13.0 VNG - Rijksbegroting 2024 en de gevolgen voor gemeenten
Tekst van het document
Rijksbegroting 2024 en de gevolgen voor gemeenten Bijzondere ledenbrief
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3 Inhoudsopgave Voorwoord 4 1 Gemeentefinanciën 5 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 11 3 Justitie en Veiligheid 26 4 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 33 5 Infrastructuur en Waterstaat 38 6 Economische Zaken en Klimaat 45 7 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 53 8 Sociale Zaken en Werkgelegenheid 57 9 Volksgezondheid, Welzijn en Sport 68 10 Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking 72 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4 Voorwoord Met deze ledenbrief geeft de VNG u een overzicht van de voor gemeenten belangrijke kabinetsvoornemens in de Rijksbegroting 2024 en de betekenis daarvan voor u als gemeente. Door de val van het kabinet, legt het demissionaire kabinet een beleidsarme begroting voor aan de kamer. Deze demissionaire status geldt niet voor Brussel. Daarom wordt er ook stil gestaan bij Europa en op relevante dossiers een koppeling gemaakt. Van belang voor onze inwoners is dat gemeenten door kunnen blijven gaan met de grote maatschappelijke opgaven, zoals bestaanszekerheid, kansengelijkheid en het woondossier. In de Troonrede werd expliciet aandacht besteed aan de rol en positie van gemeenten. Zo werd benadrukt dat goede samenwerking van het rijk met gemeenten noodzakelijk is.
Ook werd duidelijk dat het rijk belang hecht aan het tijdig betrekken van gemeenten bij de totstandkoming van beleid en de uitvoerbaarheid daarvan. Dat is broodnodig omdat contact van inwoners met de overheid vaak via gemeenten, de eerste overheid, verlopen. Gemeenten staan voor grote opgaven, maar om als gemeenten een stap naar voren te kunnen zetten zijn ook voldoende financiële middelen nodig. In het advies op de Miljoenennota 2024 roept de Raad van State het kabinet hier ook toe op. De Raad van State adviseert daarnaast bij de start van een nieuw kabinet meteen een nieuwe manier van bekostigen van gemeenten in te voeren. Op dat moment moet ook duidelijkheid aan gemeenten worden geboden over de opschalingskorting. Hierover blijven we in gesprek met kabinet en parlement. Ook straks, als tijdens de kabinetsformatie een nieuw regeerakkoord wordt opgesteld. Leonard Geluk Algemeen directeur Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5 1 Gemeentefinanciën Stabiel en voorspelbaar accres 2023-2025 Wat wil het kabinet? De algemene uitkering van het gemeentefonds wordt jaarlijks geïndexeerd voor het opvangen van de stijgende kosten van gemeenten als gevolg van hogere prijzen voor de inkoop, hogere lonen, inwonergroei en hogere standaarden voor publieke voorzieningen als gevolg van meer welvaart. Dit indexeringspercentage, het accres, wordt afgeleid van de groei van de netto rijksuitgaven.
Doordat de zorgkosten op de rijksbegroting groeien (vanwege de vergrijzing) krijgen gemeenten via het accres ook een hogere vergoeding voor het opvangen van hun groeiende zorgkosten. Dat is de filosofie achter de ‘trap op, trap af’-systematiek. Het accres zelf is te splitsen in een accres voor de loon- en prijsontwikkeling (lpo-accres) en een accres voor volumegroei (volume-accres). Voor de periode 2022-2025 heeft het kabinet met ons de afspraak gemaakt het volume-accres, dat volgt uit de ‘trap op, trap af’-systematiek, te bevriezen op de stand Voorjaarsnota 2022. Het lpo-accres wordt wel blijvend geactualiseerd. Dit aan de hand van de ramingen door het Centraal Planbureau van de prijsontwikkeling loonvoet overheid (60%), de prijsontwikkeling materiele overheidsconsumptie (20%) en de prijsontwikkeling bruto overheidsinvesteringen (20%). De wegingspercentages van deze indices voor het berekenen van het lpo-accres staan tussen haakjes genoemd. De hoogte van het lpo-accres voor het lopende jaar wordt definitief vastgezet op basis van de raming in maart van het Centraal Economisch Plan (CEP). Dit plan bevat ook de ramingen voor de toekomstige jaren. Met de Macro-Economische-Verkenning (MEV) bij de Miljoenennota 2024 wordt de raming voor het komende jaar en latere jaren bijgesteld.
Wat betekent dit voor gemeenten? Tabel 1.1 geeft de bedragen van de volume-accressen, die dus niet meer wijzigen. Het volume-accres voor het jaar 2023 is daarbij exclusief de uitname voor stimulering van de woningbouw met 2 specifieke uitkeringen. Tabel 1.1 Volume-accressen 2023-2025 Jaar 2023 2024 2025 Volume-accres (x € mln.) 971 1.135 921 Uitname woningbouw 250 Het lpo-accres voor het jaar 2023 is met de meicirculaire 2023 vast komen te staan op 4,54% en wijzigt met de nieuwe ramingen uit de MEV 2024 ook niet meer. Ernaast vond in 2023 nog een nacalculatie plaats voor het lpo-accres 2022 door een eenmalige extra bijstelling van 0,36%. De lpo-accressen voor de jaren 2024 en 2025 zijn bijgesteld aan de hand van de nieuwe ramingen uit de MEV 2024. Het lpo-accres voor het jaar 2024 valt daarbij met 1,10% flink hoger uit dan de raming in de meicirculaire 2023. Tabel 1.2 Opeenvolgende ramingen van het mengpercentage voor het lpo-accres 23-25 Jaar 2023 2024 2025 CEP 2022 3,12% 3,38% 3,30% MEV 2023 4,12% 3,38% 3,30% CEP 2023 4,54% 4,22% 4,18% MEV 2024 4,78% 5,32% 3,96% LPO-accres (x € mln.) 1.598 2.026 1.557 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6 Tabel 1.2 geeft de opeenvolgende ramingen van het mengpercentage voor het lpo-accres van de algemene uitkering. Daarbij geven de rode percentages het actuele lpo-accres dat van toepassing is.
Op de onderste regel staat het bedrag aan lpo-accres. Het mag duidelijk zijn dat de opeenvolgende ramingen voor de loon- en prijsontwikkeling voor grote schommelingen van het accres zorgen. Maar dit is wel een gewenste instabiliteit, omdat de ramingen van de gemeentelijke uitgaven een vergelijkbare ontwikkeling laten zien. Nieuwe financieringssystematiek gemeentefonds is controversieel verklaard Wat wil het kabinet? Het huidige demissionaire kabinet wil vanaf 2026 afstappen van de huidige normeringssystematiek. In hun ogen zorgt een andere normering voor het gemeentefonds voor meer stabiliteit. De Tweede Kamer verklaarde dit onderwerp op 12 september controversieel. Dit is echter nog niet geland in de Miljoenennota 2024 met bijlagen, de begroting Gemeentefonds en de Septembercirculaire gemeentefonds. Op bladzijde 102 staat bijvoorbeeld dat de mogelijkheden voor modernisering en uitbreiding van het eigen belastinggebied bezien worden. Om hierop voor te sorteren heeft het kabinet: Het restant van de opschalingskorting van structureel € 675 miljoen in 2026 weer opgevoerd. Een deel van het volume-accres 22-25 ter hoogte van structureel € 1.272 miljoen (= inclusief verzachting met structureel € 924 miljoen uit de Miljoenennota 23 en Voorjaarsnota 24) weer uitgenomen.
