatschappelijk middenveld, de energie- coöperaties en de jongeren. De partijen zijn op regionaal niveau op de volgende manieren betrokken: Maatschappelijke participatie Wie? Doel Adviesgroep RES West-Overijssel NMO, LTO, VNO-NCW, BEON, Salland Wonen en energiecoöperaties. Binnen - kort wordt Jong RES* toegevoegd. De adviesgroep adviseert het bestuur- lijk platform over de inhoud van de RES en brengt hun belangen in het RES- proces. Regionale bijeenkomsten: werk- ateliers & conferenties Adviesgroep + Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Landschap Over- ijssel, IJssellandschap, Gebiedscoöpe- ratie IJsseldelta, Overijssels Parti- culier Grondbezit (OPG), Overijsselse Vereniging voor Kleine Kernen(OVKK), Recron, Gastvrij Overijssel, MKB Regio Zwolle, MKB Deventer, Delta Wonen, Rijkswaterstaat, Vitens, Jong RES het Over- sticht, Sportvisserij, Stichting IJsselland. In regionale werkateliers/conferenties worden maatschappelijke organisaties verzocht input te geven (vanuit belangen + expertise) en mee te denken over de inhoud van de RES.
Deelname aan ambtelijke werk- groepen RES West-Overijssel Adviesgroep + bovenstaande maat- schappelijke organisaties zijn uit- genodigd deel te nemen aan de RES 1.0 werkgroepen: Elektriciteit, Netwerk, Warmte, Ruimtelijke Kwaliteit, Participatie, Lokaal Eigendom, Sturing & Samenwerking. Deelname aan de werkgroepen betekent mee-ontwikkelen van de RES 1.0 op basis van kennis/expertise (coproduceren). 10.1 Maatschappelijke acceptatie In West-Overijssel spreken we liever van maatschappelijke acceptatie in plaats van maatschappelijk draagvlak. Het gaat erom dat mensen begrijpen wat we doen, waarom we het doen en hoe we het doen. Ze hoeven het dan nog steeds niet eens te zijn met bepaalde besluiten en maat- regelen, maar begrijpen die wel. Maatschappelijke acceptatie voor West-Overijssel: • Begint bij kennis en bewustzijn: weten wat er speelt en waarom. • Begint ook bij openheid en transparantie in het proces. • Iedereen is serieus genomen. • Er is begrip voor het genomen besluit. • Bestuurders kunnen het besluit uitleggen. • De mate van invloed door betrokkenen heeft effect. Daarom hebben we, ondanks de verschillen, een categori- sering aangebracht. Deze categorisering is gebaseerd op de huidige situatie en zegt dus niets over de toekomstige ontwikkelingen en aanpak.
We zien drie hoofdcategorieën in de aanpak van de elf gemeenten: • Gemeente aan zet: gemeente bepaalt zoekgebieden of uitsluitingsgebieden, daarna gesprek met inwo- ners, beleidskader wordt vastgesteld door gemeente en dan volgt de uitvoering door initiatiefnemers. Gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg (met om- gevingsadviesraad), Kampen (uitsluitingsgebieden), Olst-Wijhe (met uitnodigingskader met omgevingsad- viesraad), Ommen (met uitnodigingskader), Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle. • Gemeente en samenleving aan zet: gemeente start met gesprek inwoners en bepaalt samen met in- woners de beleidskaders, jaagt initiatieven aan en uitvoering gebeurt samen met inwoners (in dit model worden dus vooraf geen zoekgebieden vastgesteld door de gemeente). Gemeente: Raalte. • Samenleving aan zet: gemeente stelt kaders, gebied komt zelf met bod en voert dat bod uit. Gemeente: Zwolle (Tolhuislanden). Op de participatiekaart (zie bijlage Participatiekaart) is per gemeente inzichtelijk gemaakt: • Welke procesparticipatie plaatsvond in de beleidsfase en de belangrijkste uitkomsten van die proces- participatie. • Welke projectparticipatie plaatsvond per zoekgebied en de belangrijkste uitkomsten van die project- participatie. • Of een zoekgebied is vastgesteld door de gemeente- raad. • De projectaanpak voor elk zoekgebied (indien bekend).
Binnen de RES-regio West-Overijssel richten we het proces zo in dat er een zo hoog mogelijke maatschappelijke acceptatie ontstaat. 10.2 Aanpak lokale participatie Alle gemeenten in West-Overijssel hebben ieder op hun eigen manier een participatietraject met inwoners en an- dere lokale stakeholders doorlopen op de zoekgebieden voor zon en wind, zoals die zijn opgenomen in deze RES 1.0. Dit is veelal in het kader van een lokale energievisie gebeurd (en daarmee ook voor het lokale aandeel in het bod van de RES 1.0). Elke gemeente in West-Overijssel kent een eigen aanpak waar het gaat om participatie. Kijkend vanaf een af- standje, zien we wel een aantal rode draden. 10.3 Aanpak regionale participatie Op regionaal niveau vindt de participatie met maatschap- pelijke organisaties plaats. In het schema op de linker pagina maken we de regionale participatiestructuur inzichtelijk. Op de participatiekaart (zie bijlage Participatiekaart) is inzichtelijk gemaakt: • Welke participatie er op regionaal niveau plaatsvond. • Wat de belangrijkste uitkomsten van die participatie waren. Adviesgroep De adviesgroep heeft zowel op de concept-RES als op het Hoofdlijnenakkoord advies uitgebracht. Beide adviezen zijn bestuurlijk besproken en zijn meegenomen in de doorontwikkeling van onze Regionale Energiestrategie.
