CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

7.0 Informatienota 2023 - 61 - Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland

Raadsvergadering 23 januari 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken20.100 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_009051/74 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Vergadering van 12 december 2023 Beleid en Uitvoering - Team Samenleving 17 2023_B&W_00905 Informatienota luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland Samenstelling: Aanwezig: J.H. Bats, burgemeester en voorzitter; M. Smit, wethouder; T. Jongman, wethouder; B. Harmsma, wethouder; M. Scheringa, wethouder; M.W. de Graaf, gemeentesecretaris Samenvatting Steenwijkerland heeft de schoonste lucht van de provincie en heeft het laagste vroegtijdig sterfteaantal als gevolg van luchtverontreiniging. Dit concluderen de vijf GGD’s in Overijssel en Gelderland in het rapport Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland. Het is van belang dat lucht schoon is. Luchtverontreiniging veroorzaakt gezondheidseffecten, zoals hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen. In Overijssel en Gelderland komt luchtverontreiniging vooral van wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw. Uit het rapport blijkt dat de luchtkwaliteit in 2021 vergeleken met 2019 is verbeterd in beide provincies. De verbetering is groter dan voorgaande jaren door de coronamaatregelen in 2021. Daardoor was er tijdelijk minder wegverkeer, dus minder uitstoot. Inmiddels is bekend dat de luchtkwaliteit in 2022 landelijk slechter was dan in 2021.

Het rapport is gepubliceerd op de IJssellandscan. Informatienota Inleiding Steenwijkerland heeft de schoonste lucht van de provincie en wordt genoemd als gemeente met het laagste vroegtijdig sterfteaantal als gevolg van luchtverontreiniging. Luchtverontreiniging veroorzaakt verschillende gezondheidseffecten. De belangrijkste effecten zijn hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen. De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in Overijssel en Gelderland zijn wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw. De uitstoot van wegverkeer is de afgelopen jaren flink omlaag gegaan. De uitstoot van de sector landbouw is licht afgenomen. De uitstoot van industrie is de afgelopen jaren gelijk gebleven. De uitstoot van houtstook is de laatste jaren nauwelijks afgenomen. Mogelijk gaat de uitstoot van houtstook toenemen vanwege de hoge gasprijzen. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_009052/74 Kernboodschap Per gemeente is gekeken naar de blootstelling aan luchtverontreiniging. De blootstelling is weergegeven voor stikstofdioxide (NO₂) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Stikstofdioxide (NO₂) De WHO-advieswaarde is minder dan of gelijk aan 10 μg/m³. De gemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide in de gemeente Steenwijkerland is 7,9 μg/m³. Dit betekent dat we onder de advieswaarde van de WHO uitkomen.

In vergelijking met andere gemeenten in Overijssel heeft de gemeente Steenwijkerland de laagste gemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide. Fijn stof (PM10) De WHO-advieswaarde is minder dan of gelijk aan 15 μg/m³. De gemiddelde blootstelling aan PM10 in de gemeente Steenwijkerland is 13,1 μg/m³. Dit betekent dat we onder de advieswaarde van de WHO scoren. In vergelijking met andere gemeenten in Overijssel heeft de gemeente Steenwijkerland de laagste gemiddelde blootstelling aan PM10. Fijn stof (PM2,5) De WHO-advieswaarde is minder dan of gelijk aan 5 μg/m³. De gemiddelde blootstelling aan PM2,5 in de gemeente Steenwijkerland is 6,7 μg/m³. Dit betekent dat we boven de advieswaarde van de WHO vallen. De gemeente Steenwijkerland hoort bij een van de gemeenten in Overijssel waar de laagste blootstellingen zijn. De belangrijkste bron van PM2,5 in Overijssel en Gelderland in 2021 is houtstook. Nationale resultaten en trends De blootstelling aan NO₂ in de meer verstedelijkte regio’s in Overijssel en met name Gelderland is minder goed dan in de minder stedelijke gebieden, maar wel beter dan in de Randstad. De blootstelling aan PM10 in de plattelandsgemeenten is vergelijkbaar met veel plattelandsgemeenten in Noord-Brabant, Flevoland en Noord-Holland.

De afgelopen decennia is de luchtkwaliteit in Nederland flink verbeterd door luchtbeleid van Europa, Nederland, provincies en gemeenten. Nederlanders leven door de tussen 1980 en 2015 genomen maatregelen ongeveer zes jaar langer. De concentraties NO₂ en fijnstof (PM10 en PM2,5) zijn tijdens de coronajaren 2020 en 2021 sterker gedaald dan de jaren daarvoor. De sterkere daling is een gevolg van de coronamaatregelen waardoor met name verkeersemissies lager waren. In 2022 zijn de concentraties weer wat hoger dan in 2021. In onderstaande tabel zijn de blootstellingen weergegeven in 2019 en 2021 voor de provincie Overijssel en de gemeente Steenwijkerland. Blootstelling in μg/m³ Provincie Overijssel Gemeente Steenwijkerland 2019 2021 2019 2021 NO₂ 14,5 10,8 11,1 7,9 PM10 16,6 15,1 14,8 13,1 PM2,5 9,7 8,5 8,0-9,0 6,7 Consequenties voor de gemeente Gezonde lucht is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Daarom willen we als gemeente nauw blijven samenwerken met andere gemeenten, de GGD IJsselland, de provincie Overijssel, bedrijven, instellingen én inwoners van Steenwijkerland. Communicatie Het rapport is geschreven voor professionals. De GGD verzorgt zelf de communicatie hierover.

College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_009053/74 Vervolg De vijf GGD's in Overijssel en Gelderland roepen gemeenten en provincies op om samen te werken aan gezonde lucht in Overijssel en Gelderland. De gemeente Steenwijkerland heeft vooralsnog het Schone Lucht Akkoord niet ondertekend, omdat we al een hele schone lucht hebben. De GGD’s adviseren een integrale aanpak voor verbetering van de luchtkwaliteit. De gemeente Steenwijkerland wil deze adviezen graag met de GGD bespreken en kijken hoe ze meegenomen kunnen worden in de lokale beleid(uitvoering)splannen, zoals het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), mobiliteit, klimaat, woonopgave en houtstook. Besluit In te stemmen met de informatienota over luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland. Bijlagen 1.

Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland Rapportage over de luchtkwaliteit in 2021 Auteurs: Moniek Zuurbier Rik van de Weerdt Marieke Dijkema Bovenregionaal Team Milieu & Gezondheid in Gelderland en Overijssel In samenwerking met Provincie Gelderland en Provincie Overijssel November 2023 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_009054/74 2 Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland Rapportage november 2023 over de luchtkwaliteit in 2021 Auteurs Moniek Zuurbier Marieke Dijkema Rik van de Weerdt Bovenregionaal Team Milieu en Gezondheid van de GGD’en in Overijssel en Gelderland Met medewerking van Francée Aarts Marja Elders Jara Lommers Manon Vaal van de GGD’en in Overijssel en Gelderland In samenwerking met Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Verantwoording Dit rapport is tot stand gekomen in opdracht van de Besturen van de vijf GGD’en in Overijssel en Gelderland. De blootstellingsberekeningen van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen zijn uitgevoerd door adviesbureau Lichtverkeer, mede gefinancierd door de provincies Overijssel en Gelderland. De analyses en interpretatie van gegevens zijn uitgevoerd door de auteurs van dit rapport.

