CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

15.0 Schriftelijke vragen GL - Jacht op hazen en konijnen - beantwoording 20211103.pdf

Raadsvergadering 9 november 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken77.590 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 9

Het is vervolgens aan de provincie om te beoordelen of het verzoek tot wijziging van de ontheffing ontvankelijk is en er een wijzigingsbesluit kan worden opgesteld of niet. Organisatie Ontheffingen worden in de regel door de faunabeheereenheid met behulp van een machtiging tot gebruik van de ontheffing doorgeschreven naar de WBE en in bijzondere situaties rechtstreeks naar de grondgebruiker. De organisatie is als volgt opgezet: • De houder van de ontheffing is de faunabeheereenheid. • De faunabeheereenheid is verantwoordelijk voor het machtigingen van het gebruik van de ontheffing. • De uitvoering van de beheermaatregelen wordt gecoördineerd door de WBE. • De faunabeheereenheid draagt er zorg voor dat de verslaglegging in het FRS (of een vergelijkbaar systeem dat is gekozen door de faunabeheereenheid) kan plaatsvinden. • De FBE adviseert grondgebruikers en besturen van WBE’s bij de uitvoering van schadevoorkomende maatregelen. • De FBE is verantwoordelijk voor de verslaglegging van de uitgevoerde maatregelen. • De FBE is verantwoordelijk voor het aanleveren van de verslaglegging aan Gedeputeerde Staten van de provincie. Voor de uitvoering van de ontheffing geldt het volgende: • Voor de uitvoering van de beheermaatregelen ter voorkoming van schade aan gewassen is de grondgebruiker verantwoordelijk voor de inzet van preventieve middelen.

• De FBE zal de WBE’s machtigingen tot het gebruik van de ontheffing. Dit wordt digitaal geregistreerd. • Er mag alleen dan van de beheermaatregel ondersteunend afschot gebruik gemaakt worden indien de inzet van preventieve middelen onvoldoende is gebleken. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063627/284 21 4.4.1 Bijzondere situatie Het kan voorkomen dat grondgebruikers in uitzonderlijke situaties schade op hun gronden willen laten bestrijden door een jachtaktehouder die geen lid is van een WBE. Zij kunnen rechtstreeks bij de Faunabeheereenheid een perceel gebonden machtiging aanvragen voor ontheffingen die betrekking hebben op schadebestrijding. Dit kan alleen indien de ontheffingsvoorwaarden dit toelaten. Voor beheer van populaties (zoals bij reewild) ziet de faunabeheereenheid een coördinerende rol voor WBE’s. Daarom kunnen machtigingen tot gebruik van de ontheffing in het kader van populatiebeheer alleen via een WBE worden aangevraagd. Voor knobbelzwanen geldt dat er vaste beheerders worden aangewezen. Het begrip ‘belangrijke schade’ In dit plan wordt veelvuldig het begrip belangrijke schade gehanteerd.

Belangrijke schade is schade die minimaal een bedrag van € 250,- per bedrijf per meldingsjaar bedraagt, waarmee we aansluiten bij de bepalingen conform de POV van de provincie Overijsselwaar BIJ12 uitvoering aan geeft (zie ook: ABRvS, 21 maart 2007, nr. 200606996/1). Preventieve middelen 4.6.1 Faunaschade Preventie Kit (FPK) In de Faunaschade Preventiekits staat een overzicht van preventieve maatregelen om gewasschade door beschermde inheemse diersoorten te voorkomen en beperken. De Faunaschade Preventiekits zijn bedoeld voor de agrarische sector. De preventiekits geven een overzicht van de preventieve maatregelen per soortgroep en de daarbij eventueel geldende richtlijnen vanuit BIJ12. Voor een groot aantal gewassen is aangegeven wanneer de schadeperiode kan optreden. Zie: https://www.BIJ12.nl/onderwerpen/faunazaken/faunaschade-preventiekit-fpk/ College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063628/284 22 5 Doelstellingen Algemeen In overeenstemming met het provinciale beleid faunabeheer is het beheerplan vooral gericht op het inzicht geven in het duurzaam beheren van diersoorten in de provincie Overijssel ten behoeve van beheer, schadebestrijding en jacht en draagkracht en draagvlak in relatie tot andere maatschappelijke functies.

Duurzaam beheer Het duurzaam beheren richt zich op het behoud van die soorten die in het kader van beheer, schadebestrijding en jacht een planmatige en waar nodig een samenhangende aanpak nodig hebben. Hierbij zijn de volgende factoren bepalend: • De draagkracht van leefgebieden. • De biodiversiteit en ecologische samenhang in leefgebieden. • Het welzijn van mens en dier. • De schadebestrijding gelet op onderstaande belangen. In geval van vogels: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora en fauna. In geval van dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.5 Wnb, eerste lid: • in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna en van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden en wateren en andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang. In geval van dieren van soorten als bedoeld in art.

3.10 Wnb, eerste lid, met uitzondering van soorten als bedoeld in artikel 3.5 Wnb, eerste lid: • in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna en van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van belangrijke schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden en wateren en andere vormen van eigendom; College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063629/284 23 • in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, industrieterreinen of begraafplaatsen; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het algemeen belang. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063630/284 24 6 Beheer en schadebestrijding Toelichting op de uitwerking van beheer en schadebestrijding per soort Voor de soorten waarvoor op grond van dit faunabeheerplan beheer en schadebestrijding noodzakelijk wordt geacht op basis van een te verlenen ontheffing of opdracht, is in de soort beschrijvende paragrafen het beheer uitgewerkt. Deze paragrafen zijn opgemaakt op basis van het Kader Faunabeheerplan 2019-2024 (zie bijlage 9) en de evaluatie Faunabeheerplan Overijssel.

Uitgangspunten voor het beheer en schadebestrijding hoofdlijnen Alvorens het beheer en schadebestrijding voor de genoemde soorten specifiek wordt uitgewerkt in de hiernavolgende paragrafen, zijn onderstaande uitgangspunten algemeen van toepassing: • De inzet van beheermaatregelen mag geen verstorend of belemmerend effect hebben op het functioneren van ecoducten of anderszins gelijkwaardige voorzieningen en of het realiseren van doelstellingen overeenkomstig het provinciaal Natuur beheerplan. • Indien in de beheerperiode schade aan in de wet genoemde belangen optreedt die vanwege het ontbreken van een schadereferentie niet zijn beschreven in onderliggend plan, kan op individueel niveau van de grondgebruiker door Gedeputeerde Staten ontheffing worden verleend voor de inzet van beheermaatregelen. • Beheer en schadebestrijding binnen de afpalingskring van een eendenkooi ex artikel 3.23 Wnb, kan alleen plaatsvinden mits de ontheffingsgebruiker een verklaring van geen bezwaar heeft van de kooiker van de betreffende eendenkooi. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063631/284 25 7 Watervogels Brandgans 7.1.1 Algemeen De brandgans is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Deze soort is als instandhoudingsdoelstelling van diverse Natura 2000-gebieden opgenomen.

7.1.2 Kwantitatieve gegevens Overzomerende brandganzen Vanaf 1988 broeden er jaarlijks brandganzen in Nederland, eerst alleen in het Deltagebied, daarna ook elders zoals in het IJsselmeergebied en op/bij de grote rivieren. Brandganzen nestelen in kolonies op eilanden of dammen. Bij de meest recente landelijke telling in 2016 zijn totaal landelijk 6832 overzomerende brandganzen geteld (www.sovon.nl). Overwinterende brandganzen De brandgans is hard op weg om de talrijkste overwinterende gans te worden in Noordwest-Europa. De aantallen zijn enorm gestegen met in sommige winters meer dan 800.000 individuen. Tot 1990 bleef de verspreiding beperkt tot Friesland en het Wadden-, IJsselmeer- en Deltagebied. Daarna veroverde de brandgans ook het binnenland, waar hij in aantal sterk toeneemt. Bij de meest recente telling van 2015/2016 zijn als landelijk seizoenmaximum 663.695 brandganzen geteld (www.sovon.nl). Figuur 4. Verspreiding van de brandgans in Nederland als broed- en als niet-broedvogel (bron: https://www.sovon.nl/nl/soort/1670) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063632/284 26 7.1.3 Voorkomen en trend in Overijssel In Overijssel komt de brandgans vooral voor in de uiterwaarden van de IJssel, rondom het Zwarte Meer en in de kop van Overijssel. Deze gebieden kenmerken zich door de aanwezigheid van grote oppervlakten open water.

