CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

14.0 VNG - Reactie op de Rijksbegroting 2023.pdf

Raadsvergadering 25 oktober 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken25.242 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het rijk continueert daarom de bestaande aanpak van overlast (€ 15 miljoen structureel), verhoogt het aantal locaties voor versnelde behandeling van kansarme asielaanvragen (€ 15 miljoen structureel) en investeert in het versneld uitzetten van overlastgevende asielzoekers (eveneens € 15 miljoen structureel). Tot slot wordt, zoals vastgelegd in de recente bestuurlijke afspraken, structureel € 40 miljoen beschikbaar gesteld voor de opvang van alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV) van 18 tot 21 jaar. Wat betekent dit voor gemeenten? Op 26 augustus hebben de VNG, het Veiligheidsberaad, Interprovinciaal Overleg (IPO) en het rijk bestuurlijke afspraken gemaakt over een weg uit de crisis in de asielopvang. Er worden veel middelen vrijgemaakt, maar de weg uit de crisis vraagt ook om inspanningen van alle partijen. Hierover zijn gemeenten eerder per ledenbrief en in webinars geïnformeerd. Onderdeel van de bestuurlijke afspraken is onder meer het voorlopig voortzetten van de crisisnoodopvang en een (versnelde) uitwerking van de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen. Deze behelst onder meer de uitwerking van een wettelijke taak voor gemeenten om asielopvang mogelijk te maken. Een deel van de investeringen van het rijk komt weliswaar niet direct bij gemeenten terecht, maar kan wel positieve effecten hebben.

Zo draagt het tegengaan van overlast bij aan de openbare orde en veiligheid. De stabiele financiering van de partijen in de migratieketen helpt fluctuaties in de instroom beter op te vangen, waardoor noodgrepen (zoals crisisnoodopvang) kunnen worden voorkomen. Opvang Oekraïense ontheemden Wat wil het kabinet? Het kabinet wil zich blijven inzetten om vluchtelingen uit Oekraïne bescherming en opvang te bieden. Het realiseren van voldoende opvanglocaties van voldoende kwaliteit is een taak van de gemeenten. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten worden gecompenseerd voor de realisatie van noodopvangplekken en verstrekkingen aan ontheemden. Gemeenten mogen opvanglocaties tot 12 maanden vastleggen. Hiervoor is in 2023 ruim Vereniging van Nederlandse Gemeenten 22 € 2 miljard geraamd. Dit bedrag is geraamd voor zes maanden in 2022 en gaat uit van gemeentelijke opvang van 75 duizend ontheemden uit Oekraïne, een deel van de middelen zal in 2022 worden uitgekeerd maar het overgrote deel in 2023. Voor de bedrijfsvoering en kosten voor GGD’en en veiligheidsregio’s en gemeenten met een coördinerende taak is ook een systeem voor vergoeding gerealiseerd. Het gaat om kosten die bij reguliere asielzoekers via COA worden gefinancierd.

Hieronder vallen in principe de extra kosten voor regie en coördinatie (een deel van de coördinatie zit in de reguliere bekostiging) en eerste medische zorg en tolken die niet al via een andere route gefinancierd worden. Om medische zorg aan deze groep te financieren, is de Regeling Medische zorg Ontheemden (RMO) ontworpen (geen gemeentelijke zorg). Hiervoor is in 2022 en in 2023 € 99 miljoen geraamd (niet via gemeenten). Voor gemeentelijke zorgtaken (jeugdzorg, Wmo en publieke gezondheid) voor Oekraïners ontvangen gemeenten in 2022 € 25,5 miljoen. In 2023 is hiervoor € 29,8 miljoen in de begroting gezet. Jeugdbescherming Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de rechtsbescherming van kinderen met jeugdbescherming verbeteren, door middel van: 1. Het verbeteren van het feitenonderzoek. 2. Het toetsen van het perspectiefbesluit door de kinderrechter. 3. Procesbegeleiding voor ouders en kinderen bij uithuisplaatsing. 4. Het verbeteren van afhandeling van klachten. Door middel van een regeling om zijinstroom te stimuleren wil men meer personeel werven voor de Gecertificeerde Instellingen jeugdbescherming (GI) en voor de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Daarnaast geven gemeenten en GI’s samen uitvoering aan de afspraken die in 2022 per regio zijn gemaakt.

\ Men wil voortgang maken in het programma voor extra ondersteuning aan gedupeerden van het kinderopvangtoeslagschandaal, die ook te maken hebben (gehad) met een uithuisplaatsing van een kind. In 2023 gaat het kabinet verder met het ontwikkelen van de ondersteuning en de instrumenten die een oplossing voor de gedupeerde ouders dichterbij kunnen brengen. Met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wil het kabinet de jeugdbeschermingsketen verbeteren en vereenvoudigen. Doel is om te zorgen dat concrete bevindingen uit de proeftuinen in de scenario snel beschikbaar zijn voor andere regio’s. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten dienen vanuit hun opdrachtgevende rol samen met de GI uitvoering te geven aan de lopende en nieuwe verbetermaatregelen. Daarnaast zorgen gemeenten voor voortgang in de ondersteuning van gedupeerden van het kinderopvangtoeslagschandaal die ook te maken hebben (gehad) met een uithuisplaatsing van een kind. Gemeenten dragen in de aanloop naar het Toekomstscenario zorg voor sterke lokale teams die zelf hulp kunnen verlenen, werken conform het kwaliteitskader aan veiligheid en domeinoverstijgend werken. Daarnaast bereiden gemeenten regionaal de samenwerking ten behoeve van de Regionale veiligheidsteams voor.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 23 DIGITALE VEILIGHEID Een sterke digitale rechtsstaat Wat wil het kabinet? Rechts- en gegevensbescherming zijn pijlers onder de rechtsstaat. Het ministerie van J&V evalueert regelmatig of het juridisch kader nog goed is toegesneden op nieuwe technologieën (zoals deepfakes en gezichtsherkenning), en of het nodig is te reguleren of bestaande normen te verhelderen. In 2023 wordt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) geëvalueerd en wordt gestreefd naar afronding van de Verzamelwet gegevensverwerking, dat onder andere de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) op enkele punten wijzigt. Ook werkt het kabinet aan een strategische visie op internationale gegevensstromen. Daarnaast formuleert zij (in aanloop naar de tweede evaluatie van de AVG in 2024) een Nederlandse visie op het gegevensbeschermingsrecht. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten hebben behoefte aan heldere juridische kaders voor een verantwoorde omgang met nieuwe technologieën en data. Privacybescherming staat bij gemeenten hoog in het vaandel, maar het gaat om meer dan privacy alleen. Aan de hand van de gemeentelijke Agenda Digitale Grondrechten en Ethiek zal de VNG in gesprek blijven met het ministerie van J&V en de AP over nieuwe kaders en waar nodig bijdragen aan de voorgestelde visievorming.

Wat gemeenten zelf doen op het gebied van regelgevende kaders, is onder andere werken aan de doorontwikkeling van de Principes voor de Digitale Samenleving. Oprichting algoritmetoezichthouder onder Autoriteit Persoonsgegevens Wat wil het kabinet? Er wordt een algoritmetoezichthouder opgericht die wordt ondergebracht bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De algoritmetoezichthouder bewaakt dat algoritmes worden gecontroleerd op transparantie, discriminatie en willekeur. Het algoritmetoezicht krijgt een zichtbare plaats bij de AP . Met andere relevante toezichthouders worden samenwerkingsafspraken gemaakt, zodat het toezicht meer sluitend is. De algoritmetoezichthouder zal zich richten op drie clusters: coördinatie, monitoring/ kennisdeling en naleving/handhaving. De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering is beleidsmatig verantwoordelijk voor de algoritmetoezichthouder. Wat betekent dit voor gemeenten? De algoritmetoezichthouder zal ook toezicht houden op gemeenten. De VNG en de departementen zullen in gesprek gaan over hoe dit toezicht nader vorm te geven, en welke randvoorwaarden moeten worden ingevuld om gemeenten hier een goede invulling aan te kunnen geven. Nederlandse Cybersecurity Strategie Wat wil het kabinet? Onder regie van de minister van J&V is in 2022 een rijksbrede Nederlandse Cybersecurity Strategie ontwikkeld (NLCS).

