CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

23.0 Informatienota 2022 - 7 - Startdocument Gebiedsgerichte Aanpak Noordwest Overijssel.pdf

Raadsvergadering 15 februari 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken34.300 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5.3 Werken aan de Gebiedsagenda Zes Gebiedsagenda’s en één provinciaal Gebiedsplan stikstof Tot het najaar van 2022 loopt het proces in Noordwest Overijssel om samen te komen tot een Gebiedsagenda. Dit is in feite de uitvoeringsstrategie 1.0, met in eerste instantie het accent op stikstofmaatregelen, die later als onderdeel van het Toekomstperspectief verder wordt uitgewerkt. In de Gebiedsagenda komen maatregelpakketten die bijdragen aan de verschillende opgaven. Het proces om te komen tot een Gebiedsagenda vindt plaats met gebiedspartners in Noordwest Overijssel en tegelijkertijd in 5 andere deelgebieden van Overijssel waardoor er in totaal 6 Gebiedsagenda’s komen. De stikstofmaatregelen uit de 6 Gebiedsagenda’s worden vertaald in het provinciale College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011321/90 18 Gebiedsplan Stikstof dat parallel aan de gebiedsagenda’s door de Provincie Overijssel wordt opgesteld. Dit maakt het mogelijk om tijdens het proces tussenversies van het Gebiedsplan te spiegelen aan de Gebiedsagenda. Een minimale variant van de Gebiedsagenda NWO bestaat in het najaar van 2022 uit voorstellen voor de aanpak van de stikstofemissie in NWO. Het provinciale Gebiedsplan is het aanbod van provincie Overijssel aan het rijk voor de aanpak van de stikstofopgave. Dit Gebiedsplan moet voor 1 juli 2023 worden aangeboden aan de minister van LNV.

Right to challenge Het rijk heeft de resultaatsverplichting om de stikstofemissie te reduceren. Daarvoor heeft het rijk de wet stikstofreductie en natuurherstel vastgesteld en neemt het rijk bronmaatregelen. In de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel verkennen we samen met de gebiedspartners hoe we maatregelen op zodanige wijze kunnen nemen dat het passend is voor Noordwest Overijssel (Right to Challenge). We komen hiermee tot een voorstel voor de stikstofreductie (stikstofaanbod). Hiermee proberen we middelen vanuit het rijk naar Noordwest Overijssel te krijgen. Rode draden kapstok voor Gebiedsagenda Om te komen tot een Gebiedsagenda hebben we in de Gebiedsanalyse een aantal rode draden benoemd.  De genoemde rode draden vertalen we naar voorstellen en maatregelen(pakketten) als onderdeel van de Gebiedsagenda. De pakketten moeten bijdragen aan de verschillende opgaven. De effecten van de maatregelen(pakketten) worden zo mogelijk doorgerekend. Het proces naar de Gebiedsagenda werkt van grof naar fijn vanuit de rode draden en tegelijkertijd van fijn naar grof, dus vanuit concrete ideeën en kansen. De Gebiedsagenda heeft geen statisch maar een fluïde karakter, met ruimte voor nieuwe inzichten, aanvullend onderzoek etc. Dynamisch proces De agendafase bestaat uit een dynamisch proces met het Programmateam, de Deelgebiedscommissies, de gebiedspartners en overige betrokkenen.

Er kunnen werkgroepen rondom thema’s worden ingericht en/of kleinere gebiedsprocessen worden gestart. De eerste stap is al gezet met een eerste inventarisatie in de Deelgebiedscommissies van kansen, initiatieven, pilotprojecten of ideeën daarvoor en andere uitvoeringsprojecten of -praktijken. In de komende tijd zullen er vervolgstappen worden gezet om samen de ideeën verder uit te werken, inzichtelijk te maken aan welke thematiek (rode draden) en opgaven ze bijdragen, hoe ze uitgevoerd zouden kunnen worden, wat het naar verwachting oplevert, en hoe de kennis die dat oplevert gemonitord en gedeeld kan worden. De lijst met ideeën/kansen/projecten is als bijlage aan de Gebiedsanalyse gevoegd. Er is in de Deelgebiedscommissies grote behoefte aan het op korte termijn starten van diverse uitvoeringsprojecten. Data viewer blijft up-to date Ter ondersteuning van de Gebiedsanalyse en Gebiedsagenda heeft de provincie Overijssel een digitale database samengesteld. De gegevens in deze digitale database biedt bijvoorbeeld inzicht in de herkomst en neerslag van de stikstof in Overijssel en laten zien in hoeverre dit de Natura 2000-gebieden in de provincie beïnvloedt. Ook geeft het bijvoorbeeld inzicht in de dikte van het veenpakket, De database is voor iedereen toegankelijk en in te zien via https://ggahub-stikstof-overijssel.hub.arcgis.com.

College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011322/90 19 Inhoud Gebiedsagenda De Gebiedsagenda bestaat uit een algemeen deel voor Overijssel als geheel en daarnaast het Gebiedspecifieke deel voor Noordwest Overijssel. Een inhoudsopgave bevat op hoofdlijnen de volgende onderdelen: ALGEMEEN DEEL (Overijssel, als onderdeel van GGA stikstof) • Inleiding • Uitgangspunten • Overzicht Rijksbronmaatregelen en Overijssels maatregelenpakket • Monitoring • Communicatie GEBIEDSDEEL (Noordwest Overijssel) • Analyse/aanleiding • Gebiedspecifieke maatregelen • Voorstel voor uitvoeringsagenda o 2030 o 2035 o 2050 • Uitvoering en financiering 2030 • Verantwoording / doorlopen proces totstandkoming Gebiedsagenda 5.4 Onderzoek (landelijk en in NWO) Op het gebied van veenweide (bodemdaling en uitstoot broeikasgassen) wordt veel onderzoek gedaan. Daarvoor is op landelijk niveau een onderzoeksprogramma (NOBV) gestart, dat ook (juist) op lokaal niveau onderzoek doet, om zo de verschillende (veen-) situaties in beeld te brengen. Daarnaast wordt ook veel onderzoek naar stikstof en stikstofreducerende maatregelen gedaan. Geconcludeerd kan worden dat er al veel onderzoek is gedaan, maar dat er ook nog kennishiaten zijn. Dat kan in algemene zin zijn of specifiek ten aanzien van de situatie in Noordwest Overijssel.

Bij kennisvragen in de GGA NWO die niet al zijn onderzocht, zijn er mogelijkheden om het te laten onderzoeken binnen een onderzoeksprogramma. Hieronder een aantal belangrijke onderzoeksinstellingen (of daaraan gerelateerd). Het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) doet onderzoek naar de omvang van de uitstoot van broeikasgassen uit veen. Volgens het Klimaatakkoord moet deze uitstoot worden teruggebracht. Vanuit de Klimaatenveloppe ondersteunt de minister van LNV financieel het NOBV. Doel van het NOBV is de effectiviteit van verschillende maatregelen die de uitstoot van broeikasgassen verminderen te onderzoeken en de emissies beter te voorspellen. Daarbij worden tevens de effecten op bodemdaling in kaart gebracht. Het NOBV doet onderzoek op verschillende locaties, waar aan uiteenlopende maatregelen en situaties gemeten wordt. Op alle locaties worden broeikasgasfluxen gemeten. Ook worden de bodemchemische en bodemfysische eigenschappen onderzocht en wordt er ook gemeten aan bodemdaling. In Rouveen wordt onderzoek gedaan naar het effect van onderwaterdrainage. Op deze meetlocatie wordt naast broeikasgasuitstoot ook intensief gemeten aan bodemdaling middels extensometers, waterpassen, LIDAR en INSAR. Emissies worden gemeten met automatische kamers en remote.

