CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

8.0 VNG - Rijksbegroting 2026 en de gevolgen voor gemeenten

Raadsvergadering 30 september 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken18.171 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijzondere ledenbrief Rijksbegroting 2026 en de gevolgen voor gemeenten Bijzondere ledenbrief rijksbegroting 20262 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1 Gemeentefinanciën 4 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 7 3 Justitie en Veiligheid 11 4 Asiel en Migratie 15 5 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 18 6 Infrastructuur en Waterstaat 21 7 Economische Zaken 24 8 Klimaat en Groene Groei 26 9 Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur 28 10 Sociale Zaken en Werkgelegenheid 30 11 Volksgezondheid, Welzijn en Sport 37 12 Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 42 13 Buitenlandse Zaken, Handel en Ontwikkelingshulp 44 3 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Voorwoord Geachte leden, De troonrede en de miljoenennota van dit jaar zijn uitgesproken en gepubliceerd in een periode waarin ons land schreeuwt om samenwerking en doorbraken. De VNG herkent in de deemoedige toon van de troonrede de erkenning dat er behoefte is aan herstel van vertrouwen en aan concrete stappen vooruit. Het is bemoedigend dat het demissionaire kabinet gemeenten nadrukkelijk opzoekt als partner en dat er financiële verlichting komt. Zo komt er € 728 miljoen euro compensatie voor de tekorten in de jeugdzorg in 2023 en 2024. Dat biedt lucht voor gemeenten die al jaren onder grote druk staan.

Ook krijgen gemeenten € 60 miljoen voor de organisatie van de verkiezingen, is er € 12 miljoen beschikbaar voor extra opvangplaatsen in de vrouwenopvang en wordt de korting van € 177 miljoen op de onderwijskansenregeling teruggedraaid. Tegelijkertijd vroeg de Koning in de troonrede terecht aandacht voor de toenemende polarisatie in de samenleving. Gemeenten ervaren dagelijks hoe verdeeldheid doorwerkt in buurten en wijken. Wij weten hoe groot de waarde van verbinding is en hoe essentieel samenwerking blijft: tussen inwoners, maatschappelijke organisaties en de verschillende overheidslagen. Erkenning voor de complexe positie van gemeenten kost niets, maar betekent alles. Gemeenten hebben behoefte aan een duurzaam herstel van de financiële verhoudingen, een langetermijnvisie en investeringen die zekerheid en stabiliteit bieden voor inwoners en gemeenten. Echte doorbraken zijn nodig en gemeenten staan klaar om samen met maatschappelijke partners verantwoordelijkheid te nemen. Het land staat al te lang stil. Juist daarom is het van belang dat politieke partijen snel tot de vorming van een nieuw kabinet komen. Liefst voor het eind van het jaar. Gemeenten en inwoners hebben dringend behoefte aan perspectief en slagkracht. Alleen samen kunnen we bouwen aan een samenleving die veerkrachtig en verbonden blijft.

De VNG blijft zich inzetten voor een sterke positie van gemeenten, waarbij taken en middelen in balans zijn en ruimte om hun rol als eerste overheid waar te maken. Deze ledenbrief biedt u een overzicht van de belangrijkste punten uit de Miljoenennota die voor gemeenten van belang zijn. Dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4 1 Gemeentefinanciën Berekening accressen Wat wil het kabinet? Het gemeentefonds wordt jaarlijks aangepast om stijgende kosten door inflatie, loonontwikkeling, bevolkingsgroei en welvaart op te vangen. Sinds 2024 is het fonds daarvoor gekoppeld aan de nominale ontwikkeling van het bbp. Deze jaarlijkse bijstelling heet accres en bestaat uit een prijs-accres (de geraamde ontwikkeling van het prijspeil bbp en corrigeert zo voor inflatie) en een reëel-accres (de volumegroei van het bbp in de afgelopen acht jaar, zodat de fondsgroei stabiel aansluit bij structurele uitgavenontwikkelingen). Het percentage voor het prijs-accres wordt elk jaar definitief vastgesteld in de meicirculaire, op basis van de CPB-raming in het Centraal Economisch Plan (CEP). Het reëel-accres wordt berekend met CBS-cijfers over de feitelijke volumegroei. Voor de komende vijf jaren worden beide accressen bovendien geactualiseerd in de septembercirculaire, met de percentages uit de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB.

Tabel 1 geeft de percentages van het prijs-accres, het reële-accres en de som ervan voor de jaren 2025 tot en met 2030 die volgen uit de MEV 2026. Daarbij zijn de percentages voor het jaar 2025 gebaseerd op het CEP 2025. Rij vier geeft het bedrag van de accrestranche voor ieder jaar. In de onderste twee rijen staan de verschillen met de ramingen uit de meicirculaire in procenten en in geld. Het kabinet heeft de accrespercentages voor de septembercirculaire 2025 niet geactualiseerd. In de laatste rij is het verschil voor 2025 (in rood) weergegeven als dat wel was gebeurd. Tabel 1. Accrespercentages septembercirculaire gemeentefonds 2025 MEV 2026/septembercirculaire 2025 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Volume bbp (t-9 / t-2) - reëel-accres *2,16% 1,91% 1,76% 1,66% 1,54% 2,17% Prijspeil bbp (t) - prijs-accres *3,63% 2,49% 2,53% 2,65% 2,49% 2,36% Accrespercentage totaal *5,87% 4,45% 4,33% 4,35% 4,07% 4,58% Accres-tranche (x miljoen euro) 2.307 1.858 1.834 1.855 1.807 2.115 Verschil sep/meicirculaire 2025 Verschil procentueel (0,47%) -0,27% -0,06% -0,02% -0,08% -0,26% Verschil in miljoen euro (+189) -78 -25 -14 -41 -126 * Betreft de definitieve raming van het accres op basis van het CEP 2025 Wat betekent dit voor gemeenten? Het prijspeil bbp voor het jaar 2025 wordt in de MEV 2026 geraamd op 4,10%.

Dat is hoger dan de raming uit het CEP 2025 van 3,63% waarop het definitieve bbp-prijs-accres 2025 is vastgezet. Als de realisatie van het prijspeil bbp voor het jaar 2025 in het voorjaar 2026 definitief 4,10% blijkt te zijn, dan betekent dat indirect een te laag accres 2025 van 0,47%. Dat is een structureel nadeel van € 189 miljoen. In 2024 was het geraamde prijspeil bbp 1,1% lager dan de realisatie en ging het om een nadeel van structureel € 407 miljoen voor gemeenten. De ramingen van het CPB kunnen iets schommelen. Maar het Centraal Planbureau raamt in de afgelopen acht jaar met het CEP de ontwikkeling van het prijspeil bbp voor het lopende jaar structureel te laag. Figuur 2 brengt deze structurele ramingsfout tussen de raming in jaar t en de meting in jaar t+1 in beeld. Het verschil bedraagt gemiddeld 1% per jaar. Relatief gezien krimpt het gemeentefonds daarmee voortdurend ten opzichte van de ontwikkeling van het bbp en raakt de verhouding tussen de taken en middelen van gemeenten in negatieve zin. 5 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Figuur 2.

Verschil geraamd prijspeil bbp en voorlopige raming gerealiseerd prijspeil bbp 9,00% 8,00% 7,00% 6,00% 5,00% 4,00% 3,00% 2,00% 1,00% 0,00% Percentage prijspeil-bbp-accres Jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 CEP jaar t raming prijspeil BBP CEP jaar t+1 realisatie prijspeil BBP -0,10% -0,30% -0,80% -0,60% -1,00% -2,00% -1,50% -1,10% -0,47% 2025 betreft raming met de MEV 2026, omdat het CEP 2026 komend voorjaar pas verschijnt. Dit kan worden voorkomen door het prijsaccres te bepalen op basis van nacalculatie (vergoeding van het daadwerkelijke prijspeil bbp in plaats van de ramingen). De VNG heeft er bij het kabinet en het parlement op aangedrongen om het definitieve accres voortaan te bepalen op basis van nacalculatie. Het kabinet heeft echter nog geen stappen in deze richting gezet. BBP-accres inclusief de niet-taakgebonden mutaties is niet stabiel Wat wil het kabinet? Naast het prijs-accres en het reële-accres wordt de autonome groei van het gemeentefonds ook beïnvloed door kortingen en stortingen en de nieuwe wijze van indexeren van toekomstige mutaties in het fonds. Deze mutaties maken ook deel uit van het totale accres waarmee het gemeentefonds in een jaar groeit of krimpt. De afgelopen jaren hebben er veel mutaties in het gemeentefonds plaatsgevonden waarbij de nieuwe wijze van indexeren is toegepast.

