13.0 VNG - Rijksbegroting 2024 en de gevolgen voor gemeenten
Tekst van het document
Deze inspanningen dienen gemeenten samen met hun uitvoerende omgevingsdiensten te leveren. Vervoer gevaarlijke stoffen Wat wil het kabinet? In 2023 is de nationale regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en binnenwateren aangepast aan de internationaal overeengekomen wijzigingen, om de regels in de lijn te brengen met de laatste stand van wetenschap en techniek. Ook is in 2023 een nieuwe tweejaarlijkse cyclus van aanpassing van de regels voor vervoer van gevaarlijke stoffen begonnen. In 2024 vindt de definitieve inhoudelijke besluitvorming plaats over deze aanpassing van de regels. In het internationale overleg hierover zet Nederland in op het investeren in voortdurende verbetering van de veiligheid en harmonisatie van voorschriften. Hiermee sluit Nederland aan bij de Sustainable Development Goals zoals die zijn vastgesteld door de VN. Wat betreft het beheersen van de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt sinds 2020 ingezet op een Robuust Basisnet. Veiligheid blijft hierin het uitgangspunt bij de mogelijke toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen vanwege de energietransitie én bij de binnenstedelijke verdichting in de nabijheid van de infrastructuur. In 2023 wordt de beleidsvormende fase en de voorbereiding van de aanpassing van de regelgeving afgerond.
Voor 2024 wordt gemikt op de parlementaire behandeling van de voorbereide aanpassing van de regelgeving. In het kader van de energietransitie past speciale aandacht voor de mogelijke inzet van ammoniak als energiedrager. Wat betekent dit voor gemeenten? Het rijk is op zoek naar een nieuwe balans tussen de bereikbaarheid van chemische clusters, ruimtelijke ontwikkeling en veiligheid. Uitgangspunt is dat basisnet-routes worden voorzien van robuuste beleidsmatig vastgestelde veiligheidszones (vaste afstanden) in plaats van de tot nu toe gehanteerde berekende veiligheidszones. De systematiek die moet leiden tot de beoogde balans tussen vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkeling en veiligheid is nog in ontwikkeling. De VNG volgt deze ontwikkelingen op de voet. Zodra hier mee duidelijkheid over is zullen wij u hierover informeren. Milieu Wat wil het kabinet? Het kabinet streeft naar een schone, gezonde, en veilige leefomgeving. Voor 2030 zijn er tussendoelen gesteld, met het uiteindelijke doel om in 2050 geen vervuiling meer te hebben. Ze focussen zich op een gedegen implementatie van huidige regels rondom chemische stoffen en bereiden beheersmaatregelen voor specifieke stoffen voor. Hieronder valt ook een standpunt over het verwachte Europese PFAS-verbod in 2024.
Er wordt voortdurend beleid ontwikkeld om de emissie van zorgwekkende stoffen te verminderen, ondersteund door een nationale ZZS-emissiedatabase in 2024 die voor iedereen toegankelijk zal zijn. Met betrekking tot luchtkwaliteit, wil het kabinet de doelen van het Schone Lucht Akkoord halen en werkt het samen met lokale overheden voor betere luchtkwaliteit. Herzieningen van Europese richtlijnen in 2024 zullen waarschijnlijk strengere eisen stellen aan de luchtkwaliteit met als ambitie 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016. Bovendien wordt er toegewerkt naar de lancering van het Nationaal Milieu Programma in 2024 als koersboek naar de veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de transitie naar de veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. De verhoogde focus op milieu zorgt ervoor dat deze kwesties prioriteit krijgen op nationaal niveau en dat gemeenten gesteund worden door de stelselverantwoordelijken in de uitvoering van hun complexe en uitdagende taken. Het Nationaal Milieu Programma kan gemeenten daarbij de hand reiken maar de complexiteit van de uitdagingen vereist intensieve en proactieve samenwerking op het gebied van beleid, uitvoering, kennisdeling en probleemanalyses.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 41 Binnen de gemeente, tussen gemeente maar ook in samenwerking met alle andere overheden. De VNG faciliteert hierin. Bodem en ondergrond Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de spoedopgave bodemsanering afronden. Daarnaast wil zij het duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem, ondergrond en grondwater bevorderen. Daarvoor richt zij een programma bodem en ondergrond in. Het programma wordt in samenwerking met betrokken departementen en decentrale overheden ingevuld. Het programma bouwt voort op de structurerende keuzes uit Water en Bodem Sturend en het convenant en de bestuurlijke afspraken en samenwerkingsagenda Bodem en Ondergrond 2022-2030. In 2023 is de Europese bodemrichtlijn gepubliceerd. Uitgangspunt van de richtlijn is dat de bodem dezelfde bescherming verdient als water en lucht. Schattingen geven aan dat 60-70% van de bodems in de EU niet vitaal zijn. De inzet van de Europese Unie is dat in 2050 alle bodemecosystemen weer vitaal zijn. De komende jaren wordt aan de herijking van de bodemregelgeving gewerkt. De huidige bodemregelgeving is in 2008 voor het laatst grondig herzien. Gegeven maatschappelijke opgaven zoals de circulaire economie; juridische ontwikkelingen, zoals de Omgevingswet; (nieuwe) Europese richtlijnen, zoals de KRW en de Europese bodemrichtlijn, is het van belang om de regelgeving tegen het licht te houden.
Wat betekent dit voor gemeenten? Voor de afronding van de spoedopgaven zijn voldoende middelen beschikbaar. Er zijn bestuurlijke afspraken over de monitoring van de kosten van de uitvoering van VTH-taken door gemeenten onder de Omgevingswet. Daarnaast is er budget om knelpunten in de uitvoering van de taken op te lossen. Hiermee zijn de gevolgen voor de gemeenten beperkt. De ambities van de Europese Commissie en het kabinet ten aanzien van verbetering van de bodemkwaliteit zijn inhoudelijk gezien terecht. Hierdoor ontstaat een verbeteropgave terwijl bij het onderbrengen van de bevoegd gezag taak onder de Omgevingswet bij gemeenten uitgegaan is van een beheeropgave. Dat vraagt dat we in het gesprek met het kabinet alert moeten zijn over de verhouding middelen-en opgave als het gaat om de uitvoering van het ambitieuzere bodembeleid. Voor de Kaderrichtlijn Water en de Europese Bodemrichtlijn zijn er uitdagingen in de uitvoering die mogelijk een vertragende werking hebben op uitvoering van de bouwopgave en de landbouw- en energietransitie. In 2024 vervolgen we het gesprek met het kabinet over hoe we deze uitdagingen in de uitvoering gezamenlijk kunnen aanpakken. Water en bodem sturend Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het beleidsdoel ‘water en bodem sturend’ verder uitwerken.
Dat gebeurt onder meer in de vorm van een ruimtelijk afwegingskader voor klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Het kabinet wil de inzichten over het klimaat van morgen toepassen op de ruimtelijke ordening van vandaag. ‘Nederland moet dan ook met urgentie water en bodem sturend laten zijn bij alle planprocessen.’ Het ministerie werkt in 2024 aan een nadere uitwerking van gemaakte structurerende keuzes en helpt andere overheden bij het regionaal en lokaal toepassen ervan (bijvoorbeeld met afwegingskader voor klimaatadaptieve gebouwde omgeving). Het beleidskader Water en Bodem Sturend is ook geïntegreerd in gebiedsprocessen zoals NPLG en NOVEX-startpakketten. Voor Water en Bodem Sturend zijn geen specifieke extra middelen beschikbaar gesteld, financiering moet gehaald worden uit bestaande middelen zoals het KRW, deltaprogramma en transitiefonds. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 42 Wat betekent dit voor gemeenten? Het is voor gemeenten noodzakelijk dat Water en Bodem Sturend uitgangspunt is in de ruimtelijke ordening. Zij zien zich anders geconfronteerd met fors hogere beheerkosten, toenemende wateroverlast, gebrek aan drinkwater en inwoners of ondernemers die funderingsschade niet kunnen betalen en/of hun panden niet meer verzekerd krijgen. Het kan gebeuren dat essentiële plannen voor de energietransitie en gebiedsontwikkelingen herzien moeten worden vanwege water en bodem.
