CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

9.1 Het uitbreiden van een bestaande vleeskuikenstal op het perceel Rondebroek 1 te Kuinre - bijlage ruimtelijke onderbouwing.pdf

Raadsvergadering 11 april 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Het uitbreiden van een bestaande vleeskuikenstal26.393 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het Watertakenplan bevat een gezamenlijke visie en een uitvoeringsprogramma. Doel is "Ruimtelijke onderbouwing Rondebroek 1, Kuinre" 35 om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen en kostenstijgingen voor inwoners en bedrijven te beperken. Het Watertakenplan geldt voor de periode 2016-2021. Een goed functionerende keten van riolering en afvalwaterzuivering (afvalwaterketen) draagt bij aan een goede volksgezondheid, een goede kwaliteit van het oppervlaktewater én het tegengaan van wateroverlast. Binnen de regio Fluvius beheren de gemeenten de riolering en het waterschap zeven afvalwaterzuiveringen. Een goed watersysteem beperkt wateroverlast en draagt bij aan een goed leefklimaat. Daar is goed onderhoud voor nodig. Zowel gemeente als waterschap hebben hierin een taak, zoals het maaien van oevers en baggeren van watergangen. Zowel voor een goed beheer van de afvalwaterketen als voor het watersysteem is samenwerking tussen gemeente en waterschap dus van groot belang. Voorheen werden door de gemeenten en het waterschap afzonderlijk beleidsplannen gemaakt. Het nieuwe Watertakenplan Fluvius is het eerste gezamenlijk plan waarin het beleid en een aantal projecten voor het stedelijk (afval)waterbeheer op elkaar zijn afgestemd. Samenwerkingsprojecten in het plan zijn bijvoorbeeld gezamenlijk gemalenbeheer en het meten van waterstanden in de riolering.

Door gebruik te maken van elkaars kennis en gezamenlijk projecten uit te voeren, wordt doelmatiger en efficiënter gewerkt. Conclusie nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid Het nu voorliggende plan betreft een uitbreiding met een modern stalsysteem waarbij zorgvuldig gekeken is naar de wijze waarop de effecten op de waterhuishouding beperkt en waar de situatie waar mogelijk verbeterd kunnen worden. Uit de verleende sectorale omgevingsvergunningen (o.a. de Wm en natuurwetgeving) valt op te maken dat er sprake is een van een goede ruimtelijke en mileutechnische toekomstige situatie en dat eventuele effecten op het (grond)water voorkomen worden, indien en voor zover deze buiten de kaders zouden vallen. Dit betekent dat voor wat betreft onderhavig bouwplan geen extra maatregelen nodig zijn. Resumerende kan worden gesteld dat het initiatief niet negatief van invloed is op de kwaliteit van het water en dat er bovendien geen bezwaren bestaan het bouwplan uit te voeren in relatie tot een mogelijke calamiteit in de vorm van een wateroverstroming. Ten aanzien van concrete actiepunten wordt verwezen naar de volgende paragraag, 'watertoets'. Watertoets Via www.dewatertoets.nl is het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan 'Verlengen pluimveestal'. De watertoets is opgenomen in Bijlage 4.

De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure moet worden doorlopen. Het waterschap heeft in reactie hierop een watertoetsdocument opgesteld. Dit watertoetsdocument is opgenomen in Bijlage 5. In het document staan uitgangspunten voor dit plan. De belangrijkste maartegelen die moeten worden getroffen ten aanzien van de watertoetst staan hieronder weergegeven. Deze uitgangspunten zullen worden meegenomen bij de verdere uitwerking van dit plan. Afvalwaterzorgplicht Er is geen sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingeenheden. Er wordt in het plan rekening gehouden met gescheiden waterstromen. Het regenwater wordt niet afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie, maar binnen het plangebied verwerkt. Bij het gescheiden afvoeren van regenwater wordt rekening gehouden met de drempelhoogte in relatie tot de fluctuatie van het ontvangende water.Alleen schone oppervlaktes mogen worden gescheiden van de afvalwaterstroom. Er wordt een zuiverende passage/voorziening aangebracht voordat vervuild hemelwater (zoals afstromend van een parkeerterrein) wordt geloosd op het oppervlaktewater.

