25.0 Informatienota 2021 - 12 - Analyse agrarische sector Steenwijkerland - Rapport Vitaal platteland.pdf
Tekst van het document
Doordat beleid over stikstof in relatie tot Natura 2000 niet helder is, nemen agrariërs een afwach- tende houding aan. ‘Met een duidelijke stip op de horizon, komen innovaties vanzelf los en zijn boeren bereid te investeren.‘ 3.3 BEELD OVERHEID OVER DE SECTOR De meeste respondenten geven aan dat het beeld wat de overheid heeft niet altijd even positief is over de agrarische sector. Dit komt omdat de benodigde kennis ontbreekt vol- gens het merendeel van de boeren. Agrarisch ondernemers hebben de indruk dat natuur voorrang krijgt boven de landbouw. Een indi- vidu gaat nog een stapje verder. ‘Mijn beeld is dat de overheid de agrarische sector kleiner wil maken.’ Meer steun wordt van de gemeen- te gevraagd in het uitdragen van trots, maar ook in faciliteren en stimuleren van de sector. Dit hoeft niet altijd financieel te zijn. Door een aanzienlijk deel agrariërs wordt aan- gegeven dat de praktijk en het beleid dichter bij elkaar moeten worden gebracht. Beleid zou ook meer gestoeld moeten zijn op basis van bestaande kennis en feiten en financiële impact. Dit kan bijvoorbeeld door werkbezoe- ken door politici, bestuurders en ambtenaren aan de landbouw, maar ook kennisoverdracht en een betere communicatie vanuit de agrari- sche sector richting beleidsmakers is noodza- kelijk. Een melkveehouder zegt als aanvulling hierop dat ‘mensen met kennis het beleid moeten opstellen’.
‘Ik maak mij zorgen over de vervangende maatregelen nu de veevoermaatregel van tafel is. De kans is groot dat wij nu worden afgestraft omdat onze extensieve bedrijfsvoering niet efficiënt genoeg zal zijn. Doordat wij veel vers gras voeren aan onze koeien, heeft dit een hoog ureumgehalte tot gevolg. Daar kun je makkelijk op worden afgerekend en dat is niet eerlijk. De definitie van kringlooplandbouw wordt hiermee een papieren werkelijkheid.’ ‘Samenwerking met veehouderijbedrijven is lastig vanwege regelgeving terwijl daar de sleutel ligt voor kringlooplandbouw. We willen regionale kringlopen sluiten door maaisel van gras te verwerken uit het natuurgebied op ons erf maar de gemeente werkt moeizaam mee in de planvorming.’ College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015216/31 26 27 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND ‘Een idee: jaarlijks in gesprek met de beleidsmakers. Zodat zij horen en voelen wat er op een bedrijf speelt: ‘met de voeten in de klei.’ Dat is momenteel totaal niet het geval!’ ‘De maatschappij verandert, maar de meeste boeren gaan of willen niet met die veranderingen mee. De meeste boeren zijn omringd met hun eigen mensen waardoor ze in hun eigen bubbel zitten en niet met andersdenkenden in aanraking komen.
De boer en burger komen daardoor steeds verder uit elkaar te staan.’ Een ondernemer doet een suggestie om de kloof tussen praktijk en beleid te verkleinen. Een ondernemer constateert dat er ook een opgave ligt voor de boeren richting de burgers. Naast het negatieve beeld dat overheden zou- den hebben over de landbouw, wordt geregeld benadrukt dat burgers ook geen goede weer- gave hebben van de sector vanwege een ge- brek aan kennis en informatie. Dat zouden met name Randstedelingen zijn. De oorzaak hiervan zou ook gedeeltelijk bij de media liggen. ‘Bij de NOS mocht een tijdje geleden een boerin haar verhaal niet doen. Dat is toch niet eerlijk’, aldus een kritische melkveehouder. Een deel van de boeren ziet het creëren van draagvlak voor het werk dat boeren doen als een van de belang- rijkste uitdagingen. Een voorbeeld dat een paar keer is genoemd, is ‘Over het Hek’.12 Een ander deel van de boeren denkt dat burgers wel een positief beeld hebben over de sector. Een aan- tal boeren vindt dat al op de basisschool moet worden begonnen met het verstrekken van de juiste informatie over de sector. Zorgen wor- den geuit over de jonge (potentiële) bedrijfsop- volgers, want ‘die zitten nog steeds op de lijn van maximale efficiëntie’, aldus een biologische melkveehouder.
Een biologische melkveehou- der die al jaren geleden is overgeschakeld con- stateert echter dat het contact met de burgers een grote uitdaging is voor de sector. 3.4 VERTROUWEN SECTOR IN DE OVERHEID Agrariërs zijn matig tot zeer wantrouwend richting de overheid. Het vertrouwen in de Rijksoverheid is het minst groot. Beleidsmakers zijn zich niet altijd bewust van de impact van gemaakt beleid. Regelgeving is tegenstrijdig. Vergunningstrajecten zijn complex en duren lang, waardoor boeren nog langer in onze- kerheid zitten. Door de agrariërs wordt soms ervaren dat de gemeente besluiteloos is. In algemene zin wordt wel ervaren ‘hoe hoger de overheid, hoe groter de afstand’. Door agrari- ers wordt aangegeven dat de praktijkkennis bij beleidsmakers vergroot moet worden, zodat beleid beter toegespitst wordt op de landbouw. Daarnaast hebben de boeren behoefte aan continuïteit in beleid en een langetermijnvisie, waardoor rust ontstaat in de agrarische sector. 12 Over het Hek is een evenement in Steenwijkerland waarbij bedrijven in de land- en tuinbouwsector hun hekken openen voor het publiek. 3.5 SWOT 13 Inmiddels is de stikstofwet door de Tweede Kamer aangenomen en ligt de wet klaar voor handeling in de Eerste Kamer. De senaat zal volgens de huidige planning op 2 maart 2021 debatteren over de wet.
De aanpak van de provincie Overijssel bestaat uit vijf schakels: bronmaatregelen, natuurversterking, vergunningverlening, gebiedsgerichte aanpak, verdeling stik- stofruimte. Inmiddels heeft de provincie de opkoopregeling veehouderijen opengesteld van 19 januari tot en met 28 februari 2021. 3.6 BELEIDSOPGAVEN Noordwest-Overijssel, een samenwerkings- verband bestaande uit het Rijk, provincie, gemeenten in Noordwest-Overijssel en het waterschap, heeft flinke ambities ten aanzien van het aanpakken van urgente opgaven en noodzakelijke transities zoals het terugbren- gen van de emissies van milieubelastende stoffen, inpassen van grote ruimteclaims van- uit klimaat-, landbouw-, voedsel- en energie- transitie; behoud en ontwikkeling van waarde- vol natuur en landschap, erfgoed, beleefbare historie en het bijbehorende toeristisch pro- duct en zorgvuldig omgaan met grondstoffen en productiefactoren. S – kracht/sterk (intern) Ondanks de grote onzekerheid waar agrarisch ondernemers zich in bevinden, zijn de meesten nog steeds boer. Dat toont de (veer)kracht van de agrariërs en van de sector in zijn geheel aan in deze gemeente. De concurrentie tussen agrarische bedrijven is gelijk, omdat elke agrariër in onzekerheid verkeert. Waarbij moet worden opgemerkt dat er grote verschillen tussen agrariers zijn ten aanzien van de situatie waarin zij verkeren.
Enkele agrarisch ondernemers bevinden zich al jaren in onzekerheid. Deze landbouwers bevinden zich in een volledige afhankelij- ke positie van overheden en periferie, waar ze zelf een zeer beperkte invloed op kunnen uitoefenen. Zolang niet duidelijk is hoe het stikstofbeleid eruit komt te zien op zowel Rijksniveau als provinciaal niveau en de impact daarvan op de bedrijven, is het lastig voor agrariërs om hierop in te spelen. De kansen voor boeren zijn op dit moment dan ook beperkt.13 Mogelijke kansen zijn er wel in de vertegenwoordiging van de landbouw richting politiek en beleid. Als de sector in staat is zich te organiseren en te manifesteren als een gelijk- waardige gesprekspartner, dan zou op termijn perspectief kunnen zijn dat de overheid zich meer bewust is of wordt van de praktijk. Ontbreken stip op de horizon, onvoorspelbaarheid beleid, wantrouwen richting de overheid, afstand beleid en praktijk, tegenstrijdige regelgeving, complexe- en langdurige vergunningstrajecten, besluiteloosheid gemeente, onduidelijkheid beleid op gebied van stikstof in relatie tot Natura 2000-gebieden, legaliseren PAS-meldingen, vernietiging NB- wet vergunningen, emotionele- en psychische nood, starre houding TBO’s zoals Natuur- monumenten.
