CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

14.0 VNG - Reactie op de Rijksbegroting 2023.pdf

Raadsvergadering 25 oktober 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken25.242 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rijksbegroting 2023 en de gevolgen voor gemeenten Bijzondere ledenbrief

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3 Inhoudsopgave Voorwoord 4 1 Gemeentefinanciën 5 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 8 3 Justitie en Veiligheid 19 4 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 25 5 Infrastructuur en Waterstaat 28 6 Economische Zaken en Klimaat 31 7 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 38 8 Sociale Zaken en Werkgelegenheid 40 9 Volksgezondheid, Welzijn en Sport 47 10 Buitenlandse Zaken en Ontwikkelings samenwerking 55 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4 Voorwoord In deze ledenbrief geven we u een samenvatting van de voor gemeenten belangrijke kabinetsvoornemens in de rijksbegroting 2023 en de betekenis daarvan voor uw gemeente. Voor sommige voornemens is een extra budget opgenomen, sommige beleidsvelden gaan door zoals wij verwachtten en bij een enkel onderwerp blijven financiële inspanningen achterwege. Medewerkers van de VNG hebben het – beknopt – voor u opgesomd. Prinsjesdag kenmerkt zich dit jaar door een groot aantal crises waar we als overheden gezamenlijk voor aan de lat staan. Denk aan de opvang van ontheemde Oekraïners, de asielcrisis, de stikstofdiscussie en de problemen rondom de bestaanszekerheid van inwoners. Door de hoge gas- en elektriciteitsprijzen dreigen veel mensen bij het naderen van de winter in grote financiële problemen terecht te komen.

Het is terecht dat in de rijksbegroting veel aandacht is voor de koopkracht van inwoners. De voornemens voor een prijsplafond voor gas en elektriciteit moeten door het kabinet nog verder worden uitgewerkt. In de rijksbegroting is dit nog niet opgenomen. Vanzelfsprekend volgt de VNG dit op de voet. Gemeenten sprongen het rijk de afgelopen maanden steeds weer bij om ervoor te zorgen dat problemen werden aangepakt. Om onze inwoners goed bij te kunnen blijven staan, moet het vizier niet langer alleen worden gericht op kortetermijnoplossingen maar moeten we ons vooral focussen op de lange termijn. Wij willen die stap naar voren zetten. In deze begroting zet het kabinet een stap in de richting van een oplossing voor het financiële ravijn in 2026 door 1 miljard euro aan het gemeentefonds toe te voegen. Voor de periode na 2026 zien wij echter een forse terugval in het accres. Daar moet echt een oplossing voor komen. Ook het kabinet ziet de noodzaak van een structurele oplossing en doet daarom een procesvoorstel om hierover de komende tijd samen het gesprek te voeren. Leonard Geluk Algemeen directeur Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5 1 Gemeentefinanciën Gemeentefonds 2026 en verder Wat wil het kabinet? Deze zomer zijn er gesprekken gevoerd tussen het kabinet en de VNG over de aanhoudende zorgen van gemeenten over hun structurele financiele perspectief na 2025.

Het kabinet heeft nu met de Miljoenennota besloten alsnog extra geld beschikbaar te stellen voor alleen het jaar 2026. Daarvoor is onder de noemer ‘eenmalige rijksbijdrage’ € 1 miljard extra toegevoegd aan het gemeentefonds. Daarvan is € 76 miljoen bestemd voor het btw-compensatiefonds en € 924 miljoen voor de algemene uitkering. Om de financiële hiaten die na 2025 ontstaan (door het wegvallen van de samen trap-op samen trap-af systematiek) op te lossen is aan de VNG een procesvoorstel voorgelegd voor een traject voor een herziening van de financiële verhoudingen. De Miljoenennota concretiseert verder niet de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied voor gemeenten na 2025. Wel wordt als proces geschetst dat begin 2023 meer duidelijk moet worden hoe het nieuwe structurele financieel arrangement eruit komt te zien na 2026. In het regeerakkoord was afgesproken het extra cumulatief accres voor de periode 2022-2025 vanaf het jaar 2026 af te romen tot een niveau van € 840 miljoen en op die stand te bevriezen. Daarmee heeft het kabinet de koppeling van het gemeentefonds aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven buiten werking gesteld. Vanaf dat jaar wordt alleen nog een accres voor de loon- en prijsontwikkeling toegekend. Het volume-accres blijft voor die jaren voorlopig nihil.

Als reden voert het kabinet op, dat het de financiële verhoudingen met ingang van 2026 wil herzien. Daarbij overwegen ze de mogelijkheid van een uitbreiding van het lokale belastinggebied ten koste van het gemeentefonds en ook een andere voeding van het gemeentefonds. De meerjarenraming van het accres moet in de ogen van het kabinet stabieler. Geen gevolgen voor opschalingskorting De eenmalige bijdrage van € 1 miljard in 2026, heeft geen (positieve) gevolgen voor de opschalingskorting. Het gehele restant van de opschalingskorting van € 675 miljoen wordt in 2026 weer aangezet. Dat blijft zo. Voor de jaren 2022-2025 is de korting wel bevroren. Dat was echter al bekend op basis van het regeerakkoord. Wat betekent dit voor gemeenten? Het accres voor 2026 komt ondanks de eenmalige rijksbijdrage nog steeds uit op een negatief bedrag van € 0,8 miljard. Daarbovenop is er nog de opschalingskorting van structureel € 675 miljoen. En het volume-accres blijft vanaf het jaar 2027 nihil. Vanaf 2027 wordt er alleen accres geraamd voor het opvangen van het stijgen van lonen en prijzen. Nagenoeg alle gemeenten zullen voor het jaar 2023 een sluitende begroting kunnen presenteren. Maar met de septembercirculaire 2022 verkeren ze nog steeds in de onzekerheid of ze de accressen 2022-2025 kunnen inzetten voor uitgaven die leiden tot extra structurele kosten.

Denk aan investeringen in de openbare ruimte en bovenwijkse voorzieningen voor woningbouw, investeringen in de energietransitie en klimaatadaptatie. Maar ook inhaalinvesteringen, zoals het onderhoud van wegen, kaden, bruggen, viaducten en onderwijsgebouwen. In meerjarenbegrotingen van gemeenten is daar op dit moment geen ruimte voor. Bij het gros van de gemeenten vertoont het jaar 2026 een tekort door het financiële ravijn. Normaal zou het accres 2026 positief zijn geweest door respectievelijk een positief volume-accres en een positieve bijstelling voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen van bij elkaar genomen € 2 miljard. Met de ingrepen uit het Regeerakkoord is in 2026 een financieel ravijn gecreëerd van afgerond € 4 miljard, dat nu met de eenmalige extra bijdrage met 1 miljard euro hersteld is. Na 2026 blijft Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6 voorlopig echter ieder jaar een volume-accres ontbreken, zolang er geen nieuw structureel financieel arrangement is uitgewerkt, waarmee het ravijn vanaf 2026 verder uitdiept tot ruim € 6 miljard. Accres 2022-2025 Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat voor het financieel-economisch beleid af op ramingen van het Centraal Planbureau (CPb). Het CPb verwacht voor het jaar 2023 een volumegroei van het bruto binnenlands product (bbp) met 1,5%. Die groei bedraagt in 2022 nog 4,6%.

