CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

18.0 VNG - reactie op de rijksbegroting 2020.pdf

Raadsvergadering 15 oktober 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken24.938 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vrijwel alle vitale processen en diensten in onze samenleving zijn afhankelijk van ICT en analoge alternatieven zijn nagenoeg verdwenen. Met de Nationale Cyber Security Agenda (NCSA) wil het kabinet de komende jaren daarom vooral investeren in de digitale weerbaarheid van Nederland. In 2020 is € 95 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de NCSA. De politie ontvangt daar bovenop €  13,8 miljoen extra op het gebied van digitalisering en cybercrime. €  4 miljoen, oplopend tot €  6 miljoen per jaar voor cybersecurity worden binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) vanaf 2019 structureel ingezet voor extra personeel. Zo wordt in 2020 bijvoorbeeld verder invulling gegeven aan een landelijk dekkend stelsel op het gebied van cybersecurity. De politie krijgt extra middelen voor de aanpak van cybercrime. Ook op andere gebieden wordt fors geïnvesteerd, met name in preventie, versterking van de opsporing, ondersteuning van slachtoffers en wetenschappelijk onderzoek. Op het terrein van risico- en crisisbeheersing worden bestaande plannen geactualiseerd en aangepast, onder meer die voor ICT-incidenten. Wat betekent dit voor gemeenten? Door de verregaande verwevenheid van de digitale en fysieke wereld is het risico op digitale ontwrich- ting groter. Dit heeft in toenemende mate impact op de samenleving.

De investeringen van het kabinet hebben geen directe +f_inanciële impact op gemeenten. Wel geven deze mogelijkheden om in partnerschap verder te werken aan een handelingsperspectief voor digitale veiligheid op gemeenteni- veau. Om de digitale weerbaarheid te vergroten is oefenen met crisisincidenten waarin cyber een plek krijgt ook voor gemeenten een goede ontwikkeling. De investeringen in cybersecurity laten zich niet direct vertalen naar een gemeentelijk effect. De Informatiebeveiligingsdienst voor gemeenten (IBD) is als onderdeel van VNG betrokken als netwerk- partner. Wij verwelkomen de grotere aandacht voor cybercrime. Gemeenten krijgen op steeds meer gebieden te maken met criminaliteit en openbare ordeproblemen met een digitale component en er is behoefte aan een integrale aanpak. Gemeenten hebben behoeften aan ondersteuning bij het ontwikkelen van een ander handelingsperspectief. De investeringen van het kabinet geven nieuwe mogelijkheden om dat in partnerschap te doen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 22 Ondermijning Wat wil het kabinet? In het regeerakkoord is de ondermijnende criminaliteit aangewezen als een ernstige dreiging voor de samenleving die meer urgentie en een steviger aanpak van de overheid vereist.

Het kabinet wil de aanpak van ondermijning in 2020 verder versterken met preventieve en repressieve maatregelen: Informatie-uitwisseling De integrale intelligencepositie krijgt een forse impuls en regio’s en landelijke diensten voeren integrale versterkingsplannen uit. Het wetsvoorstel Gegevensverwerking door Samenwerkingsverban- den maakt het delen van informatie in samenwerkingsverbanden makkelijker. Internationale samenwerking Ondermijnende criminaliteit is niet gebonden aan landgrenzen: de internationale samenwerking met grenslanden, Europese partners en met bron- en transitlanden wordt verstevigd. Integrale aanpak Er komt een bevoegdheid voor burgemeesters om woningen te sluiten na beschieting of als er vuurwapens aangetroffen zijn. Er komt wetgeving gericht op het ontnemen van crimineel vermogen. Ook worden samen met het ministerie van Financiën extra maatregelen getroffen om witwassen tegen te gaan. Verder komen er verboden op groepen van nieuwe psychoactieve stoffen en op invoer en bezit van bepaalde grondstoffen die worden gebruikt bij de drugsproductie. Wat betekent dat voor gemeenten? Informatie-uitwisseling is cruciaal voor de aanpak van ondermijning. Het is van groot belang dat het wetsvoorstel Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden nu snel naar de Tweede Kamer gaat.

Daarnaast blijven we de minister vragen om betere juridische mogelijkheden voor informatie-uit- wisseling binnen gemeenten. De bevoegdheid voor burgemeesters om woningen te sluiten na beschieting of aantreffen vuurwapens is een gewenste en passende aanvulling op de bestaande sluitingsbevoegdheden. Het is goed dat er meer wettelijke mogelijkheden en inzet komt om criminelen te treffen in hun +f_inanciën. Richting de toekomst is het vooral van belang te bezien of en hoe we ontnomen crimineel geld in kunnen zetten voor de structurele +f_inanciering van de aanpak van ondermijning. Politie Wat wil het kabinet? Het kabinet investeert € 291 miljoen structureel in de politie. Dit is bedoeld voor uitbreiding en +f_lexibilisering van de politie, innovatie, werkomgeving en toe- en uitrusting van politiemensen. Voor de jaren 2019-2021 zijn incidenteel extra middelen vrijgemaakt. Bij de operationele onderdelen wordt zo gericht ingespeeld op de negatieve effecten van de uitstroom van ervaren personeel. Het kabinet doet extra investeringen in de gebiedsgebonden politiezorg (€ 9,9 miljoen), dienst speciale interventie (DSI) (€ 70,3 miljoen), teams verkeer (€ 49,4 miljoen), digitalisering en cybercrime (€ 13,8 miljoen). Verder is budget beschikbaar gesteld voor de verbreding en verdieping van de aanpak van cybercrime.

Daarnaast wordt geïnvesteerd in het versterken van de uitrusting ten behoeve van politieoperaties op straat en in de eigen cybersecurity van de politie. Het overkoepelende doel van deze extra middelen is dat de politieorganisatie meer ruimte krijgt om aan te sluiten op de wensen en behoeften. Het afgelopen jaar is gewerkt aan een nieuwe Veiligheidsagenda voor de periode 2019-2022. De minister heeft in overleg met de gezagen de onderwerpen bepaald die in de veiligheidsagenda een plaats hebben gekregen. Op onderwerpen zijn landelijke kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen geformuleerd: ondermijning, mensenhandel, cybercrime en online seksueel misbruik en executie. Daarnaast is een aantal onderwerpen benoemd waarop geen landelijke beleidsdoel- stellingen zijn geformuleerd, maar die wel aandacht behoeven. Het is aan het gezag om aan deze onderwerpen invulling te geven. Het gaat om bestrijding van terrorisme en extremisme, high impact Vereniging van Nederlandse Gemeenten 23 crimes en mobiel banditisme, kindermishandeling en huiselijk geweld, en personen met verward gedrag. Wat betekent dit voor gemeenten? De investeringen leiden tot uitbreiding van de politiecapaciteit met 1.111 fte. Dat is hoognodig, omdat er in sommige delen van het land en bij sommige belangrijke expertises, sprake is van serieuze personeelsproblemen.

De organisatorische maatregelen zouden er toe moeten leiden dat de politie haar inzet en dienstverlening op regionaal en lokaal niveau beter kan laten aansluiten op de daar voorkomende problemen en wensen. Er komt meer inzet op prioriteiten van de landelijke veiligheids- agenda 2019-2022. Toch is fors meer nodig om de politie op een adequaat niveau haar werk voor de samenleving te laten doen. De regioburgemeesters en wij blijven in gesprek met politie en de minister om ervoor te zorgen dat de (al eerder aangekondigde) kanteling van de politieorganisatie daadwerkelijk vorm krijgt. De politie werkt lokaal en moet de ruimte hebben om lokaal ook dat te doen wat nodig is, onder gezag van burgemeester en Openbaar Ministerie (OM). Gesloten coffeeshopketen Wat wil het kabinet? De wet- en regelgeving rond het experiment met de gesloten coffeeshopketen treedt naar verwach- ting op 1 januari 2020 in werking. Dan kunnen de telers van gelegaliseerde cannabis geselecteerd worden voor het leveren van cannabis aan de coffeeshops in de deelnemende gemeenten. In deze fase bereiden ook de deelnemende gemeenten, coffeeshops, onderzoekers en toezichthouders zich voor op de daadwerkelijke uitvoering van het experiment.