Participatie energiecoöperaties Gedurende de afgelopen jaren kwamen veel lokale ini- tiatieven van de grond. Een deel ervan groeide en be- kwaamde zich. Zij realiseerde projecten met hart voor het klimaat en de passie om revenuen lokaal te laten landen. De bestaande LEI’s in West-Overijssel werken samen. Ze delen kennis en ervaring om hun rol op te pakken in het realiseren van lokaal eigendom van zon- en windprojecten in West-Overijssel. Ook ontstaan er samenwerkingsver- banden tussen buurcoöperaties, soms over RES-grenzen heen (zoals tussen Deventer Energie Coöperatie en LochemEnergie bijvoorbeeld). Er is een kopgroep van acht energiecoöperaties waarmee overleg plaatsvindt over de RES West-Overijssel. Vertegen- woordigers van vier van deze acht coöperaties vormen de werkgroep LEI’s. Deze werkgroep werkt actief mee in bijvoorbeeld de werkgroep Lokaal Eigendom, draagt bij aan regionale bijeenkomsten en één van deze vier werk- groepleden is lid van de adviesgroep. 41 40 De ongeveer 40 LEI’s in West-Overijssel worden periodiek uitgenodigd om bij te praten over de RES West-Overijs- sel. Door corona hebben die bijeenkomsten het laatste jaar niet plaatsgevonden. We hebben op andere manie- ren energiecoöperaties op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in de RES.
Ook zijn er vanuit de RES-regio twee webinars georganiseerd voor (onder andere) de lokale energie-initiatieven: één over lokaal eigendom en één over samenwerking tussen lokale energie-initiatieven. Jongerenparticipatie In het proces van het verduurzamen van de energievoor- ziening speelt de mening van de jongeren uit de regio een belangrijke rol. De jongeren en jongvolwassenen die nu 18 tot 35 jaar oud zijn, hebben in 2030 een leeftijd van 27 tot 44 jaar. De gevolgen van de keuzes die we nu maken voor wind- en zonne-energie, vinden voor het overgrote deel plaats in het werkende leven van deze doelgroep. Die keuzes hebben direct effect op hun levensstijl en leefomgeving. Dit is de aanleiding voor het oprichten van Jong RES: jongeren uit de regio mee laten praten over de afwegingen die we samen maken in de RES. Sinds november 2020 neemt Jong RES deel aan de ad- viesgroep RES West-Overijssel. De organisatie van Jong RES West-Overijssel bestaat uit jongeren woonachtig in de regio en is nog groeiende. De organisatie probeert op verschillende manieren jongerenparticipatie in de RES te organiseren. Want dat een groot deel van de jongeren in de regio interesse hebben in duurzame energie bleek wel uit een onderzoek onder jongeren over dit thema, uitge- voerd in opdracht van het Nationaal Programma RES.
Maar liefst 89% van de jongeren in West-Overijssel is er positief over dat we steeds meer duurzame energie gebruiken in Nederland. Daarbij zijn zij met name voor het gebruik van zonnepanelen op daken, maar vinden het deels ook goed als er zonnepaneelvelden (55%) en wind- molens (46%) worden bijgeplaatst in de regio. Wel willen jongeren later liever niet meer betalen voor duurzame energie. Ook willen ze graag digitaal of via hun opleiding betrokken worden over dit thema, in plaats van via klein- schalige fysieke bijeenkomsten. Liever dus geen bewo- nersavond voor de jongvolwassene, maar een enquête of inspraak via social media. Jongeren uit de regio hebben dus zowel een mening, als wensen wanneer het gaat over de opwek van duurzame energie. Daarom zetten we het initiatief om jongeren actief bij de RES West-Overijssel te betrekken, ook door richting de RES 2.0. Het doel en de ambitie is om richting en na de RES 2.0 jongeren op regionaal niveau structureel te betrekken en te bevragen over de belangrijke keuzes die nog komen. Hiervoor willen wij een jongerenpanel oprichten, welke vertegenwoordigers kent vanuit de ver- schillende plaatsen en sectoren uit de regio. Denk hierbij aan jongvolwassenen uit de agrarische sector, jonge zelfstandige ondernemers of studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs.
