CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

15.0 Schriftelijke vragen GL - Jacht op hazen en konijnen - beantwoording 20211103.pdf

Raadsvergadering 9 november 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken77.590 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 7 van 9

Voor alle aan te wijzen soorten geldt daarnaast als vereiste dat er geen reële alternatieven beschikbaar zijn in de vorm van effectieve middelen of methoden om de betrokken schade te voorkomen zónder overtreding van de verbodsbepalingen, bijvoorbeeld effectieve middelen voor het weghouden of verjagen van de betrokken vogels en andere dieren. Zoals in paragraaf 4.1 van de nota van toelichting bij het Besluit natuurbescherming is uiteengezet, is ten aanzien van de Canadese gans, de houtduif, de kauw, het konijn, de vos en de zwarte kraai aan al deze vereisten voldaan. 10.1.2 Doelomschrijving Schadepreventie en schadebestrijding Door het gebruik van de landelijke vrijstelling voor soorten wordt in de wet genoemde vormen van schade beperkt, dan wel wordt schade voorkomen in de nabije toekomst of in omliggende gebieden. Door het uitvoeren van schadebestrijding en –preventie blijft de werkelijke en geregistreerde schade laag. Bij onvoldoende mogelijkheden tot schadebestrijding zal de stand van schadesoorten oplopen en schade toenemen. Het reduceren van populaties tot een niveau van aanvaardbare schade kent een lange weg, maar is wel een efficiënte werkwijze. Het onderliggende faunabeheerplan moet de grondgebruiker de ruimte bieden om een laag schadeniveau te handhaven of te bereiken.

Staat van instandhouding Landelijk vrijgestelde soorten (om te doden) Bij de aanwijzing als landelijk vrijgestelde soorten (art. 3.15 lid 1 Wnb en 3.1 Bnb) is reeds bepaald dat de aangewezen diersoorten niet in hun voortbestaan worden bedreigd of dat gevaar lopen. Provinciaal vrijgestelde soorten (om te doden) 10.1.3 Maatregelen De passende en doeltreffende maatregelen die een jacht(akte)houder en/of grondgebruiker kan nemen ter voorkoming dan wel beperking van schade door vrijgestelde soorten, zijn verschillende visuele en akoestische middelen, zoals laserpistolen, vogelverschrikkers, vlaggen, linten, ballonnen, vliegers, afweerpistolen en knalapparaten (BIJ12, Faunaschade Preventie Kit). Zowel visuele als akoestische middelen werken maar gedurende een korte periode, daarna wennen de dieren eraan. Door deze middelen af te wisselen wordt de effectiviteit verhoogd en gewenning zoveel mogelijk voorkomen. Verjagingsmethoden in combinatie met afschot werken effectiever en voorkomen gewenning (Guldemond e.a. 2016). 10.1.4 Verplichte registratie afschot Op grond van de Wet natuurbescherming dient de jachtaktehouder zijn afschot van alle vrijgestelde soorten te registreren. In dit faunabeheerplan wordt bepaald dat registratie van afschot voortdurend plaatsvindt, maar minimaal eens per kwartaal.

Op deze wijze heeft de faunabeheereenheid gedurende het gehele jaar een goed beeld van het gerealiseerde afschot. Alle jachtaktehouders worden dan ook verplicht om minimaal per kwartaal het afschot van vrijgestelde soorten te registreren op een door de faunabeheereenheid vastgestelde wijze en/of in een door haar beschikbaar gestelde applicatie. De registratie dient plaats te vinden binnen een maand na afloop van het kwartaal. De jachtaktehouder kan, voor zover hij/zij in gezagsverhouding College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636193/284 187 staat tot de jachthouder, de registratie van afschot ook laten uitvoeren door de jachthouder. De gegevens zijn o.a. noodzakelijk voor monitoring, publicatie en volgende faunabeheerplannen. Met deze registratiegegevens kan, mede in combinatie met schademeldingen, voor de komende planperioden inzicht worden gekregen in de wijze waarop planmatige en gecoördineerde schadebestrijding plaatsvindt. 10.1.5 Verplichte registratie trendtellingen In de POV worden in hoofdstuk 7.8.4 eisen gesteld aan beheer en schadebestrijding. Hierin is aangegeven dat populaties van in het wild levende dieren, genoemd in het Faunabeheerplan, moeten worden geteld en geregistreerd. Hiervoor wordt geteld op basis van een door de Faunabeheereenheid vast te stellen protocol en geregistreerd in een door haar beschikbaar gestelde applicatie.

Voor het opstellen en evalueren van deze plannen zijn de data over afschot, maar ook gegevens over trendtellingen noodzakelijk. 10.1.6 Publicatie van afschot- en telgegevens Afschot- en telgegevens worden jaarlijks door de faunabeheereenheid gepubliceerd in een jaarverslag op het niveau van de provincie. Deze publicatie dient uitsluitend ter verantwoording van de uitvoering van het faunabeheerplan. 10.1.7 Beheer en schadebestrijding in Natura 2000 gebieden Voor de bestrijding van schade veroorzaakt door vrijgestelde soorten kan onder bepaalde omstandigheden een vergunning op grond van de Wnb noodzakelijk zijn. Zwarte kraai (Corvus corone) 10.2.1 Algemeen De zwarte kraai is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Deze soort is niet als instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden opgenomen. Voor de zwarte kraai geldt een landelijke vrijstelling tot afschot bij dreigende schade gedurende het hele jaar. 10.2.2 Kwantitatieve gegevens Overzomerende zwarte kraaien Zwarte kraaien behoren tot de meest verspreide broedvogels en bewonen zowel open landbouw- of natuurgebieden als bossen en steden. De hoogste dichtheden vinden we in kleinschalig boerenland. De verspreiding is sinds ongeveer 1975 sterk uitgebreid. Voorheen te open gebieden (Zeeland) werden geschikt door ouder wordende beplanting en afnemende jachtdruk.

Drooggevallen gronden (zuidelijk Flevoland, Lauwersmeer) werden vlot gekoloniseerd. De landelijke broedpopulatie is toegenomen, vooral in boerenland en stedelijk gebied. In grote aaneengesloten bossen zijn zwarte kraaien juist schaarser geworden door de opkomst van predatoren als havik en buizerd. Zie de kaart in figuur 179 voor de verspreiding van de zwarte kraai. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636194/284 188 Nederlandse zwarte kraaien zijn standvogels, al vertonen sommige jonge vogels enig zwerfgedrag. Ook in de omringende landen staat de soort als honkvast bekend. Dat neemt niet weg dat op sommige plekken gerichte verplaatsingen in de bekende trekrichtingen worden opgemerkt. Dat is met name in het voorjaar opvallend op locaties als Breskens en de Eemshaven. De meeste verplaatsingen spelen zich af tussen half maart en begin mei, met de piek half april. De weinige min of meer gerichte najaar verplaatsingen vinden voornamelijk in oktober plaats. Niet-geslachtsrijpe vogels en zwarte kraaien die geen territorium konden veroveren houden zich het hele jaar op in groepen tot vele tientallen of een honderdtal vogels. Zie de kaart in figuur 175 voor de verspreiding van de zwarte kraai. Figuur 175.

Verspreiding van de zwarte kraai als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/15671) 10.2.3 Voorkomen en trend in Overijssel In Overijssel liggen de hoogste dichtheden broedvogels ten noorden van Zwolle. De niet-broedvogels zijn meer verspreid over de provincie. De trend broedvogels lijkt zich te stabiliseren. De trend niet- broedvogels blijft in een dalende lijn doorzetten. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636195/284 189 Figuur 176. Verspreiding van de zwarte kraai als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) Figuur 177. Trend van de zwarte kraai als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) Sinds de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming worden de landelijk vrijgestelde soorten geteld. Zie hiervoor figuur 178. In 2017 werden er 6.884 kraaien geteld en in 2018 waren dit er 11.736. Door de beperkte gegevens van twee jaar kan hier nog geen duidelijke trend uit worden afgeleid. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636196/284 190 WBE 2017 2018 Heeten e.o.

