Fluvius_RWP_Steenwijkerland_V2.pdf
Tekst van het document
Kosten en rioolheffingSamenvatting
Verdeling van de lasten over huidige en toekomstige generaties Verdeling van de lasten over huidige en toekomstige generaties: Ten eerste is het mogelijk investeringen langjarig af te schrijven: a) Investeringen in de riolering voor verbeteringsmaatregelen en rioolvervanging moeten volgens de regels van de BBV worden geactiveerd en langjarig afgeschreven. Afschrijven is op methodische wijze, afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur, ten laste van de exploitatie brengen van kapitaalgoederen. b) Dit is vergelijkbaar met het aangaan van een lening bij een bank of de eigen organisatie. Het leidt tot spreiding van de lasten over de toekomstige jaren. c) De afschrijving per jaar kan gaan met de annuïteitenmethode of met lineaire afschrijving. d) Een kenmerk van lenen is dat rente wordt betaald. Bij 5% rente en lineaire afschrijving over 40 jaar wordt bijvoorbeeld in totaal ongeveer evenveel betaald aan rente als aan afschrijving. e) Afschrijven heeft als voordeel dat het geld niet vooraf in een spaarvoorziening beschikbaar hoeft te zijn. f) De kerngedachte van activeren is dat de lasten worden gedragen door de generatie die profijt heeft van de gerealiseerde werken. Elk rioolwerk wordt daarbij gezien als een investering met economisch nut omdat het bijdraagt aan het genereren van middelen met de rioolheffing.
g) Bij het bepalen van de afschrijvingstermijn kijk je naar de verwachte economische levensduur ofwel de toekomstige gebruiksduur. De afschrijvingstermijn is dikwijls korter dan de verwachte technische levensduur. Soms verouderd een riool sneller of wordt een riool voortijdig vervangen vanwege hydraulische capaciteit of aanpak van de openbare ruimte. h) Meerjarig afschrijven voor een werk legt een soort hypotheek op de volgende generatie. Het is een maatschappelijke afweging of je het systeem met schulden wilt overdragen aan de volgende generatie. i) Afschrijven veronderstelt dat de maatschappij over tientallen jaren nog in staat is de lasten op te brengen. Ten tweede is het mogelijk te sparen. a) Sparen kan door vorming van een voorziening, dat is een beschermde spaarpot ten behoeve van een specifiek omschreven doel. Een kanttekening bij de keuze voor een voorziening is dat je vooraf moet aangeven waarvoor de voorziening bedoeld is. De Verwijzing van pagina 41 RWP Fluvius | 112 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
geraamde uitgaven in het RWP lijken een voldoende goede basis voor het opbouwen van een voorziening. b) Aan het saldo in de voorziening mag rente worden toegekend, mits bij de berekening van benodigde middelen is gerekend met de contante waarde methode, dus met rente en inflatie gedurende de periode dat voor een werk wordt gespaard. c) De kerngedachte van sparen is dat je zorgt eerst het geld te hebben en het dan pas uit te geven. d) Sparen heeft als nadeel dat nu al betaald moet worden voor een vervangingspiek die pas later gaat optreden en bovendien onzeker is. e) Je laat de huidige generatie betalen voor het profijt van de volgende generatie. Ten derde is het mogelijk te werken met het ideaalcomplex of versneld afboeken. a) Bij het ideaalcomplex wordt gestreefd naar balans tussen de inkomsten en de uitgaven in elk jaar, waarbij investeringen direct worden afgeboekt. b) Begrotingstechnisch is een voorziening vereist als tussenstap van de investering naar de exploitatie. Deze voorziening wordt tevens gebruikt om de kleine schommelingen tussen de jaren uit te dempen. c) Het streven is om enerzijds geen rente te betalen en anderzijds niet teveel te sparen. d) Deze vorm is goed bruikbaar voor activiteiten met een repeterend karakter, zoals veelal het geval is bij het vervangen of renoveren van riolen, gemalen en dergelijke.
Het verschilt per gemeente hoe vlak of grillig de investeringslijn in de tijd verloopt. e) De kerngedachte bij het ideaalcomplex is dat elke generatie het systeem netjes in stand houdt door op te draaien voor het vervangen van versleten onderdelen. Je bekijkt daarbij het gehele rioolstelsel als een samenhangend systeem en niet elk riool als een afzonderlijk werk. f) Versneld afboeken geeft dezelfde kenmerken als het ideaalcomplex, maar is flexibeler, met name als de investeringen enigszins wisselen in de loop der jaren. Verwijzing van pagina 41 RWP Fluvius | 113 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Achtergrondinformatie bij het tariefsysteem van de rioolheffing De rioolheffing kan gericht zijn op de eigenaar of de gebruiker van een perceel. Beide worden veel toegepast in Nederland. Sommige heffingsmaatstaven passen beter bij eigenaar, andere juist bij gebruiker. De wet geeft de mogelijkheid voor een gesplitste heffing, dat is een aparte heffing voor alleen het afvalwater en daarnaast een heffing voor hemel- en grondwater. De gedachte is dat de heffing dan klaar is voor een waterketenbedrijf dat zich alleen richt op afvalwater. In de praktijk is het lastig omdat oude rioolstelsels veelal van het gemengde stelseltype zijn. Daarnaast moeten bij een gesplitste heffing ook de kapitaalslasten van oude investeringen alsnog worden opgesplitst. Het idee van een waterketenbedrijf is niet meer zo actueel. De rioolheffing mag niet worden gebaseerd op inkomen, winst of vermogen. Wel op het profijtbeginsel of het kostenveroorzakingsbeginsel. Verder mag de heffing worden gebruikt ter ondersteuning van beleidsdoelen, mits er geen sprake is van willekeur of onredelijkheid. Redelijke heffingsmaatstaven zijn: een vast bedrag per perceel, bedrag naar waterverbruik, bedrag naar huishoudgrootte, bedrag naar perceelgrootte, bedrag naar verhard oppervlak, bedrag naar WOZ- waarde van het eigendom: • Een vast bedrag per perceel is de eenvoudigste heffingsmaatstaf.
