CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

15.1 Informatienota 2019 - 2 - bijlage Financiele scan gemeente Steenwijkerland.pdf

Raadsvergadering 22 januari 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken43.750 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Tabel 2.3.1 Gemeentelijke lastendruk meerpersoonshuishoudens (eigenaar-bewoner) vergeleken met de selectiegroep 2018 * Bron: Digitale COELO-atlas van de lokale lasten 2018 ** Bron: COELO *** Nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 387 de hoogste Uit bovenstaande gegevens komt naar voren, dat de woonlastendruk (gemeten aan een optelling van de OZB, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht) in Steenwijkerland in 2018 € 105 (afgerond) per meerpersoonshuishouden onder het gemiddelde van de selectiegroep ligt. Dit wordt vooral veroorzaakt door de onroerende zaak belastingen woningen die € 76 lager is dan het gemiddelde van de selectiegroep. De afvalstoffenheffing is € 39 lager dan het gemiddelde van de selectiegroep. Het gemiddelde tarief rioolrecht per woning is € 10 hoger. Ten opzichte van 2017 is het tarief rioolrecht in Steenwijkerland overigens met 10% gedaald. De gemeente Steenwijkerland neemt op basis van de lastendruk 2018 in het COELO- overzicht van gemeentelijke woonlasten 2018 plaats 40 in. De woonlasten zijn over de algehele linie dus relatief laag. Uit het kengetal “belastingcapaciteit” kwam dit ook al naar voren. In 2017 nam de gemeente plaats 141 op de ranglijst in. Dit suggereert dat er sprake is van een forse daling van de woonlasten ten opzichte van 2017.

Als gevolg van daling van het rioolrecht is er per saldo wel sprake van een daling van de totale woonlasten met circa 3,3% (zie blz. 70 begroting 2018). Dit verklaart niet het verschil van ruim 100 plekken in de ranglijst. COELO ging in 2017 uit van een tarief afvalstoffenheffing voor een meerpersoons- huishouding van € 254 ten opzichte van € 197 in 2018. Er is echter in 2018 geen sprake van een daling van de afvalstoffenheffing. Het lijkt erop, dat COELO in 2017 van een te hoog bedrag aan woonlasten voor Steenwijkerland is uitgegaan. Uitgaande van de door de gemeente berekende woonlasten op blz. 63 van de begroting 2017 zou de gemeente in het overzicht van gemeentelijke woonlasten 2017 plaats 42 innemen (i.p.v. 141). Voor de volledigheid zijn ook de woonlasten voor eenpersoonshuishoudens inzichtelijk gemaakt. Gemeenten Reinigingsrecht meerpersoons huishouden* (1) Rioolrecht meerpersoons huishouden* (3) OZB-tarief eigenaren woningen (5) Gemiddelde OZB-waarde woningen (6) Gemiddelde OZB opbrengst woningen** (5x6=7) Woonlasten meerpersoons huishouden (1+3+7) Verschil woonlasten meerpersoons huishouden t.o.v.

Steenwijkerland Landelijke rangorde meerpersoons huishouden*** Berkelland 189 337 0,1254 211.324 265 791 23,7% 278 Coevorden 277 204 0,1891 191.433 362 843 31,9% 335 De Fryske Marren 249 192 0,1281 205.308 263 704 10,1% 127 Noordoostpolder 255 174 0,1507 186.463 281 710 11,1% 133 Wijchen 208 178 0,1207 235.294 284 670 4,8% 78 Gemiddelde selectiegroep 236 217 0,1428 205.965 291 744 16,3% 190 Steenwijkerland 197 227 0,1065 201.878 215 639 40 Hoogste waarneming 1.234 387 Laagste waarneming 505 1 Gemiddelde waarneming 721 155 Duurste gemeente Bloemendaal Goedkoopste gemeente Oud-Beijerland 59 Tabel 2.3.2 Gemeentelijke lastendruk eenpersoonshuishoudens (eigenaar-bewoner) vergeleken met de selectiegroep 2018 Bij de eenpersoonshuishoudens ligt de woonlastendruk (gemeten aan een optelling van de OZB, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht) in Steenwijkerland in 2018 € 49 onder het gemiddelde van de selectiegroep. Ook hier wordt dit grotendeels veroorzaakt door de onroerende zaakbelasting en de afvalstoffenheffing. Het rioolrecht voor een eenpersoonshuishouden is hoger dan het gemiddelde in de selectiegroep. 2.4 Overige heffingen Voor wat betreft de heffingen kunnen naast de heffingen behorend tot het belastingpakket ook andere heffingen worden genoemd. Bijvoorbeeld de opbrengst per inwoner van secretarieleges, hondenbelasting, toeristenbelasting, reclamebelasting.

Vergelijking van de heffingen met het gemiddelde van de selectiegroep werd altijd gedaan op basis van gegevens van het CBS (IV-3). Echter door de invoering van taakvelden zijn lasten en baten van enkele belastingen niet meer één op één uit deze gegevens te herleiden. Daarom is onderzoek gedaan aan de hand van de begrotingen van de diverse gemeenten in de selectiegroep. De informatie uit de begrotingen van de gemeenten uit de selectiegroep bleek te beknopt om bruikbaar te zijn voor een brede vergelijking. Wel kwam naar voren dat vier van de vijf gemeenten uit de selectiegroep geen hondenbelasting heffen. De gemeente die dat wel doet (Wijchen) berekent een hoger tarief dan Steenwijkerland (€ 88,60 ten opzichte van tarief Steenwijkerland € 48,42). De toeristenbelasting wordt in alle gemeenten uit de selectiegroep geheven. Het gemiddelde tarief in 2017 is € 1,01 per overnachting tegenover € 1 in Steenwijkerland. Het tarief voor de omgevingsvergunningen 2018 is in Steenwijkerland lager dan dat van de gemeenten in de selectiegroep. Bedrag voor dakkapel € 10.000: Steenwijkerland € 256 en gemiddelde selectiegroep € 290. Bedrag voor uitbouw woning € 45.000: Steenwijkerland € 1.152 en gemiddelde selectiegroep € 1.196. Bedrag nieuwbouw woning € 140.000: Steenwijkerland € 3.584 en gemiddelde selectiegroep € 3.616.

In de begroting heeft de gemeente Steenwijkerland geen onderbouwing van de kostendekkendheid van leges opgenomen. Daarom kan niet worden bepaald of- en in welke mate er nog ruimte is om de leges te verhogen. De onderbouwing is overigens wel een verplicht onderdeel van de paragraaf lokale heffingen.15 15 Wijzigingsbesluit vernieuwing Besluit, Begroting en Verantwoording (BBV) maart 2016 Gemeenten Reinigingsrecht eenpersoons huishouden* (2) Rioolrecht eenpersoons huishouden* (4) OZB-tarief eigenaren woningen (5) Gemiddelde OZB-waarde woningen (6) Gemiddelde OZB opbrengst woningen** (5x6=7) Woonlasten eenpersoons huishouden (2+4+7) Berkelland 141 237 0,1254 211.324 265 643 Coevorden 230 204 0,1891 191.433 362 796 De Fryske Marren 192 114 0,1281 205.308 263 569 Noordoostpolder 217 174 0,1507 186.463 281 672 Wijchen 175 178 0,1207 235.294 284 637 Gemiddelde selectiegroep 191 181 0,1428 205.965 291 663 Steenwijkerland 172 227 0,1065 201.878 215 614 Hoogste waarneming 1.130 Laagste waarneming 431 Gemiddelde waarneming 654 Duurste gemeente Bloemendaal Goedkoopste gemeente Aalten 60 2.5 Conclusies Op de vraag ‘Doen zich tussen de gemeente Steenwijkerland en de selectiegroep verschillen voor ten aanzien van de belastingen en rechten en zo ja, in welke mate zijn deze verschillen te verklaren? kan het volgende worden geantwoord.

Woonlasten 2018 voor meerpersoonshuishoudens Bij de vergelijking van de gemeentelijke woonlastendruk voor burgers blijkt dat het totaal van de gemeentelijke woonlasten (OZB-woningen, reiniging en riolering) van een meerpersoonshuishouden in Steenwijkerland € 639 bedraagt. De gemiddelde woonlastendruk in 2018 in de selectiegroep bedraagt € 744. De woonlasten in Steenwijkerland zijn dus € 105 lager (-16,3%). Ook vergeleken met het landelijk gemiddelde (€ 721) is er sprake van een lager niveau aan woonlasten. Dit wordt vooral veroorzaakt door de OZB woningen die € 76 lager is dan het gemiddelde van de selectiegroep. De afvalstoffenheffing is € 39 lager dan het gemiddelde van de selectiegroep. Het tarief rioolrecht per meerpersoonshuishouden is echter € 10 hoger dan het gemiddelde van de selectiegroep. Gemeentelijke heffingen 2018 per inwoner zijn vergeleken met selectiegroep Door de invoering van taakvelden zijn lasten en baten van enkele belastingen niet meer één op één uit deze gegevens te herleiden. Daarom is onderzoek gedaan aan de hand van de begrotingen van de diverse gemeenten in de selectiegroep. De informatie uit de begrotingen van de gemeenten uit de selectiegroep bleek te beknopt om bruikbaar te zijn voor een brede vergelijking. Wel kwam naar voren dat vier van de vijf gemeenten geen hondenbelasting heffen.

