3.2 Onderzoeksraad voor Veiligheid_Rapport 'Kinderen in nood'
Tekst van het document
samenhang, bepalend voor de veiligheid voor kinderen in de noodopvang. Deze risicogebieden zijn: Huisvesting Kinderen hebben recht op een adequate levensstandaard die de menselijke waardigheid waarborgt. Dit recht, verankerd in de Opvangrichtlijn en omgezet in concrete normen in het richtsnoer van het Europese Asielagentschap (het EASO richtsnoer)78, betreft onder meer de kwaliteit van huisvesting, inclusief hygiëne, brandveiligheid en de beschikbaarheid van speel en ontspanningsruimte. In noodopvanglocaties betekent dit concreet dat kinderen in een schone en fysiek veilige woonomgeving verblijven. Autonomie en privacy Het Kinderrechtenverdrag heeft bijzondere aandacht voor de autonomie, de zelfbeschikking en de privacy van kinderen.79 Kinderen en hun gezinsleden moeten een redelijke mate van controle en zeggenschap kunnen behouden over het inrichten van hun dagritme en (gezins)leven. Een dergelijke vorm van autonomie draagt bij aan de ontwikkeling van hun zelfvertrouwen, eigenwaarde en veerkracht. Daarnaast hebben kinderen recht op privacy.
Geen enkel kind mag structureel worden onderworpen aan willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn of haar privéleven.80 Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 44 Sociale omgeving Het Kinderrechtenverdrag verplicht staten om alle passende maatregelen te nemen om kinderen te beschermen tegen vormen van lichamelijk of geestelijk geweld.81 Betrokken over heids partijen dienen zich maximaal in te spannen82 om kinderen in de noodopvang te beschermen tegen bloot stelling aan (de dreiging van) fysiek geweld, seksueel grens over schrijdend gedrag en misbruik, inclusief de dreiging daarvan. Daarnaast moet de noodopvang een omgeving creëren waarin kinderen zich sociaal veilig voelen.83 Persoonlijke ontwikkeling Kinderen hebben recht op onderwijs en op voorzieningen en faciliteiten waardoor zij zich kunnen ontwikkelen en ontplooien. Het Kinderrechtenverdrag verankert het fundamentele recht van elk kind op beschikbaar, toegankelijk en passend onderwijs.84 Ook de Europese Opvangrichtlijn onderstreept dit recht door te bepalen dat kinderen zo snel mogelijk, na aankomst, toegang moeten krijgen tot het reguliere onder wijs systeem.
Hiervoor gold een maximale termijn van drie maanden, maar met het van kracht worden van de herziene 81 Het Kinderrechtenverdrag (artikel 19) verplicht staten om kinderen te beschermen tegen alle vormen van geweld, mishandeling en verwaarlozing. 82 Het gaat hier om een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting. De Onderzoeksraad stelt dat risico’s op geweld nooit helemaal geheel weggenomen kunnen worden, maar dat de overheid zich voldoende moet inzetten om deze te beperken. 83 Een sociaal veilige omgeving is een omgeving zonder dreiging van geweld of confrontatie met geweld. Het gaat daarbij om het ongewenst gedrag door mensen dat tot fysieke onveiligheid of onveiligheidsgevoelens (mentale onveiligheid) leidt. 84 Het Kinderrechtenverdrag (artikel 28) waarborgt het recht op onderwijs voor elk kind. 85 De herziene Opvangrichtlijn (Richtlijn 2024/1346/EU, artikel 16) geeft aan dat kinderen die asiel aanvragen, recht hebben op onderwijs ‘onder vergelijkbare omstandigheden’ als de lidstaten dat bieden aan hun eigen burgers. Met het van kracht worden van de herziene opvangrichtlijn op 12 juni 2026 is de bepaling met betrekking tot toegang tot onderwijs verkort van uiterlijk binnen drie maanden, naar uiterlijk binnen twee maanden vanaf de datum waarop het asielverzoek is ingediend, rekening houdend met schoolvakanties.
86 Het Kinderrechtenverdrag (artikel 31) erkent het recht van kinderen op rust, vrije tijd en deelname aan recreatieve activiteiten. De Opvangrichtlijn (artikel 23) verplicht de lidstaten minderjarige asielzoekers een levensstandaard te bieden ‘die past bij hun fysieke, geestelijke, spirituele, morele en sociale ontwikkeling’. Zij moeten kunnen deelnemen aan vrijetijdsactiviteiten, met inbegrip van spel en recreatieve activiteiten die passen bij hun leeftijd, en aan activiteiten in de open lucht. 87 De Opvangrichtlijn (artikel 24) schrijft voor dat alleenstaande kinderen zo snel als mogelijk moeten worden bijgestaan door een vertegenwoordiger die deskundig is en die handelt vanuit van het belang van het kind. 88 Het Kinderrechtenverdrag (artikel 24) stelt dat elk kind heeft recht op de best mogelijke gezondheid en op gezondheidszorgvoorzieningen. 89 De Opvangrichtlijn (artikel 19) verplichten staten om adequate gezondheidszorg te bieden aan kinderen, inclusief psychologische ondersteuning. 90 Het recht op mentale gezondheidszorg wordt in de hervormde Opvangrichtlijn expliciet benadrukt (artikel 19)., zie Opvangrichtlijn 2024/1346/EU. Opvangrichtlijn op 12 juni 2026 is deze maximale termijn terug gebracht tot twee maanden.85 Daarnaast dienen aan kinderen recreatieve activiteiten86 en begeleiding87 te worden aan geboden.
Die zijn cruciaal voor hun mentale veiligheid in de opvang, maar ook voor hun sociaalemotionele ont wikkeling op de lange termijn. Medische zorg Volgens het Kinderrechtenverdrag heeft ieder kind in Nederland recht op een zo goed mogelijke gezondheid en op de best mogelijke gezondheidszorg.88 De Opvangrichtlijn bepaalt dat kinderen, vanaf het moment waarop hun asiel aanvraag is ingediend, toegang moeten hebben tot medische zorg en de noodzakelijke behandelingen.89 Kinderen op elke opvang locatie hebben recht op toegang tot laagdrempelige, kind gerichte en adequate medische zorg voor hun fysieke en mentale gezondheid.90 Stabiliteit Zowel het Kinderrechtenverdrag als de Opvangrichtlijn benadrukken het belang van stabiliteit en continuïteit in de leefwereld van kinderen. Verhuizingen moeten tot een Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 45 minimum worden beperkt ten behoeve van continuïteit in de zorg, de opvoeding en het onderwijs.91 Besluiten over overplaatsingen of wijziging van opvanglocatie moeten daarom altijd zorgvuldig worden afgewogen, waarbij het belang van het kind centraal staat en moet worden meegenomen in het besluitvormingsproces.92 In figuur 7 zijn deze risicogebieden visueel weergegeven.
91 Het Kinderrechtenverdrag waarborgt het recht van minderjarige vluchtelingen op continuïteit in zorg en opvoeding (artikel 22). In het verdrag is tevens vastgelegd dat de overheid de verantwoordelijkheid heeft om de rechten van kinderen te waarborgen als ouders niet in staat zijn dat te doen (artikel 5). 92 Het Kinderrechtenverdrag (artikel 3) bepaalt dat bij alle maatregelen die kinderen betreffen de belangen van het kind de eerste overweging dienen te vormen, ongeacht de vraag welke partij die maatregelen neemt. Ook in de Opvangrichtlijn (artikel 23, lid 1) is vastgelegd dat de lidstaten zich bij de uitvoering van de bepalingen van deze richtlijn die betrekking hebben op minderjarigen primair laten leiden door het belang van het kind. In elk van de risicogebieden bestaat de mogelijkheid dat risico’s niet worden beheerst. Elk onvoldoende beheerst risico kan een veiligheidstekort veroorzaken. Bijvoorbeeld: in het risicogebied persoonlijke ontwikkeling bestaat het risico dat kinderen langer dan drie maanden niet naar school kunnen gaan. Als dit risico niet wordt beheerst, en kinderen daadwerkelijk niet naar school gaan, is er sprake van een veiligheidstekort. Het model laat tegelijkertijd zien hoe zes risicogebieden elkaar kunnen beïnvloeden.
