Fluvius_RWP_Steenwijkerland_V2.pdf
Tekst van het document
5.1 – Onderzoeksprojecten Onderzoek en planvorming zijn nodig om goed zicht te houden op de ontwikkeling van het rioolstelsel. Het helpt om de goede koers te houden binnen de rioleringszorg. Bijgaand overzicht toont de geplande projecten. Doorklikken op een onderwerp brengt u bij een kader met extra informatie. Het is goed denkbaar dat tijdens de looptijd van dit RWP nog enkele acties worden toegevoegd vanuit actuele ontwikkelingen. Onderzoeksprojecten met een regionaal karakter worden uitgevoerd onder de paraplu van Fluvius. 5.2 – Vernieuwing van het areaal Uit de inspecties van de riolering blijkt dat de meeste riolering nog enkele tientallen jaren mee kan gaan. Grootschalige rioolvernieuwing is daarom niet aan de orde in de planperiode.
Incidenteel kan een riool afwijken van dit gemiddelde Programma onderzoeksprojecten in de planperiode 2023-2028 Onderwerp Periode 2023-2024 2025-2026 2027-2028 Branchestandaard gemeentelijke watertaken Fluvius Doorvertaling afvalwaterbeleid buitengebied Fluvius Taakopvatting hemelwater buitengebied Fluvius Variantenstudie tariefsysteem rioolheffing Fluvius Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) opstellen Hemelwaterbeleid regionaal opstellen en gebiedsgericht uitwerken Fluvius Rioleringsbeleid concreet verwoorden per perceel voor Omgevingsplan Degradatie-analyse Onderzoek persleidingen Fluvius Monitoring systeem-functioneren door-ontwikkelen Fluvius Opzetten grondwatermeetnet Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 35
beeld en vragen om een ingreep. De technische levensduur van de gemalen en persleidingen met hun onderdelen is divers. De bouwkundige constructie van de gemalen en de persleidingen hebben een theoretische levensduur van 60 jaar. Het werktuigbouwkundige deel, zoals leidingwerk, de pomp, schakelkast, besturing en telemetrie heeft een theoretische levensduur van 15 jaar. In deze planperiode verwachten we nog relatief weinig (mini)gemaalrenovaties. Rioolput Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 36
Lijngoot Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 37
6. Kosten en rioolheffing 6.1 – Wettelijk kader voor de rioolheffing De wettelijke basis voor de rioolheffing is opgenomen in artikel 228a van de Gemeentewet. De rioolheffing is een bestemmingsheffing. De inkomsten uit de rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de gemeentelijke zorgplichten. De inkomsten uit de rioolheffing mogen wel aangevuld worden met inkomsten uit de algemene middelen. In fiscaal-juridische zin betekent dit dat de heffing een zuivere belasting is. Belangrijke aandachtspunten van de rioolheffing zijn: Dit hoofdstuk draait om de bekostiging van de gemeentelijke watertaken. Als eerste wordt ingegaan op het wettelijke kader voor de rioolheffing. Daarna komen de kosten aan bod voor dagelijks beheer en onderhoud; de exploitatie. Vervolgens wordt gekeken naar de investeringen. Daarna staan wij stil bij de vraag welke generatie opdraait voor kosten van investeringen en hoe je jaarlijkse schommelingen in de rioolheffing kunt voorkomen. Vervolgens komt aan de orde welk tariefsysteem de gemeente hanteert voor de rioolheffing. Tot slot volgt de doorrekening tot de benodigde rioolheffing. Verwijzing van pagina 16 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 38
• De opbrengsten zijn bestemd voor het doel waarvoor de heffing in het leven is geroepen: - het inzamelen en transporteren van afvalwater; - het verwerken van hemelwater; - het ingrijpen in de grondwaterstand. • De heffing mag niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente voor dit doel maakt (maximaal 100% kostendekkend). Ook mag de gemeente de opbrengst niet aan andere zaken uitgeven. • De vormgeving van de heffing moet een relatie hebben met de gemeentelijke watertaken. De gemeente treft de voorzieningen in het algemeen belang, maar zij moet de kosten wel op een aanvaardbare manier verdelen. Dit houdt in dat er een zekere relatie moet zijn tussen het kostenverhaal via de rioolheffing en het belang dat de belastingplichtige heeft bij de voorzieningen (profijtbeginsel). De kaders van de begrotingsregels liggen vast in: • Gemeentewet • Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken • Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) • Notitie riolering commissie BBV • Jurisprudentie (i.o.) In bijgaand kader wordt in negen onderwerpen ingegaan op de specifieke onderdelen van de begrotingsregels voor de rioolheffing vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Rioolgemaal met een ondergrondse besturingskast Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6.
Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 39
6.2 – Kosten voor het beheer Het dagelijkse beheer van de riolering, ook wel aangeduid als beheer en onderhoud, is van essentieel belang om het systeem goed te laten functioneren. Activiteiten die worden uitgevoerd ten behoeve van gemeentelijke watertaken mogen worden toegerekend aan het rioleringsbeheer. Sommige activiteiten worden enkel uitgevoerd ten behoeve van de gemeentelijke watertaken en worden daaraan geheel toegerekend, bijvoorbeeld het inspecteren en reinigen van de riolering. Daarnaast zijn er gemengde activiteiten, zie bijgaand kader. Voor deze activiteiten geeft de begroting aan welk gedeelte van de kosten ten laste van de rioolheffing wordt gebracht, op basis van het beleid uit het RWP . Tot slot zijn er activiteiten die niet bij de riolering horen. Deze zijn natuurlijk niet uitputtend op te sommen. Enkele worden wel aangetipt in hetzelfde kader, omdat er discussie over kan ontstaan. Hiernaast staat een overzicht met de jaarlijkse uitgaven op het gebied van beheer en onderhoud. Voor een overzicht van inkomsten en uitgaven klikt u hier.