De gemeente die dat wel doet berekent een hoger tarief dan Steenwijkerland (€ 88,60 ten opzichte van tarief Steenwijkerland € 48,42). De toeristenbelasting wordt in alle gemeenten uit de selectiegroep geheven. Het gemiddelde tarief in 2018 was € 1,01 per overnachting tegen over € 1 in Steenwijkerland. Het tarief voor de omgevingsvergunningen 2018 is in Steenwijkerland lager dan dat van de gemeenten in de selectiegroep. Redelijk peil artikel 12 Fvw voor 2018 Voorts is de feitelijke belastingopbrengst 2018 van de gemeente Steenwijkerland vergeleken met die van het zogenaamde belastingpakket zoals dat wordt gehanteerd bij de toelating tot artikel 12 van de Fvw voor 2018. Uit deze vergelijking blijkt dat de gemeente een opbrengst aan OZB genereert die circa € 4,2 miljoen lager is dan het normbedrag dat bij toelating voor art. 12 wordt gehanteerd. Op de afvalstoffen- en rioolheffing is daarnaast sprake van onderdekking van totaal € 2,45 miljoen. De gemeente betaalt dit bedrag dus uit de algemene middelen.

61 3 DE NETTOLASTEN VAN DE GEMEENTE STEENWIJKERLAND VERGELEKEN In dit hoofdstuk geven we antwoord op de vragen: Hoe verhouden de eigen inkomsten en de nettolasten van de gemeente Steenwijkerland zich in 2018 ten opzichte van de clusters van de algemene uitkering en hoe is dat beeld ten opzichte van de (gemeenten in de) selectiegroep? 3.1 Inleiding Vergelijking met gemeentefonds De gemeente is voor de inkomsten voor een belangrijk deel aangewezen op de algemene uitkering die van het rijk wordt ontvangen. In de begroting 2018 betreft de algemene uitkering (exclusief integratie-uitkering sociaal domein) circa 37% van de totale inkomsten van de gemeente (inclusief onttrekkingen aan de reserves). Inclusief integratie-uitkering sociaal domein is dit circa 58% van de totale inkomsten. De algemene uitkering wordt volgens een objectief verdeelstelsel verdeeld, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke kenmerken van de gemeente. In dit deel van het onderzoek is onderzocht of de gemeente hogere- of lagere eigen inkomsten en nettolasten heeft dan de algemene uitkering veronderstelt. Deze vergelijking tussen nettolasten en gemeentefondsverdeling sluit het best aan bij de specifieke kenmerken van een gemeente en is daardoor het belangrijkst.

In een begrotingsscan wordt de vergelijking met zichzelf als een belangrijke indicatie gezien voor de te nemen maatregelen om de financiële problemen te verminderen. Grote verschillen ten opzichte van de algemene uitkering en de selectiegroep kunnen bij een begrotingsscan dienen als input voor bezuinigingsdiscussies. De afwijkingen kunnen dan een zoekrichting geven bij het formuleren van noodzakelijke bezuinigingen. De financiële scan heeft deze insteek niet. Voor de gemeente kunnen hogere nettolasten (en ook lagere nettolasten) wel aanleiding zijn om na te gaan wat hieraan ten grondslag ligt. In de meeste gevallen zijn de lasten te relateren aan bewuste politieke beleidskeuzen, wat bijvoorbeeld heeft geleid tot een hoger voorzieningenniveau dan waarvan het gemeentefonds uitgaat. Ook keuzes in het financiële beleid van de gemeente (inzet reserves, mate van activeren, lange afschrijvingstermijnen etc.) en incidentele lasten die zich alleen dat jaar voordoen kunnen verschillen ten opzichte van de gemeentefondsuitkering veroorzaken. In sommige gevallen is de verklaring minder snel te geven. Dat zou voor de gemeente aanleiding kunnen zijn nader onderzoek te doen naar de reden van de hogere en lagere nettolasten. Sinds de begroting van 2017 moeten kosten van overhead als totaalbedrag op een aparte begrotingspost worden geraamd.

In de systematiek van de algemene uitkering wordt deze werkwijze echter niet gevolgd: de overhead is verdeeld over alle clusters van de algemene uitkering. Om een goede vergelijking van de nettolasten van de gemeente met de clusters van het gemeentefonds mogelijk te maken hebben de beheerders van het gemeentefonds de overhead (op basis van de door de gemeente geraamde salarislasten) weer terug verdeeld over de lasten van de taakvelden van de gemeente. Dit is echter een redelijk grove benadering, maar BZK geeft aan op dit moment geen betere methodiek te hebben. Nadeel van deze methodiek is echter dat een deel van de overhead alsnog op de centrale post overhead blijft staan, omdat er normaal gesproken ook een bedrag aan salarislasten in de kosten van overhead zitten. Daarom is in deze financiële scan de methode van de beheerders van het gemeentefonds niet volledig gevolgd. In deze scan zijn alle lasten van overhead wel verdeeld over de andere taakvelden op basis van de salarislasten op die taakvelden, maar daarbij zijn de salarislasten van het taakveld overhead buiten beschouwing gelaten. Op deze wijze wordt het volledige bedrag aan overhead verdeeld over de overige taakvelden. Voor een goede vergelijkbaarheid is dit niet alleen op de cijfers van Steenwijkerland toegepast, maar ook op de cijfers van de gemeenten in de selectiegroep (zie ook bijlage 3).

62 Vergelijking met nettolasten selectiegroep Voor de gemeente is het in eerste instantie vooral interessant om inzicht te hebben hoe de eigen nettolasten zich verhouden ten opzichte van de gemeentefondsuitkering. Vervolgens kan de vergelijking van de nettolasten van de gemeente met de nettolasten van de selectiegroep de gemeente helpen om de eigen nettolasten nader te duiden. Ook andere gemeenten kunnen namelijk meer of minder uitgeven dan het gemeentefonds veronderstelt. In bijlage 4 is de clustervergelijking op taakveldenniveau tussen de nettolasten van Steenwijkerland en van de selectiegroep opgenomen. Waar nodig wordt daar in de toelichtende tekst bij de inkomsten- en uitgaven clusters op ingegaan en/of naar verwezen. De in bijlage 4 opgenomen nettolasten op taakveldenniveau zijn de nettolasten van de taakvelden conform de begrotingen van de gemeenten. Dus exclusief overhead. De overhead staat op één taakveld (taakveld 0.4 ondersteuning organisatie). Daardoor zijn de cijfers tussen de gemeenten beter vergelijkbaar, omdat op de taakvelden alleen de direct toe te rekenen kosten worden vergeleken. Alleen structurele baten en lasten Op diverse taakvelden is sprake van incidentele lasten, wat vergelijking met de (structurele) gemeentefondsverdeling bemoeilijkt. Ook is de incidentele component in de nettolasten in de begroting 2018 relatief groot (circa € 4 miljoen)16.

Daarom zijn, voor een goede vergelijking met de algemene uitkering, de incidentele lasten uit het totaal van de lasten geëlimineerd. Dat geldt ook voor de onttrekkingen uit de reserves (inkomsten) waar deze incidentele lasten mee worden gedekt. Voor een goede vergelijkbaarheid met de selectiegroep zijn ook de incidentele lasten en baten bij deze gemeenten uit de cijfers van deze gemeenten geëlimineerd. De correcties hebben plaatsgevonden aan de hand van het in de begroting 2018 van de desbetreffende gemeente opgenomen overzicht van incidentele baten en lasten. Alleen bij de gemeente Berkelland zijn de lasten niet gecorrigeerd voor een incidentele component, omdat deze gemeente geen overzicht van incidentele baten en lasten in de begroting 2018 heeft opgenomen. Ambtelijk is desgevraagd door de gemeente Berkelland aangegeven, dat de begroting 2018 van Berkelland geen incidentele lasten bevat. In het vervolg van dit hoofdstuk worden dus voor zowel Steenwijkerland als de gemeenten uit de selectiegroep de structurele nettolasten gepresenteerd. 16 De incidentele lasten uit het bestedingsplan 2018 bedragen ruim € 3,4 miljoen, waarvan de toevoeging aan de voorziening groot onderhoud wegen ad € 1,5 miljoen en de kosten van de transitie naar één welzijnsorganisatie ad € 0,5 miljoen (beiden ten laste van de algemene reserve vrij besteedbaar) de grootste zijn.