Er is hierbij gebruik gemaakt van de vernieuwde ‘Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid’ (2023) van GGD, Universiteit Utrecht en RIVM. Ook is er gebruik gemaakt van de rapportages ‘Luchtkwaliteit en gezondheid in Gelderland’ en ‘Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel’ uit 2022 (over de luchtkwaliteit in 2019) van dezelfde auteurs. De aanbevelingen zijn tot stand gekomen in samenwerking tussen de auteurs en de vijf GGD’en in Overijssel en Gelderland. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_009055/74 3 Voorwoord Beste lezer, Samen de luchtkwaliteit gezonder maken. Dat is waar de GGD’en aandacht voor vragen middels dit nieuwe rapport over de luchtkwaliteit in Overijssel en Gelderland. We ademen allemaal elke dag ongezonde lucht in. De gezondheidseffecten hiervan zijn groot. Het leidt tot evenveel gezondheidseffecten als overgewicht. Er liggen veel kansen voor verbetering van de luchtkwaliteit. Samen kunnen we de lucht klaren. De luchtkwaliteit is de laatste decennia veel schoner geworden. Een mooi resultaat van vele maatregelen vanuit de EU, het Rijk en ook van onze Gelderse en Overijsselse provincie en gemeenten. Ik vind het goed om stil te staan bij de hoeveel gezondheidswins t die we hiermee al behaald hebben.

En tegelijkertijd een belangrijke aanleiding voor mijn oproep om het beleid niet stil te laten staan: er is nog veel gezondheidswinst te behalen als de lucht nog schoner wordt. Dat kan niet alleen, dat kan alleen samen. Als GGD’en in Overijssel en Gelderland brengen we dit keer voor het eerst samen ons luchtkwaliteitsrapport uit. We roepen de provincies en gemeenten op om ook samen de luchtkwaliteit gezonder te maken:  Samen met de gemeenten en provincies in Overijssel en Gelderland. Leer van elkaar. Trek samen op. Luchtverontreiniging stopt niet bij de gemeente- en provinciegrens.  Samen met andere overheden in het Schone Lucht Akkoord: beide provincies en 17 Gelderse en Overijssel gemeenten hebben het Schone Lucht Akkoord inmiddels ondertekend. Dit biedt deze partijen veel mogelijkheden tot verdergaande samenwerking en uitwisseling. Ook de andere gemeenten zouden hier aan mee kunnen doen. De GGD werkt ook mee aan activiteiten van het Schone Lucht Akkoord.  Samen met verschillende afdelingen binnen de gemeenten en provincies: Er liggen veel kansen voor schone lucht door dit thema samen op te pakken met de thema’s klimaat, stikstof, mobiliteit, woonopgave, industrie. En er liggen ook kansen binnen het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) waarmee gemeenten en GGD’en de gezondheid van inwoners willen verbeteren en gezondheidsachterstanden willen verkleinen.

De fysieke leefomgeving is hierbij ook een belangrijk thema.  Samen met de GGD: We gaan graag het gesprek aan met provincies en gemeenten hoe we de luchtkwaliteit gezonder kunnen maken en hoe wij als GGD daarbij kunnen adviseren aan en samenwerken met gemeenten en provincies. Samen naar een gezonde lucht in Overijssel en Gelderland, wij gaan ervoor. Henk Bril, Directeur Publieke Gezondheid GGD Gelderland-Midden, Namens de Directeuren Publieke Gezondheid van de 5 GGD’en in Overijssel en Gelderland College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_009056/74 4 Samenvatting Luchtkwaliteit en Gezondheid in Overijssel en Gelderland De vijf GGD'en in Overijssel en Gelderland roepen gemeenten en provincies op om samen te werken aan gezonde lucht in Overijssel en Gelderland. In deze rapportage maken de GGD’en inzichtelijk wat de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging in deze provincies zijn, op basis van de blootstelling aan fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide in 2021 (de meest actuele beschikbare data). Ook laten de GGD’en in dit rapport zien wat de belangrijkste bronnen en trends zijn. Samen naar een gezonde lucht in Overijssel en Gelderland Verdere verbetering van de luchtkwaliteit levert veel gezondheidswinst op.

Samenwerking tussen overheden en ook tussen verschillende beleidsterreinen binnen overheden is cruciaal om de uitstoot verder te reduceren. Er liggen grote kansen voor een gezondere lucht als niet alleen bij milieu, maar ook bij mobiliteit, wonen, klimaat, stikstof, industrie (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) en gezondheidsbevordering maatregelen worden genomen. De WHO advieswaarden voor schone lucht kunnen alleen worden gehaald door samenwerking op deze beleidsterreinen. De GGD gaat graag met gemeenten en provincies in gesprek voor nader advies voor schonere lucht. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_009057/74 5 Veel mensen worden ziek of sterven eerder door luchtverontreiniging Inwoners van Overijssel sterven gemiddeld 9 maanden eerder dan als er geen luchtverontreiniging zou zijn. In Gelderland is dat 10,5 maanden. In de gemeenten met de slechtste luchtkwaliteit sterven mensen gemiddeld 13 maanden eerder door de luchtverontreiniging, in de gemeenten met de beste luchtkwaliteit 6,5 maanden. De berekende vroegtijdige sterfte is een gemiddelde voor alle inwoners van een gebied. De ene persoon zal door luchtverontreiniging meer dan 20 jaar eerder overlijden, de andere slechts één of enkele maanden eerder. Ook de effecten op hart- en vaatziekten, longkanker en astma zijn groot.

Zo wordt 1 op de 6 beroertes in Overijssel en Gelderland veroorzaakt door luchtverontreiniging. En 1 op de 7 kinderen met astma zou, wanneer er geen luchtverontreiniging was, geen astma hebben. De ziektelast ten gevolge van luchtverontreiniging in Overijssel en Gelderland is te vergelijken met het meeroken van 4 sigaretten per dag. De luchtkwaliteit verbetert en daardoor worden de gezondheidseffecten kleiner. Het effect van de coronamaatregelen waardoor de luchtkwaliteit (tijdelijk) beter was, is hierin goed terug te zien. Niemand woont op een plek die voldoet aan de WHO-advieswaarden In Overijssel en Gelderland woonde in 2021 niemand op een plek die voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor PM2,5 (alle fijnstof deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer, de fijne fractie van fijnstof), zie figuur hiernaast. Op zo’n 45% van de adressen in Overijssel en 10% van de adressen in Gelderland werden wel de advieswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en PM10 (alle deeltjes kleiner dan 10 micrometer) gehaald. De blootstelling aan NO2 is het grootst in de stedelijke gebieden. De blootstelling aan fijnstof (PM10) is het grootst in de veedichte gebieden, met name in de Gelderse Vallei. De verschillen in blootstelling zijn groot tussen gemeenten en ook binnen gemeenten.

College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_009058/74 6 De luchtkwaliteit is verbeterd in Overijssel en Gelderland ten opzichte van 2019. De verbetering is groter dan voorgaande jaren als gevolg van de coronamaatregelen in 2021 waardoor er tijdelijk minder wegverkeer, en dus minder uitstoot was. Inmiddels is al bekend dat de luchtkwaliteit in 2022 landelijk slechter was dan in 2021. Wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw zijn de grote bronnen De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in Overijssel en Gelderland zijn wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw. De totale uitstoot door de sector landbouw is inclusief de uitstoot door mobiele landbouwwerktuigen (de helft van het oranje deel in de figuur) vergelijkbaar met die van wegverkeer. In het zuiden van Gelderland is de scheepvaart ook een belangrijke bron. De uitstoot van wegverkeer is de afgelopen jaren flink omlaag gegaan. De uitstoot van de sector landbouw is licht afgenomen. De uitstoot van industrie is de afgelopen jaren gelijk gebleven. De uitstoot van houtstook is de laatste jaren nauwelijks afgenomen. Mogelijk gaat de uitstoot van houtstook zelfs toenemen vanwege de hoge gasprijzen.

College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_009059/74 Inhoudsopgave Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland 2 Rapportage november 2023 over de luchtkwaliteit in 2021 2 Verantwoording 2 Voorwoord 3 Samenvatting Luchtkwaliteit en Gezondheid in Overijssel en Gelderland 4 Samen naar een gezonde lucht in Overijssel en Gelderland 4 Veel mensen worden ziek of sterven eerder door luchtverontreiniging 5 Niemand woont op een plek die voldoet aan de WHO-advieswaarden 5 Wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw zijn de grote bronnen 6 Inhoudsopgave 7 Leeswijzer 7 1.

