CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

13.0 VNG - Rijksbegroting 2024 en de gevolgen voor gemeenten

Raadsvergadering 10 oktober 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken34.504 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het kabinet vindt het belangrijk om ook op korte termijn een oplossing te bieden. Daarom heeft het kabinet met gemeenten en de betrokken uitvoerders de mogelijkheid onderzocht om met een overbruggingsregeling de betreffende huishoudens in de jaren 2024-2027 tegemoet te komen. Een overbruggingsregeling bleek niet op korte termijn uitvoerbaar voor UWV of Dienst Toeslagen. Daarop hebben we aangegeven dat gemeenten uitvoering kunnen geven aan een tijdelijke oplossing mits aan een aantal belangrijke randvoorwaarden wordt voldaan. Ook dient een uitvoeringstoets door de ons een positief beeld te geven van de uitvoerbaarheid. Dat laatste is van belang omdat ook de gemeentelijke uitvoering onder druk staat. Het kabinet heeft toegezegd te zullen voldoen aan de gestelde randvoorwaarden om te komen tot een uitvoerbare overbruggingsregeling. Deze zijn als volgt: • Het kabinet voert per 2028 een fundamentele oplossing in; • De tijdelijke overbruggingsregeling wordt uitvoerbaar ontworpen, onder meer door te werken met forfaitaire bedragen. Gemeenten worden actief betrokken bij de uitwerking van de tijdelijke overbruggingsregeling en worden in staat gesteld een uitvoeringstoets uit te brengen; • Het rijk stelt een zo accuraat mogelijke lijst met huishoudens op en regelt een grondslag voor de benodigde gegevensdeling en -verwerking.

Het rijk stelt zich op als eigenaar van deze lijst; • Het rijk biedt gemeenten financiering voor de uitvoering van de tijdelijke overbruggingsregeling en de motie-Warmerdam c.s. Naar aanleiding van de motie gaat de overheid actief op zoek naar betreffende huishoudens om hen te wijzen op financiële ondersteuning in 2023 vanuit de individuele bijzondere bijstand; • De ministeries van SZW en Financiën zetten met de VNG en uitvoerders (Belastingdienst, Inlichtingenbureau en UWV) een projectgroep op om bovengenoemde lijst zo accuraat mogelijk te maken voor de uitvoering van de tijdelijke regeling en de motie-Warmerdam c.s. Voor de tussentijdse regeling voor de periode 2024-2027 is een wetswijziging nodig. Het kabinet reserveert voor deze tijdelijke regeling een bedrag van € 89 miljoen. Hierbij is ook rekening gehouden Vereniging van Nederlandse Gemeenten 59 met uitvoeringskosten. De tegemoetkoming die de huishoudens zullen ontvangen, telt niet mee bij het verzamelinkomen en heeft dus geen gevolgen voor de hoogte van te ontvangen toeslagen. Wat betekent dit voor gemeenten? Wij hebben altijd gepleit voor een structurele oplossing voor deze inwoners. We zijn positief dat het demissionaire kabinet deze structurele oplossing voor de eenverdienersproblematiek gaat uitwerken. Daarnaast pakken gemeenten ook hun verantwoordelijkheid.

Helaas is de structurele oplossing in de fiscaliteit niet op korte termijn maakbaar. In de tussentijd moet ook de bestaanszekerheid van deze groep inwoners worden geborgd. Met de structurele oplossing in het vooruitzicht, hebben wij aangegeven bij te kunnen dragen aan een tussentijdse oplossing onder de door ons gestelde randvoorwaarden en een uitvoeringstoets. In een Bestuurlijk Overleg VNG-SZW op 12 september 2023 hebben wij de randvoorwaarden benadrukt en demissionair minister Schouten heeft aangegeven dat het kabinet zich daaraan committeert om tot een uitvoerbare regeling te komen. De komende maanden wordt de regelgeving voor de overbruggingsoplossing en de structurele oplossing samen met gemeenten en de betrokken uitvoerders nader uitgewerkt. De tussentijdse oplossing vraagt om een wijziging van de Participatiewet. De voorbereiding daarvan is inmiddels gestart. Wij zullen gemeenten nadrukkelijk betrekken bij de uitwerking van de regeling. Gemeenten kunnen huishoudens die geraakt worden door de problematiek en zich melden nu ondersteunen via de individuele bijzondere bijstand. Gemeenten zijn over de mogelijkheden geïnformeerd met het SZW Gemeentenieuws van 19 april 2023. De gemeentelijke uitvoeringspraktijk staat echter onder druk. De afgelopen jaren is de gemeente overvraagd voor incidentele maatregelen en crises.

Daarnaast vraagt de huidige ondersteuning via de bijzondere bijstand veel kennis, expertise en capaciteit van gemeenten, die niet altijd voorhanden is. Momenteel werkt Stimulansz in opdracht van het ministerie van SZW aan een handreiking voor gemeenten om hen hierbij te ondersteunen. Deze handreiking komt waarschijnlijk in oktober beschikbaar voor gemeenten. Daarnaast organiseert het LOSR in september een webinar voor sociaal raadslieden om hen te informeren over de ondersteuning voor huishoudens. Een aantal gemeenten is actief aan de slag en benadert de betreffende huishoudens zelf, al dan niet met behulp van de inzet van sociaal raadslieden. Bij die gemeenten is zichtbaar dat een juiste ondersteuning veel tijdsinzet en inhoudelijke kennis van de verschillende domeinen vraagt. Andere gemeenten reageren vooral wanneer huishoudens zich melden bij de gemeente. Op 6 juli 2023 is de motie-Warmerdam c.s. aangenomen in de Tweede Kamer. Deze motie roept het kabinet op om zich samen met gemeenten en sociaal raadslieden maximaal in te zetten om huishoudens actief te benaderen door deze groep een brief te sturen waarbij ze geattendeerd worden op hun mogelijke recht op individuele bijzondere bijstand. Het kabinet voert deze motie stapsgewijs uit.

Gemeenten die nu al huishoudens actief willen benaderen zullen daarbij worden ondersteund, onder meer via de genoemde handreiking waaraan nu wordt gewerkt. Daarnaast kijkt het ministerie van SZW met het Inlichtingenbureau en UWV of deze gemeenten gericht ondersteund kunnen worden, bijvoorbeeld door aanvullende informatie te verstrekken om zo huishoudens in beeld te krijgen en actief te kunnen benaderen. Parallel wordt aan VNG en UWV gevraagd een uitvoeringstoets te doen om in kaart te brengen wat nodig is om huishoudens op grotere schaal actief te benaderen. Dit geeft gemeenten en UWV de ruimte om de organisaties voor te bereiden op gerichte proactieve communicatie en een grotere toestroom aan aanvragen. Wanneer gemeenten hier klaar voor zijn, kunnen huishoudens op grotere schaal geattendeerd worden. Deze aanpak vereist wel een accurate lijst met betreffende huishoudens. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 60 Participatiewet in balans Wat wil het kabinet? Het kabinet is begonnen met het programma Participatiewet in Balans om de balans te herstellen tussen vertrouwen, verplichtingen, ondersteuning en de menselijke maat in de uitvoering van de Participatiewet.