Daarnaast is sprake van incidentele lasten van circa € 0,6 miljoen voor de uitvoeringsagenda binnenstad Steenwijk. Deze post is geen onderdeel van het bestedingsplan, maar wel opgenomen in de begroting 2018. 63 3.2 Nettolasten begroting 2018 van de gemeente Steenwijkerland ten opzichte van de clusters algemene uitkering 2018 Voordat u verder leest De vergelijkbaarheid van de lasten van gemeenten ten opzichte van de clusters uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds is vanaf 2017 sterk gewijzigd. De clusterindeling van het gemeentefonds is nieuw vanaf 2017. Daarnaast werken gemeenten vanaf 2017 voor het eerst met taakvelden, waar de lasten en baten naar moeten worden vertaald en aan het CBS worden aangeleverd. De toedeling naar (53) taakvelden is anders dan voorheen en ook de nieuwe taken voor het sociaal domein worden daar nu in meegenomen. De aan het CBS aangeleverde informatie wordt ondermeer gebruikt voor de vergelijking met de clusters van het gemeentefonds. Bij het opstellen van de financiële scans voor enkele andere gemeenten, die zijn opgesteld aan de hand van de begrotingen 2017 en de algemene uitkering 2017 kwam naar voren, dat de toedeling van de lasten en baten naar de nieuwe taakvelden nog niet volledig op de juiste wijze plaatsvond. Dat gold voor zowel de “scangemeenten” als de gemeenten in de selectiegroep.

Daarnaast is bij het opstellen van deze financiële scans de indruk ontstaan, dat ook het rijk bij het toerekenen van kosten aan clusters van de algemene uitkering en/of de toelichting daarop nog enige verfijning kan doorvoeren. Dit speelt vooral bij de clusters die betrekking hebben op het sociaal domein. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft desgevraagd bevestigd, dat verfijning binnen de clusters nog plaatsvindt. Vooral waar het gaat om het sociaal domein. Als gevolg van de integrale benadering zijn taakvelden en clusters niet meer één op één toe te delen. Momenteel lopen er diverse onderzoeken waarvan de uitkomst aanleiding tot verfijning kan zijn. BZK adviseert om de clusters met betrekking tot het sociaal domein in samenhang te bezien. Dit is in deze financiële scan ook gebeurd. Hoewel er van mag worden uitgegaan, dat in de begroting 2018 de toedeling van kosten naar de voorgeschreven taakvelden verder is verfijnd, moet er rekening mee worden gehouden dat dit nog niet 100% correct hoeft te zijn. Dit impliceert wel, dat de interpretatie van getallen, vooral met betrekking tot het sociaal domein, met enige terughoudendheid en vooral op hoofdlijnen moet plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt dit ook gedaan. Anderzijds is het niet zo dat de vergelijkingen in dit hoofdstuk geen waarde hebben.

Er komen zeker zaken naar voren die voor de gemeente een duiding kunnen geven voor het lastenniveau op bepaalde taakvelden. Of een aanleiding kunnen zijn om daar nader onderzoek naar te doen. 64 Tabel 3.2.1 Structurele nettolasten begroting 2018 in vergelijking met gemeentefondsuitkering 201817 + betekent lagere nettolasten dan gemeentefonds aangeeft en - hogere nettolasten In totaliteit is sprake van circa € 0,3 miljoen aan hogere structurele lasten dan het gemeentefonds veronderstelt. Tussen de clusters zijn echter wel verschillen te zien. Bestuur De lasten bij Bestuur en algemene ondersteuning (exclusief taakveld 0.4 overhead) zijn nagenoeg gelijk aan de algemene uitkering. Voorzieningen bevolking Bij voorzieningen bevolking is er per saldo sprake van een bedrag van € 1,1 miljoen (€ 25 per inwoner) minder structurele lasten ten opzichte van de algemene uitkering. Er is sprake van diverse clusters, waarbij de verschillen van de nettolasten ten opzichte van de algemene uitkering divers zijn. Dit is vooral het geval bij clusters die betrekking hebben op het sociaal domein. Bij de toelichting op deze clusters wordt hier nader op ingegaan. Bebouwing en omgeving Bij bebouwing en omgeving is per saldo sprake van € 28 per inwoner hogere structurele lasten (totaal € 1,2 miljoen).

Een deel daarvan wordt veroorzaakt door het verschil tussen de lasten en baten van riolering en afvalstoffenheffing. In hoofdstuk 2 is al aangegeven dat er in Steenwijkerland nog geen sprake is van kostendekkende tarieven. Een deel betaalt de gemeente dus uit de algemene middelen. Ook is sprake van hogere lasten bij Openbare orde en veiligheid. Op de hier genoemde afwijkingen ten opzichte van het gemeentefonds wordt, voor zover deze groter zijn dan € 15 per inwoner, ingegaan in hoofdstuk 3.3 en 3.4. 17 Stand algemene uitkering in de betaalmaand februari 2018 Nettolasten Steenwijker- land begroting 2018 (A) Gemeente- fonds 2018 (B) Verschil 2018 (C=B-A) Verschil per inwoner Steenwijker- land 2018 (=C/43.448) Verschil nettolasten en Gemeente- fonds per inwoner 2018 Uitgavenclusters algemene uitkering (bedrag x € 1.000) (bedrag x € 1.000) (bedrag x € 1.000) Selectie- groep Bestuur Bestuur en algemene ondersteuning 4.757 4.602 -155 -4 -42 Totaal Bestuur 4.757 4.602 -155 -4 -42 Voorzieningen bevolking Educatie 3.938 4.875 937 22 36 Cultuur en ontspanning 9.259 8.276 -983 -23 -18 Inkomen en participatie 11.357 13.228 1.871 43 -61 Samenkracht en burgerparticipatie 5.946 1.052 -4.894 -113 -105 Jeugd 9.524 11.316 1.792 41 11 Maatschappelijke ondersteuning 12.076 15.587 3.511 81 160 Volksgezondheid 1.495 335 -1.160 -27 -26 Totaal Voorzieningen bevolking 53.595 54.669 1.074 25 -3

Bebouwing en omgeving Openbare orde en veiligheid 4.381 3.849 -532 -12 16 Infrastructuur en gebiedsonwikkeling 12.604 12.621 17 0 4 Riolering en reiniging -887 -1.595 -708 -16 -17 Totaal Bebouwing en omgeving 16.098 14.875 -1.223 -28 3 Overige 0 23 23 1 -1 Totaal uitgavenclusters 74.450 74.169 -281 -6 -42 65 Hogere nettolasten ten opzichte van de algemene uitkering doen zich bij alle gemeenten voor. Gemeenten dekken de hogere lasten door het genereren van eigen inkomsten (waaronder belastingen) en onttrekkingen uit de reserves. Onttrekkingen uit reserves zijn echter in principe incidenteel van aard. Het feit dat Steenwijkerland in 2018 circa € 0,3 miljoen meer aan structurele nettolasten raamt dan het gemeentefonds veronderstelt en toch een (meer dan) sluitende begroting 2018 heeft kunnen realiseren duidt er op dat de gemeente ook meer inkomsten heeft dan het gemeentefonds veronderstelt. In onderstaande tabel wordt dit zichtbaar. Tabel 3.2.2 structurele nettobaten begroting 2018 in vergelijking met gemeentefondsuitkering 2018 + betekent hogere baten dan gemeentefonds aangeeft en - lagere baten Te zien is dat de gemeente via de onroerende zaakbelasting (OZB) en de overige eigen middelen (bijvoorbeeld dividend) de hogere nettolasten bekostigt.

Nu de reserves zijn ontdaan van de incidentele component (te weten een onttrekking van circa € 4 miljoen) is te zien dat er sprake is van een structurele toevoeging aan de reserves van circa € 0,7 miljoen. Dit betreft de winstneming op de grondexploitatie op basis van de oude regelgeving. De meerjarenraming van deze dotatie moet nog worden aangepast als gevolg van nieuwe regelgeving. Te zien is ook dat de gemeente in de begroting voor de algemene uitkering een lager bedrag raamt dan waar de gemeente recht op heeft. De gemeente heeft de raming van de algemene uitkering in de begroting 2018 gebaseerd op de op dat moment meest recente informatie, te weten de meicirculaire 2017. De in tabel 3.2.2 weergegeven algemene uitkering is gebaseerd op de decembercirculaire 2017 en de betaalmaand februari 2018. Bij het opstellen van de begroting 2018 was de informatie uit de decembercirculaire uiteraard nog niet beschikbaar. Dit voordeel zal bij de tussentijdse rapportages 2018 of in de jaarrekening 2018 naar voren komen. In tabel 3.2.1 en 3.2.2 is ook het verschil tussen de nettolasten en de gemeentefonds- uitkering van de selectiegroep zichtbaar gemaakt. In bijlage 3 vindt u de uitsplitsing per gemeente in de selectiegroep. Waar nodig wordt daar in de toelichtende tekst bij de inkomsten- en uitgaven clusters op ingegaan.

