13.0 VNG - Rijksbegroting 2024 en de gevolgen voor gemeenten
Tekst van het document
De VNG ontwikkelt samen met de Alliantie Digitaal Samenleven en koplopergemeenten een methode voor een zogenoemde lokale ketenaanpak. Eén onderdeel vormt het beschikbaar stellen van apparaten aan burgers die dat nodig hebben. Vanuit het BZK-programma proactieve dienstverlening worden innovatieve instrumenten ontwikkeld. Zo wordt er gewerkt aan een regelingenoverzicht dat op de persoon toegesneden inzicht biedt. Daarmee kunnen gemeenten straks een instrument bieden om burgers en ondernemers beter te bedienen. Om te voldoen aan de vereisten van het Besluit digitale toegankelijkheid overheid (BDTO) moeten gemeenten alle websites en apps invoeren in een landelijk register. Ook moeten ze een plan schrijven over de manier waarop ze zich verder conformeren aan de vereisten van het BDTO. Gemeenten ontvangen daarbij ondersteuning vanuit het VNG-Aanjaagteam en met kennis door het ICTU en Logius. Op 12 december 2023 treden annex II en III van de SDG in werking. Daarmee zijn gemeenten verplicht om een aantal burgerzaken en ondernemersprocedures voor Europeanen open te stellen en gebruik te maken van het (door Europa nog niet beschikbare) Once Only Technical System (OOTS) voor Vereniging van Nederlandse Gemeenten 22 gegevenswisseling. De deadline blijkt moeilijk haalbaar voor de lidstaten, zo ook Nederland.
Om de wetgeving te kunnen implementeren moeten er digitale aanvraagformulieren worden ingericht. Vanuit het VNG-project SDG zoeken we naar collectieve oplossingen in samenwerking met gemeenten en leveranciers. Veder wordt de impact van OOTS in beeld gebracht. Ook wordt vanuit het project overleg gevoerd met de Berichtenbox voor Bedrijven om te komen tot een centrale ingang voor de Europese ondernemer in het kader van SDG in de loop van 2024. Werken aan Uitvoering Wat wil het kabinet? Ook in 2024 zal het ministerie van BZK-subsidies verstrekken voor activiteiten in opvolging van de Kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK). Het gaat dan bijvoorbeeld om het vergroten van de uitvoeringskracht bij gemeenten voor de ondersteuning van inwoners in kwetsbare posities en het ophalen van signalen uit de praktijk (inrichten van een feedbackloop). Er is een lerend stelsel binnen de gemeentelijke uitvoering ingericht waarbij de aanpak van multiproblematiek centraal staat. Het doel is om vanuit de uitvoeringspraktijk te leren wat goed gaat en wat beter kan. Plus te bekijken wat door de uitvoering zelf kan worden opgepakt en waar een beleids- of stelselwijziging voor nodig is. Dit lerend stelsel wordt in 2024 verder uitgebouwd en loopt door tot 2025.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet heeft eerder structureel € 150 miljoen beschikbaar gesteld voor de versterking van dienstverlening. Deze middelen worden voor een groot deel via het Gemeentefonds uitgekeerd aan de gemeenten en zijn overgeboekt tot en met 2027. De middelen vanaf 2028 en verder moeten nog worden overgeboekt naar het gemeentefonds. Uiterlijk in 2027 is een evaluatie van de inzet van de middelen afgerond. Dit kan leiden tot een herziening van het budget of een aanpassing in de verdeling. De VNG ontvangt € 8 miljoen subsidie voor het project ‘Gemeentelijke statuur van de uitvoering’. Dit project heeft betrekking op het toekomstbestendig maken van gemeentelijke dienstverlening door de aanpak van de arbeidsmarktproblematiek. Gemeenten kunnen meedoen aan pilots die vanuit het project een bijdrage kunnen ontvangen. Driekwart van de middelen is daarvoor bestemd. Iedereen kan de digitale wereld vertrouwen Wat wil het kabinet? Omdat het belangrijk is dat iedereen de digitale wereld kan vertrouwen, implementeert het kabinet in 2024 de Digital Services Act. Voor het versterken van kinderrechten worden een Kinderrechten Impact Assessment, Gamewijzer en Code Kinderrechten Online (door)ontwikkeld. Daarnaast blijft het kabinet in gesprek met de grote internationale social media platformen over hun apps (incl. het gebruik hiervan op devices van ambtenaren).
De Nederlandse aanpak richting internationale Big-Tech bedrijven, onder andere gebaseerd op het inzetten van Data Protection en Human Rights Impact Assessments, krijgt ondertussen internationaal bijval en wordt voortgezet. Het kabinet geeft in 2024, mede in het licht van de AI-act, concreet uitvoering aan een visie en strategie voor de omgang met Generatieve AI. Wat betekent dit voor gemeenten? Het bestaande beleid uit de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren wordt voortgezet. In 2024 worden er opdrachten verstrekt op het gebied van de Code Kinderrechten Online en het anticiperen op nieuwe digitale technologie. Net als opdrachten op het gebied van digitale inclusie en digitaal bewustzijn. Daarnaast worden er instrumenten ontwikkeld om mensenrechten bij digitalisering te borgen. Ook voor gemeenten is het belangrijk dat kinderen online beter beschermd worden en er instrumentarium ontwikkeld wordt dat gebruikt kan worden om mensenrechten te beschermen. Gemeenten zitten goed aan tafel bij de ontwikkeling van de visie en strategie voor de omgang met Generatieve AI, Vereniging van Nederlandse Gemeenten 23 waarmee beoogd wordt om randvoorwaarden te scheppen voor het gebruik van deze technologie en tegelijkertijd de kansen te benutten.
Iedereen heeft regie over hun eigen digitale leven Wat wil het kabinet? Om mensen de regie over hun eigen digitale leven te geven, verleent het kabinet burgers het recht om overheidsgegevens digitaal te ontvangen en stimuleert zij overheden om aan te sluiten op het gebruik van de Europese Digitale Identiteit en Wallet. Daarnaast versterkt het kabinet de rol en slagkracht van de algoritmetoezichthouder en wordt het algoritmeregister verder gevuld. Er wordt geïnvesteerd in het Stelsel Toegang waardoor een burger zich digitaal kan identificeren voor zichzelf, voor een ander of voor een bedrijf. Ook gaat het om het authentiseren bij overheidsinstanties met goedgekeurde publieke of private inlogmiddelen. In 2024 worden er opdrachten verleend op het gebied van publieke waarden, de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en AI. Wat betekent dit voor gemeenten? Het bestaande beleid uit de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren wordt voortgezet. Vanuit het BZK-programma Regie op Gegevens (RoG) wordt gewerkt aan een algemeen overzicht van gegevens die worden gebruikt bij het nemen van besluiten door de overheid, waaronder gemeenten, via overheid.nl. Daarnaast wordt er een verkenning gedaan naar het verlenen van gepersonaliseerde inzage. Wij dringen aan op een haalbare en betaalbare aanpak en zullen een uitvoeringstoets opstellen.
Gemeenten hebben behoefte aan verdere kaderstelling op het gebied van algoritmen, zodat zij deze technologie transparant, verantwoord en zorgvuldig kunnen inzetten om maatschappelijke opgaven aan te pakken. Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) Wat wil het kabinet In de begroting wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van een Nederlandse publieke open source wallet. Er wordt vermeld dat - om mensen de regie over hun eigen digitale leven te geven - het belangrijk is dat burgers het recht hebben om overheidsgegevens digitaal te ontvangen en dat overheden worden gestimuleerd om aan te sluiten op het gebruik van de Europese Digitale Identiteit en Wallet. Daarnaast zet het kabinet in op doorontwikkeling en innovatie van de Generieke Digitale Infrastructuur. Daartoe zet het ook de dienstverlening vanuit Logius voort. Wat betekent dit voor gemeenten Het beheer en de doorontwikkeling van de GDI is vastgelegd in een centrale financiering. Gemeenten dragen hier via het gemeentefonds structureel aan bij. De Europese Digitale Identiteit en Wallet hebben op verschillende manieren impact op gemeenten, bijvoorbeeld op: • De eisen die gesteld worden aan de informatiehuishouding • De wijze waarop inwoners toegang krijgen tot digitale diensten en/of informatie • Het ontstaan van de rol van leverancier van digitale attributen (bv. rijbewijzen) in de wallets van inwoners.