Daarnaast daalt de inflatie (CPI) van 9,9% voor het jaar 2022 naar 2,6% voor 2023. Voor de lange rente op staatsobligaties rekent het CPb 1,6%. De ontwikkeling cao-lonen blijft in 2023 met 3,7% binnen de perken. Het planbureau is daarmee optimistischer dan de voorspellingen van andere gerenommeerde instituten. Marktverwachtingen geven aan dat de ECB de beleidsrente naar 2,25% à 2,5% verhoogt. In de Verenigde Staten schroeft de Federal Reserve de beleidsrente op tot ruim 4,5%. Dit om de eerste verschijnselen van een prijs-loonspiraal en een blijvend hogere inflatie de kop in te drukken. Door het renteverschil tussen Europa en de VS daalt de koers van de euro ten opzichte van de dollar en importeren we ook inflatie door de duurdere dollar. De autonome groei van de algemene uitkering van het gemeentefonds is gekoppeld aan de groei van (het grootste deel van) de netto-rijksuitgaven. Dit wordt het accres genoemd. Het accres is nodig voor het opvangen van de stijgende kosten van gemeenten als gevolg van inflatie, inwonergroei en hogere standaarden voor publieke voorzieningen als gevolg van meer welvaart.

Het accres zelf is te splitsen in drie delen voor: • prijsontwikkeling • loonontwikkeling • volumegroei In het voorjaar stelde het kabinet voor om het volume-deel van het accres voor de kabinetsperiode 2022-2025 te bevriezen op de stand van de meerjarenraming van de Voorjaarsnota 2022. Dit voor meer rust op de rijksbegroting en gemeentebegrotingen. Het accres wordt wel blijvend geactualiseerd voor nieuwe ramingen voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen, zodat het inflatierisico beperkt blijft. Daarvoor gaat men uit van de volgende indices en bijhorende gewichten, zoals gepubliceerd door het Centraal Planbureau: 60% loonvoet overheid, 20% prijs materiele overheidsconsumptie en 20% prijs bruto overheidsinvesteringen. De VNG heeft dit voorstel in juni na het verschijnen van de voorjaarsnota en de meicirculaire geaccepteerd. Tabel 1.1 Opeenvolgende ramingen van het mengpercentage voor loon- en prijsbijstelling accres. Jaar 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Septembercirculaire 2021 2,4% 2,0% 2,3% 2,4% 2,4% 2,4% Meicirculaire 2022 4,4% 3,1% 3,4% 3,3% 3,1% 3,1% Septembercirculaire 2022 5,3% 4,1% 3,4% 3,3% 3,1% 3,1% Tabel 1.1 geeft in de onderste rij de nieuwe raming van de mengpercentages voor de loon- en prijsontwikkeling, die voor de accresberekeningen worden gebruikt.

Voor de ramingen van 2024 en later zijn de cijfers van het Centraal Economisch Plan van dit voorjaar aangehouden, omdat de Macro Economische Verkenning niet verder dan 2023 vooruitkijkt. Wat betekent dit voor gemeenten? Tabel 1.2 geeft de ontwikkeling van de accressen in de Miljoenennota 2023 ten opzichte van de meicirculaire 2022. Het accres voor het jaar 2022 is ten opzichte van de meicirculaire onveranderd. De correctie voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor het lopende jaar altijd definitief vastgesteld bij voorjaarsnota op basis van het Centraal Economisch Plan. De raming van de daadwerkelijke loon- en prijsontwikkeling voor het jaar 2022 is in de Macro Economische Verkenning (MEV) van Prinsjesdag echter naar boven bijgesteld. Als gevolg daarvan daalt dus het volume-accres, omdat het nominaal Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7 accres 2022 al vaststaat op 8,4%. Het volume-accres komt met de nieuwe raming voor de loon- en prijsontwikkeling uit op een plus van 3,1%.

Tabel 1.2 Ontwikkeling accres septembercirculaire 2022 Jaar 2022 2023 2024 2025 Accres meicirculaire 2022 (x € mln.) 2.501 2.035 2.300 2.085 Nominaal accrespercentage 8,4% 6,0% 6,7% 5,9% Volume-accres 4,0% 2,9% 3,3% 2,6% Accres septembercirculaire 2022 (x € mln.) 2.501 2.424 2.390 2.129 Nominaal accrespercentage 8,4% 7,1% 6,7% 5,9% Volume-accres 3,1% 2,9% 3,3% 2,6% Bron: Meicirculaire 2022 & Septembercirculaire 2022 Voor het jaar 2023 is de correctie voor de loon- en prijsontwikkeling van het accres naar boven bijgesteld van 3,1% naar 4,1%. Het nominaal accres 2023 neemt hierdoor toe met € 389 miljoen. Het volume-accres blijft echter onveranderd 2,9%, omdat dit vastgezet is. Het percentage voor de loon- en prijsontwikkeling voor het jaar 2023 wordt komend voorjaar nog een keer opnieuw bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch Plan 2023. Voor de jaren 2024 en 2025 bevat de Macro Economische Verkenning 2023 nog geen nieuwe ramingen voor de loon- en prijsontwikkeling. Die volgen pas met het centraal economisch plan in voorjaar 2023. De nominale accressen voor de jaren 2024 en 2025 zijn met respectievelijk € 90 miljoen en € 45 miljoen wel licht gestegen, doordat de grondslagen waarover de loon en prijsbijstelling wordt berekend, zijn toegenomen door mutaties. Al met al is er deze kabinetsperiode 2022-2025 sprake van een ruim volume-accres van gemiddeld 2,9%.

Raming vrijval btw-compensatiefonds aan de algemene uitkering Wat wil het kabinet? Gemeenten kunnen hun betaalde btw op de inkoop voor overheidstaken terugvorderen op het Btw-compensatiefonds (BCF). Omdat de uitgaven van gemeenten gewoonlijk toenemen met inflatie, inwonergroei en welvaart, groeit het BCF jaarlijks met hetzelfde accrespercentage als het gemeentefonds. Daarnaast wordt het BCF bijgesteld voor de btw-component van taakmutaties. Als gemeenten in een jaar minder declareren op het BCF dan er aan middelen in zit, wordt het restant aan het gemeentefonds toegevoegd. Declareren gemeenten meer op het BCF dan erin zit dan wordt het tekort aangevuld met middelen uit het gemeentefonds. Sinds deze afspraak valt ieder jaar geld uit het BCF vrij aan de algemene uitkering. Voor het jaar 2022 wordt de vrijval aan de algemene uitkering voorlopig geraamd op € 320,9 miljoen. Volgend jaar volgt het definitieve cijfer. In de meicirculaire 2022 viel de definitieve afrekening voor het jaar 2021 € 119,5 miljoen hoger uit dan in de septembercirculaire 2020 werd geraamd (€ 215,6 miljoen). Daarmee kwam de totale vrijval over het jaar 2021 uit op € 335,1 miljoen.

Wat betekent dit voor gemeenten? Een gemeente mag voor haar begroting 2023 en elke jaarschijf van de meerjarenraming 2024-2026 uitgaan van maximaal haar aandeel in de definitief gerealiseerde vrijval uit het BCF over het jaar 2021 van € 335,1 miljoen. Een gemeente kan er ook voor kiezen om van lagere bedragen uit te gaan, zoals bijvoorbeeld de raming voor het jaar 2023, omdat ze verwacht dat deze vrijval in de toekomst krimpt of om behoedzaam te begroten. Door uit te gaan van juist een flink lager bedrag creëert een gemeente als het ware een behoedzaamheidsreserve voor tegenvallers. Daarbij moet worden bedacht dat het beroep op het BCF middels declaraties al jaren achterblijft bij de voeding, doordat gemeenten erg weinig investeren. De investeringen van gemeenten zijn als gevolg van de vorige financiële crisis 2009-2015 teruggevallen en door financiële krapte in de achterliggende jaren niet meer opgeveerd. Als de investeringen nu wel opveren, dan slinkt de vrijval uit het BCF aan de algemene uitkering snel. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties LOKALE DEMOCRATIE Lokale politieke partijen Wat wil het kabinet? De minister van BZK blikt vooruit op de Wet op de Politieke Partijen (WPP). Daarin wordt opgenomen dat de lokale politieke partijen financiering krijgen.