Nettobaten Steenwijker- land begroting 2018 (A) Gemeente- fonds 2018 (B) Verschil 2018 (C=B-A) Verschil per inwoner Steenwijker- land 2018 (=C/43.448) Verschil nettobaten en Gemeente- fonds per inwoner 2018 Inkomstenclusters algemene uitkering (bedrag x € 1.000) (bedrag x € 1.000) (bedrag x € 1.000) Selectie- groep Onroerende zaakbelastingen 6.230 5.656 574 13 66 Overige eigen middelen 1.191 0 1.191 27 -8 Inzet van de reserves -722 0 -722 -17 -12 Algemene uitkering 67.751 68.513 -762 -18 -4 Totaal inkomstenclusters 74.450 74.169 281 6 42 66 3.3 Toelichting inkomstenclusters In dit hoofdstuk worden de inkomstenclusters toegelicht, zoals opgenomen in tabel 3.2.2. Cluster Onroerende zaakbelastingen (OZB) In het gemeentefonds wordt de OZB verevend op basis van rekentarieven in procenten van de WOZ-waarde voor woningen en niet-woningen. Ook de baten en lasten voor de uitvoering van de wet WOZ en de lasten voor de heffing en invordering van de OZB zijn onderdeel van dit cluster. De hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds hangt ook af van de belastingcapaciteit van een gemeente. Het idee daarachter is: hoe meer geld een gemeente aan onroerende zaakbelastingen kan genereren, des te minder geld uit het gemeentefonds nodig is. De belastingcapaciteit is afhankelijk van de waarde van de onroerende zaken in een gemeente.

Hoe hoger de waarde, hoe hoger de belastingcapaciteit, hoe hoger de ‘OZB- aftrekpost’ in de algemene uitkering. Bij de berekening van de ‘OZB-aftrekpost’ wordt een voor alle gemeenten gelijk rekentarief gebruikt. Het rekentarief wordt bepaald op basis van een uniform percentage van de WOZ-waarde. Door de tarieven van Steenwijkerland in 2018 af te zetten tegen het rekentarief kan worden bepaald in hoeverre de gemeente meer of minder inkomsten genereert. Tabel 3.3.1 OZB tarieven 2018 Steenwijkerland versus rekentarieven gemeentefonds *Zie bladzijde 11 meicirculaire 2017 Gemeentefonds. Bij de woningen en de niet-woningen hanteert de gemeente een hoger percentage dan het rekentarief dat wordt gehanteerd bij de berekening van de ‘OZB-aftrekpost’ in de algemene uitkering. Steenwijkerland raamt in 2018 raamt per saldo € 0,6 miljoen (€ 13 per inwoner) meer baten op dit onderdeel dan het bedrag aan belastingcapaciteit dat op de gemeentefondsuitkering in mindering wordt gebracht. Bij de selectiegroep is het verschil in 2018 ten opzichte van het gemeentefonds hoger, namelijk gemiddeld € 2,9 miljoen (€ 66 per inwoner). De gemeenten in de selectiegroep heffen dus meer OZB dan Steenwijkerland. Ook op taakveldniveau is zichtbaar (bijlage 4) dat de selectiegroep meer OZB per inwoner heft dan Steenwijkerland, vooral bij de woningen.

Dit bevestigt het beeld uit hoofdstuk 2.2, dat Steenwijkerland over een ruime onbenutte belastingcapaciteit beschikt. Zowel de OZB woningen als de OZB niet-woningen is lager dan het gemiddelde uit de selectiegroep, maar er is vooral sprake van een de lagere opbrengst OZB op woningen. De gemeente geeft aan, dat het gemeentelijk beleid is om de lokale lasten niet meer dan trendmatig te verhogen. In het recente Coalitieakkoord ‘Door verbinding naar resultaat’ is dat wederom als uitgangspunt genomen: De lokale lasten worden jaarlijks trendmatig aangepast en stijgen niet meer. Steenwijkerland Woningen Niet- woningen gebruikers Niet- woningen eigenaren Tarief als percentage van de WOZ-waarde (tarief 2018 gemeente) 0,1065 0,1504 0,1861 Rekentarieven gemeentefonds als percentage van de WOZ-waarde* 0,1054 0,1259 0,1562 67 Cluster Overige eigen middelen (OEM) Tot het cluster OEM behoort een groot aantal taakvelden. Deze taakvelden hebben veelal betrekking op baten. Het gaat bijvoorbeeld om de overige gemeentelijke belastingen, maar ook om ontvangen dividenden en mutaties grondexploitaties. Voor wat betreft de OEM is het van belang om rekening te houden met het gegeven dat de feitelijke bedragen niet afgezet worden tegen een ijkpunt.

Het gemeentefonds gaat dus uit van een niveau nihil, ondanks het feit dat bij de totstandkoming van de verdeling van het gemeentefonds in 1997 er vanuit is gegaan dat gemeenten een zeker bedrag aan OEM genereren. Deze OEM bedroeg circa 5,4% van de uitgavenmaatstaven. Deze OEM is indertijd, via een verlaging van de bedragen per eenheid van de verdeelmaatstaven, betrokken bij de verdeling. Dit betekent dat het totaal van de genormeerde nettolasten afgerond 5% lager werd geschat dan dat zij in feite zijn. Dit verklaart deels al de hogere nettolasten van de gemeente ten opzichte van de gemeentefondsuitkering. De feitelijke OEM komt in de gemeente Steenwijkerland uit op een bedrag van circa € 2,8 miljoen (exclusief overhead en exclusief € 0,6 miljoen batig saldo begroting 2018) ofwel circa € 65 per inwoner.18 Als de 5,4% op de huidige omvang van de uitgavenclusters zou worden toegepast, zou de OEM voor Steenwijkerland uitkomen op een bedrag van circa € 4 miljoen (€ 74,2 miljoen x 5,4%). Dit betekent dat het bedrag van de OEM dat de gemeente Steenwijkerland genereert lager is dan het bedrag dat het gemeentefonds veronderstelt. De inkomsten uit Overige Eigen Middelen vinden overigens ook hun weerslag in extra uitgaven op diverse clusters. Zo worden lagere lasten door renteverlaging ook zichtbaar door lager renteresultaat op treasury in cluster OEM.

Tabel 3.3.2 Overige eigen middelen (OEM) exclusief overhead (bedragen per inwoner) Bedragen met een –teken zijn lasten Hoewel Steenwijkerland minder Overige Eigen Middelen (OEM) genereert dan het gemeentefonds veronderstelt, is er ten opzichte van de selectiegroep in totaliteit sprake van een hoger bedrag aan Overige Eigen Middelen. Dit wordt vooral veroorzaakt door het taakveld treasury en het taakveld fysieke bedrijfsinfrastructuur (ondermeer grondexploitaties bedrijventerreinen). De baten bij treasury betreffen vooral dividendopbrengsten (€ 56 per inwoner), waarvan de dividenduitkering van Rendo Meppel de grootste is. De baten bij het taakveld fysieke bedrijfsinfrastructuur betreffen opbrengst kavels voor bedrijventerreinen. 18 In tabel 3.2.2 is een bedrag van € 1,2 miljoen aan OEM opgenomen. Dit is echter inclusief het batig saldo begroting 2018 (circa € 0,6 miljoen) en inclusief overhead. Deze bedragen verlagen het totaal van de overige eigen middelen. De bedragen in tabel 3.3.2 zijn, voor een betere vergelijkbaarheid met de selectiegroep, exclusief deze beiden componenten.

Taakvelden cluster Overige eigen middelen (OEM) Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0 0 -6 -15 -10 -7 -21 -15 0.5 Treasury 31 38 6 8 38 23 65 42 0.64 Belastingen Overig 0 -1 1 0 9 2 5 3 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) 0 0 0 -3 0 -1 0 1 2.3 Recreatieve havens 0 0 -6 -1 0 -2 0 1 3.1 Economische ontwikkeling 0 -44 -6 -1 -9 -10 -9 1 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 0 0 -3 -3 0 -1 9 11 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen -2 4 -2 -15 7 -2 0 2 3.4 Economische promotie -11 44 30 -1 -4 11 11 0 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 0 0 2 2 17 4 6 2 Totaal 18 41 16 -28 46 17 65 49 68 Wat verder opvalt, zijn de hoge lasten ten opzichte van de selectiegroep bij het taakveld beheer overige gebouwen en gronden. Tot dit taakveld behoren taken met betrekking tot onroerend goed dat niet in exploitatie is en niet aan een specifiek beleidsveld is toe te delen: beheer, verhuur, instandhouding van gebouwen, gronden en landerijen die de gemeente (al of niet tijdelijk) in bezit heeft en niet in exploitatie neemt. Een voorzichtige conclusie zou kunnen zijn, dat er geen sprake is van (volledige) kostendekkende exploitatie van deze eigendommen.

