CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 Onderzoeksraad voor Veiligheid_Rapport 'Kinderen in nood'

Raadsvergadering 20 oktober 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken73.181 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 7 van 9

Goede voorbeelden laten zien dat een brede taakopvatting, een goede samenwerking en heldere communicatie zorgen voor onderling vertrouwen en draagvlak voor meer en veilige (nood)opvang. Kinderen in nood, september 2026 | H7 Aanbevelingen 122 Aanbevelingen Het onderzoek laat twee samenhangende kernproblemen zien die ervoor zorgen dat kinderen langdurig, onveilig in de asiel­ noodopvang moeten verblijven. A. Crisismaatregelen worden ingezet om om te gaan met een structureel tekort aan opvangplekken. Door deze bestuurlijke keuze blijft duurzame opvangcapaciteit uit. Hierdoor wordt noodopvang structureel ingezet. B. De noodopvang kent onvoldoende begrenzing en veiligheids­ waarborgen, waardoor kinderen structureel worden bloot­ gesteld aan veiligheidsrisico's. De hoofdboodschap van de Onderzoeksraad is dat het opvang­ systeem fundamenteel moet en kan veranderen om de structurele onveiligheid van kinderen weg te nemen. Tegelijkertijd kunnen kinderen niet wachten totdat deze systeemverandering is gerealiseerd. Daarom is het noodzakelijk om op korte termijn maat­ regelen te nemen die de veiligheid van kinderen direct verbeteren, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan een duurzaam opvang­ systeem waarin deze onveiligheid zich niet opnieuw kan voordoen. De Onderzoeksraad heeft kennisgenomen van de brief van de minister van Asiel en Migratie van 2 juni 2026 (Kamerstuk 19 637, nr.

3565) over de positie van kinderen in de asielketen en over zijn visie op de mogelijkheden tot verbetering van hun veiligheid. Ook in dat licht acht de Onderzoeksraad het nog steeds noodzakelijk aanbevelingen te doen om direct uit de aanwezige crisislogica te stappen en gelijktijdig de acute problemen van kinderen in de asielnoodopvang aan te pakken. De onderstaande aanbevelingen vormen één samenhangend geheel en kennen geen volgordelijkheid; zij dienen gelijktijdig en in onderlinge samenhang te worden opgepakt. De minister van Asiel en Migratie is nu, als stelselverantwoordelijke, aan zet. De minister moet de huidige, zoals in dit rapport gedefinieerde onveiligheid aanpakken en de structurele voorwaarden scheppen voor een opvangsysteem waarin kinderen niet opnieuw aan deze risico's worden blootgesteld. Aan de minister van Asiel en Migratie: 1. Verbeter binnen zes maanden de veiligheid van kinderen in de asielnoodopvang, en bestendig deze verbeteringen. Neem als stelselverantwoordelijke regie over de kwaliteit en veiligheid van de noodopvang en geef uitvoering aan ten minste de volgende acties: a. Neem direct de volgende maatregelen om de veiligheid van kinderen in de asielnoodopvang te verbeteren: „ Breng op alle noodopvanglocaties de veiligheidsrisico's voor kinderen in beeld en zorg dat geen enkel kind in een onveilige situatie verblijft.

Hef onveilige situaties direct op of plaats kinderen over naar een locatie waar hun veiligheid is gewaarborgd. „ Stel een harde maximale verblijfsduur voor kinderen in noodopvang vast. „ Creëer kwaliteits­ en veiligheidseisen voor noodopvang waar een bindende werking van uitgaat en zorg ervoor dat deze in de praktijk de veiligheid van kinderen waarborgen. „ Handhaaf de kwaliteits­ en veiligheidseisen van de noodopvang. 7 Kinderen in nood, september 2026 | H7 Aanbevelingen 123 b. Neem besluiten over noodopvang aantoonbaar vanuit de belangen en veiligheid van kinderen. Geef bij het nemen van beslissingen consequent de veiligheid van kinderen prioriteit en betrek hen hierbij, in lijn met de uitgangspunten van een Kinderrechtentoets. c. Signaleer, monitor en pak veiligheidsrisico's van ieder kind direct aan. Houd gedurende het verblijf van kinderen voortdurend zicht op hun veiligheid, gezondheid, onderwijsdeelname, verhuis bewegingen en verblijfsduur. Besteed daarbij expliciet aandacht aan de stapeling van problemen en het gegeven dat door verhuizingen risico's uit beeld kunnen raken. Zorg dat signalen tijdig worden herkend en dat passende maatregelen volgen. d. Stel gemeenten en uitvoeringsorganisaties in staat om de veiligheid van kinderen in de noodopvang te verbeteren.

Zorg dat gemeenten en uitvoeringsorganisaties beschikken over de middelen, handelingsruimte en ondersteuning die nodig zijn om veiligheidsrisico’s direct weg te nemen en kinderen veilig op te vangen. Neem hierin als minister de regie en geef invulling aan de benodigde stelselverantwoordelijkheid voor kwaliteit en veiligheid van de opvang. 2. Stap uit de crisislogica en investeer in de oplosbaarheid van de structurele onveiligheid van kinderen in de asiel­ noodopvang. Zet daartoe in ieder geval de volgende stappen om een duurzaam en veilig opvangsysteem te creëren: a. Bouw de afhankelijkheid van noodopvang af. Zorg voor de volgende noodzakelijke randvoorwaarden: voldoende opvangplekken (zoals ook wordt beoogd met de Spreidingswet) die ook veilig zijn, reservecapaciteit en blijvend stabiele financiering van uitvoeringsorganisaties. Dit moet bijdragen aan het ontstaan van een weerbaar opvangstelsel dat schommelingen in het aantal mensen dat asiel aanvraagt kan opvangen zonder structureel terug te vallen op noodopvang. b. Spoor gemeenten aan hun verantwoordelijkheid te nemen voor het realiseren van veilige opvang en stel ze hiertoe in staat. Voorzie gemeenten langdurig van voldoende middelen, handelings ruimte en ondersteuning.

Het Rijk dient zich in woord en daad op te stellen als mede­eigenaar van de opvang opgave, zodat gemeenten die opvang realiseren de bestuur lijke en politieke gevolgen van besluiten die voort vloeien uit nationaal beleid, zoals de Spreidingswet, niet alleen dragen. c. Stel uitvoeringsorganisaties in staat veilige opvang te bieden. Voorzie uitvoeringsorganisaties van voldoende middelen, handelingsruimte en ondersteuning om de veiligheid en kwaliteit van de opvang te waarborgen. Verstevig daarnaast op korte termijn hun positie in de besluitvorming zodat zij (structurele) veiligheidsknelpunten uit de praktijk tijdig kunnen signaleren en rechtstreeks kunnen escaleren naar de minister. Neem als stelselverantwoordelijke verantwoordelijkheid voor het voortvarend oplossen van deze knelpunten. Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage A 124 Onderzoeksverantwoording Algemeen De Onderzoeksraad voor Veiligheid is een zelfstandig bestuurs­ orgaan dat onafhankelijk van de Nederlandse overheid en andere partijen opereert. Dit betekent dat de Onderzoeksraad zelfstandig besluit welke voorvallen worden onderzocht en op welke wijze dit gebeurt. De onderzoekers hebben bevoegdheden om voor het onderzoek relevante informatie te verkrijgen. Deze bevoegdheden zijn vastgelegd in de Rijkswet Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Deze wet bepaalt tevens dat iedereen verplicht is aan een onderzoek van de Onderzoeksraad mee te werken. Deze verplichting geldt overigens niet voor de kinderen die de Onderzoeksraad voor het onderhavige onderzoek ook heeft gesproken. Voor deze gesprekken zijn, mede in afstemming met externe experts, de nodige ethische waarborgen toegepast. Het welzijn van het kind had daarbij te allen tijde de hoogste prioriteit. De Onderzoeksraad verzamelt zoveel mogelijk relevante informatie uit verschillende bronnen, om op basis daarvan een goed beeld te krijgen van wat heeft plaatsgevonden of nog altijd plaats vindt. Zodoende worden ook direct en indirect betrokkenen geïnter viewd. De Onderzoeksraad waarborgt de vertrouwelijkheid van de verzamelde onderzoeksinformatie, en gebruikt verklaringen van betrokkenen alleen in het eigen onderzoek. Deze verklaringen, en alle overige onderzoeksinformatie, worden niet openbaar gemaakt of aan derden verstrekt. De vertrouwelijkheid van onderzoeks­ informatie vormt een belangrijke randvoorwaarde voor onderzoek dat niet is gericht op het aanwijzen van schuld of aan sprakelijk­ heid, maar dat bedoeld is om lering te trekken. De missie van de Onderzoeksraad is het verbeteren van de veilig­ heid in Nederland, met name in situaties waarin mensen voor hun veiligheid afhankelijk zijn van overheid, bedrijven of instellingen.

