CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

8.4 Nationaal Platform Stralingsrisico - Dagvaarding-in-kort-geding 21 april 2020.pdf

Raadsvergadering 26 mei 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken21.165 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voordat het bestaan van een risico wetenschappelijk is aangetoond en voordat schade is ontstaan of kan ontstaan, dient een actor zich in te spannen om het onzekere risico te beheersen en tot een aanvaardbaar niveau (terug) te brengen.82 148. In het geval van de overheid betekent dit dat, indien de overheid haar burgers – in situaties waarin het voorzorgsbeginsel kan c.q. moet worden toegepast – niet beschermt tegen onaanvaardbare (want: wezenlijke en onomkeerbare) gezondheidsrisico's, sprake is van een onrechtmatig handelen. 79 ECLI:NL:HR:1965:AB7079 (Kelderluik). 80 Vgl. ECLI:NL:HR:1982:AG4306 (Natronloog), ECLI:NL:HR:2004:AR3290 (Hertel/Van der Lugt) en ECLI:NL:HR:2005:AT8782 (Eternit/Horsting). 81 J. Spier, 'Uncertainties and the state of the art: a legal nightmare', Journal of Risk Research (14) 2011-4, p. 504. 82 Voor dit alles: E.R. de Jong, 'Voorzorgsverplichtingen', over aansprakelijkheidsrechtelijke normstelling voor onzekere risico's, Den Haag 2016: BOOM (proefschrift), pag. 87. Pagina 63/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 149. Dit onrechtmatige karakter wordt sterker indien diezelfde overheid niet alleen nalaat voorzorgsmaatregelen te nemen, maar de schadelijke situatie zelfs creëert c.q. bewerkstelligt zoals in dit geval door de uitrol van 5G te organiseren dan wel faciliteren. De positieve zorgplicht van de Overheid en het voorzorgsbeginsel in de Urgenda- uitspraak 150.

Verwezen wordt naar de zaak Urgenda. Relevante vraag was of aan de Staat verweten kan worden niet voldoende maatregelen te hebben getroffen in het licht van het gevaar van (potentieel schadelijke) klimaatverandering. Daarbij speelt enerzijds een beroep op concrete verdragsafspraak (hetgeen in deze zaak geen primaire rol speelt) en anderzijds een beroep op het door het voorzorgsbeginsel ingekleurde onrechtmatige daadrecht in relatie tot positieve zorgplichten van de overheid. De rechtbank Den Haag wees de vorderingen toe en hield onder meer rekening met omstandigheden die gelijken aan de Kelderluik-criteria:83 • aard en omvang van de schade als gevolg van klimaatverandering; • bekendheid en voorzienbaarheid van deze schade; • de kans dat gevaarlijke klimaatverandering zich zal verwezenlijken; • de aard van de gedraging van de Staat; • de bezwaarlijkheid van te treffen voorzorgsmaatregelen; • de beleidsvrijheid die aan de Staat toekomt bij de uitvoering van een publieke taak. 151. Het Gerechtshof Den Haag heeft dit oordeel van de rechtbank bekrachtigd. 84 Het hof overwoog onder meer over de artikelen 2 en 8 EVRM (r.o. 43): 83 ECLI:NL:RBDHA:2015:7145 (Urgenda). 84 ECLI:NL:GHDHA:2018:2591 (Urgenda).

