Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8_ontwerp_1_Bijlagen_compressed.pdf
Tekst van het document
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald 5 km Projectberekening 5/12RkXwTB5ubwrT (23 januari 2022) Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd) Hoogste totale depositie (mol/ha/jr) Met toename (ha gekarteerd) Grootste toename (mol/ha/jr) Met afname (ha gekarteerd) Grootste afname (mol/ha/jr) Totaal 2.851,08 2.273,16 0,00 0,00 2.851,08 0,50 Per gebied Berekend (ha gekarteerd) Hoogste totale depositie (mol/ha/jr) Met toename (ha gekarteerd) Grootste toename (mol/ha/jr) Met afname (ha gekarteerd) Grootste afname (mol/ha/jr) Weerribben (34) 1.430,73 2.090,58 0,00 0,00 1.430,73 0,50 Drents-Friese Wold & Leggelderveld (27) 1.115,92 2.273,16 0,00 0,00 1.115,92 0,04 Rottige Meenthe & Brandemeer (18) 252,06 1.816,88 0,00 0,00 252,06 0,02 De Wieden (35) 47,11 2.182,00 0,00 0,00 47,11 0,01 Holtingerveld (29) 5,26 1.954,68 0,00 0,00 5,26 0,01 Projectberekening 6/12RkXwTB5ubwrT (23 januari 2022) beoogde situatie, Rekenjaar 2022 1 Landbouw | Stalemissies Naam Stal 1 Locatie 194033, 535943 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 1 Uittreedhoogte 5,7 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3
0,4 ton/j Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL- code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie A3.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) Overig 81 NH3 4,4 - 0,4 ton/j 2 Landbouw | Stalemissies Naam Stal 2 Locatie 194003, 535939 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 2 Uittreedhoogte 9,0 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 0,2 ton/j Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL- code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie A3.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) Overig 53 NH3 4,4 - 0,2 ton/j 3 Landbouw | Stalemissies Naam stal 3 Locatie 194002, 535960 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 3 Uittreedhoogte 5,2 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 0,6 ton/j Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL- code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie A1.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) Overig 46 NH3 13 - 0,6 ton/j Projectberekening 7/12RkXwTB5ubwrT (23 januari 2022) 4 Landbouw | Stalemissies Naam stal 4 Locatie 193962, 535939 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 4 Uittreedhoogte 8,1 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 1,6 ton/j Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL- code Aantal dieren Stof
Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie A1.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) Overig 126 NH3 13 - 1,6 ton/j 5 Landbouw | Stalemissies Naam Jongveestal B Lakeweg 8 Locatie 194057, 535827 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 5 Uittreedhoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL-code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie Salderen - 30% - 0 NH3 0 - 0,0 ton/j 6 Landbouw | Stalemissies Naam Boerderij A Lakeweg 8 Locatie 194061, 535844 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 6 Uittreedhoogte 4,0 m Warmteinhoud 0,000 MW Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL-code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie Salderen - 30 % - 0 NH3 0 - 0,0 ton/j 7 Landbouw | Stalemissies Naam Stal 5 Locatie 193928, 535912 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 7 Uittreedhoogte 8,1 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 0,5 ton/j Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL-code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie A1.10 - ligboxenstal met roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag, met mestschuif (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) BWL2010.31 72 NH3 7 - 0,5 ton/j Projectberekening 8/12RkXwTB5ubwrT (23 januari 2022) 9
Mobiele werktuigen | Landbouw Naam Gasolie verbruik Lakeweg 7 NOx 0,2 ton/j NH3 < 0,1 ton/j Naam Stageklasse Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik Stof Emissie Gasolie verbruik Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja 307 l/j 307 u/j 0 l/j NOx 0,2 ton/j NH3 < 0,1 ton/j Projectberekening 9/12RkXwTB5ubwrT (23 januari 2022) Vergund 2015, Rekenjaar 2022 1 Landbouw | Stalemissies Naam Stal 1 Locatie 194033, 535943 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 1 Uittreedhoogte 5,7 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 0,3 ton/j Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL- code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie A3.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) Overig 62 NH3 4,4 - 0,3 ton/j 2 Landbouw | Stalemissies Naam Stal 2 Locatie 194003, 535939 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 2 Uittreedhoogte 9,0 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 0,3 ton/j Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL- code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie A3.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) Overig 43 NH3 4,4 - 0,2 ton/j A3.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) Overig 29 NH3 4,4 - 0,1 ton/j 3 Landbouw | Stalemissies Naam stal 3 Locatie 194002, 535960 Wijze van ventilatie
Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 3 Uittreedhoogte 5,2 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 0,7 ton/j Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL- code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie A1.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) Overig 53 NH3 13 - 0,7 ton/j Projectberekening 10/12RkXwTB5ubwrT (23 januari 2022) 4 Landbouw | Stalemissies Naam stal 4 Locatie 193962, 535939 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 4 Uittreedhoogte 8,1 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 1,9 ton/j Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL- code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie A1.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) Overig 101 NH3 13 - 1,3 ton/j A1.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) Overig 46 NH3 13 - 0,6 ton/j 5 Landbouw | Stalemissies Naam Jongveestal B Lakeweg 8 Locatie 194057, 535827 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 5 Uittreedhoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 < 0,1 ton/j Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL- code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie A3.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) Overig 1 NH3 4,4 - < 0,1 ton/j 6 Landbouw
| Stalemissies Naam Boerderij A Lakeweg 8 Locatie 194061, 535844 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Dierverblijven Gebouw Gebouw 6 Uittreedhoogte 4,0 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 0,2 ton/j Diersoort RAV-code - Omschrijving BWL- code Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie A1.100 - overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) Overig 17 NH3 13 - 0,2 ton/j Projectberekening 11/12RkXwTB5ubwrT (23 januari 2022) 8 Mobiele werktuigen | Landbouw Naam Gasolie verbruik Lakeweg 7 NOx 0,2 ton/j NH3 < 0,1 ton/j Naam Stageklasse Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik Stof Emissie Gasolie verbruik Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 307 l/j 307 u/j 0 l/j NOx 0,2 ton/j NH3 < 0,1 ton/j 10 Mobiele werktuigen | Landbouw Naam Gasolie verbruik Lakeweg 8 NOx < 0,1 ton/j NH3 < 0,1 ton/j Naam Stageklasse Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik Stof Emissie Gasolie verbruik Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 102 l/j 102 u/j 0 l/j NOx < 0,1 ton/j NH3 < 0,1 ton/j Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie.
Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021_20220120_17380b1e Database versie 2021_17380b1e Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ Projectberekening 12/12RkXwTB5ubwrT (23 januari 2022) Quickscan natuurwaardenonderzoek In verband met uitbreiding stal en aanpassingen gevel Lakeweg 7 & 8 IJsselham Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 1 Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Uitbreiding stal & aanpassingen gevel Lakeweg 7 & 8 IJsselham Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700 Opdrachtgever: BJZ.nu Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna Projectnummer en versie: 3893 versie 1.0 Status: definitief Ligging plangebied: Lakeweg 7 & 8 te IJsselham Rapportdatum: 15-11-2021 Auteur: J. Martens Veldwerk uitgevoerd door: Ing. P. Leemreise
2 Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1 Inleiding .................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Het plangebied ......................................................................................................................... 5 2.1 Situering ................................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3 Voorgenomen activiteiten ........................................................................................................ 7 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 7 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ...............................................................................................................
7 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 7 Hoofdstuk 4 Toetsingskaders ........................................................................................................................ 9 4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 9 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................... 9 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ....................................................................................... 9 4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ................................................................... 10 Hoofdstuk 5 Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 11 5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 11 5.2 Natuurnetwerk Nederland .....................................................................................................................
