5.1 GGD - Jaarstukken 2019 GGD IJsselland (jaarverslag en -rekening).pdf
Tekst van het document
Een adviseur informatiebeveiliging is in de loop van 2019 begonnen om richtlijnen op te stellen rondom informatiebeveiliging en te voldoen aan privacywetgeving. Dit heeft tot het volgende geleid: Gecommitteerd aan de NEN7510 norm; Twee factor authenticatie op alle applicaties met medische gegevens; Nieuwe gedragscode (informatiebeveiliging en integriteit) en personeelshandboek; Optimaliseren ZorgMail; Gegevensbeschermingsbeleid opgesteld. In 2019 is tijdelijke capaciteit vrij gemaakt voor een functioneel beheerder voor de website en andere digitale toepassingen. Hierdoor is de kwaliteit, in de zin van onder andere zichtbaarheid en vindbaarheid, verbeterd en kunnen de communicatieadviseurs zich weer meer toeleggen op hun ‘reguliere’ taken. Een nieuwe huisstijl is in 2019 ontwikkeld en al grotendeels geïmplementeerd. Om tegemoet te kunnen komen aan de groeiende verwachting dat we informatie, opgebouwd uit diverse databronnen, delen met onze ketenpartners en snel kunnen anticiperen op ontwikkelingen in de publieke gezondheid, is in de loop van 2019 het plan opgevat om meer informatie gestuurd te gaan werken.
Het doel is om onze dienstverlening en bedrijfsvoering substantieel te verbeteren door; Verbeterde operationele informatie: informatie om handelingen binnen bedrijfsprocessen te verrichten (informatie om je werk te kunnen doen); Verbeterde sturingsinformatie: informatie om de organisatie of een organisatieonderdeel/team te sturen; Verbeterde verantwoordingsinformatie: informatie over verrichtingen en sturing. Om dit doel te bereiken is een projectplan gemaakt dat erop gericht was om nog in het laatste kwartaal een Business Intelligence oplossing te selecteren en te implementeren. Omdat realisatie van de benodigde technische ondersteuning en infrastructuur op deze termijn niet meer mogelijk bleek, is dit doorgeschoven naar 2020. 31 3.3.3 Crisisbeheersing en rampenbestrijding Wat gingen we doen in 2019? Om ons adequaat voor te bereiden op interne en externe crisis met vakbekwame medewerkers en stakeholders/ketenpartners was voor 2019 het volgende voorzien: Actuele en adequate planvorming crisisorganisatie en OTO activiteiten; Implementeren integraal crisisplan; Deelnemen aan Project Aantoonbaar Voorbereid; Uitvoeren risicoanalyse en ontwikkelen continuïteitsplan; Beschrijven wettelijke en uitvoerende uitgangspunten bestuurlijke positionering DPG in crisisbeheersing, rampenbestrijding, acute zorg en sociale veiligheid.
Wat hebben we in 2019 gedaan? Actuele en adequate planvorming crisisorganisatie en OTO activiteiten; In 2019 is de planvorming voor de crisisorganisatie geactualiseerd, met name het Integraal Crisisplan en het Continuiteitsplan GGD IJsselland. Door de in 2019 uitgevoerde activiteiten op het terrein van opleiden, trainen en oefenen is verder gebouwd aan vakbekwaam worden en blijven van alle medewerkers GGD IJsselland met een crisisrol en medewerkers van partnerorganisaties (Dimence en Slachtofferhulp Nederland) met een rol in de psychosociale opvangteams. Implementeren integraal crisisplan; Teammanagers GGD IJsselland hebben in 2019 een training ontvangen over hun rol in de crisisorganisatie. Bij een crisis op operationeel niveau managet de teammanager de crises. Op basis van een afwegingskader kan men (indien nodig) via de crisiscoordinator opschalen en het crisisteam GGD IJsselland activeren. Het crisisteam van GGD IJsselland is zowel gericht op managen van externe als interne crises, inclusief het waarborgen de interne bedrijfscontinuiteit. Deelnemen aan Project Aantoonbaar Voorbereid; In samenwerking met het netwerk acute zorg Zwolle (NAZZ) zijn in 2019 belangrijke stappen gezet in het realiseren van meer vraag-gerichte OTO activiteiten en waar mogelijk het koppelen van vakbekwaamheidsontwikkelingen aan regulier HRM-beleid.
Er heeft onder andere een pilotsessie plaatsgevonden om crisiscompetenties van medewerkers in kaart te brengen. In Youforce is een OTO portfolio gerealiseerd waarin medewerkers met een crisisrol hun OTO-activiteiten en leerwensen registeren. Dit wordt voorgelegd aan de leidinggevende en daarna vastgelegd in het persoonlijk dossier van medewerkers. De rol van crisiscoordinator is gekoppeld aan de functie van teammanagers, waarmee deze rol in de werving- en selectieprodure kan worden meegenomen. Uitvoeren risicoanalyse en ontwikkelen continuïteitsplan; In 2019 is het Continuïteitsplan GGD IJsselland geactualiseerd in overleg met proceseigenaren van GGD IJsselland. GGD IJsselland is nu beter voorbereid op waarborgen van de bedrijfscontinuïteit van (kritische) primaire processen bij verstoringen. Er heeft in 2019 een risicoanalyse plaatsgevonden ten behoeve van het integraal Crisisplan GGD IJsselland. 32 Beschrijven wettelijke en uitvoerende uitgangspunten bestuurlijke positionering DPG in crisisbeheersing, rampenbestrijding, acute zorg en sociale veiligheid. In 2019 is de rol van de directeur Publieke Gezondheid (DPG) verder verbonden met het regionale stelsel van gezondheid en veiligheid.
De DPG is wettelijk aanspreekpunt voor het openbaar bestuur en als leidinggevende van de GHOR verantwoordelijk voor de geneeskundige en publieke gezondheidszorg in de crisisbeheersing en rampenbestrijding. Op basis van het regionaal beheersplan zorgcontinuiteit 2018 zit de DPG (of ACGZ) het ketenoverleg acute zorg voor bij (dreigende) verstoringen van de zorgcontinuiteit in de keten. In de subnetwerken van Zorg & Veiligheid neemt de DPG desgewenst een maatwerk-rol op zich, in overleg met besturen op deze terreinen. 3.3.4 Wat heeft het programma gekost? (bedragen x € 1.000,-) + = Nadeel (N), - = Voordeel (V) Omschrijving Primitieve begroting 2019 Begroting na wijzigingen 2019 Realisatie 2019 Verschil realisatie t.o.v. begroting na wijzigingen N/V Materiele kosten 69 90 111 21 N Loonkosten 110 70 12 -58 V Totaal saldo van lasten 179 160 123 -38 V Gemeentelijke bijdrage -1.646 -1.646 -1.646 0 V Overige financiering 0 0 -27 -27 V Totaal saldo van baten -1.646 -1.646 -1.673 -27 V Saldo van baten en lasten -1.467 -1.486 -1.550 -64 V bij: onttrekkingen aan reserves 0 0 0 0 - af: stortingen in reserves 0 0 0 0 - Gerealiseerd resultaat -1.467 -1.486 -1.550 -64 V Het Programma Service en Samenwerking sluit af met een voordelig saldo van baten en lasten van € 6.4000 ten opzichte van de begroting na wijzigingen.
