CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 Onderzoeksraad voor Veiligheid_Rapport 'Kinderen in nood'

Raadsvergadering 20 oktober 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken73.181 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 9

In een interview vertelt hun vader, die als alleen staande ouder voor de jongens zorgt in de noodopvang, over het traject dat het gezin heeft doorlopen sinds de aankomst in Nederland. ‘Omdat de sporthal bedoeld is als kortdurende tussenstop, konden de jongens niet naar school.’ Na aankomst verbleef het gezin drie weken in het aanmeldcentrum in Ter Apel. Vervolgens 132 Internationale Schakelklas. werd het gezin overgeplaatst naar een over­ looplocatie, een tijdelijke opvang in een sport­ hal die werd ingezet om Ter Apel te ontlasten bij hoge instroom. De jongens en hun vader verbleven drie maanden in de sporthal, tussen schotten, met weinig privacy. Niemand kon aangeven of het gezin binnen enkele dagen of pas na maanden zou verhuizen. Nasser en Tamer hingen drie maanden rond zonder school, structuur of uitzicht op verbetering. Daarna kwam er vervelend nieuws; het gezin werd teruggeplaatst naar Ter Apel. Er volgden opnieuw weken van wachten en onzekerheid. Na anderhalve maand kreeg het gezin bericht dat het opnieuw overgeplaatst zou worden. De broertjes en hun vader verhuisden naar het kantoorpand waar zij op het moment van het interview verbleven. Het schooljaar liep inmiddels op zijn einde. Nasser kon nog net worden inge schreven op de basisschool, maar Tamer belandde op de wachtlijst voor ISK­onderwijs132.

Pas na de zomervakantie kregen beide jongens een plek in de klas, zeven maanden na hun aankomst in Nederland. 3.2.4 Persoonlijke ontwikkeling Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 66 Deze ervaringen staan niet op zichzelf. Verschillende landelijke organisaties en toezichthouders, waaronder netwerkorganisatie LOWAN136 en de Werkgroep Kind in azc, signaleren al jaren dezelfde problematiek.137 Ook inspectiediensten komen in hun onderzoeken tot vergelijkbare conclusies. In 2023 stelden vier inspectiediensten 136 LOWAN is een landelijke organisatie die scholen, overheden en organisaties ondersteunt in het bieden van onderwijs aan nieuwkomers in het onderwijs. LOWAN ondersteunt de scholen die het Eerste Opvangonderwijs aan nieuwkomers verzorgen in zowel het Primair Onderwijs als het Voortgezet Onderwijs 137 Werkgroep Kind in azc. Noodsituatie op noodlocaties. Quickscan naar de leefomstandigheden van kinderen in de (nood)opvang, 20 jun 2022. VluchtelingenWerk Nederland, Tweede QuickScan leefomstandigheden noodopvang asielzoekers, maart 2022; VluchtelingenWerk Nederland, Gevlucht en Vergeten? Leefomstandigheden in de (crisis)noodopvang voor asielzoekers, 7 september 2023.

138 Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs en de Nederlandse Arbeidsinspectie, Brief ‘Kinderen in de noodopvang en crisisnoodopvang’, 19 april 2023. 139 Inspectie van Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs, Brief ‘Verbetermaatregelen noodopvang: situatie kinderen onveranderd zorgelijk’, 17 juli 2025. 140 Dit is de enige beschikbare data over de toegang tot onderwijs. Echter, er zijn enkele kanttekeningen te maken bij deze data. Ten eerste stelt de enquête dat deze vraag met ‘nee’ beantwoord moet worden als ten minste een kind op de locatie geen tijdige toegang heeft tot onderwijs. Het is dan ook niet duidelijk hoeveel minderjarigen geen toegang hadden, en met hoeveel maanden de drie maanden termijn is overschreden. Ten tweede stelt het COA de locatiemedewerkers onvoldoende in beeld hebben of leerlingen door verhuizingen tussen locaties in totaal langer dan drie maanden op onderwijs hebben moeten wachten. Ten derde tonen de cijfers dat er ook op reguliere COA­locaties en reguliere amv­locaties vaak late toegang is tot onderwijs, wat duidt op algehele capaciteitsproblemen in het ISK­onderwijs.

vast dat een aanzienlijk deel van de kinderen in de noodopvang helemaal geen onderwijs volgt.138 In juli 2025 rapporteerden drie inspectiediensten in een brief aan betrokken ministers dat de situatie weliswaar op sommige locaties licht is verbeterd, maar nog altijd ‘onveranderd zorgelijk’ blijft.139 Analyses op basis van een enquête die het COA in het voorjaar van 2025 uitvoerde, bevestigen dit beeld: op vijf opvanglocaties voor alleenstaande kinderen (14 procent) kan toegang tot het middelbaar onderwijs niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden gegarandeerd worden. Voor locaties waar kinderen in gezinsverband verblijven, is de toegang tot basisonderwijs op negen noodopvanglocaties (12 procent) niet gegarandeerd. De toegang tot (middelbaar) ISK­onderwijs is op twaalf noodopvanglocaties (15 procent) niet zeker.140 Een sporthal is ingericht als een tijdelijke overlooplocatie om het aanmeldcentrum in Ter Apel te ontlasten. Een groot aantal geïnterviewde gezinnen verblijft er drie tot vier maanden. Omdat de sporthal slechts als korte tussenstop bedoeld was, is er geen toegang tot onderwijs geregeld. Het is immers de bedoeling dat kinderen deze plek zo snel mogelijk weer verlaten. Naarmate die ‘tijdelijkheid’ langer voortduurt, drukt het gebrek aan onderwijs steeds zwaarder op de kinderen. Voor hun ouders is het volstrekt onzeker hoelang het verblijf daar nog zal duren.

Zullen zij binnen enkele dagen, weken of maanden moeten verhuizen, en zullen de kinderen dan met school kunnen starten of niet? Verschillende COA­medewerkers laten in gesprekken weten dat het buiten hun macht ligt om toegang tot onderwijs te garan deren. Late toegang tot onderwijs is grotendeels het gevolg van structu­ rele tekorten in nieuwkomersklassen en ISK's, waardoor wacht tijden oplopen en bepaalde scholen zelfs een ‘aanmeldstop’ moeten invoeren. Daarnaast is er regelmatig sprake van een on ver wacht hoog aantal nieuwe leerlingen, bijvoorbeeld als een nieuwe nood­ Wel of niet naar school

Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 67 opvang locatie locatie in rap tempo moet openen. Scholen hebben niet altijd direct voldoende capaciteit en gemeenten hebben onvoldoende tijd om het onderwijsaanbod snel op te schalen. Dit leidt ertoe dat kinderen niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden toegang krijgen tot onderwijs. Het opzetten van tijdelijke onderwijsvoorzieningen vraagt van gemeenten bovendien een aanzienlijke inzet van middelen en capaciteit. Wanneer een locatie 141 Werkgroep Kind in azc, Brief Werkgroep Kind in azc t.b.v. de vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Asiel en Migratie voor het jaar 2025, 29 oktober 2024. weer sluit, vertrekken de leerlingen, waardoor eerder gedane investeringen verloren dreigen te gaan. Gebrek aan continuïteit door frequente verhuizingen Tijdens de bezoeken sprak de Onderzoeksraad met kinderen en ouders die in korte tijd meerdere keren moesten verhuizen tussen nood opvang locaties. Elke verhuizing betekent dat kinderen zich opnieuw moeten aanmelden, opnieuw op wacht lijsten terecht­ komen en opnieuw moeten wennen in een nieuwe school­ omgeving. Dit leidt tot langdurige onderbrekingen in het onderwijs.

