23.0 Informatienota 2022 - 7 - Startdocument Gebiedsgerichte Aanpak Noordwest Overijssel.pdf
Tekst van het document
Daarnaast is de intentie om de proceskosten van kavelruil te financieren, als een kavelruil wenselijk is in een gebied, en ten dienste staat van het integrale Toekomstperspectief. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011343/90 40 BIJLAGE 4: SAMENSTELLING REGIEGROEP EN DEELGEBIEDSCOMMISSIES NOORDWEST OVERIJSSEL Regiegroep: Gert Harm ten Bolscher (provincie Overijssel), voorzitter Hans Pereboom (Waterschap Drents Overijsselse Delta) Tiny Bijl-Oord (gemeente Steenwijkerland) Lucas Mulder (gemeente Staphorst) Harry Rietman (gemeente Zwartewaterland) Albert Holtland (gemeente Kampen) Ed Anker (gemeente Zwolle) Sander Band (ministerie van LNV) Marcel van Ittersum (LTO Noord) Lammert van Dijk (NMV) Christiaan van Dalfsen (OAJK) Joop Alssema of Cor Pierik, afhankelijk van agenda (Collectief Noordwest Overijssel) Marlies Ellenbroek (Staatsbosbeheer) Chris Braat (Natuurmonumenten) Jan Ybema, (Gastvrij Overijssel) Matthijs Nijboer (Natuur en Milieu Overijssel) Dolph van Ittersum (OPG) Gerben Korten (Vitens) Gerrit Berends (VNO/NCW) Deelgebiedscommissies: Mastenbroek / Kamperveen • Gebiedscoöperatie IJsseldelta • NMV • LTO • AJK Zwolle-Kampen • ANV Camperland • Vertegenwoordiger namens tuinders Koekoekspolder • Polderbelangen Mastenbroek • Gemeente Zwartewaterland • Gemeente Zwolle • WDODelta • Provincie Overijssel • Streekbelangen Kamperveen • Gemeente
Kampen Staphorsterveld • ANV Horst en Maten • LTO • NMV • OAJK • CZ Rouveen • Vrienden van Oldematen / Veldschuur • WDODelta • Gemeente Staphorst • Gemeente Zwartewaterland • Provincie Overijssel • Staatsbosbeheer • Landmans Welvaart College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011344/90 41 Wieden Weerribben NMV LTO Noord Staatsbosbeheer Natuurmonumenten Vertegenwoordiger namens de rietsector Inwonersvertegenwoordiging Gemeente Steenwijkerland Gemeente Zwartewaterland WDODelta Provincie Overijssel Business Club Steenwijkerland KopTop Stichting Nationaal Park Weerribben Wieden ANV De Kopse Agrarische Natuurvereniging College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011345/90 Noordwest Overijssel Gebiedsgerichte aanpak Gebiedsgerichte aanpak Gebiedsanalyse College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011346/90 2 1. Inhoud 2. Inleiding 3 3. Wat kenmerkt Noordwest Overijssel 5 4. Thematische analyse 6 5 Rode draden uit puzzelstukjes en gebiedsdata 21 6 Waar gaan we met zijn allen aan werken? 32 7 Vervolgproces 41 Bijlage 1 Generieke bronmaatregelen voor de landbouw 42 Bijlage 2 Uitgangspunten voor vervolgtraject landbouwleden DGC Staphorsterveld 44 Bijlage 3 Annotatie DGC Wieden Weerribben over Gebiedsanalyse 45 College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011347/90 3 2.
Inleiding Met één Gebiedsgerichte aanpak voor Noordwest Overijssel (GGA NWO) brengen we lijn in de diverse opgaven. In deze notitie tonen we de kern van de gebiedsanalyse van Noordwest Overijssel. Onderdelen en proces gebiedsanalyse - Gebiedsdata met feiten en cijfers De gebiedsanalyse is begin 2021 gestart door feiten en cijfers voor te verzamelen in een digitale database. Deze data zijn te raadplegen via de link GGAHUB_stikstof (arcgis.com). Hierin zijn diverse openbare data bijvoorbeeld vanuit RIVM, CBS gebundeld per thema. Vanaf 12 mei 2021 is deze voor eenieder te raadplegen. De gebiedsdata zijn dynamisch, nieuwe data worden continue toegevoegd. - Wat kenmerkt Noordwest Overijssel (hoofdstuk 3) In het kort wordt het gebied beschreven alsmede de problematiek die daar speelt. De problematiek op zich is niet uniek voor het gebied, maar voor elk gebied geldt dat de situatie uniek is en daarmee ook de oplossingsrichtingen. - Thematische analyse (hoofdstuk 4) Op basis van de feiten en de cijfers uit de gebiedsdata en expert judgement (Arcadis / gebiedsteam NWO) is de analyse uitgewerkt in 7 thematische puzzelstukken. De thema’s zijn natuur, veenweide/bodemdaling, stikstof, landbouw, water & droogte, leefbaarheid platteland en overig ruimtegebruik. De bestuurlijke Regiegroep voor Noordwest Overijssel heeft op 8 april deze thema’s geselecteerd.
De puzzelstukken vormen een methode, een hulpmiddel, om een overzichtelijke analyse te maken. In een aantal werksessies met het Programmateam is vervolgens ingezoomd op de inhoud en samenhang tussen de puzzelstukken (zie afbeelding van de mural hieronder) en heeft het Programmateam in juni schriftelijke aanvullingen gedaan. Medio juli is het concept-Werkdocument Gebiedsanalyse aan de leden van de drie Deelgebiedscommissies (DGC’s) gestuurd. In de werksessies van de DGC’s in augustus en september zijn de puzzelstukjes besproken. Het resultaat daarvan is de thematische analyse zoals opgenomen in hoofdstuk 3. - ‘Rode draden’ (hoofdstuk 5) In het Programmateam (juni) is een eerste (en in september een tweede) verkenning gedaan naar de ‘rode draden’ die we uit de analyse hebben gehaald. De rode draden geven vaak al meer richting dan uit de analyse naar voren komt. De rode draden zijn opgenomen in dit concept werkdocument en in oktober met de DGC’s besproken en opmerkingen zijn verwerkt. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011348/90 4 - Advies aan de Regiegroep Noordwest Overijssel Het later toegevoegde hoofdstuk 6 Waar gaan we met zijn allen aan werken, advies aan de Regiegroep Noordwest Overijssel is in een schriftelijke en mondelinge ronde in oktober besproken met de leden van de DGC’s.
In hoofdstuk 7 is het vervolgproces van deze Gebiedsanalyse en het Startdocument verwoord. Resultaat werksessie met programmateam in Mural College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011349/90 5 3. Wat kenmerkt Noordwest Overijssel Wat is het meest kenmerkend als we naar Noordwest Overijsel kijken? Noordwest Overijssel is uniek. Het grootste veenmoeras van noordwest Europa, met de grootste toeristische trekker van ruraal Nederland: Giethoorn. De IJsseldelta is Nederland in het klein, een laaggelegen delta waarin veen, klei en zand tussen oude rivierarmen en hooggelegen stuwwallen en keileembulten het landschap en grondgebruik bepalen. Met een bijzondere verwevenheid van landbouw, natuur, bodem, cultuur en recreatieve infrastructuur. Met waardevolle kwaliteiten van natuur, water en landschap. In het gebied liggen daarom het Nationaal Park Weerribben Wieden, het Nationaal Landschap IJsseldelta, Willemsoord als onderdeel van de Unesco-waardige Koloniën van Weldadigheid en de Natura 2000 gebieden van Oldematen/Veerslootlanden, Wieden-Weerribben, Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, Zwarte Meer en de IJssel uiterwaarden. Dit alles onder de rook van Hanzesteden als Zwolle, Kampen en Hasselt, en met historische plaatsen als Steenwijk, Zwartsluis, Staphorst, Vollenhove en Blokzijl.