Met medeoverheden werken we onder de interbestuurlijke uitvoeringsstrategie Water en Bodem Sturend samen aan onder meer het beschikbaar stellen van kaartmateriaal en het inrichten van een Taskforce bij IenW waar gemeenten terecht kunnen met vragen over Water en Bodem Sturend. Veel gemeenten verkeren op dit moment in onzekerheid over de implicaties van Water en Bodem Sturend voor de woningbouwopgave. Ook vragen zij zich af welke kaders zij van het rijk en provincies kunnen verwachten en wat de financiële, juridische en fysieke gevolgen van die kaders kunnen zijn. De VNG zet zich in voor meer helderheid vanuit het rijk en publieke informatie over wat nog wel kan en wat niet meer. Daarbinnen zetten we ons in voor ruimte voor eigen afwegingen van gemeenten. Waar toch andere prioriteiten dan water- en bodemsysteem voorrang krijgen (bijvoorbeeld tóch bouwen in slappe bodem of in overstromingsgevoelig gebied vanwege de landelijke bouwopgave/woningdeals) missen we in de rijksbegroting budgetten voor de extra maatregelen, de beheerkosten en het dekken van verliezen op grondexploitaties. Klimaatadaptatie Wat wil het kabinet? Klimaatverandering voltrekt zich in een hoger tempo dan voorzien en met duidelijk merkbare gevolgen. Daarom komt er een update van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS).
Om Nederland beter aan te passen aan klimaatverandering is uitwerking van het beleidsdoel ‘water en bodem sturend’ van groot belang. Dit gebeurt onder meer in de vorm van een ruimtelijk afwegingskader voor klimaatadaptieve gebouwde omgeving, dat samen met BZK wordt ontwikkeld. Daarnaast wordt gewerkt aan de juridische borging van de landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Dit is onderdeel van de Nationale Aanpak Klimaatadaptatie Gebouwde Omgeving van de ministeries van BZK, IenW en LNV. De landelijke maatlat zet naast gevolgbeperking door overstromingen, wateroverlast, hitte en droogte ook in op bodemdaling en biodiversiteit. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zetten zich in voor een klimaatrobuust Nederland. Wij vinden het belangrijk dat naast de inhoudelijke ambitie ook goed gekeken wordt naar het ondersteunen van gemeenten om de ambities klimaatadaptatie te realiseren. Inzicht in de kosten van klimaatadaptatie via een financiële verkenning is hierbij van essentieel belang. Bij een verkenning naar juridische borging van de maatlat vinden we dat gekeken moeten worden naar hoe dit gemeenten kan ondersteunen, waarbij we uit blijven gaan van ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’.
De Raad van State memoreert dat klimaatverandering, naast het thema vergrijzing, de komende decennia één van de grootste maatschappelijke opgave is en zal daarmee ook leiden tot structurele veranderingen in de overheidsfinanciën. Daarom is het noodzakelijk een klimaatinclusief begrotingsraamwerk te creëren, waar klimaatadaptatie en -mitigatie onderdeel van zijn. Meer inzicht in de (toekomstige) budgettaire gevolgen van klimaatverandering is nodig. In aanvulling hierop vinden wij dat het tegengaan van klimaatverandering een structurele financiële basis bij gemeenten zou moeten hebben. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 43 MOBILITEIT Mobiliteit algemeen Wat wil het kabinet? De begroting van IenW getuigt van weinig visie op mobiliteit. Een van de belangrijkste tekortkomingen is een visie op de mobiliteitstransitie. IenW focust vooral op beheer en onderhoud van de rijksinfrastructuur en verduurzaming/elektrificatie van personenmobiliteit en de logistieke sector. Daarmee ontbreekt een visie op het sturen van de vraag naar mobiliteit en wordt er geen aandacht besteed aan hoe de omslag gemaakt kan worden naar het energie-efficiënt en ruimte-efficiënt inrichten van ons mobiliteitssysteem. Ook worden geen extra middelen vrijgemaakt op het vlak van verkeersveiligheid.
Wat betekent dit voor gemeenten? Door een gebrek aan visie op de mobiliteitstransitie worden gemeenten niet geholpen bij complexe opgaven en transities die spelen rondom ruimte, klimaat en energie. Mobiliteit is in al die transities een belangrijke factor. Prioriteit op onderhoud en renovatie infrastructuur Wat wil het kabinet? Het rijk maakt van het behoud van de bestaande rijksinfrastructuur (het hoofdwegennet) een prioriteit. De komende jaren wordt maximaal ingezet op behoud van wegen, vaarwegen en waterwerken. Met de aanvullende middelen uit het coalitieakkoord kan het vervanging- en renovatieprogramma groeien. De realisatie in de afgelopen jaren bedroeg ongeveer € 0,2 miljard en het budget neemt toe naar € 0,8 miljard per jaar. Er wordt niet gesproken over een vergelijkbare opgave bij gemeenten terwijl zij verantwoordelijk zijn voor de meerderheid van het wegennetwerk. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten komt er geen extra budget voor de instandhouding van het onderliggend wegennet, terwijl hier ook een grote opgave ligt. Daardoor staat de gemeentelijke begroting extra onder druk. Er is al sprake van achterstallig onderhoud bij veel gemeenten. Naast de borging van de veiligheid is het nodig om de infrastructuur voor te bereiden op de toekomst door deze klimaatadaptief in te richten.
Laadinfrastructuur Wat wil het kabinet? Eind 2023 wordt de samenwerkingsovereenkomst Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) herzien. Deze overeenkomst regelt tussen het rijk en de NAL-regio’s de afspraken over de uitrol van de laadinfrastructuur in Nederland. Deze overeenkomst geldt van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2030. Het kabinet trekt in 2024 bijna € 30 miljoen uit voor meer en slimmere laadpalen, zowel voor vrachtwagens als personenauto’s. Deze middelen maken de verdere uitrol van laadinfrastructuur mogelijk. De bedoeling is dat er in totaal 1,7 miljoen laadpalen gerealiseerd worden. Wat betekent dit voor gemeenten? Alle gemeenten hebben te maken met de aanleg van een (publieke) laadinfrastructuur. Om dit maximaal te faciliteren stelt het rijk ook de komende periode middelen beschikbaar. De realisatie van de laadinfrastructuur wordt gecoördineerd door de NAL-regio’s. De VNG dringt erop aan dat de betrokken partijen zich inspannen om gemeenten hierin te faciliteren en dat er ondersteuning komt voor knelpunten van gemeenten, zoals het ontbreken van personele capaciteit en expertise, de problemen die ontstaan rond netcongestie en problemen die spelen bij beheer, onderhoud en regulering van de laadinfrastructuur.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 44 Schoon en emissieloos bouwen Wat wil het kabinet? Voor ondernemers die willen overstappen naar een schone bouwmachine of vrachtwagen wordt geld naar voren gehaald: € 27 miljoen voor elektrische vrachtwagens en € 6 miljoen voor schone bouwmachines. Ook wordt er een aanvullende investering gedaan in de laadinfrastructuur voor de bouw. Deze gelden worden ondergebracht bij het lopende programma Schoon en Emissieloos Bouwen. Het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen wordt op 30 oktober formeel getekend door deelnemende partijen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten die zich aansluiten bij het convenant Schoon en Emissieloos bouwen verbinden zich aan hogere ambities op het gebied van emissieloze projecten. Om dit te realiseren wordt er voor het einde van het jaar een ondersteuningsprogramma gelanceerd en kunnen deelnemende gemeenten subsidie aanvragen voor schoon- en emissieloos bouwmaterieel in het eerste kwartaal van 2024. Vergroening reisgedrag Wat wil het kabinet? Voor het programma Vergroening Reisgedrag is cumulatief € 114,7 miljoen overgeboekt. De totale begroting voor dit onderdeel blijft € 265 miljoen. Het gaat om uitgaven voor verschillende manieren om duurzaam reisvervoer en –gedrag te stimuleren zoals het opschalen van deelmobiliteit en het versterken van de fietsinfra.
