25.0 Informatienota 2021 - 12 - Analyse agrarische sector Steenwijkerland - Rapport Vitaal platteland.pdf
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_001521/31 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Zitting van 23 maart 2021 Beleid en Uitvoering - Samenleving en Ontwikkeling 10 2021_B&W_00152 Informatienota - Analyse agrarische sector Steenwijkerland - Rapport Vitaal platteland - informeren Samenstelling: Afwezig: de heer R. Bats, Burgemeester; de heer B. Harmsma, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; mevrouw T. Bijl, Wethouder; mevrouw J. Groot de, Secretaris Samenvatting Stichting Stimuland heeft onderzoek gedaan naar de agrarische sector in Steenwijkerland. Met het rapport Vitaal platteland heeft de gemeente een bouwsteen in handen voor de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest-Overijssel. Het rapport biedt aanknopingspunten voor een goede dialoog en voor het bepalen van gemeentelijke standpunten. Op 14 april a.s. is er een bijeenkomst waarin de resultaten eerst met de agrariërs worden besproken. Het rapport wordt ter informatie aangeboden aan de gemeenteraad. Informatienota Inleiding Een jaar geleden hebben we Stichting Stimuland gevraagd een onderzoek te doen naar de agrarische sector. Achterliggende vraag was: wie zijn onze agrarische ondernemers, wat houdt hen bezig en hoe zien ze de toekomst? Een goed beeld van de sector is van belang.
We staan immers aan het begin van de Gebiedsgerichte aanpak (GGA) Noordwest-Overijssel, waarin we samen met de sector en andere gebiedspartners werken aan de grote opgaven in het landelijk gebied, maar óók toekomstperspectief willen bieden aan onze ondernemers. Over deze GGA bent u inmiddels geïnformeerd, en op uw verzoek organiseren we een werkvergadering om u hierover nader te informeren. Het onderzoek van Stimuland is afgerond en Stimuland heeft het rapport Vitaal platteland onlangs opgeleverd. We bieden dit rapport hierbij ter informatie aan. Kernboodschap Gebiedsgerichte aanpak Noordwest-Overijssel Kort samengevat is de Gebiedsgerichte aanpak er op gericht om vanuit integraal perspectief de bodemdaling terug te dringen (CO2-reductie), de natuurdoelen te halen (stikstofreductie) en daarbij het toekomstperspectief van ondernemers voor ogen te houden. De provincie heeft de regie op de GGA, maar we trekken hierin samen op, met alle overheden en maatschappelijke partners in het gebied. Deze ingrijpende en veelomvattende aanpak vraagt om participatie en dialoog. Als gemeente, en als meest nabije overheid, zien we hier op toe. Een jaar geleden hebben we geconcludeerd dat een goede analyse van de sector daarvoor een begin is. Op basis van de analyse begrijpen we de dilemma’s van de agrariërs beter.
Van daaruit kunnen we bepalen waar aanknopingspunten voor het gesprek liggen, en wat er nog meer nodig is voor een goede dialoog. Maar dat is niet de enige rol van College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_001522/31 de gemeente. De gemeente zal ook haar positie in de inhoudelijke beleidsafweging moeten bepalen. Hoe ziet de gemeente het toekomstperspectief voor agrarische ondernemers met de opgaven in ogenschouw? Ook daarvoor is een goede analyse van de sector een begin. Rapport met analyse van agrarische sector Stimuland heeft een lezenswaardig rapport opgeleverd. De ruim 100 interviews zijn teruggebracht naar een helder beeld, ingekleurd met citaten. Het rapport bevat conclusies en aanbevelingen waar we u graag naar verwijzen. Een paar highlights uit het rapport: Agrariërs staan voor grote investeringen maar aarzelen. Ze zien nu en in de toekomst bedreigingen, bijvoorbeeld in de beperkte financiële ruimte, grondschaarste (of zelfs grondconcurrentie - door uitbreiding van natuur en aanleg van zonnevelden) en met name in de ontwikkelingen rondom de stikstofcrisis. Agrariërs winnen kennis en advies in via verschillende organisaties en kanalen.
De voornaamste adviseur is de boekhouder, maar er wordt ook kennis en advies ingewonnen via de veevoeradviseur, collega-ondernemers, de beurs in Hardenberg, adviesbureaus, de veearts, (agrarische) media en agrarische brancheorganisaties. Met de gemeente en provincie is gering contact. Het contact dat er is wordt verschillend gewaardeerd. Over de gemeente wordt gezegd dat er geen duidelijk aanspreekpunt is, dat er geen duidelijke visie is en dat de gemeente redelijk gericht is op natuur, waardoor er niet altijd oog is voor landbouwbelangen. Over het algemeen is er weinig vertrouwen in de overheid onder de agrariërs. Zij vinden dat de overheid te veel met ‘korte termijn zaken’ bezig is en een stip op de horizon of meerjarig toekomstplan ontbreekt. De grootste zorgen bij agrariërs hebben betrekking op het ontbreken van duidelijk beleid op het gebied van stikstof in relatie tot Natura 2000-gebieden en de impact daarvan op het bedrijf. Het gevoel leeft onder de agrariërs dat natuur belangrijker is dan landbouw. LTO Noord afdeling Steenwijkerland wordt gezien als een belangrijke partij. Er wordt heel verschillend gedacht over de rol en invloed van LTO. Over het Waterschap wordt gezegd niet zichtbaar te zijn en wordt een afstand ervaren, omdat de waterschappen groter zijn geworden als gevolg van fusies. Het beeld over de provincie varieert.
In ieder geval wordt aandacht gevraagd voor een betere communicatie, bijvoorbeeld over de ontwikkelopgave van Natura 2000-gebieden en een ‘meedenkende’ houding richting de agrariërs. Boeren zijn uitgesproken negatief over de houding van TBO’s en dan met name Natuurmonumenten. Het Plaatselijk belang en buurtverenigingen worden over het algemeen positief gewaardeerd. Consequenties voor de gemeente We hebben met dit rapport een goede bouwsteen in handen om de GGA verder vorm en inhoud te geven. Dit rapport is een zorgvuldige analyse, op basis waarvan we het gesprek aan gaan met de agrariërs, met u en met onze gebiedspartners. Op basis van een gedragen analyse kunnen we vervolgens bepalen wat te doen (in agenda, visie of strategie). Dit rapport is dus een analyse en nog geen agenda. Toch bevat het rapport al concrete aanbevelingen, ook voor eenvoudige verbeteringen. Daar waar het nu al kan, pakken we die op. De aanbevelingen richten zich op dienstverlening, participatie en positiebepaling Dienstverlening: We betrekken dit rapport bij de uitvoering van de al vastgestelde Visie op Dienstverlening. Bijvoorbeeld hoe we de rol van adviseur goed vorm kunnen geven. Een relatief eenvoudige maatregel is het organiseren van een goed aanspreekpunt voor de sector, die pakken we bijvoorbeeld op.
Participatie: Er wordt op dit moment gewerkt aan een visie op participatie (in het kader van de Omgevingswet). Dit rapport levert daarvoor input aan. In het rapport staat de aanbeveling van een klankbordgroep. Dit zullen we met de sector gaan bespreken (zie onder het kopje Communicatie); College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_001523/31 Positiebepaling: De agrariërs vinden de positie van de gemeente in het landelijk gebied niet helder, een visie ontbreekt. Trots en waardering worden gemist. Deze analyse helpt ons onze positie hierin te bepalen en te verstevigen. We willen daarover onder andere met u in gesprek (zie onder het kopje Vervolg). Eenvoudige oplossingen zijn er ook: we continueren en intensiveren de door de sector gewaardeerde bedrijfsbezoeken door (vertegenwoordigers van) de organisatie en het bestuur. Communicatie We hebben alle agrarische ondernemers persoonlijk geïnformeerd over het rapport. Het rapport staat op de website en is openbaar. We hebben alle ondernemers uitgenodigd om deel te nemen aan een interactieve infosessie op 14 april a.s.. In deze infosessie wordt het rapport toegelicht en besproken. Ook gebiedspartners zijn hierbij uitgenodigd. De LTO en stichting Weerribben-Wieden leveren een actieve bijdrage aan dit gesprek. Wethouder Bijl zal in de bijeenkomst in lijn met deze informatienota op het rapport reageren.
