CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

8.0 Trendbureau - Trendcurve 2019.pdf

Raadsvergadering 2 april 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken26.072 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2019 E E N O V E R Z I C H T V A N 2 3 T R E N D S V O O R D E P R O V I N C I A L E S T A T E N V E R K I E Z I N G E N 2 0 1 9 I N O V E R I J S S E L TrendcurveTrendcurveTrendcurve Voor de actualisering van de Trendcurve zijn interv iews gehouden met een tiental toekomstverkenners. Daarnaast zijn gesprekken gevoe rd met provinciale en gemeentelijke strategen in Overijssel en de VNG Ove rijssel. Aan hen is gevraagd of ze nieuwe trends zien die relevant zijn voor ove rheden en of de positionering van de trends nog klopt. Het resultaat is voorgeleg d aan een ambtelijke begeleidingsgroep en aan de Programmaraad. Tekst Ingrid van Tuinen m.m.v. Hans Peter Benschop, Freij a van Duijne (Future Motions), Klaas Veenma (Trendbureau Overijssel) Met dank aan Team Beleidsinformatie Provincie Overijssel Uiteraard blijft het Trendbureau Overijssel verantw oordelijk voor alle onvolkomenheden in de tekst. Vormgeving FABRIEKFANATIEK Zwolle, januari 2019 Het Trendbureau Overijssel is een onafhankelijk bur eau dat toekomstverkenningen maakt voor de (politieke) besluitvorming in Overijssel.

Het Trendbureau is een initiatief va n de Colofon 3 inhoudsopgave introductie 23 trends hoe werkt de trendcurve? 4 1 3 9 0 4 INTRODUCTIE INTRODUCTIE INTRODUCTIE 5 Trendcurve Overijssel Trendcurve Trendcurve Het belang van privacy, de veranderende landbouw en het functioneren van de woningmarkt zijn enkele trends die tot wasdo m komen. Trends als toenemende internationale spanningen en de toenemen de complexiteit van het takenpakket van decentrale overheden zijn nieuw op de curve. Trends als circulaire economie en zelfrijdende voertuigen lijken te maken te hebben met tegenkrachten. Het Trendbureau publiceerde in 2017 de Trendcurve v oor de gemeenteraads- verkiezingen. Die Trendcurve is nu geactualiseerd v oorafgaand aan de verkiezingen van provinciale staten en van de water schappen. U kunt de Trendcurve lezen als een top drieëntwinti g aan trends voor de periode 2019-2023. Vindt u dat u er baat bij heeft actief e n alert te reageren, ook als ontwikkelingen nog maar pril zijn - en misschien on zeker? De Trendcurve is gemaakt om die afweging te kunnen maken. We tonen o ntwikkelingen die de komende vier jaar aandacht van het (provincie)bestu ur zullen vragen. Ook geven we aan wanneer ontwikkelingen langzamer gaan dan ve el mensen denken. Dan hoeft u daar geen aandacht aan te schenken – of juist wel, wanneer u die ontwikkeling wilt proberen te beïnvloeden.

2019 6 Het belangrijkste doel van de Trendcurve is om plau sibel te maken waarom sommige ontwikkelingen van belang zijn en andere mi nder. Er valt dus zeker over te discussiëren en we nodigen u ook uitdrukkel ijk uit dat te doen. Stimuleren of remmen Trends lijken wel wat op mensen: eerst is er snelle groei, daarna komt er een periode van reactie en weerstand. Zoals de puber en de wereld aan elkaar moeten wennen, zo wordt een trend geconfronteerd me t weerstand. Met de trends in de laatste twee fases hebt u nu al te mak en maar vragen blijvend om aandacht. Zij hebben de eerste ´reality-check´ geha d. Het is onduidelijker of de ontwikkelingen die zich in de eerste fase bevinden de komende vier jaar op de agenda zullen komen. Dat is mede afhankelijk van u. U kunt proberen trends te stimuleren of juist te remmen. ontstaan reactie overwinning wasdom tijd snelheid van de ontwikkeling

7 De drieëntwintig trends in beeld gebracht Hieronder zijn drieëntwintig trends in de curve gep laatst. Hoe verder naar rechts de trend op de trendcurve staat, hoe relevanter hij de komende jaren zal zijn. Feitelijk zijn trends in het stadium van ´reactie´ en ´overwinning´ het interessantst want die volgen een ander pad dan je op basis van h et verleden verwacht. De trends in het stadium ´wasdom´ daarentegen zijn veelal al onderwerp van beleid. De pijl naar beneden geeft aan dat het ook mogelijk is dat trends de periode van weerstand niet overleven. tijd snelheid van de ontwikkeling onzekere positie millennials toenemende internationale spanningen toenemende complexiteit takenpakket decentrale overheden tekorten arbeidsmarkt urbanisatie spanning westerse / niet-westerse achtergrond robots en zelfrijdende voertuigen participatiesamenleving leegstand centra en binnensteden minder dier- en plantensoorten nieuwe energie veranderende landbouw beleving centraal vergrijzing functioneren woningmarkt meer aandacht voor kwetsbare wijken digitalisering maatschappelijke polarisatie verlies van privacy aanpassen aan klimaatverandering meer sociaaleconomische ongelijkheid circulaire economie verdwijnen van waarheid 8 U kunt bij het gebruik van de curve trends combiner en. Vaak zijn verschillende trends ook uitingen van één grotere, fundamentelere verandering.

De combinaties die u legt, weerspiegelen voor een d eel uw visie en interpretatie van de werkelijkheid. Die is dus ook politiek. Om d ie reden hebben we ervoor gekozen de trends apart op de curve te zetten: de c ombinaties zijn aan u. Om u voorbeelden van mogelijke combinaties te tonen schetsen we er vier inclusief een mogelijk handelingsperspectief. 1 Zo kan een agenda voor de toekomst ontstaan. Veranderende landbouw, nieuwe energie, aanpassen aa n klimaatverandering en circulaire economie Nieuwe energie, circulaire economie, klimaatadaptat ie en veranderende landbouw zullen in de relatief korte tijd van 30 ja ar op ingrijpende manier onze manier van wonen, leven, werken, verplaatsen, recreëren, produceren en consumeren veranderen; niet altijd met maatschappel ijk applaus en ook nog niet altijd met succes. Het PBL berekende recent da t op dit moment 4% van onze economie circulair is. In de opmaat naar de kr inglooplandbouw zien we dat de inkomens van boeren onder druk staan. De inv esteringen in innovaties en uitbreiding vergroten de economische kwetsbaarhe id van boeren. Een andere landbouw heeft gevolgen voor natuur, milieu en het landschap verandert. De impact is dus groot. De regionale energiestrategie zal een groot beroep doen op gemeentelijk en provinciaal beleid.

Dit vraagt o m regionale samenwerking en aandacht voor de bekostiging en betaalbaarheid v an de opgave voor de inwoners en ondernemers van Overijssel. De energiet ransitie is niet alleen een technisch vraagstuk; het is vooral een sociaal-maat schappelijk vraagstuk. Gezien de ingrijpende lange termijn transities zijn politi eke keuzes nodig die niet alleen oog hebben voor de korte maar ook voor de lange ter mijn. De verwachting is dat de effecten van klimaatverandering in de toekom st groter gaan worden en dus ook de aandacht voor klimaatadaptatie. Nieuwe b estuursakkoorden zijn ondertekend; ook door waterschappen die hierin een grote rol spelen. Fundamentelere veranderingen door te combineren 1 Voor de combinatie van trends is ook gebruik gemaak t van de publicatie van Platform 31, Vergaand veranderen, slim verschillen en duurzaam verbinden. Deze publicatie richt zich op steden maa r kan ook worden toegepast op andere gebieden. 9 Handelingsperspectief Integrale aanpak De transities in energie, economie en landbouw hebb en gevolgen voor natuur, milieu en het landschap. De impact is dus groot. Bo vendien hangen de transities met elkaar samen: zo vormt de kringlooplandbouw een cruciaal onderdeel van de transitie naar een circulaire economie en maakt de transitie naar duurzame energie gebruik van dezelfde schaarse ruimte als de landbouw.

