CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

12.0 - VNG - Bijzondere ledenbrief rijksbegroting 2025 en de gevolgen voor gemeenten

Raadsvergadering 1 oktober 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken41.052 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Er is een grotere ambitie nodig voor de sector en in dit kader vragen we ook al langer aandacht voor het vervolg Banenafspraak (eindigt in 2026). In het verlengde hebben we ook een budgettair knelpunt bij gemeenten vanaf 2025 rondom de CAO aan de slag. De technische werkgroep over de toekomst van de CAO Aan de Slag / Waadi heeft nog geen voorstellen gedaan voor structurele borging. In 2024 is deze CAO verlengd met incidentele middelen (€63,9 miljoen) zonder zicht op structureel budget. Dit blijft nu de situatie. Dit najaar moeten gemeenten besluiten over het wel/niet doorzetten van deze CAO, wat consequenties heeft voor een groep werkenden met een kwetsbare inkomenspositie. Arbeidsmarktkrapte en Menselijk kapitaal Wat wil het kabinet? Het kabinet streeft naar een sterke concurrentiepositie voor Nederland. Een bloeiende economie, innovatieve bedrijven en een breed welvaartsniveau zijn daarbij essentieel. Het kabinet erkent in woorden de schaarste aan arbeidskrachten en wil dat iedereen kan participeren in de veranderende arbeidsmarkt. Daartoe wordt er divers beleid ontwikkeld, waaronder: • Verhogen van arbeidsdeelname: Meer werken moet lonen. • Subsidieregeling praktijkleren: Blijft bestaan ter ondersteuning van werkgevers met vergoedingen voor leerbanen. • Gerichte arbeidsmigratie: Om de zorg en sectoren zoals logistiek en bouw op peil te houden.

• SLIM-subsidieregeling: Tijdelijke scholingsfaciliteit voor cruciale kraptesectoren loopt door tot 2027. • Tegengaan personeelstekorten: Door het Actieplan groene en digitale banen, met €5 miljoen euro per jaar en €3,8 miljoen euro voor ICT-opleidingen in samenwerking met regio’s. • Innovatie in het mkb: Experimenten om arbeidsbesparende innovaties te stimuleren. In het regeerprogramma wordt gesproken over een gezamenlijke Leven Lang Ontwikkelingen (LLO)-agenda met sociale partners, regio’s en opleiders voor structurele verbeteringen. Een (financiële) vertaling of reservering ontbreekt. Wat betekent dit voor gemeenten? De aandacht voor arbeidsmarktkrapte in het regeerprogramma en de miljoenennota is een positieve ontwikkeling. De erkenning van dit vraagstuk als een sociaaleconomisch probleem versterkt de integrale aanpak. Het vergroot de urgentie tot samenwerking, vooral voor gemeenten die een regisserende rol hebben binnen de arbeidsmarktregio. De aandacht voor menselijk kapitaal lijkt niet vertaald in een investering waar inwoners van Nederland direct profijt van hebben. De concrete vertaling en financiële onderbouwing is dan ook niet goed herleidbaar. De beschikbare middelen zijn versnipperd over verschillende ministeries en programma’s.

De continuering van middelenstromen en Vereniging van Nederlandse Gemeenten 56 zicht op meerjarige financiering voor plannen is goed, maar de vertaling naar concrete beleidsimpact, zoals bijvoorbeeld bij arbeidsmigratie, is nu ondoenlijk. Naast het brede beleid zijn er veel sectorale plannen, (bijvoorbeeld €450 miljoen voor microchip-talent) maar onduidelijkheid over de verdeling van middelen tussen publieke en private organisaties houdt de versnippering in stand. Dit bemoeilijkt de regisserende rol van gemeenten en hun uitvoeringskracht. De VNG is een constante gesprekspartner in deze ontwikkelingen en wil deze constructieve samenwerking voortzetten, met aandacht voor regionale sociaaleconomische kansen én verschillen. Helderheid over financiering en samenwerking tussen sectoren zijn cruciaal voor effectieve uitvoering en impact in de arbeidsmarktregio’s. Ggz aan het werk: Individuele Plaatsing en Steun (IPS) / Simpel Switchen Wat wil het kabinet? Voor mensen met een (ernstige) psychische aandoening is structureel budget voor IPS beschikbaar. Daarmee krijgt deze doelgroep begeleiding bij het verkrijgen en behouden van betaald werk. Bovendien krijgt de doelgroep hulp bij het combineren van betaald werk en de bestaande uitkering.

Met het budget uit de enveloppe ‘groepen in de knel’ kan in 2025 ook één cohort van de gemeentelijke doelgroep (mensen in de Participatiewet) meerjarig worden geholpen (totale waarde €9 miljoen, trajecten duren 2-3 jaar). Ook wordt het voor mensen makkelijker gemaakt om te wisselen tussen uitkering, dagbesteding, beschut werk, banenafspraak en regulier werk (programma Simpel Switchen). Wat betekent dit voor gemeenten? We zien hierin de erkenning dat mensen met een psychische kwetsbaarheid een bijdrage kunnen leveren op de arbeidsmarkt. De huidige IPS-regeling zou eindigen en nu wordt dus gesproken van structureel budget. In de financiële vertaling van deze ‘structurele’ plannen is nu enkel opgenomen dat een groep mensen in 2025 kan starten met een IPS-traject zonder dat cofinanciering door gemeenten vereist is. Het is mogelijk dat de structurele financiering samenhangt met een onderzoek ‘rechtmatige uitvoering Subsidieregelingen IPS- trajecten’ dat 2025 afgerond wordt, maar we vrezen dat ‘structureel’ alleen tijdelijke middelen betreft. De hoop is dat met het extra geld voor Simpel Switchen meer mensen de opstap naar (beschut) werk kunnen maken. Gemeenten maken zich ook zorgen dat er minder aandacht voor basisvaardigheden zal zijn wanneer het financieel tegenzit. Het daadwerkelijk switchen in de keten, betekent dat er stelselwijzigingen nodig zijn.

Gemeenten vinden het daarom van groot belang dat Simpel Switchen onderdeel wordt van het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuning Mensen (VIM). Inkomenszekerheid: Nationaal Programma Armoede en Schulden Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een versteviging van de koopkracht en een brede aanpak van armoede en schulden. Hun uitgangspunt is dat maatregelen gericht zijn op zekerheid en meedoen, niet verder nivelleren en tegelijkertijd de (kinder-)armoede voorkomen. • Het kabinet wil maatregelen nemen zoals de introductie van een extra tarief in de inkomstenbelasting, gecombineerd met een verlaging van het tarief in de eerste schijf. Het kabinet financiert deze lastenverlichting deels door het verlagen van de algemene heffingskorting. • Het kabinet neemt zich voor de (kinder)armoedecijfers niet uit te laten komen boven het referentiejaar 2024. Om (kinder)armoede tegen te gaan neemt het kabinet verschillende maatregelen zoals een verhoging van het kindgebonden budget en huurtoeslag. Ook wordt de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in de hoogte van de bijstand bevroren in 2025, 2026 en 2027. • Het kabinet wil met een integrale, interdepartementale aanpak met gemeenten, vakbonden, werkgevers, maatschappelijke en private organisaties en ervaringsdeskundigen binnen het Nationaal Programma Armoede en Schulden ook de langetermijngevolgen van armoede tegengaan.