113 240 Lonneker Losser 157 206 Holten 105 111 De IJssellanden (OV) 462 455 De Hof van Twente 682 0 Jachtvereniging Kampen 150 182 Twickel 0 913 IJsselstreek Salland 270 351 Zuid-Oost Twente 241 0 Lemelerberg e.o. 142 173 West-Twente 0 2.554 Hugale 138 221 Noorder Vechtlanden 0 249 Salland Midden 0 299 De Dinkelstreek 189 294 Het Reestgebied 188 256 Zenderen 313 577 D’Oldematen (OV) 97 210 De Koerkamp 315 175 Tubbergen 671 1.244 De Vechtstroom 665 667 Sallandse heuvelrug 84 86 Ommen-Den Ham 0 108 Steenwijkerwold e.o. 166 101 Vriezenveen e.o. 391 373 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 0 359 De Noord-Westhoek (OV) 286 411 ‘t Achterveld (OV) 219 88 De Weerribben 32 44 Tussen Vecht en Dedemsvaart 152 155 Zuider Vechtlanden 178 221 Noord Oost Twente 478 413 Totaal 6.884 11.736 Figuur 178. Getelde kraaien in 2017 en 2018 in Overijssel (bron: FRS) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636197/284 191 10.2.4 Wettelijke status en Provinciaal beleid In de Wet natuurbescherming is de kraai een beschermde inheemse diersoort. Kraaien kunnen het gehele jaar gedood worden op basis van de landelijke vrijstelling. Het doel van de schadebestrijding is om belangrijke schade te voorkomen en te beperken waarbij de staat van instandhouding gegarandeerd blijft.

10.2.5 Schadehistorie en effectiviteit Er zijn in totaal 2 meldingen bekend van landbouwschade veroorzaakt door kraaien. Er is voor € 157,- aan schade getaxeerd. Deze schade werd veroorzaakt in de maand juni van 2014, zie hiervoor de figuur 179 t/m figuur 182. Gewas Aantal meldingen Getaxeerde schade Mais 2 € 157 Figuur 179. Getaxeerde schade door kraaien in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel WBE Mais Totaal getaxeerde waarde IJsselstreek Salland € 157 € 157 Figuur 180. Getaxeerde schade door kraaien per WBE in de periode01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel Jaar Getaxeerde schade 2014 € 157 2015 € 0 2016 € 0 2017 € 0 2018 € 0 Figuur 181. Getaxeerde schade door kraaien per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636198/284 192 Periode Getaxeerde schade Januari € 0 Februari € 0 Maart € 0 April € 0 Mei € 0 Juni € 157 Juli € 0 Augustus € 0 September € 0 Oktober € 0 November € 0 December € 0 Figuur 182. Getaxeerde schade door kraaien per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel Aangezien het BIJ12, unit Faunazaken geen tegemoetkomingen in schade verleent veroorzaakt door dieren die landelijke of provinciaal vrijgesteld zijn, is er voor grondgebruikers geen reden om schade te claimen bij het BIJ12, unit Faunazaken.

De meldingsbereidheid is hierdoor zeer laag en daarnaast worden er ook kosten in rekening gebracht wanneer een grondgebruiker schade claimt. De werkelijke schadegegevens zijn daardoor onvolledig. 10.2.6 Gevoerd beheer afgelopen periode Het aantal gedode dieren lijkt sinds 2014 sterk toegenomen van 1467 kraaien tot 10.305 kraaien in 2017, zie hiervoor figuur 183 t/m figuur 186. Echter, voor 2017 was verplichte registratie van afschot van landelijk vrijgestelde soorten nog niet verplicht. Deze gegevens werden op vrijwillige basis ingevoerd echter niet door alle beheerders. Pas vanaf 2017 wordt er dus een trend opgebouwd in de afschotgegevens. Echter, dit is een te korte periode om al een trend in af te kunnen lijden. Over alle jaren is december de maand waarin de meeste kraaien worden gedood. Zeer waarschijnlijk komt dit doordat jagers in deze maanden ook al actief zijn vanwege de jacht op de 5 jachtsoorten. In maart, april, juli en augustus is een lichte piek van aantal gedode kraaien te zien, ook bij de afschotgegevens per maand dient voor de jaren tot 2017 opgemerkt te worden dat dit op vrijwillige basis gebeurde. In alle WBE-gebiedenzijn kraaien gedood de afgelopen 6 jaar, waarbij de meesten in de WBE-gebieden De Vechtstroom, Tubbergen en West-Twente.

College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636199/284 193 Jaar Aantal gedode dieren 2014 1.467 2015 4.836 2016 7.833 2017 10.305 2018 9.826 Figuur 183. Aantal gedode dieren per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) Periode Aantal gedode dieren Januari 1.650 Februari 1.252 Maart 2.220 April 3.070 Mei 1.870 Juni 1.950 Juli 2.477 Augustus 2.738 September 1.491 Oktober 1.876 November 2.120 December 11.556 Figuur 184. Aantal gedode dieren per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) Figuur 185. Aantal gedode dieren per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) 0 5000 10000 15000 Aantal gedode dieren College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636200/284 194 WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De Dinkelstreek 0 12 82 139 296 De Hof van Twente 0 10 155 1054 765 De IJssellanden 58 255 753 612 311 De Koerkamp 0 27 71 235 247 De Noord-Westhoek 71 9 43 219 173 De Vechtstroom 659 313 584 312 559 De Weerribben 0 173 57 25 6 D’Oldematen 4 47 270 165 213 Heeten e.o. 0 434 371 195 321 Het Reestgebied 32 16 35 482 132 Holten 0 0 181 414 447 Hugale 0 317 547 254 349 IJsselstreek Salland 2 57 510 358 474 Jachtvereniging Kampen 1 527 450 370 226 Lemelerberg e.o.

0 139 114 140 58 Lonneker Losser 0 0 136 392 387 Noorder Vechtlanden 0 53 210 372 407 Ommen-Den Ham 0 85 60 75 60 Salland Midden 0 25 229 380 237 Sallandse heuvelrug 0 3 18 10 67 Steenwijkerwold e.o. 5 7 37 80 58 ‘t Achterveld 0 0 70 250 194 Tubbergen 0 411 655 514 681 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 61 17 109 206 202 Tussen Vecht en Dedemsvaart 0 420 227 347 298 Twickel 12 16 604 538 251 Vriezenveen e.o. 0 225 175 265 462 West-Twente 556 567 572 585 369 Zenderen 6 476 241 387 338 Zuider Vechtlanden 0 8 10 41 113 Zuid-Oost Twente 0 0 102 532 485 Noord Oost Twente 0 150 137 317 605 Figuur 186. Aantal gedode dieren per jaar, per WBE in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636201/284 195 10.2.7 Staat van instandhouding De staat van instandhouding van de zwarte kraai als broedvogel en als niet-broedvogel in Nederland is beoordeeld als gunstig. De staat van instandhouding buiten het broedseizoen is identiek aan die van broedvogels, omdat het om dezelfde vogels gaat (bron: www.sovon.nl). Beoordeling Staat van Instandhouding Populatie Verspreiding Leefgebied Toekomst Eindoordeel Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig 10.2.8 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art. 3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn.

Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk. 10.2.9 Beheermaatregelen De Faunabeheereenheid Overijssel vraagt voor de duur van het Faunabeheerplan ontheffing ex. art. 3.17 Wnb aan voor het vangen van zwarte kraaien met behulp van een kraaienvangkooi. • Periode 15 februari (1 maand voor het broedseizoen) - 15 augustus. In deze periode is de effectiviteit van het vangmiddel het grootst. • ter voorkoming van schade aan flora en fauna. • op gronden gelegen binnen de aangewezen weidevogel- en open akkergebieden zoals opgenomen in het meest actuele Natuurbeheerplan van de provincie Overijssel en op gronden gelegen binnen het aangewezen korhoendergebied op de Sallandse Heuvelrug, met een buffer van 5 kilometer daaromheen • Maximaal 1 kraaienvangkooi per 250 hectare. Redenatie: Vanwege het kleinschalige landschap in Overijssel en het belang om de populatie laag te houden deze norm hanteren. Indien het oppervlak voor een vangkooi groter wordt, wordt het effect op de populatie zeer klein geacht.

