8.0 VNG - Rijksbegroting 2026 en de gevolgen voor gemeenten
Tekst van het document
Dit betekent dat het ministerie in 2026 met de sectoren beoordeelt welke processen (essentiële diensten) en aanbieders (kritieke entiteiten) van vitaal belang zijn, welke dreigingen en risico’s zich voordoen en welke maatregelen de vitale sectoren moeten nemen. De belangrijkste beleidsprioriteiten voor 2026 zijn het implementeren van de Europese Network and Information Security Directive (NIS2)-richtlijn via de nieuwe Cyberbeveiligingswet en het ondersteunen van de sectoren via weerbaarheidsprogramma’s. Bij grote dreiging in een crisis- en conflictscenario hebben monitoring, detectie, respons en herstel prioriteit, vooral als het gaat om Operational Technology. Daarvoor wil het ministerie van I&W een kennis- en expertisecentrum lanceren, en samenwerken met alle vitale sectoren. Wat betekent dit voor gemeenten? De Wet weerbaarheid kritieke entiteiten gaat over fysieke dreigingen, zoals terrorisme en natuurrampen. Gemeenten voeren relevante wettelijke taken uit en zijn partij in monitoring van waterhoogte in het 23 Vereniging van Nederlandse Gemeenten buitengebied of in afvalwaterbeheer, interfaces voor transportsystemen/ mobiliteitsdata of het Nationaal dataportaal wegverkeer, etc. Als een entiteit door het ministerie van I&W wordt aangewezen, valt de IT van die entiteit automatisch onder de Cyberbeveiligingswet. Een nadere aanwijzing wordt in de loop van 2026 voorzien.
Een landelijk Operational Technology-kennis en expertisecentrum is voor gemeenten een waardevolle aanvulling. Informatieveiligheid van de aansturing en het op afstand uitlezen van zulke technologie is een van de veelal nieuwe taken die gemeenten bij aanwijzing moeten organiseren. Tot nu toe ligt de focus van gemeenten vooral op de beschikbaarheid van deze voorzieningen, zoals bruggen, sluizen en verkeersregelinstallaties. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 24 7 Economische Zaken Digitale economie: Goed functionerende (digitale) economie en markten Wat wil het kabinet? Het kabinet begroot € 9,4 miljoen voor de opdracht ICT Beleid over het uitzetten van calls (openstellingsronde voor het indienen van projecten) die uit de Kennis- en Innovatie Agenda en Human Capital Agenda voortvloeien, maar ook het ondersteunen van publiek private samenwerking onder het Actieplan Groene en Digitale Banen. Wat betekent dit voor gemeenten? Hoewel we een stijging van de investering voor 2026 constateren, is onduidelijkheid hoe deze middelen op lange termijn tussen de drie programma’s worden verdeeld. Dit beperkt de mogelijkheden voor gemeenten om de krappe arbeidsmarkt van ICT- en cybersecurity het hoofd te bieden.
Digitale open strategische autonomie Wat wil het kabinet? De huidige geopolitieke en -economische context vergt dat Nederland strategisch kijkt naar digitale technologie, in het bijzonder naar strategische afhankelijkheden met een hoog risico. De beleidsinzet van het kabinet staat beschreven in de Agenda Digitale Open Strategische Autonomie (DOSA). Het kabinet investeert in innovatieve clouddiensten via Important Projects of Common European Interest Cloud Infrastructure en Services (IPCEI CIS). Ook zet het kabinet zich in voor een flexibeler aanbestedingsstelsel waarin veiligheid en strategische autonomie goed geborgd zijn. Tot slot onderkent het kabinet het belang van voldoende duurzame datacentercapaciteit en een goedwerkende cloudmarkt. Dit zal het rijk inbrengen in de EU-onderhandelingen over de beoogde Europese Cloud & AI Development Act. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook gemeenten kennen onwenselijke afhankelijkheden op het gebied van digitalisering. De inzet van het kabinet is voor gemeenten positief, omdat gemeenten alleen hun digitale autonomie kunnen versterken door samen met alle overheidspartijen op te trekken en Europese sturingsmechanismen te gebruiken.
Toekomstbestendig arbeidsmarktbeleid: Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en arbeidsproductiviteit Wat wil het kabinet? Het kabinet zet sterk in op scholing en ontwikkeling als sleutel voor arbeidsmarktkrapte en productiviteitsverbetering. Leven Lang Ontwikkelen staat hoog op de agenda bij drie ministeries. Het ministerie van SZW investeert € 72 miljoen in de SLIM-regeling (2026) en structureel € 10 tot 12 miljoen in het MIP-programma. Het ministerie van OCW zet in op het wegnemen van financiële drempels en het ministerie van EZ integreert LLO in de nieuwe productiviteitsagenda. Het kabinet benadrukt regionale innovatiesystemen en betere samenwerking tussen onderwijs en bedrijven. Voor regionale samenwerking komt er één Werkcentrum per arbeidsmarktregio met Regionale Beraden. Het ministerie van EZ stuurt met provincies als regisseur op regionale ecosystemen. Wat betekent dit voor gemeenten? Ondanks brede aandacht voor LLO blijven de financiën versnipperd, project- en programmagestuurd over verschillende ministeries. Dit is ontoereikend voor de opgave die gemeenten hebben. Gemeenten kunnen hun regierol beter invullen als middelen meerjarig en gebundeld beschikbaar komen. De productiviteitsagenda maakt waardevolle koppelingen tussen LLO en regionale arbeidsmarktuitdagingen, 25 Vereniging van Nederlandse Gemeenten maar kent geen financiële vertaling.
Voor gemeenten is het van belang een sterke positie in te nemen rondom human capital, omdat het ministerie van EZ vooral via provincies stuurt. Gemeenten staan aan de lat om samen met werkgevers en onderwijsinstellingen regionale transities te realiseren. Dit lukt alleen als het rijk structureel en samenhangend investeert. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 26 8 Klimaat en Groene Groei Klimaatdoelen Wat wil het kabinet? De Klimaat- en Energienota en de Klimaat- en Energieverkenning zijn tegelijk met de begroting gepresenteerd. Ze laten zien dat stevig beleid noodzakelijk is om de klimaatdoelstelling van 55% reductie in 2030 nog te kunnen behalen. Het demissionaire kabinet kiest de lijn van economische groei, waarbij bedrijven welvaart vergroten en concurrentievermogen versterken met duurzame oplossingen. Uitgangspunten hierbij zijn betaalbaarheid, energieonafhankelijkheid, weerbaarheid en leveringszekerheid. Belangrijke aandachtspunten blijven: de aanpak van netcongestie en het verduurzamen onze energievoorziening. De focus ligt op de doorontwikkeling van kernenergie, meer wind op zee, het stimuleren van waterstofproductie en koolstofverwijdering.
Relevant voor gemeenten zijn de: • Toekenning van € 40 miljoen aan uitvoeringsmiddelen voor rijk en medeoverheden voor de doorontwikkeling van kernenergie, • Tijdelijke lastenverlaging voor huishoudens (energiebelasting) van € 200 miljoen per jaar wordt omgezet naar een structurele verlaging van € 100 miljoen per jaar. • Dat € 197 miljoen wordt toegekend voor gebiedsinvesteringen in regio’s waar veel hoogspanningsprojecten samen komen. Verder wordt er voortgebouwd op beleid dat al in gang was gezet met verschillende toekenningen en overhevelingen, zoals: • Uitbreiding expertpools (vliegende brigades) om gemeenten te ondersteunen op ruimtelijke procedures en netinfrastructuurprojecten (totaal € 22,5 miljoen voor 2026-2030). • € 195 miljoen voor WarmtelinQ, € 174,5 miljoen voor de Garantieregeling warmtenetten (in plaats van Waarborgfonds) en € 224 miljoen voor de Nationale Deelneming Warmte. • € 793,5 miljoen aan ISDE-subsidie voor verduurzaming en isolatie van woningen, en € 368,6 miljoen voor de stimulering van hybride warmtepompen in bestaande bouw. • Toekenning en handhaving van € 175 miljoen aan budget voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. De stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) wordt niet verlengd en de vervangende regeling (SWIK) wordt een jaar uitgesteld.
