Beantwoording zienswijzen omg zonneweide ten noordwesten van Blokzijl d.d. 25-06-2024 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Adresgegevens Postbus 162, 8330 AD Steenwijk • Vendelweg 1 Steenwijk• telefoon 14 0521 • e-mail info@steenwijkerland.nl • www.steenwijkerland.nl • bankrekeningnummer NL19 BNGH 0285 0924 21 Gemeentelijke producten kunt u ook aanvragen via onze website. Reactienota zienswijzen Ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor een tijdelijke omgevingsvergunning voor het aanleggen van een zonneweide ten noordwesten van Blokzijl (nabij de Uiterdijkenweg 61) Team: Ruimtelijke ordening en projecten & Vergunningen, Toezicht en Handhaving Auteur: ………………. Datum: 25 juni 2024 Versie: 1 Pagina 2 van 91 Inhoudsopgave 1. Inleiding ....................................................................................................................................................... 3 2. Overzicht zienswijzen ............................................................................................................................... 3 3. Ontvankelijkheid zienswijzen.................................................................................................................. 4 4. Beantwoording van de zienswijzen ......................................................................................................... 5 Indiener 1 .........................................................................................................................................................
5 Indiener 2 ....................................................................................................................................................... 10 Indiener 3 ....................................................................................................................................................... 18 Indiener 4 ....................................................................................................................................................... 19 Indiener 5 ....................................................................................................................................................... 24 Indiener 6 ....................................................................................................................................................... 29 Indiener 7 ....................................................................................................................................................... 30 Indiener 8 ....................................................................................................................................................... 38 Indiener 9 .......................................................................................................................................................
43 Indiener 10 ..................................................................................................................................................... 46 Indiener 11 ..................................................................................................................................................... 53 Indiener 12 ..................................................................................................................................................... 54 Indiener 13 ..................................................................................................................................................... 56 Indiener 14 ..................................................................................................................................................... 58 Indiener 15 ..................................................................................................................................................... 60 Indiener 16 ..................................................................................................................................................... 63 Indiener 17 .....................................................................................................................................................
66 Indiener 18 ..................................................................................................................................................... 68 Indiener 19 ..................................................................................................................................................... 69 Indiener 20 ..................................................................................................................................................... 70 Indiener 21 ..................................................................................................................................................... 72 Indiener 22 ..................................................................................................................................................... 73 Indiener 23 ..................................................................................................................................................... 74 Indiener 24 ..................................................................................................................................................... 77 Indiener 25 .....................................................................................................................................................
80 Indiener 26 ..................................................................................................................................................... 85 Indiener 27 ..................................................................................................................................................... 88 5. Conclusie.................................................................................................................................................... 91 Pagina 3 van 91 1. Inleiding Op 5 oktober 2023 is een aanvraag ingekomen om een omgevingsvergunning voor de realisering van zonnepark De Hoop ten noordwesten van Blokzijl (nabij de Uiterdijkenweg 61) voor een periode van 25 jaar. Deze aanvraag is door de gemeente Steenwijkerland (hier na: ‘de gemeente’) geregistreerd onder het kenmerk Z2023-00010470. Op 23 april 2024 heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland (hierna: ‘raad’) een ontwerpverklaring van geen bedenkingen gegeven voor de aangevraagde omgevingsvergunning voor zonnepark De Hoop. In navolging daarvan heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland (hierna: ‘het college’) bij ontwerpbesluit van 25 april 2024 het voornemen bekend gemaakt om de aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Een kennisgeving van het ontwerpbesluit is op 29 april 2024 gepubliceerd in het Gemeenteblad (2024, 188399).
Van 29 april tot en met 9 juni 2024 heeft het ontwerpbesluit met de bijbehorende stukken voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op het ontwerpbesluit. Tegen het ontwerpbesluit zijn in totaal 27 zienswijzen ingediend. In deze reactienota is de inhoud van de zienswijzen kort samengevat en van een reactie voorzien. De reactienota heeft de volgende opzet. In paragraaf 2 wordt een overzicht gegeven van alle indieners van de zienswijzen. In paragraaf 3 wordt kort ingegaan op de ontvankelijkheid van de ingediende zienswijzen. In paragraaf 4 worden de zienswijzen van elke indiener kort samengevat en per onderdeel van een gemeentelijke reactie voorzien. De indieners van een zienswijze zullen schriftelijk worden geïnformeerd over de te volgen procedure. Bij de besluitvorming in de raad over de (definitieve) verklaring van geen bedenkingen zal ook over de zienswijzen worden besloten. Aan de raad wordt voorgesteld de zienswijzen conform deze ‘reactienota zienswijzen’ te beantwoorden. De ‘reactienota zienswijzen’ heeft tot dat moment de status van ‘conceptnota’ en zal aan de indieners van zienswijzen worden toegezonden. 2. Overzicht zienswijzen Vanuit de volgende personen en rechtspersonen hebben een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbesluit: 1. ……………………………………………….
(hierna: indiener 1); 2. ………………………………………………………………………………………………… (hierna: indiener 2); 3. ……………………………………………………………………………………… (hierna: indiener 3); 4. …………………………………………………….. (hierna: indiener 4); 5. …………………………………………………………….. (hierna: indiener 5); 6. ………………………………………………………………………………………………………… …………… (hierna: indiener 6); 7. …………………………………………………….. (hierna: indiener 7); Pagina 4 van 91 8. …………………………………………... (hierna: indiener 8); 9. …………………………………………………………….. (hierna: indiener 9); 10. ……………………………………………………… (hierna: indiener 10); 11. ……………………………………………………………….. (hierna: indiener 11); 12. ……………………………………………………… (hierna: indiener 12); 13. ………………………………………………………………………………… (hierna: indiener 13); 14. ……………………………………………….. (hierna: indiener 14); 15. ……………………………………………………… (hierna: indiener 15); 16. ………………………………………………………………………………… (hierna: indiener 16); 17. ……………………………………………………… (hierna: indiener 17); 18. …………………………………………………… (hierna: indiener 18); 19. ………………………………………………………… (hierna: indiener 19); 20. …………………………………………………………………………………………………………. (hierna: indiener 20); 21. ………………………………………… (hierna: indiener 21); 22. …………………………………………………… (hierna: indiener 22); 23. …………………………………………………………. (hierna: indiener 23); 24. ……………………………………………………………… (hierna: indiener 24); 25. …………………………………………………………… (hierna: indiener 25); 26. ………………………………………………………… (hierna: indiener 26); 27.