Hiermee geeft het kabinet uitvoering aan de motie van de Kamer die hierover is ingediend. Het Kennispunt lokale politieke partijen ontvangt een subsidie van € 400.000 tot en met 2024. Wat betekent dit voor gemeenten? Er komt financiering voor decentrale politieke partijen komt. De VNG gaat in gesprek over de invulling en uitvoering van dit onderdeel van de WPP . Het is van belang dat er extra budget vrijkomt voor de lokale politieke partijen en dat het budget niet afgaat van de huidige middelen voor ondersteuning van politieke partijen. De subsidie voor het Kennispunt lokale politieke partijen wordt doorgezet, maar is voor slechts enkele jaren voorzien. Wet Versterking participatie op decentraal niveau Wat wil het kabinet? De minister van BZK gaat zorgen voor meer invloed en zeggenschap van mensen bij grote opgaven zoals de energietransitie of de woningbouwopgave. Voor de lokale overheden vernieuwt het kabinet de afspraken via het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau, met onder meer de mogelijkheid van het uitdaagrecht. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten worden actief ondersteund bij het opstellen en vormgeven van een participatieverordening. Het programma Democratie in Actie krijgt een vervolg in derde kwartaal van 2022 en in 2023 en zij ondersteunt gemeenten actief bij het versterken van de lokale democratie.

Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden Wat wil het kabinet? Aan de hand van de Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden (Udo) die in 2022 is geïntroduceerd, wordt met een afwegingsproces aan de voorkant beter inzichtelijk maakt wat de effecten voor medeoverheden zijn van nieuw beleid van het rijk. Op die manier brengt het kabinet de taken en middelen voor decentrale overheden beter met elkaar in balans. In voorkomende gevallen en aan de hand van nader te bepalen randvoorwaarden zou de betrokkenheid van de minister van BZK als sluitstuk kunnen leiden tot medeondertekening van wetsvoorstellen die medeoverheden raken. Deze contraseign komt voort uit een eerder aangenomen motie. Wat betekent dit voor gemeenten? De brede inzet van de Udo moet de positie van gemeenten bij nieuw beleid versterken, onder meer door een beter inzicht te geven in de uitvoeringskosten. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 9 Digitaal vergaderen Wat wil het kabinet? Tijdens de coronacrisis was fysiek vergaderen voor gemeenteraden niet altijd en overal mogelijk en heeft digitaal vergaderen zijn meerwaarde bewezen. Het kabinet werkt aan een permanente regeling voor digitale beraadslaging en besluitvorming. Het wetsvoorstel wordt in het eerste kwartaal van 2023 ingediend bij de Tweede Kamer.

Wat betekent dit voor gemeenten? Op dit moment is het voor gemeenteraden niet mogelijk om digitaal te beraadslagen en besluiten te nemen. Met de inwerkingtreding van een permanente regeling wordt het in elke situatie mogelijk om uit te wijken naar een digitaal alternatief. Verkiezingen Wat wil het kabinet? Het kabinet treft voorbereidingen voor de verkiezingen voor de Provinciale Staten en de waterschappen en voor de eilandsraden en kiescolleges in Caribisch Nederland op 15 maart 2023. Daarnaast werkt de minister van BZK, samen met de VNG, de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) en de Kiesraad, verder aan de uitvoering van de Verkiezingsagenda 2030 die in 2021 is opgesteld. In deze agenda staan maatregelen die in de komende jaren nodig zijn voor de verdere ontwikkeling en vernieuwing en het onderhoud van het verkiezingsproces. De robuustheid en de toegankelijkheid van het verkiezingsproces worden versterkt. Dit gebeurt onder meer door de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen. Daarnaast werkt het kabinet samen met de betrokken partijen aan een betere toegankelijkheid van de verkiezingen, zodat zoveel mogelijk kiesgerechtigden zelfstandig kunnen stemmen. Het kabinet treft ook voorbereidingen om te kunnen starten met de eerste experimenten met het nieuwe stembiljet.

Met een verzwaring van de rol van de Kiesraad in het verkiezingsproces en de vereenvoudiging van de procedure rondom kandidaatstellingen wordt gewerkt aan versterking van de kwaliteit. Het kabinet maakt vanaf 2023 structureel extra middelen vrij voor de uitvoering van de Verkiezingsagenda 2030 (€ 10,5 miljoen), waarbij ook gemeenten tegemoet worden gekomen in de stijgende uitvoeringskosten van het verkiezingsproces. Wat betekent dit voor gemeenten? De op handen zijnde structurele vernieuwingen in de Verkiezingsagenda 2030 vragen op korte en langere termijn belangrijke aanpassingen in de werkprocessen van gemeenten. De Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen zal bij de verkiezingen in maart 2023 voor het eerst van kracht zijn. Deze wet brengt wezenlijke veranderingen in de procedure van het (her)tellen van de stemmen en controleren van uitslagen. Voor de uitvoering ervan ontvangen gemeenten, via de algemene uitkering van het gemeentefonds, structureel € 3,3 miljoen. De VNG werkt, samen met het ministerie van BZK, het ministerie van VWS, de NVVB en de Kiesraad via het Actieplan toegankelijk stemmen verder aan de toegankelijkheid van de verkiezingen in maart 2023. Daarbij wordt onder meer ingezet op communicatie richting kiezers met een beperking of laaggeletterde kiezers.

Als de parlementaire behandeling van de Wet kiescollege niet-ingezetenen tijdig wordt afgerond in 2022, zullen op 15 maart 2023 ook de leden van het kiescollege voor niet-ingezetenen worden verkozen. De gemeente Den Haag is belast met de uitvoering van deze wet. Weerbaarheid en integriteit Wat wil het kabinet? Het kabinet wil in 2023 een nieuwe impuls geven aan de integriteit en weerbaarheid van het decentraal bestuur en de aantrekkelijkheid van politieke ambten. In het eerste kwartaal van 2023 stuurt het kabinet een integrale visie over integriteit van het openbaar bestuur naar de Tweede Kamer. Verder publiceert het kabinet in 2023 de tweejaarlijkse Staat van het bestuur. Dit biedt een beeld van hoe het decentrale openbaar bestuur in Nederland ervoor staat. Het kan aanleiding zijn voor het kabinet om nieuwe initiatieven voor het decentraal bestuur te nemen. Verder gaat het kabinet in 2023 het Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10 eigen beleid voor openbaar bestuur en democratie doorlichten. Ook dit kan tot nieuwe inzichten en initiatieven van het kabinet leiden. Het kabinet zet verder in op weerbaarheid van bestuur, middels het Programma Weerbaar Bestuur, met daarachter het Netwerk Weerbaar Bestuur.

De cijfers uit onder meer de meest recente tweejaarlijkse monitor Integriteit en Veiligheid laten zien dat veel actoren in het openbaar bestuur en vooral decentraal op gemeentelijk niveau, te maken hebben met bedreigingen en intimidaties, daarin is al jaren een stijgende trend te zien. De meldingsbereidheid en het aantal aangiften lopen juist terug. Het kabinet besteedt in 2023 ook expliciet aandacht aan de ondersteuning en de positie van decentrale volksvertegenwoordigingen, de burgemeester en de aantrekkelijkheid van politieke ambten. Bovendien vindt de verdere implementatie plaats van de ‘Wet aanpassing APPA en enkele andere wetten 2021’. Dit omvat een aangepast Sollicitatiebesluit en het inhoudelijk gelijktrekken van de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers met het ABP-regelement. Verder werkt het kabinet aan het plan om de politieke pensioenen onder te brengen in het nieuwe pensioenstelsel, waarvoor eind 2023 het wetsvoorstel in consultatie gaat. Wat betekent dit voor gemeenten? Overheidsorganisaties en vertegenwoordigers daarvan hebben helaas steeds vaker te maken met agressie, intimidatie en andere ondermijnende invloeden. Politieke ambtsdragers of ambtenaren moeten zonder oneigenlijke druk of dwang van buitenaf hun ambt kunnen vervullen.

