Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8_ontwerp_1_Bijlagen_compressed.pdf
Tekst van het document
Nee Nee Nee Nee Vleermuizen Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Amfibieën Ja Nee n.v.t. Nee Nee Nee Nee, tenzij dieren gedood worden Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep. Deellocatie Lakeweg 8 Vogels Door het uitvoeren van voorgenomen activiteiten wordt geen vogel verstoord of gedood en wordt geen bezet nest beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoe ft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen. Vleermuizen • Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen n ader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen. • Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast.
Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen. • Essentiële Vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes 2 van vleermuizen. 2 Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute. 23 Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen. Grondgebonden zoogdieren Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequen ties.
Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen. Amfibieën Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd amfibie gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen. Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora - of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven.
Soortgroep Functie Beschermde soorten planlocatie Verbodsbepalingen (Wet natuurbescherming) Aandachtspunt Grondgebonden zoogdieren Foerageergebied Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Grondgebonden zoogdieren Vaste rust- en voortplantingsplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Grondgebonden zoogdieren Doden van dieren Niet van toepassing Niet van toepassing Geen Vogels Foerageergebied Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vogels Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vogels Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vogels Doden van dieren Niet van toepassing Niet van toepassing Geen Vleermuizen Rust- of voortplantingsplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vleermuizen Foerageergebied Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vleermuizen Vliegroute Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vleermuizen Doden van dieren Niet van toepassing Niet van toepassing Geen Amfibieën Foerageergebied Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Amfibieën Vaste rustplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen 24 Amfibieën Voortplantingsplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Amfibieën Doden van dieren Niet van toepassing Niet van toepassing Geen Overige soorten Dieren en overige functies Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Samenvatting van de wettelijke consequenties.
Soortgroep Vaste rust- plaats Voortplan- tingsplaats Vliegroute (vleermuizen) Essentieel foerageer- gebied Wettelijke consequenties Nader onderzoek vereist Ontheffing vereist Grondgebonden zoogdieren Nee Nee n.v.t. Nee Nee Nee Nee Vogels Nee Nee n.v.t. Nee Nee Nee Nee Vleermuizen Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Amfibieën Nee Nee n.v.t. Nee Nee Nee Nee 6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden. 25 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepaling het opzettelijk ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd3. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen.
Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, toename verkeer in gebruiksfase en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000 -gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot en negatief effect op Natura 2000-gebied. Er is hierbij geen rekening gehouden met het eventueel toenemen van het aantal dieren in deelgebied ‘Lakeweg 7’. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren in het deelgebied Lakeweg 7 .
Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust - of voortplantingsplaats en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Het deelgebied Lakeweg 8 is niet geschikt als foerageergebied en verblijfplaats voor de verschillende diersoorten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten in deelgebied Lakeweg 7 worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een (vaste) rust- en voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie beschadigd en of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdier soorten en amfibieën , die een (vaste) rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor diverse diersoorten af in het deelgebied Lakeweg 7. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.
3 De lijst met soorten waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, is per 1-12-2019 aangepast. Egel en kleine marterachtigen vallen vanaf die datum niet meer onder de vrijstellingsregeling van de provincie Overijssel. 26 Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:
27 Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, di e vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overig e Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: - Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. - Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. - Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend.
Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.
Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste v orm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is oo k een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 28 Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora - en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora - en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring.
Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volg ens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op gro nd van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
29 Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan om van de onderstaande soorten de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen and ere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk doden van onderstaande soorten is niet toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: - de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, d aaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; - het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer. # # # # 30 Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Deze soorten zijn per 1-12-2019 van de vrijstellingslijst gehaald. # 31 Bijlage 3. Fotobijlage Lakeweg 7
32 Lakeweg 8
33 Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol (vleermuisprotocol) https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/ OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G Beste heer Bos, Op 9 december 2021 is voor uw bedrijf aan de Lageweg 7 te IJsselham, door uw adviseur de heer Fons Rensen van Rensen Milieu Advies v.o.f., een M.e.r. aanmeldingsnotitie (hierna: notitie) ingediend. Deze notitie is ingeboekt onder Z2021-00013981. In de notitie wordt ingegaan op het wijzigen / uitbreiden van de inrichting. De notitie geeft voldoende informatie om de gewenste veranderingen te kunnen beoordelen of er voor de gevraagde activiteit een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bevoegd gezag Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland is bevoegd de notitie te behandelen. De Omgevingsdienst IJsselland heeft het mandaat gekregen om de notitie af te handelen. Besluit Het besluit is dat er geen mer-rapport opgesteld moet worden.
Het besluit en de overwegingen zijn als bijlage bij deze brief gevoegd. Vragen Hebt u vragen. Bel dan met Arie Schuurman via 06 - 50009273 of mail naar a.schuurman@odijsselland.nl. Als u belt of mailt is het handig om te melden dat uw aanvraag is ingeschreven met zaaknummer: Z2021-00013981. Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland Arie Schuurman Vergunningverlener milieu Omgevingsdienst IJsselland De heer R.S. Bos Lakeweg 7 8361 EV IJsselham Zwolle, 31 januari 2022 Betreft: Vormvrije Mer-beoordelingsnotitie OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G Zaaknummer: Z2021-00013981 / Locatie: Lakeweg 7 te IJsselham Dit document is digitaal vervaardigd en daarom niet van een handtekening voorzien Een afschrift van deze brief en dit besluit is per email verzonden naar: • uw adviseur de heer F. Rensen, email: info@rensenmilieu.nl . OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G Zaaknummer: Z2021-00013981 / Locatie: Lakeweg 7 te IJsselham BESLUIT VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING Op 9 december 2021 is door uw adviseur, de heer F.