Mutaties reserves Het cluster Reserves is niet geijkt, omdat uiteindelijk onttrekkingen en toevoegingen aan reserves elkaar in evenwicht houden (een gemeente kan niet meer uit reserves onttrekken dan er ooit aan is toegevoegd). Reserves worden voornamelijk ingezet ter dekking van incidentele lasten. Steenwijkerland onttrekt in 2018 per saldo € 3,2 miljoen aan de reserves. Dit betreft vooral dekking van incidentele lasten uit het bestedingsplan ten laste van de algemene reserve vrij besteedbaar. Als deze onttrekkingen buiten beschouwing worden gelaten resteert een structurele toevoeging aan reserves van circa € 0,7 miljoen. Cluster Uitkering gemeentefonds Dit cluster omvat uitsluitend het begrotingstaakveld algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds. Uit tabel 3.2.2 blijkt dat de gemeente een lager bedrag aan algemene uitkering op dit cluster in de begroting 2018 heeft geraamd dan het bedrag waarvan het gemeentefonds uitgaat. Bij de toelichting bij tabel 3.2.2 is aangegeven dat het verschil wordt veroorzaakt door het feit dat in de financiële scan actuelere cijfers van de algemene uitkering konden worden gehanteerd. Bij het opstellen van de begroting 2018 was die informatie uiteraard nog niet beschikbaar. Dit voordeel zal bij de tussentijdse rapportages 2018 of in de jaarrekening 2018 naar voren komen.

Op taakveldniveau is zichtbaar (bijlage 4) dat Steenwijkerland ten opzichte van het gemiddelde van de door de selectiegroep geraamde algemene uitkering een hogere algemene uitkering per inwoner ontvangt. De reden hiervan is, dat Steenwijkerland een hogere vergoeding voor het Sociaal Domein ontvangt. Het gemiddelde van de selectiegroep ligt op € 4,1 miljoen minder vergoeding Sociaal Domein. De gemeente Steenwijkerland komt gunstig uit het objectieve verdeelmodel. Tegenover deze extra inkomsten staan overigens ook extra lasten. 69 3.4 Toelichting uitgavenclusters Zoals in hoofdstuk 3.2 is aangegeven (zie ook tabel 3.2.1 op bladzijde 64), zijn de nettolasten van de gemeente en de gemeentefondsuitkering in deze financiële scan geclusterd naar drie hoofdclusters: Bestuur, Voorzieningen bevolking en Bebouwing en omgeving Bestuur Hieronder valt het cluster Bestuur en algemene ondersteuning Cluster Bestuur en algemene ondersteuning Het gaat bij dit cluster om de nettolasten van bestuur (de raad en het college, de griffie, regionale, landelijke en internationale bestuurlijke samenwerking, de lokale rekenkamer, lokale ombudsfunctie en de accountantscontrole), burgerzaken (inclusief verkiezingen), ondersteuning organisatie en overige baten en lasten. De overige baten en lasten betreffen stelposten, taakstellende bezuinigingen, begrotingsruimte en de post onvoorzien.

Steenwijkerland heeft € 4 per inwoner hogere nettolasten dan waar het gemeentefonds vanuit gaat, een gering verschil dus. Wel wordt hierbij aangetekend dat de lasten van overhead (ondersteuning organisatie) niet in nettolasten van dit cluster zitten. Zoals in de inleiding onder 3.1 is gemeld, is het totale bedrag aan overhead, ten behoeve van een betere vergelijkbaarheid van de nettolasten met de algemene uitkering, verdeeld over de andere taakvelden. Dit is gebeurd op basis van de op die taakvelden geraamde salarislasten. In bijlage 4 is te zien dat de lasten van overhead hoger zijn dan het gemiddelde van de selectiegroep (taakveld 0.4 ondersteuning organisatie). Deze zijn circa € 3,5 miljoen hoger dan het gemiddelde van de selectiegroep. Dit bevestigt het beeld uit hoofdstuk 1.12 waarin werd geconstateerd dat de overhead zowel als percentage van de omzet als bedrag per inwoner hoger is dan het gemiddelde van de selectiegroep. Voorzieningen Bevolking Hieronder vallen diverse clusters, waaronder ook de clusters met betrekking tot het sociaal domein. Cluster Educatie Het cluster Educatie heeft betrekking op de taakvelden openbaar basisonderwijs, onderwijshuisvesting en onderwijsbeleid en leerlingenzaken. Onder laatstgenoemd taakveld vallen ook lasten en baten van volwasseneneducatie, peuterspeelzalen, leerlingenvervoer en leerplicht.

De gemeente geeft circa € 0,9 miljoen minder uit dat het gemeentefonds veronderstelt. Ook het lastenniveau van de selectiegroep bevindt zich gemiddeld op een lager niveau dan de gemeentefondsuitkering. In principe heeft de gemeente hierdoor dus ruimte om (een deel van) de extra lasten van het onderwijshuisvestingsplan op te vangen. Echter de ruimte die is ontstaan doordat de gemeente minder structurele lasten op de taakvelden van het cluster educatie raamt dan het gemeentefonds veronderstelt, is geen begrotingsruimte. Deze is namelijk al ingezet ten gunste van andere beleidsdoelen van de gemeente. Bij onderwijshuisvesting is ten opzichte van de selectiegroep sprake van lagere lasten. Bij onderwijsbeleid en leerlingzaken van hogere lasten. De gemeente geeft als mogelijke verklaring voor de relatief hoge lasten op onderwijsbeleid en leerlingzaken ten opzichte van de selectiegroep, dat Steenwijkerland relatief veel uitgeeft aan voorschoolse educatie. De verwachting is, dat als de besluitvorming over het Integraal Huisvestingsplan (IHV) is afgerond en de financiële consequenties voor de middellange termijn helder zijn, de lasten op dit cluster de komende jaren zullen stijgen.

70 Cluster Cultuur en ontspanning De lasten voor dit cluster worden in het algemeen voornamelijk bepaald door lasten voor schouwburgen en theaters, subsidies aan betreffende personen en instellingen, bibliotheken, muziek- en vormingsonderwijs, sportaccommodaties (binnensport en buitensport), zwembaden en openbaar groen. De hoogte van deze nettolasten hangt mede samen met de omvang/ligging van een gemeente ten opzichte van andere gemeenten. Kleine gemeenten geven in het algemeen relatief minder uit op dit cluster, grote gemeenten (met centrumfunctie) relatief meer. Dit aspect wordt in de verdeelmaatstaven gehonoreerd. De omvang van dit cluster wordt in belangrijke mate ook bepaald door het eigen beleid van de gemeente. Op dit cluster is sprake van € 23 hogere lasten per inwoner ten opzichte van het gemeentefonds. Dit is redelijk in lijn met de hogere lasten per inwoner (€ 18) die bij de selectiegroep is te zien. Overige clusters Voorzieningen Bevolking Hieronder vallen de clusters met betrekking tot het sociaal domein. Steenwijkerland ontvangt in 2018 een integratie-uitkering sociaal domein van circa € 24 miljoen. De inkomsten in de overige clusters voorziening bevolking betreffen echter niet alleen de integratie-uitkering sociaal domein. Hier zitten ook middelen in die via deze clusters onderdeel uitmaken van de algemene uitkering.

In aansluiting op de nieuwe taakvelden van het BBV worden binnen het sociaal domein de volgende clusters onderscheiden19  Inkomen en participatie (inkomensregelingen, begeleide participatie en arbeidsparticipatie).  Samenkracht en burgerparticipatie (wijkteams en overige samenkracht en burgerparticipatie);  Maatschappelijke ondersteuning (maatwerkvoorzieningen, maatwerkdienstverlening 18+ en geëscaleerde zorg 18+);  Jeugd (maatwerkdienstverlening 18-, geëscaleerde zorg 18-);  Volksgezondheid. Cluster Inkomen en participatie Onder het taakveld inkomensregelingen vallen alle inkomens- en bijstandsvoorzieningen, zoals IOAW (Wet inkomensvoorzieningen oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werklozen werknemers), IOAZ (Wet inkomensvoorzieningen ouder en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen), besluit bijstandsverlening zelfstandigen, minima en gemeentelijk armoedebeleid. Begeleide participatie betreft voorzieningen ter bevordering van maatschappelijke participatie die niet zijn gericht op doorstromen naar arbeid, zoals beschut werken, sociale werkvoorzieningen en dagbesteding. Arbeidsparticipatie betreft alle op arbeid gerichte participatie- en re-integratievoorzieningen.

Cluster Samenkracht en burgerparticipatie Tot het taakveld wijkteams behoren alle loketvoorzieningen gericht op het identificeren van eigen kracht en het geleiden naar de juiste vorm van individuele ondersteuning, zoals voorlichting, advisering, cliëntondersteuning, toegang tot 1e en 2e lijnsvoorzieningen, preventie en vroegsignalering. Cluster Jeugd Tot taakveld Maatwerkdienstverlening 18- behoren begeleiding 18-, jeugd- en opvoedhulp, jeugd-GGZ, jeugdzorg aan verstandelijk beperkten, vervoer (18-), PGB Jeugd, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf voor de doelgroep 18- en jeugdzorg-plus (gesloten jeugdhulp). Tot het taakveld Geëscaleerde zorg 18- behoren kinderbeschermingsmaatregelen, aanpak kindermishandeling, jeugdreclassering, opvang (18-), vrouwenopvang/huiselijk geweld (Veilig Thuis) (18-), beschermd wonen (18-), programma's rond verslaving (18-), PGB jeugd, individuele maatwerkdienstverlening voor jeugdigen 18- in opvangvoorziening 19 Bron Periodiek Onderhoudsrapport Gemeentefonds 2018 (POR 2018, bijlage bij de rijksbegroting 2018 onderdeel gemeentefonds) 71 en ouderbijdragen.