11 5.3 Natura 2000 ............................................................................................................................................ 12 5.5 Slotconclusie ........................................................................................................................................... 13 Hoofdstuk 6 Soortenbescherming .............................................................................................................. 14 6.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 14 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 14 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 15 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep ............................................................................... 19 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 24 6.6 Volledigheid van het onderzoek .............................................................................................................
24 Hoofdstuk 7 Conclusies ............................................................................................................................... 25 3 SAMENVATTING Er zijn concrete plannen voor de realisatie van een uitbreiding van een stal aan de Lakeweg 7 en voor het uitvoeren van aanpassingen aan de zuidoostgevel van een woning aan de Lakeweg 8 te IJsselham, gemeente Steenwijkerland. Om de gew enste uitbreiding van de stal mogel ijk te maken, dient de begrenzing van het agrarisch bouwperceel gewijzigd te worden. Omdat overtreding van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten kan worden, is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming, Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitge voerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 1 2 november 2021 o nderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties.
Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natu ra 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, toename verkeer in gebruiksfase en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000 -gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot en negatief effect op Natura 2000-gebied. Er is hierbij geen rekening gehouden met het eventueel toenemen van het aantal dieren in deelgebied ‘Lakeweg 7’. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren in het deelgebied Lakeweg 7.
Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust - of voortplantingsplaats en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Het deelgebied Lakeweg 8 is niet geschikt als foerageergebied en verblijfplaats voor de verschillende diersoorten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten in deelgebied Lakeweg 7 worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een (vaste) rust- en voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie beschadigd en of verni eld. Voor de beschermde grondgebonden zoogdiersoorten en amfibieën, die een (vaste) rust - en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor diverse diersoorten af in het deelgebied Lakeweg 7. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.
Wettelijke consequenties samengevat: • Geen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën doden; 4 HOOFDSTUK 1 INLEIDING Er zijn concrete plannen voor de realisatie van een uitbreiding van een stal aan de Lakeweg 7 en voor het uitvoeren van aanpassingen aan de zuidoostgevel van een woning aan de Lakeweg 8 te IJsselham, gemeente Steenwijkerland. Omdat overtreding van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten kan worden, is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming, Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, w orden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied.
Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het k ader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000 -gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland). Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De We t natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.
5 HOOFDSTUK 2 HET PLANGEBIED 2.1 Situering Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden die zijn gesitueerd aan de Lakeweg 7 en 8 in de buurtschap IJsselham, gemeente Steenwijkerland. De deelgebieden zijn aangrenzend van elkaar gelegen. Het ligt in het buitengebied ten noorden van het dorp Kalenberg en ten zuiden van de dorpskern Oldema rkt. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart. Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl). 2.2 Beschrijving van het plangebied Deelgebied Lakeweg 7 Dit de elgebied bestaat uit een ligboxenstal , agrarisch terrein, twee woningen, drie schuren, beplanting, gazon, een sloot, kuilvoerplaten en terreinverharding. De ligboxenstal beschikt over stenen buitengevels en is in de nok gedekt met een damwandplaat aan de zuidwestgevel. De zuidoostgevel is tevens bedekt met houten betimmering en aan de noordwestgevel is windbreekgaas aanwezig. Het dak is bedekt met golfplaten. Het deelgebied grenst ten noordoosten/oosten aan openbare ruimte en verder aan agrarische percelen. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het deelgebied aangegeven. Voor een impressie van het deelgebied wordt verwezen naar de fotobijlage.