Hieronder worden de belangrijkste oorzaken nader toelicht: 33 + = Nadeel (N), - = Voordeel (V) Afwijking Bedrag N/V De aanvullende inkomsten voor trainingen voor rampenbestrijding waren in de begroting niet voorzien. Deze inkomsten zijn structureel en worden voor 2020 in de begroting opgenomen. 27 V De structurele kosten van intranet waren niet begroot en niet verwerkt in de bestuursrapportage, hierdoor zijn de materiele kosten hoger 21 N Door de wijziging van de organisatie heeft er een administratieve verschuiving plaatsgevonden van directe formatie naar overhead. Hierdoor zijn de directe loonkosten van service en samenwerking lager. Voor 2020 wordt de overhead verdeling aangepast aan de nieuwe opzet 58 V Totaal resultaat op programma Service en Samenwerking (voordeel) 64 V 34 4. Medewerkers (sociaal jaarverslag) 4.1 Opleiden en ontwikkelen Uitgangspunt van GGD IJsselland is, dat de medewerker zelf verantwoordelijk is voor de eigen ontwikkeling in zijn/haar huidige en/of toekomstige functie. Medewerkers worden hiervoor door de organisatie op diverse manieren gefaciliteerd. Naast het strategisch opleidingsbeleid, kent de organisatie een studiefaciliteitenregeling voor functiegerichte opleidingen. Voor competentiegericht opleiden is er een organisatie breed Leer- en Ontwikkelprogramma (LOP) ontwikkeld.
In dit kader zijn in 2019 2 lunchlezingen, 2 inspiratiecafés, 1 themabijeenkomst, 3 refereeravonden en 8 trainingen georganiseerd. GGD IJsselland is een erkende opleidingsinrichting voor de opleidingen arts Maatschappij & Gezondheid (profielen Jeugdarts, arts Infectieziektebestrijding en forensisch arts) en voor de Master Nurse Practitioner. In 2019 zijn 13 artsen in opleiding (bij teams Jeuggezondheiszorgen teams Algemene gezondheidszorg (o.a./Forensische geneeskunde)) en 3 verpleegkundigen tot verpleegkundig specialist in opleiding (bij teams Jeugdgezondheidszorg). De artsenopleiding is een door VWS gesubsidieerde opleiding. Per 1 januari 2019 is gestart met een nieuwe Opleidingsstructuur voor de opleiding arts Maatschappij & Gezondheid. Drie artsen die na 1 januari 2019 zijn gestart zijn in dienst van de SBOH. De tien artsen die voor 1 januari 2019 hun opleiding startte, zijn in dienst van GGD IJsselland. Daarnaast ontvangt de organisatie jaarlijks ruim 45 coassistenten van de Universiteit Groningen die hun 4 weekse co-schap lopen bij GGD IJsselland. De opleiding tot verpleegkundige specialist wordt voor een heel klein gedeelte gesubsidieerd. Ook aan 20 HBO-V studenten is in 2019 een stageplaats geboden. 4.2 Personeel in cijfers Deze paragraaf geeft inzicht in de personele cijfers van 2019.
Aantal medewerkers en personele capaciteit ultimo 2019 Programma Aantal medewerkers in dienst Fte, inclusief flexkrachten* Gezondheid 346 256,91 Service en Samenwerking 15 13,79 Totaal aantal medewerkers (met aanstelling) 361 270,70 Flexkrachten 38 Stagiaires 9 Totaal aantal medewerkers 408 * Vanwege aanstellingen in meerdere teams kan deze informatie afwijken van gegevens in de financiële verantwoording. 35 Op 31 december 2019 bestond het totale personeelsbestand van GGD IJsselland uit 408 medewerkers waarvan er 361 een dienstverband hadden (331 vaste aanstellingen voor onbepaalde tijd en 30 tijdelijke aanstellingen voor bepaalde tijd). Er werd daarnaast gebruikgemaakt van inzet van tijdelijk personeel dat op flexbasis werkte. In totaal waren er op 31 december 2019 38 flexkrachten en 9 stagiaires werkzaam bij de GGD. Bij de begroting wordt elk jaar in de bijlagen een overzicht opgenomen van de formatie. Het betreft hier de personele formatie ten behoeve van de uitvoering van de basistaken van GGD IJsselland en de structurele additionele taken. Met opdrachtgevers worden echter ook afzonderlijke afspraken gemaakt, waar personeel voor wordt ingezet. Daarom wijkt de feitelijke bezetting jaarlijks af van de in de begroting opgenomen formatie. Ook in 2019 was dit het geval.
In- en uitstroom Onderstaand overzicht laat zien hoeveel medewerkers (met een aanstelling) er in 2019 in dienst zijn gekomen en hoeveel medewerkers er in 2019 zijn uitgestroomd. Programma Instroom Uitstroom Gezondheid 39 31 Service en Samenwerking 1 1 Totaal 40 32 Arbeidsmarkt In 2019 hebben 40 medewerkers een aanstelling gekregen. Een groot deel hiervan is via een vacature ingestroomd. Tevens is een aanzienlijk deel vanuit tijdelijke inhuur ingestroomd in een aanstelling. In 2019 zijn na een werving- en selectieprocedure 22 vacatures ingevuld. De vacatures zijn deels ingevuld met medewerkers die in dienst zijn gekomen (vaste/tijdelijke aanstelling), deels met flexkrachten en deels vervuld door interne mobiliteit. Op enkele vacatures zijn meerdere medewerkers in deeltijd aangenomen. Stages GGD IJsselland investeert ook in haar imago als goed werkgever. Er zijn regelmatig stagiaires werkzaam van allerlei opleidingen op zowel HBO- als WO-niveau. Gedurende het hele jaar 2019 hebben er in totaal 34 studenten stage gelopen bij GGD IJsselland. Zo is ook aan 20 HBO-V studenten in 2019 een stageplaats geboden. Ziekteverzuim Het gemiddelde ziekteverzuim binnen GGD IJsselland bedroeg 4,6 %.
Het gemiddelde verzuimcijfer van geheel 2019 (conform CBS) is nog niet bekend, echter tot en met het derde kwartaal 2019 bedraagt het verzuimcijfer 5,0% binnen de sector openbaar bestuur en overheidsdiensten). 36 4.3 Arbeidsomstandigheden In deze paragraaf volgt een overzicht van de activiteiten die in 2019 voor GGD IJsselland op het gebied van arbeidsomstandigheden hebben plaatsgevonden. Arbodienst Net zoals voorgaand jaar is er in 2019 structureel overleg geweest tussen de bedrijfsarts, leidinggevenden en HRM-medewerkers in de vorm van een sociaal medisch team (SMT). Het doel van het SMT is dat deze actoren per individuele situatie kunnen deelnemen aan het overleg om duurzame inzetbaarheid van de medewerkers te bevorderen. Indien noodzakelijk vindt maatwerk plaats. Medewerkers kunnen ook zelfstandig contact opnemen met de Arbodienst. Ongewenst gedrag Gevolgen van ongewenste omgangsvormen kunnen een enorme impact hebben op medewerkers en in bijzondere situaties op de omgeving en de organisatie. Medewerkers kunnen gebruik maken van een speciaal opgeleide vertrouwenspersoon, gefaciliteerd door de Arbodienst. De werkzaamheden van de vertrouwenspersoon bestaan uit: eerste emotionele opvang, hulp aan de betrokken medewerker, advisering voor een plan van aanpak, ondersteuning bij het realiseren van de gewenste aanpak, eventuele doorverwijzingen en nazorg.