Cluster Maatschappelijke ondersteuning Tot het taakveld Maatwerk-voorzieningen (WMO), horen materiële voorzieningen om zelfstandig te kunnen functioneren (WMO) voor mensen met fysieke beperkingen die op basis van een beschikking verstrekt worden: huisautomatisering, woningaanpassingen, hulpmiddelen, overige voorzieningen gehandicapten en eigen bijdragen. Tot het taakveld Maatwerkdienstverlening 18+ behoort dienstverlening aan individuele cliënten met een beperking (fysiek/psychisch) die zelfstandig wonen en die ondersteuning behoeven. Voorbeelden zijn individuele begeleiding, huishoudelijke verzorging, individueel vervoer, financiële tegemoetkoming voor personen met een fysieke beperking, schuldhulpverlening, PGB WMO en eigen bijdragen. Tot het taakveld geëscaleerde zorg 18+ behoren vrouwenopvang, aanpak huiselijk geweld (Veilig thuis), beschermd wonen voor personen met psychische of psychosociale problemen, inloopfunctie GGZ, maatschappelijke opvang voor cliënten met een meervoudige problematiek, waaronder verslaving en WMO maatwerkdienstverlening en - maatwerkvoorzieningen bij opvang. Cluster Volksgezondheid Hieronder valt onder meer uitvoering van preventieprogramma's, bestrijding van infectieziekten en aanbieden van vaccinaties, het geven van voorlichting, advies en begeleiding, Centra voor Jeugd en Gezin en ambulance en ziekenvervoer.

In hoofdstuk 3.2 is aangegeven dat de verdeling van de lasten naar taakvelden de komende jaren wellicht nog moet worden verfijnd en dat ook het rijk bij het toerekenen van kosten aan clusters van de algemene uitkering en/of de toelichting daarop nog enige verfijning kan doorvoeren. Dit speelt vooral bij de clusters die betrekking hebben op het sociaal domein. Uit het POR 2018 (periodiek onderhoudsrapport gemeentefonds) komt ook naar voren, dat diverse gemeenten op de taakvelden die behoren tot de clusters Maatschappelijke ondersteuning en Jeugd budgetten verantwoorden die betrekking hebben op het cluster Inkomen en participatie en vice versa. Daarom moeten de clusters ‘Inkomen en Participatie’, ‘Samenkracht en burgerparticipatie’, ‘Jeugd’, ‘Maatschappelijk ondersteuning’ en ook ‘Volksgezondheid” in samenhang worden bezien. Tabel 3.4.1 Uitgavenclusters in samenhang Te zien is dat er in totaliteit sprake is van een lagere structurele last van € 1,1 miljoen ofwel € 26 per inwoner. Als het onderdeel “volksgezondheid” buiten beschouwing wordt gelaten is er zelfs sprake van € 53 lagere lasten per inwoner (€ 2,3 miljoen). Dit past in het beeld van de afgelopen jaren, dat de gemeente de voor de taken van het sociaal domein ontvangen gelden niet volledig heeft besteed. Ook in de begroting 2018 is dus sprake van financiële ruimte binnen dit domein.

Deze ruimte wordt echter wel ingezet voor andere beleidsdoelen van de gemeente. Nettolasten Steenwijker- land begroting 2018 (A) Gemeente- fonds 2018 (B) Verschil 2018 (C=B-A) Verschil per inwoner Steenwijker- land 2018 (=C/43.448) Verschil nettolasten en Gemeente- fonds per inwoner 2018 Uitgavenclusters algemene uitkering (bedrag x € 1.000) (bedrag x € 1.000) (bedrag x € 1.000) Selectie- groep Inkomen en participatie 11.357 13.228 1.871 43 -61 Samenkracht en burgerparticipatie 5.946 1.052 -4.894 -113 -105 Jeugd 9.524 11.316 1.792 41 11 Maatschappelijke ondersteuning 12.076 15.587 3.511 81 160 Volksgezondheid 1.495 335 -1.160 -27 -26 Totaal 40.398 41.518 1.120 26 -21 72 Bij de selectiegroep is sprake van hogere structurele lasten ten opzichte van het gemeentefonds, wat overigens bijna volledig wordt veroorzaakt door het onderdeel Volksgezondheid. In het algemene (landelijke) beeld is, dat bijvoorbeeld bij jeugdzorg overschotten omslaan in tekorten. De verschillen tussen beschikbaar budget en besteed budget binnen het Sociaal Domein worden daardoor naar verwachting kleiner. In tabel 3.4.2 is de ontwikkeling van de in de begroting geraamde structurele nettolasten met betrekking tot de clusters sociaal domein weergegeven in de jaren 2017 en 2018. Overigens is het totaalbedrag 2018 (€ 37 miljoen) lager dan het totaal van de nettolasten in tabel 3.4.1.

De reden hiervan is dat in tabel 3.4.1 overhead is toegerekend (totaal € 3,4 miljoen) aan de nettolasten op basis van de door de gemeente op deze clusters geraamde salarislasten. Dit, omdat het gemeentefonds uitgaat van nettolasten inclusief overhead. Te zien is dat de nettolasten afnemen, vooral door lagere nettolasten op het cluster Inkomen en participatie. De vergoeding voor deze clusters uit de algemene uitkering is echter nagenoeg gelijk gebleven (2017: € 41,4 miljoen, 2018: € 41,5 miljoen – zie tabel 3.4.1). Conclusie is dat een groter deel van de gelden binnen dit domein (bijvoorbeeld BUIG gelden) in 2018 is ingezet voor andere beleidsvelden. Tabel 3.4.2 Geraamde lasten Sociaal Domein (exclusief overhead) begroting 2017 en begroting 2018 (bedragen x € 1 miljoen) Bron: Bijlage 2 “Resultaat programmabegroting per taakveld” begroting 2018 gemeente Steenwijkerland (blz.120). De vergelijking met de referentiegemeenten (bijlage 4) laat zien dat de structurele nettolasten van Steenwijkerland op de clusters inkomen en participatie en samenkracht en burgerparticipatie lager zijn en de structurele nettolasten op de clusters jeugd en maatschappelijke ontwikkelingen hoger zijn. Hier staat dan ook de hogere vergoeding uit de algemene uitkering tegenover. De nettolasten bij volksgezondheid komen redelijk overeen.

Bij het cluster Volksgezondheid is het verschil van de gemeente met het gemeentefonds € 27 per inwoner, ofwel € 1,2 miljoen hogere nettolasten dan de gemeentefondsuitkering. Dat is substantieel gelet op het feit dat de gemeentefondsuitkering op dit cluster “slechts” € 0,3 miljoen bedraagt. Ook bij de selectiegroep is sprake van hogere lasten ten opzichte van de algemene uitkering. De gemeente geeft als verklaring dat Steenwijkerland relatief veel uitgeeft aan de GGD. Clusters Taak- veld Naam Begroting 2017 Begroting 2018 Inkomen en participatie 6.3 Inkomensregelingen 4,1 2,2 6.4 Begeleide participatie 8,4 7,6 6.5 Arbeidsparticipatie 2,2 1,4 14,7 11,2 Samenkracht en burgerparticipatie 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 3,4 2,7 6.2 Wijkteams 1,5 1,6 4,9 4,3 Jeugd 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- 8,8 8,8 6.82 Maatwerkdienstverlening 18- 0,3 0,3 9,1 9,1 Maatschappelijke ondersteuning 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 1,3 1,3 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 9,1 9,6 6.81 Maatwerkdienstverlening 18+ 0,1 0,1 10,4 11,0 Volksgezondheid 7.1 Volksgezondheid 1,5 1,4 Totaal Sociaal Domein 40,7 37,0 73 Bebouwing en omgeving Hieronder vallen de clusters Openbare orde, infrastructuur en gebiedsontwikkeling en veiligheid en riolering en reiniging.

