15.1 Informatienota 2019 - 2 - bijlage Financiele scan gemeente Steenwijkerland.pdf
Tekst van het document
in tabel 3.3.2 (hoofdstuk 3) Taakvelden cluster Onroerende zaakbelasting (OZB) Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 0.61 OZB woningen 157 152 123 107 115 130 86 -44 0.62 OZB niet-woningen 27 85 76 124 70 77 65 -12 Totaal 184 237 199 230 186 206 150 -56 Taakveldens cluster Mutaties reserves Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 0.10 Mutaties reserves -11 -139 3 22 44 -11 -16 -5 Totaal -11 -139 3 22 44 -11 -16 -5 Taakvelden cluster Uitkering gemeentefonds Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 1.429 1.558 1.350 1.495 1.330 1.427 1.559 132 Totaal 1.429 1.558 1.350 1.495 1.330 1.427 1.559 132 81 Taakvelden cluster Bestuur en algemene ondersteuning* Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 0.1 Bestuur -42 -45 -34 -47 -51 -43 -45 -1 0.2 Burgerzaken 1 -28 -16 -8 -3 -10 -10 1 0.4 Ondersteuning organisatie -251 -265 -293 -280 -247 -269 -350 -81 0.8 Overige baten en lasten -80 -12 -6 -8 9 -20 0 20 Totaal -371 -350 -349 -343 -292 -342 -404 -62 * Overhead (taakveld 0.4) is onderdeel van dit cluster Taakvelden cluster Openbare orde en
veiligheid Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 1.1 Crisisbeheersing en brandweer -50 -49 -55 -50 -55 -52 -62 -10 1.2 Openbare orde en veiligheid -5 -5 -19 -15 -16 -13 -18 -5 Totaal -55 -54 -74 -65 -71 -65 -80 -15 Taakvelden cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 0.63 Parkeerbelasting 0 0 0 0 0 0 0 0 2.1 Verkeer en vervoer -124 -86 -160 -140 -144 -133 -100 34 2.2 Parkeren -1 0 0 0 -4 -1 -2 -1 2.4 Economische havens en waterwegen 0 0 -14 -11 0 -6 -27 -21 2.5 Openbaar vervoer 0 0 0 0 -1 0 -1 -1 5.5 Cultureel erfgoed -2 0 0 -6 -2 -2 -6 -4 7.4 Milieubeheer -33 -20 -17 -32 -22 -25 -26 -1 8.1 Ruimtelijke ordening -19 -50 -15 -20 -8 -21 -18 4 8.3 Wonen en bouwen -16 -142 -45 -8 -18 -42 -20 22 Totaal -195 -297 -252 -217 -199 -231 -199 31 Taakvelden cluster Educatie Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 4.1 Openbaar basisonderwijs 0 0 -5 0 -7 -2 0 2 4.2 Onderwijshuisvesting -53 0 -45 -57 -47 -50 -40 11 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken -18 -20 -35 -29 -32 -27 -44 -17 Totaal -71 -21 -84 -86 -85 -80 -84 -4 82 Taakvelden cluster Cultuur en ontspanning Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde
selectiegroep Steenwijkerland Verschil 5.1 Sportbeleid en activering -28 -26 -19 -6 -9 -17 -8 9 5.2 Sportaccommodaties -9 0 -48 -53 -51 -34 -45 -11 5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie -11 0 -14 -51 -10 -19 -21 -2 5.4 Musea -10 -3 -9 -6 -7 -7 -12 -5 5.6 Media -14 -20 -17 -23 -19 -18 -20 -2 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie -68 -82 -77 -86 -70 -77 -63 13 7.5 Begraafplaatsen -2 6 -5 0 0 -1 -1 0 Totaal -142 -125 -190 -225 -165 -172 -170 2 Taakvelden cluster Inkomen en participatie Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 6.3 Inkomensregelingen -90 -106 -70 -74 -76 -82 -51 31 6.4 Begeleide participatie -218 -188 -78 -160 -123 -150 -175 -25 6.5 Arbeidsparticipatie 0 -38 -20 -46 -53 -31 -31 -1 Totaal -308 -332 -167 -280 -252 -262 -257 6 Taakvelden cluster Samenkracht en burgerparticipatie Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie -35 -73 -86 -81 -63 -68 -63 5 6.2 Wijkteams -94 -10 -73 -39 -32 -52 -36 16 Totaal -128 -82 -159 -120 -95 -120 -99 21 Taakvelden cluster Jeugd Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- -190 -173 -128 -221 -187 -178 -202 -23 6.82 Geëscaleerde
zorg 18- -19 0 -35 -23 -9 -19 -7 12 Totaal -209 -173 -164 -243 -196 -197 -209 -11 Taakvelden cluster Maatschappelijke ondersteuning Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 6.6 Maatwerk-voorzieningen (WMO) -153 -35 -20 -26 -45 -55 -30 25 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ -11 -223 -89 -133 -157 -117 -222 -105 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ 0 -2 0 -3 -10 -3 -2 1 Totaal -164 -260 -109 -162 -211 -175 -254 -79 83 Taakvelden cluster Volksgezondheid Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 7.1 Volksgezondheid -32 -16 -37 -34 -36 -32 -33 -1 Totaal -32 -16 -37 -34 -36 -32 -33 -1 Taakvelden cluster Riolering en reiniging Berkelland Coevorden De Fryske Marren Noordoostpolder Wijchen Gemiddelde selectiegroep Steenwijkerland Verschil 7.2 Riolering 22 28 9 23 18 19 36 17 7.3 Afval 17 -12 23 35 11 17 7 -10 Totaal 38 16 32 58 29 36 43 8 84 Bijlage 5 Clusterindeling 2018 gemeentefonds Clusters Taakveld Naam Inkomstenclusters Overige eigen middelen (OEM) 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.5 Treasury 0.64 Belastingen Overig 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) 0.11 Resultaat van rekening van baten en lasten 2.3 Recreatieve havens 3.1 Economische ontwikkeling 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 3.4 Economische promotie
