CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

8.4 Nationaal Platform Stralingsrisico - Dagvaarding-in-kort-geding 21 april 2020.pdf

Raadsvergadering 26 mei 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken21.165 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Enkele biologische studies wijzen op een mogelijke link tussen blootstelling aan EMV en effecten op het immuunsysteem, wat wellicht aanleiding kan geven tot verder onderzoek. De meerderheid van de biologische studies heeft echter geen significante aanwijzingen opgeleverd waaruit zou blijken dat, bij dagelijkse blootstelling binnen de vastgestelde limieten, EMV een risico voor de gezondheid vormen." 18 Zie productie 16. 19 Zie productie 29, pag. viii: "Hierdoor is de statistische zeggingskracht vrij laag, waardoor er weinig zekerheid ontleend kan worden aan conclusies. Alhoewel destijds een begrijpelijke keuze, moet achteraf dan ook geconstateerd worden dat de brede programma-opzet een obstakel is gebleken voor het volledig realiseren van de programmadoelstellingen, en dat het programma baat had gehad bij meer thematische samenhang." Pagina 33/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 Gezondheidsraad 73. De regering stoelt haar visie daarnaast op adviezen van de Gezondheidsraad. De Gezondheidsraad heeft in 2011 een rapport gepubliceerd over de invloed van radiofrequente telecommunicatiesignalen op kinderhersenen (productie 31).20 Conclusie van de Gezondheidsraad is dat geen bewijs is gevonden dat blootstelling aan EMV een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling en het functioneren van de hersenen van kinderen.

Tekenend voor de insteek van door de overheid uitgevoerde onderzoeken is wel dat uitsluitend naar korte termijneffecten is gekeken. Reeds op de eerste pagina van haar rapport merkt de Gezondheidsraad op: "Over het optreden bij kinderen van mogelijke andersoortige, op lange termijn optredende effecten, zoals het ontstaan van hersentumoren, kan de commissie bij gebrek aan gegevens geen uitspraken doen." 74. De Gezondheidsraad heeft verder literatuuronderzoek gedaan naar lange termijn gezondheidseffecten van het gebruik van mobiele telefoons. De Gezondheidsraad voerde dit literatuuronderzoek in drie delen uit: • het eerste onderzoek betrof epidemiologische gegevens.21 Blijkens een brief van de staatssecretaris van infrastructuur en milieu van 19 augustus 2013 is uit dit literatuuronderzoek geen duidelijk en consistent bewijs voor een verhoogd risico voor tumoren in de hersenen of andere delen van het hoofd gerelateerd aan gebruik van een mobiele telefoon gedurende dertien jaar of minder aangetoond, maar kan een dergelijk risico ook niet worden uitgesloten (productie 32).

De gezondheidsraad stelt "dat er geen reden is om het ALARA-principe (Alara staat voor as low as reasonably achievable) niet toe te passen op radiofrequente elektromagnetische velden"; • het tweede literatuuronderzoek betrof dierexperimentele gegevens over de relatie tussen blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden en 20 Vanwege de omvang van het rapport worden slechts het voorblad en de samenvatting (in de vorm van een aanbiedingsbrief aan de staatssecretaris) overgelegd. 21 https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2013/06/03/mobiele-telefoons-en-kanker- deel-1-epidemiologie-van-tumoren-in-het-hoofd. Pagina 34/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 kanker.22 Blijkens een brief van de staatssecretaris van infrastructuur en milieu van 16 oktober 2014 is bij dit onderzoek geen relatie tussen de blootstelling van dieren aan radiofrequente elektromagnetische velden en kanker aangetoond (productie 33).

Echter, het is ook niet uitgesloten; • het derde literatuuronderzoek betrof actualisatie van de eerdere adviezen en een eindconclusie.23 Deze eindconclusie is volgens een brief van de staatssecretaris van infrastructuur en milieu van 1 december 2017, dat geen bewezen verband bestaat tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in hersenen of het hoofd-halsgebied, maar dat dit verband ook niet kan worden uitgesloten (productie 34). Sterker, hiervoor bestaan volgens de Gezondheidsraad wel "zwakke aanwijzingen".24 De Gezondheidsraad heeft in haar eindconclusie herhaald dat zij aanbeveelt het ALARA-principe toe te passen:25 "Toch wil de commissie haar eerdere aanbeveling herhalen: pas het ALARA-principe toe. Dat wil zeggen: houd de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk is (As Low As Reasonably Achievable). Het is bijvoorbeeld onnodig dat apparatuur met een groter vermogen of gedurende een langere tijdsperiode uitzendt dan noodzakelijk is om een goede verbinding te hebben. De commissie stelt zich hiermee achter de aanbevelingen uit het advies Voorzorg met Rede van de Gezondheidsraad." 75. Anders dan de staatssecretaris van EZK wil doen voorkomen, zijn de laatste drie literatuuronderzoeken van de Gezondheidsraad slechts van geringe betekenis.

Allereerst geldt dat nog steeds geen onderzoek is gedaan naar gezondheidsrisico's op de langere termijn. Daarnaast geldt dat de onderzoeken uitsluitend betrekking hebben op mobiel bellen, waarbij overige vormen van blootstelling aan 22 https://www.gezondheidsraad.nl/organisatie/straling/documenten/adviezen/2014/09/05/mobile- phones-and-cancer-part-2-animal-studies-on-carcinogenesis. 23 https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2016/06/01/mobile-phones-and-cancer- epidemiological-and-animal-studies. 24 https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2016/06/01/mobile-phones-and-cancer- epidemiological-and-animal-studies (pag. 12). 25 https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2016/06/01/mobile-phones-and-cancer- epidemiological-and-animal-studies (pag. 13). Pagina 35/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 elektromagnetische straling niet zijn betrokken. Verder is enkel een relatie tussen bellen en (bepaalde) tumoren onderzocht; anders gezondheidseffecten niet. De Gezondheidsraad sluit een gezondheidsrisico, anders dan de staatssecretaris van EZK tegenover de Tweede Kamer doet voorkomen,26 dus geenszins uit. Dit zou vanwege de beperkingen van het onderzoek ook merkwaardig zijn. Niet in de laatste plaats negeert de regering de expliciete en duidelijke oproep van de Gezondheidsraad tot toepassing van het ALARA-principe. 76.

Overigens is opvallend dat de Gezondheidsraad geen enkele acht lijkt te hebben geslagen (of dit bewust onopgemerkt laat) op eerdere bevindingen van de World Health Organization (WHO). De 'International Agency for Research on Cancer Monograph Working Group' van de WHO had in 2011 bij een vergelijkbaar, maar breder onderzoek wel (vele) verontrustende conclusies getrokken (productie 35). 77. Bij brief van 5 november 2019 heeft de Tweede Kamer aan de Gezondheidsraad verzocht om een advies uit te brengen over de mogelijke gezondheidsrisico's in relatie tot 5G (productie 36). Dit is de eerste keer dat door de Gezondheidsraad een relevant (literatuur)onderzoek wordt gedaan, waarbij ook de middellange en lange termijneffecten van elektromagnetische straling worden onderzocht. Relevant is tevens dat door de Tweede Kamer is gevraagd om bij het onderzoek "een overzicht en beoordeling te geven van de (inter)nationale studies die zijn verschenen over mogelijke gezondheidsrisico's van 5G". De reden daarvan is onder meer dat sprake is van een technisch en complex karakter van dergelijke studies en de conclusies niet altijd eensluidend zijn.27 26 Zie productie 16. 27 "Kamerleden ontvangen veel mails van bezorgde burgers. Ook worden Kamerleden regelmatig door derden gewezen op verschillende studies en rapporten uit binnen- en buitenland.