Wat betekent dit voor gemeenten? De nieuwe bbp-systematiek leidt tot een stabiele inkomstenbron en biedt gemeenten duidelijkheid over de ontwikkeling van de fondsen. Dit geldt echter niet voor het indexeren van toekomstige mutaties en kortingen. Deze nieuwe methode, die los staat van de bbp-systematiek, is ingewikkeld. De mutaties ervan zijn onnavolgbaar doordat een verantwoording erover ontbreekt, en de methode is foutgevoelig. De toepassing door de fondsbeheerders leidt bij herhaling tot een nadelig financieel gevolg voor gemeenten. Na het niet volledig corrigeren van de indexering bij het terugdraaien van de opschalingskorting en de extra korting jeugdzorg zijn met het toevoegen van de middelen jeugdzorg overeenkomstig het advies van de commissie Van Ark en het terugdraaien van het afschaffen abonnementstarief WMO mogelijk weer twee fouten opgetreden. Ook lijken bij de Voorjaarsnota 2025 mutaties door taakwijzigingen niet goed in de grondslag voor de accresberekening voor het komende begrotingsjaar te zijn meegenomen. De fondsbeheerders zijn deze fouten nog aan het uitzoeken. Voor gemeenten is het nog onduidelijk welke bedragen daadwerkelijk met taakmutaties in het gemeentefonds zijn gemoeid.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6 Raming vrijval BTW-compensatiefonds aan het gemeentefonds Wat wil het kabinet? Gemeenten kunnen hun betaalde BTW van de inkoop voor overheidstaken terugvorderen op het BTW- compensatiefonds (BCF). Omdat de uitgaven van gemeenten gewoonlijk toenemen met de inflatie, inwonergroei en welvaart, groeit het BCF jaarlijks met hetzelfde accrespercentage als het gemeentefonds. Daarnaast wordt het BCF bijgesteld voor de BTW-component van taakmutaties. Als gemeenten in een jaar minder declareren op het BCF dan er aan middelen inzit, dan wordt het restant aan het gemeentefonds toegevoegd. Declareren gemeenten meer op het BCF dan erin zit, dan wordt het tekort aangevuld met middelen uit het gemeentefonds. Sinds deze afspraak valt ieder jaar geld uit het BCF vrij aan de algemene uitkering. Dit komt voornamelijk doordat de publieke investeringen van gemeenten al jaren achterblijven. Voor het jaar 2025 wordt de vrijval uit het BCF aan de algemene uitkering voorlopig geraamd op € 428 miljoen. Volgend jaar volgt het definitieve cijfer. In de meicirculaire 2025 viel de definitieve afrekening over het jaar 2024 € 114,7 miljoen lager uit dan in de septembercirculaire 2024 werd geraamd (€ 446,7 miljoen). Daarmee kwam de totale vrijval over het jaar 2024 uit op € 332 miljoen.

Wat betekent dit voor gemeenten? Een gemeente mag voor zijn begroting 2025 en voor elke jaarschijf van de meerjarenraming 2026-2029 uitgaan van maximaal zijn aandeel in de definitief gerealiseerde vrijval uit het BCF over het jaar 2024 van € 332 miljoen. Een gemeente kan er ook voor kiezen om van lagere bedragen uit te gaan, omdat ze verwacht dat deze vrijval in de toekomst krimpt of om juist behoedzaam te begroten. Door uit te gaan van juist een flink lager bedrag creëert een gemeente als het ware een behoedzaamheidsreserve voor tegenvallers. 7 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Extra geld voor Tweede Kamerverkiezingen Wat wil het kabinet? Op 29 oktober vinden de landelijke verkiezingen plaats en gemeenten zijn verantwoordelijk voor de organisatie ervan. In het gemeentefonds wordt alleen uitgegaan van de normale zittingsduur van de Tweede Kamer. Doordat de maximale zittingsduur de afgelopen jaren meermaals niet is gehaald, zijn de middelen ontoereikend. Het kabinet voegt daarom eenmalig € 60 miljoen aan het fonds toe. De gemeente Den Haag krijgt € 1,1 miljoen extra, omdat zij de stemmen uit het buitenland tellen. Wat betekent dit voor gemeenten? De organisatie van de Tweede Kamerverkiezingen kost € 105 miljoen. Gemeenten krijgen een deel van deze kosten. De verdere kosten moeten gemeenten zelf betalen.

Openbaar Bestuur en Democratie Wat wil het kabinet In 2026 vindt een experiment met het nieuwe stembiljet plaats om verkiezingen meer toegankelijk en uitvoerbaar te maken. Het kabinet maakt middelen beschikbaar voor de beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp), die regels voorschrijft waar politieke partijen zich aan moeten houden, bijvoorbeeld over transparantie en financiering. Onderdeel van de wet is de subsidiëring van decentrale (lokale) partijen (€ 8,15 miljoen per jaar). Ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Wpp bereidt het kabinet in 2026 de oprichting van de Nederlandse Autoriteit Politieke Partijen voor. Wat betekent dit voor gemeenten De focus van het ministerie van BZK verschuift van inwonerparticipatie naar overheidsparticipatie. Deze beweging sluit aan bij de beweging die de VNG al eerder heeft ingezet, met onder meer een “Handreiking Overheidsparticipatie” die binnenkort verschijnt. De kracht van gemeenschappen als onderdeel van een sterke en weerbare democratie wordt hiermee erkend en gewaardeerd. De subsidiëring van lokale politieke partijen helpt de lokale democratie te versterken en het experiment met het kleinere stembiljet (in 5 gemeenten) helpt het verkiezingsproces uitvoerbaar te houden.

Elke regio telt! en het Nationaal Programma Vitale Regio’s Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat door met het Nationaal Programma Vitale Regio’s dat in 2025 is gestart. Dit programma is voortgekomen uit het rapport Elke regio telt en spitst zich toe op elf regio’s aan de randen van het land. De regio’s stellen plannen en uitvoeringsagenda’s op die als basis moeten dienen voor langjarige investeringen. Ook in 2026 besteedt het kabinet € 0,3 miljoen euro aan het ondersteuningsprogramma. Het kabinet wil in 2026 de Regio Deals omvormen tot langjarig investeringsinstrument, maar hiervoor is nog geen budget gereserveerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten in de elf regio’s heeft het programma geen financiële gevolgen, behalve dat het meedoen aan het programma met procesondersteuning wellicht minder eigen capaciteit kost. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8 Goed bestuur en toekomstbestendig politiek ambt Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de waarde van het ambt beter zichtbaar maken en toekomstbestendig houden. Daarom investeert het kabinet in instroom, toerusting, doorstroom en rechtspositie van politieke ambtsdragers. In het najaar van 2025 verschijnt het advies van het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers (ARPA) over de periodieke herijking van hun arbeidsvoorwaarden; in 2026 volgt de kabinetsreactie.