Vanaf 2026 de huidige normering volgens de ‘trap op, trap af’-systematiek stopgezet en voor het jaar 2026 alleen een lpo-accres toegekend. Voor 2026 ontbreekt dus een volume-accres. Voorstellen voor een uitbreiding van het lokale belastinggebied bevat het Belastingplan 2024 niet en een grootscheepse opschaling van alle gemeenten naar 100.000+ gemeenten door herindeling heeft nooit plaatsgevonden. Daarmee zijn de 3 bovengenoemde kortingen niet-taakgebonden kortingen op het gemeentefonds. Oftewel grepen uit de kas. Het demissionaire kabinet introduceert in de Miljoenennota 2024 met ingang van 2027 op eigen houtje, zonder instemming van ons, een nieuwe systematiek voor de jaarlijkse indexering van de algemene uitkering. Die wordt vanaf dat jaar gebaseerd op de gerealiseerde ontwikkeling van de volumegroei bbp in de achterliggende 8 jaar (t-2 t/m t-9) en de raming van het prijspeil bbp in het lopende jaar. Daarnaast past het demissionaire kabinet vanaf 2026 een andere berekeningsmethode voor de accressen toe, waardoor de tranches lpo-accres uit de voorgaande jaren vanaf 2026 neerwaarts schommelen. Met stabiliteit heeft het allemaal weinig te maken. Wat betekent dit voor gemeenten? Tabel 1.3 geeft de accressen gemeentefonds vanaf het jaar 2026 inclusief de niet-taakgebonden kortingen en inclusief de verzachting ervan in de Miljoenennota 2023 en de Voorjaarsnota 2024.
Zonder een gewijzigde meerjarenbegroting van het gemeentefonds is er in 2026 nog steeds sprake van een financieel gat van structureel € 3 miljard voor gemeenten. Dit naast de oploop van de ombuigingsopgaaf van de hervormingsagenda Jeugd na 2025 met € 643 miljoen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7 Tabel 1.3 Accressen vanaf ravijnjaar 2026 Jaar 2026 2027 2028 a. Prijs-accres (in 2026 nog lpo-accres) (x € mln.) 1.365 1.117 997 b. Aftrek schommeling lpo-accres voorgaande jaren -/- 407 -/- 61 -/- 18 c. Accres prijsindexatie werkelijk (x € mln.) (a+b) 958 1.056 979 d. Reëel accres (x € mln.) -/- 2.196 706 667 e. Rijksbijdrage MN 2023 & VN 2024 (x € mln.) 924 f. Opschalingskorting (x € mln.) -/- 675 Accres (x € mln.) (c + d + e + f) -/-989 1.762 1.646 Met de huidige trap-op-trap-af-systematiek krijgen gemeenten voor de hogere groei van hun zorgkosten een hoger accres, omdat de zorgkosten op de rijksbegroting ook een hogere groei kennen. Met de overstap voor de normering naar de nominale ontwikkeling bbp, valt dit weg. De (potentiële) reële groei van het bbp (dus geschoond voor inflatie) bedraagt de komende kabinetsperiode gemiddeld 1,5%, terwijl het aantal ouderen door vergrijzing (67+) met gemiddeld 2,48% per jaar (bron: CBS) toeneemt en de reële lonen de komende jaren met gemiddeld 2,12% per jaar (bron: MEV 2024) stijgen.
De reële groei van de gemeentelijke zorgkosten die uit het gemeentefonds worden betaald, ligt daarmee veel hoger. Daarmee diept het financiële gat van € 3 miljard in 2026 in de jaren erna snel uit. Gemeenten hebben voor het opstellen van hun meerjarenbegroting 2024-2027 een reëel beeld van de inkomsten nodig. Daarvoor is vanuit de fondsbeheerders nog dit jaar een gewijzigde meerjarenbegroting van het gemeentefonds en nieuwe circulaire gemeentefonds nodig die recht doet aan het controversieel verklaren van dit dossier door de Tweede Kamer. Dat is dan wat ons betreft een meerjarenbegroting zonder niet-taakgebonden kortingen en volgens de aloude trap-op-trap-af- systematiek. Raming vrijval btw-compensatiefonds aan de algemene uitkering Wat wil het kabinet? Gemeenten kunnen hun betaalde btw op de inkoop voor overheidstaken terugvorderen op het Btw-compensatiefonds (BCF). Het BCF groeit sinds 2015 jaarlijks met hetzelfde accrespercentage als het gemeentefonds. Daarnaast wordt het BCF bijgesteld voor de btw-component van taakmutaties. Als gemeenten in een jaar minder declareren op het BCF dan er aan middelen in zit, wordt het restant aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd. Declareren gemeenten meer op het BCF dan erin zit, dan wordt het tekort aangevuld uit de algemene uitkering.
Tot nu toe valt sinds deze afspraak ieder jaar geld uit het BCF vrij aan de algemene uitkering. Voor het jaar 2023 wordt de vrijval aan de algemene uitkering voorlopig geraamd op € 359,4 miljoen. Volgend jaar volgt het definitieve cijfer. In de meicirculaire 2023 viel de definitieve afrekening voor het jaar 2022 € 2,9 miljoen lager uit dan in de septembercirculaire 2022 werd geraamd. De totale vrijval over het jaar 2022 is uitgekomen op € 318 miljoen (in 2021 bedroeg de vrijval € 335,1 miljoen). Wat betekent dit voor gemeenten? Een gemeente mag voor haar begroting 2024 en elke jaarschijf van de meerjarenraming 2025-2027 uitgaan van maximaal haar aandeel in de definitief gerealiseerde vrijval uit het BCF over het jaar 2022 van € 318 miljoen. Een gemeente kan er ook voor kiezen om van lagere bedragen uit te gaan. Door de raming van de vrijval juist flink lager vast te stellen, bijvoorbeeld op nul, creëert een gemeente als het ware een behoedzaamheidsreserve voor tegenvallers. Het is de vraag of dit voor de komende jaren wel wijs is. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8 Terugdringen wildgroei specifieke uitkeringen Wat wil het kabinet? Het aantal specifieke uitkeringen nam de afgelopen jaren sterk toe.
Het kabinet zegt dat bekostiging via specifieke uitkeringen ten koste gaat van gemeentelijke autonomie en ze daarom het uitkeringsstelsel voor overdrachten aan gemeenten gaat aanpassen. Met de wijzigingen willen ze het aantal specifieke uitkeringen beperken. Daarnaast wil het kabinet de bestaande uitkeringsvormen ook geschikt maken voor de bekostiging van interbestuurlijke samenwerking. Wat betekent dit voor gemeenten? De fondsbeheerders werken aan een wijziging van de Financiële verhoudingswet. Hoe de bestaande uitkeringsvormen geschikt worden gemaakt voor interbestuurlijke samenwerking, is voor ons onduidelijk. Het voorstel voor het wijzigen van de wet is nog niet ingediend bij de Tweede Kamer. Daarom merken gemeenten volgend jaar weinig van het terugdringen van het aantal specifieke uitkeringen. Doordecentralisatie Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis op de tocht Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een transitie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis bevorderen. Daarvoor stuurde zij begin 2023 een wetsvoorstel voor aanpassing van het woonplaatsbeginsel voor Beschermd Wonen naar de Tweede Kamer. De streefdatum voor invoering van de aanpassing is 1 januari 2025. Dit heeft dus nog geen invloed op de financiële middelen die de centrumgemeenten in 2024 voor Beschermd Wonen krijgen.
Het kabinet wil echter de gebruikelijk volume-compensatie voor de Integratie-uitkering Beschermd wonen in 2024 achterwege laten. Het gaat om een bedrag van € 45 miljoen. Het argument van het kabinet luidt: ‘Er is geen volumegroei door openstelling van Wet langdurige zorg (Wlz)’. Wat betekent dit voor gemeenten? De wijziging van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen is gekoppeld aan de invoering van de doordecentralisatie, waarbij alle gemeenten middelen ontvangen voor Beschermd Wonen. Dit met een nieuw objectief verdeelmodel dat al een tijdje op de planken ligt te wachten. Gemeenten bereiden zich al langere tijd voor op de invoering ervan. Het kabinet roept gemeenten op de voorbereidingen en transitie van Beschermd Wonen naar een Beschermd Thuis voort te zetten. Maar dit wordt nu bemoeilijkt door het kabinet, omdat gemeenten in 2024 € 45 miljoen mislopen voor Beschermd Wonen of het inzetten van ambulante ondersteuning thuis. Daarbij heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel voor wijziging van het woonplaatsbeginsel controversieel verklaard. Bezwaar en beroep WOZ-beschikkingen door no-cure-no-paybureaus wordt aangepakt Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft met het Belastingplan 2024 het wetsvoorstel Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm ingediend.