Het jaar 2023 zal in het teken staan van de implementatie van de strategie en de doorontwikkeling van het Nationaal Cyber Security Center. Dit is nodig omdat de Europese richtlijn Network and Information Security (de NIS-2 richtlijn) meer wettelijke taken met zich mee brengt. Ook meer in het algemeen wordt cybersecurity belangrijker. De strategie richt zich op het versterken van de digitale weerbaarheid van inwoners, van de overheid en het bedrijfsleven, veilige digitale producten en diensten en weerbaarheid tegen cybercriminaliteit. De strategie heeft onder andere betrekking op de wettelijke verplichtingen van de digitale beveiliging van essentiële en belangrijke entiteiten. In de begrotingen van I&W en VWS wordt hier ook naar verwezen. Het kabinet gaat door met cyberoefeningen als ISIDOOR om voorbereid te zijn op cyberincidenten. Het ministerie van J&V zet meer in op publiek-private samenwerking bij de aanpak van cyberincidenten, op basis van het nieuwe Landelijk Crisisplan-Digitaal. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 24 Wat betekent dit voor gemeenten? In de Nederlandse Cybersecurity Strategie zijn op rijksniveau acties uitgewerkt. De actieplannen worden begin oktober naar de Tweede Kamer gestuurd. Veel activiteiten zullen een uitwerking kennen op lokaal niveau. Er is echter geen financiering opgenomen voor activiteiten op lokaal niveau.

De VNG is hierover in gesprek met het rijk. De strategie bevat onder andere een doorvertaling van wettelijke verplichtingen vanuit de Europese NIS-2 richtlijn. Gemeenten hebben vitale infrastructuur in hun gemeente, die bij verstoring ontwrichting kunnen veroorzaken. In de NIS-2 richtlijn worden elementen aangewezen, waar de gemeenten verantwoordelijk voor zijn. Begin 2023 zal duidelijker worden, wat dit betekent voor de zorgplicht, meldplicht en het toezicht op de cyberveiligheid. Aanpak cybercrime Wat wil het kabinet? De beleidscapaciteit bij het ministerie van J&V voor de aanpak van cybercrime op het kerndepartement wordt versterkt. Er wordt ingezet op het versterken van politie, onder andere door inzet van digitale wijkagenten. Hiervoor is in totaal € 200 miljoen begroot. Daarnaast wordt de aanpak vanuit het OM voor bestrijding van cybercrime en digitale criminaliteit versterkt middels kennis, capaciteit en de internationale en publiek-private samenwerking verder te ontwikkelen. Er is een structureel bedrag van € 12 miljoen voor ICT en opsporing van het OM toegekend. Naast de inzet voor het OM zelf is dit bedrag ook bedoeld voor het versterken van bewustwording bij potentiële slachtoffers van cybercriminaliteit en een campagneprogramma voor bewustwording. Wat betekent dit voor gemeenten? Burgemeesters gaan over de inzet van politie.

De inzet van digitale wijkagenten en versterking van de strafrechtelijke keten dragen bij aan een betere aanpak van digitale criminaliteit. Ook versterken ze de informatiepositie van het lokaal bestuur. Doordat de capaciteit bij het OM versterkt wordt, komen er mogelijkheden in de samenwerking om in de lokale driehoek digitale en gedigitaliseerde criminaliteit aan te kunnen pakken. Dit vraagt echter ook versterking aan de kant van gemeenten in dit deel van de digitale veiligheidsketen. Dit neemt de VNG mee in de gesprekken met het rijk, conform de motie Digitale veiligheid die op de ALV van 29 juni is aangenomen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 25 4 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Cultuur Wat wil het kabinet? Het kabinet zet de komende periode in op herstel, vernieuwing en groei van de culturele sector. Het doel is om de sector weer in de hele breedte te laten draaien, te laten bijdragen aan het maatschappelijk herstel van Nederland en minder kwetsbaar te laten zijn in de toekomst. Het jaar 2022 staat vooral nog in het teken van stimulering van herstel van de culturele en creatieve sector. In 2023 zet het kabinet het merendeel van de middelen voor cultuur uit het coalitieakkoord (€ 170 miljoen) in op vernieuwing en groei.

Een bedrag van € 99,8 miljoen wordt in 2023 verdeeld over de pijlers innovatie en digitale transformatie (€ 15,5 miljoen), erfgoed (€ 19,3 miljoen) arbeidsmarkt en makers (€ 38,6 miljoen) en educatie en participatie (€ 26,4 miljoen). Deze inzet in 2023 bouwt mede voort op de Hoofdlijnenbrief 2022 van de staatssecretaris Cultuur en Media d.d. 23 mei 2022. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten hebben in 2022 nog veel aandacht voor het herstel van de lokale en regionale culturele sector. Rijksmiddelen die in het 3e kwartaal van 2021 zijn uitgekeerd aan gemeenten, werden in 2022 grotendeels bestemd voor herstel en herstart van de lokale culturele sector. De culturele sector is nog herstellende van de coronacrisis. Hoewel culturele instellingen weer volledig open zijn, is het gedrag van het publiek nog niet terug bij het oude. Het rijk zette maatregelen in op de zichtbaarheid van de sector; het weer participeren, beleven en maken van kunst kreeg extra aandacht. Voor gemeenten is de inzet van het rijk op jongerencultuur het meest concreet. Van de andere pijlers is nog niet duidelijk hoe de uitwerking voor gemeenten er uit komt te zien. Onderwijshuisvesting (Oekraïense leerlingen) Wat wil het kabinet? In de OCW-Begroting 2023 wordt voor de onderwijshuisvesting en noodlocaties voor Oekraïense leerlingen in 2023 het budget met € 318 miljoen verhoogd.

Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen op declaratiebasis de extra kosten die zij maken voor de onderwijshuisvesting voor Oekraïense leerlingen vergoed krijgen. In de rijksbegroting zijn echter geen extra middelen ter beschikking gesteld voor de noodzakelijke extra investeringen in ‘reguliere’ onderwijshuisvesting. Het IBO Onderwijshuisvesting onderstreept de noodzaak om de vernieuwing van de schoolgebouwen flink te versnellen. Hiervoor is structureel € 730 miljoen per jaar (prijspeil 2019) aan rijksmiddelen nodig. We blijven pleiten voor meer middelen voor onderwijshuisvesting zodat gemeenten voldoende kunnen investeren in gezonde en duurzame schoolgebouwen die geschikt zijn voor modern en inclusief onderwijs. Laaggeletterdheid Wat wil het kabinet? Er is extra aandacht voor laaggeletterdheid in de begroting. De specifieke uitkering via het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties voor volwasseneneducatie aan de samenwerkende WEB-contactgemeenten (Wet educatie beroepsonderwijs) wordt vanaf 2023 verhoogd naar structureel € 80,6 miljoen. Deze middelen worden verstrekt aan samenwerkende gemeenten binnen een educatie en arbeidsmarktregio (via de contactgemeente). De verdeelsleutel is vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit WEB. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 26 Ook het landelijke actieprogramma Tel mee met Taal (2020-2024) wordt gecontinueerd.