Ook komt in 2025 een wetsvoorstel voor modernisering van de verlof- en vervangingsregeling in consultatie. Verder investeert het kabinet in beroepsverenigingen, taskforces voor griffies en rekenkamers en betere raadsinformatiesystemen. De subsidie voor trainingen en scholing via het Kennispunt Lokale Politieke Partijen blijft beschikbaar. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit extra ondersteuning via taskforces, scholing en subsidies om raadsleden, griffies en rekenkamers te versterken. De VNG volgt de kabinetsreactie op het ARPA-advies nauwgezet en zet zich ervoor in direct betrokken te blijven bij de uitwerking van wetgeving. Modernisering van de verlof- en vervangingsregeling verlaagt de drempel om voor een politiek ambt te kiezen. Integer, veilig en weerbaar bestuur Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de weerbaarheid en veiligheid van het openbaar bestuur vergroten. (Online) intimidatie, agressie en bedreigingen zijn onacceptabel en ondermijnen het bestuur. In 2026 ligt de nadruk op veilige raadsvergaderingen, nazorg en extra steun voor kleinere gemeenten. Het Ondersteuningsnetwerk Maatschappelijke Onrust speelt hierbij een rol. Ook worden raadsleden en raadszalen beter beveiligd en krijgen beroepsverenigingen van decentrale bestuurders extra ondersteuning. Het kabinet wil ook de integriteit van het openbaar bestuur versterken.

Er komt een wetsvoorstel dat kandidaat-bestuurders verplicht tot een risicoanalyse en er worden landelijke kwaliteitseisen voor integriteitsonderzoeken ingevoerd. Het kabinet werkt aan het uitvoeren van de aanbevelingen van GRECO (de Europese waakhond voor integriteit). Wat betekent dit voor gemeenten? De veiligheid en weerbaarheid van politieke ambtsdragers is essentieel voor het lokaal bestuur. Wij volgen het wetsvoorstel over de verplichte risicoanalyse nauwgezet, met nadruk op de bescherming van persoonsgegevens en proportionele informatieverstrekking aan de raad. Ook ondersteunt de VNG gemeenten bij de uitvoering van de GRECO-aanbevelingen. Digitale weerbaarheid en autonomie Wat wil het kabinet? Cyberaanvallen, storingen en een te grote afhankelijkheid van een beperkt aantal techbedrijven bedreigen onze veiligheid en onze digitale autonomie. Daarom versterkt het kabinet de digitale weerbaarheid en digitale autonomie van de overheid. In 2026 realiseert het rijk versneld de implementatie van het Bestuurlijk Convenant Digitale Veiligheid Gemeenten, als onderdeel van de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS). Tegelijkertijd ontwikkelt het kabinet beleid dat de digitale autonomie van de overheid structureel vergroot. Ook versterkt het rijk de wijze van verantwoording voor de overheid ten aanzien van het toezicht op cyberbeveiliging.

Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet wil het Bestuurlijk Convenant Digitale Veiligheid Gemeenten versneld uitvoeren. Voor gemeenten betekent dit dat zij sneller aan de slag moeten met de afspraken uit dit convenant en dat er meer aandacht en toezicht komt op digitale veiligheid. Daarnaast is het goed voor gemeenten dat het kabinet aandacht heeft voor digitale autonomie. Ook gemeenten kennen immers onwenselijke afhankelijkheden op het gebied van digitalisering. De inzet van het kabinet is voor gemeenten positief, omdat gemeenten alleen door overheidsbreed op te trekken en Europese sturingsmechanismen te gebruiken hun digitale autonomie kunnen versterken. 9 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Overheidsbrede aanpak quantumveilige cryptografie Wat wil het kabinet? Vanaf 2026 neemt het kabinet belangrijke vervolgstappen naar een overheidsbrede aanpak van quantumveilige cryptografie met meer samenhang, efficiëntie en veiligheid in de digitale infrastructuur. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen de komende jaren rekenen op een overheidsbrede overgang naar quantumveilige cryptografie. Hierdoor kunnen gemeentelijke gegevens in de toekomst niet door quantumcomputers worden ontsleuteld. Mogelijk moeten gemeenten hun infrastructuur en de beveiliging van hun netwerken en informatiesystemen aanpassen.

Uitvoering van de Europese Quantumstrategie zal regeldruk en druk op uitvoeringscapaciteit verhogen. Kunstmatige Intelligentie (AI) Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan een toetsbaar Algoritmekader en verdere invulling van het Algoritmeregister, verkenning toezicht op de AI-verordening en opzet van een overheidsbreed AI-competentiecentrum. Wat betekent dit voor gemeenten? De implementatie van de AI-verordening loopt in 2026 door, waaronder ook de uitwerking van het toezicht en de rijkskaders. De VNG is hierover in gesprek met het ministerie van BZK om de gevolgen voor gemeenten toepassingen te verduidelijken. Dienstverlening Wat wil het kabinet? Vanaf 2026 zet het kabinet de financiering voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) om in een decentralisatie-uitkering. Hiervoor is jaarlijks circa € 15,4 miljoen beschikbaar, wat neerkomt op een structurele korting van 10%. Het kabinet schaalt de MijnZaken-service op, een track & trace-service die burgers inzicht geeft in de status van hun aanvragen voor producten en diensten. De opschaling begint vanaf 2027. Ook wordt gewerkt aan de Landelijke Informatievoorziening (LIV). In de tweede helft van 2026 wordt de LIV gefaseerd uitgebreid en als Minimal Viable Product (MVP) live gebracht, samen met publieke dienstverleners en decentrale overheden.

Het kabinet blijft inzetten op hoogwaardige dienstverlening, ook voor het Caribische deel van het koninkrijk. De focus ligt daarbij op de persoonlijke situatie van burgers en ondernemers, het verbeteren van toegang tot de dienstverlening en toegankelijk contact met de overheid. In 2026 worden binnen deze focusgebieden diverse projecten opgetuigd. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten vervullen een centrale rol bij het aanbieden van toegankelijke dienstverlening. De IDO’s vormen een laagdrempelig loket voor ondersteuning. De structurele inbedding van de financiering in het gemeentefonds draagt bij aan continuïteit van de IDO’s, maar door de korting van 10% zijn in 2026 minder middelen beschikbaar. De ontwikkeling van MijnZaken, LIV en MVP vraagt om nauwe samenwerking met gemeenten, omdat zij de services in hun dienstverlening moeten implementeren. De opschaling van MijnZaken en de implementatie van zowel de LIV als de MVP betekent dat de gemeenten naar een landelijk uniforme informatievoorziening toewerken. Wat betreft de hoogwaardige dienstverlening spelen gemeenten natuurlijk een belangrijke rol als eerstelijns overheid. Digitale identiteit Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het stelsel van de digitale identiteit vernieuwen. Uiterlijk eind 2026 moet er een Europese Digitale Identiteit (EDI) in werking treden. Het kabinet betrekt naast DigiD ook de reisdocumenten.

De modernisering van het identiteitsstelsel en fraudebestrijding moet bijdragen aan een degelijke EDI. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10 Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de eerste vaststelling van de identiteit van inwoners en voor de uitgifte van reisdocumenten. De komst van een publieke EDI-wallet en de doorontwikkeling van DigiD zullen in de praktijk doorwerken in de dienstverlening. Gemeenten moeten ICT-systemen en werkprocessen aanpassen, personeel scholen en inwoners informeren. In de begroting staat geen financiële vertaling van de gevolgen voor gemeenten. Voor de uitvoering van de EDI-wallet en de koppeling met bestaande middelen zijn investeringen nodig in ICT, inrichting en personeel. Open overheidsinformatie Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de uitvoerbaarheid van de Woo verbeteren, door een actievere openbaarmaking via de Woo-voorziening, een snellere reactie op verzoeken en een verbetering van de informatiehuishouding. Er staat daarom een Woo-wetsevaluatie in 2026 gepland, onder andere over de naleving van de Woo door de overheid. Na deze evaluatie worden maatregelen bepaald om de Woo beter uitvoerbaar te maken. Wat betekent dit voor gemeenten? Sinds november 2024 is het wettelijke verplicht om informatie van de eerste vijf van zeventien informatiecategorieën actief openbaar te maken.

