CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2e. 210521 Bouwsteen Lokaal Eigendom RES 1.0 West-Overijssel.pdf

Politieke Markt 15 juni 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: RES 1.0 West-Overijssel19.742 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bij de uitwerking van de vraag hoe de RES-regio de regionale energiestrategie wil uitvoeren worden de volgende uitganspunten gehanteerd: • We koesteren lokale initiatieven; • We beslissen ook zelf waar opwek plaatsvindt, stellen heldere kaders en geven het dan weer over aan de samenleving (in welke organisatievorm dan ook); • We streven naar minimaal 50% lokaal eigendom (zowel in het ontwikkelproces als bij de energieprojecten zelf); • We houden de opbrengst zoveel mogelijk lokaal; • We streven naar een evenwichtige verdeling tussen de lusten en de lasten; • We betrekken bij energieprojecten omwonenden in een zo vroeg mogelijk stadium. Dit document vormt een verdere uitwerking van het hoofddocument “Keuzes en scenario’s Lokaal Eigendom” dat opgenomen wordt in de RES 1.0. Het is niet volledig, maar geeft richting en inspiratie voor verdere uitwerkingen. 28 2 Definitie lokaal eigendom RES West Overijssel (Bron 50% lokaal eigendom, participatiecoalitie) Wat is 50% lokaal eigendom? De omgeving van nieuwe zon-of windprojecten moet de mogelijkheid krijgen om voor de helft eigenaar te worden van deze projecten. 50% lokaal eigendom is opgenomen in het Klimaatakkoord als streven, niet als verplichting. 50% lokaal eigendom in het Klimaatakkoord is specifiek bedoeld voor grootschalige wind- en/of zonneprojecten op land.

Het gaat om 50% lokaal eigendom op projectniveau, zoals voor een gebied dat voortkomt uit de Regionale Energiestrategie. Het gaat niet om een landelijk gemiddelde. (Mede-)eigendom betekent ook zelf investeren en ondernemen. Daar hoort risico nemen bij. (Mede)eigendom betekent niet alleen financieel eigendom, maar ook (democratische) zeggenschap over het project én over de besteding van de baten. Een gemeente of provincie en het rijk kan vanuit beleidsdoelstellingen ook ondersteunen om dat risico te verminderen. Eigendom van de lokale omgeving is altijd een collectief eigendom. Collectief eigendom is bijvoorbeeld mogelijk in een coöperatie of een vereniging (of een samenwerking van coöperaties). Bewoners en bedrijven kunnen participeren, meebeslissen en mede-eigenaar worden via lidmaatschap bij de coöperatie of vereniging. Let op! Bij financiële participatie is niet altijd sprake van eigendom. Bij bijvoorbeeld obligaties of crowdfunding voor een wind- of zonnepark hebben de participanten geen zeggenschap over de installaties, tenzij dat op een andere manier is geregeld. Waarom is 50% lokaal eigendom belangrijk? 50% lokaal eigendom is een belangrijk middel om draagvlak voor de energietransitie te versterken, want hiermee blijven de baten van een project in de regio en profiteert de omgeving ervan.

29 Een ander voordeel van een lokale partij als (mede)ontwikkelaar is dat deze de omgeving en de mensen rondom het project kent, en andersom. Met de lokale omgeving als mede-eigenaar en dus mede-ontwikkelaar, worden de beste voorwaarden geschept voor een gelijkwaardige, open en transparante samenwerking met andere partijen. 50% lokaal eigendom is een einddoel van een open en transparant proces. Dit is belangrijk, omdat draagvlak valt of staat met het proces tijdens de ontwikkeling van een project en het vertrouwen dat de lokale omgeving heeft in dit proces. Wanneer de omgeving eigenaar is van het resultaat, is ze ook eigenaar van de ontwikkeling ervan. Wat is de omgeving? Er is geen landelijke standaard voor wat de lokale omgeving van een project is. Welke bewoners, (agrarische) grondeigenaren en bedrijven onderdeel zijn van de lokale omgeving wordt lokaal en per project bepaald. Uiteindelijk beoordeelt het bevoegd gezag (gemeente of provincie) of het proces goed doorlopen is en of de omgeving in voldoende mate betrokken is. Ook (agrarische) grondeigenaren zijn onderdeel van de lokale omgeving.

Door een goede samenwerking tussen een bewonerscoöperatie en grondeigenaren kan zelfs 100% lokaal eigendom worden bereikt: wanneer de grondeigenaren niet alleen hun grond beschikbaar stellen voor de ontwikkeling, maar ook mee ontwikkelen en mede-eigenaar worden van een wind- of zonnepark. Per project moet gezocht worden naar een evenwichtige verhouding voor projecteigendom voor bewoners en (agrarische) grondeigenaren. Collectief lokaal eigendom biedt de beste voorwaarden voor het maximaal terugvloeien van de baten naar de lokale omgeving. 3 Realisatiemogelijkheden Om lokaal eigendom te kunnen organiseren zijn er grofweg drie hoofdscenario’s. Tussenvarianten en combinaties van aanpak binnen gemeenten zijn hierbij denkbaar; 1) Zoveel als mogelijk lokaal eigendom borgen in het ruimtelijk- en duurzaamheidsbeleid waarbij het voor alle type ontwikkelaars duidelijk is dat zij actief lokaal eigendom na moeten streven om projecten gerealiseerd te krijgen. 2) Via uitnodigingsplanologie voor beperkte locaties projectontwikkeling mogelijk maken en hier een aanbesteding voor organiseren. 3) Als overheid zelf (of samen met) ontwikkelen met inzet van het grondbedrijf/actief grondbeleid. 3.

1 borgen in het ruimtelijk- en duurzaamheidsbeleid De gemeente stelt duurzaamheidsbeleid vast met daarin voorwaarden voor planologische medewerking, ze stelt het bestemmingsplan vast en verleent de benodigde vergunningen. Tenslotte zorgt gemeentelijk beleid voor maatwerk en aansluiting bij de lokale situatie. De gemeente kan de touwtjes in handen houden en sturen op goede processen via beleidsregels. De gemeente bekijkt op basis hiervan of alle partijen rondom de ontwikkeling van een hernieuwbaar energieproject zich aan de afspraken gehouden hebben, een open en transparant proces hebben doorlopen en zich hebben ingezet om met de omgeving tot afspraken te komen rondom participatie. Met andere woorden: krijgen de inwoners in voldoende mate toegang tot en zeggenschap over het ontwikkelingsproces en de exploitatie en opbrengsten van wind- en zonneparken? Ontwikkelaars zijn ondertussen veelal bereid om vrijwillig over te gaan tot het bieden van financiële tegemoetkoming aan de omgeving, boven hetgeen wettelijk verplicht is. Dit blijkt uit de 30 Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land. De Gedragscode stelt voor om de omgeving bij een beoogd windproject in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. Ook verwacht de Gedragscode van initiatiefnemers een bedrag voor financiële participatie van de omgeving.

Dit draagt ook weer bij aan het doel om de lusten en de lasten van een windpark te verdelen. Provincies en gemeenten sluiten veelal overeenkomsten met beoogde ontwikkelaars van een windpark ter borging van deze en andere afspraken over de wijze waarop de omgeving moet delen in de lusten van een windpark. Ook de branche voor Zonneparken is bezig met een soortgelijke gedragscode. Desalniettemin is het noodzakelijk om als provincie en gemeenten het beleid omtrent lokaal eigendom goed op orde te hebben. Er zijn helaas veel voorbeelden waar partijen er uiteindelijk niet uitkomen. Een gemeente kan in het lokale beleidskader duurzaamheid een aantal voorwaarden voor planologische medewerking formuleren rondom lokaal eigendom en opbrengstparticipatie bij wind- en zonprojecten: • Toepassen van de participatieparagraaf uit het Klimaatakkoord; • Vereiste van een substantieel deel of x% van de productie in eigendom van de lokale omgeving, vanaf het begin van de project ontwikkeling tot en met de exploitatie; • Participatie van omwonenden: zowel in het proces als door middel van financiële participatie.