Ook LOWAN, de organisatie die onderwijs aan nieuwkomers onder steunt, signaleerde in oktober 2024 dat een toenemend aantal kinderen in de noodopvang langdurig niet naar school gaat, omdat zij ‘door verblijf in tijdelijke opvanglocaties […] telkens opnieuw op wachtlijsten terecht(komen) voor onderwijs.’141 Trajectbegeleiders op scholen en jeugdbeschermers van Nidos gaven in interviews aan dat de vele verhuisbewegingen het moeilijk maken om de ontwikkeling van leerlingen te volgen, continuïteit te bieden en passende ondersteuning te organiseren. Emin (13 jaar) en Sinan (12 jaar), twee broers, verblijven met hun ouders op een noodopvang­ locatie en gaan hier ook naar school. Ze leren de taal snel in het contact met de juf en leeftijdgenootjes. Na ongeveer één jaar wordt het gezin plots overgeplaatst naar een andere noodopvang, midden in het schooljaar. In januari arriveren zij op een nieuwe nood­ opvanglocatie. Omdat er nog geen plek voor hen is, komen de jongens op de wachtlijst voor ISK­onderwijs. Terwijl de andere kinderen op de noodopvanglocatie wel naar school gaan, wachten Emin en Sinan) midden in het schooljaar op nieuws over hun nieuwe school. Emin: ‘We gaan nog niet naar school, we moeten nog wachten tot we een plek krijgen.

We zijn nu één maand hier in dit centrum en we weten nog niets.’ Leefomstandigheden ondermijnen mogelijkheden om onderwijs te volgen Naast directe inbreuken op het recht op onderwijs hebben de locatiebezoeken van de Onderzoeksraad ook aangetoond dat leefomstandigheden in de noodopvang het effectief volgen van onderwijs onder druk zetten. Veel locaties bieden kinderen en jongeren onvoldoende nachtrust, structuur en ruimte om zich te kunnen concentreren en huiswerk te maken. Verschillende COA­ medewerkers benadrukken in interviews met de Onderzoeksraad dat de onzekerheid over verblijfstermijnen, en de stress die gepaard gaat met voortdurende verhuizingen, het risico op school verzuim Midden in het schooljaar verhuizen Mona (15 jaar): ‘Er zijn voor ons niet veel activiteiten en er zijn geen veilige plekken waar we in de opvang kunnen spelen. Er is niets dat bij onze leeftijd past en we slapen de hele dag op de kamer. Ik bedoel, zelfs ons internet werkt niet goed.’ Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 68 en mentale klachten vergroten en de deelname aan school bemoeilijken. De omstandigheden in de opvang zelf vormen daar­ door een belemmerende factor voor het realiseren van het recht op onderwijs.

Gebrek aan recreatieve, sociale en educatieve activiteiten Naast het recht op onderwijs staat door de inzet van noodopvang het recht van kinderen op sport, spel en ontspanning onder druk. Tijdens het onderzoek stelde de Onderzoeksraad vast dat er in de noodopvang onvoldoende mogelijkheden zijn voor kinderen om zich te ontwikkelen en te ontplooien, om te spelen, te ontspannen en huiswerk te maken. De Onderzoeksraad constateert bijvoorbeeld een gebrek aan kindvriendelijke ruimten en speelvoorzieningen. UNICEF constateerde dit al eerder.142 Zowel kinderen als ouders vertelden dat kinderen zonder nuttige dagbesteding in een noodlocatie rondhingen, op gangen of in gezinskamers. Het COA stelde in het voorjaar van 2025 vast dat op 30 procent van de noodopvanglocaties geen wekelijkse 142 Unicef. Samenwerken aan kindvriendelijke opvang, februari 2024. recreatieve activiteiten georganiseerd werden. Verschillende medewerkers van noodopvang of crisisnoodopvang lieten weten dat zij knelpunten ondervonden bij het organiseren van recreatieve, sociale en educatieve activiteiten. Vaak werken noodopvanglocaties daarvoor samen met lokale vrijwilligers­ organisaties of maatschappelijke ngo’s gericht op kinderen met een vluchtelingenachtergrond, zoals Team Up van Save the Children en UNICEF, of Time4You van VluchtelingenWerk Nederland. Investeren in deze samenwerkingsverbanden kost tijd.

Het is vaak niet mogelijk om dergelijke samenwerking te realiseren bij kortdurende opvang. Een ander knelpunt vormt het afstemmen van het aanbod op een groep kinderen die steeds verandert door veelvuldige verhuizingen. Yakoub (17 jaar), alleenstaand kind: ‘Ik zou graag meer acti viteiten hebben, en voor iedereen even veel. Als ik bezig ben, vergeet ik de stress van het wachten.’ Figuur 30: Prikbord met affiches voor activiteiten en mededelingen (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). Figuur 32: Studieplek gecreëerd in een voormalige winkel op het schip (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). Lina (17 jaar): ‘Ook al zijn er veel mensen die naar je kijken, en is het er nooit echt stil, ik ga graag naar de studie­ plekken op het schip om Nederlands te leren en huiswerk te maken.’ Figuur 31: Pingpongtafel op het autodek van een passagiersboot die dienstdoet als noodopvanglocatie voor vijftienhonderd mensen (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). Zain (15 jaar): ‘Vanwege deze plek ben ik gezakt voor mijn toets, omdat ik slecht eet en slecht slaap. […] Dit [de pingpongtafel op de foto] is het enige dat mij in staat stelt om het leven op dit schip te dragen, alle andere dingen zijn slecht.

Het voelt alsof je in een gevangenis zit.’ Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 69 Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 70 Late medische opvolging Alan Alan (11 jaar)143 komt met zijn moeder, broertje en zusje aan in Nederland, waar zijn vader enkele jaren eerder naar toe kon vluchten. Het jongetje heeft een complexe medische aandoening, waardoor hij een groei­ en ontwikkelings­ achterstand heeft opgelopen. Hij is hiervoor eerder al intensief behandeld. Na aankomst in Nederland verblijven Alan en het gezin waarvan hij deel uitmaakt enkele weken op een aanmeldlocatie voor nareizigers, waar zij de officiële registratieprocedures moeten doorlopen. Omdat deze aanmeldlocatie pas recent geopend is, krijgt het gezin geen medische screening en ziet het geen arts. De kinderarts signaleert dat Alan gezond heids schade heeft opgelopen, omdat hij niet tijdig medische zorg heeft gekregen. 143 Casus uit opgevraagde data van EKANN, signaleringen van ernstige tekortkomingen in de gezondheidszorg voor kinderen in de noodopvang en crisisnoodopvang. 144 Het Expertisecentrum Kinderen en Adolescenten Nieuw in Nederland (EKANN), adviseert (kinder)artsen en signaleert ernstige tekortkomingen in de zorg voor kinderen met een vluchtverleden.

Zo wordt Alan met het gezin overgeplaatst naar een noodopvang zonder dat zijn medische aandoening bekend is. Op de nieuwe opvang locatie zoekt zijn moeder herhaal delijk contact met de betrokken huisarts. Pas ruim vier maanden na aankomst in Nederland ziet Alan een kinderarts. Deze arts trekt aan de bel bij EKANN, het Expertisecentrum Kinderen en Adolescenten Nieuw in Nederland.144 De kinderarts stelt dat de dienstdoende arts op de nood opvang locatie ernstige signalen gemist heeft over de gezondheid van Alan. Ook signaleert zij dat dit jongetje gezondheidsschade heeft opgelopen, omdat hij niet tijdig medische zorg heeft gekregen. Zijn laatste medische controle was inmiddels twee jaar geleden, in Syrië. 3.2.5 Medische zorg Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 71 Kinderen op elke opvanglocatie hebben recht op een goede gezond heidsstandaard en laagdrempelige, kindgerichte medische zorg (zie ook paragraaf 3.1). In een Kamerbrief van september 2025 bevestigde het Ministerie van Asiel en Migratie op basis van een inventarisatie uitgevoerd door het COA, dat op alle nood­ opvanglocaties de toegang tot huisartsenzorg gegarandeerd is.145 Een noodopvanglocatie mag in feite pas openen wanneer de toegang tot huisartsenzorg in orde is.