Met het programma ‘Tel mee met Taal’ worden onder andere gemeenten, aanbieders van cursussen, werkgevers, bibliotheken en maatschappelijke organisaties ondersteund om laaggeletterden te herkennen, door te verwijzen en te scholen. Wat betekent dit voor gemeenten? De WEB-middelen zijn verhoogd en het actieprogramma ‘Tel mee met taal’ loopt nog tot 2024. Daarnaast blijft er extra aandacht voor het monitoren van resultaten. Ook wordt de reikwijdte van de aanpak van basisvaardigheden uitgebreid. Hierbij valt te denken aan burgerschap, digitale- en rekenvaardigheden. Bibliotheken Wat wil het kabinet? De evaluatie van de Bibliotheekwet uit 2020 laat over de afgelopen tien jaar een afname van het aantal bibliotheekvestigingen zien. Omdat de behoefte groot is, streeft het kabinet naar een toekomstbestendige bibliotheekvoorziening in elke gemeente. Om dit te bewerkstelligen worden er extra middelen beschikbaar gesteld. Dit komt in 2023 neer op € 35,7 miljoen, in 2024 € 56,7 miljoen en in 2025 en 2026 € 62,7 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is nog onduidelijk via welke uitkering de gemeenten over de middelen beschikken en wat de verdeelsleutel is.

Omdat de extra middelen zijn bedoeld om te investeren in een toekomstbestendige bibliotheekvestiging, betekent dit dat de ene gemeente een huidige bibliotheekvestiging kan verstevigen en een andere gemeente kan investeren in een nieuwe bibliotheek. Kansengelijkheid Wat wil het kabinet? Om ervoor te zorgen dat elk kind optimaal kansen heeft, trekt het kabinet de komende jaren in totaal € 1 miljard uit. De maatregelen voor kansengelijkheid bestaan uit: • het versterken van de kwaliteit en het stimuleren van deelname van kinderen met een taalachterstand aan de vroeg- en voorschoolse educatie • het invoeren van de rijke schooldag, te beginnen op de scholen waar de nood het hoogst is • het structureel maken van de subsidie voor brede brugklassen uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) • het versterken van een goede combinatie van onderwijs en zorg. Voor dit geheel is in 2022 € 200 miljoen en in 2023 € 300 miljoen gereserveerd, oplopend naar € 1 miljard structureel in 2026. Daarvan is nu € 34 miljoen belegd in het programma School & Omgeving, waarin tienduizenden leerlingen naast hun reguliere lessen op en rondom school extra activiteiten en ondersteuning aangeboden krijgen.

Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten werken al langer samen met het onderwijs aan verlengde schooldagen, extra taal- en rekenonderwijs, talentprogramma’s, sport en cultuuractiviteiten, aanpak kinderarmoede, een betere samenwerking jeugdhulp/onderwijs, betere samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs, jeugd -en jongerenwerk en onderwijs en de verschillende MDT (Maatschappelijke Dienst Tijd)-programma’s. Er zijn ondertussen 45 voorlopers geselecteerd. Sinds 22 augustus kunnen de voorlopers, doorgroeiers en starters subsidie aanvragen. De subsidieregeling School en Omgeving is terug te lezen op de website van de Staatscourant . Via de website van de gelijke kansen alliantie is nog meer informatie hierover te vinden. Het rijk heeft de ambitie om de huidige regeling School en Omgeving om te zetten in een structurele regeling. De VNG is positief over de inzet van het kabinet op het vergroten van kansengelijkheid. In eerder overleg over de regeling School en Omgeving heeft de VNG vragen gesteld over de rolverdeling school-gemeente en over het structurele karakter van de regeling. Het vergroten van kansengelijkheid vraagt, naast extra investeringen in onderwijskwaliteit, om een meer samenhangende Vereniging van Nederlandse Gemeenten 27 aanpak tussen de school en zijn omgeving. De VNG pleit dan ook voor een meer samenhangende aanpak in kwetsbare wijken en gebieden.

Niet alleen in het onderwijs, maar ook in bestaanszekerheid en (jeugd)hulp voor kwetsbare gezinnen, woningen, werk, toegang tot sport, cultuur, kinderopvang etc. Kansenongelijkheid stopt niet bij de grens van het schoolplein. Seksueel grensoverschrijdend gedrag en Seksueel geweld Wat wil het kabinet? Onder regie van de ministers van OCW en SZW wordt een Nationaal Actieplan opgesteld, met als doel het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en het bereiken van een samenleving waarin iedereen zich veilig voelt. Een onafhankelijke regeringscommissaris, Mariette Hamer, zal hierover gevraagd en ongevraagd advies geven. Zij werkt de komende drie jaar als aanjager van het maatschappelijk debat en als boegbeeld van de gewenste cultuurverandering op dit terrein. Wat betekent dit voor gemeenten? Het plan moet nog worden uitgewerkt. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 28 5 Infrastructuur en Waterstaat Afval Wat wil het kabinet? Het kabinet richt zich in 2023 vooral op de verdere implementatie van de Single Use Plastics-Richtlijn (SUP-richtlijn). Zo worden dwingende maatregelen genomen om wegwerpplastics te beperken en dienen producenten in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) mee te betalen aan de opruimkosten voor eenmalige plastic verpakkingen in het zwerfafval.

Verder zal de statiegeldverplichting voor blikjes worden ingevoerd. Het doel van de maatregel is om de circa twee miljard blikjes die jaarlijks over de toonbank gaan in te zamelen en te recyclen. Voor de verdere ondersteuning van gemeenten bij het scheiden van huishoudelijk afval is het Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG) 2021-2025 vastgesteld. Hierbij zal de focus op de kwaliteit van het gescheiden afval worden voortgezet. Wat betekent dit voor gemeenten? De nieuwe maatregelen zullen naar verwachting een positief effect opleveren als het gaat om de hoeveelheid zwerfafval in de openbare ruimte. Of het ook een kostenbesparing voor gemeenten kan opleveren, zal de praktijk moeten gaan uitwijzen. Met de blijvende inzet op het kwalitatief goed scheiden van huishoudelijk afval én de verdere verbreding van het instrument producentenverantwoordelijkheid, is het verder van belang aandacht te hebben voor de afspraken met producenten over de kosten én de wijze waarop gemeenten invulling geven aan lokaal passend afvalbeleid. Circulaire economie Wat wil het kabinet? De ambitie van het kabinet is (nog steeds) dat Nederland in 2050 volledig circulair is.

Dit betekent het bevorderen van een (meer) circulaire economie (CE) met als doel: het behouden van natuurlijke hulpbronnen, zicht op de economische keten en op het gebruik van hulpbronnen, het verbeteren van de voorzieningszekerheid van grondstoffen, het verminderen van emissies en het versterken van de Nederlandse economie. In 2023 draagt het kabinet via de uitvoering van het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE) bij aan het behalen van het in het coalitieakkoord genoemde klimaatdoel voor CE. De uitwerking van de geconcretiseerde doelen voor 2030 en 2050 dient een belangrijke basis te worden van het Nationaal Programma Circulaire Economie, dat dit najaar verschijnt. Er wordt in 2023 € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor onder andere circulaire inkoop, circulair textiel en plastic, het stimuleren van kennisontwikkeling, het opschalen van (bijna-)marktrijpe technieken en voor uitvoeringskosten. Zowel producenten als consumenten moeten volgens het kabinet concrete stappen kunnen zetten om circulair te ‘produceren’ en te ‘consumeren’. Om dit te bereiken worden duurzame initiatieven in de samenleving ondersteund.

Wat betekent dit voor gemeenten? Wat de inzet en de beperkte middelen (€ 15 miljoen) voor de circulaire economie in gemeenten gaan betekenen is niet duidelijk en lijkt volstrekt onvoldoende om de afbouw van de huidige lineaire economie in gang te zetten en de opbouw van de gewenste circulaire economie te versnellen. Het beleid en de daarmee gepaard gaande uitvoering blijft hierdoor afhankelijk van vrijwillige afspraken en convenanten. Het vooralsnog ontbreken van maatregelen die zich richten op effectieve (financiële) prikkels, lijkt een gemiste kans om echt invulling te kunnen geven aan een concurrerende, meer circulaire economie. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 29 Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) Wat wil het kabinet? Met het Nationaal plan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) wil het kabinet stimuleren dat alle overheden hun inkoopkracht als instrument inzetten voor het versnellen van de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie. In 2023 bestendigt het kabinet de MVI-aanpak en de opschaling naar transitiegericht opdrachtgeverschap. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen 2022-2025 ondertekenen. Daarmee verbinden zij zich om een actieplan te maken waarmee MVI structureel binnen hun organisatie wordt ingebed en/of verder wordt uitgebouwd.