Meer lezen? LOKAAL EIGENDOM IN BELEID: https://energiesamen.nu/media/uploads/Lokaal%20eigendom%20in%20beleid%20versie%202%20- %20juni%202020.pdf VOORBEELD EDE http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Actueel/Ede/CVDR637547.html VOORBEELD MEIJERIJSTAD https://www.meierijstad.nl/home/zonnepark-meierijstad_43520/ VOORBEELD ASSEN https://www.hieropgewekt.nl/uploads/inline/Beleidskader-Zonneparken-in-Assen.pdf VOORBEELDEN WINDPROJECTEN: https://www.hieropgewekt.nl/tag/gerealiseerde-projecten-wind REACTIE OP NOORDELIJKE REKENKAMER: https://energiesamen.nu/verhalen/22/participatie-regelen-met-beleid 3.2 Aanbesteden Een toenemend aantal gemeenten geeft niet langer locaties (al dan niet in eigendom van gemeente) weg voor windmolens als niet duidelijk is dat de inkomsten helpen bijdragen aan de lokale economie en koopkracht. Zij reguleren hun lokale markt zodanig dat er een directe relatie is tussen een concessie en de welvaart binnen de gemeente zelf. VOORBEELD STAPHORST De gemeente Staphorst heeft een onderzoek laten doen naar de potentiële locaties voor windenergie in de gemeente. Op basis van een kader met randvoorwaarden heeft de gemeente vervolgens in februari 2018 een uitvraag gedaan voor de ontwikkeling van een windpark van 12 MW binnen de gemeentegrenzen. Op deze uitvraag is een aantal projectvoorstellen ingediend.

Deze 31 voorstellen zijn door de gemeente beoordeeld op het aanbod van de mate van lokaal eigendom, de hoeveelheid procesparticipatie en financiële participatie die in het projectplan was opgenomen, en de milieu-impact van het project. Een groep inwoners van Staphorst besloot een coöperatie op te starten om te kunnen reageren op deze uitvraag. Alle inwoners van de gemeente kunnen deelnemen aan deze coöperatie. Op dit moment telt de coöperatie ongeveer 200 leden. In mei 2018 koos de gemeente het voorstel van de coöperatie. Met name de hoeveelheid participatie en lokaal eigenaarschap die in het projectplan waren verwerkt werden door de gemeente positief ontvangen. Windpark Bovenwind in Staphorst is momenteel een van de weinige Nederlandse projecten die expliciet is geselecteerd op basis van de kwaliteit van het omgevings- en participatieplan. Er zijn ook een aantal voorbeelden in Limburg. Een gemeente die een tenderachtige aanpak voor participatie hanteert, is tot op heden vrij uniek in Nederland. Bovendien is de projectontwikkeling door bewoners gestart in directe reactie op een gemeentelijk verzoek, zonder dat een externe (commerciële) partij invloed heeft (gehad) op het projectplan. De uitvraag van de gemeente en de deadline voor het indienen van een plan lagen zeer dicht bij elkaar.

Dit had tot gevolg dat de verschillende partijen weinig tijd hadden om de locatiekeuze met een zorgvuldig participatieproces vorm te geven. Het enige initiatief dat een publiek communicatieproces met de lokale omgeving was gestart was dat van de coöperatie. Toch was een deel van de directe omgeving nog verrast door het project. Hieruit kunnen twee belangrijke conclusies worden getrokken. Ten eerste benadrukt de reactie van de directe omgeving het belang dat een participatieproces vroegtijdig wordt gestart en lang genoeg duurt. Hiermee kan worden voorkomen dat een nieuw project zoals een windpark, voor de lokale bevolking als een verrassing komt. Ten tweede is het in dit geval kenmerkend dat het voorstel van de lokale coöperatie als enige een vroegtijdige publieke communicatie en/of participatieproject is gestart. De uitvraag van de gemeente vereiste een relatief vergaand uitgewerkt voorstel en toewijding voor het dragen van de kosten van het proces en het vervolg. Het is bijzonder dat het de coöperatie is gelukt dit in de beperkt beschikbare tijd voor elkaar te krijgen. In een dergelijk vroegtijdig stadium vormen de benodigde ontwikkelkosten namelijk meestal een bedreiging voor het succesvol kunnen ontwikkelen door lokale initiatieven. Dit komt doordat lokale initiatieven over het algemeen niet de gevraagde financiële middelen (in dit stadium) tot hun beschikking hebben.

Stappenplan Een stappenplan om het voorbeeld van Staphorst in de eigen gemeente toe te passen zou er als volgt uit kunnen zien; Uitwerking scenario stimulerende gemeente, werkvorm aanbesteden - Stap 1: Zorg dat in géén van je bestemmingsplannen planologische mogelijkheden zijn voor nieuwe windmolens. - Stap 2: neem in je duurzaamheidsbeleid de randvoorwaarden bij grootschalige opwek op en laat dit vaststellen door de raad; - Stap 3: stel een aanbestedingsdocument op; - Stap 4: communiceer naar inwoners en lokale belangenorganisaties dat de gemeente een aanbesteding gaat doen; 32 - Stap 5: nodig partijen uit voor een informatiebijeenkomst; - Stap 6: Initiatiefnemers dienen conceptaanvraag in; - Stap 7: Voortoets door commissie; - Stap 8: initiatiefnemers verbeteren hun plannen; - Stap 9: indienen definitieve verzoeken voor planologische medewerking door initiatiefnemers; - Stap 10: beoordeling door commissie; - Stap 11: besluitvorming over verlenen van planologische medewerking. Meer info over aanbesteden; https://www.rvo.nl/sites/default/files/Aanbesteding%20door%20gemeenten%20van%20windmolen s.pdf Locaties voor energie coöperaties https://www.eversheds-sutherland.com/documents/global/netherlands/Nederlands/Locaties-voor- Energiecooperaties.pdf VOORBEELD GEMEENTE WEST BETUWE De gemeente West-Betuwe heeft een beleidskader waarin men werkt via maatschappelijke tenders.

In de handreiking Wind- en zonneparken realiseren samen met inwoners (juni 2019) wordt uitgelegd hoe dit werkt: “Voor een bepaalde hoeveelheid op te wekken wind- en/of zonne-energie kunnen in een beperkte tijdsperiode meerdere ontwikkel-partijen projecten indienen. De projecten worden beoordeeld volgens een vooraf opgesteld beleidskader, met allerlei aspecten waarop getoetst kan worden. De toetsing kan bijvoorbeeld gebeuren aan de hand van punten die per aspect verdiend worden. De best scorende projecten mogen door, precies genoeg om de vooraf vastgestelde opgave te halen.” https://energiewerkplaatsbrabant.nl/werkgroepen/werkgroepen+sociale+innovatie+energietransitie 2/50+participatie/juridisch+kader/13+50+lokaal+eigendom+als+resultaatverplichting/13+a001+gem eente+west-betuwe+beleidskader+zonne/default.aspx VOORBEELD WINDPROJECTEN ZUIDENWIND Als coöperatieve vereniging brengt Zuidenwind mensen bij elkaar die het gezamenlijk financieel mogelijk maken om projecten met duurzame energie te realiseren. Eén van die energieprojecten is het grootste windpark van Limburg in het buitengebied Neer. Een van de vijf molens - de Coöperwieck - is volledig coöperatief ontwikkeld en in handen van burgers. Zij zijn leden van de lokale coöperatie Zuidenwind en twee windcoöperaties van buiten de regio.

Bewoners investeren mee, zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling en hebben zeggenschap over de opbrengsten. De eerste vier molens zijn ontwikkeld door twee particuliere initiatiefnemers uit de regio en zijn in particuliere handen. De aanpak van Zuidenwind kenmerkt zich door vanuit een gebiedsaanpak (en niet vanuit grondposities) te komen tot locaties voor windprojecten. Door van elk zoekgebied 1 project te maken voorkom je concurrerende projecten en hebben grondposities geen zin meer. 33 Voorbeeld principeverzoek: https://www.zuidenwind.org/wp-content/uploads/2017/12/Bijlagen-hoofdstuk-3.5-tm-3.9- principeverzoeken.pdf Voor voorbeeld Zuidenwind en Staphorst: kijk ook naar de webinar die we als RES West-Overijssel samen met RES Twente hebben georganiseerd over dit thema: https://www.reswestoverijssel.nl/Nieuws/1789357.aspx?t=Webinar-Lokaal-Eigendom-RES-West- Overijssel-en-Twente 3.3 Zelf ontwikkelen 3.3.1 Grond in eigendom overheid Wanneer een gemeente (of provincie) zelf gronden in bezit heeft is het mogelijk hier zelf een energieproject op te realiseren. Ook is het mogelijk dit als nog in de markt te zetten onder door de gemeenteraad te bepalen voorwaarden (zie 3.2). Indien een gemeente eigenaar is van de grond en/of daken kan ze ook bij de gronduitgifte aanvullende voorwaarden stellen. Of soms besluit een gemeente om een actievere rol te pakken, als ontwikkelaar en eigenaar.