Gezien het complexe en technische karakter van dergelijke rapporten en het feit dat de conclusies niet altijd eensluidend zijn, vindt de commissie VWS het wenselijk de Gezondheidsraad gericht te vragen om een inventarisatie te maken van de meest actuele studies en rapporten. Temeer omdat de Gezondheidsraad in zijn recente werkprogramma (her)bevestigt dat hij de wetenschappelijk inzichten hierover nauwlettend volgt." Pagina 36/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 78. Dit literatuuronderzoek van de Gezondheidsraad is – uiteraard – nog niet afgerond. Dit houdt de regering echter niet tegen om het proces tot uitrol van 5G voort te zetten. Veldsterktemetingen 79. Agentschap Telecom heeft tussen februari en september 2019 op drie testlocaties veldsterktemetingen uitgevoerd om inzicht te krijgen in de elektromagnetische straling van 5G-antennes. De conclusie van Agentschap Telecom is dat bij de testopstellingen geen veldsterktes zijn waargenomen die hoger zijn dan de ICNIRP - richtlijnen.28 Los van de kritiek op deze richtlijnen (zie hiervóór), merkt Agentschap Telecom zelf in haar rapport op dat de gemeten veldsterktes slechts een indicatie geven voor de uiteindelijk toegepaste 5G-systemen.29 Ook los daarvan geven de veldsterktemetingen niet de geruststelling die kennelijk is beoogd; eerder verder e verontrusting. 80.

Zoals blijkt uit het rapport van Agentschap Telecom, zijn de veldsterktemetingen uitgevoerd met meetafstanden van 53 meter, 140 meter en 170 meter, waarbij respectievelijk de volgende technologieën zijn gebruikt: 4G (2,605 GHz), 5G (3,465 GHz) en 5G (3,675 GHz).30 De gemeten veldsterktes waren 3 V/m, 1,1 V/m respectievelijk 2,6 V/m. 81. Bij 4G was in de testopstelling sprake van hoog geplaatste antennes (meetafstand 53 meter). De daarmee gemeten veldsterkte van 3 V/m is welhaast de hoogste waarde die in de praktijk wordt gemeten en schadelijk voor de gezondheid. 28 Zie productie 8, pag. 13. 29 Zie productie 8, pag. 13. 30 Zie productie 8, pag. 12. Pagina 37/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 82. De bij 5G gemeten veldsterktes waren lager, maar wel op aanmerkelijk grotere meetafstanden (140 respectievelijk 170 meter). Deze meetafstanden wekken verbazing en zelfs argwaan over de insteek van de metingen, nu juist voor 5G een grote hoeveelheid small cells zal worden geplaatst in dichtbevolkte en -gebouwde gebieden (op bushokjes, lantaarnpalen, etc.). Mensen zullen binnen één of enkele meters van deze small cells komen. Dit is relevant, omdat de veldsterkte lineair toeneemt met de afstand tot de bron (de stralingsintensiteit kwadratisch). Op 10 meter afstand worden de door Agentschap Telecom gemeten veldsterktes 1,1 x 14 = 15,4 V/m en 2,6 x 17 = 44,2 V/m.

Dit zijn extreem hoge waarden, die in de praktijk nu nog niet voorkomen. De stralingsintensiteit op enkele meters van small cells is nog groter. 83. De veldsterktemetingen zijn kortom niet representatief voor de situatie die na de uitrol van 5G zal ontstaan als het aan de regering ligt. Dit nog los van het feit dat het onjuist is om de uitkomsten van de veldsterktemetingen uitsluitend te relateren aan de ICNIRP-normen, waaraan uitsluitend thermische effecten ten grondslag liggen (zie hiervóór). Voor de frequenties boven 3,5 GHz geldt dit zeker, nu uit onderzoek is gebleken dat daarbij vooral de huid een kwetsbaar orgaan is. Bij hogere frequenties wordt de indringdiepte van straling in het lichaam minder vanwege de hogere absorptie van de huid en daaronder. De consequentie daarvan is dat de belasting van de huid toeneemt met onder andere het risico op huidkanker tot gevolg. Dit is geen thermisch gevolg. Resumé t.a.v. door de regering ingeroepen richtlijnen en studies 84.

Samengevat moet op basis van de door de regering aangedragen richtlijnen en studies worden geconstateerd dat: • veel door de regering aangehaalde studies verouderd zijn (de belangrijkste normen dateren uit 1998); • de door de regering aangehaalde studies selectief en onvolledig zijn in hun bronselectie; Pagina 38/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 • de door de regering aangehaalde studies gezondheidsrisico's niet uitsluiten, maar slechts concluderen dat bij de betreffende studies geen negatieve invloed is aangetoond. Volgens diezelfde studies bestaan echter ook geen onderzoeken waaruit blijkt dat 5G-straling veilig is voor de gezondheid, terwijl soms zelfs aanwijzingen voor gezondheidsrisico's worden benoemd ; • alle onderzoeken waarop de regering haar antwoorden baseert géén aandacht besteden aan gezondheidseffecten op de middellange en lange termijn, maar (uitdrukkelijk) slechts de korte termijn; • de onderzoeken – met name de blootstellingsrichtlijnen van ICNIRP – zich uitsluitend richten op de risico's van de opwarming van het lichaam door elektromagnetische straling (thermische effecten). Relevant onderzoek naar non-thermische (celfysiologische) processen is hierbij niet betrokken. Vele onafhankelijke wetenschappelijke onderzoeken tonen reële en ernstige gezondheidsrisico's aan 85.

Vele onafhankelijke en toonaangevende wetenschappelijke onderzoeken tonen aan dat (met name langdurige) blootstelling aan elektromagnetische straling leidt tot tumoren in de hersenen en geslachtsdelen, onvruchtbaarheid, verminking van de spermacellen en DNA, diabetes, autisme, leer- en geheugenstoornissen, adhd, depressies en een toename van Alzheimer. Daarbij lopen zwangere vrouwen en kinderen verhoogd risico. De onafhankelijke wetenschappelijke denktank Environmental Health Trust heeft een uitgebreid overzicht van de relevante studies opgesteld, waarin de verschillende conclusies zijn samengevat (productie 37). Hieronder worden enkele relevante studies toegelicht, waarbij geldt dat in vele gevallen 'peer reviewed' onderzoek is gedaan op basis van een (zeer) groot aantal wetenschappelijke studies. Conclusies zijn dus niet gebaseerd op één onderzoek, maar een heel scala aan onderzoeken en daarmee breed gedragen. Pagina 39/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 ECOLOG-instituut (2000) 86. In 2000 heeft het Duitse Ecolog Instituut, een onafhankelijk onderzoeksinstituut, een studie uitgevoerd in opdracht van de telecomoperator T-Mobile (productie 38). Het betrof een literatuuronderzoek naar de gezondheidseffecten van onder andere hoogfrequente elektromagnetische straling.

De bevindingen waren onder meer dat straling kankerbevorderend is, schadelijk is voor het immuunsysteem en dat het de hersen- en zenuwwerking beïnvloedt. EU Reflex onderzoek (2004) 87. In opdracht van de Europese Unie werd een grootschalige studie uitgevoerd aan verschillende Europese universiteiten uit zeven landen waarin de niet-thermische effecten van elektromagnetische straling zijn onderzocht. De straling die in het onderzoek werd gebruikt, had een specifieke absorptiesnelheid (SAR) tussen 0,3 en 2 watt per kilogram. De SAR is de mate waarin het lichaam emissies van een telefoon absorbeert. De meeste telefoons zenden radiosignalen uit op SAR-niveaus tussen 0,5 en 1 W/kg. Mobiele telefoons mogen alleen worden verkocht als ze binnen de SAR van 2 Watt per kg vallen. Uit de resultaten blijkt dat zelfs bij een SAR waarde van 1,3W/kg, representatief voor veel mobiele telefoons, significante gezondheidsschade wordt aangericht in de menselijke cellen en het DNA (enkele en dubbele 'DNA-breuken'). Stop5GNL overlegt (vanwege de aanzienlijke omvang van het rapport) als (productie 39) een 'project progress report' van het Reflex onderzoek met daarin een samenvatting van de belangrijkste conclusies. 31 31 "With respect to radiofrequency electromagnetic fields (RF-EMF), data showed that RF-EMF produced genotoxic effects in fibroblasts, granulosa cells and HL60 cells.

