Bijlage 2 van de toelichting
Tekst van het document
ID plan: Datum: 25-07-2023 Status: ontwerp Auteur: Onderbouwing Beulakerweg 23
Beulakerweg 23
Ond erbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 9 1.1 Aanleiding 9 1.2 Ligging Beulakerweg 23 9 1.3 Planologische regeling 10 1.4 Leeswijzer 10 Hoofdstuk 2 Huidige situatie en ontwikkelingen 11 2.1 Huidige situatie plangebied ter plaatse van Beulakerweg 23 11 2.2 Gewenste situatie plangebied ter plaatse van Beulakerweg 23 12 Hoofdstuk 3 Beleidskader 15 3.1 Rijksbeleid 15 3.2 Provinciaal beleid 17 3.3 Gemeentelijk beleid 19 Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 21 4.1 Verkeer en parkeren 21 4.2 Milieuzonering 22 4.3 Ecologie 23 4.4 Geluid 26 4.5 Bodem 26 4.6 Water 27 4.7 Cultuurhistorie 27 4.8 A rcheologie 29 4.9 Luchtkwaliteit 30 4.10 Externe veiligheid 31 4.11 Kabels en leidingen 32 4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 33 Hoofdstuk 5 Toelichting op bestemmingen 35 Bijlagen toelichting Bijlage 1 Effectenbeoordeling Natura 2000-gebied Bijlage 2 Memo Stikstofemissie en depositie Bijlage 3 Watertoets Beulakerweg 23 Bijlage 4 Cultuurhistorische analyse Beulakerweg 23 Giethoorn Ve rbeelding O nderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) O nderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) Toelichting O nderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) O nderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 9 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Op 17 oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland het bestemmingsplan Giethoorn vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Giethoorn voor het perceel aan Beulaker weg 23 op 29 mei 2019 vernietigd. Hierdoor is voor dit perceel de Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 van toepassing en heeft het perceel de bestemming 'Wonen - Buitengebied'. In het bestemmingsplan dat aan de beheersverordening vooraf ging (bestemmingsplan Buitengebied Noord-Oost) had het perceel een bedrijfsbestemming, met aanduiding aannemersbedrijf. Het perceel in de beheersverordening had een bedrijfsbestemming moeten houden. Per abuis is echter een woonbestemming op het perceel gelegd. De gebruiksfunctie van het perceel ten tijde van de vaststelling van de beheersverordening was bedrijf. De bedrijfsbestemming was voor de eigenaar van het perceel ook de gewenste bestemming. Ook in de huidige situatie is de bedrijfsbestemming de gewenste situatie voor de eigenaar van het perceel. Om het perceel te bestemmen met 'Bedrijf', moet het bestemmingsplan hiervoor worden onderbouwd. Onderhavige onderbouwing voorziet hierin en maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Giethoorn - Technische herziening. 1.2 Ligging Beulakerweg 23 Het perceel Beulakerweg 23 is gelegen tussen de kernen Steenwijk en Giethoorn in de gemeente Steenwijkerland. Het betreft de kadastrale percelen 915 en 916, sectie A, gemeente Brederwiede.
Het perceel maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Giethoorn - Technische herziening. In figuur 1.1 is de ligging van het perceel weergegeven. F iguur 1.1 Weergave ligging Beulakerweg 23
O nderbouwing Beulakerweg 23 10 (ontwerp) 1.3 Planologische regeling De Raad van State heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan Giethoorn de bedrijfsbestemming en de daarbij horende dubbelbestemmingen en aanduidingen voor het perceel Beulakerweg 23 vernietigd. Voor de Beulakerweg 23 is hierdoor de beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 nog van kracht. Deze verordening is vastgesteld op 9 december 2014. In de beheersverordening heeft het perceel de bestemming ‘Wonen - Buitengebied’. De als zodanig bestemde gronden mogen worden gebruikt voor woondoeleinden met daarbij behorende woningen, bijgebouwen en andere bouwwerken. De bedrijfsactiviteiten passen niet binnen deze bestemming. In het bestemmingsplan dat aan de beheersverordening vooraf ging (bestemmingsplan Buitengebied Noord -Oost) had het perceel een bedrijfsbestemming, met aanduiding aannemersbedrijf. Het perceel in de beheersverordening had een bedrijfsbestemming moeten houden. Per abuis is echter een woonbestemming op het perceel gelegd. Verder is op het perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' van toepassing. In figuur 1.2 is de planologische situatie weergegeven. F iguur 1.2 Uitsnede beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 1.4 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie en de toekomstige situatie beschreven.
Hoofdstuk 3geeft een beschrijving van het, voor het plan relevante, beleid. Hoofdstuk 4 gaat in op de planologische- en milieutechnische aspecten die betrekking hebben op dit perceel.
Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 11 Hoofdstuk 2 Huidige situatie en ontwikkelingen 2.1 Huidige situatie plangebied ter plaatse van Beulakerweg 23 Op het perceel Beulakerweg 23 te Giethoorn zijn twee bedrijven gevestigd, namelijk 'Luitjes Trading Company' en 'Slootschoon.nl'. Onder Luitjes Trading Company worden hobbymatig dieren gehouden (4 koeien). Slootschoon.nl is een bedrijf dat gericht is op werkzaamheden in de grond-, weg- en waterbouw en groenvoorziening. De werkzaamheden worden op locatie uitgevoerd. Voor Slootschoon.nl wordt het perceel aan Beulakerweg 23 gebruikt voor de stalling van machines. Tevens bevinden zich op het perceel een kleine werkplaats en een kantoor. Het onderhoud van het werkmaterieel vindt plaats in Steenwijk. In figuur 2.1 is de huidige situatie van het perceel Beulakerweg 23 weergegeven. Figuur 2.1 Luchtfoto Beulakerweg 23
Onderbouwing Beulakerweg 23 12 (ontwerp) De bestemming van het perceel is op basis van de beheersverordening 'Wonen - Buitengebied'. Dit komt niet overeen met het huidige gebruik. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft aangegeven dat de onderbouwing voor een bedrijfsbestemming voor het perceel aan Beulakerweg 23 onvoldoende is onderbouwd. De Afdeling geeft aan dat er onvoldoende onderzoek heeft plaatsgevonden of er strijd is met artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming. Ook geeft de afdeling aan dat er nader onderzoek moet komen naar de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Dit heeft te maken met de verruiming van de bouwmogelijkheden van het perceel. Voor de uitoefening van bedrijfsactiviteiten van (maximaal) milieucategorie 2 op dit perceel is een aparte omgevingsvergunningaanvraag ingediend. Deze vergunning is op 3 oktober 2016 verleend door de gemeente, maar dit besluit is vernietigd door de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 2.2 Gewenste situatie plangebied ter plaatse van Beulakerweg 23 Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de gemeente een aantal gesprekken gevoerd met de eigenaar van het perceel Beulakerweg 23. Dit heeft geleid tot een aanpassing van de bestemmingen. In figuur 2.2 is de gewens te situatie weergegeven.
Een belangrijk verschil met het oorspronkelijke plan is dat het gedeelte dat grenst aan het Natura-2000 gebied bestemd is voor natuur. In het oorspronkelijke plan had dit gedeelte de bedrijfsbestemming. Een ander belangrijk verschil is dat de totale omvang van de bouwvlakken sterk beperkt is in omvang. Bovendien zijn alleen bedrijven milieucategorie 1 toegestaan. Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 13 Figuur 2.2 Gewenste situatie Beulakerweg 23 Het plangebied is gelegen in het donkerte. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk (zie paragraaf 3.2.1). Om dat karakter zoveel mogelijk te bewaren worden de lichtmasten verlaagd en wordt de verlichting zoveel mogelijk naar beneden gericht. In figuur 2.3 is de situatie weergegeven.
Onderbouwing Beulakerweg 23 14 (ontwerp) Figuur 2.3 Verlichting Beulakerweg 23
Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 15 Hoofdstuk 3 Beleidskader In dit hoofdstuk worden de beleidskaders beschreven met betrekking tot het perceel Beulakerweg 23. In de toelichting van het bestemmingsplan Giethoorn 2017 zijn de beleidskaders reeds beschreven, maar vanwege het feit dat een gedeelte van het bestemmingsplan Giethoorn is vernietigd, wordt het plangebied ter plaatse van Beulakerweg 23 wel getoetst aan het beleid. 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons.
De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt.
Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Het beoogde initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. Onderbouwing Beulakerweg 23 16 (ontwerp) 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’.
In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het uitbreiden van de bedrijfsbestemming is onder andere de uitspraak ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1442) van toepassing.
Uit deze uitspraak blijkt dat de uitbreiding van een bedrijfsgebouw met 400 m2 niet kan worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. De bebouwing aan de Beulakerweg 23 is reeds aanwezig. Het voorliggende plan betreft een (planologische) wijziging van gebruik van wonen naar bedrijf. De oppervlakte aan bebouwing wordt niet uitgebreid, er is geen sprake van nieuw ruimtebeslag. De wijziging is dermate kleinschalig dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor hoeft geen toetsing plaats te vinden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 17 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de veertien aangewezen nationale belangen. Dit project raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel 2017 De Omgevingsvisie Overijssel 2017 is een integraal beleidsplan voor de fysieke leefomgeving. Een vitale samenleving in een mooi landschap vraagt om een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn, waarbij een verantwoord beslag wordt gelegd op 'natuurlijke voorraden'.
Met deze ambitie wil Overijssel voorbereid zijn op de toekomst door te voorzien in behoeften van de huidige generatie, zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties in gevaar te brengen (duurzaamheid). De provincie wil de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren met het oog op een goed vestigingsklimaat, en veilige en aantrekkelijke woonomgeving en een fraai buitengebied. Dez e leefomgeving moet geschikt zijn voor de grote diversiteit aan activiteiten die mensen in onze provincie willen ondernemen (ruimtelijke kwaliteit). Generieke beleidskeuzes In de generieke beleidskeuzes is het onder andere het concentratiebeleid opgenomen. Daarnaast komen thema's als integraliteit, toekomstbestendigheid en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik aan bod. Gebiedskenmerken De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn de gebiedskenmerken van provinciaal belang het uitgangspunt. Hierna wordt een korte samenvatting gegeven van de in het plangebied voorkomende gebiedskenmerken volgens de lagenbenadering. Natuurlijke laag: Laagveenrestanten Het plangebied is gelegen in het gebied 'laagveenrestanten'. Dit zijn grote gebieden, waar onder invloed van stagnerend water en grondwater, uitgestrekte veenmoerassen zijn ontstaan.