Ondanks deze toegang tot eerstelijnszorg illustreert de casus van Alan hoe de inzet van noodopvang, de verhuisbewegingen tussen locaties en gefragmenteerde of late medische opvolging het recht op medische zorg van kinderen kunnen ondermijnen. Hoewel basis­ zorg in theorie beschikbaar zou zijn, geeft de casus van Alan aan dat de mogelijkheden voor zorg op maat in de noodopvang in bepaalde gevallen beperkt zijn. Kinderen met extra kwetsbaarheden toch in noodopvang Verschillende COA­medewerkers verklaarden dat zij regelmatig kinderen binnenkrijgen met medische aandoeningen of complexe zorgbehoeften, voor wie de betreffende noodopvang ongeschikt is. Als een gezin eenmaal geplaatst is in een noodopvangcentrum, is het uiterst moeilijk om een overplaatsing aan te vragen. Volgens geïnterviewde medewerkers worden aanvragen voor 145 Kamerstukken II 2025­26, 19 637, nr. 3474. COA, Infographic ­ Inventarisatie leef- en verblijfsomstandigheden van kinderen en alleenstaande kinderen (amv) in de asielopvang van het COA, september 2025 (cijfers uit deze inventarisatie zijn ook gebruikt in Hoofdstuk 3). 146 Dit is een inbreuk op de Opvangrichtlijn die het signaleren van specifieke opvangbehoeften voor personen met kwetsbaarheden verplicht stelt (artikel 21 en 22).

147 Inspectie Justitie en veiligheid en Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd, Signaalbrief aan de staatssecretaris: Kinderen in de noodopvang, 16 juni 2022; Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Ondanks moeilijke omstandigheden is verminderen van urgente risico’s in crisisnoodopvang nodig, maart 2023; Inspectie Justitie en Veiligheid en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Situatie in Ter Apel is uiterst kritisch, 31 oktober 2023. 148 De medische screening vindt op vrijwillige basis plaats. Het aandeel van 5% niet­gescreende personen kan (mede) worden verklaard door het feit dat niet iedereen aan de screening wenst deel te nemen. 149 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Uitkomsten toezicht asielopvang 2024. Het risico op blijvende gezondheidsschade vereist nu verbetering voor de meest kwetsbare asielzoekers. 26 februari 2025; Pharos, Dokters van de Wereld, Rode Kruis. Uitzichtloos in de opvang. Vervolgonderzoek naar gezondheidszorg en leefomstandigheden in de tijdelijke gemeentelijke opvang, december 2024, p.8. 150 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Uitkomsten toezicht asielopvang 2024. Het risico op blijvende gezondheidsschade vereist nu verbetering voor de meest kwetsbare asielzoekers. 26 februari 2025. over plaatsing vanwege gebrek aan opvangplaatsen vaak niet inge willigd, ook niet als er sprake is van medische gronden.

Een voorbeeld hiervan waar de onderzoekers mee werden geconfronteerd, is de overplaatsing van een gezin met een kind met een complexe vorm van autisme naar een nood opvang­ locatie in een evenementenhal met schotten. In de periode 2022­2023 signaleerde de Inspectie Jeugd en Gezondheid meermaals dat kinderen na aankomst in Nederland geen medische screening kregen in het aanmeldcentrum. Daardoor is bij plaatsing geen rekening gehouden met specifieke kwets baar heden van individuele kinderen.146 De Inspectie signaleerde bovendien dat kinderen niet binnen de wettelijke termijn van zes weken gezien werden door een jeugdarts van de GGD, waar door er voor hen vertraging ontstond bij het starten van het Rijksvaccinatieprogramma.147 De situatie is in 2024­2025 op een aantal punten verbeterd. Volgens de IGJ werd in 2024 95 procent148 van de nieuwkomers in Ter Apel gescreend.149 Ook de jeugdgezondheidszorg van de GGD meldt dat de achterstanden zijn weggewerkt: kinderen worden nu binnen de wettelijke termijn van zes weken door een jeugdarts gezien.150 Toch ziet de Onderzoeksraad dat er bij Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 72 de plaatsing van (medisch) kwetsbare kinderen onvoldoende rekening wordt gehouden met specifieke opvangbehoeften.

Zo geven medewerkers van het COA in verschillende interviews aan dat de uitkomsten van de medische screening door het tekort aan opvangplekken niet altijd leidend kunnen zijn. Daardoor komen kinderen die als extra kwetsbaar zijn beoordeeld terecht in noodopvanglocaties waar onvoldoende rekening wordt gehouden met hun medische behoeften. Continuïteit onder druk door verhuizingen De vele verhuizingen van de ene noodopvang naar de volgende zetten niet alleen het recht van elk kind op onderwijs onder druk, maar ook de continuïteit van de zorg. Verschillende zorg­ professionals spraken daarover met de Onderzoeksraad. Zo vertelden artsen dat behandelingen soms werden uitgesteld, of dat er geen nieuwe datum werd afgesproken, omdat onduidelijk was hoelang een kind in een bepaalde regio zou verblijven. Ouders en medewerkers vertelden dat frequente verhuizingen de toegang bemoeilijkten tot bepaalde medisch specialisten of gespecialiseerde GGZ­zorg, omdat een kind in een nieuwe regio opnieuw op een wachtlijst belandt. Het Expertisecentrum Kinderen en Adolescenten Nieuw in Nederland (EKANN), dat kinderartsen adviseert en ernstige tekort­ komingen in de zorg signaleert, luidde in 2025 de noodklok.

EKANN zag dat, wanneer kinderen met complexe aandoeningen een behandeltraject starten, zij deze behandeling vaak moeten onderbreken op het moment dat zij moeten verhuizen naar een andere (nood)opvang. Ze moeten dan opnieuw op de wachtlijst en opnieuw starten met een behandeling, bij een andere arts.151 151 Analyse van casussen gesignaleerd bij het Expertisecentrum Kinderen en Adolescenten Nieuw in Nederland (EKANN). 152 Analyse van casussen gesignaleerd bij het Expertisecentrum Kinderen en Adolescenten Nieuw in Nederland (EKANN). Volgens de kinderartsen die bij EKANN casussen signaleerden, kunnen dergelijke onderbrekingen in een medisch traject grote negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van de betreffende kinderen.152 Gezondheidsklachten als gevolg van de leefomstandigheden – extra druk op zorg Uit de gesprekken die de Onderzoeksraad voerde met ouders, kinderen en (zorg)professionals –onder wie huisartsen van GZA en jeugdgezondheidsartsen van de GGD – blijkt dat de leefomstandigheden in de noodopvang zwaar drukken op zowel de fysieke als de mentale gezondheid van opgroeiende kinderen. Artsen geven in interviews aan dat zij regelmatig kinderen zien met psychosociale of fysieke klachten die het gevolg zijn van de leefomstandigheden in de opvang, en bij wie geen duidelijk medisch ziektebeeld is vastgesteld.

Het gaat om klachten als buikpijn of gewichtsverlies door gebrekkige voeding, hoofdpijn door benauwde kamers zonder daglicht of ventilatie, of angst en slapeloosheid door stress en onzekerheid.’ Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 73 Medische zorgen in de noodopvang Reem Reem (15 jaar) woont met haar ouders en zus (19 jaar) in een containerwoning in de nood opvang. Haar zus heeft een chronisch medische aandoening. Reem houdt van lezen; zij spaart haar wekelijkse leefgeld en koopt Nederlands talige boeken. In de opvang heeft zij leren haken om zichzelf bezig te houden. Reems moeder vertelt dat een medische spe cialist in het ziekenhuis een betere leef om geving voor het gezin noodzakelijk achtte vanwege de ziekte van Reems zus. Hij heeft echter geen verplaatsingsverzoek geschreven aan de locatiebeheerders. Volgens de moe der was de reden dat hij zich geen oor deel kon vormen, omdat hij nooit in de op vang was geweest. Tegelijker­ tijd stellen ook de huisarts van GZA in het opvang centrum en de mede werkers van de gemeentelijke opvanglocatie dat zij niet verantwoordelijk zijn voor een over plaatsings aanvraag op basis van medische gronden, en wijzen volgens Reems moeder naar elkaar. Ondertussen verblijft het gezin al acht maanden in een containerwoning.153 Reem vertelt: ‘Om te douchen moeten we naar buiten.

