CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

15.0 Schriftelijke vragen GL - Jacht op hazen en konijnen - beantwoording 20211103.pdf

Raadsvergadering 9 november 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken77.590 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 8 van 9

Getaxeerde schade door Canadese ganzen per maand in de periode 01 -01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Aangezien het BIJ12, unit Faunazaken geen tegemoetkomingen in schade verleent veroorzaakt door dieren die landelijke of provinciaal vrijgesteld zijn, is er voor grondgebruikers geen reden om schade te claimen bij het BIJ12, unit Faunazaken. De meldingsbereidheid is hierdoor zeer laag en daarnaast worden er ook kosten in rekening gebracht wanneer een grondgebruiker schade claimt. De werkelijke schadegegevens zijn daardoor onvolledig. 10.5.6 Gevoerd beheer afgelopen periode Het aantal gedode dieren is sinds 2014 toegenomen van 558 Canadese ganzen tot 700 Canadese ganzen in 2016. In 2017 is het aantal gedode dieren weer gezakt tot 323 dieren in 2018. Vanaf augustus tot en met december worden de meeste dieren gedood. Omdat de meeste Canadese ganzen verblijven rondom de IJssel worden hier ook de meeste Canadese ganzen gedood. Dit zie je terug in de cijfers van de verschillende WBE’s. De WBE’s De IJssellanden, D’Oldematen en IJsselstreek Salland hebben daarom de hoogste aantallen gedode Grote Canadese ganzen. Hier waren de schades ook het hoogste. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636229/284 223 Jaar Aantal gedode dieren 2014 558 2015 480 2016 700 2017 460 2018 323 Figuur 218.

Aantal gedode dieren per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) Periode Aantal gedode dieren Januari 118 Februari 126 Maart 220 April 311 Mei 173 Juni 62 Juli 98 Augustus 404 September 452 Oktober 397 November 307 December 320 Figuur 219. Aantal gedode dieren per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) Figuur 220. Aantal gedode dieren per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) 0 50 100 150 200 250 300 350 400 450 500 Aantal gedode dieren College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636230/284 224 WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De Hof van Twente 0 0 0 0 3 De IJssellanden 217 155 255 141 77 De Koerkamp 37 10 7 30 31 De Noord-Westhoek 36 40 43 58 13 De Vechtstroom 31 10 7 11 1 De Weerribben 7 5 13 5 3 D’Oldematen 106 71 99 63 29 Heeten e.o. 0 0 16 0 2 Het Reestgebied 0 0 0 0 2 Holten 0 0 13 2 0 IJsselstreek Salland 66 36 60 63 109 Jachtvereniging Kampen 17 119 58 42 3 Lemelerberg e.o. 0 0 0 0 1 Lonneker Losser 0 0 0 7 0 Noorder Vechtlanden 3 3 16 13 4 Oldebroek Oosterwolde 0 0 0 0 0 Ommen-Den Ham 0 0 13 0 0 Salland Midden 28 19 58 4 23 Steenwijkerwold e.o. 10 2 17 6 6 Tubbergen 0 2 0 0 0 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 0 0 29 11 1 Tussen Vecht en Dedemsvaart 0 1 5 1 5 Vriezenveen e.o.

0 0 0 2 0 West-Twente 0 0 1 0 0 Zenderen 0 5 0 0 0 Zuider Vechtlanden 0 2 0 0 10 Zuid-Oost Twente 0 0 0 1 0 Figuur 221. Aantal gedode dieren per jaar, per WBE in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) 10.5.7 Staat van instandhouding De staat van instandhouding van de grote Canadese gans als broedvogel in Nederland is beoordeeld als gunstig. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636231/284 225 Beoordeling Staat van Instandhouding Populatie Verspreiding Leefgebied Toekomst Eindoordeel Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig Als niet-broedvogel is de staat van instandhouding van de grote Canadese gans in Nederland beoordeeld als gunstig. Beoordeling Staat van Instandhouding Populatie Verspreiding Leefgebied Toekomst Eindoordeel Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig 10.5.8 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art. 3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn. Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk.

10.5.9 Beheermaatregelen De Grote Canadese gans is aangemerkt als landelijk vrijgestelde soort en zal dan ook in de provincie worden bestreden ter preventie van schade aan gewassen en flora en fauna. De afschotcijfers geven weer dat er afschot gepleegd is in de WBE’s waar ook schade is. WBE’s met minder schade laten ook een duidelijk lagere afschotcijfers zien. Aangenomen mag dan ook worden dat er alleen afschot wordt gepleegd wanneer er schade is of wanneer dreigt te ontstaan. De populatie Grote Canadese ganzen verschilt per WBE. De verwachting is dat de staat van instandhouding niet in gevaar komt bij afschot. Deze staat van instandhouding wordt ook geborgd door de landelijke onderbouwing welke gebruikt is voor plaatsing van de Grote Canadese gans op de landelijke vrijstellingslijst. Monitoring van de populatie, schade en afschot van Grote Canadese ganzen in Overijssel is een belangrijk onderdeel van het beheer. Aan deze monitoring wordt invulling gegeven door: • Het bijhouden van afschotgegevens in het faunaregistratiesysteem en jaarlijks te rapporteren aan de provincie. • Jaarlijkse zomer- en wintertellingen te organiseren door de FBE conform het protocol zomertelling ganzen van de landelijke technische werkgroep zomertelling ganzen (april, 2012).

College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636232/284 226 11 Overige soorten Roek (Corvus frugilegus) 11.1.1 Algemeen De roek is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Deze soort is niet als instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden opgenomen. 11.1.2 Kwantitatieve gegevens Overzomerende roeken Door vervolging en onopzettelijke vergiftiging (landbouwbestrijdingsmiddelen) was de Nederlandse stand rond 1970 op een dieptepunt, maar herstelde zich in de periode daarna. Vanaf ongeveer 2000 nemen de aantallen licht af, deels als gevolg van verstoring in verband met overlast en vermeende schade. Door verstoring neigen voorheen grote kolonies ertoe zich over meerdere locaties te verspreiden. De bijna 900 kolonies bestaan meestal uit enkele tientallen tot een honderdtal nesten, de grootste tellen rond 1000 nesten. Zo’n 80% van de roeken broedt in Gelderland, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Friesland. Vestigingen in het westen van het land, in het verleden niet ongewoon, zijn momenteel schaars maar nemen weer toe. In Nederland zijn er bij tellingen van nesten bij kolonies 43.188 nesten geteld en wordt de broedpopulatie geschat op 47.500 – 53.200 roeken (bron: www.sovon.nl). Overwinterende roeken De verspreiding in het winterhalfjaar overlapt met die in de broedtijd.

