Fluvius_RWP_Steenwijkerland_V2.pdf
Tekst van het document
In de daarbij behorende klimaatstresstest is uitgegaan van een bui van 70 mm in 1 uur tijd. Deze heeft rond het jaar 2050 naar verwachting een kans op voorkomen van eens per 100 jaar. Het belangrijkste kenmerk van dergelijke extreme buien is dat het water niet in de riolering past en dus op straat blijft staan en daar gaat stromen richting lage plekken. Op de lokaal laagste plekken komt alles bijeen en ontstaat overlast en soms ook schade. De nieuwe opgave wordt: • het water overal vasthouden, liefst op elke kavel, zodat het nergens te veel wordt, en/of: • het water her en der te geleiden naar geschikte laag gelegen plekken. • Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen dient deze nieuwe opgave mee te spelen. • Hemelwaterafvoer wordt steeds meer een bovengrondse aangelegenheid met invloed op de inrichting van de particuliere kavel en de openbare ruimte. In de RAS is door Fluvius het volgende gesteld: Als regio geven we bij kortdurende hevige neerslag prioriteit aan: • Begaanbare snelwegen, provinciale wegen en andere hoofdroutes, en daarmee bewoonde gebieden, voor calamiteitenverkeer. • Het creëren van bewustwording bij inwoners en ondernemers die weten hoe te handelen bij wateroverlast. • Beperkte schade door wateroverlast bij vitale netwerken en objecten.
In het RAS staat aangegeven dat gemeenten een en ander buiten de RAS nader uitwerken met lokale afwegingen en vastleggen in de Lokale Adaptatie Strategie (LAS). Beleid voor wateroverlast bij extreme buien Verwijzing van pagina 23 RWP Fluvius | 75 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Uitwerking van het beleid voor wateroverlast bij extreme buien De gemeente spreekt van ernstige regenwateroverlast indien één van onderstaande situaties optreedt: • Het water maakt het functioneren van vitale netwerken en objecten onmogelijk. • Het water stroomt via de straat gebouwen binnen. • Water blokkeert de doorgang in verkeersaders, doorgaande wegen en (fiets)tunnels. • Water levert langer dan 4 uur hinder op voor het verkeer, inclusief fietsers of voetgangers. • Hemelwater (anders dan gewone plassen) blijft langer dan 4 uur op straat staan. • Water afkomstig uit het rioleringssysteem blijft langer dan 4 uur in een tuin staan. • Het water op straat stinkt en/of bevat toiletpapier en andere visuele verontreinigingen. • Putdeksels komen omhoog en leveren gevaarlijke situaties. Naast ernstige overlast kan er sprake zijn van hinderlijke wateroverlast. Voorbeelden hiervan zijn water tussen de trottoirbanden en ondergelopen plantsoenen, achterpaden of tuinen gedurende beperkte tijd. Ernstige hemelwateroverlast vraagt om actie van de gemeente, maar bij hinderlijke wateroverlast is geen actie vereist.
De gemeente neemt de volgende uitgangspunten tot beleid, met de aantekening dat het meerdere jaren kan duren voordat bestaande knelpunten worden opgelost vanwege de vaak hoge kosten die ermee gepaard gaan: • Bij riolering in bestaand en nieuw bebouwd gebied is de bedoeling dat bui 8 (20 mm in 1 uur) via de riolering of andere voorzieningen kan worden afgevoerd zonder water op straat of andere hinder (dus binnen de beoogde kaders van de voorziening). • In bebouwde gebieden is de bedoeling dat de stresstest met een bui van T=100 met 70 mm in 1 uur tijd, niet leidt tot ernstige wateroverlast. • Als er maatregelen nodig zijn, dan maakt de gemeente een doelmatigheidsafweging. Situaties met mogelijke schade aan of in gebouwen hebben hoge prioriteit. Verwijzing van pagina 3 Verwijzing van pagina 23 RWP Fluvius | 76 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Taken in het oppervlaktewater vanuit de hemelwatertaak De gemeente heeft een wettelijke taak voor hemelwater, het waterschap voor beheer van het watersysteem, zowel kwantitatief als kwalitatief. Tussen deze taken bestaat een overgangsgebied, waarin lokale keuzes moeten worden gemaakt. Hieronder een overzicht van enkele punten die vragen om afstemming. Baggeren Waterpartijen moeten geregeld worden gebaggerd omdat ze anders dichtslibben in ons vlakke land. De aanwas met slib kent meerdere bronnen waaronder de riolering. Het open houden van het systeem dient meerdere doelen, waaronder de afvoer van hemelwater. Baggeren in stedelijk gebied komt ten laste van de rioolheffing i.v.m. de relatie hemelwaterzorgplicht. Het baggeren in het landelijk gebied komt ten laste van de algemene middelen. Waterlopen en sloten in de bebouwde kom Waterlopen, grachten, beken en sloten vervullen in de bebouwde kom een rol bij het bergen en afvoeren van hemelwater en voor het reguleren van de grondwaterstand. Ze horen daarmee bij de gemeentelijke watertaken, voor zover ze niet in eigendom en beheer zijn bij het waterschap. Gemeenten en waterschappen stemmen dit per geval af. Waterlopen en sloten buiten de bebouwde kom Waterlopen in het buitengebied zijn in het algemeen in eigendom en beheer bij het waterschap. Voor de kleinere sloten en greppels liggen de zaken anders.
Die zijn vaak in eigendom en beheer bij de gemeente, al dan niet gedeeld met een aanliggende particuliere grondbezitter. De functie is het drooghouden van het weglichaam en ontwatering van het aanliggende perceel. Duikers Duikers zijn essentieel voor de waterafvoer op plekken waar waterlopen en wegen kruisen. Ze hebben beheer en onderhoud nodig. Oeverconstructies Oeverconstructies/beschoeiingen dienen ter bescherming van de oevers (voorkomen afkalving en verontdiepen van de watergang. Het beleid rondom de oeverconstructies is vastgelegd in het Beleidsplan Oeverconstructies 2021-2026. Aangezien oeverconstructies zorgdragen voor het op orde houden van het watersysteem en daarbij dimensionering/capaciteit voor het afvoeren van hemelwater wordt een deel van de hierbij de horende onderhouds- en vervangingskosten betaald uit de rioolheffing. Verwijzing van pagina 24 RWP Fluvius | 77 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Stedelijk Water maaien Voor het op orde hebben en houden van het stedelijk water is het maaien van waterplanten noodzakelijk. Het op orde hebben van stedelijk water is noodzakelijk om voldoende capaciteit te behouden van het stedelijk water(systeem) voor de opvang van hemelwater en komt ten laste van de rioolheffing. Stedelijk Water bestrijding exoten We zien een sterke toename van exoten in het stedelijk watersysteem met alle schadelijke gevolgen van dien. Deze maatregel dient voor het op orde houden van het watersysteem en heeft een directe relatie met de hemelwaterzorgplicht. Verwijzing van pagina 24 RWP Fluvius | 78 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: Lid 1.a.2 - het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort. 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. 2.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater, en het afvoeren naar een zuivering technisch werk. Verwijzing van pagina 24 Artikel 2.16 Omgevingswet Artikel 3.6 Waterwet Verwijzing van pagina 24 RWP Fluvius | 79 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Verwijzing van pagina 25 Beleid bij meldingen over vocht of grondwateroverlast 1. Kelders en souterrains horen waterdicht te zijn, zodat ze geen last hebben van hogere grondwaterstanden. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 2. Kruipruimten horen ondiep te zijn. Een redelijke maat is 100 cm vanaf vloerpeil, dus vanaf de bovenzijde van de vloer van de begane grond. Diepe kruipruimten waarin grondwater voorkomt, kunnen beter worden opgevuld. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 3. Woningen horen voorzieningen te hebben waardoor vocht vanuit de fundering niet optrekt in de muren. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 4.