Voor 2026 worden geen middelen beschikbaar gesteld voor de lokale aanpak vanuit het Nationaal Isolatieprogramma. Aanvullend wordt het budget voor de warmtenet- investeringssubsidie (WIS) cumulatief met € 200 miljoen naar beneden bijgesteld vanwege een lagere doelstelling. Na 2025 verdwijnen de incidentele middelen uit het Klimaatfonds voor regionale energie- infrastructuur. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet legt sterk de focus op grootschalige opwek- en nationale infrastructuur en heeft minder oog voor de lokale uitvoeringspraktijk. Gemeenten krijgen minder capaciteit hun energie en projecten te realiseren. Met het beëindigen van de regeling voor de lokale aanpak isolatie verliezen gemeenten een belangrijk instrument om kwetsbare huishoudens te ondersteunen bij het tegengaan van energiearmoede. Ook dreigen isolatiemaatregelen stil te vallen door het ontbreken van financiële middelen voor soortenbescherming. De middelen voor maatschappelijk vastgoed lijken onvoldoende om de volledige opgave te realiseren. De stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) wordt niet opgevolgd; dit maakt veel nieuwe warmtenetten mogelijk onhaalbaar.
27 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Uitvoeringsmiddelen Wat wil het kabinet? Het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie, het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie en het Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren worden samengevoegd in één nieuw programma met de naam: Nationaal Programma Energie Systeem. Ook de budgetten van ongeveer € 14 miljoen per jaar tot 2030 worden samengevoegd. De uitvoering en bekostiging van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur tot en met 2030 wordt voortgezet. Hiervoor wordt € 38 miljoen beschikbaar gesteld aan de mobiliteitsregio’s vanuit de Capaciteit decentrale overheden voor klimaat-en energiebeleid (CDOKE) middelen. Deze specifieke uitkering CDOKE loopt af en wordt overgeheveld naar een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds. In 2026 wordt € 666 miljoen overgeheveld. Maar de CDOKE-middelen voor de periode 2027 tot 2030 voor gemeenten worden later overgeheveld. Wat betekent dit voor gemeenten? De belangrijkste zaken op een rij: • Met de voorzetting van de nationale programma’s onder het Nationale Programma Energie Systeem blijven belangrijke samenwerkingsverbanden binnen de regio, en de ondersteuning daaruit voor de uitvoering in stand. Gevolg is dat de kloof tussen gemeentelijke klimaat- en energietaken en de beschikbare middelen oploopt tot circa € 400 miljoen per jaar.
• Gemeenten blijven beschikken over de toegezegde uitvoeringsmiddelen (CDOKE), met een minimale indexatie van € 5 miljoen. Het bedrag van € 666 miljoen in 2026 betreft zowel basisfinanciering als planfinanciering. De planfinanciering die in 2025 is aangevraagd wordt nog in de verdeelsleutel verwerkt. • Hoewel de minister middelen voor gemeenten tot 2030 heeft toegezegd, zorgt het besluit om deze in 2027-2030 nog niet over te hevelen voor minder zekerheid bij gemeenten. Dit botst met de wens van gemeenten om stabiele en structurele financiering van klimaat- en energieopgaven te hebben. • De voortzetting van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur en de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur- bekostiging tot 2030 borgt de uitvoering van de laadinfrastructuur op langere termijn maar worden indirect door gemeenten zelf betaald uit eerder toegekende middelen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 28 9 Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Stikstof Wat wil het kabinet? Dit begrotingshoofdstuk richt zich vooral op ‘het reduceren van stikstofuitstoot en het bieden van meer perspectief voor boeren en tuinders’. Er wordt € 2,6 miljard incidenteel en € 287,5 miljoen structureel extra uitgetrokken voor een vervolgpakket om Nederland van het stikstofslot te halen. Dit geld gaat onder meer naar doelsturing, innovaties en natuurmaatregelen.
Het kabinet zit op een juridisch spoor met het vergunningenstelsel en maatregelen die stikstofuitstoot verminderen en natuurherstel bevorderen. Naast de begroting presenteert het kabinet de stikstof- en natuurplannen in de brief ‘vervolgpakket Nederland van het slot’. Het kabinet wil o.a. een rekenkundige ondergrens invoeren, natuurdoelanalyses verbeteren en via gewijzigde wetgeving juridisch ruimte creëren voor vergunningverlening. Voor de periode van 2025-2030 wordt cumulatief begroot op € 1,6 miljard voor vrijwillige beëindiging, sturen op het behalen van de stikstofdoelen in plaats van maatregelen, minder melkvee per hectare en natuurherstel. Daarnaast wordt € 600 miljoen vrijgemaakt voor een regionale maatwerkaanpak voor de Veluwe en de Peel voor de komende twee jaar. Met aanvullende structurele gelden van in totaal € 1,1 miljard tussen 2026 en 2030 zet het kabinet extra in op agrarisch natuurbeheer voor natuurherstel. Wat betekent dit voor gemeenten? De plannen van het kabinet zijn met name op het vlak van juridische borging nog niet uitgewerkt. Gemeenten kunnen geen vergunningen verlenen en daarmee woning-, energie- en infrastructuurprojecten doorgang laten vinden. De VNG-inzet is er sterk op gericht, Nederland zo spoedig mogelijk van het slot te krijgen.
Wij blijven oproepen om over het stikstofplan, dat door onder andere de provincies, gemeenten, waterschappen en LTO is gepresenteerd, in gesprek te gaan. Natuur Wat wil het kabinet? Het kabinet zet extra middelen in voor natuurherstel om verslechtering van de natuur tegen te gaan in gebieden waar dit het hardst nodig is. Daarbij werkt het kabinet verder aan het opstellen van een concept- Natuurplan, voortkomend uit de EU-Natuurherstelverordening. Hiervoor is € 13,6 miljoen geraamd in 2026. Vanwege de stikstofproblematiek heeft de minister extra gelden vrijgemaakt voor natuurherstelmaatregelen. Daarnaast werkt het ministerie aan preventie, vroege detectie en verwijdering van invasieve exoten uit het milieu. Hiervoor is € 4,6 miljoen geraamd, wat voor een groot deel overgedragen wordt aan provincies. De stopzetting van de structurele financiering van het programma Nationale Parken, aangekondigd in de Voorjaarsnota 2025, is teruggedraaid. Hiervoor is € 23,7 miljoen beschikbaar. Wat betekent dit voor gemeenten? Net als emissiereductie is natuurherstel een speerpunt om Nederland weer van het slot te krijgen, en op decentraal niveau zal gekeken moeten worden naar natuurherstelmaatregelen in gebiedsontwikkeling. Het kabinet wil voor 1 september 2026 meer duidelijkheid bieden over de verantwoordelijkheden van gemeenten op het thema natuur.