In 2019 is geen beroep gedaan op de vertrouwenspersoon. Agressie & Geweld Onder agressie & geweld worden voorvallen verstaan waarbij een medewerker psychisch of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen tijdens het vervullen van de functie. Er bestaan verschillende vormen van agressie en geweld, namelijk: telefonische agressie; schriftelijke agressie; verbale agressie; (dreigende) fysieke agressie. In 2019 zijn er bij de Arbo medewerker vier agressie & geweld incidenten gemeld. Het betrof één verbaal agressie incident, één dreigend fysieke agressie incident en twee telefonische agressie incidenten. Deze incidenten zijn afgehandeld met betrokkenen en leidinggevende. Er is één melding Veilig Publieke Taak gemaakt bij het Openbaar Ministerie. Prikaccident Een prikaccident is een voorval waarbij het risico van besmetting bestaat, zoals bij prik-, bijt-, spat-, snij- enkrabaccidenten. In 2019 is vijf keer een prikaccident gemeld bij de Arbomedewerker. Deze prikaccidenten zijn afgehandeld volgens protocol. 37 Ongevallen In 2019 zijn er vier (bijna)ongevallen gemeld aan de Arbo medewerker. Deze incidenten zijn afgehandeld met de desbetreffende medewerkers en hebben geleid tot een aantal verbetermaatregelen. Bedrijfshulpverlening Het BHV-team bestaat uit twaalf personen. In 2019 hebben de BHV’ers twee keer eerste hulp moeten verlenen bij een ongeval.
De incidenten zijn afgehandeld met alle betrokkenen. Voor de professionalisering van het BHV-team is er in 2019 hard gewerkt om een nieuw actueel bedrijfsnoodplan te ontwikkelen. Hier staan onder andere werkafspraken in over hoe de BHV’ers moeten optreden en hoe de BHV-organisatie is ingericht binnen de GGD. In 2020 wordt deze verder uitgerold binnen de organisatie en wordt de werkwijze zoals deze is beschreven in het plan geoefend en getraind. Naast het BHV-team is een alarmeringsteam (A-team) actief. Dit team treedt op, wanneer medewerkers zich bedreigd voelen. Een aantal BHV’ers maakt ook deel uit van het A-team. Deze medewerkers volgen hiervoor een aparte training. Het A-team heeft in 2019 één keer opgetreden tijdens een agressie incident. Arbobeleidsplan GGD IJsselland streeft naar een veilige en gezonde werkplek voor alle medewerkers. Om dit te bewerkstelligen is het belangrijk om hier planmatig aandacht voor te vragen. In het Arbobeleidsplan staat dan ook op welke manier de GGD omgaat met de arbeidsomstandigheden. In 2019 is het Arbobeleidsplan geactualiseerd en ingestemd voor een periode van 4 jaar. De grootste veranderingen zijn dat het melden van ongevallen eenvoudiger wordt gemaakt via een digitaal system en dat de RI&E een dynamisch karakter zal krijgen. In 2020 zullen deze veranderingen worden doorgevoerd in de organisatie. 38 5.
Kwaliteit 5.1 Inleiding GGD IJsselland rapporteert jaarlijks door middel van een kwaliteitsjaarverslag over het gevoerde kwaliteitsbeleid en de belangrijkste resultaten. In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens het kwaliteitsbeleid, een beschrijving van het kwaliteitsmanagementsysteem, de belangrijkste resultaten in 2019 en de klachtenafhandeling aan bod. 5.2 Kwaliteitsbeleid De missie (‘voor een gezonde samenleving’) en visie van GGD IJsselland geven richting aan de organisatie en het kwaliteitsbeleid. Het kwaliteitsmanagementsysteem is gericht op het verwezenlijken van deze missie en visie. Centraal hierin staan kwalitatief goede zorg en dienstverlening en het streven naar tevreden opdrachtgevers, klanten, ketenpartners en andere belanghebbenden. In combinatie met de missie en visie vormden de agenda Publieke gezondheid, de programmabegroting en de teamplannen het kwaliteitsbeleid van de GGD. In de visie staan de volgende elementen centraal s: expertise inzetten en delen, samen(werken), zichtbaar nabij zijn, eigen regie versterken en durven doen. 5.3 Het kwaliteitsmanagementsysteem GGD IJsselland beschikt over een integraal kwaliteitsmanagementsysteem, waarbij het HKZ-model het kader vormt.
Belangrijke instrumenten daarbinnen zijn: externe en interne audits, risicomanagement, klantervaringenonderzoeken, incidentanalyses, de klachtenregeling, het leer- en ontwikkelprogramma voor medewerkers en het werken volgens diverse landelijke richtlijnen en professionele standaarden. 5.4 Doelstellingen en resultaten 2019 De GGD heeft een aantal doelstellingen geformuleerd gericht op de ontwikkeling van het kwaliteits- managementsysteem. Een deel van deze doelstellingen heeft een looptijd van meerdere jaren, andere zijn al in 2019 gerealiseerd. Hieronder volgen de doelstellingen over het verslagjaar 2019. Bij iedere doelstelling volgt achtereenvolgens het behaalde resultaat en een korte toelichting. Doel: behouden HKZ-certificaat Publieke gezondheid Resultaat: in november 2019 vond een hercertificatieaudit plaats door de onafhankelijk certificatie- instelling Kiwa. Daarbij werd GGD IJsselland getoetst op basis van de HKZ-norm Publiek Gezondheid uit 2015. Dit heeft geresulteerd in een positief oordeel van Kiwa en daarmee behoud van het HKZ- certificaat Publieke gezondheidszorg (2015). Hiermee is aantoonbaar dat GGD IJsselland kwaliteit van zorg- en dienstverlening hoog in het vaandel heeft staan en continu werkt aan de verdere ontwikkeling en verbetering daarvan. 39 Doel: inzicht in klantervaringen Resultaten: GGD IJsselland toetst systematisch klantervaringen.
De werkwijze is erop gericht goed inzicht te verkrijgen in de ervaringen en tevredenheid van onze klanten en ketenpartners, zonder daarbij ‘de klant’ teveel te belasten. In 2019 zijn op vier consultatiebureaus (Dalfsen, Hardenberg, Ommen en Nieuwleusen) klantervaringen van ouders/ verzorgers verzameld op basis van het ‘positive perception program.’ Het algemene beeld dat hieruit naar voren komt is zeer positief. Daarnaast zijn ervaringsonderzoeken onder bezoekers van het reizigersspreekuur en ketenpartners van GGD IJsselland voorbereid. 5.5 Klachten In 2019 zijn in totaal negenendertig schriftelijke klachten bij GGD IJsselland binnengekomen. Twee klachten zijn begin 2019 binnengekomen maar hebben betrekking op 2018. Deze klachten zijn meegenomen in het jaarverslag 2018. In dit jaarverslag is één klacht meegenomen die betrekking heeft op 2019 maar begin 2020 is binnengekomen. Er zijn kortom 38 klachten die betrekking hebben op 2019. Eén klacht is niet in behandeling genomen omdat deze niet tegen de GGD was gericht. Bij zesendertig klachten is een poging tot bemiddeling gedaan. In vier gevallen is na overleg tussen de bemiddelaar en de klachtenfunctionaris de bemiddelingspoging gestopt omdat klager aangaf contact over de klacht niet meer op prijs te stellen of omdat klager niet reageerde op verzoeken van de GGD om contact over de klacht op te nemen.
