Beantwoording zienswijzen omg zonneweide ten noordwesten van Blokzijl d.d. 25-06-2024 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
De omstandigheid dat geen maatschappelijke draagvlak zou bestaan (als dit zou kloppen), betekent op zichzelf nog niet dat het zonnepark niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening (zie hierover de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4209, r.o. 23.2). 7.9 en 7.10 Lasten en lusten: Volgens de indiener worden de lasten en lusten van de komst van zonnepark De Hoop niet evenredig verdeeld. In verband daarmee wijst de indiener op de aansluiting van het zonnepark op het onderstation nabij Luttelgeest (in de gemeente Noordoostpolder). Het klopt dat de omwonenden door de komst van het zonnepark niet direct goedkopere elektriciteit kunnen afnemen. Dat komt omdat het elektriciteitsnet een open netwerk is. Verder is de prijs van elektriciteit voor omwonenden afhankelijk van de afspraken die zij hebben gemaakt met hun energieleverancier. De gemeente merkt op dat omwonenden niet alleen de lasten, maar ook de lusten kunnen ondervinden van zonnepark De Hoop, aangezien zij de mogelijkheid hebben om financieel te profiteren van de ontwikkeling van het zonnepark. Meer informatie over de mogelijkheid voor ‘financiële participatie’ leest u terug in het financieel participatieplan, dat als bijlage 11 bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd.
Van een onevenredige verdeling van de lasten en de lusten is geen sprake. De gemeente volgt de indiener niet in de redenering dat zij, of de inwoners van de gemeente Steenwijkerland, zouden (mee)profiteren van een aansluiting op een onderstation dat is gelegen binnen de eigen gemeente. 7.11 Congestie op het elektriciteitsnet: De indiener wijst op de ‘congestieproblematiek’ op het elektriciteitsnet. Door De gemeente neemt deze zienswijze ter kennisneming aan. De congestieproblematiek voor andere zonnepanelen-projecten levert geen reden op om de aanvraag om een Pagina 34 van 91 spanningsproblemen en een gebrek aan capaciteit op het elektriciteitsnet is er weinig ruimte voor de indiener om stroom door middel van zonnepanelen terug te leveren het elektriciteitsnet. Ondernemers en particulieren zouden niet kunnen aansluiten. omgevingsvergunning voor zonnepark De Hoop te weigeren. De aansluiting van zonnepark De Hoop op het elektriciteitsnet is een ‘uitvoeringsaspect’. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een uitvoeringsaspect slechts leiden tot een weigering van een aanvraag, als het op voorhand aannemelijk is dat het project waarop de aanvraag betrekking heeft niet kan worden uitgevoerd binnen de beoogde periode. Deze situatie doet zich hier niet voor. Zonnepark De Hoop kan op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Voor zonnepark De Hoop is een aansluiting gereserveerd op het onderstation in Luttelgeest. Dit is nader toegelicht op pagina 7 van de ruimtelijke onderbouwing en pagina 34 van het participatieverslag (dat als bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd). De indiener verduidelijkt ook niet waarom zonnepark De Hoop niet kan worden aangesloten op het elektriciteitsnet. De zienswijze van de indiener geeft ook anderszins geen aanleiding voor het oordeel dat de gemeente op voorhand in redelijkheid moet inzien dat zonnepark De Hoop niet kan worden uitgevoerd binnen de beoogde periode. 7.12 Waardeverlies: De indiener geeft aan te vrezen voor een negatieve impact van de komst van zonnepark De Hoop voor de verkoopbaarheid van de eigen woning. Zie beantwoording onder 1.5. 7.13 en 7.16 Gezondheid Volgens de indiener zal zonnepark De Hoop leiden tot onaanvaardbare gezondheidsgevolgen, mede vanwege de lichtschittering als gevolg van het zonnepark. Er is geen sprake van een onaanvaardbaar gezondheidsrisico. In een zonnepark is het belangrijk dat zo veel mogelijk licht door de zonnepanelen wordt opgenomen en wordt omgezet in elektrische energie. De absorptie van zonlicht dient zo hoog mogelijk te zijn terwijl de reflectie van zonlicht zo laag mogelijk dient te zijn. De zonnepanelen zijn voorzien Pagina 35 van 91 van een antireflectiecoating om dit te bewerkstelligen.
Hierdoor zijn zonnepanelen minder reflecterend en schitteren minder dan bijvoorbeeld een standaard raam. Op verzoek van de initiatiefnemer heeft adviesbureau ROM-3D een schitteringsonderzoek uitgevoerd. Hier is gekeken naar reflectie richting de woningen en het wegverkeer aangrenzend aan het gebied. Voor woningen is onderzoek gedaan naar schittering op ooghoogte op de begane grond en op de 1e verdieping. Voor het wegverkeer is gekeken naar ooghoogtes van automobilisten en vrachtwagenchauffeurs op de Kuinderdijk en N333 (Marknesserweg) in beide rijrichtingen. ROM-3D concludeert dat met de aanleg van de dijk met een hoogte van 1,5 met daar bovenop struweel met een hoogte van minimaal 2,75 meter, alle invloed van reflectie in de vorm van schittering wordt tegen gegaan. Omwonenden en wegverkeer zullen dus geen hinder ondervinden van reflectie afkomstig van zonnepark De Hoop. ROM-3D concludeert daarnaast, dat als de landschappelijke inpassing door dijk en struweel niet gerealiseerd zou worden, het optreden van reflectie zeer beperkt zal zijn en er zich nauwelijks hinder zal voordoen. De mogelijke hinder zou zich in dat geval alleen voordoen gedurende de lente- en zomerperiode en zich beperken tot maximaal 10 minuten in de vroege ochtend langs de Uiterdijkenweg en maximaal 15 minuten in de avond langs de Kuinderdijk.
Ook komt de reflectie met name uit de richting waar de zon op dat moment staat. Als men hinder ondervindt van de reflectie dan is de kans groot dat de zon dezelfde hinder veroorzaakt. De mate van hinder van het directe zonlicht is vele malen groter dan de mate van hinder van de reflectie. In de winterperiode is er geen risico Pagina 36 van 91 op reflectie op de hoogte van de woningen en wegverkeer. Aanvullend hierop dient opgemerkt te worden dat de struweelhaag zal bestaan uit een combinatie van Sleedoorn, Gelderse roos en Vuilboom. Dit creëert een dik begroeid takkenstelsel, waardoor de zonneweide zelfs in de winterperiode aan het oog onttrokken zal worden. Ook anderszins zijn geen gezondheidsgevolgen door de komst van zonnepark De Hoop te verwachten. De afstand tussen het zonnepark en woningen is zodanig groot, dat geluid- en stralingsgevolgen voor deze woningen (en de tuinen ervan) niet waarneembaar zijn en geen gezondheidsgevolgen kunnen hebben. 7.14 Financiële participatie: De indiener twijfelt of de gemeente kan garanderen dat het zonnepark voor een periode van 25 jaar in lokaal eigendom blijft. Zie beantwoording onder 2.8. 7.15 Gevolgen natuur: De indiener stelt dat zonnepark De Hoop onaanvaardbare gevolgen zal hebben voor de beschermde diersoorten in het nationaal park ‘Weerribben/Wieden’. Zie beantwoording onder 2.6.