Jaar 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Exploitatie Riolering € 145.700 € 145.700 € 140.700 € 140.700 € 140.700 € 140.700 Riolering Elektra € 400.000 € 400.000 € 400.000 € 400.000 € 400.000 € 400.000 Riolering Onderzoek € 270.000 € 210.000 € 235.000 € 235.000 € 235.000 € 265.000 Riolering Planvorming € 107.900 € 107.900 € 107.900 € 107.900 € 107.900 € 107.900 Riolering Onderhoud € 593.000 € 593.000 € 593.000 € 593.000 € 597.000 € 597.000 Riolering OS (exclusief btw, overhead en kapitaallasten) € 622.381 € 623.574 € 623.716 € 623.716 € 622.865 € 622.865 Waterweg en stedelijk waterbeer € 556.167 € 586.167 € 556.167 € 556.167 € 556.167 € 556.167 Kwijtschelding en belastingen € 75.000 € 75.000 € 75.000 € 75.000 € 75.000 € 75.000 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 40
6.3 – Uitgaven voor investeringsprojecten Riolering heeft geen oneindige levensduur. Om kwalitatieve redenen moeten onderdelen van de riolering (putten, buizen, gemalen, persleidingen, e.d.) na verloop van tijd worden gerenoveerd of vervangen. Het betreft investeringsprojecten die bedoeld zijn om langjarig te functioneren. Het gaat om grote bedragen die binnen de begrotingsregels van de BBV een aparte plek hebben ten opzichte van het dagelijkse beheer en onderhoud. Onderstaande tabel geeft aan met welke investeringen gemiddeld per jaar wordt gerekend in de planperiode: 6.4 – Lastenverdeling over generaties en tariefs-egalisatie Het berekenen van de benodigde rioolheffing is in essentie het in balans brengen van de inkomsten en uitgaven. Tussen beide staat de keuze van afschrijven en/of sparen. Deze keuze heeft een dempend effect maar omvat ook een keuze welke generatie profijt heeft van een werk en welke ervoor betaalt. Daarnaast is een demper gewenst als tariefs-egalisatie zodat de heffing niet van jaar tot jaar varieert afhankelijk van de projecten van dat jaar en van eventuele mee- of tegenvallers. In bijgaand kader meer informatie over verdeling van de lasten over huidige en toekomstige generaties. In de gemeente Steenwijkerland werken we met een voorziening riolering. Deze heeft als doel: het dempen van tariefschommelingen met betrekking tot de rioolheffing.
De voorziening is genormeerd met een bovengrens van 10% van de inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 4 jaar. Op grond van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) mag de voorziening niet negatief staan. Jaarlijks wordt bij de bepaling van de tarieven beoordeeld of de voorziening van voldoende omvang is. In de gemeente Steenwijkerland kennen we een afschrijvingstermijn van 60 jaar voor vervangingen, 15 jaar voor het technisch deel van gemalen en 30 jaar voor het bouwkundig onderdeel van gemalen. Investeringen: 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Investeringen drukriool € 600.000 € 600.000 € 600.000 € 600.000 € 600.000 € 600.000 Investeringen vrijvervalriool € 1.157.719 € 1.157.719 € 1.157.719 € 1.157.719 € 1.157.719 € 1.157.719 Investeringen watersysteem € 332.500 € 332.500 € 332.500 € 332.500 € 332.500 € 332.500 Investeringen afkoppelproject € 186.621 € 186.621 € 186.621 € 186.621 € 186.621 € 186.621 Totaal € 2.276.840 € 2.276.840 € 2.276.840 € 2.276.840 € 2.276.840 € 2.276.840 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 41
De grafiek hiernaast toont de stand van de voorziening(en) plus eventuele reserve en de boekwaarde van de activa. Populair gezegd: het geld in de portemonnee en de restschuld van de hypotheek van oude investeringen. Het gaat om een voorziening/reserve van 3,7 miljoen euro, versus een boekwaarde van 37,5 miljoen euro, beide waarden per 1 januari 2022. Deze grafiek kan sterk verschillen van gemeente tot gemeente. Sommige hebben vooral schulden, andere vooral spaargeld. Belangrijk is wel om hierbij op te merken dat het totaalplaatje van een gemeente meer omvat dan alleen de riolering. 6.5 – Vormgeving van het tariefsysteem van de rioolheffing Gemeenten hebben vanuit de Gemeentewet – artikel 2.28 de mogelijkheid tot een heffing om de kosten voor de gemeentelijke watertaken te bestrijden. Bijgaand kader schetst enkele wetenswaardigheden rondom de rioolheffing en mogelijke varianten. In het volgende kader staat een overzicht van de belangrijkste kenmerken van de verordening rioolheffing in onze gemeente. 6.6 – Berekening van de benodigde rioolheffing Deze paragraaf geeft de doorrekening naar de benodigde rioolheffing om voldoende geld te hebben voor het beheer en de geplande projecten. De gegevens en de keuzes van de voorgaande paragrafen komen hier bij elkaar en leiden tot de benodigde rioolheffing.
- € 18.000.000 - € 16.000.000 - € 38.000.000 - € 14.000.000 - € 36.000.000 - € 12.000.000 - € 34.000.000 - € 10.000.000 - € 32.000.000 - € 8.000.000 - € 30.000.000 - € 6.000.000 - € 30.000.000 € 0,00 - € 24.000.000 - € 4.000.000 - € 28.000.000 € 2.000.000 - € 22.000.000 - € 2.000.000 - € 26.000.000 € 4.000.000 - € 20.000.000 Boekwaarde oude investeringen Saldo voorziening Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 42
De rioolheffing is over een periode van 20 jaar berekend. Er is gekeken naar eventuele investeringspieken buiten deze periode (doordat veel riolen tegelijk aan het eind van hun levensduur komen). Deze pieken worden pas verwacht na 2045. Er is een kostendekkende rioolheffing berekend over de periode tot en met 2041. Zowel de baten (tarief rioolheffing en aantal heffingseenheden) als een overzicht van alle lasten zijn in het berekeningsmodel gebracht. De lasten betreffen de lopende kapitaallasten, de exploitatiekosten (met onder andere doorberekening van personeelskosten), de beheer- en onderhoudskosten (zoals reiniging en inspectie), benodigde onderzoekskosten en investeringen. Uitgangspunt is dat het tarief 100% kostendekkend is. Er is in de berekening gerekend zonder inflatie-correctie. Bij de tariefstelling wordt dat jaarlijks bepaald. Klik hier voor een samenvatting van het kostendekkingsmodel gedurende de planperiode. Er is voor de rioolheffingsberekening gebruik gemaakt van het rioleringsmodel van gemeente Groningen dat zij zelf hebben ontwikkeld om niet afhankelijk te zijn van externe adviesbureaus. Dit model is getoetst en goedgekeurd door een accountant. Afgesproken is dat de voorziening terugloopt naar circa € 500.000. De komende jaren wordt de voorziening ingezet om het tarief stabiel te houden.