Pagina 64/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 "Kort samengevat rust dus op de Staat op grond van artikel 2 EVRM de positieve verplichting om het leven van burgers binnen zijn jurisdictie te beschermen, terwijl artikel 8 EVRM de verplichting schept om het recht op woning en privéleven te beschermen. Deze verplichting geldt voor alle activiteiten, publieke en niet-publieke, die de aldus beschermde rechten in gevaar kunnen brengen en geldt zeker als sprake is van industriële activiteiten die naar hun aard gevaarlijk zijn. Wanneer de overheid weet dat er sprake is van een reëel en onmiddellijk dreigend gevaar, moet de Staat preventieve maatregelen nemen om de aantasting zoveel mogelijk te voorkomen. In het licht hiervan zal het hof de gestelde (dreigende) klimaatgevaren beoordelen." met als conclusie ten aanzien van het beroep op de artikelen 2 en 8 EVRM (r.o. 45): "Blijkens het voorgaande moet dan ook naar het oordeel van het hof worden gesproken van een reële dreiging van een gevaarlijke klimaatverandering, waardoor er een ernstig risico bestaat dat de huidige generatie ingezetenen zal worden geconfronteerd met verlies van leven en/of verstoring van het gezinsleven. Zoals het hof hiervoor heeft overwogen, volgt uit de artikelen 2 en 8 EVRM een verplichting voor de Staat om tegen deze reële dreiging bescherming te bieden." 152.

Specifiek ten aanzien van het voorzorgsbeginsel overwoog het hof (r.o. 63, onderstreping TB): "Het voorzorgsbeginsel, een algemeen aanvaard beginsel van internationaal recht dat in het VN Klimaatverdrag is opgenomen en in de jurisprudentie van het EHRM (Tǎtar/Roemenië, EHRM 27 januari 2009, nr. 67021/01 paragraaf 120) wordt bevestigd, verzet zich ertegen dat de Staat aanvoert dat hij rekening moet houden met de onzekerheden van klimaatverandering en andere ongewisheden (bijvoorbeeld in grief 8). Die onzekerheden kunnen immers ook impliceren dat, bijvoorbeeld door het intreden van een ‘tipping point’, de situatie slechter uitpakt dan waarmee thans rekening wordt gehouden. De omstandigheid dat volstrekte wetenschappelijke zekerheid over de doeltreffendheid van het bevolen reductiescenario ontbreekt, betekent dus niet dat de Staat gerechtigd is verdere maatregelen achterwege te Pagina 65/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 laten. Voldoende is de vergaande aannemelijkheid ervan, zoals hiervoor beschreven." 153. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen, waarbij hij de juridische uitleg van het hof heeft gevolgd.85 Specifiek ten aanzien van het voorzorgbeginsel in relatie tot de artikelen 2 en 8 EVRM overwoog de Hoge Raad: 86 "De verplichting om op grond van de art.

2 en 8 EVRM passende maatregelen te nemen, houdt mede in dat staten gehouden zijn om preventief maatregelen te nemen tegen het gevaar, ook als niet zeker is dat het gevaar zich zal verwezenlijken. Dit strookt met het voorzorgsbeginsel. Als duidelijk is dat het hiervoor in 5.2.2 en 5.2.3 bedoelde ‘real and immediate risk’ bestaat, hebben de staten, zonder dat hun daarbij een ‘margin of appreciation’ toekomt, een verplichting tot het nemen van passende maatregelen. De staten hebben wel vrijheid bij de keuze van de te nemen maatregelen, zij het dat deze daadwerkelijk redelijk en geschikt moeten zijn. De verplichting op grond van de art. 2 en 8 EVRM om passende maatregelen te nemen tegen een dreigend gevaar, kan zien op zowel zogenoemde mitigatiemaatregelen (maatregelen om de verwezenlijking van het gevaar te voorkomen) als adaptatiemaatregelen (maatregelen om de gevolgen van die verwezenlijking op te vangen of te verzachten). Welke maatregelen in het gegeven geval passend zijn, hangt blijkens de rechtspraak van het EHRM af van de omstandigheden van dat geval." De vorderingen 154. Zoals in het vorengaande is toegelicht, dreigt de Staat onrechtmatig te zullen handelen door de uitrol van 5G te organiseren c.q.