In de Weerribben gaat NOBV emissies van broeikasgassen meten aan veenmosrietland en in de Wieden aan open water. Het uitvoerende onderzoeksconsortium (waar STOWA gemandateerd opdrachtgever voor is, legt verantwoording af aan de Regiegroep Veenweide. Er is een College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011323/90 20 begeleidingscommissie waarin de provincie Overijssel en waterschap Drents Overijsselse Delta ambtelijk in zijn vertegenwoordigd. Zeer recentelijk is het Veen Innovatie Programma (VIP NL) gestart, waarbij drie bestaande veenweide praktijkonderzoekslocaties (in Zuid-Holland, Noord-Holland en Friesland) samenwerken, en waarbij aansluiting gezocht wordt met onderzoekslocaties in Overijssel. Het rijk financiert 50% van de onderzoekskosten. Dit betreft onderzoek naar maatregelen tegen bodemdaling en uitstoot van broeikasgassen. Goede kans voor Noordwest Overijssel om lokaal onderzoek te doen. Wageningen University en Research (WUR) doet veel onderzoek dat relevant is voor de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel en onderzoeksresultaten zijn openbaar toegankelijk. Onderzoek richt zich natuurlijk op het terrein van de landbouw, maar ook bijvoorbeeld op de bodem, natuur, klimaat en op combinaties daarvan.

Voor de Raad van de leefomgeving heeft de WUR bijvoorbeeld een onderzoek uitgevoerd naar de kostprijsverhoging van melk bij hogere waterstand in het veenweidegebied van het Groene Hart3. En naar effecten van ammoniak reducerende maatregelen in bedrijfsverband in veenweidegebied4. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is het nationale instituut voor strategische beleidsanalyse op het gebied van milieu, natuur en ruimte. Het PBL draagt bij aan de kwaliteit van de politiek-bestuurlijke afweging door het verrichten van verkenningen, analyses en evaluaties waarbij een integrale benadering vooropstaat. Het PBL is voor alles beleidsgericht. Het verricht zijn onderzoek gevraagd en ongevraagd, onafhankelijk en wetenschappelijk gefundeerd. Het PBL heeft zowel over veenweideproblematiek als stikstofproblematiek veel gepubliceerd. Naast deze onderzoeksbureaus wordt ook binnen Noordwest Overijssel al onderzoek gedaan door onder meer het Collectief Noordwest Overijssel met zijn GLB-pilot ‘Vooruit boeren op water en veen’. Het Nationaal Kenniscentrum Bodemdaling (NKB) heeft de functie van het toegankelijk maken van kennis op het gebied van bodemdaling, waaronder funderingsproblematiek. Er is nog veel onbekend, als het om bodemdaling en de effecten daarvan op bijvoorbeeld de CO2-uitstoot gaat.

Ook de effecten van de verschillende maatregelen op de bodemdaling an sich of de CO2-uitstoot behoeft nog veel onderzoek. Via het NKB wordt de opgedane kennis snel gedeeld, zodat alle veenweidegebieden daar hun voordeel mee kunnen doen. In het advies over de Gebiedsanalyse van de Deelgebiedscommissies is aangegeven welke kennishiaten er zijn waar nader onderzoek naar gedaan zou moeten worden. Ook in de initiatieven/projectenlijst zijn onderzoeksprojecten genoemd. In de Deelgebiedscommissies zullen deze onderzoeksvragen verder gespecificeerd worden en zal worden nagegaan of dit onderzoek al plaatsvindt (landelijk), dat het deel uit kan maken van een landelijk onderzoeksprogramma (met lokale pilotprojecten) of dat er aanvullend onderzoek noodzakelijk is. 3 Vernatting Groene Hart: kostprijs melk en CO2-prijs, C.H.G. Daatselaar, H. Prins, WUR 4 Effecten van ammoniak reducerende maatregelen in bedrijfsverband Scenariostudie voor proeftuin Natura 2000 in veenweidegebied, A.

Evers en anderen, WUR, ORG-ID en Projecten LTO-Noord College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011324/90 21 5.5 Waar gaan we eerst aan werken Regiegroep De leden van de Regiegroep bespreken het concept-Startdocument in het bestuur van hun organisatie, bepalen of ze er mee in kunnen stemmen (en commitment betuigen), en mandateren het Regiegroeplid om in de eerstvolgende vergadering van de Regiegroep te besluiten over eventuele wijzigingen. Overheden betrekken hier in meer of mindere mate hun algemene besturen bij. Op verzoek van de Regiegroep zullen Gedeputeerde Staten van Overijssel een voorstel doen aan Provinciale Staten (PS) over de inzet van voor de gereserveerde financiële middelen ten behoeve van het vervolg (onderzoek, proces) van de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel. Deelgebiedscommissies De Deelgebiedscommissies wijden zich de eerstkomende tijd aan het uitwerken van de initiatievenlijst en het zoeken naar gerichte kansen die bijdragen aan de doelstellingen van de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel. Eveneens wordt ingezet op het uitwisselen van kennis en delen van resultaten van praktijkonderzoek, onder meer door excursies naar proefboerderijen/praktijkbedrijven (coronaproof).

Tevens kunnen de onderzoeksvragen gepreciseerd worden en bepaald worden hoe die uit te zetten, dan wel dat duidelijk wordt of de onderzoeken al plaatsvinden. Na commitment van de partners op het Startdocument, zou het denken over een Toekomstperspectief kunnen starten met een ‘droomsessie’ over die toekomst. En met het voeren van verdiepende gesprekken over de Rode Draden. Programmateam Op verzoek van Regiegroep werkt het Programmateam een passende inrichting voor een werkorganisatie uit, dat deels gefinancierd wordt door de deelnemende partners en deels onderdeel uitmaakt van het verzoek aan PS. In de werkorganisatie zal de regierol van de provincie qua bemensing duidelijk tot uitdrukking komen, maar ook de andere partners zullen capaciteit leveren, waarbij de gevraagde inbreng van de overheden groter zal zijn dan die van de andere organisaties. De inzet is, naast advisering van de Regiegroep en de eigen bestuurder, met name gericht op het bijdragen aan onderzoek, pilotprojecten, visievorming, participatie in Deelgebiedscommissies en het delen en borgen van kennis in de eigen organisatie. We onderzoeken of ervencoaches en/of specialisten, voorzien in de behoefte van individuele agrarische ondernemers. Tevens wordt onderzocht of er voldoende beschikbaarheid is voor Noordwest Overijssel, of dat daar extra inzet op gepleegd moet worden.

En zo ja, hoe dat dan vorm kan krijgen in het kader van de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011325/90 22 HOOFDSTUK 6 ORGANISATIE VAN DE GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOORDWEST OVERIJSSEL 6.1 Inleiding We werken samen aan de gebiedsgerichte aanpak voor Noordwest Overijssel. Dat doen we met gebiedspartners op verschillende niveaus. Enerzijds op bestuurlijk en ambtelijk niveau voor Noordwest Overijssel als geheel. Daarnaast werken we samen in drie deelgebieden. Deze indeling in deelgebieden is gemaakt omdat er op fysiek en organisatorisch gebied veel verschillen bestaan tussen Wieden Weerribben, Staphorsterveld en Polder Mastenbroek / Kamperveen. In deze gebieden, waar zowel stikstof- als veenweideproblematiek aan de orde is, zijn Deelgebiedscommissies ingesteld. 6.2 Organisatie overkoepelend en per deelgebied; Regiegroep Noordwest Overijssel (RNWO) Dit is het overkoepelende bestuurlijk overleg voor Noordwest Overijssel als geheel. Het is de bestuurlijke gebiedstafel met een brede samenstelling van betrokken (vertegenwoordigende en belanghebbende) gebiedspartners. Het gremium is regisserend (van gebiedsproces), adviserend (naar betrokken overheden), afstemmend, informerend en inspirerend (partners onderling).

Bestuurders van de betrokken overheden en maatschappelijke partners vormen samen de Regiegroep Noordwest Overijssel (RNWO) (voor samenstelling, zie bijlage 4). Conform het Klimaatakkoord en de GGA stikstof coördineert en faciliteert de provincie Overijssel het proces. De RNWO zal enkele keren per jaar bijeen komen. De RNWO stelt, samen met de Deelgebiedscommissies, het Toekomstperspectief op, waarbij de RNWO de bijdrage daaraan van de Deelgebiedscommissies toetst aan de uitgangspunten (paragraaf 5.2) en of eventuele verschillen tussen de deelgebieden zijn uit te leggen. Na akkoord van de RNWO over de deelgebiedsperspectieven, stelt de RNWO het Toekomstperspectief Noordwest Overijssel samen, uit de bijdrage vanuit de Deelgebiedscommissies en de eigen inbreng. Een uitvoeringsstrategie maakt onderdeel uit van het Toekomstperspectief Noordwest Overijssel. Dit Toekomstperspectief biedt de RNWO ter vaststelling aan, aan de besturen van de betrokken partijen. De ruimtelijke aspecten van dit Toekomstperspectief NWO worden tijdens het maakproces op het juiste schaalniveau afgestemd met betrokken overheden en hun (provinciale en gemeentelijke) omgevingsvisies. Besluitvorming over ruimtelijke en financiële aspecten van het Toekomstperspectief vindt plaats in Provinciale Staten en gemeenteraden.