Daarom wordt als reactie op de steeds vaker voorkomende intimidatie en agressie ingezet op weerbaarheid en veiligheid. De integriteit van bestuurders is belangrijk voor het vertrouwen van inwoners in de overheid. Dat vertrouwen is het fundament onder onze democratische rechtsstaat. Een onderdeel hiervan is het aantrekkelijk houden en maken van de positie van politieke ambtsdragers. Bij een aantrekkelijk politiek ambt voor diverse groepen hoort ook een daarop toegesneden rechtspositie. Extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust Wat wil het kabinet? Bij het ministerie van BZK zijn er zorgen om de blijvende dreiging vanuit de jihadistische beweging, met daarnaast de steeds groter wordende dreiging vanuit rechts-extremistische hoeken. Dit komt ook terug in de begroting van J&V. Verder vormen complotdenkers en andere groepen die standaard tegen de overheid ageren een grotere bedreiging van de overheid, waarbij de digitale wereld waarin zij zich begeven als uitdaging wordt gezien. De aanpak van de jihadistische dreiging is effectief gebleken en het kabinet bouwt voort op de lijn die in 2022 is ingezet. Het onderwerp van maatschappelijke onrust houdt nauw verband met extremisme en radicalisering. Vanuit het ministerie van BZK wordt ook in 2023 verder ondersteuning aangeboden aan landelijke en lokale partners met betrekking tot maatschappelijke onrust en ongenoegen.

De daarvoor aangestelde adviescommissie ‘Versterken weerbaarheid democratische rechtsorde’ zal daarbij een grote rol gaan spelen. De uitkomsten van de onderzoeken van deze commissie zullen enerzijds moeten bijdragen aan de weerbaarheid van onze democratie tegen polarisatie, extremisme en radicalisering. Anderzijds moeten deze onderzoeken het de democratische rechtsorde versterken en het vertrouwen daarin vergroten. Zie hieronder ook onder desinformatie. De rol en taak van de AIVD wordt hierbij nog expliciet benoemd. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is goed dat succesvolle aanpakken en methodes worden voortgezet in het kader van de aanpak van extremisme en radicalisering. Daarin is voor gemeenten de relatie met het preventiebeleid van groot belang, zoals dat bijvoorbeeld bestaat (en nog verder wordt ontwikkeld) voor het tegengaan van jeugdcriminaliteit en de jonge aanwas voor de criminele netwerken rond ondermijnende criminaliteit. Gemeenten zoeken ook naar de manieren waarop zij de kwetsbare groepen in hun digitale wereld kunnen bereiken. Rond de reactie op en aanpak van maatschappelijke onrust en sentimenten staat niet wat het kabinet expliciet gaat doen in 2023 aan de verder polariserende maatschappij en de mogelijke gevaren Vereniging van Nederlandse Gemeenten 11 hiervan op zowel sociaaleconomisch als geografisch gebied.

In de rijksbegroting staat geen specifieke visie hierop en er zijn voor deze aanpak geen extra middelen beschikbaar gesteld. Desinformatie Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt samen met andere betrokken partijen om desinformatie aan te pakken. Dat doet het om de weerbaarheid tegen desinformatie te vergroten, de informatiepositie te verstevigen en te reageren als het nodig is. Daarnaast werkt het kabinet op Europees niveau aan regels die ervoor moeten zorgen dat sociale mediabedrijven de verspreiding van desinformatie verminderen. Daarnaast werkt het ministerie van BZK op Europees niveau aan regels die ervoor moeten zorgen dat sociale mediabedrijven de verspreiding van desinformatie verminderen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zien zich in toenemende mate geconfronteerd met maatschappelijk onbehagen en onrust. Deze wordt steeds vaker digitaal gevoed met desinformatie en/of complottheorieën en komt tot uiting in zowel de online en fysieke leefwereld. De aanbevelingen van de adviescommissie Versterken weerbaarheid democratische rechtsorde zullen eraan bijdragen om de kans op escalatie voortkomend uit het maatschappelijk onbehagen te verkleinen. Bovenstaande zal vorm krijgen in het voortzetten van de interbestuurlijke ondersteuning door middel van leeraanbod en een ondersteuningsnetwerk.

Daarnaast zal vanuit de behoefte op informatiepositie van lokale bestuurders de mogelijkheden worden onderzocht voor online monitoring bij maatschappelijke onrust. DIGITALE OVERHEID EN DIGITALE SAMENLEVING Waardengedreven digitale samenleving Wat wil het kabinet? Digitalisering verandert de samenleving. Zij verrijkt onze maatschappij en heeft ons leven aangenamer en makkelijker gemaakt. Tegelijkertijd zorgt het voor een digitale kloof en groeiende ongelijkheid in de samenleving en staan waarden als privacy en zelfbeschikking onder druk. Voor het kabinet is het de uitdaging om deze kansen te pakken en deze uitdagingen aan te gaan. Het kabinet neemt haar verantwoordelijkheid door een sterke, anticiperende rol te spelen in de digitalisering die past bij Nederlandse waarden als veiligheid, democratie en zelfbeschikking. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat het kabinet een impuls geeft aan de borging van publieke waarden en grondrechten in de digitale samenleving. Sinds de komst van de Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering klinkt er een stevig geluid op dit onderwerp. Gemeenten hebben baat bij de ontwikkeling van instrumenten die hen helpen om maatschappelijk verantwoord te innoveren. Tegelijkertijd zijn de extra inspanningen op het eerste oog beperkt.

Gemeenten staan klaar om instrumenten als de Code Goed Digitaal Openbaar bestuur of de Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmen (IAMA) in de praktijk te toetsen, maar hebben daar geen middelen voor. Het digitale fundament Wat wil het kabinet? De kabinetsaanpak van digitalisering bestaat uit vier onderdelen die sterk vervlochten zijn: vanuit het digitale fundament (de democratische randvoorwaarden) werkt zij aan het digitaliseren van de overheid, de samenleving en de economie. Hierbij zet het kabinet de mens centraal. Het ministerie van BZK voert de regie op de hoofdlijnen van het kabinetsbrede digitaliseringsbeleid en richt zich op het digitale fundament en op de digitale overheid. Om de Nederlandse democratische waarden en grondrechten te waarborgen investeert het kabinet in een stevig (digitaal) fundament. Nederland heeft een vertaling nodig van het maatschappelijk Vereniging van Nederlandse Gemeenten 12 fundament (democratie, grondrechten en rechtsstaat) naar de digitale context. Hiertoe ontwikkelt het kabinet een langetermijnvisie met handelingsperspectieven: een jaarlijks te actualiseren Werkagenda Digitalisering. Zo geeft het kabinet richting aan de snelle en voortdurende ontwikkeling van de digitalisering. Ook stimuleert het ministerie van BZK de interbestuurlijke samenwerking, onder andere met regiodeals, citydeals en de agenda stad.

Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten hadden behoefte aan één aanspreekpunt op het gebied van digitalisering en dat is er met de aanstelling van de Staatssecretaris van Digitalisering gekomen. De Werkagenda Digitalisering vormt een belangrijke uitwerking van het beleid op het gebied van digitalisering. Gemeenten zitten stevig aan tafel bij de vorming van de werkagenda en benadrukken het interbestuurlijke karakter van de maatschappelijke opgave waar we als overheden voor staan. Gemeenten zullen bovendien bijdragen aan de uitvoering van de gezamenlijke ambities. Door deelname aan de regiodeals, citydeals en agenda stad is stimulering mogelijk. Digitalisering in Europa, Nederland en Internationaal Wat wil het kabinet? Europa komt vaak in de rijksbegroting terug, maar dan gaat het vooral over de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis en de geopolitieke context. Hierin wil het kabinet proactief zijn. Er wordt heel beperkt gesproken over de Europese kaders die op korte termijn op Nederland afkomen vanuit de Digital Decade en Green Deal. Het ministerie van BZK geeft aan hier proactief in te willen acteren maar dit is nergens concreet gemaakt Wat betekent dit voor gemeenten? De impact van de nieuwe Europese kaders zijn groot en moeten naar verwachting in 2026 geïmplementeerd zijn.