Bijvoorbeeld: in het risicogebied ‘stabiliteit’ bestaat het risico op veel verhuizingen, wat in het risico gebied ‘persoonlijke ontwikkeling’ het risico verhoogt dat kinderen langer dan drie manden niet naar school gaan. Elk risico kan op zich al een veiligheidstekort opleveren, maar het is vooral de opeenstapeling van deze tekorten waardoor kinderen in een onveilige situatie leven. In het dagelijks leven van kinderen stapelen deze tekorten zich op en versterken ze elkaar. Deze ‘opeenstapeling’ is meer dan de som der delen; de veiligheidsrisico’s worden erdoor geïntensiveerd. Daar komt bij dat de impact van deze veiligheidsrisico’s moeten worden gezien door de bril van langdurig verblijf. Zoals tabel 1 in paragraaf 2.3 toont, worden noodopvanglocaties niet slechts ingezet voor kortdurend verblijf; kinderen verblijven er structureel voor langdurige periodes. De impact van blootstelling aan veiligheidsrisico’s neemt toe naarmate kinderen er langer aan worden blootgesteld. In paragraaf 3.4 illustreren we hoe deze opeenstapeling en het langdurige verblijf doorwerken in het dagelijks leven van kinderen in de noodopvang. Figuur 7: Model van veiligheid met zes risicogebieden (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid). huisvesting noodopvanglocatie risicogebieden sociale omgeving medische zorg stabiliteit autonomie en privacy persoonlijke ontwikkeling
Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 46 3.2 Risico’s in de noodopvang Aan de hand van casuïstiek beschrijft deze paragraaf hoe de risico’s binnen de zes risicogebieden zich manifesteren in de dagelijkse werkelijkheid van kinderen in de noodopvang. Wij gaan zowel in op de situatie van kinderen die in gezinsverband in de opvang verblijven als op de situatie van alleenstaande kinderen die op COAnoodopvanglocaties verblijven (alleenstaande kinderen tussen de 15 en 18 jaar oud). Toelichting bij de casuïstiek De casussen, foto’s en citaten in dit hoofdstuk komen uit het photo voiceproject dat de Onderzoeksraad op zeven nood opvang locaties heeft uitgevoerd. Photovoice is een participatieve onderzoeksmethode waarbij kinderen foto’s maken van hun leefwereld, en hier vervolgens in groeps verband over in gesprek gaan met de onderzoekers. De kinderen die aan het woord komen, spraken tijdens de gesprekken in de meeste gevallen hun moedertaal. De casussen geven hun persoonlijke ervaringen weer. Ter bescherming van de privacy van deze kinderen is gebruik gemaakt van pseudoniemen. Omwille van de leesbaarheid zijn de verhalen waar nodig taalkundig gecorrigeerd en/of geparafraseerd. Voor een toelichting op de casusselectie: zie de onderzoeks verantwoording in bijlage A .
Figuur 8: Foto: deelnemers aan een photovoice-sessie (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid). Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 47 Figuur 9 (linksboven): Kamer op een schip met een raam dat niet open kan (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid). Idris (12 jaar) en Omar (13 jaar) wonen met hun twee jongere broertjes en hun beide ouders op een groot schip dat al jaren wordt ingezet als noodopvanglocatie. Er verblijven ongeveer vijftienhonderd mensen. De hutten zijn erg smal en slechts geschikt voor twee personen. Er kunnen alleen bedden staan. Er is een uitklaptafel, maar geen ruimte om een stoel te plaatsen. Het gezin waar Idris en Omar deel van uitmaken verblijft noodgedwongen verspreid over drie verschillende kamers, allemaal op dezelfde gang. ‘De kamer van onze moeder heeft wel een raam, maar dat kan niet open, dus er is nooit frisse lucht.’ Omar vertelt: ‘mijn moeder slaapt met mijn jongste broertje, die is drie jaar oud. Mijn vader slaapt met ons andere broertje van zeven jaar oud. Ik en Idris slapen alleen op een kamer. Soms proberen wij toch bij onze moeder te slapen, allemaal op één kamer.’ Idris vult aan: ‘de meeste kamers hier hebben geen raam, geen daglicht. De kamer van onze moeder heeft wel een raam maar dat kan niet open, dus er is nooit frisse lucht’.
Figuur 10 (rechtsboven): Kamer op een schip zonder raam (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid). Figuur 11 (rechtsonder): Kamer op een schip zonder raam (bron: foto genomen door een kind in het photovoice- project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). 3.2.1 Huisvesting Wonen op een schip Idris & Omar
Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 48 Idris en Omar zijn twee van de vele kinderen die de Onderzoeksraad heeft gesproken die langdurig werden opgevangen op groot schalige passagiersschepen. Het COA en gemeenten zetten naast schepen ook gebouwen in als noodopvanglocatie, zoals leegstaande kantoorpanden, sport of evenementenhallen en hotels. Daarnaast kunnen tenten en tijdelijke mobiele units worden ingezet voor noodopvang. In een poging om ruimtes voor langere tijd bewoonbaar te maken voor grotere groepen mensen, worden vaak aanpassingen gedaan. Zo bezocht de Onderzoekraad noodopvanglocaties waar in grote hallen kamers waren gecreëerd door middel van dunne schotten. Ondanks dergelijke aanpassingen constateert de Onderzoeksraad dat de fysieke omstandigheden op de bezochte locaties niet geschikt zijn om kinderen langdurig te laten wonen en opgroeien. Gevaren in de fysieke omgeving De locatie van de noodopvang en de fysieke eigenschappen van de omgeving kunnen voor kinderen risico’s met zich meebrengen. De Onderzoeksraad bezocht onder andere noodopvang op schepen, waar open water een risico vormde voor kinderen van wege verdrinkingsgevaar. Andere locaties hadden geen veilige moge lijk heden om buiten te spelen en lagen vlak naast een drukke autoweg.
In sommige gebouwen vormden gevaarlijke trappen en slecht afsluitbare buitenruimtes een risico. Tijdens de locatiebezoeken sprak de Onderzoeksraad ouders die aangaven dat zij hun kinderen, vanwege dergelijke risico’s, op de gezinskamer hielden. Samir (17 jaar), alleenstaand kind: ‘Er zitten tralies voor de ramen. Het raam kan ook niet open. Elke dag als ik de tralies zie, denk ik: waar ben ik? De tralies alleen al, wat heb ik gedaan om dat te verdienen?’ Figuur 12: Raam met tralies in een amv-noodopvanglocaties (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 49 Ook inspectiediensten93, de Kinderombudsman en de Nationale ombudsman94 en VluchtelingenWerk Nederland95 hebben de afgelopen jaren expliciet gewezen op de risico’s van het huisvesten van kinderen op schepen en in omgebouwde kantoorpanden, leegstaande hotels en sport en evenement hallen. In hun aanbevelingen stelden deze partijen dat kinderen niet meer zouden moeten worden opgevangen op de meest onveilige locaties, zoals op schepen of in grote hallen. Het COA vindt schepen geen geschikte opvanglocatie voor kinderen. In de praktijk vangt het COA daar toch kinderen op.
Volgens het COA verbleven er in maart 2025 505 kinderen op schepen,96 zoals de casus van Idris, Omar en hun broertjes illustreert (zie ook paragraaf 4.1.3). Het COA en gemeenten zijn zich bewust van dergelijke veiligheidsrisico’s. Zij proberen hier onder andere op in te spelen door kinderen zwemles aan te bieden en voorlichting te geven over de gevaren van brand, verkeer en open water. In het voorjaar van 2025 zette het COA een enquête uit bij alle azc’s en noodopvanglocaties waar kinderen verbleven om zicht te krijgen op de leef en verblijfsomstandigheden.97 Een analyse van de data uit de enquête door de Onderzoeksraad98 toont dat op veel noodopvanglocaties voor alleenstaande kinderen (89%) voorlichting wordt verzorgd over veiligheid. Slechts op één locatie 93 Inspectie Justitie en veiligheid en Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd, Signaalbrief aan de staatssecretaris: Kinderen in de noodopvang, 16 juni 2022; Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs en de Nederlandse Arbeidsinspectie, Brief ‘Kinderen in de noodopvang en crisisnoodopvang’, 19 april 2023; Inspectie van Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs, Brief ‘Verbetermaatregelen noodopvang: situatie kinderen onveranderd zorgelijk’, 17 juli 2025. 94 Kinderombudsman en Nationale ombudsman, De crisis voorbij.