Op Ameland is de gemeente mede-eigenaar van een groot zonnepark, samen met Eneco en de lokale coöperatie. In de gemeente Midden-Drenthe besloot de gemeente om het zonnepark Leemdijk in Smilde zelfstandig te ontwikkelen en in eigendom te nemen (21.000 panelen). De opbrengsten gaan naar een duurzaamheidsfonds om vervolgens andere duurzame projecten mee te kunnen financieren. De lokale coöperatie Duurzaam Bovensmilde wil de zonnestroom leveren aan haar leden (via Energie VanOns). VOORBEELD TWENTERAND In de gemeente Twenterand heeft de gemeente zelf (via een BV) een zonnepark ontwikkeld. https://www.twenterand.nl/nieuws-zonnepark-oosterweilanden 3.3.2 Wet Voorkeursrecht (Bron: energiewerkplaats Brabant) Een gemeente kan op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten een voorkeursrecht vestigen op gronden waaraan een nieuwe, niet-agrarische, bestemming is toegedacht en waarvan het bestaande gebruik afwijkt van het toegedachte gebruik. Als de gemeente een voorkeursrecht vestigt op een perceel, dan kan de eigenaar het perceel niet zomaar verkopen of rechten erop vestigen, zoals het recht van opstal. Als de eigenaar zoiets van plan is, dan moet het perceel eerst aan de gemeente worden aangeboden. Enkel als de gemeente het aanbod afwijst, kan de eigenaar verder met zijn voornemen.

De wet voorkeursrecht gemeenten wordt ook toegepast om controle te houden op de oprichting van toekomstige zonneparken of windparken. De gemeente Laarbeek heeft in maart 2020 deze wet als eerste in Nederland ingezet inzake de ontwikkeling van toekomstige zonneparken en windparken. https://www.energiewerkplaatsbrabant.nl/werkgroepen/werkgroepen+sociale+innovatie+energietr ansitie2/50+participatie/juridisch+kader/31+wet- +en+regelgeving/31+a006+wet+voorkeursrecht+gemeenten/default.aspx VOORBEELD LAARBEEK 34 In de gemeente Laarbeek heeft de gemeente de wet voorkeursrecht ingezet om windlocaties vrij te spelen. https://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/nieuws/voorkeursrecht-geeft-laarbeek-grip- op-windmolens.12708649.lynkx 4 Lokaal eigendom in de RES 1.0 Actuele situatie De verdergaande ontwikkeling en concretisering van de RES zorgt ervoor dat de opgave in de gebieden steeds scherper wordt. Alhoewel er nog nergens concrete gebieden op de kaart gepresenteerd worden merken gemeenten dat veel ontwikkelaars in gebieden mensen aan het benaderen zijn. Het gaat dan om wind- en zonontwikkelaars. Het is belangrijk om als RES een gezamenlijke strategie te ontwikkelen rondom de zoekgebieden. Wat wordt het moment van communiceren en hoe geven we dit vorm? En, welk beleid moeten gemeenten wellicht al van tevoren hebben vastgesteld? Dit om ongelukken te voorkomen.

Voor nu zou een oplossing kunnen zijn om op onderdelen (bv zon en/of wind) een moratorium (verbod) af te kondigen voor het hele grondgebied van de gemeente in afwachting van nieuwe kaders. Tegelijkertijd is het dan van belang dat er aan stevige kaders binnen het duurzaamheidsbeleid gewerkt wordt zodat deze als het ware klaar staan wanneer het moratorium opgeven wordt. Enkele gemeenten hebben hier ervaring mee. Bijvoorbeeld Dalfsen. Uitwerking richting 1.0 en verder Richting 1.0 werken we voorbeeldkaders uit voor gemeenten langs de drie eerder genoemde wegen en afhankelijk van de bestuurlijke keuzes die op regionaal niveau worden gemaakt. Te denken valt aan de volgende uitwerkingen; 1) Kader lokaal eigendom in gemeentelijk (en provinciaal) duurzaamheidsbeleid inclusief voorbeelden goede projecten en praktische tools als voorbeeld overeenkomsten, etc. 2) Wegwijzer aanbesteden (cluster) locaties (neutrale uitwerking Staphorster model) 3) Zelf ontwikkelen via lokaal/regionaal energiebedrijf Doorontwikkelen richting 2.0 en verder Het onderwerp lokaal eigendom is erg in beweging. Er zijn goede voorbeelden van mooie beleidsvoornemens en mooie projecten. Echter, er is nog weinig jurisprudentie. Wat kan én wat niet kan is vaak een inschatting en interpretatie van bestaande regels en beleid. Ook zal de komst van de omgevingswet nog het nodige aan veranderingen mee nemen.

Daarom is het van groot belang dat dit onderwerp de komende jaren hoog op de agenda blijft staan binnen de RES. Er zullen mooie voorbeelden ontstaan en er zullen ook ongelukken gebeuren. Nieuwe jurisprudentie of aanpassingen van wet en regelgeving zullen voor een voortdurend veranderend speelveld zorgen. 35 Bijlage 2: Opbrengsten sessies werkgroep Lokaal Eigendom Resultaten Stap 2 Ophalen wensen en verwachtingen Lokaal Eigendom Onderwerp: Resultaten Wensen en verwachtingen LE Van: Els Holsappel, projectleider Communicatie, Participatie en Lokaal Eigendom Datum: 17 november 2020 Er zijn vier gelijkluidende vragen via de mentimeter voorgelegd aan: - Het ambtelijk platform - De Adviesgroep - Het bestuurlijk platform - De volksvertegenwoordigers (Oploop voor alle RSAB-leden). Het ging om de volgende vier vragen: - Wat is lokaal eigendom? - Wanneer is er sprake van lokaal eigendom? - Wat wil je bereiken met lokaal eigendom? - Wat moet voor het thema lokaal eigendom aan de orde komen tijdens het bestuurlijk platform van 16 december? Wat lokaal eigendom is Er is heldere overeenstemming: er is sprake van lokaal eigendom als inwoners eigenaar zijn van een energieproject en daarmee zeggenschap hebben. Op een sterke tweede plaats staat dat de omwonenden van een energieproject kunnen meeprofiteren van dat energieproject.

Adviesgroep: Vanuit adviesgroep wordt gesteld dat lokaal eigendom ook investeren betekent en daarmee het nemen van risico’s. Ook wordt aangegeven dat het lokaal eigendom om zeggenschap gaat. De rol van de overheid is belangrijk. Bestuurlijk Platform: Het gaat om zeggenschap in de ontwikkelfase. Wanneer is er sprake van lokaal eigendom? Hier kon men kiezen voor meerdere opties. Bij alle groepen scoort de optie ‘Als een energiecoöperatie voor ten minste 50% eigenaar is van een energieproject’ het hoogst. Op de tweede plaats komt de optie ‘Als een gemeente voor ten minste 50% eigenaar is van een energieproject’. Ambtelijk en bij de adviesgroep is deze tweede keuze het duidelijkst, bij de bestuurders en de volksvertegenwoordigers wedijvert deze keuze met de optie ‘Als een groep van meer dan 10 inwoners eigenaar is van een energieproject’. Ambtelijk is die laatste duidelijk derde keus en deze scoort

36 net zo hoog als de optie met 10 boeren. Bij de andere groepen scoren de opties met 1 of een groep van meer dan 10 boeren een stuk lager dan de andere opties. Ambtelijk: Ambtelijk is gesteld dat het percentage lokaal eigendom belangrijker is dan wie dat lokaal eigendom precies realiseert. Ook blijkt in de discussie dat het belangrijk is om eerst de vraag te beantwoorden wat je met lokaal eigendom wilt bereiken om te kunnen bepalen of bijvoorbeeld 1 boer die voor 50% eigenaar is van een energieproject ook als lokaal eigendom gezien kan worden. Ook werd de vraag gesteld of lokaal eigendom juridisch afgedwongen kan worden. Tot slot werd aandacht gevraagd voor het doorverkopen van energieprojecten: als een energieproject van eigenaar wisselt, hoe ga je dan om met de eisen voor lokaal eigendom? Adviesgroep: Het streven naar 50% lokaal eigendom is arbitrair. Dat is per project investeringsafhankelijk. De vertegenwoordiger van BEON geeft aan dat je zeggenschap voor inwoners ook kunt realiseren zonder dat die inwoners hoeven te investeren en risico hoeven te lopen. Zeggenschap over de revenuen kun je regelen in een aandeelhoudersovereenkomst. Anderen in de adviesgroep vinden dat lokaal eigendom het middel is om betrokkenheid en draagvlak te creëren en een goede balans tussen lusten en lasten in de regio.

