CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 van de toelichting

Politieke Markt 4 juni 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn21.749 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het gemeentelijk beleid is daarbij afgestemd op de ter beschikking staande instrumentarium in het kader van de ecologische hoofdstructuur van rijk en provincie. Tevens is het beleid gericht op duurzaam bodem- en waterbeheer, zoals zuinig gebruik van grondstoffen en het voorkomen van een te snelle afvoer van oppervlaktewater. Bouwwerken en werkzaamheden die ten dienste staan van een duurzaam bodem - en waterbeheer zijn binnen de bestemming toegestaan. Dit betreft onder meer:  het werken met een gesloten grondbalans;  v oorkomen dat er afstromend water ontstaat door minder verhard oppervlak te creëren en zoveel mogelijk open verhardingen toe te passen;  hemelwater gescheiden opvangen en infiltreren in de bodem, voor zover van voldoende kwaliteit dan wel bergen en (vertraagd) afvoeren naar het oppervlaktewater, voor zover van voldoen de kw aliteit;  bodemfilters. T uin De gronden binnen deze bestemming zijn bedoeld voor onbebouwde tuinen. De bestemming ‘Tuin’ betreft het deel van het perceel dat langs de Beulakerweg is gelegen. Om een scheiding te creëren tussen het bedrijf aan Beulakerweg 23 en de woning aan Beulakerweg 25 is hier tevens de bestemming 'Tuin' opgenomen. D ubbelbestemmingen Naast de enkelbestemmingen heeft het perceel de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg'.

Het perceel is tevens gelegen binnen het gebied met de gebiedsaanduiding 'overige zone - cultuurhistorie Beulakerweg'. Onderbouwing Beulakerweg 23 36 (ontwerp) O nderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 37 Bijlagen toelichting Onderbouwing Beulakerweg 23 38 (ontwerp) O nderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 39 Bijlage 1 Effectenbeoordeling Natura 2000-gebied Onderbouwing Beulakerweg 23 40 (ontwerp) Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000-gebied De Wieden in opdracht van A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000-gebied De Wieden A&W-rapport 23-350 R.M.G. van der Hut Foto Voorplaat Luchtfoto van het plangebied en omgeving (april 2018, Google Earth) Hut, R.M.G. van der 2023 Beoordeling effecten bestemmingsplanwijziging Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000-gebied De Wieden. A&W- rapport 23-350. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden Opdrachtgever Gemeente Steenwijkerland Postbus 162 8330 AD Steenwijk Uitvoerder Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv Suderwei 2 9269 TZ Feanwâlden Science Park 400, Matrix II, k 1.05 1098 XH Amsterdam Telefoon 0511 47 47 64 info@altwym.nl www.altwym.nl Projectnummer Projectleider Status 23-350 R.M.G. van der Hut Definitief Autorisatie Paraaf Datum E. van der Heijden 20 februari 2024 Kwaliteitscontrole Paraaf E.

van der Heijden © Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv. Overname van gegevens uit dit rapport is toegestaan met bronvermelding. A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden Inhoud 1 Inleiding 1 1.1 Aanleiding 1 1.2 Doelstelling 1 1.3 Aanpak en leeswijzer 1 2 Plannen en plangebied 2 2.1 Situatie 2 2.2 Bestemming en gebruik 5 3 Natura 2000-gebied De Wieden 6 3.1 Natuurwaarden 6 3.2 Effectgevoeligheid van aangewezen natuurwaarden 6 4 Effectbeoordeling 12 4.1 Afbakening van mogelijke effecten 12 4.2 Stikstofdepositie 12 4.3 Verstoring van vissen 12 4.4 Verstoring van vleermuizen 13 4.5 Verstoring van broedvogels 13 4.6 Verstoring van niet-broedvogels 16 5 Conclusies en aanbevelingen 19 6 Literatuur 20

A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 1 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De Gemeente Steenwijkerland heeft op 17 oktober 2017 het bestemmingsplan Giethoorn vast- gesteld. Tegen dit vaststellingsbesluit is beroep ingesteld bij de Raad van State. In het bestem- mingsplan heeft het perceel Beulakerweg 23 een bestemming ‘Bedrijf’ gekregen. Bij het toeken- nen van deze bestemming heeft de gemeente onvoldoende rekening gehouden met de effecten op Natura 2000-gebied in de omgeving (het perceel grenst aan Natura 2000-gebied De Wieden). De Raad van State heeft daarom opdracht gegeven een nieuw besluit op te stellen. In de voorheen geldende beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 waren aan het perceel Beulakerweg 23 o.a. de bestemmingen ‘Wonen-Buitengebied’ en ‘Natuur' toegekend. De vraag ligt nu voor of de wijziging van het bestemmingsbesluit van de gemeente voor het perceel negatieve effecten heeft op het Natura 2000 -gebied De Wieden. Ecologisch onderzoek dient duidelijk te maken of sprake kan zijn van significante effecten. Altenburg & Wymenga heeft dit onderzoek uitgevoerd in 2020 -2021 en gerapporteerd in 2022 ( Van der Hut et al. 2022).

In het onderhavige rapport worden aanvullende vragen van de zijde van de gemeente beantwoord en zijn onderliggende gegevens over aangewezen natuurwaarden geactualiseerd . 1.2 Doelstelling Het onderhavige rapport is een toetsing van de bestemmingsplanwijziging aan het onderdeel Natura 2000-gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming op het niveau van een uitge- breide voortoets. Concreet gaat het om een beoordeling van verstorende effecten van de be- stemming 'Bedrijf' (met begrenzing volgens het nieuwe besluit) in vergelijking met de bestem- mingen 'Wonen-Buitengebied' en 'Natuur' op aangewezen natuurwaarden van De Wieden. 1.3 Aanpak en leeswijzer De toetsing is uitgevoerd aan de hand van eerder, door Altenburg & Wymenga uitgevoerd, eco- logisch onderzoek in de omgeving van De Wieden en beschikbare gegevens over relevante na- tuurwaarden in de omgeving van het plangebied (o.a. uit de Nationale Databank Flora en Fauna, NDFF). Daarnaast is een veldbezoek uitgevoerd, waarbij de geschiktheid voor de aangewezen natuurwaarden van De Wieden op en in de directe omgeving van het perceel zijn bepaald. Dit rapport beschrijft de resultaten van d e toetsing. In hoofdstuk 2 worden de plannen en het plangebied omschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de natuurwaarden waarvoor Natura 2000-gebied De Wieden is aangewezen en de relevantie van deze waarden voor de effectbeoordeling.

In hoofdstuk 4 is de effectbeoordeling beschreven. Hoofdstuk 5 geeft een samenvatting van de conclusies van de toetsing. 2 A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 2 Plannen en plangebied 2.1 Situatie Het plangebied is gelegen aan de Beulakerweg 23 te Giethoorn (figuur 2.1). In de huidige situatie is het perceel opgenomen in de beheersverordenin g Buitengebied Steenwijkerland (2014), met de bestemming ‘Wonen-Buitengebied’, met een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 2’ (be- scherming archeologische waarden) en een aa nduiding ‘Wro-zone Natura 2000’ (gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke en land- schappelijke waarden). Figuur 2.1. Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied.

A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 3 In de huidige situatie zijn er reeds twee bedrijven die lichte vormen van bedrijvigheid uitoefenen, te weten: • Slootschoon.nl: werkzaam in de grond -, weg- en waterbouw en groenvoorziening, waarbij de werkzaamheden op diverse locaties plaatsvinden (niet op de Beulakerweg 23), maar waarbij op de Beulakerweg machines worden gestald, de administratie wordt bijgehouden en een deel van het vrijstaande bijgebouw op het perceel wordt gebruikt als werkplaats. • Luitjes Trading Company: het hobbymatig houden van enkele (5 of 6) koeien; voor de dieren wordt een gedeelte van het vrijstaande bijgebouw gebruikt, waarbij tevens hooi/voer voor de koeien wordt opgeslagen. De bedrijfsactiviteiten zijn kleinschalig : er is sprake van stalling van machines en incidentele kleine hoeveelheden materiaalopslag. In de directe omgeving zijn graslandpercelen met rietstroken, sloten met moerasoevers en per- celen waar riet geoogst wordt gelegen (foto 2.1 - 2.3). Foto 2.1. Zicht op het plangebied vanaf de Beulakerweg (foto A&W november 2020).