…………………………………………………… (hierna: indiener 27). 3. Ontvankelijkheid zienswijzen De zienswijzen zijn op 20 mei 2024, 22 mei 2024 en 7 juni 2024 ingediend en daarmee binnen de terinzagelegging van het ontwerpbesluit ontvangen. Alle zienswijzen zijn dus tijdig ingediend en daarom ontvankelijk. Pagina 5 van 91 4. Beantwoording van de zienswijzen Indiener 1 Zienswijze Beantwoording 1.1 Impact op het milieu en locatiekeuze: De indiener geeft aan dat hij zich zorgen maakt over de locatiekeuze van het zonnepark, gelet op de omvang ervan. De indiener geeft aan dat de impact van het zonnepark op het lokale ecosysteem zorgvuldig moet worden overwogen. De bouw van een zonnepark op een terrein van deze omvang kan leiden tot verstoring van de habitat, verlies van biodiversiteit en veranderingen in lokale waterhuishouding. Het zonnepark past binnen het gemeentelijk onderzoek naar de geschiktheid van locaties voor zonneparken. Op 21 mei 2019 heeft de raad het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land” vastgesteld (online terug te vinden via de gemeentelijke website: www.steenwijkerland.nl/Inwoners/Duurzaam_St eenwijkerland/Gemeentelijk_beleid). Dit beleidskader is opgesteld om helder te krijgen “waar” en “hoe” zonnepanelen op land mogelijk zijn. Daarbij is zorgvuldig gekeken welke locaties geschikt zijn voor de realisering van zonneparkprojecten en welke niet.
Op de kaart ‘ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land’ heeft de raad verduidelijkt waar (onder verschillende voorwaarden) zonneparkprojecten kunnen worden toegestaan. Het zonnepark is gelegen binnen gebied 5, ‘overig gebied’. Binnen dit gebied zijn zonneparken toegestaan, mits de mogelijkheden om dakvlak(ken) of ruimte binnen bouwvlak(ken) te benutten voor zonnepanelen worden meegenomen. Dit laatste is gebeurd. Binnen dit project(gebied) zijn geen mogelijkheden om op dakvlakken van bebouwing zonnepanelen te plaatsen. Meer hierover leest u terug in paragraaf 4.3.2 van de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag. Over de locatiekeuze merkt de gemeente op dat het aan een aanvrager is om de projectlocatie te kiezen waarop zijn aanvraag betrekking heeft. Het is niet aan de gemeente om een locatie voor een zonneparkproject aan te dragen (zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:844, r.o. 10.2).
Als een project(locatie) op zichzelf aanvaardbaar is, Pagina 6 van 91 kan het bestaan van een alternatief alleen tot weigering van een aangevraagde omgevingsvergunning leiden vanwege het bestaan van alternatieven, als vooraf duidelijk is dat dit alternatief tot een gelijkwaardig resultaat zal leiden en voor derden aanmerkelijk minder bezwaren oplevert (zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:415, r.o. 5.1). Die situatie doet zich hier niet voor. 1.2 Landschapsverandering: Volgens de indiener zal een groot zonnepark het karakter van het landschap drastisch veranderen, mogelijk met negatieve gevolgen voor het toerisme en de lokale economie. Het zonnepark zal geen onaanvaardbare gevolgen hebben voor het projectgebied of de omgeving. In het landschapsplan – bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing – is toegelicht op welke manier bij de inrichting van het zonnepark rekening is gehouden met de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden, de bodemkwaliteit en de waterhuishouding. Het klopt dat door de realisering van de zonnepanelen de bodem deels wordt bedekt. Door de specifieke uitvoering van de rijen (lessenaars dak- of zuid opstelling) in combinatie met de ruimten (‘kieren’) tussen de panelen wordt de bodem echter niet afgedekt.
Regenwater en zonlicht kunnen de bodem blijven bereiken, waardoor de ontwikkeling van grasvegetatie overal mogelijk zal blijven. Hier komt bij dat circa 35% van het projectgebied zal worden ingericht als natuurgebied. Van een onaanvaardbare aantasting van milieu, de bodem of de ecologische waarden zal geen sprake zijn. Dit blijkt uit de onderzoeken die bij de aanvraag zijn gevoegd en is nader toegelicht in hoofdstuk 5 van de ruimtelijke onderbouwing. Verder onttrekt de landschappelijke inrichting het zonnepark aan het zicht van omwonenden, maar blijft het weidse zicht vanuit de Uiterdijkenweg en Kuinderdijk behouden. Gelet hierop leidt het zonnepark niet tot een onevenredige aantasting van het uitzicht. Meer hierover leest u terug in paragrafen 4.2 en 4.3 van het landschapsplan. Pagina 7 van 91 1.3 Gemeenschapsbelangen: De indiener geeft aan dat het van essentieel belang is dat de gemeenschap nauw betrokken wordt bij beslissingen die van invloed zijn op haar leefomgeving. Volgens de gemeente is voorzien in meer dan voldoende participatiemogelijkheden bij de totstandkoming van het plan. In het participatieplan – bijlage 10 bij de ruimtelijke onderbouwing – is uitgebreid toegelicht op welke manier en wanneer omwonenden en andere belanghebbenden zijn betrokken bij de totstandkoming van het zonneparkproject in de periode 2021 tot en met 2023.
Omwonenden zijn persoonlijk (en actief) door de initiatiefnemer betrokken tijdens individuele gesprekken. Daarbij is ook gesproken over (de uitgangspunten voor) het ontwerp en de omvang van het zonnepark en de landschappelijke inpassing. De inrichting van het zonnepark en landschappelijke inpassing is meermaals aangepast naar aanleiding van de wensen die door omwonenden naar voren zijn gebracht. De inspraak (‘procesparticipatie’) voldoet verder aan de verplichtingen die de wet daaraan stelt. Het plan is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De inwoners van de gemeente Steenwijkerland zijn in de gelegenheid geweest een zienswijze naar voren te brengen over het (ontwerp van het) bestemmingsplan. Er bestaat voor de gemeente geen andere wettelijke verplichting om voorafgaand aan de planvaststelling in overleg te treden over de plannen van de initiatiefnemer (dit blijkt bijvoorbeeld uit de uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:699, r.o. 5.3). 1.4 Provincie: Volgens de indiener is de provincie Overijssel tegen de realisering van zonneparken op landbouwgrond.
De indiener geeft in dit kader aan dat landbouwgrond van onschatbare De provincie Overijssel heeft op 21 april 2020 de “Handreiking zonnevelden” vastgesteld (online: www.overijssel.nl/media/qp3ff5qw/handreiking- zonnevelden_gec-ext.pdf). Met deze handreiking geeft de provincie richting aan de ontwikkeling van nieuwe zonneparken in de Pagina 8 van 91 waarde voor de voedstelproductie en de bescherming van de agrarische sector is. groene omgeving als aanvulling op de provinciale instructieregels over zonneparken, die zijn opgenomen in artikel 2.1.8.2 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017. In paragraaf 4.2 van de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd toegelicht dat zonnepark De Hoop in overeenstemming is met het provinciaal beleid en de provinciale instructieregels over zonneparken. De zienswijze geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. In de zienswijze gaat de indiener in op de voorkeursvolgorde voor het toestaan van zonnepanelen (‘zonneladder’). Volgens deze volgorde is weliswaar “zon op landbouwgrond” de minst gewenste keuze, maar is het een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Aan deze motiveringseis is voldaan.