Het experiment begint pas als de minister voor Medische Zorg en Sport en de minister van Justitie en Veiligheid concluderen dat de deelnemen- de telers en andere partijen daar klaar voor zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? Het experiment moet waardevolle informatie opleveren over de gevolgen van het instellen van een gesloten coffeeshopketen. Hierbij wordt legaal cannabis geproduceerd en geleverd aan coffeeshops in deelnemende gemeenten. In augustus 2019 heeft de commissie Knottnerus de ministers geadviseerd over welke geïnteresseerde gemeenten deel zouden moeten nemen aan het experiment. Het gaat om tien genomineerde gemeenten. Wij hebben gedurende het hele traject inbreng geleverd bij Rijk en Tweede Kamer over hoe het experiment zou moeten worden vorm gegeven. Het is van belang om te benadrukken dat het experiment geen project is van de individueel deelnemende gemeenten, maar een project voor álle gemeenten om van te leren. In de wet is bepaald dat het aantal deelnemende gemeenten tussen de zes en tien zal liggen. Nu het project relatief kleinschalig blijft, zullen ook de verwachte uitkomsten kleinschalig zijn. Het zal moeten blijken of het mogelijk is een gesloten coffeeshopketen op te zetten. Om uitspraken te doen over de effecten op de georganiseerde criminaliteit of op de volksgezondheid zal een grootschaliger project nodig zijn.

Wat bij de verdere uitwerking in 2020 nog open staat is hoe rollen/verantwoordelijkheden rond toezicht en handhaving moeten worden geregeld en op welke wijze de ministeries van VWS en van JenV gemeenten tegemoet gaan komen in extra kosten. Contraterrorisme en de bestrijdig van radialisering Wat wil het kabinet? Voor contraterrorisme stelt het kabinet € 13 miljoen extra per jaar beschikbaar. Dit wordt gebruikt om naast bestaande maatregelen ook de voor- én de achterkant van de aanpak verder te versterken. Naast de jihadistische dreiging moet rekening gehouden worden met geweld uit rechts- of links-extre- mistische hoek. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 24 In 2020 richt de rijksoverheid zich op het signaleren van dreigingen, het verijdelen van aanslagen, het beschermen van personen en objecten – zowel fysiek als online – en preparatie op terroristisch geweld.

Enkele concrete acties voor 2020 zijn: • preventie van radicalisering in samenwerking met de ministeries van SZW, OCW en VWS • de evaluatie van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Tijdelijke wet bestuurlijke maatrege- len terrorismebestrijding • interventies ten aanzien van de-radicalisering en re-integratie vanwege de eventuele terugkeer van strijders (en hun kinderen) uit ISIS-gebied maar ook om “home grown” radicalisering in Nederland tegen te gaan Daarnaast wil het kabinet de rechtstaat weerbaarder maken tegen antidemocratische krachten. Ze vergroot daarvoor bijvoorbeeld de slagkracht van de bestaande privaatrechtelijke mogelijkheid om organisaties te verbieden. Ook wordt gewerkt aan een wettelijke verplichting om geldstromen van wezenlijke omvang naar maatschappelijke organisaties inzichtelijk te maken. Van deze geldstromen kan immers onwenselijke invloed uitgaan die antidemocratisch, anti-integratief en onverdraagzaam gedrag tot gevolg kan hebben. Het wetsvoorstel hiervoor is in consultatie gebracht. Wat betekent dit voor gemeenten? De rijksoverheid zal verder investeren in de samenwerking tussen gemeenten, onderwijs, welzijns- en zorgpartners en de justitiële ketenpartners. Er komt meer aandacht voor radicalisering met een extremistische achtergrond. De aangekondigde wetsvoorstellen zullen het handelingsperspectief van gemeenten vergroten.

De evaluatie van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrij- ding vraagt bijzondere aandacht, ook van ons, vanwege de relatie met de positie van de burgemeester in het openbaar bestuur. De burgemeester is bijvoorbeeld niet alleen verantwoordelijk voor handhaving van de openbare orde en bijdragen aan de staatsveiligheid. Hij heeft ook een verbinden- de rol in de lokale gemeenschap en dient de constitutionele rechtsorde te bewaken voor alle inwoners van de gemeente. Nationaal beleid kan het gemakkelijker maken om lokaal tot goede afwegingen te komen. Het kan ook juist een hinderpaal zijn. Veel zal afhangen van de concrete uitwerking van de wetgeving. Prostitutie en seksuele misdrijven Wat wil het kabinet? In 2020 komt er een wetsvoorstel dat alle vormen van prostitutie vergunningplichtig maakt, zowel seksbedrijven als zelfstandig werkende prostituees. Het uit winstbejag faciliteren van onvergunde prostitutie wordt strafbaar. Om de maatschappelijke positie van sekswerkers bij te staan wordt de belangenvereniging van prostituees ondersteund. Ook komt er een wettelijke grondslag voor anonieme en laagdrempelige prostitutiegezondheidszorg. Verder start een pilot met een systeem waarmee sekswerkers elkaar kunnen waarschuwen voor gewelddadige klanten.

Tot slot kunnen sekswerkers die de prostitutie willen verlaten daarbij worden begeleid vanuit uitstapprogramma’s die in het gehele land beschikbaar zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? Het wetsvoorstel dat in voorbereiding is wil meer landelijke uniformiteit tot stand te brengen voor alle sectoren in de prostitutiebranche. Om ongewenste verplaatsingen van prostitutie naar minder zichtba- re delen van de sector te voorkomen, worden alle vormen van bedrijfsmatige seksuele dienstverlening, waaronder ook escort en zelfstandig werkende prostituees, vergunningplichtig. Het pooierverbod is een lang gekoesterde wens van gemeenten. Er komt een landelijk register van prostitutievergunningen en een van vergunningen voor prostitutiebedrijven. De opgestelde Regeling uitstapprogramma’s prostituees III biedt gemeentelijke overheden en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid van maximaal vier jaar subsidie voor het ontwikkelen, uitvoeren en uitbreiden van uitstapprogramma’s. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 25 Veel van deze punten kunnen op de steun van gemeenten rekenen, maar het wetgevingstraject verloopt uiterst moeizaam. Bij de rijksbegroting van 2008 kondigde het kabinet voor het eerst aan dat een kaderwet prostitutie werd voorbereid.

De moeizame voortgang is onder meer te wijten aan het feit dat er in het veld grote twijfels waren over de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van voorgestelde bepalingen. We hopen dat het kabinet in 2020 daadwerkelijk een adequaat wetsvoorstel presenteert. Mensenhandel Wat wil het kabinet? In 2020 blijft het kabinet prioriteit geven aan de aanpak van mensenhandel. Eind 2018 is het interde- partementale programma Samen tegen mensenhandel gepresenteerd. Hier zijn talloze maatregelen aangekondigd om de integrale aanpak van seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting een stevige impuls te geven. De uitvoering van deze agenda wordt voortgezet. Actielijn 4 van het programma sluit aan op de afspraken uit het Interbestuurlijk Programma (IBP) over de aanpak van mensenhandel in gemeenten. Om gemeenten te ondersteunen +f_inanciert het rijk onder meer een projectleider bij de VNG. Ook in de veiligheidsagenda 2019-2022 krijgt mensenhandel prioriteit. Voor de opvang van slachtoffers mensenhandel komt € 1 miljoen structureel beschikbaar. Dit is in aanvulling op € 1 miljoen die in de meicirculaire 2019 aan gemeenten is toegekend. Wat betekent dit voor gemeenten? In 2022 moeten alle gemeenten duidelijk beleid hebben ontwikkeld en geborgd voor de aanpak van mensenhandel.