Naar een menswaardige opvang van asielzoekers vanuit mensenrechten en kinderrechtelijk perspectief, 27 juni 2023. 95 VluchtelingenWerk Nederland, Tweede QuickScan leefomstandigheden noodopvang asielzoekers, maart 2022; VluchtelingenWerk Nederland, Gevlucht en Vergeten? Leefomstandigheden in de (crisis)noodopvang voor asielzoekers, 7 september 2023. 96 Het aantal kinderen op schepen is opgevraagd bij het COA. 97 Kamerstukken II 202526, 19 637, nr. 3474. Zie ook: COA, Infographic - Inventarisatie leef- en verblijfsomstandigheden van kinderen en alleenstaande kinderen (amv) in de asielopvang van het COA, september 2025. 98 Zie bijlage F waarin een methodologische verantwoording is opgenomen van het gebruik van data uit de enquête uitgevoerd door COA. wordt geen enkele vorm van voorlichting verzorgd. Voor kinderen op reguliere locaties is de voorlichting gebrekkiger; op 42% van de locaties wordt helemaal geen voorlichting gegeven, en slechts op 13% van de locaties wordt voorlichting gegeven over alle drie de bovengenoemde punten. Figuur 13: De schotten in deze noodopvang zijn niet stevig. Verschillende ouders en kinderen vertellen tijdens gesprekken met de Onderzoeksraad dat deze schotten zijn omgevallen tijdens het spel van enkele kinderen (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid).
Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 50 Kamers voldoen niet aan de eisen De Onderzoekraad zag in verschillende noodopvanglocaties privékamers met tekortkomingen. Hoewel de Opvangrichtlijn voorschrijft dat gezinnen niet mogen worden opgesplitst99 en dat kinderen toegang moeten hebben tot een afsluitbare kamer waar zij met hun gezinsleden kunnen overnachten, laat de casus van Idris en Omar zien dat gezinsleden in een noodopvang met zeer kleine kamers toch worden gescheiden. Privékamers voldeden wat betreft oppervlakte vaak niet aan de Europese minimumnormen (minimaal vier vierkante meter per persoon).100 Kamers hadden bijvoorbeeld geen natuurlijk licht, geen raam, geen plafond (kamers tussen schotten), geen afsluitbare deur of slechte ventilatie. Naast de standaard aanwezige (stapel)bedden en lockers boden de kamers in de door de Onderzoeksraad bezochte locaties niet altijd ruimte voor meubilair of persoonlijke bezittingen, of waren eigen bezittingen vanwege brandveiligheid niet toegestaan.
Dergelijke inbreuken op Europese minimumnormen101 zijn al eerder geconstateerd, bijvoorbeeld door VluchtelingenWerk Nederland.102 Uit data verkregen via het COA blijkt dat op 14 procent van de nood opvanglocaties kinderen en hun gezinsleden geen afge sloten privéruimte hadden om samen te overnachten.103 Dit ging in totaal om 785 kinderen. 99 De Opvangrichtlijn (artikel 12) verplicht lidstaten de ‘eenheid van gezin’ te waarborgen. 100 Deze basisnormen zijn gebaseerd op de Europese Opvangrichtlijn (2013) en de interpretatie daarvan via het EASOrichtsnoer van het Europees Asielagentschap (EUAA, voormalig EASO). Bron: Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA, voormalig EASO). Het EASOrichtsnoer voor opvangvoorzieningen: operationele normen en indicatoren. 2018. 101 Het gaat hier om minimumeisen gebaseerd op de Europese Opvangrichtlijn (2013) en de interpretatie daarvan via het EASOrichtsnoer van het Europees Asielagentschap (EUAA, voormalig EASO). 102 VluchtelingenWerk. Gevlucht en vergeten? Leefomstandigheden in de (crisis)noodopvang voor asielzoekers, 7 september 2023. 103 Analyse Onderzoeksraad van opgevraagde COAdata naar aanleiding van een door het COA uitgevoerd enquête. Zie bijlage F voor de methodologische verantwoording. Figuur 14: Hotelkamer voor vier bewoners: vader, moeder, dochter (4 jaar), en neef (15 jaar).
Dit is een slaapkamer, badkamer, woonkamer en studiekamer ineen (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid). Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 51 Emin (12 jaar) en zijn broer Sinan (13 jaar) verblijven met hun ouders in een hotel dat in gebruik is als noodopvang. Tijdens de photovoicework shop vertellen de broers dat er binnen weinig speelruimte is in het hotel, en ook de buiten ruimte is beperkt. Naast de ingang van het hotel staat een picknickbank, die de jongens voor de work shop fotograferen. Sinan: ‘Dit is de enige plek buiten, maar de mannen staan daar altijd te roken. Wij zouden ook graag een plek hebben om buiten te zitten’. ‘Dit is de enige plek buiten, maar de mannen staan daar altijd te roken. Wij zouden ook graag een plek hebben om buiten te zitten.’ Figuur 15: Een picknickbank bij de ingang van een noodopvanglocatie in een hotel (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). Ruimtegebrek Door het tekort aan opvangplaatsen, zo blijkt uit gesprekken met COAprofessionals, worden in nieuw te openen nood op vang locaties meer mensen geplaatst dan het geval zou zijn in een reguliere locatie.
De hoge bezetting leidt tot onvoldoende privacy, druk op sanitaire voorzieningen, veel geluidsoverlast en een tekort aan gemeenschappelijke ruimtes waar kinderen ongestoord kunnen rusten, spelen of huiswerk maken. De beperkte ruimtes die beschik baar zijn voor ontspanning, spel en huiswerk moeten kinderen delen met volwassen medebewoners. Tijdens de locatiebezoeken trof de Onderzoeksraad kinderen aan die speelden in gangen of op trappen. Uit data die het COA in het voorjaar van 2025 verzamelde, blijkt dat 24 procent van de noodopvanglocaties waar kinderen in gezins verband verblijven niet beschikte over een geschikte binnenruimte waar kinderen kunnen spelen. Dat treft 1.170 kinderen.104 Van de noodopvanglocaties waar alleenstaande kinderen wonen, heeft 17 procent geen geschikte binnenruimte. Dat treft 148 kinderen. Daarnaast hebben in totaal 811 kinderen in de noodopvang (kinderen in gezinsverband en alleenstaande kinderen) geen moge lijkheid om buiten te spelen. Zij wonen bijvoorbeeld in hotels gelegen in een stadscentrum of aan de snelweg. Het gaat om 23 procent van de locaties waar kinderen in gezinsverband leven, en 19 procent van de noodopvanglocaties voor alleenstaande kinderen. 104 Analyse Onderzoeksraad van opgevraagde COAdata naar aanleiding van een door het COA uitgevoerd enquête. Zie bijlage F voor de methodologische verantwoording.
