8.0 Trendbureau - Trendcurve 2019.pdf
Tekst van het document
Maar daarmee is het nog niet gezegd dat er al veel circulaire productiekete ns zijn. De doorvertaling naar de praktijk begint te komen, maar de implementatie blijkt niet eenvoudig. Het PBL schat in dat op dit moment 4 tot 5% van de werkgelegenheid te relateren is aan circulair economische activiteiten, maar dat dit vooral activiteiten uit de traditionele, lineaire economie zijn. 140 Daarom hebben we deze trend over de top van de eerste fase geplaatst. Wat is het? Circulaire economie is ‘een economisch systeem dat bedoeld is om herbruik- baarheid van producten en grondstoffen te maximalis eren en waardevernietiging te minimaliseren’. 141 Het gaat om de transitie van een lineaire economie gericht op winning, maken en weggooien naar een circulaire eco nomie waarin grondstoffen en producten in een gesloten kringloop blijven en a fval minimaal is. Het vormt een antwoord op het probleem van een toenemend gron dstoffengebruik en daarmee gepaard gaande milieu-impact en grondstoffe nschaarste. 140 PBL, Circulaire economie in kaart, Den Haag 2019; T rouw, De circulaire economie is al groter dan gedac ht, 11 januari 2019. 141 MVO Nederland. Circulaire economie 18 Circulaire economie Circulaire economie Circulaire economie Circulaire economie Circulaire economie 71 De toepassing van circulaire economie in de praktij k staat nog in de kinderschoenen en beperkt zich veelal nog tot pilot s.
Tegelijkertijd toont het bedrijfsleven in toenemende mate interesse in circu lair ondernemen, circulaire verdienmodellen en alternatieven voor fossiele gron dstoffen. Activiteiten circulaire economie per gemeente, 2018 Alle transitieagenda’s Hoe speelt het in Overijssel? Oost Nederland wil koploper worden in de circulaire economie. CIRCLES is de (fysieke en digitale) ontmoetingsplek die daarbi j faciliteert. Het is een samenwerking van onder meer VNO NCW Midden, Cleante ch Center, Universiteit Twente en Kennispoort Regio Zwolle. 142 Achterliggende notie is dat de condities voor een circulaire economie bij uitstek in het Oos ten voor handen zijn: een maakindustrie die baat heeft bij goedkope en zekere grondstoffen, technische kennis en een traditie om samen te werken. Overijssel kent diverse onderzoeksgroepen die actie f zijn op het gebied van de biobased economy, zowel in de Cleantech regio al s in Twente en de regio 142 J. Jonker e.a. hebben ook een position paper gepubl iceerd: ´Circulaire Economie in Oost-Nederland, visietraject voor het versnellen van een transitie in de komende tien jaar.´, 2016.
72 Zwolle. Daarnaast huisvest de provincie innovatieve bedrijven die actief zijn in specifieke niches, zoals bijvoorbeeld bio-energie, en een wereldpositie hebben verworven. Bedrijven, kennisinstellingen en overhed en werken samen in BIC-ON, het Bio Economy Cluster Oost Nederland. Overijssel is voor het behalen van zijn doelstellingen voor vermindering van het gebruik va n fossiele energiebronnen voor een fors deel afhankelijk van biomassa. In het Overijsselse bedrijfsleven is er groeiende a andacht voor circulariteit. Ondernemingen als Auping (bedden/matrassen), Solid Pack (plastic recycling uit papierstromen), BMA (kantoormeubilair) en Schag en Infra (GWW) lopen daarin voorop. Er ontstaan steeds meer netwerken wa ar kennis over circulariteit uitgewisseld wordt. Zo werken ondernemers, onderzoe k, onderwijs en overheid in ‘the green east’ samen aan het gezamenlijk dooro ntwikkelen van een duurzame agri-foodsector. En in het Polymer Science Park (PSP) buigen 150 kunststofbedrijven in de regio Zwolle zich over ond er meer het recyclen van plastic. Eind 2018 is er voor Twente een regiodeal met het rijk rond textiel gesloten met als doel een goed functionerende keten voor hoogwaardige circulaire textielproductie. De provincie Overijsse l werkt samen met regionale partners aan regionale transitieagenda’s om de over gang naar een circulaire economie te stimuleren.
Overijsselse gemeenten en d e provincie besteden steeds meer aandacht aan circulair inkopen en aanbe steden, bijvoorbeeld voor infrastructurele werken. Dat geldt ook voor de waterschappen. De ‘Grondstoffen- en energiefabriek’ van het waters chap is een initiatief om de rioolwaterzuiveringen energieneutraal en op den duur zelfs energieleverend te krijgen. 143 Hoe wordt erover gesproken? De term circulaire economie wordt op verschillende manieren gebruikt. Voor sommige mensen is het hergebruik van materialen al een voorbeeld van de circulaire economie, voor anderen gaat het – veel b reder - veeleer om het zo min mogelijk gebruiken van grondstoffen. Het PBL on derscheidt 9 verschillende vormen. De komende jaren zullen in het teken staan van een nadere concretisering hoe een circulaire economie in Nederland eruit kan komen te zien en hoe de voortgang ernaar toe te meten is. Veel provincies, regio’s, gemeenten en waterschappe n zijn volop bezig met de overgang naar een circulaire economie. Volgens de R aad van de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) is dat ook het schaalniveau wa arop een circulaire economie tot stand komt. Op lokaal schaalniveau worden bijvo orbeeld circulaire burger- initiatieven bedacht en experimenteren bedrijven me t circulaire ontwerpen en 143 https://www.wdodelta.nl/waterthema/schoon-water/zui veren-afvalwater/grondstoffen/ 73 productketens.
Het is ook op dit schaalniveau waar decentrale overheden een mix van maatregelen kunnen inzetten om de ontwikkeling van een circulaire economie te faciliteren en te stimuleren. 144 Versnellende of vertragende factoren De beleidsmatige aandacht voor circulaire economie vanuit de overheid kan voor een versnelling zorgen en een toename in circu lair opererende bedrijven en regionale clusters. Ook organisaties als het Gro ene Brein en MVO Nederland helpen om circulaire economie verder te brengen. De aandacht van inspirerende ondernemers zoals Thomas Rau helpt eveneens om mens en aan te zetten tot circulair ondernemen. Tot slot is ondernemerschap p opulair onder jonge mensen. Een gedeelte daarvan heeft groene, duurzame ambitie s. De cultuur binnen een sector kan een vertragende fa ctor zijn. De bouwsector heeft bijvoorbeeld een conservatief imago als het g aat om duurzame oplossingen. Desalniettemin zijn er bedrijven in de bouw en de GWW-sector die experimenteren met de biobased oplossingen. 145 Relevantie voor decentrale overheden Overijssel komt op tal van terreinen de circulaire economie tegen: het afvalbeleid, de deeleconomie, de bouw, de inrichting van de open bare ruimte, het werk van waterschappen en inkopen door de overheid.