Bestuurlijk Platform: Omvang van het project is bepalend: een boer bij een klein zonnepark kan prima lokaal eigendom zijn, maar niet bij grootschalige opwek. Het gaat om een collectief in de gemeenschap. Dat laatste is belangrijk: het is belangrijk dat het gaat om partijen die geworteld zijn in de lokale gemeenschap. Rol gemeente Of een gemeentelijke overheid ook lokaal eigendom kan realiseren, daarover zijn de meningen verdeeld. Ambtelijk: De een stelt dat lokaal eigendom gaat over het geven van zeggenschap aan inwoners over de energietransitie. De overheid heeft een faciliterende rol om lokale initiatieven te laten bloeien. De ander vindt dat de gemeente prima eigenaar van een energieproject kan zijn, net als ze dat is van een sporthal of zwembad. Hier wordt geen probleem gezien met de vergunningverlenende en handhavende rol van een gemeente. Ambtelijk is er brede steun om de volgende rangorde aan te houden (zoals eerder benoemd tijdens de online startconferentie): - Eerst inwoners - Als dat niet lukt dan gemeente - Als dat niet lukt dan de markt. 37 Adviesgroep: Vanuit de adviesgroep wordt gesteld dat de overheid een rol kan pakken als ontwikkelende partij, bijvoorbeeld in de vorm van een energiebedrijf. Men ziet mogelijkheden voor de provincie, gezien de beperkte capaciteit bij gemeenten. Wat bereiken met lokaal eigendom Hier kon men slechts een optie kiezen.

De optie ‘Revenuen in de gemeenschap houden’ steekt er bij alle groepen met kop en schouders bovenuit. Op grote afstand volgt ‘zeggenschap voor inwoners’ als tweede keuze. De adviesgroep vormt daarop de uitzondering: zij heeft de optie ‘regie houden op wie wat waar ontwikkelt’ als duidelijke tweede (met 1 stem verschil t.o.v. de eerste keuze over revenuen in de gemeenschap houden). De overige opties worden zelfs bij alle groepen helemaal niet gekozen (alleen bij RSAB wordt eenmaal gekozen voor ‘revenuen in de gemeentekas krijgen’). Ambtelijk: Duidelijke voorkeur voor revenuen in de gemeenschap houden, een enkeling heeft gekozen voor zeggenschap, om daarmee het doel om revenuen in de gemeenschap te houden te kunnen realiseren. Duidelijk is dat iedereen worstelt met projectontwikkelaars die in het gebied grondposities proberen te verwerven. Hoe ga je daarmee om? Afspraak is dat informatie die beschikbaar is gedeeld wordt met ambtelijk platform. Ook wordt de systematiek van de SDE benoemd, waar de regel geldt: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Er wordt het signaal afgegeven dat verschillen in visie op lokaal eigendom tussen gemeenten die samenwerken in een bovenlokaal zoekgebied belemmerd werkt voor die samenwerking. Adviesgroep: Ook hier is soms gekozen voor ‘zeggenschap’ om ‘revenuen in de gemeenschap te houden’ te kunnen realiseren.

Vanuit het bedrijfsleven wordt aangegeven dat het van belang is om ook het lokale bedrijfsleven aan te haken en hen de mogelijkheden geven om bijvoorbeeld als investeerder mee te doen). Bestuurlijk Platform: Er mist een categorie: draagvlak en betrokkenheid inwoners, daarom gekozen voor het eerste. Ook hier is soms gekozen voor ‘zeggenschap’ om ‘revenuen in de gemeenschap te houden’ te kunnen realiseren. Wat moet besproken worden tijdens BPL 16 december Ambtelijk: - Juridische mogelijkheden om lokaal eigendom te realiseren - Helderheid over vormen en termen en hoe lokaal eigendom anders is dan eigendom van marktpartijen - Rol van de overheid (facilitator of producent) - Financiële mogelijkheden voor inwoners om lokaal eigendom te bereiken 38 Adviesgroep: - Duidelijk onderscheid tussen zeggenschap en risicodragend investeren / slim investeren - Lobby naar Den Haag (met name over hoe je lokaal eigendom juridisch kunt borgen) - Rol overheid bij lokale/regionale energiebedrijven - Laagdrempelig, zodat inwoners mee kunnen doen (zowel financieel, maar ook in de communicatie: waarom we dit allemaal doen) - Kennis delen stimuleren Bestuurlijk platform: - Heldere, eenduidige definitie lokaal eigendom - Stappenplan: waar kan lokaal eigendom en in welke vorm / scenario’s: verschillende vormen - Hoe kunnen we lokaal eigendom borgen - Wat zijn sturingsmechanismen tav lokaal eigendom in de

uitnodigingsplanologie - Hoe houden we grote investeerders buiten de deur - Lokaal /regionaal energiebedrijf en verbinding naar lokale initiatieven - Lokaal eigendom moet bereikbaar zijn voor iedereen, ook mensen met een smalle beurs - Lokaal eigendom is wat anders dan een energiebedrijf. Tegelijkertijd is het zo dat we op dat terrein wel stappen te zetten hebben. RSAB: - Draagvlak inwoners eerste prioriteit (6 keer genoemd) - Helder participatieproces - Participatie al helemaal aan de voorkant starten - Bottem up aanpak - Lokale vrijheid - Afstemming buurgemeenten - Juridische vormen - 51% als minimum - Streven naar 100% - 50% is geen heilige ondergrens, 100% mag ook, soms is 20% ook goed - Hoe ga je om met lokaal eigendom op gemeente- of regiogrenzen - Inventariseren welke tools gemeenten hebben om lokaal eigendom te borgen - Borgen financiële participatie - Goed afschermen tegen verkapte participatie door externe investeerders - Dat iedereen mee kan doen, ook als je te weinig geld hebt om te investeren (3 keer genoemd) - Stimuleer lokaal energiecoöperaties: zij vormen een goede basis - Geen tijdsdruk op het proces: neem de tijd - Wensen en bedenkingen volksvertegenwoordigers - Fasering gemeenten synchroniseren 39 Bijeenkomst RSAB Wat is lokaal eigendom voor u, wat is daarin belangrijk en wat moet het resultaat zijn? Lokaal eigendom = zeggenschap, zowel op proces als inhoud.

Het resultaat is draagvlak. Die zeggenschap moet er vanaf het begin zijn en ook over het proces (proces- en ontwerpfase). De revenuen wil men in de gemeenschap houden. Er zijn vraagtekens of gemeenten wel de juridische mogelijkheden hebben. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat je niet overgeleverd bent aan de markt en wel degelijk instrumenten hebt om lokaal eigendom te realiseren. Het betekent wel dat je als gemeente aan de voorkant de beleidskaders goed op orde moet hebben. Het is belangrijk dat iedereen kan meedoen, ook mensen met een smalle beurs. Er moeten geen mensen uitgesloten worden. Er wordt aandacht gevraagd voor heldere definities. Er zijn verschillende vormen van lokaal eigendom te onderscheiden, maak duidelijk wat bedoeld wordt. Is lokaal binnen het dorp, de gemeente, een bovenlokaal concentratiegebied of de regio? De suggestie om lokaal als ‘plaatselijk’ te zien, wordt omarmd. Er wordt aandacht gevraagd voor de grensgebieden (met andere gemeenten of andere RES’en). We werken met lokale biedingen, maar hoe werken we meer regionaal? De raadsleden zouden meer met elkaar in contact kunnen staan. We hebben het nu over draagvlak en zeggenschap, maar straks gaat het over de netwerkkosten. Hoe groot is de invloed van de netwerkbedrijven? Wat zijn de gevolgen voor het draagvlak in dat geval? Het lokale proces zou niet te veel verstoord moeten worden.