In het Waterbeheerprogramma neemt het waterschap de waterhuishoudkundige aspecten van de strategie op. Besluitvorming daarover vindt plaats in het AB van waterschap Drents Overijsselse Delta. Na vaststelling van het Toekomstperspectief NWO zet de RNWO zich in op de uitvoering daarvan. Overigens voert de RNWO ook de regie op de uitvoering van de IBP-VP-projecten in Noordwest Overijssel. Tevens heeft de RNWO tijdens planvorming en uitvoering een belangrijke taak in bestuurlijke afstemming tussen de verschillende bestuurlijke trajecten die in NWO lopen. Deelgebiedscommissies Per deelgebied is er een Deelgebiedscommissie die wordt voorgezeten door een wethouder, die ook in de RNWO is vertegenwoordigd. In de Deelgebiedscommissies wordt gewerkt aan (de start van) pilotprojecten, aan het maken van voorstellen voor de Gebiedsagenda en aan het Toekomstperspectief voor dat deelgebied. Ten behoeve van College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011326/90 23 uitwisseling van kennis en kruisbestuiving van ideeën wordt ook tussen de DGC’s samengewerkt. De Deelgebiedscommissies zijn de ogen en oren van het deelgebied, daar waar het ontwikkelingskansen voor de korte termijn betreft. Dit betreft met name kansen die betrekking hebben op de veenweideproblematiek en de stikstofprobl ematiek.

Ze zijn verbinder tussen lokale werkelijkheid en bovenlokale opgaven en tussen lokale en regionale partijen die vanuit verschillende belangen deelnemen. De Deelgebiedscommissies bestaan uit ambtelijke vertegenwoordigers van de betrokken gemeenten en het waterschap en uit de (lokale) vertegenwoordigers uit het gebied. Per deelgebied is er een projectleider, die de voorbereidende werkzaamheden voor de commissie uitvoert. In de commissievergadering is de projectleider de rechter hand van de voorzitter. Er zijn Deelgebiedscommissies voor Mastenbroek / Kamperveen, Staphorsterveld en Wieden Weerribben (voor samenstelling, zie bijlage 4). Programmateam Noordwest Overijssel Aan het Programmateam (PT) nemen de ambtelijke vertegenwoordigers van de partijen uit de RNWO deel. Belangrijkste taak is het adviseren van de Regiegroep. Daarnaast zijn belangrijke taken het elkaar informeren over en afstemmen van ontwikkelingen binnen en buiten de GGA NWO (met invloed op de GGA NWO), het bewaken van de voortgang van de IBP-projecten, het elkaar inspireren en het vormen van de schakel met de eigen organisatie. Het eigenaarschap van opgaven, producten en proces ligt bij alle partijen uit het PT (en de RNWO). Het PT komt 8 keer per jaar bijeen. Programmaleider en programmasecretaris worden door provincie Overijssel geleverd.

Programmaleider is tevens ambtelijk secretaris van de RNWO en voorzitter van het PT. De projectleiders van de deelgebieden nemen ook deel aan het Programmateam, evenals de gebiedsregisseur (die samen met inhoudelijke experts het Gebiedsteam vormt). Elke deelnemende organisatie heeft voor haar interne afstemming (mogelijk) een Intern Overleg. Per organisatie zal er een verschillend aantal overlegmomenten zijn. Kernteam (proces) en Gebiedsteam (inhoudelijk en gericht op gebiedsagenda) Ondersteunend aan de andere gremia zijn het Kernteam en het Gebiedsteam. Het Kernteam houdt zich vooral bezig met het begeleiden van het proces en met het adviseren van het Programmateam (indirect in het adviseren van de Regiegroep) en van de Deelgebiedscommissies. Daarnaast levert het Kernteam (concept-)documenten op en verzorgt het de vergaderstukken voor de verschillende gremia. Het Gebiedsteam heeft een meer inhoudelijke rol (zowel in de documenten als in de Deelgebiedscommissies) én richt zich vooral op de totstandkoming van de Gebiedsagenda (inhoudelijk en procesmatig). College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011327/90 24 6.3 Stakeholders in dit gebiedsproces Naast de genoemde partijen die deel uitmaken van de Regiegroep Noordwest Overijssel, zijn er veel organisaties en meer of minder georganiseerde groepen inwoners in het gebied.

Een aantal van deze organisaties en groepen maakt deel uit van de Deelgebiedscommissies. Andere organisaties en bewoners zullen we eveneens betrekken in het gebiedsproces, zoals bijvoorbeeld bij pilotprojecten, bij gebiedsprocessen in kleinere gebieden, bij het werken aan concrete voorstellen, in gesprekken met agrarische studieverenigingen of bij themabijeenkomsten. Een belangrijke stakeholder is de stichting Nationaal Park Weerribben Wieden. Een aantal leden (organisaties) van de stichting zijn vertegenwoordigd in de Deelgebiedscommissie Wieden Weerribben. De stichting is in een traject naar een Nationaal Park Nieuwe Stijl, waarvoor onder meer een toekomstvisie wordt gemaakt. Er zijn qua doelen en qua grondgebied veel overeenkomsten tussen de toekomstvisie die de stichting zal gaan maken en het Toekomstperspectief dat vanuit de GGA NWO wordt gemaakt. Er zullen gesprekken worden gevoerd hoe deze twee planprocessen kunnen worden gezwaluwstaart. Er zijn inhoudelijke relaties met Flevoland, Friesland en Drenthe ten aanzien van stikstof en/of hydrologie. Vanuit de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel wordt geparticipeerd in de Gebiedstafel Noord-Flevoland. Met Friesland en Drenthe zijn ook contacten en die zullen in de planvormingsfase, waar wenselijk/noodzakelijk, worden geïntensiveerd.

6.4 Communicatie en participatie Interne communicatie en participatie binnen Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel Er zijn veel overlegstructuren5 in ons gebiedsproces, ieder met een eigen functie. De kunst is om een goede verbinding tussen de gremia te houden. Belangrijke positieve bijdragen hieraan leveren de korte lijnen en de personele unies tussen de verschillende overlegstructuren en een Kernteam waarin alles bij elkaar komt. Dit maakt goede interne communicatie mogelijk. Binnen ieder gremium wordt, naast persoonlijk contact, gebruik gemaakt van digitale communicatiemogelijkheden. Het open proces op basis van gelijkwaardigheid draagt bij aan open communicatie. Daarbij dient de kanttekening gezet te worden dat uit de Gebiedsanalyse naar voren komt dat het vertrouwen van agrariërs (in algemene zin) in de overheid en in terreinbeherende organisaties niet erg groot is. Juist het open proces en de open en heldere communicatie is belangrijk om het vertrouwen op te bouwen. In de verschillende overlegstructuren zijn gebiedspartijen op regionaal en lokaal niveau betrokken, evenals vertegenwoordiging van bewoners. Zij werken, samen met overheidsvertegenwoordigers, aan planvorming en uitvoeringsprojecten (pilots). Ze hebben een belangrijke adviesrol naar (lokale vertegenwoordiging) en in (regionale vertegenwoordiging) de Regiegroep.