Daarmee in de berekende rioolheffing in de eerste periode dus niet volledig 100%. Uiteindelijk groeit het tarief daar wel naartoe. In 2023 bedragen de totale lasten € 5,2 miljoen. Er wordt € 0,55 miljoen uit de voorziening onttrokken. De totale inkomsten bedragen in 2023 € 4,7 miljoen met een gemiddeld tarief van € 202. De komende jaren blijft het tarief stabiel, vanaf 2026 is de voorziening op het vastgestelde niveau en zal het tarief jaarlijks 5 tot 6 euro moeten stijgen. De noodzakelijke stijging vlakt op den duur af. Jaarlijks moet de rioolheffing worden geïndexeerd en opnieuw worden berekend met actuele cijfers. Inflatie kan een belangrijke rol spelen de komende jaren in het tarief, mede als stijging in rente. Het verloop van de benodigde rioolheffing is weergegeven in onderstaande grafiek (let op: deze waarden zijn op prijspeil 2022 en moeten jaarlijks nog worden verhoogd met de prijsindex): € 0 € 50 € 100 € 150 € 200 € 250 € 300 Gemiddeld tarief rioolheffing 2023 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2024 2025 2036 2037 2026 2038 2039 2027 2040 2022 2028 2041 € 202 € 225€ 202 € 230€ 202 € 235 € 248€ 202 € 241 € 249€ 208 € 246 € 250€ 214 € 247 € 250€ 220 € 247 € 251 € 252 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 43
In de volgende grafiek is te zien hoe de rioolheffing in 2023 is opgebouwd. Veegkosten Stedelijk waterbeheer Kapitaallasten: rente en afschrijving Exploitatie overig Salarissen Beheer en onderhoud Reiniging en inspectie Energiekosten Slootonderhoud BTW Kwijtschelding Opbouw rioolheffing in 2023 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 44
Tekst: Rob van der Velde, WATERmaat Diane Schepers, Waterbureau Schepers Fluvius projectgroep RWP Vormgeving: fresh focus Fotografie: Thomas Klomp, Scherpgesteld Illustratie: Wilfried Jansen of Lorkeers Colofon Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Gemeente Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Tel. | 14 0521 Mail | info@steenwijkerland.nl
Verwijzing van pagina 11 Artikel 4.22 Wet milieubeheer 1. De gemeenteraad stelt telkens voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast. 2. Het plan bevat ten minste: a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 3.5 van de Waterwet, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 3.6 van laatstgenoemde wet en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn; b. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a; c. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b , worden of zullen worden beheerd; d. de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten; e. een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten. 3.
Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk rioleringsplan. 4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10.33, alsmede de taken, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6 van de Waterwet. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking. RWP Fluvius | 47 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting 1. Het gemeentelijke rioleringsplan wordt voorbereid door burgemeester en wethouders. Zij betrekken bij de voorbereiding van het plan in elk geval: a. gedeputeerde staten, b. de beheerders van de zuiveringstechnische werken waarnaar het ingezamelde afvalwater wordt getransporteerd, en c. de beheerders van de oppervlaktewateren waarop het ingezamelde water wordt geloosd. 2. Zodra het plan is vastgesteld, doen burgemeester en wethouders hiervan mededeling door toezending van het plan aan de in het eerste lid, onder a tot en met c, genoemde instanties, en Onze Minister. 3.
Burgemeester en wethouders maken de vaststelling bekend in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden. Hierbij geven zij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan. Artikel 4.23 Wet milieubeheer Verwijzing van pagina 11 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 48 Verwijzing van pagina 12 Overzicht investeringen tijdens planperiode Watertak- enplan Totaal bijdragen derden inzake riolering 2016 (K) 1.084.000,00 2016 Gemalen 2016: verv. gemalen en minigemalen (K) 400.000,00 2016 Voorbereidingskrediet riolering 2016 (K) 35.000,00 2016 Nazorgkrediet riolering 2016 (K) 9.000,00 2016 Voorbereidingskrediet riolering 2017 (K) 30.000,00 2017 Nazorg krediet riolering 2017 (K) 11.500,00 2017 Afkoppelmaatregelen riolering Bilderdijkstraat (K) 45.000,00 2017 RWA riool Torenlanden 2017 (K) 671.000,00 2017 Verbeteren waterhuishouding De Hare( K) 200.000,00 2017 Vervangen vrij vervalriool Belt-Schutsloot (K) 431.000,00 2017 Aanv. krediet riolering Blankenham (K) 1.100.000,00 2017 Verv. riolering Torenlanden 2017 (K) 1.292.000,00 2017 Verv. riolering Voorpoort fase 4 (K) 160.000,00 2017 Verv.
gemalen en minigemalen 2017 (K) 400.000,00 2017 Riolering Oldemarktseweg Steenwijkerwold 2017 (K) 250.000,00 2017 Relinen riolering Goeman Borgesiusstraat 2018 (K) 80.000,00 2018 Relinen riolering 7 locaties Giethoorn 2018 (K) 120.000,00 2018 Verv. vrijvervalriool Steenwijkerdiep-Noord 2018 (K) 140.000,00 2018 Vervangen gemalen en minigemalen 2018 (K) 400.000,00 2018 Investeringen afgelopen planperiode – 2016 t/m 2021 RWP Fluvius | 49 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Bijdr. Riolering Bergweg en Turkseweg (K) 200.000,00 2019 Vervangen riolering Binnenpad Giethoorn 2019 (K) 500.000,00 2019 Div.kl.proj.riolering(Slingerland, Gagelsweg ca) (K) 100.000,00 2019 Verv. gemalen en minigemalen 2019 (K) 300.000,00 2019 Verv. Riolering Hagebroekplan Ossenzijl 300.000,00 2020 Bijdr. Riolering Clarenbergenlaan Vollenhove 200.000,00 2020 Verv. riolering Wetering 2020 (K) 1.400.000,00 2020 + 2022 Verv. Riool v. Speijk- en Piet Heinstraat Steenwijk 32.000,00 2020 Verv. gemalen en minigemalen 2020 (K) 400.000,00 2020 Verv. afkopp.riolering Bloemstraat 2021 (K) 187.500,00 2021 Verv. afkopp.riolering Accaciastraat 2021 (K) 256.000,00 2021 Verv. riolering Dolderkanaal 2021(K) 710.000,00 2021 Voorbereidingskred. riolering Blokzijl - oude kern(K) 25.000,00 2021 Gemalen 2021(K) 400.000,00 2021 Verv. kolkenafvoer De Sleep (K) 100.000,00 2021 Verb. Waterafv. Kornputkwartier 2021(K) 300.000,00 2021 Verv. Riol. Meppelerweg 2021 (K) 335.000,00 2021 Verwijzing van pagina 12 RWP Fluvius | 50 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
De belangrijkste reden voor de daling van de rioolheffing is de daling van de rente. Waar oorspronkelijk rekening werd gehouden met 3,5% aan omslagrente is dit percentage uiteindelijk gedaald naar 1%. Daarnaast spelen ook de jaarlijkse positieve exploitatieresultaten een rol. Hierdoor ontwikkelt het verloop van de voorziening zich positiever dan gedacht. Het saldo van de voorziening kan vervolgens weer worden ingezet voor een gunstige tarief ontwikkeling. Ontwikkeling rioolheffing tijdens planperiode Watertakenplan Rioolheffing 2016 Rioolheffing 2017 Rioolheffing 2018 Rioolheffing 2019 Rioolheffing 2020 Rioolheffing 2021 Rioolheffing 2022 € 0 € 50 € 100 € 150 € 200 € 250 € 300 € 350 € 248 € 249 € 227 € 264 € 224 € 280 € 252 € 256 € 220 € 272 € 210 € 289 € 202 € 294 Werkelijk Tarief watertakenplan incl. inflatiecorrectie Steenwijkerland Verwijzing van pagina 12 RWP Fluvius | 51 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Verwijzing van pagina 12 Samenvatting van de uitkomsten van de interviews In 2021 zijn interviews afgenomen bij 10 personen die betrokken zijn bij de riolering en het stedelijk waterbeheer in gemeente Steenwijkerland. Hieronder volgt een overzicht van de gestelde vragen en veelgehoorde of opvallende antwoorden.
