14.0 VNG - Reactie op de Rijksbegroting 2023.pdf
Tekst van het document
verdere verbetering van de (rijks)incasso met oog voor de menselijke maat. Voor de aanpak stelt het kabinet in 2023 € 118 miljoen beschikbaar, in 2024 € 102 miljoen, in 2025 € 95 miljoen en vanaf 2026 structureel € 73 miljoen. Daarnaast is het kabinet voornemens om daar bovenop vanaf 2026 structureel € 27 miljoen uit de enveloppe arbeidsmarkt, armoede en schulden in te zetten voor dit doel. Deze toevoeging is afhankelijk van de uitkomsten van monitoring en evaluatie. Daarmee zou het totale structurele budget voor de aanpak op € 100 miljoen komen. Incidenteel wordt € 200 miljoen extra beschikbaar gesteld voor gerichte tegemoetkomingen (zoals bijzondere bijstand, voedselbanken, initiatieven die deelname van kinderen aan school en samenleving financieel borgen) en voor extra capaciteit, snelheid en effectiviteit in de schuldhulpverlening. Wat betekent dit voor gemeenten? De duiding en de precieze inzet van de financiële middelen roept nog vraagtekens op. De komende tijd gaan we hierover het gesprek aan met het ministerie. De maatregelen, voorgenomen plannen en inzet van de middelen vergen sowieso nader overleg en afstemming met ketenpartners.
Door het beschikbaar stellen van extra incidentele middelen in 2022 en structurele middelen voor komende jaren zullen gemeenten beter in staat zijn hun uitvoeringstaken te kunnen inrichten, uit te voeren en op te schalen bij een toename van vroegsignalen. Een beperkende factor is dat gemeentelijke uitvoering de afgelopen jaren door diverse extra taken overbelast en veelal onderbemand is. Het zal, mede door de krapte op de arbeidsmarkt, een uitdaging zijn om in een rap tempo de uitvoeringsorganisatie weer op orde te krijgen en te houden. Macrobudget Participatiewet-uitkeringen (BUIG) en LKS Wat wil het kabinet? Op basis van de CPB-raming over werkloosheid wordt vanaf 2023 een oplopend bijstandsbestand verwacht. De invoering van een aantal wetswijzigingen leidt ook tot een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven. Door een inperking van andere regelingen is de verwachting dat meer personen een beroep op de bijstand zullen doen. Het gaat dan onder andere om de wijzigingen in de Participatiewet en de invoering van het onderdeel WW-duurverkorting in de Wet werk en zekerheid, Vereniging van Nederlandse Gemeenten 42 die inmiddels is vervangen door de Wet arbeidsmarkt in balans. Ook zorgt de aanpassing van de kostendelersnorm voor hogere bijstandsuitgaven vanaf 2023. Het macrobudget voor Participatiewetuitkeringen is structureel met € 40 miljoen verhoogd.
Hierdoor kunnen mensen die in deeltijd met loonkostensubsidie werken een groter gedeelte van hun inkomen behouden. Wat betekent dit voor gemeenten? Door het verhogen van de kostendelersnorm wordt bijverdienen naast de bijstand beter mogelijk. De ontwikkeling van de macrobudgetten wordt goed in de gaten gehouden door de VNG, samen met Divosa. Participatiewet Wat wil het kabinet? In 2021 is een traject gestart om de Participatiewet verder te verbeteren. Uitgangspunten daarbij zijn: eenvoud, menselijke maat en uitvoering. Dit traject is opgepakt als een brede maatschappelijke opgave. Verschillende aanpassingen van de Participatiewet zijn al in gang gezet: de kostendelersnorm wordt aangepast. De Eerste Kamer behandelt dit najaar het wetsvoorstel Breed offensief en de overige beoogde aanpassingen in de Participatiewet, het project Participatiewet in balans, worden in twee sporen verder uitgewerkt. Het eerste spoor beoogt de uitvoering meer ruimte te geven om rekening te houden met de situatie van bijstandsgerechtigden. Deels moet dit via aanpassingen in wetgeving, deels kan dit zonder wetswijziging. Bij het tweede spoor ligt de focus op het versterken van bestaanszekerheid. Dit is een langduriger traject.
Wat betekent dit voor gemeenten? In 2023 ligt het zwaartepunt van de wijziging van de Participatiewet bij het voorbereiden en doorvoeren van verbeteringen in de uitvoeringspraktijk die zonder wetswijzigingen al mogelijk zijn. Aanpassingen waarvoor wetgeving nodig is zullen, zo is het streven van het kabinet, per 1 januari 2024 worden ingevoerd. Het kabinet wil dat het wetsontwerp Breed offensief in 2023 in werking treedt. Over het exacte tijdstip van inwerkingtreding van deze wet en de uitwerking voor gemeenten vindt nog overleg plaats met het ministerie van SZW. Ondersteuning kwetsbare jongeren naar werk Wat wil het kabinet? Gemeenten krijgen in 2023 € 8 miljoen om schoolverlaters met een structurele achterstand op de arbeidsmarkt te ondersteunen naar werk. Het gaat om jongeren zonder startkwalificatie uit het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, of voortijdige schooluitval, en jongeren uit het middelbaar beroepsonderwijs, met nadruk op niveau 1/entree 2 in de beroepsbegeleidende leerweg. Wat betekent dit voor gemeenten? Om kwetsbare jongeren te ondersteunen is onderlinge samenwerking nodig tussen de scholen en de regionale meld- en coördinatiefunctie, die zorg moet dragen voor een sluitende, integrale aanpak van school naar vervolgonderwijs of werk, en bij uitval weer terug naar school of werk.
De samenwerking dient te worden ondersteund met een standaardisatie in de uitwisseling van gegevens. Leven lang ontwikkelen Wat wil het kabinet? Om een toekomstbestendige arbeidsmarkt te realiseren zet het kabinet in op Leven Lang Ontwikkelen, zodat mensen nieuwe kennis en vaardigheden kunnen opdoen. Dit draagt bij aan de opgaven waarvoor de samenleving staat en het verhoogt de kans op het behoud of krijgen van werk. Ook wordt ingezet op extra leerrechten via het STAP-budget, uitgevoerd door UWV, bedoeld voor mensen die minder initieel onderwijs hebben gevolgd en daardoor een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt hebben. Voor de jaren 2023 t/m 2026 wordt hiervoor vier keer € 125 miljoen ter beschikking gesteld. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 43 Wat betekent dit voor gemeenten? De voorgenomen maatregelen vragen om een gezamenlijke inzet, en afstemming, van regionale arbeidsmarktpartijen, overheid, sociale partners, opleiders en intermediairs. Deze afstemming dient ook gemaakt te worden op het gebied van standaardisatie van instrumenten, competenties en scholingsaanbod. Regionale mobiliteitsteams Wat wil het kabinet? Mensen die aan het werk willen, of hun baan dreigen te verliezen, kunnen een beroep doen op de regionale mobiliteitsteams. Deze zijn opgericht tijdens de coronapandemie en worden in 2023 voorgezet.
Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit continuering van een bestaande situatie. En het past binnen het streven, neergelegd in het coalitieakkoord van december 2021, om meer mensen naar werk te begeleiden, met daarin een rol voor gemeenten, UWV en sociale partners, en de voorgenomen uitbreiding van de (regionale) arbeidsmarktinfrastructuur. Wel dienen gemeenten duidelijke afspraken te maken over een (gestandaardiseerde) gegevensuitwisseling tussen de diverse partners in deze regionale mobiliteitsteams. Arbeidsmigranten Wat wil het kabinet? Het kabinet voert de aanbevelingen uit van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, zoals het certificeringsstelsel voor uitzendbureaus. Verder wordt de handhaving versterkt en verbetert het kabinet de informatievoorziening aan arbeidsmigranten. Daarnaast worden arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling van onder andere arbeidsmigranten beter aangepakt door de modernisering van het strafrecht. Wat betekent dit voor gemeenten? In zijn algemeenheid hebben de aanbevelingen van het aanjaagteam een grote impact op gemeenten zowel politiek, organisatorisch en financieel. Tot op heden zijn twee jaar na het rapport van het Aanjaagteam nog weinig concrete verbeteringen merkbaar op basis van de gedane aanbevelingen. Gemeenten krijgen naar verwachting een rol in de informatievoorziening.
Het is belangrijk dat de handhaving op arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling worden opgepakt. Gemeenten ondervinden de problemen van een slecht functionerende markt van uitzenders. Toezicht en handhaving Participatiewet Wat wil het kabinet? Burgers en professionals ervaren hardheden in de uitvoering van de Participatiewet. Strikte eisen en verantwoordelijkheden leiden soms tot onbedoelde en ongewenste effecten, waarbij men in de uitvoering weinig tot geen ruimte voelt om in specifieke situaties het benodigde maatwerk te bieden. Het kabinet wil daarom toewerken naar een Participatiewet die - naast een toereikend bestaansminimum, mensen passende ondersteuning biedt om mee te doen in de samenleving – ook een wet is met rechten en verplichtingen die zinvol en begrijpelijk zijn. Het mag bijvoorbeeld niet zo zijn dat mensen die onbedoeld een fout maken direct als fraudeur worden bestempeld. Bij het ontvangen van een uitkering gelden diverse verplichtingen waarbij het de bevoegdheid en verantwoordelijkheid is van het lokale bestuur om deze te handhaven. In 2021 is het ministerie van SZW een traject gestart om de Participatiewet te verbeteren en daarmee in lijn ook een onderzoek gestart naar het Handhavingsinstrumentarium binnen de (bredere) sociale zekerheid, ook wel bekend als de Fraudewet.
Het onderzoek kijkt naar mogelijke aanpassingen in het beschikbare handhavingsinstrumentarium zowel om beter maatwerk te kunnen leveren als om effectiever te kunnen handhaven in gevallen van opzet of grove schuld. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 44 Wat betekent dit voor gemeenten? Verschillende verbeteringen aan de Participatiewet zijn in voorbereiding. Voor een aantal van de voorstellen is een wetswijziging noodzakelijk. Beoogde inwerkingtreding is 2024. Deze voorstellen hebben ook invloed op de rechten en plichten en daarmee op de handhaving van de naleving ervan. Het is de verantwoordelijkheid van gemeenten om een goede invulling te geven aan deze handhaving. Voorstellen die invloed hebben op handhaving zijn onder andere het verruimen van de bijverdiengrenzen, het maken van een uitzondering op de zoektermijn van vier weken voor mensen met een evidente beperking en de wijziging van de leeftijdsgrens van de kostendelersnorm van 21 naar 27 jaar. Het wetstraject om de kostendelersnorm te wijzigen in de Participatiewet is inmiddels in gang gezet. Inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is, na behandeling en goedkeuring door de Eerste Kamer, per 1 januari 2023 voorzien.
Aanpassingen in het handhavingsinstrumentarium worden de komende periode nader uitgewerkt waarbij het doel is om meer beslisruimte te genereren voor professionals in de uitvoering van de wet en meer toe te kunnen spitsen op de situatie van de bijstandsgerechtigde. Hierbij gaat het zowel om het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik (bijvoorbeeld door gedragsbeïnvloeding en voorlichting) als om het controleren en sanctioneren (bijvoorbeeld opleggen van boetes). Inburgering Wat wil het kabinet? Het nieuwe inburgeringsstelsel is ingegaan op 1 januari 2022. Met de invoering van deze wet start de inburgering sneller, wordt een hoger taalniveau gevraagd en hebben gemeenten een regierol. Het kabinet houdt in samenwerking met de betrokken partners goed in de gaten of het nieuwe stelsel werkt zoals het moet werken. Ten opzichte van de vorige begroting stelt het rijk van 2022 tot en met 2024 € 90 miljoen extra vanuit het gemeentefonds beschikbaar voor de inburgering en integratie van statushouders. Voor de onderwijsroute worden opties verkend voor een structurele inbedding binnen het inburgeringsstelsel. Om ter overbrugging de onderwijsroute aan te bieden wordt vanaf 2023 tot en met 2025 cumulatief € 35 miljoen extra beschikbaar gesteld.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen middelen voor uitvoeringskosten van de nieuwe Wet inburgering via het gemeentefonds en middelen voor inburgeringsvoorzieningen via een specifieke uitkering. De extra € 90 miljoen vanuit het gemeentefonds kunnen gemeenten inzetten voor het grotere aantal inburgeraars dat komt kijken bij de hoge taakstelling. De SPUK onderwijsroute is bedoeld als tijdelijke aanvulling op de reguliere SPUK voor inburgeringsvoorzieningen. Hiermee kunnen gemeenten tot en met 2025 de onderwijsroute aanbieden, terwijl parallel wordt gewerkt aan een structureel voorstel. In 2023 gaat het om € 15 miljoen. Omdat de aantallen statushouders fors hoger zijn dan waarmee bij de uitwerking van de Wi2021 rekening werd gehouden, blijft de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid (met name van de uitvoeringskosten) een aandachtspunt voor gemeenten. In de bestuurlijke afspraken is daarom afgesproken dat dit wordt gemonitord en dat eventuele hogere kosten leiden tot een bijstelling van het budget. Krapte op de arbeidsmarkt Wat wil het kabinet? Het kabinet ziet dat de structurele personeelskrapte leidt tot meer spanning op de overheidsdienstverlening en vertragend werkt bij de uitvoering van de transities op het gebied van bijvoorbeeld klimaat en wonen.