Het voorstel wijzigt onder meer de Wet WOZ door een verlaging van de proceskostenvergoeding voor beroepsmatige verleende rechtsbijstand bij bezwaar, beroep, hoger beroep en cassatie tegen de WOZ-beschikking en door een verlaging van de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Aanleiding voor het wetsvoorstel is de toenemende druk van no-cure-no-paybureaus op de uitvoering van de Wet WOZ. Door uitwassen komt bij sommige gemeenten en hun samenwerkingsverbanden een verantwoorde uitvoering van de Wet WOZ in gevaar. De proceskostenvergoedingen die gemeenten hebben uitbetaald aan no-cure-no-paybureaus, bedroegen in 2022 € 20 miljoen. Dit bedrag is dus exclusief de bijkomende uitvoeringslasten van gemeenten. Wij hebben daarom het kabinet gevraagd iets te doen aan deze uitwassen van no-cure-no-payconstructies. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 9 Wat betekent dit voor gemeenten? De maatregelen uit het wetsvoorstel moeten de financiële prikkel wegnemen om voor een belanghebbende een bezwaarprocedure te starten of door te procederen met als doel een proceskostenvergoeding of een vergoeding te incasseren van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Daardoor wordt naar verwachting een betere afweging gemaakt voordat bezwaar en beroep tegen een WOZ-beschikking wordt ingesteld.
Op verzoek van het ministerie van Financiën hebben we samen met een aantal gemeenten en samenwerkingsverbanden een uitvoeringsscan gedaan naar de gevolgen van het wetsvoorstel voor de uitvoering van de Wet WOZ. Daaruit bleek dat de maatregelen uitvoerbaar zijn. Het wetsvoorstel zelf bevat de volgende bepalingen: 1. De vergoeding voor tegemoetkoming in de kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (waaronder no-cure-no-paybureaus) wordt in de bezwaarfase vermenigvuldigd met 0,25 als de WOZ-beschikking wordt vernietigd of gewijzigd. 2. Deze vergoeding wordt in de fase van beroep, hoger beroep of cassatie vermenigvuldigd met 0,25 als de WOZ-beschikking wordt vernietigd of gewijzigd en vermenigvuldigd met 0,10 in de overige gevallen. 3. De vergoeding voor immateriële schade die verschuldigd is indien de redelijke termijn waarbinnen een bezwaar- of beroepsprocedure moet worden behandeld, is overschreden, wordt beperkt tot € 50 per half jaar (in plaats van de € 500) waarmee de redelijke termijn is overschreden. 4. Vergoedingen mogen uitsluitend worden uitbetaald op een bankrekening die staat op naam van de belanghebbende zelf, en dus niet meer aan de gemachtigde. 5. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2024 (met overgangsrecht).
Financiën en de EU Wat wil het kabinet? Binnen de EU wordt gesproken over het aanpassen van de Europese begrotingsregels waar lidstaten aan moeten voldoen. Lidstaten en het Europees Parlement streven ernaar de onderhandelingen over deze wetgevende voorstellen in 2023 af te ronden. Als dit lukt, staat 2024 in het teken van het vertalen en toepassen van de nieuwe regels, zowel Europees als nationaal. Wat betekent dit voor gemeenten? De Europese begrotingsregels zijn in Nederland vertaald naar de wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF). De regels van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) stellen een norm van 60% bpp aan de overheidsschuld en een norm van 3% bbp aan financieringstekort. De normen zien toe op de totale overheidsfinanciën inclusief die van gemeenten. In de Wet HOF is de laatstgenoemde norm vertaald naar een aandeel voor gemeenten in deze ruimte voor een jaarlijks financieringstekort. Omdat gemeenten voornamelijk lenen voor investeringen heeft de norm direct dan wel indirect via de overdachten van het rijk gevolg voor de investeringsruimte van gemeenten. Gemeenten staan echter al onder nationaal begrotingstoezicht en hebben daarom geen hoge schulden. Dit geldt ook voor gemeenten in de andere lidstaten.
Bij de onderhandelingen over de wetgevende voorstellen zal VNG zich inzetten voor een uitzondering van decentrale overheden voor het Europese begrotingstoezicht, zodat de investeringsruimte van gemeenten minder lijdt onder deze regels. Herstel en Veerkrachtplan (EU-herstelfonds) Wat wil het kabinet? In 2022 is het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) met een bedrag van € 5,4 miljard goedgekeurd om fors in te zetten op de groene en digitale transitie. Het kabinet werkt momenteel hard aan de implementatie van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP), waarin 49 maatregelen worden uitgewerkt die over de verschillende departementale begrotingen zijn verdeeld. Nederland is Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10 voornemens eind 2023 het eerste betalingsverzoek ter waarde van € 1,4 miljard in te dienen bij de Europese Commissie, gevolgd door een tweede betalingsverzoek volgend jaar. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is belangrijk dat het HVP ook maatregelen bevat die op gemeenten kunnen zien. Dit zijn op zich nationale beleidsopgaven die vanuit de rijksbegroting worden gefinancierd. Echter, Nederland gebruikt het HVP om deze kosten te “declareren” in Brussel (via BZ-begroting). VNG is niet betrokken geweest bij de selectie van de maatregelen.
We moeten ervoor moeten waken dat de systematiek van het HVP wordt toegepast ook op andere EU-fondsen, waardoor er een meer centraal beheer ontstaat. Wanneer Nederland een mijlpaal of doelstelling van het HVP niet haalt, kan de Europese Commissie Nederland geheel of gedeeltelijk korten op de uitbetaling van de in totaal € 5,4 mld. uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. Het niet tijdig of volledig invoeren van in het HVP afgesproken hervormingen heeft dus aanzienlijke budgettaire gevolgen. Dit is een risico voor het rijk en zal mogelijk hierdoor gemeenten kunnen raken. Daarom is het zo belangrijk dat we een vinger aan de pols houden bij de uitvoerende ministeries. Reiskostenvergoeding Wat wil het kabinet? Het kabinet stelt voor om het maximale onbelaste bedrag per 1 januari 2024 te verhogen naar € 0,23 per zakelijke kilometer (nu € 0,21). Om het uitvoerbaar te houden blijft deze maximale onbelaste kilometervergoeding gelden voor alle vervoersmodaliteiten (lopen, fietsen, met de auto, enzovoort). Een ov-kaart kan onbelast worden vergoed of verstrekt zolang de werknemer de kaart ook voor zakelijke reizen (waaronder woon-werkverkeer) gebruikt. Dit is een vereenvoudiging ten opzichte van de huidige situatie.
Zolang de werkgever aannemelijk maakt dat sprake is van zakelijk gebruik hoeft een werkgever geen registratie van privé- en zakelijk gebruik meer bij te houden om in aanmerking te komen voor de vrijstelling. De voorgestelde vrijstelling voor ov-kaarten is een gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling (WKR). Wat betekent het voor gemeenten Voor gemeenten die een reiskostenregeling woon-werkverkeer hebben betekent dit dat zij eventueel hun reiskostenvergoeding kunnen verhogen. Gemeenten zijn daartoe niet verplicht. De nieuwe regels rondom de ov-kaart betekenen een administratieve lastenverlichting voor werkgevers. De VNG, WSGO en de vakbonden hebben begin 2023 afspraken gemaakt om onderzoek te doen naar duurzame mobiliteit. Onderdeel daarvan is hoe een eventuele sectorale afspraak kan bijdragen aan CO2-reductie. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 11 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties OPENBAAR BESTUUR EN DEMOCRATIE Herstel verbinding samenleving Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een overheid die responsief, dienstbaar en dichtbij is. Om de stabiliteit van onze democratische rechtsstaat te waarborgen is het noodzakelijk dat de overheid vanuit deze waarden werkt. Gemeenten spelen hierbij een cruciale rol, omdat ze vaak het eerste contact met de overheid zijn.
