Bijlage 2e. 210521 Bouwsteen Lokaal Eigendom RES 1.0 West-Overijssel.pdf
Tekst van het document
Het is zaak om hier als gemeente proberen zicht op te houden, zodat tijdig bijgestuurd kan worden als dat nodig is. 55 4.2.1 Gemeente Leudal De gemeente Leudal hanteert een uitnodigingskader voor zon en wind, vastgelegd in het ontwerp paraplubestemmingsplan duurzame energie Leudal. De reeds bestaande bestemmingsplannen over het gehele gebied van gemeente Leudal worden aangevuld met regels voor zonne-energie. Voor de zonne-energie bevat het ontwerpplan een afwijkingsbepaling. Als een plan voor zonne-energie voldoet aan het vastgestelde Beleidskader Zon en Wind kan de planologische medewerking worden verleend. Voor windenergie bevat het plan wel de randvoorwaarden, maar voor realisatie dient een buitenplanse procedure te worden gevolgd. De gemeente Leudal kiest voor het principe dat onder voorwaarden ontwikkelingen worden toegestaan (ja, mits) of worden uitgesloten, afhankelijk van het landschap. Daarvoor is een energie- kansenkaart opgesteld en een ontwikkelmatrix cultuurlandschap voor een afweging waar wel en waar geen kansen liggen voor zonnevelden of windenergieparken. Zonnevelden zijn bijvoorbeeld mogelijk in onder andere landschapstypen als besloten bosmozaïek, halfopen bosmozaïek, semi-rationele heideontginningen, rationele heideontginningen en erven. Dit wordt nader toegelicht in de ontwikkelmatrix cultuurlandschap en de ontwerpprincipes voor de landschapscriteria.
Windmolens zijn mogelijk in onder andere landschapstypen als rationele heideontginningen. De gemeente nodigt vervolgens initiatieven uit een principeverzoek in te dienen om een project te starten binnen de gebieden die hiervoor aangegeven zijn. Dit verzoek wordt beoordeeld aan de hand van selectiecriteria. Een belangrijk voordeel van deze manier van werken is het feit dat een gemeente gestroomlijnd en geleidelijk invulling geven aan haar doelstellingen. Een gemeente kan er namelijk voor kiezen telkens andere gebieden open te stellen voor principeverzoeken. De selectiecriteria van de gemeente zijn vooraf bekend bij de initiatiefnemers. Dit maakt het een transparant selectieproces. De criteria weerspiegelen bovendien de wensen en prioriteiten van de gemeente. De gemeente kan namelijk wegingspercentages toevoegen aan haar criteria, waaruit een zekere prioriteit volgt. Gemeenten kunnen deze criteria zelf vaststellen en ook de weging per criterium vaststellen. Wanneer bijvoorbeeld meer waarde gehecht wordt aan lokaal eigendom kan dit criterium een hogere waarde krijgen dan andere criteria. Initiatieven dienen een profijtplan voor te leggen waarin duidelijk uiteen wordt gezet hoe een deel van de opbrengsten terugvloeit naar de gemeenschap. Een storting in het groenfonds kan daarvan een onderdeel zijn.
Daarnaast streeft de gemeente Leudal er naar om 50 procent van de nieuwe initiatieven coöperatief te laten zijn. Samenvattend stappenplan uitnodigingskader Leudal: 1.Gemeente bepaalt uitgangspunten in duurzaamheidsbeleid Uitgangspunt 1: Zonneladder conform klimaatakkoord Uitgangspunt 2: Landschap (kansrijke gebieden zijn in kaart gebracht) Uitgangspunt 3: Concentratie Uitgangspunt 4: Kwalitatieve eisen (inpassing, etc) Uitgangspunt 5: Profijtplan* 56 Uitgangspunt 6: 50% coöperatief Uitgangspunt 7: Aantonen uitvoerbaarheid 2. Informatieronde 3. Openstellingsronde 4. Toetsing principeverzoek 5. Selectie plannen (top 3) 6. Definitieve selectie 7. Vergunningsaanvraag 8. Beoordeling vergunningsaanvraag *Profijtplan In het Profijtplan wordt opgenomen wat een initiatiefnemer bijdraagt aan de omgeving en de maatschappij. De initiatiefnemer nodigt een (of meerdere) lokale energie-coöperaties uit bij de ontwikkeling van het project. De coöperatie houdt bij voorkeur (een deel van) het eigenaarschap gedurende de exploitatiefase. Het streven is om 50% van de nieuwe initiatieven coöperatief te laten zijn. Initiatieven die meer economisch rendement opleveren voor lokale partijen, zoals energiecoöperaties, hebben de voorkeur. De wijze waarop toepassing wordt gegeven aan de Nota Kwaliteit maakt onderdeel uit van het Profijtplan.