Lopen in de buitenlucht na het douchen is heel zwaar voor mijn zus. Die heeft een immuun ziekte en heeft het zelfs in de zomer koud. Zij is altijd moe.’ 153 TGO staat voor tijdelijke gemeentelijke opvanglocatie. Figuur 33: Een informatiebordje over de aanwezigheid van de huisarts van GZA op een noodopvanglocatie (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid). Ook Reem kampt met gezondheids pro ble men. Zij wordt voor overgewicht begeleid door de jeugdverpleegkundige van de GGD. Reem vertelt: ‘Ik lust het eten hier niet. Soms eet ik brood, soms zonnebloempitten, soms fruit, en soms ga ik met honger naar bed. Mijn ouders zijn ziek en moeten eigenlijk op een aangepast dieet. Mijn zusje en ik moeten ook op dieet. Maar dat gaat hier niet omdat we niet zelf kunnen koken. Ik moet meer bewegen, zegt de verpleegster, omdat ik wat te dik ben. Ik word gepest door andere kinderen. Maar de medewerkster van de dagbesteding stuurt me weg als ik wil meedoen met de kinderactiviteiten, omdat ik ouder dan twaalf ben. Ik voel me ongewenst. Andere kinderen kregen een fiets, maar ik niet. Dat komt omdat ik vijftien ben, en zij zijn nog geen twaalf’.

Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 74 De casus van Reem illustreert hoe de leefomstandigheden in de noodopvang fysieke en mentale klachten in de hand werken en de effectiviteit van zorg – in Reems geval van de jeugd verpleeg­ kundige – onder druk zetten. Ook andere instanties noemen de invloed van de leefomstandigheden op de gezond heid van kinderen. De IGJ waarschuwde herhaaldelijk dat de omstandig­ heden in de noodopvang de ‘goede groei en ontwikkeling van asiel kinderen naar volwassenheid in gevaar brengen’.154 Het lande lijke expertisecentrum Pharos155 en het expertisecentrum EKANN onderschrijven deze bevindingen. EKANN benadrukt boven dien dat wanneer de basisbehoeften van kinderen met complexe medische aandoeningen niet goed zijn geregeld, dit de behandeltrajecten kan ondermijnen en bij extra kwetsbare kinderen op de lange termijn tot gezondheidsschade kan leiden.156 154 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Uitkomsten toezicht asielopvang 2024. Het risico op blijvende gezondheidsschade vereist nu verbetering voor de meest kwetsbare asielzoekers. 26 februari 2025, p.2. 155 Pharos, Dokters van de Wereld, Rode Kruis. Uitzichtloos in de opvang. Vervolgonderzoek naar gezondheidszorg en leefomstandigheden in de tijdelijke gemeentelijke opvang, december 2024.

156 EKANN­artsen publiceerden deze bevindingen in een artikel: Denneman, L. Sahba, S. en Baauw, A. ‘Er is dringen betere opvang nodig voor zieke vluchtelingenkinderen’. in: Medisch Contact, 14 december 2023. Zorg in crisismodus De crisismodus van de noodopvang werkt door in het werk van artsen. Zorgverleners die de Onderzoeksraad heeft gesproken, stellen dat zij vaak moeten werken in geïmproviseerde ruimtes en met een beperkt beschikbare tijd per patiënt. In de noodopvang zien artsen een continue in­ en uitstroom van bewoners/patiënten. Hierdoor staan huisartsen van GZA onder grote (werk)druk. Een arts beschrijft het als ‘aanpakken wat lukt’. Zorgprofessionals en ouders geven aan dat zij in zulke situaties slechts ‘symptomen kunnen bestrijden’, maar de bredere oorzaak niet kunnen aanpakken. Artsen schrijven bijvoorbeeld medicatie voor tegen constipatie (vanwege bijvoorbeeld stress of onhygiënische gedeelde toiletten), of Inas (17 jaar): ‘Als we een afspraak willen met de arts, moeten we om 8 uur in de rij staan om een briefje te halen. De briefjes zijn om 10 over 8 allemaal uitgedeeld en dan moet je tot de volgende dag wachten.’ Figuur 34: Foto van een informatieblad van de huisarts van GZA (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid).

Dochter met buikpijn Een vader vertelt tijdens een interview dat de huisarts van GZA de buikpijn van zijn vijfjarige dochter toeschrijft aan stress, gerelateerd aan de opvang. Tot verdriet van de vader wordt daar vervolgens niets aan gedaan. In vergelijkbare situaties, waarin kinderen klachten hebben die samenhangen met hun leefomstandigheden, stellen zowel zorgprofessionals als ouders dat zij wel ‘symptomen’ kunnen bestrijden maar dat de bredere oorzaak niet wordt aangepakt. Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 75 slaapmedicatie (vanwege angst of slaapproblematiek bij kinderen). Een arts vatte dit samen als: ‘Dit is dweilen met de kraan open’. 3.2.6 Stabiliteit ‘Veel kinderen die hier woonden zijn al verhuisd. Ik weet niet wanneer wij aan de beurt zijn, en waarheen wij moeten verhuizen. Het wachten en de onzekerheid zijn moeilijk.’ Figuur 36: Foto van een lege gezinskamer op een nood- opvang locatie die binnen enkele weken moet sluiten (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid). Verhuizen van de ene opvang naar de andere Reem Reem (15 jaar) woont al acht maanden in de noodopvang als het bericht komt dat de noodopvanglocatie binnenkort gaat sluiten. De familie weet lange tijd niet wanneer en waarheen ze zal verhuizen. Dat geeft veel stress.

Reem vertelt: ‘Binnenkort gaat deze opvang dicht en ik weet niet goed wat ik daarvan moet denken. Ik hoop op een betere plek, maar ik maak me zorgen dat we worden overgeplaatst naar ergens waar het net zo erg is als hier. We horen mensen zeggen dat we straks misschien in een tent moeten slapen, of dat we op straat moeten leven totdat ze ons overplaatsen. Ik krijg daar veel stress van en mijn ouders ook. Ik heb last van mijn verstandskiezen, die doen veel pijn. Ik moet geopereerd worden, maar dat moet wachten tot na de verhuizing. Misschien moeten we wel naar de andere kant van het land...’ ‘Ik had een vriendinnetje hier, maar zij is over geplaatst naar een gewoon opvangcentrum. Daar kunnen ze koken en hebben ze een grotere kamer. Ze stuurt foto’s en laat mij zien hoe blij ze is daar is. Haar moeder kookt voor hen… Ik mis het eten dat mijn moeder maakte.’ Figuur 35: Foto van een noodopvanglocatie waar containerunits op een leegstaand terrein zijn geplaatst (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid). Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 76 Reem en talloze andere kinderen moeten telkens opnieuw van noodopvanglocatie naar noodopvanglocatie verhuizen. Ouders en kinderen hebben geen zicht op wanneer en waarheen zij zullen verhuizen, en ze hebben er geen zeggenschap over.

Wanneer de sluiting van een noodopvanglocatie eenmaal is aangekondigd, blijft het vaak nog lange tijd onzeker wanneer dat precies gebeurt. Dit betekent voor kinderen dat zij geen controle hebben over eigen leefomstandigheden. De inzet van een netwerk aan tijdelijke opvanglocaties die openen en weer sluiten leidt tot veel verhuizingen. Dit heeft negatieve conse quenties voor kinderen. Gebrek aan stabiliteit creëert een 157 Opvangrichtlijn, artikel 18 en artikel 24 stellen ‘veranderingen in de verblijf plaats van minderjarigen worden tot het strikt noodzakelijke minimum beperkt’. onzekere situatie waarin kinderen geen houvast hebben en nauwe­ lijks een gevoel van ‘thuis’ kunnen ontwikkelen. Tijdens gesprekken met ouders en kinderen hoort de Onderzoeksraad dat onzeker heid over de opvangplek het leven van veel gezinnen en alleen staande kinderen op noodopvanglocaties beheerst. De juridische kaders zijn op dit punt nochtans duidelijk. De Europese Opvangrichtlijn bepaalt dat verhuizingen tot een minimum beperkt moeten blijven om de continuïteit in zorg, opvoeding en onder wijs van kinderen te waarborgen.157 Zowel het Kinder rechtenverdrag als de Opvangrichtlijn beogen het belang van stabiliteit en continuïteit in de opvoeding en begeleiding van kinderen te borgen.