• Het kabinet wil er samen met gemeenten voor zorgen dat het beleid om (kinder-)armoede aan te pakken verbetert, mede in navolging van de Europese kindergarantie. En het kabinet zet de financiering van de gratis schoolmaaltijden structureel door. • Het kabinet zet zich in voor een betaalbare energietransitie. Naast verduurzaming van woningen, wordt 57 Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor 2025 en 2026 een reservering opgenomen voor een energiefonds dat steun biedt aan huishoudens die hun energierekening niet kunnen betalen. Dit is ook terug te vinden in de miljoenennota. • Om problematische schulden fundamenteel aan te pakken komt het kabinet met een integraal pakket aan maatregelen. Het basispakket van het IBO problematische schulden wordt als uitgangspunt genomen. • Het kabinet werkt verder aan de basisdienstverlening schuldhulp en scherpen de (wettelijke) kwaliteitseisen voor schuldhulpverlening aan, zodat verschillen in het aanbod en het bereik van schuldhulpverlening tussen gemeenten worden verkleind. Daarnaast heeft het kabinet de ambitie om een integraal schuldenoverzicht in te voeren zodat mensen meer inzicht in hun financiën krijgen. Daarnaast gaat het kabinet het stelsel van publieke en private invordering verbeteren doordat schulden zoveel mogelijk in een vroeg stadium worden opgelost.

Dit doen ze bijvoorbeeld door te investeren in vroegsignalering en te kijken naar de rol die gerechtsdeurwaarders daarin kunnen vervullen. • Tot slot gaat het kabinet ook meer kredieten reguleren als gevolg van de implementatie van de Europese Consumentenkredietlijn (CCD2) en wordt er een leeftijdsverificatieplicht ingevoerd voor Buy Now, Pay Later. Wat betekent dit voor gemeenten? IBO schulden De VNG wil graag met het kabinet in gesprek over de verbetering van de schuldhulpverlening en het aanpakken van de fundamentele oorzaken van het ontstaan van schulden. We zijn positief over het feit dat we gezamenlijk doorgaan met basisdienstverlening voor verbetering van de (gemeentelijke) schuldhulpverlening. Het kabinet maakt middelen vrij voor een pakket aan maatregelen om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Deze maatregelen worden komende tijd nog uitgewerkt, hiervoor is een bedrag gereserveerd van circa €24 miljoen in 2025, oplopend tot €100 miljoen in 2029. Gemeenten denken graag constructief mee over de uitwerking. Het is verder nog onduidelijk hoe de middelen worden ingezet en in hoeverre ze beschikbaar komen voor gemeenten. Gezien het aantal maatregelen in het IBO schulden, is het aannemelijk dat het budget volstrekt onvoldoende is om alle aanbevelingen van het IBO- rapport serieus op te pakken.

We moeten dus focussen en hierover het gesprek aangaan met het kabinet. Om de verantwoordelijkheid goed op te pakken, moet er echter verder worden gekeken dan de beleidsopties in het IBO. De beleidsopties lijken zich vooral te richten op het systeem van schuldhulpverlening en incasso. De sleutel zit in het systeem van bestaanszekerheid en het aanpakken van de oorzaken van schulden. Basisdienstverlening schuldhulpverlening Het kabinet heeft aangegeven dat de samenwerking met de VNG, NVVK en Divosa in 2025 zal worden voortgezet voor de implementatie van de basisdienstverlening in de schuldhulpverlening. Ter bevordering van het meer gelijktrekken van de dienstverlening in alle gemeenten hebben de 4 ketenpartners als ondertekenaars van het gezamenlijke plan basisdienstverlening, een actieplan opgesteld. Dit plan biedt gemeenten inzicht in de elementen waarmee ze aan de slag kunnen gaan en hoe deze in de praktijk kunnen worden gerealiseerd. De elementen zijn gekoppeld aan de routekaart Financiële Zorgen. De implementatie van de basisdienstverlening vindt plaats binnen de bestaande decentrale kaderwet van de Wgs. Een wet waarin gemeenten eigen beleidsvrijheid hebben en binnen die kaders een eigen aanpak kunnen formuleren.

Het is een positief signaal dat het kabinet de noodzaak van beleidsconsistentie en stabiliteit erkent en dergelijke initiatieven van het vorige kabinet, de VNG en ketenpartners voortzet. Invordering De VNG en gemeenten zien dat er veel winst te behalen is door schulden te voorkomen of door ze klein te houden en zo vroeg mogelijk op te lossen. We gaan dan ook graag met het kabinet in gesprek over het invorderingsstelsel, het borgen van bestaanszekerheid vanaf de eerste betalingsregeling en het voorkomen van onnodige ophoging van de schuldenlast bij schuldeisers en schuldenstress bij inwoners. We zijn positief over de benadering van het kabinet om het stelsel van publieke en private invordering te verbeteren, waarbij het voorkomen en terugdringen van schulden centraal staat. Deze aanpak sluit goed aan bij de gemeentelijke inspanningen om kwetsbare inwoners te ondersteunen en (problematische) schulden te voorkomen. Door een meer menselijke en preventieve aanpak van incasso te hanteren, kunnen gemeenten beter samenwerken met het rijk om financiële problemen bij inwoners tijdig te signaleren en op te lossen. Dit draagt bij aan een sociaal rechtvaardig beleid, waarin inwoners niet verder in de problemen raken door oplopende schulden. We kijken met belangstelling naar een integraal schuldenoverzicht als dat inwoners en hun (schuld) hulpverleners sneller een compleet overzicht geeft.

Daarbij geven we de gemeentelijke behoeften en Vereniging van Nederlandse Gemeenten 58 randvoorwaarden graag mee: regie en samenhang rond gegevensuitwisseling (doelarchitectuur schuldendomein), aandacht voor privacyvraagstukken en het realtime werken vanuit integrale blik. Voor een compleet overzicht blijft het van belang dat alle schuldeisers informatie aanleveren. Naast inzet op langdurige projecten rond gegevensuitwisseling blijven we graag het gesprek voeren over het belang dat inwoners ook nu in hun dagelijks leven ervaren dat de overheid het belangrijk vindt om hun bestaansminimum voldoende te borgen en met hen meedenkt over duurzame oplossingen. ‘Buy now, pay later’ bij online winkelen We zijn blij dat het kabinet de zorgen van gemeenten rond ‘Buy now, pay later’ erkent. Gemeenten zien de problematiek bij inwoners (met name jongeren) groeien en zetten kostbare (schuld)hulpverlening in. Maar we voeren ook graag het gesprek over het minder aantrekkelijk maken van het verdienen aan schulden. Bestaansonzekerheid als verdienmodel (waaronder de online gokindustrie en achteraf betalen) moet immers worden weggenomen. Schulden aanpakken bij de bron is het meest effectief en dat vraagt ook om verantwoordelijkheid van sectoren voor de onwenselijke effecten van het verdienmodel op bestaanszekerheid.