Het is niet zo dat de huidige ontwikkeling de overheden de komende vier jaar zal dwingen actief mee te werken aan de realisering van een circulaire economie, maa r de trend is wel volwassen genoeg om ervoor te kunnen kiezen dat te doen. De c irculaire economie is voor een deel ook een regionale economie. Het rijk zet in op meer duurzaam en innovatief gebr uik van biomassa in Nederland. 146 De Green deals tussen de overheid en het bedrijfsl even maken deze ambities concreet. 147 Voor Overijssel kan de biobased economy van belang zijn in het kader van de transitie in de landbouw, de energietransitie, vanuit duurzaamheidsoverwegingen, en economische innovatie . Provincie, waterschappen en veel gemeenten zijn bezig met de realisatie van biomassaprojecten. 148 144 RLI, Circulaire Economie – Van wens naar uitvoering , juni 2015. Uit een enquête van de VNG blijken vri jwel alle gemeenten de ambitie te hebben om zich in te zette n voor de circulaire economie: 95% van de 146 gemeenten die deelnamen: https://vng.nl/onderwerpe nindex/economie/nieuws/ambitieus-en-enthousiast- gemeenten-gaan-circulair. 145 Blog Tim van Dorsten, 5 oktober 2016: https://www.d uurzaamgebouwd.nl/circulaire-economie/20161005- de-bouw-is-niet-conservatief-maar-heel-innovatief 146 Ministerie van Economische Zaken, Biomassa 2030: St rategische visie voor de inzet van biomassa op weg naar 2030, Den Haag 2015, blz.
3-4. 147 RVO, Monitoring biobased economy in Nederland 2015, Den Haag 2016, blz. 18-21. 148 Zie bijvoorbeeld het symposium van Stichting Probos ‘Gemeentes en houtige biomassa, van beleid naar realisatie.’, 1 november 2016. 74 tekorten arbeidsmarkt tijd snelheid van de ontwikkeling Toelichting plek op trendcurve Er zijn op dit moment tekorten op de arbeidsmarkt d ie aandacht van de overheid vergen. Er zijn goede redenen om te denken dat de t ekorten groter worden. Toch hebben we de trend vóór de golf naar beneden geplot omdat de arbeidsmarkt het karakter van een varkenscyclus kent: er komen t egenbewegingen door onder meer robotisering, arbeidsmigratie of loonsverhogin g. Wat is het? Doordat het aantal vacatures oploopt bij een afneme nde werkloosheid, neemt de spanning op de arbeidsmarkt toe. Eind 2017 stond tegenover elke open- staande vacature gemiddeld 1,8 personen die geen be taald werk hebben maar daar wel direct voor beschikbaar zijn en ook recent gezocht hebben. Hierdoor verkeert de arbeidsmarkt voor het eerst sinds de ho ogconjunctuur van 2007- 2008 weer in de fase van een gespannen arbeidsmarkt : de vraag naar arbeid is bovengemiddeld en het beschikbare aanbod van arbeid relatief laag. 149 Sinds 2017 is die spanning toegenomen.
150 Tekorten op de arbeidsmarkt ontstaan niet alleen doordat te weinig aanbod van arbeid, ma ar door een mismatch tussen vraag en aanbod: de vacatures vragen specifi eke kwalificaties waaraan werkzoekenden niet voldoen. 149 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/07/arbeidsmark t-raakt-verder-gespannen 150 http://visualisatie.cbs.nl/nl-NL/Visualisation/Span ningsmeterArbeidsmarkt Tekorten op de arbeidsmarkt 19 75 Hoe speelt het in Overijssel? De krapte op de arbeidsmarkt is in Overijssel minde r sterk dan gemiddeld in Nederland. Medio 2018 was er in Overijssel een grot e krapte bij beroepen in de ICT en techniek en een krapte in logistieke en d ienstverlenende beroepen. 151 De krapte voor technische beroepen is in Overijssel van groot belang gezien de aanwezigheid van technologische bedrijven in Twe nte. De demografische ontwikkelingen in Overijssel biede n geen soelaas: volgens de ‘normale’ prognoses groeit de beroepsbevolking niet of nauwelijks in Overijssel. In Twente en Zuidwest Overijssel is er een daling v oorzien van het aantal mensen tussen de 15 en 65 jaar, in COROP-gebied Noordwest Overijssel wordt een stabilisatie voorzien. 152 Dit zorgt op zichzelf al voor spanning bij een aan trekkende economie. De werkloosheid in Overijssel daalt harde r dan gemiddeld in Nederland (6,2% vs.
4,2%): 153 dit is zowel in regio Zwolle als in regio Twente het geval, mogelijk door sterke aanwezigheid bouw e n industrie. Spanning op de arbeidsmarkt in Overijssel per secto r 154 151 https://arbeidsmarktinzicht.nl/spanning-op-de-over ijsselse-arbeidsmarkt-neemt-verder-toe 152 Hierbij moet worden aangetekend dat in de WLO-scen ario’s 2015 door CPB en PBL behoorlijke onzekerheidsmarges worden aangegeven wat betreft d e omvang van de beroepsbevolking. 153 UWV, 2018. 154 Bron: https://arbeidsmarktinzicht.nl/spanning-op-d e-overijsselse-arbeidsmarkt-neemt-verder-toe 2018 kwartaal 2 spanningsindicator UWV agrarische beroepen commerciële beroepen dienstverlenende beroepen managers pedagogische beroepen transport en logistiek beroepen bedrijfseconomisch en administratief creatieve en taalkundige beroepen ict beroepen openbaar bestuur, veiligheid en juridisch technische beroepen zorg en welzijn beroepen 0,00 1,00 2,00 3,00 4,00 5,00 6,00 76 Hoe wordt erover gesproken? Wat opvalt is het sterk wisselende karakter van het gesprek over de arbeidsmarkt en de sterke samenhang daarvan met de economische c onjunctuur. Een aantal jaar geleden, in crisistijd, was er veel aandacht v oor de ruime arbeidsmarkt, met bijvoorbeeld een hoge werkloosheid bij ouderen en onder MBO-ers door robotisering.