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) Onroerende zaakbelasting (OZB) 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen Mutaties reserves 0.10 Mutaties reserves Uitkering gemeentefonds 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Uitgavenclusters Bestuur en algemene ondersteuning 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.4 Ondersteuning organisatie 0.8 Overige baten en lasten Openbare orde en veiligheid 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid Infrastructuur en gebiedsontwikkeling 0.63 Parkeerbelasting 2.1 Verkeer en vervoer 2.2 Parkeren 2.4 Economische havens en waterwegen 2.5 Openbaar vervoer 5.5 Cultureel erfgoed 7.4 Milieubeheer 8.1 Ruimtelijke ordening 8.3 Wonen en bouwen Educatie 4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken Cultuur en ontspanning 5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties 5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie 5.4 Musea 5.6 Media 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 7.5 Begraafplaatsen Inkomen en participatie 6.3 Inkomensregelingen 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie Samenkracht en burgerparticipatie 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams Jeugd 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- 6.82 Geëscaleerde zorg 18- Maatschappelijke ondersteuning 6.6 Maatwerk-voorzieningen (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.81
Geëscaleerde zorg 18+ Volksgezondheid 7.1 Volksgezondheid Riolering en reiniging 7.2 Riolering 7.3 Afval * Overhead wordt toegerekend aan de taakvelden op basis van salarislasten (economische categorie 1.1) 85 Bijlage 6 Financiële positie in historisch perspectief In deze bijlage vindt u een uitgebreide beschrijving van de financiële positie in historisch perspectief. Deze wordt beschreven aan de hand van de (meerjaren)begroting 2013 tot en met 2018 en de jaarrekeningen 2013 tot en met 2017. Daarnaast wordt ingegaan op eventueel doorgevoerde of geplande bezuinigingen en de belangrijkste oorzaken van een afwijkend (ten opzichte van begroting) rekeningsaldo. Waar relevant worden ook bevindingen van de accountant naar aanleiding van de controle van de jaarrekeningen meegenomen en opmerkingen van de toezichthouder naar aanleiding van de financiële beleidsstukken, meegenomen. In hoofdstuk 1.2 is, ten behoeve van de leesbaarheid, een samenvatting van onderstaande beschouwing opgenomen. In tabel 1.2.1 is op basis van de begroting en de meerjarenraming vanaf 2013 het begrotingsbeeld weergegeven. Tevens zijn de rekeningsaldi vanaf 2013 weergegeven. Deze saldi zijn niet gecorrigeerd voor eventuele incidentele componenten.
Tabel 1.2.1 gepresenteerde begrotings- en rekeningsaldi vanaf 2013 Onderscheid structureel en eenmalig In de begroting en jaarrekening maakt Steenwijkerland onderscheid tussen structurele saldi en eenmalige (=incidentele) saldi. In tabel 1.2.2 worden alleen de structurele begrotings- en jaarrekeningsaldi gepresenteerd. Het structurele begrotingssaldo is ook voor de toezichthouder de basis om te beoordelen of er sprake is van structureel een reëel evenwicht. Tabel 1.2.2 gepresenteerde structurele begrotings- en rekeningsaldi vanaf 2013 (Meerjaren)begroting 2013-2016/jaarrekening 2013 Ondanks (financiële) tegenwind als gevolg van de verslechterende economische omstandigheden is de gemeente erin geslaagd een sluitende meerjarenbegroting voor te leggen. In de begroting is ook ruimte opgenomen voor ondermeer het realiseren van de verbouw van theater de Meenthe, de bouw van een sporthal, het geven van een kwaliteitsimpuls aan de buitenruimte en het aanpakken van gevaarlijke verkeersknooppunten. Als gevolg van de val van het kabinet is er onduidelijkheid over eventuele rijksbezuinigingen en het effect daarvan op de gemeente. In de perspectiefnota 2012-2016 (en ook in de begroting 2013-2016) gaat de gemeente ervan uit, dat de rijksbezuinigingen tot een bedrag van € 2,5 miljoen negatief zullen doorwerken.