Kinderen die in Nederland asiel hebben aange vraagd en in de nood opvang verblijven, vormen in dat kader een bijzonder kwets­ bare groep. Binnen het werkveld en bij beleidmakers is al jaren bekend dat de fysieke en mentale veiligheid van deze kinderen ernstig in het geding is. Tal van organisaties, waaronder Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV), Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Kinderombudsman en Nationale ombudsman en VluchtelingenWerk Nederland, hebben ook verbetervoorstellen gedaan. Toch is de overheid er tot op heden niet in geslaagd om de leefomstandigheden voor kinderen in de noodopvang structureel te verbeteren en zo hun veiligheid te waarborgen. De Onderzoeksraad constateert dan ook dat er sprake is van een impasse. BIJLAGE A Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage A 125 Doel, focus en onderzoeksvragen Na vooronderzoek heeft de Onderzoeksraad op basis van een afwegingskader besloten onderzoek te doen naar de veilig heid van kinderen in de Nederlandse asielnoodopvang. Dit doet de Raad met het doel een bijdrage te leveren aan het door breken van de geconstateerde impasse, en op die manier de veiligheids­ tekorten voor kinderen op noodopvanglocaties effectief aan te pakken, door de aanwezige veiligheidsrisico’s beter te beheersen. Om dat doel te bereiken, zijn de volgende drie onderzoeksvragen geformuleerd: 1.

Welke veiligheidstekorten bestaan in de noodopvanglocaties waar kinderen opgevangen worden? 2. Wat verklaart dat er veiligheidstekorten voor kinderen in het asielopvangsysteem met noodopvang bestaan? 3. Wat verklaart dat deze veiligheidstekorten blijven voort bestaan? Aan de ene kant is het onderzoek gericht op het identificeren van de veiligheidstekorten binnen de leefomstandigheden van kinderen in de noodopvang (onderzoeksvraag 1). Daarnaast is een systemische analyse uitgevoerd om inzicht te bieden in zowel het ontstaan van die tekorten (onderzoeksvraag 2) als het hard nekkige voortbestaan ervan (onderzoeksvraag 3). Tezamen reflecteren deze drie vragen de focus van dit onderzoek: de onveilige leefomstandigheden van kinderen in de noodopvang. De antwoorden op deze vragen vormen de basis voor hoe deze situatie kan worden verbeterd, en bieden daarmee de opmaat naar de aanbevelingen van de Onderzoeksraad aan de betrokken partijen. Afbakening Het onderzoek bestrijkt de periode 2021­2025. De keuze van de Onderzoeksraad om 2021 als startpunt te markeren is ingegeven door het feit dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in dat jaar, als reactie op de toentertijd overvolle reguliere asiel­ opvangcentra, is overgegaan op de inzet van nood opvang locaties.

In die tijd trekken instanties als het College voor de Rechten van de Mens, de Kinderombudsman en Nationale ombudsman en de Inspectie JenV voor het eerst aan de bel; de veiligheid van kinderen is in gevaar doordat zij in de noodopvang verblijven. De Onderzoeksraad heeft niet alleen de periode afgebakend die het onderzoek beslaat (september 2021 tot juli 2025) maar ook het onderwerp (object van onderzoek). Het onderzoek focust op drie kernelementen: (on)veiligheid, kinderen en de noodopvang. (On)veiligheid De (on)veiligheid van kinderen in de noodopvang omvat twee met elkaar verweven dimensies: fysieke en mentale (on)veilig heid. Fysieke (on)veiligheid wordt bepaald door de mate waarin deze kinderen worden blootgesteld aan bijvoorbeeld gezondheids risico’s, (dreiging van) agressie of geweld en een potentieel risico volle omgeving (o.a. brandgevaar, drukke snelweg, de aan wezig heid van water en verdrinkingsgevaar) en de mate waarin kinderen hiertegen beschermd worden. Mentale (on)veiligheid wordt bepaald door elementen als sociaal­emotionele ondersteuning, ontwikkelkansen (o.a. toegang tot onderwijs), ervaren autonomie, privacy en het gevoel van controle en stabiliteit.

Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage A 126 Kinderen Met ‘kinderen’ doelt de Onderzoeksraad op alle minderjarigen (niet ouder dan 18) die, alleen of onder begeleiding van een ouder of ander familielid283, op een noodopvanglocatie verblijven. Alleen­ staande kinderen, de zogeheten alleenstaande minderjarige vreemde lingen (amv), veelal tussen 15 en 18 jaar oud, ontberen de steun en geborgenheid van een volwassene. Zij zijn voor hun veilig heid dus geheel afhankelijk van de Nederlandse over heid. Kinderen in gezinnen hebben weliswaar minimaal één ouder of voogd, maar ook zij zijn blootgesteld aan onveilige leef­ omstandig heden op de opvanglocaties waarvoor de overheid eindverantwoordelijkheid draagt. Noodopvang Onder ‘noodopvang’ verstaan we in dit onderzoek niet alleen de noodopvanglocaties van het COA, maar ook de zogenaamde overlooplocaties (ingezet om het overvolle aanmeldcentrum in Ter Apel te ontlasten) en de tijdelijke gemeentelijke opvang locaties (TGO) en de voorloper daarvan, de crisis nood opvang (CNO). Verschillende locaties kunnen dienst doen als nood opvang­ locaties, waaronder hotels, sporthallen, evenementenhallen, leegstaande kantoren, recreatiewoningen en passagiersschepen. Binnen de focus van dit onderzoek worden enkele onderwerpen niet expliciet onderzocht, maar wel beschouwd als relevante context.

Denk daarbij aan: „ problemen in overvolle reguliere asielopvangcentra; 283 Wanneer kinderen onder begeleiding van een ander familielid dan een ouder of wettelijk vertegenwoordiger in Nederland aankomen, worden zij Begeleide Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers (BAMA) genoemd. Deze kinderen verblijven samen met dit familielid in de asielopvang en hebben daarnaast een jeugdbeschermer van het Nidos toegewezen gekregen die de voogdij over hen heeft. 284 Vluchtelingen uit Oekraïne vallen onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming en hebben op een andere basis, en meer uitgebreide rechten op bescherming in Nederland dan asielzoekers. 285 'Veiligelanders' zijn asielzoekers die komen uit een van de landen die Nederland als veilig beschouwt. „ uitvoering/praktijk van (geestelijke/mentale, somatische) zorg, en onderwijs; „ de personeelstekorten bij instanties die kinderen die in Nederland asiel aanvragen hulp/begeleiding (kunnen) bieden, zoals het COA, Nidos, Jeugdzorg, GGD en Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA); „ verschillen in opvang tussen kinderen die uit Oekraïne zijn gevlucht284 en kinderen die vallen onder het reguliere asielbeleid; „ verschillen tussen voogdij over niet­Nederlandse kinderen die asiel aanvragen en voogdij over Nederlandse kinderen; „ problemen rondom de huisvesting van statushouders, inclusief de vermeende relatie met de ‘wooncrisis’ in Nederland.

Ter verdere afbakening: dit onderzoek richt zich in het geheel niet op: „ de mogelijke oorzaken van asielmigratie; „ de mogelijke invloed van de kwaliteit van de opvang van asielzoekers op de instroom van nieuwe asielzoekers; „ de inhoudelijke afweging die ten grondslag ligt aan de toekenning asiel en de uitvoering daarvan, inclusief de gevolgen voor de doorlooptijden van de procedure; „ de (vermeende) problemen die ‘veiligelanders’285 veroorzaken; „ de mogelijke oorzaken van de problemen die spelen bij de registratie van kinderen bij aanvang van de asielprocedure; „ de opvang van kinderen wier asielverzoek is afgewezen en de manier waarop de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) hiermee omgaat (zolang deze kinderen niet nog in noodopvang zijn ondergebracht); Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage A 127 „ eventuele verschillen in de geboortezorg voor asielzoekers en de lokale Nederlandse bevolking en de oorzaken en mogelijke gevolgen daarvan; „ eventuele problemen in de opvang van Oekraïners;286 „ de aanpak van vermissingen en kinderen die slachtoffer worden van mensenhandel;287 „ de (omvang van de) mogelijke langetermijneffecten van de huidige problematiek op de (nu nog) kinderen die asiel aanvragen in Nederland.