In de periode naar de RES 2.0 wordt door Jong RES, in samenwerking met de RES-or- ganisatie, uitgewerkt hoe we dit jongerenpanel inrichten. Regionale doelstellingen en afspraken In West-Overijssel hebben we op regionaal niveau de doelstelling van een gebiedsgerichte en grensontken- nende participatie bepaald. En hebben we met elkaar afgesproken dat de regionale participatiestructuur die we de afgelopen jaren hebben opgebouwd, ook de komende jaren blijft bestaan. Regionale participatie Deze afspraak is gericht op de beleidsmatige (door)ont- wikkeling van de Regionale Energiestrategie in West-Over- ijssel. De afgelopen twee jaar hebben we in West-Overijs- sel een regionale participatiestructuur opgebouwd met het maatschappelijke middenveld, de energiecoöperaties en Jong RES. Deze maatschappelijke partners leveren een belangrijke bijdrage aan de totstandkoming van de RES 1.0, zowel in het proces als inhoudelijk. Vanuit de RES 1.0 hebben we een aantal thema’s die op regionaal niveau verder uitgewerkt moeten worden. Daarnaast vindt er tweejaarlijks een herijking van de RES plaats. We vinden het belangrijk dat de maatschappelijke partners ook in deze fase opnieuw hun bijdrage kunnen leveren. Dat geldt zowel voor het beleidsmatige deel van de doorontwikkeling en herijking naar de RES 2.0 als voor de uitvoering van de concrete projecten.
Om ook de gezondheidsaspecten mee te nemen in deze fase zal in overleg met de GGD tot een specifieke invulling van de ad- viesfunctie worden gekomen respectievelijk tot condities waardoor zij deel kunnen nemen aan de adviesgroep. 10. Participatie Voor de realisatie van windmolens en grootschalige zonneparken streven de gemeenten in de RES-regio West-Overijssel naar een gebiedsgerichte en grensontkennende aanpak. A. Voorafgaand aan de start van participatietrajecten maken buurgemeenten afspraken over het betrek- ken van inwoners bij energieprojecten in de grensgebieden van hun gemeente. B. Dit streven borgen we in het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. Het is aan elke gemeente afzonderlijk of aan de samenwerkende gemeenten in een sub-regionaal zoekgebied om te bepalen hoe die gebiedsgerichte en grensontkennende aanpak in die gemeente of in dat bovenlokale zoekgebied wordt ingericht. Doelstelling: gebiedsgerichte en grensontkennende aanpak A. We handhaven in de fase na de RES 1.0 de regionale participatiestructuren en bedden die goed in in het bestuurlijk proces van dooront- wikkeling en herijking van de RES 1.0 naar de RES 2.0 en in de uitvoering van de RES. B. We zorgen daarbij voor een goede verbinding tussen het beleidsmatige proces en de uitvoering.
Afspraak: handhaven regionale participatiestructuur 10.4 Gebiedsgerichte en grensontkennende participatie Deze doelstelling is gericht op de projectfase en daarmee op de uitvoering van de Regionale Energiestrategie in West-Overijssel. De mate waarin en de manier waarop inwoners en onder- nemers in een zoekgebied betrokken zijn bij de realisatie van een zon- of windproject is van cruciaal belang voor de mate van maatschappelijke acceptatie. Veel projecten komen in subregionaal verband tot stand of worden subregionaal afgestemd. 43 42 Belang van gebiedsgerichte en grensontkennende participatie Om de afgesproken doelen in de Regionale Energiestrate- gie van West-Overijssel tijdig te kunnen realiseren, is loka- le maatschappelijke acceptatie van zon- en windprojecten van groot belang. Daarbij is de manier waarop inwoners en ondernemers betrokken zijn bij de realisatie van die wind- en zonprojecten bepalend. Het gaat daarbij niet alleen om de direct omwonenden, maar om een bredere groep mensen wiens directe leefomgeving geraakt wordt door het project. Een gemeentelijke grens is niet zicht- baar, maar een windmolen of een zonneveld natuurlijk wel. Wanneer inwoners aan de ene kant van de grens niet mee kunnen praten en/of mee kunnen doen, terwijl ze wel een ingreep ervaren op hun directe leefomgeving, kan dat ook tot verminderde maatschappelijke acceptatie of weerstand leiden.
De praktijk leert dat participatietrajecten in de grensstreek van gemeenten beïnvloed worden door de manier waarop de buurgemeente met hun inwoners omgaat. Inwoners le- ven in een lokale gemeenschap, weten soms letterlijk niet waar de gemeentegrens precies loopt. Als een deel van de inwoners in zo’n gemeenschap in hetzelfde energiepro- ject anders benaderd wordt dan het andere deel van de gemeenschap omdat buurgemeenten verschillende aan- pakken kennen, dan leidt dit tot onbegrip en frustratie. Dit kan de maatschappelijke acceptatie in het hele gebied negatief beïnvloeden en daarmee gevolgen hebben voor de uitvoering van de energieprojecten. In een bovenlo- kaal zoekgebied zijn deze risico’s zo mogelijk nog groter, omdat dan de intergemeentelijke samenwerking (of een mogelijke samenwerking tussen energiecoöperaties) onder druk kan komen te staan. Gebiedsgerichte en grensontkennende aanpak Een gebiedsgerichte aanpak houdt in dat alle omwonen- den in een zoekgebied of in een brede omtrek rondom een projectlocatie actief worden uitgenodigd om mee te praten en mee te doen. Gezamenlijk maken de ontwikke- laar(s) en de inwoners/ondernemers in het gebied afspra- ken over locatie, inpassing, investeringen in het gebied en wijze van financiële participatie/lokaal eigendom.