Doel van de bijeenkomst is om: 1.) te informeren, maar ook 2.) in samenspraak te kunnen benoemen welke vervolgstappen nodig zijn. U bent van harte uitgenodigd deel te nemen aan deze bijeenkomst. Vervolg Op 31 maart a.s. is er een werkvergadering van de gemeenteraad waarin de GGA wordt toegelicht. Dit rapport wordt bij deze toelichting betrokken en hierover kan dan van gedachten worden gewisseld. Onze conclusie is dat we als gemeente helder moeten zijn in waar wij voor staan: we staan voor een duurzaam perspectief voor onze agrarische ondernemers. We gaan met de sector in gesprek over hoe we daar invulling aan kunnen geven, te beginnen op 14 april a.s.. Dit gesprek voeren we ook met onze gebiedspartners. Het is daarbij van belang te weten wat er op de sector afkomt. Wat zijn de opgaven rond stikstof, natuur en bodemdaling? Deze opgaven worden op dit moment uitgewerkt in de Gebiedsanalyse van de Gebiedsgerichte Aanpak. Naar verwachting wordt deze Gebiedsanalyse in de zomer aan u voorgelegd ter advisering/vaststelling. Nog vóór dit moment leggen we aan u voor hoe we de gemeentelijke rol en verantwoordelijkheid zien en bespreken we dit met u. Corona Communicatie en vervolg pakken we op binnen de kaders van de Coronamaatregelen. We gaan er vanuit dat de nu gekozen vorm van de digitale infosessie een goed gesprek niet in de weg staat.
Zo mogelijk kiezen we uiteraard voor fysieke bijeenkomsten. Besluit Beslispunt 1 Het college besluit de informatienota Analyse van de agrarische sector in Steenwijkerland, met bijgaand Rapport Vitaal platteland vast te stellen. Bijlagen 1. Steenwijkerland rapport Vitaal Platteland.pdf VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND Analyse keukentafelgesprekken agrarisch ondernemers: ‘Haal de moet eruit en houd de moed erin’ College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_001524/31 2 3 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND Colofon Dit onderzoek is uitgevoerd door: In opdracht van de gemeente Steenwijkerland. Vilsteren, februari 2021 Algemeen 5 Achtergrond 6 Doel 6 Onderzoeksopzet 7 1. Toekomstperspectief 9 1.1 Toekomst van het bedrijf: waarom wel of niet innoveren? 9 1.2 SWOT 14 1.3 Beleidsopgaven 15 1.4 Schaalniveau 15 2. Kennis en advies 16 2.1 Bij wie en waarom wint u over het algemeen informatie en advies in? 16 2.2 SWOT 19 2.3 Beleidsopgaven 20 2.4 Schaalniveau 20 3. Sectoroverstijgende/-specifieke uitdagingen in relatie tot bedrijf 21 3.1 De grootste sectoruitdagingen 21 3.2 De belangrijkste uitdagingen 25 3.3 Beeld overheid over de sector 25 3.4 Vertrouwen sector in de overheid 26 3.5 SWOT 27 3.6 Beleidsopgaven 27 3.7 Schaalniveau 28 4.
Gebiedsspecifieke uitdagingen in relatie tot bedrijf 29 4.1 Kenmerken van het gebied 29 4.2 Grootste opgaven in het gebied 30 4.3 Belangrijkste uitdagingen in het gebied 34 4.4 Eigen rol in transitieopgaven 34 4.5 SWOT 35 4.6 Beleidsopgaven 35 4.7 Schaalniveau 35 INHOUD College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_001525/31 4 5 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND Karakteristieken De respondenten uit dit onderzoek zijn op een representatieve manier verdeeld over de sectoren (conform landelijke & Overijsselse verdeling). De meeste respondenten zijn vee- houders, die hun producten verkopen via de vrije markt of met een contract. Hiernaast zijn er veel ondernemers die aan een coöperatie leveren. Een aantal ondernemers is in meerde- re sectoren actief. In de categorie Anders is onder andere ingevuld: • Baan buiten de deur • Loonbedrijf • Biogas • Zuivelbedrijf • Aannemersbedrijf • Schapenhouderij • Hoveniersbedrijf • Notenteelt • Geen bedrijf meer • Paarden ALGEMEEN Veehouderij Akkerbouw Gemengd Rietteelt Verbreding Toerisme Zorg Anders 83 13 2 8 3 4 0 20 5. Gebiedspartijen 36 5.1 Rol van gebiedspartijen 36 5.2 SWOT 39 5.3 Beleidsopgaven 39 5.4 Schaalniveau 39 6. Overig 40 6.1 Corona 40 6.2 SWOT 42 6.3 Beleidsopgaven 42 6.4 Schaalniveau 42 7. Vervolg 43 7.1 Proces 43 8.
Conclusies & Aanbevelingen 44 8.1 Conclusies 44 8.2 Aanbevelingen 46 Bijlagen 49 Overzicht aantal ondernemers in sectoren Grafiek 1: Type bedrijf College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_001526/31 6 7 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND Grafiek 2: Focus van het bedrijf ONDERZOEKSOPZET In de categorie Anders is onder andere ingevuld: • Natuurhooi • Ecologisch • Rietteelt • Verkoop van agrarische machines • Geen bedrijf meer • Pacht binnen Natura 2000-gebied ACHTERGROND In de afgelopen maanden is er veel aandacht geweest voor de agrarische sector. Waar nu het coronavirus de boventoon voert, was dat slechts een paar maanden geleden nog de stikstofcrisis waarbij boeren door heel Neder- land protesteerden tegen het beleid van de overheid. De agrarische sector staat daarmee voor een flink aantal uitdagingen. Om tot een integrale aanpak te komen, is er in Noord- west-Overijssel een samenwerkingsverband gevormd tussen Rijk, provincie, gemeenten in Noordwest-Overijssel en het waterschap dat gericht is op het samen(hangend) aanpak- ken van urgente opgaven en noodzakelijke transities.
Om daarin ook goed de wensen en behoeften van ondernemers mee te nemen, heeft de gemeente Steenwijkerland besloten om van 18 mei 2020 t/m 1 juni 2020 een enquête te houden onder de agrarisch ondernemers en deze te complementeren met keukentafelgesprekken. Voorafgaand aan dit onderzoek zijn agrariërs geïnformeerd middels een brief van de gemeente Steen- wijkerland, zie bijlage 1. De rapportage van deze enquête is op 10 juli 2020 opgeleverd en gedeeld met de gemeente Steenwijkerland. De resultaten van de keukentafelgesprekken bieden extra inzicht in de uitdagingen van de agrarisch ondernemers in de gemeente Steenwijkerland en zijn weergegeven in deze rapportage. DOEL Het doel van het kwalitatieve onderzoek door middel van keukentafelgesprekken is om meer inzicht te krijgen in wat er speelt bij ondernemers in de agrarische sector in Steen- wijkerland en in de uitdagingen die zij op dit moment ervaren, waarbij zij ondersteuning zouden kunnen gebruiken. Keukentafelgesprekken 1. Aantal gesprekken gepland 107 101 105 2. Aantal gesprekken gevoerd2 3. Aantal agrarische bedrijven3 aan bod gekomen tijdens keukentafelgesprekken Voor de keukentafelgesprekken is een gespreks- handleiding ontwikkeld door Stimuland in samenspraak met de gemeente Steenwijker- land. De inhoud van de gesprekshandleiding is (deels) gebaseerd op uitkomsten van het kwantitatieve onderzoek.
De gesprekshandlei- ding is als bijlage 2 toegevoegd aan voorliggend rapport. Door de gemeente Steenwijkerland is een adressenbestand aangeleverd met ruim 350 1 agrarisch ondernemers. In de periode van 1 augustus tot en met 31 december 2020 zijn met 105 agrariërs van verschillende bedrijven keukentafelgesprekken gevoerd. In onderstaand kader wordt dit nader gespecifieerd. Het is een aantal keren voorge- komen dat er tijdens één gesprek agrariërs van meerdere, verschillende bedrijven aanwezig waren. Het ‘aantal agrarische bedrijven aan bod gekomen tijdens keukentafelgesprekken’ ligt daarom hoger dan het ‘aantal gesprekken gevoerd’. Deze respondenten zijn allemaal mee- genomen in voorliggende rapportage. 1 Van deze 350 ondernemers stonden 49 ondernemers dubbel vermeld in het bestand, daarnaast betreft het 30 ondernemers die hobbyboer zijn of het bedrijf reeds beëindigd hebben en 2 ondernemers zijn niet woonachtig in de gemeente Steenwijkerland. 2 Het verschil in het aantal geplande en daadwerkelijk gevoerde gesprekken komt door het annuleren van afspraken door agrariërs. Redenen voor het annuleren van afspraken waren erg situatie afhankelijk. Een deel van de afspraken is in tijden van strengere quarantaine omgezet in digitale overleggen.