Interventies van het kabinet op korte termijn zijn het verminderen van de vraag naar arbeid, het vergroten van het arbeidsaanbod waar mogelijk en het verbeteren van de match tussen vraag en aanbod. Het kabinet roept werkgevers om zich in te zetten voor aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en deeltijders te stimuleren meer uren te werken. Het kabinet onderzoekt in 2023 onorthodoxe maatregelen om personeelstekorten terug te dringen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 45 Wat betekent het voor gemeenten? Gemeenten in hun rol als werkgever worden geconfronteerd met de krapte op de arbeidsmarkt, op met name de specialistische functies. Wij hopen dat het kabinet – zeker in de huidige sociaal- economische onrustige context - de aanpak van de arbeidsmarktkrapte voortvarend zal oppakken, samen met werkgevers en werkenden en zich met name richt op het vergroten van het aanbod van werk en een betere match tussen vraag en aanbod. Toekomstige arbeidsmarkt Wat wil het kabinet? Het kabinet wil toegroeien naar een sterke ontwikkelcultuur voor werkend/werkgevend Nederland. Het kabinet borduurt daarbij voort op de adviezen van de Commissie-Regulering van Werk en het middellange termijnadvies van de SER over sociaaleconomisch beleid 2021-2025. Hiervoor zijn structurele hervormingen nodig op sociale zekerheid.
Het kabinet wil de positie van flexibele werknemers met tijdelijke contracten, oproepcontracten, uitzendcontracten en zzp’ers verbeteren en duurzame arbeidsrelaties stimuleren zodat werkenden meer werk- en inkomenszekerheid ervaren. Ook omarmt het kabinet het ‘hybride werken’. Het kabinet wil in 2023 een beleidsagenda uitwerken met als doel de voor- en nadelen van thuiswerken te balanceren. Om een toekomstbestendige arbeidsmarkt te realiseren, zet het kabinet in op Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en ‘skillsgerichte’ arbeidsmarkt. Het kabinet wil de regionale mobiliteitsteams die zijn opgericht tijdens de pandemie en die mensen helpen om aan het werk te komen of te blijven, in stand houden. Wat betekent het voor gemeenten? Wij spreken de hoop uit dat het kabinet de urgentie voor omvorming van de arbeidsmarkt niet onderschat en dat zij hierbij ook zeer alert zal zijn op de uitvoerbaarheid van toekomstig beleid. Gemeentelijke werkgevers kunnen de vruchten plukken van stimuleringsmaatregelen van het kabinet op het gebied van LLO, hybride werken en duurzame inzetbaarheid. Bij de uitwerking vragen we bijzondere aandacht voor de inzet van zzp’ers in de publieke dienstverlening in tijden van arbeidsmarktkrapte. Inzet van zzp’ers leidt tot hogere kosten van de dienstverlening.
Wij zullen samen met andere sectoren verenigd in de Zelfstandig Publieke Werkgevers (ZPW) een actieve rol innemen bij de uitwerking. Thuiswerken Wat wil het kabinet? De toekomst van het hybride werken en de concretisering van het thuiswerken, zijn onderwerpen waar het kabinet over nadenkt. In 2023 werkt het kabinet een beleidsagenda uit met als doel de voor- en nadelen van thuiswerken te balanceren. Daarbij heeft het kabinet ook aandacht voor de mentale gezondheid bij het thuiswerken. Thuiswerken zou ingezet kunnen worden om te zorgen voor een betere privé-werkbalans voor medewerkers. Hiermee kan volgens het kabinet het aantal burn-outklachten van werknemers worden teruggedrongen. In het Belastingplan is geen extra verhoging van de thuiswerkvergoeding opgenomen. De fiscale gerichte vrijstelling wordt verhoogd van € 2,- naar € 2,13 per gewerkte thuiswerkdag conform de loontabelcorrectiefactor. Het Nibud heeft in maart 2022 voor de energieprijsstijgingen uitgerekend dat de kosten van een thuiswerkdag al uitkomen op € 3,05 per gewerkte thuiswerkdag Wat betekent dit voor de gemeenten? De beleidsagenda, die de voor- en nadelen van het thuiswerken omschrijft, zou gemeenten een goed beeld kunnen geven van de aandachtspunten die er nog zijn omtrent het thuiswerken.
Het afgelopen jaar hebben gemeenten veel aandacht besteed aan het vormgeven hiervan, deze beleidsagenda kan een goede steun bieden voor de verdere concretisering ervan. Wij stellen voor om de gerichte vrijstelling voor thuiswerken bij te stellen in het Belastingplan 2023 op basis van de gemiddelde werkelijke kosten die werknemers in de praktijk maken. Een verhoging van € 0,13 per dag is in de huidige situatie met de hoge inflatie irreëel. Wij stellen voor om de gerichte Vereniging van Nederlandse Gemeenten 46 vrijstelling voor de thuiswerkdag te verhogen naar een reële vergoeding van de kosten van een thuiswerkdag. Duurzame arbeidsrelaties Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het aangaan van duurzame arbeidsrelaties stimuleren zodat werkenden meer werk- en inkomenszekerheid ervaren. Arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd zouden de basis moeten vormen voor het organiseren van structureel werk. Andere contractvormen worden waar dat nodig is beter gereguleerd, zodat ze niet meer gebruikt kunnen worden om te concurreren op arbeidsvoorwaarden. Wat betekent dit voor gemeenten? Het huidige juridisch kader is ingewikkeld, terwijl gemeenten het belangrijk vinden dat werkenden meer werk en inkomenszekerheid ervaren. Hierbij is het van belang om het juridisch kader van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde en onbepaalde tijd duidelijker te maken en te vereenvoudigen.
Het aantal contractvormen moet overzichtelijk blijven met duidelijke kaders zonder ingewikkelde ketenregelingen of administratieve vervalperioden. Voor het oproepcontract geldt dat er een basiscontract moet komen met een vaste urennorm per tijdsperiode. Pensioen Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan een nieuw pensioenstelsel dat klaar is voor de toekomst en beter past bij een arbeidsmarkt waarin de meeste mensen meerdere werkgevers kennen. In het nieuwe stelsel is er eerder perspectief op indexatie en krijgen mensen beter zicht op de opgebouwde pensioenpot. Deze Wet toekomst pensioenen (WTP) wordt momenteel besproken in de Tweede Kamer. Het streven is inwerkingtreding op 1 januari 2023. Dankzij de stijgende marktrente zijn de dekkingsgraden in de eerste helft van 2022 flink gestegen. Dit ondanks de slechte resultaten op de beurs. De meeste pensioenfondsen hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om per 1 juli 2022 al bij een beleidsdekkingsgraad van 105% te kunnen indexeren. Deze mogelijkheid bestaat vooruitlopend op het nieuwe pensioenstelsel. De verwachting is dat pensioenfondsen hier in 2023 wederom (deels) gebruik van gaan maken. Naar verwachting zullen de pensioenpremiepercentages ongeveer gelijk blijven.