Nederlandse broedvogels overwinteren nabij de eigen broedplaats, misschien met uitzondering van een deel van de onvolwassen vogels. De instroom van Noord- en Oost-Europese overwinteraars is vanaf ongeveer 1995 aan het droogvallen. Waarschijnlijk overwinteren zulke vogels in toenemende mate in of dichter bij het eigen broedgebied, een verschijnsel dat zich eerder bij bonte kraai voordeed. De afname van roeken van elders is ook te merkbaar in de trekmaanden maart en, vooral, oktober. Op trektelposten zijn de lange slierten trekkende roeken duidelijk zeldzamer dan enkele tientallen jaren geleden. Het geschatte maximumaantal roeken in de winter, in de periode 2013-2015, is geschat op 150.000 – 175.000 roeken (bron: www.sovon.nl). College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636233/284 227 Figuur 222. Verspreiding van de roek als broed- en als niet-broedvogel in Nederland (bron: www.Sovon.nl) 11.1.3 Voorkomen en trend in Overijssel De broedpopulatie van de roek in Overijssel is sinds 2000 afgenomen. Tussen 2000 en 2010 was er een sterke afname te zien, nu is deze afname minder sterk. Tijdens de zomertellingen, uitgevoerd door WBE’s, zijn in 2018 in totaal 5853 roeken geteld. In de winter zijn er bij de tellingen uitgevoerd door Sovon. De uitkomsten hiervan worden afgezet tegen het jaartal 1990 als indexcijfer. Figuur 223.

Verspreiding van de roek als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636234/284 228 Figuur 224. Trend van de roek als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) De meeste roeken bevinden zich in het werkgebied van de WBE’s West-Twente en De Vechtstroom. Ook in de WBE-gebieden Holten, De IJssellanden, Salland Midden, D’Oldematen en Zenderen zijn de aantallen relatief hoog. In 2018 zijn er ruim 5.800 roeken geteld. Zie figuur 225. WBE 2017 2018 Heeten e.o. 65 55 Lonneker Losser 200 100 Holten 4 315 De IJssellanden (OV) 606 511 De Hof van Twente 4 0 Jachtvereniging Kampen 9 21 Twickel 0 48 IJsselstreek Salland 37 45 Zuid-Oost Twente 18 0 Lemelerberg e.o. 11 0 West-Twente 0 1025 Hugale 0 6 Noorder Vechtlanden 0 32 Salland Midden 0 456 De Dinkelstreek 0 0 Het Reestgebied 0 150 Zenderen 124 494 D’Oldematen (OV) 125 264 De Koerkamp 113 183 Tubbergen 18 37 College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636235/284 229 De Vechtstroom 1.604 1.851 Sallandse heuvelrug 2 0 Ommen-Den Ham 0 0 Steenwijkerwold e.o. 58 41 Vriezenveen e.o.

206 107 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 0 57 De Noord-Westhoek (OV) 12 25 ‘t Achterveld (OV) 131 0 De Weerribben 0 0 Tussen Vecht en Dedemsvaart 76 0 Zuider Vechtlanden 140 0 Noord Oost Twente 20 30 Totaal 3.583 5.853 Figuur 225. Getelde roeken in 2017 en 2018 bij de jaarlijkse voorjaarstelling Faunasoorten in Overijssel (bron: FRS) 11.1.4 Wettelijke status en Provinciaal beleid In de Wnb is de roek een beschermde inheemse diersoort. Het doel van het beleid is om belangrijke schade te voorkomen en te beperken waarbij geen verslechtering ontstaat van de staat van instandhouding. 11.1.5 Schadehistorie en effectiviteit Figuur 226 geeft de getaxeerde schade per jaar weer. De schade veroorzaakt door roeken fluctueert sterk over de afgelopen jaren. Jaar Getaxeerde schade 2014 € 344 2015 € 1.634 2016 € 0 2017 € 2.618 2018 € 0 Figuur 226. Getaxeerde schade 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) In totaal zijn er 5 schademeldingen gedaan met een totale schade van € 4.596,- over de jaren 2014 tot en met 2018, zie hiervoor de figuur 227 t/m figuur 229. De meeste meldingen betroffen schade op maisakkers waarop ook de hoogste totaalschade getaxeerd werd. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636236/284 230 Gewas Aantal meldingen Getaxeerde schade Mais 3 € 1.978 Wintergraan 1 € 1.104 Zomergraan 1 € 1.514 Figuur 227.

Getaxeerde schade door roeken per gewas in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) WBE Mais wintergraan zomergraan Totaal getaxeerde waarde IJsselvallei € 1.104 € 1.104 Jachtvereniging Kampen € 1.978 € 1.978 Holten € 1.514 € 1.514 Figuur 228. Getaxeerde schade door roeken per gewas en per WBE in de periode 01 -01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Periode Getaxeerde schade Januari € 1.104 Februari € 0 Maart € 0 April € 1.514 Mei € 0 Juni € 0 Juli € 0 Augustus € 0 September € 1.978 Oktober € 0 November € 0 December € 0 Figuur 229. Getaxeerde schade door roeken per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Aangezien BIJ12 unit Faunazaken geen tegemoetkomingen in schade verleent veroorzaakt door dieren die landelijke of provinciaal vrijgesteld zijn, is er voor grondgebruikers geen reden een tegemoetkoming faunaschade aan te vragen bij het BIJ12, unit Faunazaken. De meldingsbereidheid is hierdoor zeer laag en daarnaast worden er ook kosten in rekening gebracht wanneer een grondgebruiker een tegemoetkoming aanvraagt. De volledigheid van deze schadegegevens is daardoor niet representatief.

College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636237/284 231 11.1.6 Gevoerd beheer afgelopen periode Het aantal gedode dieren is geregistreerd van 2014 tot en met 2018. Jaar Aantal gedode dieren 2014 0 2015 727 2016 1.350 2017 1.303 2018 884 Figuur 230. Aantallen gedode roeken in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) De roeken worden het gehele jaar gedood met een duidelijke piek in december. Dit hoge aantal in december valt samen met het jachtseizoen van de wildsoorten. Veel jagers zijn in deze periode actief in het veld vanwege het jachtseizoen en plegen in die periode tijdens de jacht op andere soorten, ook afschot op roeken. Zie figuur 231. In de WBE-gebieden De Vechtstroom, De IJssellanden, Holten, Tussen Vecht en Dedemsvaart, West- Twente en Zenderen zijn de meeste dieren gedood. Zie figuur 241. Periode Aantal gedode dieren Januari 94 Februari 162 Maart 160 April 438 Mei 579 Juni 358 Juli 317 Augustus 236 September 374 Oktober 140 November 136 December 1.220 Figuur 231.

Aantallen gedode roeken in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636238/284 232 WBE 2015 2016 2017 2018 De Dinkelstreek 0 0 0 1 De Hof van Twente 2 0 0 0 De IJssellanden 16 119 73 119 De Koerkamp 0 1 31 26 De Noord-Westhoek 0 4 48 27 De Vechtstroom 337 429 349 214 D’Oldematen 22 2 0 10 Heeten e.o. 51 59 8 12 Het Reestgebied 0 0 20 0 Holten 0 22 150 219 Hugale 0 11 18 14 IJsselstreek Salland 4 24 23 33 Jachtvereniging Kampen 30 16 38 1 Lemelerberg e.o. 2 0 0 0 Lonneker Losser 0 0 60 10 Noorder Vechtlanden 0 97 49 3 Ommen-Den Ham 0 2 12 0 Noord Oost Twente 0 0 1 0 Salland Midden 0 3 0 11 Steenwijkerwold e.o. 0 0 11 1 ‘t Achterveld 0 0 4 0 Tubbergen 28 6 0 0 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 0 0 17 41 Tussen Vecht en Dedemsvaart 170 177 156 67 Vriezenveen e.o. 5 49 48 12 West-Twente 0 258 79 14 Zenderen 60 54 59 28 Zuid-Oost Twente 0 17 49 21 Figuur 232. Aantallen gedode roeken per WBE in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636239/284 233 11.1.7 Staat van instandhouding De staat van instandhouding van de roek als broedvogel in Nederland is beoordeeld als matig ongunstig.