T – bedreigingen (extern) W – zwaktes (intern) O – kansen (extern) Thema 3 College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015217/31 28 29 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND De grote onzekerheid waar een groot aantal agrarisch ondernemers zich in bevindt als gevolg van onduidelijk of ontbrekend beleid, heeft tot gevolg dat ondernemers een afwach- tende houding aannemen. Daarnaast is er een flink aantal knelgevallen in de sector als gevolg van de uitspraak van de Raad van State over de PAS. Als er geen oplossing wordt ge- vonden voor de PAS-melders of de agrarisch ondernemers waarvan de NB-wet vergunning is vernietigd, heeft dit vergaande consequen- ties voor de betreffende agrariërs.14 Ze moe- ten dan hun veestapel inkrimpen en komen financieel in de knel. Want de kosten lopen wel door, maar daar staan minder opbreng- sten tegenover. Een gevleugelde uitspraak inmiddels is ‘een boer kan niet groen doen als hij rood staat’. Deze situatie bij de boeren in de gemeente Steenwijkerland, heeft direct gevolgen voor het realiseren van de ambities die er zijn vanuit de gebiedspartijen. Naast de economische situatie van de land- bouwers, is er een diep wantrouwen richting de overheden.
Door boeren wordt een grote afstand ervaren tussen beleid en praktijk omdat er geen duidelijke stip op de horizon is, geen helder beleid is, regelgeving tegenstrij- dig is, vergunningstrajecten complex en lang- durig zijn en er sprake is van besluiteloosheid. Overheden zouden er goed aan doen om kritisch te kijken wat ze zelf kunnen verbete- ren in de aanpassing van bestaand beleid en vorming van nieuw beleid voordat van boeren weer grote offers gevraagd worden. 3.7 SCHAALNIVEAU Vanwege de grote mate van (financiële) onzekerheid waarin agrarisch ondernemers verkeren, is het de vraag of grootschalige investeringen verwacht kunnen worden van landbouwers. Het is aan de overheden om eerst duidelijkheid te scheppen in regelge- ving en met name op het gebied van stikstof in relatie tot Natura 2000-gebieden voordat plannen voor de landbouw worden uitgerold. Anders zal dit wellicht ten koste gaan van de slagingskans voor het realiseren van de ambi- ties in Noordwest-Overijssel. 4. GEBIEDSSPECIFIEKE UITDAGINGEN IN RELATIE TOT BEDRIJF ‘We wonen in een prachtig gebied. We worden daar continu door onze recreatiegasten op gewezen en gasten die telkens terugkomen.’ ‘Het is mooi uitzicht. Wie zou hier nou niet willen wonen?’ ‘De gemeente is een 5-sterren gemeente. Het is de mooiste gemeente van Nederland!’ ‘Gebied is hier zo mooi! Ik wil hier niet weg als ik nog rustig kan blijven boeren.
Veel fietsers en wandelaars vinden het mooi als de koeien buiten lopen.’ ‘We wonen met veel plezier op deze locatie door de veelzijdigheid van het gebied met prachtige heidevelden en een waterrijk gebied. We missen wel het noaberschap. Dat is minder geworden. Waardoor dat komt, weten we niet.’ ‘We wonen heerlijk rustig en zijn omgeven door water. Dat vinden we mooi. Trots op het waterrijke gebied.’ Enkele citaten van agrarisch ondernemers over het gebied. 14 Inmiddels is bekend dat door het aannemen van de stikstofwet door de Tweede Kamer de zogenoem- de PAS-melders worden gelegaliseerd. Hoewel de lega- lisering nu wettelijk is geregeld, kan dit nog wel drie jaar in beslag nemen.
Tijdens de keukentafelgesprekken zijn de volgende vragen gesteld onder dit thema: Wat is kenmerkend voor het gebied waar u onderneemt, welke thema’s spelen hier en welke impact hebben deze uitdagingen op het toekomstperspectief van uw bedrijf? • Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken van dit gebied in relatie tot andere gebieden in Overijssel, en waar bent u trots op? • Wat zijn volgens u de grootste opgaven in dit gebied in relatie tot het toekomstperspectief van uw bedrijf? Kunt u toelichten waarom deze opgave(n) zo prominent de aandacht verdient? • Waarom ziet u natuurontwikkeling, ruimteclaims ten behoeve voor onder andere klimaat- en energietransitie, leefbaarheid, vrijkomende agrarische bebouwing, stedelijke ontwikkeling en toerisme als belangrijkste uitdagingen in relatie tot het toekomstperspectief van uw bedrijf? • Door provinciale, regionale overheden en de waterschappen wordt veenweide & bodemda- ling, terugbrengen van de emissies van milieubelastende stoffen, behoud en ontwikkeling van natuur en zorgvuldig omgaan met grondstoffen als belangrijkste uitdagingen gezien.
Deelt u de opvatting van de overheden? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet? • Welke rol kunt u zelf spelen in de transitieopgaven die de sector en het gebied hebben? Analyse 4.1 KENMERKEN VAN HET GEBIED Door agrarisch ondernemers wordt genoemd dat sprake is van een groot buitengebied met een prachtig en divers landschap met houtwallen, essen, oude cultuurlandschap, geen rechte stukken grond, glooiing. Het landschap is afwisselend en goed bereikbaar. Door sommigen wordt benoemd dat ze er emotioneel aan verbonden zijn en zich er echt thuis voelen. College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015218/31 30 31 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND ‘Want anders strijken vreemden hier neer met veel geld en dat is niet goed voor de sociale cohesie.’ ‘Het bestuur heeft te weinig in beeld wat speelt in de kleine kernen. Als agrarische bedrijven verdwijnen, komt de leefbaarheid onder druk te staan.’ ‘Ik heb grote zorgen over het groot aantal stoppende boeren in de omgeving.’ ‘Veel boeren willen stoppen maar ze raken hun boer- derij nauwelijks kwijt omdat ze dicht bij een Natura 2000-gebied zitten. Wij willen op termijn ook stop- pen, maar we hebben grote zorgen over de waardeda- ling van het bedrijf.’ Citaten van agrarisch ondernemers over de zorgen van de leefbaarheid van het platteland vanwege hoge aantal stoppende bedrijven.
Door een melkveehouder wordt echter een kritische kanttekening geplaatst. ‘Het klein- schalige landschap staat op gespannen voet met de schaalvergroting die in de landbouw doorgaat. De gemeente wil het kleinschalige landschap behouden en zit hier te strak in. Ik wil best wat doen aan landschapsonderhoud en behoud van elementen, maar ik moet ook de ruimte krijgen om aanpassingen te doen om efficiënt te kunnen blijven werken. Een goede dialoog lijkt niet mogelijk te zijn. Zo mag ik geen kleine ingreep doen aan een houtwal, maar vervolgens wordt er wel van mij verwacht dat ik ga meewerken aan de aanleg van kikkerpoelen. Wellicht kan een vertrouwenspersoon in het buitengebied meedenken en bemiddelen in dergelijke vraagstukken.’ 4.2 GROOTSTE OPGAVEN IN HET GEBIED Zorgen over leefbaarheid Agrarisch ondernemers hebben zorgen over de impact op de leefbaarheid van de ont- wikkeling dat veel agrarische bedrijven gaan stoppen. Het landschap wordt dan niet meer onderhouden en gebouwen komen leeg te staan. Een groot deel van de boeren vraagt zich af wat met vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en vrijgekomen grond gaat gebeuren. Ze roepen de gemeente op andere gebruiksmogelijkheden van deze bebou- wing mogelijk te maken via herbestemming. Enkelen roepen de gemeente op om trots en zuinig te zijn op je ondernemers, want ‘met natuur wordt niets verdiend’.