Vernieuwingen van het fundament van Logius zorgen voor vertraging van die innovatie. De Migratie naar het stelsel Toegang vergt aanpassingen van gemeentelijke processen rondom identificatie en vertegenwoordigen. Het rijk geeft nog niet voldoende duidelijkheid aan gemeenten over hoe gemeenten kunnen aansluiten. Open overheidsinformatie Wat wil het kabinet? Het ministerie van BZK is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Open Overheid (Woo) en de actieplannen ter verbetering van de informatiehuishouding. Logius biedt ondersteuning aan overheidsorganisaties om te voldoen aan de wettelijke taken op het gebied van publicatie en het Vereniging van Nederlandse Gemeenten 24 actief openbaar maken van overheidsinformatie. Dit najaar wordt een invoeringstoets met betrekking tot Woo opgesteld dat knelpunten in beeld brengt. In 2024 ontvangt de Tweede Kamer de resultaten van de invoeringstoets met concrete aanbevelingen. Wat betekent dit voor de gemeenten? De invoeringstoets zal zich toespitsen op het succes van de passieve openbaarmaking (Woo-verzoeken). In het najaar van 2023 moet de landelijke verwijsindex met zoekmachine beschikbaar komen voor de ontsluiting van de door gemeenten actief openbaargemaakte en vindbare informatiecategorieën uit de Woo.
Daarnaast moeten maatregelen worden getroffen om de duurzame toegankelijkheid van digitale informatie te borgen en de informatie op orde brengen. De gemeenten worden ondersteund bij de implementatie van de Woo door het VNG-programma Grip op informatie. De gemeenten ontvangen een bijdrage van het Rijk via het gemeentefonds oplopend tot € 164 miljoen in 2027. Burgerzaken Wat wil het kabinet? De minister van BZK faciliteert het juiste gebruik van persoons- en adresgegevens door andere overheidsinstanties. Het tegengaan van fraude met, en het corrigeren van fouten van, persoons- en adresgegevens en reisdocumenten vormt een integraal onderdeel. Adresgegevens zijn belangrijk voor de correcte uitvoering van publieke taken van overheidsdiensten. BZK heeft met de inwerkingtreding van de wetswijziging BRP op 15 mei 2023 het kwaliteitsinstrument Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) structureel geborgd. Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten hebben de taak om de adreskwaliteit hoog te houden en verwerken risicosignalen (twijfel aan de adreskwaliteit). Onderdeel van de signaalafhandeling is in vele gevallen het starten van een onderzoek. Door middel van een huisbezoek is het mogelijk om de feitelijke situatie vast te kunnen stellen. Met de wetswijziging van 15 mei 2023 is het uitvoeren van een huisbezoek naar aanleiding van een ontvangen LAA-signaal verplicht gesteld.
Niet alleen BZK investeert in digitalisering. BZK trekt hierbij nadrukkelijk op met partners. Deze inzet op digitalisering is ook terug te vinden in de begrotingen van andere departementen: • IenW investeert in de Digitale Infrastructuur Logistiek (DIL), het Digitaal stelsel mobiliteitsdata, betere datadeling voor Water & Bodem Sturend, digitale veiligheid van kritieke infrastructuur en de verbinding tussen mobiliteit, ruimte en verduurzaming via het programma Dutch Metropolitan Innovation (DMI); • OCW zet in op kritische digitale vaardigheden in het onderwijs, het Nationaal OnderwijsLab Artificiele Intelligentie (NOLAI) en de digitale transformatie in de culturele en creatieve sector; • Vanuit Buitenlandse Zaken en AZ wordt nadrukkelijk aangesloten op de ontwikkelingen vanuit Europa gekoppeld aan de groene en digitale transitie. Buitenlandse Zaken ontwikkelt door vanuit een eigen digitaliseringsvisie; • LNV investeert in digitalisering bij de transitie naar duurzame landbouw. Via de Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied wordt ingezet op een Digitale Data Faciliteit; • Binnen het eigen departement investeert BZK in een datagedreven aanpak voor de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en monitoring van de woonopgave; • JenV heeft volop aandacht voor digitale veiligheid, een sterke digitale rechtstaat en digitaliseerde criminaliteit.
Daarbij is in de begroting van de politie ook nadrukkelijk aandacht voor fysiek en digitaal politiewerk; • Defensie zet informatiegestuurd werken en optreden centraal met veel aandacht voor digitale weerbaarheid; • In de begroting van EZK is veel aandacht voor de digitale economie. Daarnaast wordt jaarlijks extra geïnvesteerd in de Versterking Informatie Voorziening Energie Transitie (VIVET); • SZW investeert in een landelijke monitor armoede en schulden, en het verder op orde brengen van de informatiehuishouding; Vereniging van Nederlandse Gemeenten 25 • VWS investeert in goede en veilige gegevensuitwisseling aansluitend op de European Health Data Space. Daarnaast is er aandacht voor de ontwikkeling van digitaal/hybride zorg waar dat passend is. Wat betekent dit voor gemeenten? Vanuit de verschillende departementen wordt meer en meer geïnvesteerd in digitalisering. Dat raakt het werkveld van de verschillende beleidsterreinen binnen gemeenten steeds vaker. Gemeenten zitten goed aan tafel bij deze ‘Coalities voor de Digitale Samenleving’ en pakken hun rol in de interbestuurlijke samenwerking rondom digitalisering en maatschappelijke opgaven. Deze samenwerking versterkt de slagkracht van gemeenten om samen de nodige randvoorwaarden te ontwikkelen, en tegelijkertijd de kansen van nieuwe technologieën te benutten.
Het biedt een platform voor het delen van innovatie en best practices. Kortom, de coalities versterken de positie van gemeenten als sleutelspelers in de vorming van een ethische, inclusieve en duurzame digitale samenleving. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 26 3 Justitie en Veiligheid Asiel en Migratie incl. Opvang Oekraïense ontheemden Wat wil het kabinet? Het kabinet geeft aan dat het van belang is dat er een duurzaam opvanglandschap ontstaat, zoals opgenomen in de eerder gemaakte afspraken rondom de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen. Onderdeel hiervan is de spreidingswet, en het kabinet geeft aan dat voor het structureel oplossen van het vraagstuk meer nodig is. Het kabinet zet in op het wegnemen van knelpunten op het gebied van onderwijs, zorg en huisvesting. En er wordt ingezet op zowel preventie, als op een harde aanpak van overlast en criminaliteit. Daarnaast worden de werkvoorraden in de asielketen aangepakt, zodat asielzoekers die mogen blijven snel met hun integratie kunnen starten. En er wordt gewerkt aan een stabiele financiering van de migratieketen (onder andere meer middelen voor capaciteit bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Het kabinet geeft aan dat er wordt gewerkt aan een fundamentele heroriëntatie asielbeleid en asielstelsel.