Nu zijn MBO-geschoolden niet aan te s lepen en hebben bedrijven moeite met het vinden van (geschikt) personeel. Str ucturele tekorten hebben een sterke relatie met de elders genoemde trends digita lisering en robotisering en hebben betrekking op beroepen in de ICT en techniek . Versnellende of vertragende factoren De tekorten op de arbeidsmarkt hangen sterk af van de economische conjunctuur. De relatief sterke aanwezigheid van conjunctuurgevo elig sectoren in de regio zoals de bouw, de transportsector en de industrie z ijn een versterkende factor bij economische schommelingen. Daarnaast kunnen de teko rten worden getemperd door hogere lonen, langere werktijden, grotere arbe idsparticipatie en langer doorwerken. Migratie speelt ook een belangrijke rol : het is de enige manier is om de beroepsbevolking in een regio op korte termijn t e vergroten. Om de kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te verkleinen is (om)- scholing van belang. Voor het aantrekken en behoude n van vooral hoogopgeleide arbeidskrachten speelt een prettige leef- en woonom geving een rol. Relevante voor decentrale overheden Overheden hebben beperkte mogelijkheden om tekorten op de arbeidsmarkt tegen te gaan aangezien deze gestuurd worden door d e economische conjunctuur.
Een van de mogelijkheden voor provincie en gemeente n is om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een baan te helpen via afspraken met bedrijven en via (bij- of om-) scholing, een andere is om de reg io aantrekkelijker te maken voor werkenden. 155 Daarnaast kan worden geprobeerd de aansluiting tus sen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren, onder meer door het aanbod van opleidingen op elkaar te laten sluiten. Met de aanwezigheid van de technische universiteit en verschillende hogescholen in de regio liggen hier k ansen. De vraag is vervolgens wel hoe je afgestudeerde daarna in de regio houdt. 155 Zie bijvoorbeeld https://www.twente.com/organisatie s/expat-center-east-netherlands 77 Toelichting plek op trendcurve Voor decentrale overheden is de complexiteit toegen omen met de decentralisatie van taken naar lagere overheden en de gevolgen van de netwerksamenleving en de platformdemocratie. 156 Een plek op het midden van de opgaande lijn: de complexiteit kan nog toenemen door de samenhang tussen nieuwe taken, financiële vraagstukken en groeiende onzekerheid ov er maatschappelijke ontwikkelingen. Wat is het? Decentrale overheden krijgen steeds meer taken. De trend die is ingezet met het overdragen van de taken in het sociale domein naar gemeenten zet zich voort. De energietransitie en duurzaamheidsopgave voegen d aar een nieuwe dimensie aan toe.
Daarin spelen provincie, waterschappen en gemeenten gezamenlijk een belangrijke rol. Diverse maatschappelijke opgav en ontwikkelen zich snel en klimaat- en energietransitiebeleid komen in de k omende periode tegelijk op decentrale overheden af. Dit alles in een periode w aarin de verhoudingen tussen overheid en samenleving zijn veranderd. 157 Voor gemeenten speelt daarnaast de implementatie van de Omgevingswet en de financiële situatie door de kosten voor het sociaal domein. De complexiteit uit zich o ok in het grote aantal partijen op verschillende niveaus waarmee de overheid moet s amenwerken. toenemende complexiteit decentrale overheden tijd snelheid van de ontwikkeling 156 https://www.raadopenbaarbestuur.nl/actueel/weblogs/ weblog/2018/de-platformdemocratie 157 https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publi caties/2012/11/22/loslaten-in-vertrouwen Toenemende complexiteit takenpakket decentrale overheden 20 Toenemende complexiteit Toenemende complexiteit takenpakket decentrale takenpakket decentrale 78 Dat roept vragen op over democratische legitimatie maar ook over hoe politici in de huidige netwerksamenleving hun werk moeten do en. De decentralisaties betekenen voor raadsleden een forse verzwaring van in ieder geval het raadswerk waarvan nog niet duidelijk is wat de exacte omvang is. 158 Er is sprake van een groeiende onzekerheid onder in woners.
Kim Putters, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau, ste lt naar aanleiding van de ‘gele hesjes’: ”Er komt veel samen. Het zijn ongelijksoor tige zorgen en argumenten maar het sleutelwoord is onzekerheid. Die concentre ert zich op werk, inkomen, zorg en immigratie. We weten niet wie voor de klima atakkoorden gaat betalen.” Volgens Putters haakt zo’n 25 tot 30 procent van de totale populatie af. De onzekerheid ‘nestelt zich’ daarnaast in de midde ngroep van veertig tot vijftig procent. En dan is er nog een optimistische groep v an tussen de 25 en 30 procent van vaak hoogopgeleiden. 159 Hoe speelt het in Overijssel? In de collegeakkoorden in Overijssel wordt ambitieu s gesproken over de opgaven in het sociaal domein, duurzaamheid, energi etransitie, klimaat en burger- en overheidsparticipatie. De financiële ver taling ontbreekt vaak nog. De positieve effecten van de aantrekkende economie zoals een hogere algemene uitkering gemeentefonds worden gebruikt om de tekorten in het sociaal domein te dekken. Dat raakt ook de uitvoeri ng van maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie , toekomst landelijk gebied en circulaire economie.
Het provinciaal bestuur legt in het huidige coaliti eakkoord ‘Overijssel werkt!’ de nadruk op netwerksturing: “Kwalitatief goed en s amenwerkend bestuur is van groot belang voor een effectieve en efficiënte aanpak van maatschappelijke opgaven in Overijssel” en “De veranderende samenlev ing vraagt om een interactieve en participatieve overheid die dichtbi j en bereikbaar is en die ruimte geeft aan initiatieven van inwoners en bedrijfsleve n.” De provincie Overijssel investeert met Studio Vers Bestuur in bestuurlijke innovatie en dialoog tussen overheid, maatschappelijke partners en inwoners. Hoe wordt erover gesproken? Het NSOB stelt dat de grote opgaven van deze tijd z oals de energietransitie, de ontwikkeling van de woningmarkt en de transitie in het sociaal domein niet 158 https://www.raadsleden.nl/sites/www.raadsleden.nl/f iles/documenten/eindrapportage_handreiking_werkdruk _ door_raadslid.nu_ned_vereniging_voor_raadsleden.pd f 159 https://www.nrc.nl/nieuws/2018/12/07/ook-in-nederla nd-zijn-de-gele-hesjes-heel-boos-op-alles-a3059957 79 door één bestuurslaag en ook niet door de overheid alleen kunnen worden gerealiseerd . Per opgave moet worden bekeken welke (combinaties van) bestuurslagen nodig zijn. De bestuurlijke indeling en bestuurlijke verhoudingen tussen actoren zijn daarbij volgend aan de aard van het vraagstuk dat op tafel ligt, zo stelt het NSOB.