5 Regiegroep, Deelgebiedscommissies, Programmateam, Gebiedsteam, Kernteam, Interne Overleggen. Daarnaast is er ook parallelle structuur tussen leden van Deelgebiedscommissies onderling (via digitale samenwerkingsdocumenten en bijeenkomsten). College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011328/90 25 Externe communicatie en participatie Er zijn twee belangrijke doelgroepen te onderscheiden ten behoeve van de externe communicatie: • de achterbannen van de vertegenwoordigers in de Deelgebiedscommissies, en • de bewoners in Noordwest Overijssel en/of in één van de deelgebied en De vertegenwoordigers in de Deelgebiedscommissies zijn in principe verantwoordelijk voor de communicatie met hun achterbannen, om enerzijds de achterbannen te informeren en anderzijds om input op te halen ten behoeve van hun vertegenwoordigende rol. Zij kunnen hierbij echter wel worden ondersteund vanuit de GGA NWO, door de diverse communicatiemiddelen (zie onder) en door een gezamenlijk afgestemde communicatieboodschap. De communicatieboodschap is gebaseerd op een gezamenlijk communicatieplan. Het is belangrijk dat de communicatieboodschap is afgestemd met de betrokken partijen. Met de communicatie sluiten we aan op de voortgang van de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel en bij belangrijke besluiten.

In te zetten communicatiemiddelen voor externe (én interne) communicatie zijn: • Website (er wordt gewerkt aan een websitepagina per GGA-gebied, in dit geval voor Noordwest Overijssel); • Presentaties (standaardpresentaties kunnen worden gemaakt en beschikbaar komen voor alle partners); • Documentatie (basisdocumenten, zoals de Gebiedsanalyse en het Startdocument, etc.) zullen op de website worden geplaatst; Andere documentatie, zoals onderzoeksresultaten, verslagen van de Regiegroepvergaderingen zullen op een nader te bepalen wijze beschikbaar zijn voor alle partners; • Persbericht, als er aanleiding voor is; • Mogelijk een digitaal platform (voor bewonersparticipatie); • In het Communicatieplan nader te benoemen communicatiemiddelen. Tenslotte, het is al genoemd, zal er begin 2022 een gezamenlijk communicatieplan worden opgesteld. Bij dit alles is het duidelijk dat het van belang is dat er een communicatieadviseur in de werkorganisatie wordt opgenomen. 6.5 Planning en financiering Planning De planning van de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel in samenhang met de provinciale Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof en het landelijke Veenplan, is weergegeven in onderstaand figuur. Boven de tijdbalk staat de planning van de (resultaten van de) Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel.

Onder de tijdsbalk staat in rood de planning van de provinciale Gebiedsgerichte aanpak Stikstof. In groen staan de resultaten van de verschillende fasen van de Regionale Veenweidestrategie. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011329/90 26 Financiering In het kader van het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP-VP) is het IBP- fiche Samen werken aan de kwaliteit van NWO opgesteld en ingediend bij het ministerie van LNV. Hierin is een samenwerkingsagenda opgenomen met projecten, waarvan 8 (clusters van) projecten gezamenlijk € 4,2 miljoen zullen ontvangen vanuit het rijk. De regio zorgt voor cofinanciering uit bestaande programma’s en projecten (€ 5,3 miljoen). In het kader van de Regiodeal Zwolle investeren rijk en gebiedspartners miljoenen euro’s. Deze euro’s worden niet in deze Gebiedsgerichte aanpak NWO opgenomen (om geen dubbeltellingen te krijgen), maar worden wel degelijk in dit gebied geïnvesteerd voor doelstellingen die ook van toepassing zijn op de GGA NWO. In het kader van het Klimaatakkoord is voor de Veenweidegebieden in Nederland in totaal € 276 miljoen gereserveerd, waarvan € 100 miljoen als impulsgelden is verdeeld over de veenweideprovincies, om beweging te brengen in gebiedsprocessen. Voor de veenweideopgave in Noordwest Overijssel is daarvan € 15 miljoen ontvangen.

Voor kennis, ondersteuning programmalijnen en pilots is € 76 miljoen landelijk beschikbaar. Er is landelijk € 100 miljoen voor de uitrol van maatregelen voor de jaren 2022–2030. Op basis van de tussenresultaten uit het onderzoeksprogramma naar de effectiviteit van maatregelen, bedrijfseconomische en ruimtelijke effecten en op basis van de gewenste maatregelenmix in de Regionale veenweidestrategieën zal een voorstel voor deze uitrol worden opgesteld. Het is daarbij denkbaar dat de middelen dáár worden ingezet (voor specifieke maatregelen en gebieden) waar de kosten efficiëntie van de maatregelen het hoogst is, d.w.z. waar de hoogste reductie tegen de laagste prijs kan worden gerealiseerd. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011330/90 27 In het coalitieakkoord van de provincie Overijssel is een bedrag van € 3 miljoen opgenomen voor het gebiedsproces Veenweide NWO. In eerste instantie is hiervan een deel beschikbaar voor proceskosten. Conform het door Provinciale Staten vastgestelde Statenvoorstel Investeringsvoorstel Aanpak Stikstof (2020/1101921) is er voor het hele programma GGA-stikstof € 5,83 miljoen beschikbaar voor onder meer het opstellen van een gebiedsanalyse en een gebiedsagenda in Noordwest Overijssel.

Het rijk heeft al middelen beschikbaar gesteld om zo de doelen te halen uit de Wet stikstofreductie en natuurverbetering: • Voor de komende 10 jaar stelt het kabinet € 3 miljard (extra) beschikbaar voor het versterken en herstellen van natuur en daarnaast € 2 miljard voor maatregelen om de neerslag van stikstof terug te dringen. • Voor de periode tot 2030 heeft het rijk een pakket maatregelen vastgelegd dat moet leiden tot de benodigde reductie van stikstofemissies en -deposities in 2030. Provincies spannen zich in om de maatregelen zo effectief mogelijk in te zetten. (Voor de periode na 2030 zijn nog geen maatregelen bekend, en nog geen middelen beschikbaar gesteld). Financiering vinden voor de te nemen maatregelen is nadrukkelijk onderdeel van het Toekomstperspectief Noordwest Overijssel. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011331/90 28 HOOFDSTUK 7 HET BREDERE KADER 7.1 Relatie met andere actuele gebiedsprocessen Zoals in de inleiding (paragraaf 1.3) al is aangestipt, start de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel niet in een organisatorisch maagdelijk gebied. Er zijn in het gebied al diverse gebiedsprocessen gaande of zitten eraan te komen. Het is van belang een goede afstemming met de organisaties van die gebiedsprocessen te hebben. Daarbij moet je lopende gebiedsprocessen niet verstoren, en ze moeten ook ‘ons’ proces niet verstoren.

Er zit een grote overlap tussen partijen en personen die bij alle gebiedsprocessen zijn betrokken. Met name op deelgebiedsniveau spelen de partijen in die gebiedsprocessen en mogelijk die gebiedsprocessen/samenwerkingsverbanden zelf een belangrijke rol. Het gaat om de volgende verbanden: • BAG Bestuurlijke adviesgroep voor het Natura 2000-gebied Wieden Weerribben • Landinrichting(-scommissie) Noordwest Overijssel, alleen nog deelgebied Blokzijl- Vollenhoven in proces (kaveloverdracht gepland op 01-01-2022), andere deelgebieden afgerond. • Landinrichting(-scommissie) Staphorst (acte in januari 2021 gepasseerd). Nu volgt alleen nog de financiële afhandeling. • Stichting Nationaal Park Weerribben Wieden (met plan van aanpak en subsidie voor Nationaal Park Weerribben Wieden Nieuwe Stijl) • Regiodeal Zwolle gericht op (spreiding) recreatie in/rondom NP Wieden Weerribben. • Gebiedscoöperatie IJsseldelta. Naast interbestuurlijke gebiedsprocessen en samenwerkingsverbanden, zijn er ook nog andere gebiedsprocessen, die vanuit één organisatie worden georganiseerd, of die een veel grotere regio bestrijken. Die processen worden hierna beschreven. Het waterschap (WDODelta) dient elke tien jaar zijn peilbesluiten te herzien.