Een individu ziet het ook als kans en is van mening dat het ‘na- tuurprobleem’ vanzelf wordt opgelost doordat veel boeren gaan stoppen. Impact van Natura 2000 De Natura 2000-status heeft consequenties voor zowel de ontwikkeling als de optimalisa- tie van de bedrijfsvoering. Vanwege de beper- kingen van Natura 2000 mogen geen ganzen worden afgeschoten met hagel binnen 500 meter van de Natura 2000-gebieden. Terwijl agrariërs een grote overlast ervaren van gan- zen en in sommige gevallen ook van muizen. Doordat er sprake is van een grote toename van ganzen en ooievaars zijn er steeds minder weidevogels. In het verleden heeft Natuur- monumenten, in samenspraak met agrariërs, ganzeneieren geschud om de ganzenoverlast te beperken. Door corona is dat het afgelo- pen jaar niet doorgegaan. Een boer merkt op dat het hem niet zou verbazen ‘als van deze situatie gebruik is gemaakt’. Het melden van schade aan BIJ12 is volgens verschillende boe- ren ingewikkelder gemaakt, zodat het minder aantrekkelijk is om schade door te geven. De aanwezigheid van de vos is een ingewikkelde factor aangezien de vos eieren en kuikens opeet van (broed)vogels. Een aantal boeren heeft soms ook flink last van dassen. Door de droogte kunnen ze het gewone voed- sel, wormen, niet vinden en ze zijn daarom op zoek naar ander eten. Een enkele ondernemer spreekt zijn zorg uit over de komst van de wolf.
Vanwege Natura 2000 is ook sprake van een scheurverbod dat als erg belemmerend wordt ervaren.15 Door agrariërs wordt gezien dat na- tuur de sterkste positie heeft in het gebied. Een substantieel deel van de boeren ziet dat de natuur uitbreidt, waardoor onder andere het waterpeil omhoog gaat. Een agrarisch onderne- mer stelt zelfs: ‘De gemeente moet een keuze maken tussen hoogwaardige landbouwproduc- ten of een nationaal park.’ Bij een andere boer lopen de emoties ook hoog op: ‘Goede grond wordt opgeofferd voor namaaknatuur.’ Enkele agrariërs zien dat natuurorganisaties grondhon- ger hebben en in oppervlakte willen uitbreiden vanwege nieuwe subsidiemogelijkheden. Een melkveehouder heeft gehoord dat ze weinig geld hebben om de huidige oppervlakte in stand te houden. Doordat steeds meer uitbreiding van natuur plaatsvindt en ruilverkaveling hiervoor wordt ingezet, krijgen boeren minder goede gronden terug. De landbouwgrond in het gebied is zo bewerkelijk waardoor de kans groter is dat deze gronden straks benut gaan worden voor zonnepanelen. Enkele respondenten zijn scep- tisch over de mogelijkheden voor ruilverkave- ling, onder andere door negatieve ervaringen uit het verleden. Zo zou bijvoorbeeld een ruilverka- veling worden opgezet, maar daar is nooit meer op teruggekomen. Ook wordt gezegd dat een kavelruil wenselijk zou zijn, maar niet te realise- ren is vanwege Natura 2000.
Een ondernemer stelt zichzelf de vraag: ‘Wat willen we met het onderhoud van landschap. Is het nodig om alles te beleggen bij terreinbeherende organisaties of zouden inwoners en agrarisch ondernemers hier ook een rol in kunnen vervullen?’ Energietransitie Een groot gedeelte van de respondenten be- noemt de energietransitie als een van de groot- ste opgave. De ene ondernemer heeft het over de Regionale Energie Strategie (RES) een andere ondernemer spreekt over een coöperatie in samenspraak met de lokale bevolking om wind- energie onderdeel te laten zijn van de energie- transitie in de gemeente. De meeste boeren zijn echter heel praktisch in dit vraagstuk. Een veel gehoorde klacht is dat agrariërs een SDE-sub- sidie hebben gekregen voor zonnepanelen op het (stal)dak, maar dat het elektriciteitsnetwerk vol zit. Ook is er belangstelling vanuit de boe- ren voor kleine windmolens op erven, maar de gemeente vindt dit niet in het landschap pas- sen, aldus diverse ondernemers. Daarbij dient wel de opmerking gemaakt te worden dat de gemeente momenteel onderzoek verricht naar de mogelijkheden van het plaatsen van kleine windmolens op erven. Volgens een ondernemer zijn ‘windmolens efficiënter dan zonnepanelen’.
Door een enkele ondernemer wordt nagedacht over zonneboilers om de warmwatervoorzie- ning van het bedrijf te organiseren, maar dit is een relatief hoge investering in relatie tot de huidige energieprijs. Een flink aantal agrarisch ondernemers spreekt hun zorgen uit over de ontwikkeling van grote zonneparken, omdat het ten koste gaat van gezinsbedrijven en vanwege de impact op het landschap. Daarbij zorgen de projectontwikkelaars achter deze grondprijzen voor een prijsopdrijvend effect van de gronden. Een enkeling roept de gemeente op om in ge- sprek te treden met deze commerciële partijen, want ze hebben invloed op het buitengebied. 15 Onder een scheurverbod wordt verstaan grasland scheuren of vernietigen dat wordt gebruikt voor voerproductie of beweiding. College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015219/31 32 33 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND ‘Op de beste grond van de omgeving liggen zonneparken.’ ‘Voor een zonnepark wordt wel een dikke kabel gelegd, maar voor een paar bewoners die last hebben van storingen niet.’ ‘We moeten zuinig zijn op landbouwgrond. Geld is niet alles.’ Citaten van agrarisch ondernemers die hun zorg uitspreken over de ontwikkeling van zonneparken. Natuurlijke thema’s Een ander thema dat regelmatig terugkomt betreft de droogte.
Een melkveehouder verwoordt het als volgt: ‘We moeten ons wapenen tegen de droogte, meer water vasthouden en watersysteem aanpassen.’ Een andere ondernemer mist een goed plan tegen de droogte. Een aantal boeren heeft zorgen over de bodemdaling door (veen)inklinking en de rol die het waterschap hierin neemt. Inklin- king wordt nog een groter probleem voor de boeren als droge periodes langer aanhouden. Als de klink niet meer wordt gevolgd door het waterschap, komt de grond onder water te staan. Dat wordt door agrariërs gezien als een reële dreiging. De capaciteitsbeperking bij het waterschap wordt in deze ook genoemd. Het is echter niet duidelijk welke positie de gemeente hierin neemt. Door agrarisch ondernemers wordt aangegeven dat inves- teren in onderwaterdrainage of aanleggen van duikers een tijdelijke oplossing is, maar dat het probleem hiermee wordt uitgesteld. Daarnaast zijn boeren bezorgd dat door de bodemdaling hun bedrijf onverkoopbaar is. ‘De grond is ons pensioen.’ Een melk- veehouder vindt dat er ook meer aandacht vanuit de sector voor bodemdaling en water moet zijn. ‘Op dit thema is de sector te veel gericht op de korte termijn.’ Daarnaast zijn er ook boeren die verwachten dat de inklinking wel losloopt. Een enkeling heeft zorgen over de CO2 uitstoot van veengrond. Een ander maakt nog een opmerking over de wijze van bemesten.
‘Nu moet ik mest afvoeren om vervolgens weer kunstmest aan te kopen. Dit is de wereld op zijn kop.’ Toerisme Toerisme wordt ook een paar keer aange- haald zoals bijvoorbeeld ‘De Maatschappij van Weldadigheid’. Door de respondenten wordt hier verschillend over gedacht zo blijkt uit het kader op de volgende pagina. ‘De gemeente heeft een taak als het gaat om promotie van het gebied. De Weerribben worden totaal onderge- sneeuwd door Giethoorn. Dit geldt eigenlijk voor alles in de gemeente. Toeristen komen nu alleen voor Giethoorn. Terwijl de gemeente zo ontzettend veel moois te bieden heeft. Meer spreiding van toerisme zou de gemeente goed doen.’ ‘Van oudsher was het een agrarisch gebied. Tegenwoordig is het een Natura 2000-gebied dat zich vooral richt op toeristen. Dat bijt elkaar.’ ‘Ik voel me tegenwoordig toerist in mijn eigen woonplaats, maar dat vind ik geen probleem. De gemeente is wel erg gericht op Steenwijk en Giethoorn.’ ‘De ontwikkeling van toerisme moet ingeperkt worden. Want we willen geen 2e Giethoorn worden.’ ‘Ik was hoopvol over aanpassing van het omgevingsplan, zodat bouwkavels zouden worden vergroot en daardoor meer ruimte zou ontstaan voor de agrarische sector. De informatievoorziening en communicatie vanuit de gemeente was echter niet goed opgezet, waardoor onduidelijkheid ontstond en door verschillende burgers bezwaren zijn ingediend.
