Gemeente Steenwijkerland - Jaarverslag 2022 gewaarmerkt.pdf
Tekst van het document
73 Eind februari 2019 ontving de gemeente een dagvaarding welke betrekking had op een schadeclaim van 3 miljoen euro van een veehouder die de gemeente aansprakelijk stelt voor de verontreiniging met rioolwater van een perceel waarop de veehouder voedergewassen voor zijn vee verbouwde. De veehouder beweerde dat hij sinds 2007 te maken heeft gehad met de verontreiniging van een stuk land, doordat sprake was van overstromingen van een gemeentelijke rioolput. De veehouder stelt dat hij als gevolg van diverse problemen aan de riooloverstort, te maken had met sterfte van vee en medische klachten. Eind juni 2020 heeft de rechtbank vonnis gewezen in deze zaak. De vorderingen van de veehouder zijn afgewezen en de veehouder is veroordeeld in de kosten. Volgens de rechtbank is het causaal verband tussen de schade en de overstromingen van de gemeentelijke rioolput niet komen vast te staan. Ook is niet gebleken dat de riolering gebrekkig was. In september 2020 heeft de veehouder hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Begin november 2022 heeft het gerechtshof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Alleen de deskundigenkosten heeft het gerechtshof deels toegewezen aan de veehouder, op de grondslag dat is komen vast te staan dat de rioolput gelekt heeft. De termijn waarbinnen het cassatieberoep moest worden ingesteld was begin februari 2022 verstreken.
De veehouder had geen gebruik gemaakt van het cassatieberoep. Daarmee is de zaak afgehandeld. Ontwikkeling Algemene uitkering Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. In de primitieve begroting was een bedrag aan inkomsten geraamd van bijna € 84,6 miljoen. Uiteindelijk is er een bedrag van € 96,8 miljoen ontvangen. Dit is inclusief de bedragen die in de loop van 2022 aan de Algemene Uitkering van het rijk zijn toegevoegd, zoals de energiecompensatie en afrekeningen over voorgaande jaren. In diverse informatienota’s is gerapporteerd over de ontwikkelingen in 2022. Nieuwe cao-gemeentepersoneel In januari 2023 is er een nieuwe CAO voor gemeentepersoneel afgesloten. De extra kosten hiervan zijn becijferd op bijna € 1,4 mln. Deze zijn bij vaststelling van de rekening nog niet opgenomen in de meerjarenbegroting. Informatieveiligheid Moderne informatie- en communicatietechnologieën (IT) hebben de samenleving ingrijpend gewijzigd.
We raken steeds meer bedreven en afhankelijk van IT. Digitale veiligheid, of cybersecurity is dan ook van vitaal belang voor een stabiele samenleving. Het belang van informatiebeveiliging wordt gevoed door toenemende dreigingen. Zoals heeft de oorlog in Oekraïne de verhoudingen tussen de verschillende staten op scherp gezet met als gevolg dat verhoogde aantallen cyberaanvallen plaatsvinden. Deze aanvallen zijn onder meer gericht tegen Nederlandse vitale infrastructuur, overheid, bedrijven, gemeenten en universiteiten. Hierdoor worden cyberaanvallen “niet meer zeldzaam maar eerder het nieuwe normaal” genoemd. In 2022 waren onze systemen in staat de cyberaanvallen te weerstaan en hebben we geen extra kosten hiervoor gehad. Inflatie Het jaar 2022 heeft voor het sociaal domein grote financieel consequenties. De inflatie is, door omstandigheden in Oekraïne, gestegen tot een historische hoogte van ongeveer 14% in september. De gemeente is contractueel gehouden aan indexering van tarieven. Ter illustratie: de onderhandelingen met HH-aanbieders is uitgekomen op 7% en het contract met RSR maakt dat er met 14% moet worden geïndexeerd. Deze ontwikkeling speelt landelijk en gemeente breed. Dit risico was niet voorzien bij de begroting 2022. Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 januari 2024 gaat de wet in.
Wanneer de wet in werking is getreden zijn we nog niet klaar. Dan moet de Omgevingswet nog verder worden geïmplementeerd. Het implementeren geldt met name voor de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De implementatie loopt door tot mogelijk 2030, wanneer het omgevingsplan op basis van de huidige inwerkingtredingsdatum definitief af moet zijn. Risico bestaat dat het budget voor invoering onvoldoende blijkt te zijn voor een goede invoering. Binnen de organisatie is het programma Omgevingswet opgezet. In dit programma worden de inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden. Indien nodig worden er maatregelen getroffen. Eind 2022 is het programma afgebouwd en is een groot aantal van de sporen overgedragen naar de lijn. Er is een projectgroep ingericht die vanaf nu de (financiële) voortgang monitort. In 2022 zijn er geen overschrijdingen geweest. Ook zijn er nog geen beheersmaatregelen getroffen. Grondexploitaties Ultimo van elk jaar worden de grondexploitaties op basis van de jaarrekening geactualiseerd. Sinds 2018 wordt de POC (Percentage Of Completion) methode toegepast. Het risicoprofiel van alle grondexploitaties is bij de jaarrekening 2022 ongeveer € 1,78 miljoen (2021: 1,88 miljoen). In de programmabegroting was nog rekening gehouden met een risicoprofiel van € 1,88 miljoen.
Door realisatie en verbeterde marktomstandigheden is het afzetrisico in een aantal individuele grondexploitaties afgenomen.
74 Verhoging van de afvalstoffenbelasting Met betrekking tot de verhoging van de afvalstoffenbelasting zijn er geen ontwikkelingen. De prijzen voor oud papier zijn in het eerste half jaar van 2022 hoog geweest, na de zomer zijn ze sterk gedaald. Aangezien de verwachtingen rondom oud papierprijzen nog steeds onzeker zijn, lopen we hier wel een financieel risico. Per saldo zijn de kosten overigens nog wel steeds hoger dan de opbrengsten voor wat betreft oud papier. Ook is de grondstoffenmarkt in beweging: producenten of importeurs krijgen steeds vaker de (mede) verantwoordelijkheid voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt zijn (of worden) gebracht. Dit betekent iets voor de manier van inzamelen en de inzamelkosten. Voor welke stromen dit gaat gelden en wat de financiële impact is, wordt op een later moment duidelijk. Uitbreiding van de btw-sportvrijstelling (SPUK 4) Per 1 januari 2019 is de sportvrijstelling in de Wet op de omzetbelasting verruimd. Door deze wetswijziging vervalt het recht op aftrek van btw voor gemeenten en niet-winstbeogende exploitanten van sportaccommodaties. Ook de gemeente Steenwijkerland heeft in 2022, net als in 2019 t/m 2021 een SPUK-aanvraag ingediend. In totaal hebben de gemeenten aanvragen ingediend met een omvang van € 251,2 miljoen, terwijl er een uitkeringsbudget was van € 185 miljoen.