Het is een levend landschap, waarin wordt gewoond en gewerkt, recreanten worden ontvangen, bijzondere zuivel wordt geproduceerd, akkerbouw wordt uitgeoefend, groene energie wordt geproduceerd, hoogwaardige glastuinbouw is en waar de rietcultuur nog leeft. En waar de hooiwinning en biezenverwerking deel uitmaken van de cultuurhistorie. Diverse organisaties en een groot aantal inwoners neemt de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan dit economisch, sociaal en landschappelijk vitale gebied. Uniek in kwaliteiten betekent ook uniek in gebiedsopgaven. In lopende trajecten wordt gewerkt aan die opgaven, zoals aan de Natura 2000-gebieden, enkele landinrichtingen, de regiodeal Zwolle, en het Nationaal Landschap Nieuwe Stijl. Maar er is meer. De komende decennia komen, met toenemende urgentie vanwege de klimaatverandering, enkele grote uitdagingen en veranderopgaven bij elkaar in het landelijk gebied. Het gaat daarbij om vier thema’s. De uitstoot van milieubelastende stoffen moeten zover terug dat ze andere functies niet beperken. Het gaat onder andere om broeikasgassen die vrijkomen bij met name veenafbraak (Klimaatakkoord, zie onder), om nutriënten uit geoxideerd veen die de water- en natuurkwaliteit negatief beïnvloeden (Kaderrichtlijn Water, Natura 2000) en om verzurende en vermestende stoffen die via mest en de lucht in het gebied terecht komen (stikstofproblematiek).
Er komen grote ruimteclaims voort uit de klimaat-, landbouw en energietransitie die ingepast moeten worden. Van belang zijn eveneens het behoud en de ontwikkeling van waardevolle natuur en landschap, materieel en immaterieel erfgoed, beleefbare historie en het bijbehorende toeristische product. En tenslotte moeten we zorgvuldig omgaan met grondstoffen en productiefactoren, zoals onze veenbodem. Dit laatste nadrukkelijk ook in verband met de knelpunten die het verzakken van de veenbodems met zich meebrengt, zoals een verminderde waterveiligheid, een niet-duurzaam waterbeheer, schades aan infra en bebouwing. Uitdagingen in Noordwest Overijssel staan niet op zichzelf. Behoud en versterking van leefbaarheid met een vitale agrarische sector als drager van de leefbaarheid en onderhouder van het landschap, regionale economie en ruimtelijke kwaliteit zijn randvoorwaarden om de veranderopgaven tot een succes te maken. De opgaven moeten dus verbonden blijven met de sterke sociale kwaliteit, gewenste leefbaarheid voor inwoners en ondernemers, samengaan met de transformatie van de regionale economie en bijdragen aan sterke, gebiedseigen en klimaatbestendige landschappen met ruimtelijke kwaliteit. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011350/90 6 4. Thematische analyse Het is tijd om samen de puzzel te leggen.
We onderzochten de belangrijkste thema’s voor Noordwest Overijssel: veenweide/bodemdaling, natuur, landbouw, stikstof, water & droogte, leefbaarheid platteland en overig ruimtegebruik. De thema’s zijn uitgewerkt in de vorm van een ‘puzzelstuk’ met de belangrijkste opgaven per thema en de belangrijkste koppelkansen en knelpunten. Raadpleeg de gebiedsdata om meer opgaven, koppelkansen en knelpunten te zien. In paragraaf 4.1 zijn de wettelijk/juridische opgaven en de wensen/beleid alvast op een rij gezet. Daarna volgen de thematische puzzelstukjes. 4.1. De opgaven voor Noordwest Overijssel Uit de analyse volgen de opgaven voor Noordwest Overijssel. In onderstaande opsomming is onderscheid gemaakt tussen enerzijds het wettelijk juridische kader en anderzijds het beleid / wensen. VEENWEIDE / BODEMDALING Kader (wettelijk / juridisch) Klimaatakkoord: • Emissiereductie 1 Mton CO2 uitstoot in veenweidegebieden (2030), indicatief aandeel NWO is tussen de 10 en 15 %, dus een indicatieve reductieopgave van 100.000 – 150.000 ton CO2/j. De opgave komt overeen met wat in het rapport Verkenning bodemdaling veenweidegebieden Overijssel is genoemd het scenario remmen en dat dan voor het gehele veenweidegebied.
Overigens is er in het Inframrapport een andere rekenmethode toegepast (verfijnde berekening op basis van de lokale bodemkenmerken) dan op landelijk niveau (waar bovenstaande opgaven uit komen). De deelgebieden verschillen van elkaar qua bodemsamenstelling en fysieke omstandigheden en dat maakt dat er naar verhouding in het ene deelgebied meer CO2-reductie behaald kan worden dan in het andere deelgebied. De maatregelen om de reductie te bereiken zullen ook verschillen, maar bij het remmen-scenario zal er in ieder geval een hogere grondwaterstand nodig zijn dan er nu is in de veenweidegebieden. De genoemde Verkenning heeft per deelgebied een Almanak, waarin de bodemdalingsproblematiek en mogelijke maatregelen zijn beschreven. Het ingeschatte reductiepotentieel over de deelgebieden op basis de verkenning door Infram is als volgt percentueel verdeeld LET OP dit is indicatief!: College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011351/90 7 o Deelgebied Wieden Weerribben (WW): 49% o Deelgebied Staphorsterveld (SV): 8 % o Deelgebied Polder Mastenbroek / Kamperveen (MP / KV): 43% Bovenstaande verdeling is gebaseerd op de CO2-reductie die wordt behaald bij het scenario ‘remmen’. • Oplopende opgave naar 2050.
• Opstellen Regionale Veenweidestrategie Beleid / wensen • Deelgebieden herkennen de opgave tegengaan bodemdaling (wanneer het veen te droog is) en er is bereidheid om er wat aan te doen. Opgave is groot en complex. Er is geen / minder gevoel bij de opgave voor CO2 emissie. STIKSTOF Kader (wettelijk / juridisch) De zogenoemde ‘kritische depositiewaarde’ (KDW) is één van de weinige indicatoren voor de staat van instandhouding van stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden die juridisch een toetsbare status heeft. Andere indicatoren zijn nog onvoldoende toetsbaar ook al kunnen dit soms belangrijkere indicatoren zijn. De rechter heeft geoordeeld dat op basis van de beschikbare indicatoren de staat van instandhouding onvoldoende is en dat de stikstofdepositie niet meer mag toenemen en de overheid maatregelen moet treffen waarmee de stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur daalt. Als gevolg hiervan is er een ‘landelijke reductieopgave stikstofdepositie’ en is voor diverse activiteiten ‘stikstof ontwikkelruimte’ nodig. Reductieopgave emissie stikstof (landelijk) Het beoordelen van de kwaliteit van de natuur wordt voor een belangrijk deel gedaan door het kijken of de stikstofdepositie beneden de KDW ligt. Het verbeteren van de kwaliteit van de natuur is o.a.
vertaald in het doel om op een groter deel van de stikstofgevoelige natuur de stikstofdepositie lager te laten zijn dan de KDW (Wet stikstofreductie en natuurverbetering). De depositie doelen zijn vertaald in reductie opgaven van de stikstofemissie t.o.v. 2019. Deze geldt voor alle sectoren. De landelijke reductie-opgave van de stikstofemissie bedraagt: o In 2025 10% emissiereductie; o In 2030 26 % emissiereductie; o In 2035 50 % emissiereductie. Door de emissiereductie, o.a. via de landelijke bronmaatregelen, werken we aan de landelijke reductieopgave stikstofdepositie waardoor in 2030 de helft van het oppervlak Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde (KDW) zit en deze stikstofgevoelige natuur weer helemaal gezond moet zijn (Wet stikstofreductie en natuurverbetering). Gedeputeerde Staten van Overijssel leggen volgens deze “stikstofwet” uiterlijk 1 juli 2023 een Provinciaal Gebiedsplan Stikstof voor aan de minister met de Overijsselse bijdrage aan de landelijk vereiste reductie. Voor alle gebieden in Overijssel en dus ook in Noordwest Overijssel wordt een Gebiedsagenda opgesteld, met daarin o.a. een voorstel hoe de landelijke bronmaatregelen ingezet kunnen worden en welke lokale maatregelen te nemen zijn om de 26 % emissiereductie te kunnen behalen. Deze Gebiedsagenda’s vormen input voor het wettelijk verplichte Provinciale Gebiedsplan Stikstof.