Dit zal ingaan op de opvanglocaties, flexibiliteit met betrekking tot het aantal migranten dat asiel aanvraagt en integratie en participatie. Deze heroriëntatie zal invloed hebben op het opvangdomein en de planning van beleidswijzigingen en evaluaties. Er worden middelen beschikbaar gesteld voor de versterking van de Provinciale regie tafels (PRT’s) waar de onderwerpen asielopvang, Oekraïne opvang en huisvesting statushouders binnen de provinciale grenzen worden besproken. Ook maakt het kabinet middelen vrij om de komst van de spreidingswet voor te bereiden. Wat betreft de opvang van ontheemden uit Oekraïne worden de bestaande regelingen en bijbehorende kostenposten doorgezet, zoals bijvoorbeeld: • De bekostigingsregeling voor de gemeentelijke en particuliere opvang van Oekraïners • De Regeling Medische Zorg en tolken zorg Oekraïne opvang • Het Nationaal programma Oekraïense vluchtelingen Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten vragen al jaren om een duurzaam asiellandschap. De VNG roept het rijk op om de gemaakte afspraken in de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen daadwerkelijk in de praktijk te brengen. Dat gaat om een menswaardige asielopvang, met voldoende opvangplekken verdeeld over Nederland die meebeweegt bij fluctuatie en waar nodig ook ingezet kan worden voor andere aandachtsgroepen en waarbij kleinschalige opvang een belangrijk onderdeel is.
Hierbij is een integrale aanpak tussen opvang (asiel én Oekraïne), huisvesting, integratie en andere voorzieningen zoals zorg en onderwijs noodzakelijk. Een integrale aanpak is inclusief alle migranten, denk hierbij ook aan arbeidsmigranten. Voor gemeenten is niet inzichtelijk waar arbeidsmigranten verblijven, of zelfs hoeveel arbeidsmigranten in de gemeente of regio verblijven. Dit is essentieel om goede lokale, regionale en bovenregionale afspraken te maken op bijvoorbeeld zorg of huisvesting. Wij hebben voorstellen gedaan voor aanpassingen in de Spreidingswet. Deze wet is niet controversieel verklaard en wordt daarom de komende tijd in de Tweede Kamer behandeld. Uitwerking van lagere regelgeving en artikel 2 onderzoek worden weer opgepakt. Wat betreft de voortzetting van bestaande regelingen voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne betekent dit voor gemeenten dat zij kunnen doorgaan met de opvang. De VNG blijft bij het rijk aandringen op een lange termijnplan. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 27 Forensische geneeskunde Wat wil het kabinet? Het systeem van forensische geneeskunde krijgt een impuls. En wel voor het kunnen opleiden van voldoende forensisch artsen, voor de dienstverlening GGD aan Politie en voor het moderniseren van de Wet op de lijkbezorging. Hiervoor wordt het budget voor het totaalpakket aan taken voor de forensische geneeskunde verhoogd.
In 2024 met € 9 miljoen, met een oploop naar € 12,6 miljoen vanaf 2027. Wat betekent dit voor gemeenten? Een goed werkend systeem van forensische geneeskunde is nodig om te komen tot een versterking van de keten, waaronder van kindermishandeling en huiselijk geweld. Dit raakt gemeenten. Zij zijn immers verantwoordelijk voor de aanpak van deze vormen van geweld in het kader van de Jeugdwet, respectievelijk Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015. Vitale rechtsstaat en slagvaardige strafrechtketen Wat wil het kabinet? Het behoud van een sterke, democratische rechtstaat is de eerste prioriteit. Daarom versterkt JenV de strafrechtketen, zet zij in op digitalisering en heeft zij alle aandacht voor burgers wat betreft hun toegang tot het recht en het voorkomen van slachtofferschap. In 2024 zet JenV in op het op orde brengen van de capaciteit in de strafrechtketen, op het aanpakken van (logistieke) knelpunten daarin, op het terugdringen van zaak-voorraden en het verbeteren van doorlooptijden. Men werkt verder aan nieuwe wetsvoorstellen die met elkaar het nieuwe Wetboek van Strafvordering vormen. Betrokken organisaties werken de komende jaren door aan de in 2023 gestarte voorbereidingen. De laatste voorbereidingen worden gedaan om het wetsvoorstel seksuele misdrijven in 2024 in werking te laten treden. Politie en OM leiden zedenrechercheurs en -officieren van justitie op.
Dit wordt betaald vanuit middelen uit het coalitieakkoord en de Hermansgelden. In 2024 evalueert JenV of het juridisch kader nog past bij nieuwe technologieën en digitale ontwikkelingen en of het nodig is dit aanvullend te reguleren of te verhelderen. Er komt een strategische visie op internationale gegevensstromen en gegevensuitwisseling. In 2024 is er een breed gedragen Nederlandse visie op het gegevensbeschermingsrecht. JenV verbetert de ketensamenwerking rond re-integratie en zorgt dat Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), reclassering en gemeenten elkaar beter weten te vinden. Daarnaast wordt de kennis van mogelijkheden tot informatiedeling vergroot. Men werkt aan een Detentie Intelligence unit (OM, DJI, politie) voor gezamenlijke analyse en het uitwisselen van data met het oog op criminele activiteiten tijdens detentie. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten hebben een belangrijke rol in de aanpak van criminaliteit, dat is steeds meer een gegeven. Enige discussies binnen en buiten gemeenteland over de reikwijdte zullen wel blijven bestaan. De gemeente is de regisseur van het lokaal veiligheidsbeleid, helemaal nu dat het beleid meer is gericht op gebieden en kwetsbare groepen dan voorheen. Naast deze regie zetten gemeenten hun arsenaal aan bestuurlijke maatregelen in tegen criminaliteit en overlast, zoals pandsluitingen vanuit de Gemeentewet en de Opiumwet.
Deze, zeer effectieve en snelle maatregelen, mogen echter nooit volledig het strafrecht vervangen, beide stelsels moeten complementair zijn. De VNG maakt zich hard voor die balans en dus ook voor een slagvaardige strafrechtketen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 28 Ondermijning / ondermijnende criminaliteit Wat wil het kabinet? De aanpak van Georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit is een van de topprioriteiten van het huidige kabinet. Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) zet in op versterking van samenhang en samenwerking tussen partners en van initiatieven en samenwerkingsverbanden op regionaal, landelijk en internationaal niveau. Het kabinet wil voorkomen dat kwetsbare jongeren terechtkomen of verder afglijden in criminaliteit. Hiervoor wordt een domein-overstijgende en gebiedsgerichte preventieve en adaptieve aanpak ontwikkeld. Drugsgebruik en beschikbaarheid van drugs wordt verder teruggedrongen. Samen met partners maakt JenV een strategische visie op drugsbeleid en zorgt zij dat nieuwe psychoactieve stoffen onder de Opiumwet vallen. Het is belangrijk om criminele verdienmodellen te verstoren. JenV blijft inzetten op opsporen en vervolgen van criminele netwerken en het ontnemen van vermogen. Ook is het belangrijk manieren te ontwikkelen om criminele goederen een nieuwe (maatschappelijke) bestemming te vinden.
De internationale samenwerking, waaronder in de havens van Rotterdam en Antwerpen, wordt versterkt. Waar het gaat over straffen treedt in 2024 het wetsvoorstel ondermijning II in werking. Daarnaast investeert JenV in uitvoeringskracht. De Dienst Landelijke Recherche breidt uit met specialisten die criminele netwerken ontmantelen en lessen uit de Italiaanse anti-maffia aanpak worden toegepast. JenV zorgt voor bescherming van personen, objecten en diensten met een rol in de democratische rechtsorde. JenV versterkt de weerbaarheid van lokaal bestuur en de aanpak van corruptie heeft haar aandacht. Wat betekent dit voor gemeenten? We zijn blij met het continueren van reeds ingezette investeringen en aandacht. Gemeenten die deel uitmaken het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) kunnen van wal of verder met een domein-overstijgende preventieve en repressieve aanpak. Die is gericht op kwetsbare jongeren en jeugd in de meest kwetsbare wijken en gebieden onder de noemer ‘preventie met gezag’. De VNG zet zich in om zoveel (samenwerkende) gemeenten als mogelijk te laten profiteren van een dergelijke aanpak dan wel dat werkzame interventies en best practices voor alle gemeenten beschikbaar komen.