Het uitkeringspercentage wordt naar rato bepaald en komt voor 2022 neer op 73,63%. Inmiddels is een bedrag van plm. € 384.793 als voorschot ontvangen. Destijds was een bedrag van ruim € 534.877 gedeclareerd. De verantwoording vindt plaats op basis van de SISA-systematiek bij de jaarrekening 2022. Vervolgens zal het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op basis van de gerealiseerde kosten de aanvragen van de gemeente definitief vaststellen. In de begroting van de gemeente is voor het jaarlijkse tekort een budget opgenomen van € 97.000. Eind 2022 is het risico nihil Onzeker is of deze btw-sport na 2023 nog zal bestaan. In de loop van 2023 wordt hier meer over bekend gemaakt. Als de middelen overgaan in de algemene uitkering volgt er een hoger risico voor de meerjarenraming. Vermakelijkhedenretributie (VMR) Er lopen momenteel 29 beroepsprocedures tegen aanslagen VMR 2021. In totaal gaat het om een aanslagbedrag van (afgerond) € 285.000. Inmiddels zijn ook de aanslagen VMR 2022 opgelegd. Afhankelijk van de lengte van de beroepsprocedure (inclusief mogelijk hoger beroep en cassatie), kan het risico ook voor komende jaren gelden. Aansprakelijkheden Enkele grote tijdrovende dossiers zorgen voor een stevige belasting op de organisatie.
Ook is er naar aanleiding van een dossier een, niet financieel onderbouwde, aansprakelijkheidsstelling ingediend die nu wordt onderzocht. Op dit moment is onduidelijk of de gemeente op enige wijze aansprakelijkheid draagt. Corona In 2022 is de omvang en impact van de corona sterk afgenomen. Op basis hiervan worden geen grote financiële effecten verwacht. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking had, c.q. kon beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2022 € 398 per inwoner bedroeg en hoger is dan in 2021 (€ 381). 4 Specifieke uitkering
75 De weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit een eenmalig en een structureel element, te weten de reserve vaste buffer en de onbenutte belastingcapaciteit. Deze omvang bedragen respectievelijk € 14,1 mln en bijna € 3,9 mln. Deze omvang is op balansdatum van voldoende omvang om de continuïteit van de gemeente te waarborgen. Diverse kengetallen Op grond van regelgeving is de gemeente sinds 2015 verplicht om inzicht te geven in de financiële kengetallen. De cijfers van deze kengetallen geven in samenhang de raad een globaal inzicht van de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente bij het jaarverslag. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze afhankelijk zijn van de lokale situatie. Wel kan de raad eigen normen stellen voor deze kengetallen. Ook kan zij bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Hierbij gaat het om de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte; 5. Belastingcapaciteit en 6. Weerstandsratio. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen . De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schulden ten opzichte van de eigen inkomsten van de gemeente.
Als regel geldt dat hoe hoger de inkomsten zijn des te meer schuld een gemeente mag hebben. Normaal bevindt deze schuldquote zich in de bandbreedte tussen 0% en 100%. Een laag percentage is gunstig. Doordat er bijvoorbeeld grote investeringen of een flinke meevaller is geweest kan de netto schuldquote hoger of lager zijn. De schuldquote geeft een vertekend beeld door uitgeleende gelden aan derden en verbonden partijen. Met name de verstrekte leningen aan de woningcorporatie Wetland Wonen Groep en nutsbedrijf N.V. Enexis Holding zijn hiervan een goed voorbeeld. Daarom moet de netto schuldquote nog worden gecorrigeerd voor uitgeleende gelden. In de volgende grafiek is de ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. Zoals u ziet is de netto schuldquote in de periode 2018-2022 gedaald van 52% naar 35%. De schuldqoute wordt bepaald op basis van de baten in 2022. De daling is dan ook niet zo opmerkelijk indien enerzijds de investeringen achterblijven, opbrengsten grondverkopen weer hoog zijn in 2022 en de algemene uitkering met bijna € 7 mln is gestegen ten opzichte van de begroting 2022-2025. Ook zijn er compensatiebudgetten ontvangen voor energie armoede en opvang ontheemden Oekraïne. De daling is ontstaan ondanks een nieuw afgesloten lening per 1 februari 2022 van € 7,5 mln.
76 Zoals u ziet is de gecorrigeerde netto schuldquote gecorrigeerd in de periode 2018-2022 gedaald van 43% naar 29%. Het percentage bij de rekening 2022 is lager dan het genoemde percentage In de programmabegroting 2022-2025. De oorzaken zijn nagenoeg gelijk als vermeld bij 1a netto schuldquote. Schommelingen in inkomsten kunnen dus het kengetal van de netto schuldquote beïnvloeden. Er ontstaat dan het zogenaamde noemer effect. Vaak betreft het kleine schommelingen, met lichte trendbreuken tot gevolg. In 2022 zijn de inkomsten € 24 mln hoger dan in de primitieve begroting. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre het bezit van de gemeente op de balans is afbetaald. Ook geeft deze ratio inzicht of de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio boven de 80% heeft de gemeente per saldo geen schulden. Bij een ratio onder de 20% heeft de gemeente veel schuld. Dus hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de nota “Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019” wordt een minimumpercentage genoemd van 20%. De gemeente Steenwijkerland heeft eind 2022 een solvabiliteitsratio van 35%.
Zoals u ziet is de solvabiliteit hoger ten opzichte van de programmabegroting 2022-2025. Dit heeft onder andere te maken met de uitvoering van de investeringen die achterblijven ten opzichte van de planning en die ten laste van de reserves komen. Het rekeningssaldo van ruim € 3,4 miljoen is toegevoegd aan de reserves. Door het instellen van de reserve energie maatschappelijke instellingen van € 3,3 is de solvabiliteitsratio met 3,1% beinvloed.