Inmiddels is het plan in de ijskast gezet.’ ‘We hebben te maken met smalle wegen. We hebben hierover een brief ontvangen van de gemeente, maar vervolgens hebben we nooit meer iets gehoord.’ ‘De gemeente zou lokale producten meer kunnen promoten bijvoorbeeld door het faciliteren van streek- productenmarkt. Het is echter niet duidelijk waarom dit niet is doorgegaan.’ Citaten van ondernemers over het toerisme in de gemeente Steenwijkerland. Enkele citaten van agrarisch ondernemers met voorbeelden over onvolledige informatievoorziening door de gemeente. Andere thema’s Andere opgaven die zijn genoemd: klimaat- verandering, smalle straten voor landbouw- voertuigen, toename van onkruid, zoals Jakobskruiskruid vanwege aangepast maai- beleid van de gemeente, eikenprocessierups, inhoud van de veenweidevisie, strakker hand- haven op campings die structureel meer kam- peerplaatsen aanbieden ten opzichte van de vergunde situatie, stort van vuil, aanwezigheid van vissers en de rommel die ze achterlaten, hardere aanpak vissers, uitstel aanpassing omgevingsplan, opstelling Natuurmonumen- ten, toename aantal burgerwoningen, aanleg Lelylijn, vliegveld Lelystad, overlast van mo- torrijders, slechte fietspaden, betalen voor de aanleg van glasvezel. Verschillende keren is de onvolledige infor- matievoorziening en communicatie door de gemeente in verschillende kwesties genoemd.
Dit wordt gedaan aan de hand van enkele citaten. College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015220/31 34 35 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND 4.3 BELANGRIJKSTE UITDAGIN- GEN IN HET GEBIED Door agrariërs worden veenweide en bodem- daling door inklinking als belangrijke uitdagin- gen gezien omdat dit een reële dreiging is voor hun bestaanszekerheid. Door een aantal boeren is de Veenweidevisie16 genoemd. Het is voor deze agrarisch ondernemers niet duidelijk wat de precieze inhoud is, hoe het proces verder gaat en welke consequenties dit gaat hebben voor de boeren. De andere uitdagingen, zoals het terugdringen van emissies of zorgvuldig omgaan met grond- stoffen, komen niet tot nauwelijks terug in de antwoorden. Natuur en Natura 2000 wordt door agrariërs gezien als een groot probleem, omdat natuur zich steeds meer uitbreidt waardoor er beperkingen zijn in ontwikkeling en optimalisering van het bedrijf.
Duidelijk is dat agrariërs andere uitdagingen zien dan overheden, zoals de leefbaarheid van het plat- teland vanwege het grote aantal stoppende agrarische bedrijven, de energietransitie en de beperkte mogelijkheden voor boeren om hier invulling aan te geven bijvoorbeeld door zonnepanelen op het dak of een kleine windmolen op het erf en de zorgen over toenemende zonnevelden met projectontwik- kelaars en steeds hogere grondprijzen als gevolg, en de droogte en de gevolgen daar- van. 4.4 EIGEN ROL IN TRANSITIEOPGAVEN De agrarisch ondernemers hebben een duidelijk beeld hoe ze invulling willen geven aan de energietransitie. Op de andere transi- tieopgaven wordt nauwelijks ingegaan. Een enkeling deed de uitspraak dat de veenpro- blematiek steeds meer parten gaat spelen en dat het antwoord van de sector nog meer efficiëntie en schaalvergroting is. Het onder- nemerschap ontbreekt volgens deze boer om het op een andere manier in te vullen. Een andere boerin zegt ‘dat ze al meedoen in transitieopgave, maar missen het gesprek hierin. We zien de opgesomde uitdagingen als een geheel. De overheid denkt nog te veel in hokjes. De overheid moet ook integraal gaan denken.
We willen van alles, maar er moeten keuzes gemaakt worden, want je kunt niet iedereen tevreden houden.’ 4.6 BELEIDSOPGAVEN Door agrariërs worden veenweide en bodem- daling als belangrijke uitdagingen gezien, omdat dit een reële dreiging is voor hun bestaanszekerheid. Natuur en Natura 2000 wordt door agrariërs gezien als een probleem waardoor er beperkingen zijn in ontwikkeling en optimalisering van het bedrijf. De andere uitdagingen zoals terugdringen van emissies of zorgvuldig omgaan met grondstoffen komen niet tot nauwelijks terug in de ant- woorden. Duidelijk is dat agrariërs anders naar uitdagingen kijken dan overheden en andere opgaven zien zoals leefbaarheid, energietransitie en droogte. Het is wellicht goed dat door de overheden in samenspraak met de agrariërs wordt gekeken welke uitda- ging het meest als urgent wordt ervaren en waar bij alle partijen draagvlak is om hiermee aan de slag te gaan. 4.7 SCHAALNIVEAU Het schaalniveau van de uitdagingen zoals de leefbaarheid, beperkingen van Natura 2000 zoals bestrijding van ganzen en muizen, uitbreiding van natuur door middel van onder andere ruilverkaveling, toename van zon- ne-akkers en de gevolgen van droogte heb- ben niet alleen impact op het individuele boerenbedrijf maar op het hele gebied.
Het is van belang dat gebiedspartijen scherp heb- ben welke rol ze zelf hebben in de transi- tie-opgaven en wat ze concreet kunnen bijdra- gen en dit ook gericht communiceren voordat een bijdrage van de agrariërs in het gebied wordt gevraagd. Zeker omdat verschillende agrariërs aangeven dat niet altijd duidelijk is wat de positie van de gemeente is en informa- tievoorziening en communicatie niet altijd als toereikend worden ervaren. 4.5 SWOT S – kracht/sterk (intern) Prachtig en divers landschap, sterke emotionele betrokkenheid. Beperkingen ontwikkeling/optimaliseringsruimte door Natura 2000, waardedaling door Natura 2000, hele beperkte mogelijkheden voor kavelruil vanwege Natura 2000, beperkingen vanuit gemeente en netleveranciers om als boer invulling te geven aan de energietransitie, groot aantal stoppende boeren verwacht. Verwaarding landschap, aanleg zonneparken als nieuw verdienmodel, herbestemming vrijkomende agrarische bebouwing. Leefbaarheid onder druk, uitbreiding natuur, aanleg zonnevelden door projectontwikke- laars en hoge grondprijzen als gevolg, droogte, onduidelijke positie gemeente. T – bedreigingen (extern) W – zwaktes (intern) O – kansen (extern) Thema 4 16 https://www.org-id.eu/ons-werk/veenweidevisie-overijssel/.
College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015221/31 36 37 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND 5. GEBIEDSPARTIJEN ‘LTO is te log, te ambtelijk en te duur.’ ‘Via LTO ben ik betrokken bij de ontwikkelingen in dit gebied.’ ‘LTO heeft niets voor ons gedaan in de knelgevallenregeling toen de fosfaatrechten werden geïntroduceerd.’ ‘Ik ben oud LTO bestuurder. Je werkt dan in tegenstroom en doet het nooit goed.’ ‘Ik ben geen lid van LTO omdat ze niets doen voor de geitenboeren.’ ‘LTO is belangrijk maar heeft te eenzijdige afspiegeling doordat ze te veel gericht zijn op de melkveehouderij.’ ‘De voorzitter van LTO Steenwijkerland doet het goed.’ ‘LTO doet zijn best en durft naar voren te stappen.’ ‘We horen weinig van LTO.’ ‘LTO heeft op bepaalde zaken invloed.’ ‘LTO is actief.’ ‘LTO is niet sterk genoeg.’ ‘We zijn lid van LTO.’ ‘LTO is de belangrijkste gesprekspartner van de gemeente.’ ‘Goede vertegenwoordiging via LTO met de huidige voorzitter. Doordat hij een loonwerkbedrijf heeft, komt hij bij veel boeren en is daardoor goed op de hoogte.’ ‘LTO Steenwijkerland is een goede afdeling en zoekt veel de samenwerking met de gemeente.’ ‘LTO Steenwijkerland is met name gericht op Steenwijk en Giethoorn. Eesveen wordt vergeten.’ Citaten van agrarisch ondernemers over LTO.