4 A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden Foto 2.2. Graslandperceel, direct noordelijk grenzend aan het plangebied (foto A&W november 2020). Foto 2.3. Graslandpercelen met rietstroken en moerasoever s, ten noorden van het plangebied (foto A&W november 2020).

A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 5 2.2 Bestemming en gebruik Op 17 oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland het bestemmingsplan Giet- hoorn vastgesteld. Dit bestemmingsplan wordt nu gedeeltelijk geactualiseerd en herzien, omdat enkele omissies ontdekt zijn en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad v an State het plandeel met de bestemming 'Bedrijf' en de daarbij horende dubbelbestemmingen en aanduidin- gen voor het perceel Beulakerweg 23, vernietigd heeft. Daarom is op dit moment voor dit perceel de beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 van toepassing. In deze beheersver- ordening heeft het perceel de bestemming Wonen – Buitengebied. In de “Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn” is aan het perceel Beulakerweg 23 de bestemming “Bedrijf” toege- kend. De gemeente wil de bedrijfsbestemmi ng opnemen op dit perceel met maximaal milieuca- tegorie 1. De huidige bedrijfsvoering past binnen deze milieucategorie. De begrenzing van het perceel valt buiten het Natura 2000 -gebied De Wieden.

Desalniettemin is het onduidelijk of de toekenning van bestemming bedrijf met milieucategorie 1 aan het terrein negatieve effecten zal hebben op Natura 2000-gebied De Wieden, omdat op voorhand onduide- lijk is of negatieve effecten op aangrenzend Natura 2000-gebied op kunnen treden (externe wer- king). De ontwikkelingsruimte op het perceel is vastgelegd in de “Technische herziening bestemmings- plan Giethoorn”. In de planregels wordt onder meer een maximale bouwhoogte van 13 m ver- meld. In het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan is echter opgenomen dat de bouwhoogte maximaal 7 meter zal bedragen, in plaats van 13 m. Lichtmasten tot een hoogte van 6 m zijn mogelijk binnen de regels voor “andere bouwwerken, geen gebouw zijnde”. Relevant voor de beoordeling is of de bestemming ruimte biedt voor ontwikkelingen die een negatief effect kunnen hebben op het Natura 2000 -gebied. Tijdens het bezoek in november 2020 is geconsta- teerd dat twee lichtmasten op het perceel aanwezig zijn, waarvan één hoger dan 6 m.” 6 A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 3 Natura 2000-gebied De Wieden 3.1 Natuurwaarden Natura 2000-gebied De Wieden is aangewezen ter bescherming van een aantal natuurwaarden. In tabel 3.1 is weergegeven welke natuurwaarden het betreft. Tabel 3.1.

Habitattypen, habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en niet-broedvogels waarvoor het Natura 2000-gebied De Wieden is aangewezen (zie voor details aanwijzing https://www.natura2000.nl/gebieden/overijssel/wieden/wieden-doel- stelling). Habitattypen Habitatrichtlijnsoorten Broedvogels Niet-broedvogels Kranswierwateren Zeggekorfslak Aalscholver Fuut Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden Gevlekte witsnuitlibel Roerdomp Aalscholver Vochtige heiden Grote vuurvlinder Purperreiger Kleine Zwaan Blauwgraslanden Gestreepte waterroofkever Bruine Kiekendief Kolgans Ruigten en zomen Bittervoorn Porseleinhoen Grauwe Gans Overgangs- en trilvenen Grote modderkruiper Kwartelkoning Smient Galigaanmoerassen Kleine modderkruiper Watersnip Krakeend Hoogveenbossen Rivierdonderpad Zwarte Stern Tafeleend Meervleermuis IJsvogel Kuifeend Geel schorpioenmos Paapje Nonnetje Groenknolorchis Snor Grote Zaagbek Platte schijfhoren Rietzanger Visarend Grote karekiet 3.2 Effectgevoeligheid van aangewezen natuurwaarden De aangewezen natuurwaarden zijn grofweg in te delen in de volgende groepen: waterplanten, overige vegetatietypen en plantensoorten, vissen en andere aquatische soorten, Meervleermuis, moerasbroedvogels in het broedgebied, broedvogels in foerageergebied, niet-broedende water- vogels.

Hieronder is voor elk van deze groepen beschreven of deze relevant is voor de effectbe- oordeling, gebaseerd op de e cologische randvoorwaarden en gevoeligheden van Natura 2000 - waarden van De Wieden. Een soort of soortgroep is relevant voor de effectbeoordeling indien de soort voorkomt in (of in de directe omgeving van) het plangebied en de mogelijkheid bestaat dat de soort effecten ondervindt d oor de bestemmingsplanwijziging, waarbij het met nam e gaat om de verstoringsafstand t.o.v. aanwezige bebouwing en bedrijfsactiviteiten. 3.2.1 Waterplanten In De Wieden komen kranswieren, fonteinkruiden en Krabbenscheer voor in heldere, voedsel- arme tot matig voedselrijke sloten en plassen. Kranswieren en fonteinkruiden zijn zeer gevoelig voor veranderingen in de waterkwaliteit (zoals fosfaatbelasting), peilveranderingen (verdroging), mechanische beschadiging en opwerveling van slib. Veranderingen in peilbeheer en waterkwa- liteit in het agrarische gebied kunnen doorwerken in De Wieden. Geregeld passerende vaartui- gen in bevaarbaar water binnen De Wieden wervelen slib op, zodat het water troebel wordt en onderwaterplanten mogelijk onvoldoende licht ontvangen. Deze gevoeligheid hangt samen met het bodemtype, de diepte en met de vaarsnelheid.

A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 7 Door de bestemmingswijziging van het perceel Beulakerweg 23 naar 'Bedrijf' zijn er geen veran- deringen te verwachten in peilbeheer en/of waterkwaliteit, evenmin in het recreatief gebruik van aangrenzend open water binnen de begrenzing van Natura 2000 -gebied. De conclusie is dat aangewezen habitattypen met waterplanten geen significante gevolgen ondervinden. Deze wor- den daarom in de effectbeoordeling niet verder besproken. 3.2.2 Overige vegetatietypen en plantensoorten Verschillende vegetatietypen, kenmerkend voor voedselarme, vochtige en zure omstandigheden komen voor in riet- of hooilandpercelen in De Wieden. Deze zijn gevoelig voor veranderingen in waterkwaliteit en waterpeil binnen het gebied en de omgeving, en voor stikstofemissie uit de omgeving. Het gaat daarbij om vochtige heide, blauwgrasland, trilveen, veenmosrietland, gali- gaanmoeras en veenbossen. De zogenoemde kritische depositiewaarde voor deze vegetaties varieert van 700 tot 1.300 mol per ha per jaar. Naast de genoemde habitattypen zijn ook Geel schorpioenmos en Groenknolorchis relevant, aangezien deze ook voor stikstof gevoelig zijn. In de huidige situatie ligt de achtergronddepositie met gemiddeld 1.881 mol N/ha/jaar hoger dan deze drempelwaarden (Gies et al. 2008).