Het is verstandig rekening te houden met die samenhang en daar juist gebruik van te maken. Door daarnaast klimaatadaptatie in te bedden in pla nvorming, ontwerp en onderhouds- en vervangingsregimes kunnen kosten rel atief laag blijven. Vergrijzing, tekorten arbeidsmarkt, functioneren wo ningmarkt Vergrijzing staat al nadrukkelijk op de agenda: in het woonbeleid, zorg en verkeer. De vergrijzing zorgt in de komende jaren in veel se ctoren voor schaarste op de arbeidsmarkt. De beschikbaarheid van goed personeel wordt de komende jaren een nog belangrijker vraagstuk dan het nu al is. Ee n tweede aspect dat meer aandacht verdient is dat steeds minder mensen steed s meer ouderen moeten verzorgen; het aantal beschikbare mantelzorgers daa lt snel. Dat heeft financiële consequenties, maar heeft zeker ook invloed op de t ijd die de beroepsbevolking besteedt aan zorgtaken. De vergrijzing biedt ook economische kansen op vers chillende terreinen. We zien dat hier in Overijssel nog relatief weinig aandacht voor is. De jongste groepen gepensioneerden zijn energiek en levenslust ig. Toerisme en recreatie kunnen meer, vaak koopkrachtige, mensen verwachten die veel tijd hebben. Maar ook sectoren als de bouw, ICT en vervoer krijg en te maken met een nieuwe vraag, naar bijvoorbeeld levensloopbestendige wonin gen.

Daarnaast biedt de vergrijzing ook kansen voor het sociale leven in st eden en dorpen: er komen meer mensen met tijd voor vrijwilligerswer k of voor mantelzorg. Handelingsperspectief Vergrijzing biedt kansen én vraagt blijvend aandach t Richt de aandacht op de winstkansen van vergrijzing : kansen voor recreatie & toerisme en de bouw maar ook met robotisering. Be nut ook de kracht van net gepensioneerden, bijvoorbeeld om het dalend aan tal mantelzorgers te lijf te gaan. 10 Sociaaleconomische ongelijkheid, participatiesamenl eving, nieuwe energie, complexiteit van decentrale overhed en Voor decentrale overheden is de complexiteit toegen omen met de decentralisatie van Rijkstaken naar lagere overheden en de gevolgen van de netwerksamenleving. De trend die is ingezet met het overdragen van de t aken in het sociale domein naar gemeenten zet zich voort. De energietransitie en du urzaamheidsopgave voegen daar een nieuwe dimensie aan toe. Daarin spelen pro vincie, waterschappen en gemeenten gezamenlijk een belangrijke rol. Voor gem eenten speelt daarnaast de implementatie van de Omgevingswet. De complexite it van de opgaven wordt versterkt door de (hoge) verwachtingen die inwoners hebben van de overheid en het toegenomen vermogen van inwoners om zelf zak en te organiseren. Dit laatste gaat ook gepaard met uitsluiting, ongel ijkheid en inperking van de solidariteit.

Er is in toenemende mate sprake va n perspectiefongelijkheid. Samen met een flexibelere arbeidsmarkt en toenemend e onzekerheid over werk, inkomen, pensioen en zorg leidt dit bij belan grijke groepen inwoners tot onvrede over de maatschappij en de politiek. Voor g emeenten geldt daarnaast dat zij, naast een grotere rol in de aanpak van ing ewikkelde maatschappelijke problemen, financiële vraagstukken hebben. Dit verg root de complexiteit van de opdracht voor het lokaal bestuur. De complexiteit u it zich ook in het grote aantal partijen op verschillende niveaus waarmee de overhe id moet samenwerken. Dat roept vragen op over democratische legitimatie maar ook over hoe politici in de huidige netwerksamenleving hun werk moeten do en. De decentralisaties betekenen voor raadsleden een forse verzwaring van het raadswerk en leidt daarmee tot toenemende werkdruk. Handelingsperspectief Gezamenlijk optrekken en aandacht voor balans en be lasting De vraagstukken van nu kunnen niet door één bestuur slaag en ook niet door de overheid alleen worden gerealiseerd: samenwerkin g over bestuurslagen – bijvoorbeeld lokaal, regionaal, nationaal en inte rnationaal – heen is vereist. Per opgave moet worden bekeken welke (combinaties v an) bestuurslagen nodig zijn. De provincie speelt daarin verschillende roll en, zoals kennismakelaar, verbinder of met experimenteerruimte/middelen.

Dat kan bijvoorbeeld in wijken waar de vraagstukken van energietransitie, sociaale conomische verschillen en de participatiesamenleving met elkaar worden verbon den. 11 Digitalisering, robotisering, privacy en verdwijnen van waarheid Technologische ontwikkelingen zorgen er voor dat de fysieke, digitale en menselijke werelden samenkomen. Publieke vragen die beantwoord moeten worden zijn: wie beheert dat systeem, wie beschikt over de data, wie heeft toegang tot de data en op welke manier worden die d ata door bedrijven én overheden gebruikt? Ook vraagstukken rond privacy e n identiteitsfraude vragen publieke aandacht. De weerbaarheid van burge rs ten opzichte van onbetrouwbare informatie houdt geen gelijke tred me t de groeiende digitale afhankelijkheid. De mediawijsheid van burgers blijf t achter: het is van belang dat mensen leren te onderscheiden wat (fake) news i s én hoe ze dat kunnen achterhalen. Zo overschatten Nederlandse jongeren h un vermogen om de kwaliteit en betrouwbaarheid van online nieuwsberic hten goed te beoordelen: het leren duiden van nieuws is belangrijk. Of de technologische ontwikkelingen snel of langzaa m gaan, veel of weinig banen verloren zullen gaan, is niet te voorspellen. In algemene zin worden daarbij op korte termijn de gevolgen van technologi sche ontwikkelingen overschat en die op lange termijn onderschat.

Handelingsperspectief Nieuwe ethische vragen en vooruitlopende rol? Overheden, ook de provinciale en lokale, moeten nad enken over hun positie rond digitalisering en de gevolgen daarvan voor hun inwoners. Het gaat om ethische vraagstukken: vraagstukken rond privacy en identiteitsfraude vragen publieke aandacht. Overijssel zou in de transitie n aar de robotsamenleving het voortouw kunnen nemen. De Overijsselse economie kan baat hebben bij robotisering omdat de regio de technische industrie en kennis in huis heeft. 12 13 2 3 T r e n d S Vergrijzing Beleving centraal Verlies van privacy Veranderde landbouw Meer sociaaleconomische ongelijkheid Functioneren woningmarkt Aanpassen aan klimaatverandering Nieuwe energie Meer aandacht voor kwetsbare wijken Digitalisering Participatiesamenleving Robots en zelfrijdende voertuigen Spanning westerse/niet-westerse Tekorten arbeidsmarkt Toenemende complexiteit takenpakket Verdwijnen van waarheid Toenemende internationale spanningen Onzekere positie millennials 1 2 3 4 Maatschappelijke polarisatie 5 6 7 8 9 10 Minder dier- en plantensoorten 11 14 Leegstand centra en binnensteden 13 15 16 Urbanisatie 17 Circulaire economie 18 19 20 21 22 23 12 decentrale overheden achtergrond 14 15 Toelichting plek op trendcurve De vergrijzing is al volop aan de gang. Wat is het? Vergrijzing is volgens de Van Dale de stijging van de gemiddelde leeftijd.

Zowel het aandeel mensen met een leeftijd van boven de 65 jaar neemt toe ten opzichte van de andere leeftijdsgroepen, als ook he t absolute aantal 65-plussers en 75-plussers. Bovendien stijgt de gemiddelde leve nsverwachting: we worden ouder. Vergrijzing is één van de belangrijkste stru cturele trends in de demografie van Nederland. In 1950 was minder dan 8% van de bev olking 65 jaar of ouder. Vanaf 2011 is de vergrijzing versneld doordat de ba byboomgeneratie, de relatief grote geboortecohorten van na 1945, de leeftijd van 65 bereikt. In 2012 was 7% van de bevolking 75 jaar of ouder, in 2040 zal dat aantal meer dan verdubbeld zijn. 2 Hoe speelt het in Overijssel? Het aandeel 65-plussers in Overijssel was op 1 janu ari 2018 met 19% even groot als in de rest van Nederland. Binnen Overijssel zij n er wel verschillen. Twente heeft in vergelijking met de rest van Nederland rel atief veel ouderen van 65 jaar en ouder (20%). Zuidwest-Overijssel zit op het landelijk gemiddelde (19%) en Noord-Overijssel daar onder (17%). In het landel ijke gebied is het aandeel 65-plussers sinds 1991 meer dan twee keer zoveel to egenomen als in het 2 PBL, De Nederlandse bevolking in beeld, Den Haag 20 14. vergrijzing vergrijzing tijd snelheid van de ontwikkeling 1 stedelijke gebied.