Vochtoverlast in de woning wordt soms veroorzaakt door onbewust bewonersgedrag, zoals te weinig ventileren, geen afzuigkap gebruiken of de was drogen in huis. Dit is een verantwoordelijkheid van de bewoner. 5. Eigenaren of gebruikers van percelen kunnen zelf drainage aanleggen op eigen erf. De afvoer regelen in overleg met de gemeente, naar oppervlaktewater of op de eigen hemelwaterafvoer binnen de erfgrens. 6. Bij bovengenoemde punten kan de gemeente voorlichtingsmateriaal verstrekken. 7. Structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies is aan de orde als: - De overlast vrijwel jaarlijks voorkomt, gedurende minstens 4 aaneengesloten weken en; - de overlast blijvend van aard is, dus niet tijdelijk zoals bijvoorbeeld bij nieuwbouw en; - de overlast doorwerking heeft in de woonruimten en; - bouwkundige ingrepen onmogelijk of onredelijk kostbaar zijn. 8. In het geval van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies ligt het in de rede dat de gemeente maatregelen in de openbare ruimte treft zoals bijvoorbeeld de aanleg van drainage en/ of afvoer van aangeboden drainagewater mede mogelijk maakt. 9. Zie voor meer informatie de notitie Grondwaterzorgplicht van gemeente Steenwijkerland (maart 2021). RWP Fluvius | 80 Inhoud 1. Context 2.
Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Informatie over droogte in relatie tot het RWP Regionaal probleem met lokale verschillen Het uitblijven van regen is geen lokaal probleem maar is regionaal van aard. Hele gebieden ontvangen in zo’n periode minder neerslag dan gebruikelijk. Maar de manier waarop het probleem zich manifesteert is wel lokaal. De ene boom kan er wel tegen en de andere niet. Een hoge zandkop in het buitengebied heeft eerder last van droogte dan een laagte in het beekdal. Boeren maken van oudsher gebruik van deze kennis. Droogvallende beken Langdurige droogte leidt tot droogval van watergangen en het wegvallen van de stroming. In een normale zomer treedt dit op in de haarvaten van het watersysteem. Bij extreme droogte kan droogval ook in grote waterlopen optreden met vissterfte tot gevolg en allerhande overlast. Hoger peil in de winter of niet? Het waterschap en de grondeigenaren of -gebruikers kunnen een grote bijdrage leveren aan het beperken van droogteschade door de keuze van het waterpeil. Men kan in de winter in de bodem forse hoeveelheden opsparen door te kiezen voor een hoger peil in watergangen, sloten en drainage. Maar de tegenhanger hiervan is dat akkers en weilanden dan minder begaanbaar zijn als er veel regen valt.
Daarnaast is relevant dat een natte akker of weiland in de lente minder vlot opwarmt en dus tot minder opbrengst leidt. Het is een lastige keuze om hierin de beste balans te vinden. Sturen in de gewaskeuze of niet? Een volgend punt is de gewaskeuze. Je ziet bijvoorbeeld maisteelt in gebieden die vroeger in de winter onder water stonden als beekdal. Tegenwoordig is de grond goed ontwaterd met drainage om vroeg in het voorjaar met de teelt te starten. Een begrijpelijke keuze, maar de tegenhanger is extra verdroging tijdens een droge periode. De vraag is of je als overheid hierin sturend wilt optreden. Dit is een moeilijke kwestie met veel kanten. In dit RWP gaan we hier niet verder op in. Op dit moment volstaat de notie dat gewaskeuze ertoe doet. Omgang met een schaarse watervoorraad We zijn in Nederland niet gewend om water te zien als een schaarse grondstof. Van oudsher hebben we een nat land en willen we juist van het water af. Maar door de klimaatverandering kunnen droge zomers vaker voorkomen en dus moeten we leren omgaan met een beperkte watervoorraad. Het vraagt een andere omgang met water. Nu vinden Verwijzing van pagina 25 RWP Fluvius | 81 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
we het nog vanzelfsprekend dat we de WC doorspoelen met drinkwater, dat we de tuin onbeperkt kunnen sproeien en dat het vrijwel niets kost. Er valt veel te winnen door een betere omgang met drinkwater. In het buitengebied kunnen landbouwers een grote bijdrage leveren door bewuster het gewas water te geven. Denk aan druppel-irrigatie in plaats van grote sproeiers. En bij boomkeuze geldt dat naaldbomen in het algemeen meer water uit de grond onttrekken dan loofbomen. Hemelwater infiltreren in bebouwd gebied In bebouwd gebied kunnen particulieren en de gemeente een bijdrage leveren aan het beperken van de gevolgen van de droogte door te zorgen dat hemelwater infiltreert. Dus niet afvoeren via de riolering, maar het hemelwater ten goede laten komen aan de grondwatervoorraad. Veel tuinen en bermen in het Fluvius werkgebied zijn hiertoe geschikt. Natuurlijk zijn niet alle tuinen geschikt, het is maatwerk. Het vergt een cultuuromslag in bebouwd gebied om hemelwater in beginsel te infiltreren in plaats van af te voeren via de riolering. Communicatie is een sleutelwoord. Schade aan fundering Het uitzakken van de grondwaterstand tot een lager peil kan leiden tot zetting van de bodem. Als een gebouw op staal is gefundeerd, dan kan dit leiden tot verzakking en scheurvorming. Dit behoort tot het risico van de eigenaar van het gebouw.
Bij bewuste peilverlaging kan er sprake zijn van aansprakelijkheid. Verwijzing van pagina 24 RWP Fluvius | 82 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Verwijzing van pagina 27 Overzicht van de voorzieningen Areaal Type object Aantal Opmerkingen Hoofdriolering voor afvalwater 160 km. Hoofdriolering voor hemelwater 130 km. IT-riolen hierbij gerekend Gemengde hoofdriolering voor afval- en hemelwater 143 km. Kolken 17.100 st. Rioolgemalen 115 st. Afvalwater en drukriolering Persleidingen 335 km. Persleidingen incl. drukriolering Pompunits drukriolering (buitengebied) 1183 st. Bergbezinkbassins 12 st. Externe overstorten 44 st. Gemengd rioolstelsel RWP Fluvius | 83 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Woningen en overige panden zijn meestal op de riolering aangesloten met aansluitleidingen. Via deze aansluitleidingen zamelt de gemeente het afvalwater in om het daarna door de riolering te transporteren. Elke aansluiting vormt in feite een beginpunt voor gebruikmaking van het openbare rioolstelsel. Bij gescheiden stelsels is meestal sprake van twee aansluitingen, namelijk één voor afvalwater en één voor hemelwater. Als het hemelwater niet direct is aangesloten met een aansluitleiding, dan is er sprake van een indirecte aansluiting. Het stroomt dan niet weg via een aansluitleiding, maar stroomt bijvoorbeeld bovengronds af naar de openbare ruimte.