We verwachten dat het meer rendeert om met lange termijnoplossingen te werken in plaats van met suboptimale oplossingen op korte termijn. Dat voorkomt ook dat er op aanpalende terreinen tegengesteld beleid wordt gevoerd, zoals we zien in de stijging van het aantal jongeren met een schuldenregistratie die samenvalt met online gokken en achteraf betalen. Proactieve dienstverlening Wat wil het kabinet? Het kabinet komt met het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening om het niet-gebruik van regelingen terug te dringen en iedereen te geven waar die recht op heeft. Het doel van dit voorstel is niet-gebruik van uitkeringen en andere voorzieningen in de sociale zekerheid te verminderen. Dit betreft in elk geval de Toeslagenwet en de bijstand, waaronder de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen. Om zo het risico op geldzorgen, armoede en schulden te verkleinen en daarmee bestaanszekerheid te vergroten. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten verwelkomen het wetsvoorstel voor proactieve dienstverlening. Veel gemeenten proberen in de huidige situatie al om het niet-gebruik van regelingen terug te dringen door inwoners te wijzen op regelingen waar zij mogelijk recht op hebben. Zij lopen hierbij tegen (juridische) belemmeringen aan. Gemeenten staan dichtbij en in contact met inwoners en zien dat problematiek ontstaat met schulden en gezondheid.

Zeker als gemeenten inwoners niet kunnen ondersteunen wanneer ze vastlopen in hun bestaanszekerheid. Binnen de overheid hebben we de gegevens al zodat we weten wie waar recht op heeft, maar gemeenten missen een grondslag voor de gegevensuitwisseling met de Belastingdienst, UWV, SVB en DUO om deze mensen te vinden en te benaderen. Een wetsvoorstel dat de mogelijkheden voor het toepassen van proactieve dienstverlening vergroot, is voor veel gemeenten dan ook wenselijk naast het op orde brengen van de ICT. Gemeenten willen niet alleen mensen wijzen waar ze recht op hebben, maar ook een stap verder gaan en inkomensregelingen ambtshalve toekennen. Wij werken graag met SZW en BZK aan de wetgeving om proactieve dienstverlening te ondersteunen. Hervormingsagenda sociale zekerheid, toeslagen en inkomstenbelasting Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de sociale zekerheid, toeslagen en inkomstenbelasting hervormen. Het kabinet start hiervoor een hervormingsagenda. Met deze hervormingsagenda werkt het kabinet, samen met gemeenten en publieke dienstverleners stapsgewijs aan verbeteringen. Het kabinet wil samen in gesprek over de stip op de horizon voor een eenvoudiger stelsel: een visie op de lange termijn. De hervormingsagenda heeft drie doelen: inkomensondersteuning moet zekerheid bieden, makkelijk te begrijpen zijn en (meer) werken moet lonen.

Deze aanpak wordt gevoerd door het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen (VIM). Ook met de stelselherziening kinderopvang en herziening Participatiewet hoopt het kabinet te werken aan vereenvoudigingen. Deze visie vormt de basis voor een hervormingsagenda. Het kabinet stuurt in het voorjaar 2025 een brief met enkele varianten en keuzeopties als start voor een open dialoog met het parlement. 59 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Het kabinet doet ook voorstellen voor de middellange termijn en onderzoekt de vormgeving van één kindregeling in één wettelijk kader en bereidt besluitvorming voor. De huurtoeslag wordt verbeterd door de huurtoeslag lineair af te bouwen. Het kabinet pakt ook het knelpunt aan dat uitkeringen netto worden uitbetaald, maar in sommige gevallen bruto worden teruggevorderd als blijkt dat er geen recht op een uitkering was. Het kabinet wil vanaf 2026 bij uitkeringen alleen het netto te veel ontvangen bedrag terugvorderen. Daarom is er een bedrag gereserveerd oplopend van €1 miljoen in 2025 tot €31 miljoen in 2029 om terugvorderingen netto te maken. Wat betekent dit voor gemeenten? We zien onderdelen uit de ‘Verklaring van de Top Bestaanszeker Nederland’ van januari jl. terug in de hervormingsagenda. Voor gemeenten en haar inwoners is het belangrijk om concrete stappen te zetten naar een eenvoudiger stelsel.

Gemeenten werken hierin nauw samen met publieke dienstverleners, ervaringsdeskundigen en belangenorganisaties. We denken constructief mee zodat de varianten en keuzeopties uitlegbaar, uitvoerbaar en juridisch houdbaar zijn. Een toereikend en voorspelbaar inkomen is wat gemeenten betreft ook een belangrijk onderdeel. Daarnaast is het van belang dat we in de context van mogelijkheden, beschikbare capaciteit en middelen focussen op de lange termijn en de tussenstappen die er écht toe doen. Participatiewet in Balans Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan een herziening van de Participatiewet. Gemeenten krijgen met het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’ meer ruimte om mensen in de bijstand te ondersteunen. Het doel is om mensen naar werk of een andere vorm van participatie te begeleiden, bijvoorbeeld door mensen in de bijstand beter te koppelen aan werkgevers. Het kabinet gaat hier met de Tweede Kamer over in gesprek. De aanbevelingen van de OCTAS (Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel) over het passender maken van de Participatiewet voor mensen zonder of met beperkt arbeidsvermogen wil het kabinet bezien in de fundamentele herziening van de Participatiewet. Hierin staan vertrouwen, menselijke maat, vereenvoudiging en passende ondersteuning naar werk en participatie centraal.

Voor de sociale zekerheidswetten met een kostendelersnorm (onder andere Participatiewet, Anw en Toeslagenwet) verkent het kabinet wat de consequenties zijn als de kostendelersnorm wordt aangepast of afgeschaft en welk effect dit heeft op woningdelen. Voor de AOW verkent SZW een vereenvoudiging van het partnerbegrip en onderzoekt SZW daarnaast met de Sociale Verzekeringsbank (SVB), VWS en VRO door middel van een maatschappelijke kosten-baten analyse of het huidige partnerbegrip een belemmering vormt om te woningdelen en mantelzorg te verlenen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten staan klaar om te starten met de implementatie van de nieuwe wet. Naast deze goede eerste stappen, blijft een fundamentele herziening van de Participatiewet cruciaal. We zien dat de vangnetregeling niet meer voldoende is voor mensen om mee rond te komen en dat de wet niet passend is voor mensen zonder (of met beperkt) arbeidsvermogen. Gemeenten denken hier graag constructief over mee. Om ervoor te zorgen dat iedereen volwaardig mee kan doen in de maatschappij, is naast een toereikende vangnetregeling ook toereikend budget voor gemeenten nodig. Middelen voor ondersteuning en begeleiding naar werk en participatie zijn al jaren ontoereikend voor gemeenten en we gaan hier nogmaals over in gesprek met het rijk.

