CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

8.0 Trendbureau - Trendcurve 2019.pdf

Raadsvergadering 2 april 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken26.072 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Te hoge temperaturen hebben effect op arbeidsproductiviteit en gezondheid (vooral onder ouderen). Voorkomen van hittestress door goed e ruimtelijk inrichting (groen, water) is belangrijk. Daarnaast speelt verd roging en een verlaging van het waterpeil in kanalen en rivieren een rol, waard oor de bevaarbaarheid in het geding is. Ook de landbouw en natuur hebben hier la st van. Op diverse plekken langs de IJssel spelen maatregelen in het kader van Ruimte voor de Rivier. 54 P. Driessen e.a., Kennis voor Klimaat 2008-2014: ve rantwoording en resultaten, Utrecht 2015. ondergrond Veengebied Hoge gronden NW Overijssel (zand) Rivierengebied (zand) klimaateffecten overstroombaar gebied bodemdaling droge gebieden zonder wateraanvoermogelijkheden en/of dalende grondwaterstand Zeekleilandschap Salland (zand) Grootschalige ontginningen (zand) Twente (zand) stroombanen met kans op regionale wateroverlast Bart Beukema, Dana Wiersma 2 4 6 8km 40 Zwolle is de trekker van de citydeal Klimaatbestend ige steden. 55 In het Living Lab Ruimtelijke Adaptatie Overijssel hebben hoog- en la ag Overijssel in 2018 de basis gelegd voor structurele samenwerking. 56 In de Climate Campus 57 in Zwolle werken meer dan 40 partijen samen. Op 9 maart 2018 lanceer de de Climate Campus haar eerste actieplan.

Hoe wordt erover gesproken? Het beleid ter voorkoming van klimaatverandering he eft te maken met felle discussies in hoeverre de mens verantwoordelijk is voor het fenomeen. Bij klimaatadaptatie speelt dat niet: het feit dat er k limaatverandering is – en dat we ons daarop moeten aanpassen - wordt door weinig mensen betwijfeld. In die zin is het een beleidsterrein dat apolitiek is. Versnellende of vertragende factoren De aandacht voor klimaatadaptatie kan versnellen op het moment dat de klimaatverandering zich sneller voltrekt dat gedach t. Ook ervaringen met de effecten van klimaatverandering kunnen klimaatadapt atie hoger op de politieke agenda zetten. Denk daarbij aan piekbuien, hittestr ess, verdroging van natuur en landbouw, of kanalen die niet meer bevaarbaar zijn door een te lage waterstand. Klimaatadaptatie zal lager op de agenda komen te st aan op het moment dat er grotere onzekerheid ontstaat over de precieze effec ten van klimaatverandering in de provincie. Relevantie voor decentrale overheden Klimaatadaptatie raakt de kern van de ruimtelijke o rdening voor gemeenten, waterschappen en provincie. De keuze van toekomstig e bouwlocaties zal bijvoorbeeld mede-afhankelijk zijn van de effecten van klimaatverandering. Dat geldt ook voor werkzaamheden aan bestaande infr astructuur zoals dijken of wegen.

58 Door klimaatadaptatie in te bedden in planvorming, ontwerp en onderhouds- en vervangingsregimes kunnen kosten rel atief laag blijven. Vooral voor ruimtelijke adaptatie in steden en infrastruct uur is het belangrijk tijdig te anticiperen. Maatregelen ter voorkoming van hittest ress vragen meer groen en water in gemeenten. Het natuur- en landbouwbelei d zal rekening moeten houden met de mogelijkheid van een ander klimaat. O p de wat langere termijn speelt de mogelijkheid dat de hoger gelegen gebiede n in Twente aantrekkelijk worden als – veilige - vestigingsplaats voor bedrij ven en inwoners. 55 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2016/03 /08/city-deal-voor-klimaatbestendige-steden 56 Living Lab Ruimtelijke Adaptatie Overijssel sluit s uccesvol af https://ruimtelijkeadaptatie.nl/actueel /actueel/ nieuws/2018/evaluatie-overijssel/ 57 https://www.climate-campus.nl/ 58 PBL, Van risicobeoordeling naar adaptatiestrategie. Risicobeoordeling klimaateffecten bij rapport ‘Aanpassen aan klimaatverandering’. Achtergrondstud ie, Den Haag 2015, blz. 46. 41 Toelichting plek op trendcurve Nederland heeft getreuzeld als het gaat om de energ ietransitie: we scoren in Europees verband zonder meer slecht.

Dat zou anders kunnen worden nu het Parijs- akkoord aanleiding heeft gegeven tot klimaatdoelste llingen in het regeerakkoord van 2017, in december 2018 een Ontwerp Klimaatakkoo rd is aangeboden en de Klimaatwet is aangenomen in de Tweede Kamer. De planbureaus zullen de komende maanden de effecten van het Ontwerp Klimaat akkoord doorrekenen op haalbaarheid, van 49% of 55% emissiereductie in 203 0. 59 Daarna volgt een reactie van het kabinet. Om die reden zetten we de trend (n og) niet op de golf naar boven. Wat is het? De energietransitie is de overgang van een fossiele economie met een hoge CO2-uitstoot naar een economie met een zeer lage CO 2-uitstoot, bedoeld als inzet voor klimaatmitigatie. Eind 2016 heeft de Minister van Economische Zaken de Energieagenda gepresenteerd. 60 Deze agenda vergt echter meer dan Rijksbeleid. Een deel van de transitiepaden ligt be leidsmatig vooral bij provincies, waterschappen en gemeenten – vooral die rond wonen (aardgasvrije wijken), landbouw en landgebruik en decentrale opwekking van warmte en elektriciteit (zon- en windenergie). De waterschappen willen in 2 020 minstens 40% van het eigen energieverbruik zelf duurzaam produceren. 59 https://www.pbl.nl/nieuws/nieuwsberichten/2018/voor stel-klimaatakkoord-genoeg-potentieel-voor-doel- 2030-maar-succes-hangt-af-van-keuzes 60 Ministerie van Economische Zaken, Energieagenda.

Na ar een CO2-arme energievoorziening, Den Haag 2016. nieuwe energie tijd snelheid van de ontwikkeling Nieuwe energie 9 42 61 http://www.nederlandmvo.nl/energie/energietransitie /de-waterschappen-energiefabrieken-met-grote-potent ie 62 Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Kamerb rief over voorstel voor hoofdlijnen van een Klimaatakkoord, Den Haag 2018. De waterschappen zijn één van de grootste producent en van biogas. Met het zuiveringsproces van afvalwater komt biogas vrij da t gebruikt kan worden voor de eigen energievoorziening. Ook in het watersystee m liggen veel kansen voor energieopwekking. De waterschappen stellen hun terr einen en objecten, zoals dijken en rioolwaterzuiveringsinstallaties, steeds vaker open voor windmolens en zonnepanelen. De potentie van restwarmte en koud e uit oppervlaktewater is enorm, zo blijkt uit onderzoek van de Unie van Wate rschappen en Rijkswaterstaat dat op de Klimaattop van vorig jaar is gepresenteer d. 61 Daarnaast is de inzet van het bedrijfsleven en sociale innovators (burgers en bewoners) cruciaal bij de energietransitie. Het Ontwerp Klimaatakkoord is in december 2018 gepr esenteerd. 62 Er zijn klimaattafels ingesteld om het Klimaatakkoord uit t e onderhandelen in concrete afspraken om de gestelde emissiereductie te realise ren.

Hoe speelt het in Overijssel? In Overijssel is het Investeringsprogramma Nieuwe E nergie in Provinciale Staten vastgesteld. Doel is om het aandeel hernieuwbare en ergie in Overijssel te laten stijgen naar 20% in 2023 (nu 7,5%). In 2030 wil de provincie naar een aandeel van 30% hernieuwbare energie. Het programma werkt m et een adaptieve uitvoeringsstrategie. De onzekerheden rond de energ ietransitie zijn zo groot, dat jaarlijkse monitoring nodig is en er is ook een tussenevaluatie in 2019 aan de orde. In alle provincies wordt nu gewerkt aan Re gionale Energiestrategieën. Die moeten in concept midden 2019 gereed zijn. De energietransitie is onderwerp van veel discussie in de provincie Overijssel. Aan de ene kant bestaan veel initiatieven van burge rs, bedrijven en overheden rond duurzame energie. Aan de andere kant zijn er p rotesten tegen windmolens of de aanleg van velden zonnepanelen. Hoe wordt erover gesproken? Op 9 oktober 2018 stelde het Gerechtshof in Den Haa g Urgenda in het gelijk in het hoger beroep dat de Nederlandse overheid mee r moet doen om de CO2-uitstoot terug te brengen. Het Hof vindt dat de staat de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met op zijn minst een kwart moet hebben teruggebracht ten opzichte van 1990. De staat handelt volgens de rechter in strijd met de artikelen 2 en 8 van het Verdrag voor de Rechten va n de Mens.