Blootstelling in Overijssel en Gelderland grotendeels boven gezondheidskundige advieswaarden 9 Samengevat 9 1.1 Blootstelling grotendeels boven WHO-advieswaarden, grote verschillen tussen en binnen gemeenten 10 1.2 Daling in blootstelling, deels door coronamaatregelen 15 2 Veel mensen worden ziek of sterven eerder door luchtverontreiniging 16 Samengevat 16 2.1 Inwoners overlijden gemiddeld 10 maanden eerder door luchtverontreiniging 17 2.2 Meer astma bij kinderen 18 2.3 Meer beroertes en longkanker bij volwassenen 20 2.4 Ziekte en vroegtijdige sterfte uitgedrukt in meegerookte sigaretten 22 2.5 Geurhinder 22 3 Wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw zijn de grote bronnen 24 Samengevat 24 3.1 Bronnen van stikstofoxiden (NOx) 24 3.2 Bronnen van PM10 28 3.3 Bronnen van PM2,5 31 3.4 Trends in emissies per bron 35 4 Integrale aanpak voor verbetering luchtkwaliteit 38 Samengevat 38 Verbind beleid 39 4.1 Schone Lucht Akkoord 39 4.2 Klimaatbeleid 41 4.3 Woonopgave 42 4.4 Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) 44 4.5 Mobiliteit 45 4.6 Stikstofbeleid 46 4.7 Houtstook 47 4.8 Industrie en energie 48 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090510/74 8 5 Gebruikte literatuur 50 Geraadpleegde websites: 51 Bijlage 1 53 Wat is luchtverontreiniging? 53 Bijlage 2 56 Wat zijn de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging? 56 Bijlage 3 57 Blootstellingsgegevens

(2021) per gemeente 57 Bijlage 4 61 Nationale concentraties en nationale trend tot en met 2022 61 Bijlage 5 63 Schone Lucht Akkoord 63 Bijlage 6 65 Onderzoeksmethode 65 Bijlage 7 69 Overzichtskaart gemeenten Overijssel en Gelderland 69 Leeswijzer Deze rapportage gaat over de luchtkwaliteit in 2021 in Overijssel en Gelderland en gezondheidseffecten daarvan. Deze rapportage is een vervolg op de eerdere rapportages over luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel over 2019 en over de luchtkwaliteit en gezondheid in Gelderland in 2013, 2015, 2017 en 2019. Hoofdstuk 1 beschrijft de blootstelling aan stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) in het jaar 2021 en de trend van de afgelopen jaren. Hoofdstuk 2 beschrijft de gezondheidseffecten door de blootstelling aan luchtverontreiniging. In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in de twee provincies besproken. In hoofdstuk 4 doet de GGD aanbevelingen voor beleid, waarbij we een integrale aanpak van luchtverontreiniging voorstellen. Achtergrondinformatie over luchtkwaliteit en gezondheid en de methodiek is beschikbaar in de bijlagen. In Bijlage 7 is een kaart opgenomen met alle gemeenten in Overijssel en Gelderland. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090511/74 9 1.

Blootstelling in Overijssel en Gelderland grotendeels boven gezondheidskundige advieswaarden Samengevat In Overijssel en Gelderland woonde in 2021 niemand op een plek die voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor PM2,5 (alle fijnstof deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer). Op zo’n 45% van de adressen in Overijssel en 10% van de adressen in Gelderland werden wel de advieswaarden voor NO2 en PM10 (alle deeltjes kleiner dan 10 micrometer) gehaald. De verschillen in blootstelling zijn groot tussen gemeenten en ook binnen gemeenten. De blootstelling aan NO2 is het grootst in de stedelijke gebieden. De blootstelling aan fijnstof (PM10) is het hoogste in de veedichte gebieden, met name in de Gelderse Vallei. De luchtkwaliteit is verbeterd in Overijssel en Gelderland ten opzichte van 2019. De verbetering is groter dan voorgaande jaren als gevolg van de coronamaatregelen in 2021 waardoor er tijdelijk minder wegverkeer, en dus minder uitstoot was. Inmiddels is al bekend dat de luchtkwaliteit in 2022 landelijk slechter was dan in 2021. In dit hoofdstuk bespreken we de blootstelling aan stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). In Bijlage 1 staat achtergrondinformatie over deze verschillende componenten van luchtverontreiniging. Er zijn ook andere belangrijke componenten van luchtverontreiniging, waaronder ultrafijnstof.

In dit rapport focussen we op componenten waarvoor voldoende informatie beschikbaar is over blootstelling en een sterke onderbouwing voor gezondheidseffecten van langdurige blootstelling. Bureau Lichtverkeer heeft de berekeningen gedaan van de jaargemiddelde blootstelling van de bevolking van Overijssel en Gelderland in het jaar 2021, gefinancierd door de provincies Overijssel en Gelderland. Eerder zijn deze berekeningen gemaakt voor de jaren 2013 en 2019 (Overijssel) en 2013, 2015, 2017 en 2019 (Gelderland). De methode staat beschreven in Bijlage 6. De kaarten met blootstelling aan NO2, PM10 en PM2,5 uit dit hoofdstuk zijn ook digitaal beschikbaar, voor een betere herkenbaarheid met geografische referentie (tevens inzoomen mogelijk), en het aflezen van de precieze blootstelling. Ga hiervoor naar de Kaartviewer Gezonde Leefomgeving van GGD Gelderland-Midden. Zoek bij het thema ‘luchtverontreiniging’ de kaart naar keuze op: NO 2, PM10 of PM2,5, per gemeente of per buurt. Klik vervolgens op de gemeente of buurt naar keuze, en lees in het pop-up scherm dat dan verschijnt de gemiddelde, laagste en hoogste blootstelling af. De wettelijke normen voor luchtverontreiniging in Europa zijn hoger (minder streng) dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2021.

De wettelijke normen zijn niet alleen gebaseerd op gezondheid, maar ook op politieke en economische overwegingen. Tot ver onder de wettelijke normen treden gezondheidseffecten op. Omdat er zelfs gezondheidseffecten optreden op plekken met relatief schone lucht, stelt de WHO in aanvulling op de advieswaarden ook dat iedere vermindering van luchtverontreiniging tot gezondheidswinst zal leiden, zelfs op plekken met relatief College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090512/74 10 schone lucht. Hoe schoner de lucht, hoe gezonder. De WHO heeft ook zogenaamde ‘interim targets’ geformuleerd: tussendoelen voor gezondere lucht voor landen waarvan de concentraties luchtverontreiniging nu nog ver boven de WHO advieswaarden liggen. De tussendoelen zijn bedoeld als een tussenstap richting de WHO advieswaarden, niet als einddoel. Europese grenswaarden, die ook in Nederland gelden als de wettelijke normen, worden momenteel herzien , waarbij onder meer gekeken wordt om als tussenstap naar interim target 4 van de WHO toe te werken. In Tabel 1 staat een overzicht van de WHO advieswaarden en de huidige EU grenswaarden. Het RIVM heeft gekeken of de grenswaarden behorend bij WHO interim target 4 gehaald kunnen worden in Nederland. Het RIVM heeft geconcludeerd dat met huidig ingezet luchtkwaliteitbeleid deze waarden niet op alle plekken in Nederland gehaald worden in 2030.