Rensen van Rensen Milieu Advies v.o.f., een M.e.r. aanmeldnotitie (hierna: notitie), als bedoeld in artikel 7.16, eerste lid van de Wet milieubeheer (Wm), ingediend. De notitie heeft betrekking op wijzigings- en uitbreidingsplannen van de inrichting van R.S. Bos, Lakeweg 7 te IJsselham. De notitie is ingeboekt onder Z2021-00013981. BESLUIT Wij besluiten dat er geen milieueffectrapport noodzakelijk is. Er is geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen, die reden geven voor een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wm. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland namens deze: Martin Roelink Teammanager Vergunningen Dit document is digitaal vervaardigd en daarom niet van een handtekening voorzien OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G Zaaknummer: Z2021-00013981 / Locatie: Lakeweg 7 te IJsselham RECHTSBESCHERMINGSMIDDELEN PROCEDURE Tegen een besluit om af te zien van een milieueffectrapport staat in dit geval geen bezwaar en beroep open. De Raad van State heeft eerder uitgemaakt dat sprake is van een zogenaamde beslissing inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit. Volgens artikel 6.3.
van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een dergelijke beslissing niet vatbaar voor bezwaar en beroep, tenzij ze de belanghebbende – los van het voor te bereiden besluit tot vergunningverlening – rechtstreeks in zijn belang treft. In eerdere uitspraken heeft de Raad van State uitgemaakt dat omwonenden en bijvoorbeeld milieuverenigingen niet als direct belanghebbenden worden gezien. Als de omstandigheden leiden tot aanzienlijke milieueffecten, worden ze aan de orde gesteld in de vergunningprocedure. OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G Zaaknummer: Z2021-00013981 / Locatie: Lakeweg 7 te IJsselham INHOUDSOPGAVE BESLUIT VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ................................ ........................... 3 RECHTSBESCHERMINGSMIDDELEN ................................ ................................ .......... 4 PROCEDURE ................................ ................................ ................................ ................. 4 1. Procedurele overwegingen ................................ ................................ ............... 6 1.1. Gegevens aanvrager ................................ ................................ ........................... 6 1.2. Projectbeschrijving ................................
................................ .............................. 6 1.3. Wettelijke grondslag ................................ ................................ ............................ 6 2. TOETSING ................................ ................................ ................................ .......... 7 2.1. Kenmerken van het project ................................ ................................ .................. 7 2.2. Locatie van het project ................................ ................................ ........................ 8 2.3. Soort en kenmerken van het potentiële effect ................................ ...................... 8 3. CONCLUSIE ................................ ................................ ................................ ..... 10 OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G Zaaknummer: Z2021-00013981 / Locatie: Lakeweg 7 te IJsselham 1. PROCEDURELE OVERWEGINGEN 1.1. Gegevens aanvrager Op 9 december 2021 is door uw adviseur, de heer F. Rensen van Rensen Milieu Advies v.o.f., een M.e.r. aanmeldnotitie (hierna: notitie), als bedoeld in artikel 7.16, eerste lid van de Wet milieubeheer (Wm), ingediend. De notitie heeft betrekking op wijzigings- en uitbreidingsplannen van de inrichting van R.S.
Bos, Lakeweg 7 te IJsselham. De notitie is ingeboekt onder Z2021-00013981. 1.2. Projectbeschrijving De notitie heeft betrekking op de hierna vermelde wijzigingen van het agrarisch bedrijf van R.S. Bos: - Uitbouwen van de bestaande ligboxenstal; - Uitbreiden van het aantal melk- en kalfkoeien. 1.3. Wettelijke grondslag De milieueffectrapportage (m.e.r.) is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wm. Ingevolge artikel 7.17, eerste lid, van de Wm moet het bevoegd gezag bij de voorgenomen activiteit, zoals genoemd in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), een beslissing nemen over de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Het gaat om de gevolgen voor het milieu als bedoeld in artikel 7.16, tweede tot en met vierde lid van de Wm. Het bevoegd gezag houdt bij haar beslissing in ieder geval rekening met artikel 7.17, tweede tot en met vierde lid, van de Wm. Volgens artikel 7.16, eerste lid, juncto artikel 7.2, eerste lid, letter b moet bij activiteiten welke zijn genoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. worden beoordeeld of deze activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.