"Ruimtelijke onderbouwing Rondebroek 1, Kuinre" 36 Hemelwaterzorgplicht Voor middelgrote plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet als wateroppervlak ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende regenwater. In het plan wordt een verhard oppervlak van circa 1500 m2 gerealiseerd. Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van circa 150 m2 moet worden aangelegd. Grondwaterzorgplicht Geen onnodig diepe drooglegging en ontwatering. In nieuw te ontwikkelen gebied worden de waterstanden binnen het in te richten gebied tijdens of na het bouwrijp maken niet structureel verlaagd. Voor tijdelijke of structurele grondwateronttrekking is op grond van de Waterwet een melding of vergunning van het waterschap nodig.Een flexibel peil wordt toegepast en afgestemd op relatie oppervlaktewater en grondwater en op aanwezigheid van regenwateruitlaten en/of riooloverstorten. Gebiedseigen water wordt vastgehouden en aanvoer van gebiedsvreemd water wordt zoveel mogelijk beperkt. Geisoleerde vijverpartijen of watergangen wordt vermeden. Conclusie Het aspect 'water' levert geen belemmeringen op bij de voorgenomen ontwikkeling.

"Ruimtelijke onderbouwing Rondebroek 1, Kuinre" 37 Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De 'Ruimtelijke onderbouwing Rondebroek 1, Kuinre' wordt conform artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening voorbereid met de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat er gelegenheid wordt gegeven voor het indienen van zienswijzen. 5.2 Economische uitvoerbaarheid Het plan is een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro. De raad kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien er geen verhaalbare kosten zijn, deze minder dan € 10.000,- bedragen of uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen (artikel 6.2.1.a Bro). In deze situatie is sprake van een geval als bedoeld in artikel 6.2.1a Bro, zodat geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld. Het planvoornemen betreft een particulier initiatief. De met de daadwerkelijke realisering gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de initiatiefnemer. Eventuele bijkomende kosten komen eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. Er is een planschadeverhaal overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Eventuele planschade wordt hiermee afgewenteld op de initiatiefnemer. Ook overigens zijn er geen redenen om aan te nemen dat dit plan economisch niet uitvoerbaar is. januari 2017.

"Ruimtelijke onderbouwing Rondebroek 1, Kuinre" 38 "Ruimtelijke onderbouwing Rondebroek 1, Kuinre" 39 Bijlagen "Ruimtelijke onderbouwing Rondebroek 1, Kuinre" 40 "Ruimtelijke onderbouwing Rondebroek 1, Kuinre" 41 Bijlage 1 Bodemonderzoek "Ruimtelijke onderbouwing Rondebroek 1, Kuinre" 42 Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl Onderwerp: verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre Projectnummer: 16-M7826 Opdrachtgever: Hoeve Advies Datum: 28 oktober 2016 verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 2 onderwerp verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre datum 28 oktober 2016 projectnummer 16-M7826 in opdracht van Hoeve Advies Oude Rijksweg 561 7954 GM Rouveen uitgevoerd door Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325 Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2008, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk

bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden” (het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002) Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu. verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 3 INHOUD 1 INLEIDING...................................................................................................................................... 4 1.1 Algemeen............................................................................................................................. 4 1.2 Aanleiding van het verkennend milieukundig bodemonderzoek.......................................... 4 1.3 Doel van het onderzoek .......................................................................................................

4 1.4 Referentiekader van het onderzoek..................................................................................... 4 1.5 Opbouw van het rapport....................................................................................................... 5 2 VOORONDERZOEK ...................................................................................................................... 6 2.1 Basisinformatie .................................................................................................................... 6 2.2 Keuze type vooronderzoek .................................................................................................. 7 2.3 Standaard vooronderzoek.................................................................................................... 7 2.4 Hypothese.......................................................................................................................... 10 3 VELDONDERZOEK...................................................................................................................... 11 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek...................................................................................... 11 3.2 Resultaten van het veldonderzoek.....................................................................................

12 4 CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK................................................................................... 14 4.1 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek.................................................. 14 4.2 Toetsingscriteria grond en grondwater .............................................................................. 15 4.3 Analyseresultaten en interpretatie...................................................................................... 16 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond........................................................................................ 16 4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater .............................................................................. 18 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN......................................................................................... 20 Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen ................................................................ 22 LITERATUURLIJST........................................................................................................................... 23 COLOFON......................................................................................................................................... 24 BIJLAGEN 1. Topografisch overzicht incl. oude topografische overzichten 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3.

Boorbeschrijvingen 4. Analysecertificaten SGS BV 5. Onafhankelijkheidsverklaring verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 4 1 INLEIDING 1.1 Algemeen In opdracht van Hoeve Advies is in oktober 2016 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd op een deel van het perceel gelegen aan de Rondebroek 1 te Kuinre (gemeente Steenwijkerland). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens d e norm NEN-EN-ISO 9001:2008. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO).

Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van VROM. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein. 1.2 Aanleiding van het verkennend milieukundig bod emonderzoek Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de wens inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van de bodem in verband met de geplande nieuwbouw/uitbreiding van een bestaande pluimveestal op de onderzoekslocatie. 1.3 Doel van het onderzoek Dit onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging.

Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt. 1.4 Referentiekader van het onderzoek Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740 (literatuur 1). verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 5 1.5 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5). verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 6 2 VOORONDERZOEK Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd.

Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Het vooronderzoek richt zich tevens op informatie betreffende de bodemgesteldheid en geohydrologie van de onderzoekslocatie. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de leidraad bij het uitvoeren van verkennend, oriënterend en nader bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5725 (literatuur 9). Afhankelijk van de aanleiding van het onderzoek en/of de initiële verdenking van een locatie wordt de diepgang van het vooronderzoek bepaald. De norm NEN 5725 onderscheidt hiermee drie verschillende typen vooronderzoek te weten: 1) een beperkt vooronderzoek, 2) een standaard vooronderzoek of 3) een uitgebreid vooronderzoek. Om te kunnen bepalen welk type vooronderzoek van toepassing is moet van de locatie eerst de basisinformatie worden verzameld, vervolgens wordt de aanleiding van het onderzoek vastgesteld en ten slotte wordt de mate van verdachtheid van de locatie bepaald. 2.1 Basisinformatie In tabel 2.1 is een overzicht van de basisinformatie weergegeven. tabel 2.1 overzicht basisinformatie adres Rondebroek 1 plaats Kuinre gemeente Steenwijkerland topografisch overzicht Zie bijlage 1 coördinaten X = 186,389 Y=535,873 kadastrale aanduiding Gemeente Kuinre sectie F nr.

282 oppervlakte onderzoekslocatie (bouwblok) ca. 1.400 m2 toekomstig bodemgebruik pluimveestal huidig bodemgebruik agrarisch perceel voormalig bodemgebruik agrarisch perceel ophogingen/dempingen/stortingen opvullingen en verhardingen niet bekend toepassing van asbesthoudende bouw-, bodem- of verhardingsmaterialen niet bekend voorgaand bodemonderzoek op de onderzoekslocatie voorgaand bodemonderzoek in de omgeving ►Verkennend bodemonderzoek Rondebroek 1 (bouw veestal) Amitec, VO/98089, mei 1998 Bovengrond: minerale olie licht verhoogd Ondergrond: - Grondwater: chroom, nikkel, lood, EOX licht verhoogd ► niet bekend De onderzoekslocatie is gelegen aan de Rondebroek nr. 1, in het buitengebied van Kuinre (gemeente Steenwijkerland). De topografische ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 7 De onderzoekslocatie betreft een deel van een agrarisch perceel gelegen aan de Rondebroek nr. 1 te Kuinre Het agrarisch perceel grenst aan een bestaande pluimveestal. De eigenaar is voornemens om op de bestaande pluimveestal uit te breiden. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het terreindeel t.p.v. een uit te breiden stal (bouwblok) zoals weergegeven in bijlage 2. De onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, heeft een oppervlakte van ca. 1.400 m2 (zie bijlage 2).

In de directe omgeving van de locatie bevinden zich hoofdzakelijk agrarische percelen buiten de bebouwde kom. Aan de noord-, oost- en zuidzijde grenst de onderzoeklocatie aan naast- en achtergelegen agrarische percelen. Aan de westzijde grenst de onderzoekslocatie aan de Rondebroek en achtergelegen pluimveebedrijf. 2.2 Keuze type vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Op basis van het stroomschema (figuur 1 blz.14) uit de NEN 5725 wordt in dit geval een standaard vooronderzoek volgens hoofdstuk 6 uit de NEN 5725 uitgevoerd. 2.3 Standaard vooronderzoek De hieronder vermelde historische gegevens zijn ontleend aan gegevens die door de opdrachtgever zijn verstrekt alsmede gegevens uit het milieuarchief van de gemeente Steenwijkerland (verkregen via dhr. H. Huiskamp), het bodemloket, topografische kaarten, Topotijdreis.nl en het handelsbestand van de Kamer van Koophandel. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter.