Ook moet er een landelijk dekkend netwerk van zorgcoördinatie zijn en werkende afspraken tussen de zorg- en de veiligheidsketen. Gemeenten kunnen een beroep doen op de projectleider bij de VNG, vooralsnog tot december 2020. De middelen voor opvang zijn bestemd voor opvang van slachtoffers met complexe problematiek. Sinds juli 2019 realiseren Blijf Groep, Fier!, Hvo Querido en Kadera in totaal 36 landelijk toegankelijke opvangplaatsen voor deze slachtoffers. De ontvangende gemeenten zijn Almere, Alkmaar, Amsterdam, Enschede, Rotterdam en Zwolle. Wij hebben het proces gefaciliteerd om tot een keuze van de aanbieders te komen. Samenwerking zorg, welzijn, veiligheid en strafrecht Wat wil het kabinet? Het kabinet zet in op het versterken van de goede samenwerking tussen zorg, welzijn, veiligheid en straf. Dat is een rode draad die zichtbaar is in de versterking van de aanpak van mensenhandel, het doorgaan met het ontwikkelen van een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag, terugdringen van huiselijk geweld en kindermishandeling, preventie van radicalisering, terugdringen van recidive. Enkele concrete projecten: JenV zal in het kader van de uitvoering van de werkagenda multiproblematiek en het Bestuurlijke Ketenberaad multiproblematiek in 2020 in 10 gemeenten werken aan verbetering van de bestaande aanpak.

Gekeken wordt of er nieuwe interventies nodig zijn en of inrichting van een landelijk escalatieteam toegevoegde waarde heeft. Eind 2020 is er een risico-inventarisatie instrument beschikbaar in het zorg- en veiligheidsdomein. Daarnaast wordt de persoonsgerichte aanpak in 2020 verder ontwikkeld. Zorg en Veiligheidshuizen worden gestimuleerd om een topX-aanpak te ontwikkelen. JenV investeert ook in informatiedeling tussen diverse domeinen (straf-zorg-sociaal domein) en de ontwikkeling van nieuwe interventies. Wat betekent dit voor gemeenten? Er komen meer +f_inanciële en praktische ondersteuningsmogelijkheden voor gemeenten om de samenwerking tussen zorg en veiligheid te verbeteren. Er zal in 2020 meer aandacht komen voor het ontwikkelen van een persoonsgerichte aanpak voor personen met een ernstige psychische aandoening en een veiligheidsrisico. Dat geldt ook voor personen en huishoudens met multiproblematiek die soms Vereniging van Nederlandse Gemeenten 26 ook met Justitie in aanraking komen. Verder worden in 2020 stappen gezet om de mogelijkheden voor informatiedeling te vergroten. De diverse programma’s en landelijke initiatieven moeten leiden tot verbeteringen in de uitvoering. Er ligt wel een grote uitdaging om meer samenhang aan te brengen tussen de vele landelijke initiatieven. Er is sprake van aanzienlijke verkokering.

Re-integratie ex-gedetineerden Wat wil het kabinet? In 2020 treft JenV voorbereidingen voor de inwerkingtreding van het wetsvoorstel straffen en bescher- men. De detentie komt meer in het teken te staan van een veilige terugkeer; gedetineerden moeten werken aan persoonlijke gedrags- en re-integratiedoelen. Waar nodig worden zij daarbij ondersteund. Vrijheden gericht op de re-integratie moeten worden verdiend, goed gedrag wordt beloond en slecht gedrag bestraft. Voor een goede re-integratie is ook de inzet van de reclassering en de gemeenten onmisbaar. Het in 2019 vastgestelde bestuurlijk akkoord «Kansen bieden voor re-integratie» wordt in 2020 door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), reclassering en gemeenten verder opgepakt en gemonitord. Hierbij is ook aandacht voor informatie-uitwisseling. In het wetsvoorstel Straffen en Beschermen wordt een grondslag voor het delen van dit soort informatie geregeld, Daarnaast investeert het kabinet verder in maatregelen die er voor moeten zorgen dat te allen tijde zicht is op veiligheidsrisico’s van gedetineerden die zijn veroordeeld voor ernstige gewelds- en zedendelicten. Wat betekent dit voor gemeenten? Gevangenisstraffen moeten niet alleen een straffend karakter hebben, maar er ook aan bijdragen dat een gedetineerde niet opnieuw de fout in gaat.

Daarom zijn betere informatie-uitwisseling en actieve voorbereiding op terugkeer in de samenleving vanaf dag één belangrijke onderdelen van het akkoord. Om ervoor te zorgen dat een gedetineerde ook na detentie voortgang boekt, worden gemeenten en reclassering vanaf het begin van de detentie betrokken. Reclassering en gemeente stellen samen met een casemanager van de gevangenis en de gedetineerde een persoonsgericht re-integratieplan op. Bij het in werking treden van het wetsvoorstel Straffen en Beschermen zal de informatie-uitwisseling tussen DJI, reclassering en gemeenten moeten verbeteren. Zo kan een betere inschatting worden gemaakt van de zorg en begeleiding die een ex-gedetineerde nodig heeft en herhaling van strafbare feiten worden voorkomen. Forensische zorg en gevangeniswezen nemen maatregelen om beter zicht te krijgen op veiligheidsrisico’s van plegers van ernstige gewelds- en zedendelicten. Zij moeten er toe leiden dat gemeenten gaan merken dat instellingen eerder en intensiever contact met ze opnemen over onder andere verlofbewegingen en terugkeer. Multiprobleemhuishoudens Wat wil het kabinet? In tien gemeenten zal gewerkt worden aan de verbetering van de bestaande aanpak van multipro- bleemhuishoudens. Hierbij wordt gekeken of er nieuwe interventies nodig zijn en of de inrichting van een landelijk escalatieteam toegevoegde waarde heeft.

Om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen komt er een handelingskader voor de eerste 24 uur in een crisis. Het aantal locaties waarop het spreekuur huiselijk geweld wordt gehouden, wordt verder uitgebreid. Binnen dit spreekuur werken het OM, Veilig Thuis en de drie landelijke reclasseringsorganisaties samen om een pleger van huiselijk geweld binnen twee weken te spreken en passend op te treden. Wat betekent dit voor de gemeenten? Het Rijk wil samen met relevante ministeries, ZBO’s en uitvoerende diensten gecoördineerd bijdragen aan oplossingen voor complexe, multi probleem gezinnen. Oplossingen voor bijvoorbeeld schulden- problematiek worden makkelijker als ook de Belastingdienst en het CJIB gecoördineerd en actief participeren. De pilots juichen wij toe. Wel dringen we aan op snelheid. Wij zijn benieuwd naar de resultaten van de pilots en naar de doorvertaling in reguliere praktijk. Hierbij kunnen gemeenten via 1 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 27 loket/aanspreekpunt met het Rijk en uitvoerende organisaties afspraken maken over hun bijdrage aan de oplossing van meervoudige, complexe problematiek. Daarbij is het belangrijk dat de regie lokaal ligt. Ook over andere aspecten maken we graag op korte termijn concrete afspraken met het Rijk. Het gaat dan om datagestuurd werken, de praktische organisatie, +f_inanciële en bestuurlijke afspraken.

Verder gaan we bij voorkeur in gesprek over de vraag of wetswijzigingen noodzakelijk zijn om te komen tot een overheidsbrede aanpak van meervoudige, complexe problematiek. Hierbij speelt de voortgang die wordt geboekt in het traject Uitwisseling persoonsgegeven en privacy (UPP) mee. We volgen de ontwikkelingen omtrent de uitbreiding spreekuurlocaties huiselijk geweld nauwgezet. Dit mede gezien de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de beschikbaarheid van jeugdhulp in acute situaties. Het zelfde geldt voor de gemeentelijke regierol ten aanzien van huiselijk geweld en de rol van burgemeesters bij het opleggen en verlengen van een huisverbod aan plegers van huiselijk geweld. Noodstopprocedure en sociale incasso Wat wil het kabinet? Het afgelopen jaar heeft het ministerie van SZW in het kader van de kabinetsbrede schuldenaanpak maatregelen uitgevoerd en in gang gezet. Zij deed dit samen met de betrokken departementen (waaronder het ministerie van JenV), gemeenten en andere partijen. Niet eerder zijn zoveel initiatieven ontplooid en maatregelen genomen om mensen te helpen hun (problematische) schulden de baas te worden. Het voorkomen en oplossen van problematische schulden staat ook in 2020 hoog op de agenda. Zo wordt ingezet op een effectieve en maatschappelijk verantwoorde inning en incasso waarmee het oplopen van schulden wordt voorkomen.