De hiervoor gereserveerde middelen zijn echter niet geoormerkt voor gemeenten. 29 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Gewasbescherming Wat wil het kabinet? Voor naleving van gebruiksvoorschriften is € 25 miljoen beschikbaar gesteld. Ook wordt vervolg gegeven aan het meerjarige gezondheidsonderzoek naar de blootstelling van omwonenden aan gewasbeschermingsmiddelen en naar het verband tussen glyfosaat en Parkinson, waarvoor € 6,4 miljoen beschikbaar is. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten lopen nu tegen grenzen aan bij het voldoen aan hun zorgplicht. Dit leidt tot veel polarisatie in landelijke gemeenten, en kaders vanuit het Rijk zijn nodig voor gemeenten om hun rol te kunnen pakken. De inzet op certificeringssystematiek en het ondersteunen van innovatie van biologische en laag-risico middelen, kan op de langere termijn positieve effecten opleveren. Gemeentelijke besluitvorming heeft bovendien baat bij een gedegen feitelijke basis. Gebiedsgerichte aanpak Wat wil het kabinet? Het kabinet wil met de medeoverheden werken aan de opgave om een leefbaar landelijk gebied te realiseren, met oog voor de kracht van de regio’s, zoals bijvoorbeeld in de regionale maatwerkaanpak voor de Peel en de Veluwe. Daar is € 600 miljoen voor beschikbaar.
Dit is verbonden met de uitvoering van ‘Ruimte voor Landbouw en Natuur’ waaraan het kabinet in 2026 verder werkt, met urgente en meervoudige opgaven voor gebieden en boerenerven. Het kabinet wil dit versnellen. Wat betekent dit voor gemeenten? Veel gemeenten lopen nog steeds aan tegen de gevolgen van het wegvallen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Ruimte voor Landbouw en Natuur biedt slechts een beperkte stap vooruit, met extra rijksinzet bij enkele lopende gebiedsprocessen. Zonder budget kunnen gemeenten de combinatie van stikstofreductie, natuurherstel én sociaaleconomisch perspectief niet bieden. EU-landbouwbeleid Wat wil het kabinet? De minister van LVVN besteedt, conform het lopende Nationaal Strategisch Plan voor het EU- landbouwbeleid, extra aandacht aan jonge landbouwers. Hiervoor is geld vrijgemaakt om specifieke ondersteuning te bieden in de fase van het overnemen of starten van een bedrijf. Er is € 50 miljoen gereserveerd om boeren te belonen voor hun inspanningen op het gebied van ecosysteemdiensten. De minister bereidt zich voor op het nieuwe EU-landbouwbeleid met voorstellen om regelgeving te vereenvoudigen. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten biedt het EU-landbouwbeleid handvatten om richting te geven aan integrale gebiedsontwikkeling. Aanvullende beschikbare gelden helpen bij lokale ruimtelijke puzzels.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 30 10 Sociale Zaken en Werkgelegenheid Compensatie voor medewerkers in sociaal ontwikkelbedrijven Wat wil het kabinet? Het kabinet compenseert alle medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven voor de negatieve gevolgen van belastingmaatregelen over 2025. Via het amendement Van Kent komt dit jaar € 40 miljoen beschikbaar. Alle medewerkers die vallen onder de cao Aan de Slag en cao SW krijgen hetzelfde bedrag uitgekeerd. De individuele compensatie is circa € 444 bruto voor heel 2025. Naar verwachting kan dit op zijn vroegst in november 2025 worden uitgekeerd aan de mensen die op dat moment een actief dienstverband hebben. Ook voor de periode 2026-2028 reserveert het kabinet geld voor tegemoetkoming. Iedere medewerker die valt onder de cao Aan de Slag of cao SW, krijgt in die periode circa € 23 bruto per maand. Wat betekent dit voor gemeenten? Het rijk werkt nog aan de details van de uitvoering van de compensatie in 2025 en die over de periode 2026-2028. Het is al wel duidelijk dat de grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband het geld via een decentralisatie-uitkering (DU) ontvangt. Die gemeente keert het uit aan het sociaal ontwikkelbedrijf en die keert het uit aan de medewerkers. Gemeenten krijgen de DU waarschijnlijk in december 2025. Dit sluit aan bij de uitkering van het impulsbudget sociale infrastructuur.
Voor 2025 wordt in de DU ook rekening gehouden met beperkte uitvoeringslasten. Deze compensatie valt buiten de reguliere pensioenopbouw. Uiterlijk half oktober volgt meer informatie over de praktische uitvoering, waaronder een stappenplan. Werkzekerheid – overig Wat wil het kabinet? Met uitzondering van bovengenoemde compensatie voor medewerkers in de sociaal ontwikkelbedrijven zet het kabinet geen verdere of nieuwe stappen rond werkzekerheid. Wel zijn een aantal eerder aangekondigde investeringen nu opgenomen in de Miljoenennota. Voor de sociale infrastructuur betreft dit de ophoging van de rijksbijdrage voor beschut werk, investeringen in de toekomstbestendigheid (impulsbudget) en de beoogde invoering van een forfaitaire loonkostensubsidie voor beschut werk. Ook worden de benodigde middelen overgeheveld naar het gemeentefonds, ter ondersteuning van de samenwerking van gemeenten, UWV, sociale partners, SBB en het onderwijs. In het Werkcentrum werken zij samen aan dienstverlening aan werkgevers, werkenden en werkzoekenden. In het verlengde zijn middelen opgenomen voor uitvoering van de Wet Van school naar duurzaam werk en de Individuele Plaatsing en Steuntrajecten (IPS-regeling). Pas na verdere planvorming komen mogelijk aanvullende middelen beschikbaar voor de Banenafspraak.
De activiteiten in het Werkcentrum hangen samen met human capital, de arbeidsmarktkrapte en raken aan de bredere economische agenda van Nederland. De ambities van het kabinet en de impact op gemeenten staan in hoofdstuk 7 Economische Zaken. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn gebaat bij enige rust en voorspelbaarheid, om druk op de uitvoering te voorkomen. Toch zijn de ambities onverminderd groot omdat te veel mensen aan de kant staan en een groeiend aantal werkgevers wil werken aan inclusief werkgeverschap. Om die reden zetten we een stap naar voren op de Top Bestaanszeker Nederland en staan wij klaar voor het huidige en volgende kabinet. 31 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Vroegsignalering schulden Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat verder met het voorkomen en aanpakken van schulden. In de voorjaarsbesluitvorming 2025 is de structurele dekking weggevallen van de (uitvoerings-)kosten van de verschillende maatregelen uit het basispakket IBO Problematische schulden. De middelen voor problematische schulden waren beoogd voor gemeentelijk schuldenbeleid (vroegsignalering), een integraal schuldenoverzicht voor huishoudens, één overheidsincasso en het voorkomen van kostenoploop boetes. Door de voorjaarsbesluitvorming is er geen sprake meer van structureel budget voor dit maatregelenpakket. De reeks loopt tot 2029.
Gemeenten krijgen middelen voor vroegsignalering van schulden. In de Rijksbegroting staat geen correctie voor het weggevallen van de structurele dekking. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten blijft onduidelijkheid bestaan over het herstel van de structurele financiering voor deze wettelijke taak. Gemeenten kunnen hun verwachtingen op vroegsignalering richting inwoners en ketenpartners namelijk alleen waarmaken als er structureel perspectief geboden wordt. Onze inzet blijft kortom onverminderd gericht op een sterke, toekomstbestendige uitvoering van vroegsignalering. Gemeenten en de schuldhulpverlenende organisaties hebben daarvoor duidelijkheid, en financiële zekerheid nodig om inwoners met financiële zorgen tijdig en effectief te kunnen ondersteunen. Armoedebeleid Wat wil het kabinet? Het kabinet wil stappen zetten om landelijke regels eenvoudiger te maken en zo het armoedebeleid te verbeteren. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG is in gesprek hierover met het ministerie van SZW, Divosa en gemeenten. De VNG is samen met Divosa gestart met een onderzoek onder gemeenten om na te gaan hoe de gemeentelijke dienstverlening binnen het armoedebeleid toegankelijker, effectiever en toekomstbestendiger kan.