Naast een fundamentele herziening van de wet is het ook van belang dat het versterken van het vakmanschap een structureel karakter krijgt, geldend voor alle lagen binnen de organisatie. Gemeenten werken hier nu hard aan. Het afschaffen van de kostendelersnorm zorgt voor rust en minder stress bij bijstandsgerechtigden. Tevens brengt het rust bij jongeren die zonder deze maatregel het huis uit moeten en hierdoor dakloos worden. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 60 Alleenverdienersproblematiek Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een oplossing voor alleenverdieners met een inkomen onder het bestaansminimum. Dit doen ze met een tijdelijke regeling en een wetswijziging voor de fundamentele fiscale oplossing. In de miljoenennota is voor deze problematiek een budget van €94 miljoen beschikbaar gesteld voor 2025 t/m 2027. De hoogte van dit bedrag is gekoppeld aan de Wet bevriezing dubbele algemene heffingskorting 2025-2027. Als dit wetsvoorstel niet doorgaat, zijn de bedragen lager. De bedragen staan nu geboekt op het jaar waarover de tegemoetkoming wordt verstrekt. Als er straks een Decentralisatie-Uitkering wordt uitgewerkt, ontstaat er een ander kasritme en worden de bedragen tot over 2028 en 2029 uitgesmeerd. Conform bestuurlijke afspraken tussen VNG en SZW dienen gemeenten geen financiële risico’s te lopen door de uitvoering van deze regeling.

Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten werken samen met het rijk om 6.400 alleenverdienende huishoudens financieel te compenseren, die door een samenloop van fiscaliteit, toeslagen en sociale zekerheid een lager besteedbaar inkomen dan huishoudens met alleen een bijstandsuitkering. Op dit moment voeren gemeenten het huidige handelingsperspectief via de bijzondere bijstand uit. Binnenkort wordt het wetsvoorstel voor de tijdelijke regeling (2025-2027) naar de Tweede Kamer verzonden. Gemeenten kunnen met deze overbruggingsregeling tijdelijk de gevolgen van deze problematiek wegnemen maar niet de oorzaak daarvan. We roepen het rijk op om snel met een structurele fiscale oplossing te komen. Betaalbaar wonen en toegankelijke publieke voorzieningen Wat wil het kabinet? Het kabinet neemt diverse positieve en negatieve maatregelen op het terrein van wonen, zorg, kinderopvang en onderwijs. Vervolgens werkt het kabinet aan de betaalbaarheid van de energierekening. Inwoners zijn gebaat bij zowel hulp op de korte termijn, als structurele oplossingen voor de hoge energierekening op de lange termijn. Ook voor middengroepen is het van belang dat zij hun energiekosten kunnen blijven betalen. Concreet treft het kabinet voor 2025 en 2026 een reservering van €60 miljoen om een energiefonds in te richten dat steun biedt aan huishoudens die hun energierekening niet kunnen betalen.

Daarbij is bereidheid van private partijen om aan dit fonds bij te dragen nodig. Wat betekent dit voor gemeenten? Naast inkomens- en werkzekerheid is het van groot belang dat basisvoorzieningen als zorg, wonen, kinderopvang en onderwijs toegankelijk en betaalbaar zijn en blijven. Het is positief dat op het thema energie voor de korte termijn een energiefonds beschikbaar is. We roepen het kabinet wel op om te komen met structurele maatregelen om energie betaalbaar te houden op de lange termijn. Het doorzetten van de huidige plannen voor een nieuw financieringsstelsel kinderopvang doet geen recht aan de zorgen van de VNG over de verwachte nadelen. Deze betreffen vooral de toegang van de kinderopvang voor lage inkomens en kansengelijkheid. Integratie en maatschappelijke samenhang Wat wil het kabinet? Het kabinet staat voor een open en vrije samenleving en pleegt extra inzet op integratie, waaronder op inburgering. Daarom blijft het kabinet discriminatie op de arbeidsmarkt en daarbuiten actief aanpakken, bijvoorbeeld door de ontwikkelagenda gelijke kansen (jaarlijks €1 miljoen, gericht op werkgevers). Het kabinet komt ook met een actieagenda integratie. Daarnaast zijn er een aantal maatregelen aangekondigd die van invloed zijn op inburgering en integratie, zoals het afschaffen van de vergunning voor onbepaalde tijd en aanscherping van de eisen voor naturalisatie.

Voor de verhoging van de taaleis voor naturalisatie is €15 miljoen structureel beschikbaar gesteld. Er is voor de spuk Wet inburgering 2021 echter een budgetkorting van 10 procent. Daarnaast is er in de miljoenennota geen budget voor de onderwijsroute na 2025. 61 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? Een aantal aangekondigde maatregelen werpen een drempel op voor integratie en participatie. We willen dat mensen in staat worden gesteld om zo vroeg en goed mogelijk te integreren en participeren. We kijken graag samen met het nieuwe kabinet naar mogelijkheden om ervoor te zorgen dat mensen die bij naturalisatie nog onvoldoende Nederlands spreken, kunnen meedoen en kunnen participeren in de samenleving. Voor gemeenten staan de beschikbare financiën niet in relatie tot de geschetste ambities, mede omdat de eerder gemaakte afspraken om de uitvoeringskosten voor de inburgeringswet te herzien niet worden nagekomen. In de begroting van SZW wordt nu €100 miljoen minder geraamd op de BUIG vanwege (verwachte) minder instroom op statushouders. We gaan ervanuit dat dit een inschatting is (gevolg) en dit kan alleen als de instroom ook daadwerkelijk wordt beperkt (daadwerkelijke realisatie). Op een andere grondslag is een verlaging van het BUIG budget niet mogelijk. We zijn hierover in gesprek met het ministerie van SZW.

Dit geldt ook voor de ingeboekte effecten op de voorzieningenkosten inburgering; vanaf 2026 zien we daar een afname. Nieuwkomers op de arbeidsmarkt Wat wil het kabinet? Het kabinet verwacht ook van nieuwkomers dat zij participeren op de arbeidsmarkt en meedoen in de samenleving. Veel nieuwkomers zetten zich daar ook volop voor in en helpen zo mee onze samenleving vorm te geven. De participatiegraad van nieuwkomers op de arbeidsmarkt blijft echter achter bij de rest van de Nederlandse beroepsbevolking. We zetten ons daarom in voor het verhogen van de arbeidsparticipatie van nieuwkomers. Zo dragen zij hun steentje bij en integreren ze snel in de Nederlandse samenleving. Het kabinet biedt hierbij ondersteuning op het terrein van taal, werk en kennis van de Nederlandse samenleving, inclusief normen en waarden. Het actieplan ‘Statushouders aan het werk’ biedt daarbij een bredere aanpak om deze groep aan het werk te krijgen. Onderdeel hiervan is het creëren van startbanen voor statushouders. Ook stimuleert het kabinet de arbeidsparticipatie van mensen met een migratieachtergrond met de werkagenda ‘Verdere integratie op de arbeidsmarkt’. Hierbij ontzorgen we werkgevers, zodat zij hier niet onnodig veel geld en tijd aan kwijt zijn.

Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten zijn alle inwoners gelijk en daarom streven gemeenten naar gelijke ondersteuning en begeleiding richting de arbeidsmarkt. Gemeenten werken dagelijks hard aan het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van mensen met een migratieachtergrond. Dit doen ze met lokale en regionale partners en werkgevers. We zien echter al jaren dat de middelen voor begeleiding en ondersteuning van inwoners ontoereikend zijn. Gemeenten kunnen taken niet uitvoeren zonder voldoende middelen. Gemeenten zorgen er wel voor om nog meer in bestaande structuren te werken, echter kan dit niet met de huidige beschikbare middelen. Aanpak discriminatie/anti discriminatiebeleid Wat wil het kabinet? Het kabinet pakt discriminatie, racisme, antisemitisme en moslimhaat aan want hier is geen plaats voor in Nederland. Niet op straat en ook niet online. Voor de preventie en aanpak van alle vormen van discriminatie en racisme zal het kabinet een Nationaal Programma met meerjarenagenda opstellen met de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. De inzet van het ministerie van SZW richt zich specifiek op preventie. Met bijvoorbeeld het verkennen van uitdragen van een sociale norm of het faciliteren van trainingen om discriminatie en racisme te herkennen en hierbij in te grijpen.

Ook faciliteert het kabinet de interreligieuze dialoog en stimuleren zij gelijke kansen op de arbeidsmarkt. Samen met werkgeversorganisaties werkt het kabinet aan de ontwikkelagenda ‘Voor een inclusieve arbeidsmarkt’. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG is blij om te lezen dat er een Nationaal Programma met meerjarenagenda komt en hier werken we graag aan mee. Gemeenten hebben de afgelopen jaren hard gewerkt, samen met de anti- discriminatievoorzieningen en partners in de stad/regio om discriminatie en racisme tegen te gaan. We zien deze landelijk gecoördineerde aanpak vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties als een goede eerste stap. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 62 Verbetering inzet arbeidsmigranten Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een selectiever en gerichter arbeidsmigratiebeleid. Arbeidsmigranten moeten “waarde toevoegen aan de Nederlandse economie onder eerlijke omstandigheden”. Door middel van gericht en weloverwogen arbeidsmigratiebeleid wordt arbeidsmigratie tegen lage lonen beperkt. Er komt een verkenning naar de mogelijkheid om op sectoraal niveau het inlenen van arbeidskrachten te verbieden of een verplichting op te nemen om een minimaal percentage arbeidskrachten in eigen dienst te nemen.

Het kabinet wil misstanden met arbeidsmigranten aanpakken en hun positie (wonen en werken) versterken door de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Commissie Roemer) uit te voeren. Dit houdt onder meer in dat malafide uitzendbureaus worden aangepakt er een toelatingsstelsel komt voor uitzendbureaus en dat de Nederlandse Arbeidsinspectie wordt uitgebreid. Ook wil het kabinet dat werkgevers meer verantwoordelijkheid nemen voor de taalscholing van arbeidsmigranten en wordt de handhaving op arbeidsmisstanden verscherpt. Samen met gemeenten en andere partijen ontwikkelt het kabinet een afwegingskader voor nieuwe bedrijvigheid, rekening houdend met de impact op arbeidsmigratie, ruimte en energie. Werkgevers krijgen meer verantwoordelijkheid voor het huisvesten van hun arbeidsmigranten. Het kabinet wil ook de kennismigrantenregeling aanscherpen. Arbeidsmigratie vraagt om internationale samenwerking binnen de Europese Unie en daarbuiten. Het kabinet zet zich in voor eerlijke arbeidsmobiliteit door onder meer de Europese Arbeidsautoriteit te versterken en samen te werken met landen van herkomst rond terugkeer en informatievoorziening. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet heeft een reeks aan maatregelen aangekondigd om misstanden rondom arbeidsmigranten aan te pakken, waarbij gemeenten een cruciale rol spelen.

De aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten hebben voor gemeenten organisatorische, financiële en politiek-bestuurlijke impact. Daarnaast wordt er ook van gemeenten verwacht dat zij afwegingen maken bij de vestiging van nieuwe bedrijven, mede in relatie tot de benodigde vraag naar arbeidsmigranten en de huisvesting voor deze mensen. Deze plannen vereisen nauwe samenwerking op zowel nationaal als internationaal niveau en vragen van gemeenten een intensieve inzet op het gebied van toezicht en handhaving. Gemeenten moeten nauw samenwerken met de Nederlandse Arbeidsinspectie, andere overheidsinstanties en sociale partners. Ze moeten proactief optreden op lokaal niveau, meer coördineren met nationale en internationale instanties, en zich voorbereiden op nieuwe wetgeving en handhavingstaken. Sociale stabiliteit in samenhang met inzet maatschappelijke onrust Wat wil het kabinet? Bij het ministerie van SZW wordt met name ingezet op het behouden van sociale stabiliteit in Nederland. Daarvoor is nodig dat er de komende jaren ingezet wordt op het versterken van de veerkracht en weerbaarheid van de samenleving tegen diverse fenomenen en ontwikkelingen zoals racisme en discriminatie, ongewenste vormen van buitenlandse inmenging en beïnvloeding, polarisatie en radicalisering.

Dit vindt plaats door onder meer het ontwikkelen en delen van expertise, het onderhouden van netwerken van stakeholders en het faciliteren van dialoog met deze partijen en door het ontwikkelen en delen van bewezen interventies. Wat betekent dit voor gemeenten? In het OMO wordt er anderzijds nauw samengewerkt tussen de Expertise Unit Sociale Stabiliteit (ESS), onderdeel van het ministerie van SZW en de VNG. Omdat ESS de benodigde kennis en netwerken heeft over en binnen diverse gemeenschappen in Nederland, wordt zij vaak om advies gevraagd door gemeenten om wat meer duiding te kunnen geven bij polariserende onderwerpen of groepen inwoners die tegenover elkaar kunnen komen te staan. Door samen met de VNG in een vroeg stadium van onrust op te trekken, kan dit preventief werken. Hierdoor wordt voorkomen dat bepaalde situaties escaleren en blijft de betreffende gemeente in gesprek met bijvoorbeeld de betreffende sleutelfiguren binnen een gemeenschap. Mocht het 63 Vereniging van Nederlandse Gemeenten dan alsnog mis gaan, dan zijn er in ieder geval directe lijnen tussen lokale bestuurders en de juiste personen voor een informatie update waardoor een sneller herstel naar stabiliteit mogelijk wordt. Arbeidsmarkt: werknemerschap als uitgangspunt Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan een goed functionerende arbeidsmarkt die werkzekerheid biedt.