Wat betekent dit voor de gemeenten? Hoe de pensioenregeling van ABP , het pensioenfonds waar gemeenten bij zijn aangesloten, eruitziet wordt bepaald in de pensioenkamer. Hierin zitten vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers binnen overheid en onderwijs. De VNG is hiervoor lid van de Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW). Een van de belangrijkste opgaven van de sociale partners in de Pensioenkamer is het vormgeven van een pensioenregeling die voldoet aan de regels van de WTP . Zowel ABP als de sociale partners werken ernaartoe om per 1 januari 2026 over te kunnen stappen naar het nieuwe pensioenstelsel. Dit betekent dat sociale partners begin 2023 hierover overeenstemming moeten bereiken. Om dit te halen is het noodzakelijk dat het wetgevingsproces zo spoedig mogelijk wordt afgerond. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 47 9 Volksgezondheid, Welzijn en Sport Gezondheid/Preventie Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de blik op gezondheid verbreden. Hiervoor worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. In een gezonde samenleving kunnen mensen hun leven leiden, bijdragen en meedoen, met of zonder aandoening of beperking; 2. In een gezonde samenleving streven we naar zo min mogelijk gezondheidsverschillen; 3. In een gezonde samenleving kijken we om naar elkaar en helpen we elkaar waar dat nodig is.
Hiertoe worden vijf grote trajecten ingezet: het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Integraal Zorgakkoord (IZA), het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO), een toekomstbestendige Wmo en de Hervormingsagenda Jeugd (zie hieronder voor meer details). Stevige stappen worden zo gezet om beter om te kunnen gaan met de stijgende zorgvraag. Daarom wordt geïnvesteerd in de gezondheid van Nederlanders, de groei van de zorg afgeremd en wordt tegelijkertijd gezorgd voor een toegankelijke zorg voor mensen die dit nodig hebben. Het kabinet wil daarbij verdere uitwerking geven aan de voornemens in de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024 en het Nationaal Preventieakkoord 2040. Voor wat betreft preventieve gezondheid ligt de focus in de begroting van VWS op de structurele aanpak van gezondheidsachterstanden. Het voornemen is een aantal specifieke uitkeringen aangevuld met nieuwe prioriteiten uit het Regeerakkoord te bundelen in een brede specifieke uitkering (SPUK). Na goedkeuring van de VWS-begroting wordt de nieuwe SPUK vastgesteld en opengesteld voor gemeenten. In de SPUK worden middelen opgenomen voor de lokale aanpak van gezondheidsachterstanden, een preventie-infrastructuur, kansrijke start, combinatiefuncties buurtsportcoaches, mentale gezondheid, de gezonde beweegvriendelijke leefomgeving en de valpreventie bij 65-plussers.
De brede SPUK wordt aangevuld met middelen voor de aanpak van eenzaamheid, welzijn op recept en mantelzorg. In het GALA maken rijk en gemeenten nadere bestuurlijke afspraken over de te behalen resultaten. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat integrale preventieve inzet op gezondheidsvraagstukken verstevigd en verdiept kan worden en dat kan worden geïnvesteerd in een passende preventie-infrastructuur op lokaal en regionaal niveau. De nieuwe brede SPUK biedt hiertoe de financiële ruimte. Nadere informatie over GALA en de SPUK volgt. Bij de vijf grote trajecten GALA, IZA, WOZO, een toekomstbestendige Jeugd alsmede voor het programma Kind- en Gezinsbescherming is het van belang, ook voor gemeenten, om verder in te zetten op digitalisering, bijvoorbeeld met standaarden, zodat alle sectoren kunnen signaleren, leren en sturen. Jeugd Wat wil het kabinet? Het rijk en de VNG werken, met aanbieders, professionals en cliënten, aan de Hervormingsagenda Jeugd, die in 2023 start.
De agenda hanteert de volgende leidende principes: • Passende zorg is beschikbaar voor de meest kwetsbare kinderen en jongeren; • Versterken veerkracht van kinderen en gezinnen in hun normale dagelijkse leven; Vereniging van Nederlandse Gemeenten 48 • Minder marktwerking, meer samenwerking en betere inkoop van zorg; • Verbetering kwaliteit en effectiviteit van de jeugdzorg; • Betere samenwerking in het Sociaal Domein. De uitwerking van de agenda beoogt, naast betere en tijdige zorg en ondersteuning op de juiste plek en wanneer dit nodig is, tot een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel te komen. Zoals verwacht volgt het kabinet hierbij de aflopende financiële reeks uit het advies van de Commissie van Wijzen. Voor het jaar 2023 stelt het kabinet incidenteel € 1,454 miljard extra beschikbaar voor de jeugdzorg. Tegelijkertijd benoemt het kabinet, zoals verwacht, de afbouw van de incidentele middelen. Er wordt verwacht dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen voor een bedrag van € 374 miljoen op de jeugdzorguitgaven in 2023. De aanvullende besparingsopgave van € 511 miljoen uit het coalitieakkoord is op dit moment nog volledig als korting verwerkt in het gemeentefonds. Het rijk heeft toegezegd dat de invulling hiervan voor rekening en risico van het rijk komt. Hierover is op dit moment nog geen duidelijkheid.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten ontvangen in 2023 nog steeds incidentele middelen, tegelijkertijd wordt door het kabinet ingezet op de afbouw van deze middelen. Doordat er sprake is van afbouw, is dit de eerste besparing van € 374 miljoen. Dit betekent dat het van groot belang is dat gemeenten daadkrachtig aan de slag gaan met de geformuleerde maatregelen. De Hervormingsagenda zal de inhoudelijke onderbouwing moeten bieden voor deze besparing. Integraal Zorg Akkoord (IZA) Wat wil het kabinet? De zorg staat onder druk door onder andere vergrijzing, een toenemende zorgvraag en personeelsschaarste. Hierdoor stijgt de komende jaren de vraag naar zorg sneller dan het aanbod. In het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft het kabinet met 13 zorgpartijen afspraken gemaakt over hoe deze uitdagingen de komende jaren aan te pakken. Het doel is het verbeteren van de gezondheid, het inperken van de toenemende vraag naar zorg en het beheersen van de toenemende kosten van de zorg in de Zorgverzekeringswet (Zvw). In het akkoord staat onder meer dat partijen intensiever met elkaar moeten samenwerken, de eerstelijnszorg versterkt moet worden en er meer wordt ingezet op preventie. Ook moet het voor zorgverleners aantrekkelijk zijn en blijven om in de zorg te werken.