Gezien de uitdagingen op klimaat, milieu en sociaal vlak en het almaar stijgende inkoopvolume van gemeenten, is het integreren van MVI in de gemeentelijke inkooppraktijk belangrijk. Ook omdat vanuit Brussel de Green Deal-wetgeving, zoals de Schone Voertuigen Richtlijn en de Energie Efficiëntie Richtlijn komen en MVI daardoor binnen afzienbare tijd in feite verplicht zal zijn. Bodem en ondergrond Wat wil het kabinet? Het kabinet wil in haar bodemkwaliteitsbeleid decentrale overheden blijven ondersteunen in het afronden van saneringen van verontreinigde locaties die een risico vormen voor mens en natuur. Daarnaast wil zij de pfas-problematiek samen met decentrale overheden aanpakken. Tot slot wil zij via de “programmeerfunctie” kennisontwikkeling op het gebied van water en bodem stimuleren. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet zet stappen richting het effectief ondersteunen van de uitvoeringspraktijk. Voor gemeenten is dat een goede zaak. Tegelijkertijd staat er in de begroting niets over het ontbreken van budget voor de uitvoering van gemeentelijke VTH-taken bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hiermee is de uitvoering van VTH-taken bodem ook onzeker waarmee een belangrijke pijler van het bodembeleid fragiel is.

Extra middelen instandhouding rijksinfrastructuur Wat wil het kabinet? Met het regeerakkoord heeft het kabinet extra middelen vrijgemaakt voor de instandhouding van de Nederlandse infrastructuur. Voor de jaren 2022 tot en met 2025 zijn deze middelen aan de begroting van het Mobiliteitsfonds (€ 2,45 miljard) en het Deltafonds (€ 360 miljoen) toegevoegd. Voor beheer, onderhoud, vervanging en renovatie (instandhouding) van rijksinfrastructuur wordt in 2023 € 390 miljoen extra toegevoegd. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten komt er geen extra budget voor de instandhouding van het onderliggend wegennet. Daardoor staat de gemeentelijke begroting extra onder druk. Verbetering van de verkeersveiligheid op N-wegen Wat wil het kabinet? Er is € 200 miljoen beschikbaar gesteld voor de verbetering van verkeersveiligheid op N-wegen. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat er N-wegen die langs of door gemeenten gaan veiliger ingericht kunnen worden. Er zijn geen extra middelen voor verkeersveiligheid op lokale wegen vrijgemaakt. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 30 Voorzetting regionale samenwerking elektrische laadinfrastructuur Wat wil het kabinet? In 2023 worden beleidsconvenanten met de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) regio’s gesloten om komende jaren afspraken te maken over de uitrol van de elektrische laadinfrastructuur.

Hier wordt geen budget aan gekoppeld. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat de succesvolle regionale samenwerking rond elektrische laadinfrastructuur ook na 2023 doorgaat. Over de financiële en personele invulling na 2023 wordt nu nog gesproken met het ministerie van I&W. Zo worden gemeenten ondersteund bij hun rol rond de plaatsing van laadinfra. Betalen naar gebruik: onderzoek naar de vormgeving en registrering van de vlakke heffing Wat wil het kabinet? Het kabinet wil vanaf 2030 een systeem van betalen naar gebruik invoeren. Er komt een onderzoek naar de vormgeving van het vlakke kilometertarief en de beleidseffecten daarvan en een onderzoek naar hoe het aantal gereden kilometers kan worden geregistreerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Een vlakke heffing zal gemeenten niet helpen omdat zonder een heffing naar plaats en tijd er niet gestuurd kan worden op congestie en leefbaarheid in gemeenten. Het landelijk gebied zal daar nog meer van merken omdat er daar minder vervoersalternatieven beschikbaar zijn. € 265 miljoen t/m 2030 voor vergroening van personenvervoer en reisgedrag Wat wil het kabinet? Het duurzame mobiliteitsbeleid is gebaseerd op het stimuleren van duurzame alternatieven en meer wandelen en fietsen. Het kabinet heeft voor de vergroening van personenvervoer en reisgedrag tot en met 2030 € 265 miljoen vrijgemaakt.

Wat betekent dit voor gemeenten? Als de besteding van deze middelen goed vormgegeven wordt samen met de decentrale overheden, kan dit een extra impuls geven aan de vergroening van personenvervoer. € 7,5 miljard voor een goede ontsluiting van nieuwe woningen Wat wil het kabinet? Voor de komende tien jaar is in totaal € 7,5 miljard beschikbaar gemaakt in het Mobiliteitsfonds. Doel hiervan is om te zorgen voor een goede ontsluiting van nieuwe woningen naar de grootschalige woningbouwgebieden. Wat betekent dit voor gemeenten? Met € 6 miljard van deze middelen kunnen gemeenten (17 grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties) een deel van de kosten voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwgebieden dekken. Hiervoor is ook een breed afwegingskader van toepassing. Daarnaast worden in de bestuurlijke overleggen over het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) dit jaar nog afspraken gemaakt over de toepassing van de versnellingsmiddelen van € 1,5 miljard voor de ontsluiting van woningbouw op de korte termijn in heel Nederland. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 31 6 Economische Zaken en Klimaat ECONOMIE Koopkracht Wat wil het kabinet? Over de economische situatie worden door het kabinet zorgen geuit wat betreft de daling van de koopkracht en de gevolgen hiervan voor de samenleving.

Het kabinet trekt voor 2023 in totaal € 17,2 miljard uit om vooral midden- en lage inkomens te ondersteunen bij de koopkrachtdaling. Wat betekent dit voor gemeenten? Versterking van de koopkracht is belangrijk voor onze economie. Het kan tot gevolg hebben dat de ondersteuningsvraag bij gemeenten voor bijvoorbeeld de bijstand niet (verder) toeneemt. Mkb Wat wil het kabinet? Het kabinet trekt daar deze kabinetsperiode € 500 miljoen per jaar uit voor het mkb en vanaf 2028 jaarlijks € 600 miljoen structureel. In het pakket voor het mkb worden werkgeverslasten verlaagd en extra subsidies verstrekt zodat bedrijven kunnen verduurzamen en hun energieverbruik kunnen verminderen. Het kabinet zet in op het investeren in het verdienvermogen, het versterken van het ondernemers- en vestigingsklimaat, de topsectoren en het bevorderen van digitalisering en innovatie. Zo stelt EZK tot en met 2027 structureel € 42 miljoen beschikbaar voor de MKB-innovatiestimuleringsregeling topsectoren. Daarnaast loopt het huidige beleid omtrent startups en scale-ups medio 2023 af. Begin 2023 zal het kabinet met een nieuwe aanpak voor het startupbeleid om het ondernemingsklimaat voor startups en scale-ups te versterken. De belastingdruk op ondernemers wordt verzwaard. Het gaat hierbij om: • Het versneld verlagen van de zelfstandigenaftrek van € 6.310 in 2022 naar € 900 in 2027.

Dit wordt voorgesteld in 6 geleidelijke stappen van € 650. • Het verlagen van het drempelbedrag voor de vennootschapsbelasting (vbp) van € 395.000 naar € 200.000, het verhogen van het lage tarief van 15% naar 19%, en het verhogen van het hoge belastingtarief van 25% naar 25,8%. Er zijn voor ondernemers die inkomstenbelasting betalen ook gunstige belastingmaatregelen zoals het verlagen van de belasting op arbeid. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is goed dat het mkb ondersteund wordt in verduurzaming, digitalisering en innovatie. Belangrijk is dat daarmee het brede mkb wordt bereikt; de accountmanagers economie, vaak het eerste aanspreekpunt voor ondernemers, kunnen daarin een belangrijke doorverwijsrol vervullen. Toch maken we ons zorgen over de lastenverzwaringen die het kabinet heeft aangekondigd, zoals de verhoging van het vennootschapsbelastingtarief, het verlagen van het drempelbedrag en de verlaging van de zelfstandigenaftrek. Om te beginnen gaan ondernemers eerder meer belasting betalen: in het geval van het lage tarief betalen ondernemers 4% meer. Daarnaast komen meer bedrijven door de verlaging van het drempelbedrag naar € 200.000 eerder in de hoogste schijf terecht. Dit betekent dat deze ondernemingen meer belasting moeten betalen.