Het kabinet heeft verschillende wetsvoorstellen in voorbereiding met als doel gemeenten te ondersteunen bij deze dienstverlenende rol en samen op te trekken bij de uitwerking. Een van die wetsvoorstellen is de Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht (Awb). Wat betekent dit voor gemeenten? Het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb beoogt het persoonlijk contact tussen overheid en burgers te bevorderen en meer oog te hebben voor wat mensen echt nodig hebben. Daarvoor wordt een flink aantal aanpassingen in de Awb gedaan die relevant zijn voor alle domeinen waarop gemeenten besluiten nemen. Beoogde wijzigingen zijn onder meer: De introductie van een dienstbaarheidsbeginsel; Een uitbreiding van de evenredigheidstoets; De verplichting tot begrijpelijk motiveren van besluiten; Een verruiming van bezwaartermijnen; Een hoorplicht voor burgers bij financiële beschikkingen. De VNG heeft een eerste inventarisatie gedaan naar aanleiding van de preconsultatie versie (april 2023). Deze inventarisatie laat zien dat het wetsvoorstel consequenties kan hebben tot in de haarvaten van de gemeentelijke organisatie en veel processen en medewerkers kan raken. De wijzigingen hebben gevolgen voor alle medewerkers die betrokken zijn bij besluitvorming en dienstverlening. De beoogde inwerkingtredingsdatum is nog niet bekend.
Wat wil het kabinet? Goed interbestuurlijk samenwerken met oog voor verschillen in het land en maatwerk. Wat betekent dit voor gemeenten? De volgende ambities zijn hierbij voor gemeenten van belang: Regiodeals om interbestuurlijk en vanuit meerdere departementen samen met ondernemers, kennisinstituten, culturele instellingen en maatschappelijke organisaties de kwaliteit van leven, wonen en werken in een regio vergroten. Bij nieuw beleid moet ook het effect op de regio worden getoetst; Inwoners meer betrekken en waar mogelijk inspraak geven op keuzes en vragen rond urgente maatschappelijke transities. Dat kan ook een bijdrage leveren aan meer vertrouwen en dus minder maatschappelijke onrust. Op lokaal niveau deze vernieuwing van de democratie stimuleren met het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 12 Sterke en weerbare democratische rechtsstaat Wat wil het kabinet? Een goed functionerend openbaar bestuur. Wat betekent dit voor gemeenten? De volgende ambities zijn hierbij voor gemeenten van belang: • De aantrekkelijkheid van politieke ambten binnen gemeentebesturen bevorderen door in te zetten op adequate ondersteuning van de volksvertegenwoordiging.
De griffie(r) kan hierbij ondersteunen door te stimuleren dat politieke ambtsdragers gebruik maken van scholing en opleiding; • De bestuurlijke integriteit bevorderen door preventieve maatregelen, zoals de screening van kandidaat-bestuurders op decentraal niveau en zowel tussen bestuurders als tussen ambtenaren gesprekken en trainingen organiseren over het thema integriteit; • Via de Actieagenda Sterk Bestuur zorgen voor een betere verdeling van taken en bevoegdheden over de verschillende overheden (beleidskader decentraal bestuur) en een betere balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoering (Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden). Wat wil het kabinet? Een overheid die samenwerkt. Wat betekent dit voor gemeenten? De volgende ambities zijn hierbij voor gemeenten van belang: • Niet langer uitgaan van New Public Management waarbij de focus is gericht op verkokerde sturing en de prestaties van de eigen organisatie, maar werken vanuit het toevoegen van publieke waarde (‘public value’); • De maatschappelijke opgave en de dienende functie van de overheid ten opzichte van de samenleving zijn de uitgangspunten.
Hierbij luistert de overheid naar wat er leeft en zorgt dat signalen over wat er wel of niet goed gaat haar bereiken; • De overheid zorgt dat er ruimte is voor oplossingen in de gevallen waarin beleid en wetgeving niet heeft voorzien of die onbedoelde onevenredige uitkomsten hebben. De overheden werken daarbij samen, over grenzen van organisaties heen. Wat wil het kabinet? Het kabinet bereidt zich onder meer voor op de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni 2024. In enkele gemeenten kan dan worden geëxperimenteerd met een nieuw model stembiljet. Wat betekent dit voor gemeenten? Per 1 januari 2023 is de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen van kracht. De wezenlijke veranderingen in de procedure van het (her)tellen van de stemmen en controleren van uitslagen hebben, naast andere oorzaken, in een aantal gemeenten tot problemen geleid. Het ministerie van BZK werkt samen met de VNG, de Kiesraad en de NVVB aan aanpassingen in de verkiezingsprocedure. Zowel op de korte als op de lange termijn, om in de toekomst de uitvoerbaarheid te verbeteren. De minister is voornemens om bij de Europees Parlementsverkiezingen te gaan experimenteren met het nieuwe stembiljet. De eerste experimenten zullen in vier kleinere gemeenten plaatsvinden.
Het Wetsvoorstel programmatuur verkiezingsuitslagen regelt wie de verantwoordelijkheden en bevoegdheden krijgen voor het beheer, de aansluiting en het gebruik van de programmatuur die wordt gebruikt bij het berekenen en vaststellen van de verkiezingsuitslagen. Dit is ook voor gemeenten van belang. In het kader van de Verkiezingsagenda 2030 zal de Kiesraad voorstellen uitwerken voor de digitale ondersteuning van verbeteringen in de kandidaatstellingsprocedure en voor de verdere ontsluiting van verkiezingsuitslagen. Daarnaast wordt de Kiesraad verantwoordelijk voor het beheer en de beveiliging van de programmatuur die in de hele verkiezingsketen wordt gebruikt bij het berekenen en vaststellen van verkiezingsuitslagen. Hiervoor is het wetsvoorstel Programmatuur verkiezingsuitslagen in procedure. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 13 Ook in 2024 werken wij, samen met het ministerie van BZK, de NVVB en Kiesraad verder aan de toegankelijkheid van de verkiezingen. Dit doen we door in de landelijke publiekscampagne ook in te zetten op communicatie voor kiezers met een beperking en laaggeletterde kiezers. Daarnaast worden verdere stappen gezet om te kunnen experimenteren met hulp in het stemhokje. Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een goed functionerend, betrouwbaar en weerbaar openbaar bestuur.
Overheidsorganisaties hebben steeds vaker te maken met agressie, intimidatie en ondermijnende invloeden. Politieke ambtsdragers en ambtenaren moeten zonder oneigenlijke druk van buitenaf hun ambt kunnen vervullen. Het kabinet zet meer in op een breed integriteitsbeleid, weerbaarheid en veiligheid van decentrale politieke ambtsdragers en de ambtelijke organisaties. Wat betekent dit voor gemeenten? Met het Netwerk Weerbaar Bestuur wordt ingezet op het verhogen van de bewustwording van risico’s door onderzoek in beeld te brengen van de kwetsbaarheden van de gemeentelijke processen die vatbaar zijn voor ondermijning. De huidige regeling preventieve beveiligingsmaatregelen uit 2021 ten behoeve van woningen van decentrale bestuurders wordt uitgebreid. Het ministerie van BZK is voornemens om binnen het programma Weerbaar Bestuur via de septembercirculaire van het gemeentefonds een structurele financiële tegemoetkoming van € 2,4 miljoen aan gemeenten te verstrekken. Decentrale bestuurders hebben tijdens de uitoefening van hun ambt immers steeds meer te maken met bedreiging, intimidatie en agressie, ook bij hun woning. Met deze bijdrage van het rijk kunnen decentrale overheden de preventieve beveiligingsmaatregelen voor hun decentrale bestuurders voor een groot deel bekostigen. Deze uitkering loopt tot 2026.
Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) ondersteunt bij de uitvoering van de regeling preventieve beveiligingsmaatregelen ten behoeve van woningen van decentrale bestuurders. Er worden ook maatregelen genomen voor de digitale veiligheid en het verhogen van de meldings- en aangiftebereidheid onder zowel decentrale politieke ambtsdragers als ambtenaren. De aantrekkelijkheid van politieke ambten binnen de gemeenten wordt bevorderd door in te zetten op adequate ondersteuning van de volksvertegenwoordigingen zoals de griffie(r). Politieke ambtsdragers worden gestimuleerd om gebruik te maken van bestaande scholing en opleidingen. Om de bestuurlijke integriteit te bevorderen wordt ingezet op preventieve maatregelen zoals het screenen van kandidaat-bestuurders en gesprekken en trainingen stimuleren over integriteit, zowel tussen bestuurders als tussen ambtenaren. Daar waar bovengenoemde ambities en voorgenomen maatregelen de rechtspositie van politieke ambtsdragers raken, treedt de VNG, via de adviescommissie rechtspositie politieke ambtsdragers, in overleg met het ministerie van BZK.
Desinformatie Wat wil het kabinet? Desinformatie, die wordt verspreid om het publieke debat te beïnvloeden, kan ernstige gevolgen hebben: het kan de democratie ondermijnen, het vertrouwen in de democratische rechtsstaat verminderen, maatschappelijke onrust en polarisatie aanwakkeren en het verloop van vrije en eerlijke verkiezingen verstoren. Daarom moeten het kabinet optreden tegen de verspreiding van desinformatie. Het kabinet werkt samen met andere betrokken partijen om de invloed van desinformatie te verminderen. Hierbij richt zij zich op maatregelen afhankelijk van de inhoud van desinformatie, de producent of verspreider, de verantwoordelijkheden van traditionele en sociale media en op kennisontwikkeling. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 14 Wat betekent dit voor gemeenten? Er worden subsidies verstrekt om de bewustwording en de weerbaarheid van burgers rondom de verspreiding van online desinformatie te vergroten. Het rijk werkt samen met andere betrokken partijen zoals de gemeenten, om de invloed van desinformatie te verminderen. Hierbij richten we ons op maatregelen afhankelijk van de inhoud van desinformatie, de producent of verspreider, de verantwoordelijkheden van traditionele en sociale media en op kennisontwikkeling.
Digitale weerbaarheid (publieke) bestuurders Wat wil het kabinet? Het kabinet verhoogt de digitale weerbaarheid voor (publieke) bestuurders in het kader van de toenemende dreigingen. Ook versterkt het kabinet de weerbaarheid verder door dit te borgen in de vernieuwde rijksbrede architectuur en via red-teaming. Wat betekent dit voor gemeenten? Er worden maatregelen genomen voor de digitale veiligheid en het verhogen van de meldings- en aangiftebereidheid onder zowel decentrale politieke ambtsdragers als ambtenaren. WONEN EN RUIMTELIJKE ORDENING Ruimtelijke ordening en grondbeleid Wat wil het kabinet? Het beleid is gericht op de realisatie van een veilige, gezonde en aantrekkelijke woon- en leefomgeving en efficiënt ruimtegebruik, nu en in de toekomst. Beter beschermen en herstellen van de natuur is hier onderdeel van (zie ook begroting LNV). Water en bodem is sturend, onder meer in de vorm van een ruimtelijk afwegingskader voor klimaatadaptieve gebouwde omgeving, dat samen met I&W is ontwikkeld (zie begroting I&W). In het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) zijn onder andere de rijksprojecten en rijksprogramma’s opgenomen, waarmee wordt gewerkt aan de bereikbaarheid, veiligheid en ruimtelijke inrichting van Nederland (zie ook begroting I&W). De minister van BZK heeft een regiefunctie voor wat betreft de opgaven in de fysieke leefomgeving.
Het rijk werkt concreet aan: • Een nieuwe Nota Ruimte, die de Nationale Omgevingsvisie uit 2020 vervangt; • 9 handreikingen vanuit het Programma Mooi Nederland voor opdrachtgevers (publiek/privaat) om ruimtelijke kwaliteit in concrete project- en gebiedsontwikkelingen te realiseren; • Het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp 2021-2024 met een subsidieregeling; • Het programma Groen in en om de stad; • Een interdepartementale strategie voor de inzet van Rijksgrond • De versterking van actief grondbeleid door gemeenten. Wat betekent dit voor gemeenten? De nieuwe Nota Ruimte zal een grondslag vormen voor nieuwe wet- en regelgeving in het ruimtelijk domein, vanuit de gedachte om meer regie te nemen. Het wordt een samenhangende visie op de leefomgeving met keuzes voor 2030, richtinggevende uitspraken voor 2050 en een doorkijk naar 2100. Water en bodem is hierbij sturend. Gemeenten moeten hiermee in hun ruimtelijk beleid rekening mee houden. Middels de handreikingen en het actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp kunnen gemeenten steun ontvangen voor lokale en regionale initiatieven om ontwerpkracht te benutten in ruimtelijke planvorming. De stappen die het rijk zet op nationaal grondbeleid kunnen gemeenten helpen gemakkelijker grond beschikbaar te krijgen voor realisatie van maatschappelijke opgaven zoals woningbouw.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 15 Het rijk onderzoekt of er landelijk eisen kunnen worden gesteld aan de aanleg van natuur in stedelijke gebieden en hoe gemeenten en provincies kunnen worden ondersteund met richtlijnen, financiering en andere instrumenten. Omgevingswet Wat wil het kabinet? De Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 in werking en dit geldt ook voor de Wet kwaliteitsborging bouw. De Omgevingswet zorgt voor een meer samenhangende aanpak van de leefomgeving. De wet leidt tot het eerder betrekken van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden bij besluitvorming over de leefomgeving. De wet biedt ook handvatten voor overheden tot het nemen van regie bij het maken van (beleids-)keuzes over de inrichting van ons land. De wetgeving over de leefomgeving is daarmee niet af, continue aanpassing aan de actualiteit is voorzien. De Omgevingswet draagt, als nieuw stelsel voor de wetgeving van de leefomgeving, bij aan het bieden van oplossingen en aanpakken van de opgaven waar ons land voor staat in de leefomgeving en ruimtelijke inrichting. De activiteiten die de uitvoering en invoering van de Omgevingswet ondersteunen, zoals afbouw, beheer en doorontwikkeling en uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en invoeringsondersteuning lopen in 2024 verder door.
De nog te verstrekken middelen voor compensatie van extra kosten bij gemeenten (de zogenaamde coalitieakkoordreeks) voor de jaren 2022 tot en met 2025 zijn in de begroting verwerkt. Deze compensatie voor bevoegde gezagen is in 2023 uitgekeerd. Wat betekent dit voor gemeenten? De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is een tussenstap in de transitie van het omgaan met initiatieven in de leefomgeving. Het geeft gemeenten duidelijkheid over het inzetten van mensen en middelen en over de benodigde besluitvorming. Tegelijkertijd vraagt de inwerkingtreding veel van gemeenten vanwege andere werkwijzen, procedures en systemen. En als gevolg van een naar verwachting hoger aantal vragen vanuit burgers, ondernemers en andere betrokken organisaties. De beschikbaar gemaakte compensatiegelden voor 2024 geven enige financiële ruimte om de implementatie door te zetten en de dienstverlening zoveel mogelijk op peil te houden. De compensatie voor bevoegde gezagen is in 2022 uitgekeerd en het bedrag voor 2023 wordt via de decembercirculaire van 2023 uitgekeerd. Woonlasten Wat wil het kabinet? Als onderdeel van de maatregelen om de koopkracht te verbeteren (totaal € 2 miljard) verhoogt het kabinet het huurtoeslagbudget met € 703,4 miljoen. De eigen bijdrage voor huurders kan daardoor structureel met € 34 per maand worden verlaagd.