Via drie sporen, in nauwe samenwerking met gemeenten en andere belanghebbenden, werd beoogd: • Op korte termijn ruimte te creëren voor mensen binnen de huidige wet; • Te werken aan een alomvattende herziening van de wet op de lange termijn; • De professionaliteit van de uitvoerende professional te versterken. In het najaar beraadt het kabinet zich over de voortzetting van de verschillende sporen van het programma Participatiewet in Balans. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit ruimte om de menselijke maat toe te passen en te werken vanuit vertrouwen richting de inwoners. Hierdoor kunnen gemeenten de balans tussen vertrouwen, verplichtingen, ondersteuning, en de menselijke maat terugkrijgen. Gemeenten zijn voorstander van vereenvoudiging op het inkomensdomein, omdat deze benadering ervoor zorgt dat inwoners niet aan de zijlijn blijven staan en passende ondersteuning krijgen op weg naar werk en deelname aan de maatschappij. Gemeenten benadrukken de behoefte aan een goed afgestemde Participatiewet die naadloos integreert met andere relevante wetten binnen het socialezekerheidsstelsel. Programma vereenvoudiging inkomensondersteuning Wat wil het kabinet? In de Miljoenennota staat het kabinet stil bij de complexiteit van het stelsel van de sociale zekerheid. Inwoners zien door de bomen het bos niet meer, en dat heeft impact op bestaanszekerheid.

Het versterken van de bestaanszekerheid vereist een samenhangende aanpak. Het ministerie van SZW start daarom het programma ‘Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen’ (VIM). Het ministerie van SZW doet dit programma samen met de Ministeries van Financiën, VWS, OCW en BZK, de betrokken publieke dienstverleners zoals UWV, Toeslagen, Belastingdienst, SVB en DUO, gemeenten en de mensen voor wie de inkomensondersteuning is bedoeld. Het doel is om vanuit het perspectief van mensen scenario’s te ontwikkelen voor een eenvoudigere inkomensondersteuning voor de toekomst. Daarnaast gaat het programma werken aan oplossingen voor domeinoverstijgende knelpunten waar mensen nu tegenaan lopen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten dringen al tijden aan op het aanpakken van knelpunten rondom inkomensondersteuning. Met dit programma wordt er een start gemaakt om de inkomensproblematiek aan te pakken vanuit het perspectief van de inwoner en ook vanuit gemeenten. Binnen dit programma hopen wij de problematiek rondom toeslagen, inkomensverrekeningen etc. binnen de wetten op te lossen, zodat bestaanszekerheid beter geborgd wordt. Werkagenda Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt (VIA) Wat wil het kabinet? In 2023 is de werkagenda Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt (VIA) uitgebreid met het plan van aanpak Statushouders aan het werk.

Dit plan omvat een intensivering van maatregelen om de toeleiding van statushouders naar werk te verbeteren. Met dit plan van aanpak wordt ingezet op het verbeteren van arbeidsmarktkansen en arbeidsparticipatie van statushouders. Met middelen uit de envelop Arbeidsmarkt, Armoede en Schulden van het coalitieakkoord wordt tot en met 2026 de toeleiding naar werk voor statushouders gefaciliteerd. Dit gebeurt via startbanen, ondersteuning voor werkgevers en regionale verbinders in arbeidsmarktregio’s en doelgroepspecifieke ondersteuning. Het plan van aanpak Statushouders aan het werk is een aanvulling op de werkagenda VIA, een samenwerking tussen rijk, gemeenten, sociale partners en maatschappelijke organisaties die streeft gelijkwaardige kansen op de arbeidsmarkt voor mensen met een migratieachtergrond. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 61 Wat betekent dit voor gemeenten? Door de intensivering van de werkagenda en de beschikbare middelen voor het plan van aanpak Statushouders aan het werk is het voor gemeenten mogelijk om nog meer in te zetten op het ondersteunen van statushouders naar werk of participatie. Gemeenten kunnen hun best practices meer delen, zodat er geen nieuwe initiatieven opgezet hoeven te worden en gemeenten vanuit hun kracht werken. Binnen de werkagenda VIA is er ook speciale aandacht voor de aanpak van arbeidsmarktdiscriminatie.

Gemeenten zijn blij met deze aandacht. Zo kunnen ze een gezamenlijke aanpak uitwerken die werkbaar en uitvoerbaar is voor de gemeentelijke praktijk die zich richt op de bemiddeling van mensen met een migratieachtergrond uit de bijstand. Beschut werk en Sociaal ontwikkelbedrijven Wat wil het kabinet? Gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven spelen een belangrijke rol in het begeleiden en mee laten doen van mensen met een arbeidsbeperking. Het kabinet werkt met sociaal ontwikkelbedrijven, sociale partners en gemeenten aan een toekomstbestendige inrichting van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Hiervoor worden toekomstperspectieven uitgewerkt, die naar verwachting in het najaar van 2023 aan de Tweede Kamer worden gepresenteerd. Ook wordt met gemeenten gewerkt aan een meer divers aanbod van beschutte werkplekken, wordt ingezet op een versimpeling van het (UWV) proces rondom beschut werk en wordt gewerkt aan een andere verdeling van de beschutte werkplekken en financiële middelen per 2025. Per 2024 worden structureel extra middelen beschikbaar gesteld voor de financiering van beschut werk. In 2024 gaat het om een extra investering van € 23,1 miljoen, oplopend naar € 64,7 miljoen in de structurele situatie. Door deze extra middelen ontvangen gemeenten structureel een aanvullend bedrag van € 2.157 per beschutte werkplek.

Het kabinet wil hiermee beschut werk stimuleren en gemeenten stimuleren om de achterstanden op de doelstelling in te lopen. Daarnaast heeft het kabinet voor 2024 € 63,9 miljoen op de SZW-begroting gereserveerd om gemeenten tegemoet te komen in de financiële uitdagingen die zij ervaren rondom de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen deze middelen zien als erkenning voor de forse kosten (‘financiële uitdagingen’) die gemoeid zijn met het realiseren van beschutte werkplekken en de financiële positie van de sociaal ontwikkelbedrijven. Door na jaren extra middelen beschikbaar te stellen voor beschut werk, worden gemeenten in deze opgave tegemoetgekomen. Tegelijkertijd hebben meerdere onderzoeken laten zien dat de daadwerkelijke kosten hoger liggen en de verwachting is dat de kosten ook nog verder oplopen, bijvoorbeeld als een akkoord wordt bereikt rond de twee Cao’s die in de sector van toepassing zijn. Zuiver financieel gezien blijft het voor veel gemeenten onaantrekkelijk om beschutte werkplekken te realiseren en om de doelstelling dus te behalen. Regionale Mobiliteitsteams (RMT’s) Wat wil het kabinet? Tijdens de coronacrisis is een publiek-private samenwerking opgezet om aanvullende arbeidsmarktdiensten te verlenen.