Door een bestemmingswijziging van het perceel Beulakerweg 23 naar Bedrijf met milieucatego- rie 1 zijn er geen veranderingen te verwachten in peilbeheer en/of waterkwaliteit in aangrenzend Natura 20000-gebied. De bestemmingsplanwijziging kan wel gepaard gaan met meer verkeers- bewegingen. Deze kunnen leiden tot extra stikstofdepositie en mogelijk tot effecten op stikstof- gevoelige habitattypen. Stikstofdepositie is daarom opgenomen in de effectbeoordeling. 3.2.3 Vissen en andere aquatische soorten De vissoorten Bittervoorn, Kleine en Grote modderkruiper, Rivierdonderpad en andere aquati- sche soorten met instandhoudingsdoelen (zoals de Gevlekte Witsnuitlibel, Gestreepte waterroof- kever en Platte schijfhoren) zijn gevoelig voor veranderingen in de waterkwaliteit. De Grote vuur- vlinder, waarvan rupsen op Waterzuring voorkomen, kan hieraan toegevoegd worden. Vissen zijn ook gevoelig voor compartimentering door b.v. het plaatsen van stuwen. Wanneer fysieke barrières worden opgeworpen kunnen vissen niet meer heen en weer trekken tussen de paai - en zomergebieden en de overwinteringsgebieden. Vissen kunnen eveneens gevoelig zijn voor verlichting en voor verstoring door verkeer, menselijke activiteiten in de omgeving van de water- gangen en door recreatief gebruik van waterpartijen. De geluidsbelasting neemt daardoor sterk toe en dit kan negatieve effecten hebben.

Dit geldt vooral voor de 'hoorspecialisten', waaronder de Bittervoorn (Van Opzeeland et al. 2007). Door de bestemmingswijziging van het perceel Beulakerweg 23 naar 'Bedrijf' zijn er geen veran- deringen te verwachten in peilbeheer en/of waterkwaliteit in aangrenzend Natura 20000-gebied. De conclusie is dat aangewezen aquatische habitatsoorten geen significante gevolgen ondervin- den, mogelijk met uitzondering van de Bittervoorn. Geluidsbelasting en trillingen door verkeers- bewegingen van vrachtwagens van en naar het plangebied en binnen het plangebied kunnen mogelijk effect hebben op Bittervoorn. Dit aspect is daarom in de effectbeoordeling opgenomen. 3.2.4 Meervleermuizen Meervleermuizen hebben verblijfplaatsen in gebouwen en vliegen doorgaans via vaste routes langs oevers en houtsingels naar voedselgebieden, waar ze hoofdzakelijk foerageren boven gro- tere wateren. In het agrarische gebied zijn geen specifieke trekroutes van Meervleermuizen vast- gesteld. Waarschijnlijk maken ze diffuus gebruik van de bestaande sloten in het landschap, 8 A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden waarbij een voorkeur voor de bredere griften waarschijnlijk is. Meervleermuizen zijn gevoelig voor lichtuitstraling vanuit huizen en buitenverlichting over het open water.

Door de bestemmingswijziging van het perceel Beulakerweg 23 naar 'Bedrijf' zijn er geen veran- deringen te verwachten in beschikbaarheid van verblijfplaatsen voor de Meervleermuis. Voor wat betreft vliegroutes worden er evenmin effecten verwacht. Op voorhand kan echter niet uitgeslo- ten dat verlichting via lichtmasten in het plangebied een verstorend effect heeft op de Meervleer- muis. De Meervleermuis is daarom in de effectbeoordeling opgenomen. 3.2.5 Broedvogels Broedhabitat en verstoringsgevoeligheid Een deel van de broedvogels met instandhoudingsdoelen is gebonden aan overjarig rietmoeras met water boven het maaiveld als broed- en/of leefgebied. Dit geldt voor Roerdomp, Bruine kie- kendief, Snor en Grote karekiet. Zij zijn daardoor gevoelig voor peilbeheer, rietmaaibeheer en de beschikbare ruimte voor jonge moerasontwikkeling. Rietontwikkeling kan plaatsvinden in voed- selrijke wateren met een natuurlijk peilverloop (laag zomerpeil, hoog winterpeil) en – meer spe- cifiek voor De Wieden – in heldere voedselarme wateren met een stabiel peil, waarin verlanding via waterplantenontwikkeling verloopt, en drijftillen en kraggen ontstaan. Het Porseleinhoen is gebonden aan jonge moerasvegetaties in ondiep water en profiteert van verjonging van rietper- celen door middel van afplaggen.

De Watersnip profiteert eveneens van rietmaaibeheer in ter- reindelen met lage, drassige vegetatie. Aalscholver en Purperreiger broeden in moerasbos. De Rietzanger is eveneens gebonden aan overjarig riet, maar minder afhankelijk van het water peil. Deze soort profiteert van ruigte en houtopslag in drogere situaties. Kruidenrijke hooilanden en ruige graslanden zijn terrein voor Kwartelkoning en Paapje. De Zwarte stern tenslotte broedt in kolonies op speciaal uitgelegde nestvlotjes of op Krabbenscheer en modderige slootkanten. De genoemde broedvogelsoorten zijn meer of minder gevoelig voor verstoring door menselijke activiteiten in de directe omgeving van broedgebied. Het kan gaan om activiteiten op percelen met bewoning of recreatieve voorzieningen (zoals woningen met erven, vakantiewoningen) en om recreatief verkeer via vaarwegen, voetpaden en fietspaden. Rietzangvogels (Snor, Rietzan- ger, Grote karekiet), Watersnip, Porseleinhoen, Kwartelkoning en Paapje broeden en foerageren hoofdzakelijk in de dekking van de vegetatie en zijn daardoor beperkt verstoringsgevoelig voor aanwezige mensen en passanten via fietspaden, voetpaden of vaarwegen . De verstoringsaf- stand voor de genoemde soorten loopt uiteen van 10-100 m, in de meeste gevallen 25-50 m. Dit geldt ook voor IJsvogel (Krijgsveld et al. 2022).

Reigerachtigen (Aalscholver, Roerdomp, Purper- reiger, roofvogels (Bruine kiekendief) en sterns (Zwarte stern) hebben een grotere verstorings- afstand rond broedlocaties ( meeste soorten 1 00-250 m) . Deze soorten zoeken voedsel in de wijde omgeving van het nest (2 km of meer), waar zij verstoord kunnen worden tot dezelfde afstand. De afstand tot vaarwegen, wegen, paden en erven waarbinne n verstoring optreedt en het effect van verstoring kan van gebied tot gebied sterk verschillen. Dit hangt vooral samen met de aard van de verstoringsbron, de gebruiksintensiteit en de frequentie (hoe vaak treedt versto- ring op) en het landschap. Waar bijvoorbeeld rietkragen aanwezig zijn tussen sloten en wegen wordt foerageergebied vo or watervogels aan het zicht onttrokken . In dergelijke situaties is de verstoringsafstand relatief kort. Om rekening te houden met verstoringseffecten rond gebieden waar menselijke activiteiten geconcentreerd en frequent optreden is een verstoringscontour van 250 m in beeld gebracht (zie ook de Natuurtoets bestemmingsplan Giethoorn, van der Hut & De Vries 2012).

A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 9 In deze beoordeling wordt een onderscheid gemaakt tussen soorten die op relatief korte afstand van het nest voedsel zoeken en soorten die voedselvluchten ondernemen naar deelgebieden zonder geschikt broedgebied, waaronder mogelijk de directe omgeving van het plangebied. Broedvogelsoorten met een klein activiteitengebied Een deel van de aangewezen broedvogelsoorten zoekt voedsel binnen het territorium of op korte afstand van het nest. Twee aangewezen broedvogelsoorten zijn in de jaren 2019 – 2023 in de directe omgeving van het plangebied vastgesteld: Rietzanger tot een afstand van 50 m en Wa- tersnip tot een afstand van 200 m (daarnaast is er een waarneming van territoriaal gedrag op ca 100 m afstand; NDFF). Deze locaties liggen buiten verstoringsafstand van het plangebied; de verstoringsafstand voor de Rietzanger is 10-25 m, voor Watersnip 25-50 m (Krijgsveld et al. 2022; als ‘bufferafstand’ vermelden de auteurs resp. 25 en 100 m ). Geschikt broedgebied voor andere soorten in deze groep, Porseleinhoen, Kwartelkoning, IJsvogel, Paapje, Snor en Grote karekiet, ligt op grotere afstand (meer dan 200 m) van het plangebied, buiten verstoringsafstand (Brandsma et al. 2016, NDFF 2019-2023). Deze soortengroep wordt daarom niet betrokken in de effectbeoordeling.

