18.0 VNG - reactie op de rijksbegroting 2020.pdf
Tekst van het document
VNG-reactie op de Rijksbegroting 2020 Bijzondere ledenbrief
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3 Inhoudsopgave Voorwoord 4 Analyse accres algemene uitkering gemeentefonds 5 1 Financiën 8 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 9 3 Justitie en Veiligheid 21 4 Onderwijs, Cultuur en Sport 29 5 Infrastructuur en Waterstaat 32 6 Economische Zaken en Klimaat 36 7 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 39 8 Sociale Zaken en Werkgelegenheid 41 9 Volksgezondheid, Welzijn en Sport 47 10 Buitenlandse zaken en Ontwikkelingssamenwerking 52 Moties Algemene Beschouwingen 54 Veel gebruikte afkortingen 55 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4 Voorwoord Met deze ledenbrief geven we u een korte samenvatting van de Miljoenennota en wat dit betekent voor u als gemeente. Op meerdere vlakken kunnen we een impuls verwachten, maar de +f_inanciële problemen van gemeenten zijn hiermee nog niet verholpen. Met name de schommelingen in het accres, als gevolg van onderbestedingen door het kabinet, zijn een punt van discussie. Christen Unie diende tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen een motie in om samen met de VNG tot een oplossing van deze schommelingen te komen. De motie werd breed gesteund, door zowel coalitie- als oppositiepartijen. We hopen vóór de Buitengewone ALV tot afspraken te komen met het kabinet. We wisten natuurlijk al dat er geld gereserveerd zou worden voor de jeugdzorg.
In 2020 krijgen gemeenten 420 miljoen extra. In 2021 en 2022 is dat 300 miljoen. Ook voor het klimaat trekt het kabinet extra geld uit: 200 miljoen in 2020, oplopend naar 295 miljoen in 2021. Dit geld wordt besteed aan een warmtefonds, waarmee inwoners hun huis kunnen laten isoleren. Daarnaast zijn er enkele maatregelen die niet direct ten bate komen van gemeenten, maar die wel van groot belang zijn voor onze inwoners, zoals de pensioenen en de volkshuisvesting. Om het woningte- kort aan te pakken, trekt het kabinet een miljard euro uit. Dit geld gaat met name naar de subsidiëring van nieuwbouwprojecten. Daarnaast gaat er een miljard naar woningcorporaties zodat die meer huizen gaan bouwen. Ook een aantal andere aangenomen moties zijn relevant voor gemeenten. Zo stemde een meerder- heid voor een parlementair onderzoek naar de oorzaken van problemen bij uitvoeringsorganisaties. Ook is besloten om een interventieteam ondermijning in te richten. Verhuurders die doelbewust te hoge huren vragen, kunnen in de toekomst een bestuurlijke boete krijgen. En structureel tien miljoen euro komt ten behoeve van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identi+f_icatie en Mensenhandel (AVIM). Het aangekondigde investeringsfonds is gericht op het versterken van de economische infrastructuur, waarbij wij met name het belang van economisch sterke regio’s zullen benadrukken.
Samenwerking en kennisuitwisseling over de gemeentegrenzen heen, staan bij de VNG al lange tijd op de agenda. Het investeren in regio’s is dan ook een voornemen dat we toejuichen. Kortom: een belangrijk deel van de Rijksbegroting komt ten goede aan de taken van gemeenten. Maar ons kernprobleem is hiermee nog niet opgelost. De komende tijd zullen we stevig in gesprek blijven met het kabinet over onze +f_inanciële positie. Jantine Kriens, Algemeen directeur Vereniging van Nederlandse Gemeenten Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5 Analyse accres algemene uitkering gemeentefonds De omvang van de algemene uitkering groeit evenredig met de netto uitgaven onder het totale uitgavenkader van het Rijk. Deze toename wordt accres genoemd. Hoewel met deze brede koppeling de stabiliteit is toegenomen, wijzigt de raming van het accres in een jaar nog steeds door nieuwe ramingen voor de in+f_latiecorrectie van de rijksuitgaven, door onderuitputting op of een overschrijding van het uitgavenkader van de rijksbegroting en door het tussentijds aanpassen van de hoogte van het netto uitgavenkader van het Rijk. Op de algemene uitkering vindt daarnaast een structurele niet-taak- gebonden apparaatskorting plaats, die daarbij jaarlijks verder oploopt. Deze korting holt het werkelijke volume-accres dat gemeenten ontvangen, uit.
Juist in de eerste jaren van deze kabinetsperiode is door grote intensiveringen en ook de stikstofuit- spraak sprake van een uitzonderlijk hoge onderuitputting op de rijksbegroting. Daardoor viel in de meicirculaire 2019 de eindafrekening van het accres voor het jaar 2018 +f_link lager uit. In diezelfde meicirculaire viel het accres voor de jaren 2020, 2021 en 2022 ook +f_link lager uit door een lagere raming van de in+f_latiecorrectie waarmee de rijksbegroting jaarlijks wordt opgehoogd. Door de koppeling aan de rijksuitgaven ontvangen gemeenten voor koopkrachtbehoud dezelfde (lagere) in+f_latiecorrectie als het Rijk. Gewoonlijk zou een lagere eindafrekening aan accres 2018 zich hebben vertaald in een hoger accres 2019. Door de lagere in+f_latiecorrectie was hier echter nagenoeg geen sprake van. Tabel 1. Accressen algemene uitkering (in duizenden euro’s) Meicirculaire 2019 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Nominaal accres 1.286.315 835.400 697.978 820.567 1.057.415 983.124 Accrespercentage 7,30% 3,13% 2,56% 2,95% 3,76% 3,38% Reëel accrespercentage 5,35% 1,43% 0,36% 1,00% 1,91% 1,53% Reëel accres 942.710 381.668 98.153 278.158 537.144 445.024 Sept.
circulaire 2019 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Nominaal accres 1.067.972 1.244.014 902.715 854.522 994.778 1.004.955 Accrespercentage 6,06% 4,65% 3,30% 3,03% 3,48% 3,41% Reëel accrespercentage 4,11% 2,60% 1,10% 1,08% 1,63% 1,56% Reëel accres 724.318 695.578 300.905 304.582 465.945 459.745 Opschalingskorting 60.000 70.000 90.000 110.000 130.000 135.000 Werkelijk volume-accres 664.318 625.578 210.905 194.582 335.945 324.745 Volume-accres in % 3,77% 2,34% 0,77% 0,69% 1,18% 1,10% De septembercirculaire 2019 bevat nieuwe ramingen voor de accressen 2019-2024. Ten opzichte van de meicirculaire is het accres voor het jaar 2019 naar beneden bijgesteld door een aanvullende raming voor de onderuitputting op de rijksbegroting door uitgestelde investeringen en een reservering voor uitgaven woningmarkt in latere jaren. Ook de versnelde beëindiging van de gaswinning in Groningen heeft een negatief effect op het accres. Met elkaar veroorzaken deze effecten op de rijksbegroting 2019 een neerwaartse bijstelling van het accres met € 218,3 miljoen. De raming van het accres voor het jaar 2020 neemt ten opzichte van de meicirculaire 2019 juist met € 408,6 miljoen +f_link toe. Maar die toename komt voor ruim de helft (€ 218 miljoen) door de lagere raming van het accres 2019 en betekent geen hogere algemene uitkering.