Dit werd gerealiseerd door de oprichting van Regionale Mobiliteitsteams (RMT’s) in alle 35 arbeidsmarktregio’s. Echter, zoals vermeld in de Voorjaarsnota, zijn er aangekondigde bezuinigingen op de RMT’s en is er vanaf 2024 geen budget meer voor toegewezen. Het kabinet heeft plannen om de hervorming van de regionale arbeidsmarktinfrastructuur verder uit te werken met daarbij oog voor uitvoering en uitvoerbaarheid. Verder benadrukt het kabinet dat de RMT’s in 2023 en 2024 zullen blijven bestaan om de periode tot een eventuele nieuwe arbeidsmarktinfrastructuur te overbruggen. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit onzekerheid. Deze succesvolle manier van samenwerken met UWV, sociale partners en het onderwijs kan na 2024 pas doorgezet worden na toekenning van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 62 gereserveerde middelen van de algemene post. Dat vraagt dus eerst een nadere uitwerking en politieke besluitvorming. Onderwijsroute Inburgering Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een tijdelijke voortzetting van de onderwijsroute van 2026 tot en met 2029. De onderwijsroute is vooral gericht op (jonge) statushouders die in Nederland een inburgeringsplicht hebben en is bedoeld ter voorbereiding op een mbo-, hbo- of academische opleiding. De onderwijsroute is in deze jaren vastgesteld op een prijs van € 17 duizend per inburgeraar.

Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet geeft hiermee langdurig zekerheid voor deze leerroute, meebewegend met het aantal dat instroomt. Dat is ook de wens van gemeenten. Het biedt de kans om de (jonge) inburgeraars hierin te kunnen blijven ondersteunen, en om samen met onderwijsinstellingen de komende jaren ervaring op te doen met de onderwijsroute en voldoende kwalitatief aanbod te realiseren. Toch blijft in het geheel een uitvoerbare en betaalbare inburgeringswet nog aandacht vragen. Actieprogramma seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft een actieprogramma gelanceerd tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Dit programma beoogt door middel van diverse maatregelen een cultuurverandering te realiseren. Daarnaast wordt de regeringscommissaris voor seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld ingezet om het maatschappelijke gesprek op gang te houden en het kabinet te adviseren over de totstandkoming en uitvoering van het actieprogramma. In het cadet van dit actieprogramma werkt SZW in 2024 onder meer aan wet- en regelgeving over het verplichten van een klachtenprocedure en een gedragscode voor werkgevers. Wat betekent dit voor gemeenten? De acties van SZW in het kader van het actieprogramma raken gemeenten indirect.

De maatregelen van dit ministerie kunnen bijdragen aan een groter beroep op door gemeenten gefinancierde voorzieningen, zoals hulpverlening en de centra voor seksueel geweld (CSG). De wijzigende wetgeving raakt gemeenten ook in hun rol als werkgever. De VNG blijft aangehaakt bij overleggen met betrekking tot deze nieuwe wetgeving, met name in de SER. Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (commissie Roemer) Wat wil het kabinet? Het kabinet is voornemens de uitvoering voort te zetten van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (commissie-Roemer). Er wordt actie ondernomen om misstanden met arbeidsmigranten aan te pakken, onder andere via betere regulering van de uitzendsector. Daarnaast is er aandacht voor de problematiek over de landgrenzen heen, bijvoorbeeld als arbeidsmigranten in Nederland werken en in het buitenland wonen. Wat betekent dit voor gemeenten? De koers om de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten op te volgen blijft gehandhaafd. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het realiseren van deze aanbevelingen. Zo kunnen ze verder aan de slag met het realiseren van meer kwalitatief goede huisvesting van arbeidsmigranten en aandacht voor zorg en welzijn, informatievoorziening, registratie en naleving bij huisvesters.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 63 Informatiebeveiliging en privacy Wat wil het kabinet? Het verbeteren van informatiebeveiliging en privacy heeft de aandacht bij het UWV en de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de AVG zijn belangrijke wettelijke kaders voor informatiebeveiliging en privacy (IB&P). Om (persoons)gegevens veilig te houden, werken UWV en SVB continu aan het op orde brengen en houden van de informatiebeveiliging en gegevensbescherming. UWV heeft het afgelopen jaar bijvoorbeeld maatregelen getroffen om de IB&P risico’s van Sonar op te lossen en om andere risico’s te verkleinen. Als gevolg van de omvang en complexiteit van het ICT-landschap is UWV voornemens ook de komende jaren nog een forse inspanning te leveren om volledig invulling te geven aan de BIO en AVG. De SVB is bezig met het meerjarig programma Digitale Veiligheid SVB. Hierbij neemt de SVB verdere stappen in zonering en segmentering van het SVB-netwerk en in een gecontroleerde toegang hiertoe. Wat betekent dit voor gemeenten? De BIO wordt wettelijk verankerd in de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni). Gemeenten moeten ervoor zorgen dat zij voldoen aan de BIO en AVG, wat kan leiden tot een revisie van hun huidige systemen en beleid.

Dit kan betekenen dat er bij gemeenten investeringen nodig zijn in zowel technologie als expertise om ervoor te zorgen dat de ICT-infrastructuur voldoet aan de BIO/ NIS2 en AVG-normen voor informatiebeveiliging. Maatschappelijke effecten van ondermijning Wat wil het kabinet? Het kabinet zet in op het bieden van een alternatief aan jongeren voor criminaliteit met het doel ondermijning tegen te gaan. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat zij mogelijk moeten intensiveren in de ontwikkeling van programma’s die gericht zijn op het bieden van alternatieven voor jongeren om hen weg te houden van het criminele pad. Er kan een verhoogde vraag zijn naar jeugd- en jongerenwerkers, toezicht en handhaving om deze initiatieven te begeleiden en uit te voeren en hierdoor ook een grotere vraag naar financiële middelen om deze programma’s te ondersteunen. Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Wat wil het kabinet? De Ministeries van BZK, SZW en OCW hebben voor de jaren 2023 tot en met 2025 een interdepartementale specifieke uitkering (SPUK) ontwikkeld voor de 20 focusgebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Hiermee worden de focusgebieden in staat gesteld om integrale activiteiten over meerdere beleidsdoelstellingen heen te formuleren en blijven de verantwoordingslasten voor gemeenten beperkt.

Wat betekent dit voor gemeenten? Deze SPUK bevat onder andere een investering in de preventie van armoede en schulden (€ 20 miljoen in totaal voor 2023 tot en met 2025) en een investering in de re-integratiedienstverlening aan inwoners van de 20 focusgebieden. Dit betreft € 11 miljoen in 2024, oplopend tot € 13 miljoen in 2028 (voor de investering voor de jaren 2026 tot en met 2028 wordt op een later moment de financieringsvorm bepaald). Doelstelling is om hiermee meer inwoners van deze 20 gebieden, waarin relatief veel bijstandsgerechtigden wonen, duurzaam aan het werk te helpen bij reguliere werkgevers of bij sociaal ontwikkelbedrijven. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 64 Arbeidsmarkt(krapte) en tekorten Wat wil het kabinet? De situatie op de arbeidsmarkt heeft de volle aandacht van het rijk. Het kabinet is zich goed bewust van de urgentie van de problematiek; van tekort bij de leerkrachten, kinderopvang tot bedrijfsartsen. In de plannen van het kabinet worden verschillende aanpakken geschetst. Het kabinet benadrukt dat de krappe arbeidsmarkt uitdagingen met zich meebrengt, maar ook kansen biedt om te investeren in mensen en het gesprek te voeren over maatschappelijk waardevol werk. Ook beseft het kabinet dat de personeelskrapte – met opgave in wonen, klimaat, energietransitie, zorgt etc. – een brede en gecoördineerde aanpak vergt.