7.17 Woon- en leefklimaat De indiener stelt dat zonnepark De Hoop leidt tot een onaanvaardbare verandering van het uitzicht vanuit de woning van omwonenden. Het klopt dat met de komst van zonnepark De Hoop de bestaande situatie zal veranderen (en mogelijk ook het zicht van de indiener vanuit de eerste verdieping van de woning van de indiener). Deze verandering heeft de gemeente betrokken in haar belangenafweging. In verband hiermee merkt de gemeente op dat het zonneparkproject voorziet in de opwek van duurzame elektriciteit voor (onder meer) de inwoners van Steenwijkerland en omwonenden en belangstellenden de mogelijkheid biedt om financieel te participeren in het project. Deze Pagina 37 van 91 algemene en/of collectieve belangen rechtvaardigen – naast het belang van de aanvrager – volgens het college de verandering van de bestaande situatie. Mede gelet op de inpassing van de zonneweide, ziet het college geen aanleiding voor het oordeel dat de optredende verandering van het uitzicht van de omwonenden in de weg staat aan verlening van de omgevingsvergunning. Naar het oordeel van de gemeente is geen sprake van een onaanvaardbare verandering van het woon- en leefklimaat van omwonenden of andere inwoners van de gemeente.
7.18 Brandveiligheid en CO2-uitstoot De indiener stelt dat het gebruik van niet- Europese materialen leidt risico op brandgevaar en een aanzienlijke uitstoot van CO2. De zienswijze geeft geen grond voor het oordeel dat sprake is van een onaanvaardbaar risico op brand. De constructieve veiligheid en brandveiligheid is beoordeeld aan de hand van de normen uit het Bouwbesluit 2012. Aan deze normen voldoet het zonnepark. De indiener maakt ook niet duidelijk, laat staan aannemelijk, waarom de brandveiligheid verkeerd door de gemeente zou zijn beoordeeld. De CO2-uitstoot die het gevolg is van de realisering van zonnepark De Hoop levert geen ruimtelijk relevante reden op om de omgevingsvergunning niet te verlenen. Hoewel de realisering van zonnepark De Hoop gepaard gaat met een zekere CO2-emissie (‘grijze elektriciteit’), zal het zonnepark zelf duurzame elektriciteit produceren (‘groene elektriciteit’). Conclusie De zienswijze van indiener 7 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 38 van 91 Indiener 8 Zienswijze Beantwoording 8.1 Brandveiligheid Volgens de indiener is er een risico dat brand zal ontstaan in het projectgebied met de komst van zonnepark De Hoop, mede vanwege het gebruik van niet-Europese materialen.
De indiener geeft aan dat een dergelijke brand grote gevolgen zal hebben voor mens en dier. De zienswijze geeft geen grond voor het oordeel dat sprake is van een onaanvaardbaar risico op brand. De constructieve veiligheid en brandveiligheid is beoordeeld aan de hand van de normen uit het Bouwbesluit 2012. Aan deze normen voldoet het zonnepark. De indiener maakt ook niet duidelijk, laat staan aannemelijk, waarom de brandveiligheid verkeerd door de gemeente zou zijn beoordeeld. 8.2 Waardeverlies: De indiener geeft aan te vrezen voor een negatieve impact van de komst van zonnepark De Hoop voor de verkoopbaarheid van de eigen woning. Zie beantwoording onder 1.5. 8.3 Vruchtbaarheid landbouwgronden De indiener stelt dat het projectgebied is gesitueerd op productieve vruchtbare landbouwgrond. Volgens de indiener moet de gemeente een herbeoordeling laten uitvoeren. Zie beantwoording onder 7.5. 8.4 Congestie op het elektriciteitsnet: De indiener wijst op de ‘congestieproblematiek’ op het elektriciteitsnet. Door spanningsproblemen en een gebrek aan capaciteit op het elektriciteitsnet is er weinig ruimte voor de indiener om stroom door middel van zonnepanelen terug te leveren het elektriciteitsnet. Ondernemers en particulieren zouden niet kunnen aansluiten. Zie beantwoording onder 7.11.
8.5 Woon- en leefklimaat De indiener stelt dat zonnepark De Hoop leidt tot een onaanvaardbare verandering van het uitzicht vanuit de woning van omwonenden. Zie beantwoording onder 7.17. Pagina 39 van 91 8.6 en 8.9 Gevolgen voor de omgeving. De indiener stelt dat het zonnepark zal leiden tot horizonvervuiling en dat dit in strijd is met de milieueffectenrapportage die is opgesteld in het kader van het omgevingsplan voor de gemeente Steenwijkerland. Hiernaast stelt de indiener dat het zonnepark een onaanvaardbare afbreuk zal doen aan de cultuurhistorische waarden en het open landschap. Het gebied (en de omgeving) zou degraderen volgens de indiener. Zie beantwoording onder 7.2. 8.7 Financiële participatie: De indiener twijfelt of de gemeente kan garanderen dat het zonnepark voor een periode van 25 jaar in lokaal eigendom blijft. Volgens de indiener moet de initiatiefnemer de toezeggingen over financiële participatie ten aller tijde moet nakomen, dus ook als het zonnepark om welke reden dan ook (tijdelijk) geen opbrengsten genereert en ook bij een eventuele doorverkoop van het zonnepark. Lokaal eigendom is een belangrijk streven in de energietransitie. Voor de gemeente Steenwijkerland is lokaal eigendom van belang voor het bereiken van een eerlijkere verdeling van de lusten en lasten. In het gemeentelijk beleid wordt uitgegaan van een minimum van 50% lokaal eigendom.
Dit kan worden ingevuld door eigendom door inwoners, lokaal gewortelde bedrijven of een combinatie daarvan. Bij de ontwikkeling van zonnepark De Hoop wordt gestreefd naar 100% lokaal eigendom. De gemeente merkt op dat zij (financiële) participatie door en bij omwonenden simpelweg niet kan afdwingen (zie hierover de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2812, r.o. 10.2). Verplichtingen over lokaal eigendom hebben dan ook het karakter van inspanningsverplichting (en dus niet van een resultaatsverplichting). In zoverre kan de gemeente ook niet garanderen dat het zonnepark altijd in lokaal eigendom zal zijn. Evenwel worden door de initiatiefnemer zeer veel inspanningen verricht om dit streven daadwerkelijk te bereiken. Meer informatie over deze inspanningen leest u terug in het financieel participatieplan, dat als bijlage 11 bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. Pagina 40 van 91 Kort en goed, kan de gemeente financiële participatie en toezeggingen niet afdwingen door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning. 8.8 Rijksbeleid en provinciaal beleid: Volgens de indiener mag de gemeente geen zonneparken op landbouwgronden meer toestaan vanwege de Kamerbrief van de demissionair Minister voor Klimaat en Energie van 6 juli 2023 (‘Zonnebrief’).
De indiener stelt hiernaast dat de provincie Overijssel het aanleggen van grote zonneparken op landbouwgrond niet toestaat. Hiermee zou onvoldoende rekening zijn gehouden bij het ontwerpbesluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Zie beantwoording onder 2.1. 8.10 Gelijkheidsbeginsel De indiener geeft aan dat de gemeente in strijd handelt met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door wél medewerking te verlenen aan zonnepark De Hoop, maar niet aan het zonnepark Eesveen. Zie beantwoording onder 7.3. 8.11 Zonneladder: De indiener geeft aan dat zonnepanelen geplaatst moeten worden op dak en niet op land. Zie beantwoording onder 5.1. 8.12 Enquête: De indiener geeft aan dat de gemeente ten onrechte geen enquête heeft uitgevoerd ten aanzien van de komst van een grootschalig zonnepark nabij Blokzijl. Hierdoor zou het onduidelijk zijn of er daadwerkelijk draagvlak zou zijn onder de inwoners van Blokzijl voor zonnepark De Hoop. Zie beantwoording onder 7.8. Pagina 41 van 91 8.13 en 8.14 Lasten en lusten: Volgens de indiener worden de lasten en lusten van de komst van zonnepark De Hoop niet evenredig verdeeld. In verband daarmee wijst de indiener op de aansluiting van het zonnepark op het onderstation nabij Luttelgeest (in de gemeente Noordoostpolder). Zie beantwoording onder 7.9.