De andere helft van de toename aan accres komt door meer uitgaven op de rijksbegroting als gevolg van het pensioenak- Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6 koord, het klimaatakkoord, de hogere investeringen in de woningmarkt, bereikbaarheid en defensie door het doorschuiven van geld uit 2019 en een hogere raming van de in+f_latiecorrectie in de Macro Economische Verkenning 2020 ten opzichte van het Centraal Economisch Plan 2019. De toename van het accres wordt daarbij gedempt door de versnelde beëindiging van de gaswinning. Daarom vindt juist een neerwaartse aanpassing van het uitgavenplafond van de rijksbegroting plaats. Voor het jaar 2021 is de raming van het accres met € 204,7 miljoen naar boven bijgesteld. Dit wordt eveneens veroorzaakt door de hogere uitgaven op de rijksbegroting door het pensioenakkoord, het klimaatakkoord en het doorschuiven van geld voor investeringen in de woningmarkt, bereikbaarheid en defensie. De versnelde beëindiging van de gaswinning dempt eveneens in 2021 de toename van het accres, omdat het uitgavenplafond van het Rijk daarvoor naar beneden wordt bijgesteld. Voor de jaren 2022, 2023 en 2024 zijn de ramingen van de accressen met een wijziging van respectie- velijk +0,08%, -0,28% en +0,03% min of meer stabiel ten opzichte van de ramingen in de meicirculaire.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het Centraal Planbureau heeft dit voorjaar in het Centraal Economisch Plan 2019 de onderuitputting voor het jaar 2019 geschat op € 1,5 miljard. Het ministerie van Financiën raamt hiervoor nu naast € 1,2 miljard aan onderuitputting op consumptieve uitgaven ook € 1,7 miljard aan onderuitputting op investeringsuitgaven. Dit houdt mede verband met de stikstofproblematiek. Daarmee lijkt het er op dat in de Miljoennota 2020 voldoende rekening met onderuitputting is gehouden, zodat gemeenten volgend jaar in de meicirculaire niet weer door een negatieve eindafrekening aan accres 2019 worden verrast. Door de onderuitputting valt het accres 2019 wel +f_link lager uit en dat zal leiden tot exploitatietekorten bij het opmaken van de jaarrekening 2019 in het volgende jaar. Het accres voor het jaar 2020 valt in de septembercirculaire +f_link hoger uit. Maar een negatieve bijstelling van het accres 2019 heeft een spiegelbeeldig effect op het accres 2020 zonder dat daarmee de omvang van de algemene uitkering toeneemt. Het hogere accres in 2020 wordt voor ruim de helft door dit effect verklaard. De overige toename van het accres komt voornamelijk door het doorschuiven van investeringsuitgaven op de rijksbegroting.
Het sneller dichtdraaien van de kraan van Gasveld Slochteren en het verlagen van het uitgavenplafond daarvoor vangt het effect op het accres van de meeruitgaven op de rijksbegroting voor het pensioenakkoord af. De komende jaren wordt de ‘trap op, trap af-systematiek’ voor de voeding van de algemene uitkering nog steeds doorkruist door de apparaatskorting. Hoewel het in Nederland al jaren economisch voor de wind gaat, worden gemeenten nog steeds met kortingen uit de vorige recessie geconfronteerd. Het Rijk roomt het accres aan de achterdeur af. Deze niet-taakgebonden kortingen zijn een forse negatieve correctie op het accres. Het werkelijke volume-accres is daardoor lager en bedraagt de komende periode (2019-2024) gemiddeld 1,6% per jaar. Tabel 2. Indexen prijspeil CEP 2019 en MEV 2020 Index prijspeil CEP 2019 2019 2020 2021 2022 2023 2024 a. Overheid beloning werknemers 2,50% 1,90% 2,60% 2,20% 2,00% 2,20% b. Overheid materieel 1,40% 1,50% 1,80% 1,70% 1,70% 1,70% In/f_latiecorrectie 0,5 x a + 0,5 x b 1,95% 1,70% 2,20% 1,95% 1,85% 1,85% Index prijspeil MEV 2020 2019 2020 2021 2022 2023 2024 a. Overheid beloning werknemers 3,30% 2,50% 2,60% 2,20% 2,00% 2,20% b. Overheid materieel 1,50% 1,60% 1,80% 1,70% 1,70% 1,70% In/f_latiecorrectie 0,5 x a + 0,5 x b 2,40% 2,05% 2,20% 1,95% 1,85% 1,85% Tabel 2 geeft de in+f_latiecorrectie voor het bepalen van het reële accres.
In de Macro Economische Verkenning 2020 zijn alleen de ramingen van de in+f_latiecorrectie voor de jaren 2019 en 2020 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7 bijgesteld. Er heeft geen actualisatie voor de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024 plaatsgevonden. Dat volgt pas bij de actualisatie met het Centraal Economisch Plan 2020. Voor de in+f_latiecorrectie van het uitgavenkader van het Rijk wordt in de VNG-berekening uitgegaan van een loongevoeligheid van 50% en een gevoeligheid voor prijsstijgingen van de inkoop van eveneens 50%. Voor de in+f_latiecorrectie van het accres 2019 is uitgegaan van de raming uit het Centraal Economisch Plan 2019. Dat is de de+f_initieve raming voor de in+f_latiecorrectie van het lopende jaar. Voor het uitkeringsjaar 2020 leidt voornamelijk een hogere raming van de loonontwikkeling tot een opwaartse bijstelling van het accres ten opzichte van de meicirculaire. Die raming is overigens gegeven de onlangs afgesloten CAO’s binnen de sector overheid nog steeds aan de lage kant. De de+f_initieve raming van de in+f_latiecorrectie voor het jaar 2020 die van toepassing is op de algemene uitkering, wordt gebaseerd op de raming van het Centraal Economisch Plan 2020. Raming van de afdracht BTW-compensatiefonds. Voor het jaar 2018 viel bij de eindafrekening in 2019 een overschot van € 39 miljoen uit het BTW-com- pensatiefonds vrij aan de algemene uitkering.
Dat was veel minder dan in de septembercirculaire 2018 werd voorzien en een +f_linke tegenvaller voor gemeenten. Voor het jaar 2019 bedraagt het plafond voor gemeentelijke en provinciale declaraties € 3.519,7 miljoen. Dit is door het accrespercentage van 6% in 2019 +f_link hoger. Het ministerie van Financiën schat voor het jaar 2019 de omvang van de declaraties van gemeenten en provincies op € 3.427,8 miljoen. Daarmee bedraagt de geschatte vrijval aan het gemeentefonds en provinciefonds € 91,9 miljoen waarvan het gemeentelijk aandeel € 80,8 miljoen bedraagt. In de septembercirculaire zijn evenals vorige jaren de hoogtes van de declaraties in latere jaren op het fonds niet gecorrigeerd voor de volume- en prijsontwikkelingen. De in de circulaire vermelde vrijval aan het gemeentefonds voor de jaren 2020 en later heeft dan ook geen enkel realiteitsgehalte. De bedragen aan vrijval voor de jaren 2020 en later zoals die worden vermeld in de septembercirculaire, zijn niet verwerkt in de hoogte van de algemene uitkering voor die jaren. In de onderstaande tabel hebben wij de vrijval van het BTW-compensatiefonds aan het gemeente- fonds berekend uitgaande van een veronderstelde groei aan declaraties met 4% per jaar. Tabel 3.