Verder vragen wij JenV om naast drugscriminaliteit oog te hebben voor andere ondermijnende criminaliteitstypen zoals mensenhandel, georganiseerde grootschalige fraude met zorgbudgetten en vastgoedcriminaliteit. De VNG staat ook pal achter de roep vanuit gemeenten en ketenpartners om een werkbaar juridisch regime voor gegevensuitwisseling. Het gaat om gegevens kunnen uitwisselen binnen en tussen gemeenten maar ook met externe partners binnen de overheid en daarbuiten. We gaan ervan uit dat de aangekondigde evaluatie van de AVG ook daarvoor de handvatten gaat geven. We moeten als overheid waken voor het creëren van een schijntegenstelling van het evident willen beschermen van persoonsgegevens en de inzet van bestuurlijke interventies om de veiligheid van inwoners te beschermen. Tegengaan jeugdcriminaliteit Wat wil het kabinet? Door een brede domein-overstijgende wijkaanpak voorkomt JenV dat jongeren in criminaliteit afglijden of draaideurcriminelen worden. Middelen uit het coalitieakkoord worden ingezet op een domein-overstijgende en gebiedsgerichte preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit: ‘preventie met gezag’. Het doel is om leefbaarheid en veiligheid te bevorderen en justitiële functies in de wijk te versterken. Aanvullend daarop zet men in op het ondersteunen van (kleinere) gemeenten en gebieden waar de risico’s voor jeugdcriminaliteit meer aanwezig zijn dan elders.
Het besluit uit de voorjaarsnota voor € 50 miljoen extra structureel vanaf 2024 voor de jeugdbescherming is in deze begroting verwerkt. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 29 Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten geven al langer aan jongeren en jeugd te willen beschermen en behoeden voor een verkeerd levenspad. Dit willen zij doen met vroegsignalering en vroeg ingrijpen maar ook door in te zetten op zorg en onderwijs. Dat JenV hierin ook investeert is zeer positief. De VNG zal erop letten dat de samenhang wordt vastgehouden en zal aanvullend aandacht vragen voor jongeren en jeugd met een licht verstandelijke beperking, zij zijn bovengemiddeld kwetsbaar als slachtoffer en dader. Een slagvaardige politie; toegerust voor het werk van nu en in de toekomst Wat wil het kabinet? In 2024 werkt JenV verder aan een goed toegeruste politieorganisatie. Als gevolg van eerder genomen besluiten groeit het aantal medewerkers in de operationele formatie. Dit betreft onder andere formatie-uitbreiding van agenten in de wijk, de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM), zeden, Bewaken en Beveiligen en ondermijning. Veel aspiranten worden opgeleid, die nieuwe formatieplaatsen gaan bezetten. Men ziet een verbetering in de bezetting van operationele functies en doet er alles aan om deze trend in 2024 voort te zetten.
In de transitie van de Landelijke Eenheid is het streven vanaf 1 januari 2024 twee separate Landelijke Eenheden te vormen: de Landelijke Eenheid Opsporing en de Landelijke Eenheid Expertise en Ondersteuning. Men realiseert de eerste ambities, waaronder het versterken van de capaciteit van de Dienst Landelijke Recherche (€ 19 miljoen uit eerder toegekende ondermijningsgelden) en men blijft zich inspannen voor het verbeteren van werkcultuur en leiderschap. Wat betekent dit voor gemeenten? Na de decennialange afbraak van de politie is de voortdurende aandacht voor een stabiele formatie en uitbreiding ervan broodnodig. De trend is doorbroken. De VNG zal met de netwerkpartners zich hard blijven maken dat de investeringen in de politie bestendig zijn. De operationele formatie moet reëel worden begroot, ook als de personeelstekorten wat afnemen en de begroting dan weer moet meegroeien. Ook is het voor gemeenten van belang aangesloten te zijn op de Landelijke Eenheid. Aanpak mensenhandel en uitbuiting Wat wil het kabinet? Het kabinet houdt koers en continueert voor de periode 2024 – 2026 de inzet voor de aanpak tegen mensenhandel. Onder regie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is hiervoor het porgamma ‘Samen tegen mensenhandel’ herijkt.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn een belangrijke actor in het programma en mogen hierbij opnieuw op ondersteuning van het kabinet rekenen. De VNG verzoekt het kabinet hierbij wel meer tempo te maken met het oplossen van het knelpunt van gegevensdeling. De aangekondigde evaluatie van de AVG moeten we hiervoor ook echt willen benutten en aanwenden. Door het ontbreken van een wettelijke grondslag kunnen gemeenten nu nog steeds niet bijzondere persoonsgegevens delen en verwerken. Dit belemmert de effectiviteit van de bestuurlijke aanpak en heeft vaak ernstige gevolgen voor kwetsbare personen. Er is een tekort aan passende opvang voor reguliere slachtoffers voor mensenhandel. We vragen het kabinet hier met meer spoed naar te kijken dan de voorstelde planning van het herijkte programma Samen tegen mensenhandel. Bewaken en beveiligen Wat wil het kabinet? Nieuwe dreigingen en analyses van het stelsel Bewaken en beveiligen maken een fundamentele vernieuwing van het stelsel noodzakelijk. Het nieuwe stelsel richt zich op personen die ernstig worden bedreigd door terrorisme, statelijke dreigingen, georganiseerde ondermijnende criminaliteit en geradicaliseerde eenlingen. In 2024 wordt verder gewerkt aan een toekomstbestendige inrichting van het stelsel. De focus ligt hierbij op: Vereniging van Nederlandse Gemeenten 30 1.
Eenduidig en gecentraliseerd gezag bij de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) onder verantwoordelijkheid van de minister; 2. Een nieuwe dreigingsanalyse functie voor het gezag met betere toegang tot en uitwisseling van informatie; 3. Een robuuste en slagkrachtige uitvoering op bewaken en beveiligen; 4. Een aangepast wettelijk kader; 5. Een onafhankelijk toezichthouder en onafhankelijk adviesorgaan. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook ambtsdragers en medewerkers van gemeenten moeten hun taken en werkzaamheden goed en veilig kunnen vervullen. Met de actualiteiten, zoals geschetst, staat de veiligheid onder druk. We zijn blij met de versterkingen van en wijzigingen in het stelsel. De VNG zal scherp blijven op de afbakening van wat centraal en decentraal geregeld wordt in de persoonsbeveiliging. Op beide domeinen (centraal en decentraal) moet kwaliteit worden geleverd. Verder moet het lokaal bestuur en gezag goed zijn aangesloten op de nieuwe governance van het stelsel. Crisisbeheersing Wat wil het Kabinet? Recente crises onderstrepen het belang van een robuuste en toekomstbestendige inrichting van de crisisbeheersing en brandweerzorg in Europees en Caribisch Nederland. Het kabinet heeft de contouren opgesteld van één samenhangend landelijk dekkend stelsel.
De meerjarige landelijke agenda crisisbeheersing bundelt en richt de gezamenlijke ambities en activiteiten van ministeries, veiligheidsregio’s en andere betrokken publieke en private partners. In dat kader zetten we in 2024 aanzienlijke stappen. Voor het versterken van de crisisbeheersing maakt het kabinet via de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) een budget beschikbaar, oplopend tot structureel € 83 miljoen vanaf 2026. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten staan aan de lat voor een effectieve crisisbeheersing, daarin ondersteund door de veiligheidsregio’s. Met de ervaringen van de afgelopen dan wel voortdurende crises is het van belang rollen en verantwoordelijkheden helder te krijgen. De VNG zet zich als vereniging primair in op de onderdelen kennisdeling, belangenbehartiging en ondersteuning/dienstverlening bij de uitvoering van crisisbeheersing vanuit gemeentelijk perspectief. De gedachte daarbij is organiseer het dichtbij gemeenten en laat de praktijkbehoefte leidend zijn. DIGITALE VEILIGHEID Een sterke digitale rechtsstaat Wat wil het kabinet? Europese en geopolitieke ontwikkelingen zijn uiterst belangrijk voor de opbouw en het behoud van een sterke digitale rechtsstaat. In 2024 verwacht het kabinet dat een aantal Europese verordeningen en richtlijnen op het gebied van digitalisering van kracht worden die van grote betekenis zijn voor ons rechtsbestel.