Bij onderdeel D14 moet dit plaatsvinden bij de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor meer dan: - 200 stuks melk-, kalf- of zoogkoeien ouder dan 2 jaar (Rav cat. A 1 en A 2); - 340 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav cat. A 3); - 340 stuks melk-, kalf- en zoogkoeien ouder dan 2 jaar en vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav cat. A 1, A 2 en A 3). In de notitie is er sprake van het uitbreiden van een melkveebedrijf als bedoeld in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. In de aangevraagde situatie worden de in onderdeel D.14 genoemde aantallen niet overschreden. De wijziging betreft een uitbreiding met 44 melk- en kalfkoeien. Deze wijziging heeft tot gevolg dat er grond van het Besluit m.e.r. is een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G Zaaknummer: Z2021-00013981 / Locatie: Lakeweg 7 te IJsselham 2. TOETSING De activiteiten staan genoemd bij onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. De aangevraagde activiteiten liggen onder de drempelwaarde genoemd in deze lijst. Op grond van het Besluit m.e.r.
moet het bevoegd gezag, voor alle activiteiten die beneden de m.e.r.-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Dit dient te gebeuren op grond van de criteria genoemd in bijlage III bij de EU-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU). De criteria van bijlage III van deze richtlijn omvatten: • de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); • de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); • soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid). De notitie bevat voldoende informatie om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit(en) mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. 2.1. Kenmerken van het project Op 20 februari 2015 is een melding gedaan voor onderstaande dierbezetting met aanduiding van de diercategorie volgens het gestelde in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav): - 200 melk- en kalfkoeien, overige huisvestingsystemen (Rav-cat. A 1.100); - 134 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav-cat. A 3.100).
Voornemen In de voorgenomen situatie is sprake van de volgende dieraantallen: - 72 melk- en kalfkoeien, ligboxenstal met roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag, met mestschuif (BWL 2010.31.V6) (Rav-cat. A1.10); - 172 melk- en kalfkoeien, overige huisvestingsystemen (Rav-cat. A 1.100); 134 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav-cat. A 3.100). De voorgenomen verandering betreft het uitbreiden van de bestaande ligboxenstal en het houden van meer melk- en kalfkoeien. De uitbreiding wordt emissiearm uitgevoerd. Uit het gestelde in het Activiteitenbesluit, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) blijkt dat het houden van totaal 244 melk- en kalfkoeien (en 134 stuks vrouwelijk jongvee) tot gevolg heeft dat het een type C- inrichting betreft. OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G Zaaknummer: Z2021-00013981 / Locatie: Lakeweg 7 te IJsselham 2.2. Locatie van het project Het gaat bij dit criterium niet alleen om het gebied waarin het project is gelegen maar ook om de aangrenzende gebieden. Het gaat hier om gebieden die in meer of mindere mate kwetsbaar zijn voor nieuwe activiteiten. Het project zou van invloed kunnen zijn op de kwetsbaarheid van deze gebieden.
Het project is echter niet gelegen in de nabijheid van deze gebieden zoals opgenomen in bijlage III van de richtlijn milieu-beoordeling projecten. Daarnaast spelen ook geen andere ontwikkelingen in de nabijheid van het project die van invloed zouden kunnen zijn. Wet natuurbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) dient beoordeeld te worden wat de voorgenomen bedrijfsactiviteiten voor effect hebben op de in de Natura 2000-gebieden aanwezige beschermde plant- en diersoorten. De provincie Overijssel is het bevoegd gezag inzake de Wet natuurbescherming. 2.3. Soort en kenmerken van het potentiële effect Bij de kenmerken van het project is in het bijzonder in overweging genomen de omvang van het project. Er is met name gelet op de emissie van ammoniak, geur en fijnstof alsmede de maatregelen om deze emissies te beperken c.q. te reduceren. Ook zijn, gelet op de omgeving van het project, de geluid- en (volks)gezondheidsaspecten mee genomen in de overweging. Ammoniak Voor zover het de ammoniakemissie uit dierenverblijven betreft, is de aanvraag getoetst aan de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) en de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). De dierenverblijven van onderhavige inrichting liggen niet binnen een zone van 250 meter van een zeer kwetsbaar gebied. Voor deze inrichting geldt op grond van de Wav geen beperking met betrekking tot het ammoniakplafond.
Aan het gestelde in de Wav wordt voldaan. Besluit emissiearme huisvesting Dit besluit is rechtstreeks werkend. Stalsystemen moeten voldoen aan het gestelde in het Besluit emissiearme huisvesting. De uitbreiding met melk- en kalfkoeien vindt plaats binnen de uitbreiding van de bestaande ligboxenstal. Het stalsysteem in de uitbreiding wordt uitgevoerd met een emissiearm stalsysteem. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde criteria van het Besluit emissiearme huisvesting. In het Besluit emissiearme huisvesting is geen maximale emissiewaarden opgenomen voor vrouwelijk jongvee. Hiervoor is het Besluit emissiearme huisvesting niet van toepassing. Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de daarbij behorende Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) zijn van toepassing voor het aspect geur. In de Wgv is opgenomen hoe de geurhinder van veehouderijen moet worden beoordeeld. OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G Zaaknummer: Z2021-00013981 / Locatie: Lakeweg 7 te IJsselham Daartoe moet onder meer de geurbelasting op nabijgelegen geurgevoelige objecten (zoals woningen) worden bepaald. In afwijking hiervan moet tot geurgevoelige objecten behorend bij een andere veehouderij een vaste afstand worden aangehouden.