De overige informatiecategorieën treden op een later moment gefaseerd in werking. Hiervoor moeten gemeenten aansluiten op de generieke Woo-voorziening. Daarnaast moeten gemeenten maatregelen treffen om de duurzame toegankelijkheid van digitale informatie te borgen en de informatiehuishouding op orde te brengen. Gemeenten worden ondersteund bij de implementatie van de Woo door het VNG-programma Grip op Informatie. Er komen maatregelen om de uitvoeringslast te verminderen en misbruik van de Woo tegen te gaan. Koninkrijksrelaties Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba inzetten op goed bestuur, een sterke rechtsstaat, toekomstbestendige overheidsfinanciën en meer zelfredzaamheid. Er komt aandacht voor het versterken van de uitvoeringskracht en verbetering van de dienstverlening. Om de financiën te versterken werkt het kabinet aan beter financieel beheer en aan uitbreiding van de leenmogelijkheden. Samen met de eilanden werkt het kabinet aan een economische ontwikkelstrategie en fysieke agenda’s voor brede welvaart en voorzieningen. Daarnaast investeert het kabinet in de haven van Saba en in het wegennet op Bonaire. Ook in de samenwerking met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zet het kabinet in op goed bestuur, rechtsstaat, overheidsfinanciën en zelfredzaamheid, onder meer via de Landspakketten en het trustfonds bij de Wereldbank voor Sint-Maarten.

Wat betekent dit voor het Caribisch deel van het Koninkrijk? De maatregelen moeten worden uitgewerkt op basis van gelijkwaardigheid en realisme. Dit geldt voor bestaanszekerheid, economische weerbaarheid, bereikbaarheid, infrastructuur en veiligheid. Op al deze terreinen is een doorbraak nodig, met oog voor de lokale context en kracht van de eilanden. De investeringen in de haven van Saba en het wegennet op Bonaire zijn een goede eerste stap. Tegelijk blijft structurele financiering noodzakelijk voor vervanging, onderhoud en nieuwe investeringen, zoals ook de Raad voor de Leefomgeving en de Raad voor het Openbaar Bestuur adviseren. Connectiviteit is daarbij een sleutelvoorwaarde voor gelijkwaardigheid, economische ontwikkeling, veiligheid en levenskwaliteit. Verder is blijvende aandacht voor de uitvoeringskracht essentieel. 11 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3 Justitie en Veiligheid Veiligheid algemeen: Bescheiden investeringen Wat wil het kabinet? Het kabinet stelt op drie terreinen extra geld beschikbaar: de sociale advocatuur krijgt structureel € 30 miljoen extra; de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) krijgt vanaf 2028 structureel € 50 miljoen euro structureel voor huisvestingsproblematiek en ook wordt er vanaf 2027 structureel € 70 miljoen euro extra uitgetrokken voor het versterken van lokale en regionale weerbaarheid.

Wat betekent dit voor gemeenten? Rond de extra middelen voor DJI is het belangrijk dat de gemeenten scherp zijn op keteneffecten, zeker ook in relatie tot re-integratie na detentie en het organiseren van ondersteuning. Er zijn problemen met de meerjarige financiering van de politie. Er gaat gesneden worden op intelligence en opsporing. Dit heeft effect op het stelsel. Problemen meerjarige financiering politie Wat wil het kabinet? De politie heeft capaciteitsproblemen door een krappe arbeidsmarkt en politiemedewerkers die met pensioen gaan. In 2026 moet de politie zichtbaarder zijn op zowel straat als digitale kanalen. De minister heeft de politiebegroting voor 2026 vastgesteld, maar de meerjarenraming nog niet. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is de politie onmisbaar in het veiligheidsbeleid. Doordat de meerjarige financiering op losse schroeven staat, moeten er het komende jaar scherpe keuzes worden gemaakt binnen het politieapparaat. Ondermijning Wat wil het kabinet? Ook rond ondermijning is het devies dat de brede aanpak van ondermijning onverminderd wordt voortgezet. In 2026 verschijnt het eerste Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland. Preventie met Gezag, de aanpak van mainports/logistieke knelpunten en de aanpak van witwassen en ondergronds bankieren worden voortgezet.

Tot slot blijft de tijdelijke taskforce gegevensdeling bij het ministerie van J&V haar werk voortzetten in 2026, met onder andere ondermijnende criminaliteit als aandachtsgebied. Wat betekent dit voor gemeenten? De aanpak van ondermijning is onverminderd belangrijk. Het dreigingsbeeld levert nieuwe inzichten op. Weerbaarheid: alerteren bevolking Wat wil het kabinet? In 2026 wordt de bevolking verder gealerteerd op de voorbereiding van eventuele rampen en crises. Wat betekent dit voor gemeenten? Eind 2025 komt er een einde aan het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS), het systeem wordt vervangen door NL-Alert. Het is echter geen gegeven dat NL-Alert in het geval van hybride dreigingen en cyberaanvallen even goed functioneert als het WAS. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 12 Weerbaarheid: Noodcommunicatie Wat wil het kabinet? Het rijk zoekt in 2026 naar mogelijkheden om de robuustheid van de huidige noodcommunicatievoorziening (NCV) verder te verbeteren. Wat betekent dit voor gemeenten? De NCV is een telecommunicatienetwerk dat specifiek bedoeld is voor gebruik door gemeenten tijdens een ramp of crisis het reguliere telecommunicatienetwerk overbelast raakt of uitvalt. Verder wordt een verkenning naar de toekomstige inrichting van noodcommunicatie uitgevoerd.

Weerbaarheid: Noodsteunpunten Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt samen met de VNG en het Veiligheidsberaad aan de inrichting van een netwerk van noodsteunpunten. Bij noodlottige lamlegging van de samenleving neemt de behoefte naar basisvoorzieningen snel toe. Een noodsteunpunt moet inwoners voorzien van informatie. Daarnaast zal de aard van rampen en crises leidend zijn bij de invulling van de behoefte waarin het noodsteunpunt voorziet. Wat betekent dit voor gemeenten? In de tweede helft van 2025 en in 2026 vinden pilots plaats en gaan veiligheidsregio’s en gemeenten aan de slag met de noodsteunpunten. Na de pilotsfase zal duidelijk worden wat gemeenten en veiligheidsregio’s nodig hebben om het landelijk netwerk van noodsteunpunten verder te ontwikkelen. Moderniseren Staatsnoodrecht Wat wil het kabinet? In 2026 wordt het staatsnoodrecht verder gemoderniseerd. Het rijk biedt de Coördinatiewet Uitzonderingstoestanden aan voor parlementaire behandeling. De Wet verplaatsing bevolking, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, de Noodwet rechtspleging en de Onteigeningswet gaan in consultatie. Daarnaast ontwikkelt het rijk visies op rijksheren, rechtsbescherming en nadeelcompensatie binnen het staatsnoodrecht. Wat betekent dit voor gemeenten? De modernisering richt zich uitsluitend op buitengewone omstandigheden.

Het staatsnoodrecht omvat een breed scala aan wet- en regelgeving waarvan delen aan herziening toe zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijke lacunes en knelpunten in de bestaande noodwetgeving. In de loop van volgend jaar maken de betrokken departementen duidelijk op welke punten herziening nodig is en wat dit concreet betekent voor gemeenten. Digitalisering: Een sterke digitale rechtsstaat Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat regelmatig toetsen of het juridisch kader aansluit bij nieuwe technologieën en digitale ontwikkelingen, en of aanvullende regulering of verduidelijking van normen nodig is. Wat betekent dit voor gemeenten? In de praktijk sluit het juridisch kader nog onvoldoende aan bij digitale ontwikkelingen en de rol van het lokaal bestuur. Veel gemeenten en burgemeesters worstelen met de impact van het digitale domein op de fysieke openbare ruimte. Digitale weerbaarheid Wat wil het kabinet? De Nederlandse Cybersecuritystrategie 2022-2028 (NLCS) schetst de visie op een digitaal weerbare samenleving en de rol van overheid, bedrijven en burgers daarbij. In het coalitieakkoord 2021-2025 is afgesproken dat het kabinet investeert in een brede, meerjarige cybersecurityaanpak. Daarvoor zijn middelen vrijgemaakt.