voormalige bodemgebruik bodemgebruik in het verleden tot heden: (bron: opdr achtgever/gemeente/topografische kaarten) • De onderzoekslocatie betreft een deel van een agra risch perceel gelegen aan de Rondebroek nr. 1 te Kuinre Het agrarisch perceel grenst aan een bestaande pl uimveestal. De eigenaar is voornemens om op de bestaande pluimveestal uit te breiden. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het terreindeel t.p.v. een uit te breiden stal (bouwblok) zoals weergegeven in bijlage 2. De onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, heeft een oppervlakte van ca. 1.400 m2 (zie bijlage 2). • Nabij de onderzoeklocatie bevindt zicht een bestaa nde pluimveestal. De bebouwing dateert van 1979 (bron kadaster). De boerderij aan de Rondebroek nr. 1 dateert van 1920 (bron kadaster) • Op basis van oude topografische kaarten vanaf 190 8 is, voor zover te beoordelen, op de locatie (ter plaatse van de boerderij) reeds bebouwing aanwezig. Op topografische kaarten na 2002 wordt de pluimveestal weergegeven. Voor zover te beoordelen is de onderzoekslocatie niet anders dan als agrarisch perceel in gebruik geweest. • Ten behoeve van de bebouwing op de locatie zijn bo uwvergunningen verleend. • Ten behoeve van de locatie is voor zover bekend ee n milieuvergunning verleend.

• De locatie wordt in het handelsbestand van de Kame r van Koophandel vermeld onder: - Stichting Tweeplus - T.E.A. Groenestege - Plaatselijk Belang Kuinre en omstreken verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 8 - Groenestege Kuinre B.V. onder- of bovengrondse brandstoftanks: (bron: opdra chtgever/eigenaar/gemeente/provincie) • Er is geen andere informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Op de locatie Rondebroek nr. 1 wordt melding gemaakt van een ondergrondse hbo-tank (4.000 liter), een ondergrondse dieselolietank (1.200 liter) nabij de werkplaats en een bovengrondse dieselolietank (2.000 liter) bij de werktuigenberging. De tanks zijn/waren op geruime afstand, buiten het beïnvloedingsgebied van de onderzoekslocatie, gelegen. aanwezigheid van asbest (bron: opdrachtgever/geme ente) • Het dak van de bestaande schuur bestaat uit golfpl aten. Gezien het bouwjaar (1998) betreft het niet- asbesthoudende platen. Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwe zigheid van asbest in de bodem. voormalige en huidige potentieel belastende agrarische en bedrijfsactiviteiten (bron: opdrachtgever/ eigenaar/ gemeente/ provincie) • De onderzoeklocatie aan de Rondebroek nr. 1 is ger uime tijd in gebruik als agrarisch perceel.

Een klein deel van de onderzoekslocatie is verhard met stelconplaten en als stalling van werktuigen/kuilplaat etc. in gebruik. • Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormal ige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie. • Er is geen informatie omtrent evt. andere (voormal ige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. • Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) po tentieel bodembedreigende calamiteiten op de onderzoekslocatie. • In de directe omgeving van de onderzoekslocatie be vinden zich hoofdzakelijk agrarische percelen. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie. verrichte handelingen met grond, verhardingsmateriaal en/of afval: (bron: opdrachtgever/gemeente) • Er is geen informatie omtrent evt. gedempte waterg angen/sloten t.p.v. het beoogde bouwblok. • Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte geb iedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de locatie. ondergrondse infrastructuur in het heden verleden: (bron: opdrachtgever) • Voor zover bekend bevindt zich op de onderzoeksloc atie geen ondergrondse infrastructuur.

archeologische waarden: (bron:gemeente/provincie) • De locatie heeft op basis van de archeologische wa ardenkaart (IKAW) een lage archeologische waarde. niet gesprongen explosieven: (bron:gemeente/provin cie) • In Nederland zijn er niet gesprongen explosieven ( NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen van niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 9 huidige bodemgebruik huidige bodemgebruik van de locatie: (bron:opdracht gever/terreininspectie) • De onderhavige onderzoekslocatie is momenteel in g ebruik als stalling/kuilplaat/agrarisch perceel. aanwezigheid van asbest: (bron:opdrachtgever/terr eininspectie) • Het dak van de bestaande schuur bestaat uit golfpl aten. Gezien het bouwjaar (1998) betreft het niet- asbesthoudende platen. Er is geen informatie bekend omtrent de evt.