De verwachte ontwikkel-, implementatie en beheerkosten in de komende twee jaar zullen naar verwachting heel groot zijn. Hier is in de begroting niks voor opgenomen. De investeringen en de Europese kaders bieden een oplossing voor de verschillende crisissen mits goed geïmplementeerd. Datagedreven werken en de interbestuurlijke datastrategie Wat wil het kabinet? Door meerdere ministeries wordt expliciet gesproken over datagedreven werken, of over het veilig en verantwoord inzetten van data en algoritmen voor betere beleidsvorming en dienstverlening. Het gaat dan om het verzamelen (of inkopen) van data, het delen van data en het maken van afspraken en infrastructuren om data te delen. Het ministerie van BZK coördineert de interbestuurlijke datastrategie (IBDS), met financiering tot en met 2031. Via de IBDS wordt het stelsel van basisregistraties doorontwikkeld tot een federatief datastelsel. Daarnaast wordt gewerkt aan concrete dataprojecten voor maatschappelijke opgaven door het ministerie van BZK en andere ministeries. Wat betekent dit voor gemeenten? De interbestuurlijke datastrategie is in 2021 samen met de VNG opgesteld. De IBDS zit nu in de opstartfase en ook nu is de VNG in de uitvoering op alle niveaus betrokken. Gemeenten kunnen ondersteuning krijgen bij dataprojecten, vragen indienen bij de adviesfunctie, en snellere samenwerkingen vinden.

Ook bij de vakdepartementen begint meer bewustzijn over datagedreven werken te komen. De VNG blijft zich in samenwerking en gesprek ervoor inzetten om datavoorzieningen van het rijk ook toegankelijk en bruikbaar voor gemeenten te maken. Werk aan Uitvoering Wat wil het kabinet? In het Coalitieakkoord is vastgelegd dat het kabinet werkt aan een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is en het programma Werken aan Uitvoering (WaU) voortzet. Het ministerie van BZK zet hierbij in op de digitale identiteit, regie op gegevens, een voortgang van de datastrategie en een centraal digitaal loket binnen Europa. Ook wordt met andere departementen Vereniging van Nederlandse Gemeenten 13 verder gewerkt aan de één-loketfunctie en het handelingsperspectief voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties. Vanuit het WaU-budget zijn middelen beschikbaar voor het verbeteren van de uitvoering en dienstverlening. Een deel van deze middelen wordt overgeboekt van de aanvullende post naar de begroting van SZW. Met de middelen wordt, onder andere, geïnvesteerd in de digitalisering van de SVB en het programmabureau WaU (onderdeel van SZW) om de dienstverlening van de overheid te verbeteren (€ 25 miljoen in 2027). Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten zijn nauw betrokken bij het programma WAU. Er zijn verschillende sporen waaronder activiteiten worden geschaard.

Bijvoorbeeld: Gemeenten denken actief mee in het vormgeven van een loketfunctie waarin er mogelijkheid is tot persoonlijk contact en inwoners terecht kunnen met hun vragen. Daarnaast zijn gemeenten betrokken bij het versnellen van de digitale agenda, en het verbeteren van de uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving. Single Digital Gateway (SDG) Wat wil het kabinet? ICTU ontvangt een bijdrage voor activiteiten voor de Single Digital Gateway. Het betreft ondersteuning in contacten met Nederlandse overheidspartijen, belanghebbenden en van het ministerie van BZK in de rol van Nationaal Coördinator SDG in contacten met de Europese Commissie ter uitvoering van de SDG. Daarnaast voert ICTU activiteiten uit om overheidsorganisaties te stimuleren de SDG in Nederland te implementeren. De activiteiten in 2023 staan in het teken van het optimaliseren van informatie en procedures die via het portaal Your Europe beschikbaar worden gesteld. Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten dienen aan te sluiten op de invoervoorziening SDG voor 31 december 2022 om uitvoering te geven aan de verplichtingen uit annex I van de SDG. Het ministerie van BZK (ICTU) en de VNG werken samen om gemeenten te helpen bij de implementatie van de openstelling van procedures. Open overheidsinformatie Wat wil het kabinet? In 2022 is de Wet open overheid gedeeltelijk in werking getreden.

Het agentschap Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP) werkt in opdracht van BZK aan het inrichten van het Platform voor openbare overheidsinformatie (PLOOI). Dit is de beoogde publicatievoorziening voor documenten die volgens de Woo actief openbaar moeten worden gemaakt. Naar verwachting wordt in 2023 gestart met het verplicht actief openbaar maken van de eerste categorieën. Op een nader te bepalen moment in 2023 zal de verplichting uit de Wet elektronische publicaties (Wep) om conceptstukken digitaal ter inzage te leggen in werking treden. Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten zullen de komende vijf jaar gefaseerd de actieve openbaarmaking van Woo-informatiecategorieën moeten implementeren. Daartoe ontvangen zij in totaal een bedrag van € 164 miljoen via het gemeentefonds. De VNG spant zich ervoor in dat de inrichting van PLOOI aansluit op de standaarden en werkwijze van gemeenten. Hiernaast moeten zij de informatiehuishouding op orde brengen. Voor dit onderdeel zijn geen extra middelen beschikbaar gesteld. De VNG zal vanuit het project Grip op informatie gemeenten informeren en ondersteunen, onder meer via leveranciersmanagement, en kennisdeling bevorderen. KOOP ondersteunt de digitale terinzagelegging niet centraal; gemeenten kunnen hiervoor een digitale applicatie op de markt aanschaffen.

Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) Wat wil het kabinet? Er zijn momenteel circa 500 Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) bij bibliotheken, een project van de uitvoeringsorganisaties verenigd in de Manifestgroep en de Koninklijke Bibliotheek. Alle Vereniging van Nederlandse Gemeenten 14 inwoners kunnen terecht bij deze fysieke hulppunten in de buurt voor problemen of vragen over (online) overheidsdienstverlening. De begroting laat zien dat in 2023 € 20,9 miljoen is gereserveerd ten behoeve van de IDO’s. De Alliantie Digitaal Samenleven ontvangt een subsidie ter bevordering van de digitale bewustwording ten behoeve van mensen die niet mee kunnen doen in de digitale samenleving. BZK zet zich verder voor digitale inclusie, vermindering van regeldruk voor burgers, digitaal bewustzijn en zelfredzaamheid. Wat betekent dit voor de gemeenten? Eerder spraken de VNG en het ministerie van BZK af dat de financiering IDO’s per 2023 naar de gemeenten wordt overgeheld. De VNG ondersteunt gemeenten bij de voorbereiding op deze taak vanuit het project Lokale regie op IDO’s, onder meer met een handreiking. De VNG en het ministerie voeren momenteel overleg over een specifieke uitkering om IDO’s in stand te houden en digitale inclusie langs deze weg te bevorderen.

Op basis daarvan zullen gemeenten per 1 januari 2023 middelen ontvangen, waarmee de subsidieaanvragen die bibliotheken in verband met het IDO hebben gedaan kunnen worden bekostigd. Gemeenten kunnen via de Alliantie samenwerken met onder meer het bedrijfsleven samenwerken om digitale inclusie te bevorderen. Inclusieve dienstverlening: Omnichannel Wat wil het kabinet? De VNG ontvangt ongeveer € 3 miljoen subsidie voor de verdere ontwikkeling van de omnichannel aanpak en de bijbehorende implementatie. Gebruikers Centraal ontvangt een bijdrage voor het werken aan de gebruiksvriendelijke, begrijpelijke, inclusieve (online) dienstverlening en communicatie van de overheid. Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten kunnen gebruik maken van de innovatieve MijnZaken track & trace functionaliteit van Omnichannel die wordt ontwikkeld door de pilotgemeenten. Dit wordt begeleid door VNG Realisatie en geïmplementeerd in digitale kanalen. Via MijnZaken kan aan burgers en ondernemers op transparante wijze statusinformatie over aanvragen van gemeentelijke producten worden geboden. Gemeenten kunnen via Gebruikers Centraal kennisnemen van Omnichannel en andere producten, modellen en standaarden die worden ontwikkeld om inclusieve dienstverlening te bevorderen.