Voorbeelden van initiatieven in dat kader zijn de invoering van de zogeheten noodstopprocedure. Daardoor kan de inning van Wahv-boetes tijdelijk worden stopgezet voor mensen die deze door schulden niet kunnen betalen. Zo wordt de stapeling van boetes aan een maximum gebonden en verhoging van schulden voorkomen. Wat betekent dit voor de gemeenten? De komende periode wordt er gewerkt aan de uitwerking van de noodstopprocedure. Wij zijn daarbij betrokken, evenals een aantal gemeenten, Divosa, de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK), het ministerie van SZW, het ministerie van JenV en het CJIB. De vormgeving van de noodstopprocedure kan gevolgen hebben voor de uitvoeringspraktijk van gemeenten. Gemeenten worden de komende periode geïnformeerd over de uitwerking van deze procedure. Niet alleen de departementen zetten in op een effectieve en maatschappelijke verantwoorde inning en incasso. Ook gemeenten zijn voorstander van sociale incasso en kijken naar hun eigen rol als schuldeiser. Wij gaan de komende periode met gemeenten aan de slag om een visie te vormen op de gemeentelijke sociale incasso en de eigen rol als schuldeiser. Dit gebeurt in het kader van het Interbestuurlijke Programma (IBP). Asiel en Migratie Wat wil het kabinet? Het kabinet zet €134 miljoen extra in op asiel en de migratieketen.

Deze middelen zijn gericht op verbetering van beschikbare capaciteits. Bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordt ingezet op stabilisering van de organisatie. Hierdoor wordt de productie verhoogd en achterstanden weggewerkt. Bij het COA vindt door herijking in de +f_inancieringssystemen een verhoging van het budget plaats. Wat betekent dit voor gemeenten? De stabilisering van de IND heeft tot gevolg dat meer beschikbare en continue capaciteit is om Vereniging van Nederlandse Gemeenten 28 asielaanvragen in behandeling te nemen. Dit heeft tot gevolg dat kansrijke asielaanvragen worden omgezet in een vergunning. Hierdoor vinden voldoende koppelingen plaats zodat opgelopen achterstanden in de taakstelling van gemeenten worden weggewerkt. Die zijn ontstaan door onvoldoende toegelaten vergunninghouders. De vraag naar geschikte woningen voor vergunninghou- ders zal hierdoor overigens wel stijgen. Veiligheidsregio’s Wat wil het kabinet? In de brandweerzorg zal in 2020 bijzondere aandacht zijn voor het behoud en werving van personeel en voor de vakbekwaamheidseisen. Ook komt er een toekomstverkenning voor een nieuw brandweer- stelsel met ruimte voor vrijwilligers. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor de veiligheidsregio’s kan op den duur het brandweerstelsel veranderen. Momenteel bestaat 80% van de brandweerpopulatie uit brandweervrijwilligers.

Nederland hecht veel waarde aan dit hybride stelsel van beroeps- en vrijwillige brandweermensen. Vanwege de discussie over de toekomst van het brandweerstelsel is de invoering van de wet normalisering rechtpositie ambtenaren (Wnra) voor de veiligheidsregio’s uitgesteld. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 29 4 Onderwijs, Cultuur en Sport Archiefwet Wat wil het kabinet? De Archiefwet wordt gemoderniseerd om aan te sluiten op het digitale tijdperk. De overbrengings- termijn naar de archiefbewaarplaats wordt verkort van 20 naar 10 jaar. In 2020 wordt het wetsvoorstel aangeboden. Wat betekent dit voor de gemeenten? De gevolgen van de gemoderniseerde Archiefwet voor gemeenten worden door een uitvoeringstoets in beeld gebracht. We maken zo nodig aansluitend afspraken met het ministerie van OCW. (Passend) Onderwijs Wat wil het kabinet? Het kabinet stelt duidelijk dat goed onderwijs goede leraren vergt. Samen met het werk van dienstbare bestuurders, schoolleiders, onderwijsondersteuners en conciërges maken zij goed onderwijs mogelijk. Het oplopende lerarentekort in het primaire, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs vormt hierbij een grote uitdaging. Binnen deze aanpak is ruimte om activiteiten in te zetten om speci+f_ieke problemen op te lossen. Ze zijn bijvoorbeeld gericht op scholen met een kwetsbare leerlingenpopu- latie die moeite hebben om voldoende personeel te vinden.

De aanpak ervan heeft dan ook hoge prioriteit. Het kabinet stelt er echter geen extra middelen voor beschikbaar. Vanaf schooljaar 2019–2020 krijgen samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs subsidie voor een onderwijs- en ondersteunings- aanbod voor hoogbegaafde leerlingen. In de onderwijszorgbrief en de Kamerbrief Stand van zaken thuiszitters hebben zij een aantal maatregelen aangekondigd om het passend onderwijs voor kwetsbare leerlingen te versterken. Het kabinet werkt aan een betere samenwerking tussen onderwijs en zorg en aan een bijbehorende verdeling van +f_inanciële middelen. Het kabinet vindt het belangrijk dat ieder kind tot zijn recht komt en zijn gaven en talenten kan ontwikkelen. In het primair en voortgezet onderwijs zet het kabinet in op gelijke onderwijskansen. Door te investeren in vroeg- en voorschoolse educatie. Daardoor kan het aantal uren voorschoolse educatie aan kinderen die risico lopen op onderwijsachterstanden worden uitgebreid van 10 naar 16 uur per week. Ook kan de kwaliteit worden verhoogd door inzet van hbo’ers. Dit is al aangekondigd in derijksbegroting van 2019, de implementatie is uitgesteld naar 1 augustus 2020. Wat betekent dit voor gemeenten? De ambities van het ministerie zijn hoog, maar het ontbreekt aan extra investeringen om het grote lerarentekort op te lossen.

Dit betekent dat gemeenten voor de uitdaging blijven staan om samen met samenwerkingsverbanden en schoolbestuurders goed passend onderwijs vorm te geven. Structureel blijft echter geld uit om het lerarentekort te bestrijden. Gemeenten moeten per 1 augustus 2020 hun voorschoolse educatie voor risicoleerlingen hebben uitgebreid van 10 naar 16 uur. De inzet van de hbo’ers is per 2022 pas een verplichting. Laaggeletterdheid Wat wil het kabinet? Er is aandacht voor laaggeletterdheid in de begrotingen van het ministerie van OCW en dat van SZW. Ook de Raad van State (RvS) besteedt hier in zijn advies over de rijksbegroting aandacht aan. Ook Vereniging van Nederlandse Gemeenten 30 staat er een passage over in de septembercirculaire Gemeentefonds. De RvS memoreert dat er 2,5 miljoen laaggeletterden in ons land zijn. Hij stelt dat met name inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen, voor deze groep ingewikkeld zijn. Hierdoor is er kans op vergissingen en terugvorderingen na een aantal jaren. In de SZW-begroting wordt vermeld dat laaggeletterdheid een probleem kan zijn voor mensen die onder de Participatiewet vallen. Gemeenten moet meer verbindingen leggen om dergelijke problemen op te lossen. Vier departementen (OCW, SZW, VWS en BZK) dragen bij aan de vervolgaanpak laaggeletterdheid, die per 2020 start.