Bij de clusters openbare orde en veiligheid (de taakvelden crisisbeheersing en brandweer en openbare orde en veiligheid) en infrastructuur en gebiedsontwikkeling is de afwijking ten opzichte van de algemene uitkering van minder dan € 15 per inwoner, namelijk € 12 hogere lasten per inwoner respectievelijk € 0 hogere lasten per inwoner. De gemeente bracht de investeringen met maatschappelijk nut tot en met 2016 direct ten laste van de reserves. Hierdoor zijn er in het verleden geen kapitaallasten op de betreffende taakvelden in het cluster infrastructuur en gebiedsontwikkeling geraamd. Vanaf 2017 is dit niet meer toegestaan. De verwachting is dan ook, dat de structurele lasten op deze taakvelden de komende jaren zullen toenemen. Cluster Riolering en reiniging Het cluster Riolering en reiniging bevat de gemeentelijke taken ten aanzien van afvalwater en de waterhuishouding en de inzameling en verwerking van bedrijfs- en huishoudelijk afval. Voor dit cluster geldt binnen het gemeentefonds het uitgangspunt dat de lasten door taakgerelateerde baten moeten worden gedekt. Daarmee spelen deze lasten in het verdeelstelsel geen rol, met uitzondering van het aspect van de BTW. Omdat de gemeenten BTW kunnen terugvragen via het BTW compensatiefonds (BCF) is het gemeentefonds daarvoor navenant gekort. De netto baten zijn lager dan waarmee bij het gemeentefonds wordt gerekend.

Dit duidt er op dat de gemeente minder lasten aan riolering en/of afval doorbelast dan de gemeente feitelijk op deze taakvelden heeft. In hoofdstuk 2 is al aangegeven dat er in Steenwijkerland nog geen sprake is van kostendekkende tarieven. Een deel betaalt de gemeente dus uit de algemene middelen. 3.5 Conclusies en aanbevelingen Net als alle gemeenten, heeft Steenwijkerland meer nettolasten dan waar de vergoeding uit het gemeentefonds in voorziet. De structurele lasten zijn echter maar circa € 0,3 miljoen hoger dan waar het gemeentefonds van uit gaat. Op een totaal van € 74,5 miljoen aan structurele nettolasten is dat niet substantieel. Het gemeentefonds gaat op voorhand ook al uit van hogere gemeentelijke lasten, omdat het rekening houdt met het feit dat gemeenten OZB heffen en ook overige eigen inkomsten (OEM) hebben. De gemeente raamt jaarlijks echter wel een redelijk groot bedrag aan incidentele lasten (ondermeer het bestedingsplan), dat de gemeente dekt ten laste van de reserves. Voor de vergelijking met het gemeentefonds zijn deze incidentele lasten uit de cijfers geëlimineerd. In deze scan is op diverse plekken (bijvoorbeeld in hoofdstuk 1.4 “flexibiliteit van de begroting”) geconstateerd, dat de gemeente voor het dekken van incidentele lasten afhankelijk is van de reservepositie.

In hoofdstuk 1.7 “het financieel beleid ten aanzien van de reserves” is geconstateerd dat zowel de bestemmingsreserves als de algemene reserve vrij besteedbaar de komende jaren in omvang afnemen, waardoor ook de incidentele dekkingsmiddelen afnemen. Hoewel er in totaal maar sprake is van een bedrag van circa € 0,3 miljoen hogere structurele lasten dan waar het gemeentefonds van uit gaat, zijn tussen de uitgavenclusters onderling wel verschillen te zien. Zo geeft de gemeente op de clusters van het sociaal domein en het cluster educatie minder uit dan het gemeentefonds veronderstelt. Bij het cluster cultuur en ontspanning en het cluster openbare orde en veiligheid is daarentegen sprake van hogere structurele nettolasten. Omdat de begroting sluitend is, met een gering overschot in 2018, betekent dit dat ruimte in het ene cluster wordt ingezet voor beleidsdoelen in andere clusters. Dit is overigens 74 toegestaan, omdat de gemeente vrij is om de algemene uitkering naar eigen inzicht te besteden. Belangrijkste randvoorwaarde is wel, dat er sprake moet zijn van een structureel (en reëel) sluitende begroting. De vergelijkbaarheid van de lasten van gemeenten ten opzichte van de clusters uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds is vanaf 2017 sterk gewijzigd. Dit kan tot gevolg hebben dat nog niet alle lasten en baten aan de juiste taakvelden zijn toegerekend.

Uit het POR 2018 (periodiek onderhoudsrapport gemeentefonds) komt bijvoorbeeld ook naar voren, dat diverse gemeenten op de taakvelden die behoren tot clusters Maatschappelijke ondersteuning en Jeugd budgetten verantwoorden die betrekking hebben op het cluster Inkomen en participatie en vice versa. Deze clusters moeten dus in samenhang met elkaar worden bezien. BZK adviseert om de clusters met betrekking tot het sociaal domein in samenhang te bezien. Dit is in deze financiële scan ook gebeurd. Indien uit de controle op de juiste toerekening van kosten naar de voorgeschreven taakvelden naar voren komt dat hierin correcties nodig zijn, kan worden overwogen om de vergelijking van de nettolasten en het gemeentefonds de komende twee jaar, of eenmalig op basis van de begroting 2019, nogmaals uit te voeren. Zo kan, los van het totale verschil van de nettolasten met de algemene uitkering, worden bepaald of de verschillen tussen clusters onderling daardoor minder groot zijn. Op die wijze kan, indien gewenst, worden ingezoomd op grote (> € 15 per inwoner) verschillen die structureel blijken te zijn.

75 Bijlage 1: Vergelijking volumina structuurkenmerken algemene uitkering 2018 met de selectiegroep 76 Redelijk 20001 - 50000 Inwoners: 43.448 Inwoners: 43.706 Redelijk Nettolasten Nettolasten per inwoner Nettolasten Nettolasten per inwoner Verschil per inwoner Verschil absoluut Nettolasten per inwoner Verschil per inwoner Verschil absoluut Nettolasten per inwoner Verschil per inwoner Verschil absoluut Nettolasten per inwoner Verschil per inwoner Verschil absoluut ( x € 1.000 ) ( x € 1) ( x € 1.000 ) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1.000 ) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1.000 ) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1.000 ) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1.000 ) waarde_woningen_eigenaar -3.150 -73 -3.104 -71 -2 -87 -75 2 100 -83 10 431 -70 -3 -127 waarde_niet_woningen_gebruiker -724 -17 -868 -20 3 130 -18 1 29 -18 1 27 -19 2 72 waarde_niet_woningen_eigenaar -1.006 -23 -1.240 -28 5 217 -24 1 40 -24 1 28 -25 2 96 inwoners 10.065 232 10.125 232 0 0 232 0 15 232 0 15 232 0 15 kernen_met_500_adressen_of_meer 669 15 519 12 3 130 8 7 299 9 6 261 5 10 436 Belastingcapaciteit_niet_woningen_eigenaren_in_mln 370 9 455 10 -1 -43 9 0 9 9 0 14 9 0 -11 inwoners_kl_20_jaar 3.642 84 3.717 85 -1 -43 81 3 129 83 1 62 87 -3 -136 inwoners_gr_64_jaar 1.101 25 1.084 25 0 0 25 0 -16 25 0 -1 22 3 124 inwoners_75___85_jaar 115 3 109 2 1 43 3 0 17 3 0 19 2 1 31 lage_inkomens 277 6 252 6 0 0 6 0 -1 6 0 20 6 0 -1 lage_inkomens_drempel 2.853

66 2.520 58 8 348 61 5 211 54 12 519 62 4 163 bijstandsontvangers 2.894 67 2.529 58 9 391 56 11 485 48 19 829 72 -5 -215 uitkeringsontvangers 405 9 364 8 1 43 9 0 -7 8 1 31 10 -1 -53 minderheden 427 10 515 12 -2 -87 16 -6 -249 18 -8 -337 25 -15 -636 minderheden (drempel) 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 eenouderhuishoudens 352 8 348 8 0 0 9 -1 -30 9 -1 -29 9 -1 -25 huishoudens 2.635 61 2.614 60 1 43 62 -1 -25 61 0 13 61 0 9 klantenpotentieel_lokaal 2.466 57 2.485 57 0 0 58 -1 -62 54 3 126 60 -3 -124 klantenpotentieel_regionaal 957 22 906 21 1 43 22 0 -10 16 6 281 37 -15 -637 leerlingen_VSO 325 7 322 7 0 0 6 1 35 5 2 84 9 -2 -86 leerlingen_VO 899 21 973 22 -1 -43 27 -6 -240 22 -1 -34 27 -6 -244 achterstandsleerlingen drempel 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 extra_groei_jongeren 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -4 0 0 0 extra_groei_leerlingen_VO 28 1 50 1 0 0 1 0 20 1 0 7 1 0 14 oppervlakte_land 1.788 41 1.776 41 0 0 23 18 800 19 22 953 18 23 1.002 opp_land_x_factor_bodem_gemeente 1.168 27 1.168 27 0 0 15 12 521 13 14 607 12 15 664 oppervlakte_binnenwater 192 4 120 3 1 43 1 3 126 1 3 131 1 3 151 oppervlakte_buitenwater (maximaal 10.000) 0 0 138 3 -3 -130 1 -1 -61 1 -1 -31 0 0 0 oppervlak_bebouwing 381 9 427 10 -1 -43 8 1 52 7 2 77 7 2 77 opp_beb_woonkern_x_bodemfactor 1.234 28 1.228 28 0 0 28 0 8 28 0 10 25 3 120 opp_beb_buitengebied_x_bodemfactor 368 8 492 11 -3 -130 7 1 60 6 2 91 6 2 84