Ontwikkeling declaraties BCF en vrijval aan Gemeentefonds Miljoenennota 2020 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Plafond BCF 3.519.703 3.671.278 3.791.793 3.906.157 4.042.143 4.180.137 Declaraties 3.427.847 3.564.961 3.707.559 3.855.862 4.010.096 4.170.500 Vrijval aan GF en PF 91.856 106.317 84.234 50.295 32.047 9.637 Aandeel gemeenten 80.823 93.547 74.116 44.254 28.198 8.479 Het percentage van een constante groei van 4% voor de declaraties is hoger dan de nominale economische groei van Nederland en ook hoger dan het gemiddelde van het nominale accrespercen- tage over de jaren 2020-2024. Voor de begroting 2020 en elk jaar van de meerjarenraming kunnen gemeenten daarom voor de algemene uitkering nog steeds uitgegaan van een vrijval uit het BCF aan het gemeentefonds. Daarvoor kan in de meerjarenraming voor elk jaar worden uitgegaan van het gemeentelijk aandeel in maximaal € 80,8 miljoen vrijval aan de algemene uitkering. De september- circulaire gaat voor de omvang van de algemene uitkering in de jaren 2020 e.v. uit van een vrijval van nihil. De vrijval in het jaar 2019 is wel verwerkt.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8 1 Financiën Speci/f_ieke uitkering Stimulering Sport Wat wil het kabinet? Via de Speci+f_ieke Uitkering Stimulering Sport worden gemeenten en gelieerde sportbedrijven gecompenseerd voor het btw-nadeel dat zij leiden door de verruiming van de sportvrijstelling in de Wet omzetbelasting per 1 januari 2019. Uit de begroting van VWS blijkt nu dat het budget van de Speci+f_ieke Uitkering Stimulering Sport in 2019 wordt verhoogd van € 152 miljoen naar € 185 miljoen. Het budget voor 2020 bedraagt € 178 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? Deze verhoging is niet voldoende om gemeenten volledig te compenseren. Gemeenten hebben in 2019 namelijk voor € 228 miljoen aan aanvragen ingediend. Ondanks de verhoging van het budget blijven gemeenten dus in 2019 zitten met een aanzienlijk btw-nadeel en dreigt ook voor 2020 een nadeel. Dit is in strijd met de eerdere toezeggingen van het kabinet dat gemeenten volledig worden gecompenseerd. Wij vinden principieel dat het kabinet moet garanderen dat gemeenten volledig worden gecompenseerd niet alleen in 2019 maar ook de komende jaren. Investeringsfonds Wat wil het kabinet? Het kabinet onderzoekt de mogelijkheid om een investeringsfonds op te richten dat het verdienvermo- gen van Nederland op de lange termijn vergroot, met een goede governance en een mix met private +f_inanciering.
Voorop staat dat publieke investeringen ten goede moeten komen aan het verdienver- mogen van Nederland over twintig tot dertig jaar. De minister van EZK komt voor het einde van 2019 met een brede agenda om het duurzame verdienvermogen op de lange termijn te versterken. Begin 2020 zal bekend zijn hoer hoe een investeringsfonds kan worden opgericht om het verdienvermogen te versterken. Wat betekent dit voor gemeenten? De uitwerking van deze plannen zijn nog niet bekend. Wij zullen deze beoordelen op de mogelijk- heden om investeringen op lokaal niveau aan te jagen, bijvoorbeeld voor (opschaling) van innovaties voor de ondersteuning van economische ontwikkeling in gemeente of regio. Ook zullen de gevolgen voor het gemeentefonds in beeld worden gebracht. Gebundelde uitkering Wat wil het kabinet? Het Rijk bekostigt de uitgaven van gemeenten voor het verstrekken van uitkeringen op grond van de Participatiewet met de gebundelde uitkering. Omdat het een medebewindstaak betreft, hoort het macrobudget van deze uitkering toereikend te zijn. In de raming van het budget 2020 wordt uitgegaan van een lichte stijging van het aantal uitkeringen ten opzichte van het voorlopige budget 2019. Het voorlopige budget voor de gebundelde uitkering 2020 bedraagt € 6,1 miljard. In deze raming is o.a. rekening gehouden met de effecten van de vertraging van de AOW-leeftijdsverhoging.
Wat betekent dit voor gemeenten? Met het Rijk zijn afspraken gemaakt over de raming van het macrobudget. Wij zullen erop toezien dat deze afspraken worden nagekomen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 9 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Interbestuurlijke samenwerking Wat wil het kabinet? Het kabinet ziet dat overheden steeds meer samenwerken op basis van gelijkwaardigheid. Dit kan nog beter. Om echt tot betere oplossingen te komen vraagt dit van het Rijk dat zij beter samenwerkt met andere overheden. Dat gaat steeds meer in nationale programma’s, regiodeals, city deals, woondeals, en in de regiospeci+f_ieke aanpak van het Interbestuurlijk Programma (IBP). In de herziene Code interbe- stuurlijke verhoudingen is aandacht voor de optimale wijze van samenwerken. De nieuwe bestuurlijke werkelijkheid vraagt ook om passende +f_inanciële verhoudingen. Het kabinet is daarom voornemens om de Financiële verhoudingswet aan te passen en het uitkeringsstelsel beter toe te rusten op situaties waar overheden gezamenlijk problemen oppakken. Daarnaast komt het kabinet in voorjaar 2020 met een voorstel voor een herijkte verdeling van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Wat betekent dit voor gemeenten? Gelijkwaardige interbestuurlijke samenwerking helpt gemeenten in de aanpak van grote opgaven. Hier passen +f_inanciële arrangementen bij die passen bij deze gelijkwaardigheid.
De genoemde instrumen- ten voor samenwerking verschillen erg van elkaar in opzet. Als VNG en gemeenten hebben we het meeste baat bij samenwerking die aansluit bij lokaal gevoelde behoeften en niet alleen bij prioriteiten van de rijksoverheid. Via het Interbestuurlijk Programma, de herziening van de Code interbestuurlijke verhoudingen en de op te starten Studiegroep Financiële en Interbestuurlijke verhoudingen proberen wij hier zo veel mogelijk invloed op uit te oefenen. Bij de aanpassing van de Financiële verhoudingswet en de herijking gemeentefonds zijn gemeenten ambtelijk en bestuurlijk betrokken. Het is de bedoeling dat de herijkte verdeling van het gemeente- fonds in 2021 ingaat. Een vernieuwd verkiezingsproces Wat wil het kabinet? De evaluatie van de verkiezingen in 2017 heeft laten zien dat er ruimte is voor verbetering in het verkiezingsproces. Daarom werkt het kabinet de komende periode verder aan een aantal vernieuwin- gen van het verkiezingsproces. Met deze vernieuwingen wordt de transparantie en controleerbaarheid van het vaststellen van de verkiezingsuitslag verbeterd. Ook maakt het kabinet het stembiljet en het stemmen toegankelijker. En het stemmen voor kiezers in het buitenland wordt makkelijker.
Tot slot wordt er gewerkt aan een grote transitie om de Kiesraad in staat te stellen de verantwoordelijkheid te dragen voor onder meer de digitale hulpmiddelen die bij het berekenen van de uitslag worden gebruikt. Wat betekent dit voor gemeenten? De vernieuwingen vragen op korte en langere termijn belangrijke aanpassingen in de werkprocessen van gemeenten. Het kabinet heeft een wetsvoorstel in voorbereiding tot verbetering van de kwaliteit van de vaststelling van de verkiezingsuitslag. De nieuwe regels en verplichtingen moeten in 2021 gaan gelden. Ook wil het kabinet vanaf 2021 wettelijke experimenten mogelijk maken met nieuwe, handzame stembiljetten. Deze zijn gebruiksvriendelijker, sneller en makkelijker handmatig te tellen én bovendien elektronisch telbaar. Daarnaast wordt gewerkt aan een wetswijziging waarbij nieuwe eisen worden gesteld aan het gebruik van digitale hulpmiddelen in het verkiezingsproces. Daarbij wordt ook Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10 de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling, het onderhoud en het beheer van digitale hulpmidde- len in het verkiezingsproces geregeld. De vernieuwingen sluiten op belangrijke onderdelen aan bij de Verkiezingsagenda 2021 van de VNG en NVVB.
Toegankelijke verkiezingen Wat wil het kabinet? Het actieprogramma “Onbeperkt meedoen! Implementatie VN-Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap” moet een bijdrage leveren aan een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Onderdeel daarvan is het toegankelijker maken van het verkiezingsproces. Het kabinet wil de toegankelijkheid van stemlokalen voor kiezers met een (fysieke) beperking verhogen. Daarnaast wil het kabinet experimenten mogelijk maken met early voting en bijstand in het stemhokje voor mensen met een verstandelijke beperking. Wat betekent dit voor gemeenten? Sinds 1 januari 2019 moeten alle stembureaus zodanig toegerust en gelegen zijn dat zoveel mogelijk kiezers, dus ook kiezers met fysieke beperkingen, zelfstandig hun stem kunnen uitbrengen. Het college moet de raad informeren als aan dit vereiste niet (volledig) kan worden voldaan. Het ministerie van BZK laat een review doen naar de checklist toegankelijkheid stemlokalen, waarmee in beeld kan worden gebracht hoe het is gesteld met de toegankelijkheid,. Doel is de praktische toepasbaarheid van de checklist voor gemeenten en de toegankelijkheid van het verkiezingsproces te verhogen. Wij zijn actief betrokken bij de uitwerking van de plannen om de toegankelijkheid van het verkiezings- proces te verbeteren.