Gezien de kleinschalige ontwikkeling, die enkel bestaat uit het wijzigen van de planologische mogelijkheden op basis van de bestaande bebouwing en bestaand gebruik, wordt het veenweidelandschap niet aangetast. Onderbouwing Beulakerweg 23 18 (ontwerp) Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Kragenlandschap Het plangebied is gelegen in het kraggenlandschap. De ambitie is de cultuurhistorische kwaliteiten van het kraggenlandschap zoveel als mogelijk in stand te houden en beleefbaar te maken. De grote open ruimtes, het patroon van sloten met beplantingen, de vochtige bloemrijke weides geven dit landschap grote belevingswaarde en zijn essentieel voor de leefomgeving van weide vogels. Stedelijke laag: Informele trage netwerk Het plangebied is gelegen in de laag 'Informele trage netwerk'. Het informele trage netwerk is het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Stedelijke laag: Verspreide bebouwing Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de laag 'Verspreide bebouwing'. De samenhang tussen het agrarische erf en het omliggende landschap staat hier centraal. Laag van de beleving: Donkerte Het plangebied is gelegen in het donkerte.
De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Ontwikkelingsperspectief Op de overzichtskaart ontwikkelingsperspectieven is het plangebied aangemerkt als 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden - net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven - de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De beoogde planologische wijziging sluit hier goed op aan.
Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 19 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel 2017 Hoe aan het beleid uit de omgevingsvisie uitvoering moet worden gegeven is vastgelegd in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is een uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie en is opgesteld in de vorm van regels. In veel regels is gekozen voor proces- en motiveringsvereisten. In de Omgevingsverordening moet elk inhoudelijk thema geregeld zijn, waar de provincie de mogelijkheid op wil hebben om juridisc he instrumenten in te kunnen zetten. Het inzetten van juridische instrumenten vindt plaats op basis van de interventieladder. In hoofdstuk 2 van de verordening worden de regels gegeven die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening. In artikel 2.1.5 van de verordening worden regels gegeven gericht op de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen. Deze moeten bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 3.2.1 is reeds beschreven dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de gebiedskenmerken. Naast de regels met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit zijn er geen andere relevante regels voor onderhavige ontwikkeling, als gevolg van de kleinschaligheid van het plan.
Er is geen sprake van strijdigheid met de provinciale omgevingsverordening. 3.2.3 Conclusie Provinciaal beleid Het plan aan Beulakerweg 23 is kleinschalig en sluit aan op het provinciaal beleid. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Steenwijkerland In 2017 is de Omgevingsvisie voor Steenwijkerland vastgesteld. De Omgevingsvisie is het strategisch kader voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Steenwijkerland. De gemeente wil met de Omgevingsvisie de omgevingskwaliteit van Steenwijkerland naar een hoger plan tillen. Omgevingskwaliteit wordt gedefinieerd als de integrale kwaliteit van ruimtes; het gaat er niet alleen om hoe deze ruimtes eruitzien, maar ook waartoe en op welke manier ze functioneren, hoe ze gebruikt worden en hoe de (functies van de) ruimtes met elkaar samenhangen en bijdragen aan het beter functioneren van de samenleving. Het perceel aan Beulakerweg 23 wordt bedrijfsmatig gebruikt. De feitelijke situatie wordt niet gewijzigd. De mogelijkheden voor een bedrijf worden met dit bestemmi ngplan planologisch vastgelegd. Met de omgevingskwaliteit wordt rekening gehouden door de bouwmogelijkheden te beperken en de natuurbestemming uitgebreid. Bovendien wordt het karakter van de Beulakerweg zo veel mogelijk in stand gehouden door de tuinbestemming toe te voegen aan het perceel langs de kant van de Beulakerweg.
De uitgangspunten in de Omgevingsvisie staan de ontwikkeling niet in de weg. Onderbouwing Beulakerweg 23 20 (ontwerp) 3.3.2 Toekomstvisie Giethoorn De gemeente Steenwijkerland heeft de Toekomstvisie Giethoorn vastgesteld. De vi sie is een toetsingskader en richtinggevend document voor nieuwe initiatieven en verdere uitwerking van opgaven in Giethoorn. De toekomstvisie gaat in op de volgende thema's: 1. De lokale gemeenschap op 1 2. Water verbindt 3. “Het is eigenlijk een vreemd dorp” 4. Balans tussen economie, ecologie en leefbaarheid Met de ontwikkeling aan de Beulakerweg wordt aansluiting gezocht bij het vierde thema. Door de ontwikkeling blijven er wel bedrijfsmogelijkheden, maar door de categorisering is niet alles mogelijk. De bouwmogelijkheden en uitbreidingsmogelijkheden zijn beperkt, waardoor de invloed op de ecologie in de directe omgeving beperkt is. Bovendien staat de leefbaarheid van de directe omgeving hoog in het vaandel door zoveel mogelijk rekening te houden met de reeds aanwezige functies en omgevingskwaliteiten. Met dit plan wordt aangesloten op, en is in overeenstemming met het gestelde in de visie. 3.3.3 Conclusie gemeentelijk beleid Met het plan aan Beulakerweg 23 wordt aansluiting gezocht bij het gemeentelijk beleid en is er geen sprake an strijdigheid met het beleid.
Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 21 Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevinsgaspecten getoetst. 4.1 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Beulakerweg, die is aangesloten op de gelijknamige N-weg. Het plan houdt de planologische wijziging in ten behoeve van het bestaande bedrijf en de bestaande bedrijfswoning in. Alhoewel de verkeersbewegingen in de feitelijke situatie reeds bestaan, worden de verkeersbewegingen wel berekend. Op het perceel zijn twee typen functies aanwezig die beiden een eigen verkeersgeneratie kennen. Voor het bestaande bedrijf wordt aansluiting gezocht op de normen die gelden voor de functie 'bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)'. Uitgaande van 90 m2 bvo aan bedrijfsbebouwing in het buitengebied, komt de gemiddelde verkeersgeneratie neer op 5,1 mvt/etmaal. Voor de bestaande bedrijfswoning wordt aansluiting gezocht op de normen die gelden voor de functie 'koop, huis, vrijstaand'. Uitgaande van één woning in het buitengebied, komt de gemiddelde verkeersgeneratie neer op 8,6 mvt/etmaal. De totale verkeersgeneratie bedraagt 13,7 mvt/etmaal. Gezien de capaciteit van de Beulakerweg en de daarmee verbonden N-weg, worden geen belemmeringen verwacht met de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling.
Parkeren De gemeente Steenwijkerland heeft zijn eigen parkeerbeleid vastgelegd in het document 'Nota Parkeernormen 2015'. Hierbij wordt uitgegaan van de parkeernormen volgens kenci jfers van het CROW (Publicatie 317). Ook voor het aspect parkeren worden beide bestaande functies uitgesplitst. Voor het bestaande bedrijf wordt wederom aansluiting gezocht op de parkeernormen die gelden voor de functie 'bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)'. Uitgaande van 90 m2 bvo aan bedrijfsbebouwing in het buitengebied, komt de gemiddelde parkeernorm uit op 0,7 parkeerplaatsen. Voor de bestaande bedrijfswoning wordt aansluiting gezocht op de functie 'koop, huis, vrijstaand'. Voor een woning in het buitengebied bedraagt de gemiddelde parkeernorm 2,0 parkeerplaatsen. In totaal zijn er dus 3 parkeerplaatsen nodig voor de functie van het perceel. Op eigen terrein is voldoende ruimte om in deze parkeerruimte te voorzien. Onderbouwing Beulakerweg 23 22 (ontwerp) 4.2 Milieuzonering Toetsingskader De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat overheden bij het vaststellen van bestemmingsplannen moeten aantonen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening (Wro artikel 3.1 lid 1).
Onderdeel hiervan is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid dient er op toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven), en anderzijds functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). Die afstand moet ook weer niet onnodig groot zijn, omwille van een efficiënt ruimtegebruik. Bij het toestaan van nieuwe bedrijven of andere milieubelastende functies dient rekening gehouden te worden met de milieuruimte die in de toekomst nodig is en dient beoordeeld te worden of ter plaatse van in de nabijheid gelegen gevoelige functies, zoals woningen sprake blijft van een adequaat woon- en leefmilieu. Bij het bepalen hiervan kunnen de richtlijnen in de VNG - handreiking 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009 worden gehanteerd. Deze handreiking beveelt per standaard bedrijfstype een afstand aan tot woningen of andere 'kwetsbare' functies. De afstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk verdient een hoger beschermingsniveau dan een gebied waar al enige hinder is van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied). Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten.
Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt getoetst conform: VNG handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'(editie 2009); Wet milieubeheer. Een richtafstand uit de VNG handreiking kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft het toekennen van de planologische mogelijkheden van een bestaand bedrijf en een daarbij horende bedrijfswoning. Bedrijfswoningen worden niet beschermd door milieuregelgeving voor wat betreft het eigen bedrijf, dus dit kan geen belemmeringen tot gevolg hebben. Met de beoogde planologische wijziging wordt in principe geen gevoelige functie mogelijk gemaakt. De nieuwe bedrijfsbestemming staat een bedrijf met ten hoogste milieucategorie 1 toe. Op grond van de VNG handreiking geldt er een maximale richtafstand van 10 meter voor wat betreft geluid. Voor de overige aspecten geldt een maximale richtafstand van 10 meter.