De gemeente heeft daarom in de perspectiefnota bezuinigingen geformuleerd die oplopen van € 1,7 miljoen in 2013 naar € 2,5 miljoen vanaf 2016. Deze zijn grotendeels overgenomen in de begroting 2013-2016. Bedragen x € 1 miljoen (+ is positief saldo) 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Gepresenteerd begrotingssaldo Begroting 2013-2016 0,1 0,2 0,1 0,1 Begroting 2014-2017 0,5 0,3 0,2 0,2 Begroting 2015-2018 0,1 0,1 0,1 0,1 Begroting 2016-2019 0,0 0,1 -0,3 0,2 Begroting 2017-2020 0,1 0,4 0,4 0,3 Begroting 2018-2021 0,6 0,5 0,3 0,0 Gepresenteerde jaarrekeningsaldi 2,9 1,7 5,5 4,0 3,7 Bedragen x € 1 miljoen (+ is positief saldo) 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Gepresenteerd structureel begrotingssaldo Begroting 2013-2016 2,7 0,1 -0,2 0,1 Begroting 2014-2017 2,9 1,7 1,3 0,2 Begroting 2015-2018 0,3 -0,2 -0,5 0,1 Begroting 2016-2019 1,0 0,3 -0,3 0,2 Begroting 2017-2020 0,1 0,4 0,4 0,3 Begroting 2018-2021 0,7 0,7 0,3 0,0 Gepresenteerde structurele jaarrekeningsaldi 5,6 2,3 5,4 7,7 -0,2 86 Het bezuinigingenpakket betreft veel beleidsvelden, waaronder ook het onderhoud van kapitaalgoederen (inleveren areaaluitbreiding, stelpost winterschade, budget open verhardingen). Daarnaast bijvoorbeeld herpositionering zwembad Vollenhove (deze bezuiniging is in de begroting 2014 gedeeltelijk weer teruggedraaid) en daarnaast bezuinigingen op cultuur en welzijn.
Ook schrapt de gemeente de post “onvoorzien” van € 45.000 per jaar. De begroting laat in alle jaren een structureel overschot zien, met uitzondering van 2015. De incidentele lasten van het bestedingsplan 2013-2016 worden ten laste gebracht van de algemene reserve vrij besteedbaar. In deze begroting gaat het om totaal circa € 2 miljoen. Op basis van de begroting 2013-2016 komt Steenwijkerland in aanmerking voor repressief toezicht. In de daartoe strekkende brief van GS wordt ondermeer ingegaan op de informatiewaarde van de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Naar de mening van de toezichthouder biedt deze paragraaf geen eenduidig inzicht of met de beschikbaar gestelde budgetten het structurele onderhoud conform actuele onderhoudsplannen kan worden uitgevoerd. De jaarrekening 2013 sluit met een batig saldo van circa € 2,9 miljoen, wat wordt veroorzaakt door een groot aantal voor- en nadelen. In het oog springen de lagere lasten bedrijfsvoering (€ 1 miljoen) en lagere lasten Centrum Jeugd en Gezin (€ 0,5 miljoen). Daarnaast is sprake van incidentele voordelen die al in de najaarsnota 2013 zijn gemeld, zoals bij de WWB (wet werk en bijstand) en WMO (wet maatschappelijke ontwikkeling). De algemene uitkering laat een nadeel zien.
Als gevolg van een verliesneming van € 2 miljoen op de grondexploitatie is het noodzakelijk om een bedrag van € 0,8 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve grondexploitatie. De verliesneming is overigens geen onderdeel van het jaarrekeningresultaat, omdat zowel verliesneming als onttrekking uit de reserve al in de najaarsnota 2013 zijn geëffectueerd. Jaarlijks is sprake van het overhevelen van niet bestede budgetten naar het volgend jaar. In 2014 bedroeg dit ruim € 1 miljoen. Dit bedrag is niet zichtbaar in het rekeningsaldo omdat dit al eerder aan de raad wordt voorgelegd en het bedrag van budgetoverheveling in de jaarrekening wordt toegevoegd aan de reserve te bestemmen rekeningsaldo. De accountant heeft over het jaar 2013 een goedkeurende accountantsverklaring voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid verstrekt. De accountant adviseert de gemeente de risico’s in de grondexploitatie te kwantificeren en op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen. (Meerjaren)begroting 2014-2017/jaarrekening 2014 Ook deze begroting staat in het teken van rijksbezuinigingen en de tegenvallende economische ontwikkeling. Alle begrotingsjaren sluiten met een batig saldo. Ten opzichte van de (ook batige) saldi in de perspectiefnota 2013-2017 is echter wel sprake van enkele tegenvallers door ondermeer structurele nadelige doorwerking van de najaarsnota 2013.
Belangrijkste nadeel daaruit is de structurele verlaging van het dividend van Rendo (beheerder gas- en elektriciteitsnetwerk) met € 0,5 miljoen. In de begroting 2014 zijn extra gelden uitgetrokken voor nieuw beleid in 2014. Daarnaast is er sprake van een structurele tegenvaller bij de algemene uitkering als gevolg van de septembercirculaire 2013 en het terugdraaien van de in de perspectiefnota opgenomen stelpost met betrekking tot groei van de algemene uitkering (accres en aantallen). De gemeente zet ter dekking hiervan de stelpost te verwachten rijksbezuinigingen ad € 2,5 miljoen structureel in. Deze stelpost wordt afgeraamd. In deze begroting worden de incidentele lasten van het bestedingsplan (2014-2017) niet ten laste gebracht van de algemene reserve vrij besteedbaar. Er is voldoende ruimte in de exploitatie aanwezig. In deze begroting gaat het om totaal circa € 1,4 miljoen. De begrotingsruimte is echter wel incidenteel en is vooral ontstaan door lagere lasten WMO ad € 1,3 miljoen. De gemeente raamt deze lagere lasten in alle begrotingsjaren, maar gaat ervan uit dat dit voordeel vanaf 2015 wegvalt door rijksbezuinigingen op dit budget en raamt hiertoe een stelpost (stelpost decentralisatie rijkstaken). Vanaf 2017 laat de gemeente deze stelpost echter weer vervallen, ter dekking van het begrotingssaldo 2017.