Hieronder valt ook de normering werkgebonden personenmobiliteit. Daarnaast is er een focus op recreatief reisgedrag. Dit programma wordt zo veel mogelijk ondergebracht in het programma Veilig, Slim en Duurzaam. Wat betekent dit voor gemeenten? Naast de bestaande ontwikkelingen rondom de normering werkgebonden personenmobiliteit is er nog geen duidelijkheid over de verdere uitwerking van de plannen op dit thema. Het is daarom op dit moment niet duidelijk wat dit voornemen voor gemeenten gaat betekenen. Digitalisering & data Wat wil het kabinet? In de begroting van IenW zijn een aantal posten ingeboekt rondom digitalisering en data. Het DMI-ecosysteem voor mobiliteitsvernieuwing en slimme, duurzame verstedelijking (voorheen DEMS) zet in op een digitale koppeling tussen mobiliteit, ruimte en verduurzaming om een basis te leggen voor slimme en duurzame verstedelijking in Nederland. Hiervoor is € 85 miljoen beschikbaar gesteld. Daarnaast wordt gewerkt aan de uitvoering van het Digitale Transport Strategie (€ 1 miljoen). Wat betekent dit voor gemeenten? Met bovengenoemde investeringen wordt het belang van data en digitalisering in de mobiliteitstransitie erkend. Gemeenten kunnen hierdoor verdere stappen zetten met mobiliteit en datagedreven werken.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 45 6 Economische Zaken en Klimaat ECONOMIE Mkb Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt met een strategische agenda aan een blijvend sterk ondernemingsklimaat met de focus op bedrijfsactiviteiten die cruciaal zijn voor de transities en de weerbaarbaarheid van de economie. Zo werkt het kabinet aan een monitor ondernemingsklimaat en een impacttoets voor ‘nationale koppen’ in Europese regelgeving. In mei 2023 is het nieuwe beleid voor startups en scale-ups bekendgemaakt. De ambitie is om de innovatiekracht van Nederland te versterken en het ondernemingsklimaat voor startups en scale-ups uit te bouwen tot de beste van Europa. Er zijn daarvoor een aantal speerpunten benoemd, waaronder: • De continuering van organisatie Techleap.nl met inzet op kennisintensieve deeptech startups; • De doorgroei van startups naar scale-ups; • De beschikbaarheid van talent. Om de toegang van het brede mkb tot overheidsdienstverlening te verbeteren, werkt het kabinet aan het actieprogramma mkb ondernemingsdienstverlening 2023-2025. In het actieprogramma ligt de focus op samenwerking tussen overheden en uitvoeringsorganisaties. Het kabinet werkt daarnaast nog verder aan de invulling van het programma en aan een vermindering van regeldruk voor ondernemers. Daarnaast wordt de belastingdruk op het mkb verzwaard.
De mkb-winstvrijstelling gaat in 2024 omlaag van 14% naar 12,7% van de behaalde winst. Hierdoor gaat het mkb over een groter deel van de winst of inkomen belasting betalen. Daarnaast wordt de energie-investeringsaftrek (EIA) versoberd in termen van aftrekbaarheid. Daarmee wil het kabinet investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie stimuleren. Verder gaat de zelfstandigenaftrek naar beneden, deze daalt van € 5.030 naar € 3.750. Er zijn voor ondernemers die inkomstenbelasting betalen ook gunstige belastingmaatregelen zoals het verhogen van de arbeidskorting. De vennootschapsbelasting blijft ongemoeid. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is belangrijk dat de strategische agenda gericht op een duurzame, innovatieve en digitaliserende economie wordt voortgezet. Het Missiegedreven innovatiebeleid van EZK focust zich daarbij op topsectoren. Met de ontwikkeling van het mkb-actieplan schuift de focus van het kabinet zich meer naar het brede mkb. In het bijzonder is het mkb-actieplan zeer gewenst om tot een betere samenwerking te komen tussen gemeenten en andere publieke dienstverleners. Gemeenten zijn als meest nabije overheid vaak het eerste aanspreekpunt en hebben een belangrijke rol in regionale samenwerkingsverbanden tussen publieke en private organisaties.
Voor gemeenten is het van belang dat het mkb-actieplan zich ook vertaalt in voldoende uitvoeringskracht. Want gemeenten moeten in de samenwerkende regio’s voldoende uitvoeringskracht hebben om het mkb beter en meer te bereiken. Ervaring leert dat voldoende loopvermogen en persoonlijk contact hiervoor belangrijke voorwaarden zijn. Het is daarnaast wenselijk dat het kabinet het regeldrukprogramma voortzet. Zo stijgt de productiviteit van het mkb. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 46 De VNG maakt zich zorgen om de nieuwe lastenverzwaringen die het kabinet heeft aangekondigd, zoals het afbouwen van de mkb-winstvrijstelling, de energie-investeringsaftrek en de afbouw van de zelfstandigenaftrek. Doordat de vennootschapsbelasting ongemoeid blijft, raakt dit in het bijzonder het brede mkb en (zelfstandige) ondernemers in de winkelstraten en op bedrijventerreinen. Velen daarvan verkeren al in zwaar weer of staan voor grote uitdagingen op het gebied van inflatie, stijgende kosten en personeelskrapte. Juist in tijden waarin schulden moeten worden terugbetaald, is voldoende liquiditeit van belang om te kunnen investeren in toekomstbestendigheid. Het brede mkb zorgt voor banen en lokale welvaart voor de bevolking. Regeldruk Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan de verdere invulling van het programma vermindering regeldruk voor ondernemers.
Het accent ligt hierbij de komende periode vooral op de totstandkoming van een reductieprogramma. In dat programma worden concrete maatregelen opgeschreven op basis van knelpunten. Deze knelpunten zijn opgehaald met het mkb indicatorbedrijvenonderzoek. In het onderzoek zijn een zestal sectoren doorgelicht op ervaren regeldruk. Onderdeel van het programma is de lancering van de regeldrukmonitor. Wat betekent dit voor gemeenten? Regeldrukaanpak is van belang op zowel nationaal als landelijk niveau. Reductiemaatregelen dragen bij aan de productiviteit van het mkb. We zetten ook in op het aanpakken en verminderen van regeldruk vanuit gemeenten. Aanbesteding Wat wil het kabinet? In 2021 is het Vervolgprogramma Beter Aanbesteden gestart. Dit programma is een samenwerking van EZK, VNO-NCW/MKB-Nederland, VNG en PIANOo. Doel van dit programma is om te zorgen dat de kennis van overheden en ondernemers over het aanbestedingsproces verbeterd en dat beide partijen eerder met elkaar in dialoog gaan. Het programma heeft een looptijd van vier jaar en loopt eind 2024 af. De focus ligt op het verspreiden en toepassen van opgedane kennis in de praktijk. Er worden onder andere evenementen georganiseerd waar overheden en ondernemers samenkomen. Deze evenementen dragen ook bij aan het bevorderen van regionale initiatieven.
EZK kijkt naar mogelijkheden om de succesfactoren van het programma na 2024 voort te zetten. De subsidieregeling Beter Aanbesteden blijft ook in 2024 van kracht. Wat betekent dit voor gemeenten? Inkoop en aanbesteding zijn belangrijk voor gemeenten om diverse maatschappelijke opgaven rondom de transities te realiseren. Onderzoek laat zien dat er nog veel winst te boeken valt met het beter organiseren van de inkoopprocessen bij gemeenten. Door meer tussentijds contact met de markt, door meer kennis én door meer samen te werken. Op dat laatste gaan we als VNG vanaf 2024 extra inzetten in het kader van de propositie Inkoop en Aanbesteden. Gemeenten kunnen ook in 2024 gebruikmaken van alle instrumenten en activiteiten van Beter Aanbesteden, waaronder contacten met de regiomanagers. En daarnaast zullen we met initiatieven komen om de onderlinge samenwerking op inkoop te stimuleren en faciliteren. Human Capital en arbeidsmarkt Wat wil het kabinet? Het kabinet benadrukt dat de grote krapte op de arbeidsmarkt een grote uitgaging is bij alle opgaven van EZK. Naast dat de personeelstekorten een belemmering vormen voor de klimaat- en digitale transitie wordt inmiddels ook erkent dat deze in de brede economische zin een belemmering vormen voor duurzame groei en brede welvaart. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 47 Het regionaal investeringsfonds MBO (2024-2027) wordt voortgezet.