Dat is goed terug te zien in de kamerbrief van SZW afgelopen voorjaar over de arbeidsmarktkrapte en het gerichte actieplan Groene Banen. Quick fixes van de problematiek zijn er niet en daarom zal er nog meer in de maatschappelijke opgaven gestuurd gaan worden op samenwerking en verhoging van de efficiency van maatregelen en proces. Er kan dan gedacht worden aan de inzet op flexpools. Ook voor 2024 heeft het kabinet € 42 miljoen beschikbaar gesteld voor medeoverheden om extra personeel in te huren of om regionale samenwerkingsverbanden op te zetten voor capaciteit en expertise voor woningbouw- en herstructureringsprojecten en het opstellen van regionale/lokale integrale woonzorgvisies. Wat betreft het generieke arbeidsmarktbeleid zien wij dat het kabinet het onverminderd van belang vindt om te werken aan kansengelijkheid en bestaanszekerheid voor iedereen. Met het arbeidsmarktpakket wil het kabinet die zekerheid van werkenden vergroten. Dat doet het kabinet door het stimuleren van duurzame arbeidsrelaties en het remmen van de flexibilisering. Daarmee sluit het kabinet aan bij de adviezen van onder andere de SER en de commissie-Borstlap. Ook wil het kabinet verder investeren in initiatieven rondom leven-lang-ontwikkelen.

Het rijk onderzoekt de samenhang tussen instrumenten op het thema Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en verwante instrumenten van andere thema’s, zoals van werk naar werk, scholingsbudgetten en intersectorale mobiliteit. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten, in hun rol als werkgever, worden uiteraard ook geconfronteerd met de krapte op de arbeidsmarkt, en lang niet alleen op specialistische functies. De krapte is een structureel probleem en wordt versterkt door meer dan gemiddelde uitstroom van ervaren werknemers door pensionering. Het personeelstekort belemmert gemeenten het meest in het realiseren van de ambities in de sectoren ruimtelijke ordening, milieu, bouwen (en dus wonen), civiele techniek en automatisering/ICT. In algemene zin en langere termijn kan het de kwaliteit van dienstverlening/uitvoering ondergraven. Het merendeel van de arbeidsmarktdossiers zijn niet controversieel verklaard. Dat is goed nieuws, want het betekent dat de afgesproken hervormingen op de arbeidsmarkt door kunnen gaan. Onderdeel van dit pakket is onder andere de balans tussen vast en flexibele contracten en de regulering van zzp. Wij spreken de hoop uit dat het nieuwe kabinet bij de aanpak van de arbeidsmarktproblematiek vooral ook alert is op de uitvoerbaarheid van toekomstig beleid.

Het is positief dat er nu een arbeidsmarktpakket ligt en er komende jaren wordt gewerkt aan de aanpak van krapte en de aanpak van schijnzelfstandigheid. Wij onderschrijven het belang van meer oog voor duurzame arbeidsrelaties. Ook wijzen we op de mogelijk ontwrichtende werking van zzp in organisaties, zowel wat betreft kosten als wat betreft de relatie met de collega’s en evenwichtige verdeling van taken. Met de andere decentrale overheidssectoren en de onderwijssectoren verenigd in de Stichting ZPW (Zelfstandige Publieke Werkgevers) oefent de VNG (als werkgever) invloed uit op de diverse (wetgevings)initiatieven. Zo is zeer recentelijk nog gereageerd op de internetconsultatie van het wetsvoorstel Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten. Met de propositie en de opzet van het VNG-brede programma Arbeidsmarktkrapte hebben wij de ambitie om komende jaren gemeenten te ondersteunen in passende inzichten, analyses en oplossingsrichtingen in het omgaan met de effecten van krapte. Zoals het kabinet zelf schetst; de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 65 aanpak van krapte is geen quick fix. Van gemeenten zal het nog meer vragen om buiten de eigen gemeentegrenzen te opereren en ook op zoek te gaan naar andere manieren van organiseren van werk(processen). Daarom heeft de VNG € 8 miljoen subsidie aangevraagd bij BZK voor het project Gemeentelijke statuur van de uitvoering.

Dit project heeft betrekking op het toekomstbestendig maken van gemeentelijke dienstverlening door de aanpak van de arbeidsmarktproblematiek. Gemeenten kunnen meedoen aan pilots die vanuit het project een bijdrage kunnen ontvangen; driekwart van de middelen is daarvoor bestemd. Verlofstelsel Wat wil het kabinet? In 2023 vindt een verkenning plaats van de vereenvoudigingsmogelijkheden in het verlofstelsel. De verkenning zit qua planning dicht op de periodieke evaluatie, die gepland is voor 2024. De verkenning vormt daarmee (op onderdelen) een goed startpunt voor de periodieke evaluatie. De focus van de periodieke evaluatie ligt op het onderzoeken van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het thema arbeid en zorg. En omvat dus naast het verlofstelsel ook de Wet flexibel werken. De Kamer is middels een brief geïnformeerd over de opzet van de periodieke rapportage. Wat betekent dit voor gemeenten? Het verlofstelsel is steeds complexer geworden. Voor medewerkers gelden er rechten via de wet en via de Cao. Wij vinden de verkenning en evaluatie positief. Met de andere decentrale overheidssectoren en onderwijssectoren verenigd in de Stichting ZPW (Zelfstandige Publieke Werkgevers) oefent de VNG (als werkgever) invloed uit op de diverse (wetgevings-)initiatieven.

Pensioen Wat wil het kabinet? Het kabinet verwijst in de Rijksbegroting 2024 voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Op 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen in werking getreden. De komende jaren hebben sociale partners en pensioenuitvoerders de tijd om de pensioenregeling aan te passen aan de nieuwe regels. Door deze wijziging in het pensioenstelsel neemt het perspectief op een koopkrachtig pensioen toe, is het pensioenstelsel transparanter en sluit het beter aan bij ontwikkelingen in de maatschappij en de arbeidsmarkt. Het is van belang dat de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel zorgvuldig gebeurt. Daarom zal er een speciale regeringscommissaris het kabinet adviseren over de pensioentransitie vanuit het perspectief van uitvoerbaarheid. Door de tijdelijke soepelere regels, vanwege de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, kunnen sinds 1 juli 2022 pensioenfondsen al pensioenen verhogen vanaf een beleidsdekkingsgraad van 105%. Hiermee wordt een voorschot gegeven op het nieuwe pensioenstelsel. Pensioenfondsen die nu indexatie verlenen, moeten dit effect wel meewegen bij de overgang op het nieuwe pensioenstelsel. Wat betekent dit voor de gemeenten? Het ABP is het pensioenfonds waar de meeste werknemers in de gemeentelijke sector pensioen opbouwen.