77 Grondexploitatie Voor de gemeente betekent het aanhouden van voorraden bouwgrond een risico. Het is immers altijd de vraag of de bouwgrond met winst verkocht kan worden. Om de hoogte van dit financiële risico in beeld te brengen, is het kengetal grondexploitatie vastgesteld. Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen de waarde van de voorraden bouwgrond en de jaarlijkse gemeentelijke inkomsten. Hoe hoger dit kengetal hoe meer risico er wordt gelopen. Opgemerkt wordt dat naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, dit rentekosten en risico’s met zich meebrengt. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Dus hoe lager dit percentage is, hoe beter het met de gemeente gaat. Het kengetal voor de grondexploitatie bedraagt eind 2022 3%. Dit percentage wijkt af van het percentage dat meegenomen is bij de programmabegroting 2022-2025. Dit omdat de boekwaarde met bijna € 1,8 mln. is gedaald door de grote omvang van verkopen in 2022. De daling van 14% in 2018 naar 3% in 2022 is in financiële zin een gunstige ontwikkeling. Naast de financieel gunstige jaren zijn er in deze periode ook geen gronden in exploitatie genomen om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken.
Omdat het percentage evenals bij de schuldquote wordt berekend door de boekwaarde uit te drukken in een percentage ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief reserves) is het percentage gunstiger, omdat in 2022 de gemeente extra inkomsten heeft ontvangen door onder andere een hogere algemene uitkering, Rijksbijdragen Oekraïne en terugontvangen beschermd wonen in 2022. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Op deze manier ontstaat er een percentage voor de structurele exploitatieruimte. Als dit percentage negatief is, betekent dit dat de structurele baten onvoldoende ruimte bieden om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage is, des te beter het gaat met de gemeente.
78 Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte bedraagt eind 2022 5,7% (2021: 4,7%). Dit percentage geeft een sterk vertekend beeld omdat dit de indruk zou kunnen wekken dat de gemeente er florissant voor staat. De ontwikkeling van deze structurele ruimte is sterk afhankelijk van zowel de ontwikkeling in de structurele lasten en van de inkomsten van het Rijk voor de gemeente Steenwijkerland. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Door de hoogte van de woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde kan een indicatie worden gegeven van de belastingcapaciteit. Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Als dit percentage lager dan 100% is betekent dit dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Als indicatie kan worden gegeven dat hoe lager dit percentage is, des te beter het met de gemeente gaat. Voor 2022 komt dit cijfer uit op 72%. Zoals u ziet was in deze grafiek een stabiele trend waarneembaar.
Dit betekent dat de woonlasten zich onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcapaciteit vanaf 2018 is toegenomen en de laatste jaren stabiel blijft.
79 Weerstandsratio In de raadsvergadering van 21 mei 2019 is de nota weerstandsvermogen en risicomanagement vastgesteld. Hierin is een nieuwe signaleringswaarde opgenomen, te weten de weerstandsratio. Dit is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s. Het minimum van deze ratio is bepaald op 1,0. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door alle reserves, tenzij er (juridische) verplichtingen zijn aangegeven, de stille reserves en de onbenutte belastingcapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicomodel ingevoerd. Zie hiervoor hoofdstuk 4.2.3. van de programmabegroting 2022-2025. Deze ratio wordt bepaald door de algemene reserve vaste buffer en de onbenutte belastingcapaciteit uit te drukken in een ratio / getal in welke mate de gekwantificeerde risico’s kunnen worden betaald / opgevangen. In de begroting 2022 is een gewogen ratio van 5,6 opgenomen. Het zegt iets over het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen. Bij de bepaling van het weerstandsvermogen eind 2022 hebben wij de in de begroting van 2023 opgenomen risico’s nader beoordeeld. De risico’s zijn eind 2022 toegenomen.
Dit wordt met name veroorzaakt door hogere rente /inflatie, hogere kosten jeugdhulp en lagere dividenduitkeringen. De gewogen weerstandsratio bedraagt eind 2022 2,8 (2022 begroot: 5,6). Dit betekent dat de gemeente in staat is om de op dit moment bekende financiële tegenvallers op te vangen en haar taken kan blijven uitvoeren.
80 Resumé
81 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. De processen die uiteindelijk leiden tot onderhoudsmaatregelen of investeringen zijn ingericht volgens de filosofie van assetmanagement zoals beschreven in NEN-ISO 5500. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up-to-date wordt gehouden. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een nadere uitwerking hiervan is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten. In deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per onderdeel de situatie van 2022 worden besproken. Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Beleidskader Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan Verkeer (2017).
Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: Wegennet up to date, Onderhoud op maat, Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer)taken en behoud/versterking van sociale-, milieu en kapitaalswaarde (“People, Planet, Profit”) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau “basis”. Hierbij wordt het risicoprofiel “laag” aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau zijn berekend in het beleidsplan “Overwegen” 2017-2020”. Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houdbaarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt minimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, waarbij de wegen worden beoordeeld op verschillende schadebeelden. De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen.
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader “Overwegen” in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau “basis” en besloten tot het instellen van een voorziening. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening .
82 Openbare verlichting Areaal Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. “Even dimmen graag” is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. De openbare verlichting wordt onderhouden op het niveau basis. Er wordt in de komende jaren 80% van de openbare verlichting vervangen. In de periode 2017-2026 wordt 80% van de openbare verlichting vervangen door energiezuinige Ledverlichting. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan Openbaar Licht is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Uiteindelijk is gekozen voor het niveau basis. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het beleidsplan Openbaar Licht opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het beleidsplan Openbaar Licht zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Beleidskader Het huidige watertakenplan is op 31 december 2021 afgelopen en met een jaar verlengd.
In 2022 is een nieuw Riool en Water Programma (RWP) Fluvius 2023-2028 opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad. Een belangrijk aandachtspunt voor het nieuwe Riool en Water Programma is het onderwerp klimaatadaptatie en dan specifiek de aspecten van klimaatadaptatie die verband houden met een gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater. Klimaatadaptatie wordt momenteel opgepakt in zowel regionaal verband (Fluvius) als in lokaal verband. Besluitvorming over de LAS (Lokale Adaptatie Strategie) met bijbehorende lokale uitvoeringsagenda is voorzien begin 2023. Deze lokale uitvoeringsagenda is voor de onderdelen wateroverlast en droogte verwerkt in het RWP. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het teamplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting en in 2022 in overeenstemming met de programmabegroting uitgevoerd.