8.15 Financiële participatie: De indiener twijfelt of de gemeente kan garanderen dat het zonnepark voor een periode van 25 jaar in lokaal eigendom blijft. Volgens de indiener moet de initiatiefnemer de toezeggingen over financiële participatie ten aller tijde moet nakomen, dus ook als het zonnepark om welke reden dan ook (tijdelijk) geen opbrengsten genereert en ook bij een eventuele doorverkoop van het zonnepark. Lokaal eigendom is een belangrijk streven in de energietransitie. Voor de gemeente Steenwijkerland is lokaal eigendom van belang voor het bereiken van een eerlijkere verdeling van de lusten en lasten. In het gemeentelijk beleid wordt uitgegaan van een minimum van 50% lokaal eigendom. Dit kan worden ingevuld door eigendom door inwoners, lokaal gewortelde bedrijven of een combinatie daarvan. Bij de ontwikkeling van zonnepark De Hoop wordt gestreefd naar 100% lokaal eigendom. De gemeente merkt op dat zij (financiële) participatie door en bij omwonenden simpelweg niet kan afdwingen (zie hierover de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2812, r.o. 10.2). Verplichtingen over lokaal eigendom hebben dan ook het karakter van inspanningsverplichting (en dus niet van een resultaatsverplichting). In zoverre kan de gemeente ook niet garanderen dat het zonnepark altijd in lokaal eigendom zal zijn.
Evenwel worden door de initiatiefnemer zeer veel inspanningen verricht om dit streven daadwerkelijk te bereiken. Meer informatie over deze inspanningen leest u terug in het financieel participatieplan, dat als bijlage 11 bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. Kort en goed, kan de gemeente financiële participatie en toezeggingen niet afdwingen door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning. Pagina 42 van 91 8.16 Gevolgen natuur: De indiener stelt dat zonnepark De Hoop onaanvaardbare gevolgen zal hebben voor de beschermde diersoorten in het nationaal park ‘Weerribben/Wieden’. Zie beantwoording onder 2.6. 8.17 Gezondheid Volgens de indiener zal zonnepark De Hoop leiden tot onaanvaardbare gezondheidsgevolgen, mede vanwege de lichtschittering als gevolg van het zonnepark. Zie beantwoording onder 7.13. 8.18 Brandveiligheid en CO2-uitstoot De indiener stelt dat het gebruik van niet- Europese materialen leidt risico op brandgevaar en een aanzienlijke uitstoot van CO2. De CO2-uitstoot die het gevolg is van de realisering van zonnepark De Hoop levert geen ruimtelijk relevante reden op om de omgevingsvergunning niet te verlenen. Hoewel de realisering van zonnepark De Hoop gepaard gaat met een zekere CO2-emissie (‘grijze elektriciteit’), zal het zonnepark zelf duurzame elektriciteit produceren (‘groene elektriciteit’).
Conclusie De zienswijze van indiener 8 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 43 van 91 Indiener 9 Zienswijze Beantwoording 9.1 en 9.10 Congestie op het elektriciteitsnet: De indiener geeft aan gevolgen te ondervinden van de ‘congestieproblematiek’ op het elektriciteitsnet. Door spanningsproblemen en een gebrek aan capaciteit op het elektriciteitsnet is er weinig ruimte voor de indiener om stroom door middel van zonnepanelen terug te leveren het elektriciteitsnet. De indiener geeft aan dat het onterecht voelt dat zonnepark De Hoop rendabel duurzame elektriciteit kan leveren aan het stroomnet, terwijl de zonnepanelen van de indiener zichzelf niet meer terugverdienen. Zie beantwoording onder 7.11. 9.2 Rijksbeleid en provinciaal beleid: Volgens de indiener mag de gemeente geen zonneparken op landbouwgronden meer toestaan vanwege de Kamerbrief van de demissionair Minister voor Klimaat en Energie van 6 juli 2023 (‘Zonnebrief’). De indiener stelt hiernaast dat de provincie Overijssel het aanleggen van grote zonneparken op landbouwgrond niet toestaat. Hiermee zou onvoldoende rekening zijn gehouden bij het ontwerpbesluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Zie beantwoording onder 2.1.
9.3 en 9.13 Gezondheid Volgens de indiener zal zonnepark De Hoop leiden tot onaanvaardbare gezondheidsgevolgen, mede vanwege de lichtschittering als gevolg van het zonnepark. Zie beantwoording onder 7.13. 9.4 Brandveiligheid Volgens de indiener is er een risico dat brand zal ontstaan in het projectgebied met de komst van zonnepark De Hoop, mede vanwege het gebruik van niet-Europese materialen. Zie beantwoording onder 8.1. Pagina 44 van 91 9.5 en 9.8 Gevolgen voor de omgeving. De indiener stelt dat het zonnepark zal leiden tot horizonvervuiling en dat dit in strijd is met de milieueffectenrapportage die is opgesteld in het kader van het omgevingsplan voor de gemeente Steenwijkerland. Hiernaast stelt de indiener dat het zonnepark een onaanvaardbare afbreuk zal doen aan de cultuurhistorische waarden en het open landschap. Het gebied (en de omgeving) zou degraderen volgens de indiener. Zie beantwoording onder 7.2. 9.6 Vruchtbaarheid landbouwgronden De indiener stelt dat het projectgebied is gesitueerd op productieve vruchtbare landbouwgrond. Volgens de indiener moet de gemeente een herbeoordeling laten uitvoeren. Zie beantwoording onder 7.5. 9.7 Enquête: De indiener geeft aan dat de gemeente ten onrechte geen enquête heeft uitgevoerd ten aanzien van de komst van een grootschalig zonnepark nabij Blokzijl.
Hierdoor zou het onduidelijk zijn of er daadwerkelijk draagvlak zou zijn onder de inwoners van Blokzijl voor zonnepark De Hoop. Zie beantwoording onder 7.8. 9.9 Lasten en lusten: Volgens de indiener worden de lasten en lusten van de komst van zonnepark De Hoop niet evenredig verdeeld. In verband daarmee wijst de indiener op de aansluiting van het zonnepark op het onderstation nabij Luttelgeest (in de gemeente Noordoostpolder). Zie beantwoording onder 7.9. 9.11 Maximale inleg: Er dient een maximum te worden gesteld aan de mate waarin grote investeerders kunnen participeren in zonnepark De Hoop. De mate waarin geparticipeerd wordt door niet- omwonenden is geen aspect van de goede ruimtelijke ordening. Om die reden kan de gemeente ook geen maximum stellen aan de Pagina 45 van 91 mate waarin grote investeerders kunnen participeren in zonnepark De Hoop. 9.12 Toezegging: Volgens de indiener moet de initiatiefnemer de toezeggingen over financiële participatie ten aller tijde moet nakomen, dus ook als het zonnepark om welke reden dan ook (tijdelijk) geen opbrengsten genereert en ook bij een eventuele doorverkoop van het zonnepark. Zie beantwoording onder 8.15. Conclusie De zienswijze van indiener 9 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning.
Pagina 46 van 91 Indiener 10 Zienswijze Beantwoording 10.1 Woon- en leefklimaat: De indiener stelt dat zonnepark De Hoop leidt tot een verandering van het uitzicht vanuit de slaapkamer van de woning van de indiener. De indiener vreest voor lichtschittering. Zie beantwoording onder 7.17. 10.2 Gezondheid: De indiener vreest voor lichtschittering als gevolg van het zonnepark. In dit kader merkt de indiener op dat de komst van zonnepark De Hoop zal leiden tot meer prikkers en om die reden negatieve gevolgen zal hebben op de ziekte van de indiener. Er is geen sprake van een onaanvaardbaar gezondheidsrisico als gevolg van lichtschittering. In een zonnepark is het belangrijk dat zo veel mogelijk licht door de zonnepanelen wordt opgenomen en wordt omgezet in elektrische energie. De absorptie van zonlicht dient zo hoog mogelijk te zijn terwijl de reflectie van zonlicht zo laag mogelijk dient te zijn. De zonnepanelen zijn voorzien van een antireflectiecoating om dit te bewerkstelligen. Hierdoor zijn zonnepanelen minder reflecterend en schitteren minder dan bijvoorbeeld een standaard raam. Op verzoek van de initiatiefnemer heeft adviesbureau ROM-3D een schitteringsonderzoek uitgevoerd. Hier is gekeken naar reflectie richting de woningen en het wegverkeer aangrenzend aan het gebied. Voor woningen is onderzoek gedaan naar schittering op ooghoogte op de begane grond en op de 1e verdieping.