College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011352/90 8 Figuur: Landelijke reductie opgave (E = emissie; D = depositie) Reductieopgave emissie stikstof (Noordwest Overijssel) Hieronder is de landelijke reductie opgave stikstof vertaald naar Noordwest Overijssel. Vervolgens is de stikstof opgave per gemeente in beeld gebracht. Als bron voor alle onderstaande tabellen is de emissieregistratie van RIVM gehanteerd (http://www.emissieregistratie.nl) met cijfers uit 2019 (de meest actuele beschikbare data, tevens geldend als uitgangsjaar). De ‘opgave 2030’ is het resultaat van de rekenkundige doorvertaling van 26% emissiereductie per sector: de landelijke opgave voor 2030. Het is een huidige stand van zaken, die wijzigt met nieuwe cijfers. De doorvertaling naar de opgave hieronder per gemeente en per sector is bedoeld om een indicatie, een idee, te geven van de omvang van de reductieopgave per sector en is niet bedoeld als vastlegging per sector. In de Deelgebiedscommissies wordt besproken hoe de deelgebieden de opgave willen gaan realiseren.
Figuur: stikstofemissie naar sector in Noordwest Overijssel, cijfers 2019 (RIVM, (http://www.emissieregistratie.nl) NB percentages zijn op grond van km hok en wijken in de detail minimaal af van onderstaande tabel (emissie per sector in NWO per gemeente) College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011353/90 9 Figuur: stikstofemissie naar sector in Noordwest Overijssel (RIVM, (http://www.emissieregistratie.nl); cijfers 2019 Sectoren Totaal NWO emissie kg/jaar aandeel in % opgave 2030 (26%) Afvalverwijdering 16014 0,5 4164 Bouw 1556 0,0 404 Consumenten 139814 4,1 36352 Drinkwatervoorziening 84 0,0 22 Energiesector 5352 0,2 1392 Handel, Diensten en Overheid 82420 2,4 21429 Industrie 21295 0,6 5537 Landbouwhuisdieren - pluimvee 124188 3,7 32289 Landbouwhuisdieren - rundvee 1601745 47,1 416454 Landbouwhuisdieren - varkens 80088 2,4 20823 Landbouw - overig 364778 10,7 94842 Landbouw - kunstmest 315551 9,3 82043 Natuur 7584 0,2 1972 Riolering en waterzuiveringsinstallaties 2558 0,1 665 Verkeer en vervoer 639303 18,8 166219 Eindtotaal 3402329 100,0 884606 Bron: Emissieregistratie RIVM Beleid / wensen: • Het oplossen van knelpunten voor ontwikkelingen die stikstofruimte nodig hebben, zoals de opgave voor woningbouw, bedrijventerreinen in NWO. Hoeveel stikstofruimte is nodig? Er is ook ruimte nodig voor agrarische activiteiten.
• DGC WW: problematiek ligt er en wordt herkend • DGC MP/ KV: geen grote issues overschrijding KDW, wel de verstedelijksopgave regio Zwolle (zie ruimtegebruik). • Legaliseren PAS melders zou prioriteit no 1 moeten zijn College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011354/90 Figuur: stikstofemissie naar sector in Kampen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle (RIVM, (http://www.emissieregistratie.nl); cijfers 2019 emissie kg/jaar aandeel in % opgave 2030 (26%) emissie kg/jaar aandeel in % opgave 2030 (26%) emissie kg/jaar aandeel in % opgave 2030 (26%) emissie kg/jaar aandeel in % opgave 2030 (26%) emissie kg/jaar aandeel in % opgave 2030 (26%) Afvalverwijdering 3028 0,4 787 29 0,0 8 2772 0,3 721 0 0,0 0 10185 1,7 2648 Bouw 160 0,0 42 45 0,0 12 114 0,0 30 86 0,0 22 1150 0,2 299 Consumenten 20810 2,8 5411 23930 3,4 6222 37523 4,0 9756 13126 3,2 3413 44425 7,4 11550 Drinkwatervoorziening 1 0,0 0 0 0,0 0 0 0,0 0 0 0,0 0 83 0,0 22 Energiesector 49 0,0 13 7 0,0 2 73 0,0 19 9 0,0 2 5214 0,9 1356 Handel, Diensten en Overheid 12199 1,6 3172 10878 1,6 2828 21836 2,3 5677 7445 1,8 1936 30061 5,0 7816 Industrie 4543 0,6 1181 1804 0,3 469 1680 0,2 437 7951 1,9 2067 5316 0,9 1382 Landbouwhuisdieren - pluimvee 24564 3,3 6387 67824 9,8 17634 30950 3,3 8047 124 0,0 32 725 0,1 189 Landbouwhuisdieren - rundvee 375892 50,4 97732 334859 48,2 87063 493670 52,3
128354 238561 57,6 62026 158763 26,3 41278 Landbouwhuisdieren - varkens 11249 1,5 2925 24663 3,5 6412 19895 2,1 5173 1327 0,3 345 22955 3,8 5968 Landbouw - overig 87429 11,7 22732 71976 10,4 18714 123211 13,0 32035 46034 11,1 11969 36129 6,0 9394 Landbouw - kunstmest 80025 10,7 20806 57040 8,2 14830 91263 9,7 23728 47493 11,5 12348 39730 6,6 10330 Natuur 512 0,1 133 1307 0,2 340 4754 0,5 1236 478 0,1 124 533 0,1 139 Riolering en waterzuiveringsinst. 3 0,0 1 0 0,0 0 1 0,0 0 1 0,0 0 2554 0,4 664 Verkeer en vervoer 125002 16,8 32500 100913 14,5 26237 116568 12,3 30308 51855 12,5 13482 244965 40,6 63691 Eindtotaal 745466 100,0 193821 695275 100,0 180771 944310 100,0 245520 414490 100,0 107767 602789 100,0 156725 Sectoren Zwartewaterland ZwolleSteenwijkerlandStaphorstKampen College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011355/90 NATUUR In de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel staat de opgave reductie van stikstofemissie voorop. De stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden neemt daardoor af.
Daarnaast werkt Samen Werkt Beter aan de ontwikkelopgave voor de Natura 2000-gebieden aan het optimaliseren van het hydrologisch systeem grondwaterafhankelijke natuur (Wieden Weerribben en Olde Maten Veerslootlanden); verbeteren draagkracht in Natura 2000-gebieden voor soorten en oppervlak habitattypen (Wieden Weerribben en Olde Maten Veerslootlanden); en het realiseren van verbindingen. Kader (wettelijk / juridisch) Weerribben, Wieden en Olde Maten Veerslootlanden • Binnen Natura 2000 (vooral Ontwikkelopgave): Behoud verlandingsstadia (graven petgaten, sloten en greppels, maaien), Intensiveren beheer (afvoer organisch materiaal met stikstof), hydrologische maatregelen • In Wieden Weerribben: realisatie nieuwe natuur (deze processen zijn deels al uitgevoerd en in beheerplannen beschreven; realisatie in uitwerkingsgebieden (gele gebieden) van Natura 2000). • Aanwijzingsbesluit + Natura 2000 beheerplan Uiterwaarden IJssel, Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht en Zwarte Meer • Ontwikkelopgave Natura 2000 samen, onder andere met KRW (kaderrichtlijn water) en NURG (nadere uitwerking rivierengebieden) • Nieuwe natuur: deel uiterwaard omzetten naar natuur (deze processen zijn al grotendeels uitgevoerd en in beheerplannen beschreven; realisatie in uitwerkingsgebieden (gele gebieden) van Natura 2000).
• Opgave samen met waterveiligheid, doorstroming • Stimuleren verbeterde condities weidevogels in vogelrichtlijngebied. Beleid / wensen • Verbetering kwaliteit natuur in alle niet Natura 2000-gebieden • Stimuleren toename biodiversiteit op alle gronden (natuurinclusief) buiten verplichting. • Stimuleren verbetering condities weidevogels (incl. predatie) • Monitoring biodiversiteit • Geleiding en zonering recreatiedruk (o.a. rondom Giethoorn en in Olde Maten) • WW: Landbouwvertegenwoordigers vragen de terreinbeherende organisaties hun best te doen te zoeken naar mogelijkheden om natuur (doelen/habitattypen) op plaatsen te ontwikkelen die minder effect hebben op de bedrijfsvoering van de landbouw. Opgemerkt dient te worden dat bepaalde abiotische factoren maken dat bepaalde habitattypen zich juist op bepaalde plekken ontwikkelen. Daarnaast bepalen de KDW's van bestaande habitattypen voor het grootste deel al de (beperkende) mogelijkheden voor stikstofemissie. • Herstellen van ecosystemen. Een laagveensysteem met alle successie-stadia.