We streven naar een breed gedragen visie over hoe de armoededienstverlening zo georganiseerd kan worden dat de dienstverlening naar inwoners toegankelijk is en echt impact heeft. Gemeenten vinden het belangrijk dat het rijk zijn verantwoordelijkheid pakt om de landelijke basis op orde te brengen zodat inwoners minder afhankelijk zijn van de gemeentelijke regelingen. In het najaar informeren we u over de uitkomsten van de verkenning. Vereenvoudiging inkomensondersteuning Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt ook in 2026 aan een zekerder en begrijpelijker stelsel van inkomensondersteuning waarin (meer) werken loont. Het kabinet streeft ernaar volgend jaar het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening in werking te laten treden om het niet-gebruik van bepaalde uitkeringen en andere sociale voorzieningen tegen te gaan. Daarnaast werkt het kabinet aan een oplossing voor de ongewenste keteneffecten die nabetalingen van overheidsuitkeringen kunnen hebben. Ook werkt het kabinet aan het verminderen van drempels tot arbeidsparticipatie. De Banenafspraak wordt verbeterd. Hier speelt ook het efficiënter gebruiken van beschikbare gegevens een grote rol. Het kabinet maakt (cumulatief tot en met 2030) € 4,8 miljoen vrij voor ‘keteneffecten bij nabetalingen’. Deze mutatie betreft de effecten op de huurtoeslag.
Nabetalingen over uitkeringen kunnen immers leiden tot een piekinkomen in het jaar van de nabetaling. Dit piekinkomen kan vervolgens zorgen voor lagere inkomensafhankelijke inkomensondersteuning en (hogere) terugvorderingen. Om deze ongewenste keteneffecten te verhelpen, worden nabetalingen vanaf 2028 niet langer meegenomen in het toetsingsinkomen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 32 Wat betekent dit voor gemeenten? Vanuit de lokale praktijk zien gemeenten dagelijks dat inwoners moeite hebben de weg te vinden in het complexe stelsel. Daarom is het essentieel dat eenvoud, uitvoerbaarheid en de werkelijkheid van inwoners centraal staan. Bovendien moet het toekomstige stelsel van bestaanszekerheid beter inspelen op de demografische ontwikkelingen, zoals de vergrijzing, die de druk op voorzieningen alleen maar verder zal vergroten. Door toekomstvarianten voor toeslagen en fiscaliteit met gemeenten uit te werken kan een beter uitvoerbaar stelsel gemaakt worden. In de hervormingsagenda staat dat het huidige sociaal minimum toereikend is. Wij zien in de praktijk dat de concrete stappen richting eenvoud en bestaanszekerheid te beperkt zijn. Samen met ministeries, gemeenten en publieke dienstverleners willen we de hervormingsagenda verder vormgeven en zorgen dat politiek, beleid en uitvoering hand in hand gaan.
Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening kan de gegevensdeling tussen gemeenten, UWV en SVB mogelijk maken. Zo worden mensen bereikt die mogelijk rechten hebben en nu nog geen gebruik maken van regelingen. Dit zal in eerste instantie gelden voor de Toeslagenwet, AIO en de Wajong en helaas nog niet voor partijen als de Belastingdienst, Toeslagen en DUO. In de voorjaarsnota 2024 zijn middelen vrijgemaakt om de verwachte (lichte) toename van het aantal verstrekkingen vanuit de algemene bijstand te financieren. De VNG zal gemeenten de komende jaren ondersteunen bij de implementatie van de wet, in samenwerking met partners. Verbeteren Toeslagenstelsel Wat wil het kabinet? Het kabinet brengt per 2026 een groot aantal verbeteringen in het huidige toeslagenstelsel aan. Inwoners verliezen niet langer toeslagen vanwege een toeslagpartner die door omstandigheden niet bij het gezin kan zijn, en inwoners krijgen vier maanden langer de tijd om toeslagen aan te vragen. Toeslagen worden bij bepaalde overheidsbeslissingen niet langer met terugwerkende kracht aangepast, de verzuimboete wordt afgeschaft omdat mensen het recht hebben om zich te vergissen, en de rente op terugvorderingen en nabetalingen van toeslagen wordt afgeschaft. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet het toeslagpartnerschap per 2027 door het criterium samengestelde gezinnen af te schaffen.
Wat betekent dit voor gemeenten? De eerste verbeteringen in het huidige stelsel lijken positief uit te pakken voor gemeenten. Participatiewet in balans Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de ervaren hardheden in de Participatiewet wegnemen door vertrouwen en menselijke maat te verankeren in de Participatiewet en door de uitvoering van ervan eenvoudiger te maken. Het wetsvoorstel “Participatiewet in balans” is aangenomen in de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel bevat de eerste 23 wijzigingen. De implementatie van de aangepaste regelgeving wordt voorbereid voor de inwerkingtreding in 2026. Daarnaast onderzoekt het kabinet de opties voor een fundamentele herziening van de Participatiewet en werkt zij aan het versterken van de vakkundigheid in de uitvoering door gemeenten. Met het wetsvoorstel ‘Handhaving sociale zekerheid’ wordt de handhaving herzien, zodat mensen de zekerheid krijgen dat kleine foutjes niet tot grote gevolgen leiden. Tot slot is het de ambitie om verschillende inkomensondersteunende regelingen binnen de Participatiewet waar mogelijk te harmoniseren en verschillen te verkleinen. Er komt een wetsvoorstel ‘Modernisering grondslagen gegevensverwerking’ dat beoogt om de SUWI-wet voor inwoners toegankelijker te maken. Het kabinet verkent wat de gevolgen van aanpassing of afschaffing van de kostendelersnorm zijn en het effect op woningdelen.
Wat betekent dit voor gemeenten? Er komt veel op de gemeentelijke uitvoering af. De implementatie van de 23 wijzigingen vanuit het wetsvoorstel ‘Participatiewet in Balans’ verloopt gefaseerd en ook wordt het mogelijk om de individuele inkomenstoeslag ambtshalve te verstrekken. De meer fundamentele herziening van de Participatiewet in balans en de vereenvoudiging van wetgeving zullen op lange termijn beslag krijgen en worden met gemeenten verder uitgewerkt. Het ministerie van SZW 33 Vereniging van Nederlandse Gemeenten komt op de korte termijn met de harmonisering van de definities voor inkomen, vermogen en partnerschap in verschillende wetten. Uitbreiding vangnet Participatiewet (BUIG) Wat wil het kabinet? Binnen de financieringssystematiek van de Participatiewet is een vangnet ingericht voor gemeenten die grote tekorten realiseren op het budget voor bijstand en loonkostensubsidies. Enkele gemeenten realiseren echter meerdere jaren achter elkaar tekorten op het budget, wat leidt tot toenemende financiële druk. Met ingang van 1 januari 2026 verlaagt het kabinet voor deze gemeenten in twee stappen het eigen risico. Wat betekent dit voor gemeenten? Het vangnet blijft gefinancierd vanuit het macrobudget voor bijstand en loonkostensubsidies. Vanaf 1 januari 2026 wordt een uitgebreider vangnet ingericht voor een beperkt aantal gemeenten met meerjarige tekorten van 5% of hoger.
Uitvoering Participatiewet, uitstel WW-duurverkorting en taaleis Wat wil het kabinet? Groei van de uitgaven voor de bijstand is begroot: van € 7,9 miljard in 2026 oplopend tot € 8,6 miljard in 2030, onder meer door een verwachte geleidelijke toename van de werkloosheid in de komende jaren. De verkorting van de maximale duur van de WW en loongerelateerde WGA-uitkering van 24 naar 18 maanden is uitgesteld naar 2028. Het kabinet maakt vanaf 2027 extra middelen vrij voor taalonderwijs aan mensen in de bijstand die het vereiste taalniveau nog niet halen. Met gemeenten wordt gewerkt aan een effectieve uitvoering en handhaving van de taaleis. Ook bekijkt het rijk met gemeenten wat een goede manier is om mensen met taalonderwijs te ondersteunen. Uit de praktijk en uit eerder onderzoek blijkt dat gemeenten terughoudend zijn in het opleggen van maatregelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zich voorbereiden op een groei van het aantal bijstandsaanvragen de komende jaren en voldoende capaciteit hebben om de Participatiewet uit te voeren. Arbeidsongeschiktheid Wat wil het kabinet? Het rijk streeft naar vereenvoudiging van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. ‘Praktisch beoordelen’ wordt bevorderd en het advies van de bedrijfsarts wordt leidend bij de toetsing van het re- integratieverslag.