Hierbij is uitgegaan van een locatie in rustig buitengebied. De dichtstbijzijnde gevoelige functie, namelijk de woning aan de Beulakerweg 25, bevindt zich op circa 10 meter afstand van het bedrijfsperceel. De richtafstand van 10 meter wordt daarmee niet overschreden. In het kader van de omgevingsvergunning voor de bedrijfsactiviteiten aan Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 23 Beulakerweg 23 is een onderzoek uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke onderbouwing en een melding in net kader van het Activiteitenbesluit. Uit het onderzoek blijkt dat de inrichting aan Beulakerweg 23 te kwalificeren is als een type B uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In artikel 2.17 van voornoemd besluit zijn gestandaardiseerde geluidvoorschriften opgenomen. Deze geluidvoorschriften zijn gelijk of ruimer dan gesteld in de “VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). Gesteld kan worden dat op basis van het uitgevoerde onderzoek ook aan deze gestandaardiseerde voorschriften uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan. In de nabije omgeving van de Beulakerweg 23 bevinden zich geen andere gevoelige functies, die mogelijk een belemmering kunnen vormen voor de beoogde planologische wijzigingen. Ook zijn er in de nabije omgeving van de Beulakerweg geen bedrijven of bedrijvigheid die worden belemmerd in hun bedrijfsvoering als gevolg van de bedrijfsfunctie.
Andersom dient te worden nagegaan of omliggende functies een belemmering kunnen vormen voor het bedrijf aan de Beulakerweg 23. Aan de overzijde van de Beulakerweg is een agrarisch bedrijf gevestigd, waar maximaal 400 koeien mogen worden gehouden. De gemeente Steenwijkerland heeft een eigen Verordening geurhinder en veehouderij. Hierin is aangegeven dat voor gebiedstype I (buitengebied) een minimale afstand van 25 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en het geurgevoelig object geldt. Een voorbeeld van een geurgevoelig object is onder andere een bedrijfswoning voor zover de geurhinder niet wordt veroorzaakt door het eigen bedrijf. In dit geval hoort de bedrijfswoning niet bij het agrarische bedrijf, waardoor een minimale afstand van 25 meter in acht moet worden genomen. De afstand tussen het dichtstbijzijnde gebouw van het agrarische bedrijf en de bedrijfswoning aan de Beulakerweg 23 bedraagt circa 53 meter. Op basis van de bestaande bebouwing wordt aan de minimale afstand van 25 meter voldaan. Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat de beoogde situatie geen belemmeringen tot gevolg heeft voor omliggende gevoelige functies. 4.3 Ecologie Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten.
Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelij ke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Onderbouwing Beulakerweg 23 24 (ontwerp) Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. Toetsing Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden wo rden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied is deels gelegen in het Natura 2000-gebied 'De Wieden'. Gezien de korte afstand tot dit Natura 2000-gebied is er een beoordeling uitgevoerd van de effecten van de bestemmingsplanwijziging naar 'Bedrijf'. De rapportage van deze beoordeling is bijgevoegd in bijlage 1.
Op basis van de uitgevoerde beoordeling kan het volgende worden geconcludeerd: Er zijn geen veranderingen te verwachten in peilbeheer en/of waterkwaliteit, evenmin in het recreatief gebruik. Om deze reden worden er geen effecten verwacht op waterplanten, vissen en andere aquatische soorten. Als gevolg van de toename van verkeersbewegingen kunnen veranderingen in stikstofdepositie in de omgeving optreden met effecten op kwalificerende habitattypen; een Aerius berekening is nodig om het effect te beoordelen. Er zijn geen veranderingen te verwachten in recreatief gebruik middels verkeer via vaarwegen, voetpaden en fietspaden. Om deze reden wordt er geen verandering in verstoring verwacht op de moerasbroedvogels Porseleinhoen, Kwartelkoning, Watersnip, IJsvogel, Paapje, Snor, Rietzanger en Grote karekiet. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op de broedvogels Aalscholver, Bruine kiekendief en Zwarte stern (die foerageren buiten broedgebied), omdat deze soorten geen geschikt foerageergebied hebben in de nabijheid van het plangebied.
Er zijn geen effecten te verwachten op de aangewezen niet-broedvogels Fuut, Aalscholver, Kleine zwaan, Smient, Krakeend, Tafeleend, Kuifeend, Nonnetje, Grote zaagbek en Visarend, omdat deze niet in aantallen van betekenis in de nabijheid (<500 m) van het plangebied voorkomen en/of er geen foerageer- of rustgebied van betekenis in de nabije omgeving aanwezig is. Er zijn geen veranderingen te verwachten in beschikbaarheid van verblijfplaatsen voor de Meervleermuis. Voor wat betreft vliegroutes worden er evenmin effecten verwacht, aanbeveling is wel 'slimme verlichting' (die naar beneden gericht is) toe te passen om eventuele verstoring door lichtuitstraling van de nu aanwezige lichtmasten uit te sluiten. Mogelijk geschikt foerageerhabitat, voor de niet-broedvogels Kolgans en Grauwe gans en de broedvogels Roerdomp en Purperreiger, nabij het perceel wordt verstoord door bedrijfsactiviteiten. Echter de foerageergebieden worden in de huidige situatie reeds verstoord door aanwezigheid van wegen, bebouwing, bos en bomenrijen. Gelet op het voorgaande kan geconcludeerd worden dat nader onderzoek nodig is om vast te stellen of, als gevolg van de toename van verkeersbewegingen, veranderingen in stikstofdepositie in de omgeving op kunnen treden met effecten op kwalificerende habitattypen.