160 De VNG stelt in haar Agenda 2020: “Rollen en taakop vattingen mogen veranderen, van de gemeente wordt hoe dan ook meerwaarde verwac ht. De vraag naar meerwaarde wordt sterker maar moeilijker te realise ren. De lat gaat omhoog, de terreinen waarop de gemeente kan presteren breid en zich uit. Het beschikbare instrumentarium is echter beperkt.” Het Interbestuurlijk Programma (IBP) stelt over het onderwerp goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving: ”Complexe opgaven vragen om een sterke democratie en bestuur dat in staat is om problemen op te lossen en dat te doen op een wijze die aansluit bij de eisen van deze tijd. Dat betekent opereren als democratische overheid (betrokken, bet rouwbaar, effectief), als één overheid (samenwerkend in de uitvoering) en als iOv erheid (die digitalisering en informatie-uitwisseling benut). 161 Versnellende of vertragende factoren Maatschappelijke (on)vrede en vertrouwen van inwone rs lijken een belangrijke factor voor de complexiteit van taken van gemeenten . De uitbreiding van het takenpakket van gemeenten heeft invloed op de begro tingen van gemeenten. Relevantie voor decentrale overheden Voor veel maatschappelijke opgaven geldt dat ze zic h niet beperken tot het domein van één specifieke bestuurslaag. Om maatscha ppelijke opgaven aan te pakken is samenwerking over bestuurslagen he en vereist.
In het IBP is afgesproken te werken aan één overheid; dat verg t meer situationele arrangementen en vormen van samenwerken met een mee r flexibele organisatie en een meer adaptieve werkwijze (geen blauwdrukken) . De provinciale overheid heeft een belangrijke rol voor de kwalitei t van het openbaar bestuur. Daarnaast kan de provincie een rol spelen als kenni smakelaar, verbinder of met experimenteerruimte en - middelen. 160 https://www.nsob.nl/wp-content/uploads/2018/11/NSOB -18-18-DT_EUR-web-20181127.pdf 161 https://vng.nl/files/vng/brieven/2018/attachments/p rogrammastart_ibp.pdf 80 tijd snelheid van de ontwikkeling verdwijnen van waarheid Toelichting plek op trendcurve Ondanks de groeiende digitale afhankelijkheid, stij gt het inzicht en de weerbaarheid van burgers ten opzichte van onbetrouw bare informatie niet even hard. De mediawijsheid van burgers blijft acht er. 162 Zo overschatten Nederlandse jongeren hun vermogen om de kwaliteit e n betrouwbaarheid van online nieuwsberichten goed te beoordelen. We p lotten daarmee deze ontwikkeling in de opgaande lijn. Wat is het? Het post truth tijdperk kenmerkt zich door de nieuw e informatie infrastructuur van het internet. Hierdoor krijgen mensen makkelijk toe gang tot informatie. De bron van de informatie is vaak onhelder – het belang van redacties wordt minder omdat er veel gratis informatie is.
Bovendien is er minde r sprake van een gedeelde informatiebron (het 8 uur journaal). In plaats van een gedeelde waarheid bestaan er verschillende versies van de waarheid naast elka ar, vaak op verschillende platformen: een concurrerende kennisinfrastructuur. Hierbij gaat het niet zozeer 162 - Keulen, I. van, I. Korthagen, P. Diederen en P. v an Boheemen (2018). Digitalisering van het nieuws – Online nieuwsgedrag, desinformatie en personalisatie in Nederland. Den Haag: Rathenau Instituut. - Howard, P. N., & Kollanyi, B. (2016). Bots, #str ongerin, and #brexit: Computational propaganda duri ng the uk-eu referendum. https://arxiv.org/ftp/arxiv/pa pers/1606/1606.06356.pdf. - Van Est, R. & J.B.A. Gerritsen, with the assista nce of L. Kool, Human rights in the robot age: Chal lenges arising from the use of robotics, artificial int elligence, and virtual and augmented reality – Expe rt report written for the Committee on Culture, Science, Education and Media of the Parliamentary Assembly of the Cou ncil of Europe (PACE), The Hague: Rathenau Instituut 201 7. Verdwijnen van waarheid / fake news 21 81 om het al dan niet waar zijn van informatie, maar v eeleer om de beoordeling daarvan: in welke context wordt informatie gezien e n gepresenteerd, framing van informatie en personaliseren (en dus filteren) van informatie.
Ook het vertrouwen in expertise is aan verandering onderhevig: er zijn steeds meer mensen die als expert worden aangevoerd, maar daarvan zijn burgers niet altijd meer onder de indruk. Door de competitie van verschillende kennis systemen, zullen burgers informatie die binnen hun systeem past eerder als b etrouwbaar beoordelen. Naast de verspreiding van onzekere informatie, neme n ook de mogelijkheden tot digitale beïnvloeding toe (zoals met de inmenging i n verkiezingen). Dergelijke beïnvloeding komt op grote schaal voor door bedrijv en die, op basis van online kenmerken, informatie voor de consument filteren. O ok bestaan er steeds meer realistische automatische nepaccounts, ofwel social bots. Hoe speelt het in Overijssel Uit het rapport ‘Digitalisering van het nieuws; onl ine nieuwsgedrag, desinformatie en personalisatie’ 163 van het Rathenau Instituut blijkt dat er in Nederl and nog geen grote negatieve impact op de samenleving is do or een sterk mediabestel, pluriforme nieuwsconsumptie en een hoog vertrouwen in de media. Hierdoor is het risico klein dat online ‘filter bubbels’ ontsta an waarin mensen zich eenzijdig informeren over hun omgeving. In het regeerakkoord is jaarlijks 5 miljoen euro extra vrijgemaakt voor onderzoeksjournalistiek.