Voor melk- en kalfkoeien en vrouwelijk jongvee zijn in de Rgv geen geuremissiefactoren opgenomen. Dit houdt in dat getoetst moet worden aan de vereiste minimale vaste afstanden tot geurgevoelige objecten. In de geurverordening van de gemeente Steenwijkerland is vastgesteld dat voor deze diercategorieën de vereiste minimale afstand 25 meter is. Er liggen geen geurgevoelige objecten binnen 25 meter van de rand van de inrichting. Hiermee wordt voldaan aan de afstanden van de Wet geurhinder en Veehouderij / geurverordening van de gemeente Steenwijkerland. De woning Lakeweg 7a ligt binnen het agrarisch bouwvlak van onderhavige inrichting. Cumulatie van geur (achtergrondbelasting) Cumulatieve geurbelasting is de geurbelasting van meer veehouderijen samen op één geurgevoelig object. Binnen het bedrijf zijn geen dieren met een geuremissiefactor aanwezig. Hierdoor is de beoordeling van de cumulatie van geurhinder is in dit kader daarom niet van belang. Toetsing aan de minimumafstanden is voldoende. Fijn stof Besluit emissiearme huisvesting Voor melk- en kalfkoeien en vrouwelijk jongvee is in het Besluit emissiearme huisvesting geen maximale emissiewaarde voor fijn stof opgenomen. Wet milieubeheer Op grond van artikel 2, lid 2, van het Besluit NIBM (Niet in betekende mate) kunnen gebieden en bronnen worden aangewezen die geen gebruik kunnen maken van NIBM.
Het bedrijf waarvoor vergunning wordt gevraagd ligt niet in een aangewezen gebied en is niet aangewezen als bron. Uit toetsing blijkt dat er door de voorgenomen wijziging de emissie van fijn stof in geringe mate toeneemt ten opzichte van de vergunde emissie. Uit de NIBM-toets blijkt dat ten gevolge van de aangevraagde situatie de toename van de emissie fijn stof (PM10), ten opzichte van de geldende vergunning 6.512 gram per jaar bedraagt. Het dichtstbijzijnde gevoelige object, Hareweg 16, ligt op een afstand van circa 85 meter van het dichtstbijzijnde emissiepunt. Lakeweg 7a maakt onderdeel uit van de inrichting. Uit de ‘Handreiking fijn stof en veehouderijen’ blijkt dat dit als NIBM kan worden beschouwd. Geluid De uitbreiding en wijziging van het bedrijf zal een zeer geringe wijziging van de geluidemissie met zich mee brengen. In de vergunning zullen geluidsvoorschriften worden opgenomen om de omgeving te beschermen tegen geluidsoverlast. Hierbij wordt aangesloten bij de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. (Volks)gezondheid Zie hiervoor ook hoofdstuk 4.11 van de notitie. Uit de notitie blijkt dat er maatregelen worden getroffen om de insleep en verspreiding van ziektekiemen te voorkomen. Deze maatregelen zijn afdoende.
OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle 0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G Zaaknummer: Z2021-00013981 / Locatie: Lakeweg 7 te IJsselham Overig Er zijn in de invloedssfeer van de inrichting ten opzichte van de andere gebieds- typeringen geen verdere bijzondere omstandigheden, die bijzondere nadelige gevolgen hebben in het kader van het milieu. 3. CONCLUSIE Uit de toetsing blijkt dat de gevraagde activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Daarom is er geen milieueffectrapport nodig. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de ‘M.e.r.-aanmeldnotitie’ ten behoeve van het melkveebedrijf R.S. Bos, Lakeweg 7 te IJsselham. De ‘M.e.r.-aanmeldnotitie’ is opgesteld door “Rensen Milieu Advies v.o.f.”, gedateerd 25 november 2021. Deze notitie is ingeboekt onder Z2021-00013981. Digitale Watertoets 07-03-2022, 10:14 Pagina 1 van 6 https://dewatertoets.nl Resultaat van de check gedaan op 07-03-2022 Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces. VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
normale procedure 2. Advies B watergangen (schouwsloten) 3. Advies verharding OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
Digitale Watertoets 07-03-2022, 10:14 Pagina 2 van 6 https://dewatertoets.nl VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1. Gaat het om een plan met uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing? nee 2. Is er sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden (ve) of in het stedelijk gebied van 30 ve? nee 3. Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee 4. Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2? ja 5. Is het plan onderdeel van een grotere ruimtelijke ontwikkeling? nee 6. Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee 7. Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee 8. Vindt er een lozing plaats op oppervlaktewater? nee 9. Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats? nee 10. Invloedszone A-watergangen nee Digitale Watertoets 07-03-2022, 10:14 Pagina 3 van 6 https://dewatertoets.nl 11. Beekdalen nee 12. Milieuzonering RWZI nee 13. Invloedszone Grote Rivieren nee 14. Invloedszone Vecht nee 15. Zone persleiding nee 16. Beschermingszone waterkering nee 17. Primaire Watergebieden en bergingsgebieden nee 18. Invloedszone B watergangen ja 19.