Daarin staat dat overheden een zorgplicht hebben naar hun bevolking toe. Door niet te streven 43 naar een reductie van 25% brengt de overheid haar b urgers in gevaar, vindt het Hof. Op dit moment heeft Nederland de uitstoot met 13% teruggebracht ten opzichte van 1990. 63 De vraag wie de investeringen gaat betalen voor de verduurzaming van de woningvoorraad wordt steeds vaker gesteld. In maart 2017 concludeerde onderzoeksbureau CE Delft in een rapport dat te hog e lasten voor mensen die het niet kunnen betalen, kan leiden ‘tot weerstand tege n het klimaatbeleid, waardoor het kan vastlopen door gebrek aan maatschappelijk o f politiek draagvlak.’ 64 De Rabobank calculeert in dat de omschakelingen tij delijk lagere inkomsten voor boeren kunnen betekenen en schuift de bal verv olgens door naar de overheid. 65 Ook de lastenverdeling tussen bedrijven en inwoner s is een belangrijk element in het debat. De spanningen in h et kabinet over het Klimaatakkoord lijken op te lopen. 66 Versnellende en vertragende factoren? De afspraken van Parijs kunnen een belangrijke vers nellende factor zijn. Op het moment dat de rijksoverheid deze afspraken s erieus neemt, kan dat een belangrijk stimulans voor decentraal handelen zijn. Ook vanuit de bouwsector wordt aangedrongen op snelle uitvoering van de afsp raken.

Vertragende factoren zijn de onzekerheid over technologische doorbraken, het gebrek aan draagvlak voor maatregelen onder de bevolking en conflicteren de perspectieven op de rol en aansturing door de overheid. Relevantie voor decentrale overheden De energietransitie kan grote gevolgen hebben voor de ruimtelijke inrichting (energielandschappen), wonen (besparing, aardgasvri je wijken, industrie (aanleg van warmtenetten), landbouw (aandeel broeik asgassen en landgebruik) en mobiliteit (elektrisch rijden of rijden op water stof). De regionale aanpak van de transitiepaden zal een groot beroep doen op samenwerking met alle bestuurslagen: waterschap, provincie, gemeente en regio’s en in de samenwerking met inwoners en bewonersinitiatieven. 63 https://www.trouw.nl/groen/van-de-argumenten-van-de -staat-blijft-niets-overeind-in-hoger-beroep-tegen- urgenda~aa3f0198/ 64 https://www.ce.nl/publicatie/rechtvaardigheid_en_in komenseffecten_van_het_klimaatbeleid/1930 65 https://www.boerderij.nl/Home/Blogs/2018/7/Wie-beta alt-de-tol-voor-het-klimaatakkoord-309462E/ 66 https://www.nrc.nl/nieuws/2019/01/13/klimaat-drijft -wig-in-kabinet-a3628957 44 meer aandacht voor kwetsbare wijken tijd snelheid van de ontwikkeling Toelichting plek op trendcurve Tot een jaar of tien geleden bestond veel aandacht voor probleemwijken. Deze aandacht ging gepaard met overheidsinvestering en.

Wij verwachten voor de komende jaren hernieuwde aandacht voor de wijken , buurten en kernen waar sociale vraagstukken zich concentreren. Wat is het? Er zijn verschillende insteken van de wijkaanpak ge weest. In de jaren negentig kwam de drive vaak vanuit het fysieke domein. Gemee nten en corporaties voerden grootschalige projecten uit om naoorlogse w oonwijken aan de eisen van de tijd te laten voldoen. Deze fysieke insteek werd soms gecombineerd met sociale ambities. Zo was de gedachte dat de menging van wijken goed was voor de sociale stijging van sociaal zwakkere groepen. 67 Uit onderzoek van Platform 31 blijkt dat de aanpak van kwetsbare wijken stagne ert. Dat heeft vooral een financiële oorzaak: geldstromen van woningcorporati es, gemeenten, provincie én het rijk (ISV) droogden op. Bovendien werden de taken van corporaties begrensd waar het ging om verbetering van de leefba arheid in wijken en werkt het toewijzingsbeleid segregatie in de hand. Een de rde van de kwetsbare wijken in steden vertoont sinds 2012 een achteruitgang van de leefbaarheid. 68 De rol van beleid bij de achteruitgang van kwetsbar e wijken werd benoemd 67 VROM-raad, Stad en Stijging, sociale stijging als l eidraad voor stedelijke vernieuwing, Den Haag 2006. 68 Platform 31, Kwetsbare wijken in beeld, Den Haag 20 17.

Aandacht voor Kwetsbare Woonwijken en Kernen 10 45 in onderzoek uit 2018, uitgevoerd in opdracht van d e woningcorporaties. De goedkoopste sociale huurwoningen worden in toene mende mate toegewezen aan kwetsbare groepen, waardoor degenen met wie het beter gaat uit deze wijken verhuizen. 69 Hoe speelt het in Overijssel? Ook in Overijssel zijn er kwetsbare wijken, zowel i n de vijf grote steden (bijvoorbeeld Ossenkoppelerhoek in Almelo, Rivieren wijk in Deventer en Holtenbroek in Zwolle) als daarbuiten. Tot 2010 gin gen ISV-gelden vanuit het rijk naar de vijf grote steden en – via de provinci e – ook naar kleinere gemeenten. Die geldstromen zijn gestopt. De aandacht vanuit de provincie voor de wijken is de afgelopen jaren gefocust op transities als klima atadaptatie en energietransitie. Hoe wordt erover gesproken? Op landelijk niveau wordt zowel vanuit de wetenscha ppelijke wereld als door corporaties gewaarschuwd voor een aantal ontwikkeli ngen die druk zetten op de leefbaarheid in wijken. De extramuralisering van de zorg betekent een toename van mensen met GGZ-problematiek, die veelal juist in kwetsbare wijken worden gehuisvest. Daarnaast hebben corporaties min der vrijheid om gemengd te bouwen en zijn de toewijzigingscriteria voor cor poratiewoningen verengd. Hierdoor blijkt segregatie toe te nemen, waarbij ve el kansarme mensen in de kwetsbare wijken geconcentreerd wonen.

Platform 31 waarschuwt bovendien voor ondermijning: criminele netwerken domineren de sfee r in een aantal wijken en de traditioneel gesloten cultuur van de gemeenschap ma akt het lastig om daartegen op te treden. 70 De discussies over het succes van de wijkaanpak van de afgelopen decennia zijn levendig. Sommige onderzoekers benadrukken het feit dat de buurt nauwelijks van invloed is op sociale stijging. 71 Anderen wijzen er op dat de kwaliteit van de woonwijken wel degelijk vooruit is gegaan. Er lijkt overeenstemming over het feit dat een nieuwe wijkaanpak anders van karakter zal zijn dan de ingrepen uit de jaren negentig. Minder grootschalig, meer voortb ouwend op het bestaande, meer aansluitend bij de waarde voor ondernemers, be woners, verenigingen en/of welzijnsinstellingen in de buurt. 72 69 RIGO. Veerkracht in het corporatiebezit. Kwetsbare bewoners en leefbaarheid, Amsterdam 2018. Zie echter ook het antwoord van de minister van BZ K op 15 november 2018 op vragen van het kamerlid Beckerman over deze materie. 70 M. Uyterlinde en J. van der Velden (Platform 31), K wetsbare wijken in beeld, Den Haag 2017, blz. 32. 71 E. Miltenburg, 2015, The Conditionality of Neighbou rhood Effects upon Social Neighbourhood Embeddedness: A Critical Examination of the Resour ces and Socialisation Mechanisms. Housing Studies, 30(2), 272-294. 72 O.

van der Wal, Steden van Waarde, perspectief voor stedelijke vernieuwing, Den Haag 2015. 46 Versnellende of vertragende factoren Deze ontwikkeling wordt sterk beïnvloed door beleid skeuzes op landelijk en gemeentelijk niveau, bijvoorbeeld als het gaat o m de (beperktere) mogelijkheden van corporaties, of de samenwerking t ussen het sociale (transformatie) en het fysieke domein. Een koppelin g aan de opgave van verduurzaming van de woningvoorraad zou de aanpak v an kwetsbare wijken kunnen versnellen. Relevantie voor decentrale overheden In de wijken spelen veel aspecten uit het provincia le beleid zoals leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, sociale kwaliteit, energie e n duurzaamheid. Soms is een combinatie van opgaven mogelijk: zo kan de leefbaar heid van kwetsbare wijken worden verbeterd door deze koppelen aan energietran sitie. De rol van de provincie kan variëren van sturing op de ruimtelijk e ordening (omgevingsvisie) tot faciliteren en zelfs mede investeren. Gemeenten werken samen met verschil- lende partijen in de wijken, zoals vanuit sociaal d omein en woningcorporaties. Dit gaat bijvoorbeeld ook over de mix van woningen (huur/koop, laag/midden/ duur) in de wijk. Hierover maken gemeenten (prestat ie)afspraken met woningcorporaties.