Door ruimte te bieden aan alles wat er speelt in dat gebied, kan er gezamenlijk gezocht worden naar de meest optimale verdeling van de lasten en de lusten in het gebied. Een grensontkennende aanpak houdt in dat inwoners op gebiedsniveau worden betrokken bij de realisatie van het project en niet alleen de inwoners binnen gemeen- tegrenzen, RES-grenzen of nationale grenzen. Dit vraagt afstemming en samenwerking met medeoverheden. Door grensontkennende mogelijkheden te bieden aan inwoners om mee te denken en te doen aan concrete projecten, leggen we een fundament voor financiële participatie aan weerszijden van een grens. Zodra plannen overgaan naar concrete projectlocaties start de gebiedsgerichte en grensontkennende aanpak. Deze aanpak is goed te borgen in lokaal beleid: De passieve/kaderstellende gemeente stelt aan initiatief- nemers voor windmolens en grootschalige zonneparken de eis dat zij een gebiedsgerichte aanpak hanteren bij het realiseren van het wind- of zonproject en toetst of dit gebeurt. De stimulerende gemeente (uitnodigingskader of maat- schappelijke tender) neemt gebiedsgericht werken op in de aanbestedingsvoorwaarden voor het vergunnen van een wind- of zonproject en toetst hierop bij de selectie. De ontwikkelende gemeente richt zelf de gebiedsgerichte aanpak in en voert die ook zelf uit.
Voor het grensontkennend werken kunnen de volgende vuistregels gehanteerd worden: 1. Contact leggen met de buurgemeente voordat realisa- tie van projecten start en afspraken maken over hoe je elkaar informeert, op de hoogte houdt en samen- werkt, inclusief de externe communicatie en het betrekken van de gemeenteraden. 2. In de optimale situatie werk je naar een grensover- schrijdend communicatie- en participatieplan. 3. Deze afspraken meenemen in overleg met de initiatiefnemer en eventueel afspraken vastleggen in duurzaamheidsbeleid. Rol gemeenteraden Het is aan volksvertegenwoordigers om voorafgaand aan een participatieproces kaders mee te geven en om achteraf te controleren of participatie naar behoren heeft plaatsgevonden. Daarmee hebben volksvertegenwoordi- gers een duidelijke rol in de manier waarop participatie plaatsvindt. De omvang van de afspraken hangt af van de impact die het project heeft aan de andere kant van de gemeentegrens. Als er tien woningen zicht hebben op het project, is de rol van de raad beperkter dan wanneer het een hele wijk of buurtschap betreft. Aangezien inwoners gebiedsgericht en grensontkennend betrokken zullen worden bij de concrete planvorming van energieprojecten, is het belangrijk om voorafgaand aan het traject heldere afspraken te maken over de rol van volksvertegenwoordigers aan weerszijden van een gemeentelijke grens.
Deze rol hangt samen met de omvang en de impact die het energieproject heeft. Het is in ieder geval van belang elkaar tijdig te informeren en waar nodig te raadplegen. 10. Participatie Voorbeeld uit de praktijk van West-Overijssel Op het grondgebied van gemeente X is een ini- tiatief om een zonnepark te ontwikkelen in de omgeving van dorp A. Dwars door dorp A loopt een gemeentegrens: aan de ene kant de inwoners van gemeente X (bevoegd gezag) en aan de andere kant van de weg wonen mensen in gemeente Y. Gemeente X start een informatietraject voor inwo- ners over het zonneparkproject. Ze stelt een brief op en verspreidt die huis-aan-huis in dorp A. Nu ontstaat de situatie dat de inwoners van gemeente X aan de ene kant van de straat geïnfor- meerd worden over het zonneparkproject, terwijl de inwoners aan de andere kant van de straat diezelfde informatie niet ontvangen omdat zij in ge- meente Y wonen. Voor de dorpsbewoners zelf is de gemeentegrens niet relevant: zij zijn een gemeen- schap en leven met elkaar als buren in een dorp. Gemeente X realiseert zich dat de aanpak vanuit de eigen gemeentegrenzen alleen niet verstandig is en neemt contact op met gemeente Y om afspraken te maken over de communicatie en participatie in het vervolgtraject. Zonne- veld Wind ? 45 44 11. Communicatie Visie De externe communicatie rondom de RES 1.0 pakken we net zo op als de RES zelf: van onderop.