Invloedszone overige keringen nee 20. overstroombaar_gebied nee 21. Grondwaterbeschermingsgebied drinkwater nee Digitale Watertoets 07-03-2022, 10:14 Pagina 4 van 6 https://dewatertoets.nl 1. normale procedure Voor uw plan moet u de normale procedure volgen. Wat moet ik doen? "WIJ VERZOEKEN U OM IN TE LOGGEN OM DE PROCEDURE AF TE RONDEN. HIERDOOR IS UW PLAN OOK AANGEMELD BIJ HET WATERSCHAP! Momenteel wordt de standaard waterparagraaf 'Normale procedure' nog niet meegezonden met uw aanmeldgegevens. We verzoeken u in het hoofdscherm de 'pdf' met het advies te downloaden ten behoeve van uw eigen administratie. Geachte heer / mevrouw, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat belangen van het waterschap worden geraakt. U volgt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken na indiening neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact met u op en ontvangt u een uitgangspuntennotitie. Deze notitie ontvangt u op het door u opgegeven emailadres. In de uitgangspuntennotitie vindt u meer informatie over de bestaande waterhuishouding en vindt u concrete uitgangspunten voor uw plan. Wij adviseren u deze uitgangspunten te verwerken in uw plan. Over het vervolg van het watertoetsproces vindt u in de uitgangspuntennotitie meer informatie.
Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie DETAILS Digitale Watertoets 07-03-2022, 10:14 Pagina 5 van 6 https://dewatertoets.nl 2. Advies B watergangen (schouwsloten) Uw plangebied raakt een B-watergang (schouwsloot). Wat moet ik doen? In het plan bevindt zich een B-watergang. B-watergangen (of schouwsloten) hebben een belangrijke functie voor de waterafvoer- en berging. Deze watergangen staan op de legger van het waterschap en de Keur is van toepassing. Volgens de Keur zijn alle activiteiten die plaatsvinden in, op of langs watergangen van het waterschap vergunningsplichtig. Voor minder ingrijpende activiteiten hebben zijn algemene regels vastgesteld. Hierdoor kan er sprake zijn van vrijstelling of hoeven deze activiteiten alleen te worden gemeld. Er is in het plan rekening gehouden met de Keur van het waterschap. Er wordt tijdig melding gemaakt of een vergunning aangevraagd. Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie DETAILS Digitale Watertoets 07-03-2022, 10:14 Pagina 6 van 6 https://dewatertoets.nl 3.
Advies verharding U realiseert meer dan 1500 m2 aan verharding Wat moet ik doen? In het plan vindt een grote toename aan verharding plaats. Dit kan effect hebben op de werking van het watersysteem in de omgeving van het plangebied. Wij gaan graag tijdig met u in overleg over de wijze waarop in het plangebied wordt omgegaan met hemelwater dat afstroomt van dit verharde oppervlak. Zo wordt wateroverlast nu en in de toekomst voorkomen. Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie DETAILS Document1 Pagina 1 van 5 UITGANGSPUNTENNOTITIELakeweg 7-8 IJsselham Het plan ligt aan de Lakeweg 7-8 IJsselham in de gemeente Steenwijkerland. Het beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta, is beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021 en de Beleidsnotitie stedelijk waterbeheer Water Raakt! (2015). Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is tevens afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd. De initiatiefnemer heeft het plan als volgt omschreven: Uitbreiden van agrarisch bedrijf nr 7, en wijzigen bestemming nr 8 naar Wonen. 1. Doel en inhoud van het document Het doel van de uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase van een plan bruikbare informatie aan te leveren voor de waterhuishouding in en rond het plangebied.
Dit kan worden opgenomen in de waterparagraaf van het inrichtingsplan, bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. De uitgangspuntennotitie bevat: • de bestaande waterhuishouding van het plangebied (paragraaf 2); • concrete uitgangspunten voor het plan op basis waarvan u de waterhuishouding kunt regelen (paragaaf 3) en • informatie over het vervolg van de watertoets en de uiteindelijke beoordeling van het waterschap in het kader van de watertoets (paragraaf 4). 2. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied Boezem NW. Rond het plangebied liggen PRIMAIRE A WATERGANGEN / SECUNDAIRE B WATERGANGEN die in het beheer van het waterschap zijn. Het peilgebied heeft een Beschikbare gegevens Sommige gegevens die u kunt gebruiken voor het plan, zijn digitaal beschikbaar. Hieronder vindt u een omschrijving van verschillende gegevens. Legger oppervlaktewater en waterkeringen waterschap Op de website van het waterschap vindt u een geoportaal met de legger van het waterschap. De legger bestaat uit kaarten en tabellen met de volgende gegevens: • de locatie van wateren en dijken; • de eisen (vorm en afmetingen) waaraan wateren en dijken moeten voldoen; • de ruimte die we rond de dijken reserveren voor toekomstige dijkversterkingen; • wie het onderhoud moet uitvoeren.