47 Toelichting plek op trendcurve Er zijn twee redenen om de vermindering van het aan tal dier- en plantensoorten te plotten in de ‘reactiefase’. Ten eerste is een v oorzichtig herstel van de biodiversiteit in Nederland waarneembaar. Ten tweed e verschuift de aandacht in het natuurbeleid van alleen kijken naar soorten, naar het kijken naar het totaal van planten en dieren in een gebied en naar factore n als klimaat, water en bodem. Ook wint de betekenis van de natuur voor de mens aa n aandacht. 73 Wat is het? Biodiversiteitsverlies is de afname van soortenrijk dom bij planten en dieren. De biodiversiteit is in Nederland in de twintigste eeuw behoorlijk gedaald, 73 Zie bijvoorbeeld de provinciale Natuurvisie. minder dier- en plantensoorten tijd snelheid van de ontwikkeling Minder dier - en plantensoorten 11 Wereld (exclusief Antartica) Europa (OESO) Nederland 0 20 40 60 80 100 1700 1750 1800 1850 1900 1950 2000 2500 Biodiversiteit Mean Species Abundance (% van referentie) 48 74 PBL, Balans van de leefomgeving, Den Haag 2016. 75 PBL, Lerende evaluatie van het natuurpact, Den Haag 2017, blz. 105. 76 WUR, Achteruitgang insectenpopulaties in Nederland: trends, oorzaken en kennislacunes, Wageningen, 201 8, blz. 5-7. Zie ook PBL , Achteruitgang insecten, De n Haag, 2017.

77 Themasite PBL http://themasites.pbl.nl/natuurverken ning/over-de-natuurverkenning/het-waarderen-van- natuur/zin-en-onzin-van-monetarisering/de-recreati eve-waarde-van-natuur 78 CBS, bewerking Overijssel. ondanks beleid om dit tegen te gaan. 74 Er is veel oorspronkelijke natuur verloren gegaan. Door landgebruik voor andere funct ies en versnippering van de overgebleven natuurgebieden is de populatieomvan g van veel inheemse soorten gedaald en soms helemaal verdwenen. De huid ige inspanning is er op gericht om het aantal soorten en habitatten d at in goede staat van instandhouding verkeert te verhogen – van 55% van d e soorten in de Vogel- en Habitatrichtlijn in 2015 naar 65% in 2027. 75 Toch zijn de zorgen niet voorbij. Het aantal boerenlandvogels gaat nog steeds achteru it en ook het aantal insecten staat zwaar onder druk, onder meer door intensiveri ng van de landbouw. 76 Hoe speelt het in Overijssel? De afgelopen jaren was de discussie tussen ‘natuur’ en ‘landbouw’ in de provincie af toe zeer fel. Natuur en landschap zijn voor vele Overijsselaars belangrijk: zij zien het als een grote pré van de l eefomgeving in de provincie. Daarnaast is Overijsselse natuur een belangrijk fun dament voor toerisme. Natuurgebieden worden hoog gewaardeerd en er wordt behoorlijk wat geld besteed aan recreatie in de natuur.

77 Uit cijfers voor Overijssel blijkt dat er in de geb ieden die vallen onder de NatuurnetwerkNederland (NNN, voorheen Ecologische H oofdstructuur, EHS) sprake is van een stabilisatie van de natuurwaarde. Ook is zichtbaar dat in gebieden die die status niet hebben, de natuurwaard e afneemt met 1% per jaar. 78

49 Hoe wordt erover gesproken? Er is al geruime tijd een discussie over de mate wa arin het accent binnen het natuurbeleid moet liggen op de bescherming van soor ten of op het gebruik van de natuur door de mens. Dat laatste kan vervolgens vele vormen aannemen. De Natuurverkenning 2014-2040 onderscheidde naast V itale Natuur ook Beleefbare Natuur, Functionele Natuur en Inpasbare Natuur. 79 De nadruk op soortenbescherming wordt regelmatig als te technocratisch ervaren – wa arbij het overigens veeleer gaat over de (starre) uitvoering dan over het principe d at kwetsbare soorten bescherming verdienen. 80 Onder de titel ‘Samen voor biodiversiteit’ werd op 19 december 2018 het Deltaplan voor biodiversiteit in Nederland gepr esenteerd. De deelnemers zijn kennisinstituten, landbouwvertegenwoordigers, bedri jven, natuur- en milieuorgani- saties en een bank. Zij willen door betere samenwer king en het stimuleren en waarderen van grondgebruikers het biodiversiteitsve rlies ombuigen naar herstel. Versnellende en vertragende factoren? Biodiversiteitsverlies kan versneld of geremd worde n door vele factoren. Klimaatverandering is daar één van, vooral wanneer er geen rekening wordt gehouden met natuur bij implementatie van adaptatie maatregelen. 81 Verder speelt het (ruimtelijk) beleid een belangrijke rol.

Biodiversiteit zal toe- of afnemen al naar gelang wij omgaan met de druk op de ruimte en de toewijzing van functies aan gebieden, bijvoorbeeld landbouw of woningbouw. Het belang van andere overwegingen dan soortenrijkdom kan vers terkt worden door tal van ontwikkelingen: op dit ogenblik is de relatie tusse n groen en gezondheid ‘hot’. Daarnaast spelen burgerinitiatieven een rol: die ga an vaak over natuur vanuit andere perspectieven dan natuurbescherming. 82 Relevantie voor decentrale overheden Het natuurbeleid is belegd bij de provincies en de bescherming van natuur- waarden speelt een belangrijke rol in de ruimtelijk e ordening, alsook bij de vormgeving van (activiteiten in) het landelijk gebi ed in Overijssel. Het betreft deels een wettelijke taak: de opgave in N2000-gebie den de abiotiek weer op orde te brengen, waardoor de habitattypen zo veel m ogelijk worden behouden (Wet Natuurbescherming). Daarnaast kan de provincie via subsidies voor natuur en landschap financieel bijdragen aan het beheer va n kwetsbare natuur en in samenwerking met andere partijen de positie van kwe tsbare soorten te verbeteren, zoals dat in het huidige provinciale beleid gebeurt . 79 PBL, Natuurverkenningen 2014-2040, visies op de ont wikkeling van natuur en landschap, Den Haag 2012. 80 Natuurmonumenten, 2014, Natuur nader bekeken.

81 Planbureau voor de Leefomgeving, 2015, Van risicobe oordeling naar adaptatiestrategie. Risicobeoordeling klimaateffecten bij rapport ‘Aan passen aan klimaatverandering’. Achtergrondstudie. 82 Zie bijvoorbeeld R. van Dam e.a. , R. During, Burge rs en Landschap, Wageningen, 2008-2011. 50 digitalisering tijd snelheid van de ontwikkeling Toelichting plek op trendcurve Digitalisering is een veelomvattend proces. In veel opzichten is de digitalisering allang gerealiseerd in onze maatschappij. Toch hebb en we de trend op de golf naar beneden geplot. Dat komt omdat a) in de t oekomst nog veel meer technologische mogelijkheden zullen ontstaan, b) de implementatie van technologie vaak langzaam gaat – en ook langzamer d an gehoopt, c) er ook nog fundamentele discussies gevoerd moeten worden over wat we met digitalisering willen bewerkstelligen. Wat is het? In de basis is digitalisering het proces van omzett en van informatie naar nullen en enen. De term wordt tegenwoordig vooral gebruikt om de veranderingen door ICT in de samenleving aan te geven. De digitaliseri ng heeft grote consequenties voor de wijze waarop wij met informatie omgaan. Er is (veel) meer informatie voorhanden, informatie kan (veel) sneller worden ui tgewisseld en verwerkt, en is beschikbaar voor (veel) meer mensen en apparaten . De maatschappelijke consequenties van digitalisering zijn enorm.