Regionale Samenwerking – Wet Gemeenschappelijke Regelingen Wat wil het kabinet? De minister van BZK heeft in de zomer van 2018 een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) aangekondigd. De wijziging beoogt versterking van de democratische legitimatie van de samenwerking, de politieke verantwoording over de gemeenschappelijke regelingen en de controlerende rol van gemeenteraden. Deze wijziging is in de zomer van 2019 in consultatie gebracht. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is goed dat er oplossingen worden gezocht om raadsleden meer te betrekken bij gemeenschap- pelijke regelingen. Tegelijkertijd is er zorg over de belasting voor raadsleden en dus over de haalbaar- heid van de voorgestelde wijzigingen. De voorgestelde wijzigingen creëren meer regionale drukte, naast bijvoorbeeld omgevingsvisies en energiestrategieën die er op regionaal niveau al zijn. Het is de vraag of het wenselijk is om nóg meer regionale structuren aan te brengen. Gemeenten kunnen regionale samenwerking zelf en met elkaar regelen en vormgeven. De wetgever zou zich moeten beperken tot de inhoud en overkoepelende zaken. Het lijkt ons dan ook goed om eerst een fundamentele discussie te voeren over gemeentelijke samenwerking en de evaluatie van de Wgr af te wachten, voordat juridische oplossingen worden gezocht.
Digitale Democratie Wat wil het kabinet? Met een wijziging van de Gemeentewet wordt participatie van inwoners binnen de gemeente versterkt, zowel in de beleidsontwikkeling als tijdens de beleidsuitvoering. Dat gaat zowel om betere mogelijkheden om als inwoners direct mee te doen, maar ook om versteviging van de positie van Vereniging van Nederlandse Gemeenten 11 de volksvertegenwoordiging. Digitalisering biedt mogelijkheden om mensen beter te betrekken. De minister van BZK onderzoekt en test daarom in de Proeftuin Lokale Digitale Democratie hoe met (open source) digitale participatietools mensen beter kunnen worden betrokken. Het kabinet vindt de verspreiding van desinformatie een probleem en vraagt daarbij aan verschillende partijen in de samenleving om hun verantwoordelijkheid te nemen. Als coördinerend ministerie voor de aanpak van desinformatie, zet het ministerie van BZK zich in op het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving tegen de impact van desinformatie. Hij doet dit onder meer door de bevordering van transparantie over online platforms en het vergroten van het inzicht in de aard van de dreiging. Wat betekent dit voor gemeenten? Bewustwording van voor- en nadelen van digitalisering voor de democratie vraagt (lokale) aandacht. Voor gemeenten ontstaan er kansen om werk te maken van de digitale lokale democratie. Er kan worden deelgenomen in proeftuinen.
Ook kan er kennis worden ontwikkeld in de leernetwerken. Via het programma Democratie in Actie kan aan deze digitale democratische vernieuwing worden deelgenomen. Weerbaar bestuur Wat wil het kabinet? Er is toenemende druk op de democratische besluitvorming. Ondemocratische middelen worden daarbij niet geschuwd. Omkoping, intimidatie en agressie bedreigen de veiligheid en integriteit van politieke ambtsdragers en hun gezinnen. Het kabinet wil de weerbaarheid van bestuurders blijven vergroten. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet blijft inzetten op versterking van integer gedrag en veiligheid van politieke ambtsdragers. Dit gebeurt voor een groot deel met het Netwerk Weerbaar Bestuur. Vanuit dit netwerk is het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur opgezet om politieke ambtsdragers een steun in de rug te geven, concrete hulp en ondersteuning te bieden en te adviseren welke vervolgstappen er gezet kunnen worden. Wij participeren in dit netwerk en blijven ons daar inzetten voor een brede ondersteu- ning van bestuurders, raadsleden en hun ambtenaren. Het uitwerken en +f_inancieren van concrete maatregelen en voorzieningen is een punt van aandacht. Rechtspositie politieke ambtsdragers Wat wil het kabinet? Bestuurders en volksvertegenwoordigers geven invulling aan de democratische besluitvorming op lokaal niveau en staan voor zware politieke keuzes o.a.
op zorg, klimaat en wonen. Om te zorgen voor passende randvoorwaarden om het politieke ambt goed uit te oefenen wordt gezorgd voor adequate vergoedingen en politiek verlof, inhoudelijke ondersteuning voor raads- en bestuurswerk en voldoen- de mogelijkheden om te leren, re+f_lecteren en ontwikkelingen in het politieke ambt. Wat betekent dit voor gemeenten? Met het continueren van het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie blijft er aandacht voor de duurzame toerusting van politieke ambtsdragers. Daarnaast verstrekt het ministerie van BZK subsidies aan beroeps- en belangenvereniging van lokale politieke ambtsdragers voor het ontwikkelen van inwerkprogramma’s, opleidingen en leermodules. Het ministerie van BZK +f_inanciert de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdra- gers. Een adequate rechtspositie stelt politieke ambtsdragers in staat de taken en verantwoordelijkhe- den te vervullen die we van hen verwachten als samenleving. Dit vraagt om blijvende investeringen. De rechtspositie vormt een belangrijke voorwaarde voor het aantrekken en behouden van politieke ambtsdragers. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 12 We blijven aandacht vragen voor extra dekking binnen het gemeentefonds in plaats van dekking vanuit het bestaande macrobudget in het gemeentefonds. We gaan hierover opnieuw in gesprek met de minister van BZK.
Pensioen Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft met de sociale partners een pensioenakkoord gesloten over de vernieuwing van het pensioenstelsel, een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd, een arbeidsongeschiktheidsver- zekering voor zelfstandigen en een pakket aan +f_inanciële maatregelen op het gebied van duurzame inzetbaarheid. Een stuurgroep met vertegenwoordigers van sociale partners en het kabinet zijn aan de slag met de afspraken over de vernieuwing van het pensioenstelsel. De Tweede Kamer wordt periodiek geïnformeerd over de voortgang van de uitwerking van het pensioenakkoord, voor het eerst in het najaar van 2019. Het kabinet wil begin 2021 de wet- en regelgeving die nodig is voor de vernieuwing van het pensioenstelsel bij de Tweede Kamer indienen, zodat het nieuwe wettelijke en +f_iscale kader per 2022 in werking kan treden. Wat betekent dit voor gemeenten? Een toekomstbestendig pensioen en maatwerkafspraken over duurzame inzetbaarheid als onderdeel van het arbeidsvoorwaardenbeleid is staand beleid voor de gemeentelijke sector. Tot 2022 geldt echter nog het huidige pensioenstel en dit stelsel staat onder druk. In de rijksbegroting houdt het Centraal Planbureau in de berekeningen rekening met een lagere rente, maar de berekeningen zijn niet aangepast op de sterke rentedaling sinds de zomer.
De lage rekenrente en rendements- verwachtingen en de negatieve rente zorgen voor een verdere verslechtering van de +f_inanciële positie van pensioenfondsen en dus ook van ABP . Als verbetering van de economische situatie of kabinetsmaatregelen in de aanloop naar het hernieuwde pensioenstelsel uitblijven, zijn verlagingen van de opgebouwde pensioenaanspraken en premiestijgingen voor de gemeentelijke werkgevers en werknemers niet uitgesloten. Arbeidsmarktbeleid en duurzame inzetbaarheid Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een arbeidsmarkt met kansen voor iedereen. Zo wil het kabinet met de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) vanaf 1 januari 2020 een eerlijkere arbeidsmarkt creëren en de verschillen tussen vast- en +f_lexwerk verkleinen. Ook neemt het kabinet maatregelen om de ongewenste effecten van de toename van +f_lexibele dienstverbanden en zelfstandigen tegen te gaan. Het kabinet zet in op een Leven Lang Ontwikkelen zodat mensen vitaal, +f_lexibel en duurzaam inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. Het kabinet gaat werken aan publiek leer-en ontwikkelbudget dat de +f_iscale scholingsaftrek moet vervangen. De komende periode houdt het kabinet ook de arbeids- en sociale zekerheidswetgeving fundamenteel tegen het licht. Het ministerie van SZW heeft de Commissie Regulering van werk gevraagd om met een advies te komen voor een toekomstbestendig stelsel van wetgeving rondom arbeid.