Hoe de pensioenregeling van ABP eruitziet wordt bepaald door sociale partners in de Pensioenkamer, deze bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers binnen overheid en onderwijs. De VNG is lid van de Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW). Een van de belangrijkste opgaven van de sociale partners in de Pensioenkamer is het vormgeven van een pensioenregeling die voldoet aan de regels van de Wtp. Zowel ABP als sociale partners werken er naartoe om per 1 januari 2027 over te kunnen stappen naar het nieuwe pensioenstelsel. Dit betekent dat sociale partner uiterlijk begin 2024 overeenstemming moeten bereiken over de ABP-pensioenregeling 2027. Per 1 januari 2023 heeft ABP de pensioenen kunnen verhogen met 11,96%. Het percentage staat gelijk aan de kosten voor levensonderhoud in de referteperiode van september 2021 tot september 2022. Dit was mogelijk met het oog op de versoepelde regels waarmee een voorschot wordt genomen op het nieuwe stelsel. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 66 Niet iedereen in de gemeentelijke sector bouwt pensioen op bij ABP . Werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt waarvoor geen andere pensioenregeling van toepassing is bouwen pensioen op bij PWRI. De overstap naar het nieuwe pensioenstelsel is voor PWRI voorzien per 2025. Daarnaast is het pensioen voor wethouders geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa).

Momenteel wordt gekeken op welke wijze de Appa kan worden vormgegeven onder het nieuwe pensioenstelsel. Verlenging maatregel vereenvoudigde claimbeoordeling 60+ Wat wil het kabinet? Door de grote vraag naar sociaal medische beoordelingen en het tekort aan verzekeringsartsen moeten mensen te lang wachten op hun WIA-(her)beoordeling. Dit leidt tot onzekerheid over het recht op een uitkering en daarmee tot onzekerheid over het inkomen. Ook voor werkgevers betekent dit dat er te lang onduidelijkheid is over de financiële gevolgen van een mogelijke uitkering. Het kabinet wil met de verlenging van deze maatregel deze onzekerheid verminderen en komen tot structurele verbeteringen in het stelsel. De Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (Octas) werkt aan een probleemanalyse voor de lange termijn, met opties voor mogelijke herziening van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Wat betekent dit voor gemeenten? Deze maatregel houdt in dat mensen boven de 60 jaar die wachten op hun WIA-claimbeoordeling, tijdelijk worden beoordeeld door professionals anders dan de verzekeringsarts. Aangezien deze maatregel buitenwettelijk is, is het zo ontworpen dat het geen negatieve gevolgen mag hebben voor de werknemer. Dit betekent dat er tijdelijk meer en hogere WIA-uitkeringen (WGA 80-100) worden verstrekt.

Gezond en Veilig Werken nu en in de toekomst Wat wil het kabinet? Ook in 2024 is gezond en veilig werken een speerpunt. Mensen moeten zich veilig en zeker genoeg voelen over hun werk, nu en in de toekomst. Goed arbobeleid is cruciaal om dit doel te kunnen verwezenlijken. SZW is van plan te komen met een Arbovisie 2040 waarin de basis wordt gelegd voor gezonder en veiliger werken in Nederland. Op Europees niveau toont het kabinet ambitie door zich in te zetten om het doel van Vision Zero te halen. Hierbij wordt gestreefd naar het voorkomen van arbeidsongevallen en beroepsziekten én het bevorderen van fysieke en mentale gezondheid van werknemers. Als onderdeel daarvan wordt de intensieve aanpak van mentale klachten en burn-outklachten in 2024 gecontinueerd. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG neemt namens de Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW) actief deel aan de SER-commissie Arbovisie 2040 en heeft een inbreng op meerdere gremia voor sociale partners. Ook zijn wij aangehaakt bij de sociale dialoog met betrekking tot Europese wetgeving op dit gebied. Banenafspraak Wat wil het kabinet? Het kabinet schetst een nagenoeg ongewijzigd beleid rond de banenafspraak en dat betekent dus ook dat banen door inkoop vooralsnog niet meegeteld mogen worden in de doelstelling om 25.000 banen bij de overheid te realiseren. In 2026 volgt een evaluatie van de Banenafspraak.

Wat betekent dat voor gemeenten? Overheidswerkgevers gezamenlijk halen minder makkelijk hun doelstelling waardoor de quotumregeling, of later de toeslag, van kracht zal blijven zijn. Gemeenten gezamenlijk halen wel hun doelstelling maar niet iedere individuele gemeente. Naar aanleiding van de evaluatie van de Wet Banenafspraak in 2026 en de evaluatie van het Breed Offensief en de participatiewet in 2027 zal een Vereniging van Nederlandse Gemeenten 67 bijstelling volgen. Deze bijstelling kan effect hebben op gemeentelijk beleid ten aanzien van deze doelgroep en daarmee ook gemeenten in hun werkgeversrol raken. Armoedebestrijding Wat wil het kabinet? Het kabinet treft ondanks zijn demissionaire status koopkrachtmaatregelen van € 2 miljard. Het kabinet heeft aandacht voor de ontwikkeling van de koopkracht van lagere inkomens. Het kabinet heeft bij de aanpak voor armoede specifiek aandacht voor kinderen. Wat betekent dat voor gemeenten? Gemeenten sluiten 2 cao’s af voor mensen met een arbeidsbeperking, de Cao SW en de cao Aan de slag. Veel werknemers onder beide cao’s zitten onder of net boven de grens van het bestaansminimum. Gemeenten kunnen preventief bijdragen aan het bestrijden van armoede wanneer het kabinet extra financiële middelen voor arbeidsvoorwaarden beschikbaar stelt aan gemeenten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 68 9 Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hervormingsagenda jeugd Wat wil het kabinet? Het kabinet houdt vast aan de met gemeenten en sector afgesloten Hervormingsagenda Jeugd. Zo kan worden doorgewerkt aan het verbeteren van de hulp aan gezinnen en kinderen. Tevens heeft het kabinet de bijbehorende financiële afspraken in stand gehouden. Dit betekent dat de taakstelling van 2023 is bevroren in 2024 en 2025 en de extra bezuiniging van € 100 miljoen uit het coalitieakkoord voor 2024 ook is geschrapt. Het kabinet wil hiermee realiseren dat de diverse acties uit de Hervormingsagenda met volle kracht kunnen worden opgepakt. Belangrijke onderdelen zijn het verbeteren van de toegang, de afbouw van residentiële jeugdhulp, het inperken van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht, het verbeteren van de kwaliteit van hulp en de specialistische jeugdhulp verplicht op regionale schaal volgens landelijke standaarden organiseren. Wat betekent dit voor gemeenten? Door dit besluit kunnen ook gemeenten met volle kracht aan de slag met de Hervormingsagenda Jeugd. Met name de afspraken over het versterken van de toegang, het organiseren van specialistische jeugdhulp op regionale schaal en de integrale lokale aanpak vanuit de pedagogische basis zijn belangrijke opdrachten voor gemeenten. Financieel betekent dit dat in 2024 (en 2025) het budget niet lager wordt.