Voor een deel van de ondernemers, die te Vereniging van Nederlandse Gemeenten 32 maken hebben met andere kostenstijgingen en in coronatijd hebben moeten interen op hun vermogen bijvoorbeeld, is deze stapeling moeilijk op te vangen. Hoewel een deel van de ondernemers tijdens de coronapandemie grote winsten heeft gemaakt verkeren veel ondernemers in het brede mkb nog steeds in zwaar weer doordat op vermogen is ingeteerd, investeringen zijn uitgesteld, voorraden niet of met grote kortingen verkocht zijn en/of schulden zijn opgebouwd. De periode van het terugbetalen breekt met het aflopen van de coronasteunpakketten bovendien aan. Voor het vierde jaar op rij wordt bovendien de zelfstandigenaftrek verder versoberd. De vaag rijst of met de gepresenteerde focus op de topsectoren het brede mkb goed wordt bereikt. Het brede mkb is de motor voor onze economie en vormt de basis van ons voorzieningenniveau. Onze winkelstraten zijn niet geholpen met een focus op topsectoren. De impulsaanpak winkelgebieden kan een verschraling van het voorzieningenniveau slechts gedeeltelijk stoppen. Juist voor het brede mkb zijn maatregelen gewenst, die deze bedrijven door de crisis heen loodsen en op korte termijn weer perspectief bieden. Alleen dan kunnen nieuwe investeringen gericht op onder andere verduurzaming en digitalisering worden gedaan, gericht op de lange termijn wendbaarheid.

Voor een aantal sectoren ontbreekt bovendien een langetermijnperspectief, bijvoorbeeld voor energie-intensieve sectoren (waaronder ook weer de bakkers, de slagers, die deel uit maken van dat brede mkb en de agrarische sector). Arbeidsmarkt Wat wil het kabinet? Over de arbeidsmarkt wordt gezegd dat een hervorming noodzakelijk is, zeker nu veel bedrijven kampen met personeelstekorten. Het minimumloon gaat omhoog met 10% en arbeid wordt minder belast. Men wil de arbeidsparticipatie verhogen door de kosten van kinderopvang te verlagen. De regionale mobiliteitsteams (RMT’s) worden doorgezet in 2023. Met het mbo wordt gesproken over de Werkagenda mbo om de ambities van het kabinet beter vorm te geven. Bij EZK valt op dat de regeling omscholen naar tekortsectoren vervalt in 2023. Er komt een actieplan groene en digitale banen. Wat betekent dit voor gemeenten? De maatregelen voor hervorming van de arbeidsmarkt zijn nog onvoldoende uitgewerkt en blijven per ministerie sectoraal aangevlogen. Inmiddels zijn er meer dan 50 regelingen van vijf ministeries met ieder hun eigen looptijd en verantwoordingsmethodiek. Wij hebben meegedacht over de Werkagenda mbo, het lijkt dat een leven lang ontwikkelen hierin een betere plaats krijgt. EZK richt zich op groene en digitale banen, maar de arbeidsmarktkrapte is breder dan alleen de benoemde sectoren.

Met alleen een verlaging van de kosten van kinderopvang wordt de arbeidsparticipatie onvoldoende verhoogd. Het kabinet onderzoekt in 2023 onorthodoxe maatregelen om personeelstekorten terug te dringen. Daarbij is het goed dat de ervaringen met de RMT’s worden gebruikt bij het verder vormgeven van het arbeidsmarktbeleid. Zij zijn nog onvoldoende bij het kabinet in beeld als voorbeeld hoe meer inwoners en ondernemers kunnen worden bereikt. In de regio zijn met incidentele financiering samenwerkingsverbanden ontstaan om de arbeidsmarkt te versterken met regionale human capital agenda’s. Nationaal Groeifonds Wat wil het kabinet? Ook in 2023 draagt het kabinet met € 1,6 miljard in het Nationaal Groeifonds (NGF) bij aan het vergroten van het Nederlands verdienvermogen. Het gaat hierbij om investeringen voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (R&D) en voor kennisontwikkeling. Op deze twee terreinen is volgens het kabinet de meeste kans aanwezig voor structurele en duurzame economische groei. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is nog onvoldoende duidelijk of het NGF kan helpen bij de economische ambities van gemeenten en regio’s. Dit kan alleen in grotere samenwerkingsverbanden met private investeerders. Ook hier ligt Vereniging van Nederlandse Gemeenten 33 de focus vooral op topsectoren en minder op het brede mkb, als ruggengraat van de Nederlandse economie en veel gemeenten.

Regionale economie Wat wil het kabinet? In 2023 wordt voortgebouwd op de samenwerkingen met regionale partners op thema’s als het missie-gedreven topsectoren en innovatiebeleid (MTIB), energietransitie, verduurzaming van de industrie, scholing, digitalisering van het mkb en valorisatie en toepassing van innovaties. Deze samenwerkingen zijn gericht op het maken van slimme en effectieve koppelingen tussen beleidsaanpakken en instrumenten, die steeds vaker met een bovenregionaal perspectief worden ingekleed. Het (ROM)-netwerk geeft in 2023 een verdere impuls aan de inzet van de ontwikkelfunctie van de ROM’ s op dit bovenregionale niveau. Ook komt er een programma werklocaties. Doel is het stimuleren van de juiste voorwaarden, waardoor er voldoende en gevarieerd aanbod is op de juiste plek op het juiste moment. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn aangehaakt bij het directieoverleg rijk-regio-mkb met EZK, BZK, IPO en MKB NL. Belangrijk voor gemeenten is dat het brede mkb geagendeerd blijft. Gemeenten zijn nog niet betrokken bij het programma werklocaties. Voor bedrijventerreinen, waar een groot deel van het bruto binnenlands product wordt gecreëerd, is het voor gemeenten en de VNG goed om bij dit programma betrokken te raken.

Het scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten: Aanbesteden Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan goede kaders om aanbestedingen te gebruiken als strategisch beleidsinstrument om doelen als duurzaamheid en economisch herstel te bereiken. Om de verhouding tussen overheid en bedrijfsleven bij aanbesteden te verbeteren, zet EZK in 2023 in op bestaande initiatieven als het Programma Beter Aanbesteden en het traject rechtsbescherming bij aanbesteden. In 2021 is het vierjarige programma Beter Aanbesteden gestart, een samenwerking van EZK, VNG en VNO-NCW/MKB-Nederland. Doel van dit programma is het verbeteren van de kennis en kunde van overheden en ondernemers over het aanbestedingsproces en dat partijen eerder met elkaar in dialoog gaan. In 2023 zullen onder andere evenementen worden georganiseerd waar overheden en ondernemers samenkomen en regionale initiatieven worden ondersteund. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook in 2023 kunnen gemeenten gebruikmaken van het programma Beter Aanbesteden voor het verbeteren van hun inkoop, door deel te nemen aan onder meer marktdagen, kennissessies en startwebinars voor bestuurders, maar ook door het aanvragen van een subsidie voor initiatieven om de gemeentelijke inkooppraktijk te verbeteren. Het ministerie van EZK werkt aan een wetsvoorstel tot wijziging van de Aanbestedingswet.