Een compleet overzicht van alle interviews is desgevraagd beschikbaar. • Wat gaat volgens jou goed of niet goed in het rioleringsbeheer van Steenwijkerland? - Vrijwel alle geïnterviewden zijn positief over het rioleringsbeheer in Steenwijkerland. - Achterstanden van eind vorige eeuw met gaten in de weg en dergelijke zijn weggewerkt. - Er wordt gesproken over vakbekwame, toegewijde en benaderbare medewerkers bij het team van riolering. - Programmering en realisatie daarvan kunnen beter. • Ken je het huidige Watertakenplan? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of iets anders? - Veel geïnterviewden zijn niet bekend met het Watertakenplan of kennen het op afstand. - Wie het wel kent, gebruikt het in de praktijk om de volgende redenen: 1. De doelen van riolering en water staan er goed in. 2. Het geeft overzicht over hetgeen je in beheer hebt. 3. Het geeft een programmering die je kunt aanhouden. 4. Bij problemen of klachten werkt het als gids. - Graag één nieuw document met opnieuw mooie illustraties en een goede samenvatting. • Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines, waaronder ook het waterschap? - Veel projecten van riolering zijn integraal met wegen en groen, dus werk met werk maken. - Op beheerniveau weten de collega’s elkaar goed te vinden; korte lijnen.
- Duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit raken aan veel disciplines en zijn dus complexer. - Samenwerking met waterschap gaat beter dan vroeger, maar verloopt soms traag. Data delen s.v.p. Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 52
• Welke tips geeft u ons mee voor het nieuwe RWP? - Aandacht voor klimaatadaptatie. Zorg dat we klaar zijn voor extremen die vaker voorkomen dan vroeger. - Stimuleer particulieren tot infiltratie van hemelwater in de eigen tuin. Goed bij droogte en extreme buien. - Evaluatie wateroverlast 28 juni en 4 juli 2021, met aandacht voor be- en ontluchting. - Duidelijk maken welke activiteiten onder de rioleringszorg vallen en welke kosten je kunt toerekenen. - Samenhangend overzicht maken van kostentoerekening, investeringen, boekwaarde, voorziening en heffing. - Programmering maken voor de planperiode, afgestemd en realiseerbaar. - Aandacht voor wateroverlast Oostwijken en voor krappe situatie in Blokzijl. - Check energieverbruik rioolgemalen. - Monitoring van het systeem-functioneren inclusief real-time gemaaldata van het waterschap. Verwijzing van pagina 12 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting RWP Fluvius | 53
1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: Lid 1.a.3 - de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, 2. Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: a. op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool, b. op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. 3. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. Verwijzing van pagina 19 Artikel 2.16 Omgevingswet RWP Fluvius | 54 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6.
Kosten en rioolheffingSamenvatting Verwijzing van pagina 20 Artikel 10.33 Wet milieubeheer 1. De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een gemeente, waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. 3. Op verzoek van burgemeester en wethouders kunnen gedeputeerde staten in het belang van de bescherming van het milieu ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, voor: a. een gedeelte van het grondgebied van een gemeente, dat gelegen is buiten de bebouwde kom, en b. een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten wordt geloosd. 4.
De ontheffing bedoeld in het derde lid kan, indien de ontwikkelingen in het gebied waarvoor de ontheffing is verleend daartoe aanleiding geven, door gedeputeerde staten worden ingetrokken. Bij de intrekking wordt aangegeven binnen welke termijn in inzameling en transport van stedelijk afvalwater wordt voorzien. RWP Fluvius | 55 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting • Gemeenten hebben de plicht om afvalwater in te zamelen binnen de bebouwde kom. Zie artikel 2.16 van de Omgevingswet. • Voor lozers geldt binnen de bebouwde kom een vrijwel volledig lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. Dit is geregeld in Artikel 7 en Artikel 10 Blah, het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Onder de nieuwe wetgeving van de Omgevingswet is dit geregeld in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid en bewoonbaarheid. Afvalwater in de leefomgeving kan aanleiding geven tot ziekten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om de Bruidsschat aan te passen. - Het lozingsverbod geldt niet als de riolering op meer dan 40 meter afstand ligt (zie Blah). - Het lozingsverbod kan tijdelijk worden opgeheven met een maatwerkvoorschrift als er sprake is van een aanwezige zuiveringsvoorziening die nog niet is afgeschreven (zie Blah).
• Beide bovengenoemde punten leiden samen tot de conclusie dat in de bebouwde kom aansluiting op de riolering vrijwel altijd verplicht is. • Voor woningen met focus op duurzaamheid, circulariteit en/of het zogenaamde “off-grid” streven, gelden dezelfde regels. Er geldt een lozingsverbod voor afvalwater naar de bodem en het oppervlaktewater. • Het afzien van een aansluiting op de riolering kan als er geen afvalwater vrijkomt uit de woning. Dit is in de huidige westerse manier van wonen ondenkbaar. Experimenteel kun je denken aan het volgende: - De woning is niet aangesloten op het drinkwaternet. Aansluiting op het drinkwaternet geeft gerede kans op grote hoeveelheden afvalwater. - De woning heeft een droog toilet met separate opvang en verwerking van de droge en de natte fractie. Fecaliën zijn te verwerken in de tuin. Urine heeft potentie voor verwerking. - De woning heeft geen bad of douchevoorziening. Bad en douche gaan gepaard met grote hoeveelheden afvalwater. Wil je zonder riolering, dan ga je naar een centrale badplaats. - De woning heeft geen wasmachine. Een wasmachine leidt tot een grote hoeveelheid afvalwater met zeepresten. Wil je zonder riolering, dan maak je gebruik van een centrale wasserette. - De keuken heeft water uit een jerrycan. Een klein beetje afvalwater uit de keuken kan worden benut voor plantenbakken in huis of in de tuin.
Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom Verwijzing van pagina 20 RWP Fluvius | 56 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
• Lid 3 van artikel 2.16 van de Omgevingswet geeft een opening voor alternatieve systemen: In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. - Opgemerkt moet worden dat recent in Almere Oosterwold slechte ervaringen zijn opgedaan met individuele systemen voor afvalwater in een woongebied. Gemeente en waterschap zijn teruggekomen op toestemming en eisen alsnog aansluiting op de riolering. Verwijzing van pagina 20 RWP Fluvius | 57 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Bedrijven Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater inzamelt dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. De gemeente en het waterschap treden hierin gezamenlijk op en kunnen nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen. Evenementen Voor evenementen geldt de plicht om afvalwater op verantwoorde wijze in te zamelen. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisator. In sommige gevallen kan er direct worden geloosd op putten, maar het kan ook zijn dat het afvalwater per as wordt afgevoerd naar de zuivering. Soms zie je innovaties zoals gescheiden inzameling van urine. Woonboten Een woonboot wordt beschouwd als woning. Dit volgt uit het Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens, Artikel 1, lid 1b. Aansluiting op de riolering is verplicht bij een vaste ligplaats. Lozing vanuit de woonboot op het oppervlaktewater is verboden. Boten Een varende boot wordt niet gezien als woning en kan niet worden aangesloten op de riolering. Lozing van afvalwater op oppervlaktewater is echter wel verboden.