De gemeenten staan in onze regio aan de lat voor de communicatie met de inwoners over de RES. Op regionaal niveau maken we gezamenlijk heldere en eenduidige informatiemiddelen over de RES en de energietransitie in West-Overijssel. De verspreiding van deze informatie en materialen via de eigen lokale kanalen is de verantwoor- delijkheid van de gemeenten, provincie, de waterschap- pen en de netbeheerders. In lijn met onze opbouw van onderop, hebben we op regioniveau naast de website www.reswestoverijssel.nl geen andere communicatieka- nalen. In onze communicatie hanteren we de volgende uitgangs- punten: • Communicatie vanuit de lokale situatie en de bele- vingswereld van inwoners en vandaaruit naar belang en duiding van de RES West-Overijssel. • Focus op de opgave uit het Klimaatakkoord. • Focus op gedeelde waarden: de kernwaarden. • Focus op verbinding van de samenwerkingspartners. • Focus op gezamenlijke belangen. • Focus op het einddoel en op wat we winnen. • Centrale plek voor jongeren en bedrijfsleven. • Verbeelden en concreet maken, ervaringsverhalen. • Intern eigen huisstijl en kanalen op RES-niveau, extern gebruik huisstijl en kanalen van de elf gemeenten. In de fase van de concept-RES communiceerden we vooral over het proces en het hoe en wat van de Regionale Energiestrategie.
Geleidelijk is de focus verschoven naar informatie en uitleg over inhoudelijke onderdelen van die Regionale Energiestrategie. De huidige focus ligt op inspirerende voorbeelden van projecten van energie- coöperaties, inwoners of ondernemers uit West-Over- ijssel. We zien ook een toenemende behoefte aan uitleg wat de RES concreet betekent voor inwoners. En hoe het regionale proces zich verhoudt tot het lokale proces. Daar ligt de komende tijd dan ook de focus op in onze communicatie. Waar participatie is gericht op het meepraten en meedoen, is communicatie gericht op het versterken van de informatie- en kennispositie van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen in West-Overijssel. In West-Overijssel bouwen we de energiestrategie van onderop op. Dat doen we op basis van de volgende kernwaarden: • We doen dit samen! • We vertellen het hele verhaal. • We zijn transparant in wat we doen, zeggen en besluiten. • We zorgen voor een rechtvaardige verdeling tussen de lusten en de lasten. • Stad en platteland staan samen aan de lat. • Binnen de gezamenlijke doelstelling is er ruimte om te verschillen in aanpak en middelen. • We werken op gelijkwaardige voet met elkaar samen. • We nemen zorgen serieus. • Iedereen mag meepraten en kan meedoen in de eigen omgeving. Aanpak Doel van de communicatie is bewustwording van de op- dracht waar we voor staan.
De gevolgen van die opdracht (landschappelijk, economisch) voor inwoners, inclusief de kansen die het biedt, en de vertaalslag naar wat de uitvoering van die opdracht betekent voor lokale gemeen- schappen. We richten ons in onze communicatie op de brede doel- groep van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in West-Overijssel. De focus ligt daarbij op de grote middengroep tussen de voor- en tegenstanders in. Zodat zij zo juist en volledig mogelijk geïnformeerd wor- den over de energietransitie in hun eigen gemeente en hun eigen regio. Mede op basis van die informatie kunnen zij hun mening vormen, besluiten om deel te nemen in het participatieproces of bij te dragen aan die energietransi- tie. Het uitgangspunt van minimaal 50% lokaal eigendom vraagt immers om betrokkenheid bij de uitvoering van de energietransitie in de lokale gemeenschappen. We richten ons ook op bedrijven, omdat zij een wezenlijke bijdrage leveren aan de energietransitie. Lokale projecten Lokale projecten en initiatieven vormen de basis: daar ge- beurt het immers, dat is waar de energietransitie plaats- vindt. We laten zien dat deze projecten en initiatieven onderdeel zijn van onze RES en laten zien hoe zij bijdragen aan onze opgave van 1,8 TWh in 2030. We verbinden de lokale projecten en initiatieven met de boodschappen van de RES en het Klimaatakkoord.
Deze ervaringsverhalen kunnen mensen in onze RES-regio inspireren om een bijdrage te leveren aan de energietransitie in West- Overijssel. Feit & Fabel In de rubriek Feit & Fabel zoeken we bepaalde vragen of thema’s die in het maatschappelijk debat leven uit. Daar waar mogelijk proberen we feiten van fabels te onder- scheiden. Infographics en video’s De RES is complex en gaat over zaken die nogal eens als abstract worden ervaren. Om informatie begrijpelijk te maken, gebruiken we infographics, illustraties, webinars en video’s. Onze concept-RES hebben we gevat in een infographic en ook deze RES 1.0 is beeldend samengevat. Elke Feit & Fabel is voorzien van een infographic-achtige illustratie. Onze persmeetings nemen we standaard op, zodat iedereen die terug kan kijken. Dat geldt ook voor onze webinars, zoals die over lokaal eigendom. Deze webi- nar is door velen buiten onze RES-regio bekeken en onze RES-strip is vertaald naar een landelijke versie vanwege de vraag vanuit andere RES-regio’s. 47 46 12. Samenwerking en sturing naar RES 2.0 Governance op regionaal niveau handhaven, maar minder intensief • De afspraken uit de Startnotitie RES West Overijssel blijven van kracht in de doorontwikkeling van RES 1.0 naar de RES 2.0.