Handhaven we de 50% lokaal eigendom of willen we juist hoger o.b.v. de 5 ingediende moties op minimaal 50% lokaal eigendom en hoger inzetten? Er is een voorkeur voor het streven naar 100%, maar niet iedereen acht dat realistisch en haalbaar. Een percentage van 51% wordt realistischer geacht en daar gaat de voorkeur naar uit. Zo heb je wel zeggenschap in de eigen omgeving. De zorg wordt geuit dat commerciële partijen dan niet meer in willen stappen. En wat doe je met initiatieven die wel goed zijn voor de omgeving maar niet die 51% lokaal eigendom realiseren? Hoe definieer je dat? Er wordt ook gesteld dat het middel niet tot doel verheven moet worden: laat je niet blind leiden door het percentage. Het is duidelijk dat men geen buitenlandse feestjes op het eigen grondgebied wil. Wat wilt u als gemeente met lokaal eigendom bereiken? 40 Zeggenschap en eigendom zijn belangrijk: het gevoel bij inwoners dat het van hen is en dat ze er wat over te zeggen hebben. Dat is belangrijker dan geld of de revenuen. Tegelijkertijd wordt wel erkend dat met de revenuen de leefbaarheid van gemeenschappen kan worden verbeterd. Draagvlak en draagkracht worden genoemd als doelstellingen, ook voor mensen die minder daadkrachtig zijn kun je oplossingen aanreiken. En denk ook aan onze minima.

41 Bijlage 3: Literatuur In deze bijlage een opsomming van alle literatuur die gebruikt en geraadpleegd is door de werkgroep lokaal eigendom. Deze literatuur biedt vaak meer verdieping en biedt inspiratie via voorbeelden. Lokaal eigendom in beleid Handreiking lokaal eigendom in beleid (Particpatiecoalitie) https://www.hieropgewekt.nl/uploads/inline/Lokaal%20eigendom%20in%20beleid%20versie%202% 20-%20juni%202020.pdf Handreiking lokaal eigendom in beleid (Provincie Brabant) https://www.energiewerkplaatsbrabant.nl/werkgroepen/werkgroepen+sociale+innovatie+energietr ansitie2/50+participatie/juridisch+kader/32+opinies+blogs+en+brochures/32+a016+handreiking+bel eidskader+hernieuwbaar+o/pdf+handreiking+rblaw/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1814288 Wind- en zonneparken realiseren samen met inwoners https://energiesamen.nu/media/uploads/Wind- %20en%20zonneparken%20realiseren%20samen%20met%20inwoners_20200225-V02.pdf Aanbestedingen: Locaties voor energie coöperaties https://www.eversheds-sutherland.com/documents/global/netherlands/Nederlands/Locaties-voor- Energiecooperaties.pdf Gedragscodes Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land https://www.nwea.nl/wp-content/uploads/2020/11/20201103-Gedragscode-WoL-opgemaakt- FINAL.pdf Gedragscode zon op land https://www.natuurenmilieu.nl/wp-content/uploads/2019/11/Gedragscode-zon-op-land-Holland- Solar-171019-definitief.pdf 42

Bijlage II Menukaart Beleidskaders Lokaal Eigendom 43 Menukaart Beleidskaders Lokaal Eigendom 6 mei 2021 Werkgroep Lokaal Eigendom RES West-Overijssel

44 Menukaart Beleidskaders Lokaal Eigendom 1. Aanleiding Dit document is een verdere uitwerking van het document “Keuzes en scenario’s Lokaal Eigendom”. In dat document staat omschreven hoe we in West-Overijssel het begrip lokaal eigendom definiëren en welke rol je als overheid in kan nemen om lokaal eigendom te stimuleren. Daarvoor zijn drie scenario’s uitgewerkt. Deze scenario’s zijn niet allesomvattend en er zijn ook varianten op deze scenario’s denkbaar. In hoofdstuk 2 vatten we de drie scenario’s nog even samen. 1.1 Lokaal Eigendom in beleid In de RES 1.0 is de volgende regionale doelstelling opgenomen: minimaal 50% lokaal eigendom voor de projecten wind en grootschalige zon op land in 2030. Ook hebben we opgenomen dat elke gemeente voor de RES 2.0 lokaal eigendom geborgd heeft in het lokale beleid. Deze Menukaart Beleidskaders Lokaal Eigendom geeft gemeenten handvaten en inspirerende voorbeelden hoe die borging in het beleid geregeld kan worden. 1.2 Juridische afdwingbaarheid Er is veel gezegd en geschreven over de juridische afdwingbaarheid van lokaal eigendom. In de Factsheet bevoegdheden overheden bij proces- en financiële participatie van het NP RES wordt gesteld dat er grenzen zijn aan het beleid en het stellen van regels.

Decentrale overheden (gemeenten en provincies) kunnen de wens voor een financiële participatie stimuleren in projecten voor hernieuwbare energie, maar niet afdwingen. Het bevoegd gezag kan de initiatiefnemer niet juridisch verplichten om de omgeving financieel te laten participeren in de ontwikkeling of exploitatie van een energieproject. Enkel op vrijwillige basis kan de initiatiefnemer dit doen. Dit methodeboek laat zien hoe we lokaal eigendom kunnen stimuleren en vastleggen in projecten. Wanneer we puur kijken naar het ruimtelijke spoor en naar het klassieke toelatingsbeleid, dan klopt het dat lokaal eigendom niet juridisch is af te dwingen. Maar in de praktijk ligt het genuanceerder dan dat. We zien overal in het land dat doelstellingen voor of het streven naar lokaal eigendom opgenomen wordt in gemeentelijke beleidskaders en dat ontwikkelaars projecten uitvoeren conform deze eisen. Bij lokaal eigendom gaat het namelijk niet alleen over het juridische spoor van de Wro, maar gaat het om gemeentelijk beleid in de fase daarvoor. Een gemeente kan in vrijheid haar beleid rond duurzame energieontwikkeling vaststellen. Als overheid kun je aan de voorkant van het proces (dus voor ruimtelijke besluitvorming) vaststellen onder welke criteria planologische medewerking wordt verleend. Zodra echter de Wro geldt, dan zijn slechts ruimtelijke relevante zaken/ afwegingen juridisch valide.

Het gaat dus over de wijze waarop je een en ander organiseert (proces), teneinde (pragmatisch) er zeker van te zijn, dat de politieke en bestuurlijke doelstellingen gerealiseerd worden. Zolang je als gemeente niet door de raad vastgesteld duurzaamheidsbeleid hebt (bijvoorbeeld kaders voor opwek van zon en/of wind) waarin je deze eisen wel hebt vastgelegd, loop je het risico dat een grondeigenaar en/of ontwikkelaar een vergunningaanvraag doet en dat daarmee het ruimtelijk traject gaat lopen. Zonder dat duurzaamheidsbeleid heb je geen grond om geen 45 planologische medewerking te verlenen op grond van vereisten op het gebied van lokaal eigendom of (financiële) participatie. Uiteraard kun je het initiatief wel op ruimtelijke criteria afwijzen, maar dus niet op andere gronden dan die ruimtelijke criteria. Zowel in ons rapport ‘Keuzes en Scenario’s Lokaal Eigendom’ als in deze Menukaart zien we dat het ene beleidsinstrumentarium de gemeente meer regie geeft op het realiseren van lokaal eigendom dan het andere. En dat geldt niet alleen voor lokaal eigendom, maar bijvoorbeeld ook voor ruimtelijke en landschappelijke eisen. We zien dat de discussie over juridische afdwingbaarheid vooral speelt bij het klassieke toelatingsbeleid (scenario 1 in deze menukaart).

In die situatie is het lastig om juridisch participatievormen af te dwingen en kun je alleen een inspanningsverplichting opleggen. In het geval van de uitnodigingsplanologie of maatschappelijke tender heb je meer regie als overheid. Regie op het vaststellen van zoek- of focusgebieden (en dus op wat waar komt), het opstellen van heldere eisen waar projecten aan moeten voldoen en het uitnodigen en selecteren van projectkandidaten en -voorstellen. Dit model geeft de gemeente echter wel de mogelijkheid om na de selectie op ruimtelijke eisen, ook te selecteren op maatschappelijke eisen als lokaal eigendom en participatie. En als ontwikkelende gemeente heb je zelf van begin tot eind de regie in handen. In beide scenario’s vraagt het wel een sterke rol van de overheid en dus tijd en capaciteit. Het klassieke toelatingskader biedt de minste regie en zekerheid, maar ook hier geldt dat met een gedegen onderliggend beleidskader, dat is vastgesteld door de gemeenteraad, projecten heel goed in lokaal eigendom gerealiseerd kunnen worden. Er volgt nog een juridische toets. 1.3 Doel Menukaart Deze menukaart is een inspiratiebron en hulpmiddel voor gemeenten om de doelstelling voor lokaal eigendom uit de RES 1.0 te borgen in het lokale beleid.