Wonen in een hotelkamer Emin & Sinan
Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 52 Hygiëne en sanitaire voorzieningen voldoen niet De hygiëne in noodopvanglocaties met gedeelde sanitaire voor zieningen schiet naar het oordeel van de Onderzoeksraad structureel tekort. Net als de meeste voorzieningen in de nood opvang is het sanitair niet geschikt voor intensief gebruik gedurende een langere periode. In gesprekken op meerdere locaties geven ouders en kinderen aan dat er sprake is van gebrekkig onderhoud en onhygiënische voorzieningen. Zo vertellen zij dat toiletten en douches vaak ‘vies’ of defect zijn, ondanks het feit dat bewoners vertellen zelf ook hun handen uit de mouwen te steken om hun leefomgeving schoon te houden. Waar bewoners eigen sanitaire voorzieningen hebben, zijn hygiënestandaarden vaak hoger. Die voorzieningen worden als ‘schoon’, toegankelijk en comfortabel ervaren, zowel door kinderen als door ouders die wij spraken. In noodopvang die gevestigd is in kantoorpanden en hallen zijn vaak extra toiletten geïnstalleerd. Soms ook buiten, waardoor ze met name voor jonge kinderen en moeders met baby’s minder goed toegankelijk zijn. Zowel kinderen als ouders die wonen in dergelijke locaties vertellen dat zij de sanitaire voorzieningen ervaren als onveilig, omdat ze onvoldoende privacy bieden.
Kinderen maken duidelijk dat zij vooral ’s nachts niet alleen naar het toilet durven, wanneer dat zich buiten of op grote afstand van de privékamers bevindt. Ouders stellen dat zij hun kinderen altijd proberen te begeleiden. Net als veel andere voorzieningen in de nood opvang is het sanitair niet ontworpen voor langdurig en intensief gebruik. Tijdens gesprekken op verschillende locaties geven zowel ouders als kinderen aan dat het onderhoud tekortschiet en dat de sanitaire voor zieningen vaak onhygiënisch zijn. Ouders geven aan dat zij telkens het toilet moeten schoonmaken voordat hun kind er gebruik van kan maken. Voor jonge kinderen kan het lastig zijn om te wachten totdat het toilet schoon is. ‘Zoveel mensen laten het toilet vies achter. Mijn broertje weigert zijn tanden te poetsen, hij moet ervan walgen.’ Meerdere kinderen hebben foto’s gemaakt om de onhygiënische omstandigheden in de opvang vast te leggen. Maysoen (15 jaar) vertelt bij de foto: ‘Zoveel mensen laten het toilet vies achter. Mijn broertje is acht jaar oud en hij weigert zijn tanden te poetsen, hij moet ervan walgen’. Figuur 16: Onhygiënisch gedeeld toilet (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid).
Figuur 18: Onhygiënische gedeelde sanitaire voorzieningen, geplaatst in een evenementenhal (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). Figuur 17: Afval in de gemeen- schappelijke keuken (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). Gebrekkige hygiëne Maysoen
Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 53 De combinatie van ongeschikte huisvesting, overbezetting en gebrekkige hygiëne leidt ertoe dat infectieziekten, huidproblemen en andere hygiënegerelateerde problemen makkelijker ontstaan, of pas in een laat stadium worden gesignaleerd.105 De Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, landelijke expertisecentrum Pharos en VluchtelingenWerk Nederland constateerden tussen 2021 en 2023 meermaals dat de sanitaire 105 VluchtelingenWerk Nederland, Toelichting kort geding en situatieschets noodopvang, augustus 2022; VluchtelingenWerk Nederland, Gevlucht en Vergeten? Leefomstandigheden in de (crisis)noodopvang voor asielzoekers, 7 september 2023. 106 Dokters van de Wereld, Pharos, Rode Kruis, Zorgen in tijden van crisis: gezondheidszorg in de crisisnoodopvang, juni 2023; VluchtelingenWerk Nederland, Toelichting kort geding en situatieschets noodopvang, augustus 2022; VluchtelingenWerk Nederland, Gevlucht en Vergeten? Leefomstandigheden in de (crisis) noodopvang voor asielzoekers, 7 september 2023. Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs en de Nederlandse Arbeidsinspectie, Brief ‘Kinderen in de noodopvang en crisisnoodopvang’, 19 april 2023.
107 Pharos is het Landelijk expertisecentrum dat zich inzet voor het terugdringen van grote gezondheidsverschillen in Nederland. 108 Pharos, Dokters van de Wereld, Rode Kruis. Uitzichtloos in de opvang. Vervolgonderzoek naar gezondheidszorg en leefomstandigheden in de tijdelijke gemeentelijke opvang, december 2024. voorzieningen op verschillende noodopvanglocaties wat betreft hygiëne niet voldeden aan de minimale humanitaire eisen.106 In het vervolgrapport Uitzichtloos in de opvang (december, 2024) bevestigt Pharos107 dat, ondanks enkele verbeteringen, de leefomstandigheden – en de sanitaire hygiëne – op veel tijdelijke locaties nog steeds ver onder de norm liggen.108 Structurele tekortkomingen op het gebied van hygiëne en sanitaire voorzieningen versterken de risico’s voor de gezondheid en het welzijn van kinderen. Met name moeders met baby’s en peuters, zwangere vrouwen en kinderen met een medische problematiek ervaren de belemmeringen van vies en ontoereikend sanitair. Een moeder vertelt dat haar kindje van vier jaar niet in staat was om naar het grote toilet te gaan, omdat de toiletten op de verdieping waar ze woonde nat en vies waren. Dit probleem werd urgenter omdat de kleuter naar de basisschool zou gaan en daarop voorbereid moet worden. Ze moest met haar kleuter steeds de trap op naar een schoon toilet op een andere verdieping.
Een moeder op een andere locatie vertelt dat haar zoontje van zeven jaar vanwege de onhygiënische omstandigheden weigerde zijn tanden te poetsen en weer in zijn broek plaste. Met kleuters naar het toilet Figuur 19: Sanitair in een container, waar kinderen door de buitenlucht naar toe moeten om naar het toilet te gaan of te douchen (bron: verkregen van de uitvoerende organisatie van deze noodopvanglocatie (TGO)). Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 54 Het Kinderrechtenverdrag noemt voldoende privacy en autonomie noodzakelijke voorwaarden voor het waarborgen van een (mentaal) veilige omgeving voor kinderen. In veel noodopvanglocaties wordt aan deze voorwaarden niet voldaan. Net als veel andere kinderen en jongeren die de Onderzoeksraad sprak, schetste Jasmina hoe haar leven in de noodopvang gekenmerkt werd door een gebrek aan privacy. Kinderen hebben geen mogelijkheid zich terug te trekken. Hun leven, en dat van hun gezinsleden, speelt zich noodgedwongen af tussen vier muren. Hierdoor nemen spanningen toe. Daarnaast ervaren kinderen een groot verlies van controle, autonomie en zelfbeschikking. Voor vrijwel elk onderdeel van het dagelijks leven bestaan strikte regels en vaste routines waarop zij geen invloed hebben.
De combinatie van continue nabijheid van anderen, gebrek aan persoonlijke ruimte en beperkte autonomie leidt bij kinderen structureel tot gevoelens van stress, machteloosheid en voortdurende alertheid. Gebrek aan privacy: nooit alleen kunnen zijn Uit de bezoeken aan noodopvanglocaties blijkt dat kinderen, zoals Jasmina, weinig tot geen persoonlijke ruimte hebben. Zij wonen, spelen, slapen en leren in één kamer die zij delen met het hele gezin. Ook buiten de eigen kamer zijn er altijd volwassen medebewoners met wie rekening moet worden gehouden. Hierdoor nemen spanningen toe. De Onderzoeksraad zag bijvoorbeeld hoe in grote evenementhallen honderden personen, onder wie veel jonge kinderen, dicht op elkaar tussen schotten woonden. Ruimtegebrek, en de daarbij horende ervaring van voortdurende stress en geluidsoverlast zoals beschreven in paragraaf 3.2.1, raakten hier aan het gebrek aan privacy. Deze situatie staat haaks op internationale kinderrechten, die expliciet aangeven dat privacy een basisvoorwaarde is voor veiligheid, waardigheid en gezonde ontwikkeling. Ouders, kinderen en zorgprofessionals stellen in interviews dat het leven in een drukke omgeving, waar kinderen geen eigen plek hebben om zich terug te trekken en waar de controle over hun eigen leven beperkt is, structureel leidt tot stress en overprikkeling, angst, slaapproblemen of gevoelens van onveiligheid.