Cells responded to RF-EMF exposure between SAR level 0.3 and 2 W/kg with a significant increase in single and double strand DNA breaks and in micronuclei frequency. Chromosomal aberrations in fibroblasts were observed after RF-EMF exposure. RF-EMF at a SAR of 1.5 W/kg downregulated the expression of neuronal genes in neuronal precursor cells and upregulated the expression of early genes in p53-deficient embryonic stem cells, but not in wildtype cells. Proteomic analyses on human endothelial cell lines showed that exposure to RF- EMF changed the expression and phosphorylation of numerous, largely unidentified proteins. Among Pagina 40/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 International Agency for Research on Cancer (IARC) (2011) 88. Ook het International Agency for Research on Cancer (IARC), onderdeel van de World Health Organisation (WHO), concludeert dat sprake is van gezondheidsrisico's. Reeds in 2011 heeft IARC de straling van mobiele telefoons en andere draadloze apparaten gekwalificeerd als mogelijk kankerverwekkend voor mensen (productie 40). BioInitiative rapport (2012) 89. In 2012 verscheen een uitgebreide studie van de BioInitiative Working Group, een internationale werkgroep van gerenommeerde wetenschappers, onderzoekers en specialisten in gezondheidsbeleid.

Het rapport is in feite een bespreking en samenvatting van al het onderzoek (meer dan 3.500 studies) dat tot dan toe werd uitgevoerd. Het behandelt onder andere de immunologische, genetische en neurologische effecten van laagintensieve straling. De BioInitiative Working Group concludeerde dat het bewijs voor gezondheidsrisico's door radiofrequente straling sinds 2007 aanzienlijk is toegenomen. De schadelijke effecten doen zich volgens de BioInitiative Working Group reeds voor bij blootstellingen (ver) onder de ICNIRP- blootstellingsrichtlijnen, die volgens de werkgroep ernstig tekort schieten. Daarbij wordt gerefereerd aan DNA-schade, kanker, effecten op het geheugen, leren, gedrag, vruchtbaarheidsproblemen, aandacht, slaapverstoring en neurologische aandoeningen zoals Alzheimer. Daarnaast ziet de BioInitiative Working Group sterk bewijs voor een verhoging van de kans op autisme en toename van klachten bij these proteins is the heat shock protein hsp27, a marker for cellular stress responses. There was no evidence that RF-EMF affected processes such as cell proliferation, apoptosis or immune cell functionality. For both ELF-EMF and RF-EMF, the results of the whole genome cDNA micro-array and proteomic analyses indicated that EMF may activate several groups of genes that play a role in cell division, cell proliferation and cell differentiation.

At present the biological relevance of these findings can not be assessed." Pagina 41/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 autisme. Het BioInitiative rapport met de conclusie kernconclusie32 op pagina 26 wordt (exclusief bijlagen) overgelegd als productie 41. Yakymenko e.a. (2015) 90. Een volgend toonaangevend onderzoek is dat van hoofdonderzoeker Igor Yakymenko, werkzaam bij het Institute of Experimental Pathology, Oncology and Radiobiology of NAS of Ukraine. Hij heeft dit onderzoek met collega's uit diverse landen uitgevoerd. Zij analyseerden honderd bestaande studies over de schadelijke invloed van elektromagnetische straling op het DNA. De onderzoekers concluderen dat de blootstelling aan elektromagnetische straling kan leiden tot DNA- beschadiging. Het werkingsmechanisme dat hiervoor verantwoordelijk is, is (vermoedelijk) de opwekking van vrije radicalen (Reactive Oxygen Species, ROS). In het onderzoek is ROS aangetoond bij onder andere ratten en embryo’s. De schade aan het DNA kan volgens de onderzoekers leiden tot verschillende gezondheidsproblemen, waaronder kanker, hoofdpijn, vermoeidheid, Alzheimer, Parkinson en zelfs huidproblemen. (Ook) bij deze studies is uitgegaan van blootstellingen ver onder de ICNIRP-blootstellingsrichtlijnen. De conclusie staat op pagina 12 van het rapport (productie 42).33 32 "We cannot afford ‘business as usual” any longer.

(…) Research must continue to define what levels of RF related to new wireless technologies are acceptable; but more research should not prevent or delay substantive changes today that might save money, lives and societal disruption tomorrow. * New regulatory limits for ELF are warranted. ELF limits should be set below those exposure levels that have been linked in childhood leukemia studies to increased risk of disease, plus an additional safety factor. (…). (…) * A precautionary limit of 0.1 (µW/cm2 (which is also 0.614 Volts per meter) should be adopted for outdoor, cumulative RF exposure. This reflects the current RF science and prudent public health response that would reasonably be set for pulsed RF (ambient) exposures where people live, work and go to school. (…) This recommendation should be seen as an interim precautionary limit that is intended to guide preventative actions; and more conservative limits may be needed in the future." 33 "The analysis of modern data on biological effects of lowintensity RFR leads to a firm conclusion that this physical agent is a powerful oxidative stressor for living cell. The oxidative efficiency of RFR can be Pagina 42/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 Ramazinni Institute (2017) 91. Het Ramazzini-instituut is een sociale coöperatie in Italië die zich al ruim twee decennia inzet voor de strijd tegen kanker.

Onderzoekers van dit gerenommeerde instituut deden een grootschalige, levenslange studie op 2.448 proefdieren die werden blootgesteld aan straling vergelijkbaar met zendmasten. De proefdieren werden levenslang negentien uur per dag blootgesteld aan straling die ver onder de ICNIRP-blootstellingsrichtlijnen lag. De proefdieren ontwikkelden diverse soorten van kanker, waaronder zogenaamde schwannceltumoren. Dit is exact hetzelfde soort tumoren dat onderzoekers van het National Toxicology Program tijdens hun onderzoek 3.000 kilometer verderop ontdekten (zie hierna). De conclusie van het Ramazzini-instituut staat in punt 4 van haar publicatie (productie 43).34 National Toxicology Program (2018) 92. Het Amerikaanse National Toxicology Program (NTP) is onderdeel van het U.S. Department of Health and Human Services. Het NTP deed onderzoek naar het ontstaan van tumoren na het blootstellen van ratten en muizen aan de zendsignalen van mobiele telefoons. Dit tien jaar durende onderzoek liet zien dat bij mannetjesratten een verband bestaat tussen de blootstelling aan zendsignalen van mobiele telefoons en de ontwikkeling van bepaalde typen tumoren.

Daarbij is mediated via changes in activities of key ROS-generating systems, including mitochondria and non- phagocytic NADH oxidases, via direct effects on water molecules, and via induction of conformation changes in biologically important macromolecules. In turn, a broad biological potential of ROS and other free radicals, including both their mutagenic effects and their signaling regulatory potential, makes RFR a potentially hazardous factor for human health. We suggest minimizing the intensity and time of RFR exposures, and taking a precautionary approach towards wireless technologies in everyday human life." 34 "(…) A statistically significant increase in the incidence of heart Schwannoma was observed in treated male rats at the highest dose (50V/m). Furthermore, an increase in the incidence of Schwann cells hyperplasia was observed in treated male and female rats at the highest dose (50V/m), although this was not statistically significant. An increase in the incidence of malignant glial tumors was observed in treated female rats at the highest dose (50V/ m), although this was not statistically significant. (…)" Pagina 43/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 bewijs gevonden voor diverse soorten tumoren, waaronder schwannceltumoren in de harten van mannelijke ratten. Dit is hetzelfde soort tumoren als het Ramazzini- instituut constateerde.