Net als over 2018 heeft geen klacht over 2019 tot een oordeel namens het dagelijks bestuur geleid. In onderstaand overzicht is de afhandeling van de klachten die betrekking hebben op 2019 samengevat: Klachten over 2019 naar aard afhandeling Klachten (aard afhandeling) Aantal niet gericht tegen GGD IJsselland 1 door bemiddeling 37 door behandeling met een oordeel 0 Totaal 38 In 2019 zijn net als in 2018 geen klachten over GGD IJsselland voorgelegd aan de Geschillencommissie Publieke Gezondheid of aan de Overijsselse Ombudsman. Klachten nader beschouwd De klachten die tegen GGD IJsselland zijn gericht zijn ingedeeld in vijf categorieën. De verdeling van de klachten over de categorieën is als volgt: 40 Klachten over 2019 gericht tegen GGD IJsselland ingedeeld in categorieën Klachten (categorieën) Aantal Bejegening 11 Dienstverlening 14 Bereikbaarheid 1 Informatievoorziening 11 Totaal 37 In 2019 vormen de klachten over dienstverlening de grootste categorie. In 2018 gingen de meeste klachten over bejegening. Zowel in 2019 als in 2018 is één klacht binnengekomen over bereikbaarheid. Acties naar aanleiding van de klachten Dat klachten worden opgelost door bemiddeling betekent niet dat er naar aanleiding van deze klachten geen actie is ondernomen.
Zo heeft er in bijna alle gevallen een gesprek plaatsgevonden over de klacht tussen de bemiddelaar (de manager) en degene over wie geklaagd is. Klachten worden ook geregeld besproken in een team- of disciplineoverleg. De bemiddelaar stelt de klacht in een overleg aan de orde als ook andere medewerkers van de klacht kunnen leren. Er zijn ook specifieke verbeteracties ondernomen. Zo is naar aanleiding van de gang van zaken bij een vaccinatie het belang van een doorwijzing naar het juiste spreekuur nog eens benadrukt. Eveneens naar aanleiding van een klacht over een vaccinatie is bekeken of het mogelijk is te vermelden hoe lang een afspraak duurt. Naar aanleiding van een klacht over een gedane melding door de GGD bij Veilig Thuis zijn verschillende acties ondernomen. Zo is bijvoorbeeld afgesproken dat in het vervolg als de GGD besluit een melding te doen bij Veilig Thuis de GGD de reden en de noodzaak van de melding zo duidelijk mogelijk communiceert met de direct betrokkenen. Tot slot Voor optimale dienstverlening is goed contact tussen medewerkers en cliënten onmisbaar. Hierbij spelen onder andere de elementen ‘eigen regie versterken’ en ‘zichtbaar nabij zijn’ van de in 2019 vastgestelde visie van GGD IJsselland een rol.
5.6 Bezwaarschriften In 2019 heeft het dagelijks bestuur een beslissing genomen over twee bezwaarschriften die in 2018 zijn ingediend en waarover de algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie begin 2019 advies heeft uitgebracht. In beide gevallen ging het om een bezwaarschrift van een medewerker. Het dagelijks bestuur heeft in overeenstemming met het advies één bezwaarschrift gegrond verklaard en één bezwaarschrift ongegrond. 41 In 2019 zijn twintig bezwaarschriften binnengekomen. Er is sprake van een stijging ten opzichte van voorgaande jaren: 2018: 14 en 2017: 5. Alle bezwaarschriften die in 2019 zijn binnengekomen, zijn gericht tegen besluiten over een maatwerkvoorziening beschermd wonen. In onderstaand overzicht is de afhandeling samengevat van de bezwaarschriften die in 2019 zijn ontvangen: Afhandeling bezwaarschriften 2019 Bezwaarschriften Aantal ingetrokken door bezwaarmaker 5 in behandeling genomen en afgehandeld door gemeente Zwolle 2 beslissing door dagelijks bestuur 7 nog in behandeling op 01-01-2020 6 Totaal 20 Over vijf van de twintig bezwaarschriften die in 2019 zijn binnengekomen heeft de algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie geen advies uitgebracht. Deze bezwaarschriften zijn door de bezwaarmaker ingetrokken omdat aan het bezwaar tegemoet is gekomen. Over de afhandeling van twee andere bezwaarschriften is contact geweest met de gemeente Zwolle.
In overleg is afgesproken dat de gemeente Zwolle de bezwaarschriften in behandeling neemt en afhandelt. De algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie heeft in 2019 zeven adviezen uitgebracht. Er is vijf keer geadviseerd een bezwaarschrift ongegrond te verklaren, één keer deels gegrond, deels ongegrond en één keer is geadviseerd een bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren. Het dagelijks bestuur heeft overeenkomstig de uitgebrachte adviezen besloten. De besluiten door het dagelijks bestuur zijn genomen namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar degene woont die bezwaar heeft gemaakt. De functiewaarderingskamer van de bezwaarschriftencommissie heeft in 2019 geen bezwaarschriften behandeld. 42 6. Specifieke paragrafen 6.1 Algemeen Op grond van artikel 9 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten dient het jaarverslag aan aantal specifieke paragrafen te bevatten. Voor GGD IJsselland zijn dit: 1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2. Onderhoud kapitaalgoederen 3. Bedrijfsvoering 4. Verbonden partijen 5. Financiering De paragrafen grondbeleid en lokale heffingen zijn voor de GGD IJsselland niet van toepassing. 6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In het AB van 18 december 2014 is het beleidskader Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2015-2018 vastgesteld.
Dit kader is in 2019 geëvalueerd en dat heeft geleid tot een geactualiseerde nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2019-2022. Ook nu blijven we regelmatig het weerstandsvermogen evalueren. Het weerstandvermogen laat zien hoe de GGD tegenvallers en tekorten kan opvangen zonder dat het beleid of de uitvoering in gevaar komen. De weerstandscapaciteit betreft de middelen die beschikbaar zijn om de niet geraamde kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken en bestaat uit de algemene reserve en de post onvoorzien. Het algemeen bestuur heeft de norm ‘voldoende’ vastgesteld voor de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen in de vorm van voorzieningen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Dit betekent dat de ratio tussen de 1,0 tot 1,4 moet liggen. Voor het afdekken van de risico’s in 2019 op basis van het risicoprofiel oktober 2018 ging het om een benodigde weerstandscapaciteit van tussen de € 392.000 en € 548.800. De beschikbare weerstandscapaciteit bedroeg oktober 2018 € 532.340,-. Dat betekende dat met een ratio van 1,36 het weerstandsvermogen voldoende bedroeg. In 2019 hebben zich geen risico’s voorgedaan waarvoor een beroep op de beschikbare weerstandscapaciteit is gedaan.