Voor het wegverkeer is gekeken naar ooghoogtes van automobilisten en vrachtwagenchauffeurs op de Kuinderdijk en N333 (Marknesserweg) in beide rijrichtingen. ROM-3D concludeert dat met de aanleg van de dijk met een hoogte van 1,5 meter met daar bovenop een struweel met een hoogte van minimaal 2,75 meter, alle invloed van reflectie in de vorm van schittering wordt tegen gegaan. Omwonenden en wegverkeer zullen dus geen hinder ondervinden van reflectie afkomstig van zonnepark De Hoop. Pagina 47 van 91 ROM-3D concludeert daarnaast, dat als de landschappelijke inpassing door dijk en struweel niet gerealiseerd zou worden, het optreden van reflectie zeer beperkt zal zijn en er zich nauwelijks hinder zal voordoen. De mogelijke hinder zou zich in dat geval alleen voordoen gedurende de lente- en zomerperiode en zich beperken tot maximaal 10 minuten in de vroege ochtend langs de Uiterdijkenweg en maximaal 15 minuten in de avond langs de Kuinderdijk. Ook komt de reflectie met name uit de richting waar de zon op dat moment staat. Als men hinder ondervindt van de reflectie dan is de kans groot dat de zon dezelfde hinder veroorzaakt. De mate van hinder van het directe zonlicht is vele malen groter dan de mate van hinder van de reflectie. In de winterperiode is er geen risico op reflectie op de hoogte van de woningen en wegverkeer.
Aanvullend hierop dient opgemerkt te worden dat de struweelhaag zal bestaan uit een combinatie van Sleedoorn, Gelderse roos en Vuilboom. Dit creëert een dik begroeid takkenstelsel, waardoor de zonneweide zelfs in de winterperiode aan het oog onttrokken zal worden. Ook anderszins zijn geen gezondheidsgevolgen door de komst van zonnepark De Hoop te verwachten. 10.3 Waardeverlies: De indiener geeft aan dat de omwonenden recht hebben op een eerlijke vergoeding voor eventuele waardeverliezen die kunnen worden veroorzaakt door de realisering van zonnepark De Hoop. Zie beantwoording onder 1.5. Pagina 48 van 91 10.4 Vruchtbare landbouwgrond Volgens de indiener is zonnepark De Hoop gesitueerd op vruchtbare landbouwgrond. De indiener is hierop tegen en verwijst naar het actuele standpunt van de provincie en de (Rijks)overheid ten aanzien van zonneparken op landbouwgrond. Locatiekeuze: Het zonnepark past binnen het gemeentelijk onderzoek naar de geschiktheid van locaties voor zonneparken. Op 21 mei 2019 heeft de raad het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land” vastgesteld (online terug te vinden via de gemeentelijke website: www.steenwijkerland.nl/Inwoners/Duurzaam_St eenwijkerland/Gemeentelijk_beleid). Dit beleidskader is opgesteld om helder te krijgen “waar” en “hoe” zonnepanelen op land mogelijk zijn.
Daarbij is zorgvuldig gekeken welke locatie geschikt zijn voor de realisering van zonneparkprojecten en welke niet. Op de kaart ‘ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land’ heeft de raad verduidelijkt waar (onder verschillende voorwaarden) zonneparkprojecten kunnen worden toegestaan. Het zonnepark is gelegen binnen gebied 5, ‘overig gebied’. Binnen dit gebied zijn zonneparken toegestaan, mits de mogelijkheden om dakvlak(ken) of ruimte binnen bouwvlak(ken) te benutten voor zonnepanelen worden meegenomen. Dit laatste is gebeurd. Binnen dit project(gebied) zijn geen mogelijkheden om op dakvlakken van bebouwing zonnepanelen te plaatsen. Meer hierover leest u terug in paragraaf 4.3.2 van de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag. Over de locatiekeuze merkt de gemeente op dat het aan een aanvrager is om de projectlocatie te kiezen waarop zijn aanvraag betrekking heeft. Het is niet aan de gemeente om een locatie voor een zonneparkproject aan te dragen (zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:844, r.o. 10.2).
Als een project(locatie) op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van een alternatief alleen tot weigering van een aangevraagde omgevingsvergunning leiden vanwege het Pagina 49 van 91 bestaan van alternatieven, als vooraf duidelijk is dat dit alternatief tot een gelijkwaardig resultaat zal leiden en voor derden aanmerkelijk minder bezwaren oplevert (zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:415, r.o. 5.1). Die situatie doet zich hier niet voor. Zonnepark De Hoop is niet gesitueerd op vruchtbare landbouwgronden. Op pagina’s 6, 16 en 17 van het landschapsplan – bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing – is toegelicht dat de landbouwkundige waarde van de gronden van het projectgebied zeer beperkt is, ondanks de geoptimaliseerde verkaveling en de goede draagkracht. De ingepolderde strandvlakten en strandwallen zijn droge, voedselarme zandgronden. De gronden zijn vorige eeuw ontgonnen en hebben in de korte tijd slechts beperkte bodemvorming gehad. Om voldoende water beschikbaar te hebben voor de landbouwteelten en/of de graslanden moet er het gehele jaar water aangevoerd worden.
Daarbij is de bodem zo voedselarm dat intensieve bemesting vereist is om productie van gewassen en/of gras te verkrijgen Rijks- en provinciaal beleid In de zienswijze is niet verduidelijkt waarom de gemeente onvoldoende rekening zou hebben gehouden met het beleid van het Rijk en de provincie Overijssel over het toestaan van grondgebonden zonneparken. Hierover merkt de gemeente bovenal op dat het Rijk en de provincie Overijssel geen grondgebonden zonneparken verbieden. Volgens de beleidsuitgangspunten van het Rijk en de provincie Overijssel is de realisering van zonneparken op landbouwgrond toegestaan. Hoewel “zon op landbouwgrond” de minst gewenste keuze is voor de plaatsing van zonnepanelen, blijft het – ook in de documenten waarnaar de indiener verwijst – het volgens het Rijk en de provincie Overijssel Pagina 50 van 91 een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond, als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Met de voorwaarden waaronder zonneparken kunnen worden toegestaan is in dit geval voldoende rekening gehouden (ter vergelijking verwijst de gemeente naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3624, r.o. 14.3). Daarover het volgende.
De provincie Overijssel heeft op 21 april 2020 de “Handreiking zonnevelden” vastgesteld (online: www.overijssel.nl/media/qp3ff5qw/handreiking- zonnevelden_gec-ext.pdf). Met deze handreiking geeft de provincie richting aan de ontwikkeling van nieuwe zonneparken in de groene omgeving als aanvulling op de provinciale instructieregels over zonneparken, die zijn opgenomen in artikel 2.1.8.2 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017. In paragraaf 4.2 van de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd toegelicht dat zonnepark De Hoop in overeenstemming is met het provinciaal beleid en de provinciale instructieregels over zonneparken. De zienswijze geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. De aanvraag is afgestemd met de provincie. Daarbij heeft de provincie aangegeven dat de nieuwe provinciale regels over zonneparken niet zullen gelden voor zonnepark De Hoop. De aanvraag voor zonnepark De Hoop is ingediend voordat het voorbereidingsbesluit van provinciale staten van Overijssel over nieuwe regels voor zonneparken in werking is getreden. Dit voorbereidingsbesluit is om die reden niet van toepassing op de aanvraag. De gemeente merkt op dat de provincie geen zienswijze naar voren heeft gebracht tegen het ontwerpbesluit en dus klaarblijkelijk geen reden Pagina 51 van 91 ziet om te twijfelen aan de overeenstemming met de provinciale (instructie)regels.