13 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De financiering van de NLCS loopt tot eind 2025, maar deze middelen zijn niet beschikbaar voor gemeenten. Samen met de G4 heeft de VNG in het bestuurlijk convenant Digitale veiligheid benadrukt dat het lokale perspectief onderbelicht blijft. Uit de Rijksbegroting 2026 blijkt dat dit kabinet niet investeert in het versterken van de digitale weerbaarheid van gemeenten. Implementatie Cyberbeveiligingswet en Wet weerbaarheid kritieke entiteiten Wat wil het kabinet? In 2026 implementeert het kabinet twee Europese richtlijnen die de weerbaarheid van vitale infrastructuur versterken: de herziening van de richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging (NIS2) en de richtlijn veerkrachtige entiteiten (CER). Concreet betekent dit voor 2026 onder andere: • Informatie en communicatie over wettelijke verplichtingen, om organisaties – waaronder mkb – te ondersteunen bij naleving; • Ondersteuning van vakdepartementen bij hun wettelijke taken; • Informatievoorziening door het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) over aansluiting op nationale en sectorale Computer Security Incident Response Teams (CSIRTs) en de registratie van entiteiten bij het NCSC. Het ministerie reserveert ruim € 55 miljoen voor het jaarlijkse budget van het NCSC.

De toekenning volgt na goedkeuring van het jaarplan door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Wat betekent dit voor gemeenten? De Cyberbeveiligingswet heeft grote gevolgen voor gemeenten, die straks zelf onder de wet vallen. Naast NIS2 wordt ook de CER-richtlijn ingevoerd, waarschijnlijk in het tweede kwartaal van 2026. Deze richtlijn ziet op fysieke dreigingen zoals terrorisme en natuurrampen. Gemeenten krijgen ook te maken met een nieuwe toezichthouder, de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, en met een nieuw toezichtstelsel. Dat heeft ook gevolgen voor ENSIA. De Informatie Beveiligingsdienst (IBD) van de VNG wordt bij ministeriële regeling aangewezen als computercrisisteam voor gemeenten. De investeringen in de IBD blijven echter achter bij de landelijke middelen voor het NCSC, terwijl de IBD extra taken krijgt. Er is daarom een plan nodig om de balans te bewaren tussen centrale voorzieningen van het NCSC en sectorale voorzieningen vanuit de IBD, zodat gemeenten goed ondersteund blijven. Gegevensbescherming Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan versterking van de bescherming van persoonsgegevens.

Belangrijke punten zijn: • Een sterkere rol voor de functionaris gegevensbescherming (FG); • Rijksbrede richtlijnen voor online monitoring; • Meer grip op internationale gegevensstromen; • Strikt gereguleerde inzet van gezichtsherkenning en geautomatiseerde besluitvorming door de overheid; • Actualisatie van wetgeving via de Verzamelwet gegevensbescherming en een herziening van de Uitvoeringswet AVG (UAVG). Het ministerie van J&V stemt hierover af met de ministeries van BZK, EZ, Financiën en de Autoriteit Persoonsgegevens. Het kabinet erkent het belang van gegevensbescherming, maar stipt aan dat gegevensdeling soms noodzakelijk is voor wettelijke taken. Het ministerie van J&V wil daarom, binnen de grenzen van de wet, gegevensdeling stimuleren. Waar de wet knelt wordt onderzocht of er een wetswijziging noodzakelijk is en wordt een voorstel gedaan. Waar de wet belemmerend werkt, wordt gekeken naar wetswijzigingen. Om gegevensdeling te versnellen is een tijdelijke Taskforce Gegevensdeling opgericht. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen helderdere spelregels voor online monitoring en moeten hun werkwijze hierop aanpassen, bijvoorbeeld bij openbare-orde- en veiligheidsmonitoring.

Beperkingen rond gezichtsherkenning en geautomatiseerde besluitvorming raken de lokale praktijk: toepassingen moeten noodzakelijk, proportioneel en transparant zijn, passen binnen (aankomende) rijkskaders en de Uitvoeringswet AVG. Gemeenten blijven hierbij de Principes voor de Digitale Samenleving hanteren. De versterking van de FG- Vereniging van Nederlandse Gemeenten 14 positie vraagt blijvende borging in gemeentelijke governance (mandaat, capaciteit, onafhankelijkheid). In de praktijk blijkt dat gegevensbescherming en de uitvoering van wettelijke taken – zoals handhaving van de openbare orde – kunnen botsen. Gemeenten hebben behoefte aan duidelijke kaders en handelingsperspectief, met waarborging van de privacy van burgers als grondrecht. Aanpak cybercrime Wat wil het kabinet? Het kabinet wil voorkomen dat mensen slachtoffer worden van cybercrime en zet in op bewustwording, onder andere via campagnes over social engineering en tweefactorauthenticatie. In 2026 wordt voorgesteld de strafmaat voor enkele cyberdelicten te verhogen. Dit onderstreept de ernst van deze feiten en geeft de opsporing meer mogelijkheden om daders aan te pakken en criminele activiteiten te verstoren. Ook worden in 2026 de ambities vastgelegd in de nieuwe Veiligheidsagenda 2027-2030.

Verder wil het kabinet gemeenten, OM en politie beter ondersteunen bij het aanpakken van online aangejaagde ordeverstoringen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet gaat verder op de eerder ingeslagen weg, waarbij wordt voorgesteld om de straffen van cyberdelicten te verhogen. Daarnaast wordt een voorschot genomen op een nieuw op te stellen Veiligheidsagenda. Bij de lokale driehoek bestaat de behoefte aan een verrijking van het handelingsperspectief op online aangejaagde ordeverstoringen. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum start daartoe een internationaal vergelijkend onderzoek. Dit sluit aan op eerdere aanbevelingen van de VNG. De onderzoeksresultaten kunnen gemeenten helpen hun aanpak te versterken. Aanpak (online) extremisme en terrorisme bij jongere doelgroep Wat wil het kabinet? Het kabinet start in 2026 met pilots in samenwerking met online platforms, vergroot de digitale weerbaarheid van jongeren en schaalt de samenwerking met de Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal op. Hiervoor is € 0,2 miljoen gereserveerd. Wat betekent dit voor gemeenten? De aanpak van online radicalisering is een gedeelde verantwoordelijkheid van rijk, medeoverheden en online platforms. Gemeenten onderschrijven dit en zien dat structurele inzet nodig is om jongeren te beschermen.

Samenwerking met platforms en andere partners moet vooral gericht zijn op preventie en het versterken van de weerbaarheid van jongeren. 15 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4 Asiel en Migratie Budgetten voor asiel en migratie Wat wil het kabinet? In de begroting 2026 is voor de komende jaren een forse daling van de middelen voorzien: van ruim € 8,9 miljard in 2026 naar circa € 1,9 miljard structureel vanaf 2029. Het kabinet motiveert dit door opvang goedkoper te maken, statushouders sneller te laten doorstromen en minder geld te reserveren voor de opvang van Oekraïners. Verder wil het kabinet de instroom van asielzoekers beperken via de Asielnoodmaatregelenwet en een tweestatusstelsel. Daarbij worden verblijfsvergunningen alleen nog tijdelijk verstrekt, nareismogelijkheden beperkt en illegaal verblijf strafbaar gesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Of de instroom daadwerkelijk daalt door deze plannen is onzeker. Het vooruitlopen hierop door de budgetten nu al te verlagen, maakt de asielketen kwetsbaar. Het meerjarenbeeld voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is op onderdelen weliswaar verbeterd, maar structurele problemen blijven bestaan. De IND krijgt te maken met bezuinigingen, terwijl tegelijk € 50 miljoen extra is ingeboekt voor dwangsommen door achterstanden.