ICT he eft ons sociale leven veranderd (zie de sociale media), onze bedrijfsproc essen, de economie (zie de platformeconomie), de zorg (e-health), het onderwij s en de ruimte (zie de impact van internet op de detailhandel en de binnensteden) . Als digitale informatie wordt bewerkt tot kennis en als er verwevenheid ont staat met de biologische Digitalisering 12 51 wereld, de nano-wereld en de cognitieve wereld word t gesproken over de vierde technologische revolutie (smart industries). Ontwik kelingen als robotisering, nanotechnologie, biotechnologie, 3D printen, virtua l reality en Internet of Things zijn daarvan voorbeelden. We focussen hier op drie aspecten van digitaliserin g waar beleidsmatig veel van verwacht wordt. E-health: het gebruik van informatie- en communicatietechnol ogieën, en met name internettechnologie, om gezondheid en gezondheidszo rg te ondersteunen of te verbeteren (RVZ, 2002). 83 De platformeconomie: een samenvattende term voor diensten tussen consum enten onderling die via een internetplatform worden aange boden. 84 Smart Cities/Digitale dorpen: een mobiliserend concept om ICT te gebruiken voor de verbetering van het leven en leefbaarheid i n steden en dorpen. Dankzij o.a. de inzet van sensoren en algoritmes spelen ze in op de vragen en wensen van inwoners.

Hoe speelt het in Overijssel? E-health Overijssel huisvest veel spelers die met e-health b ezig zijn. In Zwolle werkt het Health Innovation Park aan innovaties op het gebied van langer thuis wonen. In Enschede werken het Roessingh instituut en de Un iversiteit Twente op dit gebied samen. IZIT, een regionale samenwerkingsorga nisatie die zich richt op informatie-uitwisseling en communicatie in de zorg, implementeert in Twente het ZorgNetOost. In Euregio verband participeren ge meenten aan proefprojecten voor ICT en ouderen. In dorpen is vaak meer urgenti e om aan slimme ICT- oplossingen te werken dan in steden. 85 E-health kan er voor zorgen dat mensen langer in het eigen dorp kunnen blijven wonen. 86 Platform-economie Sites als Airbnb en Peerby worden uiteraard ook in Overijssel gebruikt. De moeilijkheden die Amsterdam kent met Airbnb zijn hier niet bekend, maar ook in Overijssel is de site de grootste hotel keten. Vergelijkbare sites voor de verhuur van kampeerplaatsen in plaats van h otelkamers zijn ook al 83 Nictiz, Spelen met de Zorg voor Morgen, trendboek e Health in de eerste lijn, Den Haag 2015. 84 In 2015 is dit begrip opgenomen in het Oxford Engli sh Dictionary. Zie ook M. Kreijveld e.a. (Rathenau Instituut), De kracht van platformen, Den Haag 201 4.

85 De EU wijst hier op: https://www.euractiv.com/secti on/agriculture-food/news/commission-the-future-reli es- on-boosting-smart-villages/ 86 De EU wijst hier op: https://www.euractiv.com/secti on/agriculture-food/news/commission-the-future-reli es- on-boosting-smart-villages/ 52 op de markt en zullen impact hebben op de sector. D aarnaast speelt in Overijssel een aantal initiatieven op het gebied van vervoer, waarbij dorpsbewoners via platforms elkaar vervoer aan kunn en bieden. Smart Cities en digitale dorpen Enschede afficheert zich als smart city, 87 Deventer experimenteert met smart city concepten, 88 Zwolle werkt aan een slimme binnenstad en een Smar t Zwolle alliantie waarin verschillende organisaties - waaro nder de provincie Overijssel - data beschikbaar stellen om belangrijke opgaven z oals de energietransitie te ondersteunen. 89 Vele gemeenten in Overijssel zijn bezig met een aa ntal van de vele mogelijkheden die ICT biedt om de gemeente ‘sl im’ te maken. Dat varieert van slimme openbare verlichting (die alleen aan gaa t wanneer er mensen op straat zijn) tot Apps voor buurtbussen of zorg op a fstand. Op het platteland biedt breedband biedt kansen voor zowel de maatscha ppelijke als economische leefbaarheid van het platteland.

Hoe wordt erover gesproken? De discussie over digitalisering laat zien dat er o og is voor de enorme voordelen die digitaliseren kan brengen op het gebied van die nstverlening, gezondheid en mobiliteit. Maar er is ook besef van verlies aan wa arden als privacy en autonomie, gevaar van uitsluiting en van veiligheidsrisico’s. 90 Versnellende of vertragende factoren De belangrijkste versnellende factor rond digitalis ering is vermoedelijk de snelheid van de technologische ontwikkelingen. Daar naast kan de houding van gemeenten en die van burgers en bedrijven een v ersnellende factor zijn. 91 Toch gaat de invoering van nieuwe technieken vaak m inder snel dan gedacht of gehoopt. Nieuwe technieken hebben te maken met b estaande regelgeving, verdienmodellen en belangen. De inzet van e-health, bijvoorbeeld, vergt een transformatie in de zorg die verder gaat dan het en kel implementeren van technologie. 92 Ook beantwoorden de nieuwe producten niet altijd a an de vraag of verwachtingen van mensen. Tot slot kunnen ook gebrek aan kennis en digivaardigheden een vertragende factor zijn. 93 87 https://www.twente.com/twenty-twente/enschede-wordt -een-smart-city 88 http://deventer.smartcityapp.nl/ 89 http://www.verkeerskunde.nl/zwolle-uitgeroepen-tot- slimste-binnenstad-2016.46530.lynkx 90 Zie bijvoorbeeld T. Dassen en M. Hajer, Smart about cities, Den Haag 2014.

91 Deloitte, Smart cities, how rapid advances in techn ology are reshaping our economy and society, 2015. 92 Nictiz, eHealth monitor 2018, Den Haag, blz. 9. 93 Interview met prof. dr. Valerie Frissen in Blik op BZK, 2017. 53 Relevantie voor decentrale overheden De digitalisering kan grote impact hebben op de die nstverlening van overheden en de sociale, ruimtelijke en economische structuur van Overijssel. Het is alleen al om die reden goed om ook als decentrale overhede n een serieus antwoord op deze trend te kunnen formuleren. Een actief bele id op digitalisering is wenselijk zodat decentrale overheden met gezag kan vertragen of versnellen. 94 Platform31, de WRR en het Rathenau-instituur raden overheden aan om te acteren vanuit een eigen visie of strategie en na t e denken over de rol van digitale infrastructuur t.o.v. de samenleving. 95 94 P. Strijp, Provinciaal bestuur bij technologische i nnovatie, NSOB, 2018. 95 Platform 31, Smart City? Graag. Maar dan wel met be wuste burgers!, 2018, Den Haag, blz. 25. 54 leegstand centra en binnensteden tijd snelheid van de ontwikkeling Toelichting plek op trendcurve De laatste jaren is veel aandacht gegaan naar de le egstand van centra van steden en dorpen. In de praktijk blijken de meeste centra echter vitaal.

De leegstand als gevolg van de krimpende markt voor winkel- en k antoorpanden riep andere, nieuwe ontwikkelingen op, met afnemende leegstand, ook in Overijssel. 96 Om die reden vindt u de ontwikkeling over het toppu nt van de trendcurve. Wat is het? Er is minder ruimte nodig voor winkels en vaak ook kantoren in centra, onder meer door voortschrijdende digitalisering. Werk, op leiding, winkelen en voor een deel ook zorg zijn daardoor minder plaatsgebond en. Zo zien we dat internetverkopen jaar na jaar stijgen. Daarnaast zi jn we anders gaan werken waardoor minder vierkante meters per kantoormedewer ker nodig zijn. In delen van Nederland en Overijssel is ook de demografie va n belang. De groei van het aantal inwoners neemt af en de vergrijzing neemt to e. Dit heeft impact op het ruimtegebruik van centra – al was het maar omdat ou deren minder spullen kopen en omdat zij meer vrije tijd hebben. Hoe speelt het in Overijssel? De gemeenten in Overijssel hebben te maken met ster k verschillende leegstandscijfers. Mooie, oude binnensteden doen he t over het algemeen beter 96 https://locatus.com/blog/aantal-lege-winkelpanden-d aalt-derde-jaar-op-rij/ Leegstand centra en binnensteden 13 Leegstand centra 55 dan jongere gemeenten. De ligging en omvang maken o ok uit. De leegstand van kantoorpanden in Overijssel is gemiddeld bijna 20%.

