7.0 Informatienota 2023 - 61 - Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland
Tekst van het document
De uitstoot van houtstook is in alle gemeenten groot; in een aantal gemeenten zorgt houtstook zelfs voor meer dan de helft van de totale PM2,5 uitstoot. Figuur 14 Uitstoot van PM2,5 in Mkg/jaar per regio in Overijssel en Gelderland in 2021. De taartdiagrammen geven de omvang (grootte van de cirkel) en bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren van de taartstukjes) weer. De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. De omvang (grootte) van de taart komt overeen met de totale omvang van de emissie in die provincie (in Megakilo, Mkg, zie de cirkels in de legenda - 1 Megakilo is gelijk aan 1000 ton of 1 miljoen kilogram). De verdeling (stukjes van de taart) representeert de bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren in de legenda). Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090535/74 33 Figuur 15 PM2,5 emissies per gemeente in Overijssel in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van https://gcn-app.rivm.nl/Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht. De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente. Zie Bijlage 7 voor een overzichtskaart van alle gemeenten.
College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090536/74 34 Figuur 16 PM2,5 emissies per gemeente in Gelderland in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van https://gcn-app.rivm.nl/Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht. De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente. Zie Bijlage 7 voor een overzichtskaart van alle gemeenten. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090537/74 35 3.4 Trends in emissies per bron Een aantal bronnen van luchtverontreiniging is de laatste jaren een stuk kleiner geworden. Andere bronnen worden daarmee relatief gezien groter. In deze paragraaf geven we een kort overzicht van nationale trends en verwachtingen naar de toekomst. 3.4.1 Houtstook Houtstook is met name een bron van fijnstof. De fijnstof uitstoot van houtstook is de afgelopen jaren gedaald, maar minder dan andere bronnen. De daling komt niet omdat er minder hout is gestookt, maar omdat oude houtkachels deels zijn vervangen door nieuwe kachels (website Emissieregistratie Condenseerbaar fijnstof). Door de hoge gasprijzen van afgelopen winter lijken meer mensen hout te zijn gaan stoken.
Prognoses van TNO laten zien dat houtstook in de toekomst voor veel meer uitstoot van fijnstof zou kunnen leiden, als er geen aanvullende maatregelen genomen worden, zie Figuur 17. Bij bestaand beleid nemen de fijnstof emissies door houtstook toe. Bij forse inzet op vervanging van bestaande kachels door kachels met het EcoDesign keurmerk, nemen de emissies in de toekomst af. Voor nieuwe kachels is het EcoDesign keurmerk al verplicht, maar dat is op dit moment niet zo voor bestaande kachels. (Visschedijk, Dröge en van der Gon, 2023). Figuur 17 Verwacht houtgebruik in 2025 t.o.v. 2021 en de resulterende PM2,5 uitstoot per kacheltype in drie scenario's. Scenario 1: Bestaand beleid. Scenario 2: Alle openhaarden worden vervangen door haarden met EcoDesign keurmerk. Scenario 3: Er zijn alleen nog pelletkachels en houtkachels met EcoDesign keurmerk (figuur uit: Visschedijk, Dröge en van der Gon, 2023) College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090538/74 36 3.4.2 Landbouw De NOx uitstoot door de landbouw is licht afgenomen de laatste jaren, de uitstoot van primair fijnstof is tussen 1990 en 2010 toegenomen en sindsdien weer wat gedaald (Website CLO, Emissies naar lucht door de land- en tuinbouw, 1990-2021).
De ammoniak uitstoot, belangrijk bij de vorming van secundair fijnstof, is in de jaren ’90 fors gedaald, maar neemt de laatst 10 á 15 jaar niet verder af ( (Website CLO, Emissies naar lucht door de land- en tuinbouw, 1990-2021) Dit is weergegeven in Figuur 18. De reductie van de uitstoot van NOx, fijnstof en ammoniak van de landbouw in de komende jaren zal grotendeels afhangen van het stikstofbeleid. 3.4.3 Mobiele werktuigen De uitstoot van NOx en fijnstof door mobiele werktuigen was in het verleden een kleine bron. Door de afname van andere bronnen zijn mobiele werktuigen nu een bron van betekenis . Bijna de helft van de uitstoot van mobiele werktuigen komt van landbouwmachines en de andere helft uit de bouw. De uitstoot van mobiele werktuigen verdient meer prioriteit. Bij zowel het stikstofbeleid als het klimaatbeleid wordt ook ingezet op schonere of zelfs emissieloze mobiele werktuigen. 3.4.4 Scheepvaart In met name Gelderland is de binnenvaart een grote bron van NO x en in mindere mate ook van fijnstof. De reductie van de uitstoot van de scheepvaart verloopt veel trager dan bij wegverkeer, omdat schepen een veel langere levensduur hebben en omdat hiervoor internationale afspraken gemaakt moeten worden. Er is en wordt op veel plekken walstroom aangelegd om emissies van binnenvaartschepen in havens te verminderen.
Ook zijn er ontwikkelingen in schonere motoren en schonere brandstoffen (waterstof, elektriciteit), maar die ontwikkelingen gaan minder snel dan bij wegverkeer. De komende jaren zal de binnenvaart een grote bron van luchtverontreiniging blijven. 3.4.5 Industrie De uitstoot van NOx en fijnstof door de industrie is sinds 1990 met respectievelijk 70 en 80% afgenomen. De daling in uitstoot is vooral in de jaren ’90 gerealiseerd, de laatste 10, 15 jaar is de uitstoot nog nauwelijks gedaald. Zie Figuur 19. De uitstoot van industrie is deels gerelateerd aan verbrandingsprocessen, deels aan op- en overslag. Naar verwachting daalt de uitstoot van Figuur 18 Emissie NOx, ammoniak en fijnstof (PM10) naar de lucht door land- en tuinbouw (Bron: Website CLO, Emissies naar lucht door de land- en tuinbouw, 1990-2021) College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090539/74 37 luchtverontreiniging als gevolg van verbrandingsprocessen in de industrie de komende jaren als gevolg van klimaatbeleid. Voor reductie van uitstoot van fijnstof door op- en overslag is extra aandacht nodig. In Figuur 19 is de afvalverbranding en energieopwekking niet meegenomen. In de gebruikte gegevens van hoofdstuk 3 vallen deze sectoren wel in dezelfde categorie.
De uitstoot van NO2 en fijnstof door de energiesector is sinds de jaren 90 met respectievelijk 80 en 90% afgenomen ( Website CLO Emissies naar lucht door de energievoorziening 1990-2021).Biomassacentrales en bijmenging van biomassa in energiecentrales zijn (relatief) nieuwe, extra bronnen van luchtverontreiniging. 3.4.6 Wegverkeer De uitstoot van NOx en fijnstof door wegverkeer is sinds 1990 met 80% gedaald. De daling zet gestaag door. Zie Figuur 20 (Website CLO Wegverkeer: Volumeontwikkeling en milieudruk 1990- 2021). Dat komt door beleid en maatregelen van de EU, de rijksoverheid, provincies en gemeenten. Naar verwachting daalt de uitstoot van wegverkeer de komende jaren verder als gevolg van strengere emissie-eisen en klimaatbeleid. Een deel van dit effect wordt echter teniet gedaan door de toename in wegverkeer en de aanschaf van grotere en zwaardere auto’s.
Figuur 19 Emissies NOx, ammoniak en fijnstof (PM10) naar de lucht door industrie (inclusief raffinaderijen) Bron: Website CLO Emissies naar lucht door de energievoorziening 1990-2021) Figuur 20 Emissies naar de lucht van wegverkeer (Bron: Website CLO Wegverkeer: Volumeontwikkeling en milieudruk 1990-2021) College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090540/74 38 4 Integrale aanpak voor verbetering luchtkwaliteit Samengevat Verdere verbetering van de luchtkwaliteit levert veel gezondheidswinst op. Samenwerking tussen overheden en ook tussen verschillende beleidsterreinen is cruciaal om de uitstoot verder te reduceren. Er liggen grote kansen voor een gezondere lucht als niet alleen bij milieu, maar ook bij mobiliteit, wonen, klimaat, stikstof, industrie (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) en gezondheidsbevordering maatregelen worden genomen. De WHO advieswaarden voor schone lucht kunnen alleen worden gehaald door samenwerking op deze beleidsterreinen. De GGD gaat graag met gemeenten en provincies in gesprek voor nader advies voor schonere lucht. De luchtkwaliteit in Nederland is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Daardoor leven we nu gemiddeld zo’n zes jaar langer dan 30 jaar geleden (Velders et al., 2020).