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijnen aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
6 Deelgebied Lakeweg 8 Dit deelgebied bestaat uit een woning, erfverharding, grasland en bepla nting. De woning beschikt over enkelsteens bakstenen buitengevels. De dakbedekking bestaat aan de noordoostzijde uit riet bedekt met dakpannen en aan de zuidwestzijde uit golfplaten. Voor de dakspouw zijn vogelschroten toegepast. Verder is beplanting als boompjes, heg en klimbeplanting aanwezig en bestaat het deelgebied uit erfverharding en gazon. Het deelgebied grenst ten noorden aan een woonerf, ten oosten aan openbare ruimte en verder aan agrarische percelen. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het deelgebied aangegeven. Voor een impressie van het deelgebied wordt verwezen naar de fotobijlage. Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijnen aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
7 HOOFDSTUK 3 VOORGENOMEN ACTIVITEITEN 3.1 Algemeen Er zijn plannen om in het deelgebied Lakeweg 7 de huidige ligboxenstal uit te breiden. Daarnaast zijn plannen om in het dee lgebied Lakeweg 8 aanpassingen aan de zuid oostgevel uit te voeren. Er wordt in beide deelgebieden geen beplanting gerooid. Een verbeelding van het wenselijke eindbeeld ontbreekt voor beide deelgebieden. De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Uitbreiden stal; • Aanpassen zuidoostgevel; • Uitvoeren grondverzet. 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied.
We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust - en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten; 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het deelgebied Lakeweg 7 aan bebouwing, erfverharding en agrarische percelen.
Het deelgebied Lakeweg 8 grenst aan woonerf, openbare ruimte en agrarische perc elen. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden buiten het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op ee n dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De invloedsfeer is lokaal. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Deelgebied Lakeweg 7 De werkzaamheden zullen geen invloed hebben op het gehele deelgebied zoals is besproken in paragraaf 2.2. Zo vinden enkel werkzaamheden plaats ter plaatse van de ligboxenstal. Er wordt bijvoorbeeld geen beplanting gerooid. Hierdoor wordt het onderzoeksgebied verkleind naar de vermoedelijke locatie van de uitbreiding van de stal. Indien in dit rapport gesproken wordt over plangebied, wordt onderstaand onderzoeksgebied bedoelt (rode lijnen). 8 Begrenzing van het onderzoeksgebied; deze wordt met de rode lijnen aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl) Deelgebied Lakeweg 8 De werkzaamheden zullen geen invloed hebben op het gehele deelgebied zoals is besproken in paragraaf 2.2. Er vinden enkel werkzaamheden plaats aan de zuidoostgevel van de woning. Hierdoor wordt het onderzoeksgebied verkleind.
Indien in dit rapport gesproken wordt over plangebied, wordt onderstaand onderzoeksgebied bedoelt (rode lijnen). Begrenzing van het onderzoeksgebied; deze wordt met de rode lijnen aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl)
9 HOOFDSTUK 4 TOETSINGSKADERS 4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogel richtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben , zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.
In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de vo ortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of 10 • onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor ve rstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig. 4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks -, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd.
De EHS werd officiee l geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afwe ging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanz ien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel 11 HOOFDSTUK 5 GEBIEDSBESCHERMING 5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activ iteiten op Natura 2000- gebied en het Natuurnetwerk Nederland. 5.2 Natuurnetwerk Nederland Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd).
De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een ‘goede rui mtelijke ordening’ als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te mak en op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.
Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het ‘nee, tenzij’-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Overijssel . Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt. Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 560 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren.
Op onderstaande afbeelding wordt de liggin g van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. 12 Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met het rode marker aangeduid. Gronden die tot Natuurnetwerk Nederland behoren worden met de lichtgroene kleur op de kaart aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Beschermingsregime De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. 5.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel -)soorten.
De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000 -netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 560 meter afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Weerribben. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
13 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de lichtgroene en gele kleur aangeduid (bron: pdok.nl). Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten De uitvoering van fysieke activiteiten in een plangebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000 -gebied in de omgeving van een plangebied. Als gevolg van bouwwerkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverlies en aantasten hydrologie. Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal en gelet op de afstand tussen het plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000 - gebied is een negatief effect uitgesloten. Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Dat houdt in dat stikstofemissie welke ontstaat tijdens de ontwikkelfase, niet beoordeeld hoeft te worden op mogelijk negatieve effecten op Natura 2000-gebied. Wel dient de gebruiksfase beoordeeld te worden.