Monitoring van de populatie, schade en afschot van kraaien in Overijssel is een belangrijk onderdeel van het beheer. Aan deze monitoring wordt invulling gegeven door: • Het bijhouden van afschotgegevens in het faunaregistratiesysteem en jaarlijks te rapporteren aan de provincie. • Jaarlijkse trendtellingen te organiseren door de FBE conform het protocol voorjaarstelling FBE. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636202/284 196 Kauw (Corvus monedula) 10.3.1 Algemeen De kauw is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Deze soort is niet als instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden opgenomen. Voor de kauw geldt een landelijke vrijstelling tot afschot bij dreigende schade. 10.3.2 Kwantitatieve gegevens Overzomerende kauwen Door het hele land zijn broedende kauwen te vinden. Ze zijn het talrijkst in stedelijk gebied (vooral oudere wijken) en kleinschalig boerenland. Grote aaneengesloten bossen worden gemeden, terwijl open landschappen en natuurgebieden soms wel, soms ook niet bezet zijn. Sinds ongeveer 1975 breidde de soort zich uit over delen van Zeeland en Flevoland, waar hij eerst ontbrak. Tegelijkertijd namen de aantallen in kleine bossen af, deels misschien door onrust en predatie door haviken. De landelijke stand is al tientallen jaren min of meer stabiel.

Zie figuur 192 voor de verspreiding van de kauw op kaart. Overwinterende kauwen Onze eigen kauwen blijven vrijwel geheel in eigen land. Doortrek van oostelijke en noordelijke kauwen is vooral in de tweede helft van oktober opvallend. Een deel blijft bij ons overwinteren en sommige vogels vertonen kenmerken van noordse kauw (C. m. monedula) of Russische kauw (C. m. soemmerringii), hoewel de verschillen subtiel zijn. Er zijn enige aanwijzingen dat zulke vogels in afnemende mate in ons land verblijven. De voorjaarstrek vindt vooral in maart en de eerste helft van april plaats. Zie figuur 187 voor de verspreiding van de kauw op kaart. Figuur 187. Verspreiding van de kauw als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/15600) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636203/284 197 10.3.3 Voorkomen en trend in Overijssel Kauwen komen als broedvogel voornamelijk in het oosten van de provincie voor. Als niet-broedvogel is er een sterke concentratie rond het gebied Almelo, Vriezenveen en Tubbergen. De trend broedvogels blijft redelijk op hetzelfde pijl. Hoewel de trend niet-broedvogels dezelfde daling blijft aanhouden. Figuur 188. Verspreiding van de kauw als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) Figuur 189.

Trend van de kauw als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) Sinds de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming worden de landelijk vrijgestelde soorten geteld. In 2017 werden er 6.628 kauwtjes geteld in 2018 waren dit er 11.593. Door de beperkte gegevens van twee jaar kan hier nog geen duidelijke trend uit worden afgeleid. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636204/284 198 WBE 2017 2018 De Dinkelstreek 270 325 De Hof van Twente 703 0 De IJssellanden (OV) 246 277 De Koerkamp 142 93 De Noord-Westhoek (OV) 12 51 De Vechtstroom 572 652 De Weerribben 0 46 D’Oldematen (OV) 49 99 Heeten e.o. 137 180 Het Reestgebied 3 101 Holten 31 30 Hugale 285 426 IJsselstreek Salland 446 284 Jachtvereniging Kampen 114 94 Lemelerberg e.o. 179 103 Lonneker Losser 80 67 Noorder Vechtlanden 0 287 Ommen-Den Ham 0 45 Salland Midden 0 231 Sallandse heuvelrug 150 56 Steenwijkerwold e.o. 58 5 ‘t Achterveld (OV) 131 22 Tubbergen 703 1.423 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 0 217 Tussen Vecht en Dedemsvaart 76 126 Twickel 0 930 Vriezenveen e.o. 206 180 West-Twente 0 3.361 Zenderen 653 854 Zuider Vechtlanden 140 135 Zuid-Oost Twente 95 0 Noord Oost Twente 1.147 893 Totaal 6.628 11.593 Figuur 190.

Getelde kauwtjes in 2017 en 2018 in Overijssel in Overijssel (bron: FRS) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636205/284 199 10.3.4 Wettelijke status en Provinciaal beleid In de Wet natuurbescherming is de kauw een beschermde inheemse diersoort. Kauwen kunnen het gehele jaar gedood worden op basis van de landelijke vrijstelling. Het doel van de schadebestrijding is om belangrijke schade te voorkomen en te beperken waarbij de staat van instandhouding gegarandeerd blijft. 10.3.5 Schadehistorie en effectiviteit Voor de kauw zijn er in de periode 2014 t/m 208 geen schademeldingen bekend. Aangezien het BIJ12, unit Faunazaken geen tegemoetkomingen in schade verleent veroorzaakt door dieren die landelijke of provinciaal vrijgesteld zijn, is er voor grondgebruikers geen reden om schade te claimen bij het BIJ12, unit Faunazaken. De meldingsbereidheid is hierdoor zeer laag en daarnaast worden er ook kosten in rekening gebracht wanneer een grondgebruiker schade claimt. De werkelijke schadegegevens zijn daardoor onvolledig. 10.3.6 Gevoerd beheer afgelopen periode Het aantal gedode dieren lijkt sinds 2014 sterk toegenomen van 553 kauwen tot 4.824 kauwen in 2017, zie hiervoor figuur 191 t/m figuur 194. Echter, voor 2017 was verplichte registratie van afschot van landelijk vrijgestelde soorten nog niet verplicht.

Deze gegevens werden op vrijwillige basis ingevoerd alleen niet door alle beheerders. Pas vanaf 2017 wordt er een trend opgebouwd in de afschotgegevens. Echter, dit is een te korte periode om al een trend in af te kunnen leiden waarbij voor 2018 nog opgemerkt dient te worden dat dit nog geen geheel jaar betreft. Over alle jaren is december de maand waarin de meeste kauwen worden gedood en in de maanden februari, september, oktober en november de minste. Zeer waarschijnlijk worden in december de meeste kauwen geschoten doordat jagers in deze maanden ook al actief zijn vanwege de jacht op de 5 jachtsoorten. In de WBE-gebieden De IJssellanden, De Vechtstromen, Hugale, Tubbergen, Vriezenveen e.o., West-Twente en Zenderen worden de meeste kauwen gedood. Jaar Aantal gedode dieren 2014 553 2015 2.924 2016 4.299 2017 4.824 2018 4.173 Figuur 191. Aantal gedode dieren per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636206/284 200 Periode Aantal gedode dieren Januari 1.120 Februari 716 Maart 1.342 April 1.419 Mei 1.037 Juni 1.107 Juli 1.037 Augustus 784 September 781 Oktober 763 November 780 December 5.887 Figuur 192. Aantal gedode dieren per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) Figuur 193.