Met name de eJustice Verordening, de AI Verordening en wijziging van de eIDAS Verordening zorgen voor verplichtingen voor organisaties binnen ons rechtsbestel. Ook in 2024 evalueert het kabinet of het juridisch kader nog past bij nieuwe technologieën en digitale ontwikkelingen en of het nodig is aanvullend te reguleren of bestaande normen te verhelderen. JenV is betrokken bij onderhandelingen over nieuwe EU Tech laws, zoals de AI-verordening. Rechts- en gegevensbescherming nemen ze hierin mee als twee belangrijke pijlers van een democratische rechtsstaat. Daarnaast initieert het kabinet een strategische visie op internationale gegevensstromen en gegevensuitwisseling mét aandacht voor de invloed van toenemende globalisering op rechts- en gegevensbescherming. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 31 In 2024 ligt er een breed gedragen Nederlandse visie op het gegevensbeschermingsrecht. Dit is nodig in aanloop naar de tweede evaluatie van de AVG. Daarbij heeft het kabinet speciaal aandacht voor effectief toezicht, rechten van minderjarigen en technologische ontwikkelingen. Door die visie klaar te hebben zijn Nederlandse standpunten effectief mee te nemen in de plannen van de dan nieuwe Europese Commissie. Wat betekent dit voor gemeenten? De invoering van Europese verordeningen legt nieuwe verplichtingen op aan alle overheidsoverheidsorganisaties.
Deze verordeningen zullen waarschijnlijk leiden tot aanpassingen in lokale beleidsvorming en uitvoering, vooral op het gebied van digitale dienstverlening en gegevensbescherming. In de ontwikkeling de Nederlandse visie op gegevensbeschermingsrecht, hebben gemeenten nauw contact met de Autoriteit Persoonsgegevens en het Rijk. Hierdoor kunnen gemeenten hun standpunten effectief integreren in bredere nationale en Europese discussies. Cybersecurity, vitale belangen, statelijke dreigingen en economische veiligheid Wat wil het kabinet? Nederland is hoogontwikkeld, innovatief en sterk internationaal verbonden. Cybercriminaliteit, (digitale) spionage, ongewenste buitenlandse overnames en investeringen, inmenging, verstoring en sabotage bedreigen onze veiligheid, economie en samenleving. Dit kan ervoor zorgen dat burgers minder vertrouwen hebben in onze digitale infrastructuur en onze rechtsstaat. Die dreiging wordt versterkt door veranderende geopolitieke verhoudingen, technologische ontwikkelingen en de afhankelijkheid en verwevenheid van digitale systemen. Dit brengt grote risico’s met zich mee. Niets doen kan tot grote schade leiden. Met de Nederlandse cybersecuritystrategie streeft het kabinet naar een digitaal veilig Nederland. Daartoe investeert het kabinet in een beter zicht op dreiging en meer ICT-specialisten op de arbeidsmarkt.
Het kabinet kiest voor een veilig digitaal ecosysteem waarin de verantwoordelijkheid voor veiligheid deels wordt verplaatst van de eindgebruiker naar de overheid en specifieke sectoren. De transitie naar deze vernieuwde nationale cybersecurityorganisatie is in 2026 afgerond. Op het gebied van cybersecurity blijft de digitale dreiging zich ontwikkelen en daarmee nemen ook de risico’s toe. De weerbaarheid tegen digitale aanvallen kan worden vergroot zodat deze aanvallen sneller kunnen worden gedetecteerd en hersteld. Dit om zowel de continuïteit van de ICT-voorzieningen te kunnen verbeteren maar ook om de integriteit en de exclusiviteit van onze gegevens te borgen. Vanuit de motie-Hermans zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van cybersecurity bij de politie. Daarnaast zijn er vanuit het coalitieakkoord middelen ingezet ten behoeve van cybersecurity. Het budget wordt in 2024 aanvullend hierop opgehoogd met € 18,4 miljoen met een oploop naar € 38,7 miljoen vanaf 2027. Het kabinet steunt het uitgangspunt van ‘open strategische autonomie’ voor de EU en implementeert Europese richtlijnen die bijdragen aan de weerbaarheid van de vitale infrastructuur, van publieke en private organisaties. De JenV coördineert de implementatie, waaronder de inzet door andere departementen van de hiervoor beschikbare middelen.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet wil uitvoeringsorganisaties eerder betrekken bij het maken van nieuw beleid, ruimte te geven aan de professionals in de uitvoering, en meer oog hebben voor de uitvoerbaarheid en gevolgen van wet- en regelgeving. Dat betekent voor gemeenten: grotere betrokkenheid bij en invloed op impactanalyses, uitvoeringstoetsen en wederkerige informatie- en kennisdeling. Concreet betekent dit voor 2024 onder andere: • Indiening en parlementaire behandeling van de wetsvoorstellen ter implementatie van de Network and Information Security directive (NIS2) richtlijn en de Critical Entities Resilience (CER) richtlijn, naast een Europese verplichting ook onderdeel van de in 2023 aangekondigde versterkte aanpak vitaal. Voor de implementatie van de NIS2 en CER is in 2024 € 5 miljoen beschikbaar en vanaf 2025 structureel € 8 miljoen. Of dat afdoende is hangt helemaal af van de precieze impact van de NIS2 op gemeenten, die nog in kaart gebracht wordt. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 32 • Voortzetten van integratie van het Nationaal Cybersecurity Centre (NCSC), Digital Trust Centre (DTC) en Computer Security Incident Response Teams (CSIRT-DSP) is. Eind 2024 is dit operationeel; er is dan één nationale cybersecurityorganisatie voor alle organisaties in Nederland.
In aanvulling hierop biedt de Informatiebeveiligingsdienst (hierna: IBD) als sectorale CSIRT binnen het stelsel maatwerk ondersteuning aan gemeenten en blijft het als centrale meldpunt voor gemeenten fungeren. De IBD kan daarbij steunen op een stevig pakket aan centraal gefaciliteerde diensten vanuit de nationale CSIRT. Het algemeen beeld is wel dat gemeenten stijging van uitgaven kunnen verwachten aangezien het rijk fors investeert op dit thema. • Het ontwikkelen van een publiek-privaat platform voor wederkerige cybersecurity informatie- en kennisdeling. Aanpak cybercrime Wat wil het kabinet? Het OM investeert in de aanpak van cybercrime en versterkt de opsporingscapaciteit in het digitale domein. In de Veiligheidsagenda staat een stapsgewijze verhoging van de opsporingsambitie bij cybercrime. BZK, JenV en EZK trekken samen op om cybercrime te voorkomen door potentiële slachtoffers bewust te maken van de gevaren. Het coalitieakkoord heeft een intensivering voor de aanpak van cybercrime mogelijk gemaakt. Het budget wordt in 2024 aanvullend hierop opgehoogd met € 18,4 miljoen met een oploop naar € 38,7 miljoen vanaf 2027. Vanaf 2024 is er voor de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) jaarlijks € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken.