Het geeft voorbeelden van (veelal volledig uitgewerkte) beleidskaders die je als gemeente kunt hanteren om lokaal eigendom (en financiële en andere vormen van participatie) te borgen in je gemeentelijk beleid. In interviews met de desbetreffende gemeenten geven we aan welke keuzes gemeenten hebben gemaakt en waarom. Die achterliggende motivering van keuzes maakt duidelijk of dat beleid en dat scenario ook past bij de eigen lokale situatie. In Hoofdstuk drie geven we aan welke mogelijkheden er zijn om het innemen van grondposities en grondspeculaties tegen te gaan in de periode dat het gemeentelijk beleid lokaal eigendom en participatievereisten nog niet of onvoldoende geborgd zijn in het huidige gemeentelijke beleid. 46 2. De drie scenario’s Scenario 1: de kaderstellende gemeente Monitoren uitvoering conform beleidskaders. Uitvoering is volledig aan de markt (commerciële projectontwikkelaars en/of energiecoöperaties). Scenario 2: de stimulerende gemeente In dit scenario voert de gemeente uitnodigingsplanologie waarbij maximaal gestuurd wordt op randvoorwaarden. Dit doet zij door bijvoorbeeld voor bepaalde locaties aanbestedingen uit te schrijven (ook wel maatschappelijke tender genoemd). Faciliteren rol lokale initiatieven 1. Stimuleren Stimuleer dat er lokaal initiatieven (bijv.

energiecoöperaties) ontstaan, die zich opwerpen voor het vertegenwoordigen van ‘50% Lokaal Eigendom’ bij het ontwikkelen en realiseren van duurzame opwek. 2. Faciliteren Ondersteun lokale initiatieven met ‘woord en daad’ en – zo nodig – financieel. Hieronder valt het op gang helpen van een lokaal initiatief met adviezen, opzetten van een administratie, communicatie met omwonenden, het lokale initiatief en over het lokale project etc. Gemeente en provincie geven duidelijkheid over wat verstaan wordt onder stimuleren, met andere woorden hoe en met welke middelen lokale initiatieven worden ondersteund. Activeren rol lokale initiatieven 3. Garanderen Projectontwikkeling kost geldt. In het begin gaat het om relatief weinig kosten met een hoog risicoprofiel; allengs nemen de kosten toe, maar het risico af. Lokale initiatieven kunnen moeite hebben om de hiervoor benodigde middelen bij elkaar te brengen. De gemeente kan helpen door zich garant te stellen voor bijvoorbeeld leningen die het initiatief in deze fase moet aangaan. De gemeente kan zich bijvoorbeeld garant stellen voor de rente en aflossing van de aangetrokken lening, zowel bij de ontwikkeling als bij de investering, waarbij het grootste risico zit in de ontwikkelingsfase. Bij goede exploitatie afspraken zit het overige risico in de hoeveelheid opgewekte stroom en de marktprijs van energie.

Het is erg afhankelijk van de ruimte in de businesscase of voor deze risico´s voldoende buffers kunnen worden opgebouwd. Het is belangrijk dat de gemeente zich op een vroeg moment uitspreekt over de gemeentelijke kosten t.b.v. het project, zoals aanvraag vergunning, grondkosten (indien gemeentelijke grond), OZB etc. 4. Financieren De provincie en/of gemeenten kunnen een lening verstrekken voor de ontwikkeling en realisatie van een project, mogelijk tegen aantrekkelijke voorwaarden. Hiervoor kan men het eigen Treasury beleid aanpassen. 47 Scenario 3: de ontwikkelende gemeente De overheid ontwikkelt eigen projecten. 5. Investeren De gemeente kan zelf een aandeel nemen in het project bij de realisatie door de inbreng van eigen vermogen. Naar rato van het aandeel vloeien de revenuen ‘automatisch’ in de vorm van dividend terug naar de gemeentekas en daarmee naar de gehele gemeenschap. 6. Tot slot zou de gemeente ook de rol van ‘energieleverancier’ (energiebedrijf) op zich kunnen nemen. Deze positie valt buiten de scope van de Regionale Energie Strategie en wordt daarom niet verder uitgewerkt. 48 3. Uitwerking van scenario’s in kaders In het document “Keuzes en scenario’s Lokaal Eigendom” wordt verder toegelicht in welke context deze scenario’s toe te passen zijn en wat de voor- en nadelen van ieder scenario zijn.

Ook wordt helder gemaakt dat het heel goed mogelijk is om meerdere scenario’s binnen één gemeente toe te passen. In dit document werken we per scenario uit hoe een gemeente haar kaders op kan stellen om de doelstelling voor lokaal eigendom te behalen. 3.1 Wat leg je vast per scenario? Scenario 1: - ambitie minimaal 50% lokaal eigendom verankeren in duurzaamheidsbeleid, ruimtelijk beleid (structuurvisie, omgevingsvisie) en beleidsregels. De gemeente definieert lokaal eigendom als een zon-/windpark dat (gedeeltelijk) in eigendom is van een lokaal toegankelijke partij (bijvoorbeeld coöperatie) die zeggenschap en beslissingsbevoegdheid borgt. Hieruit volgt dat het niet de bedoeling is dat lokaal eigendom wordt ingevuld door één grondeigenaar. Scenario 2: - ambitie minimaal 50% lokaal eigendom verankeren in duurzaamheidsbeleid, ruimtelijk beleid (structuurvisie, omgevingsvisie) en beleidsregels. De gemeente definieert lokaal eigendom als een zon-/windpark dat (gedeeltelijk) in eigendom is van een lokaal toegankelijke partij (bijvoorbeeld coöperatie) die zeggenschap en beslissingsbevoegdheid borgt. Hieruit volgt dat het niet de bedoeling is dat lokaal eigendom wordt ingevuld door één grondeigenaar.

- uitgangspunten en spelregels uitnodigingsplanologie vastleggen in ruimtelijk en duurzaamheidsbeleid - criteria profijtplan vastleggen in ruimtelijk en duurzaamheidsbeleid - Aanbestedingsbeleid opstellen, inclusief selectiecriteria, voor grootschalige opwek zon en wind Scenario 3: - ambitie minimaal 50% lokaal eigendom verankeren in duurzaamheidsbeleid, ruimtelijk beleid (structuurvisie, omgevingsvisie) en beleidsregels. De gemeente definieert lokaal eigendom als een zon-/windpark dat (gedeeltelijk) in eigendom is van een lokaal toegankelijke partij (bijvoorbeeld coöperatie) die zeggenschap en beslissingsbevoegdheid borgt. Hieruit volgt dat het niet de bedoeling is dat lokaal eigendom wordt ingevuld door één grondeigenaar. - spelregels relatie gemeente (sociaal eigendom), lokale initiatieven (lokaal eigendom) en marktpartijen (commercieel eigendom) vastleggen. - rolinvulling regierol gemeente vastleggen in ruimtelijk en duurzaamheidsbeleid o actief mee-ontwikkelen o actief of faciliterend grondbeleid - vastleggen hoe je rol als ontwikkelaar zich verhoudt tot andere rollen (vergunningverlener, handhaving etc) en waar inwoners terecht kunnen die het niet eens zijn met jouw eigen ontwikkelplannen. Het verdient aanbeveling om ook bij een keuze voor scenario 2 en 3 een klassiek toelatingskader uit scenario 1 vast te stellen.