Daarnaast bevinden zich in het gebied tussen Kloosterhaar, Vriezenveen, Wierden, Rijssen en Holten een aantal broedvogels, dat zich met name ophoudt in de open gebieden met voedselrijke graslanden. Zie voor de verspreidingskaart van brandganzen in Overijssel figuur 6. Figuur 5. Verspreiding van de Brandgans in Overijssel als broed- en niet broedvogel (bron: https://www.sovon.nl/provincies) Overzomerende brandganzen Naast de overwinterende brandganzen is ook het aantal overzomerende brandganzen in Overijssel de in langlopende trends sterk toegenomen. Deze ontwikkeling heeft zich rondom het jaar 2000 ingezet. Dezelfde ontwikkeling is zichtbaar in de telling van de overzomerende brandganzen van de WBE-gebieden, waarbij het aantal de afgelopen jaren wel fluctueert. De trend van de afgelopen twee jaar (2017/2018) geeft een toename aan van het aantal brandganzen (zie Figuur 6). Gelet op de huidige trend, de in ruime mate aanwezigheid van beschikbaar leefgebied en het voedsel is te verwachten dat het aantal brandganzen blijft toenemen. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063633/284 27 Figuur 6. Getelde brandganzen bij de jaarlijkse zomertelling in Overijssel (bron: FRS) Jaarlijks op de derde zaterdag van juli vindt een provincie brede zomertelling van grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen plaats, uitgevoerd door de leden van de WBE.

Deze telling geschiedt overeenkomstig het “Protocol zomertelling ganzen” (zie bijlage 3) van de Landelijke technische werkgroep zomertelling ganzen. Bovenstaande grafiek (Figuur 6) geeft van deze telling de uitkomsten van de laatste 6 jaar weer. Overwinterende brandganzen De populatie overwinterende brandganzen fluctueert de laatste jaren in Overijssel echter is volgens langlopende trends sterk toegenomen. De fluctuatie van de afgelopen jaren is goed zichtbaar in de midwintertellingen, welke worden uitgevoerd door Sovon (zie figuur 7). Sinds het jaar 2000 is de populatie echter sterk gestegen (bron: https://www.sovon.nl). De trend-diagram loopt tot 2016, waardoor geen uitspraken kunnen worden gedaan over de laatste twee jaar. 0 200 400 600 800 1000 1200 1400 1600 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Aantal overzomerende brandganzen College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063634/284 28 Figuur 7. Aantalsontwikkeling van de brandgans in Overijssel als overwinterende brandgans, deze is gebaseerd op de midwintertelling januari (bron: www.sovon.nl) 7.1.4 Wettelijke status en provinciaal beleid De brandgans is een beschermde inheemse diersoort. De brandgans is als ‘niet-broedvogelsoort’ aangewezen voor het Natura 2000-gebied De Rijntakken met een doelaantal van 5.200 stuks.

De Rijntakken heeft een foerageer- en rust- en slaapfunctie voor deze soort (bron: wijzigingsbesluit Natura 2000-gebied Rijntakken bladzijde 38)1. Het doel van het beheer is het voorkomen en beperken van schade. Dit kan door de populatie overzomerende brandganzen planmatig terug te brengen waarbij de staat van instandhouding gegarandeerd blijft. Doel van de schadebestrijding is om de schade veroorzaakt door overwinterende brandganzen te beperken tot het niveau van 2005 en te verzekeren dat instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000 niet in gevaar komen (Bron: Kader_faunabeheerplan_2019-2024, zie bijlage 9). Het schadeniveau van 2005 is voor overwinterende brandganzen € 14.975,-. Het gewenste aantal overzomerende brandganzen is vastgesteld op 520 brandganzen. (Bron: Kader faunabeheerplan 2019-2024, zie bijlage 9). 7.1.5 Noodzaak beheer en schadebestrijding: ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen 7.1.5.1 Risico op landbouwschade en verwachting indien beheer uitblijft De getaxeerde gewasschade veroorzaakt door overwinterende brandganzen in Overijssel concentreert zich voor bijna 99% op blijvend grasland. Ook het aantal schademeldingen is voor 98% gelieerd aan blijvend grasland. Figuur 8 geeft deze schademeldingen weer in termen van getaxeerde schade en aantal meldingen per gewas.

1https://www.gelderland.nl/bestanden/Documenten/Gelderland/03Natuur/190114_Beheerplan_Natura2000_Rijntakken_2019_toegankelij k.pdf College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063635/284 29 Gewas Aantal meldingen Getaxeerde schade Blijvend grasland 151 € 151.542 Nieuw ingezaaid grasland 2 € 304 Mais 1 € 1.202 Figuur 8. Getaxeerde schade per gewas in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Figuur 9 geeft de getaxeerde schade in euro’s per jaar weer. Alle getaxeerde schades komen ruim boven het schadeniveau van 2005 van € 14.975,- uit. Figuur 10 geeft dit grafisch weer. Jaar Getaxeerde schade 2014 € 33.634 2015 € 36.405 2016 € 29.724 2017 € 24.593 2018 € 28.692 Figuur 9. Getaxeerde schade per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Figuur 10. Getaxeerde schade 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) De periode waarin de schade aanvangt concentreert zich in de eerste helft van het jaar waarbij februari en maart eruit springen, zie hiervoor figuur 11. Deze schade wordt veroorzaakt in de eerste maanden van het jaar, omdat dan ook de overwinterende brandganzen aanwezig zijn (wat zorgt voor grotere aantallen) en er reeds gras begint te groeien.

De eerste snede heeft voor agrarisch ondernemers de meeste bedrijfseconomische waarde, omdat dit kwalitatief de beste en daarmee College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063636/284 30 ook de duurste snede is. Figuur 12 geeft de verhouding tussen de schade in de verschillende maanden weer. Periode Getaxeerde schade Januari € 9.726 Februari € 43.854 Maart € 53.093 April € 18.931 Mei € 11.483 Juni € 10.185 Juli € 4.158 Augustus € 40 September € 262 Oktober € 0 November € 0 December € 1.278 Figuur 11. Gecumuleerde getaxeerde schade per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Figuur 12. Verhouding tussen de schade in de verschillende maanden Wanneer er geen beheer van overzomerende ganzen en schadebestrijding van overwinterende ganzen plaatsvindt, is de verwachting dat het aantal overzomerende brandganzen in Overijssel verder toeneemt, en in de winter de schade veroorzaakt door de brandganzen verder toeneemt. 7.1.5.2 Noodzaak beheer en schadebestrijding Overzomerende brandganzen Voor wat betreft het aantal overzomerende brandganzen is reeds geconcludeerd dat deze aantallen de laatste jaren sterk fluctueren, waarbij de stand in 2018 weer lijkt toe te nemen (zie figuur 6). Het getaxeerde schadebedrag per jaar loopt de afgelopen jaren terug.

Per WBE-gebied kunnen echter College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063637/284 31 deze schadegegevens nog verschillen. Figuur 13 geeft de getaxeerde schade per WBE-gebied voor de zomerperiode (1 april tot 1 oktober) weer. In een aantal WBE-gebieden is in de periode van 2014 tot 2018 geen belangrijke schade, zijnde schade gelijk aan dan wel groter dan € 250,- getaxeerd. WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De IJssellanden € 0 € 0 € 0 € 0 € 489 IJsselstreek Salland € 415 € 698 € 106 € 0 € 0 Jachtvereniging Kampen € 608 € 852 € 5.760 € 3.545 € 4.215 De Noord-Westhoek € 4.599 € 5.029 € 4.939 € 1.481 € 158 Oldebroek/Oosterwolde € 0 € 0 € 0 € 95 € 0 D’Oldematen € 955 € 3.78 € 0 € 1.996 € 2.248 De Weerribben € 244 € 965 € 350 € 0 € 153 Steenwijkerwold e.o. € 77 € 152 € 132 € 0 € 0 West-Twente € 0 € 0 € 0 € 0 € 1.050 Totaal € 6.898 € 11.482 € 11.287 € 7.117 € 8.313 Figuur 13. Getaxeerde schade brandganzen per jaar in de periode 1 april tot 1 oktober in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Gelet op de schadecijfers van de afgelopen jaren per WBE, kan geconcludeerd worden dat verjaging met ondersteunend afschot in een aantal WBE’s noodzakelijk is om belangrijke schade te voorkomen. Dit vanwege de aanwezigheid van belangrijke schade en het lerend vermogen van ganzen (zie ook 7.1.8.5).