• Het bestuurlijk platform RES West-Overijssel is het orgaan dat de besluiten neemt over de RES in de vorm van documenten die doorgeleid worden naar de Colleges van Burgemeester en Wethouders, Ge- deputeerde Staten en de Dagelijks Besturen van de Waterschappen; • De uitvoering van de gemaakte afspraken is aan elke partner. • Het bestuurlijk platform bestaat uit bestuurlijke vertegenwoordiging van gemeenten, provincie en waterschappen. De netwerkbedrijven zijn toegevoegd als adviseur. • De stuurgroep RES bereidt het bestuurlijk platform voor en stuurt, daarin geadviseerd door het ambtelijk overleg en de projectorganisatie, op het proces van de RES. • Afstemming met de ‘werkgroep RSAB’ is van belang en wordt voortgezet. De adviesfunctie van de maat- schappelijke partners richting het bestuurlijk platform wordt in de volgende fase versterkt. Opgavegericht werken De RES 1.0 kent opgaven van verschillende aard. Op strategisch niveau bijvoorbeeld de ontwikkeling van het elektriciteitsnetwerk. Op tactisch en operationeel niveau bijvoorbeeld de uitvoering van concrete projecten wind, zon en warmte. Wij kiezen ervoor om de aard van de op- gaven leidend te laten zijn bij de aanpak. Hierbij staat dus niet de vertegenwoordiging van de deelnemende orga- nisaties in de structuur centraal maar wat, wie, wanneer nodig is om de opgave te realiseren.
Gebiedsgerichte/subregionale samenwerking In de realisatie is de schaal van de regio niet altijd pas- send bij de aard van de opgave of uitdaging. Zo is het toewerken naar 60% wind en 40% zon effectiever op een subregionale schaal.. Waar kansen zijn voor koppeling met andere transities, meervoudig ruimtegebruik en ener- gielandschappen ligt een gebiedsgerichte ontwikkeling voor de hand. Werkplaatsen energietransitie Tijdens de uitvoering door de partners van de RES 1.0 komt het zwaartepunt te liggen bij concrete projecten. Hieraan wil de provincie graag bijdragen met haar inzet in het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO). Daartoe worden werkplaatsen ontwikkeld. De uitvoerders van de energietransitie werken hier thematisch samen. Zo ver- sterken de partners samen de uitvoeringskracht. Samen werken aan de doorontwikkeling Op basis van bovenstaande punten gaan we de samen- werking en governance doorontwikkelen. Openstaande vraagstukken, zoals prioritering en programmering van de projecten bij de werkplaatsen, pakken we werkende weg samen op. Deze aanpak past bij een bestuurlijk innovatief proces zoals de RES, waarbij het primaat van de uitvoe- ring bij de partners ligt en we bestuurlijk monitoren en afstemmen. 49 48 13.
Samenwerking raden, Staten en algemeen besturen Werkgroep raden, staten en algemeen besturen (RSAB) De werkgroep heeft als doel om het democratische proces binnen de RES in samenwerking met de drie verschillende bestuurslagen te versterken. Verder wil de werkgroep de verbinding van lokaal naar regionaal mogelijk maken tussen de bestuurders en de werkgroep RSAB en hun achterban. De vertegenwoordigers van deze werkgroep informeren hun raden, Staten en algemeen besturen re- gelmatig over het regionale RES-proces en houden goed in de gaten wanneer binnen dit proces lokale besluitvorming nodig is. Hierbij gaat het steeds om de afweging lokaal versus regionaal. De gezamenlijke regionale beeldvorming is daarbij essentieel ter voorbereiding op de lokale oor- deelsvorming en besluitvorming binnen de afzonderlijke raden, Staten en algemeen besturen. 13.1 Ervaringen rol en functie van de werkgroep In de beleving van de leden van de werkgroep RSAB zijn zij de schakel om directe gesprekspartner te zijn van de bestuurders van de RES-organisatie. Zij dragen bij aan het vormgeven van de democratische besluitvorming en het verstevigen van de positie van volksvertegenwoordigers. Zonder de inspanningen van de werkgroep RSAB is de afstand tussen het regionale samenwerken door bestuur- ders groter dan nu het geval is. Dit verstevigt met name de kaderstellende rol.
Tegelijkertijd merkt de werkgroep RSAB dat ook in huidige situatie die kaderstellende rol mét de genoemde inspanningen nog steeds heel moeilijk is om in te vullen voor volksvertegenwoordigers. Op 1 juli 2020 hebben we gezamenlijk een besluit geno- men over de concept-RES en na de zomer hebben we direct een start gemaakt naar de RES 1.0. De werkgroep RSAB heeft de volksvertegenwoordigers zo goed mogelijk voorbereid op de besluitvorming RES 1.0. door: 1. Advisering over het RES-proces richting de stuurgroep en bestuurlijk platform: A. Observatiebrief over het proces, o.a. tijdsdruk. B. Zoekgebieden en de behoefte aan subregionaal overleg tussen gemeenteraden daar waar de gemeentegrenzen worden overschreden. C. Planning en uitvoering besluitvorming RES 1.0 in twee rondes. D. Formats, moties en amendementen voor de RES 1.0. 2. Het uitbrengen van nieuwsbrieven. 3. Het organiseren van online regionale bijeenkomsten met als doel kennis te ontsluiten voor volksvertegen- woordigers, informatie over de RES in West-Overijssel te delen en gelegenheid te bieden voor interactie tussen volksvertegenwoordigers, professionals en bestuurders. 13.2 Suggesties richting de RES 2.0 De werkgroep is unaniem van mening dat een werkgroep zoals de RSAB richting de RES 2.0 een rol blijft spelen in het scherp houden van de bestuurders van de RES-organi- satie.