Verdere verbetering van de luchtkwaliteit is nodig omdat ook bij de huidige blootstelling er nog veel mensen ziek worden en overlijden door luchtverontreiniging. In het Schone Lucht Akkoord werken het Rijk, alle provincies en een groot aantal gemeenten samen aan verbetering van de luchtkwaliteit. Maar ook op andere beleidsterreinen kan er veel winst geboekt worden voor een gezondere lucht. We bespreken hier de voornaamste dossiers met impact op de luchtkwaliteit en geven per dossier aan welke mogelijkheden er zijn voor verbetering van de luchtkwaliteit binnen dit dossier. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090541/74 39 Verbind beleid De GGD adviseert: ▪ Het Schone Lucht Akkoord te verbinden met ▫ Klimaatbeleid ▫ Woonopgave ▫ Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) ▫ Mobiliteitsbeleid ▫ Stikstofbeleid ▫ Houtstook ▫ Industrie: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) ▪ Waar mogelijk de dossiers ook onderling te verbinden ▪ Gezondheid in al deze dossiers expliciet mee te nemen in de afweging van maatregelen 4.1 Schone Lucht Akkoord Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is een akkoord tussen Rijk, provincies en gemeenten. Het doel van dit akkoord is om de gezondheidsschade door luchtvervuiling te verminderen. Het streven is om gezondheidswinst te behalen door in 2030 ten opzichte van 2016 de uitstoot van binnenlandse bronnen minimaal te halveren.
Samenwerking is daarvoor essentieel. In Overijssel en Gelderland hebben de twee provincies en daarnaast ook 17 gemeenten het Schone Lucht Akkoord ondertekend, zie Figuur 21. Door het Schone Lucht Akkoord te ondertekenen, kunnen overheden profiteren van de kennis en ervaring die op wordt gedaan in de werkgroepen. Er is budget van het Rijk voor(co)financiering van (pilot)projecten en maatregelen. Bij ondertekening committeert een deelnemer zich aan samenwerking voor gezondere lucht. Elke deelnemende partij stelt een uitvoeringsagenda op en koppelt de voortgang daarvan terug. Op de website www.schoneluchtakkoord.nl staat veel informatie over activiteiten binnen het Schone Lucht Akkoord. Schone Lucht Akkoord De GGD adviseert: ▪ Alle gemeenten om het Schone Lucht Akkoord te ondertekenen om ook via het Schone Lucht Akkoord samen de luchtkwaliteit verder te verbeteren ▪ Provincies Overijssel en Gelderland om actief de kennis, ervaringen en producten die in het Schone Lucht Akkoord worden ontwikkeld, te delen met de gemeenten die het Schone Lucht Akkoord (nog) niet ondertekend hebben. Ook zij kunnen profiteren van deze kennis. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090542/74 40 Figuur 21 Deelnemende provincies en gemeenten aan Schone Lucht Akkoord (stand van zaken 29 september 2023). Bron: Website Schone Lucht Akkoord Deelnemers.
College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090543/74 41 4.2 Klimaatbeleid In de Nederlandse Klimaatwet (met bijbehorend Klimaatplan) en de Europese Green Deal staan veel maatregelen die niet alleen de uitstoot van broeikasgassen terugbrengen, maar ook de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxide verlagen bij wegverkeer, binnenvaart, industrie, landbouw en huishoudens. Gemeenten en provincies hebben een grote rol bij de reductie van de emissie van broeikasgassen van zowel huishoudens, industrie, binnenvaart, landbouw als ook het eigen wagenpark en de mobiele werktuigen die in de gemeente worden ingezet. Door de juiste keuzes te maken kan gelijktijdig de uitstoot van luchtverontreiniging worden beperkt, en gezondheidswinst worden geboekt. Klimaatbeleid De GGD adviseert: ▪ Bij gemeentelijke warmtevisies maatregelen te nemen om het risico op toename van particuliere houtstook te voorkomen ▪ Gezondheid expliciet mee te wegen bij besluitvorming rond biomassaverbranding.
De uitstoot van fijnstof door biomassacentrales te verminderen ▪ De hoeveelheid autoverkeer te verminderen en elektrisch rijden te faciliteren ▪ Uitstoot door binnenvaartschepen te verminderen door walstroom en schonere motoren en brandstoffen ▪ De uitstoot door mobiele werktuigen (bouwverkeer, bouwmachines, aggregaten) te verminderen door schoon aanbesteden en eisen in vergunningverlening (o.a. bij infrastructurele werken, bouw en evenementen). ▪ De uitstoot van de eigen werktuigen te verminderen, denk aan huisvuil ophalen, gemeentewerken. KOPPELKANSEN KLIMAATBELEID SLA Aanbesteding en schone mobiele werktuigen, eigen wagenpark, verkeer Woonopgave Bij verduurzaming woningen extra uitstoot door houtstook voorkomen GALA Bewegen en actief vervoer Mobiliteit Actief en elektrisch vervoer Stikstof Emissiereductie landbouw Houtstook Beperken, niet gebruiken als alternatief voor fossiel Industrie Emissiereductie industrie College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090544/74 42 4.3 Woonopgave Er is een groot tekort aan (geschikte) woningen in Nederland. De komende jaren wordt daarom een groot aantal woningen bijgebouwd. De GGD vraagt aandacht voor gezondheid, waaronder luchtkwaliteit, bij het bouwen van nieuwe woningen en de inrichting van nieuwe woonwijken .
De GGD adviseert om houtstookvrije wijken te creëren, door vast te leggen dat er geen rookgaskanalen aangelegd mogen worden (Website GGD GHOR Nederland Advies Houtrook). De GGD adviseert om bij de inrichting van nieuwe woonwijken fietsen en wandelen te faciliteren. Het bouwen van nieuwe woningen nabij bronnen van luchtverontreiniging is onwenselijk. De GGD adviseert geen nieuwe gevoelige bestemmingen, waaronder woningen, te bouwen nabij drukke wegen (zie kader). Bij wonen nabij drukke wegen speelt naast luchtkwaliteit ook geluid een rol: in Overijssel en Gelderland had in 2020 meer dan een kwart van de inwoners geluidhinder van wegverkeer (Rapportage Geluidhinder in Gelderland en Overijssel op Website GGD Gelderland-Midden Milieu en Gezondheid in Gelderland en Overijssel). Uit voorzorg adviseert de GGD afstand te houden tussen veehouderijen en gevoelige bestemmingen, waaronder woningen (zie kader). Naast luchtverontreiniging speelt ook geurhinder hier een rol: ruim één op de tien inwoners van Overijssel en Gelderland had in 2020 last van geurhinder door landbouwactiviteiten (Rapportage Geurhinder in Gelderland en Overijssel op Website GGD Gelderland-Midden Milieu en Gezondheid in Gelderland en Overijssel). De GGD adviseert ook om op te letten bij nieuwbouw van woningen nabij industrie. Ook industrie kan lokaal een belangrijke bron zijn van luchtverontreiniging, geluid en geur.
Binnen het Schone Lucht Akkoord is Website Schone Lucht Akkoord Hoogst blootgestelde gebieden en gevoelige groepen is advies voor gemeenten opgesteld hoe om te gaan met gevoelige bestemmingen en afstand tot bronnen van luchtverontreiniging. Woonopgave De GGD adviseert: ▪ Luchtkwaliteit en gezondheid al in begin van het planproces mee te nemen ▪ Geen nieuwe gevoelige bestemmingen, waaronder woningen, te bouwen nabij drukke wegen, veehouderijbedrijven en industrie. En vice versa. ▪ Om houtstookvrije wijken te creëren ▪ Bij inrichting van een nieuwe woonwijk ervoor te zorgen dat lopen en fietsen voor korte afstanden de meest aantrekkelijke opties zijn en te zorgen voor goed openbaar vervoer (STOMP principe). Zorg voor faciliteiten voor laden van elektrische voertuigen.