Beoordeling stikstof (gebruiksfase) Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied blijft gelijk. Het is onbekend of bij deelgebied ‘Lakeweg 7’ het aantal dieren toeneemt. Dit wordt niet getoetst in de quickscan. Kijkend naar het aantal verkeersbewegingen is het niet aannemelijk da t uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. 5.5 Slotconclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 -gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, toename verkeer in gebruiksfase en de afstand tussen het pl angebied en Natura 2000 -gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot en negatief effect op Natura 2000-gebied. Er is hierbij geen rekening gehouden met het eventueel toenemen van het aantal dieren in deelgebied ‘Lakeweg 7’.
14 HOOFDSTUK 6 SOORTENBESCHERMING 6.1 Verwachting en bureauonderzoek Uit de bureaustudie (bronnenonderzoek & NDFF) zijn geen veldbiologische gegevens naar voren gekomen die bruikbaar zijn voor deze studie. Het plangebied bestaat uit twee deelgebiede die zijn gesitueerd aan de Lakeweg 7 en 8 te IJsselham. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van sommige algemene en weinig kritische diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • vogels; • vleermuizen; • grondgebonden zoogdieren; • amfibieën. Overige soorten Het onderzoeksgebied is niet onderzocht op het voorkomen van beschermde faunasoorten als reptielen, libellen, vissen, dag - en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze s oorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen.
Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten. 6.2 Methode In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 1 2 november 2021 tijdens de daglichtperiode (ochtend) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora - en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x50) en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • veldbezoek door ervaren ecoloog; • aanvullend bronnenonderzoek (o.a. internet); • NDFF. Specifieke relevante literatuurbronnen zijn onder andere: • Atlas van de amfibieën en reptielen van Nederland; • Atlas van de zoogdieren van Nederland; • Nieuwe atlas van de Nederlandse flora. 15 Vogels Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is matig geschikt voor onderzoek naar (broed)vogels. Sommige vogels vertonen in deze tijd van het jaar nog wel territorium-indicerend gedrag (zingen/balts) of hebben een bezet nest (zoals houtduif en Turkse tortel), maar de meeste broedvogels hebben geen bezet nest meer en zomergasten hebben de broedplaats reeds verlaten.
Standvogels, zoals steenuil, kerkuil en huismus bevinden zich doorgaans nog wel op of in de directe omgeving van de nestplaats. In het plangebied is gekeken naar vogels, oude nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels. Grondgebonden zoogdieren Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren. De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek, maar matig geschikt voor onderzoek naar voortplantingslocaties. Grondgebonden diersoorten hebben doorgaans geen zogende jongen in deze tijd van het jaar, en de laatste geboren jongen hebben doorgaans de geboorteplek reeds verlaten. Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het onderzoeksgebied duiden zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen.
Vleermuizen De onderzoeksperiode is matig geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. Vleermuizen bezetten de winterrustplaatsen in deze tijd van het jaar. Er is in het plangebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- verblijfplaatsen van vleermuizen. Het plangebied is bezocht op een moment op de dag dat vleermuizen niet foerageren en geen lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute. De mogelijke betekenis van het plangebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied. Amfibieën De onderzoeksperiode is matig geschikt voor verspreidingsonderzoek naar amfibieën en ongeschikt voor onderzoek naar voortplantingswateren. Amfibieën bezetten de winterrustplaats in deze tijd van het jaar en zitten dan weggekropen in de sliblaag van open water of diep weggekropen in holen en gaten in de grond, of onder strooisel, bladeren, takken, rommel of opgeslagen goederen. Op basis van een beoordeling van landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor amfibieën en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar deze soorten.