Net als het voortzetten van de opschaling van publiek-private samenwerkingen (PPS) in het beroepsonderwijs. Deze acties dragen bij aan de talentontwikkeling van huidige en toekomstige werknemers en het versterken van het innovatievermogen van bedrijven, met name in het mkb. De subsidieregeling voor praktijkleren blijft bestaan. Naast de voortgezette inzet middels het actieplan Groene en Digitale banen, is er dus ook een verbreding in de aandacht voor menselijk kapitaal. Tot slot, EZK benoemt meermaals de samenwerking op te zoeken met SZW en OCW rondom thema’s als arbeidsmarkt(krapte), arbeidsmarktmobiliteit en scholing van talent. Belangrijk aandachtspunt blijft of hier financiële middelen voor beschikbaar zijn. Zo wordt het Stimulering van de Arbeidsmarktpositie (STAP) budget afgeschaft vanaf 2024. Individuele scholing wordt nu als tijdelijke voorziening toegevoegd aan de Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen (SLIM) subsidie. Op het gebied van arbeidsmarktdienstverlening, wordt de komende periode verder gewerkt aan de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. De tijdelijke aanpak van de (crisis)dienstverlening door de Regionale Mobiliteitsteams wordt in 2024 verlengd ter overbrugging hiernaartoe.
Wat betekent dit voor gemeenten? De voorgenomen samenwerking met de ministeries SZW en OCW en het groeiend oog voor ‘de regio’ bieden wenkende perspectieven voor gemeenten en arbeidsmarktregio’s. De bestaande infrastructuren van regionale arbeidsmarktdienstverlening en samenwerkende netwerken van onderwijs, bedrijfsleven, sociale partners, dienstverleners en gemeenten zijn een goede vindplek om in een vliegende vaart door te werken aan de (door)ontwikkeling en toewijzing van talent in de sectoren van nu en de toekomst. Tegelijkertijd zien we dat – ondanks de urgentie van het vraagstuk en expliciet oog voor de regio – er geen structurele financiering voor deze opgaven beschikbaar komt. Daarnaast laat de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur nog op zich wachten. De voortzetting van de regiodeals, evenals andere subsidieregelingen, kunnen een bijdrage leveren hieraan. Ook is het positief dat we als gemeenten gesprekspartner zijn in verschillende essentiële ontwikkelingen op het sociaaleconomische domein. Al kan dat nog wel structureler en robuuster. De hoeveelheid en complexiteit van regelingen, de versnippering, het incidentele karakter van de financiën en de aanstaande uitwerking van de regionale infrastructuur is een belemmerende factor om als gemeenten en regio’s meerjarig, strategisch en structureel gefinancierd sociaaleconomisch beleid te voeren.
Terwijl er grote kansen liggen om vanuit de regionale economieën en arbeidsmarktdienstverlening een verschil te maken. Juist nu er meer oog komt voor de regio, ligt er een kans om met sociaaleconomische agenda’s bij te dragen hieraan, mits de uitvoeringskracht en financiering hier voldoende in voorziet. REGIONAAL ECONOMISCHE SAMENWERKING Regiodeals Wat wil het kabinet? We investeren samen met de regio’s, door middel van de regiodeals, in het versterken van brede welvaart die goed aansluit op het specifieke karakter van een regio. In 2024 wordt verdergegaan met de uitvoering van de al gesloten deals en stellen we een nieuwe mogelijkheid voor het sluiten van Regio deals open. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is goed dat de Regio deals worden doorontwikkeld en voortgezet. Wij zijn van mening dat de maatschappelijke impact van de deals flink aan kracht kan winnen door andere rijksprogramma’s en fondsen te koppelen. We zien de regiodeals graag als opmaat naar een meer structurele, programmatische en interbestuurlijke samenwerking in de regio. Niet iedere gemeente is betrokken in een regiodeal, terwijl er wel overal regionaal wordt samengewerkt. Daarnaast wordt ruim een kwart van de uitgaven van alle gemeenten toegewezen en besteed via gemeentelijke samenwerkingsverbanden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 48 De VNG is voorstander van eenvoudige criteria om administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken en ruimte te bieden aan regionale verschillen. Zo staat de regionale opgave, het DNA en het potentieel van de regio aan de basis van het voorstel. Van belang is dat het rijk, samen met de regio, ook ondersteunt door ontwikkelingen te verduurzamen en door bestaande kansrijke deals die aflopen en waar een verdere of doorontwikkeling gewenst is te faciliteren. Ruimte voor werken Wat wil het kabinet? EZK werkt via verschillende nationale programma’s op het gebied van energietransitie en economie en met het NOVEX-programma15 aan de ruimtedruk in Nederland, evenals via het programma Mooi Nederland en de Nota Ruimte aan de ruimtelijke ordening van Nederland. Samen met de regio en andere departementen geeft EZK uitvoering aan het nationaal programma werklocaties onder de Nationale Omgevingsvisie. Dit programma is gericht op het waarborgen van voldoende ruimte voor economie en het beter benutten en verduurzamen van bestaande werklocaties. EZK werkt ook aan een Ruimtelijk Economische Visie voor Nederland. Daarmee krijgt het ministerie meer inzicht in de ruimtelijk-economische ontwikkelingen en het benodigde ruimtebeslag voor het bedrijfsleven.
Die ruimte is nodig voor de groene, digitale en circulaire transities, verduurzaming van de industrie en een open strategische autonomie van de EU. De visie wordt eind 2023 verwacht. Wat betekent dit voor gemeenten? De Ruimtelijke Economische Visie kan een bouwsteen zijn voor het maken van nationale keuzes over waar we welke economie en industrie willen huisvesten. Gemeenten zijn betrokken bij uitwerking van de ruimtelijk economische verkenning. We bereiden een eigen inzet voor om lokaal/regionale input mee te geven. We delen de zorgen over de (toekomstig) beschikbare ruimte voor bedrijven en ondernemingen en ook over de aantrekkelijkheid van het (regionaal) vestigingsklimaat. Daarbij vinden we het van groot belang dat dit proces aansluit op bestaande en in ontwikkeling zijnde ruimtelijke visies en programma’s. We verzoeken de verantwoordelijke ministeries om zorg te dragen voor een interdepartementaal proces waarbij wordt samengewerkt met gemeenten en provincies. Herstructurering winkelgebieden en binnensteden Wat wil het kabinet? De impulsregeling aanpak winkelgebieden loopt in 2024 door. Het kabinet investeert met deze impuls in totaal € 100 miljoen in het realiseren van toekomstbestendige winkelgebieden waarmee naar verwachting 40 projecten worden ondersteund. Voor 2024 wordt € 16 miljoen beschikbaar gesteld voor de vierde en daarmee laatste tranche.