Inz et van nieuwe technologie, zoals artificiële intelligentie, bijvoorbeeld bij m anipulatie van beeld en geluid, maakt het moeilijker om te bepalen wat echt is en w at niet. Het Rathenau Instituut concludeert dat alertheid geboden is voor het misbr uik daarvan, bijvoorbeeld door de verspreiding van desinformatie. Relevant voor burgers in Overijssel is de kwetsbaar heid rondom autonomie en achterblijvende mediawijsheid. Daarnaast is het voo r beleidsmakers van belang om bewust te zijn van de kwetsbaarheid van overheid sinformatie en trends die informatie onzeker maken. Hoe wordt erover gesproken? Verschillende organisaties en media werpen zich int ussen op als ‘fact checkers’, al dan niet met instructies rond het detecteren van nepnieuws en het ontstaan van bubbels (documentaires over Facebook). De Europese Commissie stelde begin 2018 een programma op om nepnieuws te bestrijden. H et gaat onder meer om het sluiten van accounts op social media, tot aan d e verkiezingen in 2019 voor het Europees Parlement. In Nederland waarschuwde min ister Ollongren in 2017 in een kamerbrief voor nepnieuws.
164 Hiermee doelde zij met name op Russische 163 https://www.rathenau.nl/sites/default/files/2018-05 /Digitalisering%20van%20het%20nieuws.pdf 164 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukke n/2017/11/13/kamerbrief-over-beinvloeding-van- de-publieke-opinie-door-statelijke-actoren 82 inmenging. In december 2018 stuurde Ollongren een k amerbrief met de aanpak van het kabinet vooruitlopend op de provinciale sta tenverkiezingen. Daarin wordt gesteld dat de vrije meningsuiting in Nederla nd in het algemeen goed functioneert. De verspreiding van desinformatie met als doel de democratische rechtsorde te ondermijnen en te destabiliseren is v olgens het kabinet een reële dreiging. Het kabinet zet daarom in op bewustwordin g en onderzoek naar desinformatie. Versnellende en vertragende factoren Naast de verspreiding van onzekere informatie, neme n ook de mogelijkheden tot digitale beïnvloeding toe. Dergelijke beïnvloed ing komt op grote schaal voor door bedrijven die, op basis van online kenmerken, informatie voor de consument filteren. Zo leest de ene consument andere informat ie dan de andere en kan er blikvernauwing optreden. Ook bestaan er steeds meer realistische automatische nepaccounts, ofwel social bots. Vertragende factore n zijn te vinden in de bewustwordingscampagnes en het verhogen van mediawi jsheid.
Relevantie voor decentrale overheden De lokale en provinciale overheid kan burgers en be drijven langs verschillende lijnen ondersteunen om technologisch burgerschap ve rder vorm te geven. Bijvoorbeeld door onder inwoners kennis te vergrote n over het functioneren en de risico’s van de (digitale) nieuwsvoorziening. Dit kan via het onderwijs, via programma’s voor volwassenen die de schoolleeft ijd voorbij zijn, en door het entameren van maatschappelijk debat. Dat k an bijvoorbeeld met bibliotheekbeleid. Maar ook door de voorwaarden in stand te houden voor een vitaal en geschakeerd medialandschap. De Nederl andse democratie heeft behoefte aan een divers palet aan onafhankelijke me dia, die zich houden aan de gebruikelijke professionele standaarden die een garantie vormen voor betrouwbaarheid en kwaliteit. Dat kan bijvoorbeeld door het ondersteunen van lokale en regionale media (online en offline). 83 Toelichting plek op trendcurve De wederzijdse betrekkingen tussen Nederland en gro te mogendheden, Europese partners, en opkomende landen zijn overwegend goed. Het is denkbaar dat de voorgaande jaren ‘stilte voor de storm’ markeerden. Er zijn bovendien signalen dat er scheurtjes in die betrekkingen ontstaan. 165 Daarom plaatsen we deze trend op de opwaartse lijn.
Wat is het? Internationale spanningen ontstaan door verschuiven de machtsverhoudingen (geo-politiek), de opstelling van de VS op vele ter reinen (waaronder de handelsconflicten), het assertieve gedrag van lande n als Rusland, Iran en Noord- Korea, evenals de dreiging van het internationale t errorisme, cybercriminaliteit, de vluchtelingen- en migratiecrisis en de gevolgen van klimaatverandering. Ook op Europees vlak zijn er verschuivingen met de Brexit en de opkomst van populistisch soevereinisme in Polen en Hongarij e die leiden tot Europese spanningen. Ook spelen hybride en diffuse dreiginge n zoals het cyberdomein, waar sprake is van een mix aan criminaliteit, onder mijning en spionage. Nederland is voor zijn economie sterk afhankelijk v an export van goederen. Volgens het CPB kan een handelsconflict tussen de V S, de EU, China en de OESO-landen op termijn leiden tot meer dan 2 procen t inkomensverlies. 166 toenemende internationale spanningen tijd snelheid van de ontwikkeling 165 https://www.clingendael.org/sites/default/files/201 8-04/Strategische_Monitor_2017_2018.pdf 166 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/begrotingen /2018/09/18/miljoenennota-2019 Toenemende internationale spanningen 22 84 Eerder is geschat dat een ongunstige Brexit Nederla nd op de langere termijn 1 à 2 procent bbp kan kosten.
167 Na Duitsland is het Verenigd Koninkrijk (VK) het grootste exportland voor Nederland. Daarnaast i s Nederland voor import afhankelijk van regio’s als Rusland, het Midden-Oos ten, China en delen van Afrika voor de invoer van energie en grondstoffen. Tot slo t is Nederland niet alleen een mondiaal en regionaal (logistiek) knooppunt maar oo k een van de belangrijkste digitale knooppunten in de wereld met risico’s van cybercriminaliteit. Hoe speelt het in Overijssel? Met de nieuwe Defensie Industrie Strategie komt gel d beschikbaar voor Defensie dat bij voorkeur in eigen land uitgegeven moeten wo rden. Daar kan bijvoorbeeld Thales in Hengelo van profiteren. Uit een Brexit-onderzoek van de ING 168 blijkt Overijssel niet bovenmatig op het VK gericht. Voor het bedrijfsleven in Overijssel zi jn de Britten één van de vele handelspartners. Traditioneel zijn exporteurs sterk gericht op Duitsland. Voor wat betreft de Brexit, zijn de effecten het grootst voo r de industriële en chemische bedrijven in Twente en de bedrijven voor vloerbedek king en kantoorartikelen in de Kop van Overijssel. Oost NL is met circa 40 b elangstellenden in gesprek om hen te interesseren in een overstap naar Oost-Ne derland. Oost-NL heeft een medewerker gedetacheerd in de ambassade van NL in L ondon.