faciliteren zonder afdoende wetenschappelijke consensus over de schadelijkheid hiervan en ondanks de vele objectieve wetenschappelijke studies die een causaal verband tussen elektromagnetische straling en (ernstige) ziektes en aandoeningen aantonen. Als gevolg daarvan dreigen burgers door de Staat te worden blootgesteld aan een onafwendbaar en onaanvaardbaar gezondheidsrisico waaraan zij zich niet kunnen onttrekken. 85 ECLI:NL:HR:2019:2006. 86 ECLI:NL:HR:2019:2006, r.o. 5.3.2. Pagina 66/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 155. In artikel 3:296 BW is bepaald dat de rechter diegene die jegens een ander verplicht is iets te doen of na te laten, hiertoe kan verplichten. Deze bepaling geldt ook voor verplichtingen die voortvloeien uit onrechtmatige daad.87 Dat is in dit geval de verplichting van de Staat om zich van het onrechtmatige handelen te weerhouden. Voor de toewijzing van een dergelijke vordering is niet vereist dat schade is ontstaan. Een (reële) dreiging van onrechtmatig handelen is voldoende. Ingevolge artikel 3:305a BW kan een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid een dergelijke vordering instellen. 156. Gelet op al het voorgaande acht Stop5GNL het gerechtvaardigd om de Staat te verbieden om (rechts)handelingen of gedragingen te verrichten die de uitrol c.q.

toepassing van 5G-technologie bevorderen of mogelijk maken in de ruimste zin des woords, waaronder de veiling van de voor 5G bestemde frequenties (700, 1.400 en 2.100 MHz en 3,5 en 26 GHz), het verlenen van vergunningen voor het gebruik van deze frequenties, het toestaan van gebruik van reeds beschikbaar gestelde frequenties (800, 900, 1.800 en 2.100 MHz en 2,6 GHz) voor 5G, het verlenen van testvergunningen voor frequentieruimte die is bestemd voor 5G en het overigens faciliteren van gebruik van openbare middelen voor 5G. Primair 157. Stop5GNL vordert het verbod primair tot het moment dat rechtens is vastgesteld dat naar de beste wetenschappelijke inzichten is aangetoond dat de uitrol c.q. toepassing van 5G geen gevaar voor de volksgezondheid op de lange termijn oplevert. Eerst indien voldoende wetenschappelijke consensus bestaat en dus met voldoende mate van zekerheid kan worden gesteld dat de uitrol van 5G veilig is, is dit gerechtvaardigd. Teneinde hierover een onafhankelijk oordeel te verkrijgen 87 C.J.J.C. van Nispen, Sancties in het vermogensrecht (Monografieën Nieuw BW, deel A11), Deventer: Kluwer 2003, p.21. Pagina 67/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 betrekt Stop5GNL in de vordering dat hierover in rechte onherroepelijk moet zijn beslist. Subsidiair 158.

Voor het geval de voorzieningenrechter deze vordering om enige reden te verregaand zou vinden, vordert Stop5GNL het verbod subsidiair tot het moment dat uit wetenschappelijk onderzoek door minimaal vijf gerenommeerde onafhankelijke wetenschappelijke instituten is gebleken dat de uitrol c.q. toepassing van 5G geen gevaar voor de volksgezondheid op de lange termijn oplevert. Het aantal van vijf acht Stop5GNL een representatieve hoeveelheid studies. Om objectiviteit in de beoordeling van de kwaliteit van studies te beoordelen, acht Stop5GNL het gerechtvaardigd dat onherroepelijk in rechte moet zijn beslist dat aan de voorwaarden voor het einde van het verbod is voldaan. Meer subsidiair 159. Voor het geval de voorzieningenrechter ook de subsidiaire vordering te verregaand zou vinden, vordert Stop5GNL meer subsidiair een verbod totdat de Gezondheidsraad zijn onderzoek, zoals verzocht door de Tweede Kamer bij brief van 5 november 2019, heeft afgerond en onomstotelijk heeft geconcludeerd dat de uitrol van 5G geen gevaar voor de volksgezondheid op de lange termijn oplevert. Dwangsom 160. Stop5GNL vordert om aan een veroordeling een dwangsom te verbinden die door de Staat wordt verbeurd bij overtreding.