Met ondernemers - waarmee al een fysiek bezoek gepland stond - die geen digitaal of telefonisch gesprek wilden, is uiteindelijk geen gesprek gevoerd. Andere redenen om het geplande gesprek te annuleren waren bedrijfsomstandigheden of privéomstandigheden. 3 Met ‘aantal agrarische bedrijven’ tellen we het aantal bedrijven dat als één reactie meegenomen is in de totaalanalyse. Bij de grote meerderheid van die gesprekken echter, zaten meerdere bedrijfseigenaren/-partners en/of bedrijfsopvolgers aan tafel. Anders Rechtstreekse verkoop van producten Agrarisch natuurbeheer Biologisch Gangbaar 66% 9%4% 13% 8% College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_001527/31 8 9 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND Analyse 1.1 TOEKOMST VAN HET BEDRIJF: WAAROM WEL OF NIET INNO - VEREN? Kostprijs en schaalvergroting Een wezenlijk deel van de agrarisch onderne- mers is gericht op het beheersbaar houden van de kostprijs en de uitbreiding van de schaalomvang van het bedrijf. Dat heeft onder andere te maken met eventuele bedrijfoverna- me of optimaliseren van de bedrijfsvoering. Wanneer sprake is van uitbreiding of optimali- sering is door meerdere boeren genoemd dat ze niet de bedoeling hebben meer dieren te gaan houden. Ondanks dat er wellicht plannen zijn voor uitbreiding, is de geringe financiële ruimte de beperkende factor voor veel boeren.
Want voor opschaling moeten bijvoorbeeld ook weer fosfaatrechten worden aangekocht. Daarnaast moet ook verschil worden gemaakt binnen de verschillende deelsectoren in de landbouw. Een varkenshouder zal eerder gericht zijn op schaalvergroting, omdat ze geen grond onder het bedrijf hebben. Op de vraag wat de grootste uitdaging voor de toekomst is, gaven veel boeren dan ook het antwoord ‘het verdienen van een goede boterham’. Door een biologische melkveehou- der wordt het treffend verwoord: ‘Het blijft lastig om een goede prijs te maken, ook wij als biologische melkveehouders die zelf onze melk verzuivelen en afzetten, hebben hier erg veel moeite mee. We blijven zoeken naar manieren om de verduurzaming die wij doorvoeren ook daadwerkelijk betaald te krijgen. ’Een gangbare melkveehouder die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan zegt: ‘Bij mij ontbreekt de financiële ruimte terwijl op mijn bedrijf sprake is van een extensieve bedrijfsvoering met een duurzame veestapel (melkvee).’ In de keuken- tafelgesprekken is dit dilemma relatief vaak aan bod gekomen: het pittoreske beeld van het publiek over het runnen van een boeren- bedrijf in relatie tot het verwaarden van het product. Het opschalen heeft niet altijd de voorkeur van de ondernemer, maar is vaak ook een gevolg van het systeem waar de agrariër in zit.
Door de toenemende regeldruk worden veel agrari- ers in een keurslijf gedrukt waar zij niet in passen en/of nog niet aan toe zijn. Daardoor moet er steeds meer vreemd vermogen in, worden de marges kleiner en zijn ze genood- zaakt om te groeien. Ook de periferie stimu- leert de groei van bedrijven. 1. TOEKOMSTPERSPECTIEF 4 Degenen waarvan het e-mailadres beschikbaar was in het aangeleverde adressenbestand. 5 Onder sectoroverstijgend wordt verstaan: alle data die niet exclusief toe te schrijven zijn aan een enkele sector. 6 Onder gebiedsspecifiek wordt verstaan: opgaven die gerelateerd zijn aan een specifiek gebied. In het kwalitatieve onderzoek zijn alle agrariërs in Steenwijkerland benaderd door de gemeente Steenwijkerland middels een brief. Agrariërs konden zichzelf aanmelden voor een keuken- tafelgesprek bij Stimuland. Daarnaast zijn agrariërs4 door middel van een e-mail vanuit Stimuland benaderd, met de uitnodiging tot een keukentafelgesprek. Ook is onder andere via vakbladen, de lokale radio omroep en de social media van Stimuland de mogelijkheid om deel te nemen aan het onderzoek herhaal- delijk onder de aandacht gebracht. Tot slot heeft Stimuland telefonisch alle adressen, waar nog geen gesprek mee gepland stond, min- stens één keer benaderd.
De ondernemers die geen gesprek wilden, geven als hoofdreden aan dat ze geen vertrouwen hebben in de gemeente en dat een keukentafelgesprek geen meerwaarde heeft, omdat dit niet bijdraagt aan een andere houding van de gemeente. Andere redenen die worden genoemd zijn andere prioriteiten of dat andere mensen het beter kunnen verwoorden. In de gesprekshandleiding zijn verschillende thema’s aan bod gekomen. Er is allereerst gevraagd naar algemene informatie van de respondent. Daarna is naar het toekomst- perspectief gevraagd en of agrarisch ondernemers gebruik maken van advies en ondersteuning voor het eigen bedrijf. Toen is stilgestaan welke sectoroverstijgende5 uitda- gingen en gebiedsspecifieke6 uitdagingen worden ervaren door de agrariërs in relatie tot het eigen bedrijf. Vervolgens is gevraagd welke partijen actief zijn in dit gebied en welke impact corona heeft (gehad) op het eigen bedrijf. Tot slot is gepolst of er interesse was betrokken te worden bij het vervolg.
Tijdens de keukentafelgesprekken zijn de volgende vragen gesteld onder dit thema: Hoe ziet de toekomst voor uw bedrijf eruit? • Wat is uw toekomstbeeld voor de komende jaren (uitbreiding hoofdactiviteit, behoud van huidige situatie, afbouwen/stoppen hoofdactiviteiten)? • Wat gaat er volgens u veranderen qua bedrijfsvoering de komende jaren? Als u geen veranderingen verwacht kunt u dat nader toelichten? • Verkent u ook andere opties zoals sluiten kringlopen en natuur in combinatie met landbouw, lokale productieketens of toename van nevenactiviteiten? College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_001528/31 10 11 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND ‘Voor Friesland Campina heeft een bedrijfsom- vang van 140 koeien tegenwoordig de voor- keur’, aldus een melkveehouder. Terwijl de gemiddelde bedrijfsomvang 100 koeien is in Nederland. Ook komt uit interviews naar voren dat de potentiële bedrijfsopvolgers, die veelal een agrarische opleiding volgen, vaak op de opleiding nog meekrijgen dat ‘groeien’ de toekomst is. Doordat de tendens nog steeds is dat bedrijven groter worden, is het voor kleinere bedrijven lastiger om te experimenteren.
Beperkte ruimte om te investeren in duur- zaamheid De meeste ondernemers willen wel investeren in duurzaamheid, maar zij worden hierin gelimiteerd door een beperkte tot geen financiële ruimte vanwege een hoge kostprijs en een lage opbrengstprijs, tegenstrijdigheden en complexiteiten in de vergunningverlening, onzekerheid rondom de stikstofcrisis of dat er geen beschikbaarheid is op het elektriciteits- net. Als agrariërs gaan investeren in duurzaamheid, werkt dit weer kostprijsverhogend. Daar staat echter in veel gevallen geen hogere opbrengst voor hun product tegenover. ‘De melkprijs zit al jaren op hetzelfde niveau. Maar de kosten voor de boer blijven stijgen, door allerlei nieuwe regels’, zo laat een ondernemer weten. Agrarisch ondernemers die op dit moment extensief ondernemen, geven aan dat dit bedrijfseconomisch niet aantrekkelijk is en dat intensiever ondernemen dan toch weer als oplossing wordt gezien voor een beter rende- ment. In geval van extensivering is extra grond nodig, maar er is sprake van grondschaarste omdat de gronden vaak al vergeven zijn voor natuurontwikkeling.