Onderzoeksaanpak De meeste onderzoeksgegevens zijn verkregen via een combinatie van kwalitatieve methoden (systematische review, ontwikkelen con ceptueel model ‘veiligheid en veldonderzoek aan de hand van interviews, photovoice­workshops, casestudies). Waar nodig – en mogelijk, heeft de Onderzoeksraad ook gebruikgemaakt van kwantita tieve data van het COA en het Wetenschappelijk Onderzoek­ en datacentrum (WODC). De verkregen informatie is systematisch in kaart gebracht en op kwalitatieve wijze geanalyseerd (systeem­ analyse, tijdlijn, gefaseerde STAMP/CAST­analyse). Hieronder lichten we de onderzoeksaanpak aan de hand van de onderzoeksvragen toe. Onderzoeksvraag 1 Het beantwoorden van onderzoeksvraag 1 (Welke veiligheids­ tekorten bestaan er in de noodopvanglocaties waar kinderen worden opgevangen?) vond plaats door middel van: A. Systematische review 286 Vluchtelingen uit Oekraïne vallen onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) en hebben daarom op een andere basis, en meer uitgebreide rechten op bescherming in Nederland dan asielzoekers. 287 Meerdere betrokken partijen zijn met dit onderwerp bezig, maar uit de verkennende gesprekken komt naar voren dat er geen accuraat beeld bestaat van hoe omvangrijk dit probleem mogelijk is. B. Conceptueel model veiligheid C. Veldonderzoek D. Verzamelen kwantitatieve data Ad A.

Systematische review Er is al veel onderzoek gedaan naar de problematiek in de opvang van asielzoekers. Aangezien daarbij ook regelmatig de veiligheid voor kinderen in beschouwing is genomen, is ten behoeve van de eerste onderzoeksvraag begonnen met een systematische review van relevante openbare bronnen. Na een betrouwbaarheidstoets en verwijdering van duplicaten, zijn in totaal 65 bronnen nader onderzocht, waaronder inspectiebrieven, statistieken en cijfers van o.a. het COA, wetenschappelijke artikelen en wet­ en regelgeving rondom kinderrechten en asielopvang. Al deze informatie is verzameld via Google en de databases van Haagse Feiten (haagsefeiten.nl) en LibSearch (ubvu.vu.nl). De review van deze bronnen richtte zich expliciet op de (fysieke en mentale) veiligheidstekorten in de leefomstandigheden van kinderen in de noodopvang in Nederland gedurende de onderzoeksperiode (2021­2025). Voor zover relevant voor deze veiligheidstekorten, is daarbij ook gekeken naar de bredere context. De review is uitgevoerd door onderzoekers met gebruik­ making van AI (ChatGPT). Zowel de onderzoekers als ChatGPT hebben in de bronnen gezocht naar passages die ingaan op deze aandachtspunten. Vervolgens hebben de onder zoekers de resultaten van AI gecontroleerd en de passages geduid. Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage A 128 Ad B.

Conceptueel model veiligheid Op basis van de systematische review, in combinatie met inzichten uit eigen veldonderzoek en de daaruit verworven casuïstiek, heeft de Onderzoeksraad zes risicogebieden in de noodopvang (Huisvesting, Persoonlijke ontwikkeling, Privacy & Autonomie, Medische zorg, Sociale omgeving en Stabiliteit) geordend in een conceptueel model veiligheid. Dit model beschrijft hoe de Raad aankijkt tegen de (on)veiligheid van kinderen in de noodopvang. In elk van de zes risicogebieden bestaan bepaalde veiligheids­ risico’s voor kinderen. In het risicogebied Persoonlijke ontwikkeling bestaat bijvoorbeeld het risico dat kinderen langer dan drie maanden niet naar school kunnen. In het risicogebied Stabiliteit bestaat het risico dat kinderen in korte tijd van de ene naar de andere opvanglocatie moeten verhuizen. Als dergelijke risico’s niet (voldoende) worden beheerst, ontstaan er veiligheidstekorten die ertoe kunnen leiden dat kinderen op de korte of langere termijn mentale en/of fysieke schade oplopen. Het model laat ook zien hoe de zes risicogebieden elkaar kunnen beïnvloeden. Bijvoorbeeld: doordat kinderen voortdurend moeten verhuizen, komen zij steeds opnieuw op wachtlijsten voor een school, met als mogelijk gevolg dat zij gedurende maanden geen onderwijs krijgen.

Hoewel elk veiligheidstekort op zichzelf staat, is het volgens de Raad vooral de opeenstapeling van tekorten die maakt dat kinderen in de noodopvang in een onveilige situatie leven. Deze opeenstapeling is meer dan de som der delen; de veiligheidsrisico’s overlappen en versterken elkaar, waardoor de onveiligheid alleen maar ernstiger wordt. Het conceptueel model Veiligheid, onderdeel van het referentie­ kader (zie bijlage D.1), is leidend geweest bij de uitvoering van dit onderzoek. Voor een weergave van dit model, zie figuur 7 in paragraaf 3.1. Ad C. Veldonderzoek Het conceptuele model veiligheid vormt het uitgangspunt vormt voor het kwalitatief­empirische veldonderzoek naar de veilig heids situatie van kinderen die op noodopvanglocaties verblijven. Dit veldonderzoek, waarbij in totaal acht noodopvang­ locaties zijn bezocht, vond plaats tussen januari en juli 2025. Doel van dit onderzoek was het verzamelen van data om dieper inzicht te krijgen in de al breed erkende fysieke en mentale veiligheidsrisico’s, maar deze tegelijkertijd ook aan te scherpen. Centraal hierbij is het perspectief van het kind. Op elke locatie zijn meerdere onderzoekers gedurende vier tot zes dagen aanwezig geweest. Voor de dataverzameling is een combinatie van kwalitatieve methodes ingezet: observatie, interviews, photovoice en case­ studies.

De observaties vonden plaats op alle bezochte locaties, zowel kleinschalige amv­locaties (+/­30 bewoners) als grote locaties (1.500 bewoners) waar kinderen in gezinsverband verblijven. In totaal zijn zestig interviews gehouden met professionals (o.a. het COA, GZA, Nidos, VluchtelingenWerk Nederland, Jeugdgezondheids zorg (GGD) en trajectbegeleiders ISK­onderwijs en gemeenten), en 35 interviews met ouders die met hun minderjarige kind(eren) in de noodopvang verbleven. De voertaal tijdens deze gesprekken was, al naar gelang de behoefte, Nederlands, Arabisch, Spaans of Engels. De onderzoekers die verschillende van deze talen machtig zijn, werden indien nodig ondersteund door tolken Farsi, Koerdisch en/of Turks die ruime ervaring hebben met de doelgroep. Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage A 129 Photovoice is een participatieve methode waarbij deelnemers gevraagd wordt foto’s te maken van hun leefwereld en daarover in gesprek te gaan. Kinderen, die doorgaans niet of nauwelijks de kans krijgen om zich uit te spreken, kunnen op die manier worden gehoord. De onderzoekers hebben op zes locaties twaalf sessies gehouden, met in totaal 67 deelnemende kinderen (12­18 jaar). De photovoice­workshops werden voornamelijk in de moedertaal van de participanten gehouden.

In sommige gevallen werden tolken Farsi, Koerdisch en/of Turks ingezet die beschikten over ruime ervaring met de doelgroep. Enkele kinderen drukten zich tijdens de groepssessies uit in het Engels of Nederlands. Voor de kinderen van twaalf tot en met vijftien jaar is toestemming gekregen van ouders of voogden; de kinderen vanaf 16 jaar gaven zelf toestemming. De minderjarigheid van onze doelgroep vraagt om grote voorzichtigheid. Kinderen op de vlucht kunnen boven dien te maken hebben met aanvullende factoren (o.a. verlies van vertrouwde omgeving, veel reisbewegingen, verschillende talen onder weg, voortdurende onzekerheid, verlies van gezinsleden of vrienden) die hen extra kwetsbaar maken. In het licht van deze bevindingen hebben wij gehandeld conform de International Charter for Ethical Research Involving Children (ERIC). De opzet van onder andere de photovoice­sessies is getoetst door twee externe ethisch experts. De verzamelde data zijn gecodeerd en geanalyseerd aan de hand van het conceptuele model veiligheid. In aanvulling op inzichten uit observaties, interviews en sessies heeft de Onderzoeksraad casussen bestudeerd. Deze casussen zijn deels verzameld tijdens de locatiebezoeken.