Broedvogelsoorten met een groot activiteitengebied Een deel van de aangewezen broedvogelsoorten heeft een relatief groot activiteitengebied en onderneemt voedselvluchten van 1-2 km of meer naar de omgeving: Aalscholver, Purperreiger, Roerdomp, Bruine kiekendief en Zwarte stern. Deze soorten broeden buiten verstoringsafstand van het plangebied ((Brandsma et al. 2016, NDFF 2019-2023), maar foerageren mogelijk wel in de directe omgeving van het plangebied. De Aalscholver broedt in een grote kolonie ten zuidoosten van de Belterwijde. De ko lonielocatie is ontoegankelijk en ondervindt geen verstoring door recreanten. De broedvogels foerageren hoofdzakelijk in grote groepen op open water van de meren en plassen in De Wieden, het Vol- lenhoven- en Kadoelermeer, Zwarte Meer en Ketelmeer (Van Dam et al. 1995). Individuele vo- gels kunnen in tochten (griften) en sloten vissen, maar het aandeel ten opzichte van de broed- populatie van ca. 1.000 broedparen is verwaarloosbaar . Waarnemingen in de directe omgeving van het plangebied uit de jaren 2019 -2023 ontbreken (NDFF), maar het is niet onmogelijk dat incidenteel een enkele Aalscholver in sloten in de omgeving naar voedsel zoekt. De Aalscholver is echter niet in aantal van betekenis in de nabijheid van het plangebied te verwachten. De Aal- scholver wordt daarom niet betrokken in de effectbeoordeling.

De Roerdomp foerageert langs beschut gelegen overjarige (riet)moerasoevers, of langs rietkra- gen in extensief grasland of ruigte. De afstand tot de broedplek is doorgaans minder dan 500 m en in uitzonderingsgevallen 2-3 km (Van der Hut 2001). Roerdompen die broeden in De Wieden kunnen buiten het moeras foerageren in extensief grasland, doorsneden met sloten en rietkra- gen. Dit landschapstype is aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. De Roerdomp wordt daarom betrokken in de effectbeoordeling. De Purperreiger foerageert in vrij brede visrijke sloten met helder water, rijk aan waterplanten en met flauwe oevers begroeid met gras, moerasplanten en/of ruigtekruiden. De afstand tot de broedlocatie is maximaal 10-13 km (Van der Winden & Van Horssen 2001, Krijgsveld et al. 2008). De belangrijkste foerageergebieden liggen binnen Natura 2000 -grenzen, maar ook daarbuiten wordt voedsel gezocht langs slootoevers in grasland. Dit landschapstype is aanwezig in de di- recte omgeving van het plangebied. P urperreigers zijn gevoelig voor verstoring tot een afstand van ongeveer 100-200 m. De Purperreiger wordt daarom betrokken in de effectbeoordeling. 10 A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden De Bruine Kiekendief foerageert in de broedtijd voor een deel op veldmuizen in extensief gras- land.

Min of meer intensief agrarisch gebied heeft een marginale betekenis voor deze soort. De afstand tot de broedplek is maximaal 5 -8 km (Brenninkmeijer et al. 2006). Geschikt foerageer- gebied is aanwezig in de directe omgeving van het plangebied in de vorm van rietstroken met grasland. De Bruine kiekendief wordt daarom betrokken in de effectbeoordeling. De Zwarte Stern foerageert buiten het moerasgebied boven sloten (griften), slootkanten en krui- denrijke graslandpercelen (Van der Winden et al. 2004). De actieradius van Zwarte Sterns rond broedlocaties is doorgaans 1-2 km (Wymenga & Van Maanen 2005, med. B. de Haan). Verschil- lende typen graslandpercelen worden door Zwarte Sterns benut, waar zij vliegen en regenwor- men vangen. Potentieel geschikt foerageergebied is aanwezig in de directe omgeving van het plangebied in de vorm van sloten. De Zwarte stern wordt daarom betrokken in de effectbeoorde- ling. Conclusie Door de bestemmingswijziging van het perceel Beulakerweg 23 naar 'Bedrijf' zijn er geen veran- deringen te verwachten in recreatief gebruik middels verkeer via vaarwegen, voetpaden en fiets- paden. In de directe omgeving van het perceel is geen broedgebied voor aangewezen broedvo- gelsoorten aanwezig binnen verstoringsafstand aanwezig.

Om deze reden wordt er geen effect verwacht van activiteiten op het perceel en van verkeersbewegingen van en naar het perceel op aangewezen broedvogelsoorten met een relatief klein activiteitengebied : Porseleinhoen, Kwar- telkoning, Watersnip, IJsvogel, Paapje, Snor, Rietzanger en Grote karekiet . Deze soorten wor- den daarom in de effectbeoordeling niet verder besproken. De volgende s oorten die voedsel- vluchten ondernemen foerageren mogelijk wel in directe omgeving van het plangebied : Purper- reiger, Roerdomp, Bruine kiekendief en Zwarte stern. De ze soorten zijn in de effectbeoordeling opgenomen. 3.2.6 Niet-broedende watervogels Ganzen, zwanen en eenden rusten of slapen in De Wieden en foerageren in het omliggende agrarische gebied. Zij zijn hoofdzakelijk in het winterhalfjaar aanwezig en foerageren binnen een straal van globaal 5 km van de slaapplaatsen. De watervogels zijn in het foerageergebied ge- voelig voor veranderingen in grondgebruik (met name indien grasland wordt omgezet in bouw- land), verdichting van het landschap door houtopslag (verlies aan openheid en uitzicht) en ver- storing door passanten via wegen en paden. Ganzen, zwanen en eenden slapen op rustig open water. De overdag rustende eenden (zwanen en ganzen slapen ’s nachts) zijn gevoelig voor verstoring door recreanten.

Ruiende watervogels verblijven vooral in ontoegankelijk water en ondervinden daar geen verstoring. In het winterhalf- jaar rusten overdag groepen watervogels (vooral Fuut, Kuifeend, Tafeleend, Krakeend, Grote Zaagbek, Nonnetje) op de grotere plassen. Uit verstoringsonderzoek blijkt dat voor deze groep als geheel rekening gehouden moet worden met een verstoringsafstand van 100-300 m (Krijgs- veld et al. 2022). De afstand is echter sterk afhankelijk van de verstoringsbron, gebruiksintensi- teit, verstoringsfrequentie, de vogelsoort, de groepsgrootte en de terreinomstandigheden. Voor de soortengroep als geheel en recreatief gebruik wordt in veel gevallen een verstoringsafstand van 200 m aangehouden ( onderbouwing in o.a. Bos et al. 2006, Trulio & White 2017, Van der Hut 2022). Om rekening te houden met verstoringseffecten rond gebieden, zoals bedrijfslocaties, waar menselijke activiteiten geconcentreerd en frequent optreden is een verstoringscontour van 250 m in beeld gebracht (zie ook de Natuurtoets bestemmingsplan Giethoorn, van der Hut & De Vries 2012).

A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 11 Van de aangewezen niet -broedvogel soorten zijn de Fuut, Aalscholver, Kleine zwaan, Smient, Krakeend, Tafeleend, Kuifeend, Nonnetje, Grote zaagbek en Visarend niet in aantallen van be- tekenis in de nabijheid (<500m) van het plangebied aanwezig. Waarnemingen van deze soorten ontbreken in de NDFF (2019-2023), maar niet uitgesloten kan worden dat verschillende van deze soorten in (zeer) klein aantal af en toe aanwezig kunnen zijn binnen een afstand van 100-300 m van het plangebied. Voor de Kolgans en Grauwe gans is geschikt foerageergebied aanwezig is in de vorm van grasland in de nabijheid van het plangebied (zie figuur 4.1), dat mogelijk verstoord wordt door bedrijfsactiviteiten. Beide soorten zijn waargenomen binnen verstoringsafstand. Door de bestemmingswijziging van het perceel Beulakerweg 23 naar 'Bedrijf' zijn er mogelijk veranderingen in verstoring door bedrijfsactiviteiten te verwachten. Er zijn op de aangewezen niet-broedvogels echter geen effecten te verwachten op de Fuut, Aalscholver, Kleine zwaan , Smient, Krakeend, Tafeleend, Kuifeend, Nonnetje, Grote zaagbek en Visarend, omdat deze niet in aantallen van betekenis in de nabijheid (< 500 m) van het plangebied voorkomen. Om deze reden worden deze soorten in de effectbeoordeling niet verder besproken.