Aantal verhuizingen tussen noodopvanglocaties Tijdens de locatiebezoeken sprak de Onderzoeksraad kinderen in gezinnen en alleenstaande kinderen (amv) die al meerdere malen verhuisd waren. Het aantal verhuizingen van kinderen die op een bepaald moment op een noodopvanglocatie hebben gewoond, is weergeven in tabel 2. Deze tabel laat zien dat van de kinderen in gezinnen die in 2024 uit de COA­opvang zijn vertrokken, er 2.308 kinderen tweemaal of vaker hebben moeten verhuizen van opvangplek naar opvangplek; 140 kinderen in gezinnen zijn vijf keer of vaker verhuisd. Voor alleenstaande kinderen geldt dat 687 kinderen die in 2024 uit de asielopvang van het COA vertrokken, twee of meer keer verhuisden tijdens hun verblijf in de COA­ opvang. 269 alleenstaande kinderen moesten meer dan drie keer van opvangplek veranderen. Tabel 2: Het aantal kinderen (dat minimaal één periode in de noodopvang heeft gezeten) dat een bepaald aantal verhuizingen heeft meegemaakt, opgedeeld naar jaar van uitstroom uit de asielopvang (bron: COA).

Aantal verhuizingen Alleenstaande kinderen Kind in gezin 2022 2023 2024 2022 2023 2024 1 4 7 29 399 1756 2331 2 159 404 418 830 1529 1566 3 57 92 175 387 601 417 4 33 35 73 122 257 185 5 10 12 15 62 99 89 6 0 0 5 35 34 38 7 0 2 0 7 15 9 8 0 0 1 1 10 0 9 0 0 0 3 2 4 10 0 0 0 1 6 0 Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 77 158 Inspectie van Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs, Brief ‘Verbetermaatregelen noodopvang: situatie kinderen onveranderd zorgelijk’, 17 juli 2025. 159 VluchtelingenWerk, Derde Quickscan (crisis)noodopvang asielzoekers, 1 oktober 2022; Werkgroep kind in azc, Noodsituatie op noodlocaties. QuickScan naar de leefomstandigheden van kinderen in de (nood)opvang, 20 juni 2022. 160 Werkgroep kind in azc, Noodsituatie op noodlocaties. QuickScan naar de leefomstandigheden van kinderen in de (nood)opvang, 20 juni 2022. Impact van verhuizen (en de dreiging daarvan) Tijdens de photovoice­gesprekken kreeg de Onderzoeksraad een inkijkje in wat de vele verhuisbewegingen betekenen. Voor kinderen is dat het verlies van hun directe leefomgeving, afscheid van klasgenoten, vriendjes en medebewoners, en het weg vallen van professionele ondersteuners zoals begeleiders of ver trouwens­ personen.

Ze komen in een andere klas, midden in het schooljaar, of kunnen niet of pas maanden later naar school. Kinderen moeten opnieuw een gevoel van veiligheid opbouwen en er wordt van hen verwacht dat ze andere volwassenen gaan vertrouwen. Een verhuizing is voor een kind per definitie ontwrichtend. Dat geldt zeker voor kinderen met een vlucht verleden die al eerder te maken kregen met langdurige onzeker heid en het verlies van hun vertrouwde omgeving. Het leidt tot ontregeling en gevoelens van onveiligheid en stress die diep kunnen ingrijpen en grote gevolgen kunnen hebben voor hun emotionele welzijn. Ook eerdere onderzoeken benadrukken de mentale gevolgen van verhuizen voor kinderen in de noodopvang.

Zo waarschuwden toezichthouders – Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd – in een gezamenlijke brief van 29 juli 2025 opnieuw dat verhuizingen belemmerend zijn voor de toegang tot zorg, onderwijs en passende begeleiding.158 Ook VluchtelingenWerk constateert dat kinderen door die vele verhuizingen vaak niet naar school gaan, dat hun toegang tot zorg niet gegarandeerd is en dat de instabiele woonsituatie leidt tot stress, zeker bij jonge kinderen.159 Volgens een analyse van partners binnen de Werkgroep Kind in azc leidt frequent verhuizen tot ontwikkelingsschade, gezondheidsschade en structureel gemis aan continuïteit in begeleiding.160 Plotse verhuizing naar andere opvang Maan (7 jaar) en Amir (9 jaar) verblijven met hun ouders in de noodopvang. Hun ouders vertellen dat zij hiervoor in een kleinschalige noodopvang hebben gewoond in het midden van het land. Ondanks een paar negatieve punten was de sfeer er fijn en de kinderen warensnel op school gewend. Na ruim een jaar werd het gezin midden in het schooljaar plots medegedeeld dat de locatie zou sluiten. De volgende verhuizing leidde naar een evenementenhal met schotten waar de leefomstandigheden veel slechter waren.

Naast de onverwachte aankondiging van de verhuizing, maken de slechte omstandigheden in de nieuwe opvang het voor zowel voor Maan en Amir als voor hun ouders een emotioneel zware ervaring.

Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 78 Conclusie: risico’s in de noodopvang De Onderzoeksraad stelt vast dat de inzet van noodopvang situaties creëert waardoor er veiligheidstekorten bestaan voor kinderen. Deze constatering berust zowel op de eigen bezoeken aan opvanglocaties als op signalen en eerdere publicaties van andere betrokken organisaties. De omstandigheden in de noodopvang voldoen veelal niet aan de eisen die gesteld worden in de Europese Opvangrichtlijn, en zijn niet in overeenstemming met de verplichtingen die zijn opgenomen in het Kinderrechtenverdrag.161 Als gevolg daarvan worden kinderen structureel blootgesteld aan veiligheidsrisico’s. Op alle zes besproken risicogebieden (huisvesting, autonomie en privacy, sociale omgeving, persoonlijke ontwikkeling, medische zorg en stabiliteit) ziet de Onderzoeksraad veiligheidsrisico’s: „ De noodopvang biedt geen veilige, kindvriendelijke fysieke leefomgeving. „ De privacy van kinderen in de noodopvang wordt structureel onvoldoende gewaarborgd en hun autonomie en zelfbeschikking staan onder zware druk. Hierdoor kunnen kinderen niet rekenen op een veilige, voorspelbare en menswaardige leefomgeving. Dit heeft mogelijk schadelijke gevolgen voor hun mentale veiligheid. „ Kinderen in de noodopvang leven in omstandigheden die de Onderzoeksraad kenmerkt als sociaal onveilig.

Daarnaast lopen zij het risico om in hun directe leefomgeving blootgesteld te worden aan fysiek geweld, seksueel geweld (inclusief grensoverschrijdend gedrag en misbruik) of de dreiging daarvan. „ De toegang tot onderwijs is voor kinderen in de noopopvang niet gewaarborgd. Onderbrekingen van hun onderwijstraject door frequente verhuizingen komen regelmatig voor en verstoren de continuïteit van onderwijs. Dit vormt een risico voor de mentale ontwikkeling van kinderen. „ Als gevolg van de inzet van noodopvang hebben kinderen een vergroot risico op gezondheidsschade. Het recht van elk kind op de hoogst haalbare gezondheidsstandaard162 wordt ondermijnd door de slechte leefomstandigheden in de noodopvang, de lange verblijfsduur op tijdelijke noodlocaties en de vele verhuizingen. Bij het plaatsen van (medisch) kwetsbare kinderen wordt onvoldoende rekening gehouden met specifieke opvangbehoeften en leefomstandigheden. „ De inzet van noodopvang creëert situaties waarin kinderen veel moeten verhuizen. De Onderzoeksraad constateert dat zij hierdoor geen vastigheid hebben en geen toekomstperspectief, wat negatieve gevolgen heeft voor hun gevoelens van stabiliteit en houvast. 161 Zie referentiekader voor een verdere uitwerking van de artikelen uit de Opvangrichtlijn en het Kinderrechtenverdrag.