De zienswijze van de indiener geeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat zonnepark De Hoop niet voldoet aan de toepasselijke provinciale regels over het toestaan van zonneparken op landbouwgrond. De Kamerbrief van 6 juli 2023 en de nieuwe afspraken over de “bestuurlijke verankering van de voorkeursvolgorde zon” geven eveneens geen reden om de omgevingsvergunning te weigeren. In verband daarmee merkt de gemeente op dat provinciale zonneladder, die is verankerd in de provinciale “Handreiking zonnevelden”, sterkt lijkt op de aangescherpte voorkeursvolgorde die recent is aangekondigd in de Kamerbrief van 6 juli 2023. Ook onder de aangescherpte voorkeursvolgorde is weliswaar “zon op landbouwgrond” de minst gewenste keuze, maar is het een (gekozen) optie om zonnepanelen – onder voorwaarden – toe te staan op landbouwgrond als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Aan deze motiveringseis is in dit geval voldaan (zie hieronder bij de bespreking van de zienswijze 4). Verder is van belang dat de aangescherpte voorkeursvolgorde uit de Kamerbrief van 6 juli 2023 niet van toepassing is bij de beoordeling van de aanvraag voor zonnepark De Hoop. De aangescherpte voorkeursvolgorde zal, voor zover nodig, eerst moeten worden verankerd in de provinciale (omgevings)verordeningen.
In de Kamerbrief is – op pagina 3 – bovendien aangegeven dat zonneparkprojecten waarvan de participatietrajecten al in een vergevorderd stadium zijn en niet (helemaal) conform de aangescherpte voorkeursvolgorde zon zijn vormgegeven, doorgang kunnen vinden. Omdat het participatietraject voor zonnepark De Hoop al in een vergevorderd stadium was ten tijde van de Kamerbrief van 6 juli 2023, kan deze Kamerbrief geen grond opleveren om de Pagina 52 van 91 aanvraag te weigeren, ongeacht of het zonnepark in overeenstemming is met deze aangescherpte voorkeursvolgorde. Conclusie De zienswijze van indiener 10 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 53 van 91 Indiener 11 Zienswijze Beantwoording 11.1 Zon op landbouwgrond: De indiener stelt dat zonneparken op landbouwgronden – zoals zonnepark De Hoop – volgens de regels van de provincie Overijssel niet kunnen worden toegestaan. Zie beantwoording onder 1.4. Conclusie De zienswijze van indiener 11 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning.
Pagina 54 van 91 Indiener 12 Zienswijze Beantwoording 12.1 Woon- en leefklimaat: De indiener stelt dat zonnepark De Hoop leidt tot een verandering van het uitzicht vanuit de slaapkamer van de woning van de indiener. De indiener vreest voor lichtschittering. Zie beantwoording onder 7.17. 12.2 Gezondheid: De indiener vreest voor lichtschittering als gevolg van het zonnepark. In dit kader merkt de indiener op dat de komst van zonnepark De Hoop zal leiden tot meer prikkers en om die reden negatieve gevolgen zal hebben op de ziekte van de indiener. Er is geen sprake van een onaanvaardbaar gezondheidsrisico als gevolg van lichtschittering. In een zonnepark is het belangrijk dat zo veel mogelijk licht door de zonnepanelen wordt opgenomen en wordt omgezet in elektrische energie. De absorptie van zonlicht dient zo hoog mogelijk te zijn terwijl de reflectie van zonlicht zo laag mogelijk dient te zijn. De zonnepanelen zijn voorzien van een antireflectiecoating om dit te bewerkstelligen. Hierdoor zijn zonnepanelen minder reflecterend en schitteren minder dan bijvoorbeeld een standaard raam. Op verzoek van de initiatiefnemer heeft adviesbureau ROM-3D een schitteringsonderzoek uitgevoerd. Hier is gekeken naar reflectie richting de woningen en het wegverkeer aangrenzend aan het gebied. Voor woningen is onderzoek gedaan naar schittering op ooghoogte op de begane grond en op de 1e verdieping.
Voor het wegverkeer is gekeken naar ooghoogtes van automobilisten en vrachtwagenchauffeurs op de Kuinderdijk en N333 (Marknesserweg) in beide rijrichtingen. ROM-3D concludeert dat met de aanleg van de dijk met een hoogte van 1,5 meter met daar bovenop een struweel met een hoogte van minimaal 2,75 meter, alle invloed van reflectie in de vorm van schittering wordt tegen gegaan. Omwonenden en wegverkeer zullen dus geen hinder ondervinden van reflectie afkomstig van zonnepark De Hoop. Pagina 55 van 91 ROM-3D concludeert daarnaast, dat als de landschappelijke inpassing door dijk en struweel niet gerealiseerd zou worden, het optreden van reflectie zeer beperkt zal zijn en er zich nauwelijks hinder zal voordoen. De mogelijke hinder zou zich in dat geval alleen voordoen gedurende de zomerperiode en zich beperken tot maximaal 10 minuten in de vroege ochtend langs de Uiterdijkenweg en maximaal 15 minuten in de avond langs de Kuinderdijk. In de winterperiode is er geen risico op reflectie op de hoogte van de woningen en wegverkeer. Aanvullend hierop dient opgemerkt te worden dat de struweelhaag zal bestaan uit een combinatie van Sleedoorn, Gelderse roos en Vuilboom. Dit creëert een dik begroeid takkenstelsel, waardoor de zonneweide zelfs in de winterperiode aan het oog onttrokken zal worden. Ook anderszins zijn geen gezondheidsgevolgen door de komst van zonnepark De Hoop te verwachten.
12.3 Waardeverlies: De indiener geeft aan dat de omwonenden recht hebben op een eerlijke vergoeding voor eventuele waardeverliezen die kunnen worden veroorzaakt door de realisering van zonnepark De Hoop. Zie beantwoording onder 1.5. 12.4 Vruchtbare landbouwgrond Volgens de indiener is zonnepark De Hoop gesitueerd op vruchtbare landbouwgrond. De indiener is hierop tegen en verwijst naar het actuele standpunt van de provincie ten aanzien van zonneparken op landbouwgrond. Zie beantwoording onder 10.4. Conclusie De zienswijze van indiener 12 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 56 van 91 Indiener 13 Zienswijze Beantwoording 13.1 Overgangsrecht: De indiener geeft aan dat in het ontwerpbesluit niet is ingegaan op de vraag op welke wijze het besluit op grond van het overgangsrecht moet worden getoetst. Zie beantwoording onder 4.1. 13.2 Welstand: Volgens de indiener is ten onrechte geen welstandstoets uitgevoerd. Zie beantwoording onder 4.2. 13.3 Ruimtelijke onderbouwing Royal HaskoningDHV: Volgens de indiener mag de gemeente zich niet baseren op het advies van Royal HaskoningDHV. Zie beantwoording onder 4.3.
13.4 Beleidskader: Het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land” is volgens de indiener verouderd en zou om die reden niet meer bruikbaar zijn voor de besluitvorming over zonneparkprojecten. Zie beantwoording onder 4.4. 13.5 Zon op dak: Volgens de indiener zou niet duidelijk zijn waarom binnen het projectgebied geen mogelijkheden bestaan om op dakvlakken zonnepanelen te plaatsen. Zie beantwoording onder 4.5 13.6 Opgave zonnepanelen: De opgave van 125 hectare aan zonnepanelen zou volgens de indiener worden overschreden. Zie beantwoording onder 4.6. Pagina 57 van 91 13.7 Instandhoudingstermijn: Er zou geen grondslag zijn om een omgevingsvergunning te verlenen voor de realisering van een zonnepark voor de periode van 25 jaar. Zie beantwoording onder 4.7. 13.8 Provinciaal beleid: De aanvraag past volgens de indiener niet binnen de uitgangspunten van het huidig provinciaal beleid. Zie beantwoording onder 4.8. 13.9 Lusten en lasten: Het verdelen van de lusten en lasten is geen ruimtelijk criterium. De gemeente zou in strijd met de wet handelen door deze voorwaarde te stellen aan zonnepark De Hoop. Zie beantwoording onder 4.9. 13.10 Participatie De indiener stelt dat geen juiste participatie heeft plaatsgevonden. Zie beantwoording onder 1.3. 13.11 Overige opmerkingen: De indiener plaatst enkele overige opmerkingen.