woonruimten 1.781 41 1.718 39 2 87 40 1 45 39 2 73 39 2 101 woonruimten_x_bodemfactor_woonkern 1.572 36 1.520 35 1 43 36 0 -10 37 -1 -51 34 2 79 hist_kern_I_kl_41_ha 131 3 23 1 2 87 1 2 99 1 2 102 1 2 97 hist_kern_I_gr_40_ha 0 0 0 0 0 0 0 0 -14 0 0 -4 0 0 -16 hist_kern_I__gr_64_ha 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -13 0 0 0 historische_waterweg 135 3 30 1 2 87 1 2 87 1 2 104 0 3 109 bewoonde_oorden_1930 78 2 37 1 1 43 2 0 5 2 0 13 3 -1 -34 bewoond_oord_historische_kern 213 5 37 1 4 174 2 3 144 1 4 153 5 0 -16 isv_a 13 0 7 0 0 0 0 0 -9 0 0 -7 0 0 -15 isv_b 5 0 3 0 0 0 0 0 -4 0 0 -4 0 0 -11 omgevingsadressendichtheid*wr/1000 1.325 30 1.539 35 -5 -217 51 -21 -932 51 -21 -922 64 -34 -1.477 omgevingsadressendichtheid drempel 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 oeverlengte_x_factor_bodem 278 6 115 3 3 130 2 4 192 2 4 194 1 5 213 oeverlengte_x_factor_bodem_x_dichtheidsfactor 187 4 82 2 2 87 3 1 47 5 -1 -61 2 2 90 kernen 464 11 317 7 4 174 5 6 280 4 7 297 3 8 358 kernen_x_bodemfactor_buitengebied 762 18 522 12 6 261 8 10 450 7 11 466 5 13 585 bedrijfsvestigingen 535 12 530 12 0 0 11 1 47 12 0 21 11 1 63 vast_bedrag 358 8 358 8 0 0 10 -2 -102 11 -3 -143 8 0 8 vast_bedrag_Amsterdam 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Verdeelmaatstaf Gemeente: steenwijkerland Selectiegroep Soortgenoten Gemeenten in provincieSociale structuur: Centrumfunctie: inwoners Overijssel Groottegroep 77 Redelijk 20001 - 50000 Inwoners:

43.448 Inwoners: 43.706 Redelijk Nettolasten Nettolasten per inwoner Nettolasten Nettolasten per inwoner Verschil per inwoner Verschil absoluut Nettolasten per inwoner Verschil per inwoner Verschil absoluut Nettolasten per inwoner Verschil per inwoner Verschil absoluut Nettolasten per inwoner Verschil per inwoner Verschil absoluut ( x € 1.000 ) ( x € 1) ( x € 1.000 ) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1.000 ) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1.000 ) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1.000 ) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1.000 ) Gemeenten in provincieSociale structuur: Centrumfunctie: inwoners Overijssel Groottegroep Verdeelmaatstaf Gemeente: steenwijkerland Selectiegroep Soortgenoten vast_bedrag_Rotterdam 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 vast_bedrag_Den_Haag 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 vast_bedrag_Utrecht 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 vast_bedrag_Baarle_Nassau 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 vast_bedrag_waddengemeenten 0 0 0 0 0 0 0 0 -6 0 0 0 0 0 0 inwoners_waddengemeenten < 2500 0 0 0 0 0 0 0 0 -19 0 0 0 0 0 0 inwoners_waddengemeenten 2501-7500 0 0 0 0 0 0 1 -1 -25 0 0 0 0 0 0 inwoners_waddengemeenten > 7501 0 0 0 0 0 0 0 0 -8 0 0 0 0 0 0 loonkostensubsidie 49 1 23 1 0 0 1 0 14 1 0 17 1 0 3 eenpersoonshuishoudens 194 4 178 4 0 0 5 -1 -25 4 0 -16 5 -1 -34 oppervlak_bebouwing_woonkernen 919 21 914 21 0 0 20 1 32 19 2 68 19 2 96 oppervlak_bebouwing_buitengebied 467 11 620 14 -3 -130 8 3 117 7 4 166 8 3 143

Uitkeringen:* Herindeling 0 0 0 0 0 0 3 -3 -150 3 -3 -110 0 0 0 Suppletie-uitkeringen 23 1 17 0 1 43 0 1 43 0 1 39 1 0 -9 Art. 12 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Wmo 3.696 85 3.363 77 8 348 82 3 129 76 9 380 76 9 397 Sociaal domein 23.997 552 19.839 454 98 4.258 498 54 2.333 446 106 4.613 658 -106 -4.600 Integratie-uitkeringen 158 4 240 5 -1 -43 4 0 9 4 0 9 3 1 38 Decentralisatie-uitkeringen 441 10 459 11 -1 -43 10 0 -16 11 -1 -24 48 -38 -1.643 Totaal algemene uitkeringen 68.512 1.575 62.515 1.432 143 6.213 1.460 115 5.011 1.355 220 9.561 1.683 -108 -4.712 78 Bijlage 2: De vergelijking van Steenwijkerland met zichzelf (op basis van structurele lasten) Het batig saldo van de begroting 2018 ad € 570.000 is in dit overzicht verrekend met het inkomstencluster Overige eigen middelen (OEM). Het batig saldo wordt niet als structurele component beschouwd, omdat het in de meerjarenbegroting 2018 - 2021 afneemt naar circa € 45.000 in 2021.

79 Bijlage 3: Vergelijking verschil uitkering gemeentefonds met selectie op basis van structurele nettolasten Vergelijking verschil met uitkering gemeentefonds met selectie 2018 Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland verschil nettolasten met GF verschil nettolasten met GF verschil nettolasten met GF verschil nettolasten met GF verschil nettolasten met GF verschil nettolasten met GF verschil nettolasten met GF per inwoner per inwoner per inwoner per inwoner per inwoner per inwoner per inwoner ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1) ( x € 1) Inwoners 44.238 35.286 51.585 46.544 40.876 43.448 Inkomstenclusters 51 -26 46 23 109 42 6 -36 Onroerendezaakbelastingen 49 104 67 63 53 66 13 -53 Overige eigen middelen (OEM) 22 9 -15 -59 15 -8 27 35 Mutaties reserves -17 -138 3 21 44 -12 -17 -4 Gemeentefondsuitkering -2 0 -9 -2 -3 -4 -18 -14 Uitgavenclusters -51 26 -46 -23 -109 -42 -6 36 Bestuur en algemene ondersteuning -41 -23 17 4 -186 -42 -4 38 Openbare orde en veiligheid 23 40 8 13 0 16 -12 -28 Infrastructuur en gebiedsontwikkeling 32 -24 -33 27 18 4 0 -4 Educatie 37 86 7 44 23 36 22 -15 Cultuur en ontspanning 24 15 -67 -68 27 -18 -23 -4 Inkomen en participatie -161 -82 0 -60 -13 -61 43 104 Samenkracht en burgerparticipatie -115 -59 -159 -102 -71 -105 -113 -7 Jeugd 12 -31 32 10 22 11 41 30

Maatschappelijke ondersteuning 179 163 214 123 112 160 81 -79 Volksgezondheid -26 -7 -31 -27 -35 -26 -27 -1 Riolering en reiniging -14 -53 -32 12 -6 -17 -16 1 Herindeling 0 0 0 0 0 0 0 0 Suppletie OZB 0 2 0 0 0 0 1 0 Diversen -1 -1 -1 -1 -1 -1 0 1 Saldo 0 0 0 0 0 0 0 0 -/- is hogere nettolasten dan de algemene uitkering Verschil per inwoner 80 Bijlage 4: Clustervergelijking op taakveldenniveau tussen de structurele nettolasten per inwoner van Steenwijkerland en van de selectiegroep (overhead is centraal geraamd op taakveld 0.4) Taakvelden cluster Overige eigen middelen (OEM) Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0 0 -6 -15 -10 -7 -21 -15 0.5 Treasury 31 38 6 8 38 23 65 42 0.64 Belastingen Overig 0 -1 1 0 9 2 5 3 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) 0 0 0 -3 0 -1 0 1 0.11 Resultaat van rekening van baten en lasten 0 -5 -14 -2 0 -5 -13 -9 2.3 Recreatieve havens 0 0 -6 -1 0 -2 0 1 3.1 Economische ontwikkeling 0 -44 -6 -1 -9 -10 -9 1 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 0 0 -3 -3 0 -1 9 11 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen -2 4 -2 -15 7 -2 0 2 3.4 Economische promotie -11 44 30 -1 -4 11 11 0 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 0 0 2 2 17 4 6 2 Totaal 18 36 2 -30 46 12 52 40 * 0.11 Resultaat baten en lasten is voor een goede vergelijkbaarheid niet opgenomen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/d3ca01ce-a3b0-4af4-b1e5-9e4cbfa627d2?agendaItemId=6c8a0682-a2e2-47ae-b765-616df4383aa1