In gemeenten uit de ´bible belt´ is het aandeel 65-plussers kleiner dan gemiddeld vanwege de relatief grote kinderaantallen.3 75-plussers per gemeente in Overijssel: aandeel 2018 en prognose 20304 Steenwijkerland Staphorst Zwartwaterland | Hardenberg Kampen Dalfsen | Ommen Zwolle aandeel in 2018aandeel in 2018 | Twenterand 6-7% 7-8% | Tubbergen 8-9% | Hellendoorn 9-10% | Raalte | Dinkelland Olst - Wijhe | Wierden | Almelo >10% Borne | Oldenzaal Rijssen - Holten | Losser actuele stand & practuele stand & prognose | Deventer | Hengelo Hof van Twente 8.100 | Enschede aantal 2018 prognose 2030 | Haaksbergen Gemeentenaam | Aantal | Prognose 2016 | 2030 Almelo Almelo | 5821 | 81115821 | Hengelo | 7062 | 92187062 | Staphorst | 1048 | 1685 | 1048 | 1685 | 1048 | 1685 BorneBorne | 2069 | 33512069 | Hof van Twente | 3913 | 5092 | 3913 | 5092 | 3913 | 5092Steenwijkerland | 4103 | 5921 | 4103 | 5921 | 4103 | 5921 DalfsenDalfsen | 2543 | 39592543 | Kampen | 3812 | 53783812 | Tubbergen | 1681 | 2595 | 1681 | 2595 | 1681 | 2595 DeventerDeventer | 7602 | 109747602 | Losser | 2084 | 31982084 | Twenterand | 2452 | 3632 | 2452 | 3632 | 2452 | 3632 DinkDinkelland | 2547 | 3586 | 2547 | 3586 | 2547 | 3586Oldenzaal | 3016 | 4490 | 3016 | 4490 | 3016 | 4490Wierden2087 | 30122087 EnschedeEnschede | 11708 | 16226 | 11708 | 16226 | 11708 | 16226Olst-Wijhe | 1571 | 2574 | 1571 | 2574 | 1571 |

2574Zwartewaterland | 1409 | 2424 | 1409 | 2424 | 1409 | 2424 HaakHaaksbergen | 2475 | 3525 | 2475 | 3525 | 2475 | 3525Ommen1580 | 24661580 Zwolle8267 | 123678267 HarHardenberg | 4648 | 6401 | 4648 | 6401 | 4648 | 6401Raalte3430 | 52673430 HellendoornHellendoorn | 3225 | 4747 | 3225 | 4747 | 3225 | 4747Rijssen-Holten | 3111 | 4293 | 3111 | 4293 | 3111 | 4293 Hoe wordt erover gesproken? Vergrijzing staat in een aantal beleidsterreinen nadrukkelijk op de agenda. Dat geldt bijvoorbeeld voor het woonbeleid (de toename van het aantal éénpersoons- huishoudens en de noodzaak van verzorgd wonen), zorg (een grotere zorgvraag) 3 | CBS, Statline, 2017. 4 | CBS, bewerking team Beleidsinformatie provincie Overijssel. 16 17 en verkeer (meer oudere verkeersslachtoffers). Ande re aspecten van de trend lijken onderbelicht. Er zullen de komende jaren vee l mensen met pensioen gaan. Dat zal in veel sectoren schaarste op de arbe idsmarkt betekenen. De beschikbaarheid van goed personeel wordt de kome nde jaren een nog belangrijker vraagstuk dan het nu al is. Een tweede aspect dat meer aandacht verdient is de grijze druk: het aantal ouderen in v erhouding tot het aantal mensen in de leeftijd van 20 tot 65 jaar. Er zullen steeds minder mensen steeds meer ouderen moeten verzorgen. Dat heeft financiële cons equenties, maar zeker ook invloed op de tijd die de beroepsbevolking besteedt aan zorgtaken.

Tot slot een positief aspect waar wellicht nog te weinig aan dacht voor is in Overijssel: de economische mogelijkheden van vergrijzing. Die z ijn er op tal van terreinen. De jongste groepen gepensioneerden zijn energiek en levenslustig. Toerisme en recreatie kan meer, vaak koopkrachtige, mensen verw achten die veel tijd hebben. Maar ook sectoren als de bouw, ICT en vervoer krijg en te maken met een nieuwe vraag naar bijvoorbeeld kleine, levensloopbestendig e woningen. Daarnaast biedt vergrijzing ook kansen voor het sociale leven in st eden en dorpen: er komen meer mensen met tijd voor vrijwilligerswerk, hoewel die tijd ook door de toenemende vraag naar mantelzorg kan worden opgebru ikt. Versnellende of vertragende factoren Vergrijzing is een vrij zekere trend. Hij zou kunne n worden vertraagd door een forse instroom van migranten of doordat nieuwe gene raties minder oud worden door minder gezond gedrag. Hij zou versneld kunnen worden door nieuwe medische technologische technieken waardoor we oude r worden. Relevantie voor decentrale overheden Overijssel kent een aantal sectoren die baat kunnen hebben bij de ‘silver economy’, denk aan toerisme en recreatie in de natu ur en steden. Ook de bouw en de zorg kunnen inspelen op de toename van de gro ep (zeer) oude inwoners. Overijssel zal als gevolg van de vergrijzing te mak en krijgen met een kleinere beroepsbevolking.

Provincie en gemeenten kunnen rek ening houden met meer vitale ouderen. De toekomstige oudere is hoger opge leid dan die van vorige generaties. Zij zijn geëmancipeerd en kunnen allerl ei maatschappelijke functies invullen. Dit betekent soms aanpassing van regels. Nu mogen bijvoorbeeld 70-jarigen geen bestuurder zijn bij vrijwillig verv oer omdat de verzekeraar deze groep niet meer wil verzekeren. 18 5 Tekst en positie op de trendcurve kwamen tot stand in samenwerking met bureau Companen. Toelichting plek op trendcurve De ontwikkelingen die het functioneren van de wonin gmarkt bepalen, spelen al jaren. Ook al worden de effecten hiervan soms door conjuncturele schommelingen vertroebeld, ze bewegen geleidelijk i n dezelfde richting. Wat is het? Er zijn drie factoren van belang bij het bepalen va n de opgave rond het functioneren van de woningmarkt: verschil tussen ko rte en lange termijn, van kwantiteit naar kwaliteit en van nieuwbouw naar bes taande voorraad. De essentie: op lange termijn neemt de woningbehoefte minder sne l toe en dat vraagt aandacht voor aanpassing van de bestaande woningvoorraad aan veranderende wensen. Korte en lange termijn Tijdens de economische crisis verliep de verkoop va n woningen moeizaam, daalde de woningproductie en stagneerde de doorstro ming.

In de afgelopen jaren is de woningmarkt weer in beweging gekomen: d e doorstroming gaat beter en nieuwbouw komt makkelijker van de grond. Zo was het aantal transacties van koopwoningen in Overijssel in 2013 op haar dieptepu nt met 6.900 woningen. In 2017 waren dit er 15.400. Dit zijn korte termijn ontwikkelingen. Op langere termijn groeit de woningbehoefte minder snel. De hu idige groei is vooral nog het effect van gezinsverdunning (meer kleine huishouden s). Het aantal alleenstaanden functioneren woningmarkt tijd snelheid van de ontwikkeling Functioneren woningmarkt 5 2 Functioneren Functioneren 19 6 Bron: CBS. neemt nog toe, maar de groei is minder groot dan de afgelopen de decennia. Daarbij komt dat de babyboomgeneratie tussen 2025 e n 2040 de woningmarkt verlaat, waardoor veel bestaande woningen beschikba ar komen. Kwantiteit-kwaliteit Het effect van het groeiende aantal kleine huishoud ens op de kwalitatieve woningvraag moet niet worden overschat. Het is een trend die sinds 1970 al speelt en deze heeft niet geleid tot een vraag naar meer kleine woningen, in tegendeel. Veel kleine huishoudens wonen in een gro te woning en blijven daar ook wonen. Bovendien is de grote groei in het aantal alleenstaanden al voorbij; het lijkt meer een bestendiging van de ont wikkeling in voorgaande jaren.