Een enkeling is echter positief: ‘Ik verwacht dat er voldoende ruimte blijft om te ontwikkelen, omdat genoeg bedrij- ven gaan stoppen zal grond niet het probleem zijn.’ Daarnaast zijn melkveehouders door de zuivelsector verplicht om de KringloopWijzer in te vullen, maar met de uitkomsten wordt niets gedaan door overheden of periferie. Door een melkveehouder wordt opgemerkt dat zij de ‘KringloopWijzer door een adviseur laten invullen vanwege de ingewikkeldheid van het systeem en dat de uitkomsten moeilijk leesbaar en moeilijk toepasbaar zijn’. Een hogere leeftijd, geen bedrijfsopvolger, een te kleine omvang van het bedrijf worden ook als redenen opgegeven om niet of beperkt te investeren in duurzaamheid. Financiële midde- len worden dan alleen nog aangewend om de bedrijfsvoering te optimaliseren. Daarnaast moet worden aangestipt dat boeren duurzaamheid verschillend interpreteren. Een akkerbouwer vat het als volgt samen: ‘We zetten vol in op efficiëntie, daarmee gaan we zo zuinig mogelijk om met grondstoffen en machines. Het is de meest duurzame vorm van produceren. Biologisch of extensiveren kan dit efficiëntieniveau nooit evenaren.’ Terwijl een biologische melkveehouder overweegt om biologisch dynamisch te worden: ‘Wij zijn bezig met het sluiten van kringlopen, geen kunst- mest meer gebruiken, geen antibiotica meer toepassen, bijna volledig energieneutraal produceren.
Daarnaast heb ik recentelijk nog een cursus homeopathie bij koeien gevolgd, waardoor er bijna geen antibiotica op ons bedrijf gebruikt wordt.’ Door de agrariërs wordt het belang benadrukt dat ook de gemeente een rol heeft om te komen tot een goed verdienmodel voor de sector. De gemeente kan ook het goede voor- beeld geven bijvoorbeeld door het inzaaien van bermen. Verbreding als kans Een deel van de boeren ziet in de verbreding van het bedrijf de toekomst. In het kader hierna zijn enkele citaten van agrarisch onder- nemers weergegeven met voorbeelden waar- aan gedacht wordt. Een aantal andere boeren die al meerdere bedrijfstakken heeft, willen hun bedrijfsvoering optimaliseren. Regelmatig geven agrarisch ondernemers aan dat ze in een toeristisch gebied zitten, maar de mogelijk- heden hiervan nog onvoldoende benutten. De opties die worden genoemd zijn bijvoorbeeld een melktap of zuivelverkoop, omdat er relatief veel recreanten voorbijkomen. Daar- naast is er zeker belangstelling om de moge- lijkheden te verkennen van bijvoorbeeld het verwaarden van natuur rondom de agrarische bedrijven. Natuur- en milieuorganisaties lijken echter nog niet zo ver te zijn. Een aantal gangbare melkveehouders wil graag behoud van de huidige situatie, maar is wel geïnteres- seerd in de mogelijkheden van agrarisch natuurbeheer.
Enkele ondernemers zijn echter ook heel uitgesproken dat ze geen neventak willen. Een bedrijfsopvolger geeft het als volgt weer: ‘Als ik met 100 koeien mijn boterham niet kan verdienen, moet ik iets anders gaan doen.’ College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_001529/31 12 13 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND ‘Ik denk wel eens na om een melktap te beginnen, maar we zitten helemaal achteraf.’ ‘Ik wil mijn hoofdtak (akkerbouw) wel uitbreiden. Ook zou ik graag andere gewassen willen telen zoals aardappelen, wortels en uien. Met de B&B willen we voorlopig niet uitbreiden. Twee kamers zijn nog te doen alleen. Als we meer kamers zouden willen, moeten we personeel aannemen.’ ‘Mijn dochters zijn werkzaam in de zorg en kinderopvang. Dit zouden in de toekomst neventakken kunnen worden omdat de kinderen graag het bedrijf in de familie willen houden.’ ‘Met de koeien wil ik niet groeien. Met de vleeskuikens wil ik nog wat uitbreiden. Ik heb verschillende plannen voor verbreding. Ik ben bezig met een biogasinstallatie. Ook willen we een boerderijwinkel beginnen. Ook houd ik me bezig met korte ketens.
Ik zie mezelf als een vooruitstrevende boer.’ ‘We denken na wat we naast het bedrijf kunnen doen, maar het voelt voor mij wel dat verwacht wordt dat iedereen tegenwoordig een neventak moet hebben.’ ‘We hebben twee takken: melkveebedrijf en kinderopvang sinds 2018. We moesten wel een tweede tak erbij. Gelukkig is dit ook mijn passie. We zijn wel blij met de verbreding, naast het melkgeld.’ Een enkeling is bezig om de stierkalfjes zelf op te fokken en lokaal af te zetten via restaurants. Door een schapenhouder wordt een voorbeeld gegeven dat lokaal afzetten moeilijker is dan soms wordt gedacht: ‘Ik heb geprobeerd om mijn schapenvlees te verkopen aan de consu- ment, maar hier was geen belangstelling voor. De consument was niet bereid om te betalen voor kwaliteitsvlees.’ Een stierenhouder ver- koopt vlees van zijn stieren aan huis. ‘Ik ben gekrompen van 100 naar 25 stieren. Eerst was ik afhankelijk van de markt en nu kan ik mijn eigen prijs bepalen. De afzet is afgelopen jaar zelfs vergroot vanwege corona.’ Daarbij dient opgemerkt te worden dat de stierenhouder ook nog vier dagen in de week werkt als ZZP’er. Daarnaast is het van belang om aan te stip- pen dat het beginnen van een neventak soms bittere noodzaak is, omdat met de hoofdactivi- teit onvoldoende financiële middelen worden gegenereerd.
‘We hebben nog geen neventak, maar als we door willen moeten we wel op zoek naar een neventak of een baan erbij. De volgende generatie moet ook verder kunnen. Ik hoop dat mijn zoon in de toekomst een goede boterham met de melkveehouderij kan verdienen.’ Citaten van agrarisch ondernemers over verbreding. Citaat van een ondernemer die benadrukt dat het beginnen van neventak niet altijd vrijwillig is. ‘Ik omschrijf mijzelf als een boer in hart en nieren en zou ook niet goed weten wie ik zou zijn, als ik geen boer meer zou zijn. Het is echt mijn identiteit. Alle onze- kerheid binnen de sector maakt het niet makkelijk. Als agrarisch ondernemer moet je 30 jaar vooruitdenken terwijl de overheid maar 4 jaar vooruitdenkt. Ik denk na over verhuizen naar het buitenland, maar dit wil ik eigenlijk ook niet omdat ik een sociaal mens ben en gehecht ben aan deze omgeving. Ik wil wel uitgekocht worden, maar dan wil ik hier wel een reële prijs voor krijgen.’ Een citaat van een agrarisch ondernemer met een zichtbare innerlijke strijd of hij moet stoppen of doorgaan Een aantal boeren merkt op dat je ‘wel het type ondernemer hiervoor’ moet zijn: niet ie- dereen heeft de wens om mensen op hun be- drijf te ontvangen en producten te verkopen, sommigen geven aan ook ‘gewoon boer’ te willen zijn.
Door een enkeling wordt de angst uitgesproken dat een neventak/activiteit zoals agrarisch natuurbeheer verplicht wordt vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) of FrieslandCampina in de toekomst. Daarnaast zijn er ook enkele hele creatieve ondernemers. Zo wordt door een potentiële bedrijfsopvolger nagedacht over de mogelijk- heden van sprinkhanenteelt. Door een voor- malig biologische melkveehouder is enkele jaren geleden een CSA (Consumer Supporter Agriculture) bedrijf opgezet. Klanten hebben hier een jaarabonnement die ze vooraf beta- len. Daarmee nemen zij ook een oogstrisico. De oogst is bedoeld voor directe consumptie. Een echtpaar heeft een notengaard aange- legd van 5 hectare achter het huis. Waarbij de ondernemers bomen aan huis verkopen, maar in de toekomst heel graag een winkel hiervoor willen hebben. Ook zijn ze van plan om te starten met een pluktuin. Afbouwen en stoppen Een deel van de agrariërs heeft inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en is aan het afbouwen. Een andere reden om te stop- pen is de grote onzekerheid binnen de sector of vanwege de ontwikkelopgave voor natuur van de provincie. Soms wordt gesproken over emigratie, maar veelal zijn deze plannen niet doorgezet. Daarnaast zijn er voorbeelden van agrarisch ondernemers die hun kinderen ontmoedigen om boer te worden.