De taakstelling blijft € 374 miljoen. Pas vanaf 2026 staat de bezuiniging van € 1 miljard op de planning. Die wordt echter vooraf beoordeeld door een onafhankelijke deskundigencommissie. De commissie doet daarover in januari 2025 uitspraak. Hier vindt u meer informatie over de financiële afspraken en over de inhoudelijke agenda. Jeugdbescherming Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de werkdruk voor de jeugdbeschermingssector structureel verlagen door met gemeenten en de Gecertificeerde Instellingen (GI) afspraken te maken over een landelijk tarief. Wat betekent dit voor gemeenten? Dit betekent voor gemeenten hogere uitgaven omdat zij de bekostiging voor de GI moeten verhogen naar het landelijk tarief. De dekking hiervan is voor gemeenten een belangrijk punt. Het kabinet heeft hiervoor bij de voorjaarsnota 2023 middelen vrijgemaakt. Deze middelen zitten in het totaalbudget van € 50 miljoen voor jeugdbescherming dat verdeeld gaat worden over drie doelen, te weten: werkdrukverlaging kwaliteitsverbetering en rechtsbescherming. Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Wat wil het kabinet? VWS gaat in 2024 op verschillende manieren met de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling aan de slag. Zo wordt onder de noemer van een verbeterde aanpak van gender gerelateerd geweld ingezet op het voorkomen van geweld tegen vrouwen.

Ook draagt dit departement in 2024 bij aan het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en aan het programma Samen tegen mensenhandel. Verder voert VWS activiteiten uit in samenhang met de aanpak van huiselijk geweld. Tot slot werkt VWS in 2024 aan de doorontwikkeling van specifieke onderdelen om kindermishandeling te bestrijden. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 69 Wat betekent dit voor gemeenten? De begroting van VWS bevat dit jaar geen uitspraken over de rol van gemeenten bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De wijze waarop het ministerie op verschillende manieren met dit thema aan de slag gaat, maakt het voor gemeenten echter niet makkelijker om een coherente aanpak te voeren. Houdbaarheid Wmo / Herinvoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo per 2026 Wat wil het kabinet? In de Voorjaarsnota 2023 heeft het kabinet besloten om het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 af te schaffen met ingang van 1 januari 2026. In plaats daarvan wordt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor de WMO opnieuw geïntroduceerd. Deze geldt voor alle WMO-voorzieningen waarop op dit moment het abonnementstarief van toepassing is.

Het wetsvoorstel wordt voorbereid in de jaren 2023 en 2024, en moet uiterlijk op 31 december 2025 worden gepubliceerd, zodat het op 1 januari 2026 van kracht kan worden. In het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft het rijk besloten gemeenten vanaf 2025 te “compenseren” voor de onverwacht hoge aanzuigende werking van het abonnementstarief in de Wmo 2015. Vanaf 2025 bedraagt deze compensatie € 110 miljoen. Verschillende maatschappelijke factoren hebben invloed op de WMO. Denk hierbij aan de vergrijzing, veranderingen op de arbeidsmarkt, het streven naar langer zelfstandig wonen en vooruitgang in de zorgtechnologie. Naast de inkomensafhankelijke bijdrage zijn er hoogstwaarschijnlijk meerdere maatregelen nodig om de WMO toekomstbestendig te houden. Daarom is er een houdbaarheidsonderzoek naar de WMO gestart. Het houdbaarheidsonderzoek heeft tot doel een volledig (rijk en gemeenten) en objectief beeld te schetsen van de nabij toekomst van de WMO onder ongewijzigd beleid. Tevens wordt in kaart gebracht welke keuzes we kunnen en uiteindelijk moeten maken om de WMO houdbaar te houden. Naar verwachting worden de beleidsopties in 2024 aangeboden aan het kabinet. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor 2024 zijn er geen compenserende maatregelen voor gemeenten.

Het opnieuw in 2026 introduceren van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage betekent niet dat gemeenten meer inkomsten zullen generen uit de eigen bijdragen of meer financiële ruimte krijgen door de lagere instroom en mogelijke uitstroom van cliënten. Nu het abonnementstarief per 2026 wordt afgeschaft zullen de kosten van de aanzuigende werking volgens VWS voor een belangrijk deel wegvallen. VWS wil daarom met ingang van 1 januari 2026 de volgende bedragen uit het gemeentefonds opnemen: € 165 miljoen (de geïndexeerde € 145 miljoen uit de cofinanciering van 2019) + € 60 miljoen (van de € 110 miljoen uit het IZA akkoord die structureel wordt toegevoegd) = € 225 miljoen per 2026. Gezien de twijfels over het beoogde effect in 2026 en erna, is afgesproken om de effecten hiervan te monitoren. Het is positief dat er onderzoek wordt gedaan naar de houdbaarheid van de Wmo. Brede welvaart in relatie tot gezondheid Wat wil het kabinet? De Afdeling advisering van de Raad van State heeft in de miljoenennota 2023 geadviseerd een sociaaleconomische structuuranalyse te maken. In de Voorjaarsrapportage 2023 is dit advies herhaald. Ondanks dat het kabinet streeft naar het vergroten van brede welvaart in Nederland, schuift het beleidskeuzes door naar een volgend kabinet.

Na een verdere ontwikkeling kan dit analyse- instrumentarium mogelijk als uitgangspunt dienen voor de behandeling van brede welvaart in de begrotingssystematiek op langere termijn. Wat betekent dit voor gemeenten? Mooi dat er aandacht is voor brede welvaart en de wijze waarop thema’s binnen brede welvaart met elkaar samenhangen. Gemeenten en VNG zijn al ver in hun denken hierover en adviseren een volgend kabinet graag. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 70 De vraag is wat de consequenties zijn begrotingstechnisch van meer aandacht voor brede welvaart. Gaat er ook extra geïnvesteerd worden in brede welvaart, en zo ja, op welke manier en gaan gemeenten hier ook iets van merken? Preventie Wat wil het kabinet? In relatie tot gezondheid en ondersteuning komt het woord “preventie” slechts eenmaal voor in de miljoenennota Het kabinet benadrukt de cruciale rol van preventie bij het voorkomen van zorgkosten. Wel verhoogt het kabinet in 2024 de belasting op frisdrank en de accijnzen op sigaretten en alcohol. Wat betekent dit voor gemeenten? In de miljoenennota is er helaas nog steeds weinig aandacht voor het belang van preventie. Dit roept vragen op over de focus op Gezond en actief leven akkoord (GALA). Preventie omvat veel meer dan alleen het voorkomen van zorgkosten.