• Serieus kijken naar oogstbare natuur (rietteelt en extensief grazen en extensieve graslanden) LANDBOUW Kader (wettelijk / juridisch) • Toekomstperspectief voor de agrarische ondernemers (starters, blijvers en stoppers) • De sector heeft (net als andere sectoren) een opgave voor emissiereductie CO2 en NH3 (26 % stikstofreductie in 2030) Beleid / wensen • Een verbetering van de vergoedingen (integraal) van maatschappelijke diensten, die ook op lange termijn renderen en agrariërs verleiden voor het leveren van maatschappelijke diensten. • Consistent beleid met een integrale benadering • Experimenteerruimte • Maatregelen treffen die landbouwkundig en ecologisch logisch zijn College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011356/90 12 • Extensivering: grond beschikbaar houden en krijgen om niet verder te moeten intensiveren zodat agrarische bedrijven toe kunnen werken naar grondgebondenheid • Koeien in de wei, extensivering, diversiteit agrarische bedrijven, weidevogels (kans voor de landbouw, draagt positief bij aan meerdere doelen), • Verhoging biodiversiteit als onderdeel van een productiewijze met een duurzaam verdienmodel. • Benutten van natuurlijke processen waarbij regionale kringlopen zo veel mogelijk gesloten worden. Hierbij blijft mest en voer zo veel mogelijk in de regio. • Aanpak van onderop met het gebied.
WATER(OVERLAST) / DROOGTE Kader (wettelijk / juridisch) • Waterkwaliteit en waterveiligheid verbeteren • Verminderen wateroverlast en watertekort • Verminderen emissie broeikasgassen: CO2, methaan en lachgas (Klimaatakkoord) • Klimaatrobuust in 2050, NBW (Nationaal Bestuursakkoord Water)-> systeemgericht, wateroverlast, normatief, verschillend per deelgebied & functie, klimaatadaptatie (bestuursakkoord Klimaatadaptatie Deltaplan) -> opgaven deels oppakken via peilbesluit Beleid / wensen • Gebruik/ functie en peil in balans krijgen/ adaptatie/ natte teelt (riettelers) meer ruimte voor waterberging en/of deels acceptatie van wat niet beïnvloedbaar is aan ‘klimaatverandering’ (tekort en overschot water) • Keuzes gaan over: robuuster watersysteem ontwikkelen, inzet techniek, acceptatie. • 2050: herstel toekomstig bestendig watersysteem: goede functies in gebied op goede plekken. Minder complex systeem, mogelijkheid systeem benutten en minder ‘regelen’.
• Kansen voor drinkwatervoorziening benutten mits dit geen verdroging veroorzaakt • Een duurzaam watersysteem is een watersysteem gebaseerd op een balans tussen ecologische-, economische - en sociaal-culturele waarden • Water als ordenend principe voor ruimtelijke opgaves (aan de voorkant van het plannen maken rekening houden met bodem en water) LEEFBAAR PLATTELAND Kader (wettelijk / juridisch) De omgevingswet verplicht om het item ‘gezondheid’ mee te nemen o.a. in Omgevingsvisie. Beleid / wensen • Voorzieningenniveau op peil houden • Betrokkenheid en eigenaarschap inwoners bij eigen omgeving • Voldoende werkgelegenheid • Balans tussen stimuleren toerisme (werkgelegenheid /instandhouding voorzieningen) en leefbaarheid (overlast) • Voldoende agrarische activiteiten als beheerders van het landschap en baken in de gemeenschap. OVERIG RUIMTEGEBRUIK Kader (wettelijk / juridisch) • Invulling RES (Klimaatakkoord) • Klimaatmitigatie (Klimaatakkoord) College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011357/90 13 Beleid / wensen • Klimaatregio NOVI-gebied • DGC PM/KV Er is helderheid nodig over de ruimte voor woningbouw, bedrijventerreinen en infrastructuur. De gemeenten moeten concreet maken hoeveel ruimte ze nodig hebben, waar deze nodig is, wanneer en hoe ze aan deze ruimte denken te komen. Hieronder de gegevens van de gemeente Zwolle.
• Zwolse Omgevingsvisie: tot 2030 komen er ongeveer 10.000 nieuwe woningen bij, waarvan 6.000 binnenstedelijk, 3.000 in af te bouwen wijken in Stadshagen. De overige 1000 komen bij Breecamp-west (meest westelijke puntje van Stadshagen) de voormalige IJsselcentrale en de kleine kernen Wijthmen en Windesheim. • In november 2019 is er in het Bestuurlijk Overleg MIRT tussen het rijk en regio afgesproken om te onderzoeken op welke manier de groei van wonen en werken in de regio op de lange termijn plaats kan vinden. En voor lange termijn betekent na 2030. Diverse scenario’s/perspectieven worden onderzocht. Op basis daarvan gaat een doorvertaling plaatsvinden wat dit voor de regio gebiedsgericht gaat betekenen. Het is dus nog niet bepaald of die verstedelijking in Zwolle en/of Kampen gaat plaatsvinden. • Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle uitvoeren • Bossenstrategie: De opgave is om in Overijssel 1400 ha nieuw bos aan te leggen vooral buiten het NNN ('compensatie van wat er is gekapt voor N2000). 1e tranche: 170 / 275 ha binnen 3-5 jaar. Overige ambities zijn tussen landelijk –gezamenlijke provincies (nog niet uitgesplitst per regio) met ambitie om bos met 10 % van het bestaande oppervlak uit te breiden. Onderdelen zijn GBD, agroforestry en voedselbos. • Diverse opgaves doen een beroep op ruimte. Hierbij moet extra aandacht zijn voor het zo spaarzaam mogelijk zijn met ruimte.
Er moet gestreefd worden naar meervoudig ruimtegebruik (stapelen van functies). Agrarische bedrijven hebben de grond nodig voor extensivering. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011358/90 College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011359/90 15 College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011360/90 16 College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011361/90 17 College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011362/90 18 College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011363/90 19 College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011364/90 20 College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011365/90 5 Rode draden uit puzzelstukjes en gebiedsdata De genoemde thema’s beïnvloeden elkaar: er is samenhang. De puzzelstukjes passen niet overal op elkaar, het schuurt hier en daar in de verhouding tussen de verschillende thema’s. Dit hoofdstuk bevat de meest opvallende rode draden uit de gebiedsanalyse, de knelpunten en kansen waar we mee aan de slag kunnen gaan. Welke ‘rode draden’ dragen bij aan de opgaven in Noordwest Overijssel? En waar kunnen we invloed op hebben vanuit het gebiedsproces Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel? De eerste paragraaf gaat in op de inhoudelijke rode draden.
Vervolgens beschrijft de tweede paragraaf een aantal dilemma’s en kaders die van belang zijn voor het vervolgproces van de gebiedsgerichte aanpak. 5.1 Rode draden gebiedsanalyse Achtereenvolgende komen de volgende ‘rode draden’ aan bod: 1. Aanpak stikstof- en veenweide / bodemdalingsproblematiek logische twee-eenheid in Noordwest Overijssel 2. Naar een robuust watersysteem waarin gebruik en peil in balans zijn en maatwerk mogelijk is 3. Bronmaatregelen zorgen voor reductie van stikstofemissie en robuustere natuur 4. Versterken weidevogelgebieden biedt veel kansen 5. Samenwerking tussen natuur en landbouw levert voor allebei wat op 6. Verdienmodellen uit maatschappelijke diensten zijn voor duurzame landbouw van essentieel belang 7. Spreiding recreatie en toerisme van belang voor leefbaarheid en sector zelf 8. Vrijkomende grond als aanjager voor het gebiedsproces 1. Aanpak stikstof- en veenweide / bodemdalingsproblematiek logische twee-eenheid in Noordwest Overijssel De twee hoofdopgaven van de Gebiedsgerichte Aanpak Noordwest Overijssel, de aanpak van bodemdalingsproblematiek van veengronden en de aanpak voor de reductie van stikstofemissie, haken stevig in elkaar. Daarnaast kan de aanpak van de bodemdalingsproblematiek met de juiste maatregelen ook bijdragen aan verkleinen van het knelpunt rond wegzijging van water uit de Wieden en Weerribben.