Vooral om het politiek debat mogelijk te maken, lo- kaal en ook in de regio. Zodat de volksvertegenwoordigers van de diverse gemeenten weten hoe hun raad ‘erin staat’ en hoever hun gemeente in het proces is. Terugblikkend is het volgens werkgroep RSAB essentieel om richting de RES 2.0 te blijven informeren, kennis en ervaringen te delen en uitwisseling tussen volksvertegenwoordigers te faciliteren. Concreet wordt door de huidige leden van de werkgroep RSAB een voorzetting van de werkgroep richting RES 2.0 geadviseerd. Na besluitvorming over de RES 1.0 zal de werkgroep RSAB met een uitgebreidere evaluatie komen met daarin aanwijzingen voor de rolopvatting, taakom- schrijving en opdracht voor een opvolging van de huidige werkgroep. In de RES-regio West-Overijssel hebben de gemeentenraden, Provinciale Staten en de algemeen besturen van de waterschappen een regionale werkgroep ingesteld. 51 50 14. Randvoorwaarden Randvoorwaarden Regionale Structuur Warmte (RSW) Voor de uitvoering van de RSW zijn er een aantal knel- punten en vraagstukken die we niet lokaal in de Transitie- VisieWarmte (TVW) op kunnen lossen. We zetten daarom ook na vaststelling van de RSW 1.0 in op regionale samen- werking ten behoeve van benutting van de (boven)regio- nale duurzame warmte en de ontwikkeling van instrumen- tarium en financiering die daarvoor benodigd is.
Ontwikkeling instrumentarium Een aantal belangrijke punten waarvoor landelijk instru- mentarium ontwikkeld moet worden: • Bronnenstrategie: middelen ontwikkelen om vanuit een regionaal overzicht en inzicht lokaal zicht op mo- gelijkheden te hebben op het gebruik, de plaatsing en verdeling van bronnen. • Duurzame gassen: we bevelen aan om door te gaan met de lobby richting het Rijk. Dit om duidelijkheid te krijgen over welke beslissingsbevoegdheid en regie de provincie en gemeenten hebben of krijgen rondom de lokale en regionale inzet van groen gas. • Duidelijkheid over beleid van de Rijksoverheid rond- om organisatie regionale (publieke) warmtebedrijven (bevoegdheden, investeringsruimte, kostendekking). • Aanpassen van wetgeving (met name de Wet Collec- tieve Warmtevoorziening), vanuit het belang van de gemeente en provincie (vanuit de zorg voor de eigen inwoners). Met name als het gaat om de lokale aan- wijzingsbevoegdheid en een meer integrale energie- wetgeving voor gas, elektra en warmte. Ontwikkeling financiering Tot slot zijn een passende financiering en/of financiële mogelijkheden voor regionale warmtevraagstukken nood- zakelijk voor een betaalbare warmtetransitie. Een mooi voorbeeld hiervan is het stimuleringsprogramma warmte- netten van de provincie Overijssel.
Randvoorwaarden Elektriciteit en Netwerk Ons bod vullen we in door veel verschillende soorten opwekprojecten die verschillende doorlooptijden en afhankelijkheden kennen. Voor allemaal geldt dat aan- sluiting op het elektriciteitsnetwerk, wanneer het project ‘af’ is, noodzakelijk is. Hiervoor is samenspel nodig tussen netbeheerder, gemeente en energieproject. Op dit com- plexe samenspel zijn de volgende randvoorwaarden van toepassing: • Goede uitwisseling informatie. • Creëren handelingsperspectief (reële kansen op locaties en binnen termijnen). • Samen invullen en benutten van schaarse netwerkruimte. • Ruimtelijke mogelijkheden voor zowel projecten als benodigde infrastructuur kennen. • Uitvoeringstempo aanpassingen netwerk. • Financieel perspectief vanuit het Rijk onderkennen. • Nieuwe ontwikkelingen en impact op het netwerk meenemen richting RES 2.0. In paragraaf 4.2 en de bouwsteen Elektriciteit zijn deze verder uitgewerkt terug te vinden. Randvoorwaarden Lokaal Eigendom Om de doelstelling van minimaal 50% lokaal eigendom te kunnen realiseren zijn de volgende randvoorwaarden van belang: • De haalbaarheid van maatschappelijk gewenste projecten (kleinschaliger, goed ingepast, lokaal eigen- dom) staat onder druk, mede vanwege de dalende SDE. Een afnemende SDE verhoudt zich slecht tot de hoge ambities op gebied van participatie en lokaal eigendom.