De provincie Overijssel heeft als doelstelling het aantal overzomerende brandganzen planmatig terug te brengen naar het niveau van 2005 (zie 7.1.4). Zowel het schadeniveau als de aantallen zijn momenteel groter dan de gestelde doelen. Een ontheffing voor beheer d.m.v. ondersteunend afschot is dan ook noodzakelijk voor de periode 1 april tot 1 oktober, met name voor de WBE’s met belangrijke schade. Overwinterende brandganzen De getaxeerde schades bij de overwinterende brandganzen laten duidelijk hogere schade zien dan de getaxeerde schades bij de overzomerende brandganzen. Wellicht is de verklaring hiervan de grotere aantallen overwinterende brandganzen dan overzomerende brandganzen. De WBE-gebieden De IJssellanden, Jachtvereniging Kampen en De Noord-Westhoek vallen op doordat zij structureel belangrijke schade, zijnde schade gelijk aan dan wel groter dan € 250,-, in de winterperiode binnen het werkgebied hebben. Een aantal WBE-gebieden heeft wisselende schadecijfers, zie figuur 14.

WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De IJssellanden € 6.933 € 5.686 € 3.431 € 6.722 € 9.622 IJsselstreek Salland € 929 € 471 € 3.021 € 1.913 € 342 Jachtvereniging Kampen € 12.868 € 13.646 € 9.121 € 6.804 € 6.219 De Noord-Westhoek € 381 € 1.037 € 1.498 € 874 € 3.835 D’Oldematen € 3.706 € 4.083 € 741 € 0 € 42 De Weerribben € 1.044 € 0 € 483 € 859 € 319 College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063638/284 32 Steenwijkerwold e.o. € 875 € 0 € 142 € 98 € 0 De Koerkamp € 0 € 0 € 0 € 206 € 0 Totaal € 26.736 € 24.923 € 18.437 € 17.476 € 20.379 Figuur 14. Getaxeerde schade brandganzen per jaar in de periode 1 oktober tot 1 april in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Gelet op de schadecijfers van de afgelopen jaren (figuur 13 en figuur 14) is het voor grondgebruikers noodzakelijk om aan schadebestrijding te doen voor het oogsten van tenminste een redelijke opbrengst van de eerste snede gras. De schadebestrijding bestaat uit het gebruik maken van de maatregelen, als opgenomen in de Faunaschade Preventie Kit van BIJ12 unit Faunazaken. Volgens de regels in de Omgevingsverordening Overijssel en Beleidsregel Natuur Overijssel 2017, dient de grondgebruiker, om voor een tegemoetkoming faunaschade in aanmerking te komen, aan te tonen dat hij/zij zo veel mogelijk heeft gedaan om de faunaschade te voorkomen en te beperken.

Faunazaken toetst of een aangevraagde en verleende ontheffing om de schade te bestrijden adequaat is ingezet. Dit houdt in dat de ontheffing minimaal op twee verschillende dagen per week is gebruikt om schade te bestrijden door middel van ondersteunend afschot van enkele van de schadeveroorzakende diersoorten. Ondersteunend afschot is daarbij o.a. noodzakelijk vanwege het lerend vermogen van ganzen, zie 7.1.8.5). De provincie Overijssel heeft als beleidsdoel om de schade veroorzaakt door overwinterende ganzen planmatig terug te brengen naar het niveau van 2005 (zie 7.1.4). Het schadeniveau is momenteel groter dan dit gestelde beleidsdoel. Een ontheffing voor verjaging met ondersteunend afschot is dan ook noodzakelijk voor de periode 1 oktober tot 1 april, voor de grondgebruikers in de WBE-gebieden met belangrijke schade. NB. In de maanden oktober en november is er geen getaxeerde schade veroorzaakt door brandganzen vastgesteld. Echter schadebestrijding in deze periode is wenselijk om gewenning te voorkomen en dus schade en afschot later in het seizoen te beperken: 7.1.7 Preventieve en schadevoorkomende maatregelen Schade wordt voorkomen door een juiste mix van preventieve middelen. Dat is zeker belangrijk tijdens de meest kwetsbare perioden van gewas of gras. Ook kan de grondgebruiker de kans op schade in een volgend gewas verminderen door oogstresten afdoende onder te werken.

Zowel visuele als akoestische middelen werken maar gedurende een korte periode. Daarna wennen dieren eraan, (zie rapport bijlage 1). Door werende middelen af te wisselen en bovendien te combineren met ondersteunend afschot, wordt de effectiviteit verhoogd en wordt gewenning zoveel mogelijk voorkomen. Voor de preventieve middelen wordt verwezen naar de Faunaschade Preventie Kit van BIJ12 unit Faunazaken. In een recent uitgekomen rapport (Buij et al 2018) wordt geconstateerd dat met name actieve verjaging, zeker als het gaat om gecombineerde verjagingsacties, effect hebben, maar dat er na College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063639/284 33 verloop van tijd wel gewenning lijkt op te treden. In dat verband legt dit rapport een verband met een (verhoogde) effectiviteit indien ook gecombineerd wordt met verjaging d.m.v. ondersteunend afschot. Een overzicht van de uitgevoerde preventieve maatregelen in de afgelopen periode is opgenomen in bijlage 2. 7.1.8 Beheer 7.1.8.1 Gevoerd beheer afgelopen periode De afgegeven ontheffing in 2014 op grond van het Faunabeheerplan 2014-2019 maakte het voor grondgebruikers in WBE-gebieden met belangrijke getaxeerde schade mogelijk jaarrond brandganzen te doden. Daarnaast is er ook een ontheffing afgegeven voor het behandelen van eieren en was en is er een provinciale vrijstelling voor het verjagen van brandganzen.

Van de ontheffing voor het schudden van eieren is in de afgelopen 4 jaar geen geregistreerd gebruik gemaakt. Voor overzomerende brandganzen betekent dit dat in de periode van 1 april tot 1 oktober ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen op agrarische gronden gelegen in de WBE- gebieden ‘t Achterveld, Beneden de Linde, D’Oldematen, De Veenpolders, De Weerribben, Gorssel, De IJssellanden, IJsselstreek Salland, IJsselvallei, Jachtvereniging Kampen, De Noord-Westhoek, Oldebroek/Oosterwolde, Salland Midden, Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden, De Koerkamp, De Vechtstroom, Noorder Vechtlanden en Steenwijkerwold e.o. ontheffing is verleend voor het gebruik van het geweer vanaf een uur voor zonsopkomst tot een uur na zonsondergang. In de winterperiode van 1 oktober tot 1 april is ontheffing verleend voor het doden van brandganzen met behulp van het geweer ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen op agrarische gronden gelegen in de volgende WBE-gebieden van Overijssel: Beneden de Linde, De IJssellanden, IJsselstreek Salland, Jachtvereniging Kampen, De Noord-Westhoek, D’Oldematen en De Weerribben. Deze ontheffing kan gebruikt worden vanaf een uur voor zonsopkomst tot 12:00 u. ‘s middags.