Deze nieuwe taken hebben betrekking op onder andere het voorkomen en beperken van de maatschappelijke schade die ontstaat door cyberincidenten. Het OM wordt versterkt om de kennis en capaciteit voor de aanpak van cybercrime op niveau te brengen, en de internationale en publiek-private samenwerking verder te ontwikkelen. Daarmee wordt invulling gegeven aan de motie-Groothuizen en Van Toorenburg van 26 november 2020. Naast opsporing, vervolging en verstoring van criminele activiteiten is de preventie van cybercrime een belangrijk onderdeel. Daarvoor is een campagneprogramma voor bewustwording voorzien. Het programma licht inwoners en organisaties voor over de risico’s van cybercrime en mogelijke tegenmaatregelen die zij kunnen nemen. Het campagneprogramma wordt samen met de ministeries van EZK en BZK vormgegeven. Daarmee wordt deels invulling gegeven aan de motie-Ephraim van 16 december 2021 en de motie-Hermans van 19 januari 2022 Wat betekent dit voor gemeenten? Het gaat hier om een verhoogde aandacht voor cybercriminaliteit en de inzet van criminele op phishing, online fraude en doxing. Ook voor gemeenten is het van belang dat inwoners bewuster worden van deze vorm van criminaliteit en hier weerbaar tegen worden.
Voor gemeenten is een verstevigde samenwerking met politie en OM dan ook belangrijk en zijn duidelijke handelingsperspectief op signalering en monitoring noodzakelijk om inwoners hiertegen te beschermen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 33 4 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Schoolmaaltijden Wat wil het kabinet? Voor het voortzetten van het programma Schoolmaaltijden in 2024 stelt het kabinet eenmalig € 166 miljoen ter beschikking. Het programma wordt weer uitgevoerd door het Rode Kruis en het Jeugdeducatiefonds. De voortzetting is bedoeld voor scholen en leerlingen die in 2023 al deelnemen aan het programma. Scholen kunnen kiezen tussen een maaltijd op school of een boodschappenkaart voor thuis. Hierbij is het van belang dat de voortzetting direct vanaf 1 januari 2024 ingaat, zodat leerlingen die in 2023 een schoolmaaltijd krijgen dit ook vanaf 1 januari 2024 aangeboden krijgen, en continuïteit blijft bestaan voor de opgezette structuren van scholen en het programma. Wat betekent dit voor gemeenten? Samen met maatschappelijke partners en het onderwijs werken gemeenten van oudsher, daar waar nodig, ook aan gratis verstrekking van ontbijt en/of maatlijden op school. Bijvoorbeeld via de aanpak (kinder)armoede of (in samenwerking met GGD’en) via de Gezonde School aanpak. In het programma Schoolmaaltijden hebben gemeenten geen directe rol.
Lokale afstemming met onderwijs, maatschappelijke partners, Rode Kruis en jeugdeducatiefonds ligt echter voor de hand. De VNG pleit voor meer een structurele aanpak hiervan in samenhang met andere lopende programma’s zoals de Gezonde School, kinderarmoede-aanpak en het programma School en omgeving. Nieuwkomersonderwijs Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de wachtlijsten voor het nieuwkomersonderwijs wegwerken. In 2023 wordt daarom gestart met een toekomstverkenning naar een structureel kader voor nieuwkomersonderwijs. Het mbo wordt in deze verkenning meegenomen alsmede de doorstroming naar het regulier onderwijs en de positie van het openbaar onderwijs. De Tweede Kamer wordt in december 2023 per brief geïnformeerd over de eerste resultaten van deze verkenning met mogelijke scenario’s en een tijdspad. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is dit in eerste instantie relevant vanwege onderwijshuisvesting. Is er voldoende ruimte om altijd een vorm van nieuwkomersonderwijs aan te bieden, af te schalen en weer op te bouwen? Zowel wat betreft locaties als in de begroting. Daarnaast zal dit ook effect hebben op het leerlingenvervoer, de leerplicht en de voorschoolse educatie.
Het nieuwkomersonderwijs vraagt samenwerking met buurgemeenten vanwege het regionale karakter van dit type onderwijs en het maken van afspraken wie waar verantwoordelijk voor is en met welke financiële bijdrage. Er zijn nog geen financiële regelingen voor gemeenten bekend. Brugfunctionaris Wat wil het kabinet? Het kabinet investeert per 2024 structureel € 51,8 miljoen in het versterken van de verbinding tussen school, thuis en zorg en ondersteuning (in de wijk). De komende jaren wordt ervoor gezorgd dat de scholen die dit het hardst nodig hebben de middelen krijgen om een brugfunctionaris in te zetten. De subsidie Brugfunctionaris wordt opengesteld in het voorjaar van 2024. Deze subsidie biedt scholen de kans een brugfunctionaris aan te stellen en te leren welke vorm van inzet en ondersteuning werkt. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 34 Vanuit de Gelijke Kansen Alliantie loop al een (kleinschalige) pilot. Op basis van de uitkomsten van deze pilot, wordt gekeken naar een geschikte wijze voor de structurele inzet van deze middelen. Het doel is de ondersteuning op school te versterken en de verbinding tussen school, kind en gezin verbeteren. Wat betekent dit voor gemeenten? In veel gemeenten wordt er al gewerkt met een brugfunctionaris of soortgelijke functie.
De brugfunctionaris zet zich vanuit school in om de verbinding tussen school, thuis, zorg en ondersteuning te versterken. Niet op alle scholen wordt de naam brugfunctionaris gebruikt, soms wordt hetzelfde werk verricht door schoolmaatschappelijk werk of ‘jeugdhulp op school.’ De basis is een vertrouwd gezicht en laagdrempelige ondersteuning voor het gezin op en rond school bij opvoeding, armoede, schulden of gedragsproblemen. Wij hebben er bij het ministerie van OCW op aangedrongen de regeling zoveel mogelijk te integreren met andere regelingen (bijvoorbeeld school en omgeving). Ook is overleg tussen gemeenten en school wenselijk over inrichting van de brugfunctie. Zodra er meer nieuws over de regeling informeren wij gemeenten hierover. Huiselijk geweld en kindermishandeling Wat wil het kabinet? OCW is op verschillende manieren betrokken bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zo heeft het kabinet een Nationaal Actieprogramma opgesteld in samenwerking met SZW en een regeringscommissaris aangesteld. Dit Nationaal Actieprogramma richt zich op het tegengaan van seksueel overschrijdend gedrag en seksueel geweld. Het programma kent diverse maatregelen in alle sectoren van de maatschappij die zich richten op preventie, wetgeving, omstanders, communicatie en werkgevers.
Verder zijn met middelen van OCW de programma’s Regenboogsteden en Veilige steden in 2023 voor een nieuwe periode van 4 jaar voortgezet. Wat betekent dit voor gemeenten? De acties van OCW raken gemeenten indirect en direct. Zo kan een aantal actielijnen van het Nationaal actieprogramma seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag bijdragen aan een groter beroep op door gemeenten gefinancierde voorzieningen, zoals de hulpverlening en de centra voor seksueel geweld (CSG). Dit geldt in ieder geval voor de volgende actielijnen: • Organisaties hebben processen voor preventie, signalering en opvolging op orde. • Iedereen herkent seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en kan hierop reageren. • Er is goede hulpverlening die makkelijk vindbaar is. De programma’s Regenboogsteden en Veilige steden raken gemeenten daarentegen meer direct. Zo ontvangen gemeenten een bijdrage via een decentralisatie-uitkering als zij actief zijn op het gebied van gender- en lhbtiq+ gelijkheid. De betreffende gemeenten beslissen zelf hoe zij deze middelen besteden. Cultuur Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft in 2024 lopende verplichtingen in de vorm van vierjaarlijkse bekostiging van culturele instellingen en van de Rijksfondsen (2021-2024). In 2024 zal het kabinet besluiten over de culturele basisinfrastructuur 2025–2028.