aanwe zigheid van asbest in de bodem. huidige verdachte/bedrijfsmatige/bodembelastende activiteiten: (bron:opdrachtgever/gemeente) • Op de onderzoekslocatie vinden thans geen bodembe dreigende activiteiten plaats. verhardingslagen: (bron:opdrachtgever/terreinins pectie) • De onderzoekslocatie is deels verhard met stelconp laten. toekomstige bodemgebruik geplande herinrichting/ bouwplannen: (bron:opdra chtgever) • nieuwbouw/uitbreiding pluimveestal. geplande bedrijfsactiviteiten: (bron:opdrachtg ever) • pluimveestal geplande potentieel bodemverontreinigende activiteiten: (bron:opdrachtgever) • niet bekend geohydrologie De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket ( www.dinoloket.nl ). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 0.5 m+NAP. In tabel 2.2 is de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 2.2 geohydrologische opbouw diepte m-mv beschrijving formatie 0-1.2 1.2-3.3 3.3-16.3 16.3-19.7 19.7-27.5 Klei, matig humeus, zwak siltig Veen Zand fijn Zand, matig grof, zwak grindig Zand, matig fijn Naaldwijk Nieuwkoop Boxtel Kreftenheye Urk De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld.

Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 10 (financieel-) juridische situatie In tabel 2.3 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 2.3 financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens gemeente Kuinre, sectie F, numm er 282 opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen - 2.4 Hypothese Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie Aan de Rondebroek nr. 1 te Kuinre geruime tijd in gebruik is als agrarisch perceel. Een klein deel van de locatie wordt gebruikt als stalling/kuilplaat. Er is geen informatie over andere (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen) of (voormalige) bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt.

Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. het beoogde bouwblok uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV) (literatuur 1). In tabel 2.4 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 2.4 gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie grond grondwater onderzoeksstrategie bouwblok geen geen ONV Bij de toetsing van de hypothese wordt een enkele overschrijding van de achtergrondwaarde geïnterpreteerd als “onverdachte locatie”. Dit geldt vooral voor parameters welke van nature verhoogd aanwezig zijn en de achtergrondwaarde overschrijden. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707 of NEN-5897. Tevens dient opgemerkt te worden dat eventueel aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht. verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 11 3 VELDONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven.

Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. plaatsen van boringen en peilbuis Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 07 oktober 2016. Het bemonsteren van het grondwater is conform NEN-5740 ca. een week na plaatsing van de peilbuis op 21 oktober 2016 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. M. van Wuykhuyse erkende en geregistreerde veldwerker/monsternemer van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (http//www.senternovem.nl/bodemplus/erkenningen). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 6. Voorafgaand aan het plaatsen van de boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen.

Alle boringen zijn uitgevoerd met behulp van een edelmanboor en geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. In totaal zijn, gelijkmatig verdeeld, op de onderzoekslocatie negen boringen geplaatst. Alle boringen zijn doorgezet tot in de aanwezige deklaag (0.5 m-mv). Twee boringen zijn doorgezet 2.0 m-mv. Eén boring is doorgezet tot in het freatisch grondwater, deze boring is ten behoeve van de bemonstering van het grondwater afgewerkt met een peilbuis, filtertraject van ca. 2.35-3.35 m-mv. De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 12 monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken.

Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek Bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 3.1 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven.

tabel 3.1 lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv hoofdbestanddeel Toevoeging Kleur 0.00-0.50 0.50-1.00 1.00-1.10 1.10-3.35 Klei Klei Klei Veen zwak zandig, zwak siltig zwak siltig zwak siltig, zwak veenhoudend mineraalarm lichtbruin lichtgrijs-buin lichtbuin zwartbruin Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in tabel 3.2 weergegeven. tabel 3.2 veldwaarnemingen grondwater Peilbuis filtertraject m-mv grondwaterstand m-mv voorpompen liter pH EGV geleidingsvermogen µS/cm troebelheid (NTU) 1 2.35-3.35 1.55 6 6.70 639 8.40 verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 13 Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Zintuiglijk zijn in het opgeboorde materiaal geen afwijkingen waargenomen. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal.

Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 7 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat).

Overigens wordt in algemene zin opgemerkt dat in de bodem aanwezig puinmateriaal asbest kan bevatten. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707 / NEN-5897 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht. verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 14 4 CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS BV (certificaat L086). Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erken door het ministerie van VROM. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”.