Na vaststelling van het jaarverslag en de jaarrekening 2019 is de stand van de reserves: • algemene reserve: € 482.340; • onvoorzien: € 170.000. In bijlage 6 staat een specificatie van de reserves met een toelichting. 43 Overzicht significante risico’s Jaarlijks komt in deze paragraaf een geactualiseerd risicoprofiel terug in de vorm van een top 10 risico’s. Dit betreft het risicoprofiel van oktober 2019. 1 Faillissement van toeleveranciers; implementatiekosten en inwerken van medewerkers als gevolg van het wegvallen van 1 toeleverancier Risicocategorie: financieel netto verwachte impact: € 150.000,- Maatregelen & Ontwikkelingen: waar mogelijk wordt samenwerking gezocht met andere GGD’en om gezamenlijk diensten aan te besteden. Bij het afsluiten van contracten worden bepalingen op genomen die continuïteit van de dienstverlening waarborgen. 2 Claims en juridische procedures; claims van derden of niet inbare claims bij derden Risicocategorie: financieel netto verwachte impact: € 100.000,- Maatregelen & Ontwikkelingen: negatief uitvallende uitspraken leiden direct tot kosten c.q. te betalen bedragen op de balans. Het afsluiten van verzekeringen bij schade en aansprakelijkheid leidt tot het terugdringen van de verwachte impact.
3 Extra inzet van medewerkers bij uitbraak infectieziekte Risicocategorie: financieel netto verwachte impact: € 82.000,- Maatregelen & Ontwikkelingen: infectieziektebestrijding heeft een personele formatie die voldoende is voor de dagelijkse taken. Bij een eventuele grote uitbraak van een infectieziekte is een sterk verhoogde personele inzet noodzakelijk. Naar verwachting vergoedt het Rijk een deel hiervan, maar de GGD zal in die situatie ook zelf extra kosten moeten maken. 4 Arbeidsconflict met een medewerker leidt tot plaatsen op non-actief en ontslag Risicocategorie: financieel netto verwachte impact: € 60.000,- Maatregelen & Ontwikkelingen: team HRM is erop gericht een goede afstemming tussen de belangen van de organisatie en die van de medewerkers te bewerkstelligen. 5 Niet kunnen invullen vacatures als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt Risicocategorie: financieel netto verwachte impact: € 60.000,- Maatregelen & Ontwikkelingen: bepaalde functies, denk aan artsen, zijn moeilijk in te vullen. Dat brengt kosten met zich mee voor W&S, inhuur maar ook voor opleiden en investeringen in andere disciplines. Mogelijk leidt dit ook tot het niet kunnen behalen van doelstellingen met als gevolg imagoschade.
Om in te spelen op een (dreigend) te kort artsen binnen Jeugdgezondheidszorg is een actieplan opgesteld met verschillende maatregelen: Er worden profielartsen geplaatst vanuit de opleiding, elke 6 - 9 maanden volgt dan een nieuwe profielarts. Elk team heeft een arts M&G. 44 Tijdelijk aannemen van een basisarts. Opleiden van (5) verpleegkundig specialisten. De verpleegkundig specialist is een professional die in nauwe samenwerking met de arts zelfstandig en structureel een aantal verpleegkundige en medische taken uitvoert. Aantrekkelijk werkgeverschap vergroten. Behouden van artsen na pensionering. Extra en meer gericht werven. 6.3 Financiële kengetallen Eén van de recente wijzigingen van het BBV betreft het verplicht opnemen van een uniforme basisset financiële kengetallen door gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Hieronder een overzicht van de kengetallen, die voor ons van toepassing zijn. Kengetallen Rekening 2018 Begroting 2019 Rekening 2019 Netto schuldquote 20% 29% 21% Solvabiliteitsratio 27% 12% 22% Structurele exploitatieruimte 0% 0% 0% Toelichting: Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling.
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de VNG-uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld, dit is met 20% ruimschoots het geval bij GGD IJsselland. De netto schuldquote is voor 2019 bijna gelijk 2018. Verhoudingsgewijs zijn er nauwelijks wijzigingen opgetreden. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit geeft aan of GGD IJsselland op lange termijn kan voldoen aan haar verplichtingen. De solvabiliteit wordt uitgedrukt in de verhouding tussen het eigen vermogen op de balans en het totale vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeenschappelijke regeling. Ten opzichte van de gemeenten, waarbij percentages van 30% - 40% normaal zijn, was de ratio van de GGD altijd laag met een percentage van circa 13%, nu bedraagt de solvabiliteitsratio 22%. Dit komt door de forse toename van de omvang van het eigen vermogen. De solvabiliteit is in 2019 lager dan in 2018. Dit komt door het lagere exploitatieresultaat.
45 Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. De begroting van GGD IJsselland wordt ieder jaar sluitend opgesteld. Op basis van de financiele analyse die in 2019 is uitgevoerd is op basis van de realisatiecijfers een structurele ruimte van € 400.000 gevonden. De inwonerbijdrage wordt met ingang van 2020 structureel verlaagd. 6.4 Onderhoud kapitaalgoederen In het kader van deze paragraaf gaat het om de vaste activa waarvan de instandhouding structureel een substantieel beslag op de middelen legt. Buiten dit kader vallen de financiële activa en bedrijfsmiddelen, omdat die regelmatig worden vervangen. Door dit onderscheid komt in deze paragraaf alleen het onderhoud van het kantoorgebouw te Zwolle aan de orde. Op dit moment wordt ook nog gewerkt aan het opstellen van een meerjarenonderhoudsplan voor de CB-locaties (huurdersgedeelte) en de panden die in eigendom zijn. Met ingang van 2017 is jaarlijks een bedrag van € 50.000,- in de bestemmingsreserve groot onderhoud gestort. Daarbij dient nog te worden vastgesteld of deze voldoende is om de kosten van onderhoud op langere termijn te dekken. Dit kan op basis van het meerjarenonderhoudsplan dat naar verwachting in 2020 word afgerond.
6.5 Bedrijfsvoering Organisatie algemeen GGD IJsselland en Veiligheidsregio IJsselland hebben 1 gezamenlijke afdeling Bedrijfsvoering. Bij Bedrijfsvoering is de basis goed op orde en functioneren de teams met een grote mate van zelfstandigheid. Sturing van de vraag op de bedrijfsvoeringstaken vindt plaats tussen accounthouders van het MT GGD en de vier teamleiders van Bedrijfsvoering. HRM en Financiën Het financiële systeem en het personeelssysteem zijn verder uitgebouwd en toegankelijk gemaakt. Bij Financiën is het elektronisch factureren met E-invoice geïmplementeerd, waardoor het proces efficiënter verloopt en we aan de wettelijke verplichtingen voldoen. Bij HRM is het Management Self Service (MSS) systeem ontwikkeld, wat in 2020 in gebruik zal worden genomen. Dit zal leiden tot snellere verwerking van personeelsmutaties en verhoging van de kwaliteit en de efficiëncy. 46 Facilitaire Zaken In 2019 heeft de afdeling facilitaire zaken fors ingezet op het opstellen van de meerjaren onderhoudsplannen (MJOP) van de consultatiebureaus jeugdgezondheidszorg. Er is tevens een deel van het achterstallig onderhoud opgepakt. In 2020 wordt de koppeling tussen de uitkomsten van de MJOP’s met de budgetten geëvalueerd. In samenspraak met Monumentenzorg zijn stappen gezet om te komen tot een MJOB van het pand aan de Zeven Alleetjes.