Het RIVM geeft daarbij ook aan dat het aantal overschrijdingen lager wordt door aanvullend beleid om stikstofdoelen en klimaatdoelen te halen. (RIVM, 2023a) Component WHO advieswaarde (2021) WHO interim target 4 (2021) Huidige EU grenswaarde (2008) NO2 10 20 40 PM10 15 20 40 PM2,5 5 10 25 1.1 Blootstelling grotendeels boven WHO-advieswaarden, grote verschillen tussen en binnen gemeenten Stikstofdioxide (NO2) De blootstelling aan NO2 (stikstofdioxide) en fijnstof (PM10 en PM2,5) verschilt enorm tussen gemeenten en ook binnen gemeenten. Figuur 1 toont de jaargemiddelde blootstelling aan NO2 per buurt in 2021. Deze gemiddelden zijn berekend uit de blootstellingen per woonadres. De gemiddelde blootstelling aan NO2 per buurt is het hoogst in de gebieden regio Arnhem-Nijmegen, waar de blootstelling op kan lopen tot 30 µg/m³ gemiddeld per buurt en in het westen van het rivierengebied (tot 20 µg/m³). Ook in het westen van regio Foodvalley en rondom de grote steden in O verijssel is de blootstelling hoger dan gemiddeld in Oost-Nederland. De buurten waarvan inwoners worden blootgesteld aan de hoogste NO2 waarden, zijn met name plekken met veel verkeer. Ook bronnen als industrie en scheepvaart kunnen lokaal voor verhoogde blootstelling zorgen, zie hoofdstuk 3 over bronnen. 63% Van de inwoners van Overijssel wordt blootgesteld aan NO 2 waarden boven de WHO advieswaarde (10 µg/m³).

In Gelderland is dat zelfs 89%. In een groot deel van het buitengebied in Overijssel en het noorden en oosten van Gelderland wordt wel aan de gezondheidskundige advieswaarde voldaan. De meeste woonadressen in Overijssel (99,9%) en Gelderland (97,9%) voldoen aan de NO2 norm die nu voor 2030 tot 2035 wordt voorgesteld in Europa (20 µg/m³). Tabel 1 WHO advieswaarden en EU grenswaarden luchtkwaliteit (jaargemiddelde blootstelling, in µg/m³) College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090513/74 11 Binnen gemeenten zien we grote verschillen in de mate van blootstelling aan NO 2. In Figuur 2 is per gemeente de laagste, hoogste en gemiddelde blootstelling per woning aan NO 2 weergegeven. De NO2 blootstelling kan tot een factor drie verschillen tussen woningen binnen dezelfde gemeente. In Bijlage 3 zijn tabellen opgenomen met de laagste, hoogste en gemiddelde blootstelling van woningen per gemeente. Figuur 1 Jaargemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) per buurt in Overijssel en Gelderland in 2021.

De gezondheidskundige advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is 10 µg/m3 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090514/74 Figuur 2 Jaargemiddelde blootstelling NO2 in µg/m³ van woonadressen per gemeente in 2021 (min/max/gemiddeld).In de figuur zijn ook de wettelijke norm (EU grenswaarde, 40 µg/m3) en de gezondheidskundige advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO advieswaarde, 10 µg/m3) aangegeven. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090515/74 PM10 In Figuur 3 is de blootstelling aan PM10 (deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer) weergegeven. De PM10 concentratie wordt voor een groot deel bepaald door de achtergrondconcentratie. De bijdrage van lokale bronnen op de lokale luchtverontreiniging is klein. De verschillen in PM10 concentraties over de provincie zijn daarom kleiner dan bij NO2. De blootstelling aan PM10 is het hoogst in de Gelderse vallei (18 µg/m³). Een belangrijke lokale bron van PM10 is de veehouderij (zie verder hoofdstuk 3 over bronnen). De laagste blootstelling is in het noordwesten van Overijssel (onder de 13 µg/m³). In Overijssel is de blootstelling gemiddeld lager dan in Gelderland.

In het buitengebied van de meeste gemeenten ten noorden van Arnhem (uitgezonderd de Gelderse Vallei waar juist de hoogste blootstelling wordt gezien) is de blootstelling lager dan de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO. Maar omdat de meeste inwoners in de kernen wonen, wordt toch 53% van de inwoners van Overijssel blootgesteld aan PM10 waarden boven de WHO-advieswaarde van 15 µg/m³. In Gelderland is dat zelfs 87%. De norm die nu wordt voorgesteld in de EU voor de periode 2030 tot 2035 (20 µg/m³) wordt wel overal gehaald. De blootstelling aan PM10 verschilt flink tussen buurten binnen dezelfde gemeente. Opvallend zijn de grote verschillen in de gemeenten Barneveld en Ede, waar redelijk lage blootstelling zijn bij de gebieden die aan de Veluwe grenzen (14 µg/m³), maar zeer hoge blootstelling in de gebieden met veel veehouderijen (21 tot 24 µg/m³). In Bijlage 3 zijn tabellen opgenomen met de laagste, hoogste en gemiddelde blootstelling van woningen per gemeente. Figuur 3 Jaargemiddelde blootstelling aan fijnstof (PM10) per buurt in Overijssel en Gelderland in 2021. De gezondheidskundige advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is 15 µg/m3 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090516/74 14 PM2,5 Figuur 4 geeft de blootstelling aan de fijnere fractie fijnstof, PM2,5, weer (fijnstof deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer).

Ook bij PM2,5 is de variatie in blootstelling kleiner dan bij NO 2. Dit is verklaarbaar door het veelal grootschalige karakter van PM2,5 (lokale bronnen dragen relatief weinig bij aan de lokale concentratie, dat geldt ook voor secundair gevormd fijnstof van onder andere de landbouw – voor meer toelichting zie Fijnstof emissies voor veehouderij (RIVM 2020). Daarnaast is de landelijk optredende noord-zuid gradiënt duidelijk te herkennen. Het RIVM schrijft hierover ‘de concentratie neemt in grote lijnen vanuit het noorden naar het zuiden toe door de toenemende invloed van bronnen in Nederland en het aangrenzende buitenland’. In Oost-Nederland is de blootstelling aan PM2,5 het hoogst in de regio Arnhem-Nijmegen en het westen van Gelderland (tot boven de 11 µg/m³). In het noordwesten van Overijssel is de blootstelling aan PM2,5 het laagst, net boven de WHO advieswaarde van 5 µg/m³. Dit betekent dat alle inwoners van Overijssel en Gelderland worden blootgesteld aan niveaus PM2,5 die boven de advieswaarde liggen van de WHO (5 µg/m³). In Overijssel wordt bijna niemand blootgesteld aan waarden boven de norm die nu wordt voorgesteld voor de periode van 2030-2035. In Gelderland is 30% van de inwoners blootgesteld aan die voorgestelde norm van 10 µg/m³. Verschillen in blootstelling van buurt tot buurt zijn binnen een aantal gemeenten tot ongeveer 30%.

In Bijlage 3 is een tabel opgenomen met de gemiddelde, laagste en hoogste blootstelling per gemeente. Figuur 4 Jaargemiddelde blootstelling aan fijnstof (PM2,5) per buurt in Overijssel en Gelderland in 2021. De gezondheidskundige advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is 5 µg/m3 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090517/74 15 1.2 Daling in blootstelling, deels door coronamaatregelen De afgelopen decennia is de luchtkwaliteit in Nederland verbeterd. Dat komt door vele maatregelen die nationaal en internationaal genomen zijn om de uitstoot van wegverkeer, industrie en landbouw te verlagen. Voor Gelderland is informatie beschikbaar over blootstelling van de inwoners in de jaren 2013 tot en met 2021, met een interval van 2 jaar. Voor Overijssel is informatie beschikbaar voor 2013, 2019 en 2021 (zie Figuur 5). Uit dit figuur blijkt dat, net als in voorgaande jaren, ook in 2021 een verbetering van de luchtkwaliteit in Overijssel en Gelderland optreedt. Deze daling is deels gevolg van (voortgezet) beleid om de luchtkwaliteit te verbeteren. Deels echter, is de geconstateerde daling een bijgevolg van de coronamaatregelen die in 2021 nog van kracht waren, waardoor er (veel) minder wegverkeer was.