Omdat provincie en waterschap beide het belang van een integrale afweging aangaande het waterpeil inzagen, heeft de provincie het waterschap eenmalig vijf jaar uitstel (tot 2024) gegeven om de 23 peilbesluiten in het Veenweidegebied van Noordwest Overijssel te nemen. Praktisch gezien (qua workload), kunnen niet alle peilbesluiten in dat laatste jaar of de laatste twee jaar worden genomen, en daarom wordt er vanaf 2020 gestart. Niet alle peilbesluiten vergen eenzelfde aanpak. Soms is er sprake van een puur procedurele aanpak, maar in andere gevallen is een gebiedsproces noodzakelijk. Het is wenselijk te wachten met het nemen van peilbesluiten (en het starten van het proces om tot die peilbesluiten te komen) totdat de Veenweidevisie op gebieds- en deelgebiedsniveau is vastgesteld. In verband met eerder genoemde planning is dat problematisch. Het waterschap bekijkt welke peilbesluiten niet afhankelijk zijn van het veenweideproces (buiten gebiedsgrenzen Veenweideproces, peilbesluiten waarbij peil wordt opgezet (natuur), etc.) en past planning daarop aan. Overigens heeft het Algemeen Bestuur van WDODelta in mei 2020 het ontwerp Watervisie “meer dan water” unaniem vastgesteld.

Daarin is de volgende tekst opgenomen: We kiezen ervoor om op de korte termijn in te zetten op het vertragen van de maaivelddaling uitgaande van de huidige functies in het gebied, totdat er meer duidelijkheid is over de toekomst van het gebied. Dit doen we door het uitvoeren van onderzoek naar effecten van diverse maatregelen op de bodemdaling, het acties geven van voorlichting en het aanpassen van het peilbeheer. Voor de lange termijn houden we er rekening mee dat functies en daarmee het grondgebruik in het veenweidegebied sterk zullen veranderen. De Regionale Energie Strategie (RES) West Overijssel 1.0 is inmiddels vastgesteld. Er worden daarin 4 uitgangspunten integraal afgewogen: bijdrage aan energietransitie, ruimtelijke kwaliteit, maatschappelijke acceptatie en maatschappelijke kostenefficiëntie. Provincie, gemeenten en waterschappen in West Overijssel geven in deze RES aan in 2030 1,826 TWh duurzame energie te willen opwekken. T.o.v. het gebruik in 2018 (2,8 College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011332/90 29 TWh) wordt in 2030 meer dan de helft duurzaam opgewekt. De RES 1.0 heeft het karakter van een beleidsdocument dat, al dan niet in samenhang met eerder vastgestelde beleidsdocumenten, richtinggevend is voor de verdere ontwikkeling van de energiestrategie. In de kern bestaat de RES 1.0 uit zes doelstellingen en zes afspraken (zie 2.

Managementsamenvatting - Regionale Energiestrategie West-Overijssel (reswestoverijssel.nl) ) Een aantal gemeenten in Noordwest Overijssel heeft al zoekgebieden voor zonne- energie (geel/groen) en/of windenergie (blauw) aangewezen (zie kaartje). De cijfers geven de doelstelling per gemeente weer van de nagestreefde hoeveelheid op te wekken duurzame energie. 7.2 Relatie van regionaal niveau met landelijk niveau De Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel wordt beïnvloed door afspraken die landelijk worden gemaakt in de verschillende gremia. Deze gremia en een aantal onderwerpen dat daar speelt komt hier ter sprake. In het verlengde van de klimaattafel Landbouw & Landgebruik, werkgroep veenweide, is er sinds kort een Interbestuurlijke Regiegroep Veenweide. Deze regiegroep faciliteert, verbindt, stuurt het onderzoeksprogramma aan, stuurt op het gezamenlijk halen van de doelen, agendeert knelpunten in regelgeving en monitort de afstemming met andere relevante processen. Er is er momenteel ook nog een overlegstructuur van de provincies die veenweidegebieden hebben. Dit is de bestuurlijke Kopgroep Veenweide, die ambtelijk wordt voorbereid door de IPO-werkgroep Veenweide. Gedeputeerde Gert Harm ten Bolscher maakt deel uit van de Kopgroep Veenweide, evenals van het IBO (Inter Bestuurlijk Overleg) waarin de Kopgroep Veenweide overlegt met VNG, UvW en de minister van LNV.

De ambtelijke IPO-werkgroep Veenweide bereid deze bestuurlijke overleggen voor. Provincie Overijssel is hierin vertegenwoordigd. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011333/90 30 Vanuit het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP-VP) zijn 15 kansrijke gebieden benoemd (waarvan Veenweide Noordwest Overijssel er één is), waar op basis van gelijkwaardigheid tussen overheden, een regiospecifieke benadering is gekozen om samen te werken aan de grote opgaven waar we voor staan. Hiervoor is in 2019 een gebiedsplan opgesteld met een bijbehorende projectenlijst (zie verder § 4.3). Op landelijk niveau vindt afstemming over de aanpak van de stikstofproblematiek plaats via: • Bestuurlijk Overleg met de minister van LNV als vertegenwoordiger van het Rijk en het IPO als vertegenwoordiger van de provincies en in aanwezigheid van de koepels van gemeenten (VNG) en waterschappen (UvW). Gedeputeerde Gert Harm ten Bolscher is deelnemer van de delegatie van het IPO. • De Bestuurlijke Commissie Stikstof. Alle provincies zijn hierin vertegenwoordigd in IPO-verband. Vanuit de provincie Overijssel neemt gedeputeerde Gert Harm ten Bolscher deel aan de Bestuurlijke Commissie. • de Ambtelijke Commissie Stikstof. Alle provincies nemen hieraan deel in IPO- verband. Voorzitter is de provincie Overijssel (in de persoon van de ambtelijk opdrachtgever GGA stikstof).

• interbestuurlijke Stuurgroep Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof. Deze Stuurgroep structureert de interbestuurlijke samenwerking van de gebiedsgerichte aanpak. De stuurgroep bestaat uit vertegenwoordiging van provincies, rijk, gemeenten en waterschappen (UvW) en rapporteert aan het Bestuurlijk Overleg over de voortgang. Overige landelijke en regionale (beleids-)processen die van invloed zijn op de toekomst van het Veenweidegebied Noordwest Overijssel zijn: • Verminderen uitstoot van stikstof via generieke maatregelen • Transitie naar kringlooplandbouw • Klimaatrobuuste Regio Zwolle • Omgevingsagenda Oost Nederland • Koersontwikkeling Landelijk Gebied (provincie Overijssel) • Nationaal Veenplan • Gebiedstafel Noord Stikstof (b.v. pilot Flevoland t.b.v. Natura 2000-gebied Wieden Weerribben) 7.3 IBP-VP: Interbestuurlijk programma Vitaal Platteland In het kader van het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP-VP) is in 2019 gestart met een ambtelijk team, bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeenten Steenwijkerland, Staphorst, Zwartewaterland en Kampen, van het waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta), van het ministerie van LNV en van de provincie Overijssel.

Deze partijen (minus LNV, maar wel met de gemeente Zwolle aanvankelijk 6) waren vanaf 2017 ook al betrokken bij het onderzoek van INFRAM, dat in opdracht van WDODelta en de provincie een verkenning deed naar bodemdaling in het veenweidegebied Noordwest Overijssel. Overigens waren bij die verkenning ook Staatsbosbeheer, LTO, NMO en Natuurmonumenten betrokken. Met de IBP-partners is gewerkt aan het IBP- fiche Samen werken aan de kwaliteit van NWO. Hierin is een 6 Eerst was ook de gemeente Zwolle aanwezig. Vervolgens niet meer, maar nu zal de gemeente Zwolle toch weer aanhaken als agendalid. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011334/90 31 samenwerkingsagenda opgenomen, evenals een uitvoerings- en ontwikkelingsagenda, die ook door de colleges van de betrokken gemeenten zijn vastgesteld: De samenwerking is gericht op het in samenhang aanpakken van de urgente opgaven en noodzakelijke transities. Transities die nodig zijn ten aanzien van landbouw en voedsel, klimaat en energie en natuur en biodiversiteit. De urgente opgaven zijn: • Emissies van milieubelastende stoffen moeten zover terug dat ze andere functies niet beperken.