Het is voor het eerst dat zoveel partijen over de hele breedte van de zorg samen afspraken maken over de koers voor de komende jaren. Wat betekent dit voor gemeenten? Het VNG-bestuur heeft het IZA ondertekend, onder voorbehoud van instemming door onze leden tijdens de ALV op 2 december. De inhoudelijke overwegingen voor gemeenten om aan het Integraal Zorgakkoord deel te nemen zijn verwoord in de gemeentelijke propositie ‘De winst van het sociaal domein’, die in 2021 bij de kabinetsformatie aan de informateur is aangeboden. Onder de titel ‘een gezond leven makkelijker maken’ pleiten we voor een benadering waarin de gezondheid van de inwoners en de samenleving centraal staan. In het IZA stellen de partijen vast dat er meer aan preventie gedaan moet worden én dat de gezondheidszorg vanuit het perspectief van inwoners ook echt beter kan op dit moment. Bijvoorbeeld door minder versnippering, betere afstemming en tijdiger de juiste hulp bieden. Door dit akkoord wordt een beweging gemaakt van individuele zorg naar gezamenlijke zorg voor een gezond en vitale samenleving, gericht op het verkleinen van gezondheidsachterstanden. Belangrijk voor gemeenten zijn: • Afspraken over coördinatie van preventie en de samenhang in de zorg via de regionale preventie- infrastructuur waarvoor de centrale zorgverzekeraar en gemeenten in de regio gezamenlijk het initiatief nemen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 49 • Domeinoverstijgende samenwerking wordt vereenvoudigd, onder andere door het wegnemen van belemmeringen. Bijvoorbeeld door juridische belemmeringen, strijdige eisen in contractering of verschillende stelsels van financiering. • De samenwerking tussen het sociaal domein (onder andere wijkteams) en de eerstelijnszorg (huisartsen, lichte ggz en wijkzorg) wordt versterkt, om zo de toegang tot de juiste zorg en ondersteuning te verbeteren. • Extra inzet op preventie en gezondheidsbevordering voor een gezonde en vitale samenleving en om de instroom in de zorg te beperken. Naast inhoudelijke betekenis zit er ook een financiële kant aan deelname aan het Integraal Zorgakkoord. In het IZA zit voor gemeenten € 150 miljoen (structureel) voor de regionale preventie- infrastructuur en is er voor gemeenten toegang tot IZA-transformatiemiddelen (€ 1,4 miljard tot 2026). Voor de lokale aanpak van preventie worden aparte afspraken gemaakt in het ‘gezond en actief leven akkoord’ (GALA) waarvoor gemeenten €180 miljoen structureel ontvangen. IZA en GALA hangen nauw met elkaar samen. Over de dekking van een deel van het tekort door het Wmo-abonnementstarief is ook een afspraak gemaakt. Daar wordt per 2025 € 110 miljoen voor vrijgemaakt. Een eerste stap in de door gemeenten gewenste compensatie van het abonnementstarief.
In de programma’s ‘Wonen met Ondersteuning en Zorg voor Ouderen’ (WOZO) en ‘Een Thuis voor Iedereen’ worden verdere afspraken gemaakt over de uitwerking van ondersteuning en zorg van inwoners in de thuissituatie. Zie voor meer informatie ook de recente Ledenbrief ondertekening IZA . Een passende eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo Wat wil het kabinet? Per 2025 wil het kabinet een passende (inkomensafhankelijke) eigen bijdrage in de Wmo invoeren voor de hulp bij het huishouden. Hiermee moet de aanzuigende werking van huishoudelijke hulp worden afgeremd. Het kabinet gaf geen gehoor aan ons dringende verzoek om de inkomensafhankelijke eigen bijdrage ook voor de woonvoorzieningen en hulpmiddelen te laten gelden. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dat een gedeeltelijke lastenverlichting per 2025. Door het kabinet is toegezegd dat per 2025 gemeenten met € 110 miljoen worden tegemoetgekomen (zie ook de passage over IZA). Voor de andere voorzieningen dan hulp bij het huishouden blijft het abonnementstarief (de € 19,- per maand) van kracht. Hoe de regeling er precies uit komt te zien wordt in de komende periode uitgewerkt. Met het CAK voeren we op dit moment een uitvoeringstoets uit, waar ook gemeenten bij zijn betrokken.
In de huidige plannen worden gemeenten voor de forse meeruitgaven, op vooral de huishoudelijke hulp en als gevolg van het abonnementstarief in de Wmo, voor 2023 en verder, niet gecompenseerd. Uiterlijk eind 2023 moet het wetgevingstraject zijn afgrond. Er is dan nog een jaar voor de implementatie van de maatregel voor het CAK en gemeenten. Programma WOZO (Wonen Ondersteuning en Zorg voor Ouderen) Wat wil het kabinet? Een ‘toekomstbestendige Wmo’ is ook van belang voor het toekomstperspectief dat in het programma WOZO wordt geschetst. Voor het beleid specifiek gericht op ouderen wordt dit de nieuwe norm: “zelfstandig als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan”. Wat betekent dit voor gemeenten? Het programma WOZO en de vijf actielijnen hierin zijn ook relevant voor gemeenten en het gemeentelijk beleid. WOZO is de opvolger van het programma ‘Langer Thuis’ van het vorige kabinet. Bij de totstandkoming van dit programma zijn de gemeenten en de VNG betrokken geweest. Wij onderschrijven de noodzaak en de geformuleerde doelen voor de komende jaren, maar er zijn ook Vereniging van Nederlandse Gemeenten 50 zorgen waardoor we op dit moment nog niet onze ‘handtekening’ onder het programma kunnen zetten.
Voor gemeenten is het volgende van belang dat: • Het rijk moet zorgdragen voor de juiste randvoorwaarden, zoals een toereikend budget voor de uitvoering van de Wmo en ruimte in wet- en regelgeving voor de ontschotting. • De diverse maatregelen in de Wet langdurige zorg (Wlz) en in de toegang tot de Wlz die leiden tot meer uitgaven in het sociaal domein, goed in beeld komen en zij vervolgens kunnen beschikken over voldoende middelen om hun taak te kunnen uitvoeren. • De afspraken nagekomen worden over de woningbouwproductie voor ouderen. Het gaat om geschikte, toegankelijke en bereikbare woningen en ook voldoende verpleegzorgplekken. Als dat niet gebeurt zullen de Wmo-uitgaven voor gemeenten stijgen. Standaardisatie in uitvoering en verbeteren doelmatigheid Wmo Wat wil het kabinet? Samen met de betrokken partijen werkt het ministerie van VWS verder aan de standaardisatie in de uitvoering van de Wmo, waardoor processen voor gemeenten en aanbieders eenduidiger en eenvoudiger worden en er daardoor meer tijd komt voor maatwerk en betere kwaliteit in de ondersteuning. Voor het meer doelmatig inzetten van middelen gaat het rijk kijken naar de bewezen (kosten) effectiviteit in de Wmo en zal het de beschikbaarheid en vindbaarheid van kennis over werkzame elementen en de effectiviteit van aanpakken voor professionals in het sociaal domein bevorderen.