35 casussen waarin sprake was van medische problematiek zijn ons ter beschikking gesteld door het Expertisecentrum Kinderen en Adolescenten Nieuw in Nederland (EKANN.) In de uitwerking van het veldonderzoek is een aantal casussen centraal gezet, ter illustrering van elk van de zes risicogebieden. Ad D. Kwantitatieve data Indien mogelijk zijn de kwalitatieve inzichten verrijkt met kwantita­ tieve data. Data betreffende het aantal kinderen in verschillende typen (nood)opvanglocaties, hun verhuis bewegingen en hun tijd in de opvang is verkregen via het COA. De Onderzoeksraad heeft deze data geanalyseerd en figuren en tabellen gemaakt die zijn weergegeven in dit rapport. Het WODC heeft data aangeleverd over het aantal incidenten en misdrijven dat plaatsvond op noodopvanglocaties waar op enig moment kinderen verbleven. Het WODC heeft deze data, die tevens wordt gerapporteerd in het jaarlijkse incidenten­ en misdrijvenoverzicht, ten behoeve van dit onderzoek geanalyseerd en deze analyses rechtstreeks aangeleverd. In bijlage F is een methodologische verantwoording gegeven voor de kwantitatieve data die in het rapport is gebruikt.

Onderzoeksvraag 2 en 3 Voor beantwoording van onderzoeksvraag 2 (Wat verklaart waardoor de veiligheidstekorten voor kinderen in de noodopvang zijn ontstaan) en onderzoeksvraag 3 (Waardoor blijven deze veiligheidstekorten voortbestaan?) zijn de volgende twee methoden gecombineerd: A. Systeemanalyse B. STAMP/CAST­analyse Ad A. Systeemanalyse Allereerst is het systeem van asielopvang – zowel de reguliere opvang als de daarin ingebedde noodopvang – in kaart gebracht. Hierbij zijn alle betrokken partijen beschreven in termen van hun Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage A 130 taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Deze systeem­ analyse beperkt zich niet tot de huidige situatie. Als gevolg van verschillende en elkaar in rap tempo opvolgende politiek­bestuurlijke keuzen, is het asielopvangsysteem voortdurend in beweging en aan verandering onderhevig. Om deze veranderingen inzichtelijk te maken, heeft de Onderzoeksraad een tijdlijn van gebeurtenissen gemaakt van 2021 tot 2025. Deze tijdlijn is aangevuld met gebeurtenissen vanaf de afbouw van noodopvang in 2016, om ook zicht te krijgen op het ontstaan van de situatie waarin noodopvang veelvuldig wordt ingezet. Aan de hand van documentonderzoek (o.a.

Kamerbrieven over asielopvang) zijn op deze tijdlijn vier politiek­ bestuurlijke sleutelmomenten geïdentificeerd: (1) inzet noodopvang, (2) activering nationale crisisstructuur, (3) afschalen crisisstructuur en (4) invoering Spreidingswet. Het vierde sleutelmoment staat gelijk aan de situatie tot juli 2025. Ad B. Gefaseerde STAMP/CAST-analyse Per sleutelmoment uit de systeemanalyse zijn de interacties (of ‘feedbackloops’) tussen de partijen die met hun taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden betrokken zijn in die specifieke systemische context geanalyseerd met behulp van de STAMP/CAST­methode. Volgens STAMP (Systems­Theoretic Accident Model and Processes) zijn ongevallen of ongewenste situaties niet het gevolg van individuele fouten, maar van een systemisch falen. CAST (Causal Analysis based on STAMP) is de daarbij horende analysetool. Hiermee hebben we onderzocht welke tekortschietende interacties tussen partijen hebben bijgedragen aan de ongewenste situatie in de noodopvang waar de risico’s voor kinderen niet (voldoende) kunnen worden beheerst (voor zover dat volgens de Onderzoeksraad redelijkerwijs wel verwacht mag worden), als gevolg waarvan er veiligheidstekorten ontstaan.

De uitgevoerde STAMP/CAST­analyse beslaat in dit onderzoek drie fasen: „ FASE I: design noodopvang 2021­2025 In deze fase hebben we per sleutelmoment op de tijdlijn geanalyseerd hoe de op dat moment betrokken (overheids) partijen de werking van de noodopvang politiek­bestuurlijk hebben ontworpen, en hoe zij de veiligheid (voor kinderen) daarbinnen denken te kunnen beheersen (work as imagined). Het vierde sleutelmoment, de situatie onder de (onzekerheden rondom de) Spreidingswet, had daarbij onze focus. Dat wil zeggen: de overige drie sleutelmomenten hebben we gezien als de stappen die uiteindelijk geleid hebben naar het design van de noodopvang in juli 2025. Inzicht in de systemische dynamiek rondom deze stappen is in de ogen van de Onderzoeksraad noodzakelijk om te begrijpen waardoor deze situatie is ontstaan. „ FASE II: praktijk noodopvang 2025 Nadat duidelijk is gemaakt hoe het politiek­bestuurlijke ontwerp van de noodopvang anno nu is ontstaan, zoomen we in op hoe de relevante (overheids)partijen daadwerkelijk te werk gaan om de veiligheid voor kinderen daarbinnen te beheersen (work as done). In dat kader heeft de Onderzoeksraad gesproken met woordvoerders van onder andere het COA, het Ministerie van Asiel en Migratie (A&M) en Provincies en Gemeenten.

Waar de uitvoering en het ontwerp uit elkaar lopen, zijn de verschillen onderzocht en is nagegaan wat deze kloof betekent voor de veiligheid van kinderen in de noodopvang (gap­analyse). Zo ontstaat nader inzicht in het ‘systemisch falen’ waardoor risico’s in de noodopvang niet (voldoende) zijn beheerst en er veiligheidstekorten zijn ontstaan. De onderzoekers hebben in deze fase verbanden gelegd met de casuïstiek uit het veldonderzoek. De geïdentificeerde veiligheidstekorten zijn daarbij verklaard aan de hand van systemische inzichten. Tegelijkertijd abstraheren we ook van deze concrete voorbeelden en komen we tot meer algemene systemische inzichten in het noodopvangsysteem. Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage A 131 „ FASE III Toetsing aan referentiekader Ten behoeve van de beantwoording van de derde en laatste deelvraag zijn in deze fase alle inzichten in het systemische falen getoetst aan het referentiekader dat de Onderzoeksraad voor dit onderzoek heeft ontwikkeld. Door na te gaan hoe dit falen zich verhoudt tot de normen die de Onderzoeksraad vanuit veiligheidsperspectief noodzakelijk of wenselijk acht in relatie tot dit onderzoek, kunnen we verklaren waardoor de veiligheids­ tekorten voor kinderen in de noodopvang tot op heden blijven voortbestaan.

Kwaliteitsbeheersing Het projectteam identificeerde verschillende risico’s met betrekking tot de kwaliteit van het onderzoek en het proces. Gedurende het onder zoek is in verschillende sessies met het project team de kwaliteits beheersing van de uitvoering van het onderzoek expliciet besproken. Tijdens deze sessies zijn (impliciete) voor onderstellingen en verwachtingen expliciet gemaakt, met als doel deze te herkennen en objectief te kunnen onderbouwen, ontkrachten of nuanceren. Tijdens het onderzoek zijn voorlopige bevindingen op verschillende momenten ‘tegengelezen’ door een selectie aan collega’s binnen de Onderzoeksraad. Doel van het tegenlezen is om de (voorlopige) bevindingen en denkwijzen kritisch te toetsen. Met deze collegiale toetsing werd het projectteam met regelmaat gewezen op mogelijk vertekenende vooronderstellingen en kon de invloed daarvan op het onderzoek worden beheerst. Voorts is er een begeleidingscommissie samengesteld om de kwaliteit van het onderzoek te bewaken. De begeleidings­ commissie is zorgvuldig samengesteld en bestaat uit leden met uiteenlopende expertises in relatie tot het onderwerp van onderzoek.