4.1 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderz oek grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn twee grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 4.1 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 4.1 Analyse-schema Monstercode boringnummer(s) diepte (m-mv) zintuigl ijke analysepakket waarnemingen grond MM1 1 t/m 8 0.0-0.5 m-mv - NEN-grond (*) +AS3000 MM2 1+2 0.5-1.4 m-mv - NEN-grond (*) +AS3000 grondwater 1 (peilbuis) 1 2.35-3.35 m-mv - NEN-grondwater (**) +AS3000 verklaring van de gebruikte afkortingen en codes: (1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorb ehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge sto f, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl.

naftaleen), chloorh oudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bro moform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/ koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethyl benzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 15 4.2 Toetsingscriteria grond en grondwater Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen i n bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 22335, 02 november 2012) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is.

In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en luntum=25%). Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m 3 grond of 100 m 3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 16 4.3 Analyseresultaten en interpretatie In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van SGS BV opgenomen. 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 4.2 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 4.2: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb in het kader van WBB (BoToVa toetsing T.12 versie 2.0.0 is uitgevoerd op 27 oktober 2016 om 14:51) Monster ID GP16-68338.001 GP16-68338.002 Klant Ref. 16-M7826 16-M7826 Bodemtraject (m-mv) 0-0.5 0.5-1.4 Bodemtype Ks1 Ks1 Zintuiglijke waarnemingen - - BoToVa Monster Conclusie Voldoet aan AW Voldoet aan AW MaxBI:0,0 MaxBI:0,0 Parameter Toetsingswaarden Algemeen Eenheid AW TW IW BW 1 BTV 1 SGS 1 BW 2 BTV 2 SGS 2 Korrelgroottefractie % 12 23 Droge stof % m/m 88 -- 73 -- Organisch stof % 6,2 5,5 1.

Metalen barium (Ba) mg/kg – 109 -- 118 -- cadmium (Cd) mg/kg 0,6 6,8 13 0,46 ≤AW 0,34 ≤AW kobalt (Co) mg/kg 15 102,5 190 11 ≤AW 9,2 ≤AW koper (Cu) mg/kg 40 115 190 21 ≤AW 19 ≤AW kwik (Hg) mg/kg 0,15 18,08 36 0,12 ≤AW 0,091 ≤AW lood (Pb) mg/kg 50 290 530 29 ≤AW 27 ≤AW molybdeen (Mo) mg/kg 1.5* 95,75 190 1,1 ≤AW 1,1 ≤AW nikkel (Ni) mg/kg 35 67,5 100 29 ≤AW 31 ≤AW zink (Zn) mg/kg 140 430 720 90 ≤AW 67 ≤AW 4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) naftaleen mg/kg – 0,035 0,035 fenantreen mg/kg – 0,035 0,035 antraceen mg/kg – 0,035 0,035 fluorantheen mg/kg – 0,035 0,035 chryseen mg/kg – 0,035 0,035 benzo(a)antraceen mg/kg – 0,035 0,035 benzo(a)pyreen mg/kg – 0,035 0,035 benzo(k)fluorantheen mg/kg – 0,035 0,035 indeno(1,2,3cd)pyreen mg/kg – 0,035 0,035 benzo(ghi)peryleen mg/kg – 0,035 0,035 PAK’s (som 10) mg/kg 1,5 20,75 40 0,35 ≤AW 0,35 ≤AW 5. Gechloreerde koolwaterstoffen e. overige gechloreerde koolwaterstoffen PCB 28 ug/kg 1,1 1,3 PCB 52 ug/kg 1,1 1,3 PCB 101 ug/kg 1,1 1,3 PCB 118 ug/kg 1,1 1,3 PCB 138 ug/kg 1,1 1,3 PCB 153 ug/kg 1,1 1,3 PCB 180 ug/kg 1,1 1,3 PCB’s (som 7) ug/kg 20 510 1000 7,9 ≤AW 8,9 ≤AW 7.

Overige stoffen minerale olie mg/kg 190 2595 5000 23 ≤AW 25 ≤AW MonsterID Monsteromschrijving GP16-68338.001 MM1: 1 (0-50) 2 (0-40) 3 (0-50) 4 (0- 50) 5 (0-50) 6 (0-50) 7 (0-50) 8 (0-50) GP16-68338.002 MM2: 1 (50-100) 2 (50-100) 2 (100-140 ) Legenda's AW: Achtergrondwaarde; TW: Tussenwaarde; IW: Interventiewaarde BW n: Botova Berekende Waarde; BTV n: Botova con clusie; SGS n: SGS toevoeging --: Geen toetsoordeel mogelijk; ≤AW: <= Achtergrondwaarde Additionele Info Als de BW waarde in groen is afgedrukt betreft dit een waarde kleiner dan de officiele rapportage grens SGS n bevat de BodemIndex, BI = (BW-AW)/(IW-AW). Al s AW=IW: #DIV/0 verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 17 bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1 t/m 8) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-1.4 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 (boring 1+2) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de ra pportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000).

Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte bariu m indicatief worden getoetst aan de voormalige interv entiewaarde. verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 18 4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In de tabel 4.3 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 4.3 gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming interpretatie resultaten grondwater Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb i n het kader van WBB (BoToVa toetsing T.13 versie 1.1.0 is uitgevoerd op 27 oktober 2016 om 14:50) Monster ID GP16-69178.001 Klant Ref. 16-M7826 Peilbuis (filterstelling) Pb 1 (2.35-3.35) BoToVa Monster Conclusie Overschrijding SW MaxBI:0,8 Parameter Toetsingswaarden 1. Metalen Eenheid SW TW IW BW 1 BTV 1 SGS 1 barium (Ba) ug/l 50 337,5 625 240 >SW 0,3 cadmium (Cd) ug/l 0,4 3,2 6 0,50 >SW 0,0 kobalt (Co) ug/l 20 60 100 45 >SW 0,3 koper (Cu) ug/l 15 45 75 9,7 ≤SW kwik (Hg) ug/l 0,05 0,175 0,3 0,24 >SW 0,8 lood (Pb) ug/l 15 45 75 1,4 ≤SW molybdeen (Mo) ug/l 5 152,5 300 1,4 ≤SW nikkel (Ni) ug/l 15 45 75 44 >SW 0,5 zink (Zn) ug/l 65 432,5 800 620 >SW 0,8 3.

Aromatische stoffen benzeen ug/l 0,2 15,1 30 0,14 ≤SW ethylbenzeen ug/l 4 77 150 0,14 ≤SW tolueen ug/l 7 503,5 1000 0,14 ≤SW 1,2-xyleen ug/l 0,070 som 1,3- en 1,4-xyleen ug/l 0,14 xylenen (som) ug/l 0,2 35,1 70 0,21 ≤SW styreen (vinylbenzeen) ug/l 6 153 300 0,14 ≤SW isopropylbenzeen (cumeen) ug/l 0,21 -- aromatische oplosmiddelen (som) ug/l [150] 0,98 -- 4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) naftaleen ug/l 0,01 35,005 70 0,014 ≤SW PAK’s (som 10) DIMSLS 1 0,00020 (para!) 5. Gechloreerde koolwaterstoffen a. (vluchtige) chloorkoolwaterstoffen monochlooretheen (vinylchloride) ug/l 0,01 2,505 5 0,14 ≤SW dichloormethaan ug/l 0,01 500,005 1000 0,14 ≤SW 1,1-dichloorethaan ug/l 7 453,5 900 0,14 ≤SW 1,2-dichloorethaan ug/l 7 203,5 400 0,14 ≤SW 1,1-dichlooretheen ug/l 0,01 5,005 10 0,070 ≤SW cis-1,2-dichlooretheen ug/l 0,070 trans-1,2-dichlooretheen ug/l 0,070 1,2-dichlooretheen (som) ug/l 0,01 10,005 20 0,14 ≤SW 1,1-dichloorpropaan ug/l 0,14 1,2-dichloorpropaan ug/l 0,14 1,3-dichloorpropaan ug/l 0,14 dichloorpropanen (som) ug/l 0,8 40,4 80 0,42 ≤SW trichloormethaan (chloroform) ug/l 6 203 400 0,14 ≤SW 1,1,1-trichloorethaan ug/l 0,01 150,005 300 0,070 ≤SW 1,1,2-trichloorethaan ug/l 0,01 65,005 130 0,070 ≤SW trichlooretheen (Tri) ug/l 24 262 500 0,14 ≤SW tetrachloormethaan (Tetra) ug/l 0,01 5,005 10 0,070 ≤SW tetrachlooretheen (Per) ug/l 0,01 20,005 40 0,070 ≤SW 7.

Overige stoffen minerale olie ug/l 50 325 600 35 ≤SW tribroommethaan (bromoform) ug/l – 315 630 0,14 -- 0,0 MonsterID Monsteromschrijving GP16-69178.001 Pb 1: 1 (235-335) Legenda's SW: Streefwaarde; TW: Tussenwaarde; IW: Inter ventiewaarde BW n: Botova Berekende Waarde; BTV n: Botova con clusie; SGS n: SGS toevoeging --: Geen toetsoordeel mogelijk; >SW: > Streefwaa rde; ≤SW: <= Streefwaarde para!: Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie Additionele Info Als de BW waarde in groen is afgedrukt betreft dit een waarde kleiner dan de officiele rapportage grens SGS n bevat de BodemIndex, BI = (BW-AW)/(IW-AW). Al s AW=IW: #DIV/0 Als waarde in kolom IW is afgedrukt met [] dan betr eft dit een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 19 peilbuis 1 (2.4-3.4 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde en een verhoogd gehalte barium, cadmium, kobalt, koper en nikkel (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gehalte zink (zware metalen) overschrijdt de tussenwaarde in ruime mate.