Dat verklaart ook waarom de daling in NO2 (in Overijssel van 14,5 µg/m3 in 2019 naar 10,8 in 2021, in Gelderland van 16,7 in 2019 naar 13,0 in 2021) sterker is dan in fijnstof (PM2.5 in Overijssel van 9,7 in 2019 naar 8,5 in 2021, in Gelderland van 10,5 in 2019 naar 9,5 in 2021): wegverkeer heeft een groter aandeel in de NO2 blootstelling dan in de fijnstof blootstelling. Voor fijnstof zijn landbouw en houtstook ook grote bronnen, waarop de coronamaatregelen geen dempende invloed had. Uit nationale cijfers blijkt de NO2, PM10 en PM2,5 concentraties in Nederland in 2022 hoger te liggen dan in 2021 (Grootschalige concentratiekaarten Nederland Rapportage 2023 (rivm.nl)). De verkeersintensiteit ligt momenteel op ongeveer het niveau van voor corona en neemt naar verwachting de komende jaren toe (KiM, 2022). Meer informatie over landelijke trends in de afgelopen decennia en de invloed van coronamaatregelen op luchtverontreiniging staat in Bijlage 4. Figuur 5 Gemiddelde blootstelling aan luchtverontreiniging in 2013 tot 2021 in µg/m³. Boven: Overijssel. Onder: Gelderland. De huidige EU normen (rode lijn) en gezondheidskundige advieswaarden van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO, groene lijn) zijn ook weergegeven.

College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090518/74 16 2 Veel mensen worden ziek of sterven eerder door luchtverontreiniging Samengevat Inwoners van Overijssel sterven gemiddeld 9 maanden eerder dan als er geen luchtverontreiniging zou zijn. In Gelderland is dat 10,5 maanden. In de gemeenten met de slechtste luchtkwaliteit sterven mensen gemiddeld 13 maanden eerder door de luchtverontreiniging, in de gemeenten met de beste luchtkwaliteit 6,5 maanden. Ook de effecten op hart- en vaatziekten, longkanker en astma zijn groot. Zo wordt 1 op de 6 beroertes in Overijssel en Gelderland veroorzaakt door luchtverontreiniging. En 1 op de 7 kinderen met astma zou, wanneer er geen luchtverontreiniging was, geen astma hebben. De ziektelast ten gevolge van luchtverontreiniging in Overijssel en Gelderland is te vergelijken met het meeroken van 3 á 4 sigaretten per dag. De luchtkwaliteit verbetert en daardoor worden de gezondheidseffecten kleiner. Het effect van de coronamaatregelen waardoor de luchtkwaliteit (tijdelijk) beter was, is hierin goed terug te zien. Luchtverontreiniging veroorzaakt verschillende gezondheidseffecten. De belangrijkste effecten zijn hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen. Ook zijn er effecten op het ongeboren kind, op neurologische aandoeningen (ziekte van Parkinson en Alzheimer) en op stofwisselingsziekten (diabetes).

In Bijlage 2 staan de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging nader beschreven. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090519/74 17 In dit rapport zijn de gezondheidseffecten berekend met behulp van de GGD-rekentool luchtkwaliteit en gezondheid (zie voor toelichting Bijlage 6). Deze rekentool is vastgesteld door Universiteit Utrecht, RIVM en GGD. Zij hebben gezamenlijk geconcludeerd voor welke gezondheidseffecten voldoende (wetenschappelijk) zeker is dat er een verband is met luchtverontreiniging en wanneer deze met stevige wetenschappelijke onderbouwing kunnen worden gekwantificeerd. Op basis van deze zelfde exercitie heeft het RIVM een nieuwe gezondheidsindicator vastgesteld waarmee de voortgang van het Schone Lucht Akkoord wordt gemonitord. In het voorjaar van 2024 komt de voortgangsmeting van het Schone Lucht Akkoord uit. Er wordt veel onderzoek gedaan naar gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Uit recent onderzoek komt naar voren dat gezondheidseffecten van luchtverontreiniging groter zijn dan eerder gedacht. De in dit rapport gebruikte rekentool is daarom geüpdatet ten opzichte van de rekentool uit 2021, die is gebruikt in de rapportages luchtkwaliteit Gelderland en Overijssel (2022). De gezondheidsberekeningen uit de huidige rapportage zijn daarom niet vergelijkbaar met de vorige rapportages.

Om een trend te kunnen aangeven in gezondheidseffecten van luchtverontreiniging over de afgelopen jaren, is in de huidige rapportage ook berekend wat de gezondheidseffecten waren in 2013, op basis van de blootstellingsgegevens van 2013 en de huidige rekentool (gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten). In onderstaande paragrafen bespreken we de gezondheidseffecten. We kijken zowel naar de relatieve bijdrage van luchtverontreiniging aan de gezondheid als naar het absoluut aantal ziektegevallen door luchtverontreiniging. Overijssel had in 2021 1,2 miljoen inwoners en Gelderland 2,0 miljoen. Het absolute aantal ziektegevallen in Overijssel ligt daarom veel lager dan in Gelderland. 2.1 Inwoners overlijden gemiddeld 10 maanden eerder door luchtverontreiniging De vroegtijdige sterfte ten gevolge van gelijktijdige blootstelling aan NO2 en PM2,5 (Tabel 2) bedraagt in Overijssel in 2021 gemiddeld 280 dagen. In 2013 waren dat er nog 408. In Gelderland zijn dat in 2021 gemiddeld 321 dagen en dat waren 474 dagen in 2013. Dat betekent dat inwoners van Overijssel in 2021 gemiddeld ruim 9 maanden eerder overlijden dan wanneer er geen luchtverontreiniging zou zijn, en in Gelderland 10,5 maanden eerder. De verbetering in luchtkwaliteit tussen 2013 en 2021 is duidelijk zichtbaar.

Kanttekening hierbij is dat de lucht in 2021 deels schoner was door tijdelijke coronamaatregelen (zie paragraaf 1.2). De berekende vroegtijdige sterfte is een gemiddelde voor alle inwoners van een gebied. De ene persoon zal door luchtverontreiniging meer dan 20 jaar eerder overlijden, d e andere slechts één of enkele maanden eerder. Voor toelichting over deze berekening zie Bijlage 6. Tabel 2 Vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging (bij inwoners van 30 jaar en ouder, bepaald op basis van de relatie met PM2,5 en NO2) in 2013 en 2021 in Overijssel en Gelderland Gezondheidseffect In dagen, in 2013 In dagen, in 2021 OVERIJSSEL Vroegtijdige sterfte 408 279 GELDERLAND Vroegtijdige sterfte 474 321 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090520/74 18 Verschillen in vroegtijdige sterfte tussen gemeenten worden gegeven in Figuur 6. Hierin is de gemiddelde vroegtijdige sterfte van inwoners per gemeente weergegeven. Deze varieert van 213 tot 381 dagen. Het verschil tussen de gemeenten met de laagste vroegtijdige sterfte (Steenwijkerland) en de gemeenten met de hoogste vroegtijdige sterfte (Arnhem en Nijmegen) is groot , bijna een factor 2.

En er zijn ook verschillen binnen gemeenten: de kaarten uit hoofdstuk 1 met daarop de blootstelling aan luchtverontreiniging geven een beeld van waar binnen een gemeente de gebieden liggen waar mensen de meeste levensdagen verliezen als gevolg van luchtverontreiniging. 2.2 Meer astma bij kinderen Luchtverontreiniging heeft veel effect op kinderen. Jaarlijks worden er 40 kinderen met een laag geboortegewicht geboren, doordat de moeder luchtverontreiniging inademt. Dat is één op de 14 kinderen met een laag geboortegewicht. In Overijssel en Gelderland is van één op de zeven nieuwe astmapatiënten onder de 18 jaar toe te schrijven aan luchtverontreiniging. Door blootstelling aan luchtverontreiniging is de longfunctie van kinderen is gemiddeld 1 tot 3% kleiner. Geboortegewicht Van het totaal aantal kinderen dat in Overijssel wordt geboren met een laag geboortegewicht zijn er 13 kinderen met een laag geboortegewicht toe te schrijven aan blootstelling aan fijnstof (PM2,5), 6,4% van het totaal aantal kinderen met een laag geboortegewicht (Tabel 3). En in Gelderland zijn dat 27 kinderen met een laag geboortegewicht, wat overeenkomt met 7,1% van het totaal.