Vanaf 2025 gaat de eigen bijdrage structureel weer iets omhoog ter dekking van extra overheidsuitgaven als gevolg van de Wet versterking regie op de volkshuisvesting (Wvrv) en de Wet betaalbare huur (Wbh). De verhoging van het huurtoeslagbudget is de grootste nieuwe uitgave van het kabinet in relatie tot de woningmarkt. Om starters te helpen een betaalbare koopwoning op de markt te vinden gaat het kabinet een Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen inrichten met een budget van € 40 miljoen. Indien gemeenten gebruik willen maken van dit fonds moeten zij een evenredige bijdrage leveren. De ontwikkeling van dit fonds is vertraagd en de start is daarmee verschoven naar 2024. Wat betekent dit voor gemeenten? De verhoging van het budget voor huurtoeslag draagt bij aan de bestaanszekerheid van de laagste inkomensgroepen en kan gezien worden als een stap in de goede richting. Het zorgt ervoor dat woningzoekenden een betere toegang hebben tot de woningmarkt en meer zekerheid hebben dat ze in een betaalbare woning kunnen blijven wonen. Dit heeft indirect gevolgen voor het gemeentelijk beleid ten aanzien van de lokale woningmarkt en het beleid rondom bestaanszekerheid. Tegelijkertijd geeft het kabinet ook aan op de lange termijn te bezuinigen op het huurtoeslagbudget om middelen vrij te maken voor nieuwe gemeentelijke taken in het kader van de Wvrv en de Wbh.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 16 De exacte invulling van het Nationaal Fonds Betaalbare koopwoningen is pas in 2024 bekend. Pas vanaf dat moment kunnen gemeenten, indien zij een evenredige bijdrage leveren, gebruik gaan maken van dit fonds om koopstarters in hun gemeente te helpen. Woondeals en woningbouwafspraken Wat wil het kabinet? Via de regionale versnellingstafels en de landelijke versnellingstafel wil het kabinet knelpunten bij de uitvoering van de woondeals identificeren en aanpakken. Voor locaties die vertragen, moeten alternatieve locaties worden gezocht of moeten bestaande locaties worden versneld. Het kabinet gaat samen met de regio’s kijken welke plekken nog meer geschikt zijn om grootschalig te ontwikkelen en noemt Oosterwold en de Gnephoek als voorbeelden daarvan. Wat betekent dit voor gemeenten? Er komt € 4,5 miljoen aan middelen beschikbaar voor uitvoering van de Woondeals. Daarmee kunnen provincies en gemeenten capaciteit inhuren voor uitvoering van de woondealafspraken. Daarnaast is er in het kader van de flexpools ruim € 42 miljoen beschikbaar gesteld voor medeoverheden om extra personeel in te huren of om regionale samenwerkingsverbanden op te zetten. De regeling betreft een bijdrage voor ondersteuning in capaciteit en expertise voor woningbouw- en herstructureringsprojecten en het opstellen van regionale/lokale integrale woonzorgvisies.
De bijdrage zal overgemaakt worden aan provincies zodat zij de middelen weer kunnen verdelen onder andere medeoverheden. Het kabinet versterkt zelf ook de ambtelijke capaciteit van het rijk: € 26,6 miljoen vanuit de woningbouwimpuls wordt ingezet voor uitvoeringskracht binnen het woningbouw domein, Uitvoeringsorganisatie Versnelling Tijdelijke Huisvesting en extra capaciteit woningbouwdomein. Woningbouwsubsidies Wat wil het kabinet? De startbouwimpuls (SBI) is bedoeld voor projecten die planologisch ver genoeg zijn om uiterlijk in 2024/2025 te starten met bouwen, maar door de veranderde economische omstandigheden de business case niet meer kunnen rond rekenen en daardoor dreigen te vertragen of stilgezet te worden. Bovenop de eerder in de voorjaarnota gereserveerde € 250 miljoen wordt met deze begroting € 50 miljoen toegevoegd. In 2024 start een zesde en voorlopig laatste tranche voor de Woningbouwimpuls (WBI) van € 300 miljoen. Deze middelen waren al in het coalitieakkoord vrijgemaakt via een uitname uit het Gemeentefonds van € 1 miljard. Totaal was er in deze kabinetsperiode € 1,25 miljard beschikbaar voor de WBI. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen tot 13 oktober 2023 aanvragen indienen voor de SBI. Op basis van indicaties van gemeenten bleek al dat het budget overvraagd zou gaan worden. Het kabinet verhoogt het budget met € 50 miljoen.
Dit zal nog steeds niet voldoende zijn om alle aanvragen te honoreren. Voor de zesde tranche van de WBI kunnen gemeenten in 2024 een aanvraag indienen. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit Wat wil het kabinet? Om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht, wordt in de Nationale Aanpak Klimaatadaptatie Gebouwde Omgeving gewerkt aan een aantal actielijnen. Een daarvan is het minder vrijblijvend maken van klimaatadaptief bouwen en inrichten. Hiertoe is de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving in het voorjaar van 2023 gepubliceerd. Het Kabinet voert een verkenning naar juridisch borging van de maatlat en de financiële consequenties. Met de Nationale aanpak wil het kabinet de klimaatadapatie-aanpak in de gebouwde omgeving versnellen. Wat betekent dit voor gemeenten? Klimaatadapatie lukt niet zonder samenwerking van verschillende overheden, inwoners en bedrijven. Gemeenten leveren een belangrijke bijdrage aan het inrichten van een klimaatbestendige Nederland. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 17 Wij zien de maatlat als een handvat voor gemeenten om de lokale ambities te realiseren en hierdoor een bijdrage te leveren aan de nationale klimaatopgave. Wij vinden het belangrijk dat naast de inhoudelijke ambitie ook goed gekeken wordt naar het ondersteunen van gemeenten om de ambities in de maatlat te realiseren.
De financiële verkenning is hierbij van essentieel belang. Bij de verkenning naar juridische borging vinden we het belangrijk dat gekeken wordt naar hoe dit gemeenten kan ondersteunen. We blijven daarbij uitgaan van ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. De minister houdt de Tweede Kamer eind 2023 met de jaarlijkse brief over de Nationale aanpak klimaatadaptatie gebouwde omgeving op de hoogte van de voortgang. Interdepartementaal beleidsonderzoek Breder instrumentarium woningbouw en grond Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft opdracht gegeven het overheidsinstrumentarium rondom woningbouw en grondbeleid door te lichten. Het doel van dit interdepartementaal beleidsonderzoek is om in kaart te brengen welke bestaande en mogelijk nieuwe instrumenten er bestaan voor een goed functionerende aanbodkant van de woningmarkt. Op basis hiervan wordt geïnventariseerd wat mogelijke concrete beleidsopties en pakketten zijn om het woningaanbod te stimuleren. Het onderzoek moet rond de jaarwisseling afgerond zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? In de opdracht staat dat stakeholders op gepaste wijze betrokken moeten worden. Daaronder vallen ook gemeenten. De beleidsopties die gepresenteerd worden, zullen betrokken worden bij een nieuw coalitieakkoord en dan te maken keuzes. Dit zal mogelijk doorwerken in het gemeentelijke instrumentarium op het gebied van woningbouw en grondbeleid.