Niet elk zonnepark leent zich voor een maatschappelijke tender: wellicht 49 wil je ruimte laten voor kleinere lokale initiatieven die zich kunnen melden bij jou als gemeente. Daar wil je waarschijnlijk niet altijd een maatschappelijke tender voor optuigen. Ook een lokaal initiatief wil waarschijnlijk niet een complete tender doorlopen voor zo’n kleiner initiatief. Het is dan wel aan te bevelen in je beleidskader duidelijk aan te geven wat je verstaat onder een kleiner zonnepark: bijvoorbeeld alle zon-op-veld-installaties die kleiner zijn dan 10 hectare. 3.2 Wat kun je doen tegen het innemen van grondposities en grondspeculaties? Als je het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom nog niet of onvoldoende geborgd hebt in je huidige gemeentelijk beleid heb je twee opties: 3.2.1. Het instellen van een moratorium Je kunt een moratorium instellen op (grootschalige) zon- en windprojecten totdat het gemeentelijk beleid geactualiseerd is. De gemeenteraad neemt dit besluit. Hierbij is het ook mogelijk om onderscheid te maken in de grootte van een project (bijvoorbeeld kleintjes nog wel) of om specifieke gebieden uit te sluiten in plaats van een generieke uitsluiting. Dit kan interessant zijn als er bijvoorbeeld specifieke gronden in de gemeente zijn waar ontwikkelingen wel gewenst zijn (bijvoorbeeld op een bedrijventerrein).

3.2.2 Toepassen Wet Voorkeursrecht Gemeenten Als er sprake is van zogenaamde ‘hete gronden’ kun je ervoor kiezen om de Wet Voorkeursrecht Gemeenten toe te passen. Dit is overigens ook een begaanbare weg om te werken aan scenario 2 of 3. Burgemeesters en Wethouders nemen dit besluit dat bekrachtigd moet worden door de gemeenteraad. De gemeente Laarbeek heeft in maart 2020 deze wet als eerste in Nederland ingezet inzake de ontwikkeling van toekomstige zonneparken en windparken. Raadsinformatiebrief gemeente Laarbeek: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=laarbeek&id=4e3da7e8-88ea-4b83-bfaa- 6dd3e614cbc7 3.3 Hoe behoud je lokaal eigendom over de looptijd van het project? Het regelen van lokaal eigendom bij de projectopzet is één ding; het vasthouden gedurende de gehele projectexploitatie is iets anders. Hoewel bij aanvang partijen de intentie zullen hebben het lokaal eigendom over de gehele looptijd van het project te behouden, kan het in de praktijk anders lopen. Bij het maken van de anterieure afspraken moet duidelijk worden vastgelegd hoe de afspraken over lokaal eigendom overgaan op een nieuwe eigenaar. Een alternatief is dat de gemeente recht op eerste koop krijgt bij verkoop, of dat er een anti-speculatiebeding wordt vastgelegd.

Door als gemeente anterieure afspraken vast te leggen, stimuleer je ontwikkelende partijen (bijvoorbeeld een energiecooperatie en een commerciele ontwikkelaar) om hierover afspraken te maken bij afsluiten van een gezamenlijke projectbv. Bij toetreding tot een besloten vennootschap worden namelijk verschillende overeenkomsten tussen partijen gesloten. Eén van deze 50 overeenkomsten is een aandeelhoudersovereenkomst. Daarin regelen partijen onderling wat er gebeurt bij verkoop van de aandelen door één van de partners. Er zijn vier bepalingen die helpen bij het voorkomen van (ongewenste) doorverkoop: - aanbiedingsplicht: een bepaling die er voor zorgt dat een aandeelhouder eerst moet verkopen (aanbieden) aan de andere aandeelhouder. Dit kan bijvoorbeeld als hij in strijd handelt met de gesloten overeenkomst; - meeverkooprecht: een bepaling die borgt dat alle partijen in de B.V.

hun aandelen tegen dezelfde prijs en voorwaarden mogen verkopen in het geval dat één partij zijn aandeel wenst te verkopen aan een derde partij (geen medeaandeelhouder); - toetreding tot de overeenkomst: bepalingen die borgen dat een nieuwe aandeelhouder (derde partij) gebonden is aan dezelfde overeenkomst wanneer deze toetreedt tot de B.V.; - bijzondere bepalingen: bij het toetreden van een lokale partij voor een bepaald percentage, kan ook bepaald worden dat dit aandeel altijd in handen dient te blijven van een lokale partij. In de aandeelhoudersvergadering kunnen aandeelhouders dan bepalen hoe zij dat begrip definiëren. Let daarbij op dat deze bepaling(en) bemoeilijkt om bij financiële tegenslagen dit aandeel te verkopen. Ter voorkoming daarvan kan bijvoorbeeld gekozen worden voor een inspanningsplicht van de andere aandeelhouders om middels de aanbiedingsplicht deze aandelen eerst over te nemen en vervolgens op zoek te gaan naar een nieuwe lokale aandeelhouder. 51 4. Voorbeelden duurzaamheidsbeleid In dit hoofdstuk geven we per scenario een aantal voorbeelden van beleidskaders waarin lokaal eigendom geborgd is. 4.1 Voorbeelden passend bij scenario 1: beleidskaders 4.1.1 Gemeente Westerwolde Gemeente Westerwolde stelt een harde eis aan 50 % lokaal eigendom in de vorm van de toetreding van een lokale partij.

Als dit gehaald wordt, landt de winstdeling direct bij de deelnemers. Wordt de 50 % lokaal eigendom niet gehaald, dan is er een verplichte afdracht in een duurzaamheidsfonds. In de leidraad ‘Maatschappelijk rendement uit Zonneparken’ stelt de gemeente ook bedragen vast die de hoogte voor de afdracht bepalen in het duurzaamheidsfonds. Hiermee landen de revenuen uiteindelijk alsnog bij de omgeving. Voordeel van dit model is dat de voorwaarden voor lokaal eigenaarschap helder in het beleid zijn vastgelegd. Dit maakt dat de voorwaarden en de van daaruit verwachte processtappen en onderdelen transparant zijn voor alle betrokkenen: overheid, lokale omgeving en ontwikkelaar. Het opnemen van een anterieure overeenkomst tussen omgeving en ontwikkelaar in de voorwaarden draagt ook bij aan de borging en financiële baten. De afdracht in het duurzaamheidsfonds of toetreding van 50 % lokaal is niet afdwingbaar, maar in de praktijk zien we dat het werkt. Initiatiefnemers kiezen voor het goed invullen van de participatie in een vroeg stadium van een project. Nadeel van dit model is dat de afdracht in een gemeentelijk duurzaamheidsfonds bij kleinere initiatieven lastig wordt in verband met de aflopende SDE en het toch al moeilijk rondkrijgen van een rendabele businesscase, juist bij kleinere initiatieven.

Gemeente Westerwolde hanteert wel een staffeltarief, maar dit kan alsnog tot problemen leiden met ontwikkelaars. Daar komt nog bij dat het juridisch afdwingen van een verplichte afdracht in een duurzaamheidsfonds niet eenvoudig is. Een oplossing kan zijn om een gebiedsfonds niet van toepassing te verklaren bij kleinschalige zonneparken. Het is dan wel noodzakelijk in het beleid goed aan te geven wanneer er sprake is van kleinschalig: bijvoorbeeld alle zon-op-veld-installaties die kleiner zijn dan 10 hectare. Beleidsnotitie zonneparken en kleine windmolens: https://www.westerwolde.nl/file/3700/download Leidraad ‘Maatschappelijk rendement uit Zonneparken’: https://www.westerwolde.nl/file/9864/download 4.1.2 Gemeente Enschede De gemeente Enschede organiseert lokaal eigendom via de “Energievisie energie” en de beleidsregels voor zonne- en windenergie (in de zin van 4.3 Awb). Deze Energievisie is een structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. In plaats van een structuurvisie zal in de toekomst borging via omgevingsvisie/omgevingsplan de norm worden. 52 De gemeente stelt in dit beleid 50% lokaal eigendom vast als kader en wijst elk initiatief op de mogelijke samenwerking met de lokale energie coöperatie(s). Voor andere vormen van financiële participatie is alleen in uitzonderingssituaties plaats.