De verhoogd gemeten gehalten barium, cadmium, kobalt, koper en nikkel (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijden de streefwaarde in meer en mindere mate, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) wordt in dit geval voor nikkel benaderd. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. De overige onderzochte stoffen zijn in het grondwater t.p.v. peilbuis 1 niet verhoogd gemeten t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de ra pportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2-dichloor etheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 20 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1 t/m 8) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-1.4 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 (boring 1+2) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (2.35-3.35 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde en een verhoogd gehalte barium, cadmium, kobalt, koper en nikkel (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde.

Het verhoogd gemeten gehalten zink (zware metalen) ter plaatse van peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde en geeft daardoor formeel aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Het verhoogd gemeten gehalte zink (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 is niet direct te relateren en hangt in dit geval naar verwachting niet samen met een locatiespecifieke verontreiniging. Indien meer inzicht vereis is in het voorkomen van zink (zware metalen) in het grondwater wordt geadviseerd het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 opnieuw te bemonsteren en te analyseren op het gehalte zink (zware metalen). De verhoogd gemeten gehalten barium, cadmium, kobalt, koper en nikkel (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde niet en geeft daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Toetsing hypothese Op basis van de vooraf in paragraaf 2.4 gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieukundig onverdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. ► Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een matig verhoogd gehalte zink (zware metalen), aanvullend onderzoek in de vorm van een herbemonstering en heranalyse van het grondwater wordt in dit geval aanbevolen.

De vooraf gestelde hypothese dient n.a.v. de onderzoeksresultaten formeel verworpen te worden. Voor het overige bevat het grondwater plaatselijk verontreinigingen t.o.v. de streefwaarde. De overige verontreinigingen zijn in relatief geringe mate gemeten (gehalten beneden de tussenwaarde) en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de onderzoeksresultaten naar onze mening vooralsnog onvoldoende om algehele conclusies te verbinden omtrent de bodemkwaliteit t.p.v. de onderzoekslocatie. verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 21 Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek conform de NEN 5707 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Afwijkingen in de werkzaamheden Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen BRL SIKB 2001 en 2002. Aanbevelingen 1) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een matig verhoogd gehalte zink (zware metalen) en geeft op basis hiervan formeel aanleiding tot aanvullend onderzoek.

Geadviseerd wordt bij het bevoegd gezag na te gaan of dergelijk verhoogde gehalten zink (zware metalen) in het grondwater in de omgeving vaker worden gemeten, dit als gevolg van een natuurlijke achtergrondwaarde. Indien dit niet het geval is wordt aanbevolen een herbemonstering en heranalyse van het grondwater uit te voeren. 2) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl .

verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 22 Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een deel van het perceel gelegen aan de Rondebroek nr. 1 te Kuinre (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707 / NEN- 5897 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. T.a.v. historische informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen, bv. t.g.v. as-, verbrandings-, of afvalgaten. Het kan op basis van dit onderzoek niet geheel uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt.

Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld. verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 23 LITERATUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemon derzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740 (NNI, januari 2009). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit he t SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uit gevoerd volgens de eisen uit de SIKB- protocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versie s op www .wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl ) . 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www .wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl ) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Ri jks Geologische Dienst, 1995. 9.

Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Minis terie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (NNI januari 2009). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre oktober 2016 24 COLOFON Auteur Paraaf Gecontroleerd door Paraaf Datum Status Ing. A.D.M. van Wuykhuyse Ing. M.J.A. van Wuykhuyse 28 oktober 2016 definitief opdrachtgever : Hoeve Advies project : verkennend milieukundig bodemonderzoek Rondebroek 1 te Kuinre omvang rapport : 24 blz. datum : 28 oktober 2016 projectleider : ing. A.D.M. van Wuykhuyse Adviesgroepen: /boxshadowdwn Bouw /boxshadowdwn Milieu Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl F a x B I J B i j B BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/70d1d1db-6af0-41c7-a715-a54ccc283e97?agendaItemId=0c5c80fa-f437-4463-891b-d896c4c8d12a