Voor de Kolgans en Grauwe gans is er geschikt foerageerhabitat aanwezig in de nabijheid van het plangebied, dat mogelijk verstoord wordt door bedrijfsactiviteiten. Om deze reden zijn effec- ten op deze soorten niet uit te sluiten; deze worden nader besproken in de effectbeoordeling. 12 A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 4 Effectbeoordeling 4.1 Afbakening van mogelijke effecten In hoofdstuk 3 is afgebakend welke natuurwaarden, aangewezen voor het Natura 2000-gebied De Wieden, mogelijk effecten kunnen ondervinden als gevolg van inrichting en gebruik van het plangebied. Het betreft de volgende soorten en soortgroepen: - Stikstofgevoelige habitattypen die een effect kunnen ondervinden van stikstofdepositie. - Broedvogels die foerageren langs oevers en rietstroken in de omgeving van het plange- bied: Roerdomp, Purperreiger, Bruine kiekendief. - Niet-broedvogels die kunnen grazen op percelen in de omgeving van het plangebied: Grauwe gans, Kolgans. - Vissen die gevoelig zijn voor geluid en aanwezig kunnen zijn in sloten in de directe om- geving van het plangebied: Bittervoorn. - Vleermuizen die kunnen jagen boven sloten en langs houtsingels: Meervleermuis.

Om te bepalen of de bestemmingswijziging van het perceel Beulakerweg 23 naar 'Bedrijf' effec- ten heeft op de betrokken soorten benoemd in hoofdstuk 3, wordt hierna ingegaan op habitatty- pen en stikstofdepositie, de staat van instandhouding en recente aantallen van de betrokken habitatsoorten en vogelsoorten , foerageerafstand en verstoringsafstand , beschikbaarheid van geschikt leefgebied (foerageergebied) van de betrokken soorten , en de aanwezigheid van ver- storingsgevoelige soorten op basis van inventarisaties en waarnemingen. Zo kan beoordeeld worden of er negatieve effecten zijn te verwachten. 4.2 Stikstofdepositie In 2023 is een stikstofdepositieberekening met de AERIUS-calculator (versie 2023.0.1) uitge- voerd, waarin de bestaande en feitelijke situatie is vergeleken met verkeersbewegingen en de bedrijfsfunctie (Brandsma 2023). Hierbij is uitgegaan van een arbeidsextensief/bezoekersexten- sief bedrijf met een BVO van 90 m2 en een verkeersgeneratie van ten hoogste 5,1 mvt/etmaal (lichte motorvoertuigen). Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en dat er daarom geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring op habitattypen in het Natura 2000 -gebied De Wieden zijn niet aan de orde.

4.3 Verstoring van vissen De Bittervoorn komt in een groot deel van De Wieden voor in plantenrijke oeverzones van sloten en plassen of in de zachte stroom voor duikers. De exacte verspreiding is slecht bekend (Natura 2000-beheerplan). Waarnemingen of vangsten in de omgeving van het plangebied zijn niet be- kend, maar het is niet onmogelijk dat de soort hier voorkomt. Het instandhoudingsdoel is behoud van kwaliteit en oppervlakte leefgebied. Ontwikkelingen in verspreiding en aantal zijn niet be- kend, maar het is aannemelijk dat de soort heeft geprofiteerd van het recente herstel van de waterkwaliteit. De Bittervoorn staat bekend als een gehoorspecialist, maar in hoeverre het gebruik van geluid belangrijk is voor de voortplanting en het detecteren van prooi en predatoren is niet duidelijk (Van A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 13 Opzeeland et al. 2007). Geluidsbelasting onder water zou Bittervoorns kunnen verstoren, maar of effecten daadwerkelijk optreden is onvoldoende bekend. Dit zou het geval kunnen zijn als gevolg van continu geluid van motoren van binnenvaartschepen en pleziervaartuigen.

In het Na- tura 2000-beheerplan wordt geconcludeerd dat het zeer onwaarschijnlijk is dat het geluid van machinale bewerkingen van agrarische percelen doordringt tot de waterkolom in aangrenzend open water en daarmee Bittervoorns verstoort (Provin cie Overijssel 2019). Dit zal ook gelden voor werkzaamheden en het rijden met vrachtwagens in het plangebied en verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Bittervoorns die mogelijk aanwezig zijn in aangrenzende en nabij- gelegen sloten kunnen wel tijdeli jk verstoord worden door trillingen en uitwijken naar nabijgele- gen open water. Dit heeft geen effect op de vispopulatie en daarom is geen sprake van een negatief gevolg voor het instandhoudingsdoel. 4.4 Verstoring van vleermuizen De Meervleermuis is niet in de nabije omgeving van het plangebied vastgesteld (NDFF), wel ter hoogte van zuidelijker gelegen grotere waterpartijen. Een vliegroute van of naar verblijfplaatsen langs het plangebied is voor zover bekend niet aanwezig. De aanwezigheid van Meervleermui- zen is echter niet onderzocht. De omgeving van het plangebied is wel geschikt als jachtgebied voor de soort. Het is van belang dat vliegroutes en jachtgebieden zoveel mogelijk gevrijwaard blijven van ver- storing.

Bij uitbreiding of aanleg van nieuwe gebouwen of het plaatsen van lichtmasten is ver- lichting een belangrijk aandachtspunt, omdat Meervleermuizen door licht dat over open water schijnt verstoord worden. Ook andere vleermuissoorten zoals de Watervleermuis en Grootoor- vleermuis kunnen in de directe omgeving van het plangebied voorkomen en verstoord worden. Deze soorten zijn niet aangewezen voor het Natura 2000-gebied, maar wel beschermd op grond van de Wet natuurbescherming, onderdeel soortbescherming. In de huidige situatie zijn licht- masten aanwezig. In de Beheersverordening Buitengebied wordt ruimte geboden voor overige bouwwerken tot een hoogte van 6 m; het plaatsen van lichtmasten valt binnen deze ontwikk e- lingsruimte. In de nieuwe bestemmingsplanregels worden lichtmasten expliciet benoemd; deze zijn toegestaan tot een hoogte van 6 m. Bovendien dient strooiing van licht voorkomen te worden. De bestemmingswijziging biedt daarom niet meer ontwikkelingsruimte voor het plaatsen van lichtmasten dan in de huidige situatie. De bestemmingswijziging heeft daarom geen effect op de Meervleermuis. 4.5 Verstoring van broedvogels Staat van instandhouding en recente aantallen De staat van inst andhouding van Roerdomp en Purp erreiger is gunstig . De afgelopen 12 jaar kennen beide soorten een significante toename in aantalsontwikkeling (sovon.nl).

De staat van instandhouding van de Bruine kiekendief en Zwarte stern is zeer ongunstig; het aantal broedvo- gels neemt de laatste 12 jaar significant af. Het instandhoudingsdoel voor de Roerdomp in de Wieden is 30 broedparen. Het Natura 2000 - gebied heeft de functie als broed- en foerageergebied. De Roerdomp is voor een deel een stand- vogel die ook in de winter in de omgeving van de broedplaats blijft (Beheer plan De Wieden). Middels tellingen van Sovon kan geconcludeerd worden dat het instandhoudingsdoel voor de Roerdomp voor de Wieden in de meeste jaren niet wordt gehaald (tabel 4.2). Er is voor De Wie- den geen duidelijke trend aantoonbaar. 14 A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden Het instandhoudingsdoel voor de Purperreiger in Natura 2000-gebied De Wieden is 65 broedpa- ren. Met 108 -157 broedparen in de Wieden in 2018 -2022 wordt dit doel ruimschoots gehaald (tabel 4-2). Er is voor de Wieden een significante toename aantoonbaar. Het instandhoudingsdoel voor de Bruine kiekendief in de Wieden is 19 broedparen. Het instand- houdingsdoel wordt in de meeste jaren niet gehaald (tabel 4.2). Er is voor De Wieden geen dui- delijke trend aantoonbaar. Het instandhoudingsdoel voor de Zwarte stern in de Wieden is 200 broedparen. Het instandhou- dingsdoel wordt niet wordt gehaald (tabel 4.1).