De leden van de begeleidingscommissie reflecteerden vanuit hun eigen expertise op de bevindingen en de denkwijzen van het projectteam op vier momenten gedurende het onderzoek: (1) aan het begin van het onderzoek, (2) bij de eerste bevindingen, (3) bij een eerste versie van het conceptrapport (4) bij het concept rapport voor inzage en (5) bij het gehele rapport inclusief de samenvatting, beschouwing en aanbevelingen. Aansluitend zijn de tussenproducten en het eindrapport ter bespreking en besluitvorming geagendeerd in de plenaire raadsvergaderingen van de Onderzoeksraad. Het conceptrapport is ter inzage voorgelegd aan de belangrijkste betrokken partijen die het rapport op feitelijke onjuistheden konden controleren. Op basis van de inzagereacties zijn wijzigingen aangebracht in het rapport (zie bijlage B). Na de inzageperiode hebben wij gesprekken gevoerd met de partij(en) aan wie wij verwachtten een aanbeveling te zullen richten. Door deze gesprekken na afloop van de inzageperiode te voeren, maakt de Onderzoeksraad een duidelijke scheiding tussen de inhoudelijke, schriftelijke inzageprocedure en de mogelijk­ heid om mee te denken over effectieve aanbevelingen. De Onderzoeksraad bepaalt zelf welke aanbevelingen hij uiteindelijk doet en aan wie deze gericht worden.

Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage A 132 Begeleidingscommissie De Onderzoeksraad heeft voor dit onderzoek een begeleidings­ commissie samengesteld. Deze commissie bestaat uit experts die geen binding hebben met de Onderzoeksraad en beschikken over voor het onderzoek relevante ervaring en deskundigheid. Voorzitter is een lid van de Onderzoeksraad; de externe leden hebben op persoonlijke titel zitting in de begeleidingscommissie. Gedurende het onderzoek is de commissie vijf keer bijeengekomen om met de voorzitter/het raadslid en het projectteam van gedachten te wisselen over de opzet en de resultaten van het onderzoek. De commissie vervult een adviserende rol. De eindverantwoordelijkheid voor het rapport en de aanbevelingen ligt bij de Onderzoeksraad. De commissie is als volgt samengesteld: Naam Functie mr. C.J.L. (Chris) van Dam MPM Voorzitter Onderzoeksraad voor Veiligheid, voorzitter begeleidingscommissie. mr. drs. B. (Binyam) Andebrhan Directeur stichting Nieuwlander (trainer/adviseur voor professionals en nieuwkomers). Daarvoor onder andere werkzaam bij VluchtelingenWerk Nederland. drs. M.C.A. (Michèle) Blom Voorzitter van de Raad van Bestuur bij Isala klinieken. Daarvoor diverse leidinggevende en bestuursfuncties, onder andere voor het Ministerie van Justitie en het Ministerie van Waterstaat en Infrastructuur. prof. dr. mr. M.A.P.

(Mark) Bovens Emeritus­hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht. Voormalig lid Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. C.M. (Karin) Eeken Voormalig regiomanager Bijzondere Opvang Noord/Midden Nederland COA, voormalig directeur Publieke Gezondheid van GGD Drenthe. Momenteel directeur bij de Tintengroep. drs. H.J.J. (Henri) Lenferink Voormalig waarnemend Commissaris van de Koning in Gelderland en voormalig burgemeester van Leiden. prof. dr. mr. T. (Ton) Liefaard Hoogleraar kinderrechten en voorzitter van de afdeling Jeugdrecht en Gezondheidsrecht van de Universiteit Leiden. dr. A.E. (Elianne) Zijlstra Universitair hoofddocent bij de basiseenheid pedagogiek en onderwijskunde van de Rijksuniversiteit Groningen, tevens verbonden aan Onderzoeks­ en Expertisecentrum voor Kinderen en Vreemdelingenrecht van de Universiteit van Groningen. Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage A 133 Projectorganisatie Het onderzoek is uitgevoerd door een projectteam dat als volgt was samengesteld: Naam Functie mr. C.A.J.F. (Carol) Verheij Onderzoeksmanager (tot januari 2026) dr. V.J. (Volkert) Batelaan Onderzoeksmanager (vanaf januari 2026) ir. L.P. (Lucas) Sluijs Projectleider drs. N.E. (Nynke) Wierda Onderzoeker (tot januari 2026) drs. ing. B. (Brian) Mo­Ajok ­ Mota Onderzoeker (tot december 2025) mr. O.F.A. (Otmar) Görtz Onderzoeker dr. I.

(Inge) Hendriks Onderzoeker (tot mei 2026) dr. E.R. (Elsemieke) van Osch Onderzoeker drs. R. (Rahaf) Kakhi Onderzoeker (tot april 2026) F. (Floris) Gisolf MSc Ondersteuning verwerking kwantitatieve data H.T.M. (Hetty) van Rooij Adviseur dr. R.J. (Rebecca) Baines Secretaris (vanaf mei 2024) dr. L. (Lex) van Delden Adviseur onderzoek en ontwikkeling (tot september 2024) dr. M.I. (Isabella) Steenbergen Adviseur onderzoek en ontwikkeling (vanaf september 2024) H.F. (Henny) de Kievit Projectondersteuning J. (Jale) Demir Tolk tijdens een locatiebezoek L. (Lena) Sharif Tolk en ondersteuning bij photovoice sessies dr. W.M.M. (Wim) Heijnen Onderzoeker (tot juli 2024) drs. E.C. (Evera) Voskuil Onderzoeker (tot mei 2024) W. (Willem) Dekker MA Onderzoeker (vanaf 1 mei 2026) Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage B 134 Reacties op het conceptrapport Het conceptrapport (zonder samenvatting, beschouwing en aanbevelingen) is voorgelegd aan de betrokken partijen. Deze partijen is gevraagd het rapport te controleren op feitelijke onjuistheden en onduidelijkheden. De volgende partijen hebben een reactie gegeven op het conceptrapport: 1. Ministerie van Justitie en Veiligheid 2. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 3. COA 4. Nidos 5. Inspectie Veiligheid en Justitie 6. GZA (Gezondheidszorg Asielzoekers)* 7. Vluchtelingenwerk Nederland 8. VNG (Commissie Asiel & Migratie) 9.

Provincie Utrecht en Provincie Zuid­Holland 10. De locatiemanagers van de door de Onderzoeksraad bezochte opvanglocaties 11. WODC** 12. EKANN (Expertisecentrum Kinderen en Adolescenten Nieuw in Nederland)* BIJLAGE B * Alleen delen uit hoofdstuk 3 die betrekking hebben op de door hen aangeleverde casuïstiek over de medische zorg aan kinderen in de noodopvang. ** Alleen delen uit hoofdstuk 3 die betrekking hebben op de door hen aangeleverde data over de incidenten op de noodopvang. De binnengekomen reacties zijn op de volgende manier verwerkt: „ Als de Onderzoeksraad heeft besloten reacties over te nemen, dan zijn deze verwerkt in de definitieve versie van het rapport. „ Als de Onderzoeksraad reacties niet heeft overgenomen, dan is toegelicht waarom daartoe is besloten. De reacties en de toelichting van de Onderzoeksraad zijn opgenomen in een tabel die te vinden is op de website van de Onderzoeksraad (www.onderzoeksraad.nl). VNG, Provincie Zuid­Holland en EKANN hebben aangegeven dat zij geen op­ of aanmerkingen bij het rapport hebben. De VNG heeft een brief gestuurd als reactie op de inzage van het conceptrapport. De brief van VNG is te vinden op de website van de Onderzoeksraad. Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage C 135 Lijst van rapportages over kinderen in de asiel(nood)opvang Nr Datum Auteur/organisatie Naam rapport/document 1.