Figuur 6 Vroegtijdige sterfte (verloren levensdagen per inwoner) bij de inwoners van 30 jaar en ouder ten gevolge van de gecombineerde blootstelling aan NO2 en PM2,5, per gemeente in 2021 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090521/74 19 Astma Een ander belangrijk effect bij kinderen is het ontstaan van astma. De jaarlijkse incidentie (nieuwe gevallen) is weergegeven in Tabel 3. Eén op de acht (Overijssel) en zeven (Gelderland) kinderen met astma zou, wanneer er geen luchtverontreiniging was, geen astma hebben. De daling in NO 2 is groter dan de daling in PM10 en PM2,5 in 2021 ten opzichte van 2013. Een deel van de daling in NO 2 in 2021 is te wijten aan de tijdelijke coronamaatregelen. Omdat astma wordt doorgerekend op basis van de blootstelling aan NO2, is het aantal kinderen dat astma krijgt als gevolg van deze blootstelling in 2021 fors lager dan in 2013. Dit geeft aan hoeveel gezondheidswinst er te winnen is bij het nemen van meer maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Overijssel heeft minder inwoners dan Gelderland. Het totaal aantal kinderen dat door luchtverontreiniging geboren wordt met een laag geboortegewicht of astma ontwikkelt is daardoor niet met elkaar te vergelijken.

Gezondheidseffect Aantal gevallen (aandeel van het totaal aantal gevallen) in 2013 Aantal gevallen (aandeel van het totaal aantal gevallen) in 2021 OVERIJSSEL Kinderen geboren met een laag geboortegewicht 19 (9,3%) 13 (6,4%) Incidentie van astma onder kinderen 156 (17,3%) 111 (12,3%) GELDERLAND Kinderen geboren met een laag geboortegewicht 37 (10,3%) 27 (7,1%) Incidentie van astma onder kinderen 328 (21,1%) 237 (14,6%) Longfunctie Blootstelling aan luchtverontreiniging leidt bij kinderen ook tot een minder goede ontwikkeling van de longfunctie. In de epidemiologische studies naar de afname van longfunctie wordt voor zowel NO 2 als PM2,5 een effect gevonden. De effecten van NO2 en PM2,5 treden naast elkaar op, maar je als je de getallen bij elkaar optelt, overschat je wel enigszins de effecten (zie Tabel 4). In Overijssel bedraagt de gemiddelde afname van de longfunctie van kinderen bij elkaar genomen 1 tot 2%. En in Gelderland 2 tot 3%. Op groepsniveau lijkt een dergelijke afname niet veel, maar het is belangrijk te realiseren dat bij dit gemiddelde voor álle kinderen in Overijssel en Gelderland, er ook kinderen zullen zijn met een veel grotere – en voor henzelf merkbare – afname. Bij een deel van de kinderen is de longfunctievermindering bovendien blijvend.

Een verlaagde longfunctie, zelfs in milde vorm, werkt door op latere leeftijd en leidt tot meer vroegtijdige sterfte, hartvaatziekten en ziekenhuisopnames vo or luchtwegaandoeningen. Verminderde longfunctie is dus een belangrijke gezondheidsdeterminant. Tabel 3 Laag geboortegewicht (een gewicht bij geboorte kleiner dan 2.500 gram bij een zwangerschapsduur van minimaal 37 weken, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) en de incidentie van astma bij kinderen (van 0-18 jaar, bepaald op basis van de relatie met NO2) in Overijssel en Gelderland. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090522/74 20 Gezondheidseffect % afname in 2013 % afname in 2021 OVERIJSSEL Afname longfunctie kinderen (o.b.v. PM2,5) 2,0% 1,4% Afname longfunctie kinderen (o.b.v. NO2) 1,1% 0,8% GELDERLAND Afname longfunctie kinderen (o.b.v. PM2,5) 2,2% 1,5% Afname longfunctie kinderen (o.b.v. NO2) 1,4% 0,9% 2.3 Meer beroertes en longkanker bij volwassenen Ook bij volwassenen heeft het dagelijks inademen van luchtverontreiniging invloed op de gezondheid. In Overijssel en Gelderland is één op de zes beroertes (een beroerte is een herseninfarct of hersenbloeding) en één op de twaalf hartinfarcten toe te schrijven aan luchtverontreiniging. Dit is ook het geval bij één op de acht longkankerpatiënten.

Luchtverontreiniging is daarnaast verantwoordelijk voor 1 á 2% van de jaarlijkse ziekenhuisopnames voor luchtweg- of hart- en vaatziekten. Hart- en vaatziekten Het effect van luchtverontreiniging op het krijgen van hart- en vaatziekten is groot: Ongeveer één op de twaalf mensen van 35 jaar en ouder die een hartinfarct krijgen in Overijssel en Gelderland, krijgt dat door luchtverontreiniging. Bij ruim één op de zes mensen van 35 jaar en ouder ontstaat de beroerte door luchtverontreiniging. Zie Tabel 5. Overijssel heeft minder inwoners dan Gelderland. Het totaal aantal mensen dat een hartinfarct of beroerte krijgt door luchtverontreiniging is daardoor niet met elkaar te vergelijken.

Gezondheidseffect Aantal gevallen (aandeel van het totaal aantal gevallen) in 2013 Aantal gevallen (aandeel van het totaal aantal gevallen) in 2021 OVERIJSSEL Incidentie hartinfarct 516 (11,2%) 359 (7,8%) Incidentie beroerte 597 (22,8%) 424 (16,1%) GELDERLAND Incidentie hartinfarct 987 (12,4%) 718 (8,7%) Incidentie beroerte 1.134 (25,0%) 843 (17,9%) Tabel 4 Afname longfunctie (FEV1) bij kinderen tot 18 jaar, bepaald op basis van de relatie met PM2,5 of NO2 in Overijssel en Gelderland Tabel 5 Incidentie van een hartinfarct en een beroerte (beide onder volwassenen van 35 jaar en ouder, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) in Overijssel en Gelderland College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090523/74 21 Longkanker Ook de bijdrage van luchtverontreiniging aan het aantal gevallen longkanker is groot: bij ongeveer één van de acht mensen die longkanker krijgen, ontstaat de longkanker door luchtverontreiniging. Gezondheidseffect Aantal gevallen (aandeel van het totaal aantal gevallen) in 2013 Aantal gevallen (aandeel van het totaal aantal gevallen) in 2021 OVERIJSSEL Longkanker 154 (16,9%) 108 (11,9%) GELDERLAND Longkanker 294 (18,6%) 216 (13,2%) Ziekenhuisopnamen Tot slot draagt luchtverontreiniging ook 1 á 2 procent bij aan ziekenhuisopnamen door astma, COPD en ischemische hartziekten (hartziekten die het gevolg zijn van verkalking van slagaders).

Gezondheidseffect Aantal gevallen (aandeel van het totaal aantal gevallen) in 2013 Aantal gevallen (aandeel van het totaal aantal gevallen) in 2021 OVERIJSSEL Ziekenhuisopname astma (o.b.v. PM2,5) 16 (2,8%) 11 (1,9%) Ziekenhuisopname astma (o.b.v. NO2) 13 (2,2%) 9 (1,5%) Ziekenhuisopname COPD 43 (3,0%) 30 (2,1%) Ziekenhuisopname ischemische hartziekte 70 (1,9%) 49 (1,3%) GELDERLAND Ziekenhuisopname astma (o.b.v. PM2,5) 31 (3,1%) 22 (2,1%) Ziekenhuisopname astma (o.b.v. NO2) 27 (2,7%) 19 (1,8%) Ziekenhuisopname COPD 83 (3,4%) 59 (2,3%) Ziekenhuisopname ischemische hartziekte 151 (2,3%) 105 (1,5%) Tabel 6 Incidentie van longkanker (onder volwassenen van 50 jaar en ouder, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) in Overijssel en Gelderland Tabel 7 Incidentie van ziekenhuisopname voor astma (alle leeftijden, bepaald op basis van de relatie met PM2,5 en NO2), COPD (alle leeftijden, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) en ischemische hartziekte (onder inwoners van 40 jaar en ouder, bepaald op basis van de relatie met NO2) in Overijssel en Gelderland College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090524/74 22 2.4 Ziekte en vroegtijdige sterfte uitgedrukt in meegerookte sigaretten De gezondheidseffecten ten gevolge van blootstelling aan luchtverontreiniging drukken we ook uit in het aantal passief gerookte sigaretten per dag.