Ook het COA schuift lasten door achteren, waardoor het onzeker blijft of voldoende opvangcapaciteit duurzaam kan worden opgebouwd. Een slecht functionerende asiel- en migratieketen leidt tot problemen bij de opvang en doorstroom van statushouders, waardoor zij onnodig vaak moeten verhuizen en lang in opvanglocaties verblijven. Dit zal ook effecten hebben in gemeenten. Asielopvang (inclusief Spreidingswet) Wat wil het kabinet? Het kabinet wil dure noodopvanglocaties (zoals cruiseschepen en hotels) afbouwen en vervangen door een vaste, betaalbare basisvoorraad. Gemeenten krijgen meer ruimte om zelf opvangvoorzieningen te exploiteren, onder eigen verantwoordelijkheid en binnen bestaande financiële kaders. Er is nog steeds onzekerheid over het voortbestaan van de Spreidingswet. Het kabinet schuift € 526 miljoen aan COA- uitgaven door naar latere jaren, zodat de kosten beter aansluiten bij de verwachte opvangbehoefte. Wat betekent dit voor gemeenten? De Spreidingswet draagt bij aan de solidariteit tussen gemeenten, het voornemen om de wet mogelijk in te trekken veroorzaakt terughoudendheid bij het aanwijzen van nieuwe locaties. Het huidige tekort aan opvangplekken zet bovendien de leefbaarheid, veiligheid en integratie onder druk. Gemeenten krijgen daarnaast meer verantwoordelijkheid om opvang duurzaam te organiseren, zonder extra structurele middelen.

Vooralsnog zetten slechts enkele gemeenten eigen opvangvoorzieningen op, vaak in samenwerking met het COA. Ook bestaat het risico dat de druk verder toeneemt als dure noodopvang verdwijnt zonder dat er voldoende reguliere plekken beschikbaar zijn. De evaluatie van de Spreidingswet in 2027 wordt in dit verband bepalend: als de wet wordt ingetrokken, zal de druk op de opvangcapaciteit voor gemeenten verder toenemen. Huisvesting van statushouders Wat wil het kabinet? In mei 2025 verbleven ruim 12.500 statushouders in opvanglocaties terwijl zij al hadden moeten doorstromen. Om dit op te lossen kiest het kabinet voor doorstroomlocaties. Gemeenten ontvangen hiervoor een specifieke uitkering (SPUK) van € 60 per dag per statushouder, plus eenmalige investeringssteun. Deze regeling loopt tot eind 2028. Daarnaast wil het kabinet onzelfstandige huisvesting (zoals kamerbewoning) mogelijk maken. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 16 Verder komt er een doelgroep-flexibele regeling: gemeenten moeten een “flexibele schil” aan woonruimte ontwikkelen voor verschillende groepen (statushouders, spoedzoekers, jongeren). De minister van VRO wil tegelijkertijd het voorrangsrecht en de wettelijke taakstelling voor statushouders afschaffen. Ook wordt via de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) ingezet op tijdelijke woningen.

Minstens 30% hiervan moet beschikbaar komen voor statushouders of Oekraïense ontheemden. Hiervoor is in totaal € 179 miljoen beschikbaar. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de huisvesting van statushouders, maar verliezen instrumenten zoals het voorrangsrecht en de wettelijke taakstelling. Dat maakt de uitvoering lastiger en zorgt ervoor dat de huidige taakstelling in veel gemeenten nauwelijks uitvoerbaar is. De doorstroom van statushouders kan stagneren wanneer er lokaal onvoldoende tijdelijke woningen beschikbaar komen. Als gemeenten niet genoeg opstart- of flexwoningen kunnen realiseren, blijven statushouders langer in opvanglocaties. Gemeenten moeten investeren in flexibele en duurzame woonoplossingen. Hiervoor kunnen zij gebruikmaken van bestaande en nieuw te ontwikkelen regelingen, zoals de aangekondigde doelgroep- flexibele regeling. Opvang van Oekraïense ontheemden Wat wil het kabinet? Voor de opvang van Oekraïners is in 2026 circa € 2,5 miljard gereserveerd. Gemeenten ontvangen vergoedingen via de Bekostigingsregeling opvang Oekraïne. Na 2026 neemt het budget sterk af: € 1 miljard in 2027 en vanaf 2029 geen structurele middelen meer. Dit is gebaseerd op de verwachting dat de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) in maart 2027 afloopt en grootschalige terugkeer mogelijk is.

Daarnaast wil het kabinet inzetten op zelfredzaamheid en participatie, maar dit is niet terug te zien in de financiële middelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten moeten opvangcapaciteit organiseren tot minstens 2027, maar doen dit zonder zekerheid over vervolgfinanciering. De normvergoeding is gedaald naar € 44 per dag per plek, en ook de budgetten voor transitiekosten en subsidies worden verlaagd. Dit terwijl de gemeentelijke kosten blijven bestaan en de behoefte aan betere opvangkwaliteit juist toeneemt omdat Oekraïense gezinnen hier langere tijd verblijven. Bovendien is het onzeker of grootschalige terugkeer, zoals het kabinet beoogt, realistisch is. Als veel Oekraïners in Nederland blijven en het rijk de middelen afbouwt, ontstaat er voor gemeenten een tekort in de financiering. Integratie en inburgering Wat wil het kabinet? Vanaf 2026 valt integratiebeleid onder het ministerie van SZW. Het kabinet voert de Actieagenda Integratie & Open Samenleving uit, gericht op een samenleving waarin iedereen kan meedoen, vooral via werk en taal. De uitvoering start in 2026, met vanaf 2027 extra middelen voor taalonderwijs voor mensen in de bijstand. Ook wordt gewerkt aan een effectievere uitvoering en handhaving van de taaleis. In 2026 worden de resultaten van de tussenevaluatie van de Wet inburgering 2021 en het onderzoek naar de betaalbaarheid van het stelsel verwerkt.

Daarbij onderzoekt het kabinet ook de gevolgen van asiel- en huisvestingsmaatregelen voor de uitvoerbaarheid. Verder worden aanpassingen in het handhavingsbeleid voorbereid naar aanleiding van recente uitspraken van het Europees Hof van Justitie en de Raad van State. Het kabinet benadrukt dat statushouders zo snel mogelijk productief moeten zijn op de arbeidsmarkt en dat participatie via betaald werk de beste manier is om onderdeel te worden van de samenleving. Daarom is beleid gericht op het vroeg activeren van asielzoekers en statushouders. Er wordt bezuinigd op de COA- subsidie voor Vroege Integratie en Participatie (VrIP), waaronder taallessen en meedoenbalies vallen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de regie op inburgering en participatie en ontvangen hiervoor middelen via het ministerie van SZW. In 2027 ontvangen de gemeenten een bedrag van € 3,7 miljoen, oplopend tot € 17,4 miljoen structureel voor het uitvoeren van de taaleis binnen de bijstand. De bezuiniging op de VrIP-subsidie vraagt echter om extra inspanningen om asielzoekers naar werk te begeleiden en nauwer samen te werken met werkgevers. 17 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Arbeidsmigratie Wat wil het kabinet? Het kabinet wil arbeidsmigratie selectiever en beter reguleren.

Het ministerie van SZW stelt in 2026 een speciale autoriteit in die toezicht houdt op een nieuw toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en andere uitleners van arbeidskrachten. Uitzendbureaus krijgen een vergunningsplicht en in sectoren met structurele misstanden kan een sectoraal verbod worden ingesteld via een Algemene Maatregel van Bestuur. Ook onderzoekt het kabinet of werkgevers verplicht kunnen worden een minimumpercentage van hun arbeidskrachten zelf in dienst te nemen. Naast strengere regels voor werk en bemiddeling wil het kabinet arbeidsmigranten beter beschermen op de woningmarkt. Zo worden huurbescherming en huurprijsbescherming aangescherpt, ook bij tijdelijk verblijf. De kwaliteitsnormen voor woonruimte gaan omhoog. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om bij vergunningverlening rekening te houden met de huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten, onder meer via bedrijfseffectrapportages. Verder wordt onderzocht hoe werkgevers meer ruimte krijgen om huisvesting op eigen terrein te realiseren. Tot slot ondersteunt het rijk gemeenten bij het in kaart brengen van de woonopgave voor arbeidsmigranten. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen meer verantwoordelijkheid bij vergunningverlening en huisvestingsplannen, wat nauwer overleg met werkgevers noodzakelijk maakt.