Wat betekent dit voor gemeenten? Voor de gemeentelijke werkgevers zullen de wetswijzigingen als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) ook merkbaar zijn omdat gemeenteambtenaren vanaf 1 januari a.s. ook onder het civiele arbeidsrecht vallen. De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) heeft dan zijn intrede gedaan met uitzondering van de veiligheidsregio’s. De wetgever heeft verzuimd om in de Wet arbeidsmarkt in balans een uitzonderingspositie op te nemen voor mensen uit de banenafspraak en beschut werk. Zonder uitzonderingsmogelijkheden zullen zij vaker onder de bredere de+f_initie van payroll vallen en daarmee ook onder de cao van de inlener. Wij verwachten dat de kosten voor arbeid zullen stijgen en dat werkgevers hierdoor wellicht de keuze zullen maken om regulier personeel aan te nemen. Dit kan ook gevolgen hebben voor het realiseren van doelstellingen in de banenafspraak. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 13 We vinden het goed om te zien dat het kabinet werk maakt van beleid voor Leven Lang Ontwikkelen. Dit past bij de cao gemeenten die afspraken kent over duurzame inzetbaarheid en vitaal werken. Het College voor Arbeidszaken zal namens de gemeentelijke werkgevers haar inbreng geven op het werk van de Commissie Regulering van werk.
Subsidie BZK ten behoeve van de Banenafspraak Wat wil het kabinet? De markt- en overheidswerkgevers werken samen aan de realisatie van 125.000 banen voor arbeidsbe- perkten in de periode tot en met 2025. BZK verstrekt subsidie om de realisatie hiervan te stimuleren. Bijvoorbeeld door bij te dragen aan het bevorderen van afspraken tussen overheidswerkgevers en leveranciers over social return. Het kabinet introduceert daarnaast de aanpak Breed Offensief voor mensen met een beperking. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeentelijke werkgevers zullen (met andere overheidswerkgevers in ZPW verband) de samenwerking aangaan met marktpartijen om bij de inkoop van diensten de mogelijkheden te benutten om extra banen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zoals opgenomen in de werkagenda. Kwaliteit van bouwen Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een aantal aanpassingen in de bouwregelgeving realiseren om de toegankelijkheid van nieuwe woningen en nieuwe openbare gebouwen te verbeteren voor mensen met een beperking. Afgelopen voorjaar stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel over kwaliteitsborging voor het bouwen. Het doel van de wet is de bouwkwaliteit te verbeteren en de positie van iedere consument als opdrachtgever in de bouw te versterken. De consument krijgt betere bescherming als na oplevering van een bouwwerk gebreken worden ontdekt.
In 2020 zal het ministerie van BZK voorbereidingen treffen voor de stapsgewijze invoering in 2021. Tot die tijd doen marktpartijen samen met gemeenten met proefprojecten ervaring op, zodat zij goed voorbereid zijn bij de invoering van het stelsel. In 2020 zal de lagere wet- en regelgeving worden aangepast en wordt de ‘toelatingsorganisatie’ opgericht. De wet kwaliteitsborging bouw zal in 2022 worden geëvalueerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen heeft tot doel de bouwkwaliteit te verbeteren. De wet verandert de werkwijze van gemeenten bij het toezicht op de bouwtechnische regelgeving. In plaats van een toetsing van het papieren bouwplan vooraf, gaan gemeenten achteraf het bouwwerk toetsen. Daarnaast wordt de vergunninghouder verplicht om een onafhankelijke private ‘kwaliteitsbor- ger’ in te schakelen die tijdens de bouw de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 toetst en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Andere kwaliteitsaspec- ten, zoals de ruimtelijke kwaliteit blijven door de wet onveranderd. Wij hebben in januari 2019 met de minister van BZK een bestuursakkoord getekend over de implementatie en invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De beoogde werkwijze in het stelsel zal in de praktijk worden beproefd met proefprojecten.
Het is belangrijk dat gemeenten hierin participeren om hiervan te kunnen leren en de effecten op de eigen gemeente te kunnen inschatten. Wij starten deze proefprojecten samen met het ministerie BZK binnen ons (deel)programma implementatie Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 14 Nationale omgevingsvisie Wat wil het kabinet? De nieuwe Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zal naar verwachting begin 2020 worden vastgesteld. Het kabinet ziet dit als landelijk kader voor het omgevingsbeleid en de ruimtelijke ordening en het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook ziet het kabinet de NOVI als instrument om ‘oer-Hollandse landschappen’ te beschermen. Eind 2019 sluiten Rijk en regio’s een akkoord over plannen van aanpak voor ‘zeven prioritaire landschappen’. Wat betekent dit voor gemeenten? De tekst in de begroting over de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) suggereert dat de NOVI de gemeenten bindt. Ofwel, dat gemeenten gehouden zijn aan de door het Rijk gewenste keuzes en aanpak van opgaven in de fysieke leefomgeving. Echter, conform de Omgevingswet is de omgevingsvisie zelfbindend. Dat betekent dat de Nationale Omgevingsvisie alleen het Rijk bindt. Taken in de fysieke leefomgeving zijn gedecentraliseerd en provincies en gemeenten maken hun eigen omgevingsvisies.
Uiteraard is het wel van belang deze omgevingsvisies met elkaar in samenhang te brengen; overheden worden geacht rekening te houden met elkaars visies op de opgaven. En gemeenten kunnen het ook niet alleen; de vier overheden hebben elkaar hard nodig om de opgaven te realiseren. Ieder heeft daarbij een eigen rol en taak. We verwachten dat de uitvoeringsagenda van het Rijk voor de NOVI onder andere zal gaan over thematische programma’s, de selectie van NOVI-gebieden, omgevingsagenda’s (waar NOVI, POVI en GOVI samenkomen) en monitoring, evaluatie en +f_inanciering. Het is van cruciaal belang dat wij als koepel en de gemeenten integraal betrokken zijn bij de totstandkoming van de uitvoeringsagenda en gelijkwaardig samenwerken aan het instrumentarium ervan. Immers, gemeenten staan, samen met de provincies en waterschappen, voor die uitvoering aan de lat. Tot slot is het zo dat de Omgevingswet niet langer spreekt over de ruimtelijke ordening, maar over de fysieke leefomgeving. Daar is bewust voor gekozen omdat de maatschappelijke opgaven waar we voor staan over meer gaan dan alleen de ruimtelijke ordening. Denk bijvoorbeeld aan thema’s zoals gezondheid. Juist door samenhang en integraliteit aan te brengen in die opgaven, die vooral op “het erf” van gemeenten samenkomen, zijn we in staat win-win situaties te creëren. Waarbij pijnlijke keuzes overigens ook zichtbaar worden.
Keuzes maken bij complexe maatschappelijke opgaven die niet meer allemaal tegelijk kunnen, zal steeds belangrijker worden. Woningbouw Wat wil het kabinet? Er komt € 2 miljard beschikbaar om de woningbouw te stimuleren. Dit is in twee gelijke delen gesplitst. Om te zorgen dat starters en middeninkomens sneller een woning kunnen vinden, maakt het kabinet met deze Miljoenennota extra middelen vrij. Daarvan is € 1 miljard (vier x € 250 miljoen van 2020-2023) een rijksbijdrage om onder voorwaarden betaalbare woningen te bouwen in schaarstegebieden, inclusief de +f_inanciering van de daarvoor nodige infrastructuur, het opvangen van de potentiële gevolgen van de stikstofuitspraak voor de woningbouw en het zorgdragen voor een kwalitatief goede leefomgeving. Schaarstegebieden zijn bijvoorbeeld de gebieden waar woondeals mee zijn gesloten. Daarnaast wordt in de verhuurderhef+f_ing een structurele hef+f_ingsvermindering van € 100 miljoen per jaar voor tien jaar opgenomen om woningen te bouwen in regio’s waar de druk op de woningmarkt het grootst is. Daarmee ontstaat meer +f_inanciële ruimte om te investeren in de nieuwbouw van huurwonin- gen. Eerder zijn in de zogenoemde woondeals al afspraken gemaakt met de woningmarktregio’s met de grootste krapte om de woningbouw aan te jagen.