Het eigendom van de aansluitleiding(en) is in veel gevallen tot en met het ontstoppingsstuk op of nabij de erfgrens van de perceeleigenaar en vanaf dat punt tot aan het hoofdriool van de gemeente. Kolken en lijngoten vormen een essentieel element van de riolering. Op deze plekken kan straatwater in de riolering stromen. Ook dit zijn beginpunten van het openbare rioolstelsel. Mee-stromend straatvuil bezinkt grotendeels in de bak van de kolk of de lijngoot. Deze moeten regelmatig worden leeg gezogen. In gemeente Steenwijkerland gebeurt dat eenmaal per jaar. De gemeente besteedt het kolken zuigen en goten reinigen uit aan marktpartijen die tevens zorg dragen voor afvoer en verwerking (inclusief mogelijk hergebruik) van het slib. De handmatig te reinigen kolken worden gedaan door de NoordWestGroep (sociaal werkontwikkelingsbedrijf). Kolken en goten moeten niet alleen onderhouden worden, soms moeten we ook reparaties uitvoeren. Tijdens het reinigen van de kolken worden eventuele gebreken aan de kolken en goten geregistreerd. Deze gebreken worden jaarlijks verholpen. De aansluitleidingen van kolken en goten kunnen ook verstopt raken. Deze verstoppingen herstelt de gemeente zelf. Verwijzing van pagina 28 Verwijzing van pagina 28 Huis- en bedrijfsaansluitingen Kolken en lijngoten RWP Fluvius | 84 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4.
Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Vrij-verval riolen vormen het meest omvangrijke, het meest kostbare en het meest bekende onderdeel van de gemeentelijke rioleringsvoorzieningen. Riolen raken in de loop der jaren vervuild en kunnen zonder onderhoud zelfs dichtslibben. Dit speelt in Nederland sterk door het geringe afschot van onze riolen en soms door zonken ten gevolge van verzakking bij slappe bodems. Riolen moeten daarom regelmatig worden gereinigd, in Steenwijkerland eens per 15 jaar. De gemeente besteedt het reinigen uit aan marktpartijen die tevens zorg dragen voor afvoer en verwerking (inclusief mogelijk hergebruik) van het slib. Riolering dient met enige regelmaat te worden geïnspecteerd om de toestand vast te stellen inclusief de mate van degradatie. De gemeente besteedt de inspecties uit aan gespecialiseerde marktpartijden. Het inspecteren gebeurt eens per15 jaar, gecombineerd met reinigen. Kleine ad hoc inspecties worden uitgevoerd door medewerkers van de gemeente of een lokale aannemer waar we een onderhoudscontract mee hebben. Riolen verouderen in de loop der jaren. Het is vooraf nauwelijks te voorspellen hoelang een riool zal kunnen functioneren.
Dit is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de buis, de zorgvuldigheid van de aanleg, de toestand van de ondergrond (ongelijkmatige zetting / bodemdaling), eventuele wortelingroei en de aard van het geloosde afvalwater. Daarnaast is van grote invloed of er op het riool wordt geloosd vanuit een persleiding met grote verblijftijden en de daaruit voortvloeiende H2S vorming die leidt tot stank en aantasting nabij het injectiepunt. Vrij-verval riolen Verwijzing van pagina 28 RWP Fluvius | 85 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Rioolgemalen vormen een essentieel onderdeel van de riolering. Het ingezamelde afvalwater loopt via de riolen, die onder afschot liggen, vanzelf (oftewel onder vrij verval) naar het laagste punt. De rioolgemalen pompen vanuit de diepste punten van het rioolstelsel het water omhoog naar een volgend rioleringsgebied of naar de zuivering. Aan de drukzijde van het (eind)gemaal zit een persleiding, soms kilometers lang. Onverhoopt uitvallen van rioolgemalen door een defect of door stroomstoring kan ertoe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na verloop van tijd ongezuiverd afvalwater loost in een gebouw, of op straat of op het oppervlaktewater. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en het milieu.
Gemalen dienen daarom voortdurend in goede staat te verkeren en de beheerder hoort te waken voor calamiteiten. 1x/jaar worden aan rioolgemalen (grote of hoofdgemalen) in het voor jaar gereinigd en geïnspecteerd door een aannemer. Hiervoor is een meerjarig contract afgesloten. 1x.jaar worden alle rioolgemalen die snel vervuild raken in het najaar gereinigd. Hiervoor is een meerjarig contract afgesloten met een hierin gespecialiseerde aannemer. 5-jaarlijks worden de besturingskasten(elektrische installaties) gekeurd (NEN3140) Alle gemalen zijn opgenomen in het beheerpakket H2GO. De hoofdgemalen kunnen vanuit dit pakket bestuurd worden (telemetrie). Naast rioolgemalen zitten overstortloggers en grondwatermeters in dit beheerpakket. Alle storingen worden verholpen door medewerkers van de gemeente. Storingen van hoofdgemalen komen via het beheerpakket, middels telemetrie binnen. Naast zogenaamd dagelijks onderhoud hebben de gemalen periodiek groot onderhoud nodig, waarbij de pompen en elektrische aansturing worden gerenoveerd of vervangen. Naast de gemeente beheert het waterschap ook rioolgemalen. Deze eindgemalen voeren het stedelijk afvalwater vanaf de kernen naar de RWZI. Gemalen en persleidingen Verwijzing van pagina 28 RWP Fluvius | 86 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6.
Kosten en rioolheffingSamenvatting De drukriolering in het buitengebied vormt een systeem op zichzelf. Langs de weg bij de woningen staan pompunits die het afvalwater onder druk over grote afstanden verpompen. Drukriolering is alleen bedoeld voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, niet voor mest, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. 1x/jaar worden alle goed bereikbare minigemalen (onderdeel drukrioolstelsel) in het voorjaar gereinigd en geïnspecteerd door een aannemer. Hiervoor is een meerjarencontract afgesloten. 1x/jaar worden de slecht bereikbare minigemalen (300 stuks) gereinigd en geïnspecteerd door medewerkers van de gemeente. Dit zijn gemalen die bijvoorbeeld alleen met boot of qaud bereikbaar zijn. Storingen aan drukrioolgemalen worden doorgegeven door aanwonenden. Een rode signaleringslamp laat zien dat een drukrioolgemaal in storing staat. Medewerkers van de gemeente zijn binnen 30 minuten ter plekke om de storing aan deze installaties te verhelpen. Drainage is bedoeld om de grondwaterstand te reguleren. In diepe polders, in laaggelegen beekdalen, op sommige sportvelden en speelterreinen en op slecht doorlatende grond is dit een essentiële voorziening. De gemeente zorgt eens per 3 à 15 jaar voor het doorspuiten van drainage in openbaar gebied om verstopping te voorkomen. Daarnaast hebben particulieren soms drainage op eigen perceel in eigen beheer.