In 2024 geeft het kabinet extra middelen aan prioriteiten uit het coalitieakkoord. Uit deze middelen zal in 2024 extra inzet plaatsvinden op de arbeidsmarktagenda (€ 24,3 miljoen voor de totale arbeidsmarktagenda, waarvan € 19,1 miljoen coalitieakkoordmiddelen). Hiermee worden via verschillende projecten betere arbeidsvoorwaarden, eerlijke beloning, persoonlijke ontwikkeling en een veilige werkomgeving met een duurzame beroepspraktijk gestimuleerd. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 35 De grootste decentralisatie-uitkeringen en specifieke uitkeringen in 2024 zijn bestemd voor behoud van erfgoed in het aardbevingsgebied, versterking van de regionale culturele infrastructuur, cultuurparticipatie door jongeren en de Erfgoed Deal. Wat betekent dit voor gemeenten? Met name stedelijke gemeenten co-financieren vierjaarlijks instellingen in de culturele basisinfrastructuur (BIS) of via de meerjarige subsidieregelingen van de Rijkscultuurfondsen. BIS is het landelijke subsidiestelsel voor culturele instellingen. Gemeenten gaan in 2024 weer in gesprek met het rijk rondom de aanvraagperiode voor culturele instellingen voor de BIS 2025-2028. De VNG is stelselpartner en ziet toe op naleving van interbestuurlijke afspraken met het rijk en provincies over de culturele BIS die start vanaf 2025.
Inzet van het rijk op de arbeidsmarktagenda biedt een gunstig perspectief voor de culturele sector. De door het kabinet aangekondigde implementatie van de ‘Fair practice code’ (fair pay) per 2025 staat echter op gespannen voet met de onzekere financiële toekomst van gemeenten. Gemeenten staan voor een nog grotere uitdaging met een grote diversiteit aan culturele instellingen die niet onder de culturele BIS vallen. Wij hebben het kabinet opgeroepen om gemeenten hierin te ondersteunen. Archieven Wat wil het kabinet? Het kabinet moderniseert de Archiefwet zodat ook de digitale informatie goed bewaard blijft. Het wetsvoorstel, dat op 17 november 2021 aan de Tweede Kamer is aangeboden kan afhankelijk van de parlementaire behandeling aansluitend aan de Eerste Kamer worden gezonden. Wat betekent dit voor de gemeenten? Het wetsvoorstel verkort de overbrengingstermijn naar de archiefbewaarplaats van 20 naar 10 jaar. De ontwerpen voor een nieuw Archiefbesluit en -regeling met gedetailleerde eisen voor archivering komen dit najaar beschikbaar. De VNG zal in dit verband een uitvoeringstoets opstellen. De behandeling van het wetsvoorstel heeft vertraging opgelopen. De nieuwe Archiefwet zal naar verwachting niet eerder dan 2025 ingaan. Vanuit het VNG-project Grip op informatie worden gemeenten voorbereid op de implementatie. Van belang is onder meer de inrichting van een e-depotvoorziening.
OCW draagt bij aan de kosten van bewaring van rijksarchieven door de Regionale Historische Centra (RHC’s), die in elke provinciehoofdstad met uitzondering van Zuid-Holland zijn gevestigd. Deze bijdrage wordt voortgezet ook nadat OCW uit de gemeenschappelijke regelingen voor de RHC’s is uitgetreden (1 januari 2025). Arbeidsmarkt - diversiteit Wat wil het kabinet? Ongelijkheid op de arbeidsmarkt bestrijden wordt genoemd in de Rijksbegroting 2024. Om discriminatie en ongelijkheid te bestrijden, creëert het kabinet een gelijk speelveld tussen mannen en vrouwen en stimuleert zij genderdiversiteit in (de top van) de private en (semi)publieke sector. Wat betekent dit voor de gemeenten? De VNG zet zich in voor ongelijkheid op de arbeidsmarkt en stimuleert gemeenten het HR-beleid hierop in te richten. De gemeentelijke werkorganisatie zou een afspiegeling van de samenleving moeten zijn. Zo blijft een gemeente goed in contact met inwoners en wordt de binding van inwoners met de lokale democratie versterkt. Arbeidsmarkt – Leven lang ontwikkelen Wat wil het kabinet? De Nederlandse arbeidsmarkt kent grote en groeiende arbeidsmarktkrapte. Veel vacatures op mbo- en hbo-niveau zijn lastig in te vullen.
Kwalitatief goed onderwijs en een leven lang ontwikkelen speelt Vereniging van Nederlandse Gemeenten 36 een belangrijke rol in het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking en het alloceren van talent over de verschillende essentieel sociaalmaatschappelijke en (regionaal) economische sectoren. Een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Het Rijk wil inwoners in staat stellen om zich een leven lang te ontwikkelen door kansrijke opleidingsprogramma’s te volgen. Daartoe continueren, faciliteren en financieren zij een aantal initiatieven die hieraan bijdragen. Het versterken van de doorstroom van voortgezet onderwijs naar vervolgopleidingen is daartoe één van de voorgenomen initiatieven. Daarnaast investeert het rijk extra middelen in hbo-opleidingen in de drie sociaalmaatschappelijke relevante sectoren (onderwijs, zorg en techniek) om de studenteninstroom hier te vergroten, uitval tegen te gaan en aansluiting met het werkveld te versterken. Ook wordt het regionaal investeringsfonds mbo gecontinueerd voor de periode 2024-2027, waarin middelen beschikbaar zijn voor het bevorderen van een goede aansluiting van het mbo op de arbeidsmarkt.
Daarnaast wordt er vanuit het Nationaal Groeifonds geïnvesteerd in het mbo, specifiek op het collectief laagopgeleiden en laaggeletterden en ook het initiatief leeroverzicht/ skills in het kader van leven lang ontwikkelen. De subsidieregeling praktijkleren, die bedoeld is om werkgevers te stimuleren om praktijk- en werkleerplaatsen aan te bieden, wordt tevens gecontinueerd. Wat betekent dit voor gemeenten? De arbeidsmarktkrapte wordt ook lokaal en regionaal gevoeld. Tegelijkertijd biedt de arbeidsmarktregio, en de samenwerkingsverbanden die hier bestaan tussen het lokale en regionale onderwijs en bedrijfsleven een goede basis om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te versterken. Een faciliterende, aanjagende en/of betrokken rol in het (door)ontwikkelen en/ of bestendigen van initiatieven in het kader van voorgenomen plannen van het rijk, kan deze aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven bevorderen en sterk inbedden in de regionale behoefte. Tegelijkertijd blijft het knelpunt bestaan dat de financiering in het kader van een leven lang ontwikkelen, specifiek de om- en bijscholing, versnipperd is georganiseerd en incidenteel van aard is. Het aan elkaar verbinden van de diverse financieringsmogelijkheden op lokaal niveau kan hier een positief verschil maken. Desalniettemin blijft het gesprek hierover met het rijk een structureel aandachtspunt.
Onderwijshuisvesting Wat wil het kabinet? Op de begroting van OCW was in de voorjaarsnota al € 10 miljoen per jaar structureel beschikbaar gesteld voor de programmatische aanpak onderwijshuisvesting; deze is in de miljoenennota ook weer opgenomen. Binnen de programmatische aanpak wil het kabinet de totale scholenbouwopgave in beeld brengen. Ook wil het kabinet het verspreiden van kennis en kunde en het realiseren van samenwerkingskansen faciliteren. De wens is dat de totale opgave daarmee efficiënter en beter kan worden aangepakt. Dit doet het kabinet in overleg met de VNG, PO-raad en VO-raad. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten en de VNG denken mee in de uitwerking van de programmatische aanpak, waarbij de VNG ook telkens benadrukt dat het sneller, beter en efficiënter aanpakken van de totale vernieuwingsopgave alleen kan met extra geld voor onderwijshuisvesting. Bibliotheken Wat wil het kabinet Zoals eind vorig jaar al bekend werd heeft het kabinet extra middelen vrijgemaakt om het stelsel van openbare bibliotheken te versterken. Voor gemeenten is een oplopende reeks beschikbaar van € 18,7 miljoen (2023) naar € 38,4 miljoen (2024) tot € 53,7 miljoen structureel in 2025 en verder.