87 Op basis van de begroting 2014-2017 komt Steenwijkerland in aanmerking voor repressief toezicht. In de daartoe strekkende brief van GS wordt ondermeer ingegaan op de volgende aspecten: Gemeente anticipeert op ontwikkelingen die van betekenis zullen zijn voor het meerjarenperspectief, wat volgens de toezichthouder getuigt van een realistische visie. Kwetsbaarheid financiële positie als gevolg van het nagenoeg volledig ten gunste van de exploitatie brengen van de rente over de reserves. Verbeteren informatiewaarde paragrafen onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en weerstandsvermogen en risicobeheer. De jaarrekening 2014 sluit met een batig saldo van circa € 1,7 miljoen, vooral veroorzaakt door onderbesteding bij WMO, een batig resultaat op het project revitalisering bedrijventerreinen en verkoop van onroerende zaken. In 2014 is sprake van een budgetoverheveling van € 1,6 miljoen die in de jaarrekening al is toegevoegd in de reserve te bestemmen rekeningsaldo. En dus niet zichtbaar is als onderdeel van het rekeningsaldo. De accountant heeft over het jaar 2014 een goedkeurende accountantsverklaring voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid verstrekt. In het rapport van bevindingen geeft de accountant aan, dat de grondexploitaties Terrein Kornputkazerne en Eesveense Hooilanden een hoog risicoprofiel hebben.
Daarnaast herhaalt de accountant het advies om de gemeente de risico’s in de grondexploitatie te kwantificeren en op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen. (Meerjaren)begroting 2015-2018/jaarrekening 2015 In 2014 vonden er raadsverkiezingen plaats. Deze begroting is dus de eerste die het nieuwe college aan de raad aanbiedt. Vanaf 1 januari 2015 wordt de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, de WMO 2015 en de Participatiewet. De lasten en baten (algemene uitkering) daarvan zijn budgettair neutraal in de begroting verwerkt. Niet benodigde budgetten worden op de stelpost decentralisatie rijkstaken geraamd. In de perspectiefnota 2014-2018 laat het meerjarige beeld een tekort zien van € 0,8 miljoen in 2015 oplopend naar € 1,6 miljoen in 2018. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn de lagere inkomsten van het rijk als gevolg van herschikking (groot onderhoud) van de algemene uitkering (€ 0,5 miljoen) en het niet kunnen realiseren van een aantal bezuinigingen (€ 1,1 miljoen). Daarnaast bestaan er nog financiële onzekerheden ten aanzien van de grondexploitaties (vooral woningbouwlocaties) en de toereikendheid van de budgetten binnen het Sociaal Domein (gedecentraliseerde taken). Uit de meerjarenbegroting komt naar voren dat de jaarschijf 2015 sluitend is, maar dat er de jaren daarna nog sprake is van tekorten.
Bij de perspectiefnota 2015-2019 zal het college met concrete bezuinigingsvoorstellen komen. In de begroting is daartoe in 2016 een stelpost opgenomen van € 0,3 miljoen oplopend naar € 3 miljoen structureel vanaf 2018. Ook wordt de stelpost decentralisatie rijkstaken in 2015 en 2016 ingezet. Voor prijscompensatie raamt de gemeente in deze begroting 0%. Wel is er in de begroting ruimte voor nieuw beleid dat voortvloeit uit het collegeprogramma. Voor het dekken van de incidentele lasten van het bestedingsplan 2015-2018 onttrekt de gemeente in 2015 t/m 2018 totaal ruim € 4,2 uit de reserves (vooral de algemene reserve). Op basis van de begroting 2015-2018 komt Steenwijkerland in aanmerking voor repressief toezicht. In de daartoe strekkende brief van GS wordt ondermeer ingegaan op de volgende aspecten: De financiële positie van de gemeente staat onder druk als gevolg van haar ambities en dalende inkomsten. De in de meerjarenbegroting geraamde bezuinigingen vanaf 2017 zijn omvangrijk en nog niet concreet ingevuld. Daarmee wordt volgens de toezichthouder onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het evenwicht behouden blijft. De afgelopen jaren zijn door de gemeente al verschillende bezuinigingspakketten vastgesteld.
88 Aandacht voor het feit, dat de schuld van de gemeente in de afgelopen jaren is toegenomen en een verdere stijging, zonder maatregelen, niet wordt uitgesloten Toezichthouder gaat in algemene zin in op de decentralisaties in het sociale domein en vraagt de gemeenten om haar op de hoogte te houden van de (financiële) ontwikkelingen op dit terrein binnen de gemeente. De jaarrekening 2015 sluit met een batig saldo van circa € 5,5 miljoen, vooral veroorzaakt door niet bestede budgetten WMO/Jeugd. Het saldo is bijna volledig structureel. In 2015 is sprake van een budgetoverheveling van € 1,8 miljoen die in de jaarrekening al is toegevoegd aan de reserve te bestemmen rekeningsaldo. De accountant heeft over het jaar 2015, als gevolg van diverse onzekerheden in het sociaal domein een verklaring met beperking afgegeven. Overigens was dit bij veel gemeenten van toepassing als gevolg van de aanloopproblemen in de verantwoording van prestaties en financiën van het sociaal domein. De accountant wijst ook dit jaar op risico’s in de grondexploitaties. Daarnaast merkt de accountant op dat in de paragraaf weerstandsvermogen de risico’s niet zijn gekwantificeerd. Hierdoor wordt niet inzichtelijk gemaakt wat de benodigde weerstandscapaciteit zou moeten zijn om de risico’s af te dekken. Hij adviseert dan ook om per risico de verwachte financiële impact in te schatten.