Het is essentieel om de aandacht te verschuiven naar het vergroten van de kansen van inwoners op een gezond leven en daarmee het verkleinen van gezondheidsongelijkheden. We hopen dat een nieuw kabinet de noodzaak inziet om hier stevig in te investeren. De beslissingen om de belasting op frisdrank en de accijnzen op sigaretten en alcohol te verhogen zijn afwegingen van het kabinet. Echter, voor gemeenten zou het interessanter zijn als er ook beleid wordt ontwikkeld over maatregelen die gezond eten toegankelijker maken en ongezond eten ontmoedigen. E-health en digitalisering Wat wil het kabinet? Naast het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & welzijn (TAZ) stelt het kabinet verschillende subsidies en geldstromen beschikbaar voor digitalisering en gegevensuitwisseling in de zorg en E-health. Hierbij ligt de nadruk vooral op zorg. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten doen graag mee aan deze ontwikkelingen, zodat de vooruitgang hierop bijdraagt aan een bredere beweging. Hoewel de VNG betrokken is bij TAZ en IZA, zou er over het algemeen meer expliciete aandacht moeten zijn voor de rol van gemeenten en partners in het sociaal domein in deze ontwikkelingen.

Aanpak dakloosheid Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft gekozen voor een langjarige intensivering van de aanpak van dakloosheid, waarbij het doel is om in 2030 dakloosheid uit te bannen. Naast het bedrag dat gemeenten al ontvingen voor dit doel is hiervoor € 65 miljoen vrijgemaakt. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten onderschrijven de doelstelling van het kabinet en zetten zich daar graag voor in. De realiteit gebiedt te zeggen dat er belangrijke externe invloeden zijn die bepalen of de gezamenlijke missie om dakloosheid uit te bannen zal slagen. De opgave om extra woonruimte te creëren is bijvoorbeeld cruciaal, maar ook de economische ontwikkelingen zijn zeer bepalend. Net als de wil om de bestaanszekerheid van burgers te vergroten. Gemeenten verwachten in elk geval zekerheid over de gekozen koers tot 2030, zodat zij ook langjarige verplichtingen kunnen aangaan. De toekenning van de extra middelen is op tot op heden echter nog steeds niet 100% zeker. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 71 Beschermd Wonen en Beschermd Thuis Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de transitie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis bevorderen. Daarvoor heeft zij begin 2023 het wetsvoorstel woonplaatsbeginsel naar de kamer gestuurd. De streefdatum voor de invoering van het wetsvoorstel is 1 januari 2025.

Belangrijk om op te merken dat dit nog geen invloed heeft op de financiële middelen die de centrumgemeenten voor beschermd wonen krijgen in 2024. Het kabinet wil echter de gebruikelijke volume-compensatie voor de integratie-uitkering Beschermd Wonen achterwege laten, wat neerkomt op een bedrag van € 45 miljoen. Deze beslissing is gemotiveerd door het argument van het Rijk dat er geen volumegroei is door de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz). Wat betekent dit voor gemeenten? De invoering van een woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen is gekoppeld aan invoering van de doordecentralisatie. Dit betekent dat gemeenten de middelen voor beschermd wonen ontvangen op grond van een nieuw objectief verdeelmodel. Gemeenten bereiden zich al geruime tijd voor op invoering vanaf 2025. Het kabinet roept gemeenten op deze voorbereidingen en transitie van beschermd wonen naar een beschermd thuis voort te zetten. Echter bemoeilijkt het kabinet dit doordat gemeenten in 2024 €45 miljoen mislopen voor Beschermd wonen en het bieden van ambulante ondersteuning thuis.

Zorg en ondersteuning voor mensen met ernstige psychische problematiek Wat wil het kabinet? Het kabinet streeft naar toekomstbestendige zorg en ondersteuning voor mensen met een ernstig psychische aandoening en een langdurige zorgbehoefte, zowel binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) als de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De toegankelijkheid en betaalbaarheid van de Wlz staat onder druk. De uitgaven in de Wlz stijgen jaarlijks. Dit wordt mede veroorzaakt door de openstelling van de Wlz voor mensen met psychische problematiek. Voor gemeenten is de houdbaarheid van de Wmo een punt van zorg. Het kabinet erkent de noodzaak deze kwesties in samenhang te bekijken. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet blijft inzetten op uitvoering van de bestuurlijke afspraken rondom de Wet langdurige zorg voor de geestelijke gezondheidszorg (Wlz Ggz), die in het voorjaar van 2023 is gemaakt. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het realiseren van deze afspraken. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 72 10 Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking Nieuwe EU-mandaatsperiode Wat wil het kabinet? Het kabinet bereidt zich voor op een nieuwe mandaatsperiode in de Europese Unie: in 2024 treden een vernieuwd Europees Parlement en een nieuwe Europese Commissie aan. Nederland let daarbij vooral op de volgende drie thema’s: 1. De Unie als geopolitieke speler; 2.

Opwaartse sociale en economische convergentie, onder meer via de groene en digitale transities; 3. Rechtsstatelijkheid en goed bestuur. Het kabinet vraagt binnen deze drie thema’s aandacht voor voldoende uitvoeringskracht bij de EU en lidstaten, om de ambitieuze doelen waar te maken. Het kabinet zal zich inzetten voor het opnemen van de Nederlandse beleidsprioriteiten in het werkprogramma van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de strategische agenda van de Europese Raad. Wat betekent dit voor gemeenten? Met een nieuwe mandaatsperiode in zicht, zullen de aankomende maanden een groot aantal Europese voorstellen worden behandeld. Dit heeft gevolgen voor gemeenten, omdat 75% van de uitvoering van deze wetgeving bij gemeenten terecht komt. Daarnaast kan het aantreden van een nieuwe Europese Commissie en Parlement ertoe leiden dat de prioriteiten binnen de EU gaan verschuiven, terwijl de implementatie van aangenomen wetgeving in Nederland doorgaat. VNG heeft afgesproken met het rijk om samen op te trekken bij de formulering en uitdragen van de Nederlandse beleidsprioriteiten. Groene en digitale transities Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft in Brussel stevig inzetten op de groene en digitale transities, en alle wetgevingsdossiers die daaraan raken.

Met de Green Deal en het Fit-for-55-pakket zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet om de EU op een pad richting klimaatneutraliteit in 2050 te zetten, die lijn wordt doorgezet. Het kabinet continueert ook het werk op de digitale Europese agenda, gericht op fundamentele waarden, kansen die digitalisering biedt voor bedrijven en burgers, cyberveiligheid, goed functionerende markten, digitale infrastructuur, digitale vaardigheden en essentiële digitale technologieën. Wat betekent dit voor gemeenten? De komende jaren zullen voor gemeenten ook in het teken staan van de groene en digitale transities. Ten eerste is dit de implementatie van de Europese Green Deal. De stapeling van ambities binnen de Green Deal moet worden waargemaakt in een dichtbevolkt land, waarin niet alles kan en gemeenten met hun inwoners en bedrijven dus keuzes moeten maken. Er is structureel meer tijd en ondersteuning nodig om deze opgaven integraal te implementeren. Ondertussen dienen zich nieuwe prioriteiten aan zoals klimaatadaptatie en droogte, waarop Europa meer zal gaan doen. De transities zullen veel investeringen en aanpassingsvermogen vergen van gemeenten. Ten tweede is er de digital decade, die een belangrijke rol vervult en nog verder ontwikkeld moet worden.