De komende jaren stijgt het aantal alleensta anden verder; volgens het CBS met ruim 500.000 huishoudens tot 2035. De grote groei is geweest; het lijkt meer een bestendiging van de ontwikkeling in voorga ande jaren. De aandacht verplaatst zich van kwantiteit naar kwaliteit: vold oen aan de wensen van verschillende doelgroepen. Ontwikkeling van de verdunning op de woningmarkt 6 Nieuwbouw-bestaande bouw Op lange termijn groeit de woningbehoefte minder sn el. Naast minder groei en veranderende vraag, neemt de doorstroming op de woningmarkt gestaag af omdat oudere huishoudens verhoudingsgewijs minde r vaak verhuizen dan jongere huishoudens. Met de vergrijzing op de wonin gmarkt groeit de groep die redelijk vast zitten in hun woning. Als die won ing uiteindelijk wél beschikbaar komt, vraagt aanpassing ervan aandacht, onder meer vanwege veranderende woonwensen en de energietransitie. eenpersoonshuishoudens 1971 1995 2015 2035 2060 paar zonder kinderen paar met kind(eren) eenouderhuishouden 0 500 1000 1500 2000 2500 3000 3500 4000 x 1000 Hoe speelt het in Overijssel? De ontwikkelingen die zich landelijk voordoen (korte versus lange termijn, van kwantiteit naar kwaliteit en van nieuw naar bestaand) zullen zich ook in Overijssel voordoen. Binnen Overijssel is sprake van uiteenlopende ontwikkelingen.

Zo had Zwolle in de tijd van de economische crisis nog een behoorlijke woningproductie en marktdynamiek. In bijvoorbeeld Hardenberg is het herstel na de crisis relatief groot. Wat betreft doorstroming zijn er grote verschillen tussen stedelijke en meer landelijke regio’s: in steden is de dynamiek aanzienlijk groter dan in landelijke regio’s. In de steden zetten verschillende kopers verschillende stappen naar een ‘definitieve’ woning, in landelijke regio’s kiezen mensen vaker meteen voor hun definitieve woning. Verhuizingen naar leeftijd, 20117 Aandeel | Aantal % | duizend verhuizingwn 40 | 60 50 30 40 20 | 30 20 10 10 0 | 0 20 | 30 | 40 | 50 | 60 | 70 | 80 | 90 | 20 | 30 | 40 | 50 | 60 | 70 | 80 | 90 Bron: CBS: bewerking PBL Hoe wordt erover gesproken? In de media worden vaak zorgen uitgesproken over de woontekorten, exploderende woningprijzen en lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen. De rijksoverheid poogt via de Nationale Woonagenda de bouwproductie te stimuleren en woningen betaalbaar te houden. Nieuwbouwproductie domineert het gesprek, de bestaande voorraad is alleen in beeld waar het gaat om de energietransitie. De groei van het aantal alleenstaanden voedt het beeld dat vooral kleine woningen, zoals tiny houses, gewenst zijn. Dat beeld wordt niet ondersteund door feiten. 7 | Bron: CBS: bewerking PBL.

20 21 De prijzen zijn zo ver gestegen dat mensen zich zor gen maken over de houdbaarheid van de opgaande lijn. Toetreden tot de koop- en huurmarkt wordt lastiger. Gevolg: het vertrouwen in de woning markt daalt, en minder doorstroming. Dit is wat begin 2019 door makelaars wordt waargenomen. Het aantal transacties is in 2018 afgenomen ten opz ichte van 2017. Versnellende en vertragende factoren? De omvang van bouw en de woningprijzen zijn sterk a fhankelijk van de economische conjunctuur. Bij een stijgend consument envertrouwen en economische groei ontstaat ook meer doorstroming. S tructurele trends, zoals bevolkingsgroei en huishoudensverdunning, zij n ook van belang. Door instroom van meer nieuwkomers (asiel- en arbei dsmigranten en expats) neemt de druk op de woningmarkt toe, waardoor wonin gzoekenden minder makkelijk hun plek vinden op de woningmarkt. Relevantie voor decentrale overheden In de ruimtelijke planning kunnen decentrale overhe den rekening houden met verschil in druk op de korte en lange termijn. Zo k an bijvoorbeeld (tijdelijk) gedogen van wonen in recreatiewoningen een ventiel bieden aan de woningmarkt. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zal ook het l ange termijn effect moeten worden meegewogen, bijvoorbeeld door vooral transfo rmatie binnen bestaand stedelijk gebied te ondersteunen.

Om de omslag van aantallen naar kwaliteit te maken kan stimuleren van woningaanpassing voor l anger thuis wonen of de energietransitie worden benut. Tegelijkertijd is het belangrijk een strategie te ontwikkelen voor aanpassing van de bestaande won ingvoorraad bij de veranderende woningvraag, zeker waar veel babyboome rs de komende jaren de woningmarkt verlaten. Bewustwording en kennis zijn daarbij belangrijke elementen. 22 Toelichting plek op trendcurve De beleveniseconomie is al een feit. De trend staat iets na functioneren woningmarkt geplot omdat er een aantal factoren is die de ontwikkeling nog extra kracht kunnen geven. Wat is het? De term experience economy is eind jaren negentig g elanceerd door auteurs Pine en Gilmore in Harvard Business Review. Zij bes chrijven de overgang van een diensteneconomie naar een beleveniseconomie en bear gumenteren dat voor veel consumenten de mooie herinnering belangrijker is da t het product of de dienst zelf. 8 Een concept in de beleveniseconomie kent vier comp onenten. Ten eerste is er een educatieve ervaring. Mensen kunnen zelf iets doen of iets leren. Ten tweede is er een esthetische ervaring, die alle vijf de zi ntuigen prikkelt om de ervaring bijzonder en onvergetelijk te maken. Als derde staa t entertainment altijd centraal. Tot slot, is het een moment om even te ontsnappen u it ons dagelijks leven.

Je bent in een andere werkelijkheid. 9 Mensen besteden graag hun geld aan een mooie ervari ng die ze met anderen delen. Door samen op een event te zijn en door een foto of filmpje te delen op sociale media. Dit is een ontastbare kwaliteit die verder gaat dan de aankoop van een product of dienst. Festivals en evenementen worden steeds meer bezocht. 8 Pine en Gilmore bouwen voort op Toffler’s boek Futu re Shock uit 1971. Toffler voorspelde dat de markt zou worden beheerst door een nieuwe industrie die geri cht is op ervaringen. 9 Zie Pine en Gilmore, Welcome to the experience econ omy, Harvard Business Review, july/august, 1998. beleving centraal tijd snelheid van de ontwikkeling Beleving centraal 3 Beleving centraal 23 10 https://www.em-cultuur.nl/festival-overzicht-2018/ 11 Zie bijvoorbeeld ´Gastvrij Overijssel Programma Vri jetijdseconomie 2016-2020´ van Marketing Oost en vele andere organisaties. 12 https://www.harpersbazaar.com/nl/cultuur-reizen/a25 745263/louvre-record-bezoekers-jay-z-beyonce/ Over 2018 verwachtten de 836 festivals in Nederland in totaal 18,2 miljoen bezoekers. Vergeleken met 2017 zijn dat iets minder festivals, maar een gelijk gebleven bezoekersaantal. 10 Nieuwe recreatieconcepten geven een extra dimensie aan een bezoek aan de natuur.

Met de concu rrentie van e-commerce ervaren ook winkelketens steeds meer dat een bezoek aan hun winkel of etablissement een belevenis moet zijn, omdat de kla nt anders weg blijft. Hoe speelt het in Overijssel? Toerisme en recreatie zijn in veel delen van Overij ssel een belangrijke economische sector. Inmiddels werken er meer mensen in de sector Recreatie en Toerisme dan in de landbouw. Veel organisaties w erken aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van de provincie voor bezoek e n verblijf. 11 Er is in Overijssel een uitgebreid evenementenaanbod van in 2018 onder meer 48 festivals met tezamen ruim 1,6 miljoen bezoekers. De transformati e van de binnensteden heeft ook voor extra aandacht voor de belevenisecon omie gezorgd. Hoe wordt erover gesproken? Organisaties zien de beleveniseconomie en passen hu n aanbod daarop aan: de tour van Beyoncé en Jay Z trok een recordaantal bezoekers naar het Louvre. 12 Soms noodgedwongen omdat een traditionele aanpak on voldoende rendement oplevert. Consumenten praten niet echt over de bele veniseconomie als zodanig, maar ze zijn wel sterk daartoe aangetrokken. Men le est wel regelmatig artikelen waarin staat dat we gelukkiger worden van een ervar ing dan van een aankoop.