(Meerjaren)begroting 2016-2019/jaarrekening 2016 Zoals bij de begroting 2015 was aangekondigd zijn in de perspectiefnota 2015-2019 bezuinigingsvoorstellen opgenomen. Omdat het nog niet gaat om concrete voorstellen, wordt gesproken van bezuinigingrichtingen. Deze lopen op van € 1,6 miljoen in 2016 naar € 2,6 miljoen vanaf 2018. De gemeente moet nog enkele maatregelen nader onderzoeken om te komen tot het benodigde bedrag van € 3 miljoen. Het grootste deel moet worden gevonden in financieel technische maatregelen (scherper ramen, geen rente meer toevoegen aan reserves), verhogen inkomsten (OZB en kostendekkende leges). En daarnaast taakstellingen op het organisatiebudget en op subsidies en het verlagen van het budget voor nieuw beleid. In het oog springt de bezuiniging van € 0,3 miljoen vanaf 2019 als gevolg van het in eigen beheer nemen van de sociale dienst. In de begroting 2016-2019 zelf kunnen de bezuinigingen beperkt blijven tot € 2,1 structureel vanaf 2019. Bij de 1e fase herverdeeleffect groot onderhoud gemeentefonds werd de gemeente met een nadeel geconfronteerd. Bij de 2e fase is voor de gemeente sprake van een voordeel van circa € 0,5 miljoen. Voor het dekken van de incidentele lasten van het bestedingsplan 2016-2019 onttrekt de gemeente in 2016 t/m 2019 totaal ruim € 4,6 uit de reserves (vooral de algemene reserve).
Dit betreft ondermeer lasten voor groot onderhoud zwembad en herinrichting en rehabilitatie van wegen. Op basis van de begroting 2016-2019 komt Steenwijkerland in aanmerking voor repressief toezicht. In de daartoe strekkende brief van GS, wordt ondermeer opgemerkt dat de taakstelling op de subsidies niet concreet is onderbouwd. Ook houdt de gemeente in de ramingen rekening met aanzienlijke ombuigingen. De voortgang van deze ombuigingen ziet de toezichthouder graag terug in de producten van de P&C cyclus. De jaarrekening 2016 sluit met een batig saldo van € 4 miljoen. Er is in 2016 sprake van een verliesneming op de grondexploitaties van per saldo € 2,2 miljoen. Dit bedrag is onttrokken aan de reserve grondexploitatie en daardoor geen onderdeel van het rekeningresultaat. Wel was het daardoor nodig deze reserve aan te vullen met eenzelfde bedrag ten laste van het rekeningresultaat 2016. Voordelen doen zich vooral voor bij WWB en Sociaal domein (vooral WMO). Omdat de integratie-uitkering WMO (nieuwe taken) in 2017 afneemt van € 7,5 miljoen naar € 6,5 miljoen is het waarschijnlijk dat dergelijke grote voordelen zich in 2017 in mindere mate zullen voordoen. In de jaarrekening zijn ook de effecten van de gewijzigde regelgeving uit het BBV inzake de grondexploitatie verwerkt: de boekwaarde van het project Eesveense Hooilanden is afgeboekt naar nihil.
Dit betreft de hierboven genoemde verliesneming van € 2,2 miljoen. Daarnaast heeft de gemeente de aan de grondexploitatie toe te rekenen rente verlaagd van 89 2,5% naar 0,6%. Dit heeft voor de exploitatiebegroting een nadelig structureel effect van € 0,4 miljoen. Vanaf 2017 wordt dit effect ook in de begroting verwerkt, echter met ingang van 2018 wordt de rentevergoeding op basis van de actuele rentestanden weer verhoogd van 0,6% naar 1,25%. De accountant heeft over het jaar 2016 een goedkeurende accountantsverklaring voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid verstrekt. De belangrijkste bevindingen van de accountant, naast de risico’s in de grondexploitatie, hebben betrekking op de het vergroten van de informatiewaarde van de financiële analyse in de jaarstukken en het doorlichten van de bestemmingsreserves. Bij sommige bestemmingsreserves ontbreekt namelijk een concreet bestedingsplan. (Meerjaren)begroting 2017-2020 In deze begroting zijn de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verwerkt, zoals centraal ramen overhead, taakveldramingen en aanpassen van het aan de grondexploitatie door te berekenen rentepercentage. In de perspectiefnota 2017-2020 (de tussenrapportage over het lopende jaar 2016 maakt geen onderdeel meer uit van de perspectiefnota) werden nadelige saldi voorzien voor de jaren 2017 en 2018 en positieve saldi voor de jaren daarna.