(indien onderhoudsplichtige niet is opgenomen, geldt de Keur) ArcGIS Online Het waterschap heeft diverse gegevens ontsloten via het webportaal van ArcGIS Online. Zoek op naar ‘wdodelta’ en u vindt alle beschikbare gegevens. Klimaatatlas waterschap Drents Overijsselse Delta Via de klimaatatlas kunt u de lokale situatie voor neerslag en hitte in het stedelijk gebied zien. Deze gegevens geven een goed inzicht in mogelijke risico’s bij hoosbuien of extreme hitte. De klimaatatlas kan helpen om bestaande risico’s of risico’s die voortkomen uit de ruimtelijke ontwikkeling te minimaliseren. Daarnaast zijn in samenwerking met gemeenten en de provincie klimaatatlassen ontwikkeld die een breder beeld geven van de gevolgen van klimaatverandering: • Fluvius (Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel) • RIVUS (West-Overijssel) Algemene Hoogtekaart Nederland Om een indicatief beeld van de hoogteligging van het plan te krijgen adviseren we om gebruik te maken van de Algemene Hoogtekaart Nederland. U kunt op deze site uw locatie aanwijzen om de exacte hoogte te bepalen. Bodem en grondwaterstanden provincie Overijssel Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van de provincie Overijssel. Bodem en grondwaterstanden provincie Drenthe Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van de provincie Drenthe.
Document1 Pagina 2 van 5 maximumpeil van NAP -1.45 m. Dit peil is de instelhoogte van het kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte. Figuur 1 Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied. 3. Uitgangspunten voor het plan op inrichtingsniveau De uitgangspunten die in deze paragraaf worden benoemd, moeten zichtbaar worden verwerkt in het plan. Dat houdt in dat de initiatiefnemer in de waterparagraaf aangeeft hoe wordt omgegaan met de uitgangspunten en op welke wijze deze worden vertaald naar het plangebied. De initiatiefnemer is vrij te bepalen op welke wijze wordt voldaan aan de uitgangspunten. Eventueel kan over maatregelen advies worden gevraagd aan het waterschap. Indien noodzakelijk worden de uitgangspunten vertaald naar de plankaart (bijvoorbeeld waterberging) en de planregels. Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. • Watergangen: Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een primaire A-watergang en/of secundaire B-watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven.
Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de In deze uitgangspuntennotitie worden de volgende thema’s behandeld: <invullen o.b.v relevante thema’s voor specifieke aanvraag> • Watersysteem • Wateroverlast • Waterkwaliteit Deze uitgangspunten zijn hieronder nader uitgewerkt. Het integraal overnemen van onderstaande uitgangspunten zonder verdere onderbouwing is niet voldoende! Alleen plannen waarin de uitgangspunten goed zijn vertaald kunnen in de vervolgfase van het bestemmingspl an door het waterschap worden beoordeeld. Document1 Pagina 3 van 5 Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. o Primaire A-watergangen (>25 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): watergangen waar het waterschap verantwoordelijk is voor de inrichting en het onderhoud. o Secundaire B-watergangen (>10 L/s afvoer en <25 L/s gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): waterschap is verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer, maar de grondgebruikers zijn verantwoordelijk voor het onderhoud (eigenaar is onderhoudsplichtig). In de B-watergangen is een bepaalde vorm van toezicht door het waterschap mogelijk (schouw). • C-watergangen: hier zijn de grondgebruikers verantwoordelijk voor de inrichting en ze doen zelf het onderhoud.
Er geldt geen onderhoudsverplichting en het waterschap houdt geen toezicht of onderhoud goed wordt uitgevoerd. Wijzigingen aan het watersysteem • Dempen of graven wateren: Voor het dempen, verleggen of graven van wateren (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het dempen van watergangen (of greppels dieper dan 40 cm) dient gecompenseerd te worden. Vooroverleg voor het aanvragen van een vergunning wordt geadviseerd. Het waterschap neemt nieuwe primaire A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld of deze nieuwe watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria1. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot water-op-straat of wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast.
Er wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: • het benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; • het gescheiden houden van hemelwater; • de capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; • de eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. Compensatie nieuwbouw plannen Voor kleine plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. In het plan wordt een verhard oppervlak van circa 4000 m2 gerealiseerd. Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van circa 400 m2 wordt aangelegd waarin maximaal 30 cm peilstijging is toegestaan. Geadviseerd wordt om de waterberging te ontwerpen op basis van een vertraagde afvoer of infiltratie, afhankelijk van de mogelijkheden in het plangebied. Grondwateroverlast • Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden, adviseren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimteloos bouwen of het (2) ophogen van het plangebied.
• Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een aanleghoogte van de vloer geadviseerd van minimaal 80 cm ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. Waterkwaliteit 1 Hierover vindt nadere afstemming plaats met het waterschap Document1 Pagina 4 van 5 Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Afvoer hemelwater • Kwaliteit afvoer hemelwater: Als de keuze wordt gemaakt om het hemelwater af te voeren op oppervlaktewater dan mag alleen schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken of woonerven) direct worden afgevoerd. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen.