Als voorschrift is aan de ontheffing verbonden dat op percelen met schadegevoelige gewassen (met uitzondering van grasland, graszaad en graan vanaf zes maanden na inzaai) de volgende waarneembare preventieve maatregelen zijn genomen: tenminste één visueel- en tenminste één akoestisch verjagingsmiddel, zoals beschreven in de Faunaschade Preventie Kit (BIJ12, unit Faunazaken). Na inwerkingtreding van deze ontheffing zijn er door diverse juridische procedures beperkingen gesteld aan de ontheffing. De belangrijkste beperkingen zijn: • Afschot is beperkt tot de periode vanaf zonsopkomst tot zonsondergang. • In en in de nabijheid van diverse Natura 2000-gebieden zijn beperkingen gesteld aan het gebruik van de ontheffing (zie bijlage 4). Daarnaast is het gedurende diverse perioden niet mogelijk geweest gebruik te maken van de ontheffing in verband met deze juridische procedures en vanwege het verbod om gebruik te mogen maken van de ontheffing in periodes waarin de vogelgriep in Nederland heerste. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063640/284 34 Jaar Afschot Schademeldingen Schade Gestelde beperkingen 2014 419 21 33.634 20-11-2014 tot 04-12-2014 verbod tot gebruik van ontheffing i.v.m.

vogelgriep 2015 408 18 36.405 15-01-2015 tot 31-03-2015 schorsing ontheffing grauwe- kol- en brandgans 01-04-2015 beperking ontheffing zomerganzen, alleen schadebestrijding en geen populatiebeheer 17-04-2015 beperkingen N2000 29-05-2015 beperking ontheffing overwinterende ganzen (max. 10 stuks tot 12.00 uur) 28-08-2015 beperking aantal WBE’s voor het gebruik van de ontheffing 02-12-2015 beperking gebruik van ontheffing in een zone van 500m1 rondom N2000 2016 292 20 29.724 08-03-2016 tweede beslissing op bezwaar ganzenontheffing in en nabij N2000-gebieden 24-10-2016 Nb-wet vergunning 2017 369 22 24.593 24-10-2016 Nb-wet vergunning rekening houdend met verschillende verstoringsafstanden. Aanvang schadebestrijding niet een uur eerder. 2018 441 26 28.692 13-03-2018 vogelgriep Kamperveen, beperking in zone 10 km rond Kamperveen 11-04-2018 Wnb- vergunning N2000 beperking gebruik van ontheffing in een zone van 300m1 rondom leefgebieden van kwalificerende soorten binnen en buiten N2000. Tot okt 2018 nog niet uur eerder. Figuur 15. Beperkingen in het gebruik van de ontheffing brandganzen 2014-2018 in Overijssel (bron: FRS) Figuur 15 geeft het totaalafschot per jaar weer afgezet tegen het aantal schademeldingen en de totale getaxeerde schade. Daarnaast zijn beperkingen benoemd welke geleid hebben tot aanpassingen in de ontheffing of het niet kunnen gebruiken van de ontheffing.

Opvallend is dat 2015 er uitspringt door de hoogte van de schade. Dit valt samen met het jaar waarin de meeste beperkingen aan het gebruik van de ontheffing gesteld zijn. De jaren volgend op 2015 heeft men consequent gebruik kunnen maken van de ontheffing (soms met beperkingen) zonder dat deze geschorst werd. Daarbij valt op dat de schade veroorzaakt door brandganzen vanaf 2015 ook afneemt. Uit figuur 14 is af te leiden dat de ontheffing effectief is op de momenten dat deze gebruikt kan worden, dit doordat de getaxeerde schade op momenten dat de ontheffing gebruikt kan worden ook afneemt. Overzomerende brandganzen De afschotgegevens van brandganzen in de periode 1 april tot 1 oktober (zie figuur 15) laten een wisselend beeld zien. Wel valt een aantal WBE-gebieden op door hogere afschotcijfers. In grote College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063641/284 35 lijnen betreffen dit ook de WBE-gebieden welke de meeste schade hebben. In de WBE-gebieden waar geen belangrijke schade is getaxeerd, zijnde ‘t Achterveld, De Koerkamp en Oldebroek/ Oosterwolde heeft alleen bij de Koerkamp op kleine schaal afschot plaatsgevonden.

WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De IJssellanden 9 15 4 2 25 De Noord-Westhoek 45 18 43 16 8 De Vechtstroom 16 0 6 0 0 De Weerribben 17 15 0 10 0 D’Oldematen 3 0 1 1 3 IJsselstreek Salland 40 57 0 29 12 Jachtvereniging Kampen 76 31 0 13 1 Salland Midden 0 0 0 3 0 Steenwijkerwold e.o. 17 16 0 1 1 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 17 0 1 0 9 De Koerkamp 1 4 0 1 2 Figuur 16. Aantallen geschoten brandganzen in de periode 1 april tot 1 oktober (bron: FRS) Overwinterende brandganzen De afschotgegevens van de verschillende WBE-gebieden (figuur 16) laten ook voor de winterperiode sterk verschillende getallen zien. In de WBE-gebieden met veel getaxeerde schade is ook sprake van meer adequaat gebruik (ondersteunend afschot) op grond van de regels in de Omgevingsverordening Overijssel en Beleidsregel Natuur Overijssel 2017. WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De IJssellanden 34 70 76 82 119 De Noord-Westhoek 21 49 104 44 88 De Weerribben 2 14 20 25 28 D’Oldematen 3 2 0 8 5 IJsselstreek Salland 60 77 1 31 30 Jachtvereniging Kampen 58 40 36 103 108 Totaal 178 252 237 293 378 Figuur 17.

Aantallen geschoten brandganzen in de periode 1 oktober tot 1 april in Overijssel (bron: FRS) 7.1.8.2 Uitvoering beheermaatregelen In WBE-gebieden waarvoor ontheffing was verleend voor verjaging met ondersteunend afschot kon de grondgebruiker in gezamenlijk overleg met een jachtaktehouder in de afgelopen beheerperiode diverse maatregelen treffen om belangrijke landbouwschade te voorkomen. Hierbij in acht nemend dat populatiebeheer bij zomerganzen en verjaging met ondersteunend afschot bij overwinterende College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063642/284 36 brandganzen het ultimum remedium is en er eerst maatregelen lager op de preventieladder dienen te worden genomen uit de Faunaschade Preventie Kit (BIJ12). Bijlage 2 geeft weer in hoeverre hiervan gebruik gemaakt is. 7.1.8.3 Registratie van tellingen en afschot en monitoring Monitoring van de populatie, schade en afschot van ganzen in Overijssel is een belangrijk onderdeel van schadebestrijding en beheer. Op deze wijze kan de Faunabeheereenheid het beleidsdoel van de provincie om voor overzomerende ganzen terug te gaan naar de populatie van 2005 en voor overwinterende ganzen de schade van 2005 jaarlijks monitoren (zijn we op de goede weg?).

Ook kan hiermee invulling worden gegeven aan het “hand-aan-de-kraan-principe” doordat de staat van instandhouding van zomerganzen en het instandhoudingsdoel van overwinterende ganzen gemonitord kan worden. Om te borgen dat het aantal overzomerende brandganzen niet onder de aantallen van 2005 komen, wordt het “hand-aan-de-kraan-principe” gehanteerd. Dit houdt in dat het verschil in aantal ganzen tussen de laatste zomertelling en het aantal van 2005 geschoten mag worden. Indien uit de afschotgegevens in het Faunaregistratiesysteem (FRS) blijkt dat het maximale aantal ganzen geschoten is, worden de beheer en/of schadebestrijdingsmaatregelen aangepast. Voor de overwinterende ganzen dient jaarlijks achteraf bepaald te worden of het schadeniveau van 2005 al bereikt is. Mocht dit in een jaar het geval zijn, dienen de schadebestrijdingsmaatregelen voor het jaar daaropvolgend aangepast te worden. Om te borgen dat het aantal overwinterende ganzen niet onder de doelaantallen van de instandhoudingsdoelstelling komen, wordt een ‘hand aan de kraan’ principe gehanteerd.

Dit houdt in dat er niet meer geschoten mag worden, dan het verschil in aantal ganzen tussen aan de ene kant het gemiddelde van de wintertellingen van de afgelopen 5 jaar en aan de andere kant het aantal van de instandhoudingsdoelstelling.” De afschotgegevens dienen binnen 7 dagen in het FRS ingevoerd te worden, waardoor er sprake is van het “real-time” registreren van gegevens. De FBE dient het aantal geschoten ganzen te monitoren. Indien door het schieten van brandganzen het door de provincie vastgestelde minimumaantal overzomerende ganzen in Overijssel behaald wordt (aantallen 2005) dient de FBE dit te signaleren, en daarna meteen te rapporteren aan de provincie. Aan deze monitoring wordt invulling gegeven door: • Bijhouden van afschotgegevens in het faunaregistratiesysteem en periodiek te rapporteren aan de provincie. • Jaarlijkse zomer- en wintertellingen uit te voeren door de WBE-gebieden conform het protocol zomertelling ganzen van de landelijke technische werkgroep zomertelling ganzen (april, 2012, bijlage 3). 7.1.8.4 Staat van instandhouding Als niet-broedvogel is de (toekomstige) staat van instandhouding van de brandgans in Nederland beoordeeld als gunstig (bron: https://www.sovon.nl/nl/soort/1670).