Het televisieprogramma ´Tegenlicht´ besteedt met en ige regelmaat aandacht aan 85% 90% 95% 100% 105% 110% 115% 120% 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 117,7% 104,8% totale werkgelegenheid Ontwikkeling werkgelegenheid in de R&T (2009=100%) recreatie en toerisme 24 de happiness economy , waar ze ingaan op het rendement van geluk. 13 Door de jaren heen is het geluk van Nederlanders redelijk s tabiel gebleven, maar de tevredenheid met het leven is licht toegenomen. 14 Versnellende en vertragende factoren? Een versnellende factor voor de ontwikkeling naar e en beleveniseconomie is de vergrijzing. De komende jaren ontstaat een grote groep ouderen met veel vrije tijd en betrekkelijk veel koopkracht. Daarnaast is de functieverandering van de binnensteden een versnellende factor: sinds 2011 zi jn er meer verkooppunten voor horeca dan voor detailhandel in binnensteden. 15 Een mogelijk vertragende factor is minder economisc he groei, of grotere economische ongelijkheid waardoor groepen mensen ni et meer aan de belevenis- economie kunnen deelnemen. Festivals en andere even ementen hebben vaak een aanzienlijk prijskaartje. 16 De beleveniseconomie in Overijssel kan geremd word en door vergelijkbare activiteiten in andere, concurre rende regio’s. De concurrentie in belevenis is groot.

17 Inmiddels verschijnen er ook artikelen over de sch aduwzijde van de festivalisering van Nederland: klachten van omwonenden en een tekort aan EHBO-vrijwilligers. 18 Relevantie voor decentrale overheden De beleveniseconomie is uit meerdere oogpunten van belang voor decentrale overheden. De werkgelegenheid in de sector Recreati e en Toerisme is inmiddels groter dan de landbouwsector; dat rechtvaardigt mee r aandacht voor de sector van alle overheden. Ook overtoerisme en het behoud van aantrekkelijkheid van het Overijssels landschap en (het voorkomen van ) landschapspijn zijn onderwerpen die van belang zijn in de discussie bij de beleveniseconomie. De provincie heeft een rol in het verdelingsvraagst uk en de toekomstige ontwikkeling van de sector. Ook de waterschappen le veren met investeringen een bijdrage aan de kwaliteit van de beleving van h et landschap; nu en in de toekomst. De beleveniseconomie is belangrijk bij fu nctieveranderingen in het landelijk gebied en binnensteden en hoort thuis in de omgevingsvisie. Boeren die nadenken over alternatieven voor de trad itionele landbouw komen vaak terecht bij de beleveniseconomie. 13 VPRO Tegenlicht, 2016, Rendement van geluk. 14 SCP. De sociale staat van Nederland, Den Haag, 2017 , blz. 348. 15 D. Evers e.a., De Veerkachtige Binnenstad, Den Haag 2015, blz. 9.

16 De Correspondent, 2016, Waarom festivals en concert en zo duur geworden zijn. 17 Zie bijvoorbeeld ook de ontwikkelingen rond ´food-h allen´: Retailwatching.nl, 8 juli 2016, Vier vragen over de opkomst van foodhallen. 18 https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/de-schaduwz ijde-van-nederland-als-festivalland-meer-festivals- betekent-ook-meer-klachten~b4eb7259/ 25 Toelichting plek op trendcurve De huidige digitalisering zorgt ook voor een groot verlies aan privacy. Het is niet de verwachting dat deze tendens zal afnemen. Daarom plaatsen we hem aan het eind van de curve. Wat is het? Privacy is het recht om met rust ‘te worden gelaten ’: dit houdt in dat we zelf kunnen bepalen wie welke informatie over ons krijgt. Uit v eiligheidsoverwegingen kunnen overheden hierop inbreuk maken. Het verlies van privacy is op dit ogenblik vooral gerelateerd aan de digitalisering e n big data. In 2018 heeft vrijwel de hele Nederlandse bevolking toegang tot i nternet en heeft meer dan 90% van de bevolking een smartphone. 19 Mensen fungeren op die manier als leveranciers van een enorme berg persoonlijke data. Daarnaast wordt de software om deze data te analyseren steeds geavance erder, zodat de data steeds beter geduid kan worden.

Het Rathenau Instituut onderscheidt bij het toeneme nd gebruik en genereren van persoonlijke data naast het verlies aan privacy ook druk op autonomie door ‘nudging’ (beïnvloeden van keuzes van mensen), veiligheid (stelen van persoonlijke data), controle op technologie (recht op inzicht en uitleg van algoritmen), rechtvaardigheid, machtsevenwicht en m enselijke waardigheid (recht op imperfectie). 19 CBS Statline, 31 oktober 2018. verlies van privacy tijd snelheid van de ontwikkeling verlies van privacy 4 verlies van privacy 26 Hoe speelt het in Overijssel? De informatiesamenleving biedt kansen voor samenlev ing en openbaar bestuur. Het gebruik van big data door de overheid neemt sne l toe. Communicatie- afdelingen analyseren de data van sociale media. De politie gebruikt telefoon- gegevens voor crowd-control. Hier en daar wordt geb ruik gemaakt van de mogelijkheid om handhaving te laten plaatsvinden do or sensoren. Diverse gemeenten, waaronder Enschede, stopten met wifi tel lingen in de binnenstad en zijn na aanpassingen weer begonnen in afwachting van een uitspraak van de Autoriteit Persoonsgevens over de rechtmatigheid van deze methode. 20 Sommige gemeenten zijn bezig met digitalisering van de openbare ruimte, in de zorg of in het sociale domein.

Bij het Kennis punt Twente zijn recent big data specialisten aangetrokken voor toepassinge n bij maatschappelijke vraagstukken voor gemeenten. Hoe wordt erover gesproken? De privacy paradox Het bewustzijn van het belang van privacy neemt toe . De introductie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) heef t in het voorjaar van 2018 het debat over privacy aangewakkerd. Eerder sp eelde ook het raadgevend referendum over de Wet op de inlichtingen- en veili gheidsdiensten. De schan- dalen bij Facebook en Google speelden eveneens mee in de belangstelling voor privacy. 21 NGO’s met als speerpunt mensenrechten slagen er re gelmatig in om de aandacht op het onrechtmatig gebruik van persoon sgegevens te vestigen. De aanklachten gaan vooral over het gebruik van dat a door overheden, zoals onlangs de aangespannen zaak tegen de Staat over ri sicoprofilering van onverdachte burgers. 22 De privacy parodox ligt in het feit dat zorgen om p rivacy van persoonsgegevens in het dagelijks leven slechts bij een kleine groep een rol speelt. Weinig mensen hebben hun Facebook account opgezegd. Slechts 1% va n de huishoudens zegt vanwege zorgen over privacy en cybersecurity geen i nternet te gebruiken. En ongeveer 6% van de Nederlanders van 12 jaar en o uder zegt om dezelfde redenen niet online te shoppen.

23 Slechts 9% van de consumenten is bereid te betalen voor diensten als hun gegevens niet worden gebruikt voor commerciële doeleinden. 24 20 https://www.tubantia.nl/enschede/enschede-stopt-met -wifitellingen-in-afwachting-van-uitspraak-over- privacy~a0e9e7a1/ 21 De samenwerking met Cambridge Analytica in het beïn vloeden van de Amerikaanse kiezer bij de presidentsverkiezingen, en de Britse kiezer bij he t referendum over de Brexit. 22 https://platformburgerrechten.nl/2018/01/12/ngos-st arten-rechtszaak-tegen-de-staat-over-risicoprofiler ing- van-nederlandse-burgers/ 23 CBS, 2018. Cybersecuritymonitor. 24 DDMA (Datadriven Marketing Association), 2016. 27 Versnellende of vertragende factoren Een versnellende factor is dat verdienmodellen geba seerd zijn op de verkoop van data. Vrijwel alle dienstverleners verzamelen g egevens van hun klanten. Allerlei (gratis) apps verzamelen gegevens van gebr uikers. 25 Die data is geld waard. Daarnaast is technologische ontwikkeling een versne ller van de trend. Google en de andere grote tech-concerns bieden telkens nieuwe diensten aan die gemak, snelheid, op maatgemaakte diensten en allerlei ande re voordelen bieden. De afnemers van deze diensten betalen o.a. met pers oonlijke data. Ook overheden rekken de grenzen op in het verzamelen van data ove r burgers. Burgers observeren en monitoren onderling ook steeds meer.