Aantal gedode dieren per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) 0 1000 2000 3000 4000 5000 6000 7000 Aantal gedode dieren College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636207/284 201 WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De Dinkelstreek 0 0 37 72 100 De Hof van Twente 0 1 52 514 333 De IJssellanden 85 210 334 256 170 De Koerkamp 0 16 33 63 82 De Noord-Westhoek 0 1 10 8 20 De Vechtstroom 185 148 298 109 295 De Weerribben 0 11 36 3 32 D’Oldematen 0 12 16 17 26 Heeten e.o. 0 243 129 62 147 Het Reestgebied 0 1 3 22 2 Holten 0 0 57 179 151 Hugale 0 326 537 505 232 IJsselstreek Salland 0 48 152 132 153 Jachtvereniging Kampen 0 210 148 304 95 Lemelerberg e.o. 0 44 25 18 36 Lonneker Losser 0 0 14 86 60 Noorder Vechtlanden 0 13 64 47 40 Ommen-Den Ham 0 74 51 12 8 Salland Midden 0 10 95 88 62 Sallandse heuvelrug 0 0 2 0 38 Steenwijkerwold e.o. 11 0 2 11 0 ‘t Achterveld 0 0 0 147 155 Tubbergen 0 231 825 396 482 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 0 8 10 97 114 Tussen Vecht en Dedemsvaart 0 125 76 118 87 Twickel 0 0 330 256 112 Vriezenveen e.o. 0 461 223 199 271 West-Twente 272 302 364 314 280 Zenderen 0 346 225 294 203 Zuider Vechtlanden 0 0 0 5 3 Zuid-Oost Twente 0 0 44 285 146 Noord Oost Twente 0 29 107 156 235 Figuur 194.

Aantal gedode dieren per jaar, per WBE in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636208/284 202 10.3.7 Staat van instandhouding De staat van instandhouding van de kauw als broedvogel in Nederland is beoordeeld als matig ongunstig. De staat van instandhouding van de kauw al niet broedvogel is niet bekend. Echter, gezien de dalende trend als benoemd in 10.2.1 is het waarschijnlijk dat deze ook als matig ongunstig gekwalificeerd kan worden. Beoordeling Staat van Instandhouding Populatie Verspreiding Leefgebied Toekomst Eindoordeel Gunstig Matig ongunstig Gunstig Gunstig Matig ongunstig 10.3.8 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art. 3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn. Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk. 10.3.9 Beheermaatregelen De kauw is aangemerkt als landelijk vrijgestelde soort en zal dan ook in de provincie worden bestreden ter preventie van schade aan gewassen en flora en fauna.

Daarnaast is er over de afgelopen jaren sprake van een toename van het aantal kauwen. Het laatste jaar is de populatie afgenomen waarbij de staat van instandhouding niet in het gevaar komt bij afschot. Deze staat van instandhouding wordt ook geborgd door de landelijke onderbouwing welke gebruikt is voor plaatsing van de kauw op de landelijke vrijstellingslijst. Monitoring van de populatie, schade en afschot van kraaien in Overijssel is een belangrijk onderdeel van het beheer. Aan deze monitoring wordt invulling gegeven door: • Het bijhouden van afschotgegevens in het faunaregistratiesysteem en jaarlijks te rapporteren aan de provincie. • Jaarlijkse trendtellingen te organiseren door de FBE conform het protocol voorjaarstelling FBE. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636209/284 203 Vos (Vulpes vulpes) 10.4.1 Algemeen De vos is beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. De vos is niet als instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden opgenomen. 10.4.2 Kwantitatieve gegevens Nederland Van oudsher is de vos een soort van de hogere zandgronden. De kerngebieden bevinden zich om deze reden voornamelijk in de oostelijk en zuidelijk gelegen provincies en provincie Utrecht. Sinds 1970 heeft het leefgebied zich steeds verder uitgebreid richting het noorden en westen van het land.

Zo is de vos momenteel ook in Laag-Nederland een algemene soort. Verandering van het landschap is hier de belangrijkste reden van. En dan met name een vergroting van het oppervlak groenvoorziening in combinatie met uitbreiding van dorpen en steden. Het leefgebied van een vos in Nederland is zeer afwisselend. Naast bos- en natuurgebieden behoren inmiddels ook parken, duinen, landbouwgebieden en zelfs stads- en dorpsranden tot het leefgebied. Hierbij is het belangrijk dat het leefgebied over voldoende dekking en voedsel beschikt. De mate waarin dit aanwezig is bepaald grotendeels de omvang van het territorium. Zo varieert de omvang van het leefgebied tussen de 50 en 900 ha (Sim Broekhuizen, 2016). In het stedelijk gebied is dit territorium aanmerkelijk kleiner, soms maar 30 ha. In open landbouwgebieden bevinden zich over het algemeen de grootste territoriums (Verspreidingsatlas, 2018). Figuur 195. Verspreiding vos binnen Nederland (bron: Verspreidingsatlas, 2018) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636210/284 204 10.4.3 Voorkomen en trend in Overijssel Volgens een kaart van het aantal gedode vossen in 1954 en 1955 blijkt dat er weinig meldingen in het noordwesten, zuidwesten en zuiden van de provincie zijn. Dit zijn over het algemeen de nattere gebieden binnen de provincie.

Naar alle verwachting kwam de vos voor deze jaren nog minimaal voor in deze gebieden. Momenteel komen in de gehele provincie Overijssel vossen voor. Door de verschillende WBE’s is in 2018 een telling uitgevoerd naar de hoeveelheid belopen vossenburchten binnen hun werkgebied. De resultaten die hieruit voortkwamen geven een globaal overzicht van de vossendichtheid binnen de provincie Overijssel. Echter, een aantal WBE’s hebben deze telling niet uitgevoerd, of niet op de juiste wijze ingeleverd. Ook zijn er gebieden waar vossen geen burchten hebben zoals bijvoorbeeld in moerassen of natte veenweidegebieden. Hierdoor zijn de resultaten een vertekend beeld van de werkelijkheid. WBE Belopen burchten vos 2018 Heeten e.o. 36 Rossum 14 Lonneker Losser 91 Holten 4 De IJssellanden 16 De Hof van Twente 7 Ootmarsum en omstreken - Jachtvereniging Kampen 8 Twickel 12 IJsselstreek Salland 18 Zuid-Oost Twente 46 Lemelerberg e.o. 23 West-Twente 40 Hugale 13 Noorder Vechtlanden 7 Salland Midden 34 Beneden Dinkel e.o. 17 De Dinkelstreek 9 Het Reestgebied 12 Zenderen 16 D’Oldematen 4 De Koerkamp 21 Tubbergen 43 De Vechtstroom - College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636211/284 205 Figuur 196. Belopen vossenburchten binnen het werkgebied van de WBE in Overijssel (bron: FRS) Figuur 197.

Verspreidingskaart belopen vossenburchten in Overijssel (bron: FRS) Uitgaande van deze resultaten bevindt de grootste dichtheid zich in het zuidoosten van Twente en het centrum van Salland met als kern de Sallandse heuvelrug. Sallandse heuvelrug 42 Ommen-Den Ham 8 Steenwijkerwold e.o. 28 Vriezenveen e.o. 18 Gorssel 5 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 4 De Noord-Westhoek 17 ‘t Achterveld 3 De Weerribben 19 Tussen Vecht en Dedemsvaart 15 Zuider Vechtlanden 10 Totaal 660 College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636212/284 206 10.4.4 Wettelijke status en Provinciaal beleid De vos is een beschermde soort en valt onder het beschermingsregime van ‘andere soorten’, volgens de Wet natuurbescherming. Daarnaast is de soort niet aangewezen als instandhoudingsdoel voor een Natura 2000-gebied of t.b.v. het Natuurnetwerk Nederland. De soort bevindt zich op de landelijke vrijstellingslijst voor grondgebruikers en gedeputeerde staten zijn bevoegd een ontheffing te verlenen voor het doden van de vos in de periode vanaf zonsondergang tot zonsopkomst. Het doel van het beheer is het streven naar het volgende beoogde resultaat: • Geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de vos. • Voorkomen en beperken van ernstige schade. • Voorkomen en beperken van schade aan flora en fauna. • Voorkomen van het onnodig lijden van dieren.