Isolatie en soortenmanagement Wat wil het kabinet? Het kabinet trekt veel middelen uit voor de lokale aanpak van het Nationaal Isolatieprogramma. Hiermee kunnen gemeenten woningeigenaren met slechte energielabels en een laag inkomen (financieel) ontzorgen bij isolatie. Alleen lopen woningeigenaren hierbij aan tegen de Wet natuurbescherming. Bij de na-isolatie van gebouwen moet rekening worden gehouden met beschermde vogels en vleermuizen. Gebouweigenaren moeten hiervoor in veel gevallen een ontheffing aanvragen op de Wet natuurbescherming. Het aanvragen van deze ontheffing is zeer kostbaar en tijdrovend. Een oplossing hiervoor is om als gemeente op gebiedsniveau een ontheffing aan te vragen en maatregelen te nemen via een soortenmanagementplan (SMP). Het rijk zet daarom in op een landelijke uitrol van SMP’s. ‘ Vanuit het klimaatfonds zijn hiervoor middelen beschikbaar gesteld voor de jaren 2024 (€ 3,94 miljoen) en 2025 (€ 4,43 miljoen). Deze middelen worden aan de provincies met een specifieke uitkering uitgekeerd. Het is mogelijk om daarmee het natuurinclusief isoleren te versnellen, specifiek gericht op het opstellen van gemeentelijke soortenmanagementplannen. Wat betekent dit voor gemeenten? Een landelijke uitrol van SMP’s kan een doorbraak betekenen voor de haalbaarheid van de nationale isolatieopgave.
De middelen die nu beschikbaar worden gesteld voor 2024 (€ 3,94 miljoen) en 2025 (€ 4,43 miljoen) vormen een aanvulling op het budget van 2023 (€ 44 miljoen), maar bieden geen oplossing voor de huidige impasse rondom natuurinclusief na-isoleren. Het is onduidelijk waar de budgetten voor 2024 en 2025 precies voor zijn bestemd. Duidelijk is wel dat deze ontoereikend zijn voor een landsdekkende uitrol van SMP’s en/of de voortzetting van de ‘Specifieke Uitkering versnelling natuurinclusief isoleren’. Deze uitkering voorziet nu slechts in ondersteuning van ten hoogste 50% van het aantal gemeenten binnen een provincie. De onderliggende begroting geeft dus geen invulling aan de ontwikkeling van een tweede tranche die in de ontwerpregeling is aangekondigd. Dit zorgt mogelijk voor een flinke impasse van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 18 isolatieopgave. Middelen die voor isolatie beschikbaar zijn gesteld kunnen mogelijk niet ingezet worden, omdat soortenbescherming onvoldoende is geborgd. Dit heeft grote gevolgen voor de mogelijkheid om de energielasten voor kwetsbare huishoudens structureel te verlagen. Een thuis voor iedereen en flexwonen Wat wil het kabinet? De zes koploperregio’s ronden in 2024 hun woonzorgvisies af. In de overige regio´s wordt in 2024 verder gewerkt aan de woonzorgvisies.
De woondeals worden vanaf 2024 geactualiseerd met de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen die volgt uit de woonzorgvisies. De in 2023 opgezette brede ondersteuningsstructuur blijft provincies, gemeenten en woningcorporaties in 2024 ondersteuning bieden bij het opstellen van de woonzorgvisies en andere acties uit het programma Een Thuis voor iedereen. Het rijk stimuleert de bouw van flexwoningen voor onder andere statushouders en Oekraïense ontheemden. Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2023 € 302 miljoen extra vrij gemaakt om de bouw van flexwoningen meerjarig te kunnen ondersteunen en daarnaast een herplaatsingsgarantie gepresenteerd. Het kabinet zegt opnieuw middelen beschikbaar te stellen voor de Regeling huisvesting aandachtsgroepen en de Regeling grote gezinnen. Echter uit de begroting valt alleen op te maken dat er meerjarig € 12 miljoen voor de Regeling grote gezinnen wordt gereserveerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Dit onderdeel bevat geen koerswijzigingen ten opzichte van de afgelopen jaren. Gemeenten moeten woonzorgvisies opstellen. De daarbij benodigde landelijke ondersteuning blijft intact, met uitzondering van de Regeling huisvesting aandachtsgroepen. Bovendien zet het kabinet volop in op de realisatie van flexwoningen. Gemeenten kunnen hiervoor subsidieaanvragen indienen via de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen.
Daarnaast kunnen gemeenten subsidie blijven aanvragen om objecten geschikt te maken voor de huisvesting van grote gezinnen vanwege hun taakstelling huisvesting statushouders. Arbeidsmigranten vormen één van de aandachtsgroepen voor huisvesting, en in omvang een aanzienlijke. De prognose is dat het aantal arbeidsmigranten in 2030 kan stijgen van nu 800 duizend naar 1,2 miljoen arbeidsmigranten. Voor gemeenten is het nu vaak niet mogelijk om een goed beeld te krijgen bij de opgave voor huisvesting van arbeidsmigranten, zowel lokaal als regionaal. Dit bemoeilijkt het voor gemeenten om in brede zin na te denken over lokale en regionale inzet op arbeidsmigranten, waaronder de huisvestingsopgave. Volkshuisvestingsfonds en kwetsbare wijken Wat wil het kabinet? Met het Volkshuisvestingsfonds kunnen gemeenten investeren in de verbetering van woonkwaliteit, leefomgeving en verduurzaming in kwetsbare gebieden. Deze kabinetsperiode is voor deze regeling € 600 miljoen geserveerd (via een uitname uit het Gemeentefonds). De resterende middelen in het fonds zijn bestemd voor 2024. Dit is ruim € 280 miljoen voor een volgende tranche. De specifieke uitkering (SPUK) Kansrijke Wijk is een voorstel voor een interdepartementale SPUK die gericht is op de 20 focusgebieden binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). De looptijd van de SPUK is van 2023 tot en met 2025.
Voor 2024 wordt € 92 miljoen gereserveerd. Wat betekent dit voor gemeenten? In 2024 kunnen gemeenten opnieuw aanvragen indienen voor het Volkshuisvestingsfonds voor nieuwe projecten. De gemeenten met een focusgebied in het kader van het NPLV voeren in het kader van dit programma overleg met het rijk over de toekenning van de SPUK. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 19 Wet betaalbare huur (Wbh) en Wet versterking regie op de volkshuisvesting (Wvrv) Wat wil het kabinet? Met de Wbh reguleert het kabinet de aanvangshuurprijzen voor mensen met een middeninkomen. Ook wordt het woningwaarderingsstelsel dwingend gemaakt. Met de Wvrv verankert de regering de volkshuisvestelijke taak van alle overheden in de regelgeving. De minister voor VRO gaat door met de voorbereidingen van beide wetsvoorstellen waarvan de inwerkingtreding voorzien is in 2024. Met ingang van 2024 worden, via een verlaging van het budget voor de huurtoeslag, budgetten vrijgemaakt voor de uitvoering van beide wetten (€ 132,8 miljoen voor 2024). Wat betekent dit voor gemeenten? Beide wetten zorgen voor een taakuitbreiding voor gemeenten. De Wvrv regelt onder andere dat alle gemeenten vanaf 2024 aan de slag gaan met het maken van een huisvestingsverordening met daarin een urgentieregeling voor specifiek in de wet aangeduide aandachtsgroepen.