162 Het Kinderrechtenverdrag (artikel 24) stelt dat elk kind heeft recht op de best mogelijke gezondheid en op gezondheidszorgvoorzieningen. Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 79 3.3 Specifieke situatie van alleenstaande kinderen in de noodopvang Zoals hierboven beschreven worden zowel alleenstaande kinderen als kinderen die met hun ouder(s) in de noodopvang verblijven geconfronteerd met veiligheidstekorten op alle zes veiligheids­ factoren. Voor alleenstaande kinderen komen daar nog specifieke risico’s bij, die rechtstreeks voortvloeien uit hun positie als niet­ begeleide minderjarigen. Omdat zij zonder ouder of wettelijke vertegenwoordiger naar Nederland komen, zijn zij extra afhankelijk van goede opvang en begeleiding. De Jeugdwet163 bepaalt dat zij recht hebben op passende voogdij, juridische bescherming en pedagogische begeleiding. Juist wat betreft deze essentiële vormen van bescherming schiet de noodopvang vaak tekort, waardoor de toch al kwetsbare situatie van alleenstaande kinderen nog kwetsbaarder wordt. Risico’s voor begeleiding en jeugdbescherming Tijdens het onderzoek kreeg de Onderzoeksraad signalen dat de inzet van noodopvang de begeleiding en bescherming van alleenstaande kinderen onder druk zet.

Het voortdurende op­ en afschalen van opvangplekken en het telkens openen en sluiten van noodlocaties vormen belangrijke risico’s. De instabiliteit die daardoor wordt veroorzaakt, verstoort het begeleidingsproces en maakt het voor voogden van Nidos,164 COA­medewerkers en trajectbegeleiders op scholen moeilijk om kinderen duurzaam te ondersteunen. Begeleiders geven in de interviews aan dat de continue veranderingen zorgen voor pieken en dalen in de werkdruk en regelmatig leiden tot personele wisselingen. 163 De Jeugdwet regelt jeugdbescherming en de uitvoering van voogdijtaken. De voogdij van alleenstaande minderjarige kinderen die asielaanvragen in Nederland is toegewezen aan stichting Nidos. 164 Amv krijgen een jeugdbeschermer van het Nidos toegewezen die de voogdij over hen uitoefenen. Jeugdbeschermers worden ook wel ‘voogden’ benoemd. 165 De stijgende caseload van zowel amv­begeleiders van het COA als van jeugdbeschermers bij Nidos is daarnaast ook gerelateerd aan personeelstekorten en wervingsproblemen bij het Nidos en het COA als gevolg van de krappe arbeidsmarkt (zie bijv. Stichting Nidos. Jaarverantwoording Nidos 2022; Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Jaarverslag 2023). Hierdoor komt de kwaliteit van de pedagogische, juridische en sociaal­emotionele begeleiding van alleenstaande kinderen structureel onder druk te staan.

Uit interne documenten die de Onderzoeksraad heeft ingezien blijkt dat voogden met een caseload van 18 kinderen, het aantal kinderen voor wie ze 2023 verantwoordelijk waren, zagen oplopen tot 28 kinderen.165 Tegelijkertijd ziet de Onderzoeksraad dat betrokken professionals zich sterk inzetten voor de begeleiding van alleenstaande kinderen, vaak onder hoge druk en in wisselende omstandigheden. Gebrek aan continuïteit Op een noodopvanglocatie voor alleenstaande kinderen bestond lange tijd onzekerheid over de verlenging van de tijdelijke opvang. Ook de bezetting schommelde daar herhaaldelijk, tussen veertig tot tachtig kinderen. Het plots openen of opschalen van een locatie leidde ertoe dat in korte tijd veel kinderen moesten worden begeleid; het sluiten van locaties betekende dat personeel werd verplaatst of opnieuw moest worden geworven. In periodes van hoge instroom bleek het daardoor moeilijk om alle kinderen voldoende individuele aandacht, opvolging en continuïteit te geven. Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 80 Kinderen zelf gaven aan dat zij soms langere tijd niet wisten wie hun voogd was, of er zeer weinig contact mee hadden, wat hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de hulpverlening verder ondermijnde.

Ook sprak het onderzoeksteam enkele 166 Inspectie Justitie en veiligheid en Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd, Signaalbrief aan de staatssecretaris: Kinderen in de noodopvang, 16 juni 2022. 167 Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs en de Nederlandse Arbeidsinspectie, Brief ‘Kinderen in de noodopvang en crisisnoodopvang’, 19 april 2023 168 Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs en de Nederlandse Arbeidsinspectie, Brief ‘Kinderen in de noodopvang en crisisnoodopvang’, 19 april 2023. 169 Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd. Meer zicht op veiligheid AMV nodig, Nidos moet verbeteren, 1 juli 2025. Zie ook: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Instellingsrapport. Nidos. Regio Apeldoorn, 1 juli 2025. Zie ook: Inspectie van Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs, Brief ‘Verbetermaatregelen noodopvang: situatie kinderen onveranderd zorgelijk’, 17 juli 2025. kinderen die in korte tijd meerdere keren waren verhuisd. Door deze verhuizingen vielen belangrijke steunfiguren telkens weg. Dat maakte het moeilijk voor kinderen en begeleiders om vertrouwens relaties op te bouwen, een basisvoorwaarde voor voogden en begeleiders om met kinderen in gesprek te gaan en hen zowel juridisch als pedagogisch te kunnen begeleiden.

Zowel het COA als Nidos stellen dat zij meer onder druk staan bij het bieden van begeleiding op grootschalige noodopvanglocaties; het is daar moeilijker om alle kinderen voldoende individuele aandacht te geven. Op noodopvanglocaties die een langere periode open zijn, ontstaan doorgaans stabielere samen werkings­ verbanden. Dat komt de kwaliteit en continuïteit van begeleiding ten goede. Vergelijkbare signalen kwamen eerder van inspectiediensten en toezichthouders, die tussen 2021 en 2023 rapporteerden dat de begeleiding van alleenstaande kinderen tekort schoot.166 Zo constateerden vier Inspecties in een gezamenlijke brief in 2023 dat alleenstaande kinderen regelmatig veel later dan gebruikelijk een voogd toegewezen kregen.167 De Inspecties stelden ook dat door de frequente overplaatsingen binnen de noodopvang kinderen vaker wisselden van voogd, waardoor de continuïteit van hun begeleiding onder druk kwam te staan.168 In juli 2025 meldde de IGJ in een rapport dat, ondanks herhaalde signalen, kinderen nog steeds werden ondergebracht in de noodopvang zonder dat er extra waarborgen waren ingebouwd om volwaardige, continue jeugdbescherming te garanderen.169 Zorgen bij alleenstaande kinderen Basel en Wasim Verschillende kinderen op een locatie voor alleenstaande minderjarige jongens fotografeerden de deur van Nidos, en vertelden dat zij behoefte hadden aan meer contact met en

begeleiding van hun jeugdbeschermer. Zij vertelden dat zij zich vaak niet gehoord voelden, en hierdoor het gevoel hadden nergens terecht te kunnen met hun zorgen en vragen. Basel (17 jaar): ‘Ik woon hier al twee jaar en heb mijn voogd nog maar drie keer gezien.’ Wasim (16 jaar): ‘Ik heb mijn voogd al vijf maanden niet gezien. Ik probeer al drie maanden lang mijn BSN en bank rekening aan te vragen. Uiteindelijk heeft mijn voogd een afspraak gegeven toen ik op school was: laten we op een later moment afspreken, zei ze.’ Figuur 37: Deur van het kantoor van de jeugdbeschermers van Nidos (bron: foto genomen door een kind in het photovoice- project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 81 Beperkt zicht op alleenstaande kinderen De Onderzoeksraad sprak met verschillende kinderen die hun voogd al maandenlang niet hadden gesproken en daar onrustig van werden. Zij hadden het gevoel niet gehoord te worden. Door knelpunten in de continuïteit van opvang en begeleiding is het risico groot dat voogden en COA­medewerkers onvoldoende zicht hebben op de individuele situatie van alleenstaande kinderen.

Hierdoor kunnen belangrijke signalen over hun mentale welzijn, over gevoelens van onveiligheid, suïciderisico’s of mogelijke vormen van uitbuiting, misbruik of mensenhandel minder snel worden opgemerkt en opgevolgd. 170 Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Van Puzzelstukjes naar signaal? Een verkenning van signalering van slachtofferschap mensenhandel in de asielketen en -opvang, december 2024. Toezichthouders concludeerden al eerder in rapportages dat de inzet van noodopvang het risico op onvoldoende zicht op en bescherming van alleenstaande kinderen verhoogt. Zo concludeert de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in juli 2025 dat Nidos onvoldoende zicht heeft op de veiligheid en continuïteit van begeleiding van alleenstaande kinderen in de noodopvang. De IGJ constateert onder andere dat de aandacht voor veiligheid in de begeleiding ‘vooral reactief’ en ‘versnipperd’ is. Ook de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen spreekt over de hogere risico’s voor kinderen die in de crisis­ of noodopvang verblijven. Het gebrek aan toezicht en de slechtere voorzieningen maken kinderen kwetsbaarder en vergroot hun kans om slachtoffer te worden van misbruik of mensenhandel.170 Deelconclusie De inzet van noodopvang belemmert de begeleiding en jeugdbescherming van alleen staande kinderen.