10.4.5 Schadehistorie en effectiviteit De afgegeven ontheffing in 2014 bood een verruiming van de aangewezen middelen en methoden die geboden zijn in het kader van de landelijke vrijstelling voor grondgebruikers. Zo maakt de betreffende ontheffing het mogelijk vossen te doden gebruikmakende van het geweer met kunstlicht en/of geweer met nachtzichtapparatuur in de periode vanaf zonsondergang tot zonsopkomst. De gebieden die hiervoor in aanmerking komen, zijn de aangewezen weidevogel- en korhoendergebieden met een buffer van 5 km. De ontheffing is destijds verleend ter voorkoming van schade aan fauna in alle weidevogel- en korhoendergebieden met een buffer van 5 km daaromheen. Deze geldt voor de periode van 1 december tot 15 juli. Schade/belang In de komende planperiode kan vossenschade worden verwacht aan de volgende maatschappelijke belangen. • Schade aan fauna (m.n. bodembroeders als weidevogels en korhoenders). • Openbare veiligheid. • Ter voorkoming van schade aan industrieterreinen en begraafplaatsen. • Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom De meest primaire schade wordt verwacht aan fauna (weidevogels en korhoenders). Schade aan fauna Weidevogels De afgelopen decennia zijn de aantallen weidevogels in ons land flink afgenomen.

Met name de laatste jaren is voor een aantal soorten een versnelling in de afname zichtbaar. Ondanks deze grote achteruitgang is Nederland nog steeds een karakteristiek weidevogelland. Met name voor een soort als de grutto behoort Nederland tot één van de belangrijkste broedgebieden. Van de Noordwest- Europese populatie broedt ca. 90% in Nederland. Van de wereldpopulatie broedt ongeveer de helft in College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636213/284 207 Nederland. Om deze reden heeft Nederland een internationale verantwoording voor de instandhouding van deze soort. In Overijssel bevinden zich de grootste aantallen weidevogels in de lager gelegen nattere gebieden. Deze gebieden bevinden zich voornamelijk in het noordwesten van de provincie. Het betreft hier voornamelijk de volgende gebieden; Polder Mastenbroek, het weidegebied ten zuiden van Kampen, het gebied rond De Wieden en de Weerribben, het veenweidegebied rond Staphorst en de uiterwaarden langs de IJssel en IJsselmonding. In figuur 198 is de ligging van deze weidevogelgebieden zichtbaar. Figuur 198. Alle weidevogel- en korhoengebieden in Overijssel met een buffer van 5 km daaromheen De achteruitgang van het aantal weidevogels heeft verschillende oorzaken. Zo is het leefgebied van weidevogels de afgelopen jaren sterk veranderd.

Dit is grotendeels toe te wijden aan een wijziging in de agrarische bedrijfsvoering. Wijzigingen van de afgelopen jaren zijn; landbouwintensivering, lager waterpeil, intensiever maairegime (vroeger in het jaar, vaker, ‘s nachts) en het verdwijnen van hooilanden. Daarnaast is predatiedruk van verschillende predatoren de afgelopen jaren toegenomen. Met name kwijnende populaties zijn kwetsbaar voor de gevolgen van een verhoogde predatiedruk. Weidevogels kenmerkend voor de veenweidegebieden als Watersnip, Tureluur, Grutto, Kemphaan, Slobeend en weidevogelpopulaties in Noordwest-Overijssel zoals de zomertaling behoren tot de meest kritische soorten. In figuur 199 is de aantalsontwikkeling van verschillende College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636214/284 208 weidevogelsoorten zichtbaar over de periode 1990-2014 (CBS, SOVON, 2015). Zo is het aantal grutto’s van 1990 tot 2014 met 58% afgenomen. Figuur 199. Ontwikkeling aantal weidevogels 1990-2014 in Overijssel (CBS, SOVON, 2015) In opdracht van collectief Noordwest-Overijssel is door ecologisch adviesbureau Altenburg en Wymenga onderzoek uitgevoerd naar de mate van predatie op weidevogellegsels in drie belangrijke karakteristieke weidevogelgebieden in Noordwest-Overijssel. Het betreft hier de volgende gebieden; Lierderbroek (1500 ha), Het Staphorsterveld (1200 ha) en Tolhuislanden (500 ha).

De resultaten wijzen uit dat het uitkomstsucces van de Kievit, Grutto en Wulp met respectievelijk 34%, 43% en 25% in 2016 te laag is om de populatie in stand te houden. Van de totale hoeveelheid nesten bij alle drie de soorten werd 55% tot 65% gepredeerd. Hierbij is predatie bij alle 3 de soorten verreweg de grootste oorzaak van legselverlies. Uit onderzoek is ook gebleken dat de vos met 70% van alle gepredeerde nesten, verreweg de grootste predator van weidevogellegsels is. Daarnaast blijkt dat de predatiedruk in de onderzoeksgebieden in 2016 hoger lag dan de gemiddelde predatiecijfers in provincie Overijssel in 2012 (E.B. Oosterveld, 2017). De uitkomsten van dit onderzoek komen overeen met de uitkomsten van voorgaand onderzoek uitgevoerd door Alterra. In 2001 heeft Alterra een onderzoek uitgevoerd naar de oorzaken van predatie op de weidevogelstand. In 2005 heeft dit geresulteerd in een onderzoekrapport genaamd “Weidevogels en predatie”. Ook uit dit onderzoek werd geconcludeerd dat predatie de grootste oorzaak is van het legselverlies in de betreffende onderzoeksgebieden. Ook kwam uit dit onderzoek College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636215/284 209 naar voren dat de legselpredatie in Noordwest-Overijssel hoger lag dan de gemiddelde predatiedruk in Nederland (W. Teunissen, 2005).

Korhoen Begin vorige eeuw was Nederland nog het leefgebied van duizenden korhoenders. Deze soort leefden in de overgang van kleine akkers en heidevelden, die toen nog veelvuldig in ons land voorkwamen. In 1974 heeft het toenmalige Rijksinstituut voor natuurbeheer besloten een landelijke korhoendertelling uitgevoerd, waarbij in totaal 450 baltsende hanen geteld werden. Deze achteruitgang heeft zich de afgelopen decennia voortgezet, waarbij ten slotte in 2013 een dieptepunt bereikt is met 2 baltsende hanen op de Sallandse heuvelrug. De voornaamste oorzaak van deze harde achteruitgang is het verdwijnen en versnipperen van geschikt habitat, afname van de kwaliteit van de habitat, een te kleine populatieomvang, predatiedruk, menselijke verstoring en klimaatverandering. Momenteel bevindt zich slechts een kleine geïsoleerde populatie korhoenders op de Sallandse heuvelrug. Door verschillende partijen wordt sterk ingezet om van deze laatste overgebleven korhoenders een duurzame populatie te maken. Zo vinden er verschillende herstelmaatregelen plaats in het leefgebied, om de kwaliteit te verhogen. Ook worden regelmatig korhoenders uitgezet om de huidige populatie in stand te houden. Zo zijn er in 2018 nog 25 Zweedse korhoenders uitgezet op de Sallandse heuvelrug.

De Wageningen universiteit heeft een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke oorzaken van de achteruitgang van de korhoen in Nederland en eventuele mogelijkheden voor behoud. Dit onderzoek heeft in 2014 geleid tot het onderzoeksrapport “Doorstart van het Nederlandse korhoen?”. Uit de resultaten van dit onderzoek kan onder andere opgemaakt worden dat de grootste oorzaak van achteruitgang van de populatie korhoenders in Nederland komt door de verslechtering van de habitat. Bij niet vitale populaties speelt predatie een steeds grotere rol in de verdere achteruitgang. Naast de directe impact van predatie speelt ook de indirecte vorm een grote rol bij het gedrag van korhoenders. Zo blijkt dat bepaalde plekken uit voorzorg worden vermeden. Naar verwachting is de havik de grootste predator van de korhoenderpopulatie op de Sallandse heuvelrug. Exacte predatiecijfers van het korhoen zijn echter niet bekend (H.A.H. Jansman, 2014). Schade aan waterkeringen, wegen en spoorwegen In de komende beheerplanperiode kan er mogelijk graafschade ontstaan aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, wegen en spoorwegen zoals vermeld in art. 3.10 Wet natuurbescherming. Graafschade aan de hierboven beschreven bouwwerken kunnen voor gevaarlijke situaties zorgen, en op deze manier de openbare veiligheid in gevaar brengen.