Waar in het verleden aan de Staat geen dwangsomveroordeling werd opgelegd omdat partijen erop mochten vertrouwen dat de Staat aan een veroordelend vonnis uitvoering geeft, is dat inmiddels niet meer het geval. Er moet rekening mee worden gehouden dat de Staat niet zonder meer door een rechterlijke uitspraak van haar ongelijk wordt overtuigd, terwijl een Pagina 68/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 dwangsom bovendien kan aansporen tot een spoedige nakoming. 88 Juist omdat Stop5GNL er belang bij heeft dat de Staat een veroordelend vonnis onmiddellijk nakomt – met name omdat de uitrol van 5G in beginsel onomkeerbaar zal zijn – acht Stop5gNL het gerechtvaardigd dat aan een veroordeling een dwangsom wordt verbonden. 161. Een dwangsom van EUR 10.000,- per dag of dagdeel dat de Staat na betekening van het in deze te wijzen vonnis niet aan een veroordeling voldoet is, gelet op het belang van de zaak, reëel. Uitnodiging tot overleg 162. Namens Stop5GNL heeft haar advocaat de minister van EZK bij brief van 19 december 2019 opgeroepen om de uitrol van 5G te staken dan wel om overleg te voeren over een vrijwillige staking van de uitrol van 5G (productie 54). Op deze brief heeft de minister aanvankelijk niet gereageerd. De minister van VWS heeft aan afschrift van deze brief ontvangen, maar heeft evenmin gereageerd. 163.

Pas op 27 januari 2020, nadat de advocaat van Stop5GNL bij het kantoor van de landsadvocaat verhinderdata had opgevraagd voor het kort geding, ontving de advocaat van Stop5GNL een brief waarin de plaatsvervangend directeur Digitale Economie namens de staatssecretaris van EZK berichtte bereid te zijn tot overleg (productie 55). In navolging daarvan heeft op 17 februari 2020 overleg plaatsgevonden tussen het bestuur van Stop5GNL en vertegenwoordigers van het ministerie van EZK (in aanwezigheid van wederzijdse advocaten). Dit overleg heeft er niet toe geleid dat de Staat vrijwillig aan het gevorderde voldoet, zoals blijkt uit een e-mailbericht van de advocaat van de Staat van 24 februari 2020 (productie 56). 88 Vgl. Tekst en Commentaar bij artikel 611a Rv, aantekening 10d. Pagina 69/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 Standpunt van de Staat 164. Aan Stop5GNL zijn geen andere standpunten van de Staat bekend dan de standpunten die hiervóór reeds zijn beschreven en weerlegd. 165. Noemenswaardig is wel dat de plaatsvervangend directeur Digitale Economie tijdens het overleg op 17 februari 2020 het standpunt innam dat de Staat geen bemoeienis heeft met en invloed heeft op de uitrol van 5G; dit zou volledig zijn overgelaten aan marktpartijen.

De verantwoordelijkheid voor de aanstaande frequentieveilingen van de 700, 1.400 en 2.100 MHz, 3,5 GHz en 26 GHz- frequentiebanden beschouwde de plaatsvervangend directeur Digitale Economie als onafhankelijk van 5G, aangezien marktpartijen hierop ook andere technologieën kunnen toepassen. Deze redenatie is louter theoretisch en dit verweer kan dan ook niet slagen. Hoewel de vermelde frequenties theoretisch andere toepassingen kunnen krijgen is alom bekend en aanvaard dat deze worden geveild om de uitrol van 5G mogelijk te maken. Stop5GNL wijst op het volgende: • door de Staat zelf wordt de uitrol van 5G consequent gekoppeld aan de aanstaande frequentieveilingen, waarmee een expliciet verband wordt gelegd tussen de 700, 1.400 en 2.100 MHz, 3,5 GHz en 26 GHz- frequentiebanden en de toepassing van 5G. Bijvoorbeeld in het Actieplan Digitale Connectiviteit,89 de aanbiedingsbrief daarbij,90 de Nota mobiele communicatie91 en zelfs in correspondentie over de veilingregeling ter consultatie.92 In kamerdebatten is de staatssecretaris steevast 89 Zie productie 4, o.a. pag. 7: "voor de uitrol van 5G in Nederland moet nieuw spectrum beschikbaar komen en moet het lokale beleid voor het plaatsen van de vele 5G-antennes op orde zijn. (…)" 90 Zie productie 7, o.a. pag.