83 Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit: Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2022-2026); - Beleidsplan oeververbindingen Steenwijkerland (2022-2027); - Beheerplan Havens 2022-2027 - Watertakenplan Fluvius 2016-2022; In 2020 is het beleidsplan oeverconstructies 2022-2026 door de raad vastgesteld. Gekozen is voor een variant waarbij, daar waar beschoeiing echt nodig is, bij vervanging wordt gekozen voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Voor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau basis. In 2022 is door de raad het beleidsplan Oeververbindingen 2022-2027 vastgesteld met de daarbij benodigde middelen. Hierbij is gekozen voor het onderhoudsscenario basis. In 2021 heeft de raad het beheerplan havens vastgesteld. Het beheerplan havens 2022-2026 vormt het kader om het beheer en onderhoud van de havens op kwaliteitsniveau basis te krijgen en te behouden. Het bijbehorende budget zorgt ervoor dat de hierbij benodigde onderhouds- en vervangingsmaatregelen kunnen worden gerealiseerd.
Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van de verschillende beleidsplannen en de bijbehorende kwaliteitsniveaus zijn becijferd. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van het vaststellen van het watertakenplan voorzien in een gedeeltelijke dekking van de benodigde middelen. Voor de oeverconstructies geldt dat het benodigde geld beschikbaar is gesteld. Voor wat betreft de baggeropgave wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraal aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te realiseren. Ten aanzien van oeververbindingen geldt dat het budget behorende bij het onderhoudsscenario basis beschikbaar is gesteld. Ten aanzien van de havens is het gevraagde geld beschikbaar gesteld. Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit:
84 Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011 - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014). In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone en veilige omgeving. Het meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie invulling kan worden gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ worden uitgevoerd. De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke sportvelden zijn vastgelegd in: - Visie op beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden (raadsbesluit d.d.
20-10-2020); - Gebruiks- en onderhoudsreglement gemeentelijke buitensportaccommodaties Steenwijkerland 2021 (collegebesluit d.d. 20-7- 2021). In oktober 2020 is de visie op het beheer en onderhoud van de sportvelden vastgesteld door de raad. Een van de speerpunten uit deze visie is het vergroten van het eigenaarschap van buitensportverenigingen als het gaat om “hun” accommodatie en velden. Hiertoe is een aantal zaken doorgevoerd, onder meer de overdracht van een aantal taken van gemeente naar vereniging en de introductie van de Right to Challenge. Verenigingen kunnen in dit kader op eigen initiatief aangeven dat zij meer taken van de gemeente willen overnemen (aanvullend op de taken die vanuit de visie zijn overgedragen) en kunnen hiertoe een bijdrage verwachten. Deze mogelijkheid en wijziging in taken en verantwoordelijkheden zijn door vertaald in het gebruiks- en onderhoudsreglement van de buitensportaccommodaties in onze gemeente. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In de beleidsnota Groen is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op de beleidsnota Groen opgenomen in het teamplan Openbare Ruimte. In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren.
De financiële consequenties die voortvloeien uit de visie beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden zijn vertaald in de begroting. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van de beleidsnota Groen zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. In 2014 is voor het onderhoud van de speelvoorzieningen besloten tot het instellen van een voorziening, met als doel kosten die in de toekomst worden verwacht te kunnen opvangen. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Een eventueel tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening.
85 De financiële consequenties die voortvloeien uit de visie en beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Beleidskader Voor de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd, inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor een periode van minimaal 10 jaar een Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld ongeveer € 1.250.000 bedragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. In 2018 zijn de zwembaden aan de voorziening toegevoegd.
De daarvoor benodigde middelen zijn opgenomen in het meerjarenplan. Verder is er voor het verduurzamen van het vastgoed incidenteel geld beschikbaar gesteld. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwerkt in de begroting. Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening.
86 4.4 Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente. In het kader van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn regels vastgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen van financiële risico’s op aangetrokken en uitgezette middelen. De Wet FIDO is een raamwerk die de risico’s in het financieringsbeleid van de gemeente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flexibiliteit en transparantie in de financieringsstructuur mogelijk maakt. De Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland”. Dit statuut is op 10 maart 2020 door de raad vastgesteld. Een gevolg hiervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder geeft de financieringsparagraaf informatie over algemene ontwikkelingen en concrete beleidsplannen van het risicobeheer, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft naar het zo zorgvuldig mogelijk (doeltreffend en doelmatig) benutten van de beschikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten worden aangetrokken, waardoor de renterisico’s kunnen worden beheerst. Bij het afsluiten van leningen wordt rekening gehouden met de bestaande leningenportefeuille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm.
Wel wordt opgemerkt dat het aantrekken van gelden, en ook de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risico in verband met herfinanciering. Dit risico is de afgelopen jaren ingeperkt door te kiezen voor leningen met een lange looptijd, zonder mogelijkheid van renteaanpassing. Nu de rente weer is gestegen is het van belang om af te wegen of leningen met tussentijdse renteaanpassingen goedkoper is of juist meer financieel risico met zich meebrengt. In 2022 is een lening van het voormalig woningbedrijf IJsselham vervroegd afgelost. Bij een tweetal leningen heeft renteherziening plaatsgevonden en hebben we een langlopende lening van € 7,5 miljoen aangetrokken. Verder hebben we in 2022 in beperkte mate te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s die zich kunnen voordoen bij het verstrekken van leningen aan onder andere publieke instellingen. Daarnaast zijn er vijf duurzaamheidsleningen verstrekt. De totale omvang van deze leningen bedroeg op 1 januari 2022 afgerond € 6,7 miljoen, exclusief startersleningen. Per 31 december 2022 bedroeg de restantschuld afgerond € 7,4 miljoen, eveneens exclusief startersleningen.
Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodanig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Als de leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmatig in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2022 gehanteerd. Als de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder de norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Zoals uit onderstaande tabel blijkt bedraagt de ruimte onder de risiconorm in 2022 plm. € 17,9 miljoen.
87 Met de toename van de restantkredieten en het ambitieniveau van de gemeente zal er tijdig ingezet moeten worden om een overschrijding van de renterisiconorm te voorkomen. Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave gedaan aan het CBS via informatieverstrekking derden (Iv3). Hieruit kunnen gegevens worden gehaald met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld- niet overschrijden. Het percentage voor de kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 138 miljoen, waarbij rekening is gehouden met stortingen uit de reserves. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 11,7 miljoen. Zoals u ziet is de kasgeldlimiet per saldo in de kwartalen van 2022 niet overschreden. Bij overschrijding kan de toezichthouder als de overschrijding meer dan twee kwartalen voortduurt ons “verplichten” een langlopende geldlening af te sluiten. Koersrisico In 2022 heeft de gemeente geen overtollige middelen uitgezet. Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo- en liquiditeitenbeheer en het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. Dagelijks wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie van voldoende omvang is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt elektronisch uitgevoerd door de N.V.