In het kader hiervan worden laaggeletterde volwassenen (taal, rekenen en digitaal) ondersteund via het programma ‘Tel mee met Taal’ (TmmT). Het budget voor volwasseneneducatie blijft intact. Daarnaast is er extra geld om bereik en effectiviteit van de educatie-activiteiten te verhogen. Er komt verder geld om gemeenten en anderen te helpen bij het herkennen, doorverwijzen en scholen van laaggeletterden. Het TmmT-onderdeel ‘Kunst van lezen’ gaat door. Via leesbevordering willen betrokkenen laaggeletterdheid bij kinderen en jongeren voorkomen. Wat betekent dit voor gemeenten? De speci+f_ieke uitkering volwasseneneducatie van ruim € 60 miljoen aan de 35 Web-contactgemeenten wordt gecontinueerd. Daarnaast krijgen zij per 2020 een decentralisatie-uitkering van € 5 miljoen oplopend tot € 7,3 miljoen in 2024. Dit is bedoeld voor hun regionale regierol, gericht op integraal werken, meer bereik, hogere kwaliteit en betere monitoring. Er is ad hoc TmmT-subsidie voor werknemers-scholing bij werkgevers en laagtaalvaardige ouders plus taalsamenwerkingsverbanden. Verder komt er subsidie voor de ondersteuning van personen bij gemeenten en elders die met laaggeletterden werken. Het Tmmt-onderdeel ‘Kunst van lezen’ blijft geld verstrekken aan lokale bibliotheken e.a. Cultuur Wat wil het kabinet? Het kabinet is van oordeel dat cultuur het individu verrijkt en de samenleving verbindt.

Makers dagen verbeeldingskracht uit. Erfgoed, zoals monumenten en musea, laat zien waar we vandaan komen, wat ons heden is en hoe we ons ontwikkelen. Daarom investeert dit kabinet in cultuur en erfgoed. Volgend jaar wordt het cultuurstelsel 2021-2024 vastgesteld. Hierin moeten andere vormen, nieuwe genres en nieuw publiek een plaats krijgen. Het is de bedoeling om hiermee groepen te bereiken die zich minder aangesproken voelen door het huidige aanbod. De basis-infrastructuur wordt uitgebreid, waarbij fair practice, regionale samenwerking en de maker centraal staan. Aan het nieuwe stelsel kan € 29 miljoen meer worden besteed. Het wordt vormgegeven in samenspraak met medeoverheden. Vooruitlopend op deze nieuwe periode komt er al structureel extra geld vrij ten behoeve van de toegankelijkheid van cultuur voor kinderen uit arme gezinnen en personen met een handicap. Ook is er al extra geld voor talentontwikkeling en cultuurdeelname in de wijk. De positie van zzp-ers heeft de aandacht, met de mogelijkheid collectief te kunnen onderhandelen. Voor het erfgoed wordt € 60 miljoen meer beschikbaar gesteld. Het kabinet stimuleert hiermee o.a. de digitale toegang en de participatie aan erfgoed. Verder is er € 10 miljoen vrijgemaakt voor verduurzaming.

Bij het bibliotheekwerk richten de activiteiten zich in 2020 op de aandachtspunten uit de evaluatie van de wet, waaronder de kosten voor jeugdleden. Daarnaast is er aandacht voor doorontwikkeling van het model voor e-lending van de digitale openbare bibliotheek plus spreiding en bereikbaarheid van de fysieke bibliotheek. Wat betekent dit voor gemeenten? Gelet op de uitgangspunten voor het nieuwe cultuurstelsel en op basis van hun cultuurpro+f_ielen ontvangen 15 regio’s in 2019 en 2020 extra rijksgeld ten behoeve van culturele proeftuinen. In 11 gevallen loopt de bijdrage via de centrumgemeenten met een bedrag van jaarlijks ongeveer € 1,4 miljoen als decentralisatie-uitkering in het Gemeentefonds. De overige al beschikbare extra gelden voor toegankelijkheid worden als subsidies verdeeld via het Fonds voor Cultuurparticipatie. Per 2021 zijn nieuwe programma’s voor cultuureducatie en cultuurparticipatie tussen de overheden beoogd. Twaalf gemeenten in kleine kernen willen een bibliotheeklocatie realiseren of deze op het niveau van de wettelijke bepalingen brengen. Hiervoor is er van 2020 tot en met 2022 een decentralisatie-uitke- ring van € 1 miljoen per jaar beschikbaar. De evaluatie van de bibliotheekwet heeft volgend jaar geen verdere +f_inanciële gevolgen voor gemeenten.

Bij erfgoed is door de minister van OCW € 1,2 miljoen Vereniging van Nederlandse Gemeenten 31 uitgetrokken als decentralisatie-uitkering voor lokale kerkenvisies ten behoeve van een tweede tranche van 32 gemeenten. De rijksgelden voor de gemeentelijke uitvoering van de Erfgoed Deal, met name gericht op verduurzaming, worden overgeheveld naar 2020. Media Wat wil het kabinet? Onafhankelijke, betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige media vervullen een onontbeerlijke rol in onze maatschappij en democratie. Het belang van goede onderzoeksjournalistiek blijft onverminderd groot. Het kabinet zet daarom ook volgend jaar in op de versterking hiervan, met name regionaal en lokaal. Het stimuleert producties, investeringen in professionalisering en talentontwikkeling plus innovatie van de journalistieke infrastructuur. De minister van basis- en voortgezet onderwijs en media (BVOM) is verantwoordelijk voor vier publieke belangen in het mediabeleid: onafhankelijkheid, verscheidenheid, kwaliteit en toegankelijkheid. Hij heeft speci+f_ieke zorg voor het stelsel van landelijke, regionale en lokale publieke omroepen en de daarvoor relevante wet- en regelgeving. Dit betreft naast een +f_inancierende, vooral ook een regisserende rol.

Samen met zijn collega van BZK, de VNG en de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) werkt hij het recente advies uit over de organisatie en +f_inanciering van lokale publieke omroepen van de Raad voor Cultuur (RvC) en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Er is in 2019 een tweejarige subsidieregeling van ruim € 14 miljoen ingesteld voor de regionale publieke media-instellingen. Deze regeling is onder andere gericht op samenwerking met lokale en landelijke media. Daarnaast wordt er in de periode 2019 tot en met 2021 in totaal € 15 miljoen beschikbaar gesteld speci+f_iek voor de versterking van de samenwerking tussen regionale en lokale publieke omroepen en voor streekomroepen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het tijdelijke bedrag van € 15 miljoen voor de regionale, lokale en streekomroepen wordt als volgt verdeeld: € 3 miljoen te besteden in de laatste maanden van 2019, € 7,5 miljoen in 2020 en € 4,5 miljoen in 2021. In zowel 2019 als 2020 wordt € 3 miljoen bestemd voor de streekomroepen. In een eerder stadium hebben de NLPO en wij 15 streekomroep-pilots voorgesteld voor 2 x € 6 miljoen. In 2020 en 2021 is jaarlijks € 4,5 miljoen beschikbaar ten behoeve van de samenwerking tussen regionale en lokale publieke omroepen.

Het tijdelijke extra rijksgeld voor de streekomroepen wordt naar verwachting verdeeld via het Stimuleringsfonds voor de Lokale Journalistiek, dat een verkenning uitvoert naar criteria. Een structurele ophoging van het rijksgeld voor de lokale omroepen/ streekom- roepen laat nog op zich wachten. Het advies van de RvC en ROB moet nog worden uitgewerkt. Dit bepleit onder andere samenwerking en uitname uit het Gemeentefonds van rijkswege. Ook komt er een vervolgadvies van deze raden. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 32 5 Infrastructuur en Waterstaat Omgevingswet: Aanvullingswet geluid Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft de Aanvullingswet geluid op de rol staan, waarmee geluidregels ondergebracht worden in de Omgevingswet. Deze aanvullingswet is in 2019 aangenomen in de Tweede Kamer. De uitwerking in onderliggende regelgeving vindt in 2019 en 2020 plaats. Wat betekent dit voor gemeenten? Wij hebben nog sterke twijfels bij de uitwerking. Hierover zijn we in discussie met het ministerie. Onder de Omgevingswet zullen gemeenten ook de andere aanvullingswetten moeten gaan uitvoeren. We zullen via onze belangenbehartiging bewaken dat de uitwerkingen uitvoerbaar zijn. Omgevingswet: Aanvullingswet bodem Wat wil het kabinet? De Aanvullingswet bodem ligt bij de Eerste Kamer.