Voor de aanstaande bouw van tijdelijke woningen geldt een vrijstelling van de verhuurderhef+f_ing voor de komende 15 jaar. Hiervoor wordt de verhuurderhef+f_ing op andere woningen iets verhoogd. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 15 Naast de woningbouwproductie richt het kabinet zich op het behouden van betaalbare woningen in de huurvoorraad en een betere verdeling van de bestaande voorraad. Als maatregel beperkt het kabinet onder meer het aandeel van de WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel. Wat betekent dit voor de gemeenten? De aandacht van het kabinet is vooral gericht op gemeenten met druk op de woningmarkt. Gemeenten in schaarstegebieden zullen baat hebben bij € 1 miljard woningbouwimpuls van het Rijk, die kunnen helpen om onrendabele woningbouwprojecten vlot te trekken en betaalbaar te houden/ maken. Eerdere berekeningen gaven aan dat er honderden miljoenen euro’s per jaar nodig zijn voor onrendabele toppen. Het is goed dat deze bedragen beschikbaar worden gesteld, maar dit geldt alleen voor gemeenten in schaarstegebieden. Het tweede miljard is bedoeld voor woningcorporaties en verhuurders die betaalbare woningen bouwen in schaarstegebieden. De verhuurderhef+f_ing is nog steeds vele malen hoger dan dit miljard. Ook in eerdere jaren werden beperkte bedragen uit de verhuurderhef+f_ing ingezet in de sociale huursector.
Het is positief dat het Rijk een begin maken van het terugploegen van de verhuurdershef- +f_ing in de sector. De WOZ-maatregel slaat vooral neer in die gemeenten waar de WOZ de laatste tijd sterk is gestegen of nog zal stijgen. Gemeenten moeten opletten dat de bouw van tijdelijke woningen tussen 2020 en 2024 plaatsvindt en dat ze na 15 jaar worden verwijderd. De opgave wonen en zorg is gebaat bij meer woningen omdat er op dit moment geen doorstroom mogelijk is wat belemmerend is voor de uitstroom uit instellingen, starters, spoedzoekers en statushou- ders. De plannen van het ministerie van BZK zijn een eerste stap, maar in de ogen van gemeenten nog onvoldoende. Hoewel het ministerie van BZK in de plannen refereert aan bijzondere doelgroepen ontbreekt een verbinding met zorg en begeleiding, en dus referenties aan plannen van het ministerie van VWS. Digitaal Stelsel Omgevingswet Wat wil het kabinet? Het kabinet wil met de nieuwe Omgevingswet inwoners en bedrijven activeren. Iedereen met een plan of belang kan aan de voorkant invloed hebben. Voor de Omgevingswet is 2020 een belangrijk jaar omdat de laatste wetgevingsproducten worden aangeboden aan het parlement, met als doel inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2021.
Om overheden, burgers, bedrijfsleven op weg te helpen, intensiveert het kabinet in 2020 de uitleg en zal worden geoefend met de nieuwe werkwijze vanuit de Omgevingswet. Voor deze nieuwe manier van (samen)werken ontwikkelt het Rijk een nieuw digitaal instrumentarium. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is de informatiemotor en zorgt ervoor dat burgers, bedrijven en overheden toegang hebben tot een gebruikersvriendelijk loket om vergunningen aan te vragen, meldingen te doen en plannen te raadplegen in de fysieke leefomgeving. Voor de periode 2020-2025 wordt er in totaal € 22 miljoen. toegevoegd aan de begroting van het ministerie van BZK voor de investeringsbijdrage van het Rijk voor de uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet tot een totaal van € 50 miljoen. Daarnaast zal, in lijn met de afspraken uit het +f_inancieel akkoord een jaarlijkse uitname uit het Gemeentefonds worden gedaan voor de bijdrage aan het beheer van DSO-LV. Wat betekent dit voor gemeenten? De rijksbijdrage betekent dat er serieus gewerkt gaat worden aan een DSO-LV dat bijdraagt aan een betere dienstverlening en effectievere instrumenten om de Omgevingswet uit te voeren. De uitname uit het Gemeentefonds is geen bijdrage van de VNG, zoals in de Miljoenennota staat, maar van het collectief van gemeenten. Het gaat nu om € 18 miljoen per jaar.
Dat is 70% van de totale beheerkosten, zoals afgesproken in het +f_inancieel akkoord en uitgewerkt in de beheerovereenkomst. De bijdragen van rijkspartijen, provincies en waterschappen aan de dekking van de beheerkosten wordt overigens niet via de begroting verrekend, maar via aparte facturering. Een investering van Vereniging van Nederlandse Gemeenten 16 € 50 miljoen betekent dat een uitgebreid digitaal stelsel dat overheden ontzorgt bij de uitvoering van de Omgevingswet (scenario 3 uit het bestuursakkoord) dichterbij komt en geen genoegen wordt genomen met het huidige niveau van dienstverlening. Het effect is echter ook dat op termijn de kosten voor het structurele beheer zullen toenemen. Voor de kostenbeheersing is afgesproken dat de koepels samen met het Rijk businesscases maken en duidelijke go/no go-momenten worden ingebouwd voor de uitvoeringsstappen van het digitale stelsel. In het bestuurlijk overleg tussen het Rijk en de koepels wordt dan op basis van de businesscases bepaald welke ontwikkelstappen worden gezet. Informatieveiligheid Wat wil het kabinet? De systemen van de overheid moeten veilig en betrouwbaar zijn. Daarom is het van belang dat overheden zorgen dat hun systemen en processen veilig zijn en dat de onlinecommunicatie met burgers en ondernemers op een veilige manier verloopt. Het ministerie van BZK onderschrijft een adequaat informatiebeveiligingsbeleid.
Hiervoor continueert het ministerie onder andere de overheidsbrede i-bewustzijnsaanpak en het interbestuurlijk ondersteuningsprogramma voor de implementatie van de overheidsbrede Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Bovendien wordt er een verdere impuls gegeven aan het overheidsbreed oefenen met cyberincidenten. Er komt een aantal nieuwe City Deals o.a. op het gebied van cyber security. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten worden ondersteund bij de implementatie van de BIO door de Informatiebeveiligings- dienst (IBD). Voortbouwend op de +f_inanciële steun van het ministerie voor lokale cyberoefeningen (door ons in ontwikkeling en begin 2020 beschikbaar) is het van belang om als gemeente aansluiting te zoeken bij overheidsbrede oefeningen. De city deals op het gebied van cyber security bieden grote gemeenten de ruimte om te experimenteren en de verbinding te zoeken met netwerkpartners in hun aanpak van lokale digitale veiligheid. Data en (open) overheidsinformatie Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft met NL DIGITAAL: Data Agenda Overheid haar ambitie op het gebied van datagebruik door de overheid met concrete acties uiteengezet. Dit gaat om het bevorderen van (de kwaliteit van) open data, verantwoord (her)gebruik van (open) data en meer datagedreven werken. O.a. worden transparante overheidsalgoritmen beoogd waarop effectief toezicht wordt gehouden.