Stop5GNL overlegt als productie 44 de eerste pagina's van het rapport van het NTP met als onderdeel daarvan de samenvatting en conclusies.35 5G-appeal 93. Vanwege de aan elektromagnetische straling in het algemeen en 5G in het bijzonder klevende gezondheidsrisico's, komen uit verschillende hoeken oproepen om éérst gezondheidsrisico's nader te onderzoeken en uit te sluiten alvorens de uitrol van 5G in c.q. voort te zetten. Een eerste 'appeal' is het International EMF Scientist Appeal uit 2015, dat is gericht aan de Verenigde Naties. Dit appeal is ondertekend door 252 wetenschappers uit 43 landen.36 Een tweede appeal is het 5G-appeal, dat dateert uit 2017, waarover hierna meer. Het meest recente appeal is het zogenaamde 5G space appeal, dat ten tijde van het opstellen van deze dagvaarding door bijna 200.000 mensen uit meer dan 200 landen is ondertekend. 37 94. In het 5G-appeal, dat in september 2017 is toegestuurd aan de Europese Commissie (productie 45), hebben (inmiddels38) 268 wetenschappers en medici uit 43 landen hun ernstige zorgen geuit over de gezondheidsrisico's van de uitrol 35 "In males for both GSM- and CDMA-modulated RFR, we conclude that exposures increased the number of animals with tumors in the heart.

Tumors of the brain were also considered to be related to exposure; and increased numbers of male rats with tumors of the adrenal gland were also related to exposure. We are uncertain whether occurrences of prostate gland, pituitary gland, and pancreatic islet tumors in male rats exposed to GSM-modulated RFR and pituitary gland and liver tumors in male rats exposed to CDMA-modulated RFR were related to RFR exposures. This was also the case with female rats, where we conclude that exposure to GSM- or CDMA-modulated RFR may have been related to tumors in the heart. For females exposed to CDMA-modulated RFR, occurrences of brain and adrenal gland tumors may have been related to exposure." 36 https://www.emfscientist.org/. 37 https://www.5gspaceappeal.org/the-appeal. 38 Zie aangehechte lijst met actuele ondertekenaars; Pagina 44/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 van 5G. Zij verwijzen naar verschillende wetenschappelijke publicaties die wijzen op het risico op onder andere kanker, celstress, genetische schade, structurele en functionele veranderingen in het voortplantingssysteem, leer- en geheugenproblemen en neurologische aandoeningen. Daarbij merken zij uitdrukkelijk op dat deze risico's (met name op de lange termijn) ook spelen indien blootstellingen aan elektromagnetische straling (5G) plaatsvinden onder de blootstellingsrichtlijnen zoals beschreven door ICNIRP. 95.

De wetenschappers achter het 5G-appeal benadrukken dat de blootstellingsrichtlijnen van ICNIRP verouderd zijn en wijzen op belangen van ICNIRP-leden bij telecommunicatiebedrijven. Daarnaast ontbreekt het volgens het 5G-appeal bij de leden van ICNIRP aan kennis over biologische en geneeskundige processen, met name oncologische kennis. Ook wijzen zij erop dat door ICNIRP uitsluitend korte termijn effecten zijn beschouwd en dan ook nog enkel het risico van "heating of exposed tissue" (dus: thermische gevolgen). Dit komt (volledig) overeen met kritieken op de ICNIRP-richtlijnen uit andere hoek. 96. In het 5G-appeal wordt een verwijzing gemaakt naar het EMF Scientist Appeal door erop te wijzen dat hieruit blijkt dat: "Numerous recent scientific publications have shown that EMF affects living organisms at levels well below most international and national guidelines. Effects include increased cancer risk, cellular stress, increase in harmful free radicals, genetic damages, structural and functional changes of the reproductive system, learning and memory deficits, neurological disorders, and negative impacts on general well-being in humans. Damage goes well beyond the human race, as there is growing evidence of harmful effects to both plant and animal life." 97.

De wetenschappers achter het 5G appeal zijn duidelijk (vertaald): "Wij, ondergetekende wetenschappers, adviseren een moratorium op de uitrol van 5G, de vijfde generatie voor mobiele communicatie, totdat potentiële gevaren voor de menselijke gezondheid en het milieu volledig zijn onderzocht door Pagina 45/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 wetenschappers onafhankelijk van de industrie. 5G zal de blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMF) aanzienlijk verhogen bovenop de reeds bestaande 2G, 3G, 4G, WiFi enz. RF-EMF is bewezen schadelijk voor mens en milieu" 98. De wetenschappers dringen erop aan om onafhankelijk onderzoek te doen naar de gevolgen van 5G-straling "om de veiligheid van de bevolking te garanderen". Daarom vragen ze aan de Europese Commissie om de uitbreiding van het 5G- netwerk uit te stellen "tot de potentiële risico’s voor de menselijke gezondheid en het milieu grondig onderzocht zijn door wetenschappers die onafhankelijk zijn van de industrie". Een duidelijkere oproep, die een wetenschappelijke basis is en breed gedragen is, bestaat niet. Resumé 2 99. Geen enkel wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat elektromagnetische straling op de middellange en lange termijn veilig is.

Onderzoeken waarop de regering haar standpunt baseert, betreffen uitsluitend thermische gevolgen en gezondheidsrisico's op de korte termijn, terwijl ook overigens gebreken aan deze onderzoeken kleven. Vele (duizenden) studies duiden op schadelijke gevolgen van elektromagnetische straling voor de gezondheid. Hoe wordt in andere landen omgegaan met de gezondheidsrisico's van elektromagnetische straling? 100. Niet alleen in Nederland bestaat sterke weerstand tegen de voorgenomen uitrol van 5G. In meerdere landen is van overheidswege of door rechters ingegrepen om de aanwezig geachte risico's te voorkomen. Een uitgebreide compilatie van maatregelen, adviezen en uitspraken van overheden, internationale organisaties en rechtbanken over toepassing van elektromagnetische straling van zendmasten, smartphones, draadloze telefoons en WiFi wordt overgelegd als productie 46. Ter Pagina 46/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 illustratie wijst Stop5GNL op diverse maatregelen en uitspraken in Frankrijk, Zwitserland en Italië. Frankrijk 101. In Frankrijk worden de gezondheidsrisico's van elektromagnetische straling zeer serieus genomen. Op 10 februari 2015 (al) is een wetsvoorstel over de beperking aan elektromagnetische straling aangenomen vanwege de gezondheidsrisico’s. 39 Daarmee is bepaald dat WiFi verboden is in ruimten waar kinderen jonger dan drie jaar verblijven.

In klaslokalen waar kinderen verblijven ouder dan 3 jaar, moet apparatuur worden uitgeschakeld wanneer deze niet voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt. Zwitserland 102. In 2018 zijn de grenswaarden van mobiele 5G telefonie in huis aangepast in de 'Ständerat' (de Zwitserse Eerste Kamer).40 Deze vastgestelde limieten liggen een factor 100 onder ICNIRP-richtlijnen. 103. Op 10 april 2019 heeft het Kanton Vaud een moratorium (het maximale op decentraal niveau) op de verdere uitrol van 5G door de plaatsing van daarvoor bestemde antennes afgekondigd.41 Dit in afwachting van een rapport van het 'Swiss Federal Office for the Environment' over de technologie achter 5G. Op 10 juli 2019 heeft het Kanton Genève hetzelfde gedaan.42 39 LOI n° 2015-136 du 9 février 2015 relative à la sobriété, à la transparence, à l'information et à la concertation en matière d'exposition aux ondes électromagnétiques. 40 https://www.nzz.ch/schweiz/-staenderat-will-hoehere-grenzwerte-fuer-5g-mobilfunk-ld.1362988. 41 https://www.letemps.ch/suisse/5g-apres-moratoire-vaudois-tempete. 42 https://www.telecompaper.com/news/canton-of-geneva-prohibits-construction-of-5g-antennae-- 1288622. Pagina 47/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 Italië 104. In Italië wordt al sinds 2012 (door de hoogste rechter) een verband gelegd tussen elektromagnetische straling en hersentumoren.43 105.