Schade aan industrieterreinen en begraafplaatsen In de komende beheerplanperiode kan er mogelijk graafschade ontstaan aan industrieterreinen en begraafplaatsen zoals vermeld in art. 3.10 Wnb. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636216/284 210 10.4.6 Gevoerd beheer afgelopen periode De afschotgegevens van de vos van de afgelopen 5 jaar geven een duidelijk zichtbaar beeld van het verhoogde afschot van de afgelopen jaren. Jaar Totaal aantal gedode dieren 2014 305 2015 899 2016 966 2017 1.256 2018 1.007 Figuur 200. Totaal aantal gedode vossen van de afgelopen 6 jaar in Overijssel (bron: FRS) Figuur 201. Totaal aantal gedode vossen van de afgelopen 6 jaar in Overijssel (bron: FRS) Wanneer het totale afschot uitgesplitst wordt in afschot op basis van de landelijke vrijstelling en afschot op basis van de ontheffing valt met name op dat het afschot t.b.v. de landelijke vrijstelling voor grondgebruikers de afgelopen jaren aanzienlijk is gestegen. Daarentegen blijven de afschotgegevens m.b.v. ontheffing van geweer met kunstlicht en/of geweer met nachtzichtapparatuur de afgelopen jaren op een redelijk gelijk niveau (zie figuur 202 en figuur 203). Jaar Aantal gedode dieren met ontheffing 2014 224 2015 450 2016 337 2017 348 2018 339 Figuur 202.

Aantal gedode vossen met ontheffing de afgelopen 6 jaar (bron FRS) 0 500 1000 1500 2014 2015 2016 2017 2018 Totaal aantal gedode dieren College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636217/284 211 Figuur 203. Aantal gedode vossen met ontheffing de afgelopen 6 jaar in Overijssel (bron: FRS) Figuur 204. Aantal gedode vossen met landelijke vrijstelling de afgelopen 6 jaar in Overijssel (bron: FRS) Figuur 205. Aantal gedode vossen met landelijke vrijstelling de afgelopen 6 jaar in Overijssel (bron: FRS) De periode waarin deze vossen gedurende het jaar worden geschoten is zeer wisselend. Goed zichtbaar is dat het afschot in de maand december opvallend veel hoger ligt dan de rest van de maanden. Dit is te verklaren uit de cijfers in het FRS waaruit blijkt dat in de jaren 2014 t/m 2016 het afschot op grond van de landelijke vrijstelling van het hele jaar in december werd geregistreerd.

0 100 200 300 400 500 2014 2015 2016 2017 2018 Aantal gedode dieren met ontheffing 0 200 400 600 800 1000 2014 2015 2016 2017 2018 Aantal gedode dieren met landelijke vrijstelling Jaar Aantal gedode dieren met landelijke vrijstelling 2014 81 2015 449 2016 629 2017 907 2018 668 College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636218/284 212 Vanaf 01-01-2017 is de verplichte afschotregistratie op grond van de Wet natuurbescherming ingevoerd en wordt er adequaat geregistreerd Daarnaast valt op dat er in de maanden mei, juni en juli een verhoogd afschot plaatsvindt. Deze komt naar alle waarschijnlijkheid door het afschot van vossenjongen in deze periode. Ook is een toename in de afschotgegevens zichtbaar in de maanden januari en februari. In deze maanden vindt de ranstijd plaats, waardoor vossen met name in het donker sneller zichtbaar zijn. Wel valt wel op dat er in de periode augustus t/m november het afschot vele malen lager ligt dan in de rest het jaar. Dit komt omdat in deze periode geen gebruik gemaakt mocht worden van de ontheffing geweer met kunstlicht en/of geweer met nachtzichtapparatuur. Periode Totaal aantal gedode vossen 2014 - 2018 O.g.v. ontheffing O.g.v.

vrijstelling Totaal Januari 315 192 507 Februari 217 185 402 Maart 127 120 247 April 91 210 301 Mei 275 318 593 Juni 322 255 577 Juli 198 189 387 Augustus 0 111 111 September 0 89 89 Oktober 0 113 113 November 0 163 163 December 151 796 947 Totaal 1.696 2.741 4.437 Figuur 206. Totaal aantal gedode vossen 2014 – 2018 per maand in Overijssel (bron: FRS) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636219/284 213 Figuur 207. Totaalaantal gedode vossen in verschillende periodes in Overijssel in het jaar 2014 t/m 2018 (bron: FRS) De afschotgegevens per WBE van de afgelopen 5 jaar geven een goed beeld van de verplichting tot afschotregistratie bij de vos als landelijk vrijgestelde soort sinds de inwerkingtreding van de Wnb. In 2014 werden nog nauwelijks gedode vossen geregistreerd, in de jaren 2015 - 2016 namen de aantallen gedode vossen sterk toe, deze toename is naar alle verwachting te wijden aan het advies dat de FBE destijds gaf aan verschillende WBE’s om gedode vossen te registreren als voorbode op de Wet natuurbescherming. In 2017 liggen de afschotgegevens verreweg het hoogst. Met de ingang van Wet natuurbescherming op 1 januari 2017 is het immers verplicht alle gedode dieren te registreren in het faunaregistratiesysteem.

WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De Dinkelstreek 0 1 15 52 25 De Hof van Twente 0 2 10 45 51 De IJssellanden 0 2 19 57 28 De Koerkamp 1 8 12 27 21 De Noord-Westhoek 0 0 0 3 5 De Vechtstroom 32 21 33 21 32 De weerribben 0 39 8 14 6 D’Oldematen 0 9 26 55 18 Heeten e.o. 0 41 26 14 19 Het Reestgebied 3 3 9 15 21 Holten 0 1 9 14 20 Hugale 0 31 65 18 17 IJsselstreek Salland 1 12 21 22 27 College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636220/284 214 Jachtvereniging Kampen 0 19 9 12 5 Lemelerberg e.o. 0 48 13 20 15 Lonneker Losser 0 0 10 44 62 Noorder Vechtlanden 0 2 2 12 9 Ommen Den Ham 0 4 15 26 26 Salland Midden 0 8 12 35 37 Sallandse heuvelrug 0 0 17 29 5 Steenwijkerwold e.o. 3 1 17 32 38 ‘t Achterveld 0 0 0 5 4 Tubbergen 0 77 44 63 33 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 9 4 17 13 3 Tussen Vecht en Dedemsvaart 0 33 24 48 35 Twickel 0 0 39 23 8 Vriezenveen e.o. 0 6 17 25 21 West-Twente 22 28 53 43 16 Zenderen 10 27 47 30 28 Zuider Vechtlanden 0 3 2 13 12 Zuid-Oost Twente 0 0 4 29 10 Noord Oost Twente 0 13 34 46 29 Figuur 208. Aantal gedode vossen met vrijstelling per WBE van de afgelopen 6 jaar in Overijssel (bron: FRS) In tegenstelling tot de landelijke vrijstelling, is het altijd verplicht geweest vossen te registeren die gedood zijn o.b.v. de afgegeven ontheffing geweer met kunstlicht en/of geweer met nachtzichtapparatuur.

Opvallend is dat naast het aantal gedode vossen op basis van de landelijke vrijstelling, nog steeds zoveel grote hoeveelheden vossen gedood worden m.b.v. de afgegeven ontheffing. Het aantal gedode vossen d.m.v. een ontheffing is de afgelopen 5 jaar redelijk stabiel gebleven. In 2017, waarbij alle gegevens zowel voor landelijke vrijstelling als voor de afgegeven ontheffing zijn geregistreerd, is te zien dat in totaal een kwart van het totaalaantal geregistreerde vossen is geschoten d.m.v. de afgegeven ontheffing. Daarboven op komt nog dat het doden van de vos als landelijk vrijgestelde soort in de gehele provincie Overijssel is toegestaan, terwijl het doden van vossen o.b.v. de afgegeven ontheffing in slechts bepaalde delen van provincie Overijssel is toegestaan. Dit geeft aan dat de afgegeven ontheffing waarbij gebruik gemaakt wordt van het geweer met kunstlicht en/of geweer met nachtzichtapparatuur een zeer effectief middel blijkt te zijn. Op basis van de landelijke vrijstelling mag de vos slechts bestreden worden tussen zonsopkomst en zonsondergang. Daardoor is de vos vooral een nachtdier geworden, die zich overdag niet of nauwelijks meer laat zien. Ook bevinden burchten zich vaak in ontoegankelijke natuurterreinen, College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636221/284 215 waardoor burchtenjacht moeilijk of niet mogelijk is.