Analyse 5.1 ROL VAN GEBIEDSPARTIJEN De regionale afdeling van LTO Noord in het gebied (LTO Steenwijkerland) wordt als belangrijke partij genoemd door de agrariërs. Verschil van inzicht bestaat er onder de agrariërs over de mate van invloed die LTO Noord heeft op het beleid en gang van zaken in het buitengebied. Dat varieert van ‘LTO behartigt mijn belangen’ tot ‘LTO heeft geen invloed meer’. Ook wordt door enkele agrariërs aangegeven dat ze zich op lokaal niveau wel thuis voelen, maar op landelijk niveau geen binding hebben. Agrariërs die zich niet vertegenwoordigd voelen door LTO, vinden het soms lastig dat ze (LTO) wel de belangrijkste gesprekspartner van de gemeente zijn. Oproep aan de gemeente is om ook niet LTO-leden te betrekken. Geconstateerd kan worden dat heel verschillend gedacht wordt over LTO. Dat wordt zichtbaar in onderstaand kader met citaten. Enkele agrarisch ondernemers geven aan lid te zijn van Farmers Defence Force (FDF) of hebben enige sympathie voor deze club. Andere agrarische organisaties die genoemd zijn, zijn Stichting Stikstofclaim, Stichting AgriFacts, Netwerk GRONDig, Vereniging tot Behoud van Boer & Milieu (VBBM) en AJK Steenwijkerland. Over de gemeente wordt gezegd dat een vast aanspreekpunt ontbreekt. Een aantal agra- risch ondernemers zou het waardevol vinden als de gemeente de rol van ‘sparringpartner’ of ‘meedenker’ kan vervullen.
Met andere woorden, een meer proactieve houding wordt gevraagd. Bijvoorbeeld om het bermbeheer in samenspraak met agrariërs op te pakken, dijken te laten strooien door agrariërs of gronden van de gemeente (tijdelijk) beschik- baar te stellen voor innovatieve landen tuinbouw en geen leges hiervoor te heffen. Een enkeling zegt zelfs dat de gemeente haar eigen agenda moet beheren en zich niet moet laten sturen door overheden van bovenaf. Ook wordt opgemerkt dat praktische kennis bij de gemeente soms ontbreekt. ‘Ambtena- ren zouden ook bereid moeten zijn om buiten kantooruren te werken en bij agrarisch ondernemers te komen’. Door agrariërs wordt het initiatief van de gemeente voor het uitvoeren van dit onderzoek gewaardeerd. De kritische noot die daarbij wel gekraakt wordt is dat er ‘wel iets met de uitkomsten gedaan moet worden’. De gemeente kan in sommige gevallen ook iets beter communiceren, zoals over het bestemmingsplan buitengebied dat in 2018 afgerond zou zijn. Over de gemeente- raad wordt gezegd dat er wel ‘boerenbloed’ in de raad zit en dat actiever mag worden uitgedragen. Door enkele agrariërs wordt positief gesproken over wethouder Tiny Bijl en burgemeester Rob Bats. Over de rol die gemeente zou moeten inne- men, wordt heel verschillend gesproken zoals in onderstaand kader wordt weergegeven. ‘De rol van de gemeente zou informerend, faciliterend en sturend moeten zijn.
Bijvoorbeeld wat gaat er gebeuren met VAB’s?’ ‘De gemeente zou een faciliterende en sturende rol moeten vervullen. Want ze bepalen de koers en zetten richting uit. Het is uiteindelijk aan de markt en ondernemers om het uit te voeren. Een faciliterende rol om ondernemers te helpen met het rondkrijgen van het plaatje.’ ‘Gemeente kan een faciliterende rol hebben door bijvoorbeeld netwerk, geld, expertise en kennis samen te brengen.’ ‘Gemeente kan een dialoog faciliteren bijvoorbeeld rondom de aanleg van een voedselbos.’ ‘Ik verwacht een meer proactieve houding en leidende rol van de gemeente. Ze moeten niet altijd naar de provincie kijken. De gemeente Steenwijkerland is een grote gemeente en heeft het meest zicht op wat er in het gebied gebeurt.’ ‘Basishouding van alle overheden moet zijn ondernemers helpen. Ondernemers moeten zelf aan het stuur blijven.’ ‘Gemeente heeft een informerende en sturende rol. De gemeente kan ook meer samenwerken met lokale ondernemers.’ Citaten van verschillende agrarisch ondernemers over welke rol de gemeente zou moeten vervullen.
Tijdens de keukentafelgesprekken zijn de volgende vragen gesteld onder dit thema: • Wie zijn volgens u de partijen die actief zijn in dit gebied (LTO-Noord, politiek, gemeente, plaatselijk belang, energiecoöperatie, lokale gebiedsorganisaties, terreinbeheerders, anders)? Voelt u zich door deze partijen vertegenwoordigd? Welke partijen hebben wezenlijke invloed op het beleid en gang van zaken in het buitengebied? • Welke rol verwacht u van betrokken overheden in uw gebied? College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015222/31 38 39 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND Het waterschap is volgens de agrariërs weinig zichtbaar. Door de boeren wordt afstand ervaren met het waterschap omdat het zo groot is geworden. Het is ingewikkeld om in contact te komen met de juiste persoon. ‘Alles wat groter wordt, komt verder af te staan van de praktijk en processen duren daardoor lang.’ Ook wordt opgemerkt dat het waterschap meer kan doen voor de boeren en beter kan communiceren bijvoorbeeld over het hydrologisch plan. Daarentegen zijn andere boeren wel tevreden over de contac- ten met het waterschap. ‘Het is een belangrij- ke gebiedspartij en hun taak is om het waterpeil onder controle te houden.’ Volgens enkele agrariërs zou het waterschap een faciliterende en sturende rol moeten hebben.
‘Ze moeten duidelijk beleid maken en communiceren en de plaatselijke bevolking hierbij betrekken. Ook heeft het waterschap te weinig veldmedewerkers in dienst.’ De provincie wordt niet altijd expliciet benoemd door de agrariërs. In ieder geval wordt een meedenkende houding gevraagd. Een boerin heeft een tip voor de provincie: ‘De provincie heeft best leuke regelingen maar richt zich meer op kleine projecten met koplopers. Ze moeten niet alleen inzetten op voorlopers, maar zorgen voor een uitrol op alle boerenerven.’ Een andere agrarisch ondernemer verwacht betere communicatie van de provincie over provinciaal vastleggen van Natura 2000-gebieden. Andere opmerkin- gen die zijn gemaakt over de provincie: ‘provincie verschuilt zich achter regels’ tot ‘van de provincie verwacht ik weinig’. De rol van de provincie wordt door sommige ondernemers gezien als zowel informerend als sturend, en dat laatste vooral richting de gemeente. Anderen zien de provincie weer als facilite- rend vanwege de subsidies die ze beschikbaar stellen. Een melkveehouder vindt dat de provincie ver af staat van de lokale agrariër. Het is altijd ‘jullie moeten’. Terwijl een andere boer blij is met de ervencoaches die zijn aangesteld door de provincie. In algemene zin wordt nog de opmerking gemaakt dat door de digitalisering burgers en bestuurders elkaar niet meer spreken.
Daarnaast zijn overlegstructuren zodanig complex dat de gemiddelde agrarisch ondernemer en bestuurder geen vat meer heeft en ook niet kan sturen op deze proces- sen. Over terreinbeherende organisaties (TBO) wordt vooral ten aanzien van Natuurmonu- menten ervaren dat ze een rigide houding hebben. In algemene zin zijn de meeste agrariërs wel van mening dat Natuurmonu- menten een grote invloed heeft op het beleid. Volgens een agrariër is sprake ‘van een ongelijk speelveld omdat hij het als regionale landbouwbestuurder bij LTO vrijwillig doet en bij Natuurmonumenten betaald is’. Over Natuurmonumenten wordt door een enkeling opgemerkt ‘dat het meer een doorgeefluik van subsidies is’. Met Staatsbosbeheer is niet tot nauwelijks contact. Hoewel geen TBO, is een enkeling nog lid van de Kopse Agrarische Natuurvereniging. Door een enkeling wordt gevraagd wat Stimuland kan betekenen als gebiedspartij. Een ander adviseert om de agribusiness te betrekken, zoals Rabobank, FrieslandCampi- na, ForFarmers en Agrifirm, omdat hier denkkracht voor handen zou zijn. Een agrariër trok de vergelijking tussen het waterschap en Rabobank dat de ontwikkelingen vergelijkbaar zijn. ‘Elk jaar krijg ik een nieuw contactper- soon van de bank’. Over Rouveen Kaasspecia- liteiten wordt heel positief gesproken.