Digitale toegankelijkheid Wat wil het kabinet? De VNG ontvangt een subsidie ten behoeve van het aanjagen van de digitale toegankelijkheid bij gemeenten. Logius ontvangt een bijdrage voor DigiToegankelijk.nl. Dit betreft de ondersteuning aan overheidsorganisaties bij het implementeren van de toegankelijkheidsrichtlijn WCAG 2.1. Zo dienen websites en mobiele applicaties voor iedereen bruikbaar te zijn: jong, oud, met of zonder beperking. Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten zijn verplicht uitvoering te geven aan het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid (BDTO). De VNG spant zich in om compensatie te krijgen voor de kosten die deze opgave met zich meeneemt. Het ministerie van BZK en de VNG zijn in gesprek over de inrichting van het interbestuurlijk toezicht, waarvan is afgesproken dat deze niet bij de provincies komt, maar landelijk wordt georganiseerd. ICTU zal een programma starten dat voorstellen doet en tools ontwikkelt voor het interbestuurlijke toezicht. Het VNG Aanjaagteam digitale toegankelijkheid draagt bij aan de gemeentelijke implementatie van het BDTO. Archieven Wat wil het kabinet? In 2022 is de Tweede Kamer begonnen met de behandeling van het wetsvoorstel tot modernisering van de Archiefwet 1995. Behandeling in beide Kamers zal naar verwachting duren tot in het jaar 2023.

Ook na het voorgenomen uittreden door het Ministerie van OCW uit de gemeenschappelijke Vereniging van Nederlandse Gemeenten 15 regelingen rondom de 11 Regionale Historische Centra per 1 januari 2024 zal de bijdrage ten behoeve van het bewaren van decentrale rijksarchieven worden voortgezet. Wat betekent dit voor de gemeenten? Volgens het wetsvoorstel moeten gemeenten een archivaris aanstellen en eerder, na 10 jaar, te bewaren documenten naar de archiefdienst overbrengen. De impact van de Archiefwet is mede afhankelijk van de eisen in het nieuwe Archiefbesluit en de Archiefregeling. In 2022-2023 zal daarom door VNG een nadere uitvoeringstoets worden opgesteld. De betreffende gemeenten zullen geen financiële gevolgen van het uitreden van het rijk uit de RHC’s moeten ondervinden. De RHC’s zullen een eigen e-depotvoorziening moeten treffen. Reisdocumentenstelsel Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het betrouwbare imago van het Nederlandse reisdocument hoog houden. In 2023 gaat het kabinet verder met de verbetering van het reisdocumentenstelsel. Naast de voorzetting van het project Verbeteren Reisdocumenten Stelsel (VRS) worden projecten gestart gericht op het verbeteren van het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten.

Dit proces zal simpeler en minder mens-afhankelijk worden ingericht, met als doel onder andere onterechte verstrekking van reisdocumenten en onterecht vervallen van reisdocumenten te voorkomen. Daarnaast werkt het kabinet aan de online identiteit binnen het gehele stelsel. Wat betekent dit voor gemeenten? De beoogde verbeteringen voor het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten, zullen impact hebben op de huidige gemeentelijke taken, processen en informatievoorzieningen hierin. De VNG zal dan ook samen met de NVVB de beoogde verbeteringen beoordelen, beïnvloeden en wanneer nodig op impact laten toetsen. Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) Wat wil het kabinet? De nieuwe besturing van de GDI is vanaf 2022 van start gegaan, waarbij de politieke verantwoordelijkheid en de opdrachtgeversrol van het ministerie van BZK beter zijn verankerd. De centrale financiering loopt vanaf 2023. Het wordt het eenvoudiger om het gebruik van de GDI te bepalen op basis van de meerwaarde voor burgers en ondernemers, omdat de gebruikers niet meer financieel hoeven bij te dragen aan de kosten van de GDI. Wat betekent dit voor gemeenten? De nieuwe governancestructuur van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Digitale Overheid (MIDO) is begin 2022 in werking getreden en begint verder vorm te krijgen.

De VNG brengt via deze structuur van de GDI, al dan niet in samenwerking met andere medeoverheden, wensen en eisen van gemeenten in bij de uitwerking van de nieuwe structuur. Hierbij zetten we ons in voor meer invloed op het beleid, de kosten en meer ruimte voor onze functionele wensen en prioriteiten. Gemeenten kunnen de GDI dan effectief benutten voor verdergaande digitalisering van de gemeentelijke dienstverlening. De centrale financiering houdt voor gemeenten in dat er een structurele uitname uit het gemeentefonds is voor de GDI. Via die weg dragen gemeenten als gebruiker wél bij aan de kosten van de GDI. Deze centrale financiering moet leiden tot minder administratieve lasten door naheffingen en verrekenprocessen voor gecombineerde belastingsamenwerkingen met waterschappen. Geo-informatie en geo-basisregistraties Wat wil het kabinet? Omdat de minister van BZK een regisserende rol heeft ten aanzien van de geo-informatie in Nederland en systeemverantwoordlijk is voor de Nationale Geo=informatie-infrastructuur wil het kabinet zorgen voor een toekomstvaste exploitatie van de geo-basisregistraties en basisvoorzieningen en de verdere doorontwikkeling van deze nationale geo-informatie-infrastructuur in het kader van de ontwikkelvisie Doorontwikkeling in Samenhang (DiS-Geo).

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 16 Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten vervullen een grote rol binnen het stelsel van basisregistraties en daarbinnen de geo-basisregistraties. De doorontwikkeling is voor hen dan ook een belangrijke ontwikkeling waar zij al jaren over meedenken. Tot op heden waren belangrijke randvoorwaarden zoals financiering niet ingevuld, waardoor voortgang uitbleef. De passage in de rijksbegroting biedt een opening om tot nieuwe financiële afspraken te komen, zodat in het kader van maatschappelijke opgaven in het fysiek domein ervoor gezorgd kan worden dat de benodigde geo-informatie hiervoor beschikbaar komt en blijft. WONEN EN RUIMTELIJKE ORDENING Woningbouwimpuls Wat wil het kabinet? Met de regeling Woningbouwimpuls (Wbi) kunnen gemeenten een bijdrage krijgen om het woningtekort op te lossen. De beschikbare middelen van € 222 miljoen zijn bestemd voor de vijfde tranche van de Wbi. Voor de Wbi is na 2023 geen budget meer gereserveerd. Wat betekent dit voor gemeenten? De 4e tranche van de Woningbouwimpuls is inmiddels gesloten. In december 2022 wordt bekend welke projecten een bijdrage krijgen voor het versnellen van de bouw. De vijfde tranche van de Wbi is nog in voorbereiding. Ouderenhuisvesting Wat wil het kabinet? Begin 2022 is de regeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting opengesteld.