3: "Allereerst geeft het kabinet aanbieders van mobiele communicatie zekerheid dat de uitgifte van frequenties op landelijk exclusieve basis, waaronder voor de 700, 1400 en 2100 MHz-banden, in principe voor 20 jaar zal plaatsvinden. Hiermee wordt zekerheid gegeven voor de uitrol van de nieuwe 5G-netwerken. Een andere belangrijke frequentie voor de uitrol van 5G is de 3,5 GHz-band." 91 Zie productie 5, o.a. pag. 32: "5G: roadmap en beleid voor toekomstige frequentiebanden". 92 Zie productie 6, o.a. pag 1: "De NMC heb ik met uw Kamer besproken tijdens het debat over de uitrol van 5G op 4 juli 2019 (…).

Daarbij heb ik u toegezegd uw Kamer te informeren zodra de consultatie van de veilingregelgeving start." Pagina 70/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 aangesproken op "de uitrol van het 5G-netwerk."93 De staatssecretaris legt daarin herhaaldelijk de noodzaak voor de relevante netwerken voor 5G- technologie.94 Zo ook in de beantwoording van de kamervragen van Kamerlid Van Raan.95 Een brief van de staatssecretaris van EZK aan de Tweede Kamer over de veiligheid van 5G-netwerken, waarin wederom de veiling van de 700, 1.400 en 2.100 MHz-frequenties voorop staat, staat op de website van de Tweede Kamer zelfs aangeduid als betrekking hebbende op "de veiling van 5G-frequenties" (productie 57); • de 'veldsterktemetingen op 5G-testlocaties' zijn uitgevoerd op de relevante (te veilen) frequenties.96 Ook in de verslaglegging daarvan staat: "De beoogde 5G-frequentiebanden moeten nog worden geveild (o.a. 700 MHz, 1400 MHz en de 2100 GHz band).

De eveneens voor 5G beoogde 3,5 GHz band mag op dit moment (…)."; • Agentschap Telecom vermeldt op haar website dat de te veilen frequentiebanden, te beginnen met de 700 MHz-frequentieband, exclusief bestemd zijn voor 5G-technologie (productie 58); • de ter beschikking stelling van de 700, 1400 en 2100 MHz, 3,5 GHz en 26 GHz-frequentiebanden vloeit voort uit artikel 54 van de Telecomcode, waarin expliciet staat dat deze frequenties noodzakelijk zijn "om de uitrol van 5G te vergemakkelijken". Ook de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet legt zonder twijfel de link.97 93 O.a. producties 14 en 15. 94 Zie o.a. productie 14, pag. 8 en productie 15, pag. 10 en 11. 95 Zie productie 18. 96 Zie productie 8. 97 Zie productie 11, o.a. punt 2.3. Pagina 71/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 166. Al met al is de stelling van de Staat, dat zij geen invloed of grip heeft op de uitrol van 5G, onjuist. De Staat is verantwoordelijk voor de veiling van frequenties die (uitsluitend) zijn bestemd voor de toepassing van 5G-technologie. Bewijsaanbod 167. Stop5GNL biedt aan om nader bewijs te leveren, onder andere door het horen van getuigen, die kunnen verklaren over de gezondheidsrisico's die met elektromagnetische velden en specifiek 5G gepaard gaan.

Zij kunnen de stellingen van Stop5GNL omtrent de specifieke kenmerken van 5G, de daarvoor bestemde frequentiebanden en hiervoor aan te wenden Massive MIMO's en small cells bevestigen. Als getuige draagt Stop5GNL in ieder geval aan de Zweedse professor L. Hardell, die onderzoek doet naar het verband tussen omgevingsfactoren zoals elektromagnetische straling en kanker. Door Italiaanse rechtbanken is veel waarde gehecht aan zijn visie. 168. Stop5GNL biedt tevens tegenbewijs aan voor het geval de voorzieningenrechter een of meerdere door de Staat ingenomen stellingen (voorshands) bewezen acht. De specificatie-eis is hierop niet van toepassing. Pagina 72/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 De eis Stop5GNL verzoekt de voorzieningenrechter om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Primair 1.