9­nov­21 Nationale ombudsman en College voor de Rechten van de mens Brief aan Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid: Bezoek College van de Rechten van de Mens en Nationale ombudsman aan noodopvang Heumensoord 2. dec­21 VluchtelingenWerk Nederland Quikscan Leefomstandigheden noodopvang asielzoekers 3. 2022 Fournier, Van Acker, Geldof, Heyerick (Odisee Hogeschool Brussel) Kind zijn in een asielcentrum. Kansen versterken voor gezinnen na de vlucht 4. 2022 Werkgroep Kind in azc Uitgangspunten kindvriendelijke en veilige asielopvang 5. 1­mrt­22 VluchtelingenWerk Nederland Tweede Quickscan Leefomstandigheden noodopvang asielzoekers 6. 24­mrt­22 Nationale ombudsman, Kinderombudsman, College voor de Rechten van de Mens Brief aan Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid: Zorgen opvang vluchtelingen 7. 16­jun­22 Inspectie Justitie en Veiligheid & Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Signaalbrief aan staatssecretaris Justitie en Veiligheid. Kinderen in de asielopvang 8. 20­jun­22 Werkgroep Kind in azc Noodsituatie op noodlocaties. Quickscan naar de leefomstandigheden van kinderen in de (nood)opvang 9. 2­aug­22 VluchtelingenWerk Nederland Opvangcrisis: onmenselijk en onhoudbaar. Kort geding nader toegelicht BIJLAGE C Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage C 136 Nr Datum Auteur/organisatie Naam rapport/document 10.

9­sep­22 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie Justitie en Veiligheid Brief aan Staatssecretaris Van der Burg (Justitie en Veiligheid) en bestuurder Schoenmaker van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) Opvolgen situatie AC Ter Apel – nog steeds risico 11. 30­sept­22 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Brief aan Staatssecretaris Van der Burg (Justitie en Veiligheid) en bestuurder Schoenmaker van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) Opvolgen situatie AC Ter Apel – nog steeds risico 12. 06­okt­22 Rechtbank Den Haag Vonnis in kort geding van 6 oktober 2022. Stichting VluchtelingenWerk Nederland tegen De Staat der Nederlanden (Rechtszaak VWN ­ Staat ECLI_NL_RBDHA_2022_10210) 13. okt­22 VluchtelingenWerk Nederland Derde Quickscan (crisis)noodopvang asielzoekers 14. 4­nov­22 Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Kamerbrief: Actuele situatie asielketen Kamerstukken 2022­2023, 19637, nr. 3006 15. 20­dec­22 Gerechtshof Den Haag Uitspraak in het hoger beroep kort geding Stichting VluchtelingenWerk Nederland tegen De Staat der Nederlanden ­ Arrest van 20 december 2022 (Rechtszaak VWN ­ Staat ECLI_NL_GHDHA_2022_2429) 16. 2023 Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) Rapportage bewonerstevredenheidsonderzoek 2023 ­ noodopvanglocaties 17.

mrt­23 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Ondanks moeilijke omstandigheden is verminderen van urgente risico's in crisisnoodopvang nodig 18. mrt­23 Save the Children & Pharos Gevlucht en geland. Psychosociale steun en mentale zorg in Nederland voor jongeren met een vluchtachtergrond 19. 23­mrt­23 Jeugdartsen Nederland (AJN), Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland/Vakgroep Jeugd (VVN,) en LOWAN Brief aan staatssecretaris Justitie en Veiligheid Schadelijke verplaatsingen asielkinderen 20. 19­apr­23 Inspectie Justitie en Veiligheid, mede namens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Inspectie van het Onderwijs en Nederlandse Arbeidsinspectie Brief aan staatssecretaris Justitie en Veiligheid Kinderen in de noodopvang en crisisnoodopvang 21. mei­23 UNICEF Nederland Hoe gaat het met de kinderen? 100 bezoeken aan de (nood)opvang voor Oekraïners en asielzoekers 22. 19­jun­23 Pharos, Dokters van de Wereld, Rode Kruis Zorgen in tijden van crisis. Gezondheidszorg in de crisisnoodopvang 23. jun­23 VluchtelingenWerk Nederland Wegkijken en vooruitschuiven 24. 26­jun­23 Het Wetenschappelijk Onderzoek­ en datacentrum (WODC) Incidenten en misdrijven door bewoners van COA­ en crisisnoodopvanglocaties 2017­ 2022 25. 27­jun­23 De Kinderombudsman en de Nationale ombudsman De crisis voorbij.

Naar een menswaardige opvang van asielzoekers vanuit mensen­ en kinderrechtelijk perspectief Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage C 137 Nr Datum Auteur/organisatie Naam rapport/document 26. jul­23 Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) De Stand van de Uitvoering 2022 27. 7­sep­23 VluchtelingenWerk Nederland Gevlucht en vergeten? Leefomstandigheden in de (crisis)noodopvang voor asielzoekers 28. 3­okt­2023 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Ervaring loont bij hygiëne en infectiepreventie in tijdelijke opvang asielzoekers 29. 31­okt­23 Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Brief Inspecties: Situatie in Ter Apel is uiterst kritisch 30. 7­dec­23 Inspectie Justitie en Veiligheid Brief aan staatssecretaris Justitie en Veiligheid Onveilige situatie asielopvang Ter Apel 31. 2024 Denneman, Kaspar, Sahba, Hoogsteder, Baauw Leidraad nieuwkomersonderzoek voor vluchtelingenkinderen door kinderartsen. Naar het beter herkennen en waarborgen van de zorgbehoefte van vluchtelingenkinderen. (In: Praktische Pediatrie. 2024. Nummer 1.) 32. 2024 UNHCR Nederland (Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties) UNHCR's aanbevelingen voor het verbeteren van de opvang van asielzoekers en vluchtelingen in Nederland 33. jan­24 VluchtelingenWerk Nederland Gevlucht en vergeten? No. 2 Leefomstandigheden in de (crisis)­noodopvang voor asielzoekers 34.

5­feb­24 UNICEF (United Nations International Children's Emergency Fund) in samenwerking met het COA en Nidos Magazine: Samenwerken aan kindvriendelijke opvang 35. 8­feb­24 ABD Topconsult Bouwstenen voor het asielbeleid en het asielstelsel 36. 2­apr­24 UN Human Rights Council Visit to the Kingdom of the Netherlands, Report of the Special Rapporteur on adequate housing as a component of the right to an adequate standard of living, and on the right to non­discrimination in this context, Balakrishnan Rajagopal. 37. 21­mei­24 Wetenschappelijk Onderzoek­ en Datacentrum (WODC) Inzicht in incidenten en misdrijven onder COA­bewoners. Een kwantitatief onderzoek naar de achtergrondkenmerken van betrokkenen 38. 26­jun­24 Het Wetenschappelijk Onderzoek­ en datacentrum (WODC) Incidenten en misdrijven door bewoners van COA­ en crisisnoodopvanglocaties 2017­ 2023 39. Jun­24 Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) De Stand van de Uitvoering 2023 40. 11­okt­24 Marjolein van der Kuil Werkgroep Kind in azc Structuur, steun en stabiliteit. Mentale zorgverlenging voor kinderen in de asielopvang en wat daarvoor nodig is. 41. 23­okt­24 Het Kinderrechtencollectief Monitor Kinderrechten in beweging: Migratie 42. 5­nov­24 Werkgroep Kind in azc Brief Werkgroep Kind in azc t.b.v.

de vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Asiel en Migratie voor het jaar 2025 Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage C 138 Nr Datum Auteur/organisatie Naam rapport/document 43. dec­24 Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Van puzzelstukjes naar signaal? Een verkenning van signalering van slachtofferschap mensenhandel in de asielketen en ­opvang. 44. 18­dec­24 Dokters van de Wereld, Pharos, Rode Kruis Uitzichtloos in de opvang. Vervolgonderzoek naar gezondheidszorg en leefomstandigheden in de tijdelijke gemeentelijke opvang 45. dec­24 VluchtelingenWerk Nederland ‘We moeten het als ons thuis zien, maar zo voelt het niet’. Onderzoek naar ervaringen en behoeften van vluchtelingen in de opvang 46. 11­dec­24 Werkgroep Kind in azc Brief Werkgroep Kind in azc t.b.v. het commissiedebat vreemdelingen­ en asielbeleid op 19 december 2024 47. 16­dec­24 Inspectie Justitie en Veiligheid Brief t.a.v. de minister van Asiel en Migratie, Toezicht Inspectie Justitie en Veiligheid Ter Apel 48. 26­feb­25 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Uitkomsten toezicht asielopvang 2024. Het risico op blijvende gezondheidsschade vereist nu verbetering voor de meest kwetsbare asielzoekers 49. 26­mrt­25 Adviesraad Migratie, Raad voor het openbaar bestuur Goed geregeld. Asielopvang als maatschappelijke opgave 50.