Ook hier zijn grote verschillen tussen gemeenten en de kantoorleegstand in de binnenstad is relatief beperkt. De winkelleegstand in Overijssel bedraagt in 2018 gemiddeld 7,9%. 97 Zoals hieronder te zien is, is de leegstand per inw oner in Oldenzaal het hoogst en in Staphorst het laagst. Op 20 juni 2018 nam Pro vinciale Staten van Overijssel de motie aan om op basis van onder meer de uitgevoe rde evaluatie van de Stadsbeweging - te onderzoeken welke instrumenten e n investeringen de komende jaren en op langere termijn aanvullend beno digd zijn om de vitaliteit van de binnensteden in Overijssel te optimaliseren. Leegstand detailhandel per gemeente in Overijssel 98 Hoe wordt erover gesproken? De leegstand van winkelpanden is voor veel inwoners een zichtbaar probleem, zichtbaarder dan bijvoorbeeld de leegstand bedrijfs panden op industrieterreinen. Een gevolg van leegstand is angst voor een zichzelf versterkend effect: als winkels 97 Bron: Locatus, CBS, leegstand per 1-1-2018. 98 Bron: Locatus, CBS, leegstand per 1-1-2018.

Almelo Hardenberg Deventer Nederland Ommen Steenwijkerland Enschede Hof van Twente Haaksbergen Borne Twenterand Raalte Hengelo Hellendoorn Oldenzaal Dalfsen Overijssel Dinkelland Tubbergen Losser 0 0,5 1 1,5 2 2,5 Zwolle Zwartewaterland Wierden Olst - Wijhe Kampen Staphorst Rijssen - Holten 56 verdwijnen komt minder publiek naar de centra hetge en het draagvlak van de overgebleven winkels vermindert. Op de achtergrond speelt het spookbeeld van de Amerikaanse ‘donut cities’ een rol. 99 Aan de andere kant benadrukt het Planbureau voor de Leefomgeving de veerkracht van b innensteden. 100 Er is sprake van een veranderingsproces waarbij nieuwe functies de plek van oude innemen. Zo neemt het ruimtelijk beslag van detailhandel wel iswaar af, maar is sprake van een toenemende vraag naar ontmoetingsplekken, zoals restaurants en lunchrooms en plekken waar werk en recreatie samen komen. 101 Het PBL benadrukt dat er grote verschillen bestaan tussen gemeenten. Dat gel dt ook voor Overijssel: zo hebben Zwolle en Deventer een duidelijk ander karak ter dan de nieuwere Twentse steden, en hebben kleinere centra als Steenwijk en Nijverdal door concurrentie met omliggende steden regelmatig hoge leegstandscij fers. Opvallend is dat het binnenstadsmanagement vaak voo ral mikt op vitalisering van de detailhandel.

Dat is belangrijk, maar het mogeli jk maken van nieuwe functies (en een mix van functies) lijkt minstens zo belangr ijk. Dat past bij de transitie van de binnenstad van ‘place to buy’ naar ‘place to be’ . Versterkende of vertragende factoren Een belangrijke vertragende factor voor de ontwikke ling van centra van steden en dorpen is de vastgoedmarkt. Die reageert traag o p de veranderende omstandigheden. Op het moment dat een waardedaling wordt geaccepteerd ontstaat ruimte voor nieuwe functies van panden. On derzoek toont aan dat regelgeving op zichzelf geen vertragende factor voo r functieverandering hoeft te zijn, maar dat de wijze van toepassing daarvan wel de voortgang kan frustreren. Relevantie voor decentrale overheden Het centrum is vaak het visitekaartje van een stad of dorp. Het bepaalt ‘wie je bent’ als stad of dorp. In die zin is de aanpak van de binnenstad of dorpskern onderwerp van politiek debat. Welke spelers draag j e een warm hart toe, en in welke mate? De bewoners, initiatieven van onderop, ontwikkelaars, evenementen, kantoren? En hoe onderscheid je je van omliggende s teden en dorpen? Daarnaast betekent aandacht voor het centrum ook al tijd iets voor de andere delen van een gemeente: als alle detailhande l in het centrum wordt geconcentreerd, zullen wijkwinkelcentra het moeilij k krijgen.

Ook dat vraagt politieke afwegingen en keuzes in het instrumentari um dat kan worden ingezet. 102 99 Deze term verwijst naar Amerikaanse steden die veel economische activiteit kennen in de buitenring van de stad, terwijl tegelijkertijd de activiteit uit de c entra verdwijnt. 100 D. Evers e.a., De veerkrachtige binnenstad, Den Haa g 2015. 101 De trend Beleveniseconomie gaat hierop in. 102 Van het werven van nieuwe bedrijven tot aan stedeli jke verkaveling om percelen vrij te spelen. 57 Toelichting plek op trendcurve De term ‘participatiesamenleving’ geeft aan dat de overheid meer van de eigen verantwoordelijkheid van de mensen uitgaat. A ls reactie daarop vestigen velen nu de aandacht op de voorwaarden waaronder mensen hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Het debat is een volgende fase ingegaan. Wat is het? De term ‘participatiesamenleving’ werd geïntroducee rd in het politieke debat in de troonrede van 2013. De alinea waarin dat gebe urde schetste twee achtergronden. De één was die van bezuinigingen, de ander die van een grotere mondigheid en zelfstandigheid van burgers. De term wordt in verschillende contexten gebruikt. Soms verwijst hij naar de polit iek-bestuurlijke ontwikkeling naar een meervoudige democratie, waarbij groepen bu rgers op allerlei manieren zelf initiatieven ontplooien onafhankelijk van wat er in raad- of statenzalen gebeurt.

103 Vaak duikt hij op in het sociale domein, waarbij d e gedachte is dat iedereen die dat kan verantwoordelijkheid neemt voo r zijn of haar eigen leven en omgeving, zonder hulp van de overheid. Daarbij k an het individu ook de hulp inschakelen van zijn of haar eigen netwerken, zo is de gedachte. 103 Commissie Toekomstgericht lokaal bestuur (´cie. Van der Donk´), Op weg naar meervoudige democratie, Den Haag 2016. participatiesamenleving tijd snelheid van de ontwikkeling Participatiesamenleving 14 Participatiesamenleving Participatiesamenleving 58 Hoe speelt het in Overijssel? In de bestuursakkoorden van de Overijsselse gemeent en hebben inwoners- initiatieven en participatie een prominente positie . Ook bestuurlijke vernieuwing is in verschillende akkoorden opgenomen. Het provin ciaal bestuur legt in het coalitieakkoord ‘Overijssel werkt!’ de nadruk op ne twerksturing: ‘De veranderende samenleving vraagt om een interactieve en participa tieve overheid die dichtbij en bereikbaar is en die ruimte geeft aan initiatieven van inwoners en bedrijfsleven.’ De provincie Overijssel investeert met Studio Vers Bestuur in bestuurlijke innovatie en dialoog tussen overheid, maatschappeli jke partners en inwoners. In Overijssel wordt goed gescoord als het gaat om f amilie- en burencontacten.

Ook is 55% van de Overijsselaars actief als vrijwil liger, terwijl het landelijke gemiddelde op 49% ligt. Dit past bij het beeld dat er meer vrijwilligerswerk wordt gedaan in minder stedelijke woongebieden. Van belang is wel dat het aantal mantelzorgers de komende jaren fors daalt (z ie onderstaande figuur). 104 Aantal beschikbare mantelzorgers per zorgvragende In Overijssel is, net als de rest van Nederland, ci rca 10% van de bevolking afhankelijk van een arbeidsongeschiktheids-, werklo osheids- of bijstands- uitkering. Dat percentage blijft de afgelopen decen nia vrij constant. In die zin is de maatschappij weinig veranderd door de int roductie van de term ‘participatiemaatschappij’. 104 PBL, Regionale ontwikkeling in het aantal potentiel e helpers van oudere ouderen tussen 1975-2040, Den Haag 2018; zie ook Trendbureau Overijssel, Zor gen voor Gezondheid, Zwolle 2017. In de figuur staat de ‘oldest old support ratio’, die geeft per gemeente het aantal 50-74 jarigen per 85-plusser. 1990 2015 2040 minder dan 5 Bron: CBS en PBL/CBS, bewerking PBL 5 tot 10 10 tot 15 15 tot 20 Meer dan 20 Oldest Old support ratio per gemeente 59 Hoe wordt erover gesproken? Recent bepleitte de WRR een realistisch perspectief op het denk- en doen- vermogen van mensen en daarmee aandacht voor de gro te groep mensen die minder redzaam is.