Met behulp van de afgegeven ontheffing waarbij gebruik gemaakt kan worden van geweer met kunstlicht en/of geweer met nachtzichtapparatuur, is het mogelijk om de vos van zonsondergang tot zonsopkomst te bestrijden. Dit is het dagdeel dat de vos het meest actief is. De meest kwetsbare periode voor weidevogels, wat betreft nestelen, broeden en niet-vlieg vlugge jongen grootbrengen, is de periode van 1 februari tot 15 juli. Om de predatie voor deze kwetsbare periode zo veel mogelijk te reduceren, dient de vossenstand voor deze periode in de betreffende gebieden zo laag mogelijk te zijn. Om deze reden is beheer van 1 december tot 15 juli uitgevoerd. WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De Dinkelstreek 0 1 3 3 6 De Hof van Twente 24 27 31 21 17 De IJssellanden 23 32 23 35 27 De Noord-Westhoek 21 82 30 50 66 De Vechtstroom 8 14 14 5 4 De Weerribben 12 35 25 30 48 D’Oldematen 27 49 23 31 8 Heeten 6 16 6 19 10 Het Reestgebied 3 0 3 16 8 Holten 0 3 2 0 2 Hugale 0 0 1 0 0 IJsselstreek Salland 15 24 14 10 20 Jachtvereniging Kampen 4 19 11 14 26 Lemelerberg e.o. 11 3 1 7 4 Noorder Vechtlanden 21 18 30 24 15 Oldebroek Oosterwolde 2 2 9 0 0 Ommen-Den Ham 7 4 12 5 6 Salland Midden 15 34 22 28 23 Sallandse heuvelrug 2 7 5 13 8 Steenwijkerwold e.o. 1 5 3 1 8 Tubbergen 0 8 9 3 18 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 0 0 0 2 2 Tussen Vecht en Dedemsvaart 4 3 0 0 0 Twickel 0 0 1 0 0 Vriezenveen e.o.

0 22 11 7 3 West-Twente 14 26 7 8 3 Zenderen 1 2 6 2 0 College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636222/284 216 Zuider Vechtlanden 1 10 9 6 1 Zuid-Oost Twente 0 0 2 0 0 Noord Oost Twente 0 1 23 8 2 De Koerkamp 2 3 1 0 4 Figuur 209. Aantal gedode vossen met ontheffing per WBE van de afgelopen 6 jaar in Overijssel (bron: FRS) 10.4.7 Staat van instandhouding Bij het plaatsen van de Vos op de landelijk vrijstellingenlijst heeft de minister al geoordeeld dat de gunstige staat van instandhouding van de soort is aangetoond. Het verlenen van een ontheffing voor het gebruik van kunstlicht veranderd hier niets aan. Uitgangspunt van de benodigde ontheffing voor de bestrijding van vossen is dat deze slechts van toepassing is op specifieke locaties en omstandigheden, zodanig dat door de beperkte omvang daarvan geen significant effect op de vossenstand optreedt. De rechterlijke uitspraak LJN: BB5460 bekrachtigt dit. 10.4.8 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art. 3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn. Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden.

Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk. 10.4.9 Beheermaatregelen De kwetsbare populatie weidevogels en korhoenders zijn dalende en kwetsbaar en daarmee gevoelig voor predatie. Om deze reden is er noodzaak voor een verlenging van de ontheffing op grond van het Faunabeheerplan 2014-2019.Hierbij mag in de periode van 1 december tot 15 juli van zonsondergang tot zonsopkomst gebruik gemaakt worden van een geweer met kunstlicht en/of geweer met nachtzichtapparatuur in de daarvoor aangewezen gebieden. De aangewezen gebieden zijn alle door de provincie erkende weidevogel- en korhoengebieden met daaromheen een buffer van 5 km, gelegen binnen de provinciegrenzen (zie figuur 198). Daarnaast werkt De provincie Overijssel aan een nieuw programma akkervogels, vergelijkbaar aan dat voor de weidevogels (zie bijlage: Actieplan weide- en akkervogels Overijssel 2018-2021). Het gaat om soorten als patrijs, veldleeuwerik en gele kwikstaart. Ook in de gebieden aangewezen voor akkervogels zouden een straal van 5 km voor bestrijding van vos met lichtbak en nachtzichtapparatuur van zonsondergang tot zonsopgang mogelijk moeten worden gemaakt. Het is niet onmogelijk dat in de komende jaren akkervogelgebieden worden aangewezen op plekken die niet aangewezen zijn voor weidevogels.

Ook akkervogels als patrijs die nog zeldzamer zijn dan sommige weidevogels, verdienen bescherming van zo’n 5 km bufferzone. Er wordt voor een verlenging van de afgegeven ontheffing gepleit, omdat blijkt dat de predatie van vossen op weidevogels aanzienlijk is, het slecht gaat met de stand van kwetsbare bodem broedende College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636223/284 217 vogels en aangezien afschot in de nachtperiode in de vorige planperiode zijn effectiviteit heeft aangetoond, doordat 25% van het totale aantal vossen geschoten is op basis van deze ontheffing. Het gebruik van de landelijke vrijstelling is slechts toegestaan van zonsopkomst tot zonsondergang, en dan bevindt de vos zich hoofdzakelijk in moeilijk begaanbare gebieden of terreinen die niet toegankelijk zijn. Waarbij een vos zich overdag voornamelijk in onbegaanbaar terrein bevindt en dit van zonsondergang tot zonsopkomst verruilt voor begaanbaar terrein. Door de vos te bestrijden van zonsondergang tot zonsopkomst neemt om deze reden de effectiviteit enorm toe. Een noodzaak hierbij is dat er gebruik gemaakt moet kunnen worden van geweer met kunstlicht en/of geweer met nachtzichtapparatuur. Deze ontheffing dient afgegeven te worden op basis van ‘schade aan fauna’, dat volgens art.

3.8 en 3.10 van de Wet natuurbescherming een voorwaarde is tot afwijking van het beschermingsregime van ‘andere soorten’, waar de vos onderdeel van uitmaakt. Het doden van vossen o.b.v. de landelijke vrijstelling in combinatie met de ontheffing voorziet in de komende planperiode voor een afname van het predatieniveau bij zowel weidvogelpopulaties als de korhoenpopulatie. Door zowel gebruik te maken van de landelijke vrijstelling als afgegeven ontheffing ligt het schadebestrijdingsniveau in de weidevogel- korhoengebieden een stuk hoger, dan alleen gebruik te maken van de afgegeven ontheffing (Veerman, 2006). In gebieden waar geen ontheffing is gegeven voor het gebruik van geweer met kunstlicht en/of geweer met nachtzichtapparatuur, kan m.b.v. de landelijke vrijstelling invulling worden gegeven aan een afname van de hoeveelheid vossen. Door vossen buiten het aangewezen werkgebied van de ontheffing te bestrijden, wordt nieuwe bezetting van territoriums binnen het werkgebied van de afgegeven ontheffing zoveel mogelijk voorkomen. Monitoring van aantallen, schade en afschot van vossen in Overijssel is een belangrijk onderdeel van de bestrijding. Het monitoren van het aantal vossen is ingewikkeld, maar cruciaal om inzicht te krijgen in de aantalsontwikkeling van de soort. Momenteel kan slechts wat over de aantallen gezegd worden a.d.h.v.