De bestuurder van de boot dient er op toe te zien dat afvalwater wordt geloosd op een geschikte locatie.. De gemeente ontvangt het afvalwater vanuit een haven net zoals een bedrijfsmatige lozing. De eigenaar/beheerder van een haven is verantwoordelijk voor een inzamelsysteem in de haven. Gebouwen zonder afvalwater Diverse gebouwen hebben in principe geen afvalwater, zoals trafohuisjes zonder drinkwater en garageboxen zonder drinkwater. Deze behoeven geen verplichte aansluiting op de riolering. Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom Verwijzing van pagina 20 RWP Fluvius | 58 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Onderstaand het beleid voor afvalwater voor woningen en niet- woningen buiten de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is niet vanzelfsprekend riolering aanwezig. De gemeente bepaalt, veelal in overleg met waterschap en provincie of in een gebied riolering wordt aangelegd of niet. Deze keuze is doorslaggevend voor de situatie van de lozer: • Als er riolering in de buurt is, dan valt de lozer onder een lozingsverbod. Zie de afstandscriteria hieronder. De lozer zal dan veelal kiezen voor aansluiting op de riolering onder voorwaarden die de gemeente daaraan stelt. Soms is afvoer per as of lozing in de mestkelder een alternatief.
• Is er geen riolering in de buurt, dan is een individuele zuivering toegestaan, van waaruit het gezuiverde water wordt geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater. Ook hier kan afvoer per as of de mestkelder een alternatief zijn. Het beleid wordt als volgt uitgewerkt: • De gemeente hanteert in het buitengebied een gebiedsgerichte benadering. Dit komt erop neer dat per gebied wordt bekeken of riolering zinvol is of niet. Dit hangt af van de aantallen lozers, de lozingshoeveelheden en de kwetsbaarheid van het gebied voor de toepassing van individuele zuiveringen. De begrenzing van de gebieden en de keuze om al of niet riolering aan te bieden wordt in de planperiode gemaakt door de gemeente in overleg met het waterschap. - In gebieden met riolering geldt voor afvalwater een lozingsverbod in de bodem. In overleg met het waterschap geldt tevens een lozingsverbod voor afvalwater op oppervlaktewater. Lozen van huishoudelijk afvalwater of daarop gelijkend bedrijfsafvalwater in de bodem of op oppervlaktewater is alleen toegestaan als de riolering verder weg ligt dan: 1. 40 m bij lozingen tot en met 10 i.e. 2. 100 m bij lozingen van 11 tot 25 i.e. 3. 600 m bij lozingen van 25 tot 50 i.e. 4. 1500 m bij lozingen van 50 tot 100 i.e. 5. 3000 m bij lozingen van 100 tot 2000 i.e. 6.
Deze afstandscriteria zijn afkomstig uit artikel 3.4 van het Activiteitenbesluit en krijgen opvolging in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. - In gebieden zonder riolering is een individuele voorziening voor de zuivering van afvalwater (IBA) vereist. Afhankelijk van de soort en hoeveelheid afvalwater worden hieraan eisen gesteld. - Veranderende omstandigheden kunnen voor de gemeente Afvalwaterbeleid in het buitengebied Verwijzing van pagina 20 RWP Fluvius | 59 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
aanleiding geven om extra riolering aan te leggen. Een gebied verandert dan van de status “zonder riolering” naar “met riolering”. Aansluiten op de riolering wordt daarmee verplicht. Eventueel wordt een overgangstermijn in acht genomen om bestaande goed functionerende IBA’s eerst af te schrijven. - De uitwerking per gebied en perceel wordt opgenomen in het Omgevingsplan. • Riolering in het buitengebied betreft meestal drukriolering, een stelseltype waarmee grote afstanden kunnen worden overbrugd. Daarnaast zijn andere systemen mogelijk zoals vacuüm of luchtpers. • Het lozen van hemelwater of grondwater of oppervlaktewater op de (druk)riolering is verboden omdat het systeem dan overbelast raakt. Dergelijke overbelasting treedt soms op bij de pompunit op de betreffende locatie maar soms ook op andere plekken dan de lozingslocatie doordat pompen elkaar wegdrukken. Verwijzing van pagina 20 RWP Fluvius | 60 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering • Hoofdregel is dat een bouwwerk zodanige voorzieningen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet hebben dat het water zonder nadelige gevolgen voor de volksgezondheid is af te voeren. Deze bepaling uit het Bouwbesluit 2012 wordt overgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Regels voor de terreinriolering komen terug via artikel 22.12 van de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Met een algemene regel of met een maatwerkvoorschrift wordt bepaald op welke plaats, op welke hoogte en met welke afmeting moet worden aangesloten met de voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. • De gemeente brengt kosten in rekening voor een nieuwe aansluiting op de riolering. Dit kan via de grondexploitatie of via een individuele overeenkomst of via een verordening eenmalig aansluitrecht. Voor de aanvrager zijn er daarnaast de kosten voor de aansluitleiding op het eigen terrein. In gemeente Steenwijkerland is er geen aansluitverordening, werkelijke kosten worden in rekening gebracht. • Voor lozingen groter dan 1 m3/dag, dus meer dan een normale huishoudelijke lozing, geldt dat de eventuele kosten die gemaakt worden om het stelsel geschikt te maken voor deze grotere lozing, in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer.
Denk hierbij aan een grotere leiding, rioolgemaal met dubbele pompen en extra elektronica. Dit geldt zowel voor nieuwe lozingen als voor bestaande lozingen die worden uitgebreid. • In gemeente Steenwijkerland wordt gewerkt aan een nieuwe verordening eenmalig aansluitrecht en een aansluitverordening. De afgelopen jaren is gebleken dat er soms onduidelijkheid is over de realisatie van rioolaansluitingen. In een aansluitverordening staat aan welke eisen een nieuw aan te brengen rioolaansluiting moet voldoen. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan toe te passen materialen en de rioolaansluitingskosten. Verwijzing van pagina 21 RWP Fluvius | 61 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting In uitbreidingswijken wordt nieuwe riolering aangelegd. Dit gebeurt in overleg met het waterschap, in zijn rol als waterbeheerder en in zijn rol als zuiveringsbeheerder. De hoofdregel is dat de gemeente gaat over de stelselkeuze en zorgt voor de bekostiging van de riolering. Het afvalwater wordt door de gemeente getransporteerd naar een bestaand overnamepunt. Het waterschap is verantwoordelijk voor eventuele aanpassingen vanaf het overnamepunt. Bij grote uitbreidingsplannen kan een nieuw overnamepunt aan de orde zijn.