Er is voor De Wieden geen duidelijke trend aan- toonbaar. Tabel 4.1. Aantal broedparen van de aangewezen broedvogelsoorten Roerdomp, Purperreiger, Bruine kiekendief en Zwarte stern voor het Natura 2000-gebied De Wieden (bron: www.sovon.nl). * Schatting op basis van onvolledige tellingen soort Instandhoudingsdoel 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Roerdomp 30 20* 17* 23* 26* 31* 27* Purperreiger 65 76 130 108 157 154 142 Bruine kiekendief 19 21* 16* 12* 17* 18* 15* Zwarte stern 200 114 119 119 103 103 145 Verstoringseffecten vanuit plangebied In de directe omgeving van het perceel zijn rietpercelen aanwezig die jaarlijks gesneden worden, graslandpercelen met door riet dichtgegroeide sloten en perceelsloten met rietoevers, die even- eens grotendeels gemaaid worden. Roerdompen en Bruine kiekendieven kunnen foerageren langs overjarige rietstroken, Purperreigers langs open, begroeiingsrijke oevers en Zwarte sterns boven en in sloten (figuur 4.1). In de huidige situatie ondervinden deze foerageerzones verstoring door passanten via de Beulakerweg en zichtbare menselijke activiteiten op en rond de erven .

Het effect van de bestemmingswijziging van het perceel Beulakerweg 23 naar 'Bedrijf' op het areaal geschikt foerageergebied voor Roerdomp, Purperreiger, Bruine kiekendief en Zwarte stern is beperkt tot een afstand van maximaal van 250 m om het plangebied, rekening houdend met de verstoringsafstand van deze soorten en de bestemming ‘bedrijf’, waar de gebruiksinten- siteit hoger is dan rond huizen en op erven. Er zijn enkele waarnemingen van de betrokken soorten binnen deze afstand bekend in de jaren 2019-2023 (bron NDFF). • De Roerdomp broedt tot op 400 m van het plangebied. Er is één waarneming bekend op 75 m afstand. Waarschijnlijk foerageert de Roerdomp onregelmatig langs rietstroken en rietoevers. • De Purperreiger broedt in de kolonie in De Auken, op 1,5 km afstand. Er zijn zes waar- nemingen binnen 250 m afstand, ten zuiden van het plangebied; waarschijnlijk betrof het langs slootoevers foeragerende vogels. • Van de Bruine kiekendief is in de omgeving van het plangebied een broedgeval vastge- steld op 435 m afstand. Er is één waarneming van een jagende of langsvliegende vogel binnen een afstand van 250 m van het plangebied. • Zwarte sterns broeden in kleinere plassen en inhammen van grotere plassen op ca 6 km afstand en meer. Het plangebied ligt buiten bereik van broedvogels.

Er zijn geen waar- nemingen binnen verstoringsafstand van het perceel; de dichtstbijzijnde waarne ming is gedaan op 425 m afstand. A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 15 Figuur 4.1. Geschikt foerageergebied (slootoevers in grasland en rietstroken langs graslandpercelen) voor Roerdomp, Purperreiger en Bruine kiekendief; sloten zijn in potentie geschikt voor Zwarte stern. Rond het plangebed is een versto- ringszone van 250 m, van toepassing voor ‘bedrijven’ aangegeven. Samenvattend blijkt dat de directe omgeving van het plangebied niet van betekenis is voor Zwarte stern en zeer beperkt voor Roerdomp, Purperreiger en Bruine kiekendief. Deze soorten kunnen af en toe binnen de afstand aanwezig zijn die als verstoringsafstan d wordt aangemerkt

16 A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden in literatuurbronnen. Echter, rietkragen onttrekken vanuit het plangebied bekeken het zicht op vogels die foerageren op bovenvermelde locaties. Menselijke activiteiten binnen het plangebied werken daarom niet verstorend op deze locaties. Deze liggen wel in open zicht van de door- gaande weg; verstoringsdruk door passanten is daarom in de huidige situatie aanwezig. Er is daarom geen sprake van een negatief effect van de bestemmingswijziging op beschikbaarheid van foerageergebied van Roerdomp, Purperreiger en Bruine kiekendief. 4.6 Verstoring van niet-broedvogels 4.6.1 Staat van Instandhouding en recente aantallen In de Wet natuurbescherming, bij ecologische effectbeoordelingen en in het natuur-, schade- en soortenbeleid speelt informatie over de staat van instandhouding van beschermde soorten een belangrijke rol. De staat van instandhouding is een maat voor de duurzaamheid van een popu- latie. Bij de beoordeling worden vier hoofdaspecten meegewogen: verspreiding, populatie, leef- gebied en toekomstperspectief. Deze aspecten worden beoordeeld met de criteria gunstig, matig ongunstig, zeer ongunstig of onbekend (sovon.nl). Kolgans De staat van instandhouding van de Kolgans als niet -broedvogel in Nederland is gunstig.

Kol- ganzen zijn met name in ons land aanwezig van oktober-maart, met de hoogste aantallen midden in de winter (www.sovon.nl). De landelijke aantallen zijn de laatste decennia toegenomen en sinds een aantal jaren stabiel. Het instandhoudingsdoel voor Kolganzen in De Wieden is een seizoensgemiddelde van 3.800 (draagkracht in aantal vogels). Daarbij heeft het Natura 2000 -gebied vooral een functie als foe- rageergebied en slaapplaats voor de Kolgans. Op de website van Sovon Voge londerzoek Ne- derland is te vinden dat het instandhoudingsdoel voor het gebied in sommige jaren niet werd gehaald (2018/2019, 2019/2020), maar de laatste jaren wel worden gehaald (zie tabel 4.2). De trend in recente jaren is positief. Tabel 4.2. Seizoensgemiddelde van de aangewezen niet-broedvogels Kolgans en Grauwe gans voor het Natura 2000- gebied De Wieden (bron: Netwerk Ecologische Monitoring (Sovon, RWS, CBS, provincies). soort 2017/18 2018/19 2019/20 2020/21 2021/22 Kolgans (foerageren) 3.439 2.304 2.037 5.612 4.410 Grauwe gans (foerageren) 1.721 1.553 1.518 1.681 2.562 Grauwe gans De staat van instandhouding van de Grauwe gans als niet-broedvogel in Nederland is gunstig. In het najaar en de winter zijn de aantallen grauwe ganzen in het land het hoogst.

De landelijke aantallen zijn de laatste decennia sterk toegenomen, als gevolg van toename van vogels uit Noord en Oost-Europa, in aanvulling op de eigen standpopulatie. Het instandhoudingsdoel voor de Grauwe gans in het Natura 2000 -gebied De Wieden is een seizoensgemiddelde van 1.100 (draagkracht aantal vogels). De Wieden heeft vooral een functie als foerageergebied en slaapplaats voor de Grauwe gans. Het instandhoudingsd oel wordt, vol- gens de Sovon tellingen (zie tabel 4.2), gehaald. De trend in recente jaren is positief. A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 17 4.6.2 Foerageerafstand Ganzen foerageren binnen de dagelijkse vliegafstand van de slaapplaats. Hoe dichterbij hoe beter, want dat leidt tot lagere dagelijkse vliegkosten. De meeste studies wijzen uit dat ganzen er de voorkeur aan geven binnen 5 km van de slaapplaats te foerageren (o.a. Vickery & Gill 1999). Daarom heeft de Werkgroep Foerageergebieden ganzen en Smienten (2004) er voor gekozen om bij de aanwijzing van foerageergebieden in Nederland een maximale afstand van 5 km ten opzichte van slaapplaatsen aan te houden.