De directeur van de Stichting World Trade Center Twente (WTC Twe nte), voorspelt méér papierwerk en hogere kosten voor Overijsselse bedri jven die zaken doen in en met het Verenigd Koninkrijk. 169 Na het verwerpen van de Brexit deal is op dit moment onduidelijk wat, hoe en of een Brexit op 29 maart daadwerkelijk doorgang vindt. Meer in zijn algemeenheid gesproken zou het denkbaar kunnen zijn dat internationale spanningen kunnen leiden to t intensievere relaties tussen Nederland en Duitsland. Hoe wordt erover gesproken? Rond de toenemende internationale spanningen wordt in Nederland vooral gesproken over de effecten op de economische groei en de economische kwetsbaarheid. Deze kwetsbaarheid kan zowel worden veroorzaakt door indirecte ontwikkelingen (bijvoorbeeld in de vorm van conflic t in een voor de Nederlandse economie belangrijke regio) of direct gerichte poli tieke handelingen, die tot doel hebben de Nederlandse economie te schaden. In een wereld waarin de machtsverhoudingen verschuiven en het risico van oplopende mondiale en regionale spanningen toeneemt, is er voor Nederl and een groter gevaar 167 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/begrotingen /2018/09/18/miljoenennota-2019 168 ING, De brexit effecten per provincie, mei 2017.
169 https://www.rtvoost.nl/nieuws/303841/Deal-of-geen-d eal-deze-Overijsselse-bedrijven-nemen- voorzorgsmaatregelen-Brexit 85 van economische kwetsbaarheid. Op een aantal vlakke n (Russische sancties, economische spionage, cyber) manifesteert dit zich al. 170 Versnellende of vertragende factoren De politieke ontwikkelingen in Italië, rond Brexit en het verloop van het conflict met Amerika over internationale handel zijn van dir ect belang voor de Nederlandse economie. De tot nu toe ingevoerde handelsbeperking en zullen tot sectorale aanpassingen leiden, maar het effect op de mondiale groei is verwaarloosbaar. Escalatie zou vérstrekkender gevolgen hebben en kan leiden tot forse bbp-verliezen op lange termijn. 171 Het behoud van goede wederzijdse betrekkingen tusse n Nederland en grote mogendheden, Europese partners, en opkomende landen zijn voor Nederland als relatief kleine speler van belang. Dit zal voor al in EU-verband moeten gebeuren. Het verkleinen van de afhankelijkheid van Nederland van andere landen is een vertragende factor: diversificatie va n leveranciers (o.a. van grondstoffen) en markten om eenzijdige afhankelijkh eid te voorkomen, de aanleg van strategische voorraden, toetsing van bui tenlandse investering op hun geopolitieke risico’s en infrastructurele ma atregelen met het oog op bescherming van vitale infrastructuur.
Relevantie voor decentrale overheden Rond het Brexit-dossier zijn er directe gevolgen: v oor het economisch profiel en de mogelijke positionering van de logistieke sec tor langs de Trans European Transport Network (TEN-T) corridor. De hacks en de mogelijke beïnvloeding van verkiezingen met fake news vraagt om alertheid van alle bestuurslagen. De weerbaarheid kan vergroot worden door een breed scala aan maatregelen maar het begint met bewustwording van de geopolitie ke risico’s in de wereld van vandaag en morgen. De provincie zou nog intensi ever dan nu al het geval is de relaties met Duitsland kunnen aanhalen. 170 https://spectator.clingendael.org/pub/2016/5/econom ische_kwetsbaarheid_van_nederland/ 171 https://www.cpb.nl/publicatie/juniraming-2018-econo mische-vooruitzichten-2018-en-2019#docid-159519 86 onzekere positie millennials tijd snelheid van de ontwikkeling Toelichting plek op trendcurve Sinds een aantal jaren verschijnen er met enige reg elmaat artikelen en onderzoeken over de positie van millennials. Met na me de combinatie van studieschuld, het aantal flex-contracten, hoge woon lasten, burn-outs onder studenten en de gevolgen van de vergrijzing/onbetaa lbaarheid van de toekomstige pensioenen komen dan aan de orde.
We ze tten dit onderwerp aan de start van de Trendcurve omdat het recent dee l uitmaakt van een relatief nieuw maatschappelijk debat over de nieuwe generati e werkenden. Wat is het? Door een stapeling van factoren is de toekomst voor de milennials minder zeker dan wellicht wordt verwacht. Daarnaast is de verwac hting dat dit de eerste generatie is die het minder gaat krijgen. 25-35 jar igen hebben vaker burn-out klachten dan andere leeftijdsgroepen. 172 Jongeren kunnen minder op de welvaartsstaat terugva llen; de verwachting is dat dit de eerste generatie is die het minder ga at krijgen. In 2015 is de basisbeurs afgeschaft en het sociaal leenstelsel in gevoerd. Studeren is sindsdien veel duurder geworden. Ook de baanzekerheid is afge nomen. Steeds meer arbeidsrelaties zijn flexibel. Baanonzekerheid heef t ook negatieve invloed op relatie- en gezinsvorming. Jan Latten stelt daar over: “Vorig jaar bereikte 172 CBS, TNO. Onzekere positie van millennials 23 87 het geboortecijfer, het gemiddeld aantal geboorten per vrouw, in Nederland een dieptepunt van 1,6, vooral doordat twintigers e n begin-dertigers minder kinderen krijgen. Dat is nu al een aantal jaren zo. De vraag is of ze de achterstand binnenkort gaan inhalen.” 173 Op korte termijn zullen de jongeren van vandaag waa rschijnlijk meer moeten bijdragen aan het pensioenstelsel en zorguitgaven.
Op lange termijn is hun eigen pensioenperspectief slecht. Het is nu voor jo ngeren veel moeilijker om aan eigen woning te komen. Het aandeel betaalbare s ociale huurwoningen in de woningvoorraad neemt sinds jaren ‘80 sterk af. Woni ngen zijn sinds het eind jaren ‘90 minder betaalbaar geworden Ook kan het lastig z ijn om voor jongeren met flexibele arbeidscontracten een hypotheek te krijge n. Koopstarters moeten eigen middelen meenemen voor een hypotheek. 174 Jongeren zijn wel beter opgeleid: door de economische crisis bleven ze langer doorstu deren. Hoe speelt het in Overijssel Als we millennials definiëren als mensen geboren tu ssen 1 januari 1980 en 1 januari 2000, dan waren op 1 januari 2018 in Over ijssel 277.000 millennials. Dat was 24% van de bevolking (NL: 25%). Het aandeel hoogopgeleiden in Overijssel ligt lager dan in Nederland. De arbeidsm arktperspectieven van de laag-en middelbaar opgeleiden zijn anders beïnvl oed door globalisatie en robotisering. Ze betreden de arbeidsmarkt op jon gere leeftijd, waardoor bijvoorbeeld het uitstellen van kinderen of huisaan koop bij hen mogelijkerwijs anders uitpakt. Woningen zijn in Overijssel relatie f betaalbaar: de gemiddelde woningprijs was in Overijssel in 2015 16% lager dan in Nederland terwijl het doorsnee huishoudensinkomen slechts 3% lager wa s.