Het gaat onder andere om broeikasgassen die vrijkomen bij veenafbraak en uit de veehouderij (klimaatakkoord), om nutriënten uit geoxideerd veen die de water- en natuurkwaliteit negatief beïnvloeden (KRW, N2000) en om verzurende en vermestende stoffen die via mest en de lucht in het gebied terecht komen (stikstof). • Grote ruimteclaims die voortkomen uit de klimaat-, landbouw- en energietransitie moeten ingepast worden. Het gaat onder andere om ruimte voor kringlooplandbouw (LNV: Landbouw, natuur en voedsel waardevol en verbonden), duurzame energieopwekking (RESsen), vastleggen van koolstof in de bodem (klimaatmitigatie) en ruimte om toenemende weerextremen het hoofd te bieden (klimaatadaptatie). • En we moeten zorgvuldig omgaan met grondstoffen en productiefactoren, zoals onze bodem, het landschap en het bijbehorende toeristisch product. Uitdagingen die in het Overijssels veenweidegebied niet op zichtzelf staan. Ze moeten verbonden blijven met de sterke sociale kwaliteit, samen gaan met de transformatie van de regionale economie en bijdragen aan sterke, gebiedseigen en klimaatbestendige landschappen. Het gebiedsplan en de bijbehorende projecten hebben naast financiering uit de regio ook rijksgeld gekregen vanuit dit programma (en deels uit de klimaatenveloppe).

Er is voor het IBP-VP een werkplaats vitaal platteland ontwikkeld, voor kennisuitwisseling tussen de 15 pilotprojecten, waarvan het gebiedsproces Veenweide NWO er één is. Onderwerp dat vooral aan bod komt in deze bijeenkomsten is het interbestuurlijk samenwerken. Hoewel dit Interbestuurlijk Programma in 2021 is gestopt, lopen de projecten en het interbestuurlijk samenwerken door. 7.4 Klimaatakkoord, Veenplan en kader stellende nota Regionale Veenweidestrategie Hoewel de opgaven voor de Gebiedsgerichte aanpak NWO breder7 zijn dan alleen die uit het Klimaatakkoord, vormt dit akkoord wel een belangrijke basis van dit gebiedsproces. De in het klimaatakkoord genoemde opgave voor alle veenweide gebieden samen in Nederland is een reductie van 1 Mton CO2 in 2030. Het Klimaatakkoord geeft aan dat er voor elke veenweideregio een Regionale Veenweide Strategie moet komen. In het Klimaatakkoord staat precies wat er wordt verwacht, maar het gaat daarbij wel uit van een maatwerkaanpak. Daarover wordt gezegd: “Deze aanpak zal resulteren in een toekomstperspectief voor de veenweidegebieden en de betrokken bedrijven.

Kortom, klimaat, natuur, landbouw en weidevogelbeheer combineren met behoud van ons prachtige landschap8.” 7 Vanuit de opgave uit het Klimaatakkoord, wordt er automatisch ook gewerkt aan andere opgaven die er zijn, zoals het tegengaan van bodemdaling sec (dus ook zonder CO2-component), verminderen stikstofuitstoot, transitie naar kringlooplandbouw en verbetering externe omstandigheden van het Natura 2000-gebied Wieden-Weerribben. 8 Deze opsomming van thema’s kan ook worden uitgebreid met andere thema’s. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011335/90 32 Over het proces van de Regionale Veenweide Strategie zegt het Klimaatakkoord het volgende: Provincies organiseren/faciliteren een proces met grondgebruikers (onder andere agrariërs), maatschappelijke actoren, bewoners en medeoverheden gericht op de opstelling van een programma per veenweidegebied (regionale veenweide strategie). In 20209 wordt een conceptprogramma opgesteld dat in ieder geval bevat: • globale mix van maatregelen, gericht op opgave in 2030; • perspectief op 2050, inclusief beheeraspecten; • afspraken over monitoring; • financiële doorrekening; • vervolgproces (uitwerking op polderniveau); • verbinding met bestaande processen; • rol van actoren in het gebied; • bestaande instrumenten en identificatie van ontbrekende instrumenten.

In 2020 kondigt de minister in haar kamerbrief een fasering van het nationale Veenplan aan, waarbij duidelijk wordt dat er nog veel kennisleemtes zijn. Deze fasering is een jaar later vertaalt naar de Regionale Veenweidestrategieën. De landelijke Regiegroep Veenweide10 heeft in het najaar van 2021 kaders uitgezet hoe de reductie van 1 megaton CO2 eq. te bereiken. De Kadernotitie Veenplan 1e fase geeft een indicatieve verdeling van deze opgave en voor Noordwest Overijssel betekent het een opgave van 11 – 14%, corresponderend met een reductie van 110.000 – 140.000 ton CO2 eq. in 2030. Hoewel in de veenweidestrategieën de reductie van broeikasgassen centraal staat, zetten partijen in op een integrale, gebiedsgerichte en gebiedsspecifieke aanpak, waarbij de verschillende gebiedsopgaven in samenhang worden bezien.

Het gaat daarbij onder meer om: • Tegenaan van bodemdaling • Reductie van stikstofdepositie (stikstofaanpak) • Realiseren van klimaat robuuste (veerkrachtige en toekomstbestendige) watersystemen en zoetwatervoorziening (KRW, Deltaprogramma) • Versterken van biodiversiteit (NNN, Natuurinclusieve landbouw) • Verbeteren en realiseren goede bodem- en waterkwaliteit (DAW) • Behoud cultuurhistorische en landschappelijke waarden • In de veenweidestrategieën wordt (bij voorkeur via herkenbare paragrafen) de verbinding gelegd met bovengenoemde (en indien relevant andere) gebiedsopgaven. In de notitie Adaptieve borging Veenweiden worden de uitgangspunten voor de werkwijze om aan de klimaatopgave veenweiden te werken, beschreven. Het betreft: een adaptief en lerend proces, met nog veel kennisleemtes die ingevuld moeten worden; werken vanuit draagvlak in een gebiedsgerichte aanpak; gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden en maatschappelijke organisaties. Dit maakt dat er een ontwikkeling in het proces is van inspanningsverplichting (nu) naar resultaatsverplichting voor gebieden in 2030. De fases in die ontwikkeling worden als volgt beschreven en in beeld gebracht (zie figuur Adaptieve borging): 9 Doordat beloofde kaders voor de Veenweidestrategie twee jaar na planning zijn gesteld, is het jaartal 2020 ook losgelaten. Zie planning Regionale Veenweidestrategieën 1.0, 2.0 en 3.0.

10 Uit de sectortafel ‘Landbouw en landgebruik’ van het Klimaatakkoord is de Regiegroep Veenweide voortgekomen. Deze heeft een adviserende rol richting de vier overheidslagen in het Interbestuurlijk Overleg Veenweide. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011336/90 33 Fase 1 (2019-2023) geeft het weten een grote rol en het zwaartepunt ligt op kennisontwikkeling; sturen op input. Belangrijk onderdeel van de agenda is staat het in beeld krijgen van de randvoorwaarden. Fase 2 (2023-2026) richt zich sterk op gebiedsprocessen om de opgedane kennis te vertalen naar toepasbare maatregelen in gebieden waarover overeenstemming (het willen) bereikt moet worden met de betrokken partijen; het willen. Dit betekent sturing op output (via een groeimodel van het maatregelenpakket). In deze fase moeten de randvoorwaarden op orde gebracht worden. Fase 3 (2026-2030) gaat over het toepassen (het werken) van de kennis en de afspraken via grootschalige uitrol van maatregelen. In deze fase zijn de randvoorwaarden op orde en kan gestuurd worden op outcome (CO2-reductie). 7.5 Stikstofwet Het Rijk heeft algemene maatregelen aangekondigd om de uitstoot van stikstof al bij de bron terug te dringen en zo de doelstelling uit de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (“Stikstofwet”, juli 2021) die is vastgelegd voor het jaar 2030 te halen.

In de wet is een resultaatverplichting (voor het Rijk) vastgelegd. Dit houdt een afname van depositie in van 40%, 50% en 74% in respectievelijk 2025, 2030 en 2035. Het uitgangspunt hiervoor is een landelijke gemiddelde daling van emissies van 10%, 26% en 50% in de genoemde jaren. Een voorbeeld van een maatregel uit de wet is de snelheidsbeperking die sinds half maart 2020 overal in Nederland geldt. Daarnaast zijn er diverse rijksregelingen, bijvoorbeeld voor boeren die willen stoppen of op een meer natuurvriendelijke manier willen werken. Maar er komt wellicht meer vanuit Den Haag als gevolg van het regeerakkoord. In welke vorm en op welk moment, dat is nu nog niet bekend. De gebiedsgerichte aanpak in Overijssel richt zich erop om te inventariseren welke maatregelen in Overijssel op welke plek nodig zijn en hoe en wanneer deze het best kunnen worden toegepast. Naast het uitvoeren van rijksbeleid richt de provincie zich ook op beleidsontwikkeling (bijv. beleidsregels rond salderen). Te verwachten zijn een nadere invulling van het huidige natuurbeleid, verdere acties voor verduurzaming van mobiliteit en een ‘matching loket’ om vraag en aanbod van stikstof aan elkaar te verbinden.