In Natura 2000-gebied De Wieden zijn be- langrijke slaapplaatsen van de Grauwe gans en Kolgans gelegen in Het Eiland en het Giet- hoornse Meer (Beheerplan De Wieden), maar ook andere grote plassen worden gebruikt zoals De Auken en De Bovenwijde, op 1,5 en 4 km afstand van het plangebied. Aangegeven belang- rijke foerageergebieden zijn o.a. Polder Giethoorn. Het mogelijk geschikte foerageergebied nabij Beulakerweg 23 (zie figuur 4.2) ligt binnen vliegafstand van slaapplaats(en) en zou mogelijk be- nut kunnen worden door de ganzen. 4.6.3 Verstoringsafstand Geschikt foerageergebied bevindt zich bij voorkeur in open gebieden op enige afstand van men- selijke verstoringsbronnen zoals wegen, paden en gebouwen; verstoring door mensen en andere verstoringsbronnen heeft een negatief effect op de tijd die ganzen hebbe n om te foerageren op (grasland)percelen en resulteren in een lagere begrazingsdruk nabij deze verstoringsbronnen (Bos et al. 2008). Afhankelijk van de verstoringsbron kan de verstoringsafstand voor Kolgans en Grauwe gans variëren van 100-250 m, maximaal 500 m (Krijgsveld et al. 2022). Als verstoringsafstand tot wegen wordt over het algemeen 150 -300 m als uitgangspunt geno- men. Het is aannemelijk dat de verstoringsafstand varieert, afhankelijk van het type weg en het gebruik.

Uit onderzoek naar effecten van verstoring in het landelijke gebied in en rond De Wieden bleek dat de verstoringsafstand tot agrarische bedrijven (met extensieve verstoringsdruk als ge- volg van zichtbare menselijke activiteiten) 100 m is, en de afstand tot bedrijven met een recrea- tieve functie (met potentieel intensiev e verstoringsdruk in de directe omgeving) 200 m (Van der Hut 2010, 2017). 4.6.4 Verstoringseffecten vanuit plangebied Het effect van een bedrijfsbestemming in milieucategorie 1 van het perceel Beulakerweg 23 op het areaal geschikt foerageergebied voor ganzen is beperkt tot een contour van maximaal 200 m om het plangebied. Op grond van de Technische herziening van het bestemmingsplan Giet- hoorn is op het perceel een bouwhoogte van maximaal 13 m mogelijk. In het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan is echter opgenomen dat de bouwhoogte maximaal 7 me- ter zal bedragen, in plaats van 13 m. Daarnaast brengt het bedrijfsmatig gebruik meer verkeers- bewegingen van en naar, en op het perceel met zich mee dan gebruik voor bewoning alleen. Wij gaan uit van ‘worst case’ benadering met verstoring door bedrijfsgebouwen, bedrijvigheid en menselijke activiteiten vergelijkbaar met een bedrijventerrein.

In figuur 4.2 is te zien dat er geschikt foerageergebied voor ganzen binnen deze verstoringscon- tour ligt, maar dat dit gebied in de huidige situatie wordt verstoord (door wegen, bebouwing, bos en bomenrijen). Waarnemingen bevestigen dit: er is één waarneming van een groep Kolganzen in de jaren 2019 -2023 op een graslandperceel ca 300 m ten noorden van het plangebied (20 individuen, 2018; NDFF). Waarnemingen van Grauwe ganzen hebben betrekking op het broed- seizoen, niet op foeragerend groepen in het winterhalf jaar. Er is daarom geen sprake van een 18 A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden negatief effect van de bestemmingswijziging op beschikbaarheid van foerageergebied van Kol- gans en Grauwe gans. Figuur 4.2. Areaal geschikt foerageergebied (grasland en bouwland) voor ganzen. Rond het plangebed is een versto- ringszone van 100 m en een maximale zone van 200 m aangehouden.

A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 19 5 Conclusies en aanbevelingen De wijziging van de bestemming voor het perceel Beulakerweg 23 waarbij bedrijfsmatig gebruik in milieucategorie 1 wordt toegestaan is in onderhavig rapport getoetst aan het onderdeel Natura 2000-gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming. Daarbij heeft een beoordeling plaatsgevonden van verstorende effecten van de bestemming 'Bedrijf' in vergelijking met de vi- gerende bestemming op aangewezen natuurwaarden van Natura 2000-gebied De Wieden. De conclusies zijn als volgt. • Als gevolg van meer verkeersbewegingen kunnen veranderingen in stikstofdepositie in de omgeving optreden met effecten op aangewezen habitattypen; uit een Aerius berekening uitgaande van een verkeersgeneratie met ten hoogste 5,1 lichte motorvoertuigen per etmaal blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en dat daarom geen relevant effect optreedt het Natura 2000-gebied. • Er zijn geen veranderingen te verwachten in peilbeheer en/of waterkwaliteit, evenmin in het recreatief gebruik. Geluidsbelasting en trillingen door bedrijfsmatig gebruik kunnen mogelijk Bittervoorns in aangrenzende sloten tijdelijk verstoren, maar hebben geen effect op de vis- populatie.

Om deze reden worden er geen effecten verwacht op aangewezen waterplanten, vissen en andere aquatische soorten. • De bestemmingsplanwijziging heeft geen effect op de Meervleermuis, omdat geen verande- ringen te verwachten is in de beschikbaarheid van verblijfplaatsen en omdat de bestem- mingswijziging niet meer ontwikkelingsruimte biedt voor het plaatsen van lichtmasten dan in de huidige situatie. • Er zijn geen veranderingen te verwachten op broedlocaties van aangewezen broedvogels in de omgeving, omdat de betrokken soorten buiten verstoringsafstand broeden. • Er zijn geen negatieve effecten te verwachten o p aangewezen broedvogelsoorten die in de omgeving van het plangebied kunnen foerageren. Roerdomp, Purperreiger en Bruine kie- kendief komen af te toe foeragerend voor in de huidige situatie in de omgeving van het plan- gebied, maar rietkragen onttrekken het zicht op de foerageerlocaties. • Er zijn geen effecten te verwachten op de aangewezen niet-broedvogels Fuut, Aalscholver, Kleine zwaan, Smient, Krakeend, Tafeleend, Kuifeend, Nonnetje, Grote zaagbek en Vis- arend, omdat deze niet in aantallen van betekenis in de nabijheid (<500 m) van het plange- bied voorkomen. • Bedrijfsmatige activiteiten in het plangebied zijn verstorend op geschikt foerageerhabitat voor de niet-broedvogels Kolgans en Grauwe gans in aangrenzende graslandpercelen.

Ech- ter de foerageergebieden worden in de huidige situatie reeds verstoord door aanw ezigheid van wegen, bebouwing, bos en bomenrijen, zodat geen sprake is van een effect. Samenvattend is de conclusie dat de bestemmingswijziging heeft geen negatieve effecten tot gevolg heeft voor de aangewezen natuurwaarden van Natura 2000-gebied De Wieden. 20 A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 6 Literatuur Bos, D., Koopmans, M., de Vries, E. & van der Heide, Y. 2006. Benutting van graslanden in Oost- Dongeradeel, Fraterwaard en de IJsseldelta door ganzen. Altenburg & Wymenga, ecologisch onderzoek bv, Veenwouden. Bos, D., B.A. Nolet, T. Boudewijn, H.P. van der Jeugd & B.S. Ebbinge 2008. Capacity of acco- modation areas for wintering geese in the Netherlands: field tests of first principles. A&W- rapport 1197. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Veenwouden. Brandsma, O., J. Brendenbeek & R. Messemaker 2016. Vogels van het Nationaal Park Weerrib- ben-Wieden. Boek, ISBN: 9789090300207. Brandsma R. 2023. Berekening stikstofdepositie Beulakkerweg. Rho adviseurs – memo. Brenninkmeijer, A., N. Beemster & D. Bos 2006. Foerageermogelijkheden voor kiekendieven en herbivore watervogels rond de Oostvaardersplassen en Lepelaarplassen. A&W -rapport 726. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv, Veenwouden. Dam, C.