De uitwerking van de bodemregels staat in het Aanvullingsbesluit bodem en dit zal het kabinet in voorhang aan het parlement aanbieden. Met de opname van bodem in de Omgevingswet beoogt het kabinet de bodemregelgeving te moderniseren en integreren met het ruimtelijk instrumentarium. Met de nieuwe regels wordt de inzichtelijkheid vergroot en komt er meer afwegingsruimte voor decentrale overheden. Het convenant bodem en ondergrond gaat het laatste jaar in. Hierin zijn onder meer afspraken gemaakt over de afronding van de sanering van de zogenoemde spoedlocaties bodemsaneringen. Het kabinet hoopt dat hiermee een belangrijke stap gezet wordt naar een beheerfase van het bodembeleid. Wat betekent dit voor gemeenten? De aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS, waaronder PFAS) en lood in de bodem zorgt ervoor dat er ook na 2021 spoedlocaties zullen zijn. De situatie rond PFAS en lood in de bodem waren ten tijde van het convenant bodem nog niet in hun volle scherpte in beeld. Spoedlocaties komen bij invoering van de Omgevingswet onder verantwoordelijkheid van gemeenten te vallen. De minister van IenW gaat er vanuit dat deze locaties in 2021 allen gesaneerd zullen zijn. Deze verwachting delen wij niet.

De middelen die gemeenten gaan krijgen voor het beheer van de bodem zijn niet genoeg om schadelijke effecten op de gezondheid van mensen door ZZS en lood aan te pakken. In de praktijk zal de beheerfase van het beleidsveld bodem nog niet aanbreken. Er moet daarom opnieuw gekeken worden naar middelen en instrumenten die gemeenten nodig hebben. Verkeersveiligheid Wat wil het kabinet? Het kabinet benadrukt het belang van verkeersveiligheid en wil de aanpak een nieuwe impuls geven. Een risicogestuurde aanpak staat hierbij centraal en daarvoor worden de grootste risico’s voor de verkeersveiligheid in kaart gebracht. Op basis hiervan worden in 2020 maatregelen ontwikkeld en vastgelegd in regionale uitvoeringsagenda’s. Het Rijk +f_inanciert het landelijk kennisnetwerk verkeers- veiligheid en zal gemeenten ondersteunen met onder meer kennis, data en praktische instrumenten. Wat betekent dit voor gemeenten? Het Rijk formuleert een stevige en goede ambitie maar zet daar geen middelen tegenover. Dit gaat gemeenten niet helpen om te investeren in een veilige infrastructuur omdat daar nu geen budget voor is. Ondanks het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) zal streven naar nul verkeersslachtoffers geen impuls krijgen. Zonder extra budgetten van het Rijk zijn veel maatregelen niet te implementeren en is vooruitgang niet mogelijk.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 33 Klimaatadaptatie Wat wil het kabinet? De afgelopen jaren kenmerkten zich door perioden van droogte, hitte en geregeld ook hevige hoosbuien. Dat heeft het belang onderstreept van een aangepaste ruimtelijke inrichting. Het Rijk steunt in 2020 een aantal concrete uitvoeringsprojecten en werkt aan een impulsregeling die vanaf 2021 decentrale overheden moet helpen bij de transitie naar een klimaatbestendige inrichting. Wat betekent dit voor gemeenten? In 2021 zal een impulsregeling geopend worden waarop gemeenten aanspraak kunnen maken. Voorwaarde daarvoor is een afgeronde stresstest en risicodialoog en een uitvoeringsprogramma, zoals afgesproken in het Deltaprogramma. Dat kan in 2020 worden uitgewerkt. Voor de pilots wordt binnenkort een uitvraag gedaan waar gemeenten op in kunnen schrijven. In totaal is € 4.8 miljoen beschikbaar voor drie tot negen projecten. Circulaire economie Wat wil het kabinet? Circulaire economie is een speerpunt van dit kabinet. Het draagt bij aan de klimaatdoelstellingen van Nederland. De ambitie is dat Nederland in 2050 circulair is. In 2030 wordt een reductie van 50% nagestreefd van het nationale verbruik van primaire grondstoffen. De inspanningen daarvoor moeten niet alleen op nationaal niveau plaatsvinden, maar ook regionaal.

Voor de uitvoering van het Urgenda-vonnis is eenmalig (voor 2019 en 2020) een bedrag van € 80 miljoen voor Infrastructuur en Waterstaat (IenW) vrijgemaakt. Met deze middelen worden onder andere circulaire projecten in de grond-, weg- en waterbouw en de kunststoffenketen gestimuleerd. Daarna wordt de besteding van die middelen gekoppeld aan het Klimaatakkoord. In het uitvoeringsprogramma uit 2019 zijn de activiteiten gepresenteerd binnen vijf transitieagenda’s en binnen de dwarsdoorsnijdende thema’s. Om de transitieagenda’s uit te voeren is op de IenW-be- groting in totaal € 16 miljoen vrijgemaakt voor 2019 en 2020. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet verwacht inspanningen in de verschillende regio’s. De praktijk zal uitwijzen dat gemeenten een rol zullen (moeten) spelen in de transitie naar de gewenste circulaire economie. Dit vraagt veel van gemeenten, terwijl er nog veel onduidelijkheid bestaat over hoe de transitie moet worden doorlopen. Gemeenten onderstrepen het belang van de transitie en willen met het kabinet en andere partijen samenwerken om hierin stappen te zetten. Het is de vraag of de voorgestelde middelen toereikend zijn om een circulaire economie te kunnen realiseren. Daarnaast zal bij zowel producenten als consumenten een gedragsverandering tot stand moeten komen, om de lineaire economie daadwerke- lijk te kunnen verlaten.

Afval Wat wil het kabinet? In het aangekondigde Urgenda-pakket is een hef+f_ing op het verbranden en storten van buitenlands afval opgenomen. Het kabinet is van plan het statiegeldsysteem uit te breiden naar kleine plastic +f_lessen, wanneer de recycling- en reductiedoelstellingen (90% respectievelijk 70-90%) voor deze stroom niet worden gerealiseerd in het najaar van 2020. Het kabinet maakt zich ook zorgen over de hoeveelheid blik in het zwerfafval, maar heeft voor deze stroom geen aparte afspraken gemaakt (over statiegeld) met het verpakkende bedrijfsleven. Om een extra impuls te geven aan de recycling en toepassing van plastics, is een ambitieus Plastic Vereniging van Nederlandse Gemeenten 34 Pact NL gesloten met 75 koplopers in het bedrijfsleven. Dit pact loopt vooruit op de invoering van de Europese Single Use Plastics (SUP) richtlijn. Ook de afvalketen rondom kleding en textiel heeft de aandacht van het kabinet getrokken. Deze keten heeft na voedsel de grootste ecologische voetafdruk. Volgens het kabinet neemt de export van herbruikbare kleding en textiel naar ontwikkelingslanden af, door de afnemende kwaliteit van ingezamelde kleding. Een beleidsprogramma, dat start in 2020, moet het hoofd gaan bieden aan deze ongewenste ontwikkelingen.

Wat betekent dit voor gemeenten? De door gemeenten georganiseerde inzameling van huishoudelijk afval en bestrijding van zwerfafval, heeft de aandacht van het kabinet. Gemeenten zullen duidelijk moeten maken in hoeverre zij kunnen bijdragen aan de gestelde doelen. In dat kader zal voor de verschillende vraagstukken ook de producentenverantwoordelijkheid vaker worden genoemd, als vereiste of aanvullende oplossing. De hef+f_ing op het verbranden en storten van buitenlands afval kan gevolgen gaan hebben voor de hoogte van het verbrandingstarief voor gemeenten. Welke gevolgen dat precies zijn, is nog onbekend. Asbest in gebouwen Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een gezonde en veilige leefomgeving, die door de inwoners van Nederland ook zo wordt ervaren. Daarnaast stimuleert het kabinet gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Voor een gezonde en veilige leefomgeving wil de minister van IenW inzicht in de asbestketen verbeteren via het landelijke asbestvolgsysteem (LAVS). De minister van IenW is daarnaast bezig met een vervolgaanpak asbestdaken. Asbestdaken worden als een belangrijke bron gezien van asbestvezels in de leefomge- ving. De minister van SZW wil begin 2020 starten met onderzoek naar het asbest certi+f_icatie-stelsel (arbo). Aanleiding is een motie vanuit de Tweede Kamer. De minister van SZW is momenteel bezig om het asbest-stelsel te hervormen.