26 Horizontale privacy neemt af doordat burgers vaker bewakingscamera’s op hun gevel plaats en, waartegen het lastig is bezwaar te maken als buurtbewoner. Drones kunnen wo rden gebruikt om mensen te volgen. Spionage-apparatuur lijkt te commerciali seren. De belangrijkste vertragende factor lijkt bewustwor ding te zijn. Ondertussen komen er internationaal, nationaal en lokaal steeds meer richtlijnen, standaarden, open data principes en spelregels beschikbaar die k unnen helpen om publieke waarden van big data te waarborgen. Lokaal komen de VNG en Eindhoven en Amsterdam met dataprincipes, spelregels en kernwaar den die zij hanteren bij het omgaan van data uit de publieke leefwereld. Relevantie voor decentrale overheden Uiteraard hebben decentrale overheden nauwelijks in vloed op internationale bedrijven als Facebook. Het Rathenau Instituut en d e WRR roepen wel op tot decentrale meningsvorming. Overheden kunnen hun bur gers ‘data-wise’ proberen te maken. Decentrale overheden kunnen ervoor zorg d ragen dat hun eigen data- huishouding de privacy van burgers borgt of zich ov er de vraag buigen waarvoor zij big data primair zouden willen inzetten, tegen welke kosten en met welke partijen ze daarbij wil samenwerken. Dit is een bel eidsterrein waar samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en inwoners voor de hand ligt. 25 Martijn, M. en Tokmetzis, D., 2016.

Je hebt wèl iet s te verbergen: over het levensbelang van privacy. De C orrespondent. 26 Zie Ronde tafel over horizontale privacy, Rathenau Instituut 10 oktober 2017. Little brothers are watc hing you. https://www.rathenau.nl/nl/digitale-samenleving/li ttle-big-brothers-are-watching-you-0 28 Toelichting plek op trendcurve In de landbouw- en agrofood sector, in de samenlevi ng en in het beleid is er veel aandacht voor de verduurzaming van voedselp roductie en andere agrarische producten. Mede ingegeven door de klimaa tafspraken van Parijs en de ambities voor een meer circulaire economie is de ontwikkeling van kringlooplandbouw hierbij een opkomend thema. Ten o pzichte van de vorige Trendcurve is de trend hoger op de lijn komen te st aan: de veranderingen lijken in een stroomversnelling te komen. Wat is het? Specialisatie, schaalvergroting en intensivering he bben de afgelopen decennia de Nederlandse landbouw sterk veranderd. Dit heeft geleid tot een sterke positie op internationale markten, maar vooral de i ntensivering kent ook een keerzijde met een grote druk op het milieu en de le efomgeving. Mede in reactie op deze problematiek heeft het Rijk recente lijk in haar landbouwvisie ‘kringlooplandbouw’ tot wenkend perspectief bestemp eld en de sector uitgedaagd dit met haar partners in de praktijk te concretiseren.

27 In dit spoor gaat de melkveehouderijsector de komende tijd inzet ten op natuurinclusieve landbouw 28 en het versterken van de grondgebondenheid en de r egionalisering 27 Ministerie LNV, Landbouw, natuur en voedsel: waarde vol en verbonden – Nederland als koploper in kringlooplandbouw, Den Haag 2018. 28 De sector is partner in het Actieplan Biodiversitei t, 2019. Veranderende landbouw veranderende landbouw tijd snelheid van de ontwikkeling 5 van de veevoerproductie om de import van veevoer sterk te verminderen.29 De coalitie verduurzaming varkenshouderrij zet in op krimp van de sector en verduurzaming gericht op energie- en klimaatneutraler varkensvlees.30 Beide sectoren willen zich ontwikkelen tot producent van energie en daarmee een bijdrage leveren aan de verduurzaming van de energievoorziening. Daarnaast spelen partijen in de sector in op de toenemende vraag naar niet-dierlijke eiwitten. Hoe speelt het in Overijssel? Het klimaatakkoord kent een aparte sector landbouw en landgebruik. De geschetste ontwikkelingen spelen ook in Overijssel – het is immers een provincie waar de landbouw, en met name de veehouderij – een relatief grote rol speelt. De genoemde schaalvergroting en intensivering hebben ook in Overijssel het aangezicht van de landbouw sterk veranderd.

Sinds 1990/2000 is het aantal landbouwbedrijven sterk afgenomen, terwijl het landbouwareaal veel minder is afgenomen en het aantal dieren per bedrijf fors is toegenomen (zie onderstaande figuur). Er is sprake geweest van sterke schaalvergroting. De voormalige agrarische locaties hebben hierbij veelal een andere bestemming gekregen. Door dit proces is niet alleen de landbouw, maar ook de sociale samenstelling van het landelijk gebied veranderd. Melk- en kalfkoeien (>= 2 jaar) in Overijssel 5000 | 100 4500 4000 | 90 3500 | 80 3000 2500 | 70 2000 1500 | 60 1000 | 50 500 0 | 40 2000 2002 | 2004 | 2006 2008 | 2010 | 2012 2014 | 2016 2018 | 2020 Aantal bedrijven | Aantal dieren per bedrijf Net als elders in Nederland slaan – vaak jonge – Overijsselse ondernemers nieuwe wegen in. Talrijke Overijsselse ondernemers zijn ook landelijk in beeld als voorlopers van verduurzaming en kringlooplandbouw. Tegelijkertijd zijn er ook hardnekkige problemen. Deze hebben deels een regionale of gebied specifieke component, zoals vermindering van de ammoniakdepositie in en nabij Natura2000-gebieden, de vermindering van de broeikasgasemissies in de 29 Advies van de Commissie Grondgebondenheid, 2018. 30 Zie de afspraken van het ontwerp klimaatakkoord, 2018. 29 30 veenweidegebieden in Noordwest Overijssel in het ka der van het klimaatbeleid.

Recent krijgt ook de geitenhouderij, sterk gegroeid de afgelopen jaren, veel aandacht vanwege de risico’s voor de volksgezondhei d. Hoe wordt erover gesproken? De discussies zijn over de toekomst van de landbouw zijn vaak fel. Nogal wat boeren voelen zich in een hoekje gezet, terwijl de burger als consument niet bereid blijkt een prijs te betalen die een andere w ijze van produceren toelaat. Toch lijkt er de laatste tijd ruimte te komen voor een minder gepolariseerde discussie over de toekomst van de landbouw. Instant ies als het Planbureau voor de Leefomgeving en de Raad voor de Leefomgevin g wijzen erop dat de Nederlandse landbouw tegen haar milieugrenzen aan l oopt en dat het nodig is te zoeken naar alternatieve en duurzamere manieren van produceren. 31 Daarbij is in de discussie aandacht voor de sociale gevolge n van de financieel wankele positie van veel boeren en hun zwakke positie in de keten. 32 In algemene zin komt er meer aandacht in de media v oor voedsel, wat het is en hoe het wordt gemaakt. Dat maakt dat mensen gaan nadenken over het boerenbedrijf achter hun voedsel. 33 Mede als gevolg daarvan neemt de vraag naar duurzaam voedsel toe. De landbouw en de levensmidde lenindustrie spelen hierop in door allerlei duurzame concepten te ontwikkelen. Deze concepten variëren van diervriendelijk geproduceerd vlees, tot producten a fkomstig van natuurboeren en lokale ketens.

Daarnaast verschijnen er steeds m eer publicaties over het terugdringen van het vleesgebruik en het aanpassen van de ‘schijf van vijf’. 34 Versnellende en vertragende factoren? Nationaal en Europees beleid is van grote invloed o p de landbouw. Beleidswij- zigingen kunnen de transitie in de landbouw versnel len of vertragen. Op korte termijn speelt een uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), die mogelijk gevolgen heeft v oor de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven. Daarnaast zijn er factoren zo als de wisselvalligheid van de prijzen van melk op wereldmarkt, de uitbraak van di erziekten, technologische vernieuwing en veranderingen van consumentenvoorkeu ren die de ontwikkeling in de landbouw kunnen beïnvloeden. 31 PBL, Balans van de Leefomgeving, Den Haag 2016 en 2 018; Raad voor de Leefomgeving, Duurzaam en Gezond, samen naar een houdbaar voedselsysteem, De n Haag 2018. 32 Volgens Trouw maakt meer dan de helft van de boeren zich regelmatig zorgen over het bedrijf: https://destaatvandeboer.trouw.nl/ 33 WRR, Naar een voedselbeleid, Den Haag 2014, blz. 4. 34 https://www.nrc.nl/nieuws/2019/01/17/wereld-moet-dr astisch-anders-eten-a3650717 31 Relevantie voor decentrale overheden De landbouw- en agrofoodsector levert in Overijssel een belangrijk bijdragen aan de regionale economie en werkgelegenheid.