Licht vervuild hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater. Bij aanleg van bedrijventerreinen, wegen met een hoge verkeersbelasting, parkeerterreinen, marktpleinen, winkelstraten en tunnels dient de mogelijkheid voor lozing van hemelwater op open water met het waterschap te worden afgestemd. Verontreiniging • Microverontreiniging: Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen leiden. • Agrarische terrein: de inrichting van het agrarische terrein moet dusdanig zijn dat een overmatige toevoer van stikstof en/of fosfaat naar het watersysteem wordt voorkomen. Er wordt onder andere rekening gehouden met bemestings- en spuitvrije zones langs watergangen. • Schoonmaakmiddelen en waterkwaliteit: Alle toegelaten schoonmaakmiddelen zijn milieuvriendelijk, maar mogen niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater worden geloosd. Formeel is daar een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig. Een watervergunning wordt niet verleend wanneer een riolering in de buurt aanwezig is.
De voorkeursvolgorde voor afvalwaterstromen is als volgt: o Indien aanwezig moet de afvalwaterstoom van reinigingswater met schoonmaakmiddel op de riolering worden geloosd; o Het opvangen van het afvalwater en de afvoer per as naar een riolering; o Lozing op het oppervlaktewater en/of infiltratie in de bodem via een bodempassage. Riolering Optimaliseren aanvoeren afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en beperken van riooloverstorten op het oppervlaktewater. Beleid en regelgeving • Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan wordt rekening gehouden met het gemeentelijke rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater worden op de perceelgrens gescheiden aangeboden. Eventueel geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). • Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater: Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu worden teruggebracht (afkoppelen). Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om daar waar mogelijk, het hemelwater oppervlakkig af te voeren en te infiltreren in de bodem.
Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. • Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich moet ontdoen) op oppervlaktewater vanuit een woning of een (agrarisch) bedrijf gelden de volgende regels: o Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het “Besluit lozing afvalwater huishoudens” (Blah). Uitgangspunt is dat het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel wordt geloosd. Indien niet mogelijk is, moet een voorziening worden aangelegd die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. o Voor lozingen van afvalwater van een (agrarisch) bedrijf geldt het “Activiteitenbesluit”. Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi). Document1 Pagina 5 van 5 4. Vervolg watertoets en beoordeling Informeel overleg over de uitgangspunten Dit document geeft u handvatten om uitvoering te geven aan de waterhuishouding. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt.
Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterhuishouding in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Het waterschap denkt graag met u mee! Beoordeling en officieel wateradvies Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u deze ter beoordeling naar het waterschap. In de meeste gevallen geeft het waterschap haar wateradvies in het vooroverleg zoals dat bedoeld is in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Het waterschap kan alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij een bestemmingsplan beoordelen op basis van de toelichting, de planregels en de verbeelding. Alleen de waterparagraaf geeft ons onvoldoende informatie. Controle op het watertoetsproces Het waterschap controleert of het wateradvies is opgenomen in het plan. Afhankelijk van het moment waarop ons wateradvies is gegeven, gebeurt dat op basis van het voorontwerp of het ontwerp bestemmingsplan. Geldigheid van het uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van de beleidsregels van het waterschap. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.
Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor eventueel een verlenging met nogmaals 1 jaar. Heeft u een watervergunning nodig op grond van de Waterwet? Het wateradvies dat uiteindelijk wordt afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Keur, of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een watervergunning aanvragen op onze website: www.wdodelta.nl. De aanvraag zal getoetst worden aan het dan vastgestelde beleid. In de uitgangspunten (paragraaf 2) is aangegeven waar mogelijk een watervergunning voor moet worden aangevraagd. © Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door Tineke Koch op 29 april 2022. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over de watertoets op de website van het waterschap.
Vergunningplichtige activiteiten volgens de Keur: • Activiteiten in, onder of boven een waterstaatswerk • Activiteiten in de beschermingszone of profiel van vrije ruimte van een waterstaatswerk (te raadplegen op de website): o Voor watergangen: 5 m uit de insteek o Voor waterkeringen: breedte variabel • Graven van een oppervlaktewaterlichaam • Dempen van een oppervlaktewaterlichaam • Lozen van water in of onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam o Op basis van de Algemene Regels bestaat vrijstelling (zonder meldplicht) mits aan de volgende criteria wordt voldaan: - De lozing veroorzaakt benedenstrooms geen wateroverlast voor derden - De lozing wordt gestaakt wanneer dit voor het waterbeheer noodzakelijk is. • Het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam • Onttrekken of infiltreren van grondwater • Ontwateren met drainagemiddelen beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland – 18 juni 2013 Bijlage 2. bij de regels Staat van bedrijfsactiviteiten Inleiding Voornaamste criterium voor het al dan niet toelaten van bedrijfsactiviteiten is dat be - drijven qua omvang en aard passen binnen de kern, geen oneven redige toename van het aantal verkeersb ewegingen kan plaatsvinden en geen ver groting van de milieu belasting optreedt.