105 De analyse dat de verzorgingsstaat verleden tijd i s wordt niet in twijfel getrokken, net zo min als de verwac hting dat in de toekomst mensen door middel van platforms voor bijvoorbeeld bewoner sinitiatieven en sociale hulp in stad en land hun lot in eigen hand zullen nemen. Wel ligt de aandacht meer op de condities waaronder mensen hun eigen verantwoord elijkheid kunnen nemen. Daarbij speelt mee dat de samenleving complexer is geworden; dat geldt ook voor de voorzieningen en regels van de overheid. 106 Movisie waarschuwt voor het risico van een tweedeling, met enerzijds een elite die de weg kent en het goed weet te regelen en anderzijds lageropgeleiden, migr anten, sommige ouderen en mensen met een licht verstandelijke beperking die d at niet lukt. 107 Versnellende of vertragende factoren Het pleidooi voor een participatiesamenleving was g edeeltelijk ingegeven door bezuinigingen. Op het moment dat die minder no dig zijn, is het minder noodzakelijk dat de overheid per se minder doet, en ontstaat ruimte om te denken over wat de overheid anders zou kunnen doen. Ook de nadelige maatschappelijke effecten van de roep om meer zelfr edzaamheid kan de aandacht voor het gebrek aan redzaamheid verstevige n.

Denk daarbij aan de sociale gevolgen van grotere ongelijkheid, of in he t bestuurlijke domein aan het feit dat een groep mensen niet meedoet aan burg erinitiatieven of nieuwe vormen van democratie. Relevantie voor decentrale overheden Op het moment dat de focus van beleid minder op de zelfredzaamheid komt te liggen en er meer aandacht zal zijn voor de bepe rkingen van het denk- en doenvermogen van mensen, zal dit het beleid op tal van terreinen veranderen. Het gaat daarbij wellicht in eerste instantie om he t sociale en gezondheidsbeleid, maar feitelijk raakt het hele handelen van de overh eid ten opzichte van zijn burgers: die zal meer empathisch en minder afstande lijk zijn, minder gericht op regels en meer op persoonlijke omstandigheden. H et gaat in feite om een nieuwe verbinding tussen inwoners waarbij systeem- en leefwereld dan dichter bij elkaar komen. 105 WRR, Weten is nog geen doen, een realistisch perspe ctief op redzaamheid, Den Haag 2017, blz. 20. 106 RVS. Eenvoud loont. Oplossingen om schulden te voor komen, Den Haag 2017, blz. 11. 107 https://www.movisie.nl/artikel/participatiesamenlev ing-anno-2017-volop-kansen 60 robots en zelfrijdende voertuigen tijd snelheid van de ontwikkeling Toelichting plek op trendcurve Er wordt veel gesproken over robotisering.

In sommi ge sectoren, de landbouw, de financiële wereld en delen van de industrie, is hij ook diep doorgedrongen. Sociale robots, daarentegen, staan nog maar aan het begin van de ontwikkeling. Ook de snelheid waarmee automatisch rijden zal word en ingevoerd lijkt nogal eens overschat te worden – evenals de impact van 3-D-pri nters. Om die reden wordt de trend op de curve naar beneden geplaatst: de roboti sering zal zeker plaatsvinden, maar de implementatie zal in veel domeinen nog lang ere tijd vergen. Wat is het? Robotisering is het overnemen van taken die eerst d oor mensen werden gedaan door intelligente machines, ofwel robots. Robots ku nnen fysieke vormen aannemen zonder eruit te zien als een robot, zoals machines in fabrieken of werkplaatsen, of automatisch rijdende auto’s. Ro bots in de zorg of in het onderwijs zijn daarentegen meer gericht op menselij k contact. De laatste jaren zien we ook steeds meer gebruik van chatbots in de dienstverlening. 108 De WRR verwijst naar een rapportage van de Internat ional Federation of Robotics uit 2015. Daarin staat dat in Nederland 8470 indust riële robots, ofwel 93 per 10.000 werknemers worden ingezet. 109 108 Zie ook: Rathenau Instituut, Werken aan de robotsam enleving. Visies en inzichten uit de wetenschap ove r de relatie technologie en werkgelegenheid, Den Haag 2 015. 109 WRR, De robot de baas.

De toekomst van werk in het tweede machinetijdperk, Den Haag 2015. Robots en zelfrijdende voertuigen 15 61 De verwachting is dat in de toekomst auto´s steeds zelfstandiger zullen rijden. Het aanbod van auto’s met verder ontwikkelde automa tische functies zal de komende jaren toenemen. Het is niet zeker dat er oo it volledig zelfrijdende auto’s het wegbeeld zullen bepalen. Wel is duidelijk dat d e ontwikkeling naar volledig zelfrijdende auto’s nog jaren zal duren. Bedrijven en onderzoeksinstellingen mogen nu testen met zelfrijdende auto’s en vrachtwa gens op de openbare weg. De Rijksoverheid heeft de wetgeving hiervoor aangep ast. Hierdoor kan ervaring worden opgedaan en zal de komende jaren veel geleer d worden. Ook wordt beter duidelijk wat nodig is voor een echte marktin troductie van zelfrijdende auto’s. Inmiddels zijn er ook zelfrijdende tractors . Er zijn nog veel tussenstappen nodig voordat volledig zelfrijdende auto’s te koop zijn. De vraag is ook welke (psychologische) tussenstappen er nodig zijn voorda t mensen de controle over hun voertuig uit handen durven geven. Hoe speelt het in Overijssel? De Smart Industry Agenda van Overijssel wil een boo st geven aan o.a. verduurzaming door digitaal te produceren. Robotise ring speelt daarbij een rol. 110 De Smart Welding Factory is bijvoorbeeld een lasfab riek waar robots aan het werk zijn.

Via de Industrie Agenda BOOST wordt inge zet op sociale innovatie en de inzet van technisch geschoold personeel. De agra rische sector is een van de eerste domeinen waar robotisering doorzet. De melkr obot is voor veel bedrijven niet weg te denken. 111 Aan de UT wordt gewerkt aan wearable robots. 112 Het is de verwachting dat automatisch rijden eerst zal plaatsvinden in relatief eenvoudige omgevingen, zoals campusterreinen, op af geschermde rijbanen en op snelwegen. Daar kan Overijssel zijn voordeel mee doen met zijn relatief rustige en overzichtelijke buitengebied en ruim opgezette c ampus en Technologybase in Twente waar fysieke en kennisinfrastructuur al ruim voorhanden zijn. Hoe wordt erover gesproken? Robots fascineren ons, maar roepen ook angsten op. De grootste angst is dat het ten koste gaat van werkgelegenheid. Daarover lopen de meningen zeer uiteen: volgens de Europese economische denktank Bruegel zo u in Nederland 49,5% van de banen gevoelig zijn voor automatisering. Bruegel vraagt ook aandacht voor de onzekerheid over robotisering van arbeid en het grote verschil in opvattingen tussen deskundigen hierover.

113 Sommigen zijn namelijk niet overtuigd dat 110 https://www.smartindustry.nl/nieuws/oost-nederland- geeft-industrie-een-boost/ 111 http://www.overijssel.nl/over-overijssel/cijfers-ka arten/wlo-scenario/wlo-scenario-0/wlo3-landbouw/ 112 https://www.utwente.nl/nieuws/!/2018/1/53589/wearab le-robotics-lab-op-weg-naar-lichte-robotpakken 113 Bruegel, The Computerisation of European Jobs. Who Will Win and Who Will Loose from the Impact of New Technology onto Old Areas of Employment?, 2014 . 62 robotisering werkgelegenheid doet afnemen, vooral o mdat werkzaamheden zullen veranderen en er ook nieuwe banen zullen ont staan. Onder andere in de bankensector zijn sinds de financiële crisis veel b anen verloren gegaan. Een vaak genoemde reden in de pers is de automatisering van de diensten. 114 Dit vraagt om andere vaardigheden van medewerkers. Over de kansen en voordelen van robots, zoals in de zorg met zorgrobot Zora, wordt veel ges proken. Eerste onderzoeken tonen voorzichtig aan dat robots zouden kunnen help en met handelingen en dat sociale interactie met robots helpt eenzaamheid te verminderen. 115 Robotisering biedt kansen voor de economie. Bedrijven halen prod uctie weer terug naar Nederland, omdat de productiekosten dalen dankzij d e inzet van intelligente machines. Bovendien ontstaat er behoefte aan arbeid bij de programmering en het onderhoud.