Wat betekent het voor gemeenten? Asbest in gebouwen is risicovol. Wij vinden dat inzicht in de asbestproblematiek verder gaat dan keteninzicht. Er zijn immers veel verbouwingen die buiten het zicht vallen van toezicht. Steeds meer verbouwingen zijn vergunningsvrij geworden. We willen meer inzicht in daadwerkelijke asbestrisico’s in en rond gebouwen. De focus op alleen daken is te beperkt, de gevaarlijkste soorten asbest zijn binnen gebouwen te vinden. De beschikbare € 5 miljoen zou ingezet moeten worden om meer zicht te krijgen op de asbestproblematiek in gebouwen. Een verplichte asbestinventarisatie voor gebouwen geeft bijvoorbeeld beter zicht op de asbestproblematiek. Dan moeten degenen die de inventarisatie uitvoeren wel deskundigheid hebben en daarop aangesproken worden. Wij willen dat het onderzoek begin 2020 naar het asbest certi+f_icatie-stelsel (arbo) breder wordt getrokken. Diverse departementen vervullen een rol rondom asbest. Er is meer overheidsregie nodig. Het onderzoek zou gedaan moeten worden door een onafhankelijke onderzoeksbureau, zoals de Onderzoeksraad. We waren in 2012 tegen de invoering van de sloopmelding. Wij vinden dat na zeven jaar is gebleken dat een asbest-certi+f_icaat (arbo) onvoldoende vertrouwen geeft.

Gemeenten zijn enerzijds bevoegd gezag voor de sloopmeldingen, maar hebben anderzijds last van een ondermaats werkend (privaat gedomineerd) asbest certi+f_icatie-stelsel (arbo). We willen dan ook betrokken zijn bij de hervormingen, nu en straks, in het asbest-stelsel. Mobility as a Service Wat wil het kabinet? Slimme mobiliteit verschuift van testen en experimenteren naar toepassing in bestaande praktijk, ingebed als een integraal onderdeel van regulier beleid en uitvoering. Verder wil het kabinet met Vereniging van Nederlandse Gemeenten 35 decentrale overheden, vervoerders en dienstverleners kijken welke mogelijkheden ‘Mobility as a Service’ (MaaS) kan bieden. Er worden zeven landelijke pilots gestart, die in 2020 in uitvoering zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? De potentiële impact van slimme mobiliteit en MaaS op de inrichting van hun infrastructuur, verkeers- systemen en beleid is voor gemeenten groot. De stap naar inbedding van lessen uit eerdere pilots vraagt (centrale) ondersteuning en kennisuitwisseling. Nieuwe pilots zijn voor gemeenten interessant, de behoefte aan handelingsperspectief op dit onderwerp is groot door de mobiliteitsknelpunten waarmee veel steden kampen.

Maatschappelijk Verantwoord Inkopen Wat wil het kabinet? Onder meer om het Klimaatakkoord uit te voeren en de gestelde doelen voor CO2-reductie in 2030 te halen gaat het kabinet verder met het vergroten/versterken van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) bij zowel het Rijk als decentrale overheden. Speciale aandacht krijgen klimaatneutraal en circulair inkopen en aanbesteden. Om dit te stimuleren trekt het kabinet komend jaar € 1 miljoen uit. Wat betekent dit voor de gemeenten? Deze € 1 miljoen is – naar wij hebben begrepen – bestemd als subsidie voor pilots met klimaatneutraal en circulair inkopen. Gemeenten kunnen hiervoor een aanvraag doen. De incidentele subsidie uit 2019 aan IPO, VNG, UvW en Klimaatverbond, om klimaatneutraal en circulair inkopen te stimuleren met CO2-schaduwbeprijzing, lijkt niet terug te keren. We zijn met IPO en UvW daarover nog met het ministerie van IenW in overleg. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 36 6 Economische Zaken en Klimaat Klimaatakkoord Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de uitstoot van broeikasgassen terugdringen, de gebouwde omgeving verduurzamen en overgaan op hernieuwbare energiebronnen. Daarvoor heeft het kabinet afspraken gemaakt met vele partijen en deze vastgelegd in het Klimaatakkoord.

Het kabinet geeft aan zelf meteen te starten met uitvoering van het akkoord en ziet hierin ook een belangrijke rol weggelegd voor gemeenten. Veel van deze afspraken gaan over de gebouwde omgeving. In de begroting is het volgende overbruggingsbudget opgenomen voor gemeenten om van start te kunnen gaan: • Voor de periode 2019 t/m 2021 € 120 miljoen totaal om planmatig aan de slag te gaan met de Transitievisie warmte, Nationale Agenda Laadinfrastructuur, particuliere bouw en wijkaanpakken; • Voor de Regionale Energiestrategieën (RES) komt er een bedrag beschikbaar van € 22,5 miljoen per jaar tot en met 2021; • Voor het Programma Aardgasvrije Wijken en de ‘100 wijken-aanpak’ is een totaalbedrag van € 400 miljoen beschikbaar, waarvan € 68 miljoen voor 2020. • Om ketenmobiliteit te stimuleren wordt tot en met 2023 een bedrag van € 75 miljoen via co+f_inan- ciering beschikbaar gesteld om knelpunten rond +f_ietsparkeren bij stations aan te pakken; • Tot slot worden zijn diverse +f_inanciële maatregelen opgenomen rechtstreeks voor bedrijven en bewoners, waaronder € 100 miljoen per jaar extra aan Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) en een bedrag van € 250 miljoen gereserveerd voor een warmtefonds voor woningeigena- ren.

Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten merken de gevolgen van de klimaatveranderingen en delen met het Rijk de ambities uit het Klimaatakkoord om via de energietransitie Nederland leefbaar te houden. Aan de verschillende Klimaattafels zijn deze ambities vertaald naar concrete uitgangspunten met een grote regierol voor gemeenten. Voor hen betekent dit dat zij zouden kunnen starten met het regionaal besturen en uitvoeren van het akkoord. Vanuit de eigen lokale ambities zijn gemeenten hier ook al mee bezig. De inzet van gemeenten wordt mede bepaald door de invulling van drie randvoorwaarden die zij hebben gesteld: • de energietransitie moet haalbaar en betaalbaar zijn voor de samenleving • gemeenten moeten over de juiste bevoegdheden beschikken • gemeenten moeten +f_inancieel gecompenseerd worden voor de uitvoeringslasten Op de Buitengewone ALV op 29 november nemen gemeenten dan ook eerst een besluit over het akkoord. Op punten waarop nog aanvullende afspraken nodig zijn, houden wij het kabinet aan de toezegging tot interbestuurlijke samenwerking in het vervolgtraject, onder andere rond de onderwer- pen woonlastenneutraliteit en warmte. De +f_inanciële middelen die aan gemeenten ter beschikking worden gesteld bieden basis om van start te gaan met het Klimaatakkoord.

Voor de periode na 2021 is nader onderzoek nodig naar de uitvoeringsgevolgen van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in lijn met artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet en zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 37 Koolstofdioxide en aardwarmte Wat wil het kabinet? Het kabinet wil maatregelen die de broeikasgasreductie versnellen, zoals de introductie van een minimumprijs voor koolstofdioxide (CO2). Het kabinet zoekt daarvoor actief de samenwerking met andere landen die hier welwillend tegenover staan zoals Frankrijk, en is daarover tevens met Duitsland in gesprek. Aardwarmte (geothermie) wordt gezien als een kosteneffectieve duurzame energiebron met potentie. Het kabinet gaat dit stimuleren en realiseren met een garantieregeling die het risico afdekt als de boring niet succesvol is. Wat betekent dit voor gemeenten? In het Klimaatakkoord is afgesproken om te streven naar pentalaterale afspraken over een CO2-mini- mumprijs. Als dit niet wordt ingevuld, kan dit betekenen dat de opgave voor hernieuwbare energie op land, waaraan gemeenten samen met partners werken vanuit de Regionale Energiestrategieën, groter wordt. Aardwarmte kan een belangrijke bijdrage leveren aan de warmtetransitie. De benodigde boringen kunnen risico’s met zich meebrengen.