Initiatiefnemer draagt ook zorg voor verrijking van de biodiversiteit, een goede landschappelijke inpassing, mogelijkheden voor onderwijs en stimulering van de lokale werkgelegenheid. Volledig bestemmingsplan: Regels: https://leudal.gemeentedocumenten.nl/Publicatie/NL.IMRO.1640.BP19LeuDrzmEnergie- ON01/r_NL.IMRO.1640.BP19LeuDrzmEnergie-ON01.html#begin Toelichting: https://leudal.gemeentedocumenten.nl/Publicatie/NL.IMRO.1640.BP19LeuDrzmEnergie- ON01/t_NL.IMRO.1640.BP19LeuDrzmEnergie-ON01.pdf Overige bijlages: https://leudal.gemeentedocumenten.nl/Publicatie/NL.IMRO.1640.BP19LeuDrzmEnergie-ON01 Volledige kader zon en wind: https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2020-26024/1/bijlage/exb- 2020-26024.pdf Hier volgt nog een interview met de gemeente Leudal en de provincie Limburg over de keuzes die zij gemaakt hebben voor dit beleidskader en de rol van de provincie daarbij. 4.2.2 Maatschappelijke tender Gelderland Het Gelders Energieakkoord, EnergieSamen Gelderland en Klimaatverbond Nederland hebben samen een Handreiking Maatschappelijke Tender uitgewerkt als methode om lokaal eigendom te borgen in beleid. Daarnaast wordt de maatschappelijke tender gezien als een methode om gebiedsgericht aan de slag te gaan met zon- en windprojecten. 57 Deze handreiking kent 7 stappen: 1.
Concept uitgangspuntennotitie De gemeente stelt vast hoe zij in de komende jaren wind- en zonneparken in stappen (getrancheerd) in de gemeente wil ontwikkelen. In de notitie legt ze ook vast hoe ze omgaat met ‘schaarste van uit te geven vergunningen’ wanneer er meerdere gegadigden zijn die een zon- of windpark vergund willen krijgen. De gemeente geeft aan dat zij in dat geval gerechtigd is om te selecteren op criteria die zich niet beperken tot de Wet ruimtelijke ordening. Anders geformuleerd: dan mag de overheid als bevoegd gezag ook selecteren op zaken als financiële participatie, een omgevingsfonds en/of gesocialiseerd grondbeleid. 2. Marktconsultatie De gemeente consulteert de markt en komt zo tot oplossingen die door de markt zelf gedragen zijn. informatieavonden waarbij partijen elkaar kunnen vinden. Zowel met de direct omwonenden, de meer formele vertegenwoordiging van een beoogd lokale eigenaar en ontwikkelaars met grondposities binnen de gemeente. Zo kunnen allianties ontstaan. 3. Voorbereiden overeenkomst De gemeente bereidt een intentieovereenkomst voor. Met een dergelijke intentieovereenkomst kan een gemeente alle partijen - ruim voordat publiekrechtelijke ruimte wordt vergeven - bewegen om de uitgangspunten te onderschrijven. Deze greendeal helpt om later privaatrechtelijk af te dwingen wat niet kan langs het publiekrechtelijke spoor.