Het past zowel bij heffing van eigenaren als gebruikers. • Een bedrag naar waterverbruik sluit aan bij het profijtbeginsel, want wie veel gebruikt betaalt extra. Het komt ook sympathiek en eerlijk over. Het sluit echter niet aan bij de kostenveroorzaking omdat de kosten voor de riolering nauwelijks worden beïnvloed door de mate van afvalwater. Perceptiekosten zijn hoger doordat informatie van het drinkwaterbedrijf benodigd is. Het past alleen bij een gebruikersheffing. • Een bedrag naar huishoudgrootte lijkt impliciet op waterverbruik. Daarnaast doet het recht aan het profijtbeginsel omdat iedereen persoonlijk belang heeft bij de bescherming van de volksgezondheid. Perceptiekosten zijn laag doordat het bevolkingsregister goed op orde is en bij de gemeente. Het past alleen bij een gebruikersheffing. • Een bedrag naar perceelgrootte sluit aan bij kostenveroorzaking. Grote percelen leiden tot extra riolering en dus tot extra kosten. Het is eenvoudig en leidt tot weinig perceptiekosten. Het past bij een eigenarenheffing. • Een bedrag naar verhard oppervlak. Dit sluit aan bij het kostenveroorzakingsbeginsel. De kosten van de dimensionering van de riolering worden grotendeels bepaald door de hoeveelheid Verwijzing van pagina 42 RWP Fluvius | 114 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6.
Kosten en rioolheffingSamenvatting
hemelwater en dus door het aangesloten verhard oppervlak. Perceptiekosten hoger doordat extra gegevens benodigd zijn, bijvoorbeeld op basis van luchtfoto’s. Het past vooral bij een eigenarenheffing. • Een bedrag naar de WOZ-waarde. Dit sluit aan indirect bij zowel profijt- als kostenveroorzakings¬beginsel. De eerste gedachte is dat een kostbaar perceel meer waardevermeerdering heeft door de aansluiting op de riolering. De tweede gedachte is dat hogere kosten vooral worden veroorzaakt door uitgestrekt wonen vanwege extra meters riolering in de weg en door groot wonen vanwege meer verhard oppervlak. Indirect horen uitgestrekt en groot wonen meestal bij een hoge WOZ-waarde. Het past vooral bij eigenarenheffing, maar komt ook voor bij gebruikersheffing. Perceptiekosten zijn laag. • Combinaties van genoemde heffingsmaatstaven zijn ook toegestaan, zoals deels van eigenaren en deels van gebruikers, maar het wordt al gauw ingewikkeld en leidt dan tot hogere perceptiekosten. • Bij alle heffingsmaatstaven anders dan een vast bedrag is het verstandig een minimum en een maximum te definiëren om disproportionaliteit te voorkomen. Kwijtscheldingsbeleid richt zich op degenen die niet in staat zijn hun rioolheffing te betalen. Dit kan worden bekostigd vanuit een sociale geldstroom bij de gemeente of vanuit de rioolheffing. Het laatste impliceert dat de anderen dan meer moeten betalen.
Boekhoudkundig kan het worden genoteerd als kostenpost of als vermindering van de inkomsten. Kwijtschelding komt meer voor bij gebruikers dan bij eigenaren. Vrijstelling van de heffing wordt soms verleend voor garageboxen, ventwagens en religieuze instellingen vanuit praktische of levensbeschouwelijke overwegingen. Verwijzing van pagina 42 RWP Fluvius | 115 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Kenmerken van de verordening rioolheffing 2022 gemeente Steenwijkerland • De aard van de belasting is een gecombineerde rioolheffing voor zowel afvalwater alsook hemelwater en grondwater, dus geen gesplitste heffing. • De heffing wordt deels opgelegd aan de eigenaar en deels aan de gebruiker van een perceel. - Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en niet- woningen. - Het gaat om onroerende en roerende zaken. - De heffing slaat op alle percelen, ongeacht directe of indirecte afvoer naar de riolering. • De heffingsmaatstaf is als volgt: - Woningen: 1. Eigenarendeel € 29,79 2. Extra eigenarendeel bij (in)directe aansluiting op de riolering € 84,30 3. Gebruikersdeel € 24,23 4. Extra gebruikersdeel bij (in)directe aansluiting op de riolering € 63,46 - Niet-woningen: 1. Eigenarendeel 0,060% van de WOZ-waarde tot een maximum van € 29,79 2. Extra eigenarendeel bij (in)directe aansluiting op de riolering € 84,30 3. Gebruikersdeel 0,049% van de WOZ-waarde tot een maximum van € 24,23 4. Extra gebruikersdeel voor boerderijen op de riolering € 63,46 5.