Deze zienswijzen worden ter kennisgeving met de gemeente gedeeld. Zie beantwoording onder 4.11. Conclusie De zienswijze van indiener 13 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 58 van 91 Indiener 14 Zienswijze Beantwoording 14.1 Overgangsrecht: De indiener geeft aan dat in het ontwerpbesluit niet is ingegaan op de vraag op welke wijze het besluit op grond van het overgangsrecht moet worden getoetst. Zie beantwoording onder 4.1. 14.2 Welstand: Volgens de indiener is ten onrechte geen welstandstoets uitgevoerd. Zie beantwoording onder 4.2. 14.3 Ruimtelijke onderbouwing Royal HaskoningDHV: Volgens de indiener mag de gemeente zich niet baseren op het advies van Royal HaskoningDHV. Zie beantwoording onder 4.3. 14.4 Beleidskader: Het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land” is volgens de indiener verouderd en zou om die reden niet meer bruikbaar zijn voor de besluitvorming over zonneparkprojecten. Zie beantwoording onder 4.4. 14.5 Zon op dak: Volgens de indiener zou niet duidelijk zijn waarom binnen het projectgebied geen mogelijkheden bestaan om op dakvlakken zonnepanelen te plaatsen. Zie beantwoording onder 4.5 14.6 Opgave zonnepanelen: De opgave van 125 hectare aan zonnepanelen zou volgens de indiener worden overschreden.
Zie beantwoording onder 4.6. Pagina 59 van 91 14.7 Instandhoudingstermijn: Er zou geen grondslag zijn om een omgevingsvergunning te verlenen voor de realisering van een zonnepark voor de periode van 25 jaar. Zie beantwoording onder 4.7. 14.8 Provinciaal beleid: De aanvraag past volgens de indiener niet binnen de uitgangspunten van het huidig provinciaal beleid. Zie beantwoording onder 4.8. 14.9 Lusten en lasten: Het verdelen van de lusten en lasten is geen ruimtelijk criterium. De gemeente zou in strijd met de wet handelen door deze voorwaarde te stellen aan zonnepark De Hoop. Zie beantwoording onder 4.9. 14.10 Participatie De indiener stelt dat geen juiste participatie heeft plaatsgevonden. Zie beantwoording onder 1.3. 14.11 Overige opmerkingen: De indiener plaatst enkele overige opmerkingen. Deze zienswijzen worden ter kennisgeving met de gemeente gedeeld. Zie beantwoording onder 4.11. Conclusie De zienswijze van indiener 14 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 60 van 91 Indiener 15 Zienswijze Beantwoording 15.1 Rijksbeleid en provinciaal beleid: Volgens de indiener mag de gemeente geen zonneparken op landbouwgronden meer toestaan vanwege de Kamerbrief van de demissionair Minister voor Klimaat en Energie van 6 juli 2023 (‘Zonnebrief’).
De indiener stelt hiernaast dat de provincie Overijssel het aanleggen van grote zonneparken op landbouwgrond niet toestaat. Hiermee zou onvoldoende rekening zijn gehouden bij het ontwerpbesluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Zie beantwoording onder 2.1. 15.2, 15.6 en 15.7 Gevolgen voor de omgeving. De indiener stelt dat het zonnepark zal leiden tot horizonvervuiling en dat dit in strijd is met de milieueffectenrapportage die is opgesteld in het kader van het omgevingsplan voor de gemeente Steenwijkerland. Hiernaast stelt de indiener dat het zonnepark een onaanvaardbare afbreuk zal doen aan de cultuurhistorische waarden en het open landschap. Het gebied (en de omgeving) zou degraderen volgens de indiener. Zie beantwoording onder 7.2. 15.3 Gelijkheidsbeginsel De indiener geeft aan dat de gemeente in strijd handelt met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door wél medewerking te verlenen aan zonnepark De Hoop, maar niet aan het zonnepark Eesveen. Zie beantwoording onder 7.3. 15.4 Zonneladder: De indiener geeft aan dat zonnepanelen geplaatst moeten worden op dak en niet op land. Zie beantwoording onder 5.1. Pagina 61 van 91 15.5 Vruchtbaarheid landbouwgronden De indiener stelt dat het projectgebied is gesitueerd op productieve vruchtbare landbouwgrond. Volgens de indiener moet de gemeente een herbeoordeling laten uitvoeren. Zie beantwoording onder 7.5.
15.8 Enquête: De indiener geeft aan dat de gemeente ten onrechte geen enquête heeft uitgevoerd ten aanzien van de komst van een grootschalig zonnepark nabij Blokzijl. Hierdoor zou het onduidelijk zijn of er daadwerkelijk draagvlak zou zijn onder de inwoners van Blokzijl voor zonnepark De Hoop. Zie beantwoording onder 7.8. 15.9 Lasten en lusten: Volgens de indiener worden de lasten en lusten van de komst van zonnepark De Hoop niet evenredig verdeeld. In verband daarmee wijst de indiener op de aansluiting van het zonnepark op het onderstation nabij Luttelgeest (in de gemeente Noordoostpolder). Zie beantwoording onder 7.9. 15.10 en 15.11 Congestie op het elektriciteitsnet: De indiener wijst op de ‘congestieproblematiek’ op het elektriciteitsnet. Door spanningsproblemen en een gebrek aan capaciteit op het elektriciteitsnet is er weinig ruimte voor de indiener om stroom door middel van zonnepanelen terug te leveren het elektriciteitsnet. Ondernemers en particulieren zouden niet kunnen aansluiten. Zie beantwoording onder 7.11. 15.12 Waardeverlies: De indiener geeft aan te vrezen voor een negatieve impact van de komst van zonnepark De Hoop voor de verkoopbaarheid van de eigen woning. Zie beantwoording onder 1.5.
Pagina 62 van 91 15.13 en 15.16 Gezondheid Volgens de indiener zal zonnepark De Hoop leiden tot onaanvaardbare gezondheidsgevolgen, mede vanwege de lichtschittering als gevolg van het zonnepark. Zie beantwoording onder 7.1. 15.14 Financiële participatie: De indiener twijfelt of de gemeente kan garanderen dat het zonnepark voor een periode van 25 jaar in lokaal eigendom blijft. Zie beantwoording onder 2.8. 15.15 Gevolgen natuur: De indiener stelt dat zonnepark De Hoop onaanvaardbare gevolgen zal hebben voor de beschermde diersoorten in het nationaal park ‘Weerribben/Wieden’. Zie beantwoording onder 2.6. 15.17 Woon- en leefklimaat De indiener stelt dat zonnepark De Hoop leidt tot een onaanvaardbare verandering van het uitzicht vanuit de woning van omwonenden. Zie beantwoording onder 7.17. 15.18 Brandveiligheid en CO2-uitstoot De indiener stelt dat het gebruik van niet- Europese materialen leidt risico op brandgevaar en een aanzienlijke uitstoot van CO2. Zie beantwoording onder 7.18. Conclusie De zienswijze van indiener 15 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning.