De bestemmingswijziging Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 25 heeft geen negatieve effecten tot gevolg voor andere aangewezen natuurwaarden van Natura 2000- gebied De Wieden. Stikstofdepositieberekening Ten behoeve van de bestemmingswijziging is een stikstofberekening uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 2. Uit de berekeningen waarin intern salderen is toegepast blijkt dat de netto - stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Dit geldt ook voor de effecten van het wegverkeer. Hiervoor zijn de effecten van het wegverkeer tot een afstand van 25 kilometer berekend. De effecten van andere bronnen zijn ook tot een afstand van 25 kilometer berekend. Gezien het feit dat er geen bouwactiviteiten plaatsvinden wordt de stikstofdepositie van de aanlegfase buiten beschouwing gelaten. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied ligt niet in, maar direct naast het NNN.
Gronden die tot het NNN behoren liggen op circa 15 meter afstand van het plangebied. Gezien de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN. Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Met het planvoornemen wordt het bestaande bedrijf en de bedrijfswoning gelegaliseerd. Op de mogelijke effecten voor de omgeving als gevolg van de bedrijfsactiviteiten is reeds ingegaan bij de beoordeling van de effecten op Natura 2000-gebied. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten worden geen beschermde soorten verstoord, beschadigd of gedood en wordt geen beschermd functioneel leefgebied aangetast. Conclusie De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteit en nader onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht. Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling heeft tevens geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden of het NNN.
Onderbouwing Beulakerweg 23 26 (ontwerp) 4.4 Geluid Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones of bij bepaalde veranderingen aan de weg zelf (zoals het verhogen van de maximumsnelheid of het uitbreiden van het aantal rijstroken) moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Toetsing Een bedrijfswoning wordt niet beschermd door de geluidsoverlast van het eigen bedrijf. Wel wordt de bedrijfswoning beschermd tegen wegverkeers-, industrie- en spoorweglawaai, evenals geluidsoverlast van omliggende bedrijven. Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone van een industrieterrein of spoorweg. Wel is het plangebied gelegen binnen de geluidzone van de Beulakerweg. Het onderhavige plan betreft het planologisch mogelijk maken van de bestaande bedrijfsactiviteiten en de bestaande bedrijfswoning. Het plan maakt geen nieuwe gevoelige functies mogelijk. Toetsing aan de Wet geluidhinder is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor dit plan.
4.5 Bodem Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaa ld dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient ingeval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Hierbij is van belang of een nieuw te realiseren functie kan worden aangemerkt als bodemgevoelige functie. Toetsing Omdat het beoogde plan gaat om het planologisch mogelijkheden bieden voor een feitelijke situatie en er geen grond- en bouwwerkzaamheden plaatsvinden, is een bodemonderzoek niet noodzakelijk. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het plan.
Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 27 4.6 Water Toetsingskader Een belangrijk onderdeel van de planvorming is de watertoets. Sinds 1 november 2003 is de watertoets voor alle ruimtelijke plannen verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincie s en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Toetsing Het plangebied is gelegen in het beheergebied van waterschap Drents Overijsselse Delta. Het waterschap is verantwoordelijk voor het watersysteem en het zuiveren van het aangeboden stedelijk afvalwater. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de planologische wijziging voor een bestaand bedrijf en de bestaande bedrijfswoning. Het plan is, vanuit de waterhuishouding bezien, niet van belang voor het waterschap omdat het geen waterschapsbelangen raakt nu er geen sprake is van nieuwbouw of overige activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de waterhuishouding. Het plan is via de watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Hieruit blijkt dat er geen waterschapsbelangen worden geraakt.
De resultaten van de watertoets zijn opgenomen in bijlage 3. Conclusie Er worden geen waterhuishoudkundige bezwaren verwacht als gevolg van het bieden van de beoogde planologsiche mogelijkheden. Er worden geen wijzigingen aangebracht aan het perceel. 4.7 Cultuurhistorie Toetsingskader Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Toetsing Het plangebied kent op basis van de cultuurhistorische waardenkaart Overijssel geen bijzondere cultuurhistorische waarden. Wel is de lintbebouwing aan de Beulakerweg van cultuurhistorische waarde, waardoor het gebied de dubbelbestemming 'Waarde Cutuurhistorie Beulakerweg' heeft. De waarden komen als volgt tot uitdrukking: Onderbouwing Beulakerweg 23 28 (ontwerp) afwisselend open en meer gesloten bebouwingslint met een lange smalle opstrekkende verkaveling. verspringingen in de voorgevelrooilijn. de hoofdbebouwing op de weg georiënteerd. bebouwing is over het algemeen vrijstaand en opgebouwd uit 1 bouwlaag met kap.
de voorgevel is over het algemeen verticaal ingedeeld. bijgebouwen zijn ten opzichte van het hoofdgebouw zodanig gesitueerd dat hoofdgebouw en. bijgebouwen met elkaar een samenhangend geheel vormen, waarbij de bijgebouwen achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw zijn gesitueerd. Daarnaast kunnen de structuren en kenmerken van het landschap als cultuurhistorisch waardevol worden aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het besluit van de raad tot vaststelling van het bestemmingsplan Giethoorn vernietigd voor zover het betreft het plandeel met de bestemming 'Bedrijf' en de daarbij horende dubbelbestemmingen en aanduidingen voor het perceel Beulakerweg 23. In beroep is betoogd dat de bedrijfsbestemming met het daarbij horende bouwvlak voor het perceel Beulakerweg 23 leidt tot een aantasting van de cultuurhistorische waarden van het gebied. Als gevolg van de bedrijfsbestemming met het daarbij horende bouwvlak wordt volgens appellanten het open karakter van de lintbebouwing en daarmee het zicht op het achterliggende Natura 2000- gebied De Wieden ontnomen. Voor het perceel Beulakerweg 23 moet een nieuw besluit worden genomen.