▪ Bij de bouw van woningen en infrastructuur schone mobiele werktuigen te (laten) gebruiken, door schoon aanbesteden en eisen in vergunningverlening, zie de pagina Mobiele werktuigen van het Schone Lucht Akkoord voor advies College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090545/74 43 Wat is het GGD advies voor gevoelige bestemmingen in relatie tot luchtkwaliteit? (bronnen: Website GGD GHOR Nederland Luchtverontreiniging GGD advisering), de Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid en de Website RIVM GGD Richtlijn Veehouderij en Gezondheid) Gezondheidsrisico’s van omwonenden nemen toe naarmate de afstand tot de weg kleiner is, ook wanneer de luchtkwaliteit aan de Europese grenswaarden voldoet. Woningen en voorzieningen waar kinderen, ouderen, zwangere vrouwen of mensen met een zwakke gezondheid langdurig verblijven moeten daarom op ruime afstand van drukke wegen worden gerealiseerd. Daarnaast adviseert de GGD vanuit het voorzorgsprincipe om afstand te houden tussen veehouderijen en gevoelige bestemmingen De GGD adviseert: ▪ Situeer gevoelige bestemmingen op zoveel mogelijk afstand van drukke wegen, onafhankelijk van de achtergrondconcentratie ter plaatse. ▪ Hoe verder van de weg, hoe schoner de lucht en dus hoe gezonder. Meer afstand leidt tot meer gezondheidswinst.
Hanteer hierbij de volgende minimale afstanden: ▫ Snelweg: ten minste 150 meter ▫ Drukke weg buiten de bebouwde kom: ten minste 50 meter ▫ Drukke weg binnen de bebouwde kom: ten minste 25 meter ▪ Wees terughoudend met het bouwen of uitbreiden van veehouderijen binnen 250 meter van gevoelige bestemmingen, en het plaatsen van een gevoelige bestemming binnen 250 meter van een veehouderij. Houd voor geitenhouderijen hiervoor een afstand van 2 kilometer aan. KOPPELKANSEN WOONOPGAVE SLA Voer gevoelige bestemmingen beleid, bescherm hooggevoelige groepen, toepassen schone mobiele werktuigen Klimaat Verduurzaming woningen GALA Bewegen en actief vervoer. Verklein gezondheidsachterstanden ook door luchtkwaliteitsmaatregelen Mobiliteit Actief en elektrisch vervoer Houtstook Nieuwe wijken houtstookvrij Industrie Verplaatsing van overlastgevende bedrijven College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090546/74 44 4.4 Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Gemeenten, GGD’en, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS werken samen in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) (Website Rijksoverheid GALA-Gezond en Actief Leven Akkoord). Binnen dit akkoord ontwikkelen gemeenten, samen met onder meer de GGD, een integrale aanpak voor het verbeteren van de gezondheid van hun inwoners, vooral gericht op het terugdringen van gezondheidsachterstanden.
De gezondheid van mensen met een hoog inkomen of theoretische opleiding is in Nederland een stuk beter dan de gezondheid van mensen met een laag inkomen of praktische opleiding. Mensen met een laag inkomen of praktische opleiding leven vaker in een ongezondere leefomgeving. Ook het gezonder maken van de leefomgeving kan daarom bijdragen aan het tegen gaan van gezondheidsachterstanden (Raad voor de Volksgezondheid, 2021). De GGD vraagt gemeenten om te overwegen of zij de luchtkwaliteit het eerst willen verbe teren op plekken waar veel mensen wonen die gezondheidsachterstanden hebben, om zo gezondheidsachterstanden te verkleinen. In het GALA is onder meer aandacht voor ‘een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten’ en voor ‘een gezonde leefstijl’. Inzet op deze thema’s kan ook ten goede komen aan verbetering van de luchtkwaliteit. Zo zorgt actieve mobiliteit, de overstap van auto naar fietsen of lopen, voor meer bewegen en daardoor minder overgewicht en daaraan gerelateerde gezondheidsaandoeningen. Stimuleren van actieve mobiliteit vergt investeringen in fietsinfrastructuur, maar ook voorzieningen op loop- of fietsafstand en verbetering van het openbaar vervoer. Zie voor meer suggesties de GGD Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving (Website GGD GHOR Nederland Kernwaarden Gezonde Leefomgeving).
Meer actieve mobiliteit betekent dus meer bewegen, maar ook: minder luchtverontreiniging, minder geluid en minder uitstoot van broeikasgassen. Gezond en Actief Leven Akkoord De GGD adviseert: ▪ Gemeenten om samen te werken met fysiek (o.a. milieu) en sociaal domein bij invulling en uitvoering van het Gezond en Actief Leven Akkoord ▪ Gemeenten om in de plannen die ontwikkeld worden vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord, ook in te zetten op actieve mobiliteit (lopen en fietsen). ▪ Gemeenten en provincies om zelf het goede voorbeeld te geven door binnen hun organisatie de fiets en het openbaar vervoer te stimuleren en faciliteren voor zowel woon-werkverkeer als werk-werkverkeer. ▪ Gemeenten en provincies om, in samenhang met de woonopgave, te overwegen of luchtkwaliteitsmaatregelen prioriteit moeten/kunnen krijgen op plekken waar veel mensen wonen die praktisch geschoold zijn en/of een laag inkomen hebben, om zo gezondheidsachterstanden te verminderen.
College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090547/74 45 KOPPELKANSEN GEZOND EN ACTIEF LEVEN AKKOORD (GALA) SLA Beperk en verschoon gemotoriseerd wegverkeer, bescherm hooggevoelige groepen Woonopgave Verklein gezondheidsachterstanden ook door luchtkwaliteitsmaatregelen Mobiliteit Actief en elektrisch vervoer 4.5 Mobiliteit Wegverkeer levert een grote bijdrage aan luchtverontreiniging, al is de uitstoot de afgelopen jaren wel afgenomen. Wegverkeer is de laatste jaren schoner geworden, moderne motoren zorgen voor minder uitstoot. Een deel van dit effect wordt echter teniet gedaan door de toename in wegverkeer en de aanschaf van grotere en zwaardere auto’s. Ook reduceren van wegverkeer leidt tot minder luchtverontreiniging. In de coronajaren was duidelijk zichtbaar dat minder autoverkeer leidde tot minder uitstoot van NO 2 en fijnstof. Wanneer autoritten worden vervangen door de fiets levert dat ook andere gezondheidsvoordelen op, zoals meer beweging en minder overgewicht, zie paragraaf ‘Gezond en Actief Leven Akkoord’. Bij mobiliteitsbeleid gaat het veelal om het bestrijden van files, er wordt minder aandacht besteed aan de bereikbaarheid van bestemmingen en activiteiten van verschillende groepen inwoners (PBL 2022). Voor mensen die in landelijk gebied wonen en mensen zonder auto, is de bereikbaarheid van veel bestemmingen slechter.
In landelijk gebied zijn afstanden tot voorzieningen daarnaast vaak groot. De GGD adviseert om bij mobiliteit verder te kijken dan filebestrijding en te kijken hoe mensen in verschillende gebieden in Overijssel en Gelderland hun bestemmingen kunnen bereiken en welke rol actieve mobiliteit en openbaar vervoer hierbij kunnen spelen, alsook de locaties van voorzieningen als onderwijs, zorg en supermarkt. Binnen het Schone Lucht Akkoord is een handreiking ontwikkeld om luchtkwaliteit mee te nemen in de Regionale Mobiliteitsprogramma’s (RMP’s) en andere mobiliteitsplannen Website Schone Lucht Akkoord Handreiking schone lucht in Regionale Mobiliteitsprogramma’s). Hierin zijn een stappenplan en praktijkvoorbeelden opgenomen. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090548/74 46 Mobiliteit De GGD adviseert: ▪ In te zetten op minder wegverkeer, onder meer door lopen, fietsen en OV te stimuleren en voorzieningen op loop- of fietsafstand te plaatsen ▪ In te zetten op schoner wegverkeer, onder meer door schone (binnen)stadsdistributie, milieuzones, stimuleren elektrificatie ▪ Instellen van lagere maximumsnelheden op autowegen en snelwegen. Ook bij drukke binnenstedelijke wegen kan snelheidsverlaging gunstig zijn voor luchtkwaliteit, omdat de doorstroming kan verbeteren.
KOPPELKANSEN MOBILITEIT SLA Beperk en verschoon gemotoriseerd wegverkeer, bescherm hooggevoelige groepen Klimaat Elektrisch vervoer Woonopgave Gevoelige bestemmingenbeleid GALA Actief vervoer en bescherm hooggevoelige groepen Stikstof Emissiereductie verkeer 4.6 Stikstofbeleid De ‘Stikstofaanpak’ heeft tot doel de stikstofdepositie in natuurgebieden terug te brengen, ter bescherming van de natuur. Het beleid richt zich daarom op het beperken van de stikstofuitstoot in de vorm van ammoniak (van met name veehouderij en bepaalde industrie) en stikstofoxiden. Bij de landbouw ligt de nadruk daarbij op ammoniakreductie, terwijl de landbouw ook een belangrijke bron is van stikstofoxiden (zie hoofdstuk 3). Beperken van de stikstofuitstoot is ook goed voor de gezondheid. Door het terugdringen van de uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden worden de concentraties (secundair) fijnstof lager. En terugdringen van stikstofoxiden heeft ook een positief effect op de gezondheid. Bij het nemen van stikstofmaatregelen, zijn bronmaatregelen de gezondste. Bij de maatregelen voor stikstofreductie door de veehouderij vraagt de GGD aandacht voor maatregelen om de vitaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied te bevorderen.