Daarnaast werkt het rijk aan een fundamentele stelselherziening om de complexiteit van het stelsel te reduceren. Ook voert het rijk een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) uit over het stelsel voor zieke en arbeidsongeschikte werknemers (WIA). Het rapport wordt dit najaar verwacht. Daarnaast komt er een basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen (BAZ) om de bestaanszekerheid van deze groep te versterken. Het wetsvoorstel ligt nu voor advisering bij de Raad van State. In 2026 start een wetstraject om de Inkomensvoorziening oudere en arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) per 1 januari 2028 af te sluiten voor nieuwe instroom. Wat betekent dit voor gemeenten? Op korte termijn zijn er geen gevolgen voor gemeenten van de wijzigingen bij UWV. Of er op lange termijn gevolgen zijn moet nog blijken. Financiering voor afgewezen Wajong-aanvragen Wat wil het kabinet? Het kabinet stelt voor de periode 2026-2028 middelen beschikbaar voor jeugdbegeleiders en -coaches en voor het opzetten van arbeidsontwikkelplekken voor mensen bij wie de Wajong-aanvraag is afgewezen omdat het UWV niet kan vaststellen dat zij duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. In 2027 ontvangen gemeenten € 4 miljoen oplopend naar € 8, € 13 en € 17 miljoen in de opvolgende jaren.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 34 Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen er budget bij om de genoemde mensen in de Participatiewet te ondersteunen bij het ontwikkelen van arbeidsvermogen. Weerbaarheid: continuïteit socialezekerheidsuitkeringen in tijden van crisis Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt een plan uit om de continuïteit van socialezekerheidsuitkeringen te verzekeren in geval van crisis. Dat doet het kabinet met UWV, de SVB en het gemeentelijk domein door te onderzoeken of instanties waar nodig elkaars taken kunnen overnemen. Ook onderzoeken ze welke praktische en juridische kaders nodig zijn om uitkeringen in crisisomstandigheden goed en tijdig bij inwoners te krijgen. Wat betekent dit voor gemeenten? Na het onderzoek en verdere besluitvorming zijn gemeenten in staat om ook in tijden van crises inwoners van een uitkering te voorzien. De verder impact moet nog blijken. Arbeidsmarkt Wat wil het kabinet? Vanuit diverse wetsvoorstellen uit het arbeidsmarktpakket - waaronder de wetsvoorstellen Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) en Meer zekerheid flexwerkers - wordt geprobeerd schijnzelfstandigheid tegen te gaan en werknemers meer zekerheid te bieden. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten worden in hun rol als werkgever ook geconfronteerd met de nieuwe wettelijke regelingen.
Dat kan spanningen opleveren, bijvoorbeeld andere ten aanzien van de inhuur van externen vanwege de aanhoudende arbeidsmarktkrapte. Permanente RVU-drempelvrijstelling Wat wil het kabinet? De drempelvrijstelling voor de Regelingen voor Vervroegde Uittreding (RVU) wordt structureel gemaakt en gericht op werknemers met een zwaar beroep. De huidige drempelvrijstelling wordt voor knellende situaties verhoogd met € 300 bruto per maand. Dit volgt op het eerdere voornemen uit het akkoord ‘Gezond naar pensioen’ tussen kabinet en sociale partners. Om de kosten te dekken, verhoogt het kabinet het tarief dat werkgevers betalen voor RVU-regelingen die vallen buiten de wettelijke vrijstelling en de extra RVU-uitkering boven het vrijgestelde bedrag. Deze strafheffing wordt verhoogd van 52% naar 57,7% in 2026, 64% in 2027 en vanaf 2028 geldt een tarief van 65%. Het gebruik van de drempelvrijstelling wordt met ingang van 2028 jaarlijks gemonitord en driejaarlijks geëvalueerd. Wat betekent dit voor gemeenten? In de cao Gemeenten en de cao SGO hebben partijen afgesproken een RVU-regeling voor zware beroepen te maken. Die regeling biedt werknemers met een zwaar beroep de mogelijkheid om 2 jaar voor de AOW- datum te stoppen. De regeling moet 1 januari 2026 ingaan en zal extern getoetst worden door TNO. Cao-partijen voeren momenteel het onderzoek naar zware beroepen uit.
Volgens de cao-afspraak is de deadline 1 november 2025. Versterken cao-stelsel Wat wil het kabinet? Het kabinet verkent de mogelijkheden om het cao-stelsel te versterken verder. Zij kijkt onder andere naar het verbeteren van de organisatiegraad van werknemers- en werkgeversorganisaties, van het avv- en dispensatiebeleid en van de cao-dekkingsgraad. 35 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? Het cao-stelsel en het stelsel voor algemeen verbindend verklaren zijn belangrijk voor de bevordering van evenwichtige arbeidsverhoudingen. De gevolgen van de plannen om het cao-stelsel te versterken moeten nog blijken. Uitstel WW-duur verkorting en uitstel re-integratie tweede spoor Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft de ingangsdatum van het wetsvoorstel voor de verkorting van de maximale WW-duur aangepast naar 1 januari 2028, omdat de oorspronkelijke ingangsdatum in 2027 niet uitvoerbaar is voor het UWV. Ook het wetsvoorstel Re-integratie tweede spoor is met twee jaar uitgesteld naar 1 januari 2030 vanwege de toenemende achterstanden bij het sociaal-medisch beoordelen (SMB) en de extra uitvoeringscapaciteit die dit wetsvoorstel van het UWV vraagt. Wat betekent dit voor gemeenten? De gemeentelijke werkgever is verplicht eigenrisicodrager voor de WW.
Als eigenrisicodrager is een gemeente zelf verantwoordelijk voor de kosten en re-integratie van ex-werknemers die werkloos worden. Op dit moment wordt de WW aangevuld door uitkeringen uit de cao Gemeenten en cao SGO. Als de WW-duur wordt verkort, dan heeft dat financiële gevolgen voor gemeentelijke werkgevers. Het uitstel is een positief punt, omdat gemeenten nog niet te maken krijgen met deze kostenpost. Het uitstel van het wetsvoorstel Re-integratie tweede spoor is vooral belangrijk vanwege een andere invulling van het re-integratieproces van zieke werknemers. Denk hierbij aan de communicatie naar zowel het UWV als de zieke werknemer. Vanwege het omvangscriterium is deze wijziging maar op een beperkte groep gemeenten en SGO leden van toepassing. Vervroegde invoering re-integratieverslagtoets (RIV-toets) Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het invoeren van de re-integratieverslagtoets (RIV-toets) vervroegen. De ingangsdatum van 1 januari 2028 zal gelden voor alle ziekmeldingen, dus inclusief medewerkers die langere tijd ziek zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? Ondanks dat het wetsvoorstel per 2028 ingaat, heeft het twee jaar eerder al effect voor gemeenten: de toets zal in de praktijk effectief twee jaar eerder plaatsvinden en helpt het UWV om achterstanden bij sociaal-medische beoordelingen te verminderen.