De negatieve effecten van de bodemdaling van veengrond worden erkend in alle deelgebieden en de bereidheid om er wat aan te doen is er. In 2035 dient de stikstofuitstoot gehalveerd te zijn en zal de bodemdaling geremd moeten zijn door met name hydrologische maatregelen. Het veenweidegebied zal dan veel natter zijn. Een hoger grondwaterpeil draagt bij aan het tegengaan van CO2 uitstoot. Extensiever gebruik van de grond (lagere veebezetting per hectare) t.b.v. lagere stikstofuitstoot maakt het mogelijk het grondwaterpeil te verhogen. Andersom biedt de aankoop van grond (incl. bedrijf) t.b.v. vernatting, mogelijkheden voor extensivering van omringende melkveebedrijven (qua veebezetting per hectare). Bij het verhogen van het grondwaterpeil bij agrarische bedrijven en de daarmee samenhangende nattere grond verslechteren de landbouwkundige mogelijkheden. De opbrengst en de kwaliteit van het geteelde voer gaan achteruit, de toegankelijkheid wordt beperkt en daarmee ook de duur van het teelt- en weideseizoen en het risico op diergezondheidsproblemen zoals leverbot en salmonella nemen toe. Agrarische bedrijven kunnen door het voorgaande de grond enkel extensiever gebruiken met een lagere veebezetting per hectare. Extensiveren van de bedrijfsvoering werkt in de praktijk kostprijsverhogend.
De aangekochte gronden zouden College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011366/90 22 voor een afgewaardeerde hectareprijs weer voor de landbouw ter beschikking kunnen komen, waardoor de stikstofemissie eveneens daalt. Zonder financieel interessante prikkels zal een melkveebedrijf niet uit zichzelf gaan extensiveren. De bronmaatregelen stikstof zullen veelal op locatieniveau worden uitgevoerd. Veenweidemaatregelen worden vaker op een hoger schaalniveau uitgevoerd, omdat die op systeemniveau samenhangen met het watersysteem. Door het vervallen van de PAS kunnen veehouders en andere ondernemers hun bedrijf niet zonder meer verder uitbreiden, het is alleen mogelijk door stikstof te salderen. De stikstofneerslag wordt tot een straal van 25 kilometer vanaf de bron berekend tot stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden en raakt daarmee heel Noordwest Overijssel. De uitdaging is samen een plan te maken met een dalende stikstoflijn en het tegengaan van bodemdaling gericht op de toekomst, waarbij we de verschillende schaalniveaus (watersysteem, deelgebied, polder) bekijken. Vanuit de Deelgebiedscommissies wordt daarbij in goed overleg met de betreffende grondeigenaren gezocht naar perspectiefrijke oplossingen voor de landbouw, in harmonie met de omgeving. Het gaat om maatwerk, wat in het ene gebied wel werkt, werkt in het andere gebied niet.
Er wordt op landelijk niveau veel onderzoek gedaan naar de (effecten van) verschillende maatregelen. Het idee is geopperd om in een gebied juist te intensiveren waardoor op een andere plek extensiveren mogelijk is. Deze intensivering i.c.m. technische maatregelen draagt bij aan emissiereductie. Dat is een andere benadering om naar maatwerk te zoeken in een gebied. Nu is het momentum om gebruik te maken van de middelen die hiervoor vrijkomen (zie ook bronmaatregelen). De DGC’s onderschrijven de opgaven en benadrukken dat vrijwilligheid een randvoorwaarde is om verder te gaan. 2. Naar een robuust watersysteem waarin gebruik en peil in balans zijn en maatwerk mogelijk is Klimaatverandering, met toenemende zware regenval en periodes van droogte, maakt een robuust watersysteem noodzakelijk. Wat betekent robuustheid van het watersysteem? Verschillende, hierna beschreven, aspecten en lokale voorbeelden, spelen daarbij een rol. Het (grond)watersysteem is groter dan Noordwest Overijssel en moet ook in dat grotere verband in ogenschouw worden genomen, als er op deelgebiedsniveau of polderniveau plannen worden gemaakt.
Hoe houd je het watersysteem beheersbaar? Welke klimaatadaptieve maatregelen kunnen worden genomen op systeemniveau (vasthouden, bergen, afvoeren), uitgewerkt op deelgebiedsniveau? Is het mogelijk om een robuust watersysteem te maken dat ook mogelijkheden biedt voor maatwerk, zoals flexibel peilbeheer? In deelgebied Wieden Weerribben is al sprake van flexibel peilbeheer. Kan flexibel peilbeheer worden uitgebreid? Is maatwerk op gebiedsniveau door zonering mogelijk? Het systeem kan tegen een stootje maar door toenemende extremen is detailregulering steeds kwetsbaarder. Grotere eenheden die qua gebruik passen bij de ‘natuurlijke waterhuishoudkundige situatie’ helpen. In de Koekoekspolder is de grondwaterdruk enorm. Bij het vernatten van Mastenbroek neemt de grondwaterdruk toe, de kapitaalintensiviteit van de glastuinbedrijven in de Koekoek is hoog. Het waterschap voorziet een toekomst waarin er niet oneindig wordt gepompt. Hoe is hierin een weg te vinden richting een duurzame oplossing? Tot op heden wordt er gewerkt volgens het principe “peil volgt functie”. Maar is dit houdbaar voor de toekomst? De landelijke koers gaat uit van een sturende rol van water in de ruimtelijke ordening. In Staphorsterveld wordt aangegeven dat er tevredenheid is over het huidige waterbeheer. In de NOVI en het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is functie volgt peil beleid.
De landbouwvertegenwoordigers geven aan dat College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011367/90 23 “functie volgt peil” ondenkbaar is, omdat dat zou betekenen dat landbouwfunctie in het uiterste geval door het waterpeil kan vervallen. In de Deelgebiedscommissies ging het meer over de vraag in hoeverre kan, gezien de invloed van water op de veengebieden in Noordwest Overijssel, het gebruik en het peil in balans worden gebracht. In hoeverre is vernatting van (delen van) gronden mogelijk (heel nat, beetje nat). En welke intensiteit en agrarisch gebruik zijn hierbij mogelijk? Wat is het effect van de verschillende niveaus van vernatting op het gebruik. Waar ligt het optimum tussen tegengaan bodemdaling, beperken CO2-uitstoot en (agrarisch) gebruik. Dat zal per deelgebied en zelfs lokaal moeten worden bepaald, immers de omstandigheden, zoals de dikte van het veen, verschillen per locatie. Het Inframrapport1 geeft hierover een eerste doorkijk. De Gebiedscoöperatie IJsseldelta geeft aan dat bij het behoud van natuur- en landschapswaarden van de veenweidegebieden een graslandbeheer hoort dat bloemrijke, vochtige weilanden oplevert in plaats grasproductie met zeer geringe biodiversiteit. Ten slotte is het van belang te realiseren dat de aanpassing van het watersysteem kan leiden tot hogere inrichtings- en beheerskosten.
Echter het niet nemen van maatregelen kan op termijn ook leiden tot hogere beheerkosten van het watersysteem. De vraag is hoe we het betaalbaar houden? 3. Bronmaatregelen zorgen voor reductie van stikstofemissie en robuustere natuur Het is duidelijk dat een deel van de stikstofgevoelige natuur sterk overbelast is door stikstofdepositie, terwijl de opgave is om de natuur (met name in Natura 2000 gebieden) te verbeteren en te voorkomen dat de natuur achteruitgaat. De rechter heeft daarom bepaald dat nieuwe ontwikkelingen die stikstof uitstoten geen vergunning krijgen voordat de stikstofemissie is verlaagd en daarmee ook de stikstofdepositie kleiner wordt. We maken onderscheid tussen landelijke, generieke bronmaatregelen die het rijk financieel ondersteunt en aanvullende lokale bronmaatregelen. Voor Noordwest Overijssel en de deelgebieden is het de vraag hoe we de landelijke en lokale bronmaatregelen op de juiste wijze in kunnen zetten: • Welke bronmaatregelen zijn het meest effectief voor de stikstofopgave in NWO en de deelgebieden? Zo is in alle deelgebieden aangegeven dat het aanlengen van mest met water een kansrijke bronmaatregel is om hier stikstofemissie te reduceren. Er wordt al met sleepslangen gewerkt, de werkwijze is bekend en het gebied is er geschikt voor, aldus leden uit alle drie de Deelgebiedscommissies.