Strengere regels voor uitzendbureaus en betere bescherming van huurders kunnen bijdragen aan het voorkomen van misstanden. Met de ondersteuning die het kabinet belooft, kunnen gemeenten de lokale behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten beter in beeld brengen en daarop inspelen. Ook de mogelijkheid om huisvesting bij bedrijven toe te staan kan bijdragen binnen de vergunningsruimte van omliggende bedrijven en bijdragen aan de leefbaarheid in de omgeving, mits de woningen voldoen aan kwaliteitseisen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 18 5 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Onderwijs/ Kansengelijkheid (Onderwijskansenregeling, GOAB, MDT) Wat wil het kabinet? De eerder aangekondigde korting van 10% op het gemeentelijke onderwijsachterstandenbudget (ca. € 60 miljoen per jaar) blijft overeind. De middelen blijven als Specifieke Uitkering (SPUK) naar gemeenten komen. Ook de eerder aangekondigde bezuinigingen op de Maatschappelijke diensttijd (MDT) - oplopend naar € 70 miljoen per jaar in 2027 - blijft overeind, en ook die op School en Omgeving en de regeling brede brugklassen (samen € 170 miljoen per jaar). Het kabinet draait de voorgenomen bezuiniging van € 177 miljoen op de onderwijskansenregeling terug.

Wat betekent dit voor gemeenten? Omdat de middelen voor het gemeentelijke onderwijsachterstandenbudget een SPUK-uitkering blijven, gaat er geen administratieve lastenverlichting met de bezuiniging gepaard. Boven op de korting van 10% komt nog een korting van 2% op hetzelfde budget. Deze extra korting was al in de voorjaarsnota opgenomen. Waar gemeenten nu ruim 40.000 kinderen per jaar bereiken met voor- en vroegschoolse educatie dreigt dat aantal op deze manier met een kleine 5.000 kinderen te dalen. De bezuiniging op de MDT betekent dat er minder middelen beschikbaar zijn om samen met het onderwijs te werken aan het vergroten van de kansengelijkheid voor de jeugd. Hoewel het geld van de onderwijskansenregeling naar schoolbesturen gaat, helpt het besluit om de bezuiniging terug te draaien ook gemeenten. Gemeenten plegen inzet vanuit jeugdhulp- en arbeidsmarktbudgetten aan deze jongeren. Aanpak versterken basisvaardigheden/ Uitvoering WEB Wat wil het kabinet? De decentralisatie-uitkering aan gemeenten voor de regiefunctie is voor 2026 t/m 2028 € 5 miljoen per jaar. Voor de uitvoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), wordt een specifieke uitkering verstrekt aan de samenwerkende gemeenten binnen een regio (via de 35 contactgemeenten). In 2026 is hier € 85,1 miljoen voor beschikbaar.

Voor 2026 zijn er geen aparte middelen voor het taalonderwijs aan Oekraïense ontheemden. Wat betekent dit voor gemeenten? De decentralisatie-uitkering voor de regiefunctie valt lager uit dan voorgaande jaren. Dat betekent dat gemeenten de regiefunctie minder intensief kunnen uitvoeren. Gemeenten hebben wel de mogelijkheid om reguliere WEB-middelen te gebruiken voor ontheemden. Kinderopvang Wat wil het kabinet? Het kabinet wil goede, veilige en financieel toegankelijke kinderopvang. In 2026 werkt het kabinet toe naar een hoge inkomensonafhankelijke vergoeding voor kinderopvang voor alle werkende ouders. Dit houdt in dat de vergoedingspercentages in de kinderopvangtoeslag elk jaar stapsgewijs worden verhoogd, totdat alle werkende ouders met ingang van de nieuwe financiering recht hebben op een vergoedingspercentage van 96%. Dit zorgt ervoor dat de vraag naar opvang geleidelijk toeneemt, waardoor de kinderopvangsector en -markt meer tijd heeft om te reageren op deze grotere vraag en marktschokken worden voorkomen. De maatregel uit het hoofdlijnenakkoord om de maximum uurprijzen in 2026 eenmalig niet te indexeren wordt 19 Vereniging van Nederlandse Gemeenten teruggedraaid. Dat betekent dat de maximum uurprijzen voor 2026 volgens de gebruikelijke systematiek worden aangepast aan de verwachte loon- en prijsontwikkeling. Het kabinet investeert hiervoor in totaal € 199 miljoen.

Wat betekent dit voor gemeenten? De plannen van het kabinet voor inkomensonafhankelijke vergoeding en het herstel van de indexatie, zullen voor gemeenten duidelijke gevolgen hebben. De vraag naar kinderopvang neemt toe, doordat de opvang voor ouders financieel toegankelijker wordt. Dit betekent dat er in veel gemeenten meer druk op het lokale aanbod zal ontstaan, met risico op wachtlijsten en een grotere behoefte aan uitbreiding van opvanglocaties. Gemeenten krijgen daarnaast te maken met een zwaardere toezicht- en handhavingstaak, aangezien zij via de GGD verantwoordelijk blijven voor de kwaliteitsbewaking van kinderopvanginstellingen en het aantal aanbieders naar verwachting groeit. Gemeenten zullen intensiever moeten samenwerken met kinderopvangorganisaties, scholen en werkgevers om de groeiende vraag in goede banen te leiden en tegelijkertijd de toegankelijkheid voor kwetsbare kinderen te waarborgen. Bibliotheken Wat wil het kabinet? De extra middelen voor bibliotheken van circa € 60 miljoen per jaar blijven structureel op de begroting staan. Wat betekent dit voor de gemeenten? Hoewel het erop lijkt dat de wetswijziging met de zorgplicht de geplande datum van 1 januari 2026 niet gaat halen, blijven de extra middelen voor gemeenten dus beschikbaar.

Dit betekent dat zij de plannen voor versterking van het bibliotheeknetwerk kunnen voortzetten en dat zij vooruit kunnen kijken in de opbouw van dat netwerk. Wetsvoorstel van School naar Duurzaam werk Wat wil het kabinet? De beoogde inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel van School naar Duurzaam werk is 1 januari 2026. Dan starten ook de nieuwe regionale programma’s waarmee scholen en gemeenten samen plannen maken om schooluitval tegen te gaan en jongeren duurzaam aan het werk te helpen. Vanaf 2026 is jaarlijks € 67,6 miljoen beschikbaar voor de 40 regio’s die de Doorstroompuntfunctie uitvoeren. Wat betekent dit voor gemeenten? De middelen op regioniveau betekenen dat gemeenten de nieuwe taken uit de wet kunnen uitvoeren. De doorstroompunten functioneren al en krijgen hiermee dus enige ruimte voor versteviging. Cultuur en erfgoed Wat wil het kabinet? Het kabinet zet vanaf 2025 in op een structurele verhoging van middelen voor monumentenzorg, in het bijzonder voor rijksmonumenten via de Subsidieregeling Instandhouding Monumenten (SIM) en onderhoud van grote kerkgebouwen; respectievelijk € 10,8 miljoen en € 5 miljoen. Wat betekent dit voor de gemeenten? Eigenaren van een rijksmonument zonder woonhuisfunctie maar met een grote cultuurhistorische waarde zoals een kerk, boerderij, molen, gemaal, kasteel, etc. kunnen gebruik maken van de SIM.