Gemeenten doen er goed aan er rekening mee te houden dat ook medewerkers die al langere tijd ziek zijn (en al een WIA-aanvraag hebben gedaan), alsnog een RIV-toets kunnen krijgen. WW beëindigen op eigen initiatief Wat wil het kabinet? Het kabinet maakt het voor WW-gerechtigden tijdelijk makkelijker om op eigen verzoek door UWV de WW-uitkering te laten beëindigen. Er vindt dan tijdelijk geen beoordeling meer plaats door UWV op de geldende voorwaarden voor het stopzetten van een WW-uitkering. Dit is onderdeel van een aantal tijdelijke maatregelen, waardoor het UWV capaciteit kan inzetten voor de hersteloperatie van de WIA. Wat betekent dit voor gemeenten? De gemeenten zijn verplicht eigenrisicodrager voor de WW. De bovenwettelijke uitkeringen uit de Cao gemeenten en cao SGO zijn gekoppeld aan het ontvangen of recht hebben op een WW-uitkering. Daarom is het zaak dat bij een situatie waarin de werknemer de WW-uitkering vrijwillig stopzet, ook goed wordt gekeken naar de daaraan gekoppelde bovenwettelijke uitkeringen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 36 Gezond en veilig werken Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft inzetten op gezond en veilig werken, en werkt actief aan beleid op meerdere thema’s uit de Arbovisie 2040. Het doel is nul doden en fors minder ongevallen en zieken door werk.
Het kabinet wil dit bereiken door onder andere de beschikbaarheid en kwaliteit van RI&E’s te verbeteren en Arbo-regelgeving werkbaarder te maken. Wat betekent dit voor gemeenten? Met deze maatregelen neemt hopelijk de regeldruk voor werkgevers af, en wordt Arbo-regelgeving makkelijker uitvoerbaar. Pensioenen Wat wil het kabinet? Het kabinet geeft aan een zorgvuldige overgang naar het nieuwe pensioenstelsel van belang te vinden. De eerste pensioenfondsen zijn in 2025 overgegaan naar de nieuwe pensioenregelingen en in 2026 zullen hier meer bijkomen. Wat betekent dit voor gemeenten? Werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt bouwen pensioen op bij Pensioenfonds PWRI. Dit Pensioenfonds is als een van de eerste fondsen die per 2025 succesvol is overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel. Daarnaast is het pensioen voor wethouders geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Momenteel is dit begroting gefinancierd bij de gemeente zelf, maar het plan is om per 2028 ook dit pensioen onder te brengen in het nieuwe pensioenstelsel door het onder te brengen bij ABP. Bestaanszekerheid op Bonaire, Saba en Sint Eustatius Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2025 diverse koopkrachtmaatregelen getroffen om Caribisch Nederland te ondersteunen op het gebied van bestaanszekerheid.
De verschillende mutaties zijn nu verwerkt in de begrotingen, waarmee ze structureel zijn geborgd. Het pakket met maatregelen is gericht op het versterken van de koopkracht voor zowel ouders, minima- en middeninkomens. Het gaat om incidentele maatregelen op het terrein van de energietoelage, telecomsubsidie voor internetaansluitingen, verlaging van de drinkwatertarieven en aanvullende subsidie voor elektra. De Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland heeft vastgesteld dat huishoudens met kinderen structureel het meeste geld tekortkomen. Op advies van de Commissie verkent het ministerie van SZW momenteel de mogelijkheden voor een inkomensafhankelijke tegemoetkoming voor ouders. Ook past het kabinet de normbedragen en de uitwonende beurs voor de studiefinanciering aan, middels het Wetsvoorstel studiefinanciering CN. Het kabinet kondigt verder een verlofregeling aan voor begeleiders bij medische uitzending. Wat betekent dit voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius? Deze maatregelen verbeteren de bestaanszekerheid op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De verschillende maatschappelijke uitdagingen op de eilanden maken dat er continu gewerkt moet worden aan extra stappen om de bestaanszekerheid te verhogen.
37 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 11 Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jeugdzorg Wat wil het kabinet? Het kabinet compenseert de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het rijk. Die kunnen ze inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de jeugdhulp volgens de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams. Ook is er aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en een integrale aanpak van het sociaal domein. Wat betekent dit voor gemeenten? Met het toekennen van deze middelen doet het kabinet wat het in april 2025 heeft beloofd. De middelen worden in het jaar 2025 toegevoegd aan de Algemene Uitkering van de gemeentebegroting. Dit is een belangrijke stap in het vertrouwen en samenwerking tussen rijk en gemeenten. Een rechtszaak is daarmee van de baan. De incidentele bijdrage kan gebruikt worden om de jeugdzorgkosten voor 2026 en 2027 te dekken of voor de te realiseren besparingen in de toekomst (zoals de VNG in het begrotingsadvies van juni schreef). Gemeenten kunnen zich richten op de transformatie van de jeugdzorg en het uitvoeren van de afspraken naar aanleiding van de Voorjaarsnota. Beide partijen blijven in gesprek over een evenwichtige verdeling van ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht.
Toekomstscenario Kind en gezinsbescherming Wat wil het kabinet? Het kabinet noemt het Toekomstscenario zowel in de begroting van J&V als VWS. Het ministerie van J&V spreekt van verbetering en vereenvoudiging van het stelsel. Het ministerie van VWS spreekt over integrale ondersteuning door lokale teams, het doorbreken van het estafettemodel en de vier pijlers uit het ambitiedocument Toekomstscenario. Beide ministeries ramen geen extra middelen. Voor de versterking aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling werkt het ministerie van VWS in 2026 aan hernieuwde inzet op deskundigheidsbevordering voor het gebruik van de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Wat betekent dit voor gemeenten? Er zijn geen wijzigingen ten opzichte van het bericht van 14 juli 2025 waarin de ministeries meldden koers te houden op zowel het eindbeeld van het Toekomstscenario als de ontwikkelrichting. In het najaar is een veranderstrategie op hoofdlijnen beschikbaar. Personen met verward en onbegrepen gedrag Wat wil het kabinet? In de begroting van BZK, J&V en VWS wordt ingegaan op de aanpak van personen met verward en onbegrepen gedrag. Er worden geen nieuwe maatregelen genoemd. Alleen de VWS-begroting bevat concrete bedragen voor de aanpak, te weten € 5,7 miljoen voor onder andere de levensloopaanpak.
Wat betekent dit voor gemeenten? In de J&V-begroting staan diverse, al eerdergenoemde maatregelen gericht op het ontlasten van de politie op dit thema. Denk aan scherpere triage op de 112-meldkamer, de inzet van het Meldpunt Zorgwekkend Gedrag en verbeterde samenwerking tussen politie en zorgprofessionals op straat. Gemeenten ontvangen voor zorgtaken al onvoldoende middelen en maken zich zorgen over het gat dat hier ontstaat voor de zorg voor personen met onbegrepen gedrag. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 38 Vrouwenopvang Wat wil het kabinet? Door capaciteitsproblemen in de vrouwenopvang, ontstaan wachtlijsten en worden slachtoffers soms tijdelijk in hotels of vakantieparken ondergebracht. Het rijk wil deze problematiek oplossen en stelt vanaf 2026 structureel € 12 miljoen beschikbaar voor extra opvangplaatsen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten stemmen met het rijk af hoe de extra middelen worden verdeeld en welke afspraken erover worden gemaakt. Gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor het realiseren van voldoende opvangcapaciteit en het oplossen van knelpunten in doorstroom en uitstroom. Dit vraagt om nauwe samenwerking met lokale opvangorganisaties en een duidelijke visie op herstel en veiligheid voor slachtoffers.