Aandachtspunt is dat het rijk alleen het aanlengen van mest met water op zandgronden vergoedt als bronmaatregel (subsidie voor aanleggen waterbassin, deze zijn in veengebieden niet nodig). Bij het aanlengen van mest moet wel rekening gehouden worden met afspoeling wat een negatief effect kan hebben op de waterkwaliteitsdoelstelling. Daarnaast liggen er andere kansen die benut kunnen worden op bedrijfsniveau zoals voer, stallen, omschakelprogramma etc. En zorgen we voor de juridische houdbaarheid? Met andere woorden hoe zorgen we dat de maatregelen die we nemen worden gewaardeerd in het vergunningsstelsel zodat de ‘stikstofreductie’ ingeboekt kan worden? • Bij het bepalen wat effectief is, is de wens van de Deelgebiedscommissies om de effecten te meten (meten = weten) en te monitoren. • Op welke manier kunnen we de generieke bronmaatregelen gebiedsgericht inzetten en kunnen we kansen benutten? Welke aanvullende lokale maatregelen vinden we kansrijk? De maatregelen (bronmaatregelen, maar wellicht ook andere maatregelen) die stikstofemissie verlagen zouden in combinatie met elkaar of met andersoortige (groenblauwe) maatregelen (integraliteit in opgaven én in uitvoering!) gecombineerd moeten kunnen worden.
Maatwerk is daarbij het uitgangspunt, waarbij de gehele maatschappelijke winst moet worden bekeken en financieel gewaardeerd, ook als dat betekent dat de afzonderlijke regels niet één op één passen. 1 Bron: Verkenning bodemdaling veenweide Overijssel (Infram, 2019) College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011368/90 24 Landelijke bronmaatregelen De landelijk ingestelde bronmaatregelen moeten voor daling van de stikstofdepositie zorgen. Op dit moment is een deel van de bronmaatregelen via de landelijke LNV/RVO lijn al in uitvoering, een aantal is nog in voorbereiding (zie bijlage 1: overzicht generieke bronmaatregelen). Deze bijlage bevat een globaal inzicht in de verwachte effecten van deze maatregelen. • Landbouw Landelijke bronmaatregelen gericht op de landbouw zijn bijvoorbeeld: tweede verhoging subsidieregeling sanering varkenshouderijen, landelijke beëindigingsmaatregel, de maatregel gerichte opkoop (MGO)2, verlagen ruw eiwitgehalte veevoer, vergroten aantal uren weidegang, verdunnen mest op zandgronden en stalmaatregelen. Het algehele beeld is dat de maatregelen niet in alle gevallen even goed aansluiten bij het gebied. • Natuur Naast daling van de stikstofemissie (buiten de natuurgebieden) moeten ook maatregelen in de natuurgebieden zelf zorgen voor een robuustere natuur.
Voor de natuur komen verschillende type herstelmaatregelen in aanmerking voor financiering: het intensiveren van natuurmaatregelen en het nemen van hydrologische maatregelen in en om natuurgebieden. Daarnaast is monitoring van de (stikstofgevoelige) natuur van belang, de mate van instandhouding ten opzichte van de kritische depositiewaarde (KDW). Vanuit de agrarische vertegenwoordiging uit de Deelgebiedscommissies wordt gepleit voor bodemanalyses in natuurgebieden. Hiermee kan de stikstoflevering uit de bodem in beeld gebracht worden. En vervolgens in relatie worden gebracht met de potentie van de stikstofgevoelige natuur. • Kritische Depositiewaarde (KDW). Vanuit het gebied komt de vraag naar voren of niet breder gekeken moet worden dan KDW voor de juridische borging. Deze vraag heeft landelijk ook aandacht. • Overige sectoren Landelijke bronmaatregelen zijn, behalve op natuur en landbouw, ook gericht op andere sectoren zoals industrie, bouw, scheepvaart, luchtvaart en verkeer. Deze maatregelen zijn veelal op Europees, landelijk of provinciaal niveau, maar er is wel behoefte vanuit de DGC’s om inzicht in te hebben in de maatregelen en het effect ervan in NWO in 2030. Specifiek gaat het om de maatregel voor Verkeer en Vervoer, een sector die in NWO een substantiële emissie heeft.
Lokale bronmaatregelen Mogelijke koppelkansen die zijn benoemd in de puzzelstukjes kunnen leiden tot stikstofwinst en sommige zijn daarmee ook potentiële bronmaatregelen. Denk bijvoorbeeld aan de uitvoering van de bossenstrategie die kan leiden tot stikstofreductie. De landbouw is kritisch op de Mestwetgeving die veroorzaakt dat boeren organische dierlijke mest afvoeren maar vervolgens kunstmest aanvoeren. Dit is echter wetgeving waarvoor de rijksoverheid en de Europese overheid bevoegd is. Op minerale gronden (niet op organische grond als veen) worden kansen gezien voor het toepassen van bewerkt maaisel uit natuurgebieden als bron van organische stof. Met toepassing van bodemverbeteraar (rondom N2000 gebieden en elders) zijn percelen beter in staat vocht én voedingstoffen vast te houden, worden deze percelen minder uitspoelingsgevoelig en door het hogere organische stof niveau verbeteren de opbrengsten. Hierdoor is minder kunstmest en drijfmest noodzakelijk. Daarnaast stimuleert organische stof de opbouw van bodemleven, o.a. meer bacteriën, schimmels en regenwormen. De bodem krijgt meer structuur 2 MGO is de maatregel die tot nu toe is ingezet voor opkoop van bedrijven in Overijssel.
College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011369/90 25 wordt veerkrachtiger (minder droogtegevoelig) en biedt meer perspectief voor een goede bovengrondse biodiversiteit. Niet in eerste instantie als stikstofreductie-maatregel. Een lokale bronmaatregel, specifiek in de Weerribben en Wieden (deels), is het uitfaseren van het verbranden van zomermaaisel en rietstruige. Het verbranden draagt bij aan emissie van NOx en luchtverontreiniging. Hierdoor kan een waardevolle bio-grondstof niet worden gebruikt door de agrarische sector (akkerbouw, stal). Bij deze maatregel hoort een marktconforme vergoeding voor de extra werkzaamheden die het afvoeren van het maaisel en struige met zich meebrengt. 4. Versterken weidevogelgebieden biedt veel kansen Weidevogels zijn iconen voor de veenweidegebieden. Deze boerenlandvogels verbinden de trotse boeren, die de juiste omstandigheden voor weidevogels creëren, met bewoners die genieten van de vogels en ook dikwijls samen met de boeren de nesten beschermen. Het zijn indicatoren van het systeem (vernatting, stabiliteit in beheer, biodiversiteit). Met het versterken van de omstandigheden voor weidevogels werken we daarmee tegelijk aan verschillende opgaven.
Denk hierbij aan duurzaam waterbeheer, tegengaan bodemdaling en de CO2-uitstoot omlaag brengen, kansen voor reductie van stikstofuitstoot, een grotere biodiversiteit (naast vogels ook andere dieren en planten) en behoud van het unieke en kwetsbare open landschap. Met agrarisch natuurbeheerpakketten, uitvoering van Aanvalsplan Grutto en groenblauwe diensten moet er een verdienmodel mogelijk worden gemaakt (zie verdienmodellen). Het is per bedrijf of gebied puzzelen naar het optimum passend bij het bedrijf en de plek, ook vanuit bodemdaling en CO2. Wat je verliest door te extensiveren, kun je mogelijk verdienen uit maatschappelijke diensten (o.a. agrarisch natuurbeheer). Wat is werkbaar binnen het bedrijf? Kun je vernatten? Stoppen met maaien in de broedtijd? Wat heeft later maaien voor gevolg voor de structuur van het gras en dat weer voor de methaanuitstoot van de koeien? In welke gedeelte van je bedrijf? Welke gebruik en beheer past erbij en welke vergoeding staat er tegenover? In Staphorsterveld wil men kijken naar de aansluiting van weidevogelgebieden bij Olde Maten en Veerslootlanden. Ook is het een kans voor recreatie. Aandachtspunt is de overlast van de ganzen. Door de uit de hand gelopen ganzen populatie worden ook weidevogels weggejaagd. Daarnaast zorgt de ganzenschade dat veehouders minder goed de voederwinning en weidevogelbeheer kunnen verenigen.