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank voor de internetontvangsten van burgerzaken. In verband met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldi regelmatig overgeboekt naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekeningcourantrekening. Voordat middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan 1 jaar, maar langer dan een maand, moet bij minimaal twee instellingen een offerte worden gevraagd. Kasgeldleningen met een looptijd korter dan een maand worden uit praktische overwegingen meestal afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer bestaat naast het liquiditeitenbeheer uit het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen bedraagt 28 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij er redenen zijn om hiervan af te wijken. De gemeente Steenwijkerland hanteert met ingang van 1 januari 2020 een betaaltermijn van 0 dagen. Dit betekent dat zodra de factuur is gefiatteerd door de budgethouder en indien van toepassing door de prestatieverklaarder de betaling meegaat met de eerstvolgende betaalbatch.
Verder wordt in principe drie keer in de week een betaalbatch aangemaakt, te weten op maandag, woensdag en vrijdag. Het debiteurenbeheer omvat het zorg dragen voor een tijdige ontvangst van betalingen. De betaaltermijn van uitgaande facturen bedraagt standaard 14 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij anders is aangegeven. Te denken valt hierbij aan nota’s voor bijvoorbeeld kosten begraven, grafrechten. De termijn die hier wordt gehanteerd is 30 dagen. De inning van belastingdebiteuren geschiedt zoveel mogelijk door middel van automatische incasso. Gemiddeld maakt 60% van de belastingdebiteuren gebruik hiervan. Verder komt het nog steeds voor dat er automatische incasso’s worden ingetrokken wegens onvoldoende saldo op de rekeningen van de belastingdebiteuren. Verwacht wordt dan ook dat dit percentage niet verder zal stijgen. Financieringspositie Net als in het bedrijfsleven is het bij de gemeente belangrijk om te weten of zij haar kortlopende en langlopende verplichtingen na kan komen. Hierbij wordt gekeken naar de stand van de investeringen enerzijds en de aanwezige financieringsmiddelen anderzijds. Als de
88 boekwaarde van de investeringen groter is dan de aanwezige financieringsmiddelen, is er sprake van een financieringstekort. Van een financieringsoverschot is sprake als er minder is geïnvesteerd dan de aanwezige financieringsmiddelen. De gemeente beschikt over de volgende financieringsmiddelen: algemene en bestemmingsreserves, voorzieningen en langlopende leningen. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het financieringstekort eind 2022 ten opzichte van eind 2021 met € 9,4 miljoen afgenomen. Deze afname was niet verwacht en wordt met name veroorzaakt door het niet realiseren van alle investeringskredieten. De omvang van de nog te realiseren investeringen bedraagt € 38,5 miljoen 5. Treasury. Met ingang van 2017 wordt geen rekening gehouden met rente over het eigen vermogen en voorzieningen, de zogenaamde bespaarde rente. Deze rente werd gebruikt als dekkingsmiddel voor de exploitatie. Een gevolg hiervan is dat de wekelijke rentelasten lager uitvallen. Ook het omslagpercentage is lager. Doordat het omslagpercentage overeenkomstig de Kadernota is vastgesteld is er een saldo ontstaan op het taakveld treasury. Per saldo is er een voordelig saldo van € 50.000 bij de jaarrekening. 5 zie bijlage 7 van de rekening
89 EMU saldo Op grond van artikel 3 van het Besluit Begroting en Verantwoording moet het EMU-saldo in de jaarstukken worden opgenomen. Genoemd artikel vereist dat ook de jaarstukken inzicht bieden dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. In Europees verband is afgesproken dat het overheidstekort maximaal 3% van het BBP mag bedragen. Binnen ons land is dit tekort van 3% verdeeld tussen de verschillende overheden. Decentrale overheden mogen als afgeleide hiervan een tekort hebben van 0,4% van het BBP. Het aandeel hierin voor gemeenten is 0,27% van het BBP en bedraagt voor 2022 € 2,416 miljoen. Deze norm is in de septembercirculaire 2021 bekendgemaakt. Er kunnen een aantal scenario’s ontstaan: Bij een positief EMU-saldo krijgt de gemeente via reële transacties meer geld binnen dan dat ze uitgeeft. Dit schept ruimte om schulden af te lossen, te sparen en de reservepositie te verhogen. Daarmee draagt zij positief bij aan het EMU-saldo van Nederland. Als het EMU-saldo grenst aan 0 dan krijgt de gemeente via reële transacties ongeveer evenveel geld binnen als dat er wordt uitgegeven. Bij een negatief EMU-saldo geeft de gemeente via reële transacties meer geld uit dan dat er binnenkomt. Gemeente maakt schulden, trekt leningen aan en spreekt het gespaarde geld aan. Ook nemen de reserves af.
Hiermee draagt zij bij aan het EMU-saldo van Nederland. In onderstaande tabel is het EMU-saldo van onze gemeente over het jaar 2022 weergegeven. In 2022 hebben wij een positief berekend EMU-saldo van € 5,776 mln.
90 In onderstaande tabel is het EMU-saldo afgezet tegen de referentiewaarde. Dit is de waarde die is vastgesteld voor de gemeente Steenwijkerland en gepubliceerd in de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds. De individuele EMU-referentiewaarde betreft een indicatie van het aandeel dat een gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. We blijven ruim binnen de referentiewaarde. De rekening 2021 laat een onderschrijding zien van de referentiewaarde met € 6,634 miljoen. De rekening 2022 laat een onderschrijding zien van de referentiewaarde met € 10,619 miljoen. Verder laat de actuele begroting van 2022 zien dat we de referentiewaarde van de EMU-tekortnorm fors overschrijden, te weten met een bedrag van € 20,112 miljoen. Dit wordt veroorzaakt doordat geplande investeringen niet zijn uitgevoerd in voorgaande jaren. In de begroting 2023 is wederom een hoog investeringsniveau opgenomen. Wanneer deze investeringen tot besteding komen zal dit tot gevolg hebben dat het tekort ook in de rekening 2023 gaat toenemen. Op dit moment is geen sprake van een sanctiemaatregel omdat landelijk de tekortnorm van 0,27% van het BBP van toepassing is. Deze optie is wel in beeld en geldt voor alle gemeenten indien landelijk de tekortnorm wordt overschreden. Daarbij is niet van belang of een gemeente hierin wel of niet heeft bijgedragen.