Drains mogen in principe niet aangesloten worden op het riool. In een groot deel van onze gemeente bevindt zich namelijk veel ijzer in de grond. Buitengebied met pompunits en drukriool Drainage Verwijzing van pagina 28 Verwijzing van pagina 28 RWP Fluvius | 87 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Spelregels bij verstopping in de aansluitleiding Onderstaande tekst is afkomstig van de website van gemeente Steenwijkerland. Vanaf de website werken de links naar actuele informatie. Problemen met het riool? Stroomt het water in uw riool niet goed weg? Dan zit er waarschijnlijk een verstopping. Deze verstopping kan in uw eigen riool zitten, maar het kan ook zijn dat er een verstopping in het gemeentelijk riool zit. Hoe kunt u dat zien en wat kunt u doen? Waar zit de verstopping? Hoe komt u erachter waar de verstopping zit? En wat kunt u vervolgens doen? Dit kunt u lezen in het stroomschema op de volgende pagina. Riooltekeningen Van veel overnameputjes zijn riooltekeningen, zogenaamde 'huisaansluitingsschetsen' gemaakt. Op deze tekening staat waar uw overnameputje in de grond zit. Bent u zelf niet in het bezit van een huisaansluitingsschets? Bekijk dan de schets (als deze beschikbaar is) via onze website met huisaansluitingsschetsen voor het riool.
Is er geen tekening van een overnameputje? U kunt dan een gat boren in de rioolbuis, 50 cm binnen de perceelsgrens. Staat de buis vol water? Neem dan contact met ons op via telefoonnummer 14 0521 om het probleem op te lossen. Staat de buis niet vol water? Bel dan een installatiebedrijf. Zij kunnen het probleem oplossen. Heeft u vragen? Neem dan contact met ons op via telefoonnummer 14 0521. Verwijzing van pagina 29 RWP Fluvius | 88 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Verstopte rioolgemalen door zaken die niet in de riolering thuishoren, zoals doekjes Een groot deel van de storingen bij rioolgemalen bestaat uit verstopping door restanten van doekjes. Het gaat om niet afbreekbare toiletdoekjes, damesverband en een enkele keer een verloren dweil. In tegenstelling tot toiletpapier lossen deze doekjes niet op in het afvalwater waardoor sommige pompen verstopt raken en/of onnodig veel draaiuren maken. In enkele gevallen raken de pompen ernstig beschadigd, waardoor dure reparaties nodig zijn. In het buitengebied is dit soms direct terug te voeren tot de betreffende lozer op de unit van de drukriolering. In stedelijk gebied weet je haast nooit wie de lozer is geweest. Vet en olie niet in het riool Vet en olie horen niet thuis in het riool omdat het verstoppingen veroorzaakt. Op de website www.frituurvetrecyclehet.nl/ is informatie beschikbaar over de gevolgen van vetlozingen en over methoden van inzameling. Verwijzing van pagina 29 Bewustwording lozingenRioolwater loopt niet goed weg Verwijzing van pagina 29 Staat er in het putje geen of een klein laagje water? De verstopping zit waarschijnlijk in het gemeentelijk riool. U kunt de gemeente bellen om het op te lossen De verstopping zit waarschijnlijk in uw eigen riool.
U kunt een installateur bellen om het op te lossen Het rioolwater op de begane grond loopt wél goed weg, maar op de verdieping niet De verstopping zit in uw woning Een installatiebedrijf kan het probleem oplossen Graaf het controleputje op (op de tekening kunt u zien waar dit putje op uw perceel ligt) of bel de gemeente (telefoon 14 0521) Het rioolwater op de begane grond loopt niet goed weg Staat het putje vol water? RWP Fluvius | 89 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Correcte gegevens van de te beheren objecten vormen de basis voor goed beheer. De objectgegevens zijn opgenomen in de volgende systemen: • Beheerpakket GBI voor de gegevens van riolen, inspectieputten, kolken, etc. • Huisaansluitleidingen worden bijgehouden in een speciale website van de gemeente. • Pakket H2GO voor het gemalenbeheer en voor data analyse van gemalen en andere meetpunten. Verwijzing van pagina 29 Gegevensbeheer Verwijzing van pagina 30 Hydraulische berekeningen Rioleringsvoorzieningen moeten voldoende capaciteit hebben om naar behoren te kunnen functioneren. Bij het dimensioneren van deze voorzieningen worden daarom hydraulische ontwerpberekeningen uitgevoerd. Periodiek worden controleberekeningen uitgevoerd om te bezien of de voorziening nog voldoet als er gewijzigde omstandigheden zijn in de praktijk of andere aanleidingen. Het gaat onder meer om de volgende berekeningen: • Berekening van de afvoer (debieten, afschot, stroomsnelheden, verloren berging, aantal uren berging, etc.) van afvalwater richting RWZI. • Berekening van rioolgemalen (pompcurves, pomptypen, pendelberging, samenloop) en persleidingen (snelheid, weerstand, waterslag). • Berekening van de afvoer in de riolering met de zware ontwerpbuien 8 en 9. • Berekening van de afvoer met afvoer over straat bij een extreme bui van 70mm/1uur.
• Berekening van bijzondere voorzieningen als wadi’s, retentievijvers, infiltratiesystemen, stuwputten en dergelijke. • Waterbalans van een stedelijk gebied. • Grondwaterberekeningen, onder meer gericht op benodigde drooglegging en drainage. RWP Fluvius | 90 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Monitoring van het systeem-functioneren Monitoring is het waarnemen van het feitelijke gedrag en dit in relatie brengen met het beoogde gedrag. Rioleringsvoorzieningen zoals gemalen, pompunits, overstorten en drainage worden gedimensioneerd op basis van theoretische berekeningen met diverse aannamen. Deze werkwijze is heel gebruikelijk in de civiele techniek. Het is in feite de enige bruikbare manier om grootschalige voorzieningen te ontwerpen. Het is ook gebruikelijk dat het feitelijke functioneren enigszins afwijkt van de ontwerpuitgangspunten. Zolang dit binnen redelijke marges blijft is er niets aan de hand en voldoet het systeem aan de verwachtingen. Maar als het feitelijke functioneren fors afwijkt van de verwachting, dan kan het nodig zijn om in te grijpen. Het kan gaan om afvoerhoeveelheden die afwijken of om plekken met water op straat terwijl het stelsel wel voldoet aan ontwerpbui 8 en 9.
Gemalen en persleidingen zijn een essentieel onderdeel in het transport van afvalwater. Het zijn de meet en monitor punten in het systeem en van daaruit ook de plekken waar je kan sturen, mocht dat nodig zijn. Een scherp beeld hoe het afvalwatersysteem werkt wordt alleen maar belangrijker. Samenwerking met andere gemeenten of met het waterschap kan zeker helpen hier stappen in te zetten. Maak samen met het waterschap een meetplan waarmee je methodische de werking van het systeem in kaart brengt. Van daaruit kan je verbeteren en sturen. Verwijzing van pagina 30 RWP Fluvius | 91 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Risico-gestuurd rioolbeheer In de jaren ’80 van de vorige eeuw ontstond het besef dat verouderde riolen kunnen leiden tot gaten in het wegdek en tot disfunctioneren van de riolering. Er kwam meer aandacht voor beheer en onderhoud van de riolering. De rioolheffing (toen nog rioolrecht) moest omhoog om de benodigde middelen te vergaren om verouderde riolen te kunnen vervangen door nieuwe. Gemeenten hanteren in toenemende mate een bewuste strategie voor rioolvervanging, waarbij de afweging om een riool te vernieuwen plaatsvindt op basis van de afweging tussen de kans op falen, de gevolgen hiervan en de kosten die met dit falen zijn gemoeid.