Hierdoor heeft de overheid onvoldoende zicht op hun welzijn en veiligheid. Dit staat haaks op de wettelijke verplichting van de overheid om alle passende maatregelen te nemen ter bescherming en begeleiding van alleenstaande kinderen, zoals vastgelegd in de Opvangrichtlijn, het Kinderrechtenverdrag en de Jeugdwet. Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 82 3.4 Langdurige opeenstapeling van veiligheidstekorten Op alle zes besproken risicogebieden voldoet de noodopvang in meer of mindere mate niet aan de normen en verplichtingen die zijn vastgelegd in nationale wetgeving, de Europese Opvangrichtlijn en het Kinderrechtenverdrag. Kinderen die gedurende langere tijd in de noodvang verblijven, worden blootgesteld aan fysieke en mentale risico’s. Dat leidt tot de conclusie dat de Nederlandse overheid haar wettelijke zorgplicht ten opzichte van deze kinderen niet (voldoende) nakomt. Uit eerder gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kinderen die (lang) in onveilige of onzekere omstandigheden opgroeien een hoger risico lopen op vertraging in hun ontwikkeling, op psychosociale klachten en op achterstanden op het gebied van onderwijs, gezondheid of participatie.171 De omstandigheden in de noodopvang hebben dus gevolgen voor het algeheel welzijn van kinderen.

Op de lange termijn kunnen die omstandigheden het risico verhogen op ontwikkelingsschade op emotioneel, sociaal en/of cognitief vlak. Hoewel een deel van de onveiligheden waar kinderen aan worden blootgesteld in de noodopvang de afgelopen jaren is verbeterd – onder andere door medische intakes bij aankomst, 171 Van der Kuil, Marjolein. Structuur, steun en stabiliteit. Mentale zorgverlening voor kinderen in de asielopvang en wat daarvoor nodig is, 2024; Nickerson, A., Kashyap, S., Keegan, D., Edwards, B., Forrest, W., Bryant, R. A., O’Donnell, M., Felmingham, K., McFarlane, A. C. , Tol, W. A., Lenferink, L., Hoffman, J., & Liddell, B. J. ‘Impact of displacement context on psychological distress in refugees resettled in Australia: A longitudinal population­based study’, Epidemiology and psychiatric sciences, 31, e51, 2021; Sleijpen et al., ‘Lives on hold: A qualitative study of young refugees’ resilience strategies’. Childhood 2017, Vol. 24(3); Zijlstra, Elianne, et al. The quality of the childrearing environment of refugee or asylum­seeking children and the best interests of the child: Reliability and validity of the BIC­Q. Behavioral Sciences & the Law, 2012, 30.6: 841­855. 172 Bij het analyseren van de opeenstapeling van veiligheidstekorten baseert de Onderzoeksraad zich onder meer op het wetenschappelijke model van Bronfenbrenner.

Dit model onderscheidt verschillende ‘systemen’ die elk van invloed zijn op de ontwikkeling van een kind. Deze systemen beïnvloeden elkaar, overlappen deels en zijn onderling met elkaar verbonden. Zie ook: Balledux, M., J. Hoex, J., P. Speetjens, P., C. Vink en S. Vlaardingerbroek, Opgroeien doe je samen. Bouwen aan een stevige pedagogische basis. Nederlands Jeugdinstituut. 2022. https://www.nji.nl/kennis/pedagogische­basis/wat­is­het­model­van­bronfenbrenner meer basiszorg en meer aandacht voor hygiëne – ziet de Onderzoeksraad dat er nog steeds grote veiligheidstekorten bestaan. De Onderzoeksraad constateert dat de onveiligheid vooral wordt veroorzaakt door een opeenstapeling van de gesignaleerde tekorten, in combinatie met het feit dat kinderen langdurig verblijven in noodopvanglocaties die structureel niet geschikt zijn als leefomgeving om in op te groeien. Hieronder wordt dieper ingegaan op wat de opeenstapeling van veiligheidstekorten en de langdurige blootstelling betekent voor kinderen in de noodopvang. Opeenstapeling van tekorten: meer dan de som der delen Op basis van de analyse van de zes risicogebieden in paragraaf 3.2 stelt de Onderzoeksraad vast dat op elk van deze gebieden de risico’s voor kinderen in de noodopvang niet voldoende worden beheerst.

Hoewel elk van deze risico’s al een inbreuk vormt op de wettelijke en pedagogische verplichtingen van de overheid, is tegelijkertijd ook – en vooral ­ de optelsom van deze risicofactoren van belang. In het dagelijks leven van kinderen werken deze factoren namelijk voortdurend op elkaar in: zij stapelen zich op, versterken elkaar, en vormen zo een negatieve spiraal.172 De Onderzoeksraad voor Veiligheid ziet deze ‘opeenstapeling’ als meer dan de som der delen: de onveiligheid waaraan opgroeiende kinderen worden blootgesteld wordt erdoor Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 83 geïntensiveerd, wat het risico op mentale en/of fysieke schade vergroot. In paragraaf 3.2 hebben we al kort gezien hoe verschillende onveiligheden op elkaar inwerken. Zo zagen we hoe de som van omstandigheden in de noodopvang, zoals het gebrek aan privacy, rust en stabiliteit, een belemmering vormt voor het realiseren van het recht op onderwijs. De Onderzoeksraad sprak kinderen die weliswaar fysiek een plek op school hadden, maar door vermoeidheid, slechte voeding, gebrek aan een rustige plek om huiswerk te maken of voortdurende onzekerheid over hun toekomst nauwelijks tot leren kwamen (zie paragraaf 3.2.4).

Ook zagen we dat kinderen in de noodopvang vanwege het gebrek aan veilige, kindvriendelijke ruimtes voor ontspanning en spel, én de dreiging van grensoverschrijdend gedrag en geweld, vaak dagen doorbrengen op de (kleine) gezinskamer (zie paragraaf 3.2.3). Tenslotte stelde de Onderzoeksraad, in navolging van eerdere bevindingen van de IGJ173, dat de ondermaatse leefomstandigheden fysieke en mentale gezondheidsklachten in de hand werken (zie paragraaf 3.2.5). De volgende casus van Maysoen en haar vriendinnetjes illustreert hoe de opeenstapeling van onveiligheden doorwerkt in het alledaagse leven van kinderen en hun ontwikkelingskansen ingrijpend ondermijnt. 173 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Uitkomsten toezicht asielopvang 2024. Het risico op blijvende gezondheidsschade vereist nu verbetering voor de meest kwetsbare asielzoekers, p.2. ‘Mijn broertje wil zijn tanden niet poetsen, omdat hij ervan moet walgen. Eén toilet is voor meer dan dertig mensen!’ Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 84 Leven tussen de schotten Maysoen en haar vriendinnetjes het over iets wat gevoelig ligt, en toen hoorden we de buurman zeggen dat hij ons kon horen. Ik schaamde me heel erg en ik voelde me opgelaten.