Op pagina’s 3 en 4 van het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land” is een analyse opgenomen, waarin gemotiveerd is toegelicht dat naast het opwekken van zonne-energie op daken en binnen stedelijk gebied circa 125 hectare aan grondgebonden zonneparken (406 TJ) in trede 3 noodzakelijk is om de gemeentelijke duurzaamheidsambities te kunnen behalen. De gemeente zou haar duurzaamheidsambities dus niet kunnen behalen zonder het toestaan van grondgebonden zonneparkprojecten, zoals zonnepark De Hoop. De aanvraag is afgestemd met de provincie. Daarbij heeft de provincie aangegeven dat de nieuwe provinciale regels over zonneparken niet zullen gelden voor zonnepark De Hoop. De aanvraag voor zonnepark De Hoop is ingediend voordat het voorbereidingsbesluit van provinciale staten van Overijssel over nieuwe regels voor zonneparken in werking is getreden. Dit voorbereidingsbesluit is om die reden niet van toepassing op de aanvraag. De Pagina 9 van 91 gemeente merkt op dat de provincie geen zienswijze naar voren heeft gebracht tegen het ontwerpbesluit en dus klaarblijkelijk geen reden ziet om te twijfelen aan de overeenstemming met de provinciale (instructie)regels. De zienswijze van de indiener geeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat zonnepark De Hoop niet voldoet aan de toepasselijke provinciale regels over het toestaan van zonneparken op landbouwgrond.
1.5 Waardeverlies: De indiener geeft aan dat de omwonenden recht hebben op een eerlijke vergoeding voor eventuele waardeverliezen die kunnen worden veroorzaakt door de realisering van zonnepark De Hoop. In de regel leidt de realisering van een tijdelijk zonnepark niet tot een aanzienlijke waardedaling van onroerend goed. Desgewenst kan de indiener een verzoek om planschade indienen bij de gemeente. De gemeente zal het verzoek beoordelen en in dit (aparte) spoor bezien in hoeverre de indiener in aanmerking komt voor een planschadevergoeding. De gemeente acht het niet op voorhand aannemelijk dat eventuele planschade zo hoog zal uitvallen dat het gehele project niet langer financieel uitvoerbaar is. Conclusie De zienswijze van indiener 1 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 10 van 91 Indiener 2 Zienswijze Beantwoording 2.1 Rijksbeleid en provinciaal beleid: Volgens de indiener mag de gemeente geen zonneparken op landbouwgronden meer toestaan vanwege de Kamerbrief van de demissionair Minister voor Klimaat en Energie van 6 juli 2023 (‘Zonnebrief’). De indiener stelt hiernaast dat de provincie Overijssel het aanleggen van grote zonneparken op landbouwgrond niet toestaat.
Hiermee zou onvoldoende rekening zijn gehouden bij het ontwerpbesluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning. In de zienswijze is niet verduidelijkt waarom de gemeente onvoldoende rekening zou hebben gehouden met het beleid van het Rijk en de provincie Overijssel over het toestaan van grondgebonden zonneparken. Hierover merkt de gemeente bovenal op dat het Rijk en de provincie Overijssel geen grondgebonden zonneparken verbieden. Volgens de beleidsuitgangspunten van het Rijk en de provincie Overijssel is de realisering van zonneparken op landbouwgrond toegestaan. Hoewel “zon op landbouwgrond” de minst gewenste keuze is voor de plaatsing van zonnepanelen, blijft het – ook in de documenten waarnaar de indiener verwijst – het volgens het Rijk en de provincie Overijssel een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond, als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Met de voorwaarden waaronder zonneparken kunnen worden toegestaan is in dit geval voldoende rekening gehouden (ter vergelijking verwijst de gemeente naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3624, r.o. 14.3). Daarover het volgende.
De provincie Overijssel heeft op 21 april 2020 de “Handreiking zonnevelden” vastgesteld (online: www.overijssel.nl/media/qp3ff5qw/handreiking- zonnevelden_gec-ext.pdf). Met deze handreiking geeft de provincie richting aan de ontwikkeling van nieuwe zonneparken in de groene omgeving als aanvulling op de provinciale instructieregels over zonneparken, die zijn opgenomen in artikel 2.1.8.2 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017. In paragraaf 4.2 van de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd toegelicht dat zonnepark De Pagina 11 van 91 Hoop in overeenstemming is met het provinciaal beleid en de provinciale instructieregels over zonneparken. De zienswijze geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. De aanvraag is afgestemd met de provincie. Daarbij heeft de provincie aangegeven dat de nieuwe provinciale regels over zonneparken niet zullen gelden voor zonnepark De Hoop. De aanvraag voor zonnepark De Hoop is ingediend voordat het voorbereidingsbesluit van provinciale staten van Overijssel over nieuwe regels voor zonneparken in werking is getreden. Dit voorbereidingsbesluit is om die reden niet van toepassing op de aanvraag. De gemeente merkt op dat de provincie geen zienswijze naar voren heeft gebracht tegen het ontwerpbesluit en dus klaarblijkelijk geen reden ziet om te twijfelen aan de overeenstemming met de provinciale (instructie)regels.
De zienswijze van de indiener geeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat zonnepark De Hoop niet voldoet aan de toepasselijke provinciale regels over het toestaan van zonneparken op landbouwgrond. De Kamerbrief van 6 juli 2023 en de nieuwe afspraken over de “bestuurlijke verankering van de voorkeursvolgorde zon” geven eveneens geen reden om de omgevingsvergunning te weigeren. In verband daarmee merkt de gemeente op dat de provinciale zonneladder, die is verankerd in de provinciale “Handreiking zonnevelden”, sterkt lijkt op de aangescherpte voorkeursvolgorde die recent is aangekondigd in de Kamerbrief van 6 juli 2023. Ook onder de aangescherpte voorkeursvolgorde is weliswaar “zon op landbouwgrond” de minst gewenste keuze, maar is het een (gekozen) optie om zonnepanelen – onder voorwaarden – toe te staan op landbouwgrond als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Aan deze motiveringseis is Pagina 12 van 91 in dit geval voldaan (zie hieronder bij de bespreking van de zienswijze 4). Verder is van belang dat de aangescherpte voorkeursvolgorde uit de Kamerbrief van 6 juli 2023 niet van toepassing is bij de beoordeling van de aanvraag voor zonnepark De Hoop. De aangescherpte voorkeursvolgorde zal, voor zover nodig, eerst moeten worden verankerd in de provinciale (omgevings)verordeningen.