Wat betekent dit voor gemeenten? De na-ijleffecten van de COVID en energiecrises, de oorlog in Oekraïne en inflatie zorgen voor een opstapeling van problematiek voor ondernemers die essentieel zijn voor de leefbaarheid en vitaliteit van onze dorpen en steden. De gevolgen van de crises laten macro-economisch een ander beeld zien dan lokaal en in de regio. Gemeenten maken zich zorgen om de leefbaarheid en vitaliteit die onder druk staat. De impulsaanpak winkelgebieden kan een verschraling van het voorzieningenniveau slechts gedeeltelijk stoppen. Gemeenten zien dat het stoppen van ondernemers gevolgen heeft voor de andere ondernemers in de binnensteden en kernen. Het ontbreekt aan een gecoördineerde aanpak van het rijk. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 49 KLIMAAT EN ENERGIE Klimaat en Energie Wat wil het kabinet? Ondanks de demissionaire status wordt in 2024 € 11,8 miljard beschikbaar gesteld voor klimaat en energie vanuit het klimaatfonds. Voor gemeenten is onder andere belangrijk dat van 2023 tot en met 2028 € 500 miljoen euro wordt uitgetrokken voor het subsidiëren van collectieve warmtenetten, € 796.240 miljoen voor het Nationaal Isolatieprogramma en € 84 miljoen voor de toekomstbestendigheid van energienetwerken.
Op het gebied van mobiliteit trekt het kabinet met verschillende regelingen € 520,8 miljoen uit voor (slimme) laadinfrastructuur en € 114 miljoen voor een vergroening van reisgedrag om duurzaam reisvervoer en – gedrag te stimuleren. Daarbij is het opvallend dat de regionale mobiliteitsprogramma’s (RMP’s), als kapstok voor duurzaam mobiliteitsbeleid, nergens genoemd worden in de begroting. Gezien de demissionaire status van het kabinet, is besloten om vooralsnog geen invulling te geven aan de drie openstaande lastenmaatregelen uit het klimaatpakket van het voorjaar. De besluitvorming hierover wordt aan de formatie overgelaten. Het gaat dan om Betalen naar Gebruik, de afbouw van fossiele subsidies en de taakstelling van 1,2 Mton CO2-reductie via tariefaanpassingen van de energiebelasting. Wat betekent dit voor gemeenten? Veel van bovenstaande maatregelen waren al bekend vanuit het extra klimaatpakket dat het kabinet in april vaststelde, maar moeten nog verder worden uitgewerkt. Een voorbeeld daarvan is de vergroening van het reisgedrag. Wat deze maatregel inhoudt en wat de eventuele rol daarbij is van gemeenten is nog onduidelijk. Het uitstellen van betalen naar gebruik betekent langere onduidelijkheid voor gemeenten, met name over de impact van een dergelijk systeem op verkeersstromen, het OV en deelmobiliteit.
Het kabinet stelt het verlagen van de fossiele subsidies uit en past vooralsnog energiebelastingen niet aan. Het resultaat is dat de betaalbaarheid van duurzame warmteoplossingen in de gebouwde omgeving niet verbetert. De beoogde samenhang van deze aanpassingen zou resulteren in een lagere energiebelasting van elektriciteit en een verhoogde energiebelasting voor aardgas voor kleingebruikers. Hierdoor zouden alternatieve warmteoplossingen aantrekkelijker worden. Uitstel van deze maatregelen betekent voor gemeenten dat de betaalbaarheid voor het alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving op een andere manier moet worden opgelost. Voor bedrijven die veel gebruiken, betekent het dat zij minder financiële prikkels hebben om te verduurzamen. Aanpak netcongestie Wat wil het kabinet? Door nieuwe klimaatambities kent de overheid verhoogde uitvoeringslasten om netcongestie tegen te gaan. Er wordt € 84 miljoen uit het Klimaatfonds beschikbaar gesteld voor het versterken van de capaciteit bij provincies en regiogemeenten om het voorbereidingstraject van netverzwaringen en uitbreidingen te versnellen. Ook worden er middelen vrijgemaakt voor de efficiëntere benutting van elektriciteitsnetten. Onderdeel van deze maatregelen is een bedrag van € 166 miljoen voor de financiering van de opstartfase van energyhubs, kennisontwikkeling, trainingsfaciliteiten en uitrol van innovatie.
Deze middelen zijn bedoeld voor alle partijen in de keten en niet alleen voor overheden. Wat betekent dit voor gemeenten? De middelen voor versterking van de capaciteit van regiogemeenten ten behoeve van netverzwaringen en uitbreidingen worden onder meer besteed aan gemeentelijke regiocoördinatoren. Het is de bedoeling dat deze regiocoördinatoren per provincie de gemeenten zullen ondersteunen Vereniging van Nederlandse Gemeenten 50 in hun activiteiten. Om zo samen met provincie en netbeheerder te komen tot een Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Klimaat & Energie. De regiocoördinatoren zullen gemeenten onder meer ondersteunen in: • Voorziene (politieke) besluitvorming; • Het tijdig en zo volledig mogelijk aanleveren van benodigde verduurzamings- en ruimtelijke plannen; • Het faciliteren van interne gemeentelijke processen; • Het borgen van de wisselwerking tussen gemeenten en provincie. De middelen voor de energy-hubs worden voor een deel ingezet voor hub-regisseurs die bedrijventerreinen, gemeente en provincie ondersteunen in het faciliteren van de opstart van e-hubs en zorg dragen voor kennisontwikkeling en –deling.
Klimaatneutrale, circulaire en inclusieve economie Wat wil het kabinet EZK stimuleert de transitie naar een klimaatneutrale, circulaire en inclusieve economie door onder meer het bedrijfsleven te helpen verduurzamen, het stimuleren van transparante MVO-rapportage door bedrijven, samen met IenW in te zetten op maatschappelijk verantwoord inkopen en circulair ondernemen en versnelling van en toepassing van digitalisering in het mkb. Wat betekent dit voor gemeenten Gemeenten kopen jaarlijks voor meer dan € 44 miljard in. Door zoveel mogelijk maatschappelijk verantwoord in te kopen, kunnen ze ook de transitie naar een klimaatneutrale, circulaire en inclusieve economie bevorderen. En de Global Goals dichterbij brengen. In 2024 kijken we wat gemeenten nodig hebben om dit voor elkaar te krijgen. DIGITALISERING Creëren van de juiste randvoorwaarden voor goedwerkende digitale markten en diensten Wat wil het kabinet? De digitale economie kan leiden tot te sterke machtspositie en afhankelijkheid van grote platforms. In 2024 wordt daarom gewerkt aan een effectieve implementatie van regelgeving in Europees verband. De Digital Markets Act (DMA) pakt de markt- en datamacht van grote tech- en platformbedrijven om te zorgen voor voldoende concurrentie en bescherming van gebruikers. Daarnaast wordt in 2024 de implementatie van de Digital Services Act (DSA) voorzien.
Deze act gaat ervoor zorgen dat tussenpersonen, zoals platformbedrijven, verantwoord omgaan met content van hun eindgebruikers. Ook wordt in Europees verband in 2024 verder gewerkt aan de lopende implementatie van de Data Governance Act (DGA) en de aanstaande Data Act. In deze Acts worden belangrijke stappen gezet om de data-economie beter te laten werken voor consumenten en ondernemers. EZK blijft in 2024 oog houden voor de macht van grote platforms en bekijkt of verdere (nationale) wet- of regelgeving in aanvulling op de bestaande regelgeving noodzakelijk is. In 2024 worden op EU-niveau verdere stappen gezet met de totstandkoming van de Dataverordening en de AI-verordening. Deze verordeningen zijn belangrijk voor de regulering van de digitale economie. Nederland is op grond van het Europese verdrag verplicht ervoor te zorgen dat de wetgeving effectief wordt geïmplementeerd. De Dataverordening moet ervoor zorgen dat het gebruik van data wordt bevorderd, burgers en bedrijven meer controle over hun data krijgen en te verzekeren dat de waarde uit data gelijkwaardiger wordt verdeeld over de partijen die deelnemen aan de data-economie. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 51 De AI-verordening heeft als doel EU-burgers vertrouwen te geven in AI door te zorgen dat veilige Al-systemen de interne markt op komen met waarborgen voor de bescherming van fundamentele rechten.