Beoordeling Staat van Instandhouding Populatie Verspreiding Leefgebied Toekomst Eindoordeel Gunstig Gunstig Matig ongunstig Matig ongunstig Matig ongunstig De staat van instandhouding van de roek als niet-broedvogel in Nederland is beoordeeld als zeer ongunstig. Beoordeling Staat van Instandhouding Populatie Verspreiding Leefgebied Toekomst Eindoordeel Zeer ongunstig Zeer ongunstig Matig ongunstig Matig ongunstig Zeer ongunstig De staat van instandhouding van de roek in Overijssel wijkt niet af van de landelijke staat van instandhouding. 11.1.8 Natura 2000 Voor het doden van roeken in en rondom de Natura 2000-gebieden is een vergunning Wet natuurbescherming noodzakelijk, tenzij dit in het Natura 2000-beheerplan is opgenomen. Het doden van roeken mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000- gebieden. 11.1.9 Plaats en perioden van beheermaatregelen In de afgelopen beheerperiode heeft de roek op de provinciale vrijstellingslijst gestaan. Per 01 november 2018 is deze vrijstelling komen te vervallen. Voor de komende beheerperiode worden voor de roek vooralsnog geen beheermaatregelen voorgesteld. Mochten de maatregelen, niet zijnde ondersteunend afschot, leiden tot onvoldoende resultaat en toename van de schade zal alsnog ontheffing voor ondersteunend afschot worden aangevraagd.

Indien en voor zover een ontheffing voor ondersteunend afschot wordt aangevraagd dan is dit van toepassing ingeval van belangrijke schade aan gewassen of ter voorkoming daarvan, op tenminste 500 m1 afstand van de kolonie en met een maximum van 5 stuks per bejaagactie per schadeperceel per dag. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636240/284 234 Spreeuw (Sturnus vulgaris) 11.2.1 Algemeen De spreeuw is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Deze soort is niet als instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden opgenomen. 11.2.2 Kwantitatieve gegevens Broedvogels Spreeuwen zijn in het hele land bekende broedvogels. Ze zijn het talrijkst in boerenland met veel gras en in stedelijk gebied met veel gazons. Het voorkomen in bos blijft beperkt tot randsituaties. De landelijke aantallen namen vermoedelijk tot midden twintigste eeuw toe. Vanaf 1990 of eerder is het echter afname wat de klok slaat, in het bijzonder in bossen. De afstand tot voedselgebieden (graslanden) is vermoedelijk op veel plekken te groot geworden voor profijtelijk broeden. De aantalsontwikkeling in boerenland en stedelijk gebied is divers, al krijgen negatieve tendensen ook daar de overhand. Zie de kaart in figuur 242 voor de verspreiding van de spreeuw.

De totale broedpopulatie werd in de periode 2013-2015 geschat op 450.000 – 750.000 spreeuwen (bron: www.sovon.nl). Wintergasten De Nederlandse broedvogels zijn standvogel of trekken in september en oktober enkele honderden kilometers weg. Grote aantallen Oost-, Noord- en Midden-Europese spreeuwen bezoeken ons land, met pieken in juli (na het uitvliegen van de jongen) en de herfst (trek). Vooral half oktober kunnen indrukwekkende fronten spreeuwen passeren, met name langs de Hollands-Zeeuwse kust. De verspreiding van de overwinteraars is weersafhankelijk: bij zacht weer vooral in de graslanden, bij streng winterweer ook veel in stedelijk gebied. De voorjaarstrek vindt vooral in maart plaats. Zie figuur 233 voor de verspreiding van de spreeuw. De maximale populatie in de winter werd in de periode 2013-2015 geschat op 1.000.000 – 3.000.000 spreeuwen. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636241/284 235 Figuur 233. Verspreiding van de spreeuw als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/15820) 11.2.3 Voorkomen en trend in Overijssel In Overijssel komt de spreeuw als broedvogel verspreid in Overijssel voor. In de winter leeft het merendeel van de spreeuwen in de kop van Overijssel. De trend laat al jaren een daling zien in Overijssel.

Het indexcijfer voor broedvogels 2016 bedroeg 50 en voor niet-broedvogels 59 (bron: www.sovon.nl). Figuur 234. Verspreiding van de spreeuw als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636242/284 236 Figuur 235. Trend van de spreeuw als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) 11.2.4 Wettelijke status en Provinciaal beleid In de Wet natuurbescherming is de spreeuw een beschermde inheemse diersoort. Het doel van het beheer is om belangrijke schade te voorkomen en te beperken waarbij geen verslechtering ontstaat van de staat van instandhouding. 11.2.5 Schadehistorie en effectiviteit In de afgelopen beheerperiode heeft de WBE Jachtvereniging Kampen een ontheffing gehad voor het doden van spreeuwen. Het betrof hier in eerste instantie een ontheffing voor de periode van 1 juli tot en met 15 september echter werd deze periode al snel gewijzigd naar 1 augustus tot en met 15 oktober. Het betrof een ontheffing voor het voorkomen van belangrijke schade aan mais met behulp van het geweer. Per schadebestrijdingsactie mogen maximaal 5 spreeuwen gedood worden. In totaal zijn 2 schademeldingen gedaan met een totale schade van € 1.978,- over de jaren 2014 tot en met 2018.

Dit betrof twee uitgekeerde schades in de WBE Jachtvereniging Kampen op maisakkers in september 2014 en 2015. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636243/284 237 Jaar Getaxeerde schade 2014 € 344 2015 € 1.634 2016 € 0 2017 € 0 2018 € 0 Figuur 236. Getaxeerde schade door spreeuwen per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Gewas Aantal meldingen Getaxeerde schade Mais 2 € 1.978 Figuur 237. Getaxeerde schade door spreeuwen per gewas in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) WBE Mais Totaal getaxeerde schade Jachtvereniging Kampen € 1.978 € 1.978 Figuur 238. Getaxeerde schade door spreeuwen per WBE in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Periode Getaxeerde schade Januari € 0 Februari € 0 Maart € 0 April € 0 Mei € 0 Juni € 0 Juli € 0 Augustus € 0 September € 1.978 Oktober € 0 November € 0 December € 0 Figuur 239. Getaxeerde schade door spreeuwen per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636244/284 238 11.2.6 Gevoerd beheer afgelopen periode Alleen in januari 2017 zijn 124 spreeuwen gedood in de WBE Jachtvereniging Kampen. In 2017 is geen schade getaxeerd aan gewassen.

Aangenomen mag worden dat met deze acties geleid hebben tot het voorkomen van belangrijke schade. Dit mag mede aangenomen worden vanwege de voorschriften welke in de ontheffing opgenomen zijn. Jaar Aantal gedode dieren 2014 0 2015 0 2016 0 2017 124 2018 0 Figuur 240. Aantal gedode spreeuwen per jaar in Overijssel (bron: FRS) 11.2.7 Staat van instandhouding De staat van instandhouding van de spreeuw als broedvogel in Nederland is beoordeeld als matig ongunstig. Beoordeling Staat van Instandhouding Populatie Verspreiding Leefgebied Toekomst Eindoordeel Matig ongunstig Matig ongunstig Matig ongunstig Matig ongunstig Matig ongunstig De staat van instandhouding van de spreeuw als niet-broedvogel in Nederland is beoordeeld als gunstig. Beoordeling Staat van Instandhouding Populatie Verspreiding Leefgebied Toekomst Eindoordeel Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig De staat van instandhouding van de spreeuw in Overijssel wijkt niet af van de landelijke staat van instandhouding. 11.2.8 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art. 3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn. Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden.

Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636245/284 239 11.2.9 Beheermaatregelen In de afgelopen beheerperiode is voor het bestrijden van schade veroorzaakt door de spreeuw ontheffing verleend in het werkgebied van de wbe Jachtvereniging Kampen. Voor de komende beheerperiode wordt voor de spreeuw vooralsnog geen beheermaatregelen voorgesteld. Mochten de maatregelen, niet zijnde ondersteunend afschot, leiden tot onvoldoende resultaat en toename van de schade zal alsnog ontheffing voor ondersteunend afschot worden aangevraagd. Indien en voor zover een ontheffing voor ondersteunend afschot wordt aangevraagd dan is dit van toepassing ingeval van belangrijke schade aan gewassen. Met een maximum van 5 stuks per bejaagactie per schadeperceel per dag rekening houdend met de matig-ongunstige staat van instandhouding. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636246/284 240 12 Exoten en verwilderde dieren Algemeen Sinds 1 januari 2018 zijn Gedeputeerde Staten van Overijssel verantwoordelijk voor het uitvoeren van maatregelen in de provincie gericht op de bestrijding van invasieve exoten die op de Europese Unielijst staan.

De provincie Overijssel is in 2018 begonnen met verkenning voor de invulling van het provinciale invasieve exotenbeleid (flora en fauna). Bij deze verkenning zijn de volgende zoogdieren en vogels van de Unielijst aangemerkt als relevant voor de provincie Overijssel. Zoogdieren Wasbeer Wasbeerhond Muskusrat (Waterschappen) Beverrat (Waterschappen) Vogels Nijlgans Heilige ibis Rosse stekelstaart Halsbandparkiet Medio juni 2019 komt de provincie met een Plan van Aanpak, uitmondend in een rapportage. In afstemming met zgn. groene partners zal vervolgens input worden gegeven voor de uiteindelijke beleidsuitwerking. De FBE Overijssel acht één opdracht ex. art. 3.18 Wnb voor de reeds geselecteerde soorten wenselijk. Voor het Faunabeheerplan 2019-2024 zullen in dit hoofdstuk de soorten nijlgans, Indische gans, rosse stekelstaart, marterhond en verwilderde kat uitgewerkt worden (kader faunabeheerplan 2019-2024). Nijlgans (Alopochen aegypticus) 12.2.1 Algemeen De nijlgans is een exoot en is daarmee niet beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. De nijlgans staat ook vermeld op de unielijst als invasieve exoot. 12.2.2 Kwantitatieve gegevens Overzomerende nijlganzen Nijlganzen, afstammelingen van losgelaten of ontsnapte siervogels, zijn een bekende verschijning in het landschap. Toch deden ze pas in 1967 hun intrede als broedvogel.

Vanuit verspreidingskernen bij Den Haag, Groningen en in het oostelijk Rivierengebied koloniseerden ze grote delen van het land. De hoogste dichtheden vinden we in graslandgebieden met waterpartijen in de laaggelegen delen van vooral West-Nederland en het rivierengebied. De nijlgans komt eveneens tot broeden in stedelijk gebied en zelfs tot diep in grote bossen, op gekraakte roofvogelnesten. Het succes van deze soort is deels een gevolg van het lange broedseizoen en meerdere broedsels per jaar, tot midden in de winter. Nijlganzen verdedigen zich fel tegen predatoren of andere indringers. Toch zijn er tot College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636247/284 241 dusverre geen aanwijzingen dat dit ten koste van andere watervogelpopulaties gaat. Zie figuur 241 voor de verspreidingskaarten van de nijlgans. Overwinterende nijlganzen Een deel van de nijlganzen trekt het hele jaar paarsgewijs op, maar vooral in de nazomer en de winter sluiten andere zich aan tot groepen van soms enkele honderden. Ze foerageren op graslanden en oogstresten op bouwland (vooral mais) en rusten en ruien op open water. Aflezingen van gekleurringde vogels bewijzen hun mobiliteit, zowel binnen Nederland als over de grens in bijvoorbeeld Duitsland. De grootste aantallen zijn, net als in de broedtijd, te vinden in het westen van het land en het Rivierengebied.

De landelijk getelde aantallen namen sterk toe in het voetspoor van de sterk gegroeide Nederlandse broedpopulatie. Sinds de eeuwwisseling zwakt de toename af. Mogelijke oorzaken zijn afschot en het vol raken van de bekende broedgebieden. Zie figuur 241 voor de verspreidingskaarten van de nijlgans. Voorkomen en trend in Overijssel Figuur 241. Verspreiding van de Nijlgans als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: ttp://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/1700) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636248/284 242 In de kop van Overijssel bevinden zich de meeste nijlganzen. De aantallen in de provincie namen tot 2011 explosief toe. Momenteel is er een flinke daling ingezet. Figuur 242. Verspreiding van de Nijlgans als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) Figuur 243. Trend van de nijlgans als broed- en als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) Het aantal zomerganzen is redelijk stabiel gedurende de afgelopen aantal jaren. Het schommelt tussen de 2.341 ganzen in 2013 en 4.129 in 2015. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636249/284 243 Jaar Aantal zomerganzen 2013 2.341 2014 3.138 2015 4.129 2016 3.182 2017 2.582 2018 3.762 Figuur 244. Aantal getelde zomerganzen per jaar in Overijssel (bron: FRS) Figuur 245.

Aantal getelde zomerganzen per jaar 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) 12.2.4 Wettelijke status en Provinciaal beleid De nijlgans is een exoot, waardoor deze niet is beschermd in Nederland. Het doel van het beheer is om belangrijke schade te voorkomen en om schade aan flora en fauna te voorkomen. 12.2.5 Schadehistorie en effectiviteit In totaal zijn 28 schademeldingen ontvangen met een totale getaxeerde schade van € 5.835,-. De grootste en meeste schade maken de nijlganzen op blijvend grasland, 26 meldingen met een schade van € 5.681,-, zie figuur 247. Lastig is dat schade niet vergoed wordt wanneer deze door nijlganzen is aangericht. Dit maakt de bereidheid onder agrariërs om schade te melden een stuk lagen. De schade aan gewassen zal in de praktijk een stuk hoger zijn. Dit wordt benadrukt door acties van medewerkers van de provincie welke bij bedrijven met schade aangericht door nijlganzen zijn gaan kijken. 0 500 1000 1500 2000 2500 3000 3500 4000 4500 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Aantal zomerganzen College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636250/284 244 Gewas Aantal meldingen Getaxeerde schade Blijvend grasland 26 € 5.681 Nieuw ingezaaid grasland 1 € 143 Wintergraan 1 € 11 Figuur 246. Getaxeerde schade door nijlganzen per gewas in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Figuur 247.