BZK organiseert de maatschappelijke dialoog over de impact van nieuwe technologie op publieke waarden en grondrechten. Het ministerie laat onderzoek doen naar kunstmatige intelligentie, gedrags- beïnvloedende technologie en algoritmen. Onderzocht wordt wat technisch kan, wat juridisch mag en wat ethisch verantwoord is. In 2019 is de voorbereiding gestart van de implementatie van de Wet open overheid (Woo), die in 2021 van kracht moet worden. Met uitvoeringstoetsen wordt nagegaan wat de impact van de Woo zal zijn. De minister verwacht de Tweede Kamer dit najaar te kunnen informeren over de uitkomsten van de toetsen en het overleg met VNG en IPO over compensatie. Er wordt een Meerjarenplan opgesteld om de informatiehuishouding te verbeteren. UBR/KOOP ontwikkelt het Platform voor Overheidsinfor- matie (PLOOI) dat dient om digitale documenten als open data beschikbaar te stellen en duurzaam te beheren. Proeftuinen worden ondersteund. Wat betekent dit voor de gemeenten? De Data Agenda draagt bij aan het datagedreven werken door gemeenten. Overheidsorganisaties worden ondersteund door het Leer- en Expertisepunt Datagedreven werken (LED). Koplopers kunnen onderling kennis uitwisselen in het Pioniersnetwerk Open Overheid. ICTU zal een transparantielab opzetten om te onderzoeken hoe technische transparantie kan worden vormgegeven.
Wij ontvangen een bijdrage om met gemeenten en CBS te werken aan het verder ontwikkelen, bestendigen en opschalen van dataoplossingen op het gebied van armoede, schulden en ondermijning. Door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 17 Data Agenda worden onder meer groepen in de samenleving meer bewust over de gevolgen van de digitalisering. In 2020 komt er duidelijkheid over de kosten van de Woo en compensatie daarvan. Gemeenten zullen ook gebruik kunnen maken van PLOOI voor het actief openbaar maken van documenten. Gemeenten kunnen zich voorbereiden op de Woo door deel te nemen aan proeftuinen en stappen te nemen om de informatiehuishouding op orde te brengen. Digitale inclusie Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een inclusieve digitale samenleving die toegankelijk en begrijpelijk is voor iedereen. Daarom zorgt het kabinet ervoor dat de dienstverlening vanuit de overheid beter aansluit op de situatie, wensen en behoeften van mensen. Met de campagne ‘Direct Duidelijk’ wil het kabinet ervoor zorgen dat overheidsorganisaties begrijpelijk communiceren. De pilot informatiepunt Digitale Overheid voor mensen die moeite hebben met de digitale dienstverlening van de overheid, wordt verder uitgerold. Voor mensen die vastlopen worden maatwerkoplossingen gezocht via experimenten en city deals.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het beleid biedt mogelijkheden aan burgers die minder digitaal vaardig zijn gebruik te maken van de digitale overheid. Hierdoor sluit de gemeentelijke digitale dienstverlening beter aan. Informatie- punten Digitale Overheid worden gefaseerd ingericht in lokale bibliotheken. Logius biedt steun bij de implementatie van het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid (richtlijn voor toegankelijkheid websites voor mensen met een beperking). Gemeenten worden via kennisuitwisseling ondersteund op begrijpelijk communiceren vanuit de campagne Direct Duidelijk. Dienstverlening en uitvoering Wat wil het kabinet? Het kabinet vindt dat de dienstverlening van de overheid veel hoger op de agenda moet. uitvoerings- organisaties zoals de Belastingdienst en het UWV zijn het gezicht van de overheid. Daar komen mensen de overheid tegen en mogen zij verwachten goed te worden geholpen. De oorzaken van de huidige problemen zijn divers: verouderde ICT, personeelstekorten en te veel te gedetailleerd beleid, waardoor de uitvoering te ingewikkeld wordt. Medewerkers van uitvoeringsorganisaties staan hierdoor soms voor een onmogelijke opgave en de menselijke maat verdwijnt uit het zicht. De structurele verbeteringen die nodig zijn, vragen tijd en een samenhangende aanpak, waarvoor de regering voorstellen zal doen.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn ook een belangrijke overheidsdienstverlener. Daarin zijn zij vaak het gezicht naar burgers in ketendienstverlening samen met de uitvoeringsorganisaties. De genoemde problemen bij deze uitvoeringsorganisaties spelen net zo goed bij gemeenten. We willen de arbeidsmarkt en sociale zekerheid verbeteren, maar dat kan alleen als maatregelen ook uitvoerbaar zijn voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties. Dat vraagt om een gezamenlijke aanpak waarin gemeenten en uitvoeringsorganisaties samen tot voorstellen komen om structurele verbeterin- gen door te voeren. Daarbij brengen wij nadrukkelijk de principes van de common ground in. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 18 Digitale dienstverlening Wat wil het kabinet? De minister van BZK is verantwoordelijk voor het bevorderen van een adequate digitale overheids- dienstverlening, waarbij het belangrijkste doel is dat de dienstverlening toegankelijk is voor iedereen. Kennisuitwisseling tussen overheden wordt gestimuleerd via de overheidsbrede kenniscommunity Gebruiker Centraal. Door het ministerie van AZ worden, in samenwerking met andere overheidspartijen, stappen gezet om de dienstverlening vanuit de overheid rondom levensgebeurtenissen te verbeteren. Met experimenten wordt gewerkt aan gemeenschappelijke uitgangspunten en afspraken voor een ”interactiestrategie”.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen kennis uitwisselen over servicegerichte dienstverlening via Gebruiker Centraal. Dit kan onder meer met ontwerpprincipes, een manifest voor bestuurders, een kennisbank over beeldtaal in brieven, de ‘serious game’ Optimaal Digitaal en het NL Design System. Wij werken samen met het ministerie van AZ om afspraken te maken rondom generieke teksten voor gemeenten die centraal ontsloten kunnen worden. Dit zou ook in het kader van de Single Digital Gateway (een toegangspoort tot Europa) tot voordelen voor gemeenten kunnen leiden. Met het ministerie van BZK werken we samen rond het programma `Aan de slag met de Interactiestrategie’, waarbij gemeenten ook worden ondersteund in het ontwikkelen en verbeteren van hun kanaalstrate- gie. Gemeenschappelijke Digitale Infrastructuur Wat wil het kabinet? De Investeringspost digitale overheid (€ 57 miljoen) is bestemd voor gezamenlijke doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid, waaronder de generieke digitale (basis)infrastructuur (GDI). De bestemming van de Investeringspost wordt afgestemd in de governance van de digitale overheid en wordt opgenomen in de Investeringsagenda Digitale Overheid. Hierbij zijn NL DIGIbeter en het Programmaplan Basisinfrastructuur leidend.
Om innovatie te stimuleren, is een meerjarig budget gereserveerd voor het interbestuurlijk aanpakken van maatschapelijke uitdagingen. Hiermee worden partijen in de gelegenheid gesteld om gezamenlijk tot nieuwe, creatieve oplossingen te komen. Hiertoe wordt een virtueel innovatieplatform ontwikkeld. Wat betekent dit voor de gemeenten? Het ministerie van BZK ondersteunt ons bij de ontwikkeling van de Common Ground. Hiermee zal uitwisseling van gegevens binnen en tussen gemeenten en het gebruik van brondata in dienstver- leningsprocessen worden vereenvoudigd. Wij ontvangen ook een subsidie voor het project Haal Centraal. Dit is een gezamenlijk initiatief van gemeenten en uitvoeringsorganisaties om gegevens uit de basisregistraties te halen met gestandaardiseerde application programming interfaces (API’s). Dit maakt aansluiting op de basisregistraties eenvoudiger. Wij gaan ervan uit dat een deel van de nieuwe investeringsvoorstellen in 2020 aan gemeenten ten goede komen. eID en Wet Digitale Overheid Wat wil het kabinet? In 2020 start met de implementatie van de Wet digitale overheid (WDO). Dit betreft onder meer het ontsluiten van inlogmiddelen en voorzieningen die nodig zijn voor toegang tot de digitale overheid. Het eID-stelsel dient betrouwbaar, toegankelijk, veilig en gebruiksvriendelijk te zijn waarbij de eindgebruiker centraal staat.