Voor ouderenhuisvesting is in 2023 € 18 miljoen beschikbaar. Met het totale bedrag kunnen ongeveer 250 ontmoetingsruimten worden gebouwd. Een geclusterde woonvorm met één ontmoetingsruimte omvat gemiddeld 47 woningen. In totaal kunnen hierdoor ongeveer 12 duizend ouderenwoningen mogelijk worden gemaakt. Wat betekent dit voor gemeenten? De stimuleringsregeling is te vinden op de website van de RVO en loopt tot 30 november 2022. Volkshuisvestingsfonds Wat wil het kabinet? In het Coalitieakkoord is het vervolg van het volkshuisvestingsfonds (VHF) aangekondigd. Voor het fonds worden extra middelen gereserveerd voor 2023 tot en met 2026. Het fonds is gericht op herstructurering van de bestaande woningvoorraad in kwetsbare gebieden door middel van een impuls in leefbaarheid, (maatschappelijke) voorzieningen en buitenruimte. Het kabinet stelt in 2023 € 142,5 miljoen beschikbaar voor medeoverheden. Wat betekent dit voor gemeenten? In het coalitieakkoord is bekendgemaakt dat het Volkshuisvestingsfonds wordt verlengd. Het is nog niet bekend wanneer de regeling opnieuw open gaat. Grootschalige woningbouwgebieden Wat wil het kabinet? Het kabinet stelt in 2023 € 475 miljoen beschikbaar aan gemeenten ten behoeve van grootschalige woningbouwgebieden. Dit betreffen middelen voor de inzet van brede gebiedsontwikkeling in de 17 grootschalige NOVEX woningbouwlocaties en daarbuiten.

Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet komt nog met een specifieke uitkering. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 17 Nationaal Isolatieprogramma Wat wil het kabinet? Het kabinet wil (kwetsbare) huishoudens financieel ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen. Daarom stelt het in 2023 en 2024 in totaal € 300 miljoen extra beschikbaar voor het Nationaal Isolatieprogramma. Wat betekent dit voor gemeenten? Vanaf 2023 kunnen gemeenten plannen indienen voor de lokale aanpak van het Nationaal Isolatieprogramma (actielijn 1). Wonen en Zorg Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een werkagenda opstellen over huisvesting voor ouderen op basis van bestuurlijke afspraken ‘Wonen voor Ouderen’ van april 2021, waarbij aangegeven is dat pas een volgend kabinet een besluit neemt. Dit wekt de indruk dat besluiten over de huisvesting uitgesteld worden. In de brief van 4 juli aan de Tweede Kamer heeft de minister van langdurige zorg evenwel aangegeven dat het scheiden wonen en zorg doorgezet wordt en de capaciteit van intramurale pleegzorgplekken wordt bevroren op 130 duizend. Vanwege de vergrijzing is er zekerheid nodig over het bouwen van geclusterde ouderenwoningen zonder zorg, maar ook met pleegzorg. In deze paragraaf geeft het kabinet aan dat pas een volgend kabinet hierover een besluit zal nemen.

Wat betekent dit voor gemeenten? Uitstel van besluiten omtrent de huisvesting van zorgbehoevende ouderen gaat over vijf tot tien jaar forse problemen opleveren voor gemeenten en zorgverleners, maar ook voor de zorgvragers zelf en hun mantelzorgers. Het is ondertussen onwaarschijnlijk dat de bouwambities uit de bestuurlijke afspraken van 2021 gerealiseerd worden. Allereerst door algemene problemen in de woningbouw (stikstof, prijzenstijgingen, tekorten aan grond en arbeidskrachten). Ten tweede omdat de Nationale Prestatieafspraken met de corporaties van juli 2022 wel voorzien in 50 duizend geclusterde ouderenwoningen, maar niet in 50 duizend aanvullende woningen waarin verpleegzorg geleverd wordt. Dergelijke woningen hebben ook een hogere onrendabele top. Het aantal 75-plussers in de bevolking stijgt van 1,4 miljoen in 2020 naar 2 miljoen in 2030, waarvan 560 duizend ouder dan 85. Zonder voldoende geschikte woningen komt de houdbaarheid van de Wmo verder onder druk. Gemeenten worden geconfronteerd met een forse toename van zorgvragen van ouderen en daarmee een stijging van Wmo-uitgaven in de komende tien jaar.

Het is daarom van belang om de geplande uitbreidingen van intramurale (verpleeg)zorginstellingen en verpleegzorgplekken zoveel mogelijk door te zetten en ook om bestaand zorgvastgoed zoveel mogelijk te behouden, danwel om te laten zetten naar vormen van zelfstandige ouderenwoningen. Huisvestingspakket statushouders Wat wil het kabinet? Voor de huisvesting van statushouders neemt het kabinet een pakket aan maatregelen. In lijn met het programma ‘Een thuis voor iedereen’ en het Woningbouwprogramma wordt vanuit de middelen voor de Woningbouwimpuls (€ 100 miljoen) versneld ingezet op de transformatie van bestaande gebouwen en de bouw van nieuwe flexwoningen. Het rijksvastgoedbedrijf is momenteel bezig met de aankoop van 2 duizend flexwoningen. Gemeenten en corporaties kunnen deze plaatsen, waarna ze eventueel landelijk verplaatst kunnen worden. Ook zal het rijksvastgoedbedrijf enkele bestaande en nog aan te kopen panden transformeren voor de tijdelijke huisvesting van statushouders. Daarnaast heeft het rijk toegezegd dit jaar met een landelijke garantieregeling te komen. Hiermee wordt aan partijen meer zekerheid geboden over de herplaatsing en exploitatie van tijdelijke woningen, waardoor sneller investeringsbeslissingen kunnen worden genomen.

Als uitgangspunt geldt daarbij dat eventuele restrisico’s bij uitputting van het budget evenredig worden gedragen Vereniging van Nederlandse Gemeenten 18 door gemeenten, corporaties en het rijk. Komende tijd zal de regeling conform het beleidskader voor risicoregelingen worden uitgewerkt. Tot slot is er ter ondersteuning van tijdelijke woningbouwprojecten door BZK een Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting gecreëerd. Het kabinet stelt hiervoor € 12 miljoen beschikbaar. De Taskforce kan advies en in sommige gevallen financiële ondersteuning bieden. Gemeenten die hierin geïnteresseerd zijn kunnen contact opnemen met de Taskforce via het contactformulier op realisatiehuisvesting.nl . Wat betekent dit voor gemeenten? In de bestuurlijke afspraken over asielopvang staat het streven om in de tweede helft van dit jaar 20 duizend statushouders te huisvesten. Dat is meer dan de vastgestelde taakstelling, met het doel een versnelde uitstroom uit de COA-opvang te realiseren en zo de crisisnoodopvang af te kunnen bouwen. De financiële impuls vanuit het rijk kan hieraan bijdragen. Desalniettemin blijft dit – gezien de zeer krappe woningmarkt en andere te huisvesten aandachtsgroepen – een fikse opgave. Naar verwachting blijft ook de taakstelling voor 2023 relatief hoog.

KONINKRIJKSRELATIES Caribisch deel van het Koninkrijk Wat wil het kabinet? Het kabinet wil in Caribisch Nederland (de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) werken aan de verbetering van bestaanszekerheid en het verminderen van armoede. Vanaf 2023 is hiervoor structureel € 30 miljoen extra beschikbaar gesteld. Het kabinet besteedt specifiek aandacht aan het versterken van de bestuurs- en uitvoeringskracht van de eilanden. Samen met de VNG is er een pilotproject gestart voor een uitwisselingsnetwerk tussen Europees Nederlandse gemeenten en het Caribisch deel van het Koninkrijk (de drie openbare lichamen en de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten). Wat betekent dit voor gemeenten? Nederlandse gemeenten kunnen deelnemen aan het uitwisselingsnetwerk en kennis en expertise delen voor de versterking van het lokaal bestuur in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Via VNG International worden hulpverzoeken van de eilanden voor technische assistentie gekoppeld aan Nederlandse gemeenten. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 19 3 Justitie en Veiligheid Aanpak georganiseerde criminaliteit Georganiseerde criminaliteit heeft een ondermijnende uitwerking op de samenleving en tast de leefbaarheid en veiligheid aan. Ook andere problemen van inwoners vragen om aandacht en zorg, bijvoorbeeld bij mensen met onbegrepen gedrag en mensen die terugkeren uit detentie.