De meicirculaire 2016 had tot gevolg dat dit beeld verslechterde, met in alle jaren een nadelig saldo. De begroting laat echter alle jaren een batig saldo zien. Dit is vooral het gevolg van een hogere algemene uitkering en lagere kapitaallasten door lagere rente op de kapitaalmarkt. In de begroting 2017 vallen de volgende zaken op: Het verlagen van de aan de grondexploitaties toe te rekenen rente (in de jaarrekening 2016 ook toegepast) wordt vanaf 2017 in de begroting verwerkt. Dit leidt tot een structureel nadeel voor de gemeentebegroting van circa € 0,5 miljoen. Tot 2017 bracht de gemeente investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut in één keer ten laste van de reserves. Als gevolg van de gewijzigde begrotingsvoorschriften is dat met ingang van 2017 niet meer toegestaan. Dergelijke investeringen moeten worden geactiveerd, waardoor de kapitaallasten (rente en afschrijving) ten laste van de exploitatiebegroting komen. Dit leidt dus tot hogere begrotingslasten, maar aan de andere kant hoeft er geen beroep op de vermogenspositie te worden gedaan. In de perspectiefnota wordt een fors structureel voordeel (€ 1,8 miljoen) met betrekking tot de BUIG gelden (Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorzieningen aan gemeenten) ingeboekt.
De gemeente raamt de door het rijk (voorlopig) toegekende gelden volledig in de begroting, maar daartegen over staan lagere lasten. Voor het dekken van de incidentele lasten van het bestedingsplan 2017-2020 onttrekt de gemeente in 2017 t/m 2020 totaal ruim € 3,3 uit de reserves (vooral de algemene reserve). Dit betreft ondermeer lasten realisatie zonneparken, nationaal park Weerribben Wieden en Uitvoeringsagenda binnenstand Steenwijk. Op basis van de begroting 2017-2020 komt Steenwijkerland in aanmerking voor repressief toezicht. In de daartoe strekkende brief van GS staan geen speciale op- of aanmerkingen met betrekking tot de inhoud van deze begroting. Er wordt geconstateerd dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. In de najaarsnota 2017 wordt een rekeningsaldo 2017 van € 0,25 miljoen geprognosticeerd. De (concept) jaarrekening 2017 sluit met een batig saldo van € 3,7 miljoen. Voor een bedrag van € 0,8 miljoen is sprake van niet bestede budgetten 2017 die via de bestemmingsreserve te bestemmen rekeningsaldo worden overgeheveld naar 2018. In de jaarrekening is dit bedrag al toegevoegd aan deze reserve waardoor dit geen onderdeel uitmaakt van het rekeningsaldo. Het rekeningsaldo 2017 wordt voor een bedrag van € 2,2 miljoen veroorzaakt door winstnemingen in de grondexploitatie.
In tegenstelling tot voorgaande jaren is dit bedrag in de jaarrekening nog niet toegevoegd aan de reserve grondexploitatie (omdat deze in 2017 is opgeheven) en daardoor wel onderdeel uitmaakt van het rekeningresultaat. Het overige 90 deel van het batig saldo bestaat uit een groot aantal kleinere voordelen. Deze doen zich vooral voor op het programma financiën en bedrijfsvoering. De accountant heeft over het jaar 2017 een goedkeurende accountantsverklaring voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid verstrekt. (Meerjaren)begroting 2018-2021 In de begroting 2018-2021 is een groot aantal investeringen opgenomen. De gemeente investeert vooral in de fysieke leefomgeving, zoals in fietspaden, openbare verlichting, zwembad en wegen. Daarnaast worden budgetten gereserveerd voor de wijkvisie Steenwijk-west, het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed, de overgang naar één welzijnsorganisatie en de schuldhulpverlening. Er is sprake van een omvangrijk bestedingsplan in de jaren 2018-2021. Totaal investeert de gemeente in deze jaren € 12,4 miljoen, met daaruit voortvloeiende structurele lasten tot een bedrag van € 2,3 miljoen. Daarnaast is sprake van incidentele lasten in deze periode tot een bedrag van € 4,3 miljoen die door onttrekkingen uit de algemene reserve vrij besteedbaar worden gedekt.
Op 17 april 2017 heeft de raad besloten om in mindere mate uren door te berekenen aan investeringen. Dit heeft tot gevolg dat deze lasten nu ten lasten van de exploitatie komen. Het nadeel voor de begroting hiervan is € 0,5 miljoen in 2018, oplopend tot structureel € 1 miljoen vanaf 2020. De gemeente gaat voorzichtig om met het activeren van uren/salarislasten, wat over het algemeen ook raadzaam is. Dit is een bewuste keuze van de gemeente. Indien er echter een noodzaak is om structurele ruimte in de begroting te creëren, heeft de gemeente de mogelijkheid om het besluit van 17 april 2017 te heroverwegen en meer uren/salarislasten aan investeringen door te belasten. De begroting 2018-2021 is structureel sluitend. Naast de positieve ontwikkeling van de algemene uitkering en kapitaallasten is in 2018, net als in 2017, sprake van een groot structureel voordeel op de BUIG gelden (nu € 1,4 miljoen, wat dus optelt tot € 3,2 miljoen structureel). Er is sprake van een nadeel op riolering (€ 0,5 miljoen) als gevolg van het toerekenen van een lagere rente aan de investeringen. Het voordeel dat hierdoor aan de lastenkant bij riolering ontstaat, wordt vertaald in het verlagen van de tarieven rioolrecht (in 2017 is dit voordeel bij de najaarsnota 2017 eenmalig toegevoegd aan de voorziening riolering). Dit leidt tot een nadeel voor de gemeentebegroting.