Ook zijn er voorbeelden voorbij gekomen van boeren die wel willen stoppen maar gewoonweg niet de financiële middelen hebben om dit te doen.7 Bedreigingen Bij een groot deel van de agrarisch onderne- mers is sprake van een beperkte financiële ruimte. Om extensief te ondernemen is meer grond nodig, maar de investeringsruimte van met name (melk)veehouders is beperkt. Con- currentie is er met namae vanwege plannen voor de uitbreiding van natuur en van akker- bouwers. Daarnaast leggen verschillende pri- vate partijen een claim op de landbouwgrond, vooral voor de aanleg van zonneakkers. Voor landbouwers kan dit financieel interessant zijn, maar wellicht is dit niet wenselijk voor het landschap. Door deze ontwikkeling is ook sprake van grondschaarste. 7 De veelvoorkomende reden waarom boeren niet de financiële middelen hebben, is omdat ze overgefinancierd zijn en/of dat de hypotheek de waarde van het bedrijf overstijgt. Daardoor heeft de boer geen zeggenschap meer en bepaalt de bank de koers van het bedrijf.
College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015210/31 14 15 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND 1.2 SWOT 8 9 De ontwikkelingen rondom stikstof worden als bedreigend ervaren, omdat vergunning- verlening zo goed als stilligt waardoor het bijna niet meer mogelijk is om de bedrijfsvoe- ring te optimaliseren door bijvoorbeeld een oude stal te vervangen door een nieuwe stal, laat staan om te extensiveren. S – kracht/sterk (intern) Gericht op kostprijs(verlaging) en schaalvergroting, de agrarische bedrijven zijn gevestigd in een toeristisch gebied, een flink deel van de bedrijven is al gericht op verbreding of oriënteert zich hierop. Agrariërs zijn volledig afhankelijk van de keten waarin zij produceren, waardoor bewegingsvrijheid van de ondernemer heel beperkt is. Ook is er beperkte tot geen financiële armslag om te investeren. Groot deel van de agrarisch ondernemers is bereid te investeren in duurzaamheid, toenemende belangstelling van consumenten voor lokale producten, brede belangstel- ling voor verbreding, mogelijkheden rondom toerisme en natuur kunnen beter benut worden, aanleg van zonneakkers is (financieel) aantrekkelijk voor de agrariërs.
Afhankelijkheid van de overheid en periferie, toenemende regeldruk, belemmeringen in de vergunningverlening, kortstondige belangstelling van de consument voor lokale producten, onzekerheid met betrekking tot de stikstofcrisis, groot aantal stoppers omdat er geen bedrijfsopvolger is of vanwege grote onzekerheid in de sector, claim op landbouw- grond, toenemen van zonneakkers heeft impact op het landschap. T – bedreigingen (extern) W – zwaktes (intern) O – kansen (extern) Thema 1 1.3 BELEIDSOPGAVEN Noordwest-Overijssel, een samenwerkings- verband bestaande uit het Rijk, provincie, gemeenten in Noordwest-Overijssel en het waterschap, heeft flinke ambities ten aanzien van het aanpakken van urgente opgaven en noodzakelijke transities zoals: • Terugbrengen van de emissies van milieubelastende stoffen. • Inpassen van grote ruimteclaims vanuit klimaat-, landbouw-, voedsel- en energietransitie; behoud. • Behoud en ontwikkeling van waardevol natuur en landschap, erfgoed, beleefbare historie en het bijbehorende toeristisch product. • Zorgvuldig omgaan met grondstoffen en productiefactoren. Het is voor de individuele agrariër lastig om te investeren in bijvoorbeeld technieken om de emissies van milieubelastende stoffen te reduceren of waarmee zorgvuldig(er) wordt omgegaan met grondstoffen en productie- factoren.
Agrariërs zien wel kansen in de verbreding naast hun hoofdactiviteit, bijvoor- beeld om de mogelijkheden rondom natuur en toerisme beter te verwaarden. Door de lastige financiële positie waar veel onderne- mers zich in bevinden, is het aanleggen van een zonneakker een aantrekkelijk alternatief. Dit zou wel weer impact kunnen hebben op de aantrekkelijkheid van het karakteristieke landschap van het gebied. Van de betrokken overheden wordt dan ook gevraagd om actief mee te denken over een beter verdienmodel voor de boeren en om enige regie te nemen ten aanzien van het inpassen van de ruimte- claims. 1.4 SCHAALNIVEAU Door het onzekere financiële perspectief kunnen agrariërs niet substantieel investeren, terwijl de meerderheid hiertoe bereid zou zijn. De grote ambities en opgaven kunnen daarom niet (alleen) de verantwoordelijkheid zijn van de individuele agrariër. Door de be- trokkenen uit het gebied moet kritisch geke- ken worden wie welke verantwoordelijkheid heeft en op welk schaalniveau ambities en opgaves worden vormgegeven. Ten aanzien van de agrarische sector is het de uitdaging dat ambities en opgaven weer herleidbaar zijn naar het schaalniveau van het boerenerf, zodat het weer financieel haalbaar wordt om te investeren met een realistisch terugver- dientijd voor de agrariër.
8 De SWOT-methodiek is gebruikt om de uitkomsten te vertalen naar de conclusies en aanbevelingen op beleids- en schaalniveau. 9 Onder beleidsniveau worden uitdagingen op het gebiedsniveau verstaan en onder schaalniveau worden de uitdagingen terug- gebracht naar het boerenerf. College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015211/31 16 17 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND 2. KENNIS EN ADVIES 01 02 03 04 05 0 Rijk Buiten de landbouw Omgevingsadviseur Terreinbeheerders Cursussen Provincie Gemeente Dierenarts Vakbladen LTO Internet Collegaboeren / Studieclubs oerleverancier / Adviesbureau Boekhouder Grafiek 3: Instanties waar ondernemers informatie en advies inwinnen Analyse 2.1 BIJ WIE EN WAAROM WINT U OVER HET ALGEMEEN INFORMATIE EN ADVIES IN? Onderstaand figuur geeft een indruk van de verschillende bronnen waar agrariërs zich tot wenden voor kennis en advies. Ook de mate waarin agrariërs aangeven een beroep te doen op betreffende bron is gevisualiseerd. Boekhouder belangrijkste adviseur De boekhouder blijkt veruit de voornaamste adviseur van - en wordt het meest ingescha- keld door - de agrarisch ondernemer, met name voor financiële vragen. ‘De boekhou- der is voor mij een bron van informatie met betrekking tot ingewikkelde regelgeving’, aldus een melkveehouder.
Sommige boeren gaven aan de boekhouder ook te zien als sparring- partner. Dit komt omdat zij op de hoogte zijn van de financiële situatie van een bedrijf, en daarnaast overzien ze het geheel. Een accoun- tantskantoor heeft meerdere expertisen in huis, waardoor snel geschakeld kan worden. Een enkeling geeft aan weinig contact te heb- ben met de boekhouder. Een wezenlijk deel van de boeren uit de gemeente Steenwijker- land is aangesloten bij Countus Accountants en adviseurs en Alfa Accountants en adviseurs. Flynth Adviseurs en accountants wordt een enkele keer genoemd. Een aantal boeren zegt dat tegenwoordig het advies van hun accountants of banken anders is dan voorheen. Vroeger was het advies ge- richt op schaalvergroting en nu wordt gead- viseerd om te behouden wat je hebt. Terwijl andere agrarisch ondernemers juist uitspreken dat ‘banken en accountants nog steeds een verdere efficiencyslag en intensivering promo- ten en te weinig meebewegen met de signalen die er zijn vanuit de samenleving’. De veevoeradviseur neemt de tweede plek in als belangrijkste adviseur en verstrekt met name informatie over voeding en grasland. Een melkveehouder waarschuwt: ‘Ik heb een goede relatie met mijn veevoeradviseur, maar we moeten als sector wel alert zijn dat we niet te afhankelijk zijn van dergelijke partijen.