De Staat te verbieden om (rechts)handelingen of gedragingen te verrichten die de uitrol van 5G bevorderen of mogelijk maken in de ruimste zin des woords, waaronder de veiling van de voor 5G bestemde 700, 1.400 en 2.100 MHz en/of 3,5 en 26 GHz- frequentiebanden, het verlenen van vergunningen voor het gebruik van deze frequenties, het toestaan van gebruik ten behoeve van 5G-technologie van reeds beschikbaar gestelde frequenties (800, 900, 1.800 en 2.100 MHz en 2,6 GHz), het verlenen van testvergunningen voor frequentieruimte die is bestemd voor 5G en het overigens faciliteren van gebruik van openbare middelen voor 5G, primair: tot het moment dat onherroepelijk in rechte is vastgesteld dat naar de beste wetenschappelijke inzichten is aangetoond dat de uitrol c.q. toepassing van 5G-technologie geen gevaar voor de volksgezondheid (op de lange termijn) oplevert; subsidiair: tot het moment dat onherroepelijk in rechte is vastgesteld dat uit wetenschappelijk onderzoek door minimaal vijf gerenommeerde onafhankelijke wetenschappelijke instituten is gebleken dat de uitrol c.q.

toepassing van 5G- technologie geen gevaar voor de volksgezondheid (op de lange termijn) oplevert; meer subsidiair: totdat de Gezondheidsraad zijn onderzoek, zoals verzocht door de Tweede Kamer bij brief van 5 november 2019, heeft afgerond en onomstotelijk heeft geconcludeerd dat de uitrol van 5G geen gevaar voor de volksgezondheid (op de lange termijn) oplevert; op straffe van een aan Stop5GNL te verbeuren dwangsom van EUR 10.000,- per dag of deel daarvan dat de Staat na betekening van het in deze te wijzen vonnis niet aan deze veroordeling voldoet; Pagina 73/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 Subsidiair 2. enige andere voorziening te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht en die recht doet aan de belangen van Stop5GNL; Zowel primair als subsidiair 3. de Staat te veroordelen in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en, indien voldoening binnen die termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis.

De kosten van dit exploot bedragen voor mij, deurwaarder, Kosten exploot EUR BTW EUR --------------------------------------- + Totaal EUR Deurwaarder De kosten van dit exploot zijn wel/niet verhoogd met 21% aangezien mijn opdrachtgever/opdrachtgeefster de hem/haar in rekening gebrachte omzetbelasting wel/niet kan verrekenen op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 en dit nadrukkelijk verklaart. Advocaat Behandelend advocaten, mr. H.H.T. Beukers en mr. X.P.C. Wynands Boels Zanders Advocaten Postbus 2342 NL-5600 CH Eindhoven, T: +31 (0) 88 304 01 06, F: +31 (0) 40 236 77 44, beukers@boelszanders.nl / wynands@boelszanders.nl Pagina 74/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 Productieoverzicht 1. statuten Stop5GNL; 2. verkenning van Stratix 'Small cells en massive MIMO; 3. brief minister van EKZ d.d. 7 december 2016 inz. frequentiebeleid; 4. Actieplan Digitale Connectiviteit; 5. Nota mobiele communicatie 2019; 6. brief van de staatssecretaris van EKZ van 5 december 2019 met concept veilingregeling ter consultatie; 7. aanbiedingsbrief Actieplan digitale connectiviteit d.d. 2 juli 2018; 8. rapport Veldsterktemetingen op 5G-testlocaties d.d. 23 september 2019; 9. Richtlijn 2018/1972 (TelcomCode); 10. concept wetswijziging Telecommunicatiewet (implementatie Telecomcode); 11. memorie van toelichting bij wetsvoorstel wijziging Telecommunicatiewet; 12.