Hiermee wordt de gezondheidsimpact van de verontreiniging van de buitenlucht vertaald in een beleidsmatig en communicatief beter vergelijkbare en begrijpelijke risicofactor, namelijk inhalatie van omgevingstabaksrook (passief roken). In Tabel 8 is weergegeven wat het aantal sigaretten is dat per dag passief wordt meegerookt als equivalent voor ziektelast door blootstelling aan luchtverontreiniging (zie voor de methode Bijlage 6). De gezondheidseffecten die inwoners van Overijssel en Gelderland ondervinden ten gevolge van het inademen van luchtverontreiniging komen in 2021 overeen met de gezondheidseffecten van het dagelijks meeroken van gemiddeld ruim 3,4 sigaretten in Overijssel en 3,9 sigaretten in Gelderland. Dat waren in 2013 nog 4,9 en 5,7. Ook hier is het van belang om te benoemen dat de lucht in 2021 schoner was dan in 2022, door coronamaatregelen die in 2021 nog van kracht waren. Gezondheidseffect Aantal in 2013 Aantal in 2021 OVERIJSSEL Totale ziektelast uitgedrukt in aantal meegerookte sigaretten 4,9 3,4 GELDERLAND Totale ziektelast uitgedrukt in aantal meegerookte sigaretten 5,7 3,9 2.5 Geurhinder Een aantal bronnen van luchtverontreiniging veroorzaakt niet alleen bovengenoemde ziekten en sterfte, maar ook geurhinder. Vooral houtstook en de landbouw zijn naast belangrijke bronnen van luchtverontreiniging ook grote bronnen van geurhinder.

In Overijssel en Gelderland samen zijn vuurkorf/barbecue/terrashaard en open haard/allesbrander/andere houtkachel de grootste bronnen van geurhinder (Figuur 7). Deze bronnen veroorzaken bij gemiddeld 18% en 16% van de inwoners geurhinder. Landbouw en riolering/zuivering zorgen beide bij 10% van de inwoners voor geurhinder. In de Rapportage geurhinder in Gelderland en Overijssel (Rapportage Geurhinder in Gelderland en Overijssel op Website GGD Gelderland-Midden Milieu en Gezondheid in Gelderland en Overijssel). staan kaarten waarop te zien is in welke regio’s hoeveel geurhinder was per bron in 2020. De drie Gelderse GGD’en hebben ook informatie over de mate van geurhinder in 2022. Deze informatie is op te vragen bij de regionale GGD.

Tabel 8 Aantal passief meegerookte sigaretten per dag door de bevolking van Overijssel en Gelderland (alle leeftijden) als equivalent van de luchtverontreiniging in Overijssel en Gelderland in 2013 en 2021 College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090525/74 23 Figuur 7 Percentage inwoners (18-64 jaar) dat in 2020 matige of ernstige geurhinder ervaart naar bron (Bron: (Rapportage Geurhinder in Gelderland en Overijssel op Website GGD Gelderland-Midden Milieu en Gezondheid in Gelderland en Overijssel) College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090526/74 24 3 Wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw zijn de grote bronnen Samengevat De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in Overijssel en Gelderland zijn wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw. In het zuiden van Gelderland is de scheepvaart ook een belangrijke bron. De uitstoot van wegverkeer is de afgelopen jaren flink omlaag gegaan. De uitstoot van de sector landbouw is licht afgenomen. De uitstoot van industrie is de afgelopen jaren gelijk gebleven. De uitstoot van houtstook is de laatste jaren nauwelijks afgenomen. Mogelijk gaat de uitstoot van houtstook zelfs toenemen vanwege de hoge gasprijzen. In dit hoofdstuk beschrijven we de emissies (uitstoot) zoals beschikbaar in de nationale emissieregistratie (zie toelichting in Bijlage 6).

De uitstoot per bron per gemeente is ook beschikbaar via de Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht. Op deze website is ook informatie beschikbaar per gemeente over de bijdrage van bronnen aan de concentratie. 3.1 Bronnen van stikstofoxiden (NOx) In Figuur 8 zijn de belangrijkste bronnen van de uitstoot (emissie) van stikstofoxiden (NO x) weergegeven in heel Overijssel en Gelderland. Bij emissie wordt doorgaans van ‘NO x’ gesproken omdat er bij de bron NO en NO2 vrijkomt. In de lucht reageert ook het NO tot NO2. Vandaar dat we bij blootstelling en concentraties spreken over NO2 in plaats van NOx. Waarbij ontstaan stikstofoxiden? Stikstofoxiden ontstaan in verbrandingsprocessen, vandaar de grote bijdrage van wegverkeer en de scheepvaart. Maar ook bij biologische processen zoals de afbraak van organisch materiaal (vertering, of biologisch beschikbaar maken van nutriënten) komt NO x vrij. De bronnen van uitstoot van NOx in de landbouw zijn naast aardgasgebruik, dan ook dierlijke mest, kunstmest, en emissies uit bodems (met een hoog gehalte aan organisch materiaal). De uitstoot van landbouwvoertuigen wordt niet aan de landbouw toegekend, deze vallen onder ‘mobiele werktuigen’ net zoals bijvoorbeeld voertuigen gebruikt in de bouw of aggregaten.

De totale uitstoot van NOx is in Gelderland 2,3 keer groter dan in Overijssel (de grootte van het taartdiagram in Figuur 8). Gelderland is een grotere provincie, met bijna dubbel zoveel inwoners en veel meer bedrijven dan Overijssel. De belangrijkste bron in beide provincies is wegverkeer: In Overijssel is 34% van de NOx emissie in 2021 afkomstig van wegverkeer, in Gelderland is dat 33%. In Gelderland is scheepvaart ook een grote bron, goed voor 22% van de totale uitstoot. In beide College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090527/74 25 provincies is ook de landbouw een grote bron van NO x, namelijk 30% van de totale uitstoot in Overijssel en 28% in Gelderland. Mobiele werktuigen zorgen voor 17% van de uitstoot in Overijssel en 12% in Gelderland. Bijna de helft van de uitstoot van mobiele werktuigen komt van de landbouw, de andere helft uit de bouw. Daarnaast zijn er kleine bijdragen van mobiele werktuigen die wo rden ingezet in de industrie en door de sector ‘handel, diensten en overheid’, waaronder bijvoorbeeld gemeenten. Als je de bijdragen van de landbouw en het aandeel van de mobiele werktuigen dat gebruikt wordt in de landbouw bij elkaar optelt, is de landbouw in beide provincies de grootste bron van NOx. In Figuur 9 en Figuur 10 staat per gemeente aangegeven wat de emissie van NO x is per bron.

De totale uitstoot verschilt tussen gemeenten, dat wordt deels verklaard door de verschillende grootte van gemeenten. Het gaat hier onder meer om de lengte van (vaar)wegen, het aantal bedrijven en het aantal inwoners. Wegverkeer en landbouw zijn in veel gemeenten de grootste bronnen. Mobiele werktuigen zijn ook in elke gemeente verantwoordelijk voor een deel van de NO x uitstoot. In Overijssel (Figuur 9) valt op dat met name in de gemeenten Enschede en Hengelo de industrie (inclusief Figuur 8 Uitstoot van NOx in Mkg/jaar per regio in Overijssel en Gelderland in 2021. De taartdiagrammen geven de omvang (grootte van de cirkel) en bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren van de taartstukjes) weer. De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. De omvang (grootte) van de taart komt overeen met de totale omvang van de emissie in die provincie (in Megakilo, Mkg, zie de cirkels in de legenda – 1 Megakilo is gelijk aan 1000 ton of 1 miljoen kilogram). De verdeling (stukjes van de taart) representeert de bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren in de legenda). Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090528/74 26 afvalverwerking en energieopwekking) een grote bron is van NOx.