In de Kamerbrief is – op pagina 3 – bovendien aangegeven dat zonneparkprojecten waarvan de participatietrajecten al in een vergevorderd stadium zijn en niet (helemaal) conform de aangescherpte voorkeursvolgorde zon zijn vormgegeven, doorgang kunnen vinden. Omdat het participatietraject voor zonnepark De Hoop al in een vergevorderd stadium was ten tijde van de Kamerbrief van 6 juli 2023, kan deze Kamerbrief geen grond opleveren om de aanvraag te weigeren, ongeacht of het zonnepark in overeenstemming is met deze aangescherpte voorkeursvolgorde. 2.2 Congestie op het elektriciteitsnet: De indiener geeft aan gevolgen te ondervinden van de ‘congestieproblematiek’ op het elektriciteitsnet. Door spanningsproblemen en een gebrek aan capaciteit op het elektriciteitsnet is er weinig ruimte voor de indiener om stroom door middel van zonnepanelen terug te leveren het elektriciteitsnet. De indiener geeft aan dat het onterecht voelt dat zonnepark De Hoop rendabel duurzame elektriciteit kan leveren aan het stroomnet, terwijl de zonnepanelen van de indiener zichzelf niet meer terugverdienen. De gemeente neemt deze zienswijze ter kennisneming aan. De congestieproblematiek voor andere zonnepanelen-projecten levert geen reden op om de aanvraag om een omgevingsvergunning voor zonnepark De Hoop te weigeren.
2.3 Uitvoerbaarheid: De indiener geeft aan te twijfelen of zonnepark De Hoop kan worden aangesloten op het elektriciteitsnet. De aansluiting van zonnepark De Hoop op het elektriciteitsnet is een ‘uitvoeringsaspect’. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een uitvoeringsaspect slechts leiden tot een weigering van een aanvraag, als het op Pagina 13 van 91 voorhand aannemelijk is dat het project waarop de aanvraag betrekking heeft niet kan worden uitgevoerd binnen de beoogde periode. Deze situatie doet zich hier niet voor. Zonnepark De Hoop kan op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Voor zonnepark De Hoop is een aansluiting gereserveerd op het onderstation in Luttelgeest. Dit is nader toegelicht op pagina 7 van de ruimtelijke onderbouwing en pagina 34 van het participatieverslag (dat als bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd). De indiener verduidelijkt ook niet waarom zonnepark De Hoop niet kan worden aangesloten op het elektriciteitsnet. De zienswijze van de indiener geeft ook anderszins geen aanleiding voor het oordeel dat de gemeente op voorhand in redelijkheid moet inzien dat zonnepark De Hoop niet kan worden uitgevoerd binnen de beoogde periode. 2.4 Zonneladder: De indiener geeft aan dat de zonneladder die is voorgeschreven door het Rijk dient te worden toegepast.
De voorkeursvolgorde voor het toestaan van zonnepanelen (‘zonneladder’) van het Rijk is in essentie dezelfde als de voorkeursvolgorde van de gemeente, zoals deze is opgenomen in het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land” vastgesteld (online terug te vinden via de gemeentelijke website: www.steenwijkerland.nl/Inwoners/Duurzaam_St eenwijkerland/Gemeentelijk_beleid). Volgens de zonneladder van het Rijk en de gemeente is weliswaar “zon op landbouwgrond” de minst gewenste keuze, maar is het een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Volgens de zonneladder is het niet vereist dat eerst daadwerkelijk alle mogelijkheden op eerdere treden van de zonneladder (feitelijk) zijn benut. Het gaat erom dat deugdelijk gemotiveerd wordt dat behoefte is aan een zonnepark op landbouwgrond, Pagina 14 van 91 omdat onvoldoende ruimte aanwezig is op locaties die behoren tot eerdere treden van de zonneladder (zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3624, r.o. 14.3). Aan deze motiveringseis is hier voldaan.
Op pagina’s 3 en 4 van het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land” is een analyse opgenomen, waarin gemotiveerd is toegelicht dat naast het opwekken van zonne-energie op daken en binnen stedelijk gebied circa 125 hectare aan grondgebonden zonneparken (406 TJ) in trede 3 noodzakelijk is om de gemeentelijke duurzaamheidsambities te kunnen behalen. Hieruit volgt dat de gemeente haar duurzaamheidsambities niet zou kunnen behalen zonder het toestaan van grondgebonden zonneparkprojecten, zoals zonnepark De Hoop. Er is daarmee geen aanleiding om te twijfelen aan de behoefte aan realisering van zonnepark De Hoop. Van strijdigheid met de zonneladder is geen sprake. 2.5 Cultuurhistorische waarden: De indiener meent dat het zonnepark een grote afbreuk zal doen aan de cultuurhistorische waarde en het open landschap. Het zonnepark zal geen onaanvaardbare gevolgen hebben voor de aanwezige cultuurhistorische waarden of de openheid van het gebied. In het landschapsplan – bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing – is toegelicht op welke manier bij de inrichting van het zonnepark rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en de beleving van de openheid van het projectgebied en de omgeving.
Hoewel de landschappelijke inrichting van het zonnepark voorkomt dat omwonenden het zonnepark zullen zien vanuit hun woningen, blijft het weidse zicht vanuit de Uiterdijkenweg en Kuinderdijk behouden, dankzij de maatregelen die worden getroffen. Meer hierover leest u terug in paragrafen 4.2 en 4.3 van het landschapsplan. Naar het oordeel van de gemeente is bij de inrichting van het zonnepark voldoende rekening gehouden met het belang Pagina 15 van 91 van het behoud van het zicht op de aanwezige cultuurhistorische waarden. De zienswijze van de indiener geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. 2.6 Gevolgen natuur: De indiener stelt dat zonnepark De Hoop onaanvaardbare gevolgen zal hebben voor de beschermde diersoorten in het nationaal park ‘Weerribben/Wieden’. De gemeente deelt deze zienswijze niet. Een ecoloog van adviesbureau Royal HaskoningDHV heeft onderzoek verricht naar de gevolgen van zonnepark De Hoop voor de natuur. Het onderzoek bestond uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek op 12 oktober 2022. In het onderzoek is zowel gekeken naar soortenbescherming als naar gebiedsbescherming. In het kader van soortenbescherming is gekeken naar de aanwezigheid van en potenties van het projectgebied voor beschermde diersoorten.
In het kader van soortenbescherming is gekeken naar de gevolgen van zonnepark De Hoop voor nabijgelegen natuurgebieden, waaronder het natuurgebied ‘De Wieden-Weerribben’. De resultaten van het onderzoek zijn door de ecoloog van Royal HaskoningDHV weergegeven in het rapport “Natuurtoets” van 17 oktober 2022, dat als bijlage 7 bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. De ecoloog concludeert dat door het nemen van mitigerende maatregelen kan worden voorkomen dat voor zonnepark De Hoop een natuurtoestemming nodig is. Door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning wordt geborgd dat deze mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Uit het rapport – en het stikstofrapport dat is gevoegd als bijlage 6 – blijkt dat zonnepark De Hoop niet zal leiden tot negatieve gevolgen voor het natuurgebied ‘De Wieden- Weerribben’. Meer hierover leest u terug in paragraaf 5.5 van de ruimtelijke onderbouwing. 2.7 Woon- en leefklimaat De indiener stelt dat het zonnepark voor inwoners van de gemeente een verminderd woonplezier oplevert. Het klopt dat met de komst van zonnepark De Hoop de bestaande situatie zal veranderen. Deze verandering heeft de gemeente betrokken in haar belangenafweging.