35 De ontwikkeling van kringloop- landbouw kan ook voor het omgevingsbeleid van gemee nten en provincies nieuwe vragen oproepen. Verdere verduurzaming van d e landbouw is een belangrijke randvoorwaarde van de realisatie van de centrale opgaven op het gebied van milieu, leefomgevingskwaliteit, natuur e n klimaat. Er moet gezocht worden naar nieuwe economische modellen voor boeren . Het oppakken van dergelijke verduurzamingsvraagstukken vraagt – al n aar gelang de opgaven – om samenwerking en afspraken met de partijen in ketens en/of gebieden, waaronder gemeenten, waterschappen en provincies. 36 Ten slotte kan door een aantal ontwikkelingen de landbouw ook nadrukkelijker in be eld komen als onderdeel van de oplossing van andere opgaven, zoals bij de o pwekking van duurzame energie, bij het vastleggen van broeikasgassen in l andbouwbodems en het sluiten van regionale kringlopen van biomassa en re ststromen. 35 Kracht van Oost, 2016. 36 PBL, Naar een wenkend perspectief voor de landbouw, Den Haag 2018. 32 Toelichting plek op trendcurve Verschillen in waardenoriëntatie werden in de tijd van de verzuiling zeer sterk gevoeld. Lange tijd is dat minder geweest, vooral v anwege de individualisering. De sociaal-culturele ongelijkheid openbaart zich si nds kort weer heftig en op een andere manier. Bovendien is de kans aanwezig dat de verschillen groter worden.

Wat is het? Maatschappelijke polarisatie is het verschijnsel da t er in Nederland groepen ontstaan die verschillende waardenoriëntaties hebbe n en dat die groepen steeds verder van elkaar af lijken te staan. Er ontstaat e en culturele kloof in Nederland. Het verschijnsel wordt verschillend geduid. De WRR en het SCP onderscheiden twee ‘families’, die van de universalisten en de pa rticularisten, waarbij opleidings- niveau een belangrijke bepalende factor is (zie fig uur hiernaast). 37 De twee denktanks menen dat er sprake is van een gr otere scheiding tussen deze twee groepen. Dit leidt ertoe dat mensen zich niet meer thuis voelen in Nederland: er ontstaat een gevoel van ontheemding. In internationaal perspectief lijkt de situatie in Nederland overigens minder zor gelijk dan in een aantal omringende landen. 38 37 WRR, Gescheiden Werelden?, Den Haag 2014. 38 SCP, COB 2018|3, Den Haag 2018, p. 29. maatschappelijke polarisatie tijd snelheid van de ontwikkeling Maatschappelijke polarisatie 6 Maatschappelijke Maatschappelijke 33 39 Motivaction, Waarden in de samenleving. Verdeling m entality-milieus en burgerschapsstijlen in Overijss el 2016-2050. Amsterdam 2017. 40 IPSOS, Prinsjesdagonderzoek 2016, blz. 16-17. Zie o ok CBS, Gerapporteerde spanningen in de samenleving en eigen ervaringen daarmee, Den Haag 2017, blz.5- 6; SCP, Burgerperspectieven 2018|3, Den Haag 2018.

41 SCP, Burgerperspectieven 2018|3, Den Haag 2018. Hoe speelt het in Overijssel? Ook in Overijssel zijn duidelijk verschillende waar depatronen aanwezig. Onderzoek van Motivaction laat zien dat de provinci e qua waardenoriëntatie niet significant verschilt van de rest van Nederlan d, hoewel er aanwijzingen zijn dat Overijssel iets traditioneler is dan het nation aal gemiddelde. Dat geldt zeker voor het landelijk gebied. Het aantal kosmopolieten , één van de acht ‘mentality- milieus’ die Motivaction onderscheidt, stijgt overi gens wel meer dan verwacht, vooral in de steden. 39 De grotere verschillen in waarden kunnen ook worden afgeleid uit het stemgedrag: al enkele jaren is sprake van minder st emmen op middenpartijen. Dat geldt in Nederland en ook – hoewel in mindere m ate – in Overijssel. Hoe wordt erover gesproken? De landelijke planbureaus waarschuwen al enkele jar en voor grotere sociaal- culturele verschillen – die bovendien zichtbaarder lijken te worden. Veel Neder- landers ervaren grotere tegenstellingen tussen groe pen en maken zich daar ook zorgen over. 40 De wijze van samenleven is al jarenlang één van de grootste zorgen van Nederlanders. 41 Dit thema stond de afgelopen nationale verkiezinge n ook nadrukkelijk op de agenda, met discussies over het volkslied, zwarte piet, paasvuren en ‘normaal doen’.

universalisten maatschappelijke en politieke opvattingen integratie (3, 7) pro-Europa (3, 5, 6) FRQŴLFWORRVSHUVSHFWLHI  SROLWLHNYHUWURXZHQ  algemene houdingen PHHUPRQGLDDOJHRUL­QWHHUG  UHŴH[LHYHFRPPXQLFDWLHVWLMO  FXOWXUHHO]HNHU  VRFLDDOYHUWURXZHQ  VRFLRGHPRJUDƓHPHGLD KRJHURSJHOHLG GLYHUVH YDNHULQVWHGHQ  PHGLDPHHUVHULHXVPHHURQOLQH  particularisten maatschappelijke en politieke opvattingen demarcatie (3,7) HXURVFHSWLVFK  FRQŴLFWSHUVSHFWLHI  SROLWLHNZDQWURXZHQ  algemene houdingen PHHUORNDDOJHRUL­QWHHUG  GLUHFWHFRPPXQLFDWLHVWLMO  FXOWXUHHORQ]HNHU  VRFLDDOZDQWURXZHQ  VRFLRGHPRJUDƓHPHGLD ODJHURSJHOHLG GLYHUVH YDNHUEXLWHQVWHGHQ  PHGLDPHHUSRSXODLUPHHUWY  34 Versnellende en vertragende factoren? Het SCP geeft aan dat er redenen zijn om te denken dat we in toenemende mate in ‘bubbels’ gaan leven. Vanouds verbond de ve rzuiling verschillende groepen mensen langs levensbeschouwelijke weg. Mens en leven nu meer geïndividualiseerd en verbinden zich op allerlei ma nieren. ‘Bonding’ is daarbij makkelijker dan ‘bridging’: mensen zoeken gelijken en gelijkgestemden op. Sociale netwerken lijken steeds meer gescheiden, oo k in ruimtelijke zin. 42 Polarisatie is een van de aspecten die een rol spee lt bij stijgende gevoelens van maatschappelijk onbehagen.

43 Nederland scoort, in verhouding tot andere landen, relatief hoog in sociaal vertrouwen. Dit gaat over gevoelens dat de medemens te vertrouwen is, niet alleen aan zichzelf denkt en eerlijk is. 44 Deze vorm van sociaal kapitaal kan een remmende factor zijn van de ontwikkeling naar grote re verschillen. Relevantie voor decentrale overheden Als deze ontwikkeling zich doorzet krijgen alle dec entrale overheden te maken krijgen met gepolariseerde meningen onder inwoners en meer schuring tussen bevolkingsgroepen. We zien bestuurders, maar ook vo lksvertegenwoordigers optreden als ‘geweten’, verbinder en als procesbege leider bij de discussie tussen bevolkingsgroepen. 45 Tegelijkertijd bestaat het risico dat polarisatie zorgt voor een verharding in de politieke discussies, een ontw ikkeling die in de afgelopen jaren al veelvuldig is geconstateerd. 46 Decentrale overheden kunnen investeren in democratische gemeenschapsvorming, in lessen over d emocratie en rechtstaat of nieuwe vormen van leiderschap. 42 SCP, De toekomst tegemoet, Den Haag 2016, blz. 143- 167. 43 SCP, Burgerperspectieven 2017|1, Den Haag 2017, blz . 14. 44 SCP, Gedeelde waarden en democratie, Den Haag 2016. 45 Zie ook Trendbureau Overijssel, Grotere Verschillen? , Zwolle 2017.