Femicide Wat wil het kabinet? Het rijk zet in op het voorkomen van femicide, geweld waarbij vrouwen - vaak door (ex-)partners of familieleden - worden gedood. De ministeries van J&V en VWS willen vanaf 2026 eerder ingrijpen bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. J&V verbetert bestaande interventies, zoals het tijdelijk huisverbod en de strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld. Ook wordt gewerkt aan een bredere inzet van slachtofferdevices en extra aandacht voor de veiligheid van partners en kinderen binnen het familierecht. Daarnaast wordt de EU-richtlijn tegen geweld tegen vrouwen en internationale verdragen, zoals het verdrag van Istanbul, ook in Caribisch Nederland ingevoerd. Het ministerie van VWS richt zich op vroegtijdige herkenning van risicosignalen, verbetering van risicotaxatie en veiligheidsbeoordeling, en betere samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners. Veilig Thuis krijgt een centrale rol, met betere bereikbaarheid, toegankelijkheid en bekendheid van deze organisatie. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven een belangrijke rol houden bij het signaleren en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij worden actief betrokken bij de deskundigheid van professionals en verbeteren de samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners. Dit vraagt lokale inzet, kennis en capaciteit om vroegtijdig te kunnen handelen.
Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) Wat wil het kabinet? Het kabinet zet met AZWA de beweging van zorg naar gezondheid voort. Er zijn extra afspraken met zorgpartijen, gemeenten en het sociaal werk over preventie, gezondheid en arbeidsbesparing in de zorg. Voor 2026 tot en met 2028 is respectievelijk € 435 miljoen, € 451 miljoen en € 547 miljoen gereserveerd voor AZWA, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten willen de publieke gezondheid versterken, omdat dit bijdraagt aan zorg naar gezondheid. Zonder structurele financiering kunnen zij echter weinig vooruitgang boeken. Extra AZWA-middelen helpen tijdelijk, maar bieden geen structurele oplossing. Staatscommissie zorgstelsel Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat in 2026 en 2027 aan de slag met de motie van het lid Krul c.s. over de invoering van een staatscommissie voor een toekomstbestendig en weerbaar zorgstelsel. Er is € 1 miljoen in 2026 en 2027 gereserveerd voor de uitvoering. Het kabinet benadrukt het belang van preventie. 39 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn een belangrijke partij in het zorgstelsel en worden betrokken bij de werkzaamheden van de staatscommissie. VNG en het ministerie van VWS starten gesprekken om gemeenten goed te laten vertegenwoordigen.
Publieke gezondheid Wat wil het kabinet? Middelen voor gezondheidsbeleid (€ 482 miljoen) en ziektepreventie (€ 452 miljoen) lopen af. Dit komt onder andere door de teruggedraaide intensivering op publieke gezondheid en aflopende incidentele middelen voor preventie. Enkele reparaties zijn gedaan voor pandemische paraatheid, maar de middelen daarvoor worden geleidelijk afgebouwd tot nul in 2029. Wat betekent dit voor gemeenten? Zonder structurele financiering kunnen gemeenten weinig vooruitgang boeken. Extra AZWA-middelen helpen tijdelijk, maar bieden geen structurele oplossing. Mentale gezondheid en ggz Wat wil het kabinet? Het kabinet zet met het Actieprogramma mentale gezondheid en ggz in op het versterken van mentale veerkracht en het oplossen van knelpunten tussen stelsels. Het doel is een samenhangende aanpak van preventie, ondersteuning en zorg en een betere verbinding tussen het sociaal domein en de ggz. Binnen het AZWA komt een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten voor mensen met Ernstige Psychiatrische Aandoeningen (EPA). Het kabinet voert daarnaast de werkagenda ‘Een betekenisvol leven met een langdurige psychische aandoening’ uit, bijvoorbeeld om te voorkomen dat mensen met een ggz-Wlz- indicatie in de daklozenopvang verblijven.
Vanaf 2026 wordt structureel € 10 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds voor de wet integrale suïcidepreventie, die ingaat op 1 januari 2026 en moet bijdragen aan het verlagen van suïcides en suïcidepogingen. Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten profiteren van een soepele samenwerking tussen stelsels, maar zolang de oplossingsrichtingen nog niet duidelijk zijn, is het lastig de impact volledig in te schatten. De ambities rondom laagdrempelige steunpunten en langdurige zorg voor mensen met een ernstige psychische aandoening zijn een voortzetting van huidig beleid. Gemeenten krijgen daarnaast de nieuwe taak om suïcidepreventiebeleid op te zetten. Stichting 113 Zelfmoordpreventie biedt handvatten om suïcides te verminderen en lokale partijen hierbij te ondersteunen. Financiering Wmo Wat wil het kabinet? Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volume- en een prijsdeel. Het volumedeel wordt gebaseerd op een historisch gemiddelde van acht jaar (t-9 t/m t-2), waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp in het lopende jaar.
Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt gekeken naar een passende geobjectiveerde indexering die rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend hierop is vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen gereserveerd, oplopend tot € 375 miljoen in 2030, als aanvullende indexering voor demografie. Wat betekent dit voor gemeenten? Voorafgaand aan de Voorjaarsnota 2024 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen de VNG en het rijk. Sindsdien is jaarlijks € 75 miljoen structureel toegevoegd, oplopend tot € 375 miljoen in 2030. De gesprekken over een andere financieringsvorm dan de algemene uitkering voor de Wmo lopen nog. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 40 Toekomst Wmo en Inkomens- en Vermogensafhankelijke Eigen Bijdrage (IVB) Wat wil het kabinet? Eind 2025 verschijnt het houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015, een gezamenlijk traject van gemeenten en het rijk. Dit onderzoek moet duidelijk maken hoe de wet functioneert en wat nodig is voor de toekomst. Vooruitlopend hierop werkt het rijk aan een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage, die per 1 januari 2027 moet ingaan. Dit leidt tot een structurele besparing van € 225 miljoen in het gemeentefonds vanaf 2027. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten steunen het onderzoek en de invoering van de eigen bijdrage. De VNG brengt na publicatie een beleidsreactie uit.
Tegelijkertijd waarschuwen gemeenten dat de besparing van € 225 miljoen waarschijnlijk pas na verloop van tijd zal optreden. De VNG pleit daarom voor zorgvuldige monitoring, zodat niet te vroeg en ten onrechte een besparing wordt ingeboekt. Wonen en zorg voor ouderen Wat wil het kabinet? Het kabinet voert het Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) uit. Voor 2026 omvat dit onder andere een staatscommissie voor het zorgstelsel, afspraken over mantelzorgondersteuning, versterking van samenwerking in zorg, voortzetting van reablement (bevorderen van de zelfredzaamheid), vereenvoudiging van extramurale zorg en afronding van een afwegingskader voor Wlz-zorg. Daarnaast blijft de ambitie staan om in 2030 290.000 ouderenwoningen te realiseren. Het rijk verkent ook de invoering van moderne verzorgingshuizen, waarvoor € 470 miljoen structureel is gereserveerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten gaan mantelzorgondersteuning toegankelijker maken in samenwerking met zorgpartners. Het afwegingskader kan leiden tot een formele toegangstoets en meer Wlz-zorg thuis, wat extra kosten voor woningaanpassingen betekent. Hiervoor zijn middelen beschikbaar, oplopend tot € 30 miljoen in 2030. Gemeenten werken al aan geclusterde woonvormen, maar lopen tegen knelpunten in woningbouw en gebiedsontwikkeling aan.
De toevoeging van moderne verzorgingshuizen kan een oplossing zijn voor kwetsbare ouderen, mits aan randvoorwaarden in de woningbouw, extra personeel en financiering, ook voor zorg en ondersteuning, wordt voldaan. Deze randvoorwaarden worden het komende half jaar verkend. Integratie uitkering Beschermd Wonen Wat wil het kabinet? Het kabinet voegt vanaf 2026 structureel € 14,9 miljoen toe aan de Integratie Uitkering Beschermd wonen. Hiermee compenseert het rijk gemeenten voor volumegroei. De berekening sluit aan bij de accres- systematiek en is gebaseerd op de groei van het BBP. Wat betekent dit voor gemeenten? De compensatie voor volumegroei is sinds 2024 aanzienlijk lager dan in de jaren daarvoor. Gemeenten moeten daardoor keuzes maken om hun begroting voor beschermd wonen en aanpalende vormen van Wmo ondersteuning, zoals maatschappelijke opvang en ambulante begeleiding rond te krijgen. Specifieke Uitkering Regeling heroïnebehandeling Wat wil het kabinet? De SPUK-regeling heroïnebehandeling wordt vanaf 2026 omgezet naar een decentralisatie-uitkering van € 13,3 miljoen. Er gaat een korting van 10% af en de uitkering wordt niet geïndexeerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Zestien gemeenten ontvingen de SPUK tot 2025. Voor hen staat de uitvoering van heroïnebehandeling onder druk.