In verband hiermee merkt de gemeente op dat het Pagina 16 van 91 zonneparkproject voorziet in de opwek van duurzame elektriciteit voor (onder meer) de inwoners van Steenwijkerland en omwonenden en belangstellenden de mogelijkheid biedt om financieel te participeren in het project. Deze algemene en/of collectieve belangen rechtvaardigen – naast het belang van de aanvrager – volgens het college de verandering van de bestaande situatie. Mede gelet op de inpassing van de zonneweide, ziet het college geen aanleiding voor het oordeel dat de optredende verandering van het uitzicht van de omwonenden in de weg staat aan verlening van de omgevingsvergunning. Naar het oordeel van de gemeente is geen sprake van een onaanvaardbare verandering van het woon- en leefklimaat van omwonenden of andere inwoners van de gemeente. 2.8 Financiële participatie: De indiener twijfelt of de gemeente kan garanderen dat het zonnepark voor een periode van 25 jaar in lokaal eigendom blijft. Lokaal eigendom is een belangrijk streven in de energietransitie. Voor de gemeente Steenwijkerland is lokaal eigendom van belang voor het bereiken van een eerlijkere verdeling van de lusten en lasten. In het gemeentelijk beleid wordt uitgegaan van een minimum van 50% lokaal eigendom. Dit kan worden ingevuld door eigendom door inwoners, lokaal gewortelde bedrijven of een combinatie daarvan.
Bij de ontwikkeling van zonnepark De Hoop wordt gestreefd naar 100% lokaal eigendom. De gemeente merkt op dat zij (financiële) participatie door en bij omwonenden simpelweg niet kan afdwingen (zie hierover de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2812, r.o. 10.2). Verplichtingen over lokaal eigendom hebben dan ook het karakter van inspanningsverplichting (en dus niet van een resultaatsverplichting). In zoverre kan de gemeente ook niet garanderen dat het zonnepark altijd in lokaal eigendom zal zijn. Evenwel worden door de initiatiefnemer zeer Pagina 17 van 91 veel inspanningen verricht om dit streven daadwerkelijk te bereiken. Meer informatie over deze inspanningen leest u terug in het financieel participatieplan, dat als bijlage 11 bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. Conclusie De zienswijze van indiener 2 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 18 van 91 Indiener 3 Zienswijze Beantwoording 3.1 Enquête: De indiener geeft aan dat een enquête is uitgevoerd ten aanzien van de komst van een grootschalig zonnepark nabij Blokzijl. In deze enquête geeft meer dan 90% van de deelnemers aan tegen de komst van een dergelijk zonnepark te zijn.
De gemeente neemt de uitkomst van de enquête ter kennisneming aan. De omstandigheid van wel of geen maatschappelijke draagvlak, betekent op zichzelf nog niet dat het zonnepark wel of niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening (zie hierover de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4209, r.o. 23.2). In het participatieplan – bijlage 10 bij de ruimtelijke onderbouwing – is uitgebreid toegelicht op welke manier en wanneer omwonenden en andere belanghebbenden zijn betrokken bij de totstandkoming van het zonneparkproject in de periode 2021 tot en met 2023. Omwonenden zijn persoonlijk (en actief) door de initiatiefnemer betrokken tijdens individuele gesprekken. Daarbij is ook gesproken over (de uitgangspunten voor) het ontwerp en de omvang van het zonnepark en de landschappelijke inpassing. De inrichting van het zonnepark en landschappelijke inpassing is meermaals aangepast naar aanleiding van de wensen die door omwonenden naar voren zijn gebracht. Het participatieproces voldoet aan de gemeentelijke participatieverordening en aan de verplichtingen die de wet daaraan stelt. Conclusie De zienswijze van indiener 3 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning.
Pagina 19 van 91 Indiener 4 Zienswijze Beantwoording 4.1 Overgangsrecht: De indiener geeft aan dat in het ontwerpbesluit niet is ingegaan op de vraag op welke wijze het besluit op grond van het overgangsrecht moet worden getoetst. Op grond van het overgangsrecht behorend bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor zonnepark De Hoop de ‘oude’ wet- en regelgeving van toepassing (zoals deze te gelden had op 31 december 2023). Dit volgt uit artikel 4.3, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. Vanwege de toepassing van het oude recht beoordeelt de gemeente de aanvraag – onder meer – aan de hand van de eis van een goede ruimtelijke ordening uit artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de instructieregels uit de Omgevingsverordening Overijssel 2017. 4.2 Welstand: Volgens de indiener is ten onrechte geen welstandstoets uitgevoerd. In artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is bepaald dat bouwwerken van tijdelijke aard niet behoeven te worden getoetst aan de redelijke eisen van welstand. Er is geen welstandsadvies vereist voor de realisering van een tijdelijk zonnepark voor een periode van 25 jaar (dit volgt onder meer uit een uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 18 maart 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:1180, r.o. 8.2).
4.3 Ruimtelijke onderbouwing Royal HaskoningDHV: Volgens de indiener mag de gemeente zich niet baseren op het advies van Royal HaskoningDHV. De bestuursorganen van de gemeente mogen afgaan op het advies van een deskundige bij het nemen van besluiten, nadat zij zijn nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze zorgvuldigheidsnorm volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor ‘niet- wettelijke’ adviseurs, zoals Royal HaskoningDHV. De gemeente is tot het oordeel gekomen dat de ruimtelijke onderbouwing zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Pagina 20 van 91 De indiener maakt niet aannemelijk waarom het college en de raad niet in hun besluitvorming op de aanvraag niet mogen afgaan op het advies van Royal HaskoningDHV. Er is ook anderszins geen reden om een aanvullende deskundige in te schakelen. 4.4 Beleidskader: Het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land” is volgens de indiener verouderd en zou om die reden niet meer bruikbaar zijn voor de besluitvorming over zonneparkprojecten. De gemeente deelt deze zienswijze niet.
De beleidsuitgangspunten die zijn geformuleerd in het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land” zijn nog steeds voldoende actueel en derhalve bruikbaar voor de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een zonneparkproject. De zienswijze geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. 4.5 Zon op dak: Volgens de indiener zou niet duidelijk zijn waarom binnen het projectgebied geen mogelijkheden bestaan om op dakvlakken zonnepanelen te plaatsen. In reactie op deze zienswijze wijst de gemeente erop dat binnen het projectgebied geen bebouwing aanwezig is. Om die reden is er ook geen mogelijkheid om daken te benutten voor de aanleg van zonnepanelen. 4.6 Opgave zonnepanelen: De opgave van 125 hectare aan zonnepanelen zou volgens de indiener worden overschreden. Het gemeentelijk beleid over zonneparken, zoals geformuleerd in het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land”, gaat uit van een opgave van 406 TJ aan grondgebonden zonnepanelen. In het beleidskader is geformuleerd dat op basis hiervan moet worden bezien of zonenparken kunnen worden toegestaan. Het vermogen van de vergunde zonneparken ‘Willemsoord’ (75,8 TJ) en ‘Wanneperveen’ (106,9 TJ) is gezamenlijk 182,7 TJ. Zonnepark De Hoop heeft een vermogen van 129,6 TJ. Hiermee komt het totaal vermogen van de zonneparken op 312,3 TJ.