College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090549/74 47 Stikstofbeleid De GGD adviseert: ▪ Neem gezondheid op als basisvoorwaarde in (provinciale) plannen voor het landelijk gebied, rekening houdend met onder meer fijnstof, stikstofoxiden, geurhinder, zoönosen en leefbaarheid. ▪ Bronmaatregelen te nemen om stikstofuitstoot uit de landbouw te verminderen. Denk hierbij aan verminderen van vee of mest, stalmaatregelen (zoals stalvloeren, strooiseltypen, filters, luchtwassers) en maatregelen in bedrijfsvoering (zoals aanpassing voer, mestopslag en bemesting, dat wil zeggen moment, wijze en mate van aanwending mest). ▪ Bronmaatregelen te nemen om stikstofuitstoot van industrie en verkeer te verminderen, zoals inzet op minder verkeer, snelheidsverlaging en strengere eisen voor de uitstoot van industrie. ▪ In te zetten op beperken van stikstofemissie uit eigen wagenpark en via schoon aanbesteden van weg- of woningbouw (zie ook paragraaf over mobiele werktuigen bij klimaatbeleid).
▪ Bij beleid op stikstofreductie uit de landbouw maatregelen te nemen om de vitaliteit van het landelijk gebied te bevorderen KOPPELKANSEN STIKSTOFBELEID SLA Themawerkgroepen landbouw, industrie Klimaat Beperken uitstoot verkeer, industrie en landbouw GALA Verbind stikstofmaatregelen aan bevordering vitaliteit landelijk gebied Mobiliteit Beperken uitstoot verkeer, actief en elektrisch vervoer 4.7 Houtstook De uitstoot van fijnstof door houtstook is de afgelopen jaren licht afgenomen, door het gebruik van schonere houtkachels (Emissieregistratie Condenseerbaar Fijnstof, 2023). Door de hoge gasprijzen van afgelopen winter lijken meer mensen hout te zijn gaan stoken. Ook zien we dat mensen in wijken waarvan bekend is dat ze binnen enkele jaren van het gas af gaan overstappen op houtkachels. Houtstook is een grote bron van luchtverontreiniging. Dit zorgt voor veel gezondheidsschade en ook voor geurhinder. Prognoses van TNO wijzen uit dat houtstook in de toekomst voor veel meer uitstoot van fijnstof zou kunnen leiden, als er geen aanvullende maatregelen genomen worden (Visschedijk, Dröge en van der Gon, 2023). In het Schone Lucht Akkoord is de Routewijzer houtstook en overlast ontwikkeld (Website Schone Lucht Akkoord, Routewijzer houtstook en overlast).
Hierin is voorlichtingsmateriaal beschikbaar, maar ook voorbeelden voor lokale regels om houtstook in bepaalde situaties te verbieden. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090550/74 48 Ook (kleine) biomassacentrales en pelletkachels zijn een bron van fijnstof en NO2. De uitstoot is minder dan bij een conventionele houtkachel, maar veel meer dan bij een gasgestookte ketel of elektrische verwarming. Bij verbranden van biomassa in grote biomassacentrales en bij het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales komt ook fijnstof en NO2 vrij. Van alle manieren van houtverbranding, is de verbranding in grote centrales wel het meest efficiënt: er wordt relatief veel energie uit het hout gehaald. En er zijn goede technische mogelijkheden om de uitstoot te beperken (denk aan filters). Hierbij kunnen ook bovenwettelijke maatregelen genomen worden. Tot slot zijn ook vreugdevuren en verbranding van (snoei)afval een bron van houtrook. Dat is in veel gemeenten gedoogd of wordt toegestaan. Houtstook De GGD adviseert: ▪ Maatregelen te nemen om houtstook verregaand te reduceren (Website GGD GHOR Nederland Advies Houtrook). De Routewijzer houtstook en overlast geeft hiervoor handvatten Website Schone Lucht Akkoord, Routewijzer houtstook en overlast .
▪ Gezondheid expliciet mee te wegen bij de besluitvorming rondom biomassacentrales en het bijmengen van biomassa in elektriciteitscentrales ▪ Gezondheid expliciet mee te wegen bij het al dan niet toestaan van vreugdevuren en verbranden van (snoei)afval Koppelkansen Houtstook SLA Themawerkgroep houtstook, Routewijzer houtstook en overlast Klimaat Beperk emissies door verbranding van biomassa Woonopgave Nieuwe wijken houtstookvrij 4.8 Industrie en energie De industrie blijft een belangrijke bron van stikstofdioxide en fijnstof. Naast stikstofdioxide en fijnstof komen er ook andere schadelijke stoffen vrij bij industriële activiteiten, waaronder de zogenaamde ‘Zeer Zorgwekkende Stoffen’ (ZZS). Ook deze stoffen kunnen gezondheidseffecten veroorzaken. Industrie is ook een bron van geluid- en geurhinder, met de daarbij behorende impact op de gezondheid van omwonenden. Lokaal speelt er op verschillende plekken in Overijssel en Gelderland casuïstiek met uitstoot van industrie. Geuroverlast, geluidoverlast en zorgen van omwonenden over gezondheidseffecten spelen hierbij een belangrijke rol. Ook landelijk is er veel aandacht voor de gezondheidseffecten van industrie op omwonenden.
De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) heeft eerder dit jaar het rapport College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090551/74 49 ‘Industrie en omwonenden’ (OVV 2023) gepubliceerd, waarin zij concluderen dat het niet vanzelfsprekend is dat de gezondheid van omwonenden van industrie voldoende wordt beschermd. De OVV doet in het rapport enkele aanbevelingen voor verbeteringen in het systeem van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) voor betere bescherming van de gezondheid van omwonenden. De OVV ziet hierbij zowel een taak voor de industrie, als voor de vergunningverlener (gemeente of provincie) als voor de rijksoverheid. Op dit moment worden deze aanbevelingen uitgewerkt met het Rijk, provincies, gemeenten, omgevingsdiensten en GGD. We zien dat vanuit VTH en bezorgde omwonenden veelal op ZZS wordt gefocust. De hernieuwde aandacht voor de effecten van industrie op de gezondheid van omwonenden geeft de mogelijkheid hier ook reductie van de uitstoot van NO2 en fijnstof in mee te nemen en hiermee optredende gezondheidseffecten terug te dringen. Ook de energiesector is een bron van NO2 en fijnstof. In hoofdstuk 3 over bronnen is de energiesector opgenomen in de categorie ‘industrie’. De uitstoot van NO2 en fijnstof door de energiesector is de afgelopen decennia sterk gedaald.
De verbranding van biomassa in biomassacentrales en door bijmengen van biomassa in elektriciteitscentrales, is echter ook een nieuwe, extra bron van uitstoot. Er zijn technische mogelijkheden om deze uitstoot te beperken (denk aan filters). Hierbij kunnen bovenwettelijke maatregelen genomen worden. Industrie De GGD adviseert: ▪ Mogelijkheden die het VTH-stelsel en de (toekomstige) Omgevingswet bieden beter te gebruiken om de uitstoot van industrie verder te verminderen dan wettelijk verplicht is. ▪ Niet alleen te kijken naar wettelijke normen van onder meer Zeer Zorgwekkende Stoffen, maar ook te kijken naar de uitstoot van NO2 en fijnstof, geluidhinder en geurhinder. ▪ Gemeenten, provincies en omgevingsdiensten om voor gezondheidsvragen in relatie tot industrie de GGD te betrekken. De GGD heeft veel kennis in huis over de gezondheidseffecten van stoffen, risicobeoordeling en risicocommunicatie met omwonenden. Koppelkansen Industrie en energie SLA Scherper vergunnen: gebruik kennis en producten uit themawerkgroep industrie Klimaat Emissiereductie industrie door elektrificatie en nieuwe technieken. Beperk emissies door verbranding van biomassa Woonopgave Geen nieuwe woningen nabij overlastgevende industrie en vice versa College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090552/74 50 5 Gebruikte literatuur Dijkema, M., van de Weerdt, R., Zuurbier, M., (2022).
Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel - rapportage oktober 2022 over de luchtkwaliteit in 2019. Arnhem: GGD Gelderland-Midden. Gezondheidsraad (2018). Gezondheidswinst door schonere lucht. Den Haag: Gezondheidsraad. www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2018/01/23/gezondheidswinst -door-schonere-lucht Gezondheidsraad (2021). Risico's van ultrafijnstof in de buitenlucht. Den Haag: Gezondheidsraad. https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2021/09/15/risicos-van-ultrafijnstof-in-de- buitenlucht GGD’en Gelderland en Overijssel, Rapportage Geurhinder in Gelderland en Overijssel, 2023 GGD’en Gelderland en Overijssel, Rapportage Geluidhinder in Gelderland en Overijssel, 2023 Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) (2022), Trendprognose wegverkeer 2022-2027. www.kimnet.nl/publicaties/notities/2022/05/30/trendprognose-wegverkeer-2022-2027 OVV (2023). Industrie en omwonenden, https://www.onderzoeksraad.nl/nl/page/18693/industrie-en- omwonenden PBL (2022). Toegang voor iedereen? Een analyse van de (on)bereikbaarheid van voorzieningen en banen in Nederland. Den Haag: PBL. www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2022-toegang-voor- iedereen-4932.pdf Raad voor de Volksgezondheid. (2021). Een eerlijke kans op gezond leven. https://open.overheid.nl/documenten/ronl-94012c62-4d20-44d6-8f93-ef2a42bb27a5/pdf RIVM (2021). Impactvolle determinanten: Luchtkwaliteit.
Bilthoven: RIVM. www.rivm.nl/sites/default/files/2021-07/LR_012065_131709_Factsheet_luchtkwaliteit_V5.pdf RIVM (2023). Gevolgen van de voorgestelde Europese luchtkwaliteitsrichtlijn voor Nederland. Bilthoven: RIVM RIVM (2023b). Factsheet Effect van houtstook op luchtkwaliteit en gezondheid. Bilthoven: RIVM RIVM (2023c). Grootschalige concentratiekaarten Nederland, Rapportage 2023 Schijndel, M. van (2020). Toelichting emissieraming landbouw 2020 - 2030. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. https://www.pbl.nl/publicaties/toelichting-emissieraming-landbouw-2020-2030 Van de Weerdt, R., Zuurbier, M., Willems, J., & Dijkema, M. (2022). Luchtkwaliteit en Gezondheid in Gelderland - rapportage februari 2022 over de luchtkwaliteit in 2019. Arnhem: GGD Gelderland - Midden. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090553/74 51 Velders G.J.M. et al. (2020). Effects of European emission reduction on air quality in the Netherlands and the associated health effects. Atmospheric Environment. Visschedijk, A, R. Dröge, H. Denier van der Gon (2023), Overlast houtstook kan gaan stijgen, Drie verkennende scenario’s over het effect van toenemend houtgebruik op luchtkwaliteit, Tijdschrift Lucht 2023, issue 3, p8-11 WHO. (2021). WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide.
Geneva: World Health Organisation. apps.who.int/iris/bitstream/handle/10665/345329/9789240034228-eng.pdf?sequence=1&isAllowed=y Van der Zee, van de Weerdt, R., Jacobs J. en Gehring, U. (2023). GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid. Update 2023. (Publicatie verwacht: Eind 2023 op: https://awgl.nl/projecten/ggd- rekentool-luchtkwaliteit-en-gezondheid. Geraadpleegde websites: Website CLO Emissies naar lucht door de land- en tuinbouw 1990-2021: https://www.clo.nl/indicatoren/nl0099-emissies-naar-lucht-door-de-land--en-tuinbouw (geraadpleegd op 6 oktober 2023) Website CLO Emissies naar lucht door de energievoorziening 1990-2021: https://www.clo.nl/indicatoren/nl0121-emissies-naar-lucht-door-de-energievoorziening (geraadpleegd op 6 oktober 2023) Website CLO Wegverkeer: Volumeontwikkeling en milieudruk 1990-2021: https://www.clo.nl/indicatoren/nl0127-wegverkeer-volumeontwikkeling-en-milieudruk (geraadpleegd op 6 oktober 2023) Website Emissieregistratie Condenseerbaar fijnstof: https://www.emissieregistratie.nl/onderwerpen/condenseerbaar-fijnstof (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht: gcn-app.rivm.nl (geraadpleegd op 1 september 2023) Website GGD Gelderland-Midden Milieu en Gezondheid in Gelderland en Overijssel: https://professionals.ggdgm.nl/milieu-en-gezondheid-in-gelderland-en-overijssel (geraadpleegd op 10
november 2023) Website GGD GHOR Nederland Advies Houtrook: https://ggdghor.nl/onderwerp/houtrook/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website GGD GHOR Nederland Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving: https://ggdghor.nl/onderwerp/gezondeleefomgeving-kernwaarden/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023) College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090554/74 52 Website GGD GHOR Nederland Luchtverontreiniging GGD advisering: https://ggdghor.nl/onderwerp/luchtverontreiniging/#ggd-advisering (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid: https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-medische- milieukunde-luchtkwaliteit-en-gezondheid (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website RIVM GGD Richtlijn Veehouderij en Gezondheid: https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-mmk- veehouderij (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website RIVM Bijlage onderbouwingen verkeer en veehouderijen op de RIVM website bij de Monitoringsrapportage NSL van 2022 over 2021: https://www.rivm.nl/documenten/rapport-2022-0142- bijlage-onderbouwingen-verkeer-en-veehouderijen (geraadpleegd op 6 oktober 2023) Website Rijksoverheid GALA -Gezond en Actief Leven Akkoord: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/01/31/gala-gezond-en-actief-leven-akkoord (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website Schoon en Emissieloos Bouwen: https://www.opwegnaarseb.nl/convenant
(geraadpleegd op 30 oktober 2023) Website Schone Lucht Akkoord Deelnemers: https://www.schoneluchtakkoord.nl/schone-lucht- akkoord/deelnemers/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website Schone Lucht Akkoord Handreiking schone lucht in Regionale Mobiliteitsprogramma’s: https://www.schoneluchtakkoord.nl/thema/mobiliteit/handreiking-schone-lucht-regionale/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website Schone Lucht Akkoord Hoogst blootgestelde gebieden en gevoelige groepen, https://www.schoneluchtakkoord.nl/thema/hoogst-blootgestelde-gebieden-gevoelige-groepen/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website Schone Lucht Akkoord Routewijzer houtstook en overlast: https://www.schoneluchtakkoord.nl/thema/houtstook-van-particuliere-huishoudens/routewijzer- houtstook-overlast/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023) College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090555/74 53 Bijlage 1 Wat is luchtverontreiniging? Wat is luchtverontreiniging? Luchtverontreiniging bestaat uit een complex mengsel van allerlei gassen en deeltjes in de lucht. Een deel van deze gassen en deeltjes hebben een natuurlijke oorsprong, maar zij worden vooral door menselijke activiteiten veroorzaakt. De best bestudeerde stoffen in het luchtverontreinigingsmengsel zijn het gas stikstofdioxide (NO2), dat voornamelijk vrijkomt bij verbrandingsprocessen, en fijnstof (deeltjes).
Blootstelling versus concentratie Luchtkwaliteitskaarten geven over het algemeen de concentratie van deze componenten aan. In dit rapport kiezen we nadrukkelijk voor blootstelling. Bij blootstelling wordt meegenomen waar mensen wonen. Daarmee is blootstelling een betere maat voor gezondheid dan de concentratie. In Bijlage 6 is beschreven hoe deze blootstelling is bepaald. Stikstofdioxide (NO2) Stikstofdioxide (NO2) is een gas dat ontstaat bij verbrandingsprocessen door oxidatie van stikstof uit de lucht. NO2 is een belangrijke indicator voor de uitstoot van wegverkeer. Daarnaast is NO 2 zelf ook schadelijk voor de gezondheid. Wanneer stikstof neerslaat in de natuur (stikstofdepositie) kan het natuurschade veroorzaken. Fijn stof Afhankelijk van de deeltjesgrootte (zie Figuur 22) wordt fijnstof uitgedrukt in PM10 en PM2,5. Met PM10 wordt die fractie stofdeeltjes bedoeld die kleiner zijn dan 10 µm. Bij PM2,5 gaat het om de stofdeeltjes die kleiner zijn dan 2,5 µm. Ultrafijnstof zijn deeltjes die kleiner zijn dan 0,1 µm. In Figuur 22 is inzichtelijk gemaakt hoe groot deze deeltjes zijn ten opzicht van elkaar en een menselijke haar. Fijnstof varieert sterk in herkomst. Een deel ontstaat ten gevolge van menselijk handelen, zoals verbrandingsprocessen in de industrie en het verkeer, houtstook en sigarettenrook.