College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011337/90 34 BIJLAGE 1: PLANNEN, AFSPRAKEN, BELEID EN ONDERZOEK die de basis vormden voor de inhoudelijke Uitgangspunten voor de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel • Het IBP-VP gebiedsplan Samen werken aan de kwaliteit van Noordwest Overijssel; • Klimaatakkoord daar waar het gaat over Veenweidegebieden; • Statenvoorstel Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof • Overkoepelende opgaven en opgaven per onderscheiden deelgebied (uit werksessie Programmateam 7 januari 2020); • Technische informatie, kenniscentra, onderzoeken (o.a. Verkenning bodemdaling veenweide in Noordwest Overijssel), pilotstudies (o.a. onderwaterdrainage Rouveen); • Gidsende principes die de basis vormden voor de Verkenning bodemdaling veenweide in Noordwest Overijssel (ambtelijk akkoord evenals bestuurlijk bij opdrachtgevers van de verkenning: provincie en waterschap); • Beheerplan Weerribben Wieden • (Ontwerp-)PIP De Wieden; • Nationaal Landschap IJsseldelta; • Provinciale Omgevingsvisie (wordt herijkt, waarbij uitkomsten veenweide gebiedsproces NWO belangrijke input vormt); • Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2021 definitief).

• Gemeentelijke omgevingsvisies en beleidsdocumenten • Uitkomsten RES West Overijssel • Ontwikkelagenda Oost-Nederland • Deltaprogramma (herijkt in 2021), zoet water, klimaatadaptatie, gebiedsgericht werken College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011338/90 35 BIJLAGE 2: GEBIEDSANALYSE NOORDWEST OVERIJSSEL Zie separaat document College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011339/90 36 BIJLAGE 3: REGIEGROEP OVER AANBEVELINGEN DEELGEBIEDSCOMMISSIES: 1. Integraal Toekomstperspectief. De Deelgebiedscommissies doen de aanbeveling om aan een integraal Toekomstperspectief te werken. Daarbij wordt nadruk gelegd op het ontschotten van beleid en financiering om te kunnen streven naar optimale doelrealisatie van maatschappelijke doelen. Hierbij ligt vooral een opgave bij de overheden om deze ontschotting in mindset en in de praktijk mogelijk te maken. Regiegroep: In de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel is het de bedoeling zo integraal mogelijk te werken aan een Toekomstperspectief en Gebiedsagenda, en van daaruit sectorale vragen te beantwoorden (voor provinciaal Gebiedsplan, voor Regionale Veenweidestrategie, eventueel voor de RES en N2000). Hoewel de behoefte (h)erkend wordt, is het binnen de overheidsorganisaties niet altijd mogelijk om het beleid en budget geheel te ontschotten.

De inzet is wel om de samenhang tussen de beleidsvelden te zoeken, door zoveel mogelijk binnen overheden samen te werken en dat te vertalen naar een integrale aanpak in Noordwest Overijssel. 2. Eén loket voor financiering maatschappelijke doelen. De Deelgebiedscommissies adviseren de financiering van maatschappelijke doelen via één loket te laten lopen. Daarbij is het de bedoeling om tot een optimale doelrealisatie te komen van de maatschappelijke opgaven. Regiegroep: De méérwaarde van 1 loket gericht op brede maatschappelijke doelen, in de vorm van een gebiedsfonds, wordt zeker gezien. Een gebiedsfonds hoeft niet alleen met overheidsgeld gevuld te worden. Ook andere partijen kunnen hieraan een bijdrage leveren, die ten goede komt aan het gebied. We volgen de ontwikkelingen van Salland Loont en kijken of we dat hier toepasbaar kunnen maken. Daarnaast kijken we, als er rijksgeld komt, dat dan zo ontschot mogelijk beschikbaar te krijgen voor het gebied. 3. Kennisontwikkeling. Er ontbreekt nog veel kennis, m.n. op het gebied van stikstof en bodemdaling i.r.t. uitstoot van broeikasgassen (met name CO2). Voor een deel zal de kennis door onderzoeksinstellingen worden ontwikkeld, maar voor een deel gaat het ook om specifieke kennis op NWO-niveau, op deelgebiedsniveau of zelfs op nog kleiner gebiedsniveau.

De Deelgebiedscommissies adviseren de Regiegroep voor de kennisontwikkeling middelen (menskracht en financiën) beschikbaar te stellen. Regiegroep: Het is in ons proces essentieel om te leren van pilotprojecten. Daartoe wordt actief ingezet op het aanhaken bij nationale onderzoeksprogramma’s. We stimuleren pilotprojecten, jagen die aan en werken en denken daarbij ook buiten de gebaande paden. Daar is lef voor nodig en ook financiële middelen. Daarom wordt aan de provincie gevraagd om budget vrij te maken voor kennisontwikkeling, worden gemeenten en waterschap gevraagd te onderzoeken of zij voor concrete projecten cofinanciering kunnen vinden in bestaande budgetten, en zal als er budget vanuit het rijk komt, dat ook (voor een deel) voor kennisontwikkeling worden ingezet. Het is belangrijk de onderzoekresultaten te delen in en tussen de deelgebieden en binnen de partnertorganisaties. 4. Regie. De Deelgebiedscommissies adviseren de Regiegroep om (samen met de betrokken overheden) de regie te nemen bij de planvorming, bij het faciliteren van bottom-up-initiatieven die bijdragen aan de doelen, in de kennisontwikkeling en in de samenwerking binnen en tussen de DGC’s en met de Regiegroep. Regiegroep: De Deelgebiedscommissies sluiten met bovenstaand advies aan bij het ‘organisatiemodel’ zoals dat ook al was voorgenomen.

De Regiegroep voert in eerste instantie de regie over het gebiedsproces. Je ziet deze regierol bijvoorbeeld terug in College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011340/90 37 de in het Startdocument benoemde uitgangspunten voor het werken aan het Toekomstperspectief per deelgebied, in het samenbrengen van de drie deelperspectieven en in het voeren van het gesprek daarover met de drie Deelgebiedscommissies. Daar waar besluitvorming over ruimtelijk beleid of financiën aan de orde is, zijn ook overheden (Gemeenteraden, Algemeen Bestuur WDODelta en Provinciale Staten) aan zet. Dit komt in eerste instantie bij de Gebiedsagenda aan de orde. 5. Rol stichting Nationaal Park Weerribben Wieden. Voor het deelgebied Wieden Weerribben is geopperd om de stichting Nationaal Park Weerribben Wieden een rol te geven in het organisatiemodel. Regiegroep: We constateren dat: • Stichting NP WW en GGA NWO veel overeenkomsten hebben in hun opdracht tot een Toekomstperspectief te komen; • Het niet gewenst is om twee keer in gebied met hetzelfde onderwerp aan te komen; • Niet alle partijen uit de Deelgebiedscommissie zijn vertegenwoordigd in de stichting en ook niet alle leden van de Deelgebiedscommissie vinden dat dit een positieve ontwikkeling is. De partners in het deelgebied zoeken naar mogelijkheden waarbij de trajecten elkaar versterken.

Uiteindelijk moet dat leiden tot één toekomstperspectief voor het deelgebied Wieden Weerribben. Het gesprek zal erover gevoerd worden of dat betekent dat je de trajecten ook organisatorisch in elkaar schuift of niet. Hoe dan ook zal er intensief worden samengewerkt. De initiërende partij voor het voeren van dit gesprek zijn de gemeenten Steenwijkerland en Zwartewaterland. 6. Individuele kennisondersteuning agrariërs. Voor het nemen van (bron)maatregelen door individuele agrarische bedrijven, adviseren de Deelgebiedscommissies dat hiervoor gespecialiseerde kennis beschikbaar wordt gesteld. Voor het nadenken over de toekomst van het bedrijf kan juist een ervencoach een goede gesprekspartner zijn. Aangezien er veel veranderingen op de agrarische bedrijven zullen gaan plaatsvinden, vinden de Deelgebiedscommissies ondersteuning op individueel niveau (naast planvorming op deelgebiedsniveau) erg belangrijk. Regiegroep: We staan aan het begin van een grote landbouwtransitie, die nodig is voor het behalen van de doelen op het gebied van onder meer het tegengaan van bodemdaling en verminderen van CO2-uitstoot en stikstofuitstoot. Er gebeurt heel veel rondom de landbouw en voor individuele agrariërs kan het erg ingewikkeld zijn om daarin hun eigen weg te vinden voor nu en voor de toekomst.