Inzet is verbetering van de klachtmogelijkheden voor ondernemers bij aanbestedingen. Om zich voor te bereiden op deze voorgenomen wetswijziging kunnen gemeenten gebruik maken van de handreiking ‘Klachtafhandeling bij aanbesteden’ die dit jaar is gepubliceerd. Een veilige, hoogwaardige en betrouwbare digitale infrastructuur Wat wil het kabinet? Het kabinet zet zich ervoor in dat Nederland het digitale knooppunt van wereldklasse in Europa blijft en robuust, supersnel en veilig internet krijgt in alle delen van het land. Het kabinet start een verkenning waarin de visie op de digitale infrastructuur wordt uitgewerkt. Om de mobiele connectiviteit op niveau te houden wordt naar verwachting eind 2023 de 3,5 GHz-band voor landelijke mobiele communicatie beschikbaar gesteld, voorafgegaan door een veiling. Daarnaast vindt in 2023 de Wereld Radio Conferentie van de VN plaats, waarin frequentiebanden op internationaal niveau Vereniging van Nederlandse Gemeenten 34 kunnen worden herbestemd. Om de uitrol van verbeterde (vaste en mobiele) digitale infrastructuren zo soepel mogelijk te laten verlopen worden gemeenten ondersteund. De ondersteuning van gemeenten wordt verder verstevigd. Zo gaat het ministerie van EZK in 2023 verder werken aan de transparantie en harmonisatie van lokaal beleid om een soepele uitrol te bevorderen.

Ook wordt gewerkt aan het verder verbeteren van de mobiele bereikbaarheid van het alarmnummer 112. Wat betekent dit voor gemeenten? Het ministerie van EZK is van plan om in 2023 met gemeenten verder te werken aan transparantie en harmonisatie van lokaal beleid rond de uitrol van digitale infrastructuren. Dit beleid was nodig, omdat er vanuit de Europese Telecomcode nieuwe verplichtingen kwamen voor gemeenten om de infrastructuur ter beschikking te stellen voor 5G. In het komende jaar zijn het ministerie, de VNG en de sector voornemens om te werken aan voorbeeldbeleid rond graven. Als gevolg van de nieuwe medegebruikverplichting bijvoorbeeld moeten telecomaanbieders gebruik van elkaars infrastructuur onder voorwaarden toestaan. Andere onderwerpen zijn het herijken van degeneratiekosten en onderzoeken in hoeverre de aanlevering van documentatie bij een graafvergunning aanvraag kan worden geharmoniseerd. Complicatie hierbij is dat ook vanuit de energietransitie en klimaatadaptatie groot beroep wordt gedaan op gemeenten ten aanzien van coördinatie en realisatie van allerlei boven- en ondergrondse aanpassingen. Waar kabels en leidingen bij gemeenten dezelfde afdeling zijn, ongeacht wat ermee gedaan wordt, is dit niet zo in het landelijke beleid van de verschillende ministeries, noch in Brussel. Dit vergt blijvende waakzaamheid van gemeenten.

Een opvallende verandering ten opzichte van vorige jaren is dat in de begroting geen aandacht is voor de uitrol van digitale infrastructuren naar buitengebieden en andere locaties met hoge aanlegkosten. De minister had in haar brief van 28 juni 2022 al aangekondigd dat er geen dekking is voor het aansluiten van de naar schatting 19.000 onrendabele adressen. De schatting is dat hier € 190 miljoen overheidsfinanciering voor nodig is. Wij blijven hier aandacht voor vragen, want gemeenten zijn veel tijd kwijt om ook deze laatste adressen aangesloten te krijgen in het kader van de leefbaarheid. Een positieve ontwikkeling is dat per juli 2022 het Agentschap Telecom controleert of op 98% van het grondgebied van een gemeente (niet zijnde Natura 2000-gebied) 8 Mbps mobiele dekking is. Dit is ook van belang voor het verbeteren van de mobiele bereikbaarheid van het alarmnummer 112. Te sterke machtspositie platforms in digitale economie Wat wil het kabinet? De digitale economie biedt kansen, maar kan ook leiden tot te sterke machtsposities van grote platforms. Consumenten en ondernemers kunnen vaak niet om deze platforms heen. Daarom wordt in 2023 in Europees verband gewerkt aan de implementatie van de Digital Markets Act (DMA) die de markt- en datamacht van grote tech- en platformbedrijven aanpakt ten behoeve van concurrentie en de bescherming van platformgebruikers.

Daarnaast wordt in 2023 de implementatie van de Digital Services Act (DSA) voorzien, die ervoor gaat zorgen dat tussenpersonen, zoals platformbedrijven, verantwoord omgaan met content van hun eindgebruikers. Daarnaast heeft de Europese Commissie recentelijk de Data Act gelanceerd waarin belangrijke stappen worden gezet om de data-economie beter te laten werken voor consumenten en ondernemers. Het ministerie van EZK zal aandacht houden voor de macht van grote platforms, en waar nodig actie ondernemen aanvullend op de genoemde Europese initiatieven. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook gemeenten hebben een afhankelijkheidsrelatie met grote technologiebedrijven. Zij hebben baat bij de implementatie van deze Europese regelgeving, onder meer omdat het hun onderhandelingspositie verstevigt. De verantwoorde omgang door bedrijven met online content heeft ook betekenis gemeenten, bijvoorbeeld wanneer er eerder wordt ingegrepen bij de verspreiding van desinformatie en complottheorieën op zulke platforms, omdat dit online aangejaagde ordeverstoringen kan voorkomen. Bovendien hebben gemeenten belang bij een goed functionerende data-economie, omdat zij ook gebruikers daarvan zijn.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 35 Cybersecurity voor consumenten Wat wil het kabinet? EZK zet in het kader van consumentenbescherming in op een wettelijke cybersecurity zorgplicht voor fabrikanten en leveranciers van alle ICT-producten en diensten in de hele productlevenscyclus met de Cyber Resilience Act. Het ministerie van EZK gaat door met het uitvoeren van publiekscampagnes zoals ‘Doe je updates’ en stimuleert cybersecuritykennis en -innovatie door middel van het publiek- private samenwerkingsplatform dcypher. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn ook consumenten van ICT-producten en -diensten. De Cyber Resilience Act zal het gesprek met de leveranciers over veilige ICT-producten en -diensten vergemakkelijken. Voor gemeentelijke vraagstukken kan op het publiek-private platform dcypher worden aangesloten. KLIMAAT EN ENERGIE Klimaat en Energie Wat wil het kabinet? Het coalitieakkoord verhoogde de ambitie van het klimaatbeleid. In 2050 moet 100% reductie plaatsvinden op de uitstoot van broeikasgassen en in 2030 richt het kabinet zich op 60%, met een ondergrens van 55%. Het kabinet zet daarvoor steeds meer in op normering en beprijzing, in plaats van subsidie. Omdat de maatregelen uit het coalitieakkoord onvoldoende zijn om het doel voor 2030 te halen, worden aanvullende maatregelen in een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) in kaart gebracht.

In het voorjaar moet besluitvorming plaats vinden. Daarnaast wordt voortgebouwd op maatregelen die in vorige jaren in gang zijn gezet: • Het kabinet intensiveert de aanpak voor een duurzame gebouwde omgeving. In 2023 en 2024 wordt in totaal € 300 miljoen extra beschikbaar gesteld voor het Nationaal Isolatieprogramma. Daarmee worden kwetsbare huishoudens ondersteund bij het nemen van energiebesparende maatregelen. Over de precieze invulling van het Nationaal Isolatieprogramma vindt nog besluitvorming plaats. Daarnaast wordt € 62,5 miljoen voor de lokale aanpak van dit programma naar voren gehaald vanuit 2027. • Daarnaast is € 200 miljoen uit het klimaatfonds beschikbaar voor warmtenetten. Ook wordt de SDE++ regeling zodanig aangepast dat meer geld beschikbaar komt voor aquathermie, zonthermie en restwarmte. • Het kabinet werkt aan een Nationaal Plan Energiesysteem en een Programma Energie Hoofdstructuur en pakt daarmee meer regie op het energiesysteem in 2050 en de ontwikkelpaden daarnaartoe. • Het kabinet maakt in totaal € 150 miljoen vrij voor verduurzaming van bedrijven. Voor de 20 grootste bedrijven worden maatwerkafspraken gemaakt. Daarnaast gaan meer bedrijven onder de energiebesparingsplicht met terugverdientijd van vijf jaar vallen. Daarvoor worden extra middelen beschikbaar gesteld om omgevingsdiensten te versterken.