Ook bij andere activiteiten, zoals het overslaan van bulkgoederen (bijvoorbeeld het verladen van graan van vrachtwagen naar silo), door slijtage van banden en wegdek en in de veehouderij (stallen) ontstaat fijnstof. Een ander deel ontstaat van nature; denk hierbij aan opwaaiend (zand)stof en zeezout. De chemische samenstelling van fijnstof kan sterk variëren en is afhankelijk van de aanwezige bronnen. Ook ontstaat fijnstof wanneer verschillende (gasvormige) verontreinigingen zoals ammoniak met elkaar reageren: secundair fijnstof (zie ook Figuur 23). Deze processen vinden over grote afstanden (tientallen kilometers) plaats. Het secundair fijnstof draagt daarmee bij aan de deken van fijnstof die over Nederland heen ligt, zie ook Website RIVM GGD Richtlijn Veehouderij en Gezondheid, onderdeel emissies veehouderij/fijnstof emissies veehouderij. Het secundair fijnstof draagt in Nederland gemiddeld 35-40% bij aan de concentratie van PM10 en 45-50% van PM2,5 (RIVM, 2013). Omdat de stikstofhoudende deeltjes fijnstof uiteindelijk neerslaan (depositie), spelen ze een belangrijke rol in College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090556/74 54 vermesting (stikstofproblematiek). Maar ammoniak is zo dus ook van belang voor de gezondheid vanwege de bijdrage aan de fijnstofproblematiek.
Deeltjes met een diameter kleiner dan 10 µm (PM10) kunnen in de bovenste luchtwegen terechtkomen. Deeltjes kleiner dan 2,5 µm (PM2,5) bereiken ook de lagere luchtwegen. Zowel PM10 als PM2,5 wordt uitgedrukt in gewicht per volume lucht (µg/m3), de fijnere fractie (PM2,5) van het fijnstof maakt deel uit van PM10. Figuur 22 Grootteverdeling van verschillende vormen van deeltjesvormige luchtverontreiniging in verhouding tot een menselijke haar en zandkorrels (Bron: (Gezondheidsraad, 2021) Figuur 23 Vorming van secundair fijnstof uit gasvormige uitstoot van verkeer en landbouw (veeteelt) (Bron: Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid) College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090557/74 55 Ultrafijnstof Ultrafijnstof (UFP) in de buitenlucht bestaat uit een mengsel van deeltjes die kleiner zijn dan 0,1 µm en die vrijkomen bij allerlei verbrandingsprocessen. Deze deeltjes zijn zo klein (zie ook Figuur 22) dat ze na inademing diep in de longen terechtkomen, waarna ze via de bloedbaan elders in het lichaam invloed kunnen hebben. De Gezondheidsraad concludeerde in 2021 dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat ook langdurige blootstelling aan ultrafijnstof een negatieve invloed heeft op de gezondheid. En dat deze boven op de effecten van andere componenten van luchtverontreiniging komt (Gezondheidsraad, 2021).
De Gezondheidsraad heeft daarom geadviseerd ultrafijnstof in Nederland structureel te gaan monitoren. Op dit moment is er beperkt informatie beschikbaar over blootstelling aan ultrafijnstof en gezondheidseffecten daarvan. Daarom is ultrafijnstof niet opgenomen in dit rapport. Wel is duidelijk dat de UFP-concentratie sterk verhoogd is in de buurt van lokale bronnen, zoals wegverkeer, vliegverkeer en industrie (Gezondheidsraad, 2021). De Gezondheidsraad adviseert voorts om een zo groot mogelijke afstand aan te houden tot drukke (snel)wegen om de blootstelling aan ultrafijnstof te beperken. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090558/74 56 Bijlage 2 Wat zijn de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging? De luchtkwaliteit in Nederland is de afgelopen jaren, mede dankzij inspanningen op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, verbeterd. Toch veroorzaakt luchtverontreiniging nog steeds veel schade aan de gezondheid en zorgt voor vroegtijdige sterfte. Luchtverontreiniging veroorzaakt verschillende gezondheidseffecten. De belangrijkste effecten zijn hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen. Door het inademen van luchtverontreinigende stoffen kunnen de luchtwegen blijvende schade oplopen, uiteenlopend van astma tot longkanker.
Door reacties in h et lichaam kunnen de ingeademde deeltjes ook leiden tot gezondheidseffecten op andere plekken in het lichaam, waaronder hart- en vaatziekten als hartritmestoornissen en vernauwing of verstopping (infarct) van de bloedvaten (Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid; Gezondheidsraad, 2018). Iedereen kan ziek worden door luchtverontreiniging, maar kinderen, ouderen , mensen met luchtweg-, hart- en vaatziekten of diabetes en zwangeren (i.v.m. hun ongeboren kind) zijn hier extra gevoelig voor en lopen een hoger risico. (Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid). De Gezondheidsraad concludeerde dat de levensverwachting in Nederland in 2014 gemiddeld bijna een jaar korter was dan in een situatie zonder luchtverontreiniging (Gezondheidsraad, 2018). Het RIVM berekende in 2018 dat luchtverontreiniging verantwoordelijk is voor 3,5% van de ziektelast in Nederland. De ziektelast wordt berekend aan de hand van de verloren levensjaren door vroegtijdige sterfte, het aantal jaren dat we leven met gezondheidsproblemen en de ernst daarvan. Na roken (9,4%) behoort luchtverontreiniging daarmee tot één van de belangrijkste vermijdbare risicofactoren, in dezelfde orde van grootte als overgewicht (RIVM 2021).
Volgens de recente inzichten van de WHO is de ziektelast waarschijnlijk nog groter, omdat deze effecten ook optreden bij zeer lage blootstellingen (WHO 2021). Deze grote gezondheidsschade door luchtverontreiniging in Nederland treedt op terwijl de luchtkwaliteit bijna overal aan de wettelijke normen voldoet (RIVM 2020). Dit komt omdat iedereen, levenslang vervuilde lucht inademt en er geen drempel lijkt te zijn waaronder geen gezondheidseffecten optreden. Nog niet te kwantificeren effecten Luchtverontreiniging veroorzaakt nog veel meer gezondheidseffecten. Er is bijvoorbeeld steeds meer wetenschappelijke kennis over de invloed van luchtverontreiniging op bijvoorbeeld het ontstaan van neurologische aandoeningen (ziekte van Parkinson en Alzheimer) en stofwisselingsziekten (diabetes). Deze effecten kunnen op basis van de huidige wetenschappelijke kennis momenteel echter (nog) niet met voldoende zekerheid worden gekwantificeerd.