Rode draad is dat verschillende overheden zich samen moeten richten op inwoners in wijken, buurten en gebieden. Domeinoverstijgende aanpak is hierbij het sleutelwoord. Jongeren zijn extra kwetsbaar voor verlokkingen enerzijds maar anderzijds ook gevoelig voor druk en dwang om het verkeerde pad te kiezen. Met de rijksbegroting voor 2022 en het coalitieakkoord werd het tij van bezuinigen op veiligheid gelukkig al gekeerd en omgebogen naar investeren. Wat wil het kabinet? Aanpak ondermijnende criminaliteit De aanpak van ondermijning wordt samen met alle overheidspartijen verder uitgebouwd. Investeringen zijn gericht op verdere versterking van opsporing en vervolging, de kroongetuigenregeling, internationale samenwerking, de aanpak van logistieke knooppunten en de aanpak van criminele geldstromen. Daarnaast zijn de middelen in de begroting verwerkt voor de versterking van de aanpak door de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s), de plannen rond preventie met gezag, de aanpak van mainports en het Strategisch Kenniscentrum. In het regeerakkoord was extra geld vrijgemaakt voor de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. In 2023 wordt er € 40 miljoen beschikbaar gesteld. Dit bedrag loopt op tot € 100 miljoen vanaf 2025. Preventieve aanpak van georganiseerde jeugdcriminaliteit en bredere veiligheidsproblematiek Hiervoor is in 2023 € 143 miljoen beschikbaar.

In 2022 startte de aanpak al in 15 gemeenten waar problemen met jonge criminelen het grootst zijn. Met het geld verlengt het kabinet de aanpak om kwetsbare jongeren op het rechte pad te houden en ontstaat er ruimte voor uitbreiding van de aanpak. De plannen gaan uit van een domeinoverstijgende en wijkgerichte aanpak. Het kabinet zet in op preventie door te investeren in het voorkomen en bestrijden van (jeugd) criminaliteit, aanpak van personen met verward gedrag en het voorkomen van recidive door maatwerk in de gevangenis en huisvesting van ex-gedetineerden. Het doel is om (ergere) problematiek te voorkomen. Hiervoor is een investering noodzakelijk in de ondersteuning en zorg van de desbetreffende inwoners. De investering hierin vanuit het ministerie van VWS moet vorm krijgen in de afspraken rond het Integraal Zorg Akkoord (zie hoofdstuk 9) die nog niet in de Miljoenennota zijn verwerkt. Drugshandel via internationaal transport terugdringen Het kabinet maakt in 2023 € 20 miljoen vrij om drugshandel via logistieke knooppunten (zoals havens en vliegvelden) tegen te gaan. Het extra geld gaat bijvoorbeeld naar het weerbaarder maken van havenwerknemers, zodat criminelen hen niet kunnen inzetten in de drugshandel. Betere terugkeer van gedetineerden in de samenleving Het kabinet maakt plannen voor meer omscholing en bijscholing voor gedetineerden.

In 2023 gaat daar € 2 miljoen naartoe. Een stabiele baan en inkomen moeten terugval in crimineel gedrag voorkomen. In 2025 maakt het kabinet tot maximaal € 5 miljoen vrij voor om- en bijscholing voor een betere terugkeer van gedetineerden in de samenleving. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 20 Aanpak mensenhandel Er wordt € 2 miljoen structureel vrijgemaakt voor de voortzetting en versterking van het programma Samen tegen mensenhandel. Versterking aanpak seksuele misdrijven Het kabinet heeft € 27,5 miljoen vrijgemaakt voor de versterking van de aanpak seksuele misdrijven. Overlast Het kabinet faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de VNG en gemeenten. Wat betekent dit voor gemeenten? Inzetten op hotspots van criminaliteit en op de doelgroepen die het meest kwetsbaar zijn voor dader- en slachtofferschap beantwoordt aan de behoefte van gemeenten om hun inwoners te beschermen, zelfredzaam te maken en om de leefbaarheid te vergroten. Een deel van de investering wordt beschikbaar gesteld aan regionale pilots voor de domeinoverstijgende wijkaanpak gericht op het voorkomen van jeugdcriminaliteit en de aanpak van personen met verward gedrag.

De problematiek is dermate complex dat gemeenten hiervoor niet alleen aan de lat staan, maar vraagt om een stabiele samenwerking met diverse zorg- en veiligheidspartners. Voor gemeenten dient de gemeentelijke uitvoeringskracht structureel te worden versterkt om volwaardig partner te kunnen zijn. Het kabinet zet in op een aanpassing in de Paspoortwet om ervoor te zorgen dat het ontbreken en verkrijgen van een geldig identiteitsbewijs geen knelpunt mag zijn voor ex-gedetineerden in de terugkeer in de samenleving. De burgemeesters van een gemeente waar een Penitiaire Inrichting staat, krijgen een extra bevoegdheid vanuit de Paspoortwet. Het doel is om te voorkomen dat een gedetineerde zonder geldig identiteitsbewijs terugkeert in de samenleving. Het is belangrijk dat de extra middelen een verschil gaan maken voor de uitvoeringskracht van (de betreffende) gemeenten en de partners waarmee zij samenwerken. Dit moet nog blijken, aangezien de uitvoeringskracht over de gehele linie onder druk staat. Politie; de basis op orde Wat wil het kabinet? Een deel van de in het regeerakkoord beschikbaar gestelde € 200 miljoen voor de politie wordt gebruikt om de basis op orde te krijgen. Hiertoe wordt geïnvesteerd in preventie, herstel en re-integratie van politiemedewerkers met PTSS. Ook worden informatiesystemen vernieuwd en worden meldkamers uitgebreid.

Tot slot wordt de interceptiedesk (de afdeling die zorgt voor het correct uitzetten van vorderingen naar bijvoorbeeld buitenlandse partijen) versterkt en gecontinueerd als onderdeel van de specialistische opsporing. Wat betekent dit voor gemeenten? 2023 staat in het teken van het op orde krijgen van de operationele politiecapaciteit en het bouwen aan een politie die klaar is voor de toekomst. De operationele formatie breidt de komende jaren uit met 2.400 fte. Hier bovenop worden in 2024 en 2025 700 extra agenten opgeleid voor in de wijk. In achtereenvolgende cohorten starten aspiranten die formatie uitbreiding zullen bezetten. De eerste groepen aspiranten zullen naar verwachting in 2023 afstuderen van de vernieuwde basisopleiding en instromen in de politieorganisatie. Met die instroom neemt de druk op de lokale basisteams enigszins af. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 21 Crises en crisisstructuren Wat wil het kabinet? Ontwikkelingen in de afgelopen jaren hebben aangetoond dat sociale (interne) en fysieke (externe) veiligheid steeds meer met elkaar zijn verbonden. Daartoe zijn goede crisisstructuren nodig, die ook toekomstbestendig zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? In 2023 wordt onder andere samengewerkt in het programma ‘Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg’.

Op centraal niveau wordt in het wettelijk kader de regierol van de minister van Justitie en Veiligheid versterkt, als ook de regierol van de NCTV op de uitvoering. Op decentraal niveau wordt de regierol van de voorzitter van de veiligheidsregio en de burgemeester verduidelijkt. Opvang asielzoekers Wat wil het kabinet? Er wordt geïnvesteerd in de asielketen: om de problematiek van ontoereikende opvang op te lossen trekt het kabinet in de periode tussen 2022 en 2027 cumulatief ruim € 1 miljard uit. Dit komt deels voort uit de politieke en bestuurlijke afspraken die onlangs zijn gemaakt. Daarnaast volgt de stijging uit de Meerjarige Productie Prognose, waaruit blijkt dat Centraal orgaan Opvang asielzoekers (COA) en Nidos fors meer plekken voor asielzoekers nodig hebben. Het kabinet geeft daarnaast aan te werken aan stabiele, toekomstbestendige financiering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), COA, Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) en Nidos. Het kabinet schrijft dat een in omvang beperkte, wisselende groep asielzoekers in Nederland zorgt voor overlast en criminaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/44a3f79e-667a-4e89-858e-d75415d10e1a?agendaItemId=e8895fe7-8be8-4062-b667-899e4a546e9a