Om inwoners op het gebied van energie te ondersteunen werkt het kabinet aan een prijsplafond. Dit plafond geldt ook voor een deel van de ondernemers, maar niet voor ondernemers met een groter energieverbruik dan een gemiddeld huishouden. Zowel het beschikbare bedrag als de mogelijkheid voor het gehele midden- en kleinbedrijf om van het prijsplafond gebruik te maken is nog onduidelijk. Voor energie-intensieve mkb-bedrijven als bakkers en slagers wordt de energierekening drie keer zo hoog. Een deel van de ondernemers kan dit niet opvangen zonder steunmaatregelen. Ook zit er een rem op het doorberekenen van kostenstijgingen in producten en diensten, om voldoende concurrerend te blijven. Het kabinet stelt een prijsplafond in, waarbij de prijs voor gas en elektriciteit wordt vastgezet op het tarief van begin 2022 tot het gebruik van een gemiddeld huishouden. De precieze details, waaronder de aanpak voor warmtetarieven, moeten nog uitgewerkt worden. De verwachting is dat hier tijdens de algemene financiële beschouwingen van 4 tot 6 oktober meer duidelijkheid over komt. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 36 Wat betekent dit voor gemeenten? We begrijpen de verhoging van de ambities van het kabinet. Wij zullen daarbij wel scherp kijken wat daarbij gevraagd wordt van gemeenten, of die inzet voor gemeenten uitvoerbaar is en of daarvoor voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.

Ook voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, de oplossing van de knelpunten in het energienet en de intensivering van handhaving van energiebesparing door bedrijven zal goed gekeken moeten worden hoe de uitvoering loopt en of capaciteit, middelen en regelgeving voldoende zijn. Uitvoeringsmiddelen voor uitvoering Klimaatakkoord Wat wil het kabinet? Voor de uitvoeringsmiddelen trekt het kabinet de volgende reeks uit: 2023 2024 2025 2026 2027 Uitvoeringskosten klimaat decentrale overhe- den (bedragen x €1.000) 282.604 482.500 702.500 772.448 772.448 Dit is bestemd voor gemeenten, provincies en het nationale programma RES. Met het rijk is afgesproken dat er ruim 100 miljoen extra naar 2023 wordt geschoven (uit de jaren 2026 en 2027). Door een schrijffout is deze schuif niet in de begroting terecht gekomen. Het ministerie van EZK heeft toegezegd dit te herstellen in een nota van wijziging die in oktober of november naar de Kamer wordt gestuurd. Het bedrag voor uitvoeringsmiddelen komt daarmee op circa € 385 miljoen. Daarnaast is van 2023 tot 2025 elk jaar € 15 miljoen beschikbaar voor het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). € 6 miljoen daarvan wordt gebruikt voor de landelijke organisatie en € 9 miljoen gaat naar een regionale ondersteuningsstructuur voor gemeenten.

Wat betekent dit voor gemeenten Voor gemeenten komt er naar verwachting circa € 353 miljoen beschikbaar aan uitvoeringsmiddelen Klimaat. Dat is ruim driemaal zoveel als in 2022 (circa € 115 miljoen), al zal de verdeelsleutel anders zijn. In 2024 en verder stijgt deze bijdrage verder door. Het rijk is nu in samenspraak met de koepels een uitkeringsregeling aan het opstellen. Verwachting is dat deze rond 1 januari 2023 klaar is. Daarna volgt nog de individuele toekenning aan gemeenten. Om zoveel mogelijk zekerheid en comfort aan gemeenten te kunnen bieden in verband met hun eigen begrotingsvoorstellen voor 2023, is er afgesproken dat er in de eerste helft van oktober vanuit het ministerie van EZK een brief aan gemeenten wordt gestuurd met meer informatie over de voor hen beschikbare middelen en het verdere proces. Maatregelen in verband met de gestegen energieprijzen Wat wil het kabinet? Het kabinet bestrijdt de acute gevolgen van de gestegen energieprijzen op een aantal manieren: • Het instellen van een prijsplafond, waarbij de prijs voor gas en elektriciteit van begin 2022 wordt vastgezet, tot het verbruik van een gemiddeld huishouden. De precieze details, waaronder de aanpak voor warmtetarieven, moeten, zoals hierboven is aangegeven, nog uitgewerkt worden. • Er wordt € 4,5 miljard vrijgemaakt om de energiebelasting te verlagen.

• Daarnaast heeft het kabinet een bedrag van € 50 miljoen gereserveerd voor opschaling van de bestaande pilot met een noodfonds om te voorkomen dat kwetsbare huishoudens met een betalingsachterstand grote schulden opbouwen. • Verder werkt het kabinet aan een tijdelijke verbreding van de gevallen waarin energieleveranciers gedurende de komende winterperiode het contract niet mogen opzeggen. • Voor de kwetsbare groepen stelt het kabinet € 1,4 miljard beschikbaar, zodat gemeenten ook in 2023 een energietoeslag kunnen uitkeren van € 1300 voor huishoudens tot 120% van het sociaal minimum. Daarvan mogen gemeenten (maximaal) € 500 al in 2022 uitkeren. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 37 Wat betekent dit voor gemeenten? Het is van groot belang dat onze inwoners bestaanszekerheid behouden. De huidige maatregelen komen daaraan tegemoet. Aan de andere kant bevestigt deze crisis de noodzaak om snel te verduurzamen. De prikkel voor inwoners, organisaties en bedrijven om daarop in te zetten moet wel blijven bestaan. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 38 7 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Nationaal Programma Landelijk Gebied en Stikstof Wat wil het kabinet? Het kabinet neemt de komende jaren veel maatregelen om te voldoen aan natuur-, water- en klimaatverplichtingen.

Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) is het beleid hiervoor, met als doel dat het landelijk gebied zich toekomstbestendig kan ontwikkelen. Voor deze maatregelen komt een Transitiefonds landelijk gebied en natuur met daarin € 24,3 miljard om tot 2035 bij te dragen aan de (verplichte) opgaven van natuur, klimaat en water. Dit gaat de overheid doen via een samenhangende en gebiedsgerichte aanpak. Voor stikstof worden aanvullende afspraken gemaakt om beter het natuurdoel te bereiken. De rijksoverheid gaat de komende periode samen met de provincies en maatschappelijke partijen in gesprek om de stikstofaanpak uit te werken in gebiedsplannen. In juli 2023 leveren de provincies hun integrale gebiedsprogramma’s op, met daarin gecombineerde maatregelen natuur, klimaat en water. De transitie die moet leiden tot een toekomstbestendige, duurzame landbouw en een waardevol landelijk gebied. Ook is uitkoop van boerenbedrijven nodig. Het kabinet maakt hiervoor gebiedsgericht perspectieven inzichtelijk en wil de transitie naar kringlooplandbouw voortzetten. Daarnaast biedt stikstofreductie ook ruimte aan economische ontwikkeling, zoals het bouwen van extra huizen.

Het kabinet ziet de maatschappelijke onrust rond dit thema en wil komen tot een betere balans tussen wat de natuur kan dragen en wat we als samenleving van haar vragen: een vitaal landelijk gebied met een gezonde natuur, een robuust watersysteem en (uiteindelijk) een neutrale impact op het klimaat, met perspectief voor iedereen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen de komende jaren te maken met een sterk veranderend landelijk gebied, doordat (vooral agrarische) activiteiten veranderen of moeten stoppen. Dit moet planologisch worden vastgelegd, wat veel extra inzet zal vragen in een korte periode. Het is belangrijk dat gemeenten meedoen in de gebiedsgerichte aanpak om belangen in te brengen en ook om gemeentelijke taken goed uit te voeren over bijvoorbeeld bestemmingswijzigingen, vergunningverlening en handhaving. Het is cruciaal dat gemeenten tijdig kunnen meedenken en beslissen om met de samenleving breed perspectief te ontwikkelen en concretiseren. Gemeenten hebben daarvoor genoeg tijd, middelen en instrumenten nodig van het rijk. Landelijk gebied beleidslijnen Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het Natuurnetwerk Nederland afmaken, soorten binnen en buiten natuurgebieden beschermen, en een omslag naar een krachtige en economisch sterke kringlooplandbouw.