Een gemeente mag bijvoorbeeld wellicht niet 50% lokaal eigendom of een omgevingsfonds als voorwaarde verbinden in haar vergunningverlening (de Wet ruimtelijke ordening staat dat publiekrechtelijk niet toe), maar de gemeente kan dit percentage wel privaatrechtelijk afdwingen bij de ondertekenaars van een ‘overeenkomst’ waar dezelfde voorwaarde in staat 4. Definitief besluit uitgangspuntennotitie De gemeenteraad stelt de definitieve uitgangspuntennotitie vast. Dit is de start van de feitelijke procedure. 5. Selectie vanuit ruimtelijk kader Zoals aangegeven in de uitgangspuntennotitie maakt de gemeente gebruik van de mogelijkheid om potentiële ontwikkelaars uit te nodigen een plan van aanpak uit te werken waarin de genoemde elementen van de uitgangspuntennotitie in detail terugkomen. Het gaat hierbij om een formeel principeverzoek dat kan leiden tot een vergunning. Op basis hiervan selecteert de gemeente de partijen die, op basis van ruimtelijk relevante voorwaarden, in aanmerking komen voor een eventuele vergunning. 6. Selectie vanuit maatschappelijk kader Het resultaat van dit proces kan zijn dat meerdere ontwikkelaars (of consortia) op basis van ruimtelijke criteria in aanmerking komen voor de ontwikkeling van zonnevelden en/of windenergie in de tranche die de gemeente heeft opengesteld.
Op dat moment is in juridisch termen sprake van ‘schaarste’ en kan de gemeente aanvullende, maatschappelijke, criteria gebruiken (volgens een transparante weging – via een puntensysteem) om de partij (of het consortium) uit te nodigen het definitieve gunningsproces in te gaan en af te ronden. We moeten daarbij in ogenschouw nemen dat een tegenvallend resultaat op maatschappelijk rendement geen juridische reden kan zijn om de vergunning niet te verstrekken. Het selectieproces is echter zo stevig geweest dat de beste mogelijke garanties zijn verkregen op een resultaat dat recht doet aan de uitgangspuntennotitie en een ondertekende greendeal. 7. Gunning 58 In deze Handreiking wordt de gevolgde procedure van de gemeente Staphorst bij Windpark Bovenwind als voorbeeld beschreven. Handreiking Maatschappelijke Tender Gelderland: https://energiesamengelderland.nl/wp-content/uploads/2021/04/GEA-handreiking- maatschappelijke-tender.pdf 4.2.3 Overige voorbeelden; Andere gemeenten die actief werken volgens deze methode zijn bijvoorbeeld Wijchen, Druten en Oude IJsselstreek. Meer info: https://www.oude-ijsselstreek.nl/zonnevelden 4.3 Voorbeelden passend bij scenario 3: zelf ontwikkelen 4.3.1 Gemeente Groningen De gemeente Groningen hanteert een beleid waarbij men grote parken alleen toestaat binnen specifiek benoemde zoekgebieden waar de gemeente ook (gedeeltelijke) grondposities heeft.
Kleinere parken (max 10ha) mogen ook op andere locaties ontwikkeld worden. In beide gevallen streeft de gemeente naar minimaal 50% lokaal eigendom. Bij de grootschalige parken streeft men echter naar ontwikkeling via een gemeentelijke exploitatiemaatschappij waarbij het doel is dat 100% van de revenuen naar de gemeenschap vloeit. Voorbeeld klein park (kleiner dan 10 hectare: conform scenario 1) Klein en lokaal zonnepark in veenweidegebied Een lokale agrariër in het landelijk gebied van de gemeente wil een deel van zijn grond gebruiken voor een zonnepark. Dit is mogelijk tot maximaal 10ha. Op een passende locatie ontwikkelt hij een zonnepark van 12MWp. Hier geldt de eis van 50% lokaal eigendom, en de initiatiefnemer moet in gesprek met de omgeving om hieraan invulling te geven. Hij zoekt samenwerking met een lokale energie coöperatie. Samen voldoen ze aan de eisen van ontwerp en inpassing, en weten de omgeving hierin te betrekken. De gemeente legt de afspraak dat 50% van het project in samenwerking met de energiecoöperatie wordt opgezet vast in een anterieure overeenkomst, inclusief de beoogde uitwerking ervan. Dit is vastgelegd als eis in het duurzaamheidsbeleid. De initiatiefnemer en de energiecoöperatie stellen daartoe een participatieplan op dat wordt ingediend en getoetst bij de vergunningaanvraag op deelnamemogelijkheid en lokale besteding van de opbrengsten.