Jun­2025 Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) De Stand van de Uitvoering 2024 51. 30­06­2025 Wetenschappelijk Onderzoek­ en Datacentrum (WODC) Incidenten en misdrijven door bewoners van COA­ en tgo­locaties 2017­2024 52. 29­Jul­2025 Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie van het Onderwijs en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Brief Verbetermaatregelen noodopvang: situatie kinderen onveranderd zorgelijk 53. 25­aug­2025 VluchtelingenWerk Nederland Position Paper VluchtelingenWerk Nederland t.b.v. het Rondetafelgesprek ‘Rechten van kinderen in de asielopvang’ 54. 29­aug­2025 Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) Position paper t.b.v. het rondetafelgesprek 9 september over kinderen in de opvang 55. 25­aug­2025 Defence for Children Nederland Gespreksnotitie: Rondetafelgesprek ‘Rechten van kinderen in de asielopvang’ Vaste Kamercommissie Asiel & Migratie – 9 september 2025 56. 25­aug­2025 Werkgroep Kind in azc Position Paper: belang van het kind centraal, t.b.v. het Rondetafelgesprek ‘Rechten van kinderen in de asielopvang’ 57. 25­aug­2025 UNICEF Nederland Position Paper: Rechten van Kinderen in de Nederlands asielopvang, t.b.v. het Rondetafelgesprek ‘Rechten van kinderen in de asielopvang’ 58. Sept­2025 VluchtelingenWerk Nederland ‘Het lange wachten maakt al mijn dromen kapot’. Effecten van telkens wachten in de asielperiode 59.

19­sept­2025 Minister voor Asiel en Migratie Kamerbrief: Kinderen in de asielopvang 60. 19­sept­2025 COA Inventarisatie leef­ en verblijfsomstandigheden van kinderen en alleenstaande kinderen (amv) in de asielopvang van het COA Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage D 139 Referentiekader De Onderzoeksraad voor Veiligheid hanteert in onderzoeken een referentiekader als grondslag voor zijn oordeelsvorming. In het referentiekader beschrijft de Onderzoeksraad wat hij verwacht van de betrokken partijen en van het stelsel waarin zij functioneren om veiligheidsrisico’s te beheersen. Het referentiekader kan bestaan uit wet­ en regelgeving, best practices, richtlijnen, weten schappe­ lijke bevindingen en ervaringsdeskundigheid van betrokkenen, voor zover deze relevant zijn voor het onderzoek. Het referentiekader maakt het perspectief van de Onderzoeksraad inzichtelijk en helpt bij het begrijpen en beschrijven van een onveilige situatie en de eventueel genomen beheersmaatregelen. Voor een onderzoeksteam vormt het referentiekader het voornaamste richtsnoer bij het selecteren en analyseren van feiten en het trekken van conclusies. De Onderzoeksraad verwacht van betrokken partijen dat zij mini maal voldoen aan wet­ en regelgeving en aan (branche­) richtlijnen.

De Onderzoeksraad verwacht meer van partijen naar­ mate zij meer voordeel hebben van een activiteit, naarmate het risico van die activiteit groter is, of naarmate hun vermogen om risico’s te beheersen groter en beter is. 288 In dit onderzoek wordt iedereen van 0 tot 18 jaar als kind beschouwd. Het onderzoek richt zich zowel op de veiligheid van kinderen die samen met hun ouders een asielaanvraagprocedure doorlopen als op de veiligheid van alleenstaande kinderen die zelf een asielaanvraag indienen. 289 De opdracht van de overheid om zorg te dragen voor (de opvang van) asielzoekers vloeit rechtstreeks voort uit Europese Opvangrichtlijn (EU­Richtlijn 2013/33/EU). 290 Artikel 22 VRK: Speciale bescherming minderjarige vluchtelingen en asielzoekers. Het referentiekader voor dit onderzoek bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschouwt de veiligheidssituatie van kinderen in de noodopvang. Het tweede deel geeft een bestuurlijk kader dat dient om de inzet van noodopvang in het systeem van asiel opvang te kunnen analyseren. D.1 De veiligheid van kinderen in de noodopvang Algemeen uitgangspunt: kinderen hebben recht op een veilige omgeving De Onderzoeksraad hanteert het uitgangspunt dat alle kinderen recht hebben op een veilige omgeving om op te groeien en om zich te kunnen ontwikkelen.

Kinderen288 die asiel aanvragen in Nederland en worden opgevangen in asielopvangcentra (inclusief noodopvanglocaties) zijn afhankelijk van de overheid voor bescherming en voor het vervullen van basisbehoeften. De kwetsbare positie van kinderen in de asielketen legt de overheid een extra verplichting op wat betreft de bescherming van deze kinderen. Dit vloeit voort uit de Opvangrichtlijn289 en het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (het Kinderrechtenverdrag)290. Kinderen in de asielprocedure hebben BIJLAGE D Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage D 140 eerder in hun leven te maken gehad met onveiligheid, vervolging, gewapend conflict of ander geweld, in het land van herkomst of tijdens de vlucht, onderweg en bij het oversteken van grenzen. Zij hebben soms ouders of andere vertrouwde volwassenen moeten achterlaten, onderweg of in het thuisland. Voor alleenstaande kinderen die zonder ouders of wettelijk vertegenwoordigers asiel aanvragen ­ de zogenoemde alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) ­ draagt de overheid de volledige verant­ woordelijkheid voor hun veiligheid, verzorging en begeleiding.291 De beschermende, opvoedende en zorgdragende rol van ouders ontbreekt en daardoor zijn alleenstaande kinderen extra kwetsbaar. Kinderen zitten volop in hun cognitieve, lichamelijke en emo­ tionele ontwikkeling.

Wanneer zij blootgesteld worden aan mentale of fysieke veiligheidstekorten, heeft dit gevolgen voor deze ontwikkelings processen die onomkeerbaar kunnen zijn. Wetenschappelijk onderzoek in de psychologie en pedagogiek toont hoe ver schillende factoren – zoals structuur en voor­ spelbaarheid, veilige hechting en betrouw bare relaties292 en het 291 Opvangrichtlijn (artikel 31 en artikel 20), Kinderrechtenverdrag (artikel 20). 292 Zie bijvoorbeeld: Bowlby, John. Attachment and loss. 1969. Sroufe, L. Alan. Early relationships and the development of children. Infant mental health journal, 2000, 21.1‐2: 67-74. 293 Deze inzichten bouwen voort op Self­Determination Theory (SDT), een psychologische motivatietheorie die stelt dat mensen optimaal functioneren en leren wanneer hun basisbehoeften aan autonomie, competentie en verbondenheid worden vervuld. Zie bijvoorbeeld Ryan, Richard M.; PATRICK, Heather. Self­determination theory and physical. Hellenic journal of psychology, 2009, 6.2: 107­124. 294 Van der Kuil, Marjolein. Structuur, steun en stabiliteit. Mentale zorgverlening voor kinderen in de asielopvang en wat daarvoor nodig is. 2024. Zie ook: Rapport Pharos, Save the Children Gevlucht en geland Psychosociale steun en mentale zorg in Nederland voor jongeren met een vluchtachtergrond. Maart 2023. Save the Children, M. Snijder and M. Apgar, Institute of Development.

Psychosocial wellbeing for children in Dutch asylum reception centres TeamUp Impact evaluation. April 2024. NCJ onderzoek Stress bij kinderen: hoe houden we het gezond? Stress bezien vanuit de Jeugdgezondheidszorg 2019. 295 Ter indicatie: De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geeft in november 2020 aan dat asielzoekers voor maximaal zeven dagen in crisisnoodopvang mogen worden opgevangen (Kamerstukken II 2020/21, 19 637, nr. 2684). En in het Programma van Eisen voor noodopvang (COA, april 2023) is de maximale verblijfstijd van bewoners op 6 maanden gesteld. 296 De Europese Opvangrichtlijn 2013/33 is van toepassing op burgers uit derde landen en staatlozen die een verzoek hebben ingediend om internationale bescherming op het grondgebied van een EU­lidstaat. De Opvangrichtlijn kent specifieke voorschriften met betrekking tot kinderen, die bindend zijn voor Nederland (https://ecer.minbuza.nl/ecer/dossiers/asiel­en­immigratie/gemeenschappelijk­asielbeleid/opvangrichtlijn). Richtlijn 2013/33 is met ingang van 12 juni 2026 ingetrokken en vervangen door de herziene richtlijn 2024/1346. ervaren van autonomie en competentie293 – essentieel zijn voor een gezonde ontwikkeling van kinderen.