Op individueel niveau daarover de gesprekken aangaan, helpt zowel de agrariër als het gebiedsproces. Het is daarom wenselijk dat die individuele ondersteuning gefaciliteerd wordt. Dat kan zowel om ervencoaches gaan als om specialistische kennis (advies op maat voor technische maatregelen tegen stikstofuitstoot). We onderzoeken of ervencoaches en/of specialisten, voorzien in de behoefte van individuele agrarische ondernemers. Tevens wordt onderzocht of er voldoende beschikbaarheid is voor Noordwest Overijssel, of dat daar extra inzet op gepleegd moet worden. En zo ja, hoe dat dan vorm kan krijgen in het kader van de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel. Daarbij wordt gebruik gemaakt van ervaringen die hiermee al zijn opgedaan. 7. Planologisch maatwerk. Veranderingen op agrarische bedrijven kunnen bijvoorbeeld plaatsvinden in de vorm van verbreding van de bedrijfsvoering. Daar kunnen planologische wijzigingen voor nodig zijn. De Deelgebiedscommissies vragen daarvoor medewerking van gemeenten. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011341/90 38 Regiegroep: Onderzoeken wat er kan aan maatwerkoplossingen binnen de kaders van het omgevingsbeleid (gemeenten en provincie), dat al werkt vanuit een ‘ja, mits’-insteek (maatwerk is uitgangspunt). Onderzoeken welke extra ruimte er geboden kan worden voor experimenten.

We inventariseren cases in het gebied (als die passen binnen de doelen van de GGA NWO), die we actief inbrengen om te bespreken aan de Regionale Omgevingstafel11. In het licht van de ambities van de GGA NWO zijn voor bepaalde ontwikkelingen wellicht planologische wijzigingen nodig. Daartoe zal een planologische afweging worden gemaakt die uitgaat van een goede fysieke leefomgeving. 8. Gesprekken met de rietsector. Gemeente Steenwijkerland probeert om problemen en oplossingsrichtingen binnen de rietsector in beeld te krijgen en de gezamenlijkheid onderling en met de Terreinbeherende Organisaties en de provincie Overijssel te versterken. Op een later moment kan dit mogelijk tot aanvullende opgaven of activiteiten leiden binnen de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel. Regiegroep: We constateren dat er een parallel traject hiervoor loopt. Dit geven we de ruimte en we geven de ruimte om uitkomsten mee te nemen in het gebiedsproces. 9. Watersysteem. Het watersysteem in Noordwest Overijssel is complex en het belang van water is erg groot. Het waterbeheer kan vanuit verschillende oogpunten worden bekeken en die blik heeft consequenties voor het tot stand brengen van een duurzaam watersysteem. Vanuit klimaatmitigatie (verminderen uitstoot broeikasgassen) is er wellicht een ander systeem wenselijk dan vanuit klimaatadaptatie (snel kunnen reageren op stortbuien).

Naast aanvullende kennis van het watersysteem, is het noodzakelijk het gesprek over dit onderwerp te voeren. Regiegroep: De Regiegroep onderkent het belang van een klimaatrobuust watersysteem. De Regiegroep erkent ook dat er behoefte is aan maatwerk. Hoe ziet een robuust watersysteem eruit (breder dan alleen NWO!)? En hoe over pakweg 40 jaar? Past het maatwerk binnen het robuust watersysteem, of is het passend te maken binnen een (wellicht iets aangepast) robuust watersysteem? Het is belangrijk dat het gesprek hierover wordt gevoerd. Daarbij is het van belang om eerst te onderzoeken waar het gesprek over het (robuust) watersysteem al wordt gevoerd. Wat is er nodig van ons uit om daar goed op aangehaakt te zijn (programmaorganisatie capaciteit beschikbaar maken op het onderwerp water)? Wat is aanvullend nodig aan kennisontwikkeling in NWO? 10. Bodemdaling. De Verkenning bodemdaling veenweide Overijssel geeft inzicht in het watersysteem in brede zin, juist ook in relatie tot de bodemdaling en daarmee samenhangende CO2-uitstoot. Er is echter kennis op een gedetailleerder schaalniveau nodig om inzicht te krijgen in de precieze werking van het watersysteem (inclusief grondwaterstromen). Daarmee kunnen gebiedspecifieke keuzes voor maatregelen beter worden genomen. 11 In het kader van de nieuwe Omgevingswet is het instrument ‘Regionale Omgevingstafel’ ontwikkeld.

Aan de Regionale Omgevingstafel worden initiatieven in de fysieke leefomgeving besproken, waarbij integrale afstemming nodig is. Daarbij gaat de gemeente in gesprek met alle belangrijke gesprekspartners zoals het waterschap, de provincie, Rijkswaterstaat, Omgevingsdienst, de welstand, Veiligheidsregio en de GGD. Samen zoeken zij naar de beste manier om een initiatief mogelijk te maken binnen de geldende kaders en regels. College van burgemeester en wethouders - 8 februari 2022 - 2022_B&W_0011342/90 39 Regiegroep: De Regiegroep onderkent het belang van aanvullend (geo)hydrologisch onderzoek. Hiervoor zal expertise en budget geborgd worden binnen de werkorganisatie / het programma. Momenteel lopen twee onderzoeken hierover in Polder Mastenbroek en één onderzoek in Wieden Weerribben is al afgerond. 11. Natuur en landschap. Voor gebiedspecifieke soorten (b.v. weidevogels) en voor versterking van de natuur in natuurgebieden is agrarisch natuurbeheer van groot belang. Het kan daarnaast doelen dienen als tegengaan bodemdaling (vernattingsmaatregelen), landschapsbehoud- en ontwikkeling en vastleggen CO2 (door aanplant opgaande landschapselementen). De Deelgebiedscommissies adviseren de financiële ruimte voor het aangaan van contracten te verruimen evenals de lengte van de contracten (langjarig). Nu wordt agrarisch natuurbeheer gefinancierd vanuit de provincie Overijssel.

Indien de Regiegroep NWO achter deze wens van verruiming van contractruimte in aantallen en tijdsduur stelt, hoeft dat niet persé te betekenen dat dat door de provincie Overijssel wordt gefinancierd. Het kan mogelijk deel uitmaken van de ‘maatschappelijke doelen-pot’ waarover het in punt 1 is gegaan. Regiegroep: Regiegroep erkent dat langjarige contracten kunnen bijdragen aan een verdienmodel van agrariërs en aan de natuur. We gaan onderzoeken of hiervoor een constructie als Salland Loont zou kunnen werken. Daarbij wordt ook onderzocht of we GLB- gelden zo goed mogelijk kunnen benutten evenals die van het Aanvalsplan Grutto. 12. Grond. De beschikbaarheid van (betaalbare) grond is een belangrijk instrument in gebiedsontwikkeling. De Deelgebiedscommissies adviseren daarom om snel starten met het beschikbaar krijgen van een voorraad grond (grondbank). Tevens adviseren de Deelgebiedscommissies het instrument kavelruil in te zetten, als daar vanuit de deelgebieden behoefte aan is. Regiegroep: Regiegroep erkent het belang van grond voor een gebiedsproces als de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel. De Regiegroep wil onderzoeken of geld, dat uit de eventueel beschikbaar komende rijksmiddelen voor het landelijk gebied, ingezet kan worden voor een grondbank. De wijze waarop de grondbank, of de middelen voor grond, worden ingezet, wordt onderzocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/f5206f5e-7cdb-41e4-b4cd-857e47c2a3e5?agendaItemId=14bcc2c4-5076-400b-8d1e-49df96fca405