De initiatiefnemer en tevens de grondeigenaar vraagt voor de helft van het park, dus 6MWp, een SDE++ subsidie aan. De energiecoöperatie pacht de andere helft van de grond voor het project van de agrariër en zet meerdere postcoderoos-projecten op van maximaal 300.000Wp per stuk. Ze weten 600 huishoudens en kleine mkb’ers te werven voor deelname in 10 projecten. Doordat deelnemers in maximaal 10 postcode-roosconfiguraties worden geworven, kunnen mensen uit een groot deel van de gemeente deelnemen aan het project, met en zonder eigen inleg. Hiermee is de helft van de 50% - dus 25% van het hele zonnepark - lokaal ingevuld. Voor de overige 25% vraagt de energiecoöperatie een SDE++ subsidie aan. De opbrengsten van deze resterende 3MWp zijn lager dan bij een postcoderoosproject, maar nog voldoende om een ruim fonds in te stellen, waarvan de 59 energiecoöperatie met haar leden en de andere inwoners in de omgeving ieder jaar beslist over het ondersteunen van lokaal maatschappelijk initiatieven. Voorbeeld groot park (groter dan 10 hectare of wind: conform scenario 3) Deelname van een lokaal initiatief in een grootschalig zonnepark. De gemeente heeft een groot terrein in de buurt aangewezen als zoekgebied voor een of meer grootschalige zonneparken. Voor dit gebied werkt de gemeente gebiedsvisie en overlegt met de andere grondeigenaren en omgeving over de opzet.
Enkele inwoners in de buurt willen graag een klein deel zelf ontwikkelen als klein en lokaal zonnepark. De gemeente wil het grootste deel van het zonnepark zelf exploiteren en de opbrengsten inzetten via het Energietransitiefonds. Dit is sociaal eigendom. De gemeente maakt afspraken met enkele grondeigenaren dat hun grond ook onderdeel van het zonnepark kan worden. Zij kunnen de gronden inbrengen in het gemeentelijke project tegen een marktconforme pacht of zelf exploiteren. In dat laatste geval geldt de eis van minimaal 50% lokaal eigendom. Bij dit voorbeeldproject is sprake van 90% sociaal eigendom, 5% lokaal eigendom en 5% particulier of commercieel eigendom. De gemeente legt de afspraken hierover vast in een anterieure overeenkomst met de grondeigenaren. Bij de vergunningaanvraag wordt een participatieplan ingediend met de opzet van het lokaal eigendom, m.b.t. de mogelijkheid om deel te nemen en de manier waarop de opbrengsten lokaal besteed worden. Het lokale initiatief wordt uitgenodigd om een energiecoöperatie op te richten en deel te nemen in de gezamenlijke ontwikkeling. Eén lokale grondeigenaar heeft 6ha grond, en verpacht 3ha aan de energiecoöperatie. Zij zetten hiermee een lokaal fonds op, waarmee de leden duurzame projecten financieren, zoals zonnepanelen op daken, de school en het buurthuis.
Beleidskader Gemeente Groningen https://gemeente.groningen.nl/sites/default/files/beleidskader-zonneparken.pdf Hier volgt nog een interview met de gemeente Groningen over de keuzes die zij gemaakt hebben voor dit beleidskader. 4.3.2 Overige voorbeelden; Een andere gemeente die ver is in het zelf (mee)ontwikkelen aan energieprojecten is Harderwijk. Meer info: https://www.harderwijk.nl/over-de-gemeente/projecten-in-harderwijk/windenergie 60 Colofon Mei 2021, Zwolle Auteurs Leander Broere Els Holsappel Werkgroep Lokaal EigendomThijs Mosterman (gemeente Dalfsen) Jan Albert Westenbrink (gemeente Zwolle) Judy Janson (gemeente Raalte) Tim Lammers (Nieuwe Energie Overijssel) Piet la Roi (werkgroep energiecoöperaties RES West-Overijssel) Hans van Vliet (werkgroep energiecoöperaties RES West-Overijssel) Guido Bakema (werkgroep energiecoöperaties RES West-Overijssel) Leander Broere (Natuur en Milieu Overijssel) Els Holsappel (projectleider Lokaal Eigendom RES West-Overijssel)