Daarom komen de jongeren in Overijssel waarschijnlijk makkelijke r aan woningen. Hoe wordt erover gesproken? Meer dan een kwart van de jongeren zit in een ‘flex ibele arbeidsrelatie’, blijkt uit het rapport ‘Voor de zekerheid’ van de Wetensch appelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Ook stijgt het aantal 25-minners d at als zzp’er werkt. Het duurt langer voor ze kunnen denken aan een huis kopen en een gezin stichten, of dat perspectief raakt uit zicht. Volgens econoom Carlij n Prins is deze groep hierdoor kwetsbaar voor schokken in het inkomen of de uitgav en. Voor ‘millennials’ lijkt twijfel een lifestyle. Alles staat op losse schroev en: wonen, werk, liefde. Dat is niet altijd prettig. 175 173 https://www.stadszaken.nl/economie/wonen/1897/wonin gmarkt-anticonceptie-millennials 174 https://www.kadaster.nl/documents/1953498/2068671/S teeds+minder+jongeren+kopen+een+woning.pdf/ 7f38b1f8-5968-5687-5e6f-e2c28d11c4ad 175 https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/07/jong-slim-en-b oordevol-twijfel-8007097-a1553704 88 Hoogleraar leiderschap Stoker stelt “laten we ophou den met het tobben over die ‘veeleisende’ millennials die zogenaamd zoveel narc istischer zijn, want dat zijn ze niet, zo bleek afgelopen week weer uit onderzoek.” 176 In de discussie over ‘overbelasting’ hebben univers iteiten en scholen een gezamenlijk actieplan opgesteld om het welzijn van studenten te verbeteren.
Het initiatief heeft steun van verschillende zorgpa rtijen. Vertragende en versnellende factoren Een versnellende factor voor de slechte positie van millennials is een, niet uit te sluiten, tweede economische crisis. De combinatie v an de financiële situatie en de flex-banen vergroot de kwetsbaarheid van deze groep . Vertragende factoren zijn meer vaste arbeidsrelaties. Relevantie voor decentrale overheden Het WRR-rapport ‘Voor de zekerheid’ 177 biedt een aantal handvatten om te gaan met de gevolgen van flexibilisering: goede vo orbeeld geven met vaste arbeidscontracten, sociaal stelsel agenderen of het ondersteunen van nieuwe groepen. Over de specifieke positie van millennials in Overijssel is weinig bekend. Daar zou onderzoek naar kunnen worden gedaan. Decen trale overheden zouden ook met werkgeversorganisaties in gesprek kunnen ga an voor meer vaste banen om zo ook het arbeidstekort in Overijssel te lijf t e gaan. 176 https://www.rug.nl/inthelead/blog/blog-07-11-2017-w eg-met-de-modieuze-gedachte-dat-millennials-ander- leiderschap-nodig-hebben 177 https://www.wrr.nl/publicaties/verkenningen/2017/02 /07/voor-de-zekerheid 89
90 Een groeicurve Trends ontwikkelen zich vaak niet langs een rechte lijn. Ze groeien schoksgewijs. Ontwikkelingen waar de kranten nu vol van staan kun nen over een jaar vergeten zijn. Andere trends zie je nu nauwelijks en verande ren de hele wereld in korte tijd. Hoe komt dat? Een ontwikkeling voltrekt zich niet in het luchtled ige. Er is altijd een bestaande situatie. Die heeft allerlei dimensies, zoals econo mische verdienmodellen, gewoontes van mensen, regelgeving, ruimtelijke eige naardigheden enzovoorts. De werkelijkheid is als een kussen, dat de stoten v an nieuwe trends opvangt. Het vergt tijd voordat een nieuwe ontwikkeling zich kan ´zetten´ en impact heeft. Neem als voorbeeld de introductie van nieuwe technologie , bijvoorbeeld in de zorg. We kunnen mensen veel langer thuis laten wonen met behulp van nieuwe technieken. Maar mensen moeten de apparaten vertrou wen, verzekerings- maatschappijen moeten ze vergoeden, glasvezelkabels moeten snel genoeg zijn en verplegend personeel moet er mee om kunnen en wi llen gaan. Voordat een technologische trend ook echt impact heeft op de we rkelijkheid, zijn we daardoor heel wat jaren verder. Een nieuwe ontwikkeling onts taat vaak in één domein, ontwikkelt zich snel, en krijgt dan te maken met we erstand vanuit de vele andere dimensies die de werkelijkheid kent – en die vaak n og geheel ingericht zijn op de oude toestand.
Trends lijken wel wat op mensen: eer st is er snelle groei, daarna komt er een periode van reactie en weerstand. Zoals de puber en de wereld aan elkaar moeten wennen, zo wordt een trend geconfront eerd met weerstand. Die weerstand moet worden overwonnen, met andere wo orden de trend moet zich zetten. Alleen dan bereikt hij het stadiu m van volwassenheid. En sommige trends blijken slechts hypes. 178 Hoe werkt de Trendcurve? 178 Een andere en enigszins vergelijkbare manier om ove r de ontwikkeling van trends te denken zien we in h et transitiedenken, zoals bijvoorbeeld bij J. Rotmans, Maatschappelijke innovatie, tussen droom en werkel ijkheid staat complexiteit, Rotterdam 2005. Dit gaat meer d an de Trendcurve over systeemveranderingen. Transitiedenken gaat uit van een S-curve. De S begi nt met een voorontwikkelingsfase waar onderhuids va n alles verandert. Daarna is de take-off fase. Dan be gint het veranderingsproces op gang te komen. Vervo lgens worden veranderingen zichtbaar in de versnellingsfa se. Daarna zien we de stabilisatiefase waarin een n ieuw evenwicht wordt gevonden. Sommige van de trends in deze verkenning lenen zich ervoor om ook te bekijke n vanuit de S-curve. Trendcurve? Trendcurve? 91 ontstaan reactie overwinning wasdom tijd snelheid van de ontwikkeling ontstaan reactie overwinning wasdom De ontwikkeling ontstaat en voltrekt zich pijlsnel.