Pagina 63 van 91 Indiener 16 Zienswijze Beantwoording 16.1 Europese richtlijn 2024/25/EU Volgens de indiener mag volgens de Europese richtlijn 2024/25/EU geen hinder ontstaan vanuit elektrische verschijnselen op mens, dier en/of goederen. De indiener vraagt zich af hoe wordt omgegaan met hinder als gevolg van zonnepark De Hoop. De gemeente is niet op de hoogte van het bestaan van de richtlijn 2024/25/EU, waarnaar de indiener verwijst in de zienswijze. Waarschijnlijk doelt de indiener op de richtlijn 2014/25/EU. Die richtlijn gaat over het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten. In dit geval is geen sprake van een overheidsopdracht en is de richtlijn daarom niet van toepassing. Verder geldt dat van een onaanvaardbare mate van hinder geen sprake zal zijn. In dit kader neemt de initiatiefnemer verschillende maatregelen. Om lichthinder te voorkomen, zullen de zonnepanelen zijn voorzien van een antireflectiecoating. Hierdoor zijn zonnepanelen minder reflecterend en schitteren minder dan bijvoorbeeld een standaard raam. Op verzoek van de initiatiefnemer heeft adviesbureau ROM-3D een schitteringsonderzoek uitgevoerd. Hier is gekeken naar reflectie richting de woningen en het wegverkeer aangrenzend aan het gebied. Voor woningen is onderzoek gedaan naar schittering op ooghoogte op de begane grond en op de 1e verdieping.
Voor het wegverkeer is gekeken naar ooghoogtes van automobilisten en vrachtwagenchauffeurs op de Kuinderdijk en N333 (Marknesserweg) in beide rijrichtingen. ROM-3D concludeert dat met de aanleg van de dijk met een hoogte van 1,5 meter met daar bovenop een struweel met een hoogte van minimaal 2,75 meter, alle invloed van reflectie in de vorm van schittering wordt tegen gegaan. Omwonenden en wegverkeer zullen dus geen hinder ondervinden van reflectie afkomstig van zonnepark De Hoop. Pagina 64 van 91 ROM-3D concludeert daarnaast, dat als de landschappelijke inpassing door dijk en struweel niet gerealiseerd zou worden, het optreden van reflectie zeer beperkt zal zijn en er zich nauwelijks hinder zal voordoen. De mogelijke hinder zou zich in dat geval alleen voordoen gedurende de lente- en zomerperiode en zich beperken tot maximaal 10 minuten in de vroege ochtend langs de Uiterdijkenweg en maximaal 15 minuten in de avond langs de Kuinderdijk. Ook komt de reflectie met name uit de richting waar de zon op dat moment staat. Als men hinder ondervindt van de reflectie dan is de kans groot dat de zon dezelfde hinder veroorzaakt. De mate van hinder van het directe zonlicht is vele malen groter dan de mate van hinder van de reflectie. In de winterperiode is er geen risico op reflectie op de hoogte van de woningen en wegverkeer.
Aanvullend hierop dient opgemerkt te worden dat de struweelhaag zal bestaan uit een combinatie van Sleedoorn, Gelderse roos en Vuilboom. Dit creëert een dik begroeid takkenstelsel, waardoor de zonneweide zelfs in de winterperiode aan het oog onttrokken zal worden. Ook andersoortige onaanvaardbare gevolgen voor mens, dier en/of goederen (dan lichthinder) zijn niet te verwachten. De afstand tussen het zonnepark en woningen is zodanig groot, dat geluid- en stralingsgevolgen voor deze woningen (en de tuinen ervan) niet waarneembaar zijn en geen gezondheidsgevolgen kunnen hebben. Pagina 65 van 91 16.2 Vruchtbaarheid landbouwgronden De indiener stelt dat het projectgebied is gesitueerd op productieve vruchtbare landbouwgrond. Volgens de indiener moet de gemeente een herbeoordeling laten uitvoeren. Zie beantwoording onder 7.5. Conclusie De zienswijze van indiener 16 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 66 van 91 Indiener 17 Zienswijze Beantwoording 17.1 Rijksbeleid en provinciaal beleid: Volgens de indiener mag de gemeente geen zonneparken op landbouwgronden meer toestaan vanwege de Kamerbrief van de demissionair Minister voor Klimaat en Energie van 6 juli 2023 (‘Zonnebrief’).
De indiener stelt hiernaast dat de provincie Overijssel het aanleggen van grote zonneparken op landbouwgrond niet toestaat. Hiermee zou onvoldoende rekening zijn gehouden bij het ontwerpbesluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Zie beantwoording onder 2.1. 17.2 Vruchtbaarheid landbouwgronden De indiener stelt dat het projectgebied is gesitueerd op productieve vruchtbare landbouwgrond. Zonnepark De Hoop is niet gesitueerd op vruchtbare landbouwgronden. Op pagina’s 6, 16 en 17 van het landschapsplan – bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing – is toegelicht dat de landbouwkundige waarde van de gronden van het projectgebied zeer beperkt is, ondanks de geoptimaliseerde verkaveling en de goede draagkracht. De ingepolderde strandvlakten en strandwallen zijn droge, voedselarme zandgronden. De gronden zijn vorige eeuw ontgonnen en hebben in de korte tijd slechts beperkte bodemvorming gehad. Om voldoende water beschikbaar te hebben voor de landbouwteelten en/of de graslanden moet er het gehele jaar water aangevoerd worden. Daarbij is de bodem zo voedselarm dat intensieve bemesting vereist is om productie van gewassen en/of gras te verkrijgen. 17.3 Verlies openheid landschap De indiener stelt dat de openheid van het landschap verloren zal gaan door de komst van zonnepark De Hoop. Er zou sprake zijn van ’horizonvervuiling’.
Het zonnepark zal geen onaanvaardbare gevolgen hebben voor de openheid van het gebied. In het landschapsplan – bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing – is toegelicht op welke manier bij de inrichting van het zonnepark rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en de beleving van de openheid van het projectgebied en de omgeving. Hoewel de Pagina 67 van 91 landschappelijke inrichting van het zonnepark voorkomt dat omwonenden het zonnepark zullen zien vanuit hun woningen, blijft het weidse zicht vanuit de Uiterdijkenweg en Kuinderdijk behouden, dankzij de maatregelen die worden getroffen. Meer hierover leest u terug in paragrafen 4.2 en 4.3 van het landschapsplan. Naar het oordeel van de gemeente is bij de inrichting van het zonnepark voldoende rekening gehouden met het belang van het behoud van het zicht op de aanwezige cultuurhistorische waarden. De zienswijze van de indiener geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. In verband hiermee merkt de gemeente op dat het zonneparkproject voorziet in de opwek van duurzame elektriciteit voor (onder meer) de inwoners van Steenwijkerland en omwonenden en belangstellenden de mogelijkheid biedt om financieel te participeren in het project. Deze algemene en/of collectieve belangen rechtvaardigen – naast het belang van de aanvrager – volgens het college de verandering van de bestaande situatie.
Mede gelet op de inpassing van de zonneweide, ziet het college geen aanleiding voor het oordeel dat de optredende verandering van het uitzicht van de omwonenden in de weg staat aan verlening van de omgevingsvergunning. Naar het oordeel van de gemeente is geen sprake van een onaanvaardbare verandering van het woon- en leefklimaat van omwonenden of andere inwoners van de gemeente. Conclusie De zienswijze van indiener 17 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 68 van 91 Indiener 18 Zienswijze Beantwoording 18.1 Rijksbeleid en provinciaal beleid: Volgens de indiener mag de gemeente geen zonneparken op landbouwgronden meer toestaan vanwege de Kamerbrief van de demissionair Minister voor Klimaat en Energie van 6 juli 2023 (‘Zonnebrief’). De indiener stelt hiernaast dat de provincie Overijssel het aanleggen van grote zonneparken op landbouwgrond niet toestaat. Hiermee zou onvoldoende rekening zijn gehouden bij het ontwerpbesluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Zie beantwoording onder 2.1. 18.2 Vruchtbaarheid landbouwgronden De indiener stelt dat het projectgebied is gesitueerd op productieve vruchtbare landbouwgrond. Zie beantwoording onder 17.2.