Getaxeerde schade door nijlganzen per gewas in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (Bron: FRS) In de WBE’s IJsselstreek Salland, De Noord-Westhoek en De Weerribben zijn de meeste schades getaxeerd. De schades vonden alle jaren plaats, waarbij in 2015 en 2016 de meeste schade aanwezig was. In de maanden februari, maart en mei werd de meeste schade gemeld. Jaar Getaxeerde schade 2014 € 493 2015 € 2.050 2016 € 1.829 2017 € 777 2018 € 686 Figuur 248. Getaxeerde schade door nijlganzen per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) WBE Blijvend grasland Nieuw ingezaaid grasland Wintergraan Totaal getaxeerde waarde Beneden de Linde € 11 € 11 De IJssellanden € 123 € 123 Jachtvereniging Kampen € 218 € 218 D’Oldematen € 114 € 114 De Hof van Twente € 1 € 1 IJsselstreek Salland € 1.562 € 1.562 Noord-Westhoek € 3.590 € 3.590 STAD Losser € 23 € 23 Steenwijkerwold e.o. € 30 € 30 Onbekend € 20 € 143 € 163 College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636251/284 245 Figuur 249. Getaxeerde schade door nijlganzen per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) Periode Getaxeerde schade Januari € 0 Februari € 1.108 Maart € 3.282 April € 0 Mei € 1.001 Juni € 141 Juli € 272 Augustus € 28 September € 3 Oktober € 0 November € 0 December € 0 Figuur 250.

Getaxeerde schade door nijlganzen per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) €0 €500 €1.000 €1.500 €2.000 €2.500 2014 2015 2016 2017 2018 Getaxeerde schade College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636252/284 246 Figuur 251. Getaxeerde schade door nijlganzen per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) 12.2.6 Gevoerd beheer afgelopen periode In de afgelopen beheerperiode was het in diverse WBE-gebieden mogelijk om nijlganzen te doden. Deze mogelijkheid werd gegeven door een vijftal aanwijzingen welke actief zijn binnen de provincie. Er was een trend gaande waarbij het aantal gedode dieren gestaag afnam. In 2016 was er echter weer een aanzienlijke piek in het afschot waarna de afnemende trend weer doorzette. De grote toename van gedode dieren is voornamelijk toe te schijven aan één WBE, zijnde WBE De Akkerlanden, Tussen Grens & Vecht. Jaar Aantal gedode dieren 2014 1.619 2015 1.244 2016 2.095 2017 1.684 2018 1.611 Figuur 252. Aantal gedode nijlganzen per jaar in Overijssel (bron: FRS) €0 €500 €1.000 €1.500 €2.000 €2.500 €3.000 €3.500 Getaxeerde schade College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636253/284 247 Figuur 253.

Aantal gedode nijlganzen in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) Periode Aantal gedode dieren Januari 633 Februari 569 Maart 562 April 460 Mei 465 Juni 457 Juli 512 Augustus 994 September 1.179 Oktober 930 November 722 December 770 Figuur 254. Aantal gedode nijlganzen per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) 0 500 1000 1500 2000 2500 2014 2015 2016 2017 2018 Aantal gedode dieren College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636254/284 248 Figuur 255. Aantal gedode nijlganzen per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) WBE 2013 2014 2015 2016 2017 2018 De Hof van Twente 133 123 92 95 165 76 De IJssellanden 143 152 138 107 136 87 De Noord-Westhoek 325 310 239 293 239 256 De Vechtstroom 0 1 4 191 152 149 De Weerribben 49 55 58 73 41 26 D’Oldematen 279 216 143 160 198 203 Heeten e.o. 30 29 24 67 8 17 Het Reestgebied 0 0 0 0 16 12 Holten 0 0 0 35 23 4 Hugale 0 2 1 0 0 0 IJsselstreek Salland 227 198 209 134 81 68 Jachtvereniging Kampen 145 84 64 31 86 48 Lemelerberg e.o. 1 0 0 5 0 3 Noorder Vechtlanden 1 12 0 15 41 61 Ommen-Den Ham 0 0 0 0 29 25 Salland Midden 212 135 43 79 100 135 Steenwijkerwold e.o. 137 71 31 90 80 47 Tubbergen 0 0 0 0 1 17 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 15 170 165 521 113 150 Tussen Vecht en Dedemsvaart 0 0 0 105 39 155 Vriezenveen e.o.

1 4 4 29 12 6 0 200 400 600 800 1000 1200 1400 Aantal gedode dieren College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636255/284 249 West-Twente 77 54 29 56 54 38 Zuider Vechtlanden 0 0 0 4 64 19 Zuid-Oost Twente 1 3 0 0 0 0 Noord Oost Twente 0 0 0 5 5 9 Figuur 256. Aantal gedode nijlganzen per WBE in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) 12.2.7 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art. 3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn. Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk. 12.2.8 Beheermaatregelen De nijlgans is een exoot, waardoor deze niet is beschermd in Nederland. Daarnaast is de soort ook opgenomen op de Unielijst. Om belangrijke schade aan gewassen en flora en fauna te voorkomen kan het gebruik van de huidige aanwijzingen worden voortgezet. Monitoring van de populatie, schade en afschot van nijlganzen in Overijssel is een belangrijk onderdeel van het beheer.

Aan deze monitoring wordt invulling gegeven door: • Het bijhouden van afschotgegevens in het faunaregistratiesysteem en jaarlijks te rapporteren aan de provincie. • Jaarlijkse zomer- en wintertellingen te organiseren door de FBE conform het protocol zomertelling ganzen van de landelijke technische werkgroep zomertelling ganzen (april, 2012). Daarnaast komt de provincie medio 2019 met een Plan van Aanpak m.b.t. exoten, uitmondend in een rapportage. In afstemming met de ‘groene partners’ zal vervolgens input worden gegeven voor de uiteindelijke beleidsuitwerking. De FBE Overijssel acht één opdracht ex. art. 3.18 Wnb voor de reeds geselecteerde soorten, waaronder de Nijlgans, wenselijk. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636256/284 250 Indische gans (Anser indicus) 12.3.1 Algemeen De Indische gans is een exoot en is daarmee niet beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. Figuur 257. Verspreiding van de Indische gans als niet-broedvogel (bron: http://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/1620 12.3.2 Kwantitatieve gegevens Overzomerende Indische ganzen Vanaf 1986 broeden er jaarlijks Indische ganzen in ons land. De aantallen namen langzaam toe naar rond de 100 paren tijdens de eeuwwisseling en nog wat meer daarna. Van een stormachtige toename, zoals bij verschillende andere ganzen is geen sprake.

Het gaat om nakomelingen van losgelaten of ontsnapte vogels, die veelal nog bij de oorspronkelijke locaties broeden. Voorbeelden zijn de omgeving van Nieuwkoop en enkele gebieden langs de Lek. Vaak nestelen verschillende paren op korte afstand van elkaar op eilanden of kribben. Het duurt overigens soms enkele jaren voordat lokaal aanwezige vogels tot broeden overgaan. Het aantal broedvogels in Nederland is in de periode 2013-2015 geschat op 50-90 exemplaren. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636257/284 251 Overwinterende Indische ganzen De meeste Indische ganzen worden gezien in de omgeving van de broedplaatsen, waar ze zich veelal aansluiten bij andere ganzen. De Nederlandse vogels, die standvogel zijn, krijgen in het winterhalfjaar gezelschap van wat vogels uit aangrenzende landen. Lokale bestrijdingsacties zorgen soms voor een gevoelige terugval van de aantallen. Zie verspreidingskaart in figuur 257. Het geschatte maximum in de winter werd in de periode 2013-2015 geschat op 250 – 400 Indische ganzen. 12.3.3 Voorkomen en trend in Overijssel Binnen de provincie komt de Indische gans maar sporadisch voor. Er zijn te weinig telgegevens bekend om iets over de trend binnen Overijssel te kunnen zeggen. Figuur 258.