Daarmee blijft het maximale aantal TJ onder de maximumgrens van 406 TJ. Er is dus wel degelijk een behoefte aan de realisering van zonnepark De Hoop (om de energieambities van de gemeente te kunnen behalen). Pagina 21 van 91 4.7 Instandhoudingstermijn: Er zou geen grondslag zijn om een omgevingsvergunning te verlenen voor de realisering van een zonnepark voor de periode van 25 jaar. Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd om een tijdelijke omgevingsvergunning te verlenen voor een ‘buitenplanse afwijking’ voor een periode van 25 jaar. De zienswijze geeft geen aanleiding voor het oordeel dat een toestemming voor een periode van 25 jaar hier niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Voor de goede orde merkt de gemeente op dat ook de provincie (in de Omgevingsverordening Overijssel 2017) uitgaat van de mogelijkheid om zonneparken toe te staan voor een periode van 25 jaar. 4.8 Provinciaal beleid: De aanvraag past volgens de indiener niet binnen de uitgangspunten van het huidig provinciaal beleid. In de zienswijze is niet verduidelijkt waarom de gemeente onvoldoende rekening zou hebben gehouden met het beleid de provincie Overijssel over het toestaan van grondgebonden zonneparken.
Hierover merkt de gemeente bovenal op dat de provincie Overijssel geen grondgebonden zonneparken verbiedt. Volgens de beleidsuitgangspunten van de provincie Overijssel is de realisering van zonneparken op landbouwgrond toegestaan. Hoewel “zon op landbouwgrond” de minst gewenste keuze is voor de plaatsing van zonnepanelen, blijft het volgens de provincie Overijssel een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond, als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Met de voorwaarden waaronder zonneparken kunnen worden toegestaan is in dit geval voldoende rekening gehouden (ter vergelijking verwijst de gemeente naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3624, r.o. 14.3). Daarover het volgende. De provincie Overijssel heeft op 21 april 2020 de “Handreiking zonnevelden” vastgesteld Pagina 22 van 91 (online: www.overijssel.nl/media/qp3ff5qw/handreiking- zonnevelden_gec-ext.pdf). Met deze handreiking geeft de provincie richting aan de ontwikkeling van nieuwe zonneparken in de groene omgeving als aanvulling op de provinciale instructieregels over zonneparken, die zijn opgenomen in artikel 2.1.8.2 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017.
In paragraaf 4.2 van de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd toegelicht dat zonnepark De Hoop in overeenstemming is met het provinciaal beleid en de provinciale instructieregels over zonneparken. De zienswijze geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. De aanvraag is afgestemd met de provincie. Daarbij heeft de provincie aangegeven dat de nieuwe provinciale regels over zonneparken niet zullen gelden voor zonnepark De Hoop. De aanvraag voor zonnepark De Hoop is ingediend voordat het voorbereidingsbesluit van provinciale staten van Overijssel over nieuwe regels voor zonneparken in werking is getreden. Dit voorbereidingsbesluit is om die reden niet van toepassing op de aanvraag. De gemeente merkt op dat de provincie geen zienswijze naar voren heeft gebracht tegen het ontwerpbesluit en dus klaarblijkelijk geen reden ziet om te twijfelen aan de overeenstemming met de provinciale (instructie)regels. De zienswijze van de indiener geeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat zonnepark De Hoop niet voldoet aan de toepasselijke provinciale regels over het toestaan van zonneparken op landbouwgrond. 4.9 Lusten en lasten: Het verdelen van de lusten en lasten is geen ruimtelijk criterium. De gemeente zou in strijd met de wet handelen door deze voorwaarde te stellen aan zonnepark De Hoop. De gemeente volgt niet waarom de indiener zich keert tegen het beleidsuitgangspunt.
Met het beleidsuitgangspunt van het verdelen van “de lusten en lasten” zorgt de gemeente ervoor dat omwonenden van zonnepark De Hoop (mee)profiteren van de ontwikkeling van het zonnepark. Dat een zonnepark oog moet Pagina 23 van 91 hebben voor de omgeving is van belang voor de omwonenden en daarom ruimtelijk relevant. De gemeente handelt hier niet in strijd met de wet. 4.10 Participatie De indiener stelt dat geen juiste participatie heeft plaatsgevonden. Zie beantwoording onder 1.3. 4.11 Overige opmerkingen: De indiener plaatst enkele overige opmerkingen. Deze zienswijzen worden ter kennisgeving met de gemeente gedeeld. De gemeente neemt deze opmerkingen ter kennisneming aan. In dit kader wijst de gemeente erop dat de opmerkingen betrekking hebben op onderwerpen die in beantwoording van andere zienswijzen zijn meegenomen. Conclusie De zienswijze van indiener 4 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 24 van 91 Indiener 5 Zienswijze Beantwoording 5.1 Voorrang zon op dak: De indiener geeft aan dat zonnepanelen geplaatst moeten worden op dak en niet op land. De gemeente heeft bij de beoordeling van de aanvraag gekeken naar de mogelijkheden van de plaatsing van zonnepanelen op andere locaties met toepassing van de ‘zonneladder’.
Volgens de zonneladder is weliswaar “zon op landbouwgrond” de minst gewenste keuze, maar is het een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Volgens de zonneladder is het niet vereist dat eerst daadwerkelijk alle mogelijkheden op eerdere treden van de zonneladder (feitelijk) zijn benut. Het gaat erom dat deugdelijk gemotiveerd wordt dat behoefte is aan een zonnepark op landbouwgrond, omdat onvoldoende ruimte aanwezig is op locaties die behoren tot eerdere treden van de zonneladder (zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3624, r.o. 14.3). Aan deze motiveringseis is hier voldaan. Op pagina’s 3 en 4 van het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land” is een analyse opgenomen, waarin gemotiveerd is toegelicht dat naast het opwekken van zonne-energie op daken en binnen stedelijk gebied circa 125 hectare aan grondgebonden zonneparken (406 TJ) in trede 3 noodzakelijk is om de gemeentelijke duurzaamheidsambities te kunnen behalen. Hieruit volgt dat de gemeente haar duurzaamheidsambities niet zou kunnen behalen zonder het toestaan van grondgebonden zonneparkprojecten, zoals zonnepark De Hoop.