De financiële stimulering vanuit het Rijk moet zo blijven dat lokale initiatieven zon- en wind- projecten in lokaal eigendom kunnen blijven realise- ren, ook kleinschalige (zon)projecten. • Door het stellen van ruimtelijke inpassingseisen en het koppelen van andere opgaven aan projecten voor de opwek van zonne- en windenergie komen busi- Een aantal randvoorwaarden liggen buiten de invloedssfeer van de RES-regio. Die randvoorwaarden zijn echter van cruciaal belang voor het kunnen realiseren van de doelstellingen in de RES West-Overijssel. In dit hoofdstuk benoe- men we die randvoorwaarden per thema. nesscases verder onder druk te staan. De landelijke werkgroep SDE en Netwerkkosten van NP RES doet in haar advies de aanbeveling om een aantal mini- mumvoorwaarden vast te stellen. Bijvoorbeeld aan de ruimtelijke inpassing die voor alle RES-regio’s gelden en die mee gaan lopen in de SDE-regeling. Om ook maatwerk per regio en gemeente mogelijk te maken, doet de landelijke werkgroep van NP RES daarnaast de aanbeveling om een kwaliteitsbudget in te stel- len, als aanvulling op de SDE, om dit soort kosten te kunnen financieren.
Om businesscases rendabel te houden en binnen die businesscase ook daadwerke- lijk ruimte te houden om een omgevingsfonds in te kunnen stellen en/of de revenuen terug te kunnen laten vloeien naar de omgeving is het van cruciaal be- lang dat deze aanbevelingen daadwerkelijk opgevolgd en als regelingen ingevoerd worden. • Het capaciteitsprobleem bij gemeenten (zowel in mid- delen als in mankracht) en bij lokale initiatieven vormt een risico voor de uitvoering van de regionale doel- stelling. De nationale overheid zal voldoende midde- len ter beschikking moeten stellen aan de gemeenten voor de uitvoering van de RES om het streven naar de doelstelling voor lokaal eigendom in West-Overijssel ook daadwerkelijk gerealiseerd te krijgen. Dat geldt ook voor de noodzakelijke professionaliseringsslag die lokale energie-initiatieven moeten maken. Randvoorwaarden voortgezette financiering RES’en In het rapport van Parijs naar Praktijk heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur op basis van een rapport van het AEF Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor de- centrale overheden een advies opgesteld aan het nieuwe kabinet. Voor het organiseren van de uitvoering wordt voorgesteld een structuur op te zetten vergelijkbaar met de RES en het Nationaal Programma RES.
Gemeenten, provincies en waterschappen wordt gevraagd om elk een integraal klimaatplan op te stellen met concrete doelen en maatregelen. Deze plannen worden gebundeld op regionaal niveau en tellen op tot een regionale doelstel- ling voor het verminderen van CO2-uitstoot. Inmiddels is er een brief uitgegaan vanuit het NPRES met een oproep aan het huidige kabinet om ook na 1 juli 2021 de ondersteuning van de RES’en voort te zetten zodat de ontwikkeling van de energietransitie niet stil komt te staan. Vanuit de bestaande middelen voor de RES kan tot het eind van het jaar nog maar een beperkte inzet vanuit de RES-organisatie worden voortgezet. Bijvoorbeeld bij het opstellen van milieueffectrapportages op planniveau is aanvullende financiering vanuit het Rijk een randvoor- waarde. De voorstellen en de uitkomsten van het onderzoek worden besproken in de kabinetsformatie en wellicht op hoofdlijnen vastgesteld in het regeerakkoord. Tot op het moment van vaststelling van deze RES is geen duidelijkheid over de financiering, zelfs niet ter over- brugging vanaf 1 juli naar het nieuwe begrotingsjaar. De opgebouwde samenwerking en inzet vanuit de bestuurlij- ke partners en maatschappelijke organisaties behoeven goede professionele ondersteuning en dat vraagt adequa- te financiering. 53 52 15.
Begrippenlijst A - Z Ter verduidelijking van de begrippen en ander jargon die in de RES 1.0 regelmatig worden gebruikt, is de onderstaande begrippenlijst opgesteld. Aardgasvrij Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit be- tekent niet gasloos; er kan groen gas worden toegepast. Adaptatie Adaptatie omvat het aanpassen aan de gevolgen van een probleem, bijvoorbeeld aan veranderende omstandighe- den zoals een veranderend klimaat. Onder klimaatadap- tatie valt ook het verminderen van de kwetsbaarheid van de samenleving voor klimaatverandering of het profiteren van de kansen die een veranderend klimaat kan bieden. Afwegingskader Afwegingen en keuzes ten aanzien van de RES worden gemaakt op basis van een afwegingskader. Dit omvat een viertal onderdelen: • Bijdrage aan energietransitie • Ruimtelijke kwaliteit • Maatschappelijke kostenefficiëntie • Maatschappelijke acceptatie Een nadere uitwerking hiervan staat in de concept-RES beschreven. Aquathermie Bij aquathermie wordt gebruik gemaakt van de tempe- ratuur van het water voor de verwarming en/of koeling van gebouwen. De warmte en/of koude wordt daarbij gewonnen uit oppervlaktewater (zoals meren, rivieren en kanalen), uit (gezuiverd)afvalwater of uit drinkwater. Bio-energie en biomassa Energie die gewonnen wordt uit biomassa heet bio-ener- gie.