Het plaatselijk belang en buurtverenigingen worden regelmatig genoemd, maar vaak zijn die niet actief als belangenbehartiger voor de agrarische sector. In algemene zin wordt 5.3 BELEIDSOPGAVEN Op basis van de analyse kan gesteld worden dat de afstand tussen gebiedspartijen, die flinke ambities hebben gesteld ten aanzien van verschillende (beleids)opgaven, en agrarisch ondernemers in dit gebied groot is. Dat is wel een belangrijk aandachtspunt omdat partijen elkaar nodig hebben om deze ambities te realiseren. 5.4 SCHAALNIVEAU Tussen de gebiedspartijen en de agrarische sector is een kloof waarneembaar. Dit kan het realiseren van de ambities ten aanzien de beleidsopgaven bemoeilijken. Door agrariërs zouden eventuele ambities ervaren kunnen worden dat het ‘opgelegd wordt van hogere hand’. Het is belangrijk dat nagedacht wordt welke stappen gezet kunnen worden om afstand te verkleinen en hoe aan draagvlak gewerkt kan worden voor de plannen. positief gesproken over de inzet. Een enkele boer merkt op ‘dat ze er meer zijn voor de gezelligheid, maar dat ze soms wel hun rol pakken zoals bij de verkeersdrempels, glasve- zels en windenergie’. Energiecoöperaties of andere lokale gebiedsorganisaties zijn niet genoemd. Andere organisaties die nog terloops zijn gemeld zijn: Groenleven en de G1000.
Een enkele keer is de oproep gedaan dat het gebied behoefte heeft aan een onafhankelijke vertrouwenspersoon, wellicht in de vorm van een ervencoach. Door de provincie Overijssel worden ervencoaches kosteloos beschikbaar gesteld aan gemeenten. S – kracht/sterk (intern) LTO wordt gezien als een belangrijke gebiedspartij, waardoor de belangen van landbouw (goed) vertegenwoordigd zouden moeten zijn. Agrariërs die geen lid zijn van LTO voelen zich niet altijd gehoord door de gemeente, over LTO wordt heel wisselend gedacht, bij de gemeente ontbreekt een vast aanspreekpunt, afstand met het waterschap, starre houding Natuurmonumenten, geen contact met Staatsbosbeheer. Een meer proactieve rol aannemen als gemeente, provincie en waterschap, meer praktische kennis opdoen met als doel een betere gesprekspartner voor de agrariërs, krachtenbundeling in de landbouw, samenwerking met plaatselijk belang en agrarische sector om leefbaarheid te versterken De afstand tussen gebiedspartijen zoals gemeente(politiek), provincie, waterschap, plaat- selijk belang, terreinbeherende organisaties en de agrarische sector is relatief groot en deel van de agrariërs voelt zich wellicht minder tot niet betrokken bij beleid omdat ze geen LTO lid zijn.
T – bedreigingen (extern) W – zwaktes (intern) O – kansen (extern) Thema 5 5.2 SWOT College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015223/31 40 41 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND 6. OVERIG ‘Corona heeft een hoop geld gekost. De afzet stagneerde waardoor de te leveren varkens ophoopten op de bedrij- ven. Om deze ophoping weg te werken zijn we via de slachterijen ook afhankelijk van de NVWA. Door extra inzet te doen van keurmeesters op de slachthuizen kunnen achterstanden worden weggewerkt. De NVWA werkt echter niet mee, want zij hebben een 36-urige werkweek en het houden van weekend is voor hun belangrijker dan een crisis helpen oplossen. De prijsval is ook ondernemersrisico. Het is niet leuk, maar we hebben er mee te dealen.’ Citaat van een varkenshouder over de impact van corona. Analyse 6.1 CORONA De meeste melkveehouders geven aan dat melkprijs en kalverprijs als gevolg van de coronacrisis zijn gedaald. In sommige gevallen betekent dit dat investeringen zijn uitgesteld zoals de aankoop van koeien of aanschaf van een melkrobot. Ook hebben verschillende melkveehouders gebruik gemaakt van de maatregelen om tijdelijk niet af te lossen vanwege de lage melkprijs. Door enkele agrariërs wordt uitgesproken dat ze verwachten dat corona nog lang zal aanhouden en impact zal hebben op de prijsvorming.
Ook akkerbouwers geven aan dat de omzet is gedaald met name de consumptieaardappelen en dat ze verwachten hier nog wel enkele jaren last van te hebben. Prijzen voor de vleeskuikens zijn teruggelopen omdat de horeca gesloten is. Bij de varkenshoude- rij heeft corona ook flink impact (gehad). Hieronder wordt een citaat weergegeven van een varkenshouder. Een enkele ondernemer ziet het somber in: ‘In de toekomst kan dit grote gevolgen hebben. Landen kunnen minder gaan importeren en dat heeft grote consequenties voor Nederlandse boeren.’ Daarentegen zeggen sommige ondernemers weer dat ze geen lange termijneffect verwachten. Agrarisch ondernemers met een recreatietak hebben de gevolgen van corona zeker gemerkt op de omzet van hun bedrijf, omdat bijvoorbeeld de B&B stilligt. Hoewel er ook agrarische bedrij- ven zijn met een camping die nog nooit zo goed hebben gedraaid als afgelopen jaar, omdat mensen meer op vakantie zijn gegaan in eigen land. Corona heeft voor enkele agrarisch ondernemers ook een positieve impact, want mensen zijn zich meer gaan bezighouden met gezonde voeding en biologisch en lokaal voedsel. Ofschoon agrarische producten nu ook in waarde achteruitgaan nu de horeca dicht is. De gemeente kan duidelijkheid geven in regelgeving, ‘want daar heb ik als agrarisch ondernemer meer aan dan financiële ondersteuning in verband met corona’.
Bijvoorbeeld in de vorm van een goed bestemmingsplan. 'De procedure om te komen tot een goed bestemmingsplan loopt nu al veertien jaar en ligt nu stil. Dat frustreert een heleboel boeren en dit is tekenend voor de gemeente.' Ook wordt aandacht gevraagd voor sociaal isolement. In de gesprekken waar dit aan de orde kwam, is gewezen op de mogelijkheid om gebruik te maken van ervencoaches. Agrarisch ondernemers hebben in hele beperkte mate tot geen gebruik gemaakt van de ondersteuningsmaat- regelen ten behoeve van corona. Door de agrariërs wordt geen duidelijke motivatie gegeven waarom dit het geval is. Andere algemene opmerkingen die zijn gemaakt is dat ‘werk altijd doorgaat’, maar dat er geen aanloop meer was op het erf van met name vertegenwoordigers. Dit wordt verschil- lend ervaren. Het sociale aspect gaat zwaarder wegen nu corona langer duurt. Anderen ervaren de beperkte aanloop als minder negatief en ervaren het als ‘lekker rustig’. In veel gevallen waren ook de kinderen thuis, die dat in sommige gevallen als vakantie ervaarden. In meer brede zin wordt de impact van corona op het platteland als beperkt ervaren. Ook vinden sommige agrariërs het positief dat bijeenkomsten digitaal worden georgani- seerd, omdat een aantal niet zo mobiel (meer) is. Een boer die een baan ‘buiten het boeren- bedrijf’ heeft, gaf aan dat de grootste invloed van corona daar groter was.