Samen met de kennisinstituten in het sociaal domein wordt dan ook ingezet op verdere ontwikkeling en toepassing van effectieve interventies. Ook wordt ingezet op verbeteren van de benodigde sturingsinformatie, professionalisering van het sociaal werk, verbeteren van de toegang en optimalisering van de kennisinfrastructuur voor het sociaal domein. Het doel is dat er binnen het sociaal domein meer kennisgedreven wordt gewerkt. Wat betekent dit voor gemeenten? De verdere standaardisatie in de uitvoering van de Wmo zal op de korte termijn geen directe gevolgen hebben voor gemeenten. In de komende periode wordt er onderzocht en bepaald op welke wijze het berichtenverkeer tussen gemeenten en aanbieders eenvoudiger en meer eensluidend ingericht kan worden. Ook wordt onderzocht op welke wijze de contractering in de Wmo meer gestandaardiseerd kan gaan plaatsvinden, zoals op dit moment ook in de jeugdhulp gebeurt. Voor gemeenten is het van belang dat deze standaardisatie gepaard gaat met behoud van de beleidsruimte. Het onderzoek naar bewezen (kosten)effectiviteit in de Wmo zal op termijn gevolgen hebben voor gemeenten voor welke interventies, ondersteuning zij (willen) inkopen en/of subsidiëren. De VNG gaat ervan uit dat dit onderzoek gemeenten en de lokale partners, aanbieders, kan helpen om de schaarse middelen meer doelmatig in te zetten.
Het is ook hier wel van belang dat de besluitvorming over het wat en het hoe lokaal blijft. Houdbaarheidsonderzoek naar de Wmo 2015 Wat wil het kabinet? Al eerder is in de hoofdlijnenbrief toekomst Wmo aangekondigd dat er een houdbaarheidsonderzoek naar de Wmo 2015 komt. Het doel van dit onderzoek is dat rijk en gemeenten gezamenlijk een analyse uitvoeren van hoe het gebruik van de Wmo zich de komende jaren (zo mogelijk 5-20 jaar) zal ontwikkelen, tegen de achtergrond van verschillende maatschappelijke ontwikkelingen. Op basis van deze analyse kunnen de betrokken partijen keuzes maken over de inrichting van de Wmo 2015 in de toekomst. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 51 Wat betekent dit voor gemeenten? Het is goed nieuws dat dit onderzoek nu daadwerkelijk van start gaat en er goed gekeken gaat worden naar wat er nodig is voor gemeenten om de Wmo in de komende jaren op een goede en verantwoorde wijze uit te kunnen blijven voeren, maar ook om te onderzoeken wat er mogelijk anders moet en kan. Het CPB dat het onderzoek gaat uitvoeren heeft inmiddels aangegeven maximaal 8 jaar vooruit te kunnen kijken.
Toekomstagenda: zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking Wat wil het kabinet? In de programmatische uitwerking van de ‘Toekomstagenda: zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’ werkt het kabinet in de komende periode via zes concrete onderwerpen verder aan het ondersteunen van de beweging naar een toekomstbestendige gehandicaptenzorg. 1. complexe zorg (onder andere inzet op vroegsignalering) 2. zorg en ondersteuning aan mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) 3. verbetering van de cliëntondersteuning 4. zorgtechnologie en innovatie (onder andere implementatie en opschaling technologie) 5. een gerichte aanpak voor arbeidsmarkt en vakmanschap; 6. mensen met een beperking die een levenslange, levensbrede, ondersteuningsvraag hebben in het gemeentelijk domein (bijvoorbeeld dagbesteding en/of begeleiding vanuit de Wmo). Er is een apart hoofdstuk over de Wmo in opgenomen. Ook start in 2024 de landelijke regeling gespecialiseerde cliëntondersteuning voor mensen (met een beperking) met complexe zorgvragen/problematiek, waarvoor de cliëntondersteuning vanuit de Wmo en Wlz onvoldoende kan bieden. Deze regeling wordt door het ministerie van VWS in 2023 vormgegeven. De doelstelling is om in 2024 met een nieuwe organisatie de gespecialiseerde cliëntondersteuning gebundeld aan te kunnen bieden.
Daarbij is het voor het ministerie de bedoeling om te komen tot een ‘leerloop’ waarin de geleerde lessen worden ingebracht bij gemeenten en bij verschillende andere instanties. Wat betekent dit voor gemeenten? De uitvoering van het programma zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking raakt ook gemeenten. Denk hierbij aan de begeleiding of ondersteuning van mensen met bijvoorbeeld een LVB, autisme, complexe en/of levenslange beperking. De VNG begrijpt dat er voor deze doelgroep nu een ínhaalslag en extra aandacht nodig is. Het doel is dat deze inzet, met zo’n specifiek programma, straks niet meer nodig is en de ondersteuning en begeleiding van ook deze doelgroep regulier onderdeel is van het sociaal domein. De landelijke regeling voor de gespecialiseerde cliëntondersteuning wordt betaald uit de begroting van VWS. Dit is dus geen uitname uit het gemeentefonds. De VNG heeft eerder bij het ministerie van VWS aangegeven dat de uitvoering van deze landelijke regeling per 2024 in nauw overleg moet met de uitvoering van de clientondersteuning vanuit gemeenten (Wmo) en zorgkantoren (Wlz) in de regio’s tot stand moet komen. Maatschappelijk Opvang Wat wil het kabinet? Het kabinet zet de intensivering van de aanpak van dakloosheid, die onder het vorige kabinet werd ingezet, voort. Hiervoor is per jaar structureel € 65 miljoen extra beschikbaar.
Dit najaar werken vele partijen samen in een brede coalitie om te komen tot een gedragen Plan van Aanpak, waarbij preventie en Wonen Eerst een plek zullen krijgen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het gaat om een zeer terechte impuls op een beleidsterrein dat (onder de huidige omstandigheden) meer aandacht vraagt. Het is niet zeker of de ambitie haalbaar is om in 2030 dakloosheid te beëindigen. De middelen worden via een specifieke uitkering beschikbaar gesteld. Deze keuze maakt Vereniging van Nederlandse Gemeenten 52 dat gemeenten langer op duidelijkheid moeten wachten en met meer verantwoordingslasten te maken krijgen. Een risico is dat de middelen pas in de loop van 2023 kunnen worden ingezet. Beschermd Wonen Wat wil het kabinet? Voor het voortzetten van de beweging naar een Beschermd Thuis is de doordecentralisatie van Beschermd Wonen (BW) een onmisbare stap. De staatssecretaris voor Jeugd en Preventie heeft dit op 30 juni in een bestuurlijk overleg met gemeenten bevestigd. Ook de invoering van een woonplaatsbeginsel BW en een objectief verdeelmodel BW wil de staatssecretaris doorzetten. Eind september informeert de staatssecretaris de Kamer hierover. Deze plannen hebben nog geen invloed op de financiële middelen die de centrumgemeenten voor beschermd wonen krijgen in 2023.