91 4.5 Bedrijfsvoering Eind 2022 is door het management vastgesteld dat onderstaand overzicht van missie, visie en organisatiedoelen nog steeds actueel en voor ons leidend is. In het jaarverslag blikken we terug op wat in de begroting is aangekondigd en benoemen we onderwerpen die nieuw waren in 2022. De organisatiedoelen – zoals die in bovenstaand overzicht staan – gebruiken we als indeling voor deze paragraaf Bedrijfsvoering. Samenleving tevreden... over onze dienstverlening, over hoe we integraal samenwerken en over onze gastvrijheid Inwoners en ondernemers nemen vaker het initiatief, nemen verantwoordelijkheid en verwachten een betrokken en dienstbare gemeente. Logisch dat we meer met de samenleving samenwerken. Dat we vaker de dialoog opzoeken. En dat we inwoners, ondernemers en andere partners nog meer betrekken bij ontwikkelingen. Ook vanuit de samenleving komen er steeds meer initiatieven waarvoor we ruimte willen geven. Daarmee maken we - in plaats van zelf plannen te maken – plannen van anderen mogelijk. En zo maken we gebruik van de expertise en energie die in de samenleving aanwezig is. Dienstverlening Een goede dienstverlening aan onze inwoners is belangrijk. Gemiddeld geven onze inwoners ons een 8,3 op telefonische dienstverlening en een 8,2 op het baliebezoek.
Daar zijn we best trots op en tegelijkertijd zijn we voortdurend bezig met het verbeteren van onze dienstverlening. Dit doen we onder andere door een voor een onze werkprocessen door te lichten en te verbeteren. In 2022 is het proces ’de gemeente als (sociaal) schuldeiser’ opgepakt. In nauwe samenwerking tussen het cluster Belastingen en de medewerkers van het sociaal domein is gewerkt aan de integraliteit rondom de thema’s vroegsignalering betaalproblemen en schulden, gemeentelijke invordering, minimabeleid en gemeentelijke kwijtschelding en het delen van informatie. Onze inwoners zijn daarbij het uitgangspunt, het moet voor hen beter worden. Op basis van de opgedane (positieve) ervaringen gaan we hiermee verder. Sluitende aanpak klachtbehandeling In onze gemeente is de werkwijze dat de leidinggevende van de medewerker over wie een klacht gaat, die klacht ook behandelt. De klachtcoördinator coördineert het proces en bewaakt termijnen en processtappen. In 2022 hebben we het proces geëvalueerd en geoptimaliseerd met als doel onvrede bij inwoners sneller aan te pakken en tot een sluitende aanpak te komen. De klachtcoördinator werkt hierin nauw samen de interne mediator.
92 Participatie In 2022 is een volgende stap gezet in het versterken van de eigen organisatie op het gebied van participatie. De visie op (inwoners)participatie is vastgesteld. Hierin staat onze ambitie als het gaat om de wijze waarop we inwoners bij de totstandkoming van beleid betrekken. Op die manier wegen ook hun belangen mee en is er sprake van een gewogen besluit. We zetten hiervoor onder andere het online Inwonerspanel in, waarvan ruim 1300 inwoners lid zijn. In 2022 hebben zij hun mening kunnen geven over: de nieuwe bestuursperiode, communicatie over de gemeentelijke belastingen, het opstellen van een nieuw fietsplan voor Steenwijkerland en over onze digitale kanalen. Doelmatigheidsonderzoek In 2022 is onderzocht op welke wijze terugbelverzoeken van inwoners beter kunnen worden beantwoord. De aanbevelingen uit dit onderzoek betreffen vooral het verbeteren van het inzicht rondom terugbelverzoeken en het intern meer onder de aandacht brengen van de basisregels voor telefonische dienstverlening. De aanbevelingen worden opgepakt en halverwege 2023 evalueren we of de gewenste resultaten zijn behaald. Zo niet, dan worden aanvullende maatregelen genomen. Programmatisch en projectmatig werken In het nieuwe coalitieakkoord wordt nadruk gelegd op het gebiedsgericht en opgavegericht werken. Deze termen waren al bekend in de organisatie, maar niet overal.
Het is van belang om naast projectmatig en programmatisch werken ook als organisatie een duidelijk en gedeeld beeld te hebben bij gebiedsgericht en opgavegericht. In 2022 heeft een inventariserend onderzoek plaatsgevonden. De rapportage wordt begin 2023 opgeleverd. Hierin staat hoe we met deze verschillende manieren van werken willen omgaan binnen de organisatie. Medewerkers tevreden … over de positieve werksfeer, een fijne werkomgeving, de ruimte voor ontwikkeling en over een goede werkgever. Aantrekkelijk werkgeverschap Gelet op de krappe arbeidsmarkt is het voor ons cruciaal om te blijven investeren in aantrekkelijk werkgeverschap. Wij willen een aantrekkelijke werkgever zijn voor onze medewerkers. We spannen ons in voor een fijne werkomgeving, een positieve werksfeer met ruimte voor ontwikkeling. Zowel het behouden van vakbekwame mensen als het binnenhalen van nieuw talent is nodig om te beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel. Ook goede huisvesting hoort hierbij. Huisvesting De afgelopen periode waarin thuiswerken volledig is ingeburgerd, zijn de inzichten over werken op - en de functie van - het kantoor sterk veranderd. Met de uitrol van laptops en de introductie van Office365 zetten we hierin al een eerste belangrijke stap door hybride werken mogelijk te maken.