Het kabinet wil deze investering borgen door gemeenten een zorgplicht op te leggen met betrekking tot de toegankelijkheid en bereikbaarheid van een openbare bibliotheekvoorziening voor haar inwoners. De precieze invulling van die zorgplicht is nog onderwerp van bestuurlijk overleg. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 37 Wat betekent dit voor gemeenten Gemeenten konden voor 2023 en kunnen voor 2024 een Specifieke uitkering (SPUK) aanvragen om in hun gebied een reparatie aan het bibliotheeknetwerk te doen. De eerste ronde 2023 is fors overvraagd waardoor veel gemeenten een afwijzing kregen. Voor de tweede tranche is een groter bedrag beschikbaar. Vanaf 2025 zullen alle gemeenten aan een (nog niet vastgestelde) zorgplicht moeten voldoen. Daarmee gaat de bibliotheek expliciet onder de wettelijke taken van gemeenten vallen. De middelen voor de SPUK zijn bedoeld om zoveel mogelijk gemeenten op het niveau van de zorgplicht te krijgen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 38 5 Infrastructuur en Waterstaat GEZONDE, SCHONE EN VEILIGE LEEFOMGEVING Afval Wat wil het kabinet? Het kabinet zet in op het verplichten van het gebruik van recyclaat, het bevorderen van hergebruik, betere recyclebaarheid van producten, hoogwaardige recycling, het verbeteren van de repareerbaarheid en het verlengen van de levensduur van producten.
Bovendien wordt door een verhoging van de verbrandingsbelasting, het verbranden van (recyclebaar) huishoudelijk afval verder ontmoedigd. Ook in 2024 wordt gewerkt aan het verbeteren van afvalscheiding. Het programma VANG (Van Afval Naar Grondstof) wordt verlengd, dat geldt ook voor een verkenning van de (on)mogelijkheden voor een landelijke standaardisering van afvalinzameling. Wat betekent dit voor gemeenten? Doordat het duurder wordt om huishoudelijk afval te verbranden zullen gemeenten verder geprikkeld worden om afval te scheiden. Met de blijvende inzet op het kwalitatief goed scheiden van huishoudelijk afval én de verdere verbreding van het instrument producentenverantwoordelijkheid, is het belangrijk voor gemeenten om goede afspraken te maken met producenten. Naast de kosten gaat het dan ook om de invulling van lokaal passend afvalbeleid in combinatie met het toewerken naar uniformiteit in het aantal inzamelsystemen. Circulaire economie Wat wil het kabinet? De ambitie van het kabinet is dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair is. Om die ambitie waar te maken moeten we minder grondstoffen gebruiken, andere grondstoffen gebruiken, producten langer gebruiken en hoogwaardig hergebruiken. In 2024 werkt IenW dan ook verder aan de uitvoering van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE), dat op 3 februari 2023 aan de Kamer is aangeboden.
Er wordt verkend hoe gestuurd kan worden op internationale grondstoffenketen en hoe dit invulling kan krijgen binnen het klimaatbeleid. Per 2024 komt er extra geld beschikbaar voor het continueren van circulaire innovaties en de inzet gericht op circulair gedrag, en circulariteit in onderwijs en arbeidsmarkt, om zo de circulaire transitie verder te ondersteunen. Zowel producenten als consumenten moeten volgens het kabinet concrete stappen kunnen zetten om ‘circulair te produceren en consumeren’. Om dit te bereiken worden de genoemde initiatieven in de samenleving ondersteund. Wat betekent dit voor gemeenten? De verhoging van de middelen voor circulaire economie (€ 82 miljoen in 2024) kan een positieve impuls geven aan de transitie. Wij gaan met gemeenten in gesprek om te bezien hoe gemeenten hier mede gebruik van kunnen maken, tegen de achtergrond van de te verrichten activiteiten binnen het Nationaal Programma Circulaire Economie. Wel voorzien we dat er meer nodig zal zijn om te komen tot realisatie van de ambitieuze doelstellingen. Denk hierbij aan maatregelen op het gebied van externe (financiële) prikkels, die echt substantieel bijdragen aan de gewenste systeemverandering. Ook daar zullen we inzet op blijven plegen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 39 Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Wat wil het kabinet? De aanbevelingen van de commissie-Van Aartsen en de rapporten van de Algemene Rekenkamer hebben geleid tot het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP VTH). In het IBP VTH wordt in 2024 gewerkt aan het uitwerken en implementeren van de acties uit het programmaplan. Dit moet leiden tot de verdere versterking van het VTH-stelsel en het tegengaan van milieucriminaliteit. Daarnaast wordt in 2024 verder invulling gegeven aan de stelselverantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en een visie op de toekomst van het VTH-stelsel opgesteld. In het programma-akkoord was € 18 miljoen per jaar opgenomen voor dit programma. Voor 2024 is dit bedrag opgehoogd naar € 20,5 miljoen en een verhoging in 2025 en 2026 naar respectievelijk € 21,9 miljoen en € 22,9 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het urgentiebesef voor een gezonde en veilige leefomgeving voor inwoners en ondernemers is groter dan ooit. Ontwikkelingen rondom stikstof, PFAS, energietransitie en ruimtegebruik, maar ook het beoordelen van omgevingsvergunningen vragen om een deskundige aanpak. Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is een cruciale schakel bij het adviseren over en het beoordelen van ontwikkelingen in onze leefomgeving.
Met de komst van de Omgevingswet wordt dit nog omvangrijker. Robuuste omgevingsdiensten zijn cruciaal voor het beschermen van onze inwoners en hun leefomgeving en het voorkomen van milieuschade. Gemeenten zijn samen met provincies eigenaar en opdrachtgever van de omgevingsdiensten. In het IBP VTH zijn criteria voor robuustheid vastgesteld. De besturen van omgevingsdiensten die volgens deze criteria niet robuust zijn, moeten voor 1 april 2024 een ‘plan van aanpak’ maken en aangeven hoe zij aan de criteria gaan voldoen. Het IBP VTH loopt nu een jaar en begint de eerste resultaten op te leveren. In 2024 zullen deze moeten worden geïmplementeerd. Gelet op de looptijd van het programma tot 1 september 2024 worden de in het IBP VTH beoogde veranderingen in een aantal gevallen pas na afloop van het IBP geïmplementeerd. De mate waarin we dit kunnen borgen bepaalt hoe succesvol de uitvoering in de praktijk gaat zijn en daarmee daadwerkelijk het stelsel versterken. Gemeenten en de VNG nemen actief deel aan het programma en zijn medeverantwoordelijk voor het implementeren en borgen van de resultaten. Omgevingsveiligheid Wat wil het kabinet? Op 1 januari 2024 gaat de Omgevingswet in. Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving is hierin een van de maatschappelijke doelen. Uitgangpunt is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid.
Zo kunnen zij een ramp of crisis voorkomen of de gevolgen ervan beperken. In de Omgevingswet is het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen waarin staat dat er een Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) moet komen. De minister van Infrastructuur en Waterstaat beheert dit register dat voor iedereen digitaal toegankelijk moet zijn (artikel 10.8 Bkl). Dit houdt in dat vanaf 2024 de informatie van circa 40 activiteiten vanuit ruim 400 bronhouders toegankelijk gemaakt moet worden in het REV. Wat betekent dit voor gemeenten? Bij het vaststellen van een omgevingsplan, een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een activiteit met gevaarlijke stoffen moet het bevoegd gezag in deze aandachtsgebieden expliciet nadenken over de risico’s en mogelijke effecten van een incident met gevaarlijke stoffen. Mede op basis van het risicoprofiel van de activiteit met gevaarlijke stoffen zal het bevoegd gezag overwegen of en welke maatregelen in het aandachtsgebied moeten worden genomen, om personen te beschermen en om maatschappelijke ontwrichting te voorkomen. Doordat het aandachtsgebied en de risicocontouren visueel worden gemaakt op kaarten, zullen adviseurs ruimtelijke ordening in hun plannen eerder rekening kunnen houden met de gevaren, Vereniging van Nederlandse Gemeenten 40 zoals een brand, explosie of giftige wolk.