Intensief populatiebeheer van ganzen is daarom essentieel voor voldoende leefgebied voor weidevogels. Ook de predatie door o.a. vos en ooievaar vormt een bedreiging voor de weidevogels. Collectief Noordwest Overijssel richt zich met een aantal GLB-pilotprojecten al op het toetsen van maatregelen binnen de melkveehouderij ten behoeve van weidevogels en het tegengaan van bodemdaling door vernattingsmaatregelen. 5. Samenwerking tussen natuur en landbouw levert voor allebei wat op In verschillende projecten en andere samenwerkingsvormen werken agrariërs en natuurorganisaties samen om doelen te realiseren die voor beide kanten voordeel oplevert. Dit natuurinclusief boeren gaat bijvoorbeeld om natuurbeheer door agrariërs en om het opbrengen van maaisel op akkerland ten behoeve van grondverbetering, met minder kunstmest en droogtestress tot gevolg. In de gepolariseerde beeldvorming zijn dit voorbeelden van hoe het óók kan. Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn over samenwerking: waar kan het lonen en waar kan de relatie landbouw-natuur verbeteren? Vooral in een zone rondom Natura 2000-gebieden biedt samenwerking tussen natuur en landbouw kansen voor boeren die niet meer in dieraantallen kunnen groeien, maar wel een rol kunnen hebben in natuurbeheer.
Zo wordt het onderhoud van Olde Maten en Veerslootlanden in samenwerking met de Agrarisch Natuur College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011370/90 26 Vereniging (ANV) gedaan. De participerende boeren geven echter aan dat door de opslag van ridderzuring en pitrus de kwaliteit van het voer vermindert en dat er in de toekomst mogelijk minder interesse is in de pachtgronden. Voor veehouderijen is aandacht voor de kwaliteit van gras van belang. Niet al het gras is geschikt om van te melken. Het is van belang om hierover met elkaar het gesprek te voeren. Natuurinclusief boeren vereist eveneens een goede afstemming over o.a. het watersysteem, zonering en gebruik. Agrarische vertegenwoordigers vragen van de natuurbeheerders meer aandacht voor de belangen van een agrarische ondernemer. Dit geldt zeker bij grondeigendom van de agrariër, maar ook als de agrariër pachter is van grondeigendommen van de terreinbeherende organisaties. Er spelen diverse onderwerpen waarover het gesprek tussen pachter en verpachter gevoerd moet worden. Veel landgoederen hebben ervaring met het optimaliseren van de samenhang tussen natuur en landbouw, waarbij er een goede balans tussen rendabel en onrendabel gevonden moet worden. Die samenhang moet ook zorgen voor draagvlak bij de boeren.
Het is daarbij belangrijk om hen te begeleiden in het ‘omdenken’ naar een meer natuurinclusieve landbouw die de biodiversiteit op en rond het boerenland versterkt en kan bijdragen aan andere maatschappelijke opgaven. Natuurbeheerders en landbouw kunnen hierbij van elkaar leren. 6. Verdienmodellen uit maatschappelijke diensten zijn voor duurzame landbouw van essentieel belang Veel van de grote opgaven van deze tijd, en dat geldt ook voor de opgaven voor de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel, vragen om een transitie van de huidige landbouw, zowel van de sector als op individueel niveau. Zonder veranderingen in de keten kan dat niet. Op dat laatste hebben we als Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel helaas maar zeer beperkt invloed. Zo blijkt uit recent onderzoek in opdracht van LNV dat de consument maar zeer beperkt bereid is tot het betalen voor duurzaamheid. En ook supermarkten zijn niet altijd bereid om duurzaamheid in rekening te durven brengen. Zonder een goed, duurzaam verdienmodel voor de landbouw, zal de landbouwtransitie naar duurzame landbouw niet plaatsvinden. Duurzaam staat voor toekomstbestendigheid in economisch, ecologisch en sociaal opzicht. Zowel de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof, als het Klimaatakkoord staan voor een duurzame toekomst voor de landbouwsector.
Het komen tot goede verdienmodellen voor de landbouw is de sleutel voor het realiseren van de grote opgaven in het landelijk gebied. Wat is nodig om tot een duurzaam verdienmodel (die de hogere kosten en lagere opbrengsten dekt) te komen? Betaling voor maatschappelijke diensten (realiseren maatschappelijke opgaven) kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Verleiding én keuzevrijheid zijn hierbij van belang. Maatschappelijke diensten zijn bijvoorbeeld tegengaan bodemdaling, reduceren stikstofuitstoot, natuurinclusieve landbouw, sluiten kringlopen op gebiedsniveau, biodiversiteit en landschapsbouw. De Stichting Particuliere Landschapsdiensten IJsseldelta (SLPIJ+) heeft in de polder Mastenbroek ervaring met langjarige contracten (weidevogelbeheer, landschapsbeheer etc) op particuliere gronden. In Staphorsterveld zijn er overeenkomsten met de Stichting Groen blauwe diensten Overijssel. Als kansrijk voorbeeld uit Overijssel is het initiatief ‘Salland Loont’, waarbij het idee wordt uitgewerkt om voor heel Salland te werken aan een verdienmodel voor maatschappelijke diensten, uitgevoerd door agrariërs en andere grondeigenaren en betaald door de samenleving (inwoners, overheden en bedrijfsleven): Salland Loont. Dit biedt inspiratie voor de organisatie en aanpak van deze ‘rode draad’ in Noordwest Overijssel. Aandachtspunt zijn de mondiale ontwikkelingen m.b.t.
de sector en de afhankelijkheid van de wereldmarkt. In dat kader kan gedacht worden aan de gezamenlijke productie van (niet) biologisch/ ecologische / regionale melk en deze koppelen aan regionale marketing (voorbeeld: Weerribben zuivel). Voor een deel van de bedrijven is het samenwerken en regionaal afzetten een mooi verdienmodel. Echter blijft een substantieel deel van de melk voor de wereldmarkt. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011371/90 27 Een ander voorbeeld is het natuurbeheer in de Wieden en Weerribben door riettelers/snijders die dit als onderdeel van hun bedrijfsvoering doen. Rietteelt is een duurzame vorm van landgebruik die bijdraagt aan een economisch profijtelijk landschap en een duurzaam bouwmateriaal in de vorm van dakriet produceert. Het areaal voor rietsnijden neemt af (verdroging, verruiging, verbossing, teruglopende rietopbrengst). Dit verdienmodel staat onder druk en mede daardoor vindt het verbranden van de struige nog steeds plaats. Aandacht is nodig voor de vergoeding voor deze maatschappelijke dienst, nu het verbranden van de struige uit oogpunt van stikstof niet meer gewenst is. 7. Spreiding recreatie en toerisme van belang voor leefbaarheid en sector zelf Noordwest Overijssel is aantrekkelijk voor recreanten en toeristen.
In Noordwest Overijssel staan natuur, landschap, water en cultuur(historie) centraal in de beleving. Denk aan het Nationaal Park Weerribben Wieden, maar ook aan het Nationaal Landschap IJsseldelta, het Zwarte Water, het Zwarte Meer, de IJsseluiterwaarden en de Olde Maten waar De Veldschuur (Rouveen) diverse activiteiten in en rond het natuurgebied aanbiedt en tenslotte aan de aantrekkelijke dorpen en (Hanze)steden. Recreatie en toerisme concentreert in de Wieden Weerribben momenteel in Giethoorn en bij het bezoekerscentrum Weerribben in Ossenzijl. In feite is dit een organisch gegroeide zonering, die zorgt voor relatief rustiger gebieden elders, maar die te ver is doorgeschoten. De druk op deze concentratiegebieden is te hoog geworden voor de leefbaarheid van mens en natuur. Ook voor de recreatiesector in Giethoorn zelf is een betere spreiding over Noordwest Overijssel én een betere spreiding door het jaar heen wenselijk. Vanuit leefbaarheid, natuur, spreiding economische kansen voor recreatiebedrijven / horeca, verkeer en vervoer (doorstroom en veiligheid) is dat het zeker. Er wordt ingestoken op Poorten (o.a. Zwartsluis, Blokzijl, Kalenberg, etc) naar Noordwest Overijsel om spreiding te verbeteren. Tegelijkertijd vraagt het ook om keuzes, niet overal een beetje toerisme. Slimme sturing van toeristen in de natuurgebieden zelf, maakt daar onderdeel vanuit.