Wat betekent dit voor gemeenten? Pas vanaf 2024 zal de invoering van een objectief verdeelmodel voor beschermd wonen en een woonplaatsbeginsel beschermd wonen gevolgen hebben alle gemeenten. Daarbij geldt een geleidelijk ingroeipad. Het rijk en gemeenten werken samen aan het inbouwen van voldoende waarborgen om tegemoet te komen aan de aandachtspunten en risico’s die aan de doordecentralisatie verbonden zijn. Zo wil de staatssecretaris wettelijk verplichten dat gemeenten samenwerken bij de inkoop en bekostiging van BW. Gemeenten maken daarover (ook nu al) samen afspraken op basis van de norm voor opdrachtgeverschap. De staatssecretaris verruimt met deze voorgenomen wetgeving de mogelijkheid om bij een gemeente of samenwerkende gemeenten in te grijpen als de beschikbaarheid van BW voor inwoners onvoldoende is. Vertraagde instroom in de Wlz Wat wil het kabinet? Het kabinet wil stimuleren dat er wordt ingezet op activiteiten en maatregelen in het sociaal domein die bijdragen aan vertraagde instroom in de Wlz. Met de Wet domeinoverstijgende financiering regelt het kabinet dat zorgkantoren hier uit de Wlz aan kunnen mee betalen. In aanloop naar implementatie van deze wet worden via een specifieke uitkering middelen beschikbaar gesteld voor gemeenten.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen per 2023 aanspraak maken op een bijdrage aan de inkoop en organisatie van deze activiteiten. Op basis van een plan samen met het zorgkantoor. Het gaat om € 10 miljoen op jaarbasis, in de tijd iets oplopend. Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Wat wil het kabinet? Het ministerie van VWS werkt in 2023 aan de doorontwikkeling van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling door te focussen op het doorbreken van de cirkel van geweld. Dit gebeurt soms in samenwerking met andere departementen en via specifieke programma’s of actieplannen. Hierbij wordt ingezet op diverse thema’s, zoals de doorontwikkeling van het gebruik van de meldcode, het versterken van een laagdrempelige hulp en adviesstructuur, (zorg voor de) pleger, deskundigheidsbevordering in traumabehandeling, de aanpak van ouderenmishandeling (met name seksueel grensoverschrijdend gedrag) en seksueel geweld (met name loverboyproblematiek en mensenhandel). Wat betekent dit voor gemeenten? De begroting van VWS bevat expliciete verwachtingen over de rol van gemeenten bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zo moeten volgens deze begroting gemeenten zorgen voor een stelsel waarin bij onveiligheid (in huiselijke kring) voldoende zorg is zodat het geweld kan stoppen en duurzaam wordt opgelost.
Ook hebben gemeenten, professionals en organisaties volgens het kabinet een rol bij het veilig opgroeien van kinderen. Naast eerdergenoemde inhoudelijke thema’s, faciliteert het ministerie van VWS de VNG, het Landelijk Netwerk Veilig Thuis en Valente om met gemeenten en aanbieders en met inzet van ervaringskennis de dienstverlening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 53 vrouwenopvanginstellingen en Veilig Thuis door te ontwikkelen. Ook worden in 2023 de regio’s ondersteund bij het verder verbeteren van de steun, hulp en bescherming van gezinnen die te maken hebben met geweld of waar ontwikkelingsbedreiging van een kind aan de orde is. VN-verdrag Handicap Wat wil het kabinet? Het kabinet wil doorgaan met de inzet op de implementatie van VN-verdrag Handicap. De verantwoordelijkheid voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap is structureel en vraagt dus ook in 2023 en volgende jaren verdere inspanning. Wat betekent dit voor gemeenten? Zeker nu het rijk aangeeft dat de verantwoordelijkheid voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap structureel is, is het voor gemeenten van belang dat zij blijven werken aan hun Lokale Inclusie Agenda. Uiteraard doen gemeenten dit samen met ervaringsdeskundige inwoners. Toezicht Wmo Wat wil het kabinet? Gemeentelijk toezicht op rechtmatigheid richt zich op de aanpak van zorgfraude van zorgaanbieders die Wmo leveren.
Gemeentelijk toezicht op kwaliteit richt zich op de kwaliteit van de Wmo-ondersteuning. De eerste jaren waren gemeenten vooral bezig om de zorg te organiseren. Toezicht en handhaving kwamen daar achteraan. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft tot taak toezicht te houden op de gemeentelijke uitvoering van het Wmo-toezicht en constateert dat de professionalisering van het toezicht niet snel genoeg gaat. Om het toezicht sneller te verbeteren wil de minister van VWS de Wmo-toezichthouder een duidelijke taakomschrijving meegeven. Daartoe worden in 2023 de randvoorwaarden voor de Wmo-toezichthouder in de wet- en regelgeving geborgd. Daarnaast onderzoekt de minister de mogelijkheden om het toezicht op regionaal niveau te organiseren. En wordt bezien of specifieke monitoring van het gemeentelijk toezicht wenselijk is. Het kabinet stelt hiervoor geen financiële middelen beschikbaar. Wat betekent dit voor gemeenten? De voornemens leveren voor gemeenten een verzwaring van hun toezichtstaken op, zonder dat daar een budgettaire bijdrage van het rijk tegenover staat. Nu moeten gemeenten toezien op de naleving van de Wmo, maar er is geen vereiste in de wet dat een toezichthouder moet worden aangesteld. Noch om onderzoek naar mogelijke fraude uit te voeren, noch om te toetsen op de kwaliteit van zorg.