Om de specifieke risico’s van AI-systemen te voorkomen en mitigeren, zijn proportionele en flexibele regels voorgesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook gemeenten hebben een afhankelijkheidsrelatie met grote technologiebedrijven. Zij hebben baat bij de implementatie van Europese regelgeving, onder meer omdat het hun onderhandelingspositie verstevigt. Gemeenten hebben er baat bij als bedrijven verantwoordelijk omgaan met online content. Het wordt mogelijk om bijvoorbeeld eerder in te grijpen bij de verspreiding van desinformatie en complottheorieën. Zo kunnen online aangejaagde ordeverstoringen worden voorkomen. Bovendien hebben gemeenten belang bij een goed functionerende data-economie, omdat zij ook gebruikers daarvan zijn. Versterken cybersecurity Wat wil het kabinet? Cybersecurity is een essentiële randvoorwaarde voor de Nederlandse digitale economie en de samenleving. Op basis van het coalitieakkoord is in 2024 € 13 miljoen aanvullend beschikbaar voor de EZK-inzet op cybersecurity. EZK zet in 2024 in op de afronding van de Europese Cyber Resilience Act. Een wettelijke cybersecurity zorgplicht voor fabrikanten en leveranciers van producten met digitale elementen in de hele productlevenscyclus is daarbij voor EZK van belang. Kennis over cybersecurity en innovatie wordt gestimuleerd door middel van het publiek-private samenwerkingsplatform dcypher en NEXIS.
Beiden zijn ondergebracht bij Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO). NEXIS is het nationaal coördinatiecentrum dat hoort bij het netwerk van het Europees Cybersecurity Competence Center (ECCC). NEXIS zal in 2024 een subsidieregeling uitvoeren voor Nederlandse bedrijven ten behoeve van cybersecurity-innovaties uit het Digital Europe Programme. Om consumenten bewust te maken van digitale risico’s en hen te stimuleren om beschermingsmaatregelen te nemen, zullen ook in 2024 publiekscampagnes zoals ‘Doe je updates’ worden uitgevoerd. EZK bereidt de grote institutionele veranderingen op het gebied van cybersecurity voor. Het gaat daarbij om 1. de vorming van een nationaal, centraal aangestuurde Computer Security Incident Response Team (CSIRT); en 2 de vorming van een nationale toezichthouder bij NIS2 voor alle Nederlandse entiteiten (bedrijven, organisaties etc.). 1. In 2024 wordt onder andere de notificatiedienst van het Digital Trust Center verder uitgebouwd. De notificatiedienst waarschuwt bedrijven over ernstige dreigingen. Daarnaast zal het netwerk van samenwerkingsverbanden van bedrijven kwantitatief en kwalitatief worden versterkt. Het doel is dat elk bedrijf in zijn omgeving een aanspreekpunt heeft voor informatie en advies over veilig digitaal ondernemen.
Voor digitale diensten zoals clouddiensten en online-marktplaatsen wordt de informatievoorziening van het Computer Security Incident Response Team (CSIRT-DSP) in 2024 verder bestendigd. CSIRT is een gespecialiseerd team van professionals die snel kunnen handelen bij een beveiligingsincident met computers of netwerk. CSIRT geeft, naast het nemen van maatregelen, advies bij incidenten en zorgt voor het opsporen en analyseren van dreigingen. CSIRT gaat de informatievoorziening voor onder andere clouddiensten en online-marktplaatsen verder vormgeven en zal kennis- en innovatie calls die uit de Kennis- en Innovatie Agenda voortvloeien voor zijn rekening nemen. Vanaf 2024 zijn er extra middelen toegekend voor de ondersteunende taken van CSIRT bij de Europese NIS2- en CER-richtlijnen en de Netwerkcode Cybersecurity Elektriciteitssector. Het Digital Trust Center, het Nationaal Cybersecurity Center en het CSIRT-DSP gaan uiterlijk in 2026 verder in één organisatie die alle organisaties in Nederland gaat bedienen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 52 2. Met de implementatie van de richtlijn over beveiliging van netwerk- en informatiesystemen (NIS2) verhoogt het kabinet de digitale weerbaarheid van een aantal onder EZK vallende sectoren, waaronder de digitale infrastructuur en energie.
Entiteiten moeten beveiligingsmaatregelen treffen (zorgplicht) en krijgen een meldplicht van incidenten. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) houdt toezicht op de naleving hiervan en een Computer Security Incident Response Team (CSIRT) biedt ondersteuning aan onder de richtlijn vallende entiteiten. In 2024 wordt het toezicht op deze richtlijn verder vormgegeven. Naar verwachting zal het toezicht eind 2024 van start gaan. De RDI draagt onder meer zorg voor de toelating tot het frequentiespectrum en ziet toe op het juiste gebruik daarvan. De voornaamste uitvoeringstaken zijn voorlichting in het kader van het antennebeleid, juridische procedures en een bijdrage voor werkzaamheden in het kader van vergunningvrije toepassingen. De toezichtstaken hebben betrekking op onder meer toezicht op ondergrondse netten (WIBON), Metrologiewet, Waarborgwet, bevoegd aftappen en dataretentie, en de Cybersecuritywet voor netwerkbeveiliging en informatiebeveiliging (NIB-richtlijn). Ook voert RDI het toezicht uit op vertrouwensdiensten die onder de Europese eIDAS-Verordening vallen. Op 28 juni 2021 is de Europese Verordening Cyber Security Act (CSA) geïmplementeerd, waarvoor RDI de taken als nationale autoriteit uitvoert. Vanaf 2024 zijn er extra middelen toegekend voor het toezicht op de Europese NIS2- en CER-richtlijnen en de Netwerkcode Cybersecurity Elektriciteitssector.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen mogelijk profiteren van verhoogde nationale inzet op cybersecurity, inclusief kennisdeling en ondersteuning. Daarnaast kunnen gemeenten nationale campagnes benutten om de bewustwording onder hun eigen personeel en onder de burgers te verhogen. Afronding van de Europese Cyber Resilience Act, met focus op cybersecurity gedurende de gehele productlevenscyclus, betekent voor gemeenten dat zij hun inkoopbeleid moeten herzien en zorgen dat ze voldoen aan de nieuwe eisen. De oprichting van een nationale toezichthouder voor NIS2 betekent voor gemeenten dat zij zullen moeten voldoen aan nieuwe regelgeving en toezicht van de nationale toezichthouder. Gemeenten moeten anticiperen op stijgende uitgaven op het gebied van cybersecurity, in lijn met de verhoogde nationale budgetten. EZK sorteert voor op een centrale CERT/CSIRT, een nationale organisatie die uiterlijk in 2026 alle Nederlandse organisaties gaat bedienen. Hiervoor maakt EZK tot € 20 miljoen per jaar vrij in 2028. Deze ontwikkeling valt samen met een grote investering in het NCSC vanuit JenV, namelijk een stijging van € 7 miljoen naar € 45 miljoen. Het is aannemelijk dat deze nieuwe nationale organisatie taken zal overnemen van sectorale CERTs. Dit heeft voor gemeenten veel implicaties als het gaat om hun informatiepositie en de reeds opgetuigde incident response structuur.
Voor gemeenten betekent dit concreet dat de IBD een verandering zou kunnen krijgen in hun taakstelling. Als het rijk dergelijke investeringen doet op dit thema, dan moeten gemeenten ook serieus rekening houden met stijgingen in de uitgaven. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 53 7 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Nationaal Programma Landelijk Gebied en Stikstof Wat wil het kabinet? De uitdagingen waar Nederland voor staat zijn urgent en complex. Het kabinet wil daarom werken aan duurzame landbouw en voedsel, waardevolle natuur, de kwaliteit van onze leefomgeving en brede welvaart in het landelijk gebied. Om de benodigde transitie van de landbouw te stimuleren heeft het kabinet besloten om € 175 miljoen uit het Transitiefonds vrij te maken. Dat is eerder al aangekondigd na het beëindigen van de gesprekken over het landbouwakkoord. Met het beschikbaar maken van deze middelen borgt het kabinet dat de transitie niet stilvalt. Het gaat dan om: • Steun voor bedrijfsopvolging door jonge boeren; • Ontwikkeling en ondersteuning van een marktprogramma voor de biologische sector gelet op de benodigde impuls • Een versnelling van de start van het aanvalsplan landschapselementen; • Een investering in een implementatieprogramma doelsturing. Als onderdeel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied hebben provincies samen met alle betrokkenen gebiedsprogramma’s gemaakt.