Gelet op het feit dat de tarieven riolering nog niet kostendekkend zijn, had de gemeente overigens niet tot verlaging van de tarieven hoeven overgaan. Bij de budgetten sociaal domein, wordt in de begroting uitgegaan van budgettaire neutraliteit. De gemeente heeft ultimo 2017 wel een bestemmingsreserve van € 3 miljoen voor het opvangen van effecten decentralisaties. Op basis van de begroting 2018-2021 komt Steenwijkerland in aanmerking voor repressief toezicht. In de daartoe strekkende brief van GS staan geen speciale op- of aanmerkingen met betrekking tot de inhoud van deze begroting. Er wordt geconstateerd dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. 91 Bijlage 7 Consequenties keuzes financieel beleid In het onderstaande schema wordt een aantal keuzes geformuleerd, die over het algemeen consequenties hebben op de reservepositie, schuldpositie of de exploitatie. Deze keuzes zijn algemeen geformuleerd maar kunnen ook toepasbaar zijn voor de gemeente Steenwijkerland. Versterkt reservepositie Invloed op schuldpositie Effect op exploitatie 1.
Herschikken van bestemmingsreserves ten gunste van algemene reserve Nee, maar wel de weerstandscapaciteit Nee +/- Als dekking van exploitatielasten (zoals kapitaal- lasten) nu ten laste van een bestemmingsreserve plaatsvindt, zal alternatieve dekking binnen de begroting moeten worden gezocht 2.Verkoop aandelen Ja, positief door de te verwachten boekwinst Ja, opbrengst kan worden gebruikt om schulden af te lossen +/- Structurele inkomst aan dividend valt weg. Anderzijds vallen ook rentelasten weg van af te lossen schulden. Saldo tussen beide is afhankelijk van opbrengst 4. 3.Verkoop gemeentelijk bezit Ja, indien boekwinst wordt toegevoegd aan algemene reserve (mits nog niet als stille reserve meegenomen bij bepalen weerstandsvermogen) Ja, met opbrengst kunnen schulden worden afgelost +/- Positief door saldo van lagere exploitatielasten. Nadelig bij eventueel wegvallende huuropbrengsten 4.Verlagen schulden Nee Ja + Rentelasten dalen 5.Goedkoper lenen Nee Nee + Rentelasten dalen, risico bij herfinanciering 6.heroverwegen al genomen investeringsbeslissingen Ja, als ze worden gedekt uit bestemmingsreserves Ja, schulden nemen minder toe.
+ De in meerjarenraming geraamde lasten vervallen 7.Investeringsstop Ja, als ze worden gedekt uit bestemmingsreserves Ja, schulden nemen minder toe + De in meerjarenraming geraamde lasten vervallen 8.Slechts budgettair neutraal nieuw beleid Nee Ja, in zoverre dat schulden niet toenemen + Lasten stijgen niet verder dan huidige niveau 9. Zero based budgetting Nee Nee + Positief. Budgetten worden voorzien van noodzakelijke onderbouwing waardoor inzicht en transparantie wordt vergroot 92 Bijlage 8 Voorbeeld opzet paragraaf onderhoud kapitaalgoederen NOODZAKELIJKE INFORMATIE IN EEN KWALITATIEF GOEDE PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN (Regiodagen gemeentefinanciën 2015 VNG Zwolle, Den Haag en Eindhoven) Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, enkele suggesties voor verbetering van de kwaliteit Samenvatting Het kan overzichtelijk zijn om de paragraaf te beginnen met een beknopt overzicht van alle beheerplannen en een aantal belangrijke aspecten (zie voorbeeld C) waar later in de paragraaf nader op wordt ingegaan. Kaders/doelen Welke algemene kaders (wettelijk, gemeentelijk) zijn uitgangspunt en wat is de vertaling naar het onderhoud van de kapitaalgoederen. Het kan gaan om een nota Kapitaalgoederen, maar bijvoorbeeld ook om een nota over het Integraal Beheer van de Openbare Ruimte (IBOR) of een Kwaliteitsstructuurplan.
De kaders kunnen inhoudelijk (wat voor een gemeente willen we nu en in de toekomst zijn) maar ook procedureel van aard zijn. Welke investeringsbeslissingen moeten worden voorgelegd aan de raad, hoe vindt de informatievoorziening aan de raad over het onderhoud van de kapitaalgoederen plaats? In art. 212 van de Gemeentewet is vastgelegd dat de raad in een verordening moet vastleggen welke regels gelden voor de waardering en afschrijving van activa. Deze verordening behoort dus zeker tot de kaders die hier worden bedoeld. Daarnaast kan hier worden aangegeven hoe de burger kan participeren in keuzes en prioriteitsstelling. Kerncijfers Denk hierbij aan de volgende gegevens die in tabelvorm gepresenteerd kunnen worden (zie ook voorbeeld A in de bijlage). Wegen (kilometers weg binnen en buiten de bebouwde kom; oppervlakte wegennet waarvan geasfalteerd en met elementenverharding) Riolering (aantal rioolaansluitingen; aantallen trottoir- en straatkolken en gemalen; lengte van vrijvervalriolering, drukriolering, persleiding) Water (aantallen bruggen en duikers; lengte watergangen; kilometers te onderhouden beschoeiing) Groen (oppervlakte plantsoenen e.a., aantallen bomen) Gebouwen (aantallen uitgesplitst in gebruiksdoel) Deze kapitaalgoederen moeten volgens artikel 12 BBV aan de orde komen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Andere, meer gedetailleerde indelingen zijn mogelijk.