Het kabinet werkt aan een wetsvoorstel dat meer werkzekerheid biedt aan flexwerkers. Het doel is verder om een gelijker speelveld te creëren op de arbeidsmarkt tussen zelfstandigen en werknemers. Om schijnzelfstandigheid verder te bestrijden gaat het kabinet per 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid van de Belastingdienst opheffen. Wat betekent dit voor gemeenten? Middels de wetsvoorstellen Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) en Meer zekerheid flexwerkers wordt schijnzelfstandigheid tegengegaan en wordt aan werknemers meer zekerheid geboden. Beide wetsvoorstellen zijn onderdeel van het arbeidsmarktpakket. Het is positief nieuws dat de reeds lopende wetstrajecten omtrent het arbeidsmarktbeleid met name het stimuleren van duurzame arbeidsrelaties en het remmen van de flexibilisering worden voorgezet. Het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 betekent dat gemeentelijke organisaties goed inzicht moeten krijgen voor hun externe inhuur in de eigen organisatie. Arbeidsmarkt: krapte oplossen door (meer)werken te stimuleren Wat wil het kabinet? Het kabinet stimuleert en wil mensen helpen om (meer) te werken. Om werken aantrekkelijker te maken, zorgt het kabinet dat werken meer gaat lonen. Het kabinet werkt daarnaast een rijksbrede arbeidsmarktagenda uit.

De Nederlandse arbeidsmarkt is historisch krap en de verwachting is dat arbeidsmarktkrapte ook in de toekomst een belangrijk aandachtspunt zal zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook binnen gemeenten bestaat arbeidsmarktkrapte. Gemeenten hebben dus (op den duur) hopelijk ook baat bij het uit te werken rijksbrede arbeidsmarktagenda. De lessen uit het lopende programma Arbeidsmarktkrapte van de VNG kunnen daarbij ingebracht worden. Arbo-regelgeving moet zorgen voor minder arbeidsongevallen Wat wil het kabinet? Met de Arbovisie 2040 wil het kabinet werken aan het verlagen van het aantal arbeidsongevallen, zieken en doden door werk. Werkgevers moeten meer doen aan preventie. Het kabinet onderzoekt hoe dit het beste kan worden geregeld en kijkt onder andere naar een brede verantwoordelijkheid van opdrachtgevers. In 2025 werkt de overheid verder aan een wijziging van de regelgeving rondom asbest, naar aanleiding van de EU-richtlijn asbest, en andere gevaarlijke stoffen. Ook zet de overheid in op de aanpak van psychosociale arbeidsbelasting, zoals burn-outs, en de aanpak van agressie en geweld. En met het Actieprogramma seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld is er aandacht voor sociale veiligheid op het werk. Het kabinet blijft werken aan de kwaliteit van arbeidsgerelateerde zorg.

Onder andere met een subsidie voor het vergroten van de opleidingscapaciteit voor bedrijfsartsen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen als werkgever te maken met meer nadere arbo-regels en wetgeving. Gezien de fase waarin de wetgeving zich nu bevindt, is het onduidelijk wat dit voor de gemeentelijke werkgever zal betekenen. We volgen verdere ontwikkelingen op de voet. Voor een update, wanneer beschikbaar, kunt u kijken op het Werkgeversforum van de VNG. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 64 Wens voor betere ondersteuning werk en zorgtaken Wat wil het kabinet? Het kabinet wil ervoor zorgen dat mensen hun werk en zorgtaken voor kinderen en naasten goed kunnen combineren. Kinderopvang en verlofregelingen bieden hierin ondersteuning. Het verlofstelsel uit de Wet arbeid en zorg is ingewikkeld. Dit kabinet onderzoekt hoe dit stelsel op korte termijn kan worden vereenvoudigd. Op lange termijn is de uitdaging hoe we arbeid en zorg combineren, als steeds meer mensen mantelzorg moeten verlenen. De SER werkt in opdracht van het kabinet aan een advies hierover. Wat betekent dit voor gemeenten? De gemeenten als werkgever krijgen hiermee te maken als de regelgeving concretere vormen aanneemt. De VNG is in afwachting op welke manier de nieuwe regelgeving zal worden ingevuld. Mochten internetconsultaties een onderdeel zijn van de procedure dan sluiten we hierbij aan.

Algoritmen, informatiebeveiliging en privacy Wat wil het kabinet? In het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat er een wetenschappelijke standaard voor het gebruik van modellen en algoritmes komt. Ten aanzien van algoritmes hebben zowel UWV als de SVB al verschillende algoritme beschrijvingen gepubliceerd in het algoritmeregister van de rijksoverheid. Ook het Inlichtingenbureau (IB) zet zich hier op in en heeft aangegeven uiterlijk eind 2025 alle impactvolle algoritmes te publiceren. Het moet openbaar en navolgbaar zijn welke gegevens er worden ingezet bij de uitvoering van de sociale zekerheid. Daarnaast wordt de Europese Network and Information Security directive (NIS2- richtlijn) omgezet naar Nederlandse wetgeving. Uit deze richtlijn volgt voor overheden een zorgplicht voor informatieveiligheid en strenge beveiligingsnormen en meldingsvereisten voor incidenten en boetes. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten werken in de keten samen in het stelsel sociale zekerheid. Naast een nadrukkelijke verantwoordelijkheid voor college en raad in keuzes en besluitvorming over de inzet en registratie van hoogrisicovolle algoritmes en AI geldt hierbij ook de zorgplicht, meldplicht en het toezicht van de NIS-2/ cyberbeveiligingswet. Dit vraagt om een versteviging van de rol en taken van de Functionaris Gegevensbescherming(FG) en de Chief Information Security Officer (CISO).

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) gaat wijzigen Wat wil het kabinet? In afwachting van een WIA-beoordeling kunnen mensen een voorschot krijgen op hun WIA-uitkering. Een aanvraag voor een WIA-uitkering kan voor werkenden aangevraagd na 104 weken ziekte. UWV heeft een achterstand op de beoordeling. Er is een tijdelijke maatregel ‘Kwijtschelding voorschotten WIA claimbeoordeling’ zodat betaalde voorschotten door het UWV aan de werknemer worden kwijtgescholden. Deze maatregel is nu verlengd tot eind 2025. Wat betekent dit voor gemeenten? De verlenging van de tijdelijke maatregel is relevant voor werkgevers die eigenrisicodrager Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) zijn, omdat op dit moment het UWV deze voorschotten verhaalt op de eigenrisicodrager. Het is belangrijk om het werkgeversforum Arbeidszaken in de gaten te houden, omdat dit juridisch nog niet uitgekristalliseerd is. Toekomst arbeidsongeschiktheidsstelsel Wat wil het kabinet? Een meer algemene wens van het kabinet is dat zij de WIA wil verbeteren en vereenvoudigen. In het arbeidsongeschiktheidsstelsel moet bestaanszekerheid en vertrouwen centraal staan. Het kabinet komt met voorstellen voor de uitwerking van het OCTAS-eindrapport. OCTAS is de Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel. In 2025 staat een periodieke rapportage op dit thema gepland.