Door de ophoging van de SIM kunnen meer aanvragen voor onderhoudswerkzaamheden worden gehonoreerd. Deze structurele verhoging komt indirect terecht bij gemeenten met rijksmonumenten. Gemeenten kunnen zelf ook monumenten aanwijzen. Eigenaren van gemeentelijke monumenten kunnen echter geen aanspraak maken op deze middelen via de SIM. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 20 Archieven Wat wil het kabinet? Om digitale informatie goed te kunnen beheren moderniseert het kabinet de Archiefwet. De wet zal op zijn vroegst in 2026 in werking treden. Met een gemoderniseerde wet en door het toezicht daarop te versterken, kunnen overheidsorganisaties hun digitale informatie vanaf het moment van creatie effectief beheren. Dat draagt bij aan betrouwbare en toegankelijke overheidsinformatie voor burgers, journalisten, wetenschappers en de overheid zelf. Ook investeert het kabinet in de opleidingen en in bij- en nascholing van archief- en informatieprofessionals. Om het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) online toegankelijk te maken werkt het kabinet aan een wijziging van de Archiefwet 1995 en het voorstel voor een nieuwe Archiefwet. De wijziging heeft als doel om ruimte te bieden voor een belangenafweging tussen openbaarheid en privacy bij de (wijze van) verstrekking van (bijzondere en strafrechtelijke) persoonsgegevens door archiefdiensten.

Wat betekent dit voor gemeenten? Het wetsvoorstel voor de nieuwe Archiefwet verkort de overbrengingstermijn naar de archiefbewaarplaats van 20 naar 10 jaar, verplicht de aanwijzing van de archivaris en is beter toegespitst op het beheer van digitale overheidsinformatie. Het VNG-programma Grip op informatie bereidt gemeenten voor op de implementatie van de gemoderniseerde Archiefwet. Van belang zijn onder meer de inrichting van een e-depotvoorziening en het opstellen van een informatiebeheerplan. 21 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6 Infrastructuur en Waterstaat Plasticheffing, CO2-heffing, afvalstoffenbelasting Wat wil het kabinet? De eerder voorgestelde polymerenheffing/plasticheffing gaat niet door en het kabinet gaat meer ingrepen doen op het gebied van storten en verbranden. Dit gaat € 567 miljoen per jaar kosten vanaf 2028. Dit wordt gedekt uit een verhoging van de CO2-heffing en afvalstoffenbelasting bij afvalverbrandingsinstallaties. Wat betekent dit voor gemeenten? De afvalbranche zal hogere kosten maken voor het verwerken van huishoudelijk afval en deze kosten doorbelasten aan gemeenten. De afvalstoffenheffing voor inwoners zal hierdoor stijgen. Mobiliteit Wat wil het kabinet? In de begroting is geen extra geld opgenomen voor verkeersveiligheid of het onderhoud van gemeentelijke infrastructuur.

In het najaar wordt besloten over de verdeling van € 2,5 miljard voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw. Om elektrisch rijden aantrekkelijk te maken verhoogt het kabinet in 2026 de korting op de motorrijtuigenbelasting voor elektrische voertuigen van 25% naar 30%. Ook introduceert het kabinet in 2026 een ‘Onderwegpas’ voor lagere inkomens, waarmee gratis of goedkoper gereisd kan worden met het OV tijdens daluren. Daarnaast komt er een wijziging in de vrachtwagenheffing. Vanaf juli 2026 bedraagt deze gemiddeld € 16,7 cent per kilometer. De opbrengsten worden ingezet voor verduurzaming van het wegtransport. Het kabinet wil dat in 2026 60% van alle laadsessies slim gestuurd plaatsvindt, inclusief bi-directioneel laden om het elektriciteitsnet te stabiliseren. Hiervoor wordt € 38 miljoen beschikbaar gesteld aan mobiliteitsregio’s. Daarnaast is er aandacht voor het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata om gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Hiervoor worden geen extra middelen beschikbaar gesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Het beeld is dat budgetten kortlopend en onvoldoende lijken om de afgesproken ambities te realiseren. Instandhouding en het verbeteren van de verkeersveiligheid blijven een aandachtspunt. Door de vrachtwagenheffing krijgen gemeenten mogelijk te maken met uitwijkverkeer. Voor de implementatie van de ‘Onderwegpas’ is de rol van gemeenten nog niet duidelijk.

Circulaire economie en afval Wat wil het kabinet? Het kabinet zet het Nationaal Programma Circulaire Economie verder in voor een brede grondstoffentransitie waarbij zoveel mogelijk materialen hergebruikt worden. Zowel producenten als consumenten moeten volgens het kabinet concrete stappen zetten naar een meer circulaire economie. Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) bevat algemene stimulerende maatregelen op het gebied van het verminderen van grondstoffen gebruik, substitutie van grondstoffen, levensduurverlenging en hoogwaardige verwerking in de productieketen. Daarnaast bevat het maatregelen voor prioritaire productketens, namelijk: consumptiegoederen, kunststoffen, bouw- en maakindustrie, biomassa, en voedsel. In 2026 treedt ook de Europese Verordening voor verpakkingen en verpakkingsafval in werking. Een belangrijk instrument hierbij is de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV), waarvan de systematiek gemoderniseerd wordt. Wat betekent dit voor gemeenten? De financiële inzet lijkt achter te blijven bij de ambities. Vanaf 2026 dalen de beschikbare middelen voor circulaire economie structureel. Dat heeft invloed op de flexibiliteit voor nieuwe maatregelen of ondersteuning van gemeenten bij uitvoering van het Circulair Materialenplan en het NPCE.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 22 Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Wat wil het kabinet? Samenwerkingsafspraken die het VTH-stelsel moeten versterken vormen een belangrijke basis voor het beleid. Het kabinet stelt dat alle omgevingsdiensten op 1 april 2026 moeten voldoen aan robuustheidscriteria. Het kabinet verstrekt ruim € 11 miljoen aan omgevingsdiensten. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten zullen de ruim € 11 miljoen onvoldoende zijn om de gestelde doelen voor de versterking van het VTH-stelsel te kunnen verwezenlijken. Luchtkwaliteit, industrie en omwonenden Wat wil het kabinet? In lijn met de Europese Zero Pollution ambitie in 2050 wil het kabinet luchtverontreiniging terugbrengen tot een niveau dat niet schadelijk is voor mens en milieu. Het kabinet heeft hiervoor tussendoelen gesteld voor 2030. Via het Schone Lucht Akkoord wordt in samenwerking met decentrale overheden en allerlei andere partijen gewerkt aan het realiseren van minimaal 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016. Met bedrijven komen er maatwerkafspraken om in hun omgeving de leefomgeving direct te verbeteren. Het gaat om grote uitstoters zoals Tata Steel, bedrijven op Chemelot en afvalverbrandingsinstallaties. Er verschijnt een maatregelenpakket op basis van de actieagenda industrie en omwonenden gericht op verbetering van de gezondheid.

Hierbij wordt zo veel mogelijk samengewerkt met en ingehaakt op al lopende programma’s. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet beperkt de komende jaren de beschikbare middelen voor het Schone Lucht Akkoord richting 0 in 2030. Voor de uitvoering van het genoemde maatregelenpakket rondom de actieagenda industrie en omwonenden, wordt niet gemeld hoe dit wordt bekostigd. Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen Wat wil het kabinet? Er is nog steeds enig budget beschikbaar voor Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen. Deze zeer bescheiden bijdragen ondersteunen het nationaal plan MVOI en het ontwikkelen van monitoring. Wat betekent dit voor gemeenten? Het nationaal plan MVOI wordt verlengd. VNG ondersteunt samen met de andere medeoverheden de leden in het stimuleren van MVOI. Bescherming vitale infrastructuur en weerbaarheid Wat wil het kabinet? In 2026 gaat het kabinet de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en de Cyberbeveiligingswet implementeren. Deze vormen een wettelijk fundament voor het verhogen van de weerbaarheid, waaronder die tegen hybride en militaire dreigingen. Het Ministerie van I&W is verantwoordelijk voor twaalf vitale sectoren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/3eabd019-2d5d-45f1-a6da-d3489e800dbe?agendaItemId=0dcf036f-60a4-4d2b-a575-704c2e8a4fd7