Tot slot is gestart gemaakt met de inhaalslag op de punten uit de Risicoinventarisatie en Evaluatie (RI&E). Informatisering & Automatisering In 2019 is het intranet van de GGD vernieuwd. Ook is veel IT hardware zoals mobiele telefoons, laptops en PC’s vervangen. Er is hard gewerkt aan de vernieuwing van de Citrix omgeving, het vervangen van de beheertool Topdesk en vernieuwing van de applicatie voor het klantcontactcentrum (KCC). De nieuwe versies worden begin 2020 geïmplementeerd. Het contract voor mobiele telefonie is vernieuwd, de overstap naar Vodafone heeft de bereikbaarheid fors verbeterd. 6.6 Verbonden partijen Deze paragraaf geeft inzicht in ‘derde rechtspersonen’ waarmee GGD IJsselland een bestuurlijke en financiële band heeft. Deze band is er door participatie in een vennootschap of deelneming in een stichting. Met een bestuurlijk belang wordt bedoeld een zetel in het bestuur van een deelneming of stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de GGD middelen ter beschikking heeft gesteld en die zal verliezen bij faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij op de GGD kunnen worden verhaald. Van een financieel belang is ook sprake als de GGD bij liquidatie van een derde rechtspersoon middelen uitgekeerd kan krijgen.
Op het moment van opstellen van de jaarrekening 2019 is bekend dat GGD IJsselland in dit kader 1 relatie kent: GGD GHOR Nederland GGD/GHOR Nederland is de koepelorganisatie van de GGD'en en de GHOR. Vanuit GGD Nederland wordt, voor en in samenspraak met de GGD’en, de lobby en belangenbehartiging voor de GGD’en gedaan richting politiek en stakeholders. Daarnaast voert GGD Nederland projecten uit, die vanuit efficiency oogpunt centraal moeten worden uitgevoerd en die randvoorwaarden en producten opleveren waarmee de GGD’en hun werkzaamheden kunnen verrichten. Bestuurlijk en financieel belang Het hoogste orgaan van GGD GHOR Nederland is de Raad van DPG'en. Hierin worden de 25 GGD’en en GHOR-bureaus vertegenwoordigd door hun directeur Publieke gezondheid (DPG). Het dagelijks bestuur bestaat uit 4 leden van het algemeen bestuur. GGD IJsselland betaalt op jaarbasis een contributie aan GGD GHOR Nederland gebaseerd op een bijdrage per inwoner, voor 2019 bedroeg deze contributie € 64.000. 47 Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Een beperkte mate van beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is mogelijk via de afvaardiging van de directeur publieke gezondheid van GGD IJsselland (tevens GHOR) in zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur.
6.7 Financiering Inleiding De paragraaf Financiering is één van de voorgeschreven paragrafen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Artikel 13 van dit besluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. In 2016 is een geactualiseerd treasurystatuut vastgesteld, dat voldoet aan de actuele regelgeving. Algemene ontwikkelingen De GGD kent een beperkt aantal investeringen. De investeringen voor ICT zijn ondergebracht bij Veiligheidsregio IJsselland. Dit biedt voordelen voor de financieringsruimte binnen de kasgeldlimiet. Schatkistbankieren Het Rijk heeft besloten dat decentrale overheden gaan schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat saldi die door GGD IJsselland worden aangehouden op bankrekeningen worden afgeroomd en via een rekening-courant verhouding ten gunste van de Nederlandse schatkist worden gebracht. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld afnemen. Decentrale overheden krijgen op de deposito’s een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Momenteel liggen deze rentes rond de nul procent.
Het gevolg van dit beleid is dat GGD IJsselland nagenoeg geen rente opbrengsten uit rekening courant verhouding meer zal ontvangen. Voor 2019 was geen raming opgenomen voor ontvangsten uit beleggingen. Door de invoering van schatkistbankieren ontstaat er dus geen financieel nadeel voor GGD IJsselland. Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn waaronder de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Renterisicobeheer Voor het renterisicobeheer gelden de volgende criteria: 1. Conform de Wet FIDO wordt de kasgeldlimiet niet overschreden. 2. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. 3. De rentetypische looptijd (periode waarvoor de rente vaststaat) en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. 48 De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze wettelijke norm bepaalt dat maximaal 20% van de totale omvang van de begroting in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening.
In de uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden zijn 2 modelstaten opgenomen om de risico’s in beeld te brengen te weten: - Berekening kasgeldlimiet (model A) - Renterisiconorm (model B). Berekening kasgeldlimiet en bepaling financieringspositie 2019 De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt 8,2%. Het gaat bij de kasgeldlimiet om het beperken van renterisico’s op de korte schuld (korter dan een jaar). Korte schuld is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Daarom wordt de kasgeldlimiet gekoppeld aan het begrotingstotaal, dat wil zeggen de totale lasten van de begroting inclusief tegelijkertijd met de begroting vastgestelde begrotingswijzigingen. In de praktijk is dat de begroting zoals die naar de toezichthouder wordt gezonden. Als, naar het oordeel van de toezichthouder, de begroting doelbewust is opgeblazen, dan kan de toezichthouder maatregelen nemen om het totaal te corrigeren. De kasgeldlimiet voor GGD IJsselland bedraagt 8,2% van € 28.181.000 is € 2.311.000. Tot aan deze limiet kan kort (looptijd < 1 jaar) worden geleend. In 2019 heeft GGD IJsselland geen kasgeldlening aangetrokken.
Kwartaal Gemiddelde vlottende schuld Gemiddelde vlottende middelen netto vlottend (+) of Overschot middelen (-) Kasgeldlimiet Ruimte (-) of overschrijding (+) 1e kwartaal 0 -5.346 -5.346 2.311 -7.416 2e kwartaal 0 -4.341 -4.341 2.311 -6.412 3e kwartaal 0 -6.352 -6.352 2.311 -8.423 4e kwartaal 0 -5.272 -5.272 2.311 -7.342 Renterisiconorm Door berekening van de renterisiconorm wordt inzicht verkregen in de omvang van de schuld waarover in enig jaar renterisico’s worden gelopen. Omdat GGD IJsselland slechts 1 langlopende geldlening heeft afgesloten voor financiering van de huisvesting is alleen het risico in verband metherfinanciering als gevolg van renteaanpassingen van belang. In onderstaand overzicht wordt dit risico in beeld gebracht: 49 Renterisiconorm en renterisico’s van de vaste schuld per 1 januari van het betreffende jaar: W 2019 B 2020 B 2021 B 2022 B 2023 1. Renteherziening/herfinanciering 0 0 0 0 2. Aflossing 228 236 244 252 260 3. Renterisico (1+2) 228 236 244 252 260 4. Renterisiconorm 5.636 5.238 5.343 5.450 5.559 5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3) 5.408 5.002 5.099 5.198 5.299 5b. Overschrijding risiconorm (3>4) 4a. Begrotingstotaal 28.181 26.192 26.716 27.250 27.795 4b. Percentage regeling 20% 20% 20% 20% 20% 4.