Het parlement van Zuid-Tirol heeft de overheid in 2015 gemachtigd om draadloze netwerken op scholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen en andere publieke faciliteiten te vervangen door netwerken die minder straling uitzenden. 106. In lijn hiermee heeft de rechtbank in Florence in 2017 op vordering van de ouders van een leerling de onmiddellijke ontmanteling van routers en hotspots binnen een school bevolen.44 De rechtbank deelt de zorg dat voortdurende blootstelling ernstige schade kan toebrengen aan de gezondheid van het kind, omdat het op school wordt blootgesteld aan een elektromagnetische soep en de bescherming van de gezondheid van een kind een grondwettelijk recht is. 107. De Italiaanse ministeries van Milieu, Volksgezondheid en Onderwijs moesten na een vonnis van 13 november 2018 van de rechtbank Lazio binnen zes maanden een voorlichtingscampagne starten over de risico’s voor de gezondheid van mobiele en draadloze telefoons en hoe deze op een juiste manier te gebruiken. 45 108. In 2018 kende de rechtbank te Ivrea aan een werknemer, die voor zijn werk vijftien jaar lang dagelijks drie tot vier uur zijn mobiele telefoon moest gebruiken, een uitkering toe van € 500,- per maand aan schadevergoeding.46 Interessant is de onderbouwing door de rechtbank van het volgens haar aanwezige verband tussen 43 Corte di Cassazione, sez. Lavoro, sentenza 3 to 12 ottobre 2012, n.

17438.: http://www.quotidianosanita.it/allegati/allegato1850707.pdf. 44 http://www.emfsa.co.za/ehs/court-ordered-to-turn-off-wi-fi-at-a-school-in-florence/. 45 https://www.lastampa.it/economia/2019/01/16/news/i-ministeri-informino-sui-rischi-dei-telefonini- 1.33670886. 46 https://www.theguardian.com/technology/2017/apr/21/italian-court-rules-mobile-phone-use-caused- brain-tumour?CMP=share_btn_link. Pagina 48/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 blootstelling aan elektromagnetische straling en onder andere kanker.47 De hoger beroeprechter in Turijn heeft deze uitspraak inmiddels bevestigd. 48 Deze hoger beroeprechter hechtte meer waarde aan de visie van de Zweedse professor Lennart Hardell, die onderzoek doet naar het verband tussen omgevingsfactoren zoals elektromagnetische straling en kanker, dan aan door de industrie gefinancierde onderzoeken.49 109. Tot slot wijst Stop5GNL op de beslissing van vele Italiaanse gemeenten om toestemming voor de uitrol van 5G in de stad te weigeren vanwege de wetenschappelijke tweeslachtigheid over de hiermee gepaard gaande gezondheidsrisico's.50 Het betreft onder andere Rome, Florence, Avellino, Lucca, Padua, Frosinono, Chieti, Isernia, Cuneo, Biela en Caserta. 47 Vrij vertaald: "Op grond van bovenstaande feiten is het volgens de rechter evident dat een causaal verband (of op zijn minst mede causaal) moet worden aangenomen.

(…) Over de onderzoeken die ervan uitgaan dat er geen verband is stelt de rechter het volgende. Eén van die onderzoeken, Interphone, toont een verhoogd risico van 40% aan op gliomen – wat de man heeft – bij personen die de telefoon veel en lang gebruikten. Ook overige toelichtingen op dit onderzoek stellen dat er aanwijzingen zijn dat er een verhoogd risico is op gliomen bij hogere blootstelling. Verder is van belang dat de Hoge Raad in een eerdere soortgelijke uitspraak heeft geoordeeld dat het deel van het Interphone onderzoek waarin het in algemene zin het verband tussen tumoren en blootstelling probeert uit te sluiten, niet bijzonder geloofwaardig is omdat het onderzoek medegefinancierd is door bedrijven die mobiele telefoons produceren. En er is sprake is van belangenverstrengeling van de wetenschappers die elk verband met kracht ontkennen, Ahlborn en Repacholi. Verder wordt het (mede) causale verband tussen tumoren en blootstelling ook bevestigd in de jurisprudentie." 48 https://www.phonegatealert.org/en/the-court-of-appeal-of-turin-confirms-the-link-between-a-head- tumour-and-mobile-phone-use.

49 https://childrenshealthdefense.org/news/six-italian-courts-have-ruled-that-cell-phones-cause-brain- tumors/: "As in Turin, the Brescia court ignored industry-funded studies—declaring them to be biased— and instead relied on the expert opinion of Swedish professor Lennart Hardell, an oncology specialist and cancer epidemiologist with “a focused interest in environmental risk factors for cancer." 50 https://oasisana.com/2019/04/05/provoca-danni-al-corpo-firenze-frena-sul-5g-e-applica-il-principio- di-precauzione-approvata-con-voto-quasi-unanime-la-mozione-in-difesa-della-salute-notizia-esclusiva- oasi-sana/ en https://ehtrust.org/international-actions-to-halt-and-delay-5g/. Pagina 49/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 De positie van verzekeraars 110. Waar sprake is van toenemende risico's, anticiperen verzekeraars daarop. Zij laten onderzoeken doen en bij gebleken risico's c.q. risicoverhogingen worden polisvoorwaarden aangepast. Opzienbarend is dat al meerdere verzekeraars op deze manier concrete maatregelen hebben getroffen. Swiss Re 111. De (gerenommeerde) Zwitserse verzekeringsmaatschappij Swiss Reinsurance Company (Swiss Re) categoriseert elektromagnetische straling in de hoogste risicoklasse. In deze categorie staan bijvoorbeeld ook hormoonverstorende chemicaliën.

Swiss Re wijst op de stand van de wetenschap aangaande gezondheidsrisico's die aan elektromagnetische straling kleven (productie 47).51 AUVA 112. In opdracht van de Oostenrijkse verzekeringsmaatschappij AUVA is onderzoek gedaan naar gezondheidseffecten van elektromagnetische straling van mobieltjes, bij niveaus ver onder de ICNIRP-blootstellingsrichtlijnen. In de studies werden de gevolgen van de velden van 3G en 4G gemeten. De belangrijkste resultaten zijn (productie 48): 51 Pag 11: "Anxiety over the potential risks related to EMF has risen. Studies are difficult to conduct, since time trend studies are inconsistent due to the still rather recent proliferation of wireless technology. The WHO has classified extremely low-frequency magnetic fields and radiofrequency electromagnetic fields, such as radition emitted by cell phones, as potentially carcinogenic to humans (Class 2B carcinogen). Furthermore, a recent ruling by an Italian court suggested a link between mobile phone radiation and human health impairment. Overall, however, scientific studies are still inconclusive regarding possible adverse health effects of EMF. If a direct link between EMF and human health problems were established, it would open doors for new claims and could ultimately lead to large losses under product liability covers.

Liability rates would likely rise." Pagina 50/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 • toenemende veranderingen in het EEG in het alpha-spectrum, vanaf ongeveer 5-10 minuten na begin van de blootstelling, en tot 50 minuten na het einde van de blootstelling; • blootstelling aan straling van mobiele telefoons zorgt voor een significante verandering in de snelheid van aanmaak van eiwitten. 113. Zowel deze effecten als ook DNA-breuken deden zich voor bij lage veldsterktes, waar het warmte-effect (thermisch effect) geen rol speelt. Lloyd's 114. De Britse verzekeraar The Lloyd's of London heeft onderzoek gedaan naar de gezondheidsrisico's van elektromagnetische velden (specifiek kanker) en concludeerde dat meer lange termijn onderzoeken nodig zijn naar een relatie tussen blootstelling aan elektromagnetische velden en kanker, maar dat diverse studies dit verband wel hebben aangetoond c.q. gesuggereerd (productie 49). Daarbij wijst Lloyd's erop dat de WHO en Europese Unie aanbevelen om het voorzorgsbeginsel (waarover hierna meer) te hanteren. Op basis daarvan heeft Lloyd's de dekking voor claims "directly or indirectly arising out of, resulting from or contributed to by electromagnetic fields, electromagnetic radiation, electromagnetism, radio waves or noise" uitgesloten, zo blijkt uit haar General Insurance Exclusions (productie 50, exclusion 32, pag. 8). Vorderingen en motivering 115.