Tijdens het veldonderzoek vertelden ouders met jonge kinderen dat zij werden weggestuurd uit gemeenschappelijke ruimtes wanneer Figuur 20: Foto: een schommel naast een noodopvang locatie in een hotel (bron: foto genomen door een kind in het photovoice- project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). Jasmina (13 jaar) verblijft met haar zus, vader en moeder in een hotel dat al enkele jaren ingezet wordt als noodopvang. Er verblijven meer dan driehonderd mensen, van wie er veel leven in gezinsverband. Jasmina vertelt tijdens de photovoice workshop: ‘De kamer is klein. Als ik ruzie heb gehad met mijn zus is er gewoon geen zuurstof in de kamer. Mijn vader, mijn moeder en mijn zus, allemaal tussen vier muren. Dan ga ik soms naar deze schommel om alleen te zijn.’ ‘Soms ga ik naar deze schommel om alleen te zijn.’ Zoeken naar een plek om alleen te zijn Jasmina 3.2.2 Autonomie en privacy Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 55 hun kinderen luidruchtig waren of zich wild gedroegen. Bij gebrek aan alternatieven voelden ze zich genoodzaakt hun kinderen in de gezinskamer te houden. Kinderen beschreven hoe zij voortdurend 109 Van der Kuil, Marjolein. Structuur, steun en stabiliteit.
Mentale zorgverlening voor kinderen in de asielopvang en wat daarvoor nodig is, 2024; Werkgroep kind in azc, Noodsituatie op noodlocaties, QuickScan naar de leefomstandigheden van kinderen in de (nood)opvang, 20 juni 2022. 110 VluchtelingenWerk Nederland, Tweede QuickScan leefomstandigheden noodopvang asielzoekers, maart 2022; VluchtelingenWerk Nederland, Gevlucht en Vergeten? Leefomstandigheden in de (crisis)noodopvang voor asielzoekers, 7 september 2023. 111 Kinderombudsman en Nationale ombudsman, De crisis voorbij. Naar een menswaardige opvang van asielzoekers vanuit mensenrechten en kinderrechtelijk perspectief, 27 juni 2023 112 Inspectie Justitie en veiligheid en Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd, Signaalbrief: Kinderen in de noodopvang, 16 juni 2022; Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs en de Nederlandse Arbeidsinspectie, Brief ‘Kinderen in de noodopvang en crisisnoodopvang’, 19 april 2023. 113 VluchtelingenWerk Nederland, Tweede QuickScan leefomstandigheden noodopvang asielzoekers, maart 2022. alert zijn op geluiden, conflicten, kamercontroles, medebewoners én op het feit dat anderen altijd kunnen meekijken of luisteren. De omgeving biedt weinig bescherming tegen overprikkeling, waardoor kinderen voortdurend stress ondervinden.
Daardoor kunnen zij onvoldoende herstellen van eerdere negatieve ervaringen.109 VluchtelingenWerk Nederland,110 de Kinderombudsman en Nationale ombudsman111 en inspectiediensten112 hebben al eerder gesignaleerd dat kinderrechten met betrekking tot privacy onder druk staan in de noodopvang. Zo heeft VluchtelingenWerk Nederland benadrukt dat kinderen met name in sport en evenementenhallen onvoldoende privacy hebben, en daar dus niet meer opgevangen zouden moeten worden.113 Dat het gebrek aan privacy leidt tot verhoogde stress, spanning en gevoelens van onveiligheid binnen gezinnen, zoals de Onderzoeksraad constateerde tijdens de locatiebezoeken, wordt bevestigd in bovengenoemde verslagen van inspecties, de Kinderombudsman en Nationale ombudsman, en verschillende ngo’s (nietgouvernementele organisaties). Gebrek aan autonomie: verlies van controle over het dagelijks leven In vrijwel alle gesprekken met kinderen kwam gebrek aan auto nomie aan de orde. Zij ervaarden dat hun dagelijks leven werd bepaald door allerlei regels waar ze geen invloed op hadden, bijvoorbeeld rondom etenstijden, kamerindeling, bewegingsvrijheid, kamercontroles, persoonlijke bezittingen en toegang tot activiteiten of gemeenschappelijke ruimten. Het gebrek aan autonomie en Figuur 21: Schotten van een privéruimte sluiten niet goed aan. Er is geen plafond en de deur kan niet op slot.
Op de foto toont een vader met zijn hand dat de schotten onvoldoende afsluiten. Kinderen en jongeren ervaren de binnenruimte daardoor niet als een veilige privéruimte (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid). Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 56 keuze vrijheid lijkt met name problematisch voor adolescenten, die meer bewegingsvrijheid verwachten dan jongere kinderen. Adolescenten vertellen nauwelijks invloed te hebben op hun dagelijks leven, waardoor zij structureel gevoelens van machteloosheid en afhankelijkheid ervaren. Voor adolescenten die in hun dagelijks leven te maken hebben met onzekerheden rondom hun asielprocedure en mogelijke verhuizingen, versterkt een gebrek aan autonomie het gevoel van controleverlies. Autonomie is cruciaal voor het behoud van veerkracht, zelfvertrouwen en mentale stabiliteit. 114 Kinderombudsman en Nationale ombudsman, De crisis voorbij. Naar een menswaardige opvang van asielzoekers vanuit mensenrechten en kinderrechtelijk perspectief, 27 juni 2023. 115 Dit rapport stelt tevens dat de bevindingen ten aanzien van het niet eten door kinderen zijn bevestigd door twee kinderartsen en drie kinderpsychiaters. Bron: Kinderombudsman en Nationale ombudsman, De crisis voorbij. Naar een menswaardige opvang van asielzoekers vanuit mensenrechten en kinderrechtelijk perspectief, 27 juni 2023, p.33.
De Onderzoeksraad constateert dat kinderen worden belemmerd in hun doen en laten door de hierboven genoemde risico’s op het gebied van huisvesting. Zo verblijven kinderen in kamers waar de deur niet op slot kan, of waar ze niet zelf mogen bepalen hoe ver het raam open mag. De Kinderombudsman en de Nationale ombudsman rapporteerden in 2023 eveneens dat kinderen in de noodopvang te weinig regie hebben over hun bestaan.114 Zij signaleerden onder meer dat kinderen ‘nieteten’ inzetten als middel om nog enige controle over de situatie uit te oefenen.115 Afhankelijk van catering: niet zelf kunnen koken In de gesprekken met COAmedewerkers, medewerkers van ketenpartners, ouders en kinderen kwam het niet zelf kunnen koken structureel naar voren als de meest directe inbreuk op de autonomie. Koken gaat volgens hen niet alleen over kunnen bepalen wat je wel en niet eet, maar ook over zelfbeschikking. Niet zelf kunnen koken wordt dan ook ervaren als een inbreuk daarop, als een vorm van structurele afhankelijkheid en controleverlies. Bewoners zijn op locaties waar zij niet zelf kunnen koken drie keer per dag, op vaste tijdstippen, voor hun maaltijden volledig afhankelijk van catering. Op een van de bezochte locaties vertelden alleenstaande kinderen aan de onderzoekers dat zij ’s avonds na het sporten te laat terug waren voor het avondeten, en daardoor vaak met honger naar bed gingen.