Digitalisering helpt de economie, maar de behoefte aan technische innovaties moet begeleid worden door een sociale agenda: van om- en bijscholing van werknemers tot digitale geletterdheid van inwoners. De Europese vaardighedenagenda kan hier een rol in vervullen, evenals het Europese Sociale Fonds. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 73 Mensenrechten en rechtsstaat Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft zich, samen met gelijkgezinde lidstaten, hard maken voor de bescherming van de rechtsstaat in de EU. Het is hierbij van belang dat het gehele rechtsstaatinstrumentarium zo effectief mogelijk wordt ingezet om rechtsstaats-problematiek te voorkomen, te signaleren en waar nodig aan te pakken. Het kabinet noemt hierbij specifiek Polen en Hongarije. In de relatie met Turkije, een land met een belangrijke geopolitieke rol op het wereldtoneel, blijven mensenrechten en de rechtsstaat integraal onderdeel van gesprek, ook in de Raad van Europa. Wat betekent dit voor gemeenten? Indien de inzet van het Nederlandse kabinet op gebied van de bescherming van de rechtstaat in de EU leidt tot nationale wetgeving en beleid, heeft dit directe implicaties voor gemeenten. Gemeenten moeten deze wetten en beleidsmaatregelen namelijk naleven en erop toezien dat ze handelen in overeenstemming met de rechtstaatprincipes.

Ook op diplomatiek vlak kunnen maatregelen van Nederland doorwerken op lokaal niveau – binnen het Congres van lokale en regionale overheden van de Raad van Europa, waarin gemeenten vertegenwoordigd zijn, maar ook in internationale gemeentelijke partnerschappen, stedenbanden of andere samenwerkingen, met bijvoorbeeld steden in Turkije, Polen en Hongarije. Samenwerking en betrekkingen met landen en regio’s Wat wil het kabinet? Met de Green Deal en het Fit-for-55 pakket zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet om de EU op een pad richting klimaatneutraliteit in 2050 te zetten. Het kabinet continueert het werk op de digitale Europese agenda, gericht op fundamentele waarden, kansen die digitalisering biedt voor bedrijven en burgers, cyberveiligheid, goed functionerende markten, digitale infrastructuur, digitale vaardigheden en essentiële digitale technologieën. Voor grote opgaves zoals energiezekerheid, defensie en veiligheid, klimaatverandering en digitalisering werkt Nederland ook internationaal samen. Internationale samenwerking is belangrijk voor het aangaan van veiligheidsvraagstukken die in toenemende mate ook internationaal van aard zijn, zoals cybercrime en klimaatverandering.

Internationale samenwerking kan bijdragen aan de aanpak van grensoverschrijdende uitdagingen zoals in veiligheid en duurzaamheid, maar kan ook tot spanning leiden ten koste van bestaanszekerheid en vertrouwen. De internationale situatie vraagt om meer accent op (economische) veiligheid bij inkoop van onder meer cybersecurity, en het kunnen weren van producten en diensten uit onwelgevallige landen. Wat betekent dit voor gemeenten? Een meer autonome Europese Unie kan de vrijheid van lidstaten en hun gemeenten beperken ten aanzien van de keuze van producten en diensten en meer eisen gaan stellen aan het voldoen aan standaarden. BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING Ontwikkelingssamenwerking Wat wil het kabinet? Zoals aangekondigd in de voorjaarsnota wordt er bezuinigd op het budget voor ontwikkelingssamenwerking. De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers in Nederland worden toegerekend aan het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Hierdoor komen de bezuinigingen op het budget voor ontwikkelingssamenwerking uit op ongeveer 7%, ondanks de motie van de Tweede Kamer om de bezuinigingen ongedaan te maken. In totaal gaat het in de periode 2023-2026 om bezuinigingen die kunnen oplopen tot € 3,5 miljard. Er wordt bezuinigd op bijna alle beleidsprioriteiten, waaronder water, klimaat en veiligheid en rechtsstaat. De programma’s voor noodhulp worden niet geraakt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 74 Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG is teleurgesteld over de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. Grote maatschappelijke opgaven zoals klimaat en migratie zijn wereldwijd met elkaar verbonden, en daarom is het belangrijk om ook elders in de wereld te blijven investeren in grondoorzaken van conflict, het tegengaan van armoede, migratie en klimaat. Voor al deze opgaven is een sterk lokaal bestuur cruciaal. En het is belangrijk om niet nog verder achter te lopen op het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat er wordt bezuinigd op het strategisch partnerschap tussen VNG International en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit partnerschap richt zich op het versterken van lokaal bestuur en lokale weerbaarheid in het mondiale zuiden. Nederlandse gemeenten kunnen met kennis en expertise bijdragen aan het programma. Dit kan zowel ad-hoc als met een structurele bijdrage. Het programma richt zich op vier thematische prioriteiten, namelijk veiligheid en rechtsstaat, migratie, lokale belastingen en water. Het wordt uitgevoerd in tien landen: Burundi, Mali, Palestijnse Gebieden, Somalië, Zuid-Soedan, Oeganda, Irak, Mozambique en Kenia. Ook wordt vanuit dit programma een bijdrage geleverd aan wederopbouw van twee regio’s in Oekraïne.

Migratie en opvang in de regio Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft zich inzetten op het beperken van irreguliere migratie en opvang in de regio. Hiervoor zal het kabinet steun aan Libanon, Jordanië, Irak, Egypte, Ethiopië, Kenia, Oeganda en Soedan intensiveren, zij het minder snel dan voorzien. Het reguliere budget voor migratiesamenwerking wordt vanaf 2023 structureel van € 34 miljoen naar € 59 miljoen per jaar verhoogd. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG werkt onder het partnerschap met Buitenlandse Zaken in Kenia, Oeganda, Libanon en Irak aan de opvang van vluchtelingen in de regio. Bijvoorbeeld bij het omvormen van vluchtelingenkampen naar gemeenten en om de dienstverlening in stedelijk gebied met veel vluchtelingen te verbeteren. Experts uit Nederlandse gemeenten helpen hierbij. Duurzame ontwikkelingsdoelen (Global Goals) Wat wil het kabinet? De doelstellingen van het ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) dragen bij aan duurzame ontwikkeling en zijn zoveel mogelijk gekoppeld aan de Sustainable Development Goals (SDGs) van de VN. De doelen zijn ook voor Nederland van toepassing. Het CBS monitort jaarlijks hoe Nederland ervoor staat op het gebied van brede welvaart en de SDGs.

Wat betekent dit voor gemeenten? Lokale overheden spelen een belangrijke rol bij het behalen van de SDGs, omdat veel van de (sub)doelen op lokaal niveau worden gecoördineerd of uitgevoerd. Ook Nederland heeft zich gecommitteerd aan de SDGs. Nederlandse gemeenten kunnen op lokaal niveau op verschillende manieren aan de slag met de SDGs en zich aansluiten bij het VNG-netwerk Gemeenten4GlobalGoals. Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl september 2023 vng.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/42a263dc-6999-42dd-b9dd-f50fa05bd9bb?agendaItemId=93ddbc9f-575e-41fc-878a-cac3b4e3cd6d