De door de Staat beoogde en gefaciliteerde uitrol van 5G is onomkeerbaar. Zeker de komende twintig jaren, omdat vergunningen voor die periode worden verleend. Indien de uitrol van 5G gepaard gaat met gezondheidsrisico's, hetgeen vanwege al het vorengaande moet worden verondersteld en in ieder geval niet kan worden uitgesloten, betreft dit dus onomkeerbare gezondheidsrisico's. Deze risico's zijn ernstig, waar het gaat om ernstige ziektes zoals kanker. Burgers kunnen zich, Pagina 51/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 bezien vanuit hun zelfbeschikkingsrecht, niet onttrekken aan dit gezondheidsrisico. De uitrol van 5G beoogt immers een landelijke dekking. 116. Deze vaststellingen nopen tot terughoudendheid bij de blootstelling van burgers aan elektromagnetische straling. Zelfs indien wordt aangenomen dat op dit moment onvoldoende wetenschappelijk bewijs bestaat voor de schadelijkheid van elektromagnetische straling, is in ieder geval sprake van wetenschappelijke tweespalt c.q. onzekerheid met een reële kans dat wél sprake is van gezondheidsrisico's. Zeker op de middellange en helemaal op de lange termijn. 117. Als het aan de regering ligt, staat Nederland aan de vooravond van de uitrol van 5G, dat vanwege de specifieke kenmerken en beperkingen zal leiden tot een aanzienlijke toename van de stralingsdichtheid, met name in de grote steden en dichtbevolkte gebieden.

Hiervóór is dat toegelicht. Deze toename van stralingsdichtheid brengt Nederland na 2G, 3G en 4G op een nieuw punt, waarbij zal moeten worden bezien of de voorzienbare blootstelling aan elektromagnetische straling verantwoord is waar het gezondheidsrisico's betreft. Hiervoor zal minst genomen afdoende deugdelijk en onafhankelijk onderzoek moeten plaatsvinden, ook naar gezondheidsrisico's op de middellange en lange termijn. De Gezondheidsraad is door de Tweede Kamer verzocht om hiernaar een onderzoek te doen, maar dit is 1) geen volledig zelfstandig onderzoek (maar een literatuuronderzoek) en 2) onzeker is of de Gezondheidsraad aan dit verzoek uitvoering geeft. Een dergelijk onderzoek is in ieder geval niet afgerond. 118. Gelet op deze stand van zaken en het ontbreken van enige onafhankelijke wetenschappelijke studie die overtuigend aantoont dat de uitrol van 5G met alle gevolgen van dien géén gezondheidsrisico's met zich meebrengt, is de uitrol van 5G en al hetgeen de Staat daartoe doet volgens Stop5GNL onverantwoord, onaanvaardbaar en onrechtmatig. Hiermee worden burgers in Nederland onnodig blootgesteld aan een onaanvaardbaar gezondheidsrisico. Pagina 52/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 119.

Stop5GNL vordert daarom dat een noodvoorziening 52 wordt getroffen en een moratorium wordt uitgesproken: • primair tot het moment dat rechtens is vastgesteld dat voldoende wetenschappelijke consensus bestaat dat de uitrol van 5G geen gevaar voor de volksgezondheid op de lange termijn oplevert; • subsidiair tot het moment dat rechtens is vastgesteld dat uit wetenschappelijk onderzoek door minimaal vijf gerenommeerde onafhankelijke wetenschappelijke instituten is gebleken dat de uitrol van 5G geen gevaar voor de volksgezondheid op de lange termijn oplevert; • meer subsidiair tot het moment dat de Gezondheidsraad zijn onderzoek, zoals verzocht door de Tweede Kamer bij brief van 5 november 2019,53 heeft afgerond en geconcludeerd dat de uitrol van 5G geen gevaar voor de volksgezondheid op de lange termijn oplevert. Hierna worden deze vorderingen (juridisch) toegelicht. De op de Staat rustende (positieve) zorgplicht 120. De verplichting van de Staat om de gezondheid van haar burgers zoveel als mogelijk te waarborgen (een 'positieve zorgplicht') vloeit voort uit de volgende wettelijke (o.a. verdragsbepalingen) voorschriften. 121. Artikel 168 lid 1 VWEU: "Bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Unie wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd.

Het optreden van de Unie, dat een aanvulling vormt op het nationale beleid, is gericht op verbetering van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het wegnemen van bronnen van gevaar voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Dit optreden omvat de bestrijding van grote bedreigingen van de 52 Een zaak waarin een vergelijkbaar moratorium werd uitgesproken betreft ECLI:NL:GHAMS:2016:4199, waarin het hof overwoog: "komt het het hof geraden voor om bij wege van ordemaatregel de huidige situatie te ‘bevriezen". 53 Zie productie 36. Pagina 53/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 gezondheid, door het bevorderen van onderzoek naar de oorzaken, de overdracht en de preventie daarvan, alsmede door het bevorderen van gezondheidsvoorlichting en gezondheidsonderwijs, en de controle van, de alarmering bij en de bestrijding van ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid. (…)" 122. Artikel 2 lid 1 van het EVRM (recht op leven): "Het recht van een ieder op leven wordt beschermd door de wet. Niemand mag opzettelijk van het leven worden beroofd, behoudens voor de tenuitvoerlegging van een gerechtelijk vonnis wegens een misdrijf waarvoor de wet in de doodstraf voorziet." 123.

Artikel 8 lid 1 EVRM (recht op eerbiediging van prive familie- en gezinsleven): "Een ieder heeft het recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie." 124. Volgens het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) verplichten de artikelen 2 en 8 EVRM overheden om voldoende praktische maatregelen te treffen ter beperking van schade.54 De Overheid heeft de positieve verplichting om haar burgers effectief te beschermen door actief op te treden.55 Daarbij moet de overheid díe maatregelen nemen die noodzakelijk én voldoende zijn om burgers effectief te beschermen.56 Onder meer nadat zij vanwege wetenschappelijke onderzoeken op de hoogte raakt van risico's die het recht op leven (art. 2 EVRM) in gevaar brengen.57 Wanneer de overheid op de hoogte is van een "real and 54 EHRM 24 juli 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:0724JUD006090811 (Brincat e.a./Malta), o.a. r.o. 102, 116 en 117. 55 EHRM 9 juni 1998 (L.C.B/Verenigd Koninkrijk), r.o. 36 en 38 en EHRM 9 december 1994 (Lopez Ostra/Spanje), r.o. 58. 56 EHRM 30 november 2004, 48939/99 (Öneryildiz/Turkije), r.o. 89 en EHRM 28 oktober 1998, 213452/94, NJ 2000, 134 (Osman/Verenigd Koninkrijk), r.o. 116.

57 EHRM 30 november 2004, 48939/99 (Öneryildiz/Turkije), EHRM 24 juli 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:0724JUD006090811 (Brincat e.a./Malta) en EHRM 27 januari 2009, ECLI:CE:ECHR:2009:0127JUD006702101 (Tatar/Roemenië). Pagina 54/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 immediate risk" voor het leven van burgers, dan is zij verplicht om maatregelen te nemen om dat risico weg te nemen.58 125. Wanneer de bescherming van de artikelen 2 en 8 EVRM op gespannen voet staat met algemene belangen, zoals economische belangen, dan dient de Staat daarin een "fair balance" te vinden.59 126. Het EHRM legt artikel 8 zo uit dat het bescherming omvat van de fysieke leefomgeving.60 Onderscheidend ten opzichte van artikel 2 EVRM is dat het ook bescherming biedt tegen gevaren die niet acuut zijn. Het gaat dan om gevallen waarin een situatie (vervuiling of overlast) dusdanig ernstig is dat het hebben van een privéleven of gezinsleven niet goed mogelijk is.61 Daarbij spelen onder meer de intensiteit en duur van een blootstelling of overlast mee in combinatie met de duur van de gevolgen voor de mentale en fysieke gezondheid. 127. Artikel 2 lid 1 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie: "Eenieder heeft recht op leven." 128. Artikel 6 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie: "Eenieder heeft recht op vrijheid en veiligheid van zijn persoon." 129.