Renterisiconorm 5.636 5.238 5.343 5.450 5.559 (bedragen x € 1.000,-) Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De liquiditeitspositie wordt wekelijks opgemaakt. Op basis hiervan wordt de samenstelling van de financiering bepaald. Met betrekking tot de lasten wordt de liquiditeitspositie bepaald door de uitgaven ten behoeve van de exploitatie en de investeringen. De exploitatie uitgaven zijn min of meer gelijkmatig over het jaar verdeeld. GGD IJsselland heeft 1 langlopende geldlening afgesloten voor financiering van de aankoop van het kantoorgebouw. De overige investeringen worden gefinancierd uit eigen vermogen. Door het beperkte aantal en de omvang van de investeringen ontstaan slechts geringe schommelingen in de financieringsbehoefte. Met betrekking tot de baten wordt de liquiditeitspositie met name bepaald door de gemeentelijke bijdragen en de subsidies die in het kader van diverse projecten worden ontvangen. De gemeentelijke bijdragen worden 2x per jaar gefactureerd. Subsidies worden meestal vooraf beschikbaar gesteld. Gerelateerd aan een evenwichtige verdeling van de exploitatielasten over het jaar is er gedurende enkele maanden per jaar sprake van voorfinanciering. Rentevisie Voor 2019 was niet voorzien dat er langlopende geldleningen zouden worden afgesloten of dat overtollige financieringsmiddelen gedurende een langere periode dan een jaar zouden worden uitgezet.
Het ontwikkelen van een rentevisie met betrekking tot financiering was derhalve niet zinvol. 50 51 Deel B: Jaarrekening 2019 52 7. Balans '(bedragen. * 1.000,=) Omschrijving der activa Omschrijving der passiva Vaste activa Vaste passiva Materiële vaste activa 8.745 8.687 Eigen vermogen 2.423 3.014 - Investeringen met een economisch nut 8.745 8.687 - Algemene reserve 482 482 - Bestemmingsreserves 886 840 - Gerealiseerd resultaat 1.055 1.692 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 5.283 5.512 - Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen 5.283 5.512 Totaal vaste activa 8.745 8.687 Totaal vaste passiva 7.706 8.526 Vlottende activa Vlottende passiva Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 1.139 1.261 Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 422 1.042 - Uitzettingen in Rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan - Overige schulden 422 1.042 één jaar 939 1.039 - Vorderingen op openbare lichamen 115 85 - Overige vorderingen 85 137 Liquide middelen 143 608 - Kassaldi 8 4 - Banksaldi 135 604 Overlopende activa 822 1.115 Overlopende passiva 2.721 2.103 - Vooruitbetaalde bedragen 9 64 - Vooruitontvangen bedragen 6 6 - Nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse 108 66 - Van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen 510
602 overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel - Overige nog te ontvangen bedragen 705 985 - Nog te betalen bedragen 2.206 1.495 Totaal vlottende activa 2.104 2.984 Totaal vlottende passiva 3.143 3.145 Totaal generaal 10.849 11.671 Totaal generaal 10.849 11.671 Ingediend bij het Dagelijks Bestuur van de Vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de GGD IJsselland d.d. 9-4-2020 GGD IJsselland d.d. 18-6-2020 De heer M. van Willigen, voorzitter De heer M. van Willigen, voorzitter Mevrouw A.M. van den Berg, secretaris BALANS PER 31 DECEMBER 2019 2019 2018 2019 2018 (voor bestemming van het gerealiseerd resultaat) Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo 53 7.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepalingen Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening GGD IJsselland 2019 ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op 21-06-2019 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgelegd. In de toelichting is + = nadelig bedrag en een - = voordelig bedrag.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarden. Alle in deze jaarrekening verantwoorde bedragen zijn vermeld in euro’s. Balans 1.1 Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden het jaar na ingebruikneming lineair afgeschreven volgens een stelsel afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. De afschrijving van de bedrijfsgebouwen/opstallen geschiedt volgens de annuïtaire methode. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 1.2 Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Op basis van verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 1.3 Liquide middelen Deze activa worden tegen de nominale waarde opgenomen.
1.4 Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting. Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan de balansdatum, waarvan de omvang en/of het tijdstip op balansdatum onzeker zijn, doch redelijkerwijs en betrouwbaar zijn te schatten. Voor de afwikkeling van de verplichting is een uitstroom van middelen noodzakelijk. 54 1.5 Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossing. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. 1.6 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Resultaatbepalingsgrondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. 7.2 Toelichting op de balans Vaste activa Materiële vaste activa De investeringen met economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde ultimo 31-12-2019 31-12-2018 Gronden en terreinen 800 800 Bedrijfsgebouwen 7.368 7.394 Vervoermiddelen 59 30 Machines, apparaten en installaties 338 331 Overige materiële vaste activa 178 132 8.745 8.687 55 Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer: De investeringen staan in het volgende overzicht vermeld. Per investering staat het ter beschikking gestelde krediet aangegeven, het in 2019 daadwerkelijk bestede bedrag en het totaalbedrag dat tot en met 2019 ten laste van het krediet is gebracht.
Zie voor verdere toelichting bijlage 4 “Staat van activa”. Boekwaarde bedrijfsgebouwen In 2018 was een krediet beschikbaar gesteld van € 350.000 voor de vervanging van de inventaris van de consultatiebureau’s. Deze vervanging is gefaseerd uitgerold, waarbij het restant krediet van € 210.000 in 2019 is ingezet. Vervoermiddelen In 2019 is een nieuwe wachtdienstauto voor de forensisch arts aangeschaft, deze investering van € 37.000 was bij het opstellen van de Bestuursrapportage nog niet voorzien. Deze investering is naderhand alsnog door het dagelijks bestuur goedgekeurd. Boekwaarde machines, apparaten en installaties In 2019 was er een krediet beschikbaar gesteld van € 65.000 voor de vervanging van audiometers ten behoeve van gehoorscreening. De voorbereidingen voor de vervanging van de audiometers zijn in 2018 getroffen en deze in 2019 aangeschaft. Boekwaarde overige materiële activa In 2019 heeft een investering plaatsgevonden in mobiele telefonie van € 80.000 waarvoor een krediet beschikbaar was gesteld van € 90.000.
Boekwaarde Investe- Desinves- Afschrij- Bijdragen Boekwaarde 01-01-2019 ringen teringen vingen van derden 31-12-2019 Gronden en terreinen 800 800 Gebouwen 7.394 210 - 236 7.368 Vervoermiddelen 30 37 7 59 Machines, apparaten en installaties 331 65 57 338 Overige materiële vaste activa 132 80 34 178 8.687 391 - 334 - 8.745 Beschikbaar Werkelijk Cumulatief gesteld besteed besteed krediet in 2019 t/m 2019 Vervanging inventaris CB-locaties 210 210 394 Audiometers JGZ 65 65 65 Mobiele telefonie 90 80 80 Aanpassing toiletgroep pand Zwolle 30 - - Vervanging liftinstallatie 48 - - Wachtdienstauto 2019 - 37 37 443 391 576 56 Vlottende activa Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Uitzettingen in Rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Het drempelbedrag voor het begrotingsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd is € 250.000. Er zijn geen bedragen aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden dat in het kader van het drempelbedrag door de GGD IJsselland buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. De hoogte van de uitzettingen in Rijksschatkist fluctueert door de jaren heen. Vorderingen op openbare lichamen Het saldo op vorderingen op openbare lichamen is in 2019 ligt gestegen met € 30.000.