Hierin worden de doelmatigheid en doeltreffendheid onderzocht van de verschillende regelingen binnen het stelsel van ziekte en arbeidsongeschikt. 65 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De uitvoering van de algemene wens van de overheid voor een verbeterde en simpelere WIA en andere regelingen voor ziekte en arbeidsongeschiktheid is voor alle werkgevers van belang en dus ook de werkgevers in de gemeentelijke sector. Verzuim en arbeidsongeschiktheid is en blijft een grote kostenpost. De VNG is in afwachting op welke manier de nieuwe regelgeving zal worden ingevuld. Mochten internetconsultaties een onderdeel zijn van de procedure dan sluiten we hierbij aan. De VNG volgt deze ontwikkeling .op de voet en zal hier meer duidelijkheid over verstrekken via het werkgeversforum Extra reservering voor transitievergoeding noodzakelijk Wat wil het kabinet? De compensatie voor de transitievergoeding werkgevers met meer dan 25 werknemers vervalt in 2026. Tot op heden ontvangen alle werkgevers de transitievergoeding terug die zij hebben uitbetaald aan medewerkers die uit dienst gaan wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor de werkgever in de gemeentelijke sector met meer dan 25 werknemers, betekent dit dat er bij langdurige arbeidsongeschiktheid een extra reservering moet gemaakt worden.

Eerder duidelijkheid over vervanging langdurig zieke werknemer Wat wil het kabinet? Het voorstel van het vorige kabinet is om aan kleine en middelgrote werkgevers tegemoetkoming in de reïntegratieverplichting van zieke werknemers. Zo wil de regering dat er eerder duidelijkheid is over vervanging van langdurige zieke werknemer. Wat betekent dit voor gemeenten? Dit voorstel is van belang voor kleine en middelgrote werkgevers binnen de gemeentelijke sector, omdat het positieve gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering wanneer de reïntegratieverplichtingen wordt gewijzigd. De VNG volgt dit op de voet en zal hier meer duidelijkheid over verstrekken via het werkgeversforum van de VNG Bezuinigingen op Werkloosheidsuitkering waarschijnlijk Wat wil het kabinet? In de miljoenennota geeft het kabinet dat zij willen bezuinigen op de Werkloosheidsuitkering (WW) en de regels willen vereenvoudigen. Er wordt gedacht over het verlengen van de opzegtermijn arbeidsovereenkomst en het verkorten van de WW-duur. Dit moet verder uitgewerkt worden. Wat betekent dit voor gemeenten? De overheid, dus ook de gemeenten, zijn eigenrisicodrager WW en dit voornemen heeft daardoor direct gevolgen voor de gemeentelijke sector als werkgever. De ontwikkelingen worden op de voet gevolgd en gecommuniceerd op het werkgeversforum van de VNG.

Banenafspraak voor gemeente als werkgever Wat wil het kabinet? De overheid wil de banenafspraak verbeteren, ook voor werkgevers. Het loonkostenvoordeel wordt vereenvoudigd en verbreed per 1 januari 2026. Werknemers hoeven geen doelgroepverklaring meer aan te vragen. Het loonkostenvoordeel wordt structureel gemaakt. De verbreding, van de doelgroep en het beschikbaar stellen van loonkostensubsidie voor WIA, WW en Wajong, wordt uitgesteld naar 1 januari 2027. Wat betekent het voor gemeenten? Voor gemeentelijke werkgevers (net als voor andere werkgevers) zijn het verbeteren van het loonkostenvoordeel , bestaande uit de kleine verbreding van de doelgroep en de loonkostensubsidie, stimulerende maatregelen om te faciliteren dat ook gemeentelijke werkgevers hun bijdrage leveren aan de banenafspraak. Het wetsvoorstel Vereenvoudiging Banenafspraak is ingediend en als deze Vereniging van Nederlandse Gemeenten 66 wordt aangenomen dan betekent dit dat de quotumheffing achteraf vervangen wordt door een toeslag vooraf. Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid blijft van kracht Wat wil het kabinet? Het kabinet wil dat zoveel mogelijk mensen gezond hun pensioen halen en daarnaast duurzame inzetbaarheid stimuleren zodat mensen zinvol langer aan het werk kunnen blijven. Daarom blijft de maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden ook in 2025 van kracht.

Samen met de sociale partners gaat het kabinet bespreken hoe dat het beste te kunnen regelen dat mensen ook na 2025 gezond met pensioen kunnen gaan. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG spreekt met de sociale partners hoe ze duurzame inzetbaarheid om mensen gezond en duurzaam inzetbaar te laten werken in de sector. Nauwlettende monitoring overgang nieuw pensioenstelsel Wat wil het kabinet? De komende jaren maken pensioenuitvoerders en sociale partners de overstap naar de nieuwe pensioenregelingen. Deze overgang monitort het kabinet nauwlettend om ervoor te zorgen dat de transitie zorgvuldig verloopt en deelnemers en gepensioneerden eerder kunnen profiteren van pensioenverhogingen met oog voor uitvoerbaarheid voor pensioenuitvoerders. Wat betekent dit voor gemeenten? Het ABP is het pensioenfonds voor overheid en onderwijs. Dit is het pensioenfonds waar de meeste werknemers in de gemeentelijke sector pensioen opbouwen. Hoe de pensioenregeling er in het nieuwe pensioenstelsel uit komt te zien en de overgang daarnaartoe wordt bepaald door de sociale partners in de Pensioenkamer. Via de Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW) is VNG vertegenwoordigd in de Pensioenkamer. De belangrijkste stap voor sociale partners is half juli geformaliseerd doordat alle partijen ingestemd hebben met het zogenaamde ‘transitieplan’ waar alle afspraken in samenkomen.

Het is nu aan het ABP-bestuur om tot aanvullende besluitvorming te komen en de opdracht van sociale partners te accepteren. Zowel ABP als sociale partners werken er naartoe om per 1 januari 2027 over te stappen naar de nieuwe pensioenregeling. Integratie en sociale samenhang (digitaal domein) Wat wil het kabinet? Het ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid heeft de ambitie om de samenleving weerbaar te maken tegen intern en extern conflict. Vanuit de Agenda Veerkrachtige en Weerbare Samenleving worden in enkele tientallen gemeenten veerkracht- en weerbaarheidsinterventies getest en geëvalueerd. Deze interventies richten zich bijvoorbeeld op het versterken van de sociale samenhang of digitale weerbaarheid, op het vergroten van vaardigheden en het kunnen herkennen en interpreteren van desinformatie. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is het van belang, dat de interventies niet alleen gericht zijn op repressie, maar ook op preventie. 67 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 11 Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hervormingsagenda Jeugd Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de inzet in de Hervormingsagenda Jeugd voortzetten en benoemt dit als het kader voor de verbeteringen in de jeugdhulp. In het regeerprogramma legt het kabinet de focus op de volgende onderdelen van de Hervormingsagenda: 1.