College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090559/74 Bijlage 3 Blootstellingsgegevens (2021) per gemeente Overijssel: Laagste, hoogste en gemiddelde blootstelling van woningen per gemeente in 2021 Gemeente NO2 (µg/m³) Laagste NO2 (µg/m³) Hoogste NO2 (µg/m³) Gemiddelde PM10 (µg/m³) Laagste PM10 (µg/m³) Hoogste PM10 (µg/m³) Gemiddelde PM2,5 (µg/m³) Laagste PM2,5 (µg/m³) Hoogste PM2,5 (µg/m³) Gemiddelde Almelo 9,1 22,6 11,4 14,6 18,6 15,8 8,2 10,9 9,1 Borne 9,4 20,4 11,3 14,6 16,1 15,6 8,3 9,3 9,0 Dalfsen 7,2 17,0 9,2 13,5 19,8 14,4 7,2 8,5 7,8 Deventer 8,4 28,1 12,1 14,1 17,8 15,5 7,8 9,8 8,9 Dinkelland 7,4 14,2 9,0 13,8 15,5 14,5 7,6 9,0 8,3 Enschede 8,3 22,5 12,3 14,1 18,5 15,9 7,9 11,5 9,4 Haaksbergen 7,7 14,9 9,9 14,2 17,0 15,3 8,0 10,0 8,9 Hardenberg 7,2 15,1 9,1 13,4 18,0 14,4 7,0 9,2 7,8 Hellendoorn 7,3 14,2 9,2 13,8 15,8 14,8 7,4 8,8 8,3 Hengelo 8,6 20,3 12,2 14,5 17,9 15,8 8,2 10,3 9,2 Hof van Twente 8,5 17,3 10,1 14,2 18,0 15,2 7,9 10,8 8,7 Kampen 7,2 16,6 10,1 12,8 15,5 14,3 6,5 8,1 7,7 Losser 7,5 14,3 9,4 13,8 15,8 14,8 7,7 9,1 8,5 Oldenzaal 8,9 17,3 10,8 14,3 15,7 15,1 8,1 9,0 8,7 Olst-Wijhe 8,1 14,6 9,5 14,0 16,3 14,7 7,6 8,8 8,2 Ommen 6,9 13,2 8,9 13,5 15,5 14,4 7,1 8,3 7,8 Raalte 7,8 15,0 9,6 13,9 19,8 14,8 7,5 9,2 8,3 Rijssen-Holten 7,7 20,0 10,7 14,0 18,6 15,3 7,7 11,6 8,8 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 -
2023_B&W_0090560/74 58 Staphorst 7,3 20,6 9,6 13,3 16,1 14,0 6,9 8,0 7,5 Steenwijkerland 6,1 15,1 7,9 12,4 14,5 13,1 6,0 7,3 6,7 Tubbergen 7,2 13,1 9,3 13,9 16,5 14,7 7,6 8,7 8,2 Twenterand 7,7 15,5 9,0 13,7 16,1 14,8 7,4 8,8 8,2 Wierden 8,2 18,2 10,7 14,0 16,6 15,3 7,8 9,2 8,7 Zwartewaterland 7,4 17,9 9,1 13,0 16,3 14,2 6,7 9,4 7,7 Zwolle 8,9 23,5 12,6 13,8 16,6 14,8 7,3 8,9 8,1 Gelderland: Laagste, hoogste en gemiddelde blootstelling van woningen per gemeente in 2021 Gemeente NO2 (µg/m³) Laagste NO2 (µg/m³) Hoogste NO2 (µg/m³) Gemiddelde PM10 (µg/m³) Laagste PM10 (µg/m³) Hoogste PM10 (µg/m³) Gemiddelde PM2,5 (µg/m³) Laagste PM2,5 (µg/m³) Hoogste PM2,5 (µg/m³) Gemiddelde Aalten 8,9 16,1 10,3 14,5 16,8 15,4 8,3 9,4 9,0 Apeldoorn 6,8 25,1 12,3 13,6 18,2 15,7 7,4 10,1 9,0 Arnhem 9,2 42,4 16,8 14,5 22,1 17,3 8,2 12,1 10,3 Barneveld 7,5 26,6 12,7 14,1 21,2 17,6 7,8 10,5 9,6 Berg en Dal 9,9 17,3 12,0 15,2 17,2 16,0 8,8 10,4 9,5 Berkelland 8,4 15,5 9,9 14,2 16,3 15,1 8,1 9,3 8,7 Beuningen 13,0 24,3 15,3 16,0 17,9 17,0 9,5 10,7 10,2 Bronckhorst 8,1 16,7 10,1 14,1 16,4 15,0 7,9 9,7 8,7 Brummen 8,3 20,8 10,5 14,3 17,1 15,3 8,0 9,3 8,8 Buren 10,3 18,6 11,7 15,8 17,6 16,3 9,1 10,6 9,5 Culemborg 11,9 31,3 13,1 15,8 19,3 16,9 9,1 11,0 9,9 Doesburg 10,1 13,7 11,7 14,8 16,0 15,7 8,5 9,4 9,3 Doetinchem 8,9 21,8 12,2 14,5 17,8 15,9 8,3 9,7 9,2 Druten 11,6 17,2 13,2 16,1 18,9 16,9 9,4 10,4 10,0
College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090561/74 59 Duiven 12,0 17,4 13,2 15,5 21,5 16,7 9,1 14,5 10,0 Ede 7,7 21,9 13,5 14,1 24,0 17,8 7,8 13,4 10,2 Elburg 7,3 14,5 9,6 13,3 17,1 14,4 7,1 8,3 7,8 Epe 6,2 19,8 9,5 13,2 16,4 14,6 7,0 8,5 8,1 Ermelo 7,1 17,8 10,8 13,8 18,7 15,9 7,4 9,5 8,9 Harderwijk 8,0 22,4 12,4 14,0 18,0 15,8 7,5 10,2 8,8 Hattem 8,3 17,6 10,6 13,6 18,3 14,5 7,2 8,1 8,0 Heerde 7,5 16,0 9,7 13,5 15,5 14,6 7,2 8,5 8,1 Heumen 10,7 23,4 14,4 15,5 18,7 16,7 9,1 10,7 9,9 Lingewaard 11,5 21,9 13,8 15,3 21,5 16,7 9,0 14,5 10,0 Lochem 8,0 19,0 10,3 14,1 17,6 15,0 7,9 9,2 8,5 Maasdriel 12,0 21,1 13,4 16,0 18,7 16,9 9,3 10,6 10,0 Montferland 9,7 18,5 11,8 14,6 17,4 15,8 8,4 9,9 9,3 Neder-Betuwe 11,5 20,3 13,6 16,1 21,2 17,1 9,3 12,0 10,0 Nijkerk 9,5 19,7 12,4 15,0 20,9 16,5 8,3 9,8 9,3 Nijmegen 12,2 29,2 16,9 16,0 20,1 17,5 9,3 11,7 10,5 Nunspeet 6,4 15,1 9,0 13,4 15,8 14,5 7,1 8,5 8,0 Oldebroek 7,8 17,8 9,9 13,4 16,0 14,3 7,0 8,3 7,8 Oost Gelre 9,0 16,6 10,3 14,6 17,7 15,4 8,4 9,4 8,9 Oude IJsselstreek 9,0 26,0 11,1 14,7 19,5 15,7 8,4 11,6 9,2 Overbetuwe 11,9 27,3 14,1 15,9 21,2 16,7 9,2 10,2 9,9 Putten 7,5 19,7 10,8 14,6 18,9 16,2 7,9 9,4 9,0 Renkum 10,1 21,1 12,6 15,0 17,9 16,3 8,5 10,4 9,6 Rheden 8,4 23,7 13,4 14,4 18,5 16,2 8,1 11,4 9,5 Rozendaal 8,6 20,3 13,8 14,4 17,5 16,3 8,1 10,4 9,6 Scherpenzeel 11,0 14,8 11,5 16,7 22,3 17,3 9,2
10,1 9,8 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090562/74 60 Tiel 12,1 25,9 14,8 16,0 19,7 17,4 9,4 12,0 10,4 Voorst 8,8 19,8 10,9 14,4 16,4 15,1 8,0 9,3 8,6 Wageningen 10,6 20,4 13,8 15,6 18,6 17,1 8,9 10,6 10,0 West Betuwe 11,5 24,7 13,8 15,7 20,6 16,7 9,0 13,4 9,8 West Maas en Waal 10,9 18,7 13,2 16,1 19,2 16,7 9,4 10,3 9,8 Westervoort 12,9 21,7 14,1 16,0 17,7 17,0 9,4 11,0 10,3 Wijchen 11,3 20,4 14,2 16,0 18,4 17,0 9,4 11,5 10,2 Winterswijk 7,7 21,8 10,2 14,2 17,3 15,2 8,1 9,4 8,9 Zaltbommel 11,3 24,1 14,0 15,9 21,0 16,7 9,2 11,8 9,8 Zevenaar 10,5 20,1 12,6 14,9 17,4 16,0 8,7 10,1 9,5 Zutphen 8,3 22,6 12,4 14,2 17,8 15,6 7,9 9,9 9,1 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090563/74 Bijlage 4 Nationale concentraties en nationale trend tot en met 2022 Blootstelling aan NO2 en PM10 in Nederland In Figuur 24 staat de blootstelling aan NO2 en PM10 in 2019 in heel Nederland. Hieruit blijkt dat de blootstelling aan NO2 in de meer verstedelijkte regio’s in Overijssel en met name Gelderland minder goed is dan minder stedelijke gebieden, maar wel beter dan in de randstad. De blootstelling aan PM10 in de plattelandsgemeenten is vergelijkbaar met veel plattelandsgemeenten in Noord-Brabant, Flevoland en Noord-Holland.