Dit staat vervat in beleidskeuze 8 van de Energievisie Gemeente Enschede; “we zorgen voor een eerlijke verdeling van lasten en lusten”. “8. We zorgen voor een eerlijke verdeling van lasten en lusten Bij de ontwikkeling van locaties voor het opwekken van zonne- of windenergie dient er gestreefd te worden naar een eerlijke verdeling van de lasten en de lusten. In de beleidsregels voor zonne- en windenergie staat daarom dat ten minste 50% van de opbrengst van energieprojecten ten goede van de gemeenschap moet komen. Dit is conform de wens van de gemeenteraad. Bij de verdeling van de opbrengsten is lokaal eigendom het uitgangspunt. De samenwerking met een lokale energiecoöperatie kan daarbij helpen. Voor andere vormen van financiële participatie is alleen in uitzonderingssituaties plaats.” In de beleidsregels wind is dit verder vastgelegd in Artikel 4 en in de beleidsregels zon is dit verder vastgelegd in Artikel 10 (zelfde tekst); Via deze beleidsregels stuurt de gemeente op een eerlijke verdeling van de lasten en de lusten. De gemeente wil hiermee gunstige omstandigheden creëren voor het ontstaan van maatschappelijke acceptatie. In de praktijk wordt er op verschillende manieren een invulling gegeven aan de wens om de omgeving te laten delen in de baten van een project, zoals: • mede-eigendom; • financiële deelneming (d.m.v.

obligaties of aandelen); • een omgevingsfonds (volledig of gedeeltelijk) gevuld door de initiatiefnemer; • een omwonendenregeling, in de vorm van verduurzaming bijvoorbeeld van de woning of korting op groene stroom. In artikel 4 wordt conform de wens van de gemeenteraad tot uitdrukking gebracht dat ten minste 50 procent van de opbrengst van energieprojecten ten goede van de gemeenschap moet komen. Lokaal eigendom is daarbij het uitgangspunt. Dit kan bewerkstelligd worden door samenwerking met een lokale energiecoöperatie. Voor andere vormen van financiële participatie is alleen in uitzonderingssituaties plaats. Te denken valt aan een situatie waarbij omwonenden unaniem de voorkeur geven aan een omwonendenregeling en de initiatiefnemer bereid is een substantiële bijdrage te leveren aan een omgevingsfonds, waaruit activiteiten worden gefinancierd waarmee de lokale gemeenschap als geheel is gebaat.

Structuurvisie: https://www.enschede.nl/structuurvisie-energie-energievisie-en-beleidsregels-voor-zonne-en- windenergie Beleidsregels zon: https://online.ibabs.eu/ibabsapi/publicdownload.aspx?site=enschede&id=5ac58213-939f-40ca- b484-f375414cb545 53 Beleidsregels wind: https://online.ibabs.eu/ibabsapi/publicdownload.aspx?site=enschede&id=a90993f0-16e8-457e- bbcb-8b307b2e8911 Hier volgt nog een interview met de gemeente Enschede en de Enschedese energiecoöperatie over de keuzes die zij gemaakt hebben voor dit beleidskader. 4.1.3 Gemeente Emmen Gemeente Emmen heeft al in 2017 in haar structuurvisie zonneakkers opgenomen dat er sprake moet zijn van overtuigend maatschappelijk draagvlak voor het initiatief bij het dorp of de wijken dat de energieafzet direct of indirect (financieel) ten gunste moet komen van de bewoners/inwoners die betrokken zijn bij de zonneakker. De gemeente maakt een duidelijk onderscheid tussen de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rol. Voor begeleiding van de vergunningaanvraag en de voorbereiding daarvan is er het Steunpunt Zonneakkers. Deze beoordeelt de ruimtelijke haalbaarheid en formuleert de eisen om een vergunningaanvraag te kunnen indienen. Om het lokaal eigendom te regelen is er voor het privaatrechtelijke spoor het Servicepunt Lokaal Opgewekt Emmen.

Om invulling te geven aan ‘overtuigend maatschappelijk draagvlak’, zijn in de beleidsnotitie ‘Maatschappelijk draagvlak zonneakkers bij dorpen en wijken’ drie participatiemodellen beschikbaar die in een vaste voorkeursvolgorde moeten worden toegepast. De gemeente biedt via het Servicepunt Lokaal Opgewekt Emmen ondersteuning aan lokale initiatieven die voor samenwerking met de projectontwikkelaar in aanmerking komen, of treedt namens hen op. Het gaat om de volgende drie participatiemodellen: 1 postcoderoosproject; 2 coöperatief eigenaarschap met SDE; 3 aandeelhouderschap. Bij de eerste twee is de eis om minimaal 20 % van het project beschikbaar stellen voor het lokale initiatief voor mede-ontwikkeling. Bij aandeelhouderschap geldt dat minimaal 50 % van het project in de vorm van aandelen of obligaties beschikbaar wordt gesteld. Als minimaal 10 % hiervan in handen komt van inwoners in de omgeving, dan is er volgens de gemeente Emmen ook sprake van overtuigend maatschappelijk draagvlak. De laatste variant heeft de minste voorkeur, omdat deze mogelijkheid alleen geldt voor mensen die geld hebben om aandelen of obligaties te komen. De uitwerking van bovenstaande wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die wordt ondertekend voordat de vergunningaanvraag kan worden ingediend.

Indien geen van de drie varianten leidt tot voldoende participatie, kan er geen vergunning worden verleend. Wel kan de gemeente op verzoek hiervan afwijken als onderbouwd kan worden hoe de omgeving op een andere manier betrokken wordt bij het project. Het model van de gemeente Emmen heeft lokaal eigendom opgenomen als vast onderdeel van het proces om tot een vergunningaanvraag te komen. Het model is juridisch haalbaar vanwege de anterieure overeenkomst in de vorm van een model-samenwerkingsovereenkomst in de vorm van 54 een duidelijke model-samenwerkingsovereenkomst. Omdat hiermee het beleid een duidelijk kader aangeeft, en al meerdere malen met succes is toegepast, is dit model goed te borgen. Praktisch is het goed uitvoerbaar omdat de gemeente ondersteuning biedt met haar Servicepunt en transparante voorwaarden. Daarnaast komen de baten lokaal terecht door de coöperatie in de lead te houden of een fonds op te richten.

Structuurvisie Zonneakkers: https://emmengeeftenergie.nl/wp-content/uploads/2017/11/SV-zonneakkers.pdf Beleidsnotitie Maatschappelijk draagvlak zonneakkers: https://emmengeeftenergie.nl/wp-content/uploads/2017/11/08-getekend-exemplaar- Maatschappelijk-draagvlak-zonneakkers-bij-dorpen-en-wijken-september-2017.pdf 4.2 Voorbeelden passend bij scenario 2: Uitnodigingsplanologie of maatschappelijke tender Een maatschappelijke tender uitschrijven is een procestool om initiatieven te selecteren op basis van ingediende principeverzoeken. Met deze methode kunnen lokaal eigendom, maatschappelijke meerwaarde voor de gemeenschap en de verdeling van de lusten en de lasten criteria zijn waarop geselecteerd wordt, nadat de plannen aan de ruimtelijke criteria zijn getoetst. De principeverzoeken worden vergeleken op de vastgestelde en gecommuniceerde criteria, waaruit één of meerdere winnende inschrijvingen volgen. Deze winnende inschrijving(en) komen in aanmerking voor planologische medewerking en het aanvragen van vergunningen. Wint een initiatiefnemer de maatschappelijke tender niet, dan hoeft deze geen tijd, geld en energie meer te steken in een vergunningentraject. Zo voorkomt de maatschappelijke tender verloren investeringen voor zowel bevoegd gezag als ontwikkelaar.

Bovendien kan een bevoegd gezag gestroomlijnd en geleidelijk invulling geven aan haar doelstellingen, door de zoekgebieden in tranches te tenderen. Daarmee heeft de gemeente meteen ook de mogelijkheid om het uitgeven van de tranches goed te plannen op de netwerkuitbreidingen door de netbeheerder. Naast het al genoemde voordeel dat de gemeente regie kan uitvoeren op zowel ruimtelijke en landschappelijke criteria als op maatschappelijke criteria als lokaal eigendom zijn er nog een aantal voordelen te benoemen van dit model. Een maatschappelijke tender uitschrijven is een transparant proces voor initiatiefnemers en burgers. De gemeente toont met het vooraf mededelen van selectiecriteria transparantie aan de initiatiefnemers. Zij kunnen hier hun principeverzoek op afstemmen. Na de selectie weet de initiatiefnemer waar hij het principeverzoek op heeft verloren of gewonnen. Doordat de initiatieven op meerdere criteria zijn beoordeeld en de beste is geselecteerd, weet de burger precies welke zonnepark waarom is geselecteerd. Het transparante proces kan begrip en draagvlak teweegbrengen bij de burger. Een nadeel van dit model is dat er tijdens het tenderproces meerdere, concurrerende lokale initiatieven kunnen ontstaan in een gebied. Dit kan tot vervelende situaties in een wijk, buurt of dorp leiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/a08aad38-c3a0-44b6-8dfd-9239869a4e1a?agendaItemId=4f5067f8-9871-4f46-b374-47f04aa05543