Dit saldo fluctueert jaarlijks door de omvang en de hoogte van de projecten. Overige vorderingen Het saldo op overige vorderingen is in 2019 afgenomen met € 52.000, dit saldo fluctueert ook jaarlijks. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: De GGD IJsselland heeft bij de BNG een kredietfaciliteit van € 200.000. Er is bankgarantie afgegeven voor een bedrag van € 32.360 tot 31 augustus 2022. De bankgarantie is afgegeven ten behoeve van huur onroerend goed. Boekwaarde per 31-12-2019 Voorziening voor oninbaarheid Balanswaarde per 31-12-2019 Balanswaarde per 31-12-2018 Uitzettingen in Rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 939 939 1.039 Vorderingen op openbare lichamen 115 115 85 Overige vorderingen 85 85 137 Totaal 1.140 - 1.140 1.261 31-12-2019 31-12-2018 Kassaldi 8 4 Banksaldi 135 604 143 608 57 Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden. In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2019 hebben wel overschrijdingen plaatsgevonden van het drempelbedrag.
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Zie voor verdere toelichting bijlage 9 “Overzicht overlopende activa en passiva”. Vooruitbetaalde bedragen Het saldo op vooruitbetaalde bedragen is in 2019 afgenomen met € 55.000, dit wordt veroorzaakt doordat er in 2019 géén vooruitbetaalde factuur van Topicus is opgenomen. Verslagjaar (1) Drempelbedrag 250 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 550 415 231 211 (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag - - 19 39 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag 300 165 - - Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 28.180 (4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 28.180 (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat - (1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 Drempelbedrag 250 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 49.531 37.798 21.230 19.457 (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 550 415 231 211 Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis
buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (1) Berekening drempelbedrag 31-12-2019 31-12-2018 Vooruitbetaalde bedragen 9 64 Nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel 108 66 Overige nog te ontvangen bedragen 704 985 821 1.115 58 Nog te ontvangen voorschotbedragen openbare lichamen Het saldo op nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel is in 2019 toegenomen met € 42.000. Hier is géén specifieke oorzaak voor te benoemen. Zie voor verdere toelichting bijlage 9 “Overzicht overlopende activa en passiva”. Overige nog te ontvangen bedragen Het saldo op overige nog te ontvangen bedragen is in 2019 afgenomen met € 180.000, hiervoor is géén specifieke oorzaak van te benoemen. Dit wordt veroorzaakt doordat het saldo nog te factureren aanzienlijk lager is ten opzichte van 2018.
Vaste passiva Eigen Vermogen Het in de balans opgenomen Eigen Vermogen bestaat uit de volgende posten: Het verloop in 2019 wordt in onderstaand overzicht per reserve weergegeven: 31-12-2019 31-12-2018 Algemene reserve 482 482 Bestemmingsreserves 886 840 1.368 1.322 Gerealiseerd resultaat 1.143 1.692 Totaal 2.511 3.014 Het verloop van het Eigen Vermogen is als volgt: Saldo per 1 januari 2019 3.014 Bij: overige stortingen 188 3.202 Af: uitkering batig saldo 2018 aan gemeenten (cf. AB-besluit 20-6-2019) 1.692 Af: onttrekkingen aan reserves 142 Saldo per 31 december 2019 1.368 Reserves Boekwaarde 01-01-2019 Toevoeging/ onttrekking via resultaat bestemming Vermeerdering en ten laste van de exploitatie Vermindering ten gunste van de exploitatie Boekwaarde 31-12-2019 Algemene reserve 482 482 Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers 444 142 302 Risicoreserve 274 138 412 Reserve SOA sense 23 23 Reserve groot onderhoud gebouw 100 50 150 Bestemming saldo 2018 1.692 0 1.692 Totaal 3.014 0 188 142 3.060 59 Zie voor verdere toelichting bijlage 5 “Staat van reserves en voorzieningen” en bijlage 6 “Toelichting reserves”. Resultaat Onder “gerealiseerd resultaat’ is het resultaat ná mutaties in de reserves opgenomen, hiervan wordt het volgende overzicht gegeven: Over de bestemming van het resultaat zal aan het algemeen bestuur een voorstel worden voorgelegd.
Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt: In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2019: De totale rentelast voor het jaar 2019 met betrekking tot de vaste schulden bedraagt € 229.000. Zie voor verdere toelichting bijlage 7 “Langlopende geldleningen”. Vlottende passiva Vlottende schulden korter dan één jaar De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt gespecificeerd worden: Totaal saldo van baten en lasten -1.189 Bij: aanwending reserves (zie de toelichting op de rekening van baten en lasten) -142 Af: toevoeging reserves (zie de toelichting op de rekening van baten en lasten) 188 Gerealiseerd resultaat -1.143 Op basis van het besluit van het Algemeen Bestuur van 20 juni 2019 is het voordelig resultaat over 2018 ad € 1.692.000 als volgt afgewikkeld: - Uitkering batig saldo 2018 aan de deelnemende gemeente in de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland 1.692 1.692 31-12-2019 31-12-2018 Binnenlandse banken en overige financiële instellingen 5.283 5.512 5.283 5.512 Saldo 01-01-2019 Vermeer- deringen Aflossingen Saldo 31-12-2019 Onderhandse leningen 5.512 0 229 5.283 Totaal 5.512 0 229 5.283 60 Overige schulden Het saldo op overige schulden is in 2019 afgenomen met € 620.000, dit wordt veroorzaakt door een verschuiving
van crediteuren naar nog te betalen bedragen. Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Zie voor verdere toelichting bijlage 9 “Overzicht overlopende activa en passiva”. Vooruit ontvangen voorschotbedragen openbare lichamen Het saldo op vooruit ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel is in 2019 afgenomen met € 92.000. Dit wordt veroorzaakt doordat in 2019 het volume aan subsidies die nog niet volledig waren besteed, zijn afgenomen t.o.v. 2018. Zie voor verdere toelichting bijlage 9 “Overzicht overlopende activa en passiva”. Vooruit ontvangen bedragen Het saldo op vooruitbetaalde bedragen is in 2019 gelijk aan het saldo van 2018. Overige nog te betalen bedragen Het saldo op nog te betalen bedragen is in 2019 toegenomen met € 622.000, dit wordt veroorzaakt door een verschuiving van crediteuren naar nog te betalen bedragen (Zie ook toelichting onder “Overige schulden”). Financiële positie van de GGD IJsselland Gemeenten die aan de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland deelnemen, zijn wettelijk verplicht zodanig financieel bij te dragen aan de regeling dat de begroting daarvan altijd sluitend is.
31-12-2019 31-12-2018 Overige schulden 422 1.042 422 1.042 31-12-2019 31-12-2018 Van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel 510 602 Vooruitontvangen bedragen 6 6 Nog te betalen bedragen 2.205 1.495 2.720 2.103 61 Niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Deze personele lasten worden verantwoord in het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan verlofaanspraken. - Verlofsaldi: 13.720 uren. Dit totale saldo is ruim 7,5 fte (o.b.v. 1.836 bruto uren per fte) en heeft een waarde van ongeveer € 488.000 (o.b.v. van een gemiddelde loonsom € 65.000). Het betreft een kortlopende arbeidskosten gerelateerde verplichting met een jaarlijks vergelijkbaar volume, die op basis van het BBV niet op de balans mag worden opgenomen. - Meerjarige financiële verplichtingen. Ultimo 2019 kent de GGD diverse meerjarige financiële verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen, namelijk: Soort contract Naam contractant Ingangsdatum Einddatum Jaarbedrag Inleen overeenkomst personeel* Ziezzo 1-9-2014 31-12-2019 79 Driessen 1-1-2019 31-12-2020 441 Schoonmaakcontracten** Divers p.m. p.m. 239 Huurcontracten (m.n. CB-locaties) Divers p.m.