116 Onderzoek op gemeentelijk niveau bevestigt de guns tige effecten voor de arbeidsmarkt o.a. in de metaalsect or. 117 Versnellende of vertragende factoren Technologische doorbraken kunnen het proces van rob otisering versnellen. Spraakherkenning en visuele herkenning voor digital e interactie met consumenten zijn de laatste jaren al steeds meer toegepast. Ook lijken er vorderingen te worden gemaakt met helper-robots die mensen onderst eunen bij hun werk, al is het nog wachten op onafhankelijk onderzoek. 118 Vertragende factoren kunnen de lage loonkosten zijn van (Oost-Europese) werknemers. Dit speelt vooral in de land- en tuinbo uw. Het blijkt lastig om een robot te ontwerpen voor een hele reeks aan taken, z oals een verzorger of een verpleegkundige. Specifieke taken, zoals van een (d uurbetaalde) medisch specialist lenen zich beter voor robotisering. De investerings kosten bij robotisering zijn hoog. Samenwerken met robots en andere intelligente machines vraagt andere vaardigheden van het personeel en een toenemende vr aag naar hogere functies. 119 Ook dat kan een reden zijn om de keuze voor robotis ering vooruit te schuiven. 120 Relevantie voor decentrale overheden De ontwikkeling is relevant vanwege de effecten op de werkgelegenheid, maar ook de mogelijkheden in bijvoorbeeld het verkeer en de zorg.

De WRR heeft 114 Financiëel dagblad, Ontslagen in bankensector nog l ang niet voorbij, 22 november 2016. 115 https://www.onderzoek.hu.nl/Nieuws/De-positieve-eff ecten-van-zorgrobot-ZORA 116 Rathenau Instituut, Werken aan de robotsamenleving, Den Haag 2015. 117 Platform 31, Robotisering en automatisering in de m etaalsector: betekenis voor werk en onderwijs, Den Haag 2017. 118 Onderzoek naar de effecten van zorgrobot ZORA, inge zet door Utrechtse zorginstellingen is niet openbaa r beschikbaar. In de journalistiek worden hier kriti sche kanttekeningen bij gezet. Zie https://www.zorgictzorgen.nl/censuur-opvragen- onderzoeksrapport-zorgrobot-zora/ 119 LEI, De agrarische sector in Nederland naar 2020; P erspectieven en onzekerheden, Den Haag 2009, blz. 2 9. 120 Zie ook: WRR, De robot de baas. De toekomst van wer k in het tweede machinetijdperk, Den Haag 2015. 63 in 2015 een actieve robotagenda bepleit, waarin de complementariteit tussen mens en machine centraal staat. 121 Het Rathenau Instituut vraagt daarbij aandacht voor de rol van informatietechnologieën bij het cre ëren van nieuwe banen en maatschappelijke effecten zoals het mogelijke verli es van mogelijkheden om een inkomen te verwerven. 122 Ook de SER heeft een verkenning gedaan over de transitie naar de robotsamenleving en benadrukt het belang van een inclusieve arbeidsmarkt.

123 De SER spreekt daarbij het voornemen uit om een be leidsagenda op te stellen voor de korte en middellange termijn. 124 De Kabinetsreactie in 2017 sprak de ambitie uit vroegtijdig en gezamenlijk met robotisering aan de slag te gaan om het werk in de toekomst leuker te maken. 125 Een cynicus zou de conclusie kunnen trekken dat der gelijke zinnen er op wijzen dat het rijk deze uitdaging voorlopig niet oppakt. Overijssel zou dat wel kunnen doen. De beroepsbevolking krijgt met automatisering te maken. Het is goed die daar optimaal op voor te bereiden, bijvoorbeeld in het onderwijs. Daarnaast kan de Overijsselse economie baat hebben bij de robotis ering omdat de regio de technische industrie en kennis in huis heeft. 121 WRR, De robot de baas. De toekomst van werk in het tweede machinetijdperk, Den Haag 2015. 122 Rathenau Instituut, Werken aan de robotsamenleving. Visies en inzichten uit de wetenschap over de rela tie technologie en werkgelegenheid, Den Haag 2015, blz . 15. Zie ook: Rathenau Instituut, Robotisering en automatisering op de werkvloer, Den Haag, 2018. 123 SER, Mens en technologie. Samen aan het werk, Den H aag 2016, blz. 16. 124 SER, idem, blz.17.

125 Citaat uit nieuwsbericht op: https://www.ser.nl/nl/ actueel/nieuws/2010-2019/2017/20170214-kabinetsreac tie- robotisering.aspx “Als overheid, werkgevers en werknemers, onderwijsi nstellingen en de wetenschap vroegtijdig en gezamenlijk met deze uitdagingen aa n de slag gaan, kunnen we als samenleving de kansen van robotisering en digitalisering grijpen en zorgen w e ervoor dat technologie in de toekomst, net als in het verleden, leidt tot meer welvaart, een evenwichtig e inkomensverdeling en meer en leuker werk voor ied ereen.” 64 tijd snelheid van de ontwikkeling spanning westerse / niet-westerse achtergrond Toelichting plek op trendcurve Nederlanders geven aan veel spanningen tussen autoc htonen en migranten te beleven. De integratie van migranten met een nie t-westerse achtergrond is zeker niet zonder problemen, maar de cijfers gev en aan dat hij wel degelijk plaatsvindt. Om die reden schatten wij in dat de er varen spanningen zullen verminderen. Uiteraard kan deze inschatting anders worden door een veelheid aan omstandigheden, zoals bijvoorbeeld een terroris tische daad of spanningen in het land van herkomst. Wat is het? Tegelijk met de komst van vluchtelingen zijn in Ned erland de zorgen over immigratie en integratie toegenomen. 126 Daarbij wordt de tweedeling vaak in religieuze termen geduid: mensen ervaren dan een grotere tegenstelling tussen moslims en niet-moslims.

127 De spanningen uiten zich ook in toenemende klachten over discriminatie. Een toenemend aantal m oslims voelt zich minder welkom in Nederland. 128 126 SCP, Burgerperspectieven 2016-4, blz. 16-17. 127 IPSOS, Prinsjesdagonderzoek 2016, blz. 16-17. Zie o ok CBS, Gerapporteerde spanningen in de samenleving en eigen ervaringen daarmee, Den Haag 2017, blz.5- 6. 128 I. Andriessen, Discriminatie herkennen, benoemen, m elden, Den Haag 2017, blz. 10. Spanningen tussen Nederlanders met Westerse en niet -Westerse achtergrond 16 Westerse achtergrond Westerse achtergrond Hoe speelt het in Overijssel? In Overijssel zijn er op diverse plekken aanslagen geweest op moskeeën en waren de discussies over AZC´s soms zeer fel.129 Tegelijkertijd groeit de omvang van de groep Nederlanders met een Marokkaanse en Turkse achtergrond in Overijssel al een aantal jaar niet meer (zie onderstaande tabel).

Dit heeft wellicht een dempend effect op waargenomen spanningen (hoewel Nederlanders geneigd zijn het aantal moslims in Nederland te overschatten: men denkt dat 19% van de bevolking moslim is, terwijl dat 6% is ).130 Aantal mensen met een westerse en niet-westerse migratieachtergrond in Overijssel, 2000 - 2018 Overijssel | aantallen bevolking 2000 | 2005 | 2010 | 2015 | 2018 totale bevolking | 1077625 1109432 1130345 1140652 | 1151501 niet-westerse allochtoon | 62852 | 75869 | 81501 | 86193 | 95335 westerse allochtoon | 75362 | 77053 | 78992 | 79826 | 80421 Marokko | 3577 | 4072 | 4290 | 4308 | 4371 (voormalig) Ned. Antillen en Aruba | 3232 | 4046 | 4348 | 4604 | 4952 Suriname | 4789 | 5090 | 5273 | 5398 | 5577 Turkije | 30727 | 33969 | 35133 | 34702 | 34365 Bron: CBS Hoe wordt erover gesproken? De spanningen tussen autochtonen en migranten staan in het middelpunt van de politieke belangstelling in Nederland. Versterkende of vertragende factoren Er zijn vele mogelijke oorzaken die de spanningen tussen autochtonen en niet- Westerse migranten kunnen vergroten, zoals bijvoorbeeld aanslagen en oorlogen die nieuwe vluchtelingen tot gevolg zullen hebben. Als mensen het idee hebben dat sprake is van oneerlijke concurrentie om werk of woonruimte kan dat ook tot meer spanningen leiden.