In het voorjaar van 2025 verzamelde het COA informatie over kookgelegenheden in noodopvanglocaties. Op basis van deze data stellen we vast dat er geen eigen kookgelegenheden zijn in 40 procent van de noodopvanglocaties waar kinderen in Maysoen (17 jaar): ‘Als ik een privégesprek met mijn moeder heb, horen alle mensen op de gang dat. Als de buurman ruzie maakt met zijn vrouw, horen wij alles, elk detail. Ik kan niet eens huilen zonder dat iemand mij hoort.’ Figuur 22: Privéruimte voor vier personen tussen schotten (bron: foto genomen door een kind in het photovoice- project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 57 gezinsverband verblijven, en in 22 procent van de locaties voor alleenstaande kinderen.116 Als bewoners op noodopvanglocaties afhankelijk zijn van catering, krijgen zij minder leefgeld dan bewoners die zelf boodschappen doen voor hun maaltijd. Voor alleenstaande kinderen die niet zelf mogen koken, is het leefgeld veertien euro per week. Professionals die alleenstaande kinderen begeleiden, gaven aan dat kinderen 116 Analyse Onderzoeksraad van opgevraagde COAdata naar aanleiding van een door het COA uitgevoerd enquête. Zie bijlage F voor de methodologische verantwoording. 117 Berichtgeving hierover verscheen o.a.
bij de NOS, GGD-arts slaat alarm: asielkinderen opvang Assen zijn ondervoed en bang, 10 oktober 2024. 118 Interne brandbrief opgesteld door huisartsen van het GZA op 10 april 2025 werkzaam op opvanglocatie de Silja, een cruiseschip dat in Rotterdam ligt. (Dit document is opgevraagd door de Onderzoeksraad. Berichtgeving hierover verscheen in het NRC. Een van de grootste vluchtelingencentra is een snelkookpan van geweld en besmettelijke aandoeningen, waarschuwen artsen. 10 april 2025.) 119 Analyse van casussen opgevraagd bij Expertisecentrum Kinderen en Adolescenten Nieuw in Nederland (EKANN). 120 Kamerstukken II 202526, 19 637, nr. 3490. die niet zelf kunnen koken onvoldoende kunnen toewerken naar zelfstandigheid. Koken, boodschappen doen en omgaan met een beperkt financieel budget zijn belangrijke vaardigheden die moeten worden geleerd in het proces van volwassen worden. Catering heeft niet alleen effect op het gevoel van autonomie en controle van kinderen, het heeft ook consequenties voor hun fysieke gezondheid. In alle bezochte noodopvanglocaties waar catering aanwezig was, deden ouders hun beklag over het feit dat kinderen weinig of onvoldoende gevarieerd aten. Kinderen lusten vaak het voor hen onbekende eten niet.
Zorgprofessionals vertelden in interviews ook dat zij kinderen op consultatie zien die eenzijdige of onvoldoende voedingsstoffen binnenkrijgen, gewicht verliezen of ongezonde alternatieven eten uit de supermarkt. Deze bevindingen komen overeen met eerdere signalen. In oktober 2024 trok een GGDarts aan de bel met signalen van onder voeding bij kinderen in de noodopvang.117 In april 2025 luidden huisartsen van GZA die werkzaam zijn op een grootschalige locatie waar tweeduizend mensen worden opgevangen opnieuw de noodklok met vergelijkbare signalen.118 Ook casussen gesignaleerd door kinderartsen bij het Expertisecentrum Kinderen en Adolescenten Nieuw in Nederland (EKANN),119 en signalen die Save the Children in een Rondetafel gesprek met Tweede Kamerleden in september 2025 onder de aandacht bracht120 betroffen tekenen van ondervoeding en/of een gebrek aan essentiële voedingsstoffen bij kinderen in de noodopvang. Reza (16 jaar, alleenstaand kind): ‘De keuken (catering) is op vaste tijden open. Als ik te laat terug ben van het sporten, kan ik niet meer eten. Ik ga met honger naar bed. Deze gesloten deur is de bron van alle ontevredenheid.’ Figuur 23: De deur van de keuken in een voormalig hotel.
Alleenstaande kinderen mogen daar niet naar binnen en krijgen eten van een cateringbedrijf (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid).
Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 58 3.2.3 Sociale omgeving Zain (15 jaar) woont met zijn alleenstaande moeder en vier broers en zussen op een groot schip dat tijdelijk als noodopvang fungeert voor zo’n vijftienhonderd mensen. Het gezin deelt meerdere hutten, verspreid over de gang. De hutten zijn klein, de bedden staan tegen elkaar en er is nauwelijks ruimte om te bewegen. In de nauwe gangen en gemeenschappelijke ruimten is het vrijwel voortdurend druk. Er zijn weinig plekken waar kinderen zich kunnen terugtrekken. De drukte op het schip leidt regelmatig tot frustraties onder bewoners. Zain vertelt dat hij zich vaak onveilig voelt om over het schip of buiten op de kade rond te lopen. Regelmatig lopen de spanningen in de kantine op en leiden ze tot ruzies of opstootjes. Zain vertelt: ‘Er ontstaan veel ruzies, vooral in de eetzaal. Er was een tijd dat er dagelijks vechtpartijen waren.’ Er is constante spanning en het gebrek aan overzicht geeft hem het gevoel dat er elk moment ‘iets kan gebeuren’. Zain voelt zich verantwoordelijk voor zijn zussen. Omdat hij hen zo min mogelijk alleen wil laten op het schip, brengt Zain de meeste dagen door op zijn kleine kamer.
Hoewel hij zich probeert te concentreren op schoolwerk, merkt hij dat de voortdurende onrust en het gebrek aan veilige, rustige plekken hem moe en prikkelbaar maken. Zain droomt ervan om in een gewoon huis te wonen met zijn familie. Voor Zain is het leven op het schip vooral een kwestie van gespannen afwachten. Hoewel het gezin al te horen heeft gekregen dat zij in Nederland mogen blijven, is het nog onduidelijk wanneer zij van het schip af mogen. Zain droomt ervan om in een gewoon huis te wonen met zijn familie, en als een gewone jongen naar school te gaan. Figuur 24: Deur van een hut op een grootschalig passagiersschip (cruiseferry) dat dienst doet als nood opvang (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid). Figuur 25: Het uitzicht op het vijfde dek van het passagiersschip (bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid). Constant gevoel van onveiligheid Zain Reem (15 jaar): ‘Er wordt vaak gevochten en één keer werd er geslagen. Er was bloed. Ik was doodsbang; zoiets had ik nog nooit gezien in mijn leven. Het gebroken glas vloog naar ons toe.
Sinds ik dat heb gezien, blijf ik altijd in de buurt van mijn familie.’ Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 59 De Onderzoeksraad vernam tijdens het onderzoek op nood opvang locaties verschillende verhalen over geweld of de dreiging van geweld, conflicten en (pogingen tot) suïcide. Kinderen, zoals Zain, blijken veel incidenten van dichtbij mee te maken. Persoonlijke ervaringen, maar ook de verhalen die vaak nog lang blijven circuleren, moeten zij veelal verwerken zonder professionele begeleiding. Incidenten als de suïcide van een medebewoner drukken zwaar op het mentale welzijn van kinderen. Geweld, of de dreiging van geweld, is een min of meer vast onderdeel van hun leefomgeving. Dat tast hun gevoel van veiligheid aan. Op grond van het Kinderrechtenverdrag en de Opvangrichtlijn is de overheid verplicht zich maximaal in te spannen om kinderen, ongeacht hun verblijfsstatus of opvangplek, te beschermen tegen alle vormen van lichamelijk en geestelijk geweld.121 De Onderzoeksraad constateert dat deze beschermende bepalingen 121 Het Kinderrechtenverdrag (artikel 19) verplicht staten om kinderen te beschermen tegen alle vormen van geweld, mishandeling en verwaarlozing. in internationale wetgeving door de overheid onvoldoende worden nageleefd.
Kinderen in de bezochte noodopvanglocaties werden onvoldoende beschermd tegen risico’s en liepen daardoor een grote kans om in aanraking te komen met verschillende gradaties van conflict en verbaal, fysiek of seksueel geweld. Fysiek geweld In gesprekken met de Onderzoeksraad vertelden kinderen in de noodopvang over wat zij op het vlak van geweld hadden meegemaakt. Ook vertelden zij over de indruk die circulerende verhalen over geweldsincidenten tussen medebewoners op hen maakten. Ouders uitten bezorgdheid over de veiligheid van hun kinderen omdat zij zagen dat dit geweld effect op hen had. Verschillende kinderen vertelden tijdens de photovoice gesprekken dat zij zich door de dreiging van geweld onveilig voelden en hun dagritme hadden aangepast, bijvoorbeeld door voortdurend in de kleine gezinskamer te zitten of nooit alleen rond te lopen. Ouders gebruikten soortgelijke strategieën, en proberen hun kinderen te allen tijde te begeleiden naar de sanitaire voorzieningen. Conflicten, agressie en fysiek geweld komen niet uitsluitend voor in de noodopvang. Toch stelde de Onderzoeksraad tijdens het onderzoek vast dat een aantal risicoverhogende factoren kinderen in de noodopvang enerzijds kwetsbaarder maakt, en anderzijds de kans vergroot dat zij worden blootgesteld aan dergelijke vormen van geweld.