Onderstaande figuur illustreert mogelijke strategieën voor het vervangen van riolering. • De meest eenvoudige strategie is niets doen. Wachten tot het misgaat en dan in actie komen. Een groot nadeel van deze strategie is dat je niet weet wat je kunt verwachten. • Het sturen op leeftijd gaat uit van de generieke aanname dat een riool een x-aantal jaar meegaat en dan vernieuwd moet worden. Inmiddels onderkent men dat dit een wel erg kort door de bocht benadering is. Er is niet één levensduur. Dit blijkt ook uit de steeds frequenter uitgevoerde degradatieanalyses. • Een andere strategie is die van kwaliteit-gestuurde rioolvervanging. Hierbij wordt louter gekeken naar de kwaliteit van de individuele rioolleiding. We hanteren dan de zogenaamde ingrijpmaatstaven, vaak in combinatie met een omvangmaatstaf. • Als er daarnaast ook gekeken wordt naar de gevolgen van falen (in termen van ontwrichting en kosten) dan beschouwen we dit als een risico-gestuurde strategie. In deze strategie is de absolute minimale kwaliteit van een rioolleiding bepaald en is deze gekoppeld aan de gevolgen van falen. Wachten Leeftijd Kwaliteit Risico Risicokosten Verwijzing van pagina 30 RWP Fluvius | 92 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
• De risicokosten strategie koppelt de kosten van het falen van een rioolleiding vermenigvuldigd met de faalkans van die leiding aan de vernieuwingskosten van die leiding. Als de kosten van falen keer de faalkans hoger worden dan de vernieuwingskosten, dan is het moment van daadwerkelijk vernieuwen aangebroken. In deze benadering wordt gestuurd op de minimale kosten van de asset als moment voor vervangen. In gemeente Steenwijkerland wordt gewerkt met risicogestuurd beheer. Verwijzing van pagina 30 De rioolbeheerder kan maatregelen formuleren aan de hand van de rioolinspecties en de beoordelingen. Soms kan worden volstaan met onderhoud en reparaties. In andere gevallen is het riool zodanig verouderd dat relinen of vervangen aan de orde is. Bij relinen wordt binnenin de oude riolering een nieuwe kunststof voorziening aangebracht. Bij vervanging wordt de straat opgebroken en worden nieuwe buizen, putten en aansluitleidingen aangelegd. Rioolvervanging is daardoor een zeer ingrijpende maatregel. Dikwijls wordt tegelijk de wegconstructie verbeterd, het wegdek vernieuwd en de openbare ruimte opnieuw ingericht. Rioolvervanging vraagt daarom een goede voorbereiding en afstemming met andere vakgebieden. Relinen is minder ingrijpend en is meestal aanzienlijk goedkoper. Relinen biedt echter niet altijd een goede oplossing, zoals bij verzakte riolering.
Ook in andere opzichten geeft relinen een ander product dan rioolvervanging, zo ontbreken bijvoorbeeld nieuwe putten en nieuwe aansluitleidingen, die dus anderszins aangepakt moeten worden. Belangrijk is de vraag of je het vernieuwen van de gehele weg vooral ziet als een kans of als een ongewenste kostenpost. Riool repareren, relinen of vervangen? Verwijzing van pagina 30 RWP Fluvius | 93 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Riolering kan een onverwachte rol spelen bij calamiteiten. Realistische externe risico’s zijn: • ontploffingen in het riool na inloop van brandstof, • ontruiming van woningen na verspreiding van giftige stoffen, • uitval van de RWZI na lozing van een onbekende stof bij een ongeval, • stopzetting van drinkwaterwinning na lozing van bluswater. Het RWP is niet de aangewezen plek om dit uit te werken. Dit hoort thuis bij de algemene bestrijding van incidenten en calamiteiten, met een centrale rol voor de Brandweer. Elke gemeente beschikt daartoe over een model met stappen voor opschaling en organisatie. • Van belang is dat men bij het oefenen aandacht schenkt aan het verspreidingsgevaar via riolering. • Verder is essentieel dat de calamiteitenorganisatie snel kan beschikken over juiste informatie van de riolering. Het rioolstelsel kent veel objecten die om wat voor reden dan ook kunnen uitvallen. Denk bijvoorbeeld aan pompen in de drukriolering, gemalen in het vuilwaterriool, tunnelbemalingen, verstoppingen van leidingen, scheuren in de riolering of zelf het instorten van het wegdek door zandinloop in rioolbuizen en/of putten. Bij een falen van aantal objecten kan het functioneren van het gehele systeem in het geding zijn.
Het uitvallen van rioolgemalen door een defect of stroomstoring kan er bijvoorbeeld toe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na enkele uren ongezuiverd afvalwater loost in een gebouw, of op straat of op het oppervlaktewater. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en het milieu. Daarom is het van belang dat voor de meest vitale objecten in het rioolstelsel een concrete en werkbare calamiteitenprocedure bestaat, zodat het uitvallen van deze objecten snel kan worden verholpen. Calamiteiten door externe factoren Calamiteiten door falende objecten in de riolering Verwijzing van pagina 30 Verwijzing van pagina 30 RWP Fluvius | 94 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Verwijzing van pagina 31 Relaties van rioleringsbeheer met aanpalende gemeentelijke vakgebieden Wegbeheer Riolering, kolken en aansluitleidingen liggen in en onder de weg. Werkzaamheden aan het één beïnvloeden het ander. Samenwerking en afstemming is daarom vereist. Klimaatadaptatie Bij de omgang met regenwater en grondwater speelt de riolering (HWA en drainage) een belangrijke rol. De inrichting van de publieke en private buitenruimte is bepalend voor de effecten van hevige regenval, droogte en hitte.
Inrichting openbare ruimte Hemelwaterafvoer wordt sterk beïnvloed door de inrichting van de openbare ruimte. Vooral bij extreme buien speelt het spel van hoog en laag een cruciale rol, het vormt het verschil tussen gereguleerde afvoer of overlast. Samenwerking en afstemming is daarom vereist. Schoonhouden openbare ruimte Straatvegen en kolken zuigen hebben met elkaar te maken. Een schonere straat leidt tot minder vuil in de kolken. Maar kolken zuigen is goedkoper dan straatvegen, dus de relatie is beperkt. Beheer gemeentelijke waterlopen Grotere vijvers en watergangen zijn in beheer bij de waterschappen. De gemeente beheert veel sloten in het buitengebied. Deze horen vooral bij de weg en bij het naastgelegen perceel. Ontwikkelingsprojecten (woningbouw en herstructurering) Bij deze projecten spelen talloze aspecten een rol, waaronder de gemeentelijke watertaken ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Klimaatadaptatie is een nieuwe uitdaging. Uitvoeringsprojecten Tijdens het ontwerp en de uitvoering van rioleringswerken is het van belang dat de kwaliteit wordt geborgd, zodat de rioleringsbeheerder goede objecten krijgt overgedragen. Omgevingsvergunningen Wateraspecten vormen onderdeel van de vergunning. Deze moeten goed worden meegenomen. RWP Fluvius | 95 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5.
Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Opsporen foutieve aansluitingen en handhavend optreden Foutieve aansluitingen zijn een lastig punt binnen het rioleringsbeheer. Bij het opsporen en herstellen treedt je in het domein van de particulier. Dit moet goed worden afgestemd. Gemeentelijk vastgoedbeheer i.v.m. gemaalbehuizingen Grotere rioolgemalen zijn geplaatst in speciale behuizingen. kleinere pompen zijn vaak voorzien van schakelkasten op het maaiveld. Duurzaamheid en milieubeleid Keuzes inzake beleid en beheer van riolering hebben effecten in termen van duurzaamheid en milieu. Financiën en belasting Rioleringsbeheer kost geld. Dit punt wordt verderop in dit RWP uitgewerkt. Verwijzing van pagina 31 RWP Fluvius | 96 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Aspecten van de samenwerking tussen de gemeente en de waterbeheerder(s) Watertoets Dit is het proces van overleg met de waterbeheerder bij stedenbouwkundige en andere ontwikkelingen in de openbare ruimte, waardoor inzichten over het water al vroegtijdig worden meegenomen in het ruimtelijke ontwerp. • Locatiekeuze – ruimtelijke ordening Het gaat om de vraag of de plek geschikt is voor de gewenste ontwikkeling of dat het beter elders kan. Andersom kan ook, namelijk dat de waterbeheerder ruimte voor water zoekt en de gemeente nodig heeft. • Peilbeheer – ruimtelijke ordening Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer. Het bedient daarmee de ruimtelijke functies zo goed mogelijk. Het beleid van beide overheden moet daarom op elkaar afgestemd zijn. • Systeemkeuze – ruimtelijke inrichting Het gaat bijvoorbeeld om de keuze voor een wadi omdat dit retentie geeft gecombineerd met zuivering van straatvuil en ontlasting van de RWZI. Waterketen De waterketen is het geheel van drinkwater via riolering tot de zuivering RWZI, dus grofweg alles in een buis ten behoeve van onze kraan in huis en bedrijf. • RWZI en rioolstelsels Het waterschap is beheerder van de RWZI, inclusief de hoofdrioolgemalen met bijbehorende persleidingen. Het aansluitende rioolstelsel is in beheer bij de gemeente. Samenwerking en afstemming is daarom vereist.
• Lozing op de riolering De gemeente is bevoegd gezag voor lozing op de riolering, terwijl dit mede effect heeft op de werking van de RWZI. Afstemming van beleid en handhaving is daarom nodig. Bij bedrijfsmatige lozingen gaat het ook om voorzuivering, het delen van informatie en handhaving. • Lozingen vanuit de riolering op oppervlaktewater. Uitlaten en riooloverstorten zijn nodig om hemelwater te lozen. De hoeveelheid water en de mate van verontreiniging zijn onderwerp van gesprek tussen waterschap en gemeente. Verwijzing van pagina 31 RWP Fluvius | 97 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
• Diverse andere onderwerpen, zoals deels elders besproken in dit RWP , vragen om samenwerking: Dun water, discrepantie, afvalwater in het buitengebied, afkoppelen hemelwater, monitoring. Waterlopen Het waterschap voert het beheer over het watersysteem met de grotere waterlopen. Sloten in het buitengebied en in kernen vallen onder gemeentelijk of particulier beheer. Onderwerpen van afstemming zijn onder meer peilbeheer, oeverbeheer, baggeren, afvoer van maaisel en eventuele toekomstige herinrichting. Ook duikers, bruggen, beschoeiingen, kademuren en dergelijke vergen afstemming tussen waterschap en gemeente. Waterkeringen Het waterschap voert het beheer over regionale waterkeringen. Onderwerpen van afstemming zijn onder meer vergunningen, recreatief medegebruik en eventuele toekomstige herinrichting. Omgevingsvergunning De gemeente geeft omgevingsvergunningen af. Dit geldt ook voor projecten die het waterschap wil realiseren. Samenwerking en afstemming is daarom vereist. Verwijzing van pagina 31 RWP Fluvius | 98 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
De gemeenten Meppel, Midden-Drenthe, Westerveld, De Wolden, Hoogeveen en Steenwijkerland en Waterschap Drents Overijsselse Delta werken samen in de afvalwaterketen onder de naam Fluvius. Het betreft het werkgebied van het voormalige waterschap Reest en Wieden. De samenwerking richt zich op kennisuitwisseling en beoogt de kwaliteit van de uitvoering van de gemeentelijke watertaken en de afwegingen die daarbij aan de orde zijn verder te verbeteren en de kwetsbaarheid te verminderen. De samenwerking is gestart rondom de afvalwaterketen van het BAW 2011 (Bestuursakkoord Water) en inmiddels uitgebreid met klimaatadaptatie. Samenwerkingsverband Fluvius - Regionale samenwerking Verwijzing van pagina 31 RWP Fluvius | 99 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Personele aspecten van de rioleringszorg Rioleringsbeheer, inclusief de gemeentelijke watertaken, brengt een omvangrijk takenpakket met zich mee, dat de nodige personele inzet vereist. Met behulp van de Kennisbank Riolering van RIONED is een inschatting gemaakt van de benodigde personele inzet. Het is gebaseerd op inwoneraantal, areaalgrootte en geplande investeringen. Het gaat uit van landelijke gemiddelden en houdt geen rekening met lokale bijzonderheden. Het is een hulpmiddel om de lokale personeelsformatie te bespreken.
De taken zijn te verdelen in 3 hoofdgroepen: 1. Algemene taken bij het beheer van de riolering: a. RWP opstellen, jaarprogramma’s, overleg beheerders, afstemming andere vakgebieden, terugkoppeling, regelen middelen. b. Uitvoeren van inspecties, controles, metingen en berekeningen. c. Ingaan op klachten, verwerken van revisie en vergunningverlening. De personele inzet voor deze algemene taken is gerelateerd aan het inwoneraantal. 2. Onderhoud van de bestaande voorzieningen: a. Onderhoud van riolen, aansluitleidingen en kolken. b. Onderhoud van gemalen en de drukriolering buitengebied. c. Onderhoud van drainage en infiltratievoorzieningen. De personele inzet voor deze onderhoudstaken is gerelateerd aan de areaalgrootte. 3. Maatregelen voorbereiden: a. Aanleg van nieuwe voorzieningen. b. Reparaties aan bestaande voorzieningen. c. Renovatie of vervanging van bestaande voorzieningen. d. Verbeteringsmaatregelen. De personele inzet voor deze maatregelen is gerelateerd aan de investeringslijst. Een gemeente kan kiezen om alle taken met eigen mensen te doen of om meer uit te besteden. Bij de “algemene taken” kan de gemeente bijvoorbeeld zelf het RWP schrijven en hydraulische Verwijzing van pagina 32 RWP Fluvius | 100 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Hoofdgroep taken zelf doen regie Gemeente opmerkingen 1. Algemene taken 3,1 fte 1,4 fte 3,1 fte 2. Onderhoud 12,2 fte 4,3 fte 3,6 fte 3. Maatregelen 2,8 fte 6,8 fte 1,8 fte berekeningen uitvoeren of deze taken uitbesteden aan een adviesbureau. Bij “onderhoud” kan ze zelf kolken reinigen en een eigen gemalenploeg hebben of dit uitbesteden aan gespecialiseerde bedrijven. Bij “maatregelen voorbereiden” kan de gemeente zelf het ontwerp en bestek maken of dit uitbesteden aan een ontwerpbureau. Hiernaast worden twee uitersten gegeven. Bij “zelf doen” doet de gemeente alle taken met eigen mensen. Bij “regie” wordt zoveel mogelijk uitbesteed, maar de gemeente blijft verantwoordelijk en moet coördinerende en aansturende taken wel blijven doen. De volgende kolommen tonen de situatie in de gemeente aangevuld met eventuele opmerkingen. Voor meer info, zie de Kennisbank op de website van RIONED: www.riool.net. In de rekentool van RIONED wordt geen rekening gehouden met taken die de gemeente uitvoert in het beheer van oppervlaktewater, dus die komen er nog bovenop. Verwijzing van pagina 32 Totaal fte’s 18,1 fte 6,8 fte 8,5 fte RWP Fluvius | 101 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Met de RIONED branchestandaard toetsen gemeenten en waterschappen of de competenties en kennis op het gebied van stedelijk waterbeheer binnen hun organisatie of in de samenwerking aanwezig zijn. Zie de website www.rioolenraad.nl en de website www.riool.net voor meer informatie. Het proces helpt om sterke en te ontwikkelen punten van een team in beeld te brengen en te vertalen tot acties. Verder kan het leiden tot elkaar versterken in de regio. In het RWP is het afvalwaterbeleid geformuleerd, met een specifieke uitwerking voor het buitengebied. Er is behoefte aan een doorvertaling van dit beleid, gericht op concrete situaties. Hoe ga je om met nieuwe ontwikkelingen zoals “rood voor rood”, zorgboerderijen en “migrantenhotels”? Hoe stem je dit af in de gemeentelijke organisatie? Hoe ga je om met renovatie en vervanging van verouderde objecten terwijl je ziet dat er ontwikkelingen op handen zijn? Blijf je inzetten op een ooit gekozen systeem per deelgebied of schakel je om naar een ander systeem? Verwijzing van pagina 35 Verwijzing van pagina 35 Branche standaard gemeentelijke watertaken Doorvertaling afvalwater- beleid buitengebied RWP Fluvius | 102 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting In het RWP is het hemelwaterbeleid geformuleerd.