Het doet pijn dat ik niet eens met mijn moeder kan praten zonder dat iemand het hoort! Ik zat een keer op mijn bed en plotseling zag ik het hoofd van een man boven het schot verschijnen. Het was een lange man dus hij kon me zien zitten op mijn bed. Als ik me aankleed, wil ik niet het gevoel hebben dat iemand me bekijkt. Ik ben vijftien. Ik wil daar niet aan hoeven denken.’ Rana: ‘Wij delen een kamer met onze vader. Hoe kunnen we ons dan omkleden?’ Salam: ‘Mijn vader wist dat ik ongesteld was. Ik schaamde me erg. Het was de eerste keer dat hij ermee werd geconfronteerd.’ Noor: ‘Iedere keer als ik ongesteld ben, vind ik een grote bloedplek op het beddengoed. Ik weet dat het gewoon de ongesteldheid is, maar ik kan niet elke keer midden in de nacht die hele afstand naar het toilet lopen. Maysoen, Salam, Sham, Rana en Noor zijn tienermeiden die in met­schotten­gecreëerde leefruimtes verblijven in een grote zaal. Maysoen (15) is de oudste, Rana (13) de jongste. Maysoen en Noor zijn beste vriendinnen. Ze hebben elkaar ongeveer anderhalf jaar geleden in de opvang leren kennen. Soms, wanneer ze medebewoners zien verhuizen, zitten ze samen te dromen over de spullen die ze gaan kopen wanneer ze een huis krijgen. Alle vijf de meiden hebben talent voor taal (Engels, Nederlands, Turks en Arabisch). Maysoen wil later advocaat worden, of make­up artist.

Salam wil als plan B ook graag make­up artist worden als het haar niet lukt om arts te worden. De Onderzoeksraad sprak de meiden tijdens een schoolvakantie, in een lege zijkamer in de opvang waar ze verblijven. Maysoen: ‘Ik woon hier nu ruim anderhalf jaar en ik droom van een plafond en van muren in mijn kamer. Ik wil niet dat iemand iets hoort als ik met mijn moeder praat. Gisteren hadden we Dan moet je ook honderd keer per dag op en neer naar het toilet. Heb je gezien hoe ver dat is? Alsof ik van mijn huis naar het huis van mijn opa loop. Zo ver is het!’ Salam: ‘Als je wilt douchen, dan ziet de hele opvang jou wanneer je de douche uitloopt. Dan moet ik mijn hoofddoek op natte haren dragen. Mijn vader zei een keer toen ik een pyjamabroek droeg: ‘de volgende keer trek je normale kleding aan als je naar beneden gaat, want iedereen ziet je’. De broek zat een beetje strak. Maar het was een pyjamabroek! Moet ik dan een spijkerbroek aantrekken na het douchen? Er is helemaal geen privacy hier.’  ‘Als ik me aankleed, wil ik niet het gevoel hebben dat iemand me bekijkt. Ik ben vijftien. Ik wil daar niet aan hoeven denken.’ Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 85 ‘Mijn vader is ziek en heeft het heel erg benauwd. We slapen samen op éen kamer tussen de schotten.

Ik wilde laatst de deur opendoen zodat hij frisse lucht zou kunnen krijgen, maar dat mocht niet. ‘Dit zijn de regels’ zeggen ze. Ik heb vijf dagen niet gegeten en niet geslapen omdat ik me zorgen maakte, het ging heel slecht met hem. Hij moest huilen en ’s nachts zei hij tegen mij: ‘Als er iets met mij gebeurt, let dan goed op je broertje.’ Dat zal ik nooit vergeten. Waarom moet ik dat van mijn vader horen?’ Salam: ‘Mijn broertje wordt ’s nachts ook benauwd wakker. Hij wil alleen maar ademhalen en frisse lucht binnenkrijgen. Er is geen lucht, er is geen raam’. Noor: ‘’s Zomers sterven we van de hitte en in de winter sterven we van de kou.’ Sham: ‘Vorige winter hebben we de bedden tegen elkaar gezet wegens de kou ’s nachts, maar dat mocht niet. Dat kan niet, zeiden ze, iedereen heeft een eigen bed. Wat hebben zij daarmee te maken?’ ‘Als ik me aankleed, wil ik niet het gevoel hebben dat iemand me bekijkt. Ik ben vijftien. Ik wil daar niet aan hoeven denken. ’ zegt dat hij er niet naar toe wil en hij wil zijn tanden niet poetsen, omdat hij ervan moet walgen. Je moet er ook van walgen. Eén toilet is voor meer dan dertig mensen!’ Salam: ‘Mijn zus blijft de hele dag in bed, vanaf het moment dat ze wakker wordt tot het moment waarop ze gaat slapen. Zij gaat alleen naar het toilet en terug.

Zij gaat niet naar beneden om te eten, of om iets te doen; soms eet zij helemaal niet, om maar niet naar beneden te hoeven. Mijn ouders verwijten zichzelf dat ze haar hier hebben gebracht. Mijn vader vraagt zich af: ‘Wat heb ik met haar gedaan?' Maysoen: ‘Wij leven in de viezigheid. Naast de locatie ligt een boerderij, daar ruikt het beter dan hier.’ Salam: ‘Soms weigert mijn broertje om naar het toilet te gaan en plast hij in zijn broek, omdat het toilet ver lopen is en het daar erg stinkt. Hij Figuur 38: Privéruimte voor vijf personen afgescheiden door schotten zonder plafond (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). ‘Wij leven in de viezigheid. Naast de locatie ligt een boerderij, daar ruikt het beter dan hier.’ Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 86 De casus van Maysoen en haar vriendinnen illustreert de moge­ lijke gevolgen van de opeenstapeling van veiligheids tekorten, waaronder slechte huisvesting, gebrekkige hygiëne, gebrek aan privacy en onvoldoende nachtrust. De casus laat zien hoe tekorten op verschillende risicogebieden op elkaar inwerken en elkaar wederzijds versterken op een manier die schadelijk kan zijn voor de gezondheid van opgroeiende kinderen.

Verblijft een kind bijvoorbeeld in een overvolle opvanglocatie met weinig privacy, onvoldoende nachtrust en beperkte toegang tot onderwijs, dan drukt dat zwaarder op het mentale en emotionele welzijn dan wanneer het kind met slechts een van deze tekorten te maken heeft. Omgekeerd geldt dat positieve factoren, zoals de mogelijk­ heid om onderwijs te volgen, negatief beïnvloed kunnen worden door de leefomstandigheden in de noodopvang. Langdurig verblijf in noodopvang Naarmate kinderen in de noodopvang langer worden blootgesteld aan de opeenstapeling van bepaalde veiligheidstekorten, kunnen de schadelijke gevolgen voor hen ernstiger zijn.174 De Onderzoeksraad constateert dat, hoewel noodopvang bedoeld is als tijdelijke oplossing, kinderen (en volwassen) er in de praktijk maanden of zelfs jaren verblijven (zie tabel 1 in paragraaf 2.3). De Onderzoeksraad sprak op meerdere locaties bijvoorbeeld met kinderen die al ruim een jaar tot soms wel twee jaar op één of meerdere locaties in de noodopvang wonen. Ook Maysoen en haar vriendinnen, beschreven in bovenstaande casus, verblijven al anderhalf jaar in de noodopvang. Daarnaast sprak de Onderzoeksraad kinderen die al een verblijfsvergunning hadden en tijdens hun hele asielprocedure in het noodopvangnetwerk 174 Van der Kuil, Marjolein. Structuur, steun en stabiliteit.

Mentale zorgverlening voor kinderen in de asielopvang en wat daarvoor nodig is, 2024. Zie ook: Pharos, Save the Children Gevlucht en geland Psychosociale steun en mentale zorg in Nederland voor jongeren met een vluchtachtergrond, maart 2023; Save the Children, M. Snijder and M. Apgar, Institute of Development. Psychosocial wellbeing for children in Dutch asylum reception centres. TeamUp Impact evaluation, april 2024. NCJ onderzoek, Stress bij kinderen: hoe houden we het gezond? Stress bezien vanuit de Jeugdgezondheidszorg, 2019. verbleven, zonder ooit in een regulier asielzoekerscentrum te zijn geplaatst. Een kind dat maandenlang in een overvolle noodopvang verblijft, zal vaak weinig privacy, veel geluidsoverlast en regelmatig een sociaal onveilige omgeving ervaren. Die combinatie kan op zijn beurt weer bijdragen aan een gebrekkige nachtrust, concentratie­ problemen en een verhoogd stressniveau. In combinatie met bijvoorbeeld beperkte toegang tot school en het ontbreken van buitenschoolse activiteiten kunnen de effecten van een langdurig verblijf in de noodopvang leiden tot schade aan het mentale welzijn en een schadelijke impact hebben op de ontwikkeling van een kind.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/fbe908eb-ba9e-4ff3-a713-2db16f55b1ff?agendaItemId=53d70ee7-8623-44b4-b71b-d1ac1641679f