Verspreiding van de Indische gans als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nlnl/provincies) Jaar Aantal zomerganzen 2013 46 2014 61 2015 103 2016 44 2017 62 2018 48 Figuur 259. Aantal getelde zomerganzen per jaar in Overijssel (bron: FRS) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636258/284 252 Figuur 260. Aantal getelde zomerganzen per jaar 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: FRS) 12.3.4 Wettelijke status en Provinciaal beleid De Indische gans is een exoot, waardoor deze niet is beschermd in Nederland. Het doel van het beheer is om belangrijke schade te voorkomen en om schade aan flora en fauna te voorkomen. 12.3.5 Schadehistorie en effectiviteit Er zijn voor de provincie Overijssel geen gegevens bekend over schade gevallen van de Indische gans. 12.3.6 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art. 3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn. Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk.

12.3.7 Beheermaatregelen Medio juni 2019 komt de provincie met een Plan van Aanpak, uitmondend in een rapportage. In afstemming met zgn. groene partners zal vervolgens input worden gegeven voor de uiteindelijke beleidsuitwerking. De FBE Overijssel acht één opdracht ex. art. 3.18 Wnb voor de reeds geselecteerde soorten, waaronder de Indische gans, wenselijk. Vooruitlopend op deze beleidsuitwerking acht de FBE Overijssel verdere beheermaatregelen op dit moment niet van toepassing. 0 20 40 60 80 100 120 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Aantal zomerganzen College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636259/284 253 Rosse stekelstaart (Oxyura jamaicensis) 12.4.1 Algemeen De rosse stekelstaart is een exoot en is daarmee niet beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. De rosse stekelstaart is een invasieve exoot en een bedreiging voor de zeldzame witkopeend. Er zijn Europese afspraken om de rosse stekelstaart in de natuur te elimineren. 12.4.2 Kwantitatieve gegevens Zowel als broedvogel als niet broedvogel komt de rosse stekelstaart maar sporadisch voor in Nederland. De landelijke broedpopulatie werd in 2013-2015 geschat op 15 – 30 stuks. De maximum winter populatie werd ook in de periode 2013- 2015 geschat op 60 – 80. Figuur 261.

Verspreiding van de Rosse stekelstaart als broedvogel en niet -broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl) 12.4.3 Voorkomen en trend in Overijssel Ook binnen de provincie komt de rosse stekelstaart maar sporadisch voor. Er zijn te weinig telgegevens bekend om iets over de trend binnen Overijssel te kunnen zeggen. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636260/284 254 Figuur 262. Verspreiding van de rosse stekelstaart als broedvogel en niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl) 12.4.4 Wettelijke status en Provinciaal beleid De rosse stekelstaart is een exoot, waardoor deze niet is beschermd in Nederland. Het doel van het beheer is het voorkomen en beperken van belangrijke schade en het voorkomen van schade aan flora en fauna. 12.4.5 Schadehistorie en effectiviteit Er zijn voor de provincie Overijssel geen gegevens bekend over schade gevallen van de rosse stekelstaart. 12.4.6 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art. 3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn. Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden.

Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk. 12.4.7 Beheermaatregelen De rosse stekelstaart is een exoot, waardoor deze niet is beschermd in Nederland. Daarnaast is de soort ook opgenomen op de Unielijst. Medio juni 2019 komt de provincie met een Plan van Aanpak, uitmondend in een rapportage. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636261/284 255 In afstemming met zgn. groene partners zal vervolgens input worden gegeven voor de uiteindelijke beleidsuitwerking. De FBE Overijssel acht één opdracht ex. art. 3.18 Wnb voor de reeds geselecteerde soorten, waaronder de rosse stekelstaart, wenselijk. Vooruitlopend op deze beleidsuitwerking acht de FBE Overijssel verdere beheermaatregelen op dit moment niet wenselijk. Marterhond (Nyctereutes procyonoides) 12.5.1 Algemeen De marterhond is een exoot en is daarmee niet beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. De marterhond staat ook vermeld op de Unielijst als invasieve exoot. 12.5.2 Kwantitatieve gegevens De Marterhond of ook wel wasbeerhond genoemd komt oorspronkelijk voor in Oost-Azië.

Rond de jaren dertig van de vorige eeuw zijn in Oost-Europa marterhonden ontsnapt uit pelsdierfokkerijen en in de jaren vijftig van de vorige eeuw is de soort uitgezet in West Rusland als nieuwe jachtsoort. Vanaf 1986 zijn diverse waarnemingen van de soort gedaan in Nederland. Ook wordt de soort redelijk verspreid over Noord en Oost Nederland waargenomen. (zie figuur 263). De verwachting is dat de soort verder zal toenemen. (zoogdiervereniging, 2018) Figuur 263. Verspreiding van de Wasbeerhond in Overijssel (bron: https://www.verspreidingsatlas.nl/8496176) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636262/284 256 12.5.3 Wettelijke status en Provinciaal beleid De marterhond is een exoot, waardoor deze niet is beschermd in Nederland. Het doel van het beheer is het voorkomen en beperken van ernstige schade. 12.5.4 Schadehistorie en effectiviteit Er zijn voor de provincie Overijssel geen gegevens bekend over schade gevallen van de marterhond. 12.5.5 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art. 3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn. Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden.

Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk. 12.5.6 Beheermaatregelen De marterhond is een exoot, waardoor deze niet is beschermd in Nederland. Daarnaast is de soort ook opgenomen op de Unielijst. Medio juni 2019 komt de provincie met een Plan van Aanpak, uitmondend in een rapportage. In afstemming met zgn. groene partners zal vervolgens input worden gegeven voor de uiteindelijke beleidsuitwerking. De FBE Overijssel acht één opdracht ex. art. 3.18 Wnb voor de reeds geselecteerde soorten, waaronder de marterhond, wenselijk. Vooruitlopend op deze beleidsuitwerking acht de FBE Overijssel verdere beheermaatregelen op dit moment niet wenselijk. Verwilderde kat (Felis sylvestris catus) 12.6.1 Algemeen De verwilderde kat is een verwilderd huisdier en is daarmee niet beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. 12.6.2 Kwantitatieve gegevens Er zijn maar beperkte gegevens over het aantal verwilderde katten in Nederland. Uit onderzoek blijkt dat de aantallen ergens tussen 135.590 en 1.207.331 individuen ligt. De verwilderde katten brengen diverse problemen met zich mee. De katten brengen grote schade aan voornamelijk inheemse vogelsoorten. Daarnaast lijden de dieren zelf aan slechte gezondheidstoestanden. (Dr. Ir. F.

Neijenhuis, 2015) Uit onderzoek op Schiermonnikoog blijkt dat per 50 katten jaarlijks ongeveer 24 duizend veldmuizen en bijna 6 duizend vogels worden gegeten. (De College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636263/284 257 Levende Natuur, 2013) De kans op hybridisatie met de wilde kat is klein. Binnen de provincie Overijssel is dit zelfs geheel niet aan de orde bij het ontbreken van de wilde kat. (D.R. Lammertsma, 2011). Over de aantallen verwilderde katten binnen Overijssel zijn geen aantallen bekend. 12.6.3 Wettelijke status en Provinciaal beleid De verwilderde kat is een verwilderd huisdier en is daarmee niet beschermd. Het doel van het beheer is om ernstige schade te voorkomen. 12.6.4 Schadehistorie en effectiviteit Er zijn voor de provincie Overijssel geen gegevens bekend over schade gevallen van de verwilderde kat. 12.6.5 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art. 3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn. Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk.