de telgegevens die door verschillende WBE’s verzameld zijn over de hoeveelheid belopen vossenburchten. Door een aantal WBE’s zijn geen of naar alle verwachting onjuiste resultaten toegestuurd wat betreft het aantal belopen burchten. In de komende planperiode zal er een professionaliseringslag plaats moeten vinden bij de WBE’s zodat ook de aantallen belopen vossenburchten in de provincie Overijssel inzichtelijk worden. Met de ingang van de Wet natuurbescherming op 1 januari 2017, worden naast alle afschotgegevens van de afgegeven ontheffing ook alle afschotgegevens van de landelijke vrijstelling geregistreerd. De afschotregistratie is verplicht onder de Wet natuurbescherming en zal in de komende planperiode dus ook worden uitgevoerd. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636224/284 218 Aan deze monitoring wordt de volgende invulling gegeven: • Bijhouden van afschotgegevens in het faunaregistratiesysteem en jaarlijks rapporten aan de provincie. • Jaarlijkse telling naar het aantal belopen vossenburchten in het werkgebied van verschillende WBE’s. Bij voorkeur wordt dit uitgevoerd in het voorjaar (april/mei), waarbij het gebruik van een burcht het best zichtbaar is. Deze uitkomsten worden jaarlijks gerapporteerd aan de provincie.

10.4.10 Plaats en perioden van beheermaatregelen De Faunabeheereenheid Overijssel vraagt voor de duur van het Faunabeheerplan ontheffing ex. art. 3.17 Wnb aan voor: • het doden van vossen met het geweer en met kunstmatige lichtbron en/of met nachtzichtapparatuur op gronden gelegen binnen de aangewezen weidevogel- en open akkergebieden zoals opgenomen in het meest actuele Natuurbeheerplan van de provincie Overijssel, met een buffer van 5 kilometer daaromheen en in de periode van 1 december tot en met 15 juli. • het doden van vossen met het geweer met kunstmatige lichtbron en/of met nachtzichtapparatuur op gronden gelegen binnen het aangewezen korhoendergebied op de Sallandse Heuvelrug, met een buffer van 5 kilometer daaromheen, in de periode van 1 december tot en met 15 juli. Grote Canadese gans (Branta canadensis canadensis) 10.5.1 Algemeen De grote Canadese gans is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Deze soort is niet als instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden opgenomen. Voor de grote Canadese gans geldt een landelijke vrijstelling tot afschot bij dreigende schade gedurende het hele jaar. 10.5.2 Kwantitatieve gegevens Overzomerende grote Canadese ganzen De broedpopulatie bestaat uit nazaten van losgelaten of ontsnapte vogels. De eerste broedgevallen, vanaf 1974, mislukten veelal door afschot en verstoring.

Dit hield de stormachtige kolonisatie van Nederland echter niet tegen. Deze vond in eerste instantie plaats vanuit verspreidingskernen zoals in Noord- en Zuid-Holland en het westen en midden van Noord-Brabant. Nog steeds zijn deze provincies goed voor minstens de helft van de broedpopulatie. Deze omvatte rond 2000 al 1200 paren en groeide daarna sterk door. Door het optreden van ondersoorten, hybriden en nakomelingen van mengparen (bijvoorbeeld met brandgans of grauwe gans) vertoont een deel van de grote Canadese ganzen ‘onzuivere’ kenmerken. Zie de kaart in figuur 219 voor de verspreiding van de grote Canadese gans. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636225/284 219 Overwinterende grote Canadese ganzen Vóór het ontstaan van een eigen broedpopulatie waren grote Canadese ganzen alleen in strenge winters, zoals 1978/79, in noemenswaardige aantallen aanwezig. Het ging dan om Zweedse vogels. Zulke invasies worden niet meer vastgesteld of verdrinken in de snel gegroeide eigen populatie. Deze betreft grotendeels standvogels, ‘s winters aangevuld met vogels uit aangrenzende landen. Recent in Nederland geringde vogels zijn overigens wel teruggevonden tot in Zuid-Zweden.

De belangrijkste verplaatsingen vinden plaats in de ruiperiode in juni, als vogels uit omringende landen in Nederland komen ruien, maar tegelijk vanuit Nederland ook rui-trek naar elders optreedt. De landelijke aantallen zijn vooral vanaf 1995 sterk toegenomen. De groepen zijn het grootst in de nazomer en de herfst, wanneer de ganzen veelal oogstresten op akkers bezoeken. In de loop van de winter vallen de meeste groepen uiteen. Tussen juni en augustus ontstaan rui-concentraties tot enkele duizenden vogels op grote open wateren. Zie de kaart in figuur 210 voor de verspreiding van de grote Canadese gans. Figuur 210. Verspreiding van de grote Canadese gans als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/1661) 10.5.3 Voorkomen en trend in Overijssel Zowel als broedvogel en als niet-broedvogel komt de Grote Canadese gans voornamelijk in het zuiden van de provincie voor. Na een sterke toename tussen 2000 en 2010 lijkt de trend nu stabiel te blijven. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636226/284 220 Figuur 211. Verspreiding van de Grote Canadese gans als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) Figuur 212.

Trend van de Grote Canadese gans als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) Het aantal grote Canadese ganzen is sinds 2013 toegenomen van 1.563 tot 3.285 in 2018, zie hiervoor figuur 213. Elk jaar werden meer zomerganzen aangetroffen. Voor het grootste deel worden de overzomerende grote Canadese ganzen in Overijssel geteld langs de IJssel. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636227/284 221 Jaar Aantal zomerganzen 2013 1.563 2014 1.757 2015 2.673 2016 2.696 2017 2.748 2018 3.285 Figuur 213. Getelde Canadese ganzen in 2013 t/m 2018 in Overijssel (bron: FRS) 10.5.4 Wettelijke status en Provinciaal beleid In de Wet natuurbescherming is de grote Canadese gans een beschermde inheemse diersoort, als ook geplaatst op de landelijke vrijstellingslijst. De grote Canadese ganzen kunnen het gehele jaar geschoten worden ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen. Het doel van het beheer is om belangrijke schade te voorkomen en te beperken waarbij de staat van instandhouding gegarandeerd blijft. 10.5.5 Schadehistorie en effectiviteit Er zijn in totaal 48 meldingen bekend van schade veroorzaakt door grote Canadese ganzen, zie hiervoor figuur 214 en figuur 215. Er is voor € 11.301,- aan schade getaxeerd, geheel door schade aan blijvend grasland.

De schade wordt veroorzaakt tussen februari en augustus en is verdeeld over 9 WBE’s, waarbij de schade in de WBE’s De IJssellanden, Noord-Westhoek en D’Oldematen het hoogste was. Gewas Aantal meldingen Getaxeerde schade Blijvend grasland 48 € 11.301 Figuur 214. Getaxeerde schade door Canadese ganzen in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) WBE Blijvend grasland Totaal getaxeerde waarde Beneden de Linde € 106 € 106 De IJssellanden € 5.418 € 5.418 IJsselstreek Salland € 632 € 632 Jachtvereniging Kampen € 249 € 249 De Koerkamp € 161 € 161 De Noord-Westhoek € 2.034 € 2.034 Oldebroek/Oosterwolde € 95 € 95 D’Oldematen € 2.525 € 2.525 De Weerribben € 39 € 39 Figuur 215. Getaxeerde schade door Canadese ganzen per gewas in de periode 01 -01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636228/284 222 Jaar Getaxeerd bedrag 2014 € 2.175 2015 € 3.582 2016 € 598 2017 € 1.027 2018 € 3.919 Figuur 216. Getaxeerde schade door Canadese ganzen per jaar in de periode 01 -01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Periode Getaxeerd bedrag Januari € 0 Februari € 1.418 Maart € 1.941 April € 1.952 Mei € 1.260 Juni € 2.809 Juli € 1.739 Augustus € 182 September € 0 Oktober € 0 November € 0 December € 0 Figuur 217.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/76d15840-0ec0-4aef-ba71-9af176503148?agendaItemId=3d82f736-511f-4e52-9955-6e930de97e94