Want hoe onafhankelijk is een commercië- le partij als een agrarisch ondernemer deze partij tegelijkertijd veel geld verschuldigd is?’ De meeste veevoeradviseurs die betrokken zijn bij de agrarische sector in Steenwijkerland zijn werkzaam voor Agrifirm, De Eendracht, De Heus Voeders, Van Benthem Diervoerders, ABZ Diervoeding of ForFarmers. Een enkeling merkt op dat te veel wisselingen plaatsvinden van voeradviseurs. Bij boeren die op iets hogere leeftijd zijn, verricht de voeradviseur ook digi- tale werkzaamheden. Sommige boeren geven de voorkeur aan een onafhankelijke adviseur zonder onderliggende agenda. Boeren sparren ook veelvuldig met collega-ondernemers uit de buurt of in studieclubverband. Een aantal vrouwen van boeren is aangesloten bij studie- clubs voor boerinnen. De beurs in Hardenberg wordt ook enige keren genoemd als plek waar boeren elkaar ontmoeten. Regelmatig wordt advies ingewonnen bij een adviesbureau, zoals Exlan of DLV voor vergun- ningstrajecten omdat dit vaak erg complex is. Een agrariër heeft geen tijd om dit naast zijn bedrijf te doen. Veehouders noemen ook de dierenarts als belangrijke adviseur, onder an- dere vanwege het bedrijfsgezondheidsplan. Agrarische brancheorganisaties Een beperkt aantal agrarisch ondernemers is lid van LTO-Noord. Enkele leden zijn ook bestuurlijk actief voor LTO-Noord.
Daarom zijn deze ondernemers goed op de hoogte van ontwikkelingen rondom wet- en regelge- ving en innovaties. Door een enkeling wordt zelfs genoemd dat, vanwege zijn bestuurlijke betrokkenheid, hij zelfs beter is ingevoerd dan bestuurders van de gemeente, waardoor hij zelf vaak benaderd wordt door ambtenaren en boeren over hoe iets zit. Andere agrarische belangenbehartigers, zoals de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) of Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), zijn niet genoemd door de respondenten. Tijdens de keukentafelgesprekken zijn de volgende vragen gesteld onder dit thema: Bij wie en waarom wint u over het algemeen informatie en advies in? • Bij welke instanties wint u kennis en advies in (Rijk, provincie, gemeente, agrarische brancheorganisatie, lokale gebiedsorganisaties, terreinbeheerders, collega-ondernemers, media, anders, geen)? • Waarom is de accountant/boekhouder uw of voor agrarisch ondernemers de belangrijkste adviseur? • Er is behoefte aan meer informatie over innovaties in de sector en mogelijkheid tot klankborden.
Van wie verwacht u deze informatie? V College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015212/31 18 19 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND In hoofdstuk 5 wordt uitgebreider ingegaan op de beweegredenen van agrarisch onderne- mers waarom ze wel of geen lid zijn van LTO. Agrarische media en internet Agrarische media zoals Nieuwe Oogst of Boerderij worden frequent gelezen om op de hoogte te blijven van de laatste actualiteiten rondom wet- en regelgeving, maar ook om op de hoogte te blijven van innovatieve ontwik- kelingen. Ook social media worden hiervoor benut. Agrarisch ondernemers gebruiken ook het internet om achtergrondinformatie op te zoeken. Bijvoorbeeld via de website van Fries- landCampina. Daarnaast worden door veel organisaties nieuwsbrieven met relevante ont- wikkelingen gestuurd, die met enige regelmaat gelezen worden. Door enkele agrarisch ondernemers wordt genoemd dat de (agrarische) media meer positief nieuws mogen brengen over de sector of zoals een melkveehouder het verwoordt: ‘In de media lees je nooit het echte verhaal. Burgers worden bedrogen. Het eerlijke verhaal moet verkon- digd worden en laten we beginnen bij de scho- len. De duurzaamste kip is eigenlijk de plofkip, maar dit past niet in het emotionele verhaal.’ Rol gemeente De meeste boeren geven aan dat er weinig contact is met de gemeente.
Voor een enkele boer doet de boekhouder de contacten met de gemeente. Een enkeling heeft direct contact met de wethouder omdat ze elkaar kennen. Door enkele agrariërs wordt aange- geven dat de gemeente redelijk gericht is op natuur en niet altijd oog heeft voor landbouw- belangen. De lobby van Natuurmonumenten is volgens veel respondenten vrij sterk, wat vol- gens hen terug te zien is in de eisen bij pacht van grond van de gemeente. Door agrariërs wordt aangegeven dat het zou helpen wanneer plannen van tevoren getoetst zouden kunnen worden bij de gemeente om af te tasten hoe gemeenteambtenaren erin zitten. Ook is niet altijd helder wie vanuit de gemeente het aan- spreekpunt is, wat de visie is van de gemeen- te en goede ideeën worden niet opgepakt. Sommige ondernemers ervaren de gemeente ronduit negatief. Een ervaring van een vee- houder: ‘Ik heb geen positieve ervaring met de gemeente. Ik moet veel zelf uitzoeken en krijg weinig advisering, wellicht komt dit vanwege onvoldoende kennis bij de gemeente.’ De meeste boeren hebben gering contact met de provincie. Hoewel contacten met de provin- cie Overijssel over het algemeen als construc- tief worden ervaren. Een melkveehouder geeft zelfs aan korte lijnen te hebben met de gede- puteerde Landbouw & Natuur van de provincie Overijssel Gert-Harm ten Bolscher.
Een enke- ling adviseert: ‘Door de gemeente en provincie wordt generiek beleid gemaakt, terwijl meer bedrijfsspecifiek moet worden gekeken wat mogelijk is en welke regels zouden moeten gel- den.’ Door enkele boeren wordt opgemerkt dat de provincie vooral oog heeft voor de voorlo- pers, of om in de woorden van de agrariërs zelf te blijven: knuffelboeren. Ze doen de oproep om de ‘middengroep’ te faciliteren, omdat 90% van deze groep fundamentele keuzes moet maken. De gemeente kan de randvoorwaarden scheppen voor deze groep boeren. Een melkveehouder heeft een tip voor zijn col- lega’s: ‘Met de verplaatsing van de boerderijen heb ik veel kennis bij de gemeente en provin- cie gehaald. De gemeente en provincie hebben ons toen goed geholpen. De gemeente heeft bijvoorbeeld actief meegedacht met de bouw- blokken. Het is belangrijk om te lobbyen als je iets voor elkaar wilt krijgen bij de gemeente of provincie.’ Overig Andere partijen die nog worden genoemd zijn: Boerenverstand en Delphy. Sommige agrariërs hebben een baan (in de agrarische sector) naast het bedrijf, waardoor ze op de hoogte zijn van situaties op andere bedrijven en actualiteiten. Anderen zoeken inspiratie bij ondernemers bui- ten de landbouw, omdat de agrarische sector redelijk in zichzelf gekeerd is.
Ook wordt ge- noemd dat er redelijk goede contacten zijn met lokale gebiedsorganisaties en terreinbeheerders op operationeel niveau zoals Landschap Overijs- sel. Door agrariërs wordt wel ervaren dat deze medewerkers niet altijd genoeg bewegingsruim- te krijgen van ‘hogere hand’. Andere agrariërs proberen mee te bewegen en te doen wat de maatschappij vraagt, maar ze ervaren hier geen steun van de banken en accountants in de advi- sering. Een enkele ondernemer ondervindt geen steun van collega-boeren uit de buurt, wellicht komt dit omdat ze zijn omgeschakeld naar bio- logische melkveehouderij. Deze ondernemers trekken daardoor hun eigen plan en bepalen zelf hun eigen richting zonder advies in te win- nen van adviseurs of collega-ondernemers. In specifieke gevallen wordt specialistische kennis ingehuurd. Ook wordt opgemerkt ‘dat er sprake is van een nieuwe generatie hoger opgeleide boeren.’ 2.2 SWOT S – kracht/sterk (intern) Agrariërs nemen via verschillende kanalen tegelijk informatie tot zich daardoor zijn ze goed op de hoogte van de laatste ontwikkelingen met betrekking tot wet- en regelgeving en innovaties. Vanwege complexiteit van vergunningverlening is het nodig om adviesbureaus in te hu- ren, de erfbetreders hebben commerciële belangen waardoor een onafhankelijk advies niet altijd geborgd is.