Er is sprake van technische doorbraken. In de media verschijnen succesverhalen dan wel dreigende verhalen. Men lijkt zeer overtuigd van de grote invloed van deze ontwikkeling. Toch zijn er nog niet veel praktijkvoorbeelden te zien. fase ontwikkeling Er ontstaan tegenkrachten. De werkelijkheid blijkt weerbarstiger dan gedacht. Concurrerende technieken of verdienmodellen zijn krachtig. Men ervaart iets minder noodzaak om wat te doen met deze ontwikkeling. De ontwikkeling van de trend heeft doorgezet. Er zijn ondanks de weerstand toch allerlei praktijkvoorbeelden gekomen. Dit begint langzaamaan gangbaar te worden. Het nieuwe is er wat af. De ontwikkeling is volledig doorgebroken. Het is misschien nog wel relatief nieuw. Maar het is inmiddels de gewone manier van werken geworden. 92 Hoe is de trendcurve tot stand gekomen? De Trendcurve geeft aan in welke ontwikkelingsfase de trend zit. 179 Hoe is de Trendcurve tot stand gekomen? Voor de Trendcurve 20 17 is een grote hoeveelheid trends benoemd. Dit was een zeer uiteenlopende verz ameling, variërend van open data tot aandacht voor voeding en lifestyle. Deze e erste selectie is voorgelegd aan een internetpanel dat bestond uit toekomstverke nners (leden van de Dutch Future Society) en Overijsselse ambtenaren van zowe l provincie als gemeenten.
Die hebben op basis van hun kennis en kunde de trends g escoord op waarschijnlijkheid en mogelijke impact. De Programmaraad van het Trend bureau Overijssel heeft op basis van de resultaten van deze enquête de uiteind elijke selectie gemaakt. Daarbij zijn de meest zekere en invloedrijke trends geselec teerd, maar ook een aantal meer onzekere trends die ook veel invloed kunnen ga an hebben. Vervolgens is gekeken naar de historische ontwikkeling van de tre nd, of welke toekomstpaden plausibel zijn. Dat is gebeurd op basis van literat uuronderzoek en bij twijfel zijn ook deskundigen geraadpleegd. Het resultaat is voorgele gd aan een kleine ambtelijke begeleidingsgroep en aan de Programmaraad. Voor de actualisering van de Trendcurve zijn interv iews gehouden met een tiental toekomstverkenners. Daarnaast zijn gesprekken gevoe rd met provinciale en gemeentelijke strategen in Overijssel. Aan hen is g evraagd of ze nieuwe trends zien die relevant zijn voor overheden en of de positione ring van de trends nog klopt. Ook wilden we weten welke trends zij uit de Trendcu rve zouden afvoeren, omdat het dan wel een regulier thema is geworden, dan wel niet meer relevant lijkt te zijn. Wat is een trend? Een trend is een verandering die een bepaalde richt ing op beweegt.
180 Dat kunnen grote maatschappelijke veranderingen zij n, zoals bijvoorbeeld vergrijzing, maar ook ontwikkelingen die zich in kl einer tijdsbestek, of in beperkte domeinen van de maatschappij, afspelen. We hebben i n de Trendcurve beide type ontwikkelingen opgenomen. Het criterium was of zij mogelijk politiek relevant zijn in de komende vier jaar. Hierdoor kan het voor komen dat de plaatsing op de Trendcurve soms verrassend is. Robotisering, bijvoo rbeeld, is in sommige delen van de samenleving al volop aan de orde. 179 De Trendcurve lijkt wel wat op de zogenaamde ‘Hypec ycle van Gartner’. Die beperkt zich echter tot technologische trends. Bovendien staat in de hypecy cle ´zichtbaarheid´ op de y-as en is dat daarmee éé n van de twee kernkarakteristieken van die analyse. Bij d e Trendcurve staat de snelheid van ontwikkeling op de y-as. De Trendcurve richt zich dus minder op de vraag of iets al of niet een hype is – hoewel een snelle ont wikkeling vaak wel extra ´buzz´ met zich meebrengt. 180 Deze definitie is gebaseerd op Dragt, E. How to res earch trends, move beyond trendwatching to kickstar t innovation, BIS Publishers Amsterdam 2017. 93 Trends bestaan in veel domeinen. Er zijn bijvoorbee ld demografische, economische, sociale, ruimtelijke, technologische t rends. Ook politiek en bestuur kennen trends.
Wij hebben besloten ook die ontwikkelingen op te nemen, juist omdat deze politiek relevant zijn. Ze hebben vaak een net wat ander karakter dan de andere trends: u herkent ze a an woorden als (kleinere of grotere) ´aandacht voor…´. Een trend manifesteert zich nooit overal evenveel o p hetzelfde moment. Er zijn verschillen tussen gemeenten, bijvoorbeeld qua ligg ing of bevolkingssamen- stelling. De Trendcurve geeft het algemene beeld vo or Overijssel weer en het is zaak die te vertalen naar uw eigen situatie. Soms w orden de verschillen binnen Overijssel in de toelichting apart weergegeven. Hoe de trendcurve te gebruiken? U kunt de Trendcurve lezen als een top drieëntwinti g aan trends voor de statenperiode 2019-2023. Dit zijn de trends waar u rekening mee moet houden. U kunt proberen trends te gebruiken, te stimuleren of juist te remmen. Als u een ontwikkeling goed vindt, maar hij bevindt zich nog in zijn jeugd, vergt dat koestering en stimulansen. Als u een ontwikkeling k walijk vindt, kunt u hem wellicht nog keren door de condities voor groei te verslechteren. Natuurlijk zijn er grenzen aan de mogelijkheid om op lokaal of regionaal niveau trends te beïnvloeden. Aan de andere kant: we moeten niet doe n alsof de toekomst als een noodlot over ons heen komt. Zoals de Wetenschap pelijke Raad voor het Regeringsbeleid het uitdrukt: ´de toekomst is open, maar niet leeg´.
Hij is niet leeg: de wereld is geen onbeschreven bl ad. Het bestaande begrenst datgene wat we kunnen realiseren. Maar tegelijk is de toekomst open: hij is niet gedetermineerd. Het maakt uit wat wij willen en doe n. 181 181 WRR, Uit zicht, toekomstverkennen met beleid, Den H aag 2010.