De volgende stap is te kijken naar hoe de kantooromgeving kan worden aangepast aan het veranderende gebruik. Voor 2023 is een budget beschikbaar gesteld voor het maken van een plan van aanpak inclusief een kostenraming. Het doel van het plan van aanpak is draagvlak creëren voor de ontwikkeling van een hybride en toekomstbestendige werkomgeving binnen de huidige muren van het gemeentehuis. Dat moet leiden tot het creëren van werkplekconcepten waarbij aan de wens wordt voldaan van medewerkers en organisatie. Met uiteindelijk als resultaat tevreden medewerkers in een goede en inspirerende werkomgeving. Vitaliteitsbeleid In 2022 is vervolg gegeven aan de ontwikkeling van het vitaliteitsbeleid gericht op positieve gezondheid en eigen regie. Dit is de basis voor vervolgstappen op het terrein van duurzame inzetbaarheid. Naast vitaliteitsbeleid is de pilot van het generatiepact geëvalueerd en omgezet in definitief beleid. Het heeft de nieuwe naam vitaliteitspact meegekregen en geeft de mogelijkheid voor afbouw van werk aan het einde van de loopbaan. Reiskostenregeling woon-werkverkeer Het verduurzamen van woon-werkverkeer is een belangrijk speerpunt van de gemeente Steenwijkerland. Daarnaast is het belangrijk als aantrekkelijk werkgever te worden gezien en ervaren.
Het introduceren van een reiskostenregeling en verruimen van de fietsregeling draagt hieraan bij en maakt het naar kantoor reizen weer enigszins betaalbaar. Daarbij wordt zowel het gebruik van de fiets als OV gestimuleerd, wat in lijn is met de ambities rondom verduurzaming van woon-werkverkeer. Deze reiskostenregeling is in 2022 vastgesteld. Medewerkersonderzoek In 2022 is een medewerkersonderzoek uitgevoerd. Het doel van zo’n onderzoek is meerledig: vaststellen hoever we zijn met onze organisatiedoelen, input vinden voor verbeterpunten voor vitale en tevreden medewerkers én een startmeting voor het plaats- en tijdonafhankelijk werken. Uit het medewerkersonderzoek in 2022 blijkt dat we vergelijkbare scores hebben als gemeenten van dezelfde omvang. Medewerkers zijn trots op de mogelijkheden om thuis te werken, de bevlogenheid en betrokkenheid van hun collega’s en ervaren de onderlinge samenwerking als prettig en collegiaal. Belangrijke aandachtspunten zijn de hoge werkdruk, de werk-privébalans en de onderlinge samenwerking tussen teams. Ook ‘harde’ aspecten zoals de internetverbinding op kantoor en aandacht voor de werkplekinrichting zijn veelvuldig genoemd als verbeterpunt. Verbeteracties op basis van het onderzoek zijn inmiddels in gang gezet en krijgen in 2023 een vervolg.
93 Hieronder een overzicht van het aantal medewerkers, de formatie en de totale bezetting van de afgelopen vijf jaren. Deze cijfers zijn van 31 december 2022 en geven hiermee een volledig beeld van het afgelopen jaar. De formatie is toegenomen. De (tijdelijke) toename zit grotendeels bij uitvoering sociaal domein. In de algemene uitkering is hiervoor geld beschikbaar gesteld. De overige uitbreiding betreft onder andere formatie voor de WOO (wet open overheid), inkoop en communicatie. Door krapte op de arbeidsmarkt nam het aantal moeilijk vervulbare vacatures richting het einde van 2022 toe. Het totaal aantal medewerkers, de bezetting, in fte is hierdoor gelijk gebleven in 2022 ten opzichte van 2021. Het jaar 2022 was voor het traineeprogramma een tussenfase. De laatste trainees van de eerdere jaren hebben hun traineeship in het voorjaar afgerond. In 2023 zal een nieuw traineebeleid ontwikkeld worden. Het verzuimpercentage is in 2022 nagenoeg gelijk aan 2021. Het grootste deel van het verzuim betreft langdurig verzuim. Daarnaast heeft het coronavirus impact gehad op onze medewerkers, op zowel een directe als indirecte manier. Een aantal medewerkers is besmet geraakt (vooral in het voorjaar) en dit heeft bij een deel van hen geleid tot verzuim. Daarnaast bracht het coronavirus en de coronamaatregelen extra werk met zich mee.
Dit extra werk, gecombineerd met de uitval van besmette medewerkers, heeft geleid tot een stijging van het verzuim vanwege te hoge werkdruk. Betrouwbaar en professioneel Privacy, informatiebeveiliging en -beheer Moderne informatie- en communicatietechnologieën (IT) hebben de samenleving ingrijpend veranderd. We raken steeds meer bedreven in en afhankelijk van IT. Maximaal dienstbaar zijn aan onze inwoners en ondernemers en tegelijk voldoende veiligheid waarborgen bij de digitale ontsluiting van informatie is de complexe opgave van vandaag de dag. In 2022 is gewerkt op basis van de uitgangspunten in het jaarplan Privacy, informatiebeveiliging en informatiebeheer 2021-2022. We hebben verdere invulling gegeven aan de audittermen ’opzet, bestaan en werking’. De strekking en betekenis hiervan is dat aantoonbaar is dat niet alleen sprake is van vastgesteld beleid, kaders en procesbeschrijvingen, maar dat die ook geïmplementeerd zijn en toegepast worden. Om dit te kunnen monitoren is een auditplan opgesteld. Daarnaast zijn de processen doorgelicht die (deels) vallen onder de werking van de Wet politiegegevens.
De Functionaris gegevensbescherming heeft in 2022 vanuit de AVG-toezicht gehouden op de onderwerpen ‘Bevragingen aan het Inlichtingenbureau door de gemeente’ (mate van uitvragen van persoons gerelateerde informatie over – uitkeringsgerechtigde – inwoners) en de ‘Processen jeugd’ (met name informatieplicht naar betrokkenen en transparantie).
94 Informatievoorziening In 2022 is de i-Visie 2022-2024 vastgesteld. Hierin staan uitgangspunten voor de verdere invulling van onze informatievoorziening en het applicatielandschap. Door het gebruik van slimme online diensten, zoals de webformulieren, verbeteren we de dienstverlening aan onze inwoner en ondernemer. Om de samenwerking te verbeteren en om hybride te kunnen werken, zijn alle PC’s vervangen door laptops en werken we met Microsoft 365. Alle onderdelen van onze organisatie werken nu met hetzelfde type laptop. Dit heeft gezorgd voor een interessant inkoopvoordeel en efficiënt beheer. Ook is eind 2022 het nieuwe zaaksysteem geïmplementeerd waarbij de inhoud van het oude zaaksysteem volledig is overgezet naar het nieuwe systeem. Een belangrijk project omdat dit systeem een groot deel van ons digitaal archief bevat en veel werkprocessen hierin worden afgehandeld. Het verbetert bovendien de dienstverlening aan onze inwoners en maakt de onderlinge samenwerking makkelijker. Aanpak structurering data Dit is een meerjarig project. In 2022 is een systeem voor de archivering van documenten aan Microsoft Teams gekoppeld en ingericht. Dit systeem wordt begin 2023 in gebruik genomen. Alle actuele data worden overgezet naar deze nieuwe omgeving. Overige data worden overeenkomstig de wet- en regelgeving bewaard of vernietigd.