12.6.6 Beheermaatregelen De FBE zal in overleg met de provincie bepalen of en wanneer bepaalde beheermaatregelen moeten/mogen worden uitgevoerd. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636264/284 258 13 Overige soorten (schadehistorie) Das (Meles meles) 13.1.1 Algemeen De das is beschermd op grond van Europese Habitatrichtlijn en op grond van de Wet natuurbescherming. 13.1.2 Kwantitatieve gegevens Het verspreidingsgebied van de das beslaat voornamelijk de oostelijke helft van Nederland. Het verspreidingsgebied van de das breidt zich uit naar het westen van het land. Met name de hogere zandgronden in het midden van Overijssel, zijn gunstig voor de marterachtige. Inmiddels komt de das echter vlak dekkend voor in de provincie. De populatie dassen in Overijssel neemt toe, zoals ook de landelijk trend laat zien. De staat van instandhouding in Overijssel is dan ook beoordeeld als gunstig. De totale populatie dassen in Nederland wordt geschat op ca. 6.500 (bron: schatting veldmedewerkers ecologie). 13.1.3 Voorkomen en trend in Overijssel Met name de hogere zandgronden in het midden van Overijssel, zijn gunstig voor de marterachtigen. Inmiddels is duidelijk dat de das zich langzaam uitbreidt richting Twente. De natte gebieden en polders in het westen en noordwesten van Overijssel, laat hij links liggen.

De populatie dassen in Overijssel neemt toe, zoals ook de landelijk trend laat zien. De totale populatie dassen in Overijssel wordt geschat op ca. 1.500 (bron: schatting veldmedewerkers ecologie). 13.1.4 Wettelijke status en Provinciaal beleid In de Wet natuurbescherming is de das een beschermd inheems diersoort. Het doel van het beheer is om ernstige schade te voorkomen. Daarbij dient geen afbreuk aan de staat van instandhouding te worden gedaan. 13.1.5 Schadehistorie en effectiviteit Schade aan gewassen Afgelopen 5 jaar is de getaxeerde schade veroorzaakt door de das opgelopen tot € 32.532,-. De meeste schade veroorzaakt de das op maispercelen, dit zijn dan ook 22 meldingen met een totale schade van € 23.868,-. Zie figuur 264. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636265/284 259 Gewas Aantal meldingen Getaxeerde schade Blijvend grasland 9 € 8.414 Nieuw ingezaaid grasland 1 € 250 Mais 22 € 23.868 Totaal 32 € 32.532 Figuur 264. Getaxeerde schade door das per gewas in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) In WBE Den Ham-Ommen en de WBE het Reestgebied is de schade relatief hoog, respectievelijk € 5.331,- en € 14.360,-. Zie figuur 265. WBE Blijvend grasland Nieuw ingezaaid grasland Mais Totaal getaxeerde waarde Heeten e.o.

€ 207 € 412 € 619 Holten € 485 € 485 Ommen-Den Ham € 0 € 5.331 € 5.331 IJsselstreek Salland € 250 € 250 Het Reestgebied € 14.360 € 14.360 Salland Midden € 286 € 286 Tussen Vecht en Dedemsvaart € 533 € 3.479 € 4.012 Twickel € 481 € 481 Vriezenveen e.o. € 3.490 € 3.490 Zuider Vechtlanden € 3.218 € 3.218 Totaal € 8.414 € 250 € 23.868 € 32.532 Figuur 265. Getaxeerde schade door das per WBE in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) In 2017 was de hoogste schade, namelijk € 13.490,-. In de maanden augustus en september werd de hoogste schade gemeld. Jaar Getaxeerde schade 2014 € 5.014 2015 € 3.987 2016 € 9.260 2017 € 13.490 2018 € 4.540 Figuur 266. Getaxeerde schade door das per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636266/284 260 Figuur 267. Getaxeerde schade door das per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Periode Getaxeerde schade Januari € 0 Februari € 0 Maart € 2.314 April € 0 Mei € 0 Juni € 1.842 Juli € 1.502 Augustus € 10.447 September € 13.244 Oktober € 1.535 November € 0 December € 1.648 Figuur 268.

Getaxeerde schade door das per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) €0 €2.000 €4.000 €6.000 €8.000 €10.000 €12.000 2014 2015 2016 2017 2018 Getaxeerde schade College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636267/284 261 Figuur 269. Getaxeerde schade door das per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Er zijn verschillende overeenkomsten afgesloten waarbij grondeigenaren een compensatievergoeding ontvangen omdat dassen ieder jaar weer schade aanrichten op hun gronden. De uitgekeerde schade bestaat uit twee delen een schadecompensatie en een gedoogcompensatie. Jaar Uitgekeerde schade Schade- compensatie Gedoog- compensatie Getaxeerd bedrag weiland Getaxeerd bedrag mais Getaxeerd bedrag wisselteelt 2012 € 13.110 € 8.207 € 4.903 € 5.371 € 6.483 € 2.451 2013 € 15.038 €11.683 €3.355 € 5.371 € 6.483 € 2.451 2014 € 15.038 €16.736 € 1.698 € 5.371 € 6.483 € 2.451 2015 € 21.810 €16.140 € 5.670 € 5.933 € 2.482 € 6.565 2016 € 19.305 €10.546 € 8.759 € 7.218 € 10.057 € 0 2017 € 18.461 €15.706 € 2.755 € 8.652 € 6.664 € 0 Figuur 270.

Uitgekeerde schade in de periode 30-12-2009 t/m 04-09-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) €0 €2.000 €4.000 €6.000 €8.000 €10.000 €12.000 €14.000 Getaxeerde schade College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636268/284 262 Woonplaats Gem. uitgekeerde schade Gem. schade- compensatie Gem. gedoog- compensatie Gem. getaxeerd bedrag weiland Gem. getaxeerd bedrag mais Gem. getaxeerd bedrag wisselteelt Dalfsen € 14.466 € 11.766 € 2.700 € 8.439 € 2.905 € 0 Deventer € 4.092 € 3.552 € 540 € 324 € 2.670 € 378 Heeten € 12.488 € 8.708 € 3.780 € 216 € 8.491 € 0 IJhorst € 9.206 € 8.126 € 1.080 € 4.003 € 2.016 € 675 Ommen € 29.214 € 27.706 € 7.560 € 10.173 € 7.410 € 8.754 Raalte € 1.954 € 1.414 € 540 € 1.412 € 0 € 0 Staphorst € 3.620 € 2.540 € 1.080 € 2.540 € 0 € 0 Stegeren € 6.894 € 6.354 € 540 € 4.520 € 1.625 € 0 Vilsteren € 9.932 € 8.852 € 1.080 € 3.632 € 5.040 € 0 Figuur 271.