Een biologische melkveehouder vertelde dat hij was ondersteund door de businessclub. Citaat van een melkveehouder over het gemis van sociale contacten. ‘In het buitengebied leven we toe naar evenementen en sociale aangelegenheden. Die vallen weg en dat wordt gevoeld door ons. We bivakkeren op ons eigen erf, de aanloop en aanspraak is minder. Wellicht zijn de boe- renprotesten daarom wel zo succesvol. De sector is ook op zoek naar onderling contact en saamhorigheid.’ Tijdens de keukentafelgesprekken zijn de volgende vragen gesteld onder dit thema: Welke impact heeft de coronacrisis op uw bedrijf, worden investeringen uitgesteld vanwege corona, en hoe verhoudt de coronacrisis zich tot bedrijfsvoering op lange termijn? • Welke impact heeft de coronacrisis op (de omzet) van uw bedrijf? • Welke ondersteuningsmogelijkheden kan de gemeente nemen om de impact te verzachten? • Heeft u gebruik gemaakt van bestaande ondersteuningsmogelijkheden? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet? • Worden investeringen uitgesteld vanwege corona en zo ja, welk type investeringen? • Hoe verhoudt de coronacrisis zich tot bedrijfsvoering op lange termijn? College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015224/31 42 43 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND 6.2 SWOT 6.3 BELEIDSOPGAVEN De negatieve prijsvorming heeft impact op de investeringsruimte van de
agrariër. Hierdoor is het lastig voor agrarisch ondernemers om te investeren in duurzaamheidsmaatregelen die gerelateerd zijn aan de beleidsopgaven van de gebiedspartners. Bij het uitwerken en uitrollen van deze ambities is het wenselijk om hiervoor aandacht te hebben. 6.4 SCHAALNIVEAU De coronacrisis heeft in de meeste sectoren binnen de landbouw tot een negatieve prijsvorming geleid, waardoor de investe- ringsruimte voor de agrariërs beperkt is, wellicht ook op langere termijn. Bij het uitwer- ken van de ambities is het raadzaam om rekening te houden met deze omstandighe- den en bij het uitrollen hiervan uit te gaan van een langere periode. Daarnaast zouden de gebiedspartners kunnen nadenken over financiële ondersteuning bijvoorbeeld in de vorm van subsidies of fiscale regelingen om agrariërs te stimuleren om eventuele stappen te zetten richting verduurzaming op hun bedrijf. S – kracht/sterk (intern) Het werk gaat altijd door, impact op platteland is beperkt, noodzaak financiële ondersteuning is beperkt om gevolgen van coronacrisis op te vangen, veerkrachtige sector. Negatieve prijsvorming zonder daar invloed op te hebben, beperkte investeringsruimte als gevolg daarvan, sociaal isolement omdat beperkte tot geen aanloop meer is op het erf. Nadenken over alternatieven, bijvoorbeeld korte ketens of regionaal afzet van (landbouw)producten.
Negatieve lange termijneffecten in de prijsvorming, beperkte investeringsruimte als gevolg daarvan ook op lange termijn, ondersteuningsmogelijkheden sluiten onvoldoende aan of agrarisch ondernemers zijn er niet mee bekend. T – bedreigingen (extern) W – zwaktes (intern) O – kansen (extern) Thema 6 7. VERVOLG Analyse 7.1 PROCES De meeste agrariërs willen graag betrokken blijven in de vorm van een klankbordgroep bestaan- de uit agrariërs of een klankbordgroep met gemeente, erfbetreders en belangenbehartigers. Ook zijn agrariërs geïnteresseerd om mee te denken en te werken aan een pilot of willen ze actief deelnemen in een gebiedstraject. Deze passage verdient wel enige nuancering, dat ondanks nagenoeg alle agrariërs graag de resultaten van het onderzoek horen en verbonden willen blijven, deze vraag wel enige sceptische reacties opriep, ‘jaja, weer zo’n projectje’. Daarnaast is meerdere malen gevraagd naar de status van het bestemmingsplan. Ondanks dat sprake is van enige scepsis en de weerbarstige en financiële situatie waar de mees- te agrarisch ondernemers zich in bevinden, geven deze uitkomsten een grote betrokkenheid weer van de sector bij het gebied. Het is van belang dat de gebiedspartijen en in het bijzonder de gemeente op een slimme manier nadenken hoe een vervolg wordt gegeven aan dit onderzoek en op welke wijze de agrariërs hierbij worden betrokken.
Tijdens de keukentafelgesprekken zijn de volgende vragen gesteld onder dit thema: De gemeente Steenwijkerland gaat graag samen aan de slag voor het gebied. Hoe kan de gemeente u bij dit proces betrekken? • Behoefte aan klankbordgroep met collega-agrariërs. • Wil graag deelnemen aan een klankbordgroep. • Meewerken/denken aan een pilot. • Deelname aan gebiedstraject ontwikkeling. • Heb geen interesse in verdere deelname. College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015225/31 44 45 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND 8. CONCLUSIES & AANBEVELINGEN 8.1 CONCLUSIES • De stijgende kostprijs - tegenover een gelijkblijvende of zelfs dalende prijs voor hun product - geeft agrariërs weinig financiële ruimte. De ruimte die er is wordt veelal volledig benut voor het optimalise- ren van de bedrijfsvoering. Door het onzekere financiële perspectief kunnen agrariërs niet substantieel investeren in verduurzaming of verbreding, terwijl de meerderheid hiertoe wel bereid zou zijn. Een deel van de geïnterviewden heeft aangegeven bezig te zijn met het afbou- wen van hun bedrijf en in de (nabije) toekomst te zullen stoppen. Voor deze boeren is het vaak niet meer interessant of van belang om te investeren.
• Bedreigingen voor de toekomst, die het doen van grote investeringen in de weg staan, worden ervaren in de beperkte financiële ruimte, grondschaarste (of zelfs grondconcurrentie - door uitbreiding van natuur en aanleg van zonnevelden) en met name in de ontwikkelingen rondom de stikstofcrisis. De angst bestaat dat in de toekomst ook het optimaliseren van het bedrijf - door bijvoorbeeld een oude stal te vervangen door een nieuw exemplaar - niet meer mogelijk zal zijn. Laat staan dat er ruimte zal zijn om te extensiveren, waarbij ook weer grond nodig is. • Agrariërs winnen kennis en advies in via verschillende organisaties en kanalen, afhankelijk van de vraag en context. De voornaamste adviseur is de boekhouder, maar er wordt ook kennis en advies ingewonnen via de veevoeradviseur, collega-ondernemers (al dan niet in studie- clubverband), de beurs in Hardenberg, adviesbureaus, de veearts, (agrarische) media en agrarische brancheorganisaties. Ook een baan naast het bedrijf kan een bron van informatie zijn voor de onderne- mers. Met de gemeente en provincie is gering contact. Het contact dat er is wordt verschillend gewaardeerd. Over de ge- meente wordt gezegd dat er geen duidelijk aanspreekpunt is, dat er geen duidelijke visie is en dat de gemeente redelijk gericht is op natuur, waardoor er niet altijd oog is voor landbouwbelangen.
• Over het algemeen is er weinig vertrouwen in de overheid onder de agrariërs. Zij vinden dat de overheid te veel met ‘korte termijn zaken’ bezig is en een stip op de horizon of meerjarig toekomstplan ont- breekt. Daardoor kunnen agrariërs niet anticiperen. De mate van vertrouwen (of wantrouwen) verschilt per overheidslaag. Het grootste wantrouwen wordt gevoeld richting de Rijksoverheid. Het contact met de provincie en gemeente wordt als beter ervaren, omdat die dichter bij de boer staan. Ook de afstand tussen beleid en praktijk vinden de boeren vaak te groot. Er zou meer balans moeten zijn tussen theoretische en praktische mensen bij de overheid. Daarnaast ervaren agrariërs dat het beeld van de overheid over de agrari- sche sector niet altijd even positief is. Met betrekking tot de politiek voelen de boeren dat hun stem niet meer vertegenwoordigd is. Doordat beleid zonder inspraak van landbouw tot stand komt, ontstaat onlogi- sche en tegenstrijdige regelgeving. • De grootste zorgen bij agrariërs hebben betrekking op het ontbreken van duidelijk beleid op het gebied van stikstof in relatie tot Natura 2000-gebieden en de impact daarvan op het bedrijf. Het gevoel leeft onder de agrariërs dat natuur belangrijker is dan landbouw. Ook zijn er zorgen over de uitbreiding van Natura 2000-gebieden met extra natuur.