18.3 Verlies openheid landschap De indiener stelt dat de openheid van het landschap verloren zal gaan door de komst van zonnepark De Hoop. Er zou sprake zijn van ’horizonvervuiling’. Zie beantwoording onder 17.3. Conclusie De zienswijze van indiener 18 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 69 van 91 Indiener 19 Zienswijze Beantwoording 19.1 Rijksbeleid en provinciaal beleid: Volgens de indiener mag de gemeente geen zonneparken op landbouwgronden meer toestaan vanwege de Kamerbrief van de demissionair Minister voor Klimaat en Energie van 6 juli 2023 (‘Zonnebrief’). De indiener stelt hiernaast dat de provincie Overijssel het aanleggen van grote zonneparken op landbouwgrond niet toestaat. Hiermee zou onvoldoende rekening zijn gehouden bij het ontwerpbesluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Zie beantwoording onder 2.1. 19.2 Vruchtbaarheid landbouwgronden De indiener stelt dat het projectgebied is gesitueerd op productieve vruchtbare landbouwgrond. Zie beantwoording onder 17.2. 19.3 Waardeverlies: De indiener geeft aan te vrezen voor een negatieve impact van de komst van zonnepark De Hoop voor de verkoopbaarheid van de eigen woning. Zie beantwoording onder 1.5.
19.4 Verlies openheid landschap De indiener stelt dat de openheid van het landschap verloren zal gaan door de komst van zonnepark De Hoop. Er zou sprake zijn van ’horizonvervuiling’. Zie beantwoording onder 17.3. Conclusie De zienswijze van indiener 19 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 70 van 91 Indiener 20 Zienswijze Beantwoording 20.1 Gevolgen voor bedrijfsvoering S.V.R. camping Veldhuis De indiener merkt op dat zonnepark De Hoop in de nabijheid is gesitueerd van S.V.R. camping Veldhuis. De indiener stelt dat de realisering van het zonnepark – waaronder de aanleg – ernstige afbreuk doet aan de belevingswaarde van de camping en de omgeving. Het zonnepark zal geen onaanvaardbare gevolgen hebben voor de beleving van het gebied door bezoekers aan S.V.R. camping Veldhuis. In het landschapsplan – bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing – is toegelicht op welke manier bij de inrichting van het zonnepark rekening is gehouden met de beleving van de openheid van het projectgebied en de omgeving. Hoewel de landschappelijke inrichting van het zonnepark voorkomt dat omwonenden het zonnepark zullen zien vanuit hun woningen, blijft het weidse zicht vanuit de Uiterdijkenweg en Kuinderdijk behouden, dankzij de maatregelen die worden getroffen.
Meer hierover leest u terug in paragrafen 4.2 en 4.3 van het landschapsplan. Naar het oordeel van de gemeente is bij de inrichting van het zonnepark voldoende rekening gehouden met het belang om de openheid van de omgeving zoveel mogelijk te behouden. In verband hiermee merkt de gemeente op dat het zonneparkproject voorziet in de opwek van duurzame elektriciteit voor (onder meer) de inwoners van Steenwijkerland en omwonenden en belangstellenden de mogelijkheid biedt om financieel te participeren in het project. Deze algemene en/of collectieve belangen rechtvaardigen – naast het belang van de aanvrager – volgens het college de verandering van de bestaande situatie. Naar het oordeel van de gemeente leidt zonnepark De Hoop niet tot een onevenredige belemmering voor de bedrijfsvoering van S.V.R. camping Veldhuis. De hinder die ontstaat door de grond- en bouwwerkzaamheden zijn inherent aan de realisering van het zonnepark (en kunnen als ‘uitvoeringsaspect’ niet leiden tot een weigering van de aanvraag). Desgewenst kan de indiener een verzoek om planschade indienen bij de Pagina 71 van 91 gemeente. De gemeente zal het verzoek beoordelen en in dit (aparte) spoor bezien in hoeverre de indiener in aanmerking komt voor een planschadevergoeding.
De gemeente acht het niet op voorhand aannemelijk dat eventuele planschade zo hoog zal uitvallen dat het gehele project niet langer financieel uitvoerbaar is. Conclusie De zienswijze van indiener 20 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 72 van 91 Indiener 21 Zienswijze Beantwoording 21.1 Vruchtbare landbouwgrond Volgens de indiener is zonnepark De Hoop gesitueerd op vruchtbare en productieve landbouwgrond. De indiener is hierop tegen en verwijst naar het actuele standpunt van de provincie en de (Rijks)overheid ten aanzien van zonneparken op landbouwgrond. Zie beantwoording onder 10.4. 21.2 Uitvoerbaarheid: De indiener geeft aan te twijfelen of zonnepark De Hoop kan worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Zie beantwoording onder 2.3. 21.3 Verlies openheid landschap De indiener stelt dat de openheid van het landschap verloren zal gaan door de komst van zonnepark De Hoop. Er zou sprake zijn van ’horizonvervuiling’. Zie beantwoording onder 17.3. Conclusie De zienswijze van indiener 21 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning.
Pagina 73 van 91 Indiener 22 Zienswijze Beantwoording 22.1 Vruchtbare landbouwgrond Volgens de indiener is zonnepark De Hoop gesitueerd op vruchtbare en productieve landbouwgrond. De indiener is hierop tegen en verwijst naar het actuele standpunt van de provincie en de (Rijks)overheid ten aanzien van zonneparken op landbouwgrond. Zie beantwoording onder 10.4. 22.2 Uitvoerbaarheid: De indiener geeft aan te twijfelen of zonnepark De Hoop kan worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Zie beantwoording onder 2.3. 22.3 Verlies openheid landschap De indiener stelt dat de openheid van het landschap verloren zal gaan door de komst van zonnepark De Hoop. Er zou sprake zijn van ’horizonvervuiling’. Zie beantwoording onder 17.3. Conclusie De zienswijze van indiener 22 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 74 van 91 Indiener 23 Zienswijze Beantwoording 23.1 en 23.10 Congestie op het elektriciteitsnet: De indiener geeft aan gevolgen te ondervinden van de ‘congestieproblematiek’ op het elektriciteitsnet. Door spanningsproblemen en een gebrek aan capaciteit op het elektriciteitsnet is er weinig ruimte voor de indiener om stroom door middel van zonnepanelen terug te leveren het elektriciteitsnet.
De indiener geeft aan dat het onterecht voelt dat zonnepark De Hoop rendabel duurzame elektriciteit kan leveren aan het stroomnet, terwijl de zonnepanelen van de indiener zichzelf niet meer terugverdienen. Zie beantwoording onder 7.11. 23.2 Rijksbeleid en provinciaal beleid: Volgens de indiener mag de gemeente geen zonneparken op landbouwgronden meer toestaan vanwege de Kamerbrief van de demissionair Minister voor Klimaat en Energie van 6 juli 2023 (‘Zonnebrief’). De indiener stelt hiernaast dat de provincie Overijssel het aanleggen van grote zonneparken op landbouwgrond niet toestaat. Hiermee zou onvoldoende rekening zijn gehouden bij het ontwerpbesluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Zie beantwoording onder 2.1. 23.3 Gezondheid Volgens de indiener zal zonnepark De Hoop leiden tot onaanvaardbare gezondheidsgevolgen, mede vanwege de lichtschittering als gevolg van het zonnepark. Zie beantwoording onder 7.13. 23.4 Brandveiligheid Volgens de indiener is er een risico dat brand zal ontstaan in het projectgebied met de komst van zonnepark De Hoop, mede vanwege het gebruik van niet-Europese materialen. Zie beantwoording onder 8.1. Pagina 75 van 91 23.5 en 23.8 Gevolgen voor de omgeving.