Extra gebruikersdeel voor niet-woningen, niet zijnde boerderijen: • De heffingsmaatstaf is nu de geloosde hoeveelheid water (afgezien van hemelwater) en deze wordt als volgt nader gespecificeerd: • € 63,46 voor de eerste 500 m3 • € 63,45 en extra € 0,57 per m3 tussen 500 m3 en 2.500 m3 • € 1.203,46 en extra € 1,15 per m3 tussen 2.500 m3 en 20.000 m3 • € 21.328,46 en extra € 0,57 per m3 boven de 20.000 m3 • Er geldt vrijstelling voor gemeentelijke gebouwen. Zie de verordening voor de volledige formuleringen. Hierboven is slechts een samenvatting. Verwijzing van pagina 42 RWP Fluvius | 116 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting Samenvatting kostendekkingsmodel gedurende de planperiode Verwijzing van pagina 40 Verwijzing van pagina 43 Jaar 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Inkomsten Gemiddeld tarief rioolheffing € 201,78 € 201,78 € 201,78 € 207,84 € 214,07 € 220,49 Totaal (A) € 4.660.356 € 4.660.356 € 4.666.404 € 4.806.396 € 4.950.588 € 5.099.106 Jaar 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Uitgaven Oude kapitaallasten Oude kapitaallasten € 1.761.555 € 1.692.568 € 1.647.002 € 1.515.711 € 1.473.687 € 1.405.519 Nieuwe kapitaallasten (investeringen excl.
BTW) Kapitaallast afschrijving Lineair € 73.489 € 149.978 € 234.342 € 318.156 € 391.645 € 465.134 Rente component € 22.034 € 45.102 € 72.052 € 97.834 € 116.686 € 134.803 Subtotaal € 95.522 € 195.080 € 306.394 € 415.990 € 508.331 € 599.937 Subtotaal kapitaallasten € 1.857.078 € 1.887.648 € 1.953.396 € 1.931.701 € 1.982.017 € 2.005.455 RWP Fluvius | 117 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Exploitatie Riolering € 145.700 € 145.700 € 140.700 € 140.700 € 140.700 € 140.700 Riolering Elektra € 400.000 € 400.000 € 400.000 € 400.000 € 400.000 € 400.000 Riolering Onderzoek € 270.000 € 210.000 € 235.000 € 235.000 € 235.000 € 265.000 Riolering Planvorming € 107.900 € 107.900 € 107.900 € 107.900 € 107.900 € 107.900 Riolering Onderhoud € 593.000 € 593.000 € 593.000 € 593.000 € 597.000 € 597.000 Riolering OS (exclusief btw, overhead en kapitaallasten) € 622.381 € 623.574 € 623.716 € 623.716 € 622.865 € 622.865 Waterweg en stedelijk waterbeheer € 556.167 € 586.167 € 556.167 € 556.167 € 556.167 € 556.167 Kwijtschelding en belastingen € 75.000 € 75.000 € 75.000 € 75.000 € 75.000 € 75.000 Subtotaal exploitatie € 2.770.148 € 2.741.341 € 2.731.483 € 2.731.483 € 2.734.632 € 2.764.632 Subtotaal uitgaven € 4.627.226 € 4.628.989 € 4.684.879 € 4.663.184 € 4.716.649 € 4.770.087 BTW € 81.543 € 68.881 € 68.881 € 68.881 € 68.881 € 68.881 Overhead € 504.429 € 517.091 € 517.091 € 517.091 € 517.091 € 517.091 Reserve/Voorziening riolering -€ 552.842 -€ 554.605 -€ 604.447 -€ 442.760 -€ 352.033 -€ 256.953 Totaal € 4.660.356 € 4.660.356 € 4.666.404 € 4.806.396 € 4.950.588 € 5.099.106 Verwijzing van pagina 40 Verwijzing van pagina 43 RWP Fluvius | 118 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting
Stand Voorziening Riolering Stand voorziening begin jaar 3.137.828 2.584.987 2.030.382 1.425.935 983.175 631.142 Toename/afname voorziening tijdens jaar 552.842- 554.605- 604.447- 442.760- 352.033- 256.953- Stand voorziening eind jaar 2.584.987 2.030.382 1.425.935 983.175 631.142 374.189 Verwijzing van pagina 40 Verwijzing van pagina 43 RWP Fluvius | 119 Inhoud 1. Context 2. Beleidskaders voor het RWP 3. Beleid gemeentelijke watertaken 4. Beheer 5. Programmering 6. Kosten en rioolheffingSamenvatting