College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063643/284 37 Beoordeling Staat van Instandhouding Populatie Verspreiding Leefgebied Toekomst Eindoordeel Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig Als broedvogel is de (toekomstige) staat van instandhouding van de brandgans in Nederland beoordeeld als gunstig (bron: https://www.sovon.nl/nl/soort/1670). Beoordeling Staat van Instandhouding Populatie Verspreiding Leefgebied Toekomst Eindoordeel Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig Gunstig De (toekomstige) staat van instandhouding in Overijssel, voor zowel de brandgans als niet- broedvogel en als broedvogel is gunstig te noemen. Dit, omdat de aantallen brandganzen toenemen en de aantallen voldoende hoog zijn. Zoals weergegeven in 7.1.4 is het doel om in de zomer bij te dragen aan het verlagen van de populatie overzomerende ganzen naar het aantal als in 2005 (520 brandganzen) en voor de overwinterende ganzen naar een schadeniveau als in 2005. Bij deze aantallen komt de staat van instandhouding in Overijssel niet in gevaar. Dit mede omdat er beperkingen aan de ontheffing gekoppeld zijn en afschot in de toekomst niet geïntensiveerd wordt. Daarnaast is het monitoren van maatregelen een taak van de Faunabeheereenheid. Onderdeel van deze monitoring is de uit te voeren zomer- en wintertellingen, welke georganiseerd worden door de WBE.

Tevens worden afschotgegevens bijgehouden in het Faunaregistratiesysteem van de Faunabeheereenheid. De Faunabeheereenheid moet de voortgang bewaken en ontwikkelingen signaleren. 7.1.8.5 Effectiviteit van de beheermaatregelen Voordat gebruik gemaakt kan worden van de voorgestelde ontheffing waarin verjaging met ondersteund afschot wordt toegestaan, dient tenminste één visueel en tenminste één akoestisch (behalve in het geval van overjarig grasland) verjagingsmiddel, zoals beschreven in de Faunaschade Preventie Kit (BIJ12), te zijn ingezet. Bij verjaging, anders dan verjaging met ondersteunend afschot, kan gewenning optreden (zie 7.1.7). Bij verjaging met ondersteunend afschot is dit niet het geval (Guldemond et al., 2016). Vogels en zoogdieren leggen de relatie tussen een schot en een soortgenoot welke wordt gedood waardoor het effect van verjaging met ondersteunend afschot versterkt wordt. Voor een uitgebreide toelichting op de effectiviteit van verjaging met ondersteunend afschot (zie bijlage 1). College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063644/284 38 In paragraaf 7.1.8.1 is daarnaast in een tijdlijn weergegeven hoe het afschot, schade en de beperking van het gebruik van de ontheffing zich met elkaar verhouden.

Figuur 14 geeft daarin weer dat de ontheffing effectief is op de momenten dat deze gebruikt kan worden, dit doordat de getaxeerde schade op momenten dat de ontheffing gebruikt kan worden ook afneemt. 7.1.9 Natura 2000 Voor het eventuele gebruik van een ontheffing (art. 3.17 Wnb) in en nabij Natura 2000-gebieden kan een vergunning ex. art. 2.7 Wnb noodzakelijk zijn. Zie ook de beheerplannen van de Natura 2000- gebieden. Het gebruik van een vrijstelling, ontheffing of opdracht mag geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Wanneer deze maatregel in de Natura 2000-gebieden toch toegepast zou worden en significant negatieve effecten zou kunnen hebben is een vergunning noodzakelijk. 7.1.10 Plaats en perioden van beheermaatregelen De Faunabeheereenheid Overijssel vraagt ontheffing ex. art.

3.17 Wnb aan voor het doden van brandganzen met behulp van het geweer ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen op agrarische gronden voor de duur van dit plan: Overzomerende brandganzen (van 1 april tot 1 oktober) Vanaf een uur voor zonsopkomst tot een uur na zonsondergang met gebruikmaking van lokmiddelen voor de WBE-gebieden waar belangrijke schade is getaxeerd in de afgelopen beheerperiode en/of gebruik gemaakt is van de ontheffing ten behoeve van voorkoming van belangrijke schade: De IJssellanden, IJsselstreek-Salland, Jachtvereniging Kampen, De Noord- Westhoek, D’ Oldematen, De Weerribben, De Vechtstroom, Salland Midden, Steenwijkerwold e.o., Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden, West Twente en de Koerkamp, Overwinterende brandganzen (van 1 oktober tot 1 april) Vanaf een uur voor zonsopkomst tot uiterlijk 12.00 uur ‘s middags met een maximum van 10 stuks per bejaagactie per perceel t.b.v. ondersteunend afschot voor de volgende WBE-gebieden waar schade is getaxeerd in de afgelopen beheerperiode en/of gebruik gemaakt is van de ontheffing ten behoeve van voorkoming van belangrijke schade: De IJssellanden, IJsselstreek/Salland, Jachtvereniging Kampen, De Noord-Westhoek, D’ Oldematen, Steenwijkerwold en De Weerribben.

Gebruik van de ontheffing moet in de zomerperiode mogelijk zijn tussen een uur voor zonsopkomst tot een uur na zonsondergang (en in de winterperiode van een uur voor zonsopkomst tot 12.00 uur ‘s middags). Dit, omdat zo effectief mogelijk schade aan gewassen voorkomen kan worden. Ganzen beginnen namelijk al een uur voor zonsopkomst op percelen met schadegevoelige gewassen (waaronder blijvend grasland) te foerageren. Ook foerageren zij nog een uur na zonsondergang op percelen met schadegevoelige gewassen. Het gebruik van lokmiddelen is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat overzomerende ganzen binnen schootsafstand komen. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063645/284 39 Grauwe gans 7.2.1 Algemeen De grauwe gans is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Deze soort is als instandhoudingsdoelstelling van diverse Natura 2000- gebieden opgenomen, waarbij zij is aangewezen als niet-broedvogel. 7.2.2 Kwantitatieve gegevens Overzomerende ganzen In de eerste helft van de twintigste eeuw verdween de grauwe gans nagenoeg als broedvogel door ontginning van moerassen en bejaging. Uitzetpogingen leidden rond 1970 tot broedpopulaties in Friesland en het Deltagebied, gevolgd door een spontane vestiging in Flevoland.

Daarna begon een periode van stormachtige uitbreiding, waarbij alleen de droge en bosrijke streken van Nederland werden overgeslagen. De aantallen broedparen namen toe van hooguit 150 in 1977 naar bijna 9.000 in het jaar 2000 en een veelvoud nadien. Bij de meest recente landelijke telling in 2014-2016 zijn 5074 territoria in de Zoete Rijkswateren geteld (www.sovon.nl). Overwinterende ganzen Het aantal overwinterende ganzen steeg vanaf 1975 enorm, een gevolg van de toegenomen Noordwest-Europese broedpopulatie inclusief de Nederlandse. De aantallen zijn het hoogst in het najaar en de winter, wanneer de omvangrijke eigen populatie (grotendeels standvogels) aanvulling uit Noord- en Oost-Europa krijgt. Rond 2010 ging het om maximaal een half miljoen grauwe ganzen, verdeeld over het hele land maar met accenten in het Deltagebied en rivierengebied. Streng winterweer heeft weinig effect op aantallen en verspreiding. In juni en juli ruien grauwe ganzen de slagpennen en zoeken ze veilige rietmoerassen op. Lange tijd fungeerden de Oostvaardersplassen als ruiplek voor tienduizenden vogels uit zowel Nederland als elders in Europa. Tegenwoordig ruien ook veel grauwe ganzen in de broedregio en is het aantal ruigebieden in heel Europa sterk gegroeid. Nog steeds ruien echter ook buitenlandse vogels in ons land.