Daarbij is tevens rekening gehouden met de ligging van het plangebied ten opzichte van het (normale) verspreidingsgebied van verschillende amfibieënsoorten. 6.3 Resultaten In deze paragraaf worden de resultaten van het veldbezoek gepresenteerd. Alleen soorten die in het onderzoeksgebied vastgesteld zijn, zeer waarschijnlijk in het onderzoeksgebied voorkomen of soorten waarvan het onderzoeksgebied een (essentieel) onderdeel van het functionele leefgebied vormt, worden in deze paragraaf besproken. 16 Deelgebied Lakeweg 7 Vogels Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied en nestelen er niet. Er zijn geen huismussen en oude nesten van huismussen in het plangebied waargenomen. Er zijn in het plangebied geen aanwijzingen gevonden dat steen- of kerkuil er een vaste rust- of nestplaats bezetten. Aanwezigheid van deze soorten in gebouwen is doorgaans gemakkelijk vast te stellen aan de hand van braakballen, schijtsporen en ruiveren. Daarnaast zijn geen sporen aangetroffen van een steenmarter. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vogel gedood of bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vogels af.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen. Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen, maar het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende algemene - en weinig kritische grondgebonden zoogdiersoorten als veldmuis, konijn en haas. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten veldmuizen er ook een vaste rust- en voortplantingsplaats. Deze soort k an een rust - en voortplantingsplaats bezetten in gaten en holen in de grond. Een geschikte plek voor egel om een vaste rust- of voortplantingsplaats te bezetten, ontbreekt in het plangebied. Het plangebied vormt geen functioneel leefgebied voor marterachtigen. Door het uitvoeren van grondverzet en het bebouwen van het terrein wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats beschadigd en vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Uitvoeren grondverzet; - Uitbreiden stal. Vleermuizen • Verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten.
De bebouwing beschikt weliswaar over luchtspouw maar er zijn geen invliegopeningen zoals open stootvoegen of ventilatieopeningen aangetroffen die vleermuizen de kans bieden een verblijfplaats te bezetten. Daarnaast was geen ruimte tussen de damwandplaat en de buitengevel aanget roffen. Verder zijn in het plangebied g een potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen, zoals een holle ruimte achter een boeiboord, windveer, loodslab, vensterluik, zonnewering of gevelbetimmering aangetroffen. Door het uitvoeren van de voor genomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen. 17 • Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als ongeschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Zo is geen beplanting in of nabij het plangebied aanwezig. Door het uitvoeren van voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen niet af. Gelet op de inrichting , het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen. • Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorge nomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen. Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen , maar gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, w ordt het plangebied als functioneel leefgebied voor sommige algemene en weinig kritische amfibieënsoorten beschouwd. Amfibieën als bruine kikker en gewone pad benutten het plangebied als foerageergebied en bezetten er mogelijk een (winter)rustplaats in holen of gaten in de grond. De bebouwing is voor amfibieën niet toegankelijk om te betreden. Het plangebied wordt niet als functioneel leefgebied van zeldzame amfibieënsoorten als kamsalamander, rugstreeppad of poelkikker beschouwd. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het plangebied.
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rustplaats beschadigd of vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied van amfibieën af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Uitvoeren grondverzet; - Uitbreiden stal. Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken het plangebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten. Deelgebied Lakeweg 8 Vogels Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied niet als foerageergebied en er nestelen geen vogels in de gevel of het aansluitende dak. Zo kunnen vogels niet onder de dakpannen nestelen vanwege het aangebrachte vogelschroot (zie foto onder). 18 Vogelschroot onder de dakpannen voortkomt dat huismussen onder de dakpannen kunnen nestelen. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vogel gedood of bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vogels niet af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen.
Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen en het plangebied wordt niet beschouwd als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren. Het plangebied bestaat uit een zijgevel welke goed is afgesloten voor grondgebonden zoogdieren. Het plangebied vormt ook geen geschikt foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren. Door het uitvoeren van voorgenomen activiteiten wordt geen vaste rust - en/of voortplantingsplaats beschadigd en vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren niet af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen. Vleermuizen • Verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust - of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. De woning beschikt niet over luchtspouw. Daarnaast sluit de loodslab nauw aan op de dakpannen. Verder zijn in het plangebied g een potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen, zoals een holle ruimte achter een boeiboord, windveer, vensterluik, zonnewering of gevelbetimmering aangetroffen. Door het uitvoeren van de voorgen omen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen.
19 • Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als ongeschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Zo is geen beplanting in het plangebied aanwezig. Door het uitvoeren van voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen niet af. Gelet op de inrichting , het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen. • Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorge nomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen.
Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen en het plangebied wordt niet beschouwd als functioneel leefgebied voor amfibieën. Het plangebied vormt ook geen geschikt foerageergebied voor amfibieën. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen amfibie gedood en wordt geen (winter)rustplaats beschadigd of vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied van amfibieën niet af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen. Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken het plangebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten. 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Deellocatie Lakeweg 7 Vogels Door het uitvoeren van voorgenomen activiteiten wordt geen vogel verstoord of gedood en wordt geen bezet nest beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. 20 Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen.
Vleermuizen • Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen. • Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen. • Essentiële Vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes 1 van vleermuizen. Uitvoering van de voorg enomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.
Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen. Grondgebonden zoogdieren Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rust - of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling van het `beschadigen/vernielen van vaste rust - en voorplantingsplaatsen’. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt geen vrijstelling. Mits geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet v oorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
1 Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute. 21 Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen, mits er geen beschermde gedood worden. Amfibieën Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rustplaats en/of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. De in het plangebied voorkomende amfibieën mogen niet gedood worden. Voor het beschadigen/vernielen van de rust- en voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepa lingen. Om te voorkomen dat deze dieren (opzettelijk) gedood worden, dienen ze weggejaagd of weggevangen te worden en elders weer losgelaten te worden. Beschermde amfibieën mogen niet (opzettelijk) gedood worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode. Indien gekozen wordt om te werken volgens een Gedragscode, dient voldaan te worden aan de gestelde eisen en voorwaarden. Eén van de voorwaarden is, dat gewerkt moet worden buiten de kwetsbare periode.
Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen, mits er geen beschermde gedood worden. Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora - of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep Functie Beschermde soorten planlocatie Verbodsbepalingen (Wet natuurbescherming) Aandachtspunt Grondgebonden zoogdieren Foerageergebied Diverse soorten Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Geen Grondgebonden zoogdieren Vaste rust- en voortplantingsplaats Diverse soorten Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Geen Grondgebonden zoogdieren Doden van dieren Diverse soorten Art. 3.10 lid 1a Geen dieren doden, of ontheffing aanvragen Vogels Foerageergebied Diverse soorten Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m.
ruimtelijke ontwikkeling Geen Vogels Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vogels Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vogels Doden van dieren Niet van toepassing Niet van toepassing Geen Vleermuizen Rust- of voortplantingsplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vleermuizen Foerageergebied Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vleermuizen Vliegroute Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vleermuizen Doden van dieren Niet van toepassing Niet van toepassing Geen Amfibieën Foerageergebied Diverse soorten Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Geen Amfibieën Vaste rustplaats Diverse soorten Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Geen Amfibieën Voortplantingsplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Amfibieën Doden van dieren Diverse soorten Art. 3.10 lid 1a Geen dieren doden, of ontheffing aanvragen Overige soorten Dieren en overige functies Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Samenvatting van de wettelijke consequenties. 22 Soortgroep Vaste rust- plaats Voortplan- tingsplaats Vliegroute (vleermuizen) Essentieel foerageer- gebied Wettelijke consequenties Nader onderzoek vereist Ontheffing vereist Grondgebonden zoogdieren Ja Ja n.v.t. Nee Nee Nee Nee, tenzij dieren gedood worden Vogels Nee Nee n.v.t.