Dit kan leiden tot beper- king in ontwikkeling en optimalisering van het bedrijf. Een redelijk deel van de agrari- ers maken zich zeer ongerust over hun persoonlijke situatie waarbij niet duidelijk is of de PAS-meldingen worden gelegali- seerd of waarbij sprake is dat de NB-ver- gunning is vernietigd. Als hier geen passen- de oplossing voor komt, kunnen de gevolgen enorm zijn. Natura 2000 brengt beperkingen met zich mee met betrekking tot de afschot van dieren zoals ganzen die overlast veroorzaken. Ook is sprake van hinder van muizen, ooievaars, vossen en dassen. Door Natura 2000 is ook sprake van een scheurverbod, dat als zeer onaan- genaam wordt ervaren door de boeren. Daarnaast zijn de boeren kritisch over de opstelling van Natuurmonumenten. • De verwachting in de gemeente Steenwij- kerland is dat een groot deel van de boeren gaat stoppen. Agrarisch onderne- mers hebben zorgen over de impact hiervan op de leefbaarheid in de regio, omdat landschap dan niet meer wordt onderhouden en gebouwen leeg komen te staan. Dit is een aandachtspunt voor de gemeente. Een aanzienlijk deel van de agrariërs heeft grote zorgen over de ontwikkeling van zonneparken, omdat dit ten koste gaat van de gezinsbedrijven. Initiatieven van agrarisch ondernemers komen niet van de grond omdat het elektriciteitsnetwerk vol zit, onder andere vanwege deze zonneparken.
Daarnaast is sprake van een relatief grote interesse onder de boeren in kleine windmolens op een erf, maar daar wordt een terughou- dendheid bij de gemeente geconstateerd. Andere voorziene effecten zijn: de (nega- tieve) impact op het landschap en prijsop- drijvend effect van gronden. Een ander thema dat relatief vaak benoemd is betreft de droogte en de impact hiervan op het bedrijf. • LTO Noord afdeling Steenwijkerland wordt gezien als een belangrijke partij. Door de respondenten wordt heel verschillend gedacht over de rol en invloed van LTO. Een aanzienlijk deel van de agrariërs waarmee gesproken is, is geen lid van LTO om diverse redenen. Over de gemeente bestaan verschillende opvattingen. De grootste algemene deler is het ontbreken van een vast aanspreekpunt binnen de gemeente. Over het waterschap wordt gezegd niet zichtbaar te zijn en wordt een afstand ervaren, omdat de waterschappen College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015226/31 46 47 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND groter zijn geworden als gevolg van fusies. Betreffende de provincie is het beeld divers. In ieder geval wordt aandacht gevraagd voor een betere communicatie, bijvoorbeeld over de ontwikkelopgave van Natura 2000-gebieden en een ‘meeden- kende’ houding richting de agrariërs.
Boeren zijn uitgesproken negatief over de houding van TBO’s en dan met name Natuurmonumenten. Het plaatselijk belang en buurtverenigingen worden over het algemeen positief gewaardeerd. • Corona heeft met name een impact op de prijzen van de producten zoals melk en vlees. Agrarisch ondernemers met een recreatietak zoals een camping hebben wel goede zaken gedaan afgelopen zomer. Daarnaast is een positieve ontwikkeling zichtbaar dat mensen zich meer zijn gaan bezighouden met gezonde voeding en lokaal geproduceerd voedsel. Naast de economische consequenties heeft corona vooral ook sociale gevolgen, onder andere door de beperkte aanloop van erfbetreders. • Een groot aantal agrariërs is bereid gevon- den om in gesprek te treden en heeft uitgesproken ook betrokken te willen blijven bij het vervolg als het onderzoek is afgerond en gepresenteerd bijvoorbeeld door middel van een klankbordgroep. 8.2 AANBEVELINGEN • Noordwest-Overijssel, een samenwerkings- verband bestaande uit het Rijk, provincie, gemeenten in Noordwest-Overijssel en het waterschap heeft in het IBP Vitaal Platte- land forse ambities geformuleerd ten aanzien van urgente opgaven en noodza- kelijke transities op het gebied van het terugbrengen van emissies, inpassen van grote ruimteclaims, behoud en ontwikke- ling van waardevol natuur en landschap en zorgvuldig omgaan met grondstoffen.
De hoofdmoot van de agrariërs bevinden zich in een (hele) moeilijke financiële situatie, waardoor er hele beperkte ruimte is om te investeren in verduurzaming of verbre- ding. Daarom wordt aanbevolen een actieve rol te vervullen in het meedenken van een beter verdienmodel en het ontwik- kelen van projecten die daaraan bijdragen. De ambities uit het IBP Vitaal Platteland dienen teruggebracht te worden naar het schaalniveau van het boerenerf, zodat het financieel aantrekkelijk is om te investeren voor de agrariërs, waarbij sprake is met een realistische terugverdientijd. Daar- naast zien we dat verschillende (private) partijen een claim leggen op de landbouw- grond, vooral voor de aanleg van zonneak- kers. Dit kan wellicht financieel interessant zijn, maar wellicht is dit niet wenselijk voor het landschap. Daarom is het raadzaam om als samenwerkingsverband enige regie te nemen wat betreft het inpassen van ruimteclaims. • De boekhouder heeft als belangrijkste adviseur zicht op de financiële situatie van een bedrijf en daarmee heeft zij ook een redelijk goed beeld van de sector. We adviseren de gemeente om na te denken op welke manier accountants betrokken kunnen worden bij de vorming en tot- standkoming van beleid. Daarnaast komt naar voren dat agrarische media een belangrijk medium zijn waar agrariërs hun informatie vandaan halen.
Daarom raden we aan om de agrarische media beter te benutten met als doel om boeren te informeren en draagvlak te creëren voor beleid. Daarbij is het belangrijk dat er een duidelijk aanspreekpunt is binnen de gemeente. Dat blijkt vaak een bron van frustratie te zijn bij de boeren, omdat dit niet bekend is. Wellicht zou de gemeente kunnen overwe- gen om een onafhankelijk contactpersoon voor het buitengebied aan te stellen die een brugfunctie vervult richting de gemeente. • Naast de moeilijke financiële situatie waar agrarisch ondernemers zich in bevinden, bestaat er een grote onzekerheid onder boeren vanwege onduidelijk of ontbrekend beleid waaronder op het terrein van stikstof in relatie tot Natura 2000. Als gevolg hier- van nemen agrariërs een afwachtende houding aan. Daarnaast is sprake van een diep wantrouwen richting overheden. We adviseren het samenwerkingsverband Noordwest-Overijssel ten aanzien van het realiseren van ambities een realistisch tijdspad te hanteren en daarbij rekening te houden ten aanzien van de ontwikkelingen omtrent stikstof. Plus is van belang dat hier snel duidelijkheid over komt. We raden in ieder geval de gemeente zeer aan om te investeren in de relatie tussen de boeren en de gemeente.
• De agrarisch ondernemers zien andere uitdagingen als belangrijke opgaven dan het samenwerkingsverband Noordwest- Overijssel en zijn veelal gerelateerd aan het boerenerf. We adviseren dat de overheden uit dit samenwerkingsverband in samen- spraak met de agrariërs bepalen welke thema’s als meest urgent worden gezien en waarbij bij alle partijen draagvlak is om hiermee aan de slag te gaan. Daarnaast bevelen we aan dat de rol en bijdragen van de betrokken overheden scherp is en dit ook actief te communiceren aan de agrari- ers. Wij zijn van mening dat dit helpt in het verkleinen van de afstand tussen de over- heid en de agrarische sector en het verkrij- gen van draagvlak voor de plannen omdat boeren dan gelijk zien dat overheden ook hun verantwoordelijkheid nemen (‘het wordt niet alleen op het bordje van de boer gelegd’). • Tussen de gebiedspartijen en de agrarische sector in Steenwijkerland is een kloof waarneembaar. Dit kan het realiseren van de plannen bemoeilijken. Door agrariërs zouden eventuele ambities ervaren kunnen worden dat het ‘opgelegd wordt van hogere hand’. We raden dringend aan dat nage- dacht wordt welke stappen gezet kunnen worden om de afstand te verkleinen en hoe aan draagvlak gewerkt kan worden voor de plannen. Het aanstellen van een onafhan- kelijk contactpersoon voor het buitengebied kan daarbij een oplossing zijn.