Gemeenten hebben weinig mogelijkheden om de kosten te verlagen, omdat de behandeleenheden een beschikbaarheidsfunctie hebben. Sluiting of inperking van deze voorzieningen raakt de zorg voor langdurig opiaatverslaafden en kan de veiligheid van deze mensen en hun omgeving beïnvloeden. 41 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Gegevensuitwisseling Wat wil het kabinet? De zorgsector is onderdeel van de vitale infrastructuur van Nederland en wordt in 2026 versterkt op het gebied van fysieke en digitale weerbaarheid. De ministeriële regelingen voor de Wet Weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) en de Cyberbeveiligingswet (Cbw) worden geïmplementeerd. Het ministerie van VWS beoordeelt welke processen en aanbieders cruciaal zijn voor de zorg tijdens grootschalige rampen of crises, welke dreigingen en risico’s bestaan en welke maatregelen nodig zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? De Wwke richt zich op fysieke dreigingen zoals terrorisme en natuurrampen. In de zorg bepaalt het ministerie van VWS welke processen en aanbieders vitaal zijn. Gemeenten die wettelijke taken uitvoeren in de zorg, bijvoorbeeld via de GGD, kunnen hierdoor worden geraakt. Als een entiteit (organisatie met een vitale functie) onder de Wwke wordt aangewezen, valt de IT automatisch ook onder de Cyberbeveiligingswet. Deze aanwijzingen volgen in de loop van 2026.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 42 12 Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Grondbeleid Wat wil het kabinet? Kosten voor gebiedsontwikkeling kunnen deels worden betaald uit de waardestijging van de grond. De minister van VRO zet in op het verbeteren van de huidige wet- en regelgeving, werkt aan een systeem om waardestijging van grond als gevolg van een functiewijziging (landbouw naar woningen) meer in te zetten voor de ruimtelijke ontwikkeling en wil het grondbeleid moderniseren. Voor een actieve rol van het rijk wordt er onder andere gewerkt aan een landelijke integrale grondbank. Wat betekent dit voor gemeenten? We wachten op de praktische uitwerking. Het is positief dat de begroting spreekt over het benutten van de waardestijging van grond en een landelijke grondbank. Volkshuisvesting en woningmarkt: beschikbaarheid Wat wil het kabinet? Het principe blijft overeind dat er 100 duizend woningen per jaar gebouwd moeten worden, waarvan tweederde betaalbaar en 30% sociaal. De Wet versterking regie volkshuisvesting moet hier in 2026 een bijdrage aan gaan leveren. Daarnaast start in 2026 de Realisatiestimulans. Gemeenten ontvangen vanaf dat jaar, op een laagdrempelige wijze, € 7.000 per betaalbare woning. Andere regelingen zoals het Gebiedsbudget en de Woningbouwimpuls worden aangepast en voortgezet. De Leegstandswet gaat met ingang van 1 januari 2027 gewijzigd worden.
Om meer mensen te huisvesten verkent de minister van VRO nieuwe regels met betrekking tot hospitaverhuur, woningsplitsing en woningdelen. Het rijk gaat onderzoek doen naar het afschaffen van de kostendelersnorm. In 2026 wil het kabinet het Besluit Bouwwerken Leefomgeving wijzigen, regels schrappen en innovatie stimuleren. De ambitie van het kabinet is om de doorlooptijd van planvorming tot realisatie in 2030 met 25% te verkorten en op te schalen naar 50% industriële nieuwbouw per 2030. Ook wordt gewerkt aan digitalisering van gebiedsontwikkeling en bouwketen. Wat betekent dit voor gemeenten? De concrete uitwerking voor gemeenten is nog niet duidelijk. Bijvoorbeeld: als parallel plannen verplicht wordt om voor de Realisatiestimulans woningbouw in aanmerking te komen, aan welke criteria moeten gemeenten dan precies voldoen? Zodra de Wet versterking regie volkshuisvesting van kracht is moeten gemeenten een volkshuisvestingsprogramma gaan vaststellen, met onder andere maatregelen om de woningvoorraad beter te benutten in omgevingsplannen en de huisvestingsverordening. Na de inwerkingtreding zullen in 2026 belangrijke randvoorwaarden voor het programma ‘Een thuis voor iedereen’ zijn ingevuld. Gemeenten moeten de woonbehoefte van aandachtsgroepen in beeld brengen voor het volkshuisvestingsprogramma.
De minister van VRO wil gemeenten ondersteunen bij de realisatie van opstartwoningen voor statushouders. De Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen wordt daarvoor met € 79 miljoen verhoogd. De positie van arbeidsmigranten op de woningmarkt moet verbeterd worden door onder andere het aanpassen van regelgeving, zodat zij meer huur(prijs)bescherming krijgen. Om coöperatief wonen te ondersteunen stelt 43 Vereniging van Nederlandse Gemeenten de minister € 60 miljoen subsidie ter beschikking aan Stichting Volkshuisvesting Nederland om een fonds daarvoor op te starten. Volkshuisvesting en woningmarkt: betaalbaarheid Wat wil het kabinet? Om de investeringsbereidheid te vergroten werkt de minister van VRO aan aanpassingen in het woningwaarderingsstelsel. De vorig jaar aangekondigde maatregel om de overdrachtsbelasting te verlagen van 10,4% naar 8% wordt herhaald. Er komen voorstellen die de borging van middenhuurwoningen door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw mogelijk maken. Dit kan vanwege een aanpassing van de staatsteunregels. Ook wordt het onderzoek naar een huurregister voortgezet, wat in 2026 moet leiden tot een besluit tot invoering. Regels met betrekking tot servicekosten worden vereenvoudigd. Om koopstarters te ondersteunen is het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen in 2024 opgericht. In 2025 en 2026 zijn de eerste tranches geopend.
Wat betekent dit voor gemeenten? Nu de Europese Commissie de regels voor staatssteun herziet is de kans reëel dat er ruimte ontstaat voor investeringen van corporaties in middenhuur. Hiervoor moet eerst nog nationale wetgeving gewijzigd worden. Bij het maken van prestatieafspraken met corporaties zal de inzet van corporaties op het middensegment aan de orde komen. Daarbij moet tegelijkertijd ook rekening gehouden worden met het feit dat de grenzen van de investeringsmogelijkheden van corporaties zich steeds scherper aftekenen. Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging in de Bouw Wat wil het kabinet? In de Miljoenennota 2026 is geen nieuwe informatie opgenomen over de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Wel zijn de financiële kaders eerder vastgelegd in de Meicirculaire 2025. Gemeenten ontvangen in 2025 een decentralisatie-uitkering van € 80,7 miljoen voor de uitvoering van de Omgevingswet. Voor de Wkb is in de Meicirculaire € 10,5 miljoen beschikbaar voor 2025 en € 10 miljoen voor 2026. Daarmee is de in het coalitieakkoord uit 2022 toegezegde totale compensatie van € 410 miljoen voor de Omgevingswet volledig uitgekeerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Er loopt een onderzoek dat de financiële effecten van de Omgevingswet en Wkb in kaart brengt één, drie en vijf jaar na invoering.