Aan de vestiging van groot schalige industriële bedrij ven, tran sportbedrijven, groothan - delsbedrijven en bedrij ven met detailhandel in volumineuze goederen , toonza len, bouw- en sloopbedrijven, grootschalige ho reca-activiteiten en bedrijfsactiviteiten die naar aard en invloed op de functies en waarden van het landelijk gebied hiermee zijn te verge lijken, wordt geen me dewerking verleend. Deze dienen zich op een da artoe ingericht bedrijven - terrein te vestigen. De toegesneden lijst is tevens getoetst aan de ge deeltelijke ligging in het grond - waterbeschermingsgebied. Indeling De staat “bedrijfstypen: bedrijven” omvat de bedrijfstypen met de desbetreffende SBI - codes. Voor elk bedrijfstype zijn kenmerken zoals afstanden tot een rustige woonwijk weergegeven. De weergegeven kenmerken zijn van toepassing op ‘g emiddelde’, moderne bedrijven binnen een bedrijfstype. Hierbij is rekening geho uden met de normaliter bij deze bedrijven voorkomende opslagen en installaties. Het komt echter ook voor dat bedrijven opslagen of installaties hebben, die anders dan ‘normaal’ zijn voor die bedrijven. Voor die gevallen is de staat “bedrijfstypen: opslagen en installaties” opgesteld.
Richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de richtafstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aa nvaarde normen houden. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gekozen: - Het betreft ‘gemiddelde’ nieuwe bedrijven met voor nieuwe bedrijven gangbare voorzieningen binnen het gedefinieerde bedrijfstype. - Het betreft woningen in een rustige woonwijk met weinig verkeer. De afstand geldt in principe tussen de perceelgrens van het bedrijf (bij een gangbare perceelsgrootte en -indeling) en anderzijds de gevel van een woning. NL.IMRO.1708.BuitengebiedSTWBV-VA01 De volgende afstanden worden gehanteerd: 10, 30, 50, 100, 200, 300, 500, 700, 1000, 1500m. Achter de afstand voor geluid is -waar van toepassing - de letter C van continu opgenomen. Hiermee is dan aangegeven dat de meeste bedrijven binnen het desbetreffende bedrijfst ype continu dag en nacht in bedrijf zijn met die activite iten die (mede) bepalend zijn voor het geluidniveau. Achter de afstand voor geluid is -waar van toepassing - de letter Z van zonering opgenomen. Dit betreft bedrijven die zeer veel geluid produceren en als zodanig in het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit (IVB) bij de Wet milieubeheer zijn aangewezen.
De afstand voor het gevaar houdt verband met de mogelijke gevolgen van brand, explosies en de verspreiding van schadelijke stoffen voor mensen in de omgeving van bedrijven. Dit gevaar staat gelijk aan het begrip ‘externe veiligheid’. Grootste afstand In een aparte kolom is de grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar in de staat opgenomen. Van deze grootste afstand is de zogenaamde categorie afg eleid. Categorie De zogenaamde categorie loopt uiteen v an 1 tot en met 6 en is direct afgeleid van de grootste afstand: - categorie 1: grootste afstand 0 of 10 m; - categorie 2: grootste afstand 30 m; - categorie 3.1 en 3.2: grootste afstand 50 en 100 m; - categorie 4.1 en 4.2: grootste afstand 200 en 300 m; - categorie 5.1, 5.2. en 5.3: grootste afstand 500, 700 of 1000 m; - categorie 6: grootste afstand 1500 m. Toevoeging letter D: divers Bij de bepaling van de afstanden voor de onderscheiden bedrijfstypen is telkens uitgegaan van een ‘gemiddeld’ modern, nieuw bedrijf met gebruikelijke voorzi eningen. Er zijn echter ook bedrijfstypen, waar binnen individuele bedrijven een grote diversiteit bestaat. Dit dient tot uitdrukking in de afstanden te komen. In die gevallen is in de staat de letter D van ‘divers’ opgenomen.
beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland – 18 juni 2013 Indices voor verkeer en visuele hinder De aspecten verkeersaantrekkende werking en visuele hinder zijn kwalitatief b eoordeeld en weergegeven met een index. De index loopt uiteen van 1 tot en met 3, met de volgende betekenis: 1: potentieel geen of geringe emissie of hinder; 2: potentieel aanzienlijke emissie of hinder; 3: potentieel zeer ernstige emissie of hinder. Daarbij is bij verkeer onderscheid gemaakt tussen goederenvervoer (G) en personenvervoer (P). Indices bodem B. bodemverontreiniging De letter B is opgenomen indien een gemiddeld bedrijf binnen het genoemde b edrijfstype een verhoogde kans op bodemverontreiniging geeft. Indices lucht L: luchtverontreiniging Uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht kan in planologisch opzicht relev ant zijn. Indien dit aspect relevant kan zijn in relatie tot de in de staat genoemde grootste afstand, is de letter L vermeld. Er kunnen dan overwegingen zijn om de genoemde afstand te verhogen. Gebruikte afkortingen De volgende afkortingen worden in de staat gebruikt: - niet van toepassing of niet relevant < kleiner dan > groter = gelijk aan cat categorie e.d. en dergelijke kI, klasse n.e.g. niet elders genoemd o.c. opslagcapaciteit p.c. productiecapaciteit p.o. productieoppervlak b.o. bedrijfsoppervlak v.c.