Ook dan is het overnamepunt de grens tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente en die van het waterschap. Beleid voor afvalwater bij nieuwe aanleg in uitbreidingswijken Verwijzing van pagina 21 RWP Fluvius | 62 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting • Er geldt een zorgplichtbeginsel voor afvalwaterlozingen, zie artikel 2.1 Activiteitenbesluit: - Het voorkomen van het ontstaan van afvalwater; - Het gescheiden houden van verschillende soorten water. - Het voorkomen of beperken van bodemverontreiniging op het perceel; - Het voorkomen of beperken van oppervlaktewaterverontreiniging vanaf het perceel; - Het beschermen van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer, zoals de riolering en de zuivering; - Geen lozingen zoals olie en vet in het riool. Bij horeca, garages en andere lozers van olie- en vethoudend afvalwater is een olie- en vetafscheider verplicht. - Geen afvalwater lozen in het hemelwaterriool. - Geen hemelwater in het afvalwaterriool. • Hemelwater mag bij een gemengd rioolstelsel worden afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater. Het heet dan geen afvalwaterriool, maar riool voor stedelijk afvalwater.
• Soms wordt hemelwater vanaf een risicovol oppervlak bewust afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater ook al is er geen gemengd stelsel maar een gescheiden stelsel. Hiermee moet terughoudend worden omgegaan omdat anders het afvalwaterstelsel overbelast raakt en gaat functioneren als gemengd stelsel. • Het beleid is uitgewerkt in specifieke eisen aan lozingen op de riolering. Deze worden via de zogenaamde Bruidsschat opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan. • Voor de meeste lozingen in de riolering is de gemeente bevoegd gezag. De Omgevingsdienst voert taken uit in opdracht van de gemeente. Het waterschap heeft een adviserende rol. Voor lozingen op oppervlaktewater is het waterschap bevoegd gezag. Beleid voor lozingen op de riolering Verwijzing van pagina 21 RWP Fluvius | 63 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Bij gescheiden rioolstelsels liggen aparte buizen in de straat voor afvalwater en hemelwater. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de zuivering en het hemelwater wordt geloosd op oppervlaktewater. Bij dit stelseltype bestaat het risico op foutieve aansluitingen: • Als afvalwater wordt geloosd op het hemelwaterstelsel, dan vindt er een ongezuiverde lozing plaats, herkenbaar aan stank en grijzig water bij het lozingspunt.
• Als hemelwater wordt geloosd op het afvalwaterstelsel, dan raakt deze overbelast en treedt afvalwater uit bij een nood-overstort of op straat of in een gebouw. Bij het vermoeden van foutaansluitingen wordt de volgende werkwijze gehanteerd: • Eerst inschatten hoe groot de problematiek is, al of niet in overleg met de waterbeheerder en met de zuiveringsbeheerder (waterschap DOD. Vervolgstappen alleen zetten als er een reëel probleem is: - bijvoorbeeld grijs water bij de lozingspunten van het hemelwaterstelsel. - Bijvoorbeeld een gemaal voor afvalwater dat duidelijk meer draait als er neerslag valt. • Onderzoeken welke opsporingstechniek in de gegeven omstandigheden het beste past. De afgelopen jaren zijn meerdere technieken op de markt gekomen om foutieve aansluitingen op te sporen. • Communicatietraject ingaan waarbij je de eigenaren of bewoners eerst aanspreekt op de ongewenstheid van foutieve aansluitingen en daarbij laat merken dat de gemeente desnoods met juridische middelen kan ingrijpen. Veelal zullen mensen onbewust foutief lozen en meewerken aan opsporing en herstel. • Het feitelijke opsporingsonderzoek. Dit is vaak arbeidsintensief speurwerk. • Herstel van foutieve aansluitingen. Dit hoort in principe op kosten van de eigenaar. Soms voelt de gemeente zich betrokken bij het ontstaan van de foutieve aansluitingen.
Zij kan er voor kiezen om het te bekostigen vanuit de rioolgelden en het te zien als verbeteringsmaatregel voor de bestaande riolering. • Als een eigenaar of gebruiker niet wil meewerken, dan kan het juridische traject worden bewandeld. Medewerking van de eigenaar en eventuele gebruiker van een pand is veelal vereist. Dit is juridisch afdwingbaar. Juridische aanpak kan: Beleid tegen foutaansluitingen Verwijzing van pagina 21 RWP Fluvius | 64 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
- via het bouwspoor vanwege een foutieve aansluiting, uitgaande van NEN3215 die is opgenomen in het Bouwbesluit 2012, afdeling 6.4. - via het milieuspoor vanwege een ontoelaatbare lozing, uitgaande van het Besluit lozing afvalwater huishoudens die lozing of infiltratie van afvalwater verbiedt als een vuilwaterriool in de buurt is. - via de hemelwaterverordening van gemeente Steenwijkerland, die is gericht op het goed reguleren van aansluitleidingen in gebieden waar de gemeente heeft gekozen voor gescheiden riolering. • Naderhand beoordelen hoe groot het effect is geweest. Leerpunten vastleggen voor toekomstige projecten. Verwijzing van pagina 21 RWP Fluvius | 65 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: Lid 1.a.1 - de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan. 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuivering technisch werk.
Verwijzing van pagina 22 Artikel 2.16 Omgevingswet Artikel 3.5 Waterwet Verwijzing van pagina 22 RWP Fluvius | 66 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Schoonhouden Hemelwater is vrijwel schoon als het valt. De opgave is om dit zo te houden. Onderstaande keuzes dragen bij aan het schoonhouden van hemelwater. • Vermijd het gebruik van uitlogende materialen, zoals on-gecoate metalen. • Houdt hemelwater zoveel mogelijk bovengronds. Zichtbaarheid bevordert een zorgvuldige omgang met het water zonder ongewenste lozingen. • Vermijd activiteiten die afstromend hemelwater verontreinigen. Dergelijke activiteiten dienen plaats te vinden in afgesloten inrichtingen. • Zorg dat er geen afvalwater wordt geloosd op voorzieningen voor hemelwater. Foutieve aansluitingen van afvalwater komen helaas voor in de praktijk. Benutten Hemelwater is te benutten voor bijvoorbeeld tuinsproeien of toiletspoeling. • Vanwege de lage prijs voor drinkwater in Nederland is het economisch nauwelijks interessant om hemelwater te benutten. • Mensen met oog voor duurzaamheid kunnen zelf kiezen om hemelwater te benutten en zodoende minder drinkwater te verbruiken.