Artikel 24 lid 1 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind: "De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op voorzieningen voor de behandeling 58 EHRM 28 oktober 1998, 213452/94, NJ 2000, 134 (Osman/Verenigd Koninkrijk). 59 EHRM 9 december 1994 (Lopez Ostra/Spanje), r.o. 58. 60 EHRM 2 oktober 201, 36022/97 (Hatton/UK) en EHRM 30 november 2004, 48939/99 (Öneryildiz/Turkije). 61 EHRM 2 oktober 201, 36022/97 (Hatton/UK) en EHRM 27 januari 2009, ECLI:CE:ECHR:2009:0127JUD006702101 (Tatar/Roemenië). Pagina 55/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 van ziekte en het herstel van de gezondheid. De Staten die partij zijn, streven ernaar te waarborgen dat geen enkel kind zijn of haar recht op toegang tot deze voorzieningen voor gezondheidszorg wordt onthouden." 130. Artikel 21 van de Grondwet: "De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu." 131. Artikel 22 lid 1 van Grondwet: "De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid." 132.

Samengevat rust op de Staat ingevolge de aangehaalde verdrags- en wetbepalingen de positieve zorgverplichting om: • te erkennen dat eenieder recht heeft op leven en datgene te doen om dit recht te beschermen; • de noodzakelijke maatregelen te treffen ter bevordering van de volksgezondheid van haar burgers; • beleid te voeren dat is gericht op de verbetering van de volksgezondheid en preventie van ziekten; • op te treden tegen en te bestrijden van grote bedreigingen van de gezondheid; • aan kinderen de grootste mate van gezondheid te bieden. Voorzorgsbeginsel 133. Het voorzorgsbeginsel is een algemeen beginsel in het EU-recht, dat vaste voet aan de grond heeft gekregen in het nationale recht. Het voorzorgsbeginsel past binnen het streven van de Europese Unie naar een hoog beschermingsniveau van de volksgezondheid, het milieu en de consument. Het berust op de gedachte dat Pagina 56/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 potentiële schadelijke gevolgen voor de gezondheid van mens, dier en plant zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. 134. Het voorzorgsbeginsel maakt het voor de Europese Commissie en lidstaten mogelijk om vergaande maatregelen te nemen om mogelijke schadelijke gevolgen van een product of procedé te voorkomen.

Bij een potentieel dreigend gevaar voor onder andere de volksgezondheid kunnen de Europese Commissie of de lidstaten op grond van dit beginsel maatregelen nemen om mens en omgeving te beschermen tegen risico's die nog onzeker zijn, maar wel mogelijk schade kunnen brengen. 135. Het voorzorgsbeginsel vindt zijn wettelijke basis in artikel 191 lid 2 VWEU. "De Unie streeft in haar milieubeleid naar een hoog niveau van bescherming, rekening houdend met de uiteenlopende situaties in de verschillende regio’s van de Unie. Haar beleid berust op het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, en het beginsel dat de vervuiler betaalt. In dit verband omvatten de aan eisen inzake milieubescherming beantwoordende harmonisatiemaatregelen, in de gevallen die daarvoor in aanmerking komen, een vrijwaringsclausule op grond waarvan de lidstaten om niet-economische milieuredenen voorlopige maatregelen kunnen nemen die aan een toetsingsprocedure van de Unie onderworpen zijn." Mededeling van de Europese commissie inzake het voorzorgsbeginsel 136. De Europese Commissie wijdde op 2 februari 2000 een mededeling aan het voorzorgsbeginsel (productie 51). Hiermee beoogde de Europese Commissie om duidelijkheid te scheppen over de wijze waarop het voorzorgsbeginsel moet worden toegepast.

Hierin staat onder andere: Punt 1: "De snelle ontwikkeling van de communicatiemiddelen heeft ertoe bijgedragen dat men al beducht is voor nieuwe risico's voordat de wetenschap de tijd heeft gehad om Pagina 57/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 het probleem op te helderen. De politieke besluitvormers moeten rekening houden met de angsten die met dit besef samenhangen, en preventieve maatregelen treffen om het risico op te heffen of tenminste tot een aanvaardbaar minimum te beperken." en "Het voorzorgsbeginsel heeft niet alleen betrekking op problemen bij risico's op de korte en middellange maar ook zorgwekkende mogelijke ontwikkelingen op de lange termijn en voor het welzijn van de komende generaties." en "Of het voorzorgsbeginsel al dan niet moet worden toegepast wordt pas besloten als de wetenschappelijke informatie onvolledig is of geen uitsluitsel geeft dan wel onzekerheden bevat en er aanwijzingen zijn dat de mogelijke gevolgen voor het milieu of de gezondheid van mensen, dieren en planten wel eens potentieel gevaarlijk en onverenigbaar met het gekozen beschermingsniveau zouden kunnen zijn." Punt 3: "De Commissie beschouwt het voorzorgsbeginsel dus als een algemeen beginsel waarmee vooral bij de bescherming van het milieu en de gezondheid van mensen, dieren en planten rekening moet worden gehouden." 137.

In punt 5.1 geeft de Europese Commissie aan welke factoren volgens haar "tot toepassing van het voorzorgsbeginsel nopen". In de kern komt dit op het volgende neer: • het voorzorgsbeginsel wordt toegepast bij een vermoeden van potentieel risico, ook al kan dit – de omvang of de gevolgen hiervan – wegens onvoldoende of geen uitsluitsel gevende wetenschappelijke gegevens niet volledig worden aangetoond; Pagina 58/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 • er is onzekerheid of de schade zal intreden. Het voorzorgsbeginsel kan worden toegepast in gevallen waarin het (nog) niet mogelijk is om een risico vast te stellen of te kwantificeren. Kenmerkend is dat een dergelijke dreiging niet goed kan worden opgelost aan de hand van een gewone risicoanalyse, juist omdat wetenschappelijke onzekerheid bestaat over de gevolgen; • ondanks die onzekerheid over het intreden van schade moet enige vorm van actie worden ondernomen, omdat sprake is van mogelijke effecten met een onomkeerbaar karakter. Dit vereiste legt de nadruk op de onzekerheid die inherent is aan toekomstige ontwikkelingen. Bij toepassing van het voorzorgsbeginsel wordt de focus verplaatst van het repareren van schade naar het voorkomen van schade. 138.

Hierbij geldt dat het voorzorgsbeginsel – blijkens literatuur en rechtspraak – een positieve en negatieve zijde heeft:62 • met het negatieve element wordt aangeduid welke gedragslijn een actor niet mag volgen in situaties van onzekere risico's. Bij plausibele vermoedens van onaanvaardbare risico's moet bepaald handelen worden nagelaten zónder voldoende voorzorgsmaatregelen. Met nadere woorden: 'het zekere voor het onzekere nemen' ofwel 'bij twijfel niet inhalen'; • het positieve element van het voorzorgsbeginsel geeft aan welke gedragslijn wél is vereist in situaties van onzekere risico's. Wetenschappelijke onzekerheid over bedreigingen, in combinatie met vermoedens van het bestaan van een risico, zijn een reden tot pro-activiteit en dus tot een (voorzorg)actie. Actie moet worden ondernomen vóórdat schade kan intreden. 62 E.R. de Jong, 'Voorzorgsverplichtingen', over aansprakelijkheidsrechtelijke normstelling voor onzekere risico's, Den Haag 2016: BOOM (proefschrift), pag. 68. Pagina 59/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 139.

Het EHRM heeft het voorzorgsbeginsel uitdrukkelijk erkend in het kader van de bescherming van het recht op leven en de bescherming van de leefomgeving (artikelen 2 en 8 EVRM).63 Daar waar een activiteit een substantieel gevaar of risico mee kan brengen voor leven of gezondheid en dat risico zich nog niet heeft verwezenlijkt, bestaat in beginsel een positieve verplichting tot ingrijpen. Dit is het geval als de overheid over voldoende wetenschappelijke of technische kennis beschikt, ook al kan niet met zekerheid worden gezegd dat een bepaald gevolg zal intreden. Het ontbreken van die zekerheid is géén rechtvaardiging om maatregelen ter voorkoming van ernstige en onomkeerbare schade achterwege te laten. 64 140. Uitdrukkelijk ook binnen de overheid wordt gepredikt dat onzekere risico's vroegtijdig moeten worden beheerst en dat het voorzorgsbeginsel leidend is bij het bepalen van de (beleidsmatige) omgang met onzekere risico's. 65 Juist ook waar het gaat om nieuwe technologieën. Zo hebben de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) (rapport: 'Onzekere veiligheid, verantwoordelijkheden rond fysieke veiligheid') (productie 5266) en de Gezondheidsraad (rapport: 'Voorzorg met Rede') in 2008 (productie 5367), op aanvraag van het kabinet, de aanbeveling gedaan om het voorzorgsbeginsel ten grondslag te leggen aan het beleid bij nieuwe technologieën.