Slechts voor een gedeelte van het toezicht op kwaliteit, namelijk het toezicht op calamiteiten, is in de wet een toezichthouder voorzien. Ook het punt van de regionalisering heeft gevolgen voor gemeenten. Er zal een verplichting ontstaan tot samenwerking. Op welke niveau de samenwerking van gemeenten op Wmo-toezicht vorm krijgt is nog niet duidelijk. De VNG heeft berekend dat om het toezicht te kunnen intensiveren, een inzet van mensen en middelen vereist is. Daarvoor is tenminste € 85 miljoen nodig, gemiddeld twee fte per gemeente. PGB 2.0 Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het programma PGB 2.0 afronden en de transitie naar beheer inzetten. Ontwikkeling stopt daarmee niet, maar volgt de snelheid die past bij structureel beheer. De kosten die de Sociale Verzekeringsbank (SVB) maakt zijn vanaf dat moment uitvoeringskosten. Daarnaast zijn er kosten voor beheer en doorontwikkeling van het PGB 2.0-systeem en wordt er gesproken van subsidies voor PGB. Deze bedragen worden niet nader gespecificeerd. De Kamer wordt eind 2022 geïnformeerd over de stand van zaken. Ook is een stappenplan toegezegd rondom de overdracht van het beheer naar de SVB. Wat betekent dit voor gemeenten? Steeds meer PGB-budgethouders kunnen al werken met het digitale systeem PGB 2.0. Een groot aantal zorgkantoren is aangesloten.
Inmiddels zijn zes gemeenten aangesloten, zij gebruiken de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 54 huidige versie van het systeem dat nog niet helemaal voldoet en waarvan de werking momenteel wordt geëvalueerd. Er wordt nog gewerkt aan de realisatie van aanvullende functionaliteiten voor gemeenten. Er is nog geen concrete planning voor de aansluiting van gemeenten op PGB 2.0. Aan het einde van dit jaar wordt meer duidelijkheid verwacht. Eerder is afgesproken dat de kosten voor de realisatie van het PGB 2.0-systeem en de ondersteuning van gemeenten bij de implementatie worden gedragen door het ministerie van VWS. Dit geldt eveneens voor de kosten gerelateerd aan het onderhoud van het huidige PGB 1.0-systeem. Sinds 2016 brengt de SVB een deel van de uitvoeringskosten van het trekkingsrecht PGB in rekening bij de gemeenten. Het daarmee gemoeide bedrag is gebaseerd op het aantal actieve zorgovereenkomsten in het kader van de Jeugdwet en de Wmo. Om de gemeenten in staat te stellen deze kosten te dragen is in 2015 een toevoeging gedaan op het macrobudget vanwege de extra taken die gemeenten erbij hebben gekregen in het kader van de Jeugdwet en de Wmo.
De VNG en het ministerie van VWS zijn overeengekomen om met ingang van 2023 een structureel bedrag van € 27,2 miljoen per jaar uit te nemen uit het Gemeentefonds ten behoeve van de uitvoeringskosten van de SVB voor de Jeugdwet en de Wmo. Deze afspraak wordt na vier jaar geëvalueerd. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 55 10 Buitenlandse Zaken en Ontwikkelings samenwerking Veiligheid en rechtsstaatontwikkeling Wat wil het kabinet? Op het gebied van ontwikkelingssamenwerking wil het kabinet werken aan vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling door in te zetten op conflictpreventie, bemiddeling en inclusief bestuur op lokaal en nationaal niveau. Om hier aan bij te dragen, is in 2022 onder meer het meerjarig, multi-thematisch partnerschap tussen het ministerie van BHOS en de VNG gestart. Dit partnerschap richt zich op het versterken van lokaal bestuur en lokale weerbaarheid in ontwikkelingslanden, met behulp van de kennis en expertise in Nederlandse gemeenten. Vanaf 1 oktober 2022 wordt binnen dit partnerschap ook een Nederlandse bijdrage geleverd aan wederopbouw op lokaal niveau in door de oorlog getroffen gemeenten in Oekraïne. Het kabinet besteedt gedurende de looptijd van het partnerschap van vijf jaar € 50 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? Verschillende Nederlandse gemeenten zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling en eerste implementatie van het programma.
Bij gemeenten zit veel relevante expertise. Die kan op verschillende manieren worden ingebracht, zowel ad-hoc als structureel. Gemeenten die in internationaal verband willen bijdragen aan de versterking van lokaal bestuur kunnen hun interesse kenbaar maken bij VNG International. Migratie Wat wil het kabinet? Het kabinet zet zich op internationaal niveau in voor terugkeer en herintegratie van migranten en het tegengaan van mensenhandel en -smokkel. Het kabinet ondersteunt programma’s en partnerschappen voor betere migratiesamenwerking met herkomst- en transitlanden. Ook verhoogt het kabinet het budget voor opvang en bescherming in de regio van herkomst. Hiermee wil het kabinet kwetsbare gastgemeenschappen ondersteunen en vluchtelingen aldaar een beter perspectief geven door te voorzien in basisbenodigdheden. Wat betekent dit voor gemeenten? Van gemeenten wordt veel gevraagd wanneer het gaat om de opvang van grote aantallen vluchtelingen en asielzoekers. Het kabinet probeert met deze beleidsinzet vluchtelingen betere opvang te bieden in de regio van de landen van herkomst. Migratie is één van de thema’s van het strategische partnerschap tussen de VNG en het ministerie, waarin Nederlandse gemeenten hun expertise kunnen delen.
Economie Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het internationaal verdienvermogen van het Nederlandse bedrijfsleven versterken en het internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) door het Nederlandse bedrijfsleven bevorderen. Het kabinet wil hiermee ook het bedrijfsleven stimuleren om een actieve bijdrage te leveren aan de Sustainable Development Goals (SDGs) van de VN. Het kabinet zet hiertoe structureel in op programma’s die het ondernemen volgens de Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)- richtlijnen ondersteunen. Ook zet het kabinet in op Europese IMVO-regelgeving. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 56 Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten die zelf (veelal in regioverband) de internationale oriëntatie van hun bedrijfsleven willen versterken, kunnen daarbij gebruikmaken van de ondersteuningsstructuur van de rijksoverheid. Net als het kabinet kunnen ook gemeenten daarbij bevorderen dat (I)MVO-richtlijnen gerespecteerd worden, bijvoorbeeld bij de voorbereiding en uitvoering van inkomende en uitgaande internationale handelsmissies. Sustainable Development Goals Wat wil het kabinet? Het kabinet geeft de Sustainable Development Goals van de VN een prominente rol in het beleid voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking.
Het kabinet wil op verschillende manieren bijdragen aan duurzame ontwikkeling op internationaal niveau en koppelt deze ambities aan de SDGs. Ook wordt de effectiviteit en doelmatigheid van het BHOS-beleid gemeten aan de hand van streefwaarden en indicatoren ontleend uit de SDG-agenda. Wat betekent dit voor gemeenten? De SDGs zijn ook voor Nederlandse gemeenten relevant, aangezien de doelstellingen vaak betrekking hebben op thema’s die op decentraal niveau worden gecoördineerd en/of uitgevoerd. Nederlandse gemeenten kunnen de SDGs opnemen in het gemeentebeleid en zich aansluiten bij het VNG-netwerk Gemeenten4GlobalGoals. Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl september 2022 vng.nl