Uitgekeerde schade in de periode 30-12-2009 t/m 04-09-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Woonplaats Uitgekeerde schade 2012 Uitgekeerde schade 2013 Uitgekeerde schade 2014 Uitgekeerde schade 2015 Uitgekeerde schade 2016 Uitgekeerde schade 2017 Dalfsen € 2.107 € 2.107 € 2.107 € 2.107 € 0 € 6.038 Deventer € 558 € 558 € 558 € 558 € 0 € 1.860 Heeten € 2.088 € 2.088 € 2.088 € 2.088 € 0 € 4.136 IJhorst € 1.129 € 1.129 € 1.129 € 1.129 € 0 € 4.690 Ommen € 6.364 € 6.364 € 6.364 € 6.364 € 0 € 9.810 Raalte € 360 € 360 € 360 € 360 € 0 € 514 Staphorst € 655 € 655 € 655 € 655 € 0 € 1.000 Stegeren € 1.159 € 1.159 € 1.159 € 1.159 € 0 € 2.258 Vilsteren € 618 € 618 € 618 € 618 € 0 € 7.460 Figuur 272. Uitgekeerde schade in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Openbare veiligheid Voor de das worden aanrijdingen met dassen bijgehouden. In de jaren 2014 tot en met 2017 zijn ieder jaar tussen de 48 en 64 aanrijdingen met dassen gemeld. Het meeste aanrijdingen met dassen vinden plaats in Het Reestgebied, Lemelerberg, Noorder Vechtlanden, Ommen-Den Ham en Salland-Midden. Een kaart welke de aanrijdingen met dassen in Overijssel weergeeft is opgenomen als Bijlage 8. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636269/284 263 Jaar Aanrijdingen das 2013 39 2014 48 2015 55 2016 64 2017 60 2018 46 Figuur 273.

Valwild in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BRS) Figuur 274. Valwild per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BRS) WBE Aanrijdingen das D’Oldematen 3 De Hof van Twente 1 De Koerkamp 9 De Vechtstroom 10 Holten 15 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 7 Heeten 11 Het Reestgebied 24 Holten 5 IJssellanden 1 IJsselstreek Salland 15 Lemelerberg 28 Lonneker Losser 5 Noorder Vechtlanden 29 0 10 20 30 40 50 60 70 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Aanrijdingen das College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636270/284 264 Ommen-Den Ham 26 Noord Oost Twente 1 Salland Midden 26 Sallandse heuvelrug 7 Steenwijkerwold e.o. 7 ‘t Achterveld 4 Tussen Vecht en Dedemsvaart 15 Twickel 5 Vriezenveen 7 West Twente 18 Zenderen 2 Zuid-Oost Twente 3 Zuider Vechtlanden 28 Totaal 312 Figuur 275. Aanrijdingen per WBE in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BRS) 13.1.6 Gevoerd beheer afgelopen periode In de afgelopen beheerperiode zijn er geen beheermaatregelen uitgevoerd 13.1.7 Staat van instandhouding De staat van instandhouding van de das in Nederland als ook in Overijssel is beoordeeld als gunstig. Beoordeling Staat van Instandhouding Populatie Verspreiding Leefgebied Toekomst Eindoordeel Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig 13.1.8 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art.

3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn. Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636271/284 265 13.1.9 Beheermaatregelen De das staat in het Kader FBP 2019-2024 in de kolom overige soorten om de komende planperiode te monitoren. Als blijkt dat de schade veroorzaakt door de das blijft toenemen dan komt dit tot uitdrukking in de monitoringscyclus (zie hoofdstuk 2) wat kan leiden tot beleidsaanpassing. Voor preventiemaatregelen wordt verwezen naar de preventiekit van BIJ12. Kleine zwaan (Cygnus bewickii) 13.2.1 Algemeen De kleine zwaan is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Deze soort is als instandhoudingsdoelstelling van diverse Natura 2000- gebieden opgenomen, waarbij zij is aangewezen als niet-broedvogel.

13.2.2 Kwantitatieve gegevens Overwinterende kleine zwanen Kleine zwanen arriveren vanaf oktober in ons land en verlaten dat in februari of maart, tegenwoordig in toenemende mate al in december-januari. De eerst aangekomen vogels zoeken grote open wateren op, vooral het Lauwersmeer, Veluwemeer en IJsselmeer. Hier foerageren soms meer dan 1000 kleine zwanen op ondergedoken waterplanten. Wanneer deze voedselvoorraad uitgeput is, gaan ze naar het boerenland. Ze benutten dan voedselresten op akkers en plas-dras situaties in graslanden, bijvoorbeeld na overstromingen langs de Grote Rivieren. Sneeuw en vorst zorgen voor enige verplaatsingen binnen het land, met meer nadruk op de zuidwestelijke helft. De landelijke aantallen namen vanaf 1975 eerst toe, maar vanaf 1995 weer af. De afname hangt samen met tegenvallend broedsucces: het aandeel jongen in de wintergroepen is al vele jaren relatief laag. De vogels blijven bovendien steeds korter in ons land pleisteren. Desondanks overwintert soms de helft van de NW-Europese populatie in Nederland. De geschatte maximum populatie in Nederland bedraagt 7.600 – 11.000 kleine zwanen. Broedvogels zijn niet aanwezig in Nederland (bron: www.sovon.nl). College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636272/284 266 Figuur 276.

Verspreiding van de kleine zwaan als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/1530) 13.2.3 Voorkomen en trend in Overijssel De kleine zwaan komt in Overijssel met name voor langs de IJssel en in de kop van Overijssel. Opvallend is dat er sprake is van een dalende trend, welke waarschijnlijk veroorzaakt wordt door een tegenvallend broedsucces. In januari 2014 is er een slaapplaatsentelling uitgevoerd door Sovon, in Overijssel, waarbij 150 kleine zwanen zijn geteld. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636273/284 267 Figuur 277. Verspreiding van de kleine zwaan als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) Figuur 278. Trend van de kleine zwaan als niet-broedvogel in Overijssel (bron: http://www.vogelatlas.nl/nl/provincies) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636274/284 268 13.2.4 Wettelijke status en Provinciaal beleid In de Wet natuurbescherming is de kleine zwaan een beschermd inheems diersoort. In de Natura 2000-gebieden De Wieden, Rijntakken, Ketelmeer & Vossemeer, Veluwerandmeren, Zwarte Meer en Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht is de kleine zwaan als instandhoudingsdoel opgenomen. Het doel van het beheer is om belangrijke schade te voorkomen en te beperken. Hierbij mag geen verslechtering van de staat van instandhouding voordoen.

13.2.5 Schadehistorie en effectiviteit Totaal zijn in de periode 2014 tot en met 2018, 3 schademeldingen gedaan van schade veroorzaakt door de kleine zwaan met een totale getaxeerde schade van € 3.589,-. Deze schade is veroorzaakt op blijvend grasland en eenmaal op nieuw ingezaaid grasland in WBE de IJssellanden. Zie figuur 279 t/m figuur 284. Gewas Aantal meldingen Getaxeerde schade Blijvend grasland 2 € 2.360 Nieuw ingezaaid grasland 1 € 1.229 Totaal 3 € 3.589 Figuur 279. Getaxeerde schade per WBE in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) WBE Blijvend grasland Nieuw ingezaaid grasland Totaal getaxeerde schade De IJssellanden € 2.360 € 1.229 € 2.360 Totaal € 2.360 € 1.229 € 2.360 Figuur 280 Getaxeerde schade per WBE in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Jaar Getaxeerde schade 2014 € 1.229 2015 € 0 2016 € 756 2017 € 1.604 2018 € 0 Figuur 281. Getaxeerde schade in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_00636275/284 269 Figuur 282.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/76d15840-0ec0-4aef-ba71-9af176503148?agendaItemId=3d82f736-511f-4e52-9955-6e930de97e94