De door het SCP genoemde ‘balkanisering’ van de samenleving, waarbij mensen steeds meer in ‘bubbels’ van groepen met een eigen visie op de realiteit leven, kan eveneens tot toenemende sociaal-culturele spanningen leiden.131 Daarentegen is er een aantal structurele ontwikkelingen die spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen kunnen verminderen. Nederlanders met een niet-westerse achtergrond integreren in Nederland. Het opleidingsniveau 129 I. van der Valk, Angst, een slechte raadgever voor beleid, Zwolle, 2017 (essay geschreven voor verkenning ‘Grotere Tegenstellingen?’ van het Trendbureau Overijssel). 130 http://nos.nl/artikel/2163084-het-aantal-moslims-stijgt-maar-met-hoeveel.html 131 SCP, De Toekomst Tegemoet, Den Haag, 2016. 65 66 van Nederlanders met een Turkse en Marokkaanse acht ergrond stijgt bijvoorbeeld sterk; vooral onder meisjes. 132 Ook andere indicatoren laten een positieve trend zien: het misdaadcijfer onder mensen met een niet-w esterse achtergrond daalt sinds 2004. 133 De identificatie met Nederland is in de tweede gen eratie Marokkanen en Turken duidelijk groter dan in de eerste generat ie. 134 Een belangrijke indicator waar een dergelijk integratieproces niet plaatsvind t is de arbeidsparticipatie. Die blijft op hetzelfde niveau, ongeveer 12% lager dan die van de autochtone Nederlanders.

135 Relevantie voor decentrale overheden Gemeenten en provincie hebben meerdere beleidsalter natieven als het gaat om spanningen tussen migranten en autochtonen. Somm ige overheden zullen proberen actief de kloof tussen groepen te overbrug gen. Andere overheden zullen de nadruk op handhaving leggen en vooral in de gaten houden dat mensen niet radicaliseren. Weer een andere aanpak is om al s gemeente of provincie voorbereidingen te treffen op een situatie van snel le escalatie na bijvoorbeeld een aanslag in Nederland. 132 SCP, Integratie in Zicht?, Den Haag, 2016, blz. 64- 65. 133 Idem, blz. 157. 134 Idem, blz. 215. 135 Idem, blz. 81. 67 Toelichting plek op trendcurve Sinds het begin van de jaren negentig is er in Nede rland een trek naar de stad. Daar lijkt een einde aan gekomen. Sinds 2007 is het saldo van de vijf Overijsselse steden Almelo, Deventer, Enschede, Hen gelo en Zwolle gezamenlijk negatief. Sinds 2015 is bovendien het saldo van de vier grote Randstedelijke steden met de rest van Nederland negatief: er vertr ekken meer mensen vanuit de vier steden dan zich daar vestigen (dat de vier grote steden toch fors groeien komt door buitenlandse migratie en natuurlijke aanw as (geboorten)). Om die reden plaatsen we de trend over de top van de curve , met de kanttekening dat de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling gro ot is.

Wat is het? Onder urbanisatie, ofwel verstedelijking, verstaan we de trek van inwoners van het platteland naar de stad. Van 2004 tot 2013 is deze beweging duidelijk zichtbaar in de cijfers van het CBS. Sinds 2009 von d 37% van de totale Nederlandse bevolkingsgroei plaats in Amsterdam, De n Haag, Rotterdam en Utrecht. In de periode 2004-2009 was dit aandeel sl echts 21%. Sinds 2009 is de verstedelijking van Nederland in de vorm van con centratie van de bevolking in de vier grote steden dus doorgegaan. Overigens i s de trek naar de stad een fenomeen dat pas vanaf rond 1990 dominant werd. De twee decennia daarvoor was juist sprake van een trek van de stad naar buit en. Dat wil overigens niet urbanisatie tijd snelheid van de ontwikkeling Urbanisatie 17 68 zeggen dat niemand in grote steden wil wonen. De wo ningprijzen zijn in de vier grote steden vanaf 2000 sneller gegroeid dan i n de rest van Nederland en de voorkeur voor stedelijke omgeving onder huishoud ens die willen verhuizen neemt in de periode 1981-2015 toe. 136 Hoe speelt het in Overijssel? Vanaf 2002 daalt het vestigingssaldo van de vijf gr ote steden in Overijssel. 137 Vanaf 2007 is dit saldo zelfs negatief. In het land elijke gebied is het vestigings- saldo tussen 2002 en 2017 juist gestegen. Het platt eland wint aan populariteit (zie onderstaande figuur).

Er zijn wel grote versch illen tussen de steden: waar in Deventer, Almelo, Hengelo en Enschede de afgelop en 10 jaar sprake was van een negatief binnenlands migratiesaldo, was die in Zwolle in die periode steeds positief. 138 Overigens groeien de meeste Overijsselse steden on danks een negatief binnenlands migratiesaldo. Dat kan komen d oor immigratie vanuit het buitenland of door een positief saldo bij geboorten en sterfgevallen. Hoe wordt erover gesproken? Volgens prognoses van het CBS zet de urbanisatie do or. Van de verwachte groei van de Nederlandse bevolking, bijna 950 duizend tus sen 2015 en 2030, zal bijna drie kwart plaatsvinden in de grotere gemeenten (me t 100.000 of meer inwoners). De grootste groei wordt verwacht in de vier grote s teden, die in 2030 gemiddeld 15% meer inwoners dan in 2015 zullen tellen.

Amster dam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn volgens het CBS samen goed voor een derde van de Nederlandse 40 20 0 -20 -40 -60 Overijssel totaal Vijf grote steden Overijssel Vier grote steden Randstad Landelijk gebied Overijssel 2003 2004 2002 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Netto vestiging per jaar (per 10.000 inwoners) uit andere gemeenten, steden Randstad, Overijssel en landelijk gebied, 2002 - 2017 136 Ruimte+Wonen, De triomf van stedelijke voorkeur, 20 17, https://www.ruimteenwonen.nl/de-triomf-van- de-stedelijke-voorkeur 137 Paragraaf gebaseerd op CBS-gegevens, bewerkt door a fdeling Beleidsinformatie, Provincie Overijssel. 138 Bron: CBS. 69 bevolkingsgroei tot 2030. Deze groei is echter niet toe te schrijven aan de trek van mensen van het platteland naar de stad. Het is te danken aan buitenlandse migratie en het feit dat er in de grote steden meer geboorten zijn. Versnellende of vertragende factoren In de Welvaart en Leefomgeving-scenario’s geven het PBL en het CPB aan dat er een fundamentele onzekerheid is over de mate van sp reiding van de bevolking. Zij werken twee scenario´s uit: een Scenario Hoog m et hoge economische groei en een concentratie op de Randstad en een Sce nario Laag met lage economische groei en een spreiding van de bevolking over meer delen van Nederland.

Opmerkelijk genoeg is de laatste twe e jaar sprake van een combinatie van hoge economische groei en spreiding van de bevolking. De groei is op het ogenblik meer dan 2% (hoger dan het hoge groei scenario) en het vestigingssaldo van Overijssel met de vier g rote steden in de Randstad is positief: sinds 2015 vertrekken er meer mensen u it de vier grote steden naar Overijssel dan andersom. 139 Relevantie voor decentrale overheden De geschetste ontwikkelingen hebben consequenties v oor het woonbeleid en het economisch beleid. Het is belangrijk de ontw ikkelingen in de gaten te houden, bijvoorbeeld als het gaat om de vraag naar woningen of het aanbod aan beroepskrachten. Er zijn in Overijssel gebieden waar krimp plaatsvindt – en dat zal in de toekomst in meer gevallen zo zijn – maar het algemene beeld dat het landelijk gebied ‘leegloopt’ lijkt niet te kloppen. 139 Dit scenario wordt door het CPB en PBL wel verkend in de aanvullende onzekerheidsverkenningen: CPB, PBL, Toekomstverkenning welvaart en leefomgev ing, Cahier Regionale ontwikkeling en verstedelijki ng, Den Haag 2015, blz. 30 e.v. 70 circulaire economie tijd snelheid van de ontwikkeling Toelichting plek op trendcurve Het begrip circulaire economie bestaat al enige tij d. De overheden willen Nederland in 2050 tot een circulaire economie maken .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/12bcab50-048d-452f-b3fc-6b172798457b?agendaItemId=d5c7141c-8b70-405b-ab44-66b000d3a44a