De afgelopen decennia is de luchtkwaliteit in Nederland flink verbeterd door luchtbeleid van Europa, Nederland, provincies en gemeenten. Nederlanders leven door de tussen 1980 en 2015 genomen maatregelen ongeveer zes jaar langer (Velders G.J.M., 2020). Maatregelen hebben dus een groot effect gehad op de luchtkwaliteit. Met nieuwe maatregelen kunnen we ook de huidige, nog steeds grote, ziektelast (volgens cijfers van het RIVM vergelijkbaar met overgewicht) verminderen. Nationale trend in concentraties tot en met 2022 In Figuur 25 is te zien dat de concentraties NO2 fijnstof (PM10 en PM2,5) tijdens de coronajaren 2020 en 2021 sterker gedaald zijn dan de jaren daarvoor. De sterkere daling is een gevolg van de coronamaatregelen waardoor met name verkeersemissies lager waren. In 2022 zijn de concentraties weer wat hoger dan in 2021. In deze rapportage over luchtkwaliteit in Overijssel en Gelderland kunnen we nog geen beeld geven van de blootstelling in 2022, omdat gegevens om dit te berekenen op buurt - of gemeenteniveau nog niet beschikbaar zijn. Deze rapportages lopen daarom alt ijd wat achter in tijd. Figuur 24. Bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 per gemeente in 2019 (Bron: (RIVM, 2020).
College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090564/74 62 Toename wegverkeer De verwachting is dat in 2022 het niveau van het wegverkeer weer boven dat van 2019 uitkomt en daarna nog verder zal stijgen, zie Figuur 26 (KiM, 2022). Figuur 25 NO2, PM10 en PM2,5 concentraties in Nederland tussen 2005 en 2022 (bron: Grootschalige concentratiekaarten Nederland Rapportage 2023 (rivm.nl)) Figuur 26 Totale verkeersprestatie op Nederlands grondgebied. Bron: KiM 2022 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090565/74 63 Bijlage 5 Schone Lucht Akkoord Voor meer informatie: www.schoneluchtakkoord.nl Begin 2020 is het Schone Lucht Akkoord gesloten tussen Rijk, provincies en een groeiend aantal gemeenten. Het doel van dit akkoord is om de gezondheidsschade door luchtvervuiling te verminderen. Met de aanpak van de binnenlandse bronnen streven de deelneme rs naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. De GGD’en dragen met expertise en ervaring bij aan verschillende themagroepen van het Schone Lucht Akkoord. Hieronder worden de activiteiten van de voor Gelderland en Overijssel belangrijkste themagroepen kort toegelicht. Mobiele werktuigen Onderzoek naar en experimenteren met aanbestedingsregels, handhaven en toezicht, informatievoorziening richting aannemers.
Ontwikkeling van (juridische) voorbeeldteksten om op te nemen in aanbestedingstrajecten. Er wordt tevens gewerkt aan een subsidieregeling voor uitstootvrij bouwmateriaal. Er wordt hier een koppeling gemaakt met de doelen uit het Klimaatakkoord voor emissieloze bouwlogistiek. Op 30 oktober 2023 is het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen getekend door IPO en een aantal gemeenten (Website Schoon en Emissieloos Bouwen). En er wordt een routekaart ontwikkeld voor inzet van schonere werk-, voer- en vaartuigen in de bouwsector. Industrie Juridische mogelijkheden voor vergunningverlening zijn in beeld gebracht. Er is informatie ter ondersteuning voor vaststellen emissiegrenswaarden in vergunningen. Het doel is om uitstoot en groei verder te ontkoppelen en een continue daling van emissies te bewerkstelligen. Houtstook van particuliere huishoudens Er is voorlichtingsmateriaal ontwikkeld over houtstook. Gemeenten experimenteren in pilots met subsidieregelingen voor het weghalen of dicht maken van de schoorsteen en met de juridische en praktische mogelijkheden voor het inrichten van houtstookvrije wijken. Er is ook aandacht voor handhaving van overlastsituaties. Er is een uitgebreide routewijzer ontwikkeld voor mogelijkheden gemeentelijk beleid op houtstook (Website Schone Lucht Akkoord, Routewijzer houtstook en overlast).
Binnenvaart en havens Er is een kennisdocument opgesteld over walstroom, zero-emissie binnenhaven, aanbesteding en stimuleringsmogelijkheden. Het streven is om emissies uit de binnenvaart in 2035 met 35% te verminderen ten opzichte van 2015. Landbouw Juridische mogelijkheden voor scherper vergunnen zijn opgesteld. Praktijkkennis over luchtwassers wordt uitgewisseld. Het streven is om gezondheidseffecten van emissies uit de landbouw (met name veeteelt) in 2030 met 37% te verminderen ten opzichte van 2015. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090566/74 64 Mobiliteit Er is een handreiking geschreven hoe maatregelen voor schone lucht meegenomen kunnen worden in Regionale Mobiliteits Programma’s (RMP’s) (Website Schone Lucht Akkoord Handreiking schone lucht in Regionale Mobiliteitsprogramma’s). Hoogblootgestelden en Hooggevoelige groepen Er is een advies voor beleid ter bescherming van hooggevoelige groepen opgesteld. Er loopt een pilot hoogblootgestelden in de IJmondregio. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090567/74 65 Bijlage 6 Onderzoeksmethode Rekenmethode blootstelling Achtergrond berekeningen en metingen Luchtverontreiniging kan worden berekend en gemeten.
Beide methoden kennen voor - en nadelen en onzekerheden, zoals beschreven in de GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid. Als het gaat om gezondheid in relatie tot luchtkwaliteit is het belangrijk de blootstelling van inwoners te kennen. De blootstelling van de inwoners kan berekend worden door de concentratie op de gevels van woningen te berekenen met de Rekentool Luchtkwaliteit van het CIMLK (Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit) in combinatie met gegevens over de panden uit de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) en bevolkingsgegevens van het CBS. Het CIMLK vervangt de NSL-monitoringtool. Met deze methode kan de bijdrage van wegverkeer op de woningen nauwkeurig worden meegenomen, indien informatie beschikbaar is over de hoeveelheid (lokaal) verkeer. De bijdragen van industrie en veehouderij zijn iets minder nauwkeurig, want deze bijdragen worden berekend aan de hand van vergunde emissies. De uitstoot van andere bronnen als scheepvaart en houtrook is met nog meer onzekerheden omgeven. Lokale omstandigheden kunnen er bovendien voor zorgen dat de blootstelling lokaal lager of hoger is dan berekend. Door de gegevens te middelen over gemeenten en buurten wordt een betrouwbaar beeld gegeven van de jaargemiddelde blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide.
Berekeningen Overijssel en Gelderland 2021 In opdracht van de provincies Overijssel en Gelderland heeft het bureau LichtVerkeer berekeningen gemaakt van de jaargemiddelde blootstelling van de inwoners van Overijssel en Gelderland voor 2021. Er is gebruik gemaakt van het CIMLK rekeninstrument (versie 2023) waarmee aanvullende berekeningen zijn gemaakt om de concentraties van NO 2, PM10 en PM2,5 op woningniveau te berekenen voor het rekenjaar 2021. De lokale bijdrage van wegverkeer wordt ingeschat op basis van verkeersintensiteiten die door gemeenten en provincies zelf worden aangeleverd. De meeste gemeenten doen dit niet elk jaar. Een deel van deze data is daarmee verouderd. Voor de meeste gemeenten zijn de gegevens enkele jaren oud, voor een enkele gemeente al 10 jaar oud (zie rapport Bijlage onderbouwingen verkeer en veehouderijen op de RIVM website bij de Monitoringsrapportage NSL van 2022 over 2021) en voor een aantal gemeenten zonder grote gemeentelijke wegen zelfs geheel niet beschikbaar. Dat betekent dat de lokale bijdrage van wegverkeer niet goed ingeschat is. Door de coronamaatregelen waren 2020, en in iets mindere mate 2021, jaren met minder wegverkeer dan de jaren voor corona.
Dat betekent dat wanneer gegevens uit 2020 gebruikt zijn, de lokale bijdrage in 2021 is onderschat, maar als gegevens uit 2019 of enkele jaren daarvoor gebruikt zijn, de lokale bijdrage in 2021 is overschat. Dit geldt met name voor NO2, omdat voor NO2 de lokale verkeersbijdrage relatief groter is dan voor fijnstof. De lokale bijdrage van wegverkeer is echter maar een klein deel van de totale luchtverontreiniging, omdat wegverkeer ook in de achtergrondconcentratie wordt meegenomen. Deze achtergrondconcentratie is wel aangepast op de omstandigheden in de coronajaren. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090568/74 66 Om de blootstelling van de bevolking te berekenen is de concentratie van het component per pand gekoppeld aan het aantal personen dat op het adres woont. Voor het vaststellen van het aantal panden met woonfunctie en het aantal bewoners is gebruik gemaakt van de BAG (versie september 2021) en het CBS (1 januari 2021). Vervolgens zijn voor verschillende ruimtelijke schaalniveaus (provincie, gemeente, buurt) de bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentraties berekend, oftewel: de blootstelling. Voor de gemeente- en buurtindeling is uitgegaan van de indeling op 1 januari 2021.