Tijdens het opstellen van dit RWP ontstond (in het hele land) discussie over de vraag of de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater beperkt is tot de bebouwde kom of dat er ook een opgave ligt in het buitengebied. De wetstekst neigt naar de eerste opvatting, maar de nieuwe VNG modelverordening voor een heffing gericht op water en rioleringszorg neigt naar de tweede opvatting. Onder de vlag van Fluvius willen we dit voor onze regio uitzoeken. De bedoeling van dit project is om verschillende opties naast elkaar te zetten hoe je de lasten van de rioolheffing kunt verdelen over de verschillende groepen eigenaren en gebruikers die belang hebben bij de riolering. De eerste vraag is of je de heffing alleen oplegt voor percelen met een aansluiting op de riolering of ook bij indirecte aansluiting of zelfs aan alle percelen. Vervolgens komt de afweging tussen eigenaar en/of gebruiker. Tot slot zijn verschillende tariefsystemen mogelijk, zoals vast bedrag, bedrag per inwoner, bedrag naar drinkwaterverbruik, bedrag naar perceelgrootte, bedrag naar verhard oppervlak, enzovoorts. Elke keuze heeft specifieke voor- en nadelen. Het onderzoek wordt opgezet vanuit Fluvius en uitgewerkt per gemeente. Verwijzing van pagina 35 Verwijzing van pagina 35 Taakopvatting hemelwater buitengebied Variantenstudie tariefsysteem rioolheffing RWP Fluvius | 103 Inhoud 1. Context 2.
Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Het SSW vervangt het basisrioleringsplan (BRP). Het BRP beperkte zich tot het rioleringssysteem. In de huidige zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater zijn behalve de riolering ook de openbare ruimte en het oppervlaktewater betrokken. In het SSW worden alle deelsystemen van het stedelijk watersysteem, het functioneren, de beoordeling van het functioneren en eventuele maatregelen beschreven. In het RWP is het hemelwaterbeleid op hoofdlijnen geformuleerd. De volgende stap is uitwerking per wijk of buurt. Fluvius neemt het voortouw om het hemelwaterbeleid voor elke gemeente in één buurt uit te werken. Daarbij wordt gekeken naar het beleid uit het RWP en naar de uitwerkingsnotitie stedelijk water van het waterschap. Zie de principes voor hemelwaterbeleid en de checklist per buurt als basis voor dit project. Na de pilots vanuit Fluvius volgt een uitwerking per gemeente. De uitkomst is concreet hemelwaterbeleid per buurt. Verwijzing van pagina 35 Verwijzing van pagina 35 Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) opstellen Hemelwaterbeleid regionaal opstellen en gebiedsgericht uitwerken RWP Fluvius | 104 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6.
Kosten en rioolheffingSamenvatting In het Omgevingsplan wordt in het digitale stelsel het beleid per perceel weergegeven. Het beleid voor afvalwater, hemelwater en grondwater staat hier toegespitst per perceel. Zie dit voorbeeld voor concreet uitgewerkt beleid per perceel in het Omgevingsplan. Riolering heeft een eindige levensduur. Na verloop van tijd kunnen bijvoorbeeld zettingen optreden of lekkende voegen of aantasting van beton. Een belangrijke indicator is de leeftijd, maar soms zijn relatief jonge riolen toch snel versleten, bijvoorbeeld door slechte aanleg of door aantasting ten gevolge van lozingen vanuit de drukriolering. De toestand van de riolering wordt daarom periodiek geïnspecteerd met behulp van speciale rijdende camera’s. Er volgt een nauwkeurige beoordeling en rapportage. In het project degradatie-analyse wordt systematisch gekeken naar de achteruitgang van de bestaande riolering, inclusief extrapolatie naar de toekomst. Dit geeft een inschatting van de kosten voor het in stand houden van de riolering op korte en langere termijn. Dit is belangrijke input voor de berekening van de benodigde rioolheffing. Het project wordt daarom gepland in de laatste jaren van de planperiode van dit RWP , zodat informatie wordt verzameld voor de opvolger van dit RWP .
Verwijzing van pagina 35 Verwijzing van pagina 35 Rioleringsbeleid concreet verwoorden per perceel voor het Omgevingsplan Degradatie-analyse RWP Fluvius | 105 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Om te komen tot een beheer- en onderhoudsplan dient eerst de conditie (lekkage, sterkte, hydraulica en zetting) van de bestaande persleidingen te worden bepaald. Dit kan door de prioritaire persleidingen te reinigen d.m.v. piggen en te inspecteren d.m.v. intelligent pigging, ultrasoon of elektroscan. Daarnaast kan veel informatie worden ontleend aan de beoordeling van persleidingen die vervangen zijn/worden. Omdat inwendig onderzoek bij persleidingen relatief duur is, ligt het voor de hand om op zoek te gaan en gebruik te maken van kennis, inzichten en ervaring die elders al is opgedaan (literatuurstudie). Gemeente Steenwijkerland wil graag inzicht in de grondwaterstand in haar gemeente. Dit inzicht is gewenst om afwegingen en keuzes te kunnen maken en om beoordelingen te kunnen doen ten aanzien van thema’s als grondwaterzorgplicht, bodemdaling, funderingsproblematiek en klimaatvraagstukken. Daarnaast biedt het de gemeente de mogelijkheid haar inwoners en bedrijven op een adequate manier te voorzien van informatie bij vragen over grondwater.