46 Zie bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2223352-ver ruwing-in-de-politiek-komt-steeds-een-stapje-hoger- te- liggen.html en een onderzoek uitgevoerd door Ipsos waarnaar wordt verwezen. 35 meer sociaaleconomische ongelijkheid tijd snelheid van de ontwikkeling Meer sociaaleconomische ongelijkheid Toelichting plek op trendcurve Sinds de industriële revolutie werd sociaaleconomis che ongelijkheid steeds meer een thema. De opbouw van de verzorgingsstaat k an als een reactie daarop worden gezien. Tot de jaren tachtig verminderde daa rdoor de ongelijkheid en de effecten daarvan. Sinds de jaren negentig is de ongelijkheid weer groter geworden, en hebben grote groepen Nederlande rs te maken met meer inkomensonzekerheid. Wat is het? In Nederland stijgen de verschillen in het bruto in komen. De inkomensongelijk- heid van de onderste 10% versus de bovenste 10% is de afgelopen decennia gegroeid. Ook bij de netto inkomens is dat het geva l, hoewel veel minder doordat de Nederlandse overheid via de belastingen nivelleert. 47 De verschillen in vermogens in Nederland zijn groot, ook naar inte rnationale maatstaven. De meest vermogende 10% van de bevolking bezit meer dan de helft (61%) van het totale vermogen in Nederland, en de meest vermo gende 2% een derde. 48 Die verschillen werden de afgelopen jaren niet grot er.

Waar wel duidelijk zichtbare veranderingen plaatsvinden is de inkomens zekerheid van mensen. Door de flexibilisering van de arbeidsmarkt enerzij ds en de afbouw van de 47 WRR, Hoe ongelijk is Nederland?, Den Haag 2014, blz . 41-46. 48 WRR, Hoe ongelijk is Nederland?, Den Haag 2014, blz . 20. Meer sociaaleconomische Meer sociaaleconomische Meer sociaaleconomische Meer sociaaleconomische Meer sociaaleconomische Meer sociaaleconomische 7 verzorgingsstaat anderzijds is de inkomenszekerheid afgenomen.49 Het aantal bijstands-, werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkeringen is in Nederland vrij stabiel, zo´n 1,6 miljoen – ofwel 10% van de bevolking. Overijssel scoort daar iets boven. Hoe speelt het in Overijssel? De inkomensongelijkheid in Nederland speelt vooral in de grote steden – en dat geldt ook voor Overijssel. Gemiddeld genomen kent Overijssel, een betrekkelijk rurale provincie, een gematigde inkomensongelijkheid, met relatief veel mensen met een middeninkomen en relatief weinig mensen met een hoog inkomen (zie onderstaande tabel). Datzelfde geldt voor de vermogens, waarbij dient te worden aangetekend dat de provincie een aantal gemeenten kent met een hoog aandeel vermogenden.

Wat betreft bijstand, werkloosheids- en arbeidsongeschiktheids- uitkeringen scoort Overijssel iets boven het gemiddelde.50 Inkomen van huishoudens in 2017 Mediaan | Aandeel gestandaardiseerd | 1e | 2e | 3e | 4e | 5e | 6e | 7e | 8e | 9e | 10e inkomen | 10% | 10% | 10% | 10% | 10% | 10% | 10% | 10% | 10% | 10% Nederland | 26100 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 Overijssel | 25400 | 9 | 10 | 11 | 11 | 11 | 11 | 10 | 10 | 9 | 7 Hoe wordt erover gesproken? De wenselijkheid van grotere of kleinere inkomens- of vermogensverschillen is vanouds een sterk politieke issue. De afgelopen jaren lijkt er onder economen een zekere bezorgdheid over grotere verschillen te ontstaan.51 Tijdens de gesprekken die in vrijwel alle Overijsselse gemeenten gevoerd zijn in het kader van de verkenning ‘Waar Verdient Overijssel zijn Geld mee in 2030?’ viel op dat het een vrij algemene verwachting was dat de sociaaleconomische verschillen in de toekomst groter zullen worden als gevolg van automatisering en robotisering. In dat verband kwam ook regelmatig de gedachte naar boven van een andere relatie tussen arbeid en inkomen, bijvoorbeeld in de vorm van een basisinkomen. Het thema economische verschillen werd ook geagendeerd tijdens de World Economic Forum bijeenkomst in Davos in januari 2019.

Met name de groepen die niet profiteren van de globalisering en de rol die ook het bedrijfsleven hierin kan en misschien wel moet nemen, waren onderwerp van gesprek. 49 J.C. Vrooman, Meedoen in Onzekerheid, Utrecht 2016, blz. 11. 50 Trendbureau, Waar verdient Overijssel zijn Geld mee in 2030?, blz. 38. 51 OECD, In it together, why less inequality benefits all, Paris 2015. 36 37 Versnellende of vertragende factoren De ontwikkeling van deze trend is sterk afhankelijk van beleid, en dan vooral dat van de nationale overheid. Die heeft de mogelijkhei d om aan inkomensbeleid te doen; beleid ten aanzien van vermogens lijkt daa rnaast een internationale aangelegenheid. De ongelijkheid kan bovendien versn eld worden door technologische ontwikkelingen, bijvoorbeeld doordat de lonen onder druk komen te staan van banen die geautomatiseerd kunnen worden. Relevantie voor decentrale overheden Decentrale overheden hebben slechts zeer beperkte m ogelijkheden tot inkomenspolitiek. Desalniettemin kunnen zij wel op verschillende manieren rekening houden met deze trend bijvoorbeeld met het eigen belastinggebied of indirect waar het gaat om toegangsprijzen voor prov inciale musea. De effecten van beleid kunnen voor verschillende inkomensgroepe n anders uitwerken.

Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie, waarbij gewaarschuwd wordt voor relatief grote lasten voor minder draagkrachtigen, of het woonbeleid. Ook kunnen gemeenten, waterschappen en provincies ervoor kieze n om speciale maatregelen te nemen voor minder draagkrachtigen, bijvoorbeeld als het gaat om de toegang tot cultuur, scholing, zorg of werk. Of om op zoek te gaan naar vernieuwende financieringsconstructies bij onder meer de energie transitie. 38 aanpassen aan klimaatverandering tijd snelheid van de ontwikkeling Toelichting plek op trendcurve De verwachting is dat de effecten van klimaatverand ering in de toekomst groter gaan worden en dus ook de aandacht voor klimaatadap tatie. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen stelden in 2017 een Delt aplan Ruimtelijke Adaptatie op inclusief financiële afspraken. Recent werd het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie ondertekend. 52 Daarmee willen waterschapen, provincies, gemeenten en Rijk 600 miljoen euro vrijmaken voor k limaatadaptatie. Vandaar dat de ontwikkeling in de opwaartse lijn van overwi nning wordt geplot. Wat is het? Klimaatadaptatie is het proces waardoor samenleving en de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen of profiteren van de kansen van een veranderend klimaat. De invloed van klimaatverandering is op ve el vlakken merkbaar. In Nederland zien we o.a. de volgende verschijnsele n.

53 De temperatuur blijft stijgen. Zachte winters en hete zomers gaan vaker v oorkomen. Neerslag en extreme neerslag in de winters nemen toe. De intens iteit van extreme regenbuien in de zomer neemt toe. Hagel en onweer worden hevig er, aldus het KNMI. Droogte leidt eveneens tot knelpunten, o.a. in de b innenvaart. De mate van kwetsbaarheid van steden voor hittestress en watero verlast door piekbuien 52 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/11 /20/nederland-wordt-klaargestoomd-voor- veranderend-klimaat 53 KNMI, KNMI´14, Climate Change scenarios for the 21s t Century – A Netherlands perspective, De Bilt 2014 . Aanpassen aan klimaatverandering 8 39 wisselt en is afhankelijk van de mate van bebouwing en gebiedsinrichting. 54 Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen stelde n in 2017 een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie op als onderdeel van het Delt aprogramma. Uiterlijk in 2020 moeten overheden ‘klimaat robuust handelen ver ankerd hebben in beleid’. Daarvoor is het nodig dat ze zaken op orde hebben: van stresstest, risicodialoog en strategie tot en met uitvoeringsagenda. Hoe speelt het in Overijssel? Overijssel heeft de laatste jaren verschillende ker en wateroverlast gehad als gevolg van hevige regenval en de effecten van de dr oogte 2018 zijn in januari 2019 nog steeds niet voorbij. Hittestress is een on derschat element.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/12bcab50-048d-452f-b3fc-6b172798457b?agendaItemId=d5c7141c-8b70-405b-ab44-66b000d3a44a