In gemeentebegrotingen komen ook voor: verlichting, verkeersregelinstallaties, verkeersborden, straatmeubilair, speeltoestellen, bomen, sportfaciliteiten, onderwijshuisvesting, cultuur- en welzijnsaccommodaties, zwembaden, begraafplaatsen. Beleid Wat zijn de geldende beleidsplannen; actualiteit van deze plannen. Staat een herziening op stapel, worden er nieuwe beleidsplannen uitgebracht? Het gaat hierbij om gemeentelijke beleidsplannen die gevolgen hebben voor het onderhoud en beheer van de kapitaalgoederen (nota Onderwijshuisvesting, nota Speelruimtebeleid, etc.) en dus niet om de concrete beheerplannen die hier op aan moeten sluiten. Aandacht voor plannen om onderhoud effectiever/efficiënter uit te gaan voeren (per categorie). Beheer Wat zijn de geldende beheerplannen; actualiteit van deze plannen. Staat een herziening op stapel, worden er nieuwe beheerplannen gemaakt? Zijn de beheerplannen onderling afgestemd; is het beheer integraal. Zijn er ontwikkelingen (binnen of buiten de gemeente) die van invloed zijn op de manier waarop het beheer wordt uitgevoerd en vragen om 93 bijstelling van de beheerplannen (ARBO-voorschriften of Europese regelgeving, subsidieregelingen voor energiebesparing, etc.). Kwaliteit Weergave keuzes onderhoudsniveaus zo mogelijk aan de hand van normen die voor het beheer van kapitaalgoederen bekend zijn (CROW, NEN).
Anders dient te worden uitgelegd waar de normen sober, basis, voldoende etc. voor staan. Beschrijving hoe (methode, frequentie) kwaliteit wordt gemonitord, uitkomst meest recente inventarisatie/inspectie, is daarbij wel/geen achterstallig onderhoud geconstateerd en welke voorstellen zijn gedaan (incl. kosten/dekking) dit te herstellen; aandacht voor relatie tussen kwaliteit onderhoudsniveaus en omvang financiële middelen. Is er ruimte voor bezuinigingen of is het tegenovergestelde het geval: dreigt door bezuinigingen het kwaliteitsniveau te zakken beneden het door de raad vastgestelde niveau. Financieel Welk budget is – per categorie - in het begrotingsjaar gemoeid met het onderhoud van de kapitaalgoederen. Regulier, dagelijks (klein) onderhoud, groot onderhoud, kapitaalslasten investeringen, toevoegingen, onttrekkingen aan reserves/voorzieningen. Welke (vervangings)investeringen zullen in het begrotingsjaar worden gedaan. Relatie leggen met programmabegroting: in welk programma zijn de hier gepresenteerde uitgaven terug te vinden. Naast inzicht in consequenties van bezit van kapitaalgoederen voor exploitatie ook aandacht voor balans. Wat is de waarde van dat bezit, komt die tot uiting op de balans of heeft de gemeente activa met maatschappelijk nut in een keer afgeschreven. Wordt er voor de vervanging van die activa opnieuw gespaard.
Wat is de omvang van de eventuele bestemmingsreserves en voorzieningen. Zijn die in lijn met de meest recente beheerplannen? Doorkijk 4 jaar; zijn beschikbare middelen voldoende om het gewenste kwaliteitsniveau te handhaven (zie verder hierboven onder kwaliteit). Zie ook voorbeeld B in de bijlage. Planning Aangeven welk onderhoud in welk stadsdeel in begrotingsjaar wordt uitgevoerd. Dit is informatief vooral voor de burger en laat zien dat de onderhoudswerkzaamheden in samenhang worden aangepakt. A. Voorbeeld van Kerncijfers Aantal kilometers weg 180 km Waarvan binnen de bebouwde kom 80% Waarvan buiten de bebouwde kom 20% Oppervlakte wegennet 2.520.000 m2 Waarvan klinkers 40% Waarvan asfalt 60% B. Voorbeeld van financieel overzicht begroting 2019 Omschrijving 2017 Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting Klein onderhoud Groot onderhoud Mutatie voorziening groot onderhoud Mutatie voorziening achterstallig onderhoud Kapitaallasten Totaal 94 C.
Voorbeeld van overzicht beheerplannen voor begrotingsjaar 2019 Beheerplannen Door de raad vastgesteld Looptijd t/m Financiële vertaling in de begroting Achterstallig onderhoud Wegen 2012 2017 Ja Nee Civiele kunstwerken 2015 2019 Niet volledig Ja Riolering 2012 2018 Ja Nee Groen 2013 2017 Ja Nee Gebouwen 2014 2018 Niet volledig Ja Openbare verlichting 2015 2019 Ja Nee Samenstellers Opdrachtgever Provincie Overijssel Uitvoerder Welconsult Gemeentefinanciën, Amsterdam Extern bureau Welconsult Gemeentefinanciën, H.F.M. van der Wel Gemeente Steenwijkerland Coördinator financieel beleid en control, J. van der Wal Provincie Overijssel Coördinator Financieel toezicht (tevens toezichthouder), H. Steijn Juli 2018 2018-177