De eerste stap is om te komen tot een opzet van een grondwatermeetnet. Begin van deze planperiode wordt hieraan invulling gegeven. Verwijzing van pagina 35 Verwijzing van pagina 35 Onderzoek persleidingen Opzetten grondwatermeetnet RWP Fluvius | 106 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting De bedoeling van dit project is om een systeem op te zetten waarmee het functioneren van de riolering continu in de gaten wordt gehouden. Bij afwijking volgt nadere analyse en eventueel actie. Het is te overwegen dit project gezamenlijk op te pakken in de Fluvius regio. 1. Onder de naam rioolheffing kan een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwater-stand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. 2. Ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven. 3.
Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan de omzetbelasting die als gevolg van de Wet op het BTW- compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit dat fonds. Verwijzing van pagina 35 Verwijzing van pagina 38 Monitoring systeem- functioneren opzetten Artikel 228a Gemeentewet RWP Fluvius | 107 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Verwijzing van pagina 39 Begrotingsregels voor de rioolheffing vanuit het Besluit Begroting en verantwoording (BBV) 1. Afschrijvingslasten uitbreidingsinvesteringen Dit betreft investeringen die leiden tot een toename van het aantal aangesloten percelen. BBV: Investeringen met economisch nut, dus activeren en afschrijven. Eerste aanleg wordt veelal bekostigd uit grondprijs (via grondexploitatie). 2. Afschrijvingslasten vervangingsinvesteringen (ook sparen of ideaalcomplex is mogelijk) Voor vervangingsinvesteringen zijn er 3 mogelijkheden. a. Hoofdregel BBV is: activeren en afschrijven, zoals bij uitbreidingsinvesteringen. b. Sparen via voorziening. c. Ideaalcomplex: Bedrag voor vervanging in rioolheffing is gelijk aan (jaarlijkse) omvang vervangingsinvestering. Bij vervangingspieken kan het tarief meestijgen of kan een combinatie worden gemaakt optie a, b en c. 3.
Rentelasten investeringen Veel gemeenten werken met renteomslag percentage: rente x activa riolering. Gemeenteraad kan besluiten tot rentetoerekening over reserves en voorzieningen. BBV – Rente: Rentetoerekening aan taakvelden is verplicht (Notitie Rente BBV). 4. Groot onderhoud of toevoeging voorziening onderhoud Het onderscheid van groot onderhoud ten opzichte van vervanging is dat vervanging levensduur-verlengend is. 5. Klein onderhoud, toerekeningen, administratieve lasten etc. De kosten van de overhead mogen wel mee worden genomen in de kostprijsberekening voor het tarief. Het belang van een toelichting op de kostendekkendheid in de paragraaf lokale heffingen is toegenomen. Veel rechtszaken gaan over toerekeningen, dat vraagt om een goede onderbouwing RWP Fluvius | 108 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
(vooraf) van alle toerekeningen aan de rioolheffing. Een actuele kostendekkingsberekening die aansluit bij het GRP en bij de verordening. 6. BTW Gemeente mag bij berekening hoogte rioolkosten ook geraamde btw meenemen. • Btw-Component in heffing naar concern of komt in een reserve riolering. 7. Overschot op rekeningbasis Een overschot op rekeningbasis kan in principe vrijvallen in algemene middelen. Maar er is veel voor te zeggen: “Geld opgehaald bij de burger voor het riool blijft in het riool”. Ook hier bepaalt de raad wat er gebeurt, veelal via de financiële verordening. 8. Voorziening riolering Reserves zijn gereserveerde bedragen waar geen verplichtingen tegenover staan. Voorzieningen zijn gereserveerde bedragen waar wel verplichtingen tegenover staan. Er zijn 3 typen voorzieningen voor riolering: 1. Groot onderhoud. 2. Vervangingsinvesteringen. 3. Niet uitgevoerd werk (besparing kapitaallasten). In de ideale situatie zijn bovengenoemde voorziening en een (bestemmings)reserve aanwezig 9. Egaliseren lasten en tarieven Schommelingen in het tarief kunnen worden voorkomen door gebruik te maken van de voorzieningen. Verwijzing van pagina 39 RWP Fluvius | 109 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Verwijzing van pagina 40 Gemengde activiteiten en enkele activiteiten die niet tot de riolering behoren Gemengde activiteiten dienen meerdere doelen. Bijvoorbeeld straatreiniging. Dat wordt hoofdzakelijk gedaan voor het schoonhouden van de openbare ruimte. Maar het dient ook de riolering, omdat de kolken dan minder vaak hoeven te worden gereinigd. Van zo’n gemengde activiteit kan een gedeelte van de kosten worden toegerekend aan de rioolheffing. Het percentage van kostentoerekening is enigszins arbitrair en dient naar redelijkheid te worden gekozen. Onderstaand worden enkele gemengde activiteiten besproken: • Straatreiniging Straatreiniging dient in eerste plaats het beheer van de openbare ruimte. In tweede instantie treedt een besparing op bij het reinigen van de kolken. In de gemeente Steenwijkerland worden de jaarlijkse onderhoudskosten van straatreiniging voor 50% toegerekend aan de rioleringszorg. • Maaien en onderhoud sloten Sloten vormen een kans om hemelwater af te koppelen van de riolering en passen bij duurzaam (stedelijk) waterbeheer. Hieronder valt tevens het verwijderen van exoten, dat is noodzakelijk om de doorstroming van watergangen te borgen. Het is verdedigbaar de kosten hiervan deels toe te rekenen aan de rioleringszorg. In gemeente Steenwijkerland gebeurt dit voor 66%.
• Baggeren watergangen Het baggeren van watergangen is noodzakelijk om de doorstroming van de watergangen te garanderen, daarnaast om eventuele vervuiling vanuit de riooloverstorten en met regenwater mee gespoeld sediment te verwijderen. Voor het uitvoeringsprogramma wordt aangesloten bij het bestaande baggerplan. Het budget voor baggeren in stedelijk gebied wordt gedekt uit de rioolheffing. • Oeverconstructies Oeverconstructies houden de watergangen in het juiste profiel. Kosten voor het onderhouden en vervangen van oeverconstructies worden in gemeente Steenwijkerland voor 67% toegerekend aan de rioolheffing. RWP Fluvius | 110 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Onderstaand worden enkele activiteiten besproken die niet tot de riolering behoren: • Onkruidbestrijding wordt niet uitgevoerd ten behoeve van de rioleringszorg. Enige vertraging van de afstroming op straat naar de riolering is zelfs gunstig. • Bomen planten doe je niet ten behoeve van de gemeentelijke watertaken. In de winter kan een hoge grondwaterstand een probleem zijn die je aanpakt met maatregelen, zoals drainage. Een boom helpt niet of nauwelijks omdat de verdamping in de winter vrijwel stilligt. In de zomer verdampt een boom juist veel water en dat kan zelfs ongewenst zijn vanwege verzakkingsrisico van aangrenzende bebouwing. • Groen-blauwe daken dienen verschillende doelen, zoals het versterken van de biodiversiteit, afvangen van fijn stof, isolatie van een gebouw en daarnaast in geval van bergingscapaciteit het vertraagd afvoeren van regenwater. De effectiviteit voor waterbeheer is beperkt en daarom worden kosten voor groen-blauwe daken niet toegerekend aan de rioolheffing. • Sloten en bermen in het buitengebied horen niet of nauwelijks bij de gemeentelijke watertaken. Ze horen eerder bij wegbeheer, bij aanliggende percelen of bij het waterschap. • Bestrijding van hitte hoort niet bij de gemeentelijke watertaken. Verwijzing van pagina 40 RWP Fluvius | 111 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6.