Door de combinatie van ondermaatse leefomstandigheden, voortdurende spanning en het gegeven dat mensen dicht op elkaar leven, kunnen meningsverschillen en ruzies snel uit de hand lopen. Uit interviews met medewerkers en ouders blijkt dat conflicten vaak beginnen met onenigheid over triviale onderwerpen: klachten rond de
Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 60 schoonmaak, het gebruik van collectieve ruimtes, eetgewoontes of geluidsoverlast. Daar zitten veelal problemen onder zoals stress over asielprocedures, trauma’s, onzekerheid over de toekomst en over familieleden, en frustraties over de slechte leefomstandigheden. Het WODC benoemt in een recent onderzoek verschillende factoren die leiden tot crimineel en overlastgevend gedrag van COAbewoners van zowel reguliere locaties als van noodopvanglocaties.122 Het rapport benadrukt dat overlast en geweld voortkomen uit een combinatie van factoren, waaronder factoren gerelateerd aan de structurele inzet van noodopvang (zoals regelmatige verhuizingen), en factoren gerelateerd aan de specifieke leefomstandigheden in opvanglocaties (zoals het ontbreken van zorg of dagbesteding, stressfactoren, fysieke kenmerken van de opvang en een hoge caseload bij begeleiders).123 122 Wetenschappelijk onderzoek en datacentrum (WODC). Wat hen beweegt. Factoren die bijdragen aan overlast en criminaliteit buiten COA-opvang, 2025. 123 Wetenschappelijk onderzoek en datacentrum (WODC). Infographic: Factoren die bijdragen aan overlast en criminaliteit uiten COA-opvanglocaties. 2025. Het ontbreken van veilige en voor kinderen gereserveerde ruimtes vergroot de kans dat kinderen getuige worden van geweld.
Door de zeer kleine privékamers en het gebrek aan kindvriendelijke ruimtes hangen kinderen vaker rond in gangen of in gemeenschappelijke ruimtes, waar zij vervolgens mogelijk getuige zijn van incidenten. Tijdens het veldonderzoek vertelden kinderen en hun ouders dat zij regelmatig ruzies of geweld tussen volwassenen meemaken, bijvoorbeeld in het restaurant of op de gangen, en dat zij zich hierdoor onveilig voelen. Salim (17 jaar), alleenstaande jongere: ‘Er was hier laatst een ruzie met een mes. Ik was die avond niet hier, maar ik hoorde de verhalen en dat is wel heftig om te horen.’
Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 61 Cijfers laten zien dat op noodopvanglocaties waar kinderen verblijven regelmatig incidenten met fysiek of (non)verbaal geweld en agressie voorkomen, net als op reguliere locaties.124 Hoewel deze cijfers niet laten zien tot in hoeverre individuele kinderen daadwerkelijk aan dergelijke incidenten worden blootgesteld (als slachtoffer of omstander), wijzen zij erop dat kinderen in hun dagelijks leven het risico lopen met geweld geconfronteerd te worden. 0 5 10 15 20 25 20252023 20242022 - Reguliere opvang - Noodopvang Figuur 26: Relatief aantal geregistreerde agressie- en geweldsincidenten per honderd bedden op opvanglocaties in beheer bij het COA waar kinderen in gezinnen verblijven (cijfers van aanmeldcentrum Ter Apel en opvanglocatie Budel zijn niet meegenomen in de analyse). 124 Analyse Onderzoeksraad van kwantitatieve data opgevraagd bij het WODC over incidenten op COAopvanglocaties. Zie bijlage F waarin een methodologische verantwoording is opgenomen voor deze data. 125 Het gaat hierbij om fysiek of (non)verbaal geweld of agressie tegen personen op de locatie waar zij woonden. 126 Er wordt expliciet gesproken over COAnoodopvanglocaties. Tijdelijke gemeente lijke opvanglocaties worden niet meegenomen in deze cijfers, omdat registratie van incidenten vaak onvolledig is.
Daarnaast zijn bij boven staande voorbeelden het aanmeldcentrum Ter Apel en opvanglocatie Budel niet meegenomen bij de groep reguliere locaties, vanwege de unieke kenmerken van deze locaties (grootschalig, opvang doelgroepen met bepaalde procedurele statussen). 127 Doordat er meer toezicht is op amvlocaties is het aantal geregistreerde incidenten relatief hoog. In 2025 zijn er in totaal 2.765 agressie en geweldsincidenten125 op COAnoodopvanglocaties geregistreerd.126 Om rekening te houden met de bewonersaantallen is in Figuur 26 weergegeven hoeveel gewelds of agressie incidenten per 100 bedden zijn geregistreerd in zowel de noodopvang als de reguliere opvang. 0 20 40 60 80 100 120 140 160 180 200 2025202420232022 - Reguliere opvang - Noodopvang - Reguliere opvang - Noodopvang Figuur 27: Relatief aantal geregistreerde agressie- en geweldsincidenten per honderd bedden op opvanglocaties in het beheer van het COA waar alleen- staande kinderen (amv) verblijven (cijfers van aanmeldcentrum Ter Apel en Budel zijn niet meegenomen in de analyse).
Wat betreft de opvang van alleenstaande kinderen laat de data zien dat in de noodopvang in 2025 in totaal 1730 agressie en gewelds incidenten werden geregistreerd.127 In Figuur 27 is Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 62 weergegeven hoeveel gewelds of agressie incidenten per 100 bedden zijn geregistreerd voor amvnoodopvang en reguliere amvopvang. Zelfbeschadigend gedrag, waaronder zelfverwonding en suïcidaal gedrag Begeleiders op opvanglocaties voor alleenstaande kinderen vertelden de Onderzoeksraad dat kinderen regelmatig suïcidale gedachten hebben, en dat suïcidepogingen onder deze doelgroep regelmatig voorkomen. Cijfers verkregen via het WODC bevestigen regelmatig voorkomend zelfbeschadigend gedrag onder alleenstaande kinderen, zowel in de reguliere opvang als in de noodopvang (zie bijlage F voor methodologische verantwoording van de gebruikte data). In de amvnoodopvang werden in 128 COA, Geregistreerde COA en Politie meldingen op en rondom COA opvanglocaties, 2015. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg672482.pdf [laatst geraadpleegd op 30 juni 2026].
2025 70 meldingen gedaan van ‘verbale dreiging met suïcide’ en 110 meldingen van ‘zelfdestructieve acties’, waaronder in de incidentregistratie onder andere zelfverwonding, verbranding en pogingen tot suïcide worden verstaan.128 In 2022, 2023 en 2024 werden er in de noodopvang respectievelijk 20, 60 en 100 meldingen gedaan van ‘verbale suïcidedreiging’ en 40, 80 en 115 meldingen van ‘zelfdestructieve acties’. Op verschillende opvanglocaties die de Onderzoeksraad bezocht, was in de periode vóór het onderzoek sprake geweest van een suïcidepoging. Die pogingen hadden een zware impact op alle betrokken medewerkers en bewoners (volwassenen en kinderen). Tijdens het onderzoek werden geen suïcidepogingen genoemd waar kinderen in gezinsverband als directe slachtoffers bij betrokken waren. Wel kregen deze kinderen indirect veel mee over suïcideincidenten bij medebewoners in de noodopvang, omdat daar verhalen over rondgingen. Vrijwel alle ouders die de Onderzoeksraad sprak, deelden hun zorgen over de merkbaar schadelijke gevolgen voor hun kinderen van de incidenten en de verhalen daarover. Omar (13 jaar): ‘Er hangen overal camera’s, maar toch voelen we ons niet veilig hier.’ Figuur 28: Foto van een beveiligings camera (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid).
Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 63 Seksueel grensoverschrijdend gedrag Kinderen in de door onderzoekers bezochte noodopvanglocaties liepen het risico op confrontatie met seksueel grensoverschrijdend gedrag, zo constateert de Onderzoeksraad. Dit gedrag varieerde van ongepaste opmerkingen tot pogingen tot misbruik. Op een van de locaties waren serieuze signalen van kinderen over seksuele intimidatie en seksueel geweld. Kinderen vertelden dat ze bang waren. Ze voelden zich onveilig door de verhalen die in de opvang de ronde deden, maar ook omdat zij zelf met seksueel grensoverschrijdend gedrag waren geconfronteerd. Enkele jonge meiden vertelden dat zij voortdurend op hun hoede waren en dat zij hun dagritme hadden aangepast. Zij bleven bijvoorbeeld vooral op hun kleine kamer of zorgden ervoor dat ze nooit alleen rondliepen. Een jongen van vijftien vertelde dat hij zich, vanwege het risico op seksueel grensoverschrijdend gedrag, verantwoordelijk voelde voor de veiligheid van zijn zussen en zijn moeder. Zijn zussen lopen altijd met een familielid mee om risico’s op ongewenst gedrag te verkleinen.
Ook in een brandbrief die huisartsen van het GZA in het voorjaar van 2025 schreven naar aanleiding van hun ervaringen op een grootschalige COA opvanglocatie gevestigd op een schip, wordt melding gemaakt dat er vermoedens zijn van misbruik van kinderen onderling en dat jonge vrouwen zich niet veilig voelen.129 129 Enkele huisartsen van GZA schreven op 10 april 2025 een intern bedoelde brandbrief over de onveilige en onhygiënische situatie op het opvangschip de Silja (Rotterdam), waar ongeveer 2000 statushouders verblijven, waaronder veel kinderen. De brandbrief is opgevraagd door de Onderzoeksraad. Delen van deze brief zijn gepubliceerd in het NRC (NRC, Een van de grootste vluchtelingencentra is een snelkookpan van geweld en besmettelijke aandoeningen, waarschuwen artsen. 10 april 2025). Sakir (12 jaar) vertelt: ‘Ze kwamen en begonnen mij lastig te vallen. Ze deden slechte dingen en kwamen dicht bij mij en hebben me aangeraakt (wijst naar zijn billen). Ze zeiden: ‘Kom met mij mee naar de kamer’. Ze zeiden dat ze dingen wilden zoals seks. Ik zei: ‘Jullie zijn respectloos’ en ik rende weg. Daarna ging ik naar mijn kamer en vertelde het niemand. Ik vertelde het niet eens aan mijn papa, want het was te moeilijk. Ik weet niet wie die jongens zijn, maar ze zijn hier in de noodopvang. Toen ik wegrende, zeiden ze dingen zoals: ‘Kom, ik heb volle melk’. Ze zeiden er stomme zinnen bij.
Ze bedoelden echt iets anders.’ ‘Ik vertelde het niet eens aan mijn papa, want het was te moeilijk. ‘ Lastiggevallen in de noodopvang Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 64 Gebrek aan duidelijk meldpunt en nazorg Kinderen vertelden in gesprekken dat zij zich niet serieus genomen voelden op het moment dat zij bij professionals een melding deden over conflict, intimidatie of seksueel grensoverschrijdend gedrag. In gesprekken met de Onderzoeksraad gaven kinderen aan dat zij zich machteloos voelden. Ook lieten zij weten dat zij zich vaak niet hadden uitgesproken uit angst om de schuld te krijgen (victim blaming), of omdat zij bang waren om beperkt te worden bij het spelen en niet meer vrij zouden mogen rondlopen. Wanneer er geen sprake is van passende begeleiding of nazorg, blijven deze ervaringen op de achtergrond meespelen in het dagelijks functioneren van kinderen. 130 Analyse Onderzoeksraad van opgevraagde COAdata naar aanleiding van een door het COA uitgevoerd enquête. Zie bijlage F voor de methodologische verantwoording. 131 Dit is een norm die het COA heeft vastgesteld en opgenomen in zijn Programma van Eisen (PvE). De Onderzoeksraad stelt vast dat er op de bezochte opvang locaties veelal geen specifiek meldpunt of vertrouwens persoon voor kinderen aanwezig was.
Deze bevindingen komen overeen met recente cijfers van het COA. Analyses op basis van een enquête uitgevoerd door het COA in het voorjaar van 2025 laten zien dat op 47 procent van de noodopvanglocaties voor alleen staande kinderen en op 37 procent van de locaties waar kinderen in gezinsverband verblijven structureel onvoldoende aandachts functionarissen Huiselijk Geweld en Kindermishandeling aanwezig waren.130 De norm is dat er per locatie minimaal twee COA medewerkers een opleiding hebben gevolgd om te handelen naar de meldcode ‘huiselijk geweld en kindermisbruik’.131 Nawal (17 jaar): ‘We proberen nooit alleen rond te lopen, omdat we anders lastig gevallen worden. Overal hangen deze affiches, maar dat helpt niets. […] Als mijn moeder boodschappen doet, zitten wij op de kamer met de deur op slot.’ Figuur 29: Voorlichtingsflyer op een noodopvang tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag (bron: foto genomen door een kind in het photovoice-project van de Onderzoeksraad voor Veiligheid).
Kinderen in nood, september 2026 | H3 De veiligheidsrisico's voor kinderen in de noodopvang 65 Het Kinderrechtenverdrag verankert het fundamentele recht van elk kind op beschikbaar, toegankelijk en passend onderwijs.133 Ook de Europese Opvangrichtlijn benadrukt dit recht in de bepaling dat kinderen zo snel mogelijk na het indienen van de asiel aanvraag, toegang moeten krijgen tot het reguliere onderwijs systeem.134 De ervaring van Nasser en Tamer, die door verhuizingen van locatie naar locatie gedurende zeven maanden geen toegang tot onder wijs hadden, laat zien hoe het recht op onderwijs in de nood opvang onder druk staat. Dit hangt nauw samen met de aard van het noodopvangstelsel, dat gekenmerkt wordt door frequente verhuizingen, capaciteitsproblemen en beperkte voorzieningen. Late toegang tot onderwijs Kinderen moeten regelmatig langer dan de wettelijk vastgestelde termijn van drie maanden135 wachten voor zij kunnen starten met school. Verhuizingen van de ene opvanglocaties naar de andere zouden geen invloed mogen hebben op deze termijn, maar hebben dat in de praktijk wel. Verschillende kinderen die de Onderzoeksraad sprak, vertelden dat zij na aankomst langer dan gepland verbleven op tijdelijke locaties, zoals Ter Apel, Budel of de overlooplocatie in Assen.
Pas toen zij naar een noodopvanglocatie werden over geplaatst, kwamen zij op de wachtlijst voor een plek in een Inter nationale Schakelklas (ISK). Vaak konden zij pas maanden later pas naar school. 133 Het Kinderrechtenverdrag (artikel 28) waarborgt het recht op onderwijs voor elk kind. 134 De EUopvangrichtlijn (artikel 14) geeft aan dat kinderen die asiel aanvragen, recht hebben op onderwijs ‘onder vergelijkbare omstandigheden’ als de lidstaten dat bieden aan hun eigen burgers. 135 Met het van kracht worden van de herziene opvangrichtlijn (op 12 juni 2026) is de bepaling met betrekking tot toegang tot onderwijs aangepast naar uiterlijk binnen twee maanden vanaf de datum waarop het asielverzoek is ingediend, rekening houdend met schoolvakanties. De geanalyseerde data heeft betrekking op de periode waarin de oude opvangrichtlijn van kracht was, en meet dus aan de hand van de termijn van 3 maanden of de toegang tot onderwijs gewaarborgd is. Zeven maanden niet naar school Nasser en Tamer De broertjes Nasser (12 jaar) en Tamer (13 jaar) verblijven met hun vader in een nood opvang locatie in een voormalig kantoorpand. Inmiddels gaan beide jongens met plezier naar school. Ze hebben vriendjes gemaakt en spelen het liefst voetbal op het schoolplein.