Om inzicht te krijgen in de verhouding tussen het verruimen van de bouwmogelijkheden op het perceel en de cultuurhistorische waarden van dit gebied is een cultuurhistorische analyse opgesteld welke is opgenomen in bijlage 4. Het perceel Beulakerweg 23 ligt binnen het gebied van het bestemmingsplan Giethoorn met de gebiedsaanduiding `overige zone - cultuurhistorie Beulakerweg'. De gronden met deze aanduiding zijn mede bedoeld voor behoud, herstel en ontwikkeling van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden, zoals dit nader tot uitdrukking komt in de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg. Het perceel Beulakerweg 23 is een bestaand bouwperceel waar op grond van de voorheen geldende planologische regimes ook woon- of bedrijfsbebouwing was toegestaan. Het lint aan de Beulakerweg wordt gekenmerkt door (kleine) clustertjes van bebouwing met bijbehorende tuinen en erven, van elkaar gescheiden door open gebieden. In de open gebieden dringt het open landschap door tot in het lint, doordat het open gebied strekt tot aan de weg. In deze open gebieden is er goed zicht op het achterliggende landschap.
Door deze afwisseling van clustertjes bebouwing en open gebieden ontstaat een kenmerkende verwevenheid van het open landschap met de erven die zijn voorzien van bebouwing. In tegenstelling tot de dubbelbestemmingen 'Waarde - Cultuurhistorie' binnen het beschermde dorpsgezicht Giethoorn, zijn binnen de dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie Beulakerweg' geen specifieke eisen opgenomen voor de erf- en tuin-/terreininrichting. Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 29 De dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie Beulakerweg' kent een minder stringent karakter dan de dubbelbestemmingen ter plaatse van het beschermd dorpsgezicht, maar borgt de waardevol le karakteristieken, zoals parcelering, springende voorgevelrooilijnen, nokrichtingen, gevelindelingen en dergelijke op hoofdlijnen. Ten noorden van het perceel Beulakerweg 23 wordt het open karakter door de wijziging van de woonbestemming naar een bedrijfsbestemming niet aangetast. De breedte van het open gebied wijzigt niet door de wijziging van de bestemming 'Wonen-Buitengebied' in 'Bedrijf'. In zuidelijke richting grenst het perceel Beulakerweg 23 aan een woonperceel waar al bebouwing is toegestaan. Ook hiervoor geldt dat het karakter van de lintbebouwing als gevolg van de bedrijfsbestemming niet noemenswaardig verandert.
De beoogde bestemmingsplanwijziging is ten behoeve van de mogelijkheden van een bestaand bedrijf en bijbehorende bedrijfswoning. In feite wordt de bestaande bebouwing en het bestaande gebruik positief bestemd. Er worden bouwvlakken om bestaande bebouwing gelegd, waarbij er slechts in zeer geringe mate uitbreidingsmogelijkheden zijn. Op die manier kunnen cultuurhistorische waarden niet worden aangetast door toekomstige ontwikkelingen op basis van het bestemmingsplan. Conclusie Met de beoogde bestemmingsplanwijziging worden cultuurhistorische waarden niet aangetast. De structuren en kenmerken van het landschap worden gerespecteerd. De b estaande bebouwing wordt binnen een bouwvlak gebracht met daarbij zeer geringe mogelijkheden om uit te breiden. De bestemmingswijziging voorziet ook enkel in het planologisch mogelijk maken van bestaande bouwwerken en bestaand gebruik, waardoor de cultuurhistorische waarden behouden blijven. 4.8 Archeologie Toetsingskader Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet vervangt zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed: 1. Monumentenwet 1988; 2. Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten; 3. Wet tot behoud van cultuurbezit; 4. Wet tot teruggave cultuurgoederen uit bezet gebied; 5. Uitvoeringswet UNESCO -verdrag 1970; 6. Regeling materieel beheer museale voorwerpen.
De Erfgoedwet hanteert de beschermingsniveaus zoals die in de oude regelingen golden. Voor de vergunningverlening van een beschermd archeologisch monument, het verbod op beschadigen of vernielen van een rijksmonument en de bescherming van stads- en dorpsgezichten geldt dat de huidige situatie in de Monumentenwet 1988 van kracht blijft tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze regels blijven dus gelden en zijn ongewijzigd overgenomen in de Erfgoedwet. Onderbouwing Beulakerweg 23 30 (ontwerp) Doelstelling van de wetten is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Toetsing Voor de locatie Beulakerweg 23 geldt een dubbelbestemming met betrekking tot archeologie, namelijk 'Waarde - Archeologie 2'.