Bij de meest recente telling van 2015/2016 zijn als landelijk seizoenmaximum 366.882 grauwe ganzen geteld (www.sovon.nl) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063646/284 40 Figuur 18. De verspreiding van de grauwe gans in Nederland als broed- en als niet-broedvogel (bron: http://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/1610) 7.2.3 Voorkomen en trend in Overijssel In Overijssel komt de grauwe gans bijna overal voor. De grootste aantallen overzomerende ganzen en winterganzen bevinden zich in of in de nabijheid van de Weerribben/Wieden, Zwarte Meer en IJsseluiterwaarden. Wel valt op dat de winterganzen in tegenstelling tot de overzomerende ganzen zich ook meer in de rest van Overijssel bevinden. Zie de verspreiding van grauwe ganzen in Overijssel figuur 19. Figuur 19. Verspreiding van de grauwe gans in Overijssel als broed- en niet broedvogel (bron: https://www.sovon.nl/provincies) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063647/284 41 Overzomerende grauwe ganzen Het aantal grauwe ganzen is vanaf 1990 in Overijssel enorm gestegen. Deze stijging geldt zowel voor de overzomerende ganzen als overwinterende ganzen figuur 6 laat zien dat de aantallen overzomerende ganzen vanaf 2013 nog stijgen, maar tegelijkertijd lijkt deze trend de laatste jaren wat te stabiliseren.

De langjarige trend van grauwe ganzen is een trend welke toenemend is. Naar de toekomst is de verwachting dat het aantal grauwe ganzen toe zal blijven nemen vanwege deze toenemende trend en de in ruime mate aanwezigheid van beschikbaar leefgebied en voedsel voor grauwe ganzen. Figuur 20. Getelde grauwe ganzen bij de jaarlijkse zomertelling in Overijssel (bron: FRS) Jaarlijks op de derde zaterdag van juli vindt een provinciebrede zomertelling van grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen plaats, uitgevoerd door de leden van de WBE-gebieden. Deze telling geschiedt overeenkomstig het “Protocol zomertelling ganzen” (zie bijlage 3) van de Landelijke technische werkgroep zomertelling ganzen. Bovenstaande grafiek (figuur 19) geeft van deze telling de uitkomsten van de laatste 6 jaar weer. Overwinterende grauwe ganzen De populatie overwinterende grauwe ganzen is in de periode 1990 tot circa 2008 enorm gestegen. De jaren hierop volgend is deze trend afgevlakt. Waarbij de aantallen in de laatste jaren iets lijkt te stabiliseren. Deze stabilisatie is zichtbaar in de midwintertellingen, welke worden uitgevoerd door Sovon (zie figuur 20). De trend-diagram loop tot 2016, waardoor geen uitspraken kunnen worden gedaan over de laatste 2 jaar.

0 5000 10000 15000 20000 25000 30000 35000 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Aantal overzomerende grauwe ganzen College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063648/284 42 Figuur 21. Aantalsontwikkeling van de grauwe gans in Overijssel als overwinterende gans, deze is gebaseerd op de midwintertelling januari (bron: www.sovon.nl) 7.2.4 Wettelijke status en provinciaal beleid De grauwe gans is een beschermde inheemse diersoort. De grauwe gans is als ‘niet broedvogelsoort’ aangewezen voor de Natura 2000-gebieden de Wieden, Rijntakken, Ketelmeer & Vossemeer en Zwarte Meer. Deze gebieden hebben voor de grauwe gans met name een functie als foerageer-, slaap- en rustplaats. Voor de Rijntakken moet ook de omvang en de kwaliteit van het foerageergebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 8.300 vogels (seizoen gemiddelde) geborgd zijn. De ganzen foerageren zowel binnen als buiten het gebied. Het doel van het beheer is om schade aan gewassen te voorkomen en te beperken. Dit is te realiseren door de populatie overzomerende grauwe ganzen planmatig terug te brengen waarbij de staat van instandhouding gegarandeerd blijft.

Doel van de schadebestrijding is om bij overwinterende grauwe ganzen de schade te beperken tot het niveau van 2005 en te verzekeren dat de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000 niet in gevaar komen (Bron: Kader_faunabeheerplan_2019-2024, zie bijlage 9). Het schadeniveau van 2005 is voor wintergasten € 130.363,-. Het aantal overzomerende grauwe ganzen is vastgesteld op 13.654 grauwe ganzen (Bron: Kader_faunabeheerplan_2019-2024, zie bijlage 9). 7.2.5 Noodzaak beheer en schadebestrijding: ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen 7.2.5.1 Risico op landbouwschade en verwachting indien beheer uitblijft De getaxeerde gewasschade veroorzaakt door grauwe ganzen heeft voor het overgrote deel betrekking op schade aan blijvend grasland, gevolgd op ruime afstand door schade aan nieuw ingezaaid grasland. Figuur 21 geeft deze getaxeerde schade in aantal meldingen en euro’s weer per gewas. College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063649/284 43 Gewas Aantal meldingen Getaxeerde schade Blijvend grasland 865 € 2.406.094 Nieuw ingezaaid grasland 18 € 43.565 Erwten 1 € 8.100 Wintergraan 8 € 7.275 Peen, grove peen/winterwortelen 1 € 7.149 Aardappel 1 € 0 GPS silage 1 € 6.701 Graszaad 1 € 1.800 Mais/snijmais 5 € 4.253 Suikerbieten 1 € 0 Triticale 1 € 950 Zomergraan 3 € 5.058 Figuur 22.

Getaxeerde schade per gewas in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Figuur 22 geeft de getaxeerde schade per jaar weer. In alle jaren komen de getaxeerde bedragen ruim boven het schadeniveau van 2005 uit (zie 7.2.4). Opvallend is dat de schade langzaam oploopt met een piek in 2017. Figuur 23 geeft dit grafisch weer. Jaar Getaxeerde schade 2014 € 334.215 2015 € 406.362 2016 € 401.264 2017 € 698.957 2018 € 650.147 Figuur 23. Getaxeerde schade per jaar in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 (bron: BIJ12, unit Faunazaken) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063650/284 44 Figuur 24. Getaxeerde schade 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) De periode waarin de schade optreedt concentreert zich in de eerste helft van het jaar, zie hiervoor - figuur 24. Deze schade wordt veroorzaakt in de eerste maanden van het jaar, omdat dan ook de overwinterende grauwe ganzen aanwezig zijn (wat zorgt voor grotere aantallen) en er reeds gras begint te groeien. Deze eerste snede heeft voor agrarisch ondernemers de meeste bedrijfseconomische waarde, omdat dit kwalitatief de beste en daarmee ook de duurste snede is. Figuur 25 toont de verhouding tussen de getaxeerde schade in de verschillende maanden.

Periode Getaxeerde schade Januari € 96.488 Februari € 600.529 Maart € 862.274 April € 142.102 Mei € 183.497 Juni € 221.933 Juli € 273.446 Augustus € 45.635 September € 30.460 Oktober € 2.609 November € 6.660 December € 25.312 Figuur 25. Getaxeerde schade per maand in de periode 01-01-2004 t/m 31-12-2018 (bron: BIJ12, unit Faunazaken) €0 €100.000 €200.000 €300.000 €400.000 €500.000 €600.000 €700.000 €800.000 2014 2015 2016 2017 2018 Getaxeerde schade College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063651/284 45 Figuur 26. Getaxeerde schade per maand in de periode 01-01-2014 t/m 31-12-2018 in Overijssel (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Wanneer er geen beheer van overzomerende ganzen en schadebestrijding van overwinterende ganzen plaatsvindt, is de verwachting dat het aantal overzomerende grauwe ganzen in Overijssel verder toeneemt, en in de winter de schade veroorzaakt door grauwe ganzen verder toeneemt. 7.2.5.2 Noodzaak beheer en schadebestrijding Overzomerende ganzen Voor wat betreft het aantal overzomerende grauwe ganzen is reeds geconcludeerd dat de aantallen tot 2016 licht zijn toegenomen, waarbij de stand vervolgens in 2017 en 2018 op gelijkmatig hoger niveau lag. Per WBE-gebied kunnen deze schadegegevens nog verschillen. In figuur 27 is de getaxeerde schade per WBE-gebied voor de zomerperiode (1 april tot 1 oktober) weergegeven.