van, A.D. Buijse, W. Dekker. M.R. van Eerden, J.G.P. Klein Breteler & R. Veldkamp 1995. Aalscholvers en beroepsvisserij in het IJsselmeer, het Markermeer en Noordwest - Overijssel. Rapport IKC Natuurbeheer nr. 19, Wageningen Gies, T.J.A., J. Kros, J.C. Voogd & R. Smidt 2008. Effectiviteit ammoniakmaatregelen in en rondom de Natura 2000-gebieden in de provincie Overijssel. Alterra-rapport 1682, Wagenin- gen. Natura 2000-beheerplan De Wieden en Weerribben (2017). Provincie Overijssel. Hut, R.M.G. van der 2001. Terreinkeus van de roerdomp in Nederlandse moerasgebieden. Bu- reau Waardenburg bv, rapport nr. 01-010, Culemborg. Hut, R.M.G. van der 2022. Passende beoordeling Oostvaardersplassen Almeerse Poort. A&W - rapport 21-327 Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden Van der Hut, R.M.G., A. Brenninkmeijer, E. de Vries, O. Stoker (2011). Natuurtoets Bestem- mingsplan Zuidelijke Kernen Steenwijkerland. A&W - rapport 1631. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden Hut, R. van der, A. Brenninkmeijer, W. Bijkerk, E. van der Heijden, F. Hoekema & J. Schut 2006. Ecologische toetsing van het verbindingsalternatief in de Planstudie Schiphol -Almere. Pas- sende Beoordeling Naardermeer en Voortoets Oostelijke Vechtplassen. A&W -rapport 805. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Veenwouden Hut, R.M.G. van der, L. Bruinzeel & O. Stoker 2010.

Voortoets Bestemmingsplan Buitengebied Gemeente Steenwijkerland. A&W -rapport 1568. Altenburg & Wymenga ecologisch onder- zoek, Feanwâlden. R.M.G. van der Hut, E. de Vries 2012. Natuurtoets Bestemmingsplan Giethoorn -Dwarsgracht. A&W-rapport 1818. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden Hut, R.M.G. van der & E. van der Heijden 2017. Ecologische beoordeling Omgevingsplan Bui- tengebied Steenwijkerland. A&W-rapport 2337. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Hut, R.M.G. van der, E. Schut & A.D. Rippen 2022. Beoordeling effecten bestemmingsplanwijzi- ging Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden. A&W -rapport 20-374. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden Krijgsveld K., B Klaassen & J van der Winden 2022. Verstoring van vogels door recreatie. Lite- ratuurstudie van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Deel 1 hoofdrap- port & deel 2 soortbesprekingen. Uitgave Vogelbescherming Nederland, Zeist. Miedema, H. & E. van der Heijden 2009. Onderzoek natuurwaarden bestemmingsplan buitenge- bied gemeente Steenwijkerland. A&W -rapport 1316. Altenburg & Wymenga ecologisch on- derzoek, Feanwâlden. A&W-rapport 23-350 Beoordeling effecten bestemmingsplan Beulakerweg 23 (Giethoorn) op Natura 2000 -gebied De Wieden 21 Opzeeland, I, van, H. Slabbekoorn, T. Andringa & C. ten Cate 2007. Vissen en geluidsoverlast.

Effect van geluidsbelasting onder water op zoetwatervissen. Kunstmatige Intelligentie, Rijks- universiteit Groningen; Instituut voor Biologie, Universiteit Leiden. Steenwijkerland 2017. Vastgesteld bestemmingsplan Giethoorn. ID plan: NL.IMRO.1708. Giethoorn. Trulio, L.A.& H.R. White 2017. Wintering Waterfowl Avoidance and Tolerance of Recreational Trail Use. Waterbirds 40: 252-262. Vickery, J. A. & J. A. Gill 1999. Managing grassland for wild geese in Britain: a review. Biological Conservation 89: 93-106. Winden, J. van der & P.W. van Horssen 2001. Voedselgebieden van de Purperreiger in Neder- land. Rapportnr. 01-011. Bureau Waardenburg, Culemborg. Winden, J. van der, G. Bonhof, A. Bak & P.W. van Horssen 2004. Leefgebieden van moerasvo- gels in agrarisch gebied: Ligging en kwaliteit van foerageergebieden van Lepelaar, Purper- reiger en Zwarte stern. Rapportnr. 03-055, Bureau Waardenburg bv, Culemborg. Wymenga, E. & E. van Maanen 2005. Voortoets Raamplan Strategisch Groenproject Noord - West Overijssel. A&W -rapport 492. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv. Veen- wouden. Websites: • www.ndff.nl (Nationale Databank Flora en Fauna) • https://www.natura2000.nl/gebieden/overijssel/wieden/wieden-kaart (Natura 2000 info) • https://www.natura2000.nl/gebieden/overijssel/wieden/wieden-doelstelling • www.sovon.nl

Adres Suderwei 2 9269 TZ Feanwâlden Telefoon 0511 47 47 64 info@altwym.nl www.altwym.nl Adres Amsterdam Gebouw Matrix II, Science Park 400/K1.05 1098 XH Amsterdam

Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 41 Bijlage 2 Memo Stikstofemissie en depositie Onderbouwing Beulakerweg 23 42 (ontwerp) - MEMO M emo DATUM 9 november 2023 KENMERK 20220227.001/121455/PJBr VAN Remco Brandsma PROJECT 20220227.001 Stikstofberekening Beulakerweg 23 OPDRACHTGEVER Gemeente Steenwijkerland BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE BEULAKKERWEG INLEIDING In opdracht van de gemeente Steenwijkerland is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd waarin de bestaande en feite- lijke situatie is vergeleken met de (toekomstige) exploitatiefase van het perceel aan de Beulakerweg 23. In deze berekening is rekening gehouden met verkeersbewegingen en de bedrijfsfunctie. Gezien de panden reeds aanwezig zijn op het terrein wordt een potentiële aanlegfase buiten beschouwing gelaten. De Raad van State heeft vlak voor de vaststelling van het bestemmingsplan “Giethoorn” de bedrijfsbestemming en de daarbij horende dubbelbestemmingen en aanduidingen voor het perceel Beulakerweg 23 vernietigd. Voor de Beulakerweg 23 is de beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 nog van kracht. De gemeente heeft het voornemen om het bestem- mingsplan “Giethoorn” voor een aantal percelen te herzien, waaronder voor het perceel aan de Beulakerweg 23. Het voor- nemen is om wederom en bedrijfsbestemming op te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de uitspraak van de Raad van State.

Het perceel kent op dit moment nog een woonbestemming. Op het perceel bevindt zich een woning, ook is op het perceel een bedrijf gevestigd dat actief is in de grond-, water- en wegengebouw en groenvoorziening. Het materieel van het bedrijf bestaat uit een graafmachine (kraan), trekker en een vaarboot. Ook worden er aan de Beulakerweg 23 hobbymatig 4 koeien gehouden. Het hobbymatig houden van koeien is ondergeschikt aan de woonfunctie. De wijziging van de woonbe- stemming naar een bedrijfsbestemming zorgt niet voor een verandering in het bestaande gebruik op het perceel. WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daar- van op Natura 2000-gebieden. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2022 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbete- ring (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden.

Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek is alleen de exploitatiefase meegenomen in de berekening, omdat de aanlegfase niet van toepassing is. 2/5 Bepalen referentiesituatie Bij het opstellen van een bestemmingsplan, waar een partiële herziening onder valt, geldt volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling als referentiesituatie de feitelijke aanwezige en planologisch toegestane situatie voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. ABRvS 4 maart 2020, http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2020:684 Wat betekent dat? 1. Feitelijk aanwezig betekent dat iets gerealiseerd en feitelijk aanwezig moet zijn (dus niet enkel vergund). Bij agrarische bedrijven gaat het bijvoorbeeld om de feitelijke veebezetting, niet de vergunde situatie waar vaak nog ‘lucht’ in zit. 2. Planologisch legaal betekent positief bestemd. Gebruik dat enkel is toegestaan op basis van het gebruiksovergangs- recht en dus niet positief is bestemd kan niet worden gebruikt als referentiesituatie. 3. Voorafgaand betekent aanwezig tot op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/2e19f33c-5166-48c6-a288-ab6afa1ad668?agendaItemId=0f7453c8-dcd2-4492-a27d-aea63019aa12