Agrariërs zouden zich onafhankelijker kunnen opstellen ten opzichte van erfbetreders omdat ze ook via ‘onafhankelijke kanalen’ informatie tot zich kunnen nemen, plannen toetsen bij gemeente werkt bevorderlijk en contacten met provincie worden als con- structief ervaren, waardoor er wellicht toch meer kan dan het soms lijkt. Afhankelijkheid van adviseurs, geen helder aanspreekpunt bij gemeente en ontbreken van een duidelijke visie, grote invloed van natuurorganisaties op beleid gemeente. T – bedreigingen (extern) W – zwaktes (intern) O – kansen (extern) Thema 2 College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015213/31 20 21 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND 10 Onder erfbetreders wordt verstaan: adviseurs, dierenartsen, leveranciers, chauffeurs, bedrijfsverzorgers die regelmatig op agrarische bedrijven komen en de ondernemer en zijn gezin van dichtbij kennen. 3. SECTOROVERSTIJGENDE/ -SPECIFIEKE UITDAGINGEN IN RELATIE TOT BEDRIJF Analyse 3.1 DE GROOTSTE SECTOR- UITDAGINGEN Gebrek aan stip op de horizon Door de meeste agrariërs wordt aangegeven dat ze een stip op de horizon of een meerjarig toekomstplan missen van de overheid en daardoor niet kunnen anticiperen. De over- heid is te veel bezig met korte termijn zaken.
Ook zijn er grote zorgen over de onvoorspel- baarheid van het beleid en continu verande- rende en opeenstapeling van regelgeving, waardoor nauwelijks nog vertrouwen in de overheid is. Het grootste wantrouwen wordt geuit richting de Rijksoverheid. Een onderne- mer vindt dat er met twee maten gemeten wordt. ‘Een tijdje geleden had RVO een fout gemaakt bij de mestboekhouding. Zij lossen dit op door een brief te sturen waarin werd aangegeven dat ze een vergissing hadden gemaakt. Wanneer een boer een fout maakt, dan zou hij beboet worden. De gevolgen voor de agrarisch ondernemer zijn veel groter dan de consequenties voor de overheid.’ Door een schapenhouder wordt nog een opmerking gemaakt over Europa. ‘Nederland heeft in Europa weinig te zeggen. We hebben zelf geen zeggenschap meer. Wanneer er geen Europa zou zijn, zouden wij zelf de touwtjes in handen hebben.
Nederland zit vast.’ Tijdens de keukentafelgesprekken zijn de volgende vragen gesteld onder dit thema: Over welke sectoroverstijgende en -specifieke uitdagingen maakt u zich (het meeste) zorgen en welke impact hebben deze uitdagingen op het toekomstperspectief van uw bedrijf? • Over welke sectoroverstijgende/-specifieke uitdaging maakt u zich het meeste zorgen en heeft de grootste impact op het toekomstperspectief van uw bedrijf (corona, stikstof, (tegenstrijdige) regelgeving, financiering, klimaatverandering, biodiversiteit, Natura 2000, etc.)? • Waarom zien agrarisch ondernemers (tegenstrijdige) regelgeving, stikstofcrisis en Natura 2000 als belangrijkste uitdagingen in relatie tot het toekomstperspectief van het eigen bedrijf? • Wat is het beeld volgens u wat de overheid (Rijk, provincie, gemeente) heeft over de agrarische sector? Indien negatief, wat is er volgens u nodig om dit te verbeteren)? • Heeft u vertrouwen in de overheid (Rijk, provincie, gemeente) als het gaat om kennis van de agrarische sector bij het vormen en totstandkoming van beleid? Zo nee, wat is er volgens u nodig om dit te verbeteren? 2.3 BELEIDSOPGAVEN De accountant heeft zicht op de financiële situatie van een bedrijf en daarmee ook een re- delijk goed beeld van de sector. Dat geldt ook voor banken.
De gemeente zou kunnen naden- ken op welke manier zij accountants en banken kan betrekken bij totstandkoming van beleids- opgaven. Agrarische brancheorganisaties heb- ben weer een andere rol. Zij houden zich met name bezig om de belangen van de landbou- wers op een effectieve manier te behartigen richting de verschillende overheden. Ook komt duidelijk naar voren dat agrarische media een belangrijk medium zijn waar de agrariërs hun informatie halen. Overheden kunnen agrari- sche media benutten om zelf kennis te nemen van actualiteit in de landbouw maar ook om beleidsvoorstellen te verspreiden in deze me- dia met als doel om boeren te informeren en om draagvlak te verwerven. Daarnaast is het belangrijk dat als agrariërs aan de slag willen met het realiseren van beleidsopgaven, maar niet bekend is wie hun aanspreekpunt binnen de gemeente is, tijd verloren gaat die anders besteed had kunnen worden. 2.4 SCHAALNIVEAU Door de gebiedspartijen moet kritisch gekeken worden welke rol de erfbetreders10 innemen in relatie tot de agrariër. De erfbetreders zijn vaak werkzaam bij een commercieel bedrijf waar- door advisering wellicht niet altijd onafhanke- lijk is. Het is belangrijk dat beleidsmakers zich daarvan bewust zijn en nadenken welke rol de erfbetreders kunnen innemen in het realise- ren van de beleidsopgaven zonder dat het ten koste gaat van de boer.
Ook ten aanzien van het ontwikkelen van beleid met bijbehorende financieringsarrangementen is het de uitdaging dat het niet alleen het verdienmodel is van de erfbetreder/adviseur. College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015214/31 22 23 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND ‘Ik maak mij grote zorgen over de toekomst van de sector en of jonge boeren het nog wel aandurven. De regels zijn niet duidelijk. De werkdruk is hoog en ook Natura 2000 in combinatie met stikstof maken het niet makkelijk. Ik vraag me af hoe Nederland er over tien jaar uitziet als jonge boeren besluiten om het bedrijf niet over te nemen. Dit probleem stijgt boven alle andere problemen uit. Ik zie dat jonge boeren steeds meer radicaliseren omdat ze zo onder druk staan. Een stip ontbreekt aan de horizon voor deze groep.’ Een citaat van een melkveehouder die zijn zorgen uitspreekt over het ontbreken van een stip aan de horizon in het bijzonder voor de jonge boeren. Decentrale overheden De contacten met de gemeente en provincie worden als beter ervaren omdat ze dichter bij de boer staan, maar nog steeds bestaat er bij een aantal agrariërs wantrouwen richting deze overheidslagen. Een aantal geïnterview- den geeft aan dat de gemeente en provincie op zich wel trots zijn op de sector, maar dat mogen ze wel meer uitdragen.
Een melkvee- houder ervaart de gemeente als moeilijk en niet transparant en hij geeft een voorbeeld. ‘De gemeente Noordoostpolder is volop aan de slag met het opwekken van energie. In de gemeente Steenwijkerland ligt alles stil. Een balletje wordt opgegooid. Dan komt er tegengas, het plan wordt in de ijskast gezet, en vervolgens wordt er niet meer over ge- communiceerd.’ Een andere melkveehouder schetst een vergelijkbaar beeld: ‘De gemeen- te houdt zich stil en heeft een afwachtende houding. Een heleboel ideeën zijn de revue gepasseerd, maar komen niet van de grond. Zoals bestemmingsplan, huizenbouw, zon- nevelden, windmolens, enzovoort.’ Een biologische melkveehouder besluit: ‘Door de gemeente wordt geen visie uitgedragen. Door vele personele wisselingen worden afspraken niet nagekomen en zijn we het vertrouwen kwijt.’ Een aantal boeren heeft het gevoel dat alle aandacht naar Steenwijk gaat vanwege het toeristisch belang. Ook zijn er niet altijd positieve ervaringen met de provincie. Een melkveehouder vertelt: ‘Ik heb het gevoel dat boeren aan de kant worden gezet door de provincie Overijssel. Ze worden niet serieus genomen. De provincie tekent namelijk ruimte in voor Natura 2000 en als jouw land daarin valt, heb je pech. Het heeft weinig zin om daar tegenin te gaan. Door de provincie wordt totaal niet meege- dacht.