Er is daarmee geen aanleiding om te twijfelen aan de behoefte aan realisering van zonnepark De Hoop. Van strijdigheid met de zonneladder is geen sprake. Pagina 25 van 91 5.2 Locatiekeuze: Volgens de indiener is de locatiekeuze niet goed gemotiveerd. De indiener is van oordeel dat de gronden behouden moeten blijven als ‘landbouwgronden’. Het zonnepark past binnen het gemeentelijk onderzoek naar de geschiktheid van locaties voor zonneparken. Op 21 mei 2019 heeft de raad het beleidskader “Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land” vastgesteld (online terug te vinden via de gemeentelijke website: www.steenwijkerland.nl/Inwoners/Duurzaam_St eenwijkerland/Gemeentelijk_beleid). Dit beleidskader is opgesteld om helder te krijgen “waar” en “hoe” zonnepanelen op land mogelijk zijn. Daarbij is zorgvuldig gekeken welke locatie geschikt zijn voor de realisering van zonneparkprojecten en welke niet. Op de kaart ‘ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land’ heeft de raad verduidelijkt waar (onder verschillende voorwaarden) zonneparkprojecten kunnen worden toegestaan. Het zonnepark is gelegen binnen gebied 5, ‘overig gebied’. Binnen dit gebied zijn zonneparken toegestaan, mits de mogelijkheden om dakvlak(ken) of ruimte binnen bouwvlak(ken) te benutten voor zonnepanelen worden meegenomen. Dit laatste is gebeurd.
Binnen dit project(gebied) zijn geen mogelijkheden om op dakvlakken van bebouwing zonnepanelen te plaatsen. Meer hierover leest u terug in paragraaf 4.3.2 van de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag. Over de locatiekeuze merkt de gemeente op dat het aan een aanvrager is om de projectlocatie te kiezen waarop zijn aanvraag betrekking heeft. Het is niet aan de gemeente om een locatie voor een zonneparkproject aan te dragen (zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:844, r.o. 10.2). Als een project(locatie) op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van een alternatief alleen tot weigering van een aangevraagde omgevingsvergunning leiden vanwege het bestaan van alternatieven, als vooraf duidelijk is dat dit alternatief tot een gelijkwaardig Pagina 26 van 91 resultaat zal leiden en voor derden aanmerkelijk minder bezwaren oplevert (zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:415, r.o. 5.1). Die situatie doet zich hier niet voor. Zonnepark De Hoop is niet gesitueerd op vruchtbare landbouwgronden.
Op pagina’s 6, 16 en 17 van het landschapsplan – bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing – is toegelicht dat de landbouwkundige waarde van de gronden van het projectgebied zeer beperkt is, ondanks de geoptimaliseerde verkaveling en de goede draagkracht. De ingepolderde strandvlakten en strandwallen zijn droge, voedselarme zandgronden. De gronden zijn vorige eeuw ontgonnen en hebben in de korte tijd slechts beperkte bodemvorming gehad. Om voldoende water beschikbaar te hebben voor de landbouwteelten en/of de graslanden moet er het gehele jaar water aangevoerd worden. Daarbij is de bodem zo voedselarm dat intensieve bemesting vereist is om productie van gewassen en/of gras te verkrijgen. 5.3 Participatie: Volgens de indiener is het participatietraject niet goed doorlopen. Zie beantwoording onder 1.3. 5.4 Rijksbeleid en provinciaal beleid: Volgens de indiener mag de gemeente geen zonneparken op landbouwgronden meer toestaan vanwege de Kamerbrief van de demissionair Minister voor Klimaat en Energie van 6 juli 2023 (‘Zonnebrief’). De indiener stelt hiernaast dat de provincie Overijssel het aanleggen van grote zonneparken op landbouwgrond niet toestaat. Hiermee zou onvoldoende rekening zijn gehouden bij het ontwerpbesluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Zie beantwoording onder 2.1.
Pagina 27 van 91 5.5 Congestie op het elektriciteitsnet: De indiener geeft aan gevolgen te ondervinden van de ‘congestieproblematiek’ op het elektriciteitsnet. Door spanningsproblemen en een gebrek aan capaciteit op het elektriciteitsnet is er weinig ruimte voor de indiener om stroom door middel van zonnepanelen terug te leveren het elektriciteitsnet. De indiener geeft aan dat het onterecht voelt dat zonnepark De Hoop rendabel duurzame elektriciteit kan leveren aan het stroomnet, terwijl de zonnepanelen van de indiener zichzelf niet meer terugverdienen. Zie beantwoording onder 2.2. 5.6 Openheid van het landschap: Volgens de indiener zal het open karakter van de landschappelijke zone ‘De Uiterdijken’ verloren gaan door de komst van het zonnepark. Zie beantwoording onder 2.5. 5.7 Financiële participatie: Er zijn volgens de indiener onvoldoende garanties dat omwonenden financieel kunnen participeren in zonnepark De Hoop. Lokaal eigendom is een belangrijk streven in de energietransitie. Voor de gemeente Steenwijkerland is lokaal eigendom van belang voor het bereiken van een eerlijkere verdeling van de lusten en lasten. In het gemeentelijk beleid wordt uitgegaan van een minimum van 50% lokaal eigendom. Dit kan worden ingevuld door eigendom door inwoners, lokaal gewortelde bedrijven of een combinatie daarvan.
Bij de ontwikkeling van zonnepark De Hoop wordt gestreefd naar 100% lokaal eigendom. De gemeente merkt op dat zij (financiële) participatie door en bij omwonenden simpelweg niet kan afdwingen (zie hierover de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2812, r.o. 10.2). Verplichtingen over lokaal eigendom hebben dan ook het karakter van inspanningsverplichting (en dus niet van een resultaatsverplichting). In zoverre kan de Pagina 28 van 91 gemeente ook niet garanderen dat het zonnepark altijd in lokaal eigendom zal zijn. Evenwel worden door de initiatiefnemer zeer veel inspanningen verricht om dit streven daadwerkelijk te bereiken. Meer informatie over deze inspanningen leest u terug in het financieel participatieplan, dat als bijlage 11 bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. Naar het oordeel van de gemeente zijn deze inspanningen voldoende uitgewerkt. De gemeente ziet in de zienswijze van de indiener geen reden voor het oordeel dat de indiener zich onvoldoende zou inspannen voor het bereiken van voldoende financiële participatie door omwonenden. Conclusie De zienswijze van indiener 5 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning.
Pagina 29 van 91 Indiener 6 Zienswijze Beantwoording 6.1 Locatiekeuze: De indiener geeft aan het onwenselijk te vinden dat een zonnepark wordt gerealiseerd nabij de gemeentegrens met de gemeente Noordoostpolder. Zie beantwoording onder 1.1. 6.2 Landschappelijke kwaliteit De indiener stelt dat het zonnepark zal leiden tot een inbreuk op de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Zie beantwoording onder 2.5. 6.3 Precedentwerking: De indiener geeft aan dat medewerking aan zonnepark De Hoop kan betekenen dat andere initiatiefnemers vergelijkbare initiatieven te starten. Gelet op de projectlocatie vindt de indiener dit niet wenselijk. De gemeente merkt op dat alle aanvragen op de eigen merites worden beoordeeld. Dat zonnepark De Hoop in overeenstemming is met de eis van een goede ruimtelijke ordening, betekent nadrukkelijk op zichzelf nog niet dat dit ook geldt voor andere zonneparkprojecten in het buitengebied van Steenwijkerland. Hier komt bij dat de gemeente in haar beleid heeft aangegeven dat maximaal 125 hectare (406 TJ) aan grondgebonden zonnepanelen kunnen worden toegestaan. Gelet hierop is de vrees op een precedentwerking niet terecht. 6.4 Uitvoerbaarheid: De indiener geeft aan te twijfelen of zonnepark De Hoop kan worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Zie beantwoording onder 2.3.