Deze gegevens geven duidelijk weer dat de schade per WBE-gebied sterk kan verschillen. In een aantal WBE-gebieden is in de periode 2014 tot 2018 geen belangrijke schade, zijnde schade gelijk aan of groter dan € 250,- getaxeerd. €0 €100.000 €200.000 €300.000 €400.000 €500.000 €600.000 €700.000 €800.000 €900.000 €1.000.000 Getaxeerde schade College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063652/284 46 WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De IJssellanden € 6.487 € 3.000 € 8.174 € 9.503 € 26.076 IJsselstreek Salland € 15.673 € 17.420 € 22.418 € 71.915 € 34.138 Jachtvereniging Kampen € 3.976 € 3.424 € 10.398 € 14.824 € 18.900 De Koerkamp € 0 € 0 € 0 € 3.515 € 3.835 De Noord-Westhoek € 56.900 € 50.404 € 42.164 € 128.022 € 99.279 Oldebroek/Oosterwolde € 0 € 0 € 0 € 285 € 0 D’Oldematen € 11.803 € 15.353 € 14.903 € 27.417 € 10.309 Steenwijkerwold e.o. € 835 € 4.756 € 5.749 € 8.637 € 0 De Weerribben € 8.591 € 38.393 € 15.001 € 23.619 € 60.525 Figuur 27. Getaxeerde schade grauwe ganzen per jaar in de periode 1 april t/m 1 oktober (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Gelet op de aantallen en schadecijfers van de afgelopen jaren per WBE-gebied, kan geconcludeerd worden dat verjaging met ondersteunend afschot in WBE’s met belangrijke schade en of waar gebruik is gemaakt van de ontheffing noodzakelijk is om belangrijke schade te voorkomen.

Dit vanwege de aanwezigheid van belangrijke schade en het lerend vermogen van ganzen (zie ook 7.2.7.5). De provincie Overijssel heeft daarnaast bepaald dat het wenselijk is om het aantal grauwe ganzen planmatig terug te brengen naar het niveau van 2005 met het daarbij behorende schadeniveau (zie 7.2.4). Zowel het schadeniveau als de aantallen zijn momenteel veel groter als de gestelde doelen. Vanwege de grootte van de schade en de grote aantallen grauwe ganzen is een ontheffing voor verjaging met ondersteunend afschot jaarrond wenselijk in alle WBE-gebieden. Overwinterende grauwe ganzen De getaxeerde schade bij overwinterende grauwe ganzen, welke weergegeven is in figuur 27, veroorzaakt door grauwe ganzen in de winter is groot. Diverse WBE-gebieden vallen op doordat zij structureel belangrijke schade, zijnde schade gelijk aan of groter dan € 250,-, in de winterperiode binnen het werkgebied hebben.

College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063653/284 47 WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De Hof van Twente € 151 € 0 € 0 € 0 € 0 De Koerkamp € 161 € 4.384 € 1.689 € 5.092 € 0 De IJssellanden € 15.657 € 13.919 € 9.972 € 32.125 € 41.757 IJsselstreek Salland € 27.787 € 54.407 € 35.694 € 69.900 € 20.733 Jachtvereniging Kampen € 34.809 € 34.872 € 26.244 € 33.087 € 26.979 De Noord-Westhoek € 93.475 € 113.419 € 99.718 € 147.999 € 147.812 D’Oldematen € 13.097 € 10.245 € 18.875 € 6.168 € 495 Noord Oost Twente € 0 € 0 € 118 € 0 € 0 Steenwijkerwold e.o. € 9.323 € 9.530 € 10.924 € 19.670 € 0 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden € 0 € 60 € 0 € 0 € 0 De Weerribben € 34.843 € 32.776 € 79.223 € 97.071 € 159.309 Figuur 28. Getaxeerde schade veroorzaakt door ganzen in de periode 1 oktober t/m 1 april (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Gelet op de schadecijfers van de afgelopen jaren is het voor grondgebruikers noodzakelijk om aan schadebestrijding te doen voor het oogsten van tenminste een redelijke opbrengst van de eerste snede gras. De schadebestrijding bestaat uit het gebruik maken van de maatregelen, als opgenomen in de Faunaschade Preventie Kit van BIJ12 unit Faunazaken.

Volgens de regels in de Omgevingsverordening Overijssel en Beleidsregel Natuur Overijssel 2017, dient de grondgebruiker, om voor een tegemoetkoming faunaschade in aanmerking te komen, aan te tonen dat hij/zij zo veel mogelijk heeft gedaan om de faunaschade te voorkomen en te beperken. Faunazaken toetst of een aangevraagde en verleende ontheffing om de schade te bestrijden adequaat is ingezet. Dit houdt in dat de ontheffing minimaal op twee verschillende dagen per week is gebruikt om schade te bestrijden door middel van ondersteunend afschot van enkele van de schadeveroorzakende diersoorten. Ondersteunend afschot is daarbij o.a. noodzakelijk vanwege het lerend vermogen van ganzen, (zie 7.2.8.5). De provincie Overijssel heeft als beleidsdoel om de schade veroorzaakt door overwinterende ganzen planmatig terug te brengen naar het niveau van 2005 (zie 7.2.4). Het schadeniveau is momenteel groter dan dit gestelde beleidsdoel. Een ontheffing voor verjaging met ondersteunend afschot is vanwege de grote van de schade wenselijk voor WBE-gebieden waarin de afgelopen jaren belangrijke schade is getaxeerd. 7.2.6 Preventieve en schadevoorkomende maatregelen Schade wordt voorkomen door een juiste mix van preventieve middelen. Dat is zeker belangrijk tijdens de meest kwetsbare perioden van gewas of gras.

Ook kan de grondgebruiker de kans op schade in een volgend gewas verminderen door oogstresten afdoende onder te werken. Zowel visuele als akoestische middelen werken maar gedurende een korte periode. Daarna wennen dieren eraan, (zie rapport bijlage 1). College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063654/284 48 Door werende middelen af te wisselen en bovendien te combineren met ondersteunend afschot, wordt de effectiviteit verhoogd en wordt gewenning zoveel mogelijk voorkomen. Voor de preventieve middelen wordt verwezen naar de Faunaschade Preventie Kit van BIJ12 unit Faunazaken. Een zeer belangrijke preventieve beheermaatregel voor overzomerende grauwe ganzen is nestbehandeling. Nestbehandeling wordt ingezet om te voorkomen dat ganzeneieren uitkomen en daardoor het aantal overzomerende ganzen wordt beperkt. In de komende beheerplanperiode 2019- 2024 wordt hierop ingezet door grondgebruikers (zie ook gebiedsplannen). Voor nestbehandeling zal een ontheffing worden aangevraagd. In een recent uitgekomen rapport (Buij et al 2018) wordt geconstateerd dat met name actieve verjaging, zeker als het gaat om gecombineerde verjagingsacties, effect hebben, maar dat er na verloop van tijd wel gewenning lijkt op te treden.

In dat verband legt dit rapport een verband met een (verhoogde) effectiviteit indien ook gecombineerd wordt met verjaging met ondersteunend afschot. Een overzicht van de uitgevoerde preventieve maatregelen in de afgelopen periode is opgenomen in bijlage 2. 7.2.7 Beheer 7.2.7.1 Gevoerd beheer afgelopen periode De afgegeven ontheffing in 2014 maakte het mogelijk jaarrond grauwe ganzen te doden. Daarnaast is er ook een ontheffing afgegeven voor het behandelen van eieren en was er een provinciale vrijstelling voor het verjagen van grauwe ganzen. Van de ontheffing voor het behandelen van eieren is in de afgelopen 4 jaar echter geen gebruik gemaakt. Voor overzomerende ganzen betekent dit dat in de periode van 1 april tot 1 oktober ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen op agrarische gronden ontheffing is verleend voor alle WBE’s in Overijssel voor het gebruik van het geweer vanaf een uur voor zonsopkomst tot een uur na zonsondergang. Door het gebruik van deze ontheffing, verleend aan alle WBE’s, in de periode 2014 t/m 2018 is in 31 WBE’s belangrijke schade voorkomen. In de winterperiode van 1 oktober tot 1 april is ontheffing verleend voor 22 WBE’s in Overijssel die een schadehistorie kenden, voor het doden van grauwe ganzen met behulp van het geweer ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen op agrarische gronden.