Het ministerie van BZK richt het toezicht op de inlogmiddelen en fraude- en misbruikbestrijding verder in. Het programma Machtigen biedt een oplossing voor mensen die niet zelf kunnen communiceren met de overheid. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 19 Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn betrokken bij de ontwikkeling van het digitaal stelsel, digitale identiteit en machtigen. Hiervoor starten in 2020 verschillende experimenten. Het is nog niet duidelijk wat de impact van het ontsluiten van toegelaten inlogmiddelen en voorzieningen is op de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering. Deze impact zal in 2020 moeten worden getoetst. Dat geldt ook voor de oplossing voor machtigen, die toepasbaar moet zijn voor het divers aanbod van gemeentelijke producten en diensten. Wij zullen zitting hebben in het toetsingspanel van de WDO. Daarnaast zullen wij met het ministerie van BZK afspraken maken over het in kaart brengen van de gevolgen van de WDO voor gemeenten. Dit gebeurt met uitvoeringstoetsen. Stelsel van basisregistraties Wat wil het kabinet? De minister van BZK werkt in 2020 een toekomstbeeld uit voor het stelsel van basisregistraties. Het doel is de dienstverlening van de overheid te verbeteren en burgers de mogelijkheid te bieden hun eigen gegevens uit de basisregistraties te delen met organisaties buiten de overheid.
Het verplicht gebruik van de basisregistraties wordt gestimuleerd en belemmeringen voor het gebruik worden weggenomen. Daarnaast worden de basisregistraties met een locatiecomponent meer in samenhang doorontwikkeld. Met een subsidie aan VNG en enkele gemeenten wordt beproefd hoe de ontsluiting van informatie uit de basisregistraties in de toekomst via nieuwe technieken plaats kan vinden. Wat betekent dit voor gemeenten Gemeenten hebben baat bij een goed functionerend stelsel van basisregistraties, omdat die de basis vormt voor de gemeentelijke dienstverlening. Hoe vaker de basisregistraties gebruikt worden, hoe meer de kwaliteit toeneemt o.a. dankzij terugmeldingen. Gemeenten gebruiken alle basisregistraties bij de uitvoering van taken en hebben baat bij dat de samenhang en kwaliteit verbetert. Aanvullend pro+f_iteren gemeenten voor die basisregistraties waar ze de taak hebben om de informatie up to date te houden. Gemeenten gaan als bronhouder met het ministerie van BZK in gesprek over het toekomst- beeld van het stelsel van basisregistraties. BRP en reisdocumenten Wat wil het kabinet? Mensen, bedrijven en overheidsorganisaties moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens juist zijn. Dit borgt de overheid bijvoorbeeld door de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit structureel in te gaan zetten. Om dit mogelijk te maken wordt de wet BRP aangepast.
Daarnaast verbetert het Rijk het aanvraag- en uitgifteproces voor paspoorten en identiteitskaarten in het programma Verbetering Reisdocumentenstelsel. Voor de BRP wordt gewerkt aan uitgesteld onderhoud door het stopzetten van de operatie BRP . Wat betekent dit voor gemeenten? De aanpassing van de wet BRP is noodzakelijk omdat het project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) in beheer wordt genomen door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens. Daarbij zal voor gemeenten de huidige vrijwillige deelname aan LAA worden omgezet in een verplichting. Over de wijze waarop de verplichting wordt vormgegeven vindt overleg met ons plaats. We zijn nauw betrokken bij het programma Verbetering Reisdocumentstelsel, en participeren in de hiervoor ingerichte overleggremia. Onze architecten worden geconsulteerd en om de gevolgen voor gemeenten inzichtelijk te maken wordt een impactanalyse uitgevoerd. Voor de BRP wordt geïnvesteerd in het huidige stelsel. Sinds eind 2018 werken we nauw samen met het ministerie van BZK om te komen tot een visie voor een nieuwe BRP . Uit de health check, uitgevoerd in 2018, blijkt dat de huidige GBA-V nog 5 tot 7 jaar kan worden gebruikt.
Om ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 20 dienstverlening door gemeenten aan inwoners en ondernemers te kunnen optimaliseren, zijn een groot aantal gemeentelijke wensen geïnventariseerd en is geconstateerd dat tijdige vernieuwing van de BRP absoluut noodzakelijk is. Basisregistratie ondergrond Wat wil het kabinet? De minister van BZK heeft een regisserende rol bij de geo-informatie in Nederland. In dit kader draagt het ministerie zorg voor de initiële ontwikkeling van de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Om deze basisregistratie te realiseren worden opdrachten gegeven voor het beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen en standaarden aan onder andere ICTU, Kadaster, Geonovum en TNO. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn als bronhouder en (verplichte) afnemer direct betrokken bij de ontwikkeling van deze basisregistratie. Wij hebben een impactanalyse uitgevoerd naar de gevolgen van de BRO voor haar leden en deze gepubliceerd op onze website. Deze analyse geeft naast de inhoudelijke impact en concrete handvatten voor gemeenten ook aanbevelingen aan het ministerie van BZK. Deze aanbeve- lingen hebben geleid tot diverse aanpassingen van de informatievoorziening en ondersteuning voor de gemeentelijke bronhouders. De invoering van de registratieobjecten van de BRO is opgedeeld in vier tranches, waarbij tranche 2 op 1 januari 2020 in werking treedt.
Regie op gegevens Wat wil het kabinet? Zoals aangekondigd in de kamerbrief Regie op Gegevens worden er stappen gezet zodat burgers hun gegevens kunnen delen met organisaties buiten de overheid. Hiervoor worden (wettelijke) kaders ontwikkeld binnen het programma Regie op Gegevens en de beleidsinzet op enkele terreinen vergroot. Daarnaast worden de mogelijkheden uitgebreid voor inzage, correctie en delen van gegevens door burgers. Wat betekent dit voor gemeenten? Wij zijn nauw betrokken bij de beleidsontwikkelingen rond Regie op Gegevens. Voor het delen van gegevens met private partijen is een juridisch kader noodzakelijk, waarbij aspecten als veilig delen en dataminimalisatie centraal staan. We voeren samen met gemeenten pilots uit voor de toepassing van het delen van gegevens (voor bijv. schuldhulpverlening) of op welke wijze de inzage op een gestandaardiseerde wijze kan worden vormgegeven (bijv. de ‘blauwe knop’). Zowel de experimenten als de totstandkoming van duidelijke beleidskaders moeten leiden tot een verbeterde informatieposi- tie van de burger. Teneinde te kunnen voldoen aan verzoeken van burgers betreffende welke gegevens over hem/haar zijn verstrekt zal het nodig zijn systeemaanpassingen door te voeren. Niet alleen voor de binnen de domeinen gebruikte systemen maar ook voor gegevensmagazijnen, distributie- of zaaksystemen die binnengemeentelijk worden gebruikt.
De omvang van de aanpassingen moet nog eerst bepaald worden via een impactanalyse. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 21 3 Justitie en Veiligheid Rechtspleging: digitalisering rechtspraak Wat wil het kabinet? De Nederlandse rechtspraak staat hoog aangeschreven, maar het functioneren van de rechtspraak staat onder +f_linke druk. Het vergroten van de digitale toegankelijkheid van bestuursrecht en civiel recht blijft een hoge prioriteit. Via uitvoering van het Basisplan digitale toegankelijkheid zorgt de Rechtspraak ervoor dat procespartijen berichten en stukken digitaal met de Rechtspraak kunnen uitwisselen. Nieuwe investeringen stellen de rechtspraak in staat om in 2020 te starten met de daadwerkelijke digitalisering van zaakstromen in het civiele recht en het bestuursrecht. Wat betekent dit voor gemeenten? Wanneer het digitaal procederen in het bestuursrecht en het civiele recht voor gemeenten zal gaan spelen is op dit moment nog niet bekend. De uitvoering van het Basisplan voor digitalisering van de rechtspraak vraagt om een aanpassing van de werkwijze van gemeenten wanneer zij procederen. Hoe groot de impact hiervan op de gemeentelijke bedrijfsvoering zal zijn is evenmin bekend,. Digitale veiligheid: Cybercrime en cybersecurity Wat wil het kabinet? Er is sprake van een permanente digitale dreiging. De weerbaarheid loopt hier soms op achter.