toelichting wijzigingen Telecommunicatiewet bij de internetconsultatie (overheid.nl); 13. Aanbeveling 1999/519/EG; 14. verslag debat Tweede Kamer d.d. 5 juni 2018 (nr. 31: uitrol van het 5G- netwerk); 15. verslag debat Tweede Kamer d.d. 4 juli 2019 (nr. 40: uitrol van 5G); 16. beantwoording Kamervragen d.d. 16 april 2019 (5G en gezondheid); 17. Kamervragen Van Raan (PvdD) d.d. 9 september 2019; 18. beantwoording vragen Kamerlid Van Raan d.d. 20 december 2019; 19. ICNIRP-blootstellingsrichtlijnen 1998; 20. memo Kennisplatform EMV over wijzigingen ICNIRP- blootstellingsrichtlijnen 2010; 21. Comparison of International policies on electromagnetic fields; 22. Sarah J. Starkey, Inaccurate official assessment of radiofrequency safety by the Advisory Group on Non-ionising Radiation d.d. 30 september 2016; 23. arrest Hof van Versailles d.d. 4 februari 2009 (Bouygues Telecom); Pagina 75/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 24. Resolutie van het Europees Parlement van 2 april 2009; 25. Resolutie 1815 van de Raad van Europa d.d. 27 mei 2011; 26. samenvatting en toelichting op Resolutie 1815; 27. berichten van Kennisplatform EMV op haar website; 28. aanbiedingsbrief Tussenevaluatie Programma Elektromagnetische Velden en Gezondheid d.d. 23 september 2015; 29. Program evaluation Electromagnetic Fields & Health (EMF&H); 30. brief Stichting EHS aan de Vaste Commissie VWS en EZK inz. o.a.

ZonMw programma; 31. rapport Gezondheidsraad 18 oktober 2011, Invloed van radiofrequente telecommunicatiesignalen op kinderhersenen; 32. brief van de staatssecretaris van infrastructuur en milieu van 19 augustus 2013; 33. brief van de staatssecretaris van infrastructuur en milieu van 16 oktober 2014; 34. brief van de staatssecretaris van infrastructuur en milieu van 1 december 2017; 35. rapportage International Agency for Research on Cancer Monograph Working Group' van de World Health Organization (WHO) d.d. 22 juni 2011; 36. brief Tweede Kamer aan Gezondheidsraad van 5 november 2019 met vraagstelling; 37. overzicht relevante studies door Environmental Health Trust; 38. rapport ECOLOG-Instituut (Mobile Telecommunications and Health; 39. project progress summary Reflex studie; 40. classificatie WHO; 41. BioInitiative rapport (2012); 42. rapport onderzoek Yakymenko e.a.; 43. publicatie Ramazzini-instituut; 44. rapport NTP; 45. 5G-appeal; Pagina 76/76 Stop5GNL/Staat/TB/7016713 46. compilatie maatregelen, adviezen en uitspraken buitenland; 47. rapport Swiss Re SONAR (Emerging risk insight); 48. publicatie AUVA; 49. rapport Lloyds: electro-magnetic fields from mobile phones; 50. General Insurance Exclusions Lloyd's; 51. mededeling van de commissie over het voorzorgsbeginsel; 52. WRR rapport: 'Onzekere veiligheid, verantwoordelijkheden rond fysieke veiligheid'; 53.

rapport Gezondheidsraad: 'Voorzorg met Rede'; 54. brief mr. Beukers aan de minister van EKZ d.d. 19 december 2019; 52. brief van drs. H. Uijt de Haag aan mr. Beukers inz. overleg; 56. e-mailbericht mr. Kingma aan mr. Beukers d.d. 24 februari 2020; 57. brief van de staatssecretaris van EZK aan de Tweede Kamer d.d. 3 februari 2020 met toelichting op de website van de Tweede Kamer; 58. website Agentschap Telecom inz. 5G-frequenties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/2c86f055-3a85-4f07-bda0-2621bba5ce25?agendaItemId=fd7ef747-e582-4b5e-9413-c9936bdfdf77