Ontheffing is verleend vanaf een uur voor zonsopkomst tot 12:00 uur ‘s-middags. Als voorschrift is aan de ontheffing verbonden dat op percelen met schadegevoelige gewassen (met uitzondering van grasland, graszaad en graan vanaf zes maanden na inzaai) de volgende waarneembare preventieve maatregelen zijn genomen: tenminste één visueel en tenminste één akoestisch verjagingsmiddel, zoals beschreven in de Faunaschade Preventie Kit (BIJ12 unit Faunazaken). College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063655/284 49 Na inwerkingtreding van deze ontheffing zijn er door diverse juridische procedures beperkingen gesteld aan de ontheffing. De belangrijkste beperkingen hieruit zijn: • Afschot is beperkt tot vanaf zonsopkomst tot zonsondergang. • In en in de nabijheid van diverse Natura 2000-gebieden zijn beperkingen gesteld aan het gebruik van de ontheffing (zie bijlage 4). Daarnaast is het gedurende diverse perioden niet mogelijk geweest gebruik te maken van de ontheffing in verband met deze juridische procedures en vanwege het verbod om te jagen in periodes waarin de vogelgriep in Nederland heerste, zie hiervoor figuur 28. Jaar Afschot Schademeldingen Schade Gestelde beperkingen 2014 10.533 124 334.215 20-11-2014 tot 04-12-2014 jachtverbod tot gebruik van de ontheffing i.v.m.

vogelgriep 2015 8.051 111 406.362 15-01-2015 tot 31-03-2015 schorsing ontheffing grauwe- kol- en brandgans 01-04-2015 beperking ontheffing zomerganzen, alleen schadebestrijding en geen populatiebeheer 17-04-2015 beperkingen N2000 29-05-2015 beperking ontheffing zomerganzen (max. 10 stuks tot 12.00 uur) 28-08-2015 beperking aantal WBE’s voor het gebruik van de ontheffing 02-12-2015 beperking gebruik van ontheffing in een zone van 500m1 rondom N2000 2016 5.495 114 401.264 08-03-2016 tweede beslissing op bezwaar ganzenontheffing in en nabij N2000-gebieden 02-11-2016 einde beperking van 02-12-2015, minder beperkingen o.g.v. Nb-wet vergunning 24-10-2016 Nb-wet vergunning 2017 8.554 140 698.957 24-10-2016 Nb-wet vergunning rekening houdend met verschillende verstoringsafstanden. Aanvang schadebestrijding niet een uur eerder. 2018 7.101 130 650.684 13-03-2018 vogelgriep Kamperveen, beperking in zone 10 km rond Kamperveen. 11-04-2018 Wnb- vergunning N2000 beperking gebruik van ontheffing in een zone van 300m1 rondom leefgebieden van kwalificerende soorten binnen en buiten N2000. Tot okt 2018 nog niet uur eerder. Figuur 29.

Beperkingen in het gebruik van de ontheffing grauwe ganzen 2014-2018 (bron: FRS) College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063656/284 50 Figuur 29 geeft het totaalafschot per jaar weer afgezet tegen het aantal meldingen en de totale schade. Daarnaast zijn beperkingen benoemd welke geleid hebben tot aanpassingen in de ontheffing of het niet kunnen gebruiken van de ontheffing. Opvallend is dat 2017 er uitspringt door de hoogte van de schade. Dit valt samen met het moment waarop LTO-Noord inspanningen heeft geleverd, in de vorm van voorlichtingsavonden, om faunaschade en het melden hiervan onder agrariërs toe te lichten. Hiertoe zijn vijf bijeenkomsten georganiseerd, in de periode 08-06-2016 tot 03-05-2017, welke goed bezocht zijn. Doordat niet alleen de schade toeneemt maar daarbij ook het aantal meldingen, is het zeer waarschijnlijk dat deze voorlichtingscampagne geleid heeft tot meer meldingen en meer taxaties van landbouwschade. Overzomerende ganzen De afschotgegevens van grauwe ganzen in de periode 1 april tot 1 oktober laten tussen de verschillende WBE-gebieden grote verschillen zien, zie figuur 30. In algemeenheid zijn de WBE- gebieden waar grotere aantallen ganzen worden geschoten ook de WBE-gebieden waar de schade plaatsvindt.

WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De Dinkelstreek 0 12 0 0 40 De Hof van Twente 108 126 185 87 116 De IJssellanden 667 418 216 607 336 De Koerkamp 258 148 61 120 24 De Noord-Westhoek 1.311 862 762 802 470 De Vechtstroom 34 32 35 35 25 De Weerribben 300 270 36 153 44 D’Oldematen 226 127 308 232 314 Heeten e.o. 6 1 0 0 0 Het Reestgebied 0 1 16 0 1 Holten 8 3 0 2 4 Hugale 0 0 0 0 7 IJsselstreek Salland 1.410 1.222 65 783 167 IJsselvallei (OV) 0 0 0 0 72 Jachtvereniging Kampen 658 498 39 495 122 Lemelerberg e.o. 23 22 12 10 23 Lonneker Losser 0 0 0 0 8 Noorder Vechtlanden 2 1 0 7 0 Oldebroek/Oosterwolde 23 13 0 0 0 Ommen-Den Ham 0 0 43 0 0 Salland Midden 88 93 41 39 26 Steenwijkerwold e.o. 307 282 152 106 145 College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063657/284 51 ‘t Achterveld 0 0 0 2 0 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 82 75 196 37 37 Twickel 0 0 0 40 9 Vriezenveen e.o. 19 62 26 44 9 West-Twente 47 19 70 61 109 Zenderen 0 5 3 11 8 Zuider Vechtlanden 0 5 0 10 24 Noord Oost Twente 11 15 11 5 24 Zuid-Oost Twente 30 68 7 39 8 Figuur 30. Aantal geschoten grauwe ganzen in de periode 1 april tot 1 oktober (bron: BIJ12, unit Faunazaken) Overwinterende grauwe ganzen De afschotgegevens van de verschillende WBE-gebieden laten ook voor de winterperiode sterk verschillende getallen zien.

Wel valt op dat er bij de WBE-gebieden met veel getaxeerde schade ook meer afschot plaatsgevonden heeft. Verder valt op dat er in WBE-gebieden met minder schade ook minder grauwe ganzen worden geschoten (zie figuur 30). WBE 2014 2015 2016 2017 2018 De Hof van Twente 205 67 66 17 103 De IJssellanden 880 551 368 837 775 De Koerkamp 107 63 28 69 74 De Noord-Westhoek 805 835 1236 1170 1237 De Vechtstroom 79 78 81 36 54 De Weerribben 390 343 147 205 205 D’Oldematen 365 172 377 462 503 Heeten e.o. 12 0 0 0 0 Het Reestgebied 4 0 0 0 7 Holten 11 2 2 2 0 Hugale 0 3 0 0 0 IJsselstreek Salland 851 666 143 718 648 Jachtvereniging Kampen 429 407 287 648 748 Lemelerberg e.o. 5 3 0 0 0 Noorder Vechtlanden 46 3 5 19 13 Oldebroek/Oosterwolde 41 26 0 0 0 Ommen-Den Ham 13 0 0 0 0 Noord Oost Twente 13 3 0 0 0 Salland Midden 39 31 25 53 43 College van burgemeester en wethouders - 2 november 2021 - 2021_B&W_0063658/284 52 Steenwijkerwold e.o. 337 284 229 304 351 Lonneker Losser 0 2 0 0 0 Tussen Grens en Vecht De Akkerlanden 48 24 47 51 11 Tussen Vecht en Dedemsvaart 2 4 0 0 0 Twickel 37 7 52 70 56 Vriezenveen e.o. 15 13 0 0 1 West-Twente 39 32 92 132 71 Zenderen 0 2 0 0 0 Zuider Vechtlanden 98 3 0 7 4 Zuid-Oost Twente 44 47 26 27 23 Figuur 31.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/76d15840-0ec0-4aef-ba71-9af176503148?agendaItemId=3d82f736-511f-4e52-9955-6e930de97e94