In deze gebiedsprogramma’s worden de doelen en plannen per gebied uitgewerkt. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten worden, afhankelijk van de aanpak per provincie, in bepaalde mate betrokken bij de uitwerking van gebiedsprogramma’s. Essentieel hiervoor is dat gemeenten een vergoeding krijgen voor de uitvoeringskosten in 2024. Ook is er een vergoeding nodig voor de al eerder gemaakte uitvoeringskosten ter voorbereiding op de participatie in de gebiedsprogramma’s. Bevoorschotting Wat wil het kabinet? Voor 2024 reserveert het kabinet € 30,7 miljoen om provincies, gemeenten en waterschappen te vergoeden voor de te maken uitvoeringskosten in verband met de ontwikkeling en uitvoering van de provinciale gebiedsprogramma’s. De provincies ontvangen het gehele bedrag en hebben een financiële regierol, passend bij de verantwoordelijkheid als gebiedsregisseur. Wat betekent dit voor gemeenten? De gemeenten maken nu al uitvoeringkosten in verband met de ontwikkeling en uitvoering van de provinciale gebiedsprogramma’s en zullen daarvoor bij de provincies moeten aankloppen. Naar alle waarschijnlijkheid zal het beschikbaar gestelde bedrag dat uiteindelijk naar gemeenten gaat niet voldoende zijn om de uitvoeringskosten te dekken. Het is voor de gemeenten belangrijk dat er snel afspraken worden gemaakt over bevoorschotting, verdeling en verantwoording.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 54 Glastuinbouw Wat wil het kabinet? Voor de glastuinbouw investeert het kabinet enerzijds meer dan € 600 miljoen in de energietransitie. Het geld gaat onder meer naar het programma De Kas als Energiebron en naar subsidies voor warmtenetten. Anderzijds leidt de Wet Fiscale Maatregelen Glastuinbouw tot aanzienlijke lastenverhogingen voor glastuinbouwondernemers die kunnen oplopen tot ongeveer € 700 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? Door de maatregelen van het kabinet wordt de noodzaak voor ruimtelijke herstructurering van de glastuinbouwgebieden groter. Gemeenten zijn een belangrijke partij om dit proces te faciliteren met beleid en middelen. Programma Nationale Parken Wat wil het kabinet? Om te komen tot robuuste natuur en landschapsgebieden (met een sterke onthaalfunctie) werkt het kabinet aan de versterking en educatie van Nationale Parken in Nederland. Daarvoor komt er aanvullend € 5 miljoen bovenop de al eerder beschikbaar gestelde € 1,3 miljoen. Het Programma Nationale Parken ondersteunt de transitie van het landelijk gebied en helpt om integrale afwegingen rondom biodiversiteitsherstel en brede welvaart in te bedden. Wat betekent dit voor gemeenten? De aanvullende € 5 miljoen vanuit het rijk versterkt de instandhouding van Nationale Parken.
Betrokken gemeenten stellen via de algemene middelen cofinanciering beschikbaar voor Nationale Parken, die niet vanuit het rijk worden vergoed. Met de vaak knellende gemeentelijke begroting zijn deze aanvullende middelen zeer welkom. Ten minste als deze de structurele cofinanciering vanuit gemeenten verlaagt. In de rijksbegroting staat dat het rijk en de provincies in het najaar van 2023 over de gezamenlijke financiering besluiten. Gelijktijdig loopt het proces voor partnerafspraken. Tijdens deze gesprekken werken wij aan duidelijke partnerafspraken met gemeenten op de lange termijn wat betreft de financiële instandhouding van Nationale Parken. Dierziekten en zoönose Wat wil het kabinet? Het kabinet wil in 2024 werken aan de uitvoering van het zoönosebeleid. Het gaat dan om de preventie en detectie van dierziekten en zoönose. Uit de € 14,6 miljoen die gereserveerd is voor diergezondheid en dierenwelzijn wordt onder andere ingezet op verbeterde monitoring, detectie en antibioticabeleid. Ook wordt er ingezet op de ondersteuning van dierenartsen en een verbeterde uitvoering van beleid. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn bij zoönosebeleid mede aan zet als het gaat om het stimuleren van vaccinatie, het vergroten van veiligheid op bedrijven en het nemen van maatregelen op gebied van ruimtelijke ordening (RO).
Onder de uitvoering van het zoönosebeleid valt het intensiveringsplan preventie vogelgriep, early warning, monitoring en bewaking van andere dierziekten. Door de uitvoering van dit beleid kunnen maatregelen voor de RO beter worden uitgevoerd. Ook zorgt het ervoor dat de kaders voor de RO wat betreft dierziekten en zoönose duidelijker zijn. Zo kunnen gemeenten dit gemakkelijker meenemen in het opstellen van bijvoorbeeld hun omgevingsplan of als onderdeel van (lopende) gebiedsprocessen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 55 Biodiversiteit Wat wil het kabinet? Het kabinet geeft aan zich onverminderd in te willen spannen om internationale afspraken wat betreft biodiversiteitsherstel na te komen. Deze afspraken worden elke twee jaar besproken in het kader van de VN Biodiversiteitsverdrag. Het kabinet wil zich bij deze tweejaarlijkse bijeenkomsten blijven inspannen voor ambitieuze internationale afspraken. De bedoeling is dat deze doelen voor 2030 worden behaald. Het kabinet wil dit bereiken door afspraken te maken over het versterken van biodiversiteit samen met medeoverheden en het bedrijfsleven. Wat betekent dit voor gemeenten? In 2024 wordt het Nationaal Biodiversiteit Strategisch Actieplan (NBSAP) gepresenteerd. Dit NBSAP bevat de doelen uit het Global Biodiversity Framework (GBF). Het NBSAP geeft een vertaling naar Nederlands beleid.
We zitten in een vroegtijdig stadium aan tafel om ervoor te zorgen dat de verschillende stromen vanuit het kabinet gemeenten niet overbelasten op financieel en beleidsmatig gebied. Daarnaast is het van belang dat gemeenten de handvatten krijgen om zich te verhouden en positioneren tot de biodiversiteitsopgave en wat dat betekent voor hun gebied. Voor het NBSAP zijn in de Rijksbegroting nog geen financiële middelen opgenomen. Natuur Wat wil het kabinet? Het kabinet zet in op een sterke natuur en gezonde leefomgeving, passend binnen de grenzen van de fysieke leefomgeving. Daarbij moet er genoeg ruimte zijn voor woningen, natuur, landbouw en bedrijvigheid. Hiervoor zijn vanuit het rijk verschillende stromen opgezet, waaronder: 1. Het bereiken van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) doelstellingen binnen de beschermde Natura 2000 gebieden; 2. Het verbeteren van de natuurkwaliteit buiten de beschermde Natura 2000 gebieden; 3. De transitie naar een natuur inclusieve samenleving inzetten. Deze stromen vallen onder programma’s zoals Programma Natuur, Agenda Natuurinclusief, Basiskwaliteit Natuur en het programma Groen in en om de stad (in samenwerking met andere ministeries). Wat betekent dit voor gemeenten? Bij het rijk ligt een grote verantwoordelijkheid om zich te houden aan internationaal gemaakte afspraken. Voor veel afspraken ligt de deadline daarvoor al in 2030 of 2035.