Wet open overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo maakt overheden transparanter door overheidsinformatie beter vindbaar te maken. We zijn begonnen met het treffen van voorbereidingen voor het actief openbaar maken van raads- en collegestukken, beschikkingen, klachten, Woo-verzoeken, adviezen van adviescommissies, jaarplannen/-verslagen, organisatiegegevens en bepaalde onderzoeken. De actieve openbaarmaking is een forse operatie, waarbij alle gemeentelijke informatiesystemen en informatiestromen zijn betrokken. In 2023 wordt de Woo verder geïmplementeerd. Inkoop In 2022 heeft een extern bureau een inkoopscan uitgevoerd en ons geadviseerd hoe we de inkoopfunctie doelmatiger kunnen inrichten. Meerdere verbetervoorstellen (zoals het uitbreiden van de formatie op inkoopadvies en het verbeteren van inkoopcontractbeheer) zijn inmiddels doorgevoerd. Maatschappelijk verantwoord opdrachten geven en inkopen is de laatste jaren steeds belangrijker geworden. Om dit belang te benadrukken hebben we in 2022 het nieuwe landelijke manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) getekend. In 2022 is bij 19 procent van de inkoopstartdocumenten aangegeven dat duurzaamheidscriteria toegepast worden.
De verwachting is dat het nieuwe actieplan ertoe zal leiden dat er de komende jaren steeds vaker duurzaamheidscriteria toegepast zullen worden. Rechtmatigheidsverantwoording Tot en met het verslagjaar 2022 verstrekt de accountant een controleverklaring bij de jaarrekening met een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording gaat deze verantwoordelijkheid over naar het college. Vooruitlopend hierop is voor het verslagjaar 2022 voor het sociaal domein een pilot gedaan om te kijken hoe we aan deze verantwoordelijkheid vorm kunnen geven. Dat heeft geleid tot onderstaande verantwoording over het genoemde beleidsgebied. Financiële rechtmatigheid van het sociaal domein Voor de financieel belangrijkste processen binnen het sociaal domein zijn de controles uitgevoerd door de Verbijzonderde Interne Controle (VIC). Het gaat er dan om dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met de door u vastgestelde kaders zoals de begroting, de gemeentelijke verordeningen en andere relevante wet- en regelgeving. Het normenkader hiervoor heeft u als raad op 22 december 2022 vastgesteld. De grens voor het (verplicht) rapporteren over afwijkingen komt uit op een bedrag van € 100.500.
De geconstateerde afwijkingen zijn: Rechtmatigheidsafwijkingen sociaal domein (* € 1.000) Omschrijving Fouten Onzekerheden Aanbestedingsrechtmatigheid 148 Prestatielevering WMO (zorg in natura) 885 Prestatielevering Jeugd (zorg in natura) 712 Prestatielevering PGB (WMO en jeugd) 366 Totaal 148 1.963 Binnen het sociaal domein is een rechtmatigheidsfout in de wijze van aanbesteden geconstateerd. Deze inkoop had Europees moeten worden aanbesteed, maar dit is nagelaten. Inmiddels is hiervoor een aanbestedingsprocedure gestart, waarbij wel Europees aanbesteed zal worden. Dit betekent echter wel dat de uitgaven in 2023 ook als rechtmatigheidsfout zullen worden beoordeeld.
95 De geconstateerde onzekerheden betreffen vooral de beoordeling van de prestatielevering binnen de WMO en Jeugd bij de kleinere zorgaanbieders. Daar waar zorgaanbieders met een geleverde zorg boven de € 75.000 (WMO) of € 125.000,- (Jeugd) een controleverklaring van de accountant aanleveren, hebben we met zorgaanbieders met een omzet onder genoemde grens afgesproken te volstaan met een overeenkomst finale kwijting. Net zoals in de afgelopen jaren wordt ondertekening van een dergelijke overeenkomst door de accountant deels als onzekerheid beoordeeld. Het belang van het beperken van administratieve lasten bij kleine zorgaanbieders blijven we in dit geval een hogere prioriteit geven. Fraudebeheersing Fraudebeheersing is een agendapunt dat sinds enkele jaren periodiek op de agenda staat bij zowel bestuur als management. Geïdentificeerde belangrijke risico’s zijn onder andere corruptie en bewuste niet-naleving van wet- en regelgeving door management en bestuur. In het kader van fraudebeheersing zijn daarom in 2022 onder meer verbeteringen doorgevoerd in het proces rondom nevenfuncties en integriteit. Het periodieke gesprek over frauderisico’s bij de directie is in 2022 gevoerd op basis van de 11 aanbevelingen van de NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants).
Diverse afspraken zijn gemaakt om het onderwerp fraudebeheersing levend en onder de aandacht te houden in de organisatie, management en college (zoals een specifieke heisessie voor het management in 2023). De (verbijzonderde) interne controle (VIC) is in 2022 doorontwikkeld op basis van de belangrijkste frauderisico’s. Alle risico’s en interne beheersmaatregelen van de belangrijkste processen op het gebied van fraude zijn in beeld gebracht. Om eventuele corruptie tegen te gaan controleert de VIC bijvoorbeeld onder meer of het ‘vier-ogen-principe’ (functiescheiding) goed functioneert. Alle frauderisico’s en bijbehorende interne beheersmaatregelen worden vanaf nu jaarlijks gecontroleerd en actueel gehouden. In de controles die zijn uitgevoerd is daarbij geen fraude geconstateerd. Voor wat betreft het toegang tot systemen zijn de autorisaties voor kritische applicaties in 2022 tweemaal gecontroleerd. Op basis hiervan is het proces in- en uit dienst qua autorisaties gewijzigd en verbeterd. Tevens heeft een extra controle op de BRP (Basis Registratie Personen) plaatsgevonden. Overig: verplichte vermelding niet financiële onrechtmatigheden In de paragraaf Bedrijfsvoering moeten ook de niet-financiële onrechtmatigheden worden opgenomen.