Conclusie De zienswijze van indiener 6 geeft naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding om terug te komen op het ontwerpbesluit of om extra voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Pagina 30 van 91 Indiener 7 Zienswijze Beantwoording 7.1 Rijksbeleid en provinciaal beleid: Volgens de indiener mag de gemeente geen zonneparken op landbouwgronden meer toestaan vanwege de Kamerbrief van de demissionair Minister voor Klimaat en Energie van 6 juli 2023 (‘Zonnebrief’). De indiener stelt hiernaast dat de provincie Overijssel het aanleggen van grote zonneparken op landbouwgrond niet toestaat. Hiermee zou onvoldoende rekening zijn gehouden bij het ontwerpbesluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Zie beantwoording onder 2.1. 7.2, 7.6 en 7.7 Gevolgen voor de omgeving. De indiener stelt dat het zonnepark zal leiden tot horizonvervuiling en dat dit in strijd is met de milieueffectenrapportage die is opgesteld in het kader van het omgevingsplan voor de gemeente Steenwijkerland. Hiernaast stelt de indiener dat het zonnepark een onaanvaardbare afbreuk zal doen aan de cultuurhistorische waarden en het open landschap. Het gebied (en de omgeving) zou degraderen volgens de indiener. Het zonnepark zal niet leiden tot een onaanvaardbare ‘horizonvervuiling’ of onaanvaardbare afbreuk aan de cultuurhistorische waarden en het open landschap.
In het landschapsplan – bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing – is toegelicht op welke manier bij de inrichting van het zonnepark rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en de beleving van de openheid van het projectgebied en de omgeving. Hoewel de landschappelijke inrichting van het zonnepark voorkomt dat omwonenden het zonnepark zullen zien vanuit hun woningen, blijft het weidse zicht vanuit de Uiterdijkenweg en Kuinderdijk behouden, dankzij de maatregelen die worden getroffen. Meer hierover leest u terug in paragrafen 4.2 en 4.3 van het landschapsplan. Naar het oordeel van de gemeente is bij de inrichting van het zonnepark voldoende rekening gehouden met het belang van het behoud van het zicht op de aanwezige cultuurhistorische waarden. De zienswijze van de indiener geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. Pagina 31 van 91 De gemeente merkt op dat de milieueffectenrapportage die is opgesteld in het kader van het omgevingsplan voor de gemeente Steenwijkerland geen onderdeel is van het beoordelingskader voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor zonnepark De Hoop. 7.3 Gelijkheidsbeginsel De indiener geeft aan dat de gemeente in strijd handelt met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door wél medewerking te verlenen aan zonnepark De Hoop, maar niet aan het zonnepark Eesveen.
De gemeente merkt op dat alle aanvragen op de eigen merites worden beoordeeld. Dat zonnepark De Hoop in overeenstemming is met de eis van een goede ruimtelijke ordening, betekent nadrukkelijk op zichzelf nog niet dat dit ook geldt voor andere zonneparkprojecten in het buitengebied van Steenwijkerland. Er is geen sprake van een ‘gelijk geval’ tussen zonnepark De Hoop en het zonnepark Eesveen. De indiener verduidelijkt ook niet waarom de gemeente zonnepark De Hoop anders zou beoordelen dan is gedaan bij zonnepark Eesveen. Van strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur is geen sprake. 7.4 Zonneladder: De indiener geeft aan dat zonnepanelen geplaatst moeten worden op dak en niet op land. Zie beantwoording onder 5.1. 7.5 Vruchtbaarheid landbouwgronden De indiener stelt dat het projectgebied is gesitueerd op productieve vruchtbare landbouwgrond. Volgens de indiener moet de gemeente een herbeoordeling laten uitvoeren. Zonnepark De Hoop is niet gesitueerd op vruchtbare landbouwgronden. Op pagina’s 6, 16 en 17 van het landschapsplan – bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing – is toegelicht dat de landbouwkundige waarde van de gronden van het projectgebied zeer beperkt is, ondanks de geoptimaliseerde verkaveling en de goede draagkracht. De ingepolderde strandvlakten en strandwallen zijn droge, voedselarme zandgronden.
De gronden zijn vorige eeuw ontgonnen en hebben in de korte tijd slechts beperkte bodemvorming gehad. Om voldoende water beschikbaar te hebben voor de landbouwteelten en/of de graslanden moet er het gehele jaar water aangevoerd worden. Pagina 32 van 91 Daarbij is de bodem zo voedselarm dat intensieve bemesting vereist is om productie van gewassen en/of gras te verkrijgen. De zienswijze van de indiener geeft geen aanleiding om een herbeoordeling te laten uitvoeren. 7.8 Enquête: De indiener geeft aan dat de gemeente ten onrechte geen enquête heeft uitgevoerd ten aanzien van de komst van een grootschalig zonnepark nabij Blokzijl. Hierdoor zou het onduidelijk zijn of er daadwerkelijk draagvlak zou zijn onder de inwoners van Blokzijl voor zonnepark De Hoop. Het uitvoeren van een enquête is niet verplicht (maar is wel degelijk gebeurd). Volgens de gemeente is voorzien in meer dan voldoende participatiemogelijkheden bij de totstandkoming van het plan. In het participatieplan – bijlage 10 bij de ruimtelijke onderbouwing – is uitgebreid toegelicht op welke manier en wanneer omwonenden en andere belanghebbenden zijn betrokken bij de totstandkoming van het zonneparkproject in de periode 2021 tot en met 2023. Omwonenden zijn persoonlijk (en actief) door de initiatiefnemer betrokken tijdens individuele gesprekken.
Daarbij is ook gesproken over (de uitgangspunten voor) het ontwerp en de omvang van het zonnepark en de landschappelijke inpassing. De inrichting van het zonnepark en landschappelijke inpassing is meermaals aangepast naar aanleiding van de wensen die door omwonenden naar voren zijn gebracht. De inspraak (‘procesparticipatie’) voldoet verder aan de verplichtingen die de wet daaraan stelt. Het plan is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De inwoners van de gemeente Steenwijkerland zijn in de gelegenheid geweest een zienswijze naar voren te brengen over het (ontwerp van het) bestemmingsplan. Er bestaat voor de gemeente geen andere wettelijke verplichting om voorafgaand aan de planvaststelling in overleg te treden over de plannen van de initiatiefnemer (dit blijkt bijvoorbeeld uit de uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:699, r.o. 5.3). Pagina 33 van 91 Verder geldt dat het ontbreken van draagvlak geen dragend argument kan zijn voor het weigeren van een omgevingsvergunning.