De gewenste bijdrage vanuit gemeenten is groot en noodzakelijk om de afspraken te behalen. Gemeentelijke opgaven rondom data en monitoring, financiën, kennis en capaciteit worden daarmee steeds zichtbaarder. Vanaf 2024 wordt voor zowel de Agenda Natuurinclusief (vaststellen Agenda 2.0 en Investeringsagenda), Programma Basiskwaliteit Natuur, Programma Natuur (fase 2) en het Programma Groen in en om de stad de basis voor gemeenten versterkt. Daarom werkt de VNG aan het tijdig betrekken van gemeenten bij deze programma’s. Voor gemeenten is het van belang om zich te verdiepen in de natuur en biodiversiteit in hun gebied. En dit een plek te geven in omgevingsvisies en –plannen. Stikstof en beëindigingsregelingen veehouderijen Wat wil het kabinet? Het kabinet zet met prioriteit in op het verminderen van stikstofuitstoot om de natuur te beschermen en te herstellen. De stikstofproblematiek heeft gevolgen voor het wel of niet doorgaan van projecten zoals woningbouw. Het kabinet ziet het risico dat Nederland door de stikstofproblematiek ‘op slot’ gaat. Om stikstofuitstoot te verminderen werkt het kabinet aan bronmaatregelen en meerdere beëindigingsregelingen voor veehouderijen. Bij het bronmaatregelenpakket meldt het kabinet vertraging en tegenvallende resultaten. Het kabinet wil bijsturing en intensivering van deze maatregelen.
De Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Lbv-plus (voor ‘piekbelasters’) staan momenteel open. Het kabinet Vereniging van Nederlandse Gemeenten 56 geeft aan dat 2024 het jaar van de uitvoering van deze beëindigingsregelingen wordt. Daarnaast werkt het kabinet aan de beëindigingsregeling Maatregel Gerichte Aankoop (2e tranche). Deze regeling moet later dit jaar nog gemeld worden bij de Europese Commissie. Daarnaast rondt het kabinet eind 2023 een haalbaarheidsstudie naar alternatieven voor de kritische depositiewaarde (KDW) af. En wil het kabinet PAS-melders zo snel mogelijk legaliseren. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn gebaat bij snelle reductie van de stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden. Hiermee kan de natuur zich herstellen en komt er ruimte in vergunningverlening voor de grote maatschappelijke opgaven. Denk aan de woningbouwopgave, de energietransitie en investeringen in infrastructuur. Gemeenten hebben een belangrijke rol in de voorbereiding, uitvoering en handhaving van de beëindigingsregelingen voor veehouderijen (Lbv-plus, Lbv, MGA). Het gaat dan bijvoorbeeld om een bestemmingplanwijziging of een aanpassing of intrekking van vergunningen. Het is cruciaal dat gemeenten tijdig het gesprek aangaan met veehouders die interesse hebben om deel te nemen aan de beëindigingsregelingen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 57 8 Sociale Zaken en Werkgelegenheid Koopkrachtmaatregelen Wat wil het kabinet? Het demissionaire kabinet treft koopkrachtmaatregelen van € 2 miljard met speciale aandacht voor de lagere inkomens. Bij de aanpak voor armoede heeft het kabinet specifiek aandacht voor kinderen. • Het kindgebonden budget gaat omhoog met maximaal € 750 voor het eerste kind, met maximaal € 883 voor het tweede en volgende kind en met € 400 voor kinderen tussen 12 en 17 jaar. • Vanaf 2025 past het kabinet het toeslagpartnerbegrip aan. Hierdoor worden bijvoorbeeld grootouders die bij hun kind gaan wonen ivm mantelzorg niet meer gekort op hun toeslagen. • Verder stijgen de uitkeringen volledig mee met het minimumloon, doordat de dubbele algemene heffingskorting in de bijstand in 2024 niet wordt afgebouwd. • En ook komend jaar is er een gratis schoolontbijt op scholen met veel kinderen uit financieel kwetsbare huishoudens. Hiervoor komt € 165 miljoen vrij. • De huurtoeslag gaat omhoog met maximaal € 416 en de arbeidskorting wordt verhoogd. • Mensen die hun energierekening niet kunnen betalen, kunnen tot en met maart 2024 een beroep doen op het Tijdelijk Noodfonds Energie. Het kabinet heeft extra middelen (maximaal € 60 miljoen) gereserveerd om een bijdrage te doen aan het noodfonds. • Verder wordt de verlaging van de jonggehandicaptenkorting geschrapt.
• Voor 2024 wordt in totaal € 50 miljoen via het Gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld, zodat gemeenten kunnen inzetten op bijzondere bijstand en vroegsignalering van geldzorgen. Tevens blijft kabinet inzetten op financiële educatie in het onderwijs. • Tegelijkertijd worden diverse kosten levensonderhoud duurder. De zorgverzekering wordt duurder. De incidentele verhoging van de zorgtoeslag vervalt in 2024. De maximale zorgtoeslag gaat daardoor volgend jaar omlaag. Het prijsplafond voor stroom en gas verdwijnt volgend jaar. De belasting op gas gaat omhoog en voor een huishouden met gemiddeld verbruik gaat hiermee de energierekening omhoog. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG vindt het van groot belang dat de bestaanszekerheid structureel geborgd wordt. Bestaansonzekerheid en financiële problemen liggen vaak aan de basis van meer en ernstige problemen. De Commissie Sociaal Minimum is in juni met adviezen gekomen en zal een tweede deel uitbrengen op 28 september. De Commissie Sociaal Minimum heeft alleen voor reparatie al gepleit voor een investering van € 6 miljard. De € 2 miljard voor koopkrachtreparatie is dus een stap in de goede richting maar voor structureel borgen van bestaanszekerheid op de lange termijn is er veel meer nodig. In 2024 komt er geen nieuwe eenmalige energietoeslag.
Gemeenten kunnen inwoners wel wijzen op en helpen met het Tijdelijk Noodfonds Energie als vangnet. Er zal een beroep gedaan worden op de maatwerkvoorzieningen en aanvullende inkomensondersteuning van gemeenten. Voor 2024 wordt in totaal € 50 miljoen via het Gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld, zodat gemeenten kunnen inzetten op bijzondere bijstand en vroegsignalering van geldzorgen. Wij hebben altijd gepleit voor middelen voor vroegsignalering aangezien het een wettelijke taak is van gemeenten. Een persoonlijke benadering is het meest effectief om mensen te bereiken. Dat kost capaciteit en middelen. Tegelijkertijd overschrijden de uitgaven van gemeenten aan bijzondere bijstand en ander minimabeleid het beschikbare budget al jaren. De € 50 miljoen is eerder een reparatie dan ‘extra’ budget. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 58 Aanpak problematische schulden Wat wil het kabinet? Vanwege substantiële maatschappelijke gevolgen van problematische schulden en hoe hier in Nederland mee wordt omgegaan, is het kabinet in 2022 gestart met aanpak geldzorgen, armoede en schulden. In aanvulling op dit programma start het kabinet een interbestuurlijk onderzoek met als doel om inzicht te krijgen in welke schulden en betalingsverplichtingen maatschappelijke waarde hebben, problematische schulden te voorkomen en sneller te signaleren en op te lossen.
Er is daarnaast aandacht voor het niet-gebruik van regelingen: inzet op proactieve dienstverlening. Wat betekent dit voor gemeenten? De aanpak van problematische schulden is ook voor gemeenten een belangrijk onderwerp in het kader van het bevorderen van bestaanszekerheid. Structurele oplossing voor alleenverdienende huishoudens Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft op Prinsjesdag haar structurele en tussentijdse oplossing gepresenteerd voor de groep alleenverdienende huishoudens. De eenverdienersproblematiek speelt al geruime tijd en is in 2016 aangekaart door de Nationale Ombudsman. Door een onbedoelde en complexe samenloop van fiscaliteit, toeslagen en sociale zekerheid is er een groep alleenverdienende huishoudens die een lager besteedbaar inkomen heeft dan een paar in de bijstand. De afgelopen maanden is samen met de VNG, Divosa, UWV, Dienst Toeslagen en de Belastingdienst intensief gezocht naar mogelijke oplossingen. De uitkomst hiervan is dat het kabinet zich committeert aan een structurele oplossing via de fiscaliteit. Omdat met deze structurele oplossing een beroep wordt gedaan op de reeds overbevraagde IV-capaciteit van de Belastingdienst is deze oplossing niet op korte termijn maakbaar. Een uitvoeringstoets van de Belastingdienst moet uitwijzen of de beoogde invoering per 2028 mogelijk is.