• In gebieden met een duurzaamheidsdoelstelling en/of in gebieden met beperkingen op het gebied van de drinkwatervoorziening kan de gemeente het benutten van hemelwater inzetten als instrument. Vertragen Zware buien leiden tot piekbelasting. Soms geeft dit problemen in de vorm van overbelasting van riolen of infiltratievoorzieningen waardoor water op straat ontstaat. Of er ontstaat inundatie vanuit oppervlaktewater. Deze problemen treden minder op als de afstroming van hemelwater wordt vertraagd. Liefst zo lokaal mogelijk. Maar anderzijds is inzet op vertraging niet nodig als het benedenstroomse systeem ruim is gedimensioneerd. • Groene of blauwe daken of berging op eigen perceel geven lokaal vertraging. • Op buurtniveau is vertraging te realiseren door bergingsgebieden, zoals wadi’s. • In het watersysteem is vertraging te realiseren door ruimte voor water. Verwijzing van pagina 23 Thematische uitwerking met principes voor het hemelwaterbeleid RWP Fluvius | 67 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Infiltreren Infiltratie van hemelwater leidt tot aanvulling van het grondwater. Het is nuttig in gebieden met droogte en draagt lokaal bij aan de watervoorziening van struiken en bomen. Bovendien kan het bijdrage leveren aan het lokaal remmen van bodemdaling. In gebieden met een kleine onverzadigde zone (o.a. als gevolg van kwel) is infiltreren lastiger. De geohydrologische omstandigheden zijn hierin bepalend. • Infiltratie kan op particuliere schaal met een laagte in de tuin of een ondiep kratje. Bij nieuwbouw kan het direct worden gerealiseerd. Bij bestaande bebouwing kan het worden toegevoegd om het afvoersysteem te ontlasten. • Infiltratie kan in de openbare ruimte door infiltrerende verharding of door afstroming naar lage groenstroken of door wadi’s of andere voorzieningen. Direct lozen Directe lozing van hemelwater op oppervlaktewater klinkt vanzelfsprekend, mits het watersysteem de piekafvoer kan verwerken en de lozing niet verontreinigd is. • Directe lozing is mogelijk vanaf daken en/of verharding, mits vlakbij het water en in overleg met de beheerder van het betreffende water. Inzamelen De gemeente kan hemelwater inzamelen via een systeem in de openbare ruimte om het verderop te lozen. Diverse stelseltypen kennen specifieke voor- en nadelen. • Gotensysteem waarbij het hemelwater bovengronds blijft en verderop wordt geloosd. • HWA-stelsel (incl.
IT/DT-leidingen) met bovengrondse inloop via goten en roosters. • HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met ondergrondse aansluitleidingen. Ook geschikt voor drainage. Veel toegepast stelseltype. Achilleshiel zijn de foutieve aansluitingen. Verwijzing van pagina 23 RWP Fluvius | 68 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Check grondwaterstanden Kijk naar de grondwaterstanden inclusief het verloop over een jaar. Bekijk vanuit de regionale context of infiltratie wenselijk is of niet. Check bodemgesteldheid Bekijk de opbouw van de bodem, inclusief diepere lagen. Kijk of infiltratie mogelijk is. Kijk naar de chemische samenstelling van de bodem, inclusief verontreinigingen en de verspreiding daarvan. Check het watersysteem Bekijk de mogelijkheden voor directe lozing van hemelwater. Is er sprake van een robuust watersysteem met ruimte voor extreme buien? Of is piekafvlakking nodig? Check maaiveldhoogten Kijk waar tijdelijke berging mogelijk is en waar bijvoorbeeld wadi’s kunnen komen. Kijk ook naar de gradiënten zodat je weet of oppervlakkige afstroming realiseerbaar is. Check het bestaande stelsel Kijk of er knelpunten zijn. Denk aan wateroverlast en vuiluitworp. Beoordeel de kwaliteit van het stelsel en bekijk of grootschalige renovatie aan de orde is. Check toegepaste funderingstechnieken Fundering op staal is gevoelig voor dalende grondwaterstanden, vooral bij slappe bodem. Fundering op houten palen is kwetsbaar voor dalende grondwaterstanden vanwege paalrot. Muren zonder vochtbarrière zijn gevoelig voor hogere grondwaterstanden. Check gebruik van de bovengrond Kijk of er plekken zijn die kansen bieden voor een betere omgang met hemelwater.
Checklist omstandigheden per buurt voor hemelwaterbeleid Verwijzing van pagina 23 RWP Fluvius | 69 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting • Rietstraat 15 in de Kwelwijk. • Aangeboden voorzieningen en het daarbij geldende beleid: - Ondergrondse DWA aansluitleiding. 1. Het huishoudelijke afvalwater dient te worden geloosd via deze aansluitleiding. 2. Lozing van hemelwater en/of grondwater via deze aansluitleiding is verboden. - Ondergrondse HWA aansluitleiding. 1. Via deze aansluitleiding mag hemelwater en grondwater worden geloosd. 2. Lozing van afvalwater via deze aansluitleiding is verboden. Voorbeeld uitgewerkt beleid voor een perceel in het Omgevingsplan Verwijzing van pagina 23 RWP Fluvius | 70 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Riolering is tegenwoordig in de eerste plaats bedoeld voor inzameling en transport van afvalwater. In de vorige eeuw was het gebruikelijk om hemelwater met dezelfde riolering in te zamelen als het afvalwater. Dit betreft het zogenoemde gemengde rioolstelsel. Het brengt in feite al het water waar je vanaf wilt naar de randen van stad of dorp.
In de loop van de 20ste eeuw werden aan de stadsranden zuiveringen gebouwd omdat ongezuiverde lozing van afvalwater ontoelaatbaar werd voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. De waterkwaliteit is daarna sterk verbeterd. Overigens is de sanering van bedrijfslozingen ook van grote invloed geweest op de waterkwaliteit. In de loop van de jaren werden alle steden en dorpen en ook veel buitengebied via riolering aangesloten op de zuiveringen. Het zuiveringsproces is gebaat bij een vrij constante aanvoer van afvalwater en niet bestand tegen de piek van al het hemelwater. Om die reden wordt er naast het echte afvalwater slechts een beperkte hoeveelheid extra water vanuit de riolering naar de zuivering geleid. Dit wordt de pompovercapaciteit genoemd. De rest wordt tijdelijk geborgen in de riolering. Dit wordt de berging genoemd. Maar bij zware buien of langdurige neerslag schiet deze bergings¬capaciteit tekort en raakt het stelsel geheel gevuld. Om wateroverlast te voorkomen zijn overstorten aangebracht in speciale putten. Deze lozen dan verdund doch ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Bovendien komt dikwijls rioolslib mee door de hoge stroomsnelheden bij zware buien. Het resulteert tijdens en na de overstorting in stank en visuele overlast. Bij grote overstortingen kan sprake zijn van een verminderde waterkwaliteit.