Het is voor gemeenten van belang dat het Staatstoezicht op de Mijnen een belangrijke rol krijgt in het beoordelen van deze risico’s. Connectiviteit en 5G Wat wil het kabinet? De inspanningen van Economische Zaken en Klimaat (EZK) zijn in 2020 gericht op een sterke internati- onale positie voor Nederland op het gebied van vaste en mobiele communicatienetwerken. In 2019 heeft EZK de meeste acties uit het Actieplan Digitale Connectiviteit uitgevoerd. Gemeenten zijn ondersteund om faciliterend beleid te maken voor digitale connectiviteit, zowel voor de vaste als de mobiele digitale infrastructuur. Ook wordt ondersteuning geboden bij de mogelijke uitdagingen met de komst van nog sneller mobiel internet, waaronder 5G. EZK organiseert tevens een 5G-Innova- tienetwerk om toepassingen in maatschappelijke domeinen en economische sectoren te versnellen. Om goede uitrol en inpassing van de nieuwe infrastructuur te waarborgen gaat het kabinet in gesprek met VNG en gemeenten, wordt het Antenneconvenant vernieuwd en wordt een gereedschapskist breedband ontwikkeld voor lokale en regionale overheden.

De continuïteit en veiligheid van de netwerken voor elektronische communicatie worden bevorderd door • uitbreiding van de zorg- en meldplicht (bij netwerkverstoringen) naar internetaanbieders • uitbouw van het CSIRT (Computer Security Incident Response Team) voor digitale dienstverleners • ontwikkeling van een opvolger voor het programma Telekwetsbaarheid samen met Agentschap Telecom Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten hebben behoefte aan hoogwaardige connectiviteit voor hun inwoners en ondernemers. Bijvoorbeeld op het gebied van smart mobility, gezondheidszorg en onderwijs. Vanwege het gezamen- lijk belang pakken we dit samen met EZK op. We zullen samen met gemeenten afspraken maken met EZK hoe deze uitrol het best kan worden gedaan. En we doen een beroep op het kabinet – dus niet alleen EZK – om rondom de veiling serieus om te gaan met de toenemende zorg van inwoners over de mogelijke gevolgen van straling. En om gemeenten te faciliteren om de zorgen hun inwoners weg te nemen. Ten behoeve van deze uitrol zullen VNG en gemeenten samen met EZK afspraken maken hoe dit het best kan worden gedaan. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 38 Gemeenten moeten aan steeds meer Europese verplichtingen voldoen, waaronder de nieuwe Telecomwet.

Aandachtspunten in dit geval zijn: hoe kunnen we verrommeling en schade aan straatmeubilair voorkomen, en wat zijn de gevolgen voor het onderhoud van straatmeubilair. Toename van administratieve lasten en afwenteling van kosten op gemeenten moeten voorkomen worden. Wij zijn positief over de aandacht voor veiligheid en continuïteit van netwerken voor elektronische communicatie, gezien de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid. Digitale vaardigheden Wat wil het kabinet? Om te bewerkstelligen dat jongeren mediawijs zijn en beschikken over goede ICT-basisvaardigheden en informatievaardigheden is een curriculum voor primair en voortgezet onderwijs opgesteld met aandacht voor digitale geletterdheid en praktische vaardigheden. Om de invoering van het curriculum te bevorderen is door de ministeries van EZK en van OCW de digitaliseringsagenda po/vo opgesteld. Hierin werken onderwijs en bedrijfsleven in 2020 verder samen om de digitale vaardigheden van leerlingen en leraren te versterken. Wat betekent dit voor gemeenten? De wijziging van het onderwijscurriculum helpt digitale laaggeletterdheid te voorkomen. Aandachts- punt is de lange implementatieperiode. Gemeenten hebben baat bij een voortvarende invoering, omdat jongeren hierdoor beter zijn toegerust voor de arbeidsmarkt.

Ook wordt hiermee voorkomen dat deze vaardigheden op latere leeftijd via lokale educatie geleerd moeten worden. Arti/f_iciële intelligentie Wat wil het kabinet? In juni 2018 heeft het kabinet de Nederlandse Digitaliseringstrategie (NDS) gelanceerd: een gezamen- lijke agenda om de maatschappelijke en economische kansen van digitalisering te benutten. De NDS wordt geactualiseerd: de focus ligt de komende periode onder meer op arti+f_iciële intelligentie. Het kabinet werkt in 2020 samen met een brede Nationale AI-coalitie van bedrijven, overheden en kennisinstellingen aan de uitvoering van het Strategisch Actieplan voor Arti+f_iciële Intelligentie dat najaar 2019 wordt gepubliceerd. Als vervolgstap wordt een meerjarig programma voor kennis en innovatie ontwikkeld in publiek-privaat verband. Wat betekent dit voor gemeenten? De digitale transitie vereist een continu hoog kennisniveau, wat vraagt om samenwerking tussen universiteiten, hogescholen, overige kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheden. Momenteel is nog niet duidelijk wat het Strategisch Actieplan voor Arti+f_iciële Intelligentie en het meerjarenplan gaan inhouden en wat ze betekenen voor gemeenten. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 39 7 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Veehouderij Wat wil het kabinet? Geurhinder vormt een probleem in een aantal gebieden waar veel veehouderij geconcentreerd is.

In 2020 is er aandacht voor kennisontwikkeling over geurhinder en voor cumulatie van geuroverlast. Ook wordt de systematiek van de stalbeoordeling tegen het licht gehouden om innovaties te bevorderen. Verder wordt een saneringsregeling geopend, waarbij varkenshouderijen die veel stankoverlast veroorzaken, tegen een vergoeding kunnen stoppen. Het kabinet heeft daarvoor in deze kabinet- speriode een bedrag van € 120 miljoen gereserveerd. Daarnaast komen middelen beschikbaar voor brongerichte maatregelen in bestaande stalsystemen en de ontwikkeling van nieuwe stalsystemen (€ 60 miljoen). Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen pro+f_iteren van de kennisontwikkeling op het gebied van geurregelgeving en mogelijk in 2020 al gebruik maken van instrumenten om beter te kunnen omgaan met cumulatie van geuroverlast. De saneringsregeling voor varkenshouderijen biedt gemeenten een grote kans om overlastsituaties aan te pakken. Gemeenten hebben ‘bevoegd gezag’-taken om vergunningen in te trekken, te herbestemmen en toe te zien op sloop. Deze zullen in korte tijd moeten worden uitgevoerd en dat vraagt capaciteit. Wij zijn daarom in gesprek met het Rijk over ondersteuningsmiddelen voor gemeenten.

Duurzame landbouw en veenweidengebieden Wat wil het kabinet? Het kabinet zet in op een pakket maatregelen met een broeikasgasreductie van 6,0 megaton in het Klimaatakkoord voor Landbouw en Landgebruik. Hiermee worden de doelstellingen voor 2030 (3,5 megaton) gehaald en wordt een voorschot genomen op verdere CO2-reductie op weg naar 2050. LNV zet in op de verduurzaming van de landbouw, waarbij ook de gezondheid van omwonenden een rol speelt, door innovaties, regionale initiatieven en de markt voor duurzame dierlijke producten te stimuleren. Ook gaat LNV de problematiek van bodemdaling in veenweidegebieden aanpakken. Wat betekent dit voor gemeenten? Wij werken met het Rijk samen, onder meer in het interbestuurlijk programma vitaal platteland, aan de vraagstukken die ook terugkomen in het Klimaatakkoord, waaronder een veenweideaanpak. Hiervoor zijn onderzoek naar bodemdaling en middelen voor oplossingen voor gemeenten van belang. Regio Deals Wat wil het kabinet? Het kabinet erkent dat de regio de omgeving is waar maatschappelijke opgaven (kansen én uitdagin- gen) samenkomen, of het nu gaat om de economie stimuleren, ecologische uitdagingen oplossen of de sociale cohesie versterken. Als het Rijk, regionale overheden en bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in regio’s samen optrekken om deze opgaven aan te pakken, kan meer gedaan worden voor de regio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/974bee9b-3a40-4dc7-925c-42e1c6be2695?agendaItemId=17a1302f-18cb-459c-9cfb-dcead75b3378