WRR concludeert tot "Voorzorg als grondwettelijke opdracht".68 Ook de Gezondheidsraad stelt het voorzorgsbeginsel voorop bij de omgang met onzekerheden. Zo stelt de Gezondheidsraad: "Daarmee is het voorzorgsbeginsel dus van toepassing op vraagstukken die zich kenmerken door onzekerheid. Die moet wel groot genoeg zijn om een belemmering te vormen bij de besluitvorming."69 Volgens de Gezondheidsraad moet daarom worden bepaald of 63 EHRM 27 januari 2009, ECLI:CE:ECHR:2009:0127JUD006702101 (Tatar/Roemenië). 64 EHRM 27 januari 2009, ECLI:CE:ECHR:2009:0127JUD006702101 (Tatar/Roemenië). 65 Kamerstukken II 2008/09, 28089, 23; Kamerstukken II 2012/13, 29338, 124, p. 1; Kamerstukken II 2013/14, 28663, 55, p. 11-12. 66 Stop5GNL overlegt vanwege de omvang uitsluitend de eerste pagina's met daaronder de samenvatting. 67 Stop5GNL overlegt vanwege de omvang uitsluitend de eerste pagina's met daaronder de samenvatting. 68 Pagina 20. 69 Zie productie 53, pag. 16. Pagina 60/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 sprake is van een 'plausibel risico'. Daarvan is volgens de Gezondheidsraad sprake (…) als ten minste enkele erkende experts op het betreffende vakgebied zich zorgen maken over de dreiging."70 Of aan dat vereiste is voldaan waar het gaat om de gezondheidsrisico's van 5G, laat zich op basis van het vorengaande raden. 141.

Het kabinet heeft in 2009 al onderschreven dat deze uitgangspunten als uitgangspunt dienen bij de regulering van nieuwe technologieën. 71 142. In diezelfde zin heeft de Raad van Europa in haar resolutie 1815 uit 2011 over de gezondheidsrisico’s van elektromagnetische straling bevestigd dat "wachten op hogere niveaus van wetenschappelijke en klinische bewijzen alvorens te handelen om welbekende risico’s te voorkomen, kan leiden tot zeer hoge kosten op het vlak van gezondheid en economie, zoals het geval is geweest met het asbest, loodhoudende brandstof en tabak."72 Ook hier dus een uitdrukkelijke verwijzing naar het voorzorgsbeginsel waar het gaat om risico's van elektromagnetische straling. De rol van het voorzorgsbeginsel in het (overheids)aansprakelijkheidsrecht 143. Het voorzorgsbeginsel is geen concrete wettelijke norm en biedt geen eenduidig middel dat voor elke situatie een panklare oplossing creëert. Het voorzorgsbeginsel moet worden gezien in het perspectief van het beschermen van de fundamenten van het leven tegen de dreigingen en risico's die de moderniteit met zich meebrengt.73 Het voorzorgsbeginsel is dusdanig gemeengoed (geworden) dat het beginsel uitdrukking geeft aan de thans heersende maatschappelijke opvatting over 70 Zie productie 53, pag. 17. 71 Kamerstukken II 2008/09, 29338, 80, p. 1 e.v.. 72 Zie productie 26. 73 E.E.

Krikke, "Waar voorzorg een rol kan spelen" in: van Boom, W.H, van Kogelenberg, M, & Tuil, M.L. (2012). Boobytraps, valkuilen en instinkers in het burgerlijk recht. Pagina 61/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 de benodigde omgang met onzekere risico's. Zeker ook binnen het (aansprakelijkheids)recht.74 144. Het voorzorgsbeginsel vult de open normen van het privaatrecht in, zo ook volgens Spier.75 Als disproportionele risico's worden genomen in situaties waarin sprake is van mogelijk schadelijke gezondheidseffecten, 'kleurt' dat de invulling van het onrechtmatigheidsbegrip. Deze problematiek moet worden benaderd vanuit het ongeschreven onrechtmatige daadrecht.76 Daarbij komt het uiteindelijk neer op de vaststelling welk handelen van een actor mag worden verwacht wanneer het als gevolg van natuurwetenschappelijke onzekerheden over het bestaan van een risico, niet mogelijk is om te bepalen of en in hoeverre door een handelen of nalaten de belangen van een ander kunnen worden geraakt.77 145.

Uit de asbestjurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat het creëren of in stand laten van een onzeker risicovolle situatie op basis van het ongeschreven recht onrechtmatig kan zijn.78 Hoewel het in deze rechtspraak veelal ging over de vereiste omgang met bekende risico's, blijkt hieruit dat het feit dat in de wetenschap onzekerheid bestaat over het bestaan, de aard of ernst van een risico, geenszins uitsluit dat men naar maatstaven van maatschappelijke zorgvuldigheid dient te anticiperen op dat risico. Uit deze rechtspraak blijkt dat naar het oordeel van de Hoge Raad geen absolute of verregaande mate van zekerheid over het bestaan van een risico nodig is, alvorens van een actor kan worden vereist dat hij (voorzorgs)maatregelen neemt ter beheersing of afwending van een risico. 74 E.R. de Jong, 'Voorzorgsverplichtingen', over aansprakelijkheidsrechtelijke normstelling voor onzekere risico's, Den Haag 2016: BOOM (proefschrift), pag. 77. 75 J. Spier, 'Uncertainties and the state of the art: a legal nightmare', Journal of Risk Research (14) 2011-4, p. 505. 76 E.R. de Jong, 'Voorzorgsverplichtingen', over aansprakelijkheidsrechtelijke normstelling voor onzekere risico's, Den Haag 2016: BOOM (proefschrift). 77 A.Ch.H. Franken, 'Het voorzorgsbeginsel in het aansprakelijkheidsrecht', AV&S 2010/25, afl. 5, pag. 186 e.v. 78 O.a.

ECLI:NL:1993:AD1907 (Cijsouw I), ECLI:NL:HR:ZC2721 (Cijsouw II), NJ 20098/103 (Eternis/Horsting), ECLI:NL:HR:2006:AU6927 (Heesbeen/Van Buuren), ECLI:NL:HR:2013:BZ1721 (Lansink/Ritsma). Pagina 62/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 146. Een overeenkomst wordt – in de literatuur – gevonden met de gevaarzettingsjurisprudentie (Kelderluik).79 Deze jurisprudentie heeft een lijn uitgezet waarbij een kleine kans op ernstige schade al kan nopen tot het treffen van voorzorgsmaatregelen.80 Zoals ook Spier meent, valt niet te rechtvaardigen dat het creëren van een gevaar voor een enkel persoon (zoals het openzetten van een kelderluik) wel onrechtmatige gevaarzetting kan opleveren, maar het creëren van een onzeker gevaar dat aan vele mensen schade kan berokkenen, dit niet kan. 81 147. Kortom, ingevolge het ongeschreven recht moet het voorzorgsbeginsel, indien daartoe aanleiding bestaat, in acht worden genomen. Schending van dit beginsel is in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (art. 6:162 BW). Een voorzorgverplichting is de op een specifieke onzeker - risicoveroorzaker rustende verplichting tot proactief handelen, die geldt in de gevallen waarin het op basis van objectief natuurwetenschappelijke maatstaven onmogelijk is om de (schadelijke) gevolgen van een bepaald handelen of nalaten vast te stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/2c86f055-3a85-4f07-bda0-2621bba5ce25?agendaItemId=fd7ef747-e582-4b5e-9413-c9936bdfdf77