In het kader van de Wbh krijgen gemeenten een handhavende taak op huren die niet conform het woningwaarderingstelsel zijn. Gemeenten worden via het Gemeentefonds gecompenseerd voor deze nieuwe taken. KONINKRIJKSRELATIES Bestaanszekerheid Caribisch gebied Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een verbetering van de koopkracht en vermindering van armoede in Caribisch Nederland. Hiervoor maakt het kabinet komend jaar € 30 miljoen vrij. Vanaf 2025 wordt dit verder verhoogd naar structureel € 32 miljoen per jaar. Inwoners van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES) moeten, net als in Europees Nederland, kunnen voorzien in de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud. Daarom is het kabinet van plan in 2024 verschillende uitkeringen en de kinderbijslag in Caribisch Nederland te verhogen. Ook worden de middelen gebruikt voor openbaar vervoer en voor voedselbanken. Daarnaast worden in 2024 een aantal incidentele maatregelen genomen om de kosten voor water en energie te verminderen. Een deel van de middelen is gereserveerd om na 2024 een volgende stap te zetten op basis van het aanstaande advies van de Commissie Sociaal Minimum Caribisch Nederland. Ook is er aandacht voor de arbeidsmarkt in Caribisch Nederland met daarin speciale aandacht voor de positie van jongeren en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Met het wetsvoorstel Kinderopvang BES draagt SZW daarnaast bij aan het verlagen van de kosten voor levensonderhoud. Het wetsvoorstel heeft als doel het verbeteren van de kwaliteit en het verhogen van de financiële toegankelijkheid van de kinderopvang in Caribisch Nederland. Het wetsvoorstel met inwerkingtreding voorzien voor 2024 is aangeboden aan het parlement. Het kabinet wil het huidige belastingstelsel van Caribisch Nederland aanpassen. De maatregelen moeten nog langs de Eerste en Tweede Kamer. Ook wil het kabinet de draagkracht van lage inkomens vergroten. Zo is in 2023 de belastingvrije som verhoogd van $ 12.200 naar $ 17.300. Het kabinet wil in 2024 de belastingvrije som verder verhogen. Wat betekent dit voor gemeenten? De aangekondigde maatregelen zijn een stap in de goede richting voor de BES-eilanden. Wij vinden het van groot belang dat de bestaanszekerheid structureel geborgd wordt, ook in Caribisch Nederland. Het zijn eerste stappen in het fundamenteel bieden van zekerheid en perspectief die ook de inwoners van Caribisch Nederland nodig hebben. Wij vinden het belangrijk dat een nieuw kabinet werk maakt van het structureel borgen van bestaanszekerheid en het opvolgen van de Commissie Sociaal Minimum Caribisch Nederland (Thodé).
Een sociaal minimum kan een einde maken aan de langdurige armoede waaronder een groot deel van de bevolking van Caribisch Nederland gebukt gaat. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 20 Versterking uitvoeringskracht in het Caribisch deel van het koninkrijk Wat wil het kabinet? Het ministerie van BZK zet zich in om het bestuur en de uitvoeringskracht op de BES-eilanden en de Landen binnen het Koninkrijk (Curaçao, Aruba en Sint-Maarten) te versterken. Er wordt daarom geïnvesteerd in het versterken van onder meer het ambtelijk apparaat. Zo wordt onder meer het Caribisch uitwisselingsnetwerk van de VNG in 2024 voortgezet. Via de landspakketten blijft het rijk met de landen samenwerken aan hervormingen en het versterken van de economie. Wat betekent dit voor gemeenten? Via het Caribisch uitwisselingsnetwerk kunnen de openbare lichamen en de landen verzoeken voor ondersteuning indienen, waarna kennis en expertise uit Europees Nederlandse gemeenten gezocht wordt. Zo kunnen de openbare lichamen, de landen en gemeenten in Europees Nederland kennis uitwisselen en elkaar versterken. Daarnaast blijven de openbare lichamen zich hard maken voor een structurele verhoging van de vrije uitkering voor een structurele verbetering van de uitvoeringskracht en versterking van de organisaties van de eilanden.
DIGITALISERING Digitale Rijksoverheid, overheidsdienstverlening en informatiebeleid Wat wil het kabinet? In 2024 wordt verder uitvoering gegeven aan de realisatie van de I-strategie 2021-2025. De focus ligt daarbij op het verder professionaliseren van de informatiehuishouding en het digitaal vakmanschap en het scherper meenemen van security-by-design en securitystandaarden bij inkooptrajecten. In de begroting van het ministerie van BZK is een budget van € 102 miljoen opgenomen voor de Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betreffen dit opdrachten op het gebied van publieke waarden, de Interbestuurlijke Datastrategie en informatieveiligheid. Verder worden opdrachten verstrekt op het gebied van de Code Kinderrechten Online, desinformatie en het anticiperen op nieuwe digitale technologie. In 2024 en verder worden subsidies verstrekt op het gebied van digitale inclusie, AI en Publieke Waarden. De VNG ontvangt een subsidie voor het project gemeentelijke statuur van de uitvoering. Dit project heeft betrekking op het toekomstbestendig maken van gemeentelijke dienstverlening. Daarnaast wordt in het kader van Werk aan Uitvoering (WaU) een subsidie verstrekt voor de herinzet van digitale apparaten.
Waardengedreven digitale samenleving Wat wil het kabinet? Vanuit de Werkagenda Waardengedreven Digitalisering (WWD) zet BZK, samen met medeoverheden, verder in op het gebruik maken van de kansen en het verminderen van negatieve kanten van digitalisering. De WWD maakt het mogelijk voor iedereen om mee te doen, om regie te nemen over zijn (digitale) leven en om de digitale wereld te vertrouwen. Daarnaast bouwt het kabinet aan een waardengedreven digitale overheid. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat het kabinet hun beleid om publieke waarden en grondrechten in de digitale samenleving te borgen voortzet met de Werkagenda Waardengedreven Digitalisering. Sinds de komst van de Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering klinkt er een steviger geluid op dit onderwerp. Gemeenten hebben een sterke behoefte aan één aanspreekpunt op het gebied van digitalisering en de aanstelling van de Staatssecretaris van Digitalisering is daar een eerste stap in. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 21 De WWD krijgt in het najaar van 2023 een update en gemeenten zitten goed aan tafel bij deze evaluatie, benadrukken het interbestuurlijke karakter van de maatschappelijke opgave waar we als overheden voor staan en dragen bovendien bij aan de uitvoering van de gezamenlijke ambities.
Inclusieve dienstverlening Wat wil het kabinet? Het kabinet wil iedereen de mogelijkheid bieden om mee te doen in het digitale tijdperk door de publieke dienstverlening zo in te richten dat deze meer recht doet aan de persoonlijke omstandigheden van mensen. Een versterkte loketfunctie van de overheid zorgt voor eenduidige en makkelijke toegang tot informatie en publieke dienstverlening. Er wordt ingezet op de inrichting van een landelijke informatievoorziening, omnichannel strategie, Informatiepunten Digitale overheid (IDO’s) en de inrichting van overheidsbrede loketten. Daarnaast wordt ingezet op proactieve dienstverlening: publieke dienstverlening die (automatisch) wordt aangeboden aan burgers en ondernemers. Verder wordt eraan gewerkt om de dienstverlening van de overheid meer in te richten rondom levensgebeurtenissen en standaarden voor publieke dienstverlening. Ook wordt er gewerkt aan een begrijpelijke, (voor mensen met een beperking) digitaal toegankelijke en gebruikersvriendelijke overheid. Plannen om de toegankelijkheid van overheidswebsites en apps te vergroten en de gebruiksvriendelijkheid van digitale systemen met het NL Design System te ondersteunen worden gefinancierd. De Stichting Allemaal Digitaal die gedoneerde digitale apparaten gebruiksklaar maakt en ter beschikking stelt aan kwetsbare mensen wordt ondersteund.
Tot slot wordt de implementatie van de Single Digital Gateway (SDG) verordening bevorderd om grensoverschrijdende dienstverlening mogelijk te maken. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG ontwikkelt het programma Omnichannel MijnZaken (track en trace publieke sector) en andere generieke services met koplopergemeenten en leveranciers. Daarbij wordt ook de implementatie van de digitale vereisten uit de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) ondersteund. Er worden bijvoorbeeld generieke componenten voor digitale formulieren uit het NLDS ontwikkeld. De aanpak voor een landelijke informatievoorziening van AZ start dit najaar. Verder werkt BZK via experimenten aan de realisatie van een overheidsbrede loketfunctie. Met deze loketfunctie worden directe lijnen tussen professionals en uitvoeringsorganisaties opgezet om kwetsbare burgers beter te helpen. Gemeenten die aan deze programma’s, gericht op de loketfunctie, een actieve bijdrage willen leveren kunnen zich daarbij aansluiten. Gemeenten ontvangen sinds 2023 via de SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) € 17,1 miljoen voor realisatie van de IDO’s. In 2024 ligt de aandacht van het landelijke programma bij de vraag hoe gemeenten het netwerk van (maatschappelijke) organisaties rondom het IDO beter kunnen inzetten om burgers te ondersteunen.