De boer moet zelf een oplossing zoe- ken en kan een zienswijze of een bezwaar in- dienen, maar deze worden door de provincie makkelijk aan de kant geschoven.’ Daarnaast zijn er enkele boeren die nog een bedrijf of grond hebben in Friesland. ‘Wij voelen ons meer betrokken bij de provincie Friesland. De provincie Overijssel hoor je niet’, aldus een melkveehouder die zowel een bedrijf heeft in Overijssel als in Friesland. Het vertrouwen in het waterschap is ook niet groot omdat ze ‘de boeren uit het waterschap willen hebben‘ volgens verschillende respon- denten. Daarmee doelen deze respondenten op het bestuur van de waterschappen, waarin vroeger de meerderheid standaard vertegen- woordigers van de agrarische sector waren, maar tegenwoordig is dit niet meer zo.’ Af en toe wordt opgemerkt dat overheden zich achter elkaar verschuilen. Afstand beleid en praktijk Agrarisch ondernemers geven aan dat de afstand tussen beleid en praktijk erg groot is. ‘Beleid wordt gemaakt door mensen zonder kennis.’ Meer balans zou er moeten zijn tussen theoretische en praktische mensen. Door agrariërs wordt soms gezegd dat ze op zich prima kunnen werken met ambtenaren die werkzaam zijn in het veld, maar daarbo- ven is de afstand tot de werkvloer te groot.
Door agrarisch ondernemers wordt ook frequent gerefereerd aan de complexiteit en stroperigerheid met betrekking tot vergun- ningverlening en wordt zelfs gezien als een gegeven door veel boeren. Ook wordt soms ervaren dat de gemeente zich niet verant- woordelijk voelt en afspraken niet worden nagekomen. ‘Als je iets verkeerd doet, weten ze je wel te vinden.' Een enkeling pleit voor ruimte in regelgeving voor experimenten zoals sprinkhanenteelt. Verschillende boeren benadrukken dat de boerenstem niet meer vertegenwoordigd is in de politiek, in de totstandkoming van beleid of in landbouwcoöperaties. Daarbij wordt verwezen naar het fosfaatdossier of de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Een melkveehouder uit zijn zorgen: ‘De macht bij de boer is weg. We moeten weer samen in gesprek met de overheid en een breed gedragen vertegenwoordiging uit de agrari- sche sector.’ Doordat beleid zonder inspraak van de landbouw tot stand komt, ontstaat onlogische en tegenstrijdige regelgeving. Een aantal boeren roept op om de agrarische sector te zien als een gelijkwaardige partner. Door een enkeling wordt opgemerkt ‘dat we niet meer interessant zijn omdat de sector heel klein is geworden en dat er alleen nog maar belangstelling is voor de grond'. Een veehouder geeft aan helemaal geen vertrou- wen meer te hebben.
‘Ik heb zelf in de lokale politiek gezeten, maar toen ben ik erachter gekomen dat veelal gewerkt wordt met dubbele agenda’s. Ik heb het idee dat ieder- een eerst aan zichzelf denkt, voordat aan het algemeen belang gedacht wordt.’ College van burgemeester en wethouders - 23 maart 2021 - 2021_B&W_0015215/31 24 25 VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND VITAAL PLATTELAND STEENWIJKERLAND Een citaat van een melkveehouder die zijn zorgen uitspreekt over het ontbreken van een stip aan de horizon in het bijzonder voor de jonge boeren. Citaten van een melkveehouder en een akkerbouwer over tegenstrijdige regelgeving. Grote zorgen over stikstof De grootste zorgen zijn er over het ontbre- ken van duidelijk beleid op het gebied van stikstof in relatie tot Natura 2000-gebieden en de impact daarvan op het bedrijf. Een flink aantal boeren vindt dat stikstof niet alleen een probleem is van de landbouw, maar ook van andere sectoren. ‘Door het Rijk wordt niet gerealiseerd wat de landbouw allemaal oplevert.’ De agrariërs ervaren dat natuur prioritair wordt verklaard ten opzichte van de landbouw en er zijn zorgen of er geen uitbrei- ding van de omvang van Natura 2000-gebie- den plaatsvindt. Een aanzienlijk aantal boeren zou graag zien dat de gemeente de agrarische sector verkiest boven natuur.
Ook wordt soms gerefereerd aan de impact van Natura 2000-gebieden in Drenthe en Gelderland of Lelystad Airport op de agrarische bedrijven in Steenwijkerland. Een aantal agrariërs heeft grote zorgen omdat niet zeker is of de PAS-meldingen worden gelegaliseerd of NB- wet vergunningen zijn vernietigd.11 Sommige agrariërs bevinden zich al jaren in onzekerheid. De emotionele en psycho- logische gevolgen zijn in sommige gevallen enorm. Ook wordt een starre houding er- varen van terreinbeherende organisaties (TBO’s), zoals Natuurmonumenten, in de rol als verpachter. Door een enkeling wordt zelfs geïmpliceerd dat de ‘ruilverkaveling vooral is opgezet voor Natuurmonumenten’.
Andere thema’s Ander thema’s waar boeren zich zorgen over maken die worden genoemd zijn: de lage melkprijs, vogelgriep, hoge werkdruk, toekom- stige stikstofmaatregelen, droogte, waterwin- ning, aanscherpte bemestingsnormen, hoge grondprijzen door verkoop van grond voor zonneparken, beperkte beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen, ambivalente regelgeving, teveel administratieve lasten en teveel controles, de komst van de wolf, ontbreken van agrarisch natuurbeheer, on- bekendheid met de geitenhouderij, scherpe voorwaarden voor derogatie voor extensie- ve bedrijven, geen afzetmogelijkheden van bokjes voor horeca door corona, gedwongen schaalvergroting, bestaansrecht van kleine be- drijven, onafhankelijk blijven als sector, grote belangen agribusiness, marges tussenhandel, Brexit, dure arbeid, oneerlijke concurrentie ‘De ontwikkelingen van de natuur in ons gebied gaan continu door met doorgeslagen doelstellingen. Er worden natuurdoelstellingen bedacht die hier niet thuishoren. Zoals de ontwikkeling van blauwgrasland. Het is doorgesla- gen en subsidiegedreven. Natuurmonumenten haalt een subsidie binnen en gaat daar vervolgens mee aan het werk zonder te kijken of ze daarmee ook een element herstellen. Ze herstellen geen natuur, maar maken natuur. Ze zijn een economische machine die geld binnenhaalt om in stand te kunnen blijven.
Natuurontwikkeling zou veel meer op basis van gelijkwaardigheid moeten in samenwerking met de agrarische sector. In het verleden zijn veel afspraken gemaakt, maar die zijn in de tijd ook iedere keer weer opgerekt. Ik snap dat afspraken herijkt moeten worden, maar niet ad hoc en elke vier jaar. De sector heeft een stip nodig aan de horizon voor de komende 20 tot 30 jaar.’ 11 Op 17 december 2020 is de stikstofwet in de Tweede Kamer aangenomen. De wet stelt doelen voor de vermindering van de stikstofbelasting in natuurgebieden. In de stikstofwet wordt geregeld dat zogenoemde PAS-melders gelegaliseerd worden. De wet ligt klaar voor behandeling in de Eerste Kamervoor voerproductie of beweiding. met andere landen, reductie methaan en ammoniak, dominant belang toerisme, teveel focus kleine kernen en te weinig oog voor buitengebied, dierenactivisme, criminalise- ring sector vanwege negatieve beeldvorming, schaliegas, ondermijning en inklinking. 3.2 DE BELANGRIJKSTE UITDAGINGEN Door de stikstofcrisis zijn meldingen die via de PAS gedaan zijn niet gelegaliseerd of zijn NB-wet vergunningen zelfs vernietigd. Als de PAS-meldingen niet worden gelegaliseerd of NB-wet vergunning worden afgegeven, bete- kent het dat een agrarisch ondernemer moet inkrimpen met zijn veestapel. In enkele geval- len wordt dan zelfs de vraag gesteld of een bedrijf wel kan worden voortgezet.