In gemeenten met vaarwegen (gemeenten Kampen, Steenwijkerland, Olst Wijhe, Zwartewaterland en Hof van Twente) is ook de bijdrage van de binnenvaart zichtbaar. In Gelderland (Figuur 10) valt op dat bijdrage van de binnenvaart in de gemeenten die rondom de Waal liggen heel groot is, vaak zelfs de grootste bron van NOx. Daarnaast is de bijdrage van scheepvaart zichtbaar in gemeenten langs de Rijn en Lochem en Brummen. Industrie (inclusief afvalverwerking en energieopwekking) is met name zichtbaar in Brummen, Lingewaard, Zevenaar, Duiven, Renkum, Zaltbommel en Nijmegen. Gemeente West- Betuwe heeft de grootste uitstoot, met name door twee snelwegen en de Waal binnen de gemeente. Gemeenten verschillen aanzienlijk in grootte. West-Betuwe heeft een relatief groot oppervlak wat ook leidt tot een hogere uitstoot. Zie Bijlage 7 voor een overzichtskaart van alle gemeenten. Figuur 9 NOx emissies per gemeente in Overijssel in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht. N.B. De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente. Zie Bijlage 7 voor een overzichtskaart van alle gemeenten.

College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090529/74 27 Figuur 10 NO2 emissies per gemeente in Gelderland in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties luchtl N.B. De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente. Zie Bijlage 7 voor een overzichtskaart van alle gemeenten. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090530/74 28 3.2 Bronnen van PM10 In Figuur 11 staat de uitstoot van primair PM10 per provincie. De totale uitstoot van PM10 is in Gelderland 2 keer zo groot als de uitstoot in Overijssel (de grootte van het taartdiagram in Figuur 11). De grootste bronnen van primair PM10 zijn industrie en landbouw. In Overijssel is 26% van de primaire PM10 uitstoot in 2021 afkomstig van de industrie, in Gelderland is dat 28%. In Overijssel is 29% van de primaire PM10 uitstoot afkomstig van de landbouw, in Gelderland is dat 25%. Houtstook en wegverkeer staan op plek 3 en 4. In Figuur 12 en Figuur 13 staat per gemeente aangegeven wat de emissie van primair PM10 is per bron. In Overijssel (Figuur 12) is de PM10 uitstoot van industrie groot in Almelo, Haaksbergen en Enschede.

De uitstoot van landbouw is het grootst in Hardenberg gevolgd door Hof van Twente en ook andere landelijke gemeenten hebben een grote PM10 uitstoot door de landbouw. In Gelderland (Figuur 13) vallen Ede en Barneveld op door hun grote PM10 uitstoot door de landbouw. In Apeldoorn, Lochem, Oude IJsselstreek, Nunspeet en Ede wordt ook veel PM10 uitgestoten door industrie. Ook bij PM10 is de bijdrage van de vaarwegen zichtbaar, met name van de Waal. Houtstook is in alle Figuur 11 Uitstoot van PM10 in Mkg/jaar per regio in Overijssel en Gelderland in 2021.De taartdiagrammen geven de omvang (grootte van de cirkel) en bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren van de taartstukjes) weer. De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. De omvang (grootte) van de taart komt overeen met de totale omvang van de emissie in die provincie (in Megakilo, Mkg, zie de cirkels in de legenda - 1 Megakilo is gelijk aan 1000 ton of 1 miljoen kilogram). De verdeling (stukjes van de taart) representeert de bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren in de legenda). Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090531/74 29 gemeenten in Overijssel en Gelderland een relevante bron. Dat geldt bijna overal ook voor wegverkeer.

Landbouw en verkeer zijn ook grote bronnen van secundair fijnstof. Secundair fijnstof ontstaat in de lucht wanneer stikstofoxiden uit onder meer landbouw en verkeer (zie voorgaande paragraaf) reageert met ammoniak uit de landbouw (voor meer informatie over de vorming van secundair fijnstof: zie Bijlage 1). Secundair fijnstof wordt in de emissieregistratie niet meegenomen en ontbreekt daarom op de kaart. Op de Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht is voor elke gemeente te zien wat de bijdrage van secundair fijnstof aan de concentratie is (niet emissie). Figuur 12 PM10 emissies per gemeente in Overijssel in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht. De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente. Zie Bijlage 7 voor een overzichtskaart van alle gemeenten. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090532/74 30 Figuur 13 PM10 emissies per gemeente in Gelderland in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht. De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente.

Zie Bijlage 7 voor een overzichtskaart van alle gemeenten. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090533/74 31 3.3 Bronnen van PM2,5 De totale uitstoot van primair PM2,5 is in Gelderland twee keer zo groot als in Overijssel (de grootte van het taartdiagram in Figuur 14). De belangrijkste bron van primair PM2,5 in Overijssel en Gelderland in 2021 is houtstook. Houtstook veroorzaakt 35% van de totale uitstoot in Overijssel en 31% in Gelderland, zie Figuur 14. Het gaat hier om (sfeer)verwarming door middel van houtstook door consumenten (open haard, kachel) en barbecueën op houtskool. Ook de industrie is een grote bron in beide provincies: in Overijssel is 31% van de primaire PM2,5 uitstoot in 2021 afkomstig van industrie, in Gelderland is dat 26%. Net als bij PM10 geldt dat de bijdrage van verschillende bronnen aan secundair PM2,5 niet is meegenomen in de figuur, de emissieregistratie geeft deze gegevens niet. Zie Bijlage 1 voor meer informatie over de vorming van secundair fijnstof. Op de Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht is voor elke gemeente te zien wat de bijdrage van secundair fijnstof aan de concentratie is (niet emissie). In heel Nederland is de bijdrage van houtstook aan de uitstoot van PM2,5 zo’n 25% (RIVM, 2023b). In Gelderland en Overijssel ligt de bijdrage hoger (35% en 31%).

In deze provincies wordt dus relatief veel hout gestookt. Bevat fijnstof door houtstook meer kankerverwekkende stoffen? RIVM heeft berekend dat houtstook ook een aanzienlijke bijdrage levert aan de uitstoot van PAKs (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen): Voor heel Nederland levert houtstook bijna 75% van de uitstoot van PAKs (RIVM, 2023b). Dit zal in Overijssel en Gelderland hoger zijn omdat hier meer hout wordt gestookt. PAKs veroorzaken verschillende gezondheidseffecten. Enkele PAKs zijn kankerverwekkend. We gaan in deze rapportage verder niet in op de uitstoot van PAKs en de gezondheidseffecten, omdat de informatie ontbreekt om de blootstelling en de gezondheidseffecten goed in te kunnen schatten voor Gelderland en Overijssel. College van burgemeester en wethouders - 12 december 2023 - 2023_B&W_0090534/74 32 In Figuur 15 en Figuur 16 staat per gemeente aangegeven wat de emissie van primair PM2,5 is per bron. In Overijssel (Figuur 15) is de PM2,5 uitstoot door industrie (inclusief energieopwekking en afvalverwerking) groot in Almelo, Enschede en Haaksbergen. In Gelderland (Figuur 16) hebben in deze categorie de gemeenten Ede, Lingewaard, Arnhem, Oude IJsselstreek, Apeldoorn en West - Betuwe de grootste uitstoot. Ook bij PM2,5 is de uitstoot van de binnenvaart een grote bron in gemeenten rondom de Waal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/34362f97-d928-4277-806f-da4ec9e1cb32?agendaItemId=7a3432cb-abdc-405e-8070-71e89e323f2d