Het plangebied bevindt zich in een gebied met een hoge trefkans op het aantreffen van archeologische resten. De ontwikkeling betreft alleen een planologische wijziging en geen ruimtelijke ingreep met graafwerkzaamheden. Hierdoor is een archeologisch onderzoek niet benodigd. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de archeologische waarden niet worden aangetast als gevolg van de bestemmingswijziging. Een archeologisch onderzoek is niet benodigd. 4.9 Luchtkwaliteit Toetsingskader In de Wet milieubeheer (Wm) zijn kwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Titel 5.2 Wm 'Luchtkwaliteitseisen' wordt kortweg aangeduid als de Wet luchtkwaliteit. Het doel van de wet is om mens en milieu bescherming te bieden tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Voor de gezondheid van de mens is een goede luchtkwaliteit van groot belang. Daarom zijn in de Wet milieubeheer grenswaarden opgenomen voor een aantal stoffen die als verontreinigin g in de lucht voorkomen. In de praktijk richt de aandacht zich vooral op de stoffen stikstofdioxide en fijnstof. Van deze stoffen komen in Nederland concentraties voor die in de buurt van de grenswaarde liggen. Voor de overige stoffen genoemd in de Wet milieubeheer komen de concentraties niet in de buurt van de grenswaarde. De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten.
Een project is klein als het slechts in geringe mate, ofwel niet in betekenende mate (NIBM), leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 31 Daarnaast worden er bestemmingen benoemd die extra gevoelig zijn voor luchtvervuiling, de zogenaamde gevoelige bestemmingen. Uiteraard moet niet alleen bij gevoelige bestemmingen, maa r bij alle projecten sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Vanuit dit oogpunt moet afgewogen worden of het aanvaardbaar is om een bepaald project op een bepaalde plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan zelf niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Toetsing De ontwikkeling kan, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een plan dat niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor niet noodzakelijk. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Conclusie Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk nu het onderhavige initiatief kan worden aangemerkt als NIBM-project. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
4.10 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast heeft de gemeente zijn eigen beleid vastgelegd in het document Externe veiligheidsbeleid 2015-2018 gemeente Steenwijkerland. Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. In het kader van het aspect externe veiligheid is de Atlas van de Leefomgeving geraadpleegd. Onderbouwing Beulakerweg 23 32 (ontwerp) Toetsing Risico relevante inrichtingen Uit de Atlas van de Leefomgeving blijkt dat er geen inrichtingen zijn gelegen in de nabijheid van de Beulakerweg 23. Daarnaast is het bedrijf wat middels dit bestemmingsplan van de planologische mogelijkheden wordt voorzien geen inrichting. Vervoer gevaarlijke stoffen weg Er zijn geen spoor- en waterwegen in de omgeving van het plangebied die zijn aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook zijn er in de nabijheid van de Beulakerweg 23 geen wegen gelegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Buisleidingen Uit de Atlas van de Leefomgeving blijkt dat er in de nabijheid van de Beulakerweg 23 geen relevante buisleidingen zijn gelegen waar vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met wet- en regelgeving met betrekking tot van externe veiligheid. 4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem.
Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Toetsing In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling. Conclusie Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Onderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 33 4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.12.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: 1. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. 2. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). 3.
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings - of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r.
(beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. In deze paragraaf vindt deze vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats. 4.12.2 Situatie plangebied De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een bestemmingsplanwijziging. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject'. De realisatie van bedrijfsruimte wordt hier ook onder verstaan. Onderbouwing Beulakerweg 23 34 (ontwerp) Wanneer de beoogde ontwikkeling binnen deze activiteit past, dient te worden getoetst of sprake is van een m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3.
een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject en daarmee tevens geen m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteit aangezien deze pas geldt bij een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien hierbij de drempelwaarden uit de D-lijst voor deze activiteit (o.a. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) wordt vergeleken met de omvang van de ontwikkeling, namelijk de wijziging van de bestemmingen voor een bestaand bedrijfsperceel inclusief bedrijfswoning, wordt geconcludeerd dat sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk en bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken.
4.12.3 Conclusie Deze ontwikkeling is niet m.e.r.- (beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen belangrijk nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van het bestemmingsplan. O nderbouwing Beulakerweg 23 (ontwerp) 35 Hoofdstuk 5 Toelichting op bestemmingen Op het perceel Beulakerweg 23 zijn de volgende bestemmingen van toepassing: B edrijf Vanwege de huidige functie op het perceel Beulakerweg 23 is het perceel bestemd met de 'Bedrijf' met de aanduiding 'bedrijf van categorie 1'. Binnen deze bestemming is een bedrijf van milieuacategorie 1 mogelijk. Bovendien is maximaal één bedrijfswoning toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Op het perceel zijn 3 bouwvlakken opgenomen gebaseerd op de huidige bebouwing. Eén van de bouwvlakken heeft betrekking op de bedrijfswoning. De mogelijkheden om de gebouwen uit te breiden zijn beperkt en alleen in de richting van het erf. Bouwmogelijkheden richting het achterliggend buitengebied worden niet geboden. N atuur De gronden op het perceel Beulakerweg 23 die deel uitmaken van het Natura -2000 gebied De Wieden hebben de bestemming ‘Natuur’ gekregen. Deze gronden kennen een zeer hoge natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Gestreefd wordt naar behoud, herstel, ontwikkeling en versterking van de betreffende waarden in het natuurgebied.