Daarbij voorziet het kabinet een aantal beleidslijnen, te weten: versterking van de ondersteuning uit de keten (met een juridisch bindend instrumentarium dat volgt als ketenpartners onvoldoende resultaat leveren) voor de transitie naar kringlooplandbouw, volledig grondgebonden melk- en rundveehouderij in 2032, en een specifieke gebiedsgerichte aanpak in gebieden waar de doelen voor waterkwaliteit niet worden gehaald. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 39 Om nieuwe zoönose-uitbraken als de coronapandemie, en uitbraken als de vogelgriep, te voorkomen werkt het kabinet daarnaast aan het uitvoeren van een actieplan. Daarbij zet het zich in op het voorkomen, opsporen en reageren op besmettingen. Activiteiten met weinig stikstofneerslag die eerder onder voorwaarden toegestaan werden met een melding onder de Wet natuurbescherming, de zogeheten ‘PAS melders’ worden nog steeds gelegaliseerd door de provincies. Uitgangspunt is dat de PAS-melders uiterlijk op 1 juli 2023 duidelijkheid hebben als de contouren voor de gebiedsprocessen uitgewerkt zijn. De PAS-meldersproblematiek dient te worden meegenomen in de gebiedsgerichte aanpak en als de gebiedsgerichte aanpak hierbij gebaat is, met voorrang te worden afgehandeld. Wat betekent dit voor gemeenten? De beleidslijnen zoals uitgezet voor het landelijk gebied vragen om ruimte in en ondersteuning van gemeenten.

Met name het realiseren van volledig grondgebonden melk- en rundveehouderij, waarbij ondernemers een minimale hoeveelheid grond dienen te bezitten per dier, en creëren van ruimte voor bestrijding van dierziektes, zullen leiden tot een verschuiving in de locatie en het aantal van de agrarische grondgebruikers in het buitengebied. Gemeenten staan vaak dichter bij de ondernemers en inwoners en zijn daarmee eerste aanspreekpunt bij vragen en oplossingen. Daarom zijn gemeenten belangrijke partners in de gebiedsgerichte aanpakken. De budgetten van de landelijke beëindigingsregeling veehouderij en gerichte aankoop boerderijen zijn bedoeld om ondernemers te ondersteunen bij het beëindigen van hun bedrijfsvoering, met als doel om de stikstofneerslag in stikstofgevoelige natuurgebieden structureel te verminderen. Daarbij gaat het bij het tweede budget om de ondernemers die een grote bijdrage hebben aan het neerslaan van stikstof op stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden; de zogenoemde ‘piekbelasters’. Het budget dat voor beide maatregelen was vrijgemaakt in 2022 wordt deels doorgeschoven naar 2023. Ten aanzien van de aanpak van zoönosen zijn gemeenten aan zet bij het stimuleren van vaccinatie, vergroten van de veiligheid op bedrijven en nemen van maatregelen op gebied van ruimtelijke ordening.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 40 8 Sociale Zaken en Werkgelegenheid Koopkracht / energiecrisis (energietoeslag 2022 en 2023) Wat wil het kabinet? De energietoeslag bedraagt in 2022 € 1300. Het kabinet wil nog dit jaar een ophoging van de energietoeslag met € 500 naar € 1800. Gemeenten hebben onder de huidige wetgeving de tijd om de toeslag 2022 tot 1 juli 2023 uit te keren. Het kabinet maakt het voor 2023 mogelijk dat gemeenten nog € 800 energietoeslag uitkeren aan inwoners (120% inkomensgrens). Over de precieze invulling lopen nog gesprekken. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen in 2022 onder de huidige wetgeving nog € 500 uitkeren aan inwoners (inkomensgrens 120%). Gemeenten kunnen deze toeslag tot 1 juli 2023 uitkeren. Daarbij hebben gemeenten van het rijk de financiële garantie gekregen om dit uit te voeren. In 2022 ontvangen gemeenten € 1,4 miljard voor de energietoeslag. Hierin is rekening gehouden met € 100 miljoen uitvoeringskosten en een klein deel bijzondere bijstand. Koopkracht/ energiecrisis (energietoeslag studenten 2022) Wat wil het kabinet? Het kabinet vindt dat studenten als groep niet in aanmerking komt voor de categoriale bijzondere bijstand. Individuele studenten met ernstige financiële problemen als gevolg van de stijgende energieprijzen kunnen wel individuele bijzondere bijstand aanvragen bij gemeenten.

Het kabinet stelt € 35 miljoen euro beschikbaar voor energiecompensatie aan studenten. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten met veel studenten zullen meer aanvragen krijgen voor individuele bijzondere bijstand. We zijn in gesprek met het rijk en pleiten expliciet voor het opnemen van een afbakening van de doelgroep in de wet en voldoende perspectief voor studenten in 2023 (onder andere door de voorgestelde ophoging van de basisbeurs). Koopkracht/ energiecrisis (vroegsignalering) Wat wil het kabinet? Gemeenten krijgen in 2022 € 35 miljoen extra voor vroegsignalering en voor bijzondere bijstand. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen hiermee de vroegsignalering intensiveren. Het kabinet is nog met ons in gesprek over de verdeling van de middelen en de toekenning ervan. Koopkracht/ energiecrisis (schuldhulpverlening) Wat wil het kabinet? Het kabinet wil bestuurlijke afspraken maken met de VNG en NVVK (koepelorganisatie voor schuldhulpverlening) over het niet beëindigen van schuldhulpverlening en daarmee het door laten lopen van de schuldhulpverlening vanwege de huidige hoge prijzen voor energie voor huishoudens. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 41 Wat betekent dit voor gemeenten? De afspraken zijn bedoeld om te voorkomen dat schuldhulpverlening van inwoners met onvoldoende aflossingscapaciteit (vanwege energieprijzen) beëindigd wordt.

Armoede en schulden (‘regulier’) Wat wil het kabinet? Het kabinet zet met de koopkrachtmaatregelen in op afname van de armoede. Met de ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’ gaat het kabinet aan de slag met een meerjarige, interdepartementale en interbestuurlijke aanpak met als doel een halvering van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede in 2025 (ten opzichte van 2015), en een halvering van armoede en problematische schulden in het algemeen in 2030 (ten opzichte van 2015). Doelstellingen van het kabinet zijn: 1. Een betere borging van bestaans- en inkomenszekerheid 2. Preventie van geldzorgen: goede voorlichting van jongs af aan, in alle levensfases 3. Een overheid die werkt voor mensen en voorziet in laagdrempelige, eenvoudige, mensgerichte financiële hulp en sociale incasso; 4. Maatregelen nemen om (generatie)armoede te doorbreken zodat iedereen meedoet en vooruitkomt; 5. Het realiseren dat meer mensen eerder en betere schuldhulpverlening ontvangen en sneller perspectief hebben op een financieel zorgeloze toekomst. Het kabinet bouwt voort op de brede schuldenaanpak van het vorige kabinet. Nadrukkelijk wordt ingezet op bewezen effectieve interventies en bestedingen. Prioriteiten zijn: 1. preventie en vroegsignalering, 2. versnelling van schuldhulpverlening en betere toegang tot de wettelijke schuldsanering (Wsnp), 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/44a3f79e-667a-4e89-858e-d75415d10e1a?agendaItemId=e8895fe7-8be8-4062-b667-899e4a546e9a