Soms leidt dit tot vissterfte, verarming van ecosystemen en verontreinigde baggerspecie. De riooloverstorten leiden in sommige gevallen dus tot problemen. De riooloverstorten kunnen echter niet worden gemist omdat het gemengde stelsel dan meerdere keren per jaar leidt tot water op straat, inclusief afvalwater op straat. Riooloverstorten zijn dus noodzakelijk vanuit een historisch gegroeide situatie, maar vormen soms een probleem vanuit huidig perspectief. Functie en problematiek van riooloverstorten Verwijzing van pagina 23 RWP Fluvius | 71 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Vanaf de jaren ’90 is door waterschappen aangedrongen op de basisinspanning bij gemengde rioolstelsels. Dit betreft het zogenoemde saneren van riooloverstorten, soms door volledige sluiting, soms door afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering, soms door grote bergbezinkbassins. In 1995 is landelijk besloten dat de vuilemissie vanuit gemengde rioolstelsels naar oppervlaktewater 50% gereduceerd moet worden. Deze wens werd bekend als de “basisinspanning”. Als na het behalen van de basisinspanning nog steeds knelpunten ten aanzien van oppervlaktewaterkwaliteit worden ervaren, kunnen gemeente en waterbeheerder gezamenlijk besluiten om aanvullende maatregelen te nemen.
In de gemeente Steenwijkerland is de basisinspanning al jarenlang voltooid. Er zijn geen aanwijzingen dat de resterende overstorten een groot probleem vormen. Naast de basisinspanning is er het waterkwaliteitsspoor. Er kunnen ondanks het voldoen aan de basisinspanning problemen zijn met riooloverstorten. Het water uit de overstorten is namelijk in zekere mate verontreinigd. Het oppervlaktewater waarop wordt overgestort is bijvoorbeeld niet altijd geschikt voor recreatief gebruik. Gemeente en waterschap kunnen in overleg besluiten dat extra maatregelen gewenst zijn. Vooralsnog lijkt dit niet aan de orde en kan worden gesteld dat in gemeente Steenwijkerland de basisinspanning en het waterkwaliteitsspoor zijn voltooid. Basisinspanning Verwijzing van pagina 23 RWP Fluvius | 72 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Het overzicht van de overstorten is van belang vanwege het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen, het BLBI. Zie in het BLBI artikel 3.15, de algemene toelichting in paragraaf 5.6.3 en 7.1.2 en de artikelsgewijze toelichting bij artikel 3.14 en 3.15. Het doel was om de administratieve last van overstortvergunningen terug te dringen.
Hiernaast het overzicht van de overstorten vanuit de gemengde rioolstelsels: Overzicht van de overstorten vanuit gemengde stelsels Verwijzing van pagina 23 Belt Schusloot Belter weg Belt Schusloot Noorderweg Blokzijl Breestraat Blokzijl Lagewal Blokzijl Mauritsstraat Eesveen Meester Gerritsstraat Giethoorn Beulakerweg WS gemaal Giethoorn Sportvelden Giethoorn Noord Giethoorn Van der Gootplantsoen Heetveld BBB Bergkampen Kalenberg Kalenberg Noord Kuinre Bouwdijk Kuinre De Sas Kuinre BBB bij nr. 80 Kuinre voetpad langs de Linde (nr 38) Oldemarkt Frieseweg Zw. Hofslaan Oldemarkt BBB Mallegat Onna Dorpshuis Ossenzijl BBB Hellingstraat Ossenzijl Loswal Opdijk Scheerwolde BBB Scheerwolderweg Sint Jansklooster BBB Flevoweg Steenwijk Dolderbrug ZZ Steenwijk Dolderbrug NZ Steenwijk Dolderkan. Z ter Steghestraat Steenwijk E. Hiddesstraat Steenwijk Houthaven Steenwijk Kornputsingel Steenwijk Parallelweg/Gagelsweg Steenwijk Balkengat / Steenwijkerdiep Steenwijk Hogewal / Westwijkstraat Steenwijkerwold Bakkersteeg Steenwijkerwold De Beek Steenwijkerwold Gelderingensteeg Steenwijkerwold Holtinge Kampweg Tuk Berg en Bos Tuk Spitzen / Hooipad Vollenhove De Voorst Vollenhove Godfried van Rhenenlaan Vollenhove Jan v Reasfeltlaan Vollenhove Laan van Toutenburgh Wanneperveen BBB Bovenboerseweg Willemsoord Pr. Frederikstraat Zuidveen Langesloot RWP Fluvius | 73 Inhoud 1. Context 2.
Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Het afkoppelen van hemelwater bij bestaande gemengde rioolstelsels biedt de volgende voordelen: • Minder afvoer van hemelwater naar de zuivering die daardoor beter of goedkoper werkt. • Minder vaak en minder heftig werken van de riooloverstorten. • Verminderde kans op wateroverlast bij extreme buien. • Kans tot gebruik van het hemelwater in tuin en/of woning. • Kans op aanvulling van het grondwater. • Kans tot integrale keuzes gericht op klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit. De keerzijde van de medaille is dat er nadelen zijn: • Aanleg van een eventueel extra stelsel voor hemelwater is kostbaar, met name in bestaande gebieden. • Er ontstaat kans op foutieve aansluitingen. • Er bestaat risico op ontluchtingsproblemen. • In sommige situaties risico op grondwateroverlast of schijnspiegels. De weging van de voor- en nadelen kan per situatie verschillend uitpakken. Het is aan de gemeente om hierin gebiedsgericht keuzes te maken. De nadelen spelen minder een rol als wordt gekozen voor afkoppelen van hemelwater op particuliere schaal, dus per kavel. Ook hier geldt dat de gemeente vaak het beste overzicht heeft over de voor- en nadelen.
Zowel gemeente als waterschap hebben baat bij afkoppelen en kunnen daarom het beste in samenwerking tot keuzes komen. Keuzes in specifieke projecten en keuzes om bijvoorbeeld particulieren te verleiden tot afkoppelen. Voor- en nadelen van afkoppelen hemelwater bij gemengde rioolstelsels Verwijzing van pagina 23 RWP Fluvius | 74 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Rioolstelsels zijn veelal ontworpen voor probleemloze afvoer van hemelwater tot een neerslagintensiteit van ongeveer 20 mm/uur. Dit is voldoende voor alle normale dagen en ook voor de meeste zware en/of langdurige neerslag. Af en toe, vooral bij zomerse donderbuien, komen hogere neerslagintensiteiten voor, tot wel 100 mm/uur. Het is erg kostbaar om rioolstelsels daarop te dimensioneren. Als zo’n bui (of hevige cel in een bui) slechts enkele minuten duurt is er weinig aan de hand. Het wordt een probleem als het langer aanhoudt. De verwachting is dat door de klimaat¬verandering extreme buien vaker voorkomen. Het is geen wettelijke eis dat de gemeente het systeem zodanig ontwerpt dat zo’n bui probleemloos verwerkt kan worden, maar wel een opgave voor de inrichting van de openbare ruimte om overlast en schade te beperken. Deze ambitie is uitgewerkt in de RAS (Regionale Adaptatie Strategie).