Denk aan specifieke stilteplekken en tijdelijke afsluitingen, maar zorg ook voor toegankelijke gebieden. Daarnaast kan gedacht worden aan spreiding in klein- en grootschaligheid en in tijd. Regionale samenwerking, eventueel in pilots, wordt gezien als kans. Besteed ook aandacht aan monitoring en aan communicatie met de plaatselijke belangen en terreinbeheerders over de ontwikkeling rond recreatie. Het thema leefbaarheid platteland is als koppelkans een belangrijk aspect in de deelgebieden. Verschillende partijen (bv Vrienden van Olde Maten en Stichting Sluuspoort) kijken naar mogelijkheden om het gebied aantrekkelijker te maken van recreatie en bewoners. De financiën voor concrete acties zijn een aandachtspunt. 8. Vrijkomende grond als aanjager voor het gebiedsproces De komende jaren zullen in het gebied de nodige agrarische bedrijven stoppen. Voor een deel zal dat zijn door gebruik te maken van de Opkoopregeling Stikstof of de Impulsgelden uit het Klimaatakkoord. Met die regelingen zullen agrarische bedrijven (vrijwillig) worden aangekocht (inclusief dierrechten) om daarmee doelen op het gebied van stikstofreductie en CO2-reductie te realiseren. De vrijkomende agrarische grond biedt kansen om bijvoorbeeld te extensiveren, maar kan ook voor andere uitdagingen worden ingezet.
Aandachtspunt is dat de landbouw de vrijkomende agrarische gronden ook heel hard nodig heeft voor agrarische activiteiten en de opgaves die daarbij komen kijken. Hierbij is het financieringsvraagstuk van belang. Denk ook aan belastingvoordelen, pachtconstructies e.d. Extensivering betekent nu meer kosten per eenheid product. Ten behoeve van de gebiedsontwikkeling is het belangrijk ook te kijken hoe via langdurige pacht de landbouwbedrijven kunnen worden geholpen om hun beoogde verdienmodel te verwezenlijken. Daarbij kan ook ingezet worden op lagere pachtprijzen als daaraan voorwaarden aan worden verbonden (bijv. over intensiteit van het gebruik etc.). College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011372/90 28 Bij de eerstgenoemde rode draad kwam de synergie tussen stikstof- en CO2-maatregelen al aan de orde. Bij deze aankopen zal de synergie zeker worden gezocht, als die niet al automatisch aan de orde is. Nadenken over het instrumentarium en beleid (voor welk doel gebruik je de grond) is hierbij van belang. En wie gaat de vrijgekomen grond beheren en financieren? Vanuit de deelgebieden gaan geluiden op voor het opzetten van een grondbank, waar het rijk in meegenomen wordt. Bij een grondbank is het van belang dat de gronduitgifte transparant is. Hier zijn in het verleden slechte ervaringen mee opgedaan.
De agrarische vertegenwoordigers maken zich zorgen dat de landbouw achterin de rij aan kan sluiten. Denk daarnaast aan het inzetten van kavelruil als middel om extensivering te versnellen en zonering te bevorderen. Naast grond kan ook de invulling van vrijkomende erven een functie hebben in het gebiedsproces, bijvoorbeeld als bijdrage aan de woonbehoefte en de leefbaarheid van het platteland. Overigens kan dit ook bij actieve boeren een rol spelen. Is het nodig om het bestaande instrumentarium, zoals de rood voor rood regeling, te herzien? 5.2 Kaders voor het vervolgproces Om met de rode draden aan de slag te gaan zijn hieronder dilemma's en kaders weergegeven gericht op het proces en samenwerking om met elkaar de vervolgstappen te kunnen zetten in de GGA NWO. Achtereenvolgens komen aan bod: 9. Samenwerking tussen betrokken partijen, herstel vertrouwen en langjarig beleid 10. Omgaan met nieuwe informatie en (beleids-)ontwikkelingen 11. Werken in deelgebieden maakt lokaal maatwerk mogelijk 12. Kennis en ervaring opdoen en delen en bottum-up initiatieven dragen bij aan het Toekomstperspectief voor Noordwest Overijsel 13. Koppelkansen van de grote opgaven parallel aan de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijsel zoveel mogelijk benutten 14. Financieringsvraagstuk voor en na 2030 9.
Samenwerking tussen betrokken partijen, herstel vertrouwen en langjarig beleid Pas als je vertrouwen hebt, kom je tot lange termijn afspraken. Uit gesprekken is duidelijk geworden dat er niet altijd vertrouwen is tussen de verschillende partijen. Met name vanuit de landbouwsector komen geluiden over een gebrek aan vertrouwen in de overheid en terreinbeherende organisaties. Juist door samenwerking en door niet over elkaar maar met elkaar te praten, kan worden gewerkt aan het herstel van het vertrouwen, als alle partijen zich daar ook voor openstellen. Lastig daarbij is dat de democratie met zich meebrengt dat een nieuwe regeerperiode weer nieuwe accenten legt. Er is behoefte aan zekerheid in de vorm van langjarig consistent beleid. Vertrouwen kan groeien als er een integraal toekomstperspectief is waar over de bestuursperiodes aan vast wordt gehouden. Voor de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel liggen de hoofdopgaven wel voor langere tijd vast (reductie emissies stikstof en CO2), maar precieze invulling is nog in ontwikkeling. In het Toekomstperspectief voor Noordwest Overijssel zullen ook lange-termijn-afspraken gemaakt worden. Vanuit het deelgebied is geopperd om toe te werken naar een regionale omgevingsvisie voor Noordwest Overijssel.
Om na te denken over het Toekomstperspectief voor Noordwest Overijssel, is het daarnaast van belang om innovatief en oplossingsgericht te denken en ruimte te bieden voor lokaal maatwerk. In het deelgebied Wieden Weerribben bestaat een samenwerkingsverband van organisaties die voor een groot deel ook deel uitmaken van de Deelgebiedscommissie. Het gaat om de Stichting Nationaal Park Weerribben College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011373/90 29 Wieden. Vanuit verschillende achtergronden en belangen werken partners samen aan verschillende initiatieven en projecten en aan een visie voor het Nationaal Park Nieuwe Stijl3. De stichting heeft de uitgangspunten voor de Gebiedsgerichte Aanpak onderschreven en het ligt voor de hand dat de stichting in het vervolgtraject van de GGA NWO een belangrijke rol zal spelen. 10. Omgaan met nieuwe informatie en (beleids-)ontwikkelingen Het stikstofdossier is sterk in beweging binnen een ingewikkeld politiek krachtenspel in alle bestuurslagen. De jurisprudentie ontwikkelt zich regelmatig sneller dan het beleid ontwikkeld kan worden. Voorbeeld van een recente ontwikkeling is de aanwijzing van leefgebieden op agrarische gronden.
Verder zijn er scenario’s en ontwikkelingen voor mogelijk toekomstig beleid zoals de opdracht van het rijk aan het Planbureau voor Leefomgeving (PBL) met een quickscan van twee beleidspakketten met forse aanvullende investeringen en extra maatregelen, het advies van de landsadvocaat kwam in de publiciteit over het intrekken van vergunningen van boeren die in de buurt van natuurgebieden te veel stikstof uitstoten. De Kabinetsformatie loopt en er moet nog beleid (ook Europees klimaatbeleid) ontwikkeld worden. Dit zal tot gevolg hebben dat er nog een periode van onzekerheid zal zijn over de omvang en het tempo van de opgave. Deze onzekerheid kan leiden tot een afwachtende houding. We kunnen ons die afwachtende houding niet permitteren, gezien de urgentie en de omvang van de opgave, maar ook gezien de knelpunten in vergunningverlening. Tegelijkertijd kunnen we sommige dingen ook niet in werking zetten zolang de financiering niet gedekt is. Onze inzet is er dan ook op gericht om paniekvoetbal te voorkomen, koers te houden, het stuur in handen te nemen door zelf plannen te ontwikkelen: ‘challenge te act’. Nieuwe informatie moeten we zo snel mogelijk delen en bespreken. Het kennisdelen van de landelijke informatie is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Het is belangrijk dat de resultaten beschikbaar komen en dat de belanghebbende goed geïnformeerd worden.