Tevens toont onderzoek dat zich specifiek richt op kinderen met vluchtervaringen dat hoe langer kinderen worden blootgesteld aan veiligheidstekorten, des te groter het risico is dat hun veerkracht wordt aangetast en dat deze kinderen op de lange termijn ontwikkelingsschade oplopen.294 Vereisten aan de opvang van kinderen: zes risicogebieden Zoals in paragraaf 1.2 vermeld, definieert de Onderzoeksraad veilige opvang voor kinderen als een omgeving waarin risico’s op fysieke en mentale schade worden beheerst, zowel op de korte als lange termijn. Dit betekent dat de Onderzoeksraad de (nood) opvang als een veilige omgeving ziet als de daar verblijvende kinderen kunnen opgroeien in gezonde, stabiele en veilige leef­ omstandigheden. Om deze veilige leefomgeving te kunnen bieden, moeten noodopvanglocaties waar kinderen voor langere tijd295 verblijven (ten minste) voldoen aan de eisen aan opvang zoals gesteld in de Europese Opvangrichtlijn 2013/33296. Ook moeten de leefomstandigheden op de noodopvanglocaties in Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage D 141 overeenstemming zijn met het internationale VN­Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)297 en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Rekening houdend met de fysieke en mentale facetten van veiligheid onderscheidt de Onderzoeksraad voor dit onderzoek een zestal risicogebieden die van belang zijn voor een veilige leefomgeving voor kinderen die opgevangen worden in de noodopvang. 1. Huisvesting en fysieke leefomstandigheden Een kindvriendelijke, schone en veilige leefomgeving is van wezen­ lijk belang voor de fysieke en mentale veiligheid van kinderen in de asielopvang. Het recht op een adequate levensstandaard die voldoet aan de menselijke waardigheid is verankerd in de Opvangrichtlijn. Opvanglocaties moeten zodanig zijn ingericht dat zij kinderen bescherming bieden tegen fysieke risico’s (niet van de trap of in het water kunnen vallen), ruimte creëren voor rust en spel, en voorzien in schone, hygiënische en veilige gemeenschappelijke voorzieningen). Huisvesting en fysieke leefomstandigheden omvatten onder meer de kwaliteit van huisvesting, hygiëne, brandveiligheid298 en de beschikbaarheid van speel­ en ontspanningsruimtes. In opvanglocaties betekent dit concreet dat kinderen in een schone en fysiek veilige woonomgeving verblijven. De slaapverblijven 297 Het IVRK beschermt de rechten van iedereen jonger dan achttien jaar (artikel 1).

Uit het IVRK vloeien voor de overheid speciale verplichtingen voort ten aanzien van kinderen die asiel zoeken of erkend vluchteling zijn, zodat hun ontwikkeling en waardigheid beschermd worden. Het IVRK is in 1989 aangenomen door de Verenigde Naties en in 1995 bekrachtigd door Nederland. Door die bekrachtiging heeft Nederland de verplichting het verdrag na te leven (https://www.unicef.nl/ files/Unicef­kinderrechtenverdrag­2019.pdf). 298 Zoals vermeld in Besluit bouwwerken leefomgeving. 299 Nadere uitwerking in de Opvangrichtlijn en de EASO­normen: Onder slaapkamer wordt verstaan: een afzonderlijke kamer bestaande uit vier muren en een deur die kan worden afgesloten, een raam dat kan worden geopend en een plafond. Elke asielzoeker moet over minimaal 4 m slaapruimte beschikken. Elke slaapkamer is ten minste voorzien van één eenpersoonsbed per persoon en één kast per persoon of gezin, groot genoeg voor het opbergen van de persoonlijke bezittingen zoals kleding, medicijnen of documenten. 300 Zie https://www.rivm.nl/hygienerichtlijnen/asielzoekerscentra (laatst geraadpleegd op 3­12­2025). moeten voldoen aan basisnormen voor veiligheid en comfort; ze beschikken over vier muren, een plafond, een afsluitbare deur, voldoende ventilatie en natuurlijk daglicht via een raam.

Gezinnen met kinderen dienen niet te worden opgesplitst; kinderen wonen bij voorkeur met hun ouders of verzorgers in één gezinskamer. De ruimte is voldoende groot, gemeubileerd299 en afgestemd op het aantal gezinsleden. Daarnaast hebben kinderen behoefte aan meer dan alleen een slaapplek. Een gezonde ontwikkeling vereist de aanwezigheid van binnen­ en buitenruimtes waar zij kunnen spelen, bewegen en zich terugtrekken. Overbevolking van een opvanglocatie vormt een reëel risico op zowel fysieke onveiligheid als psychologische belasting, en moet daarom worden beperkt. Sanitaire voorzieningen moeten schoon en goed bereikbaar zijn, voldoende in aantal en ontworpen met oog voor privacy. De hygiëne dient minimaal te voldoen aan de normen zoals vastgelegd in de RIVM Hygiënerichtlijn voor asielzoekerscentra, wat onder meer inhoudt dat sanitaire voorzieningen regelmatig worden schoongemaakt en adequaat worden onderhouden.300 2. Toegang tot en continuïteit van medische zorg Volgens het Kinderrechtenverdrag heeft ieder kind in Nederland recht op een zo goed mogelijke gezondheid en op de best mogelijke gezondheidszorg. Daarnaast bepaalt de Europese Opvangrichtlijn dat kinderen vanaf het moment van indienen van Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage D 142 hun asielaanvraag toegang moeten hebben tot medische zorg en noodzakelijke behandelingen.

Aangezien van kinderen in de asielketen (en hun ouders) niet verwacht kan worden dat zij weten hoe het zorgsysteem in Nederland werkt, dienen de bij de opvang betrokken overheidspartijen de kinderen (of hun ouders) hierbij te helpen en te begeleiden. In de praktijk betekent toegang tot zorg dat kinderen in elke opvang­ locatie toegang moeten hebben tot laagdrempelige, kind gerichte en adequate medische zorg om aandoeningen op het gebied van fysieke en mentale gezondheid te behandelen.301 Met ‘adequaat’ wordt ook bedoeld dat een eventueel behandel traject kan worden afgemaakt en niet belemmerd wordt door veranderingen in de situatie rond de opvang van een kind. Kinderen vormen een kwetsbare groep. De aangeboden gezondheids zorg moet voorzien in hun specifieke zorgbehoeften, zoals preventie zorg en het opvolgen van hun groei en ontwikkeling. 3. Sociale omgeving (waaronder geweld) Het Kinderrechtenverdrag verplicht staten om alle passende maatregelen te nemen om kinderen te beschermen tegen vormen van lichamelijk of geestelijk geweld.

De betrokken overheidspartijen dienen zich maximaal in te spannen om kinderen in de noodopvang te beschermen tegen blootstelling aan fysiek geweld, seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik, inclusief de dreiging daarvan.302 Geweldsincidenten 301 Het Kinderrechtenverdrag (artikel 24) en de Opvangrichtlijn 2013/33/EU (artikel 30) verplichten staten om adequate gezondheidszorg te bieden aan kinderen, inclusief psychologische ondersteuning. 302 Het Kinderrechtenverdrag (artikel 19) verplicht staten om kinderen te beschermen tegen alle vormen van geweld. 303 Het Kinderrechtenverdrag (artikel 28) waarborgt het recht op onderwijs voor elk kind. De EU­opvangrichtlijn (artikel 14) bepaalt dat kinderen die asiel aanvragen, recht hebben op onderwijs ‘onder vergelijkbare omstandigheden’ als de lidstaten dat bieden aan hun eigen burgers. maken grote indruk op kinderen, ook als zij er niet als slachtoffer maar als getuige bij betrokken zijn. Geweld in de noodopvang vindt plaats in hun directe leefomgeving; de plek waar zij leven en opgroeien, en die zij als hun tijdelijk ‘thuis’ beschouwen. De noodopvang moet een omgeving creëren waarin kinderen zich sociaal veilig voelen. De sociale omgeving van een kind in een opvanglocatie speelt een cruciale rol bij het bevorderen of juist het belemmeren van zijn fysieke en mentale veiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/fbe908eb-ba9e-4ff3-a713-2db16f55b1ff?agendaItemId=53d70ee7-8623-44b4-b71b-d1ac1641679f