Het kabinet komt met een wetsvoorstel waarmee ze wil realiseren dat minder kinderen een beroep op de jeugdhulp doen (reikwijdte). Naast inperking wil het kabinet realiseren dat de meest kwetsbare kinderen eerder hulp krijgen. 2. Het kabinet wil inzetten op het versterken van de sociale netwerken in de buurt en het verstevigen van lokale teams. 3. Het kabinet wil samen met gemeenten inzetten op een domeinoverstijgende aanpak, omdat de problemen vaak vragen om oplossingen buiten de individuele jeugdhulp. 4. Het kabinet zet in op uniformering van regels voor specialistische jeugdhulp en legt in een Algemene Maatregel van Bestuur vast welke specialistische jeugdhulp beschikbaar moet zijn. 5. Het kabinet zet in op het voorkomen van uithuisplaatsingen en als dit toch nodig is om te komen tot liefdevolle zorg zo thuis mogelijk. De gesloten jeugdhulp wordt zo snel mogelijk afgebouwd. Wat betekent dit voor gemeenten? Met deze inzet bevestigt het kabinet de afspraken tussen gemeenten, sector en rijksoverheid zoals eerder gemaakt in de Hervormingsagenda Jeugd. Het is positief dat de rijksoverheid hiermee inhoudelijke continuïteit biedt op dit onderwerp. Dit betekent dat gemeenten verder kunnen werken aan de benodigde verandering. Met name op het gebied van lokale teams en het domeinoverstijgend werken vraagt dit ook een grote bijdrage van gemeenten.

Hiervoor kunnen gemeenten het vastgestelde richtinggevend kader als bestuurlijk richtsnoer gebruiken. Met het onderstrepen van de Hervormingsagenda blijven ook de financiële afspraken tussen rijk en VNG overeind. Dit is cruciaal omdat we begin 2025 een zwaarwegende uitspraak van de deskundigencommissie Jeugd verwachten over de interbestuurlijke en financiële kaders en compensatie voor meeruitgaven. Voor gemeenten is dit essentieel, gezien de huidige tekorten en de extra bezuiniging tot €1 miljard die eerder is ingeboekt per 1 januari 2026. Toekomstscenario Kind en gezinsbescherming Wat wil het kabinet? Het kabinet wil werken aan het terugdringen van het aantal uithuisplaatsingen en verbeteren van de samenwerking rondom veiligheid van gezinnen en het aansluiten van jeugdhulp, jeugdbescherming en lokale teams. In het programma Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming wordt hieraan gewerkt. In de begrotingen van de ministeries VWS en JenV staat dit verder uitgewerkt. Ook staat er benoemt dat het kabinet met het programma wil werken aan een vereenvoudiging en wil bijdragen aan meer rechtsbescherming. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet steunt met deze inzet woordelijk de inspanningen van gemeenten om in lijn met het Toekomstscenario te werken, onder andere in de verschillende proeftuinen.

Tegelijkertijd is dit niet expliciet opgenomen in het regeerprogramma en is er nog geen keuze gemaakt over de wettelijke inrichting van de jeugd- en gezinsbescherming en zijn er geen middelen gereserveerd voor de noodzakelijke transformatie. Wij zetten ons als medeopdrachtgever maximaal in om het kabinet te manen om spoedig tot besluitvorming over te gaan. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 68 Integrale samenwerking Sociaal domein ten behoeve van kwetsbare jeugd Wat wil het kabinet? Het kabinet meldt in de begroting van VWS dat de ministeries van VWS, OCW, SZW, JenV en BZK de komende kabinetsperiode werken aan een integrale, interdepartementale aanpak: met één gezamenlijke opdracht en monitoring, en bij voorkeur ontschotte bekostiging. Dit start met de focus op de impact die armoede binnen het gezin heeft op de ontwikkeling van kinderen, in lijn met de EU kindergarantie. Met een samenhangende, integrale inzet op het gebied van bestaanszekerheid, kansengelijkheid, gezond leven en veiligheid wil het kabinet inzetten om deze hardnekkige problematiek bij de bron aan te pakken. Inclusief preventiemaatregelen om te voorkomen dat jongeren in de georganiseerde criminaliteit terecht komen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat het kabinet wil bijdragen aan een domeinoverstijgende, ontschotte aanpak waarin de vragen van de inwoners centraal staan.

Starten bij bestaanszekerheid, en in het bijzonder kinderarmoede, is positief. Deze insteek zal in de komende periode verder door het kabinet moeten worden uitgewerkt om te zien wat dit voor inwoners (en voor gemeenten) betekent. Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft de ambitie de aanpak van eergerelateerd geweld te versterken. Binnen de bestaande financiële kaders worden ook andere schadelijke praktijken zoals huwelijksdwang en vrouwelijke genitale verminking aangepakt. Het kabinet draagt in 2025 wederom bij aan het ‘Nationaal actieplan seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag’, het programma ‘Samen tegen mensenhandel’ en het plan van aanpak ‘Stop femicide’. Ook de aanpak van seksueel kindermisbruik wordt binnen bestaande financiële kaders geïntensiveerd. Er wordt ingezet op nieuwe en effectievere EU-regelgeving ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen. Verder worden activiteiten in samenhang met de aanpak van huiselijk geweld uitgevoerd, zoals het verbeteren van het Tijdelijk huisverbod. Tot slot lezen we dat de departementen VWS, JenV, SZW en OCW in 2025 samen werken aan de doorontwikkeling van specifieke onderdelen om huiselijk geweld en kindermishandeling te bestrijden.

Wat betekent dit voor gemeenten? De begrotingen van de betrokken departementen doen geen uitspraken over de rol van gemeenten bij deze initiatieven. Dat verschillende ministeries met dit thema aan de slag gaan, maakt het voor gemeenten niet makkelijker om tot een coherente aanpak te komen. Afgaande op de VWS-begroting, lijkt het alsof de specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling wordt gekort conform aankondigingen van het kabinet. Dit terwijl deze spuk-middelen op dit moment een aantal voorzieningen financieren in de aanpak van deze schadelijke praktijken. Dit maakt het voor gemeenten lastig om bij te blijven dragen aan de door het rijk geformuleerde ambities. Toekomstbestendige Wmo Wat wil het kabinet? Het kabinet zet het houdbaarheidstraject Wmo voort inclusief de afspraak om voor de Wmo tot een nieuwe bekostigingssystematiek te komen. Vooruitlopend op de invoering van de nieuwe bekostiging is een jaarlijkse reeks van 75 miljoen, oplopend tot 300 miljoen per 2025 toegevoegd aan het Gemeente Fonds. Hiermee volgt het Kabinet de afspraak uit het BOFv om gemeenten tegemoet te komen in de hogere stijging van zorgkosten (vergrijzing) in relatie tot de ingevoerde BBP-systematiek in het gemeentefonds. Verder zet het kabinet de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo (beoogde invoering per 01-01- 2026) voort.

Wat betekent dit voor gemeenten? Het houdbaarheidsonderzoek dient een goede basis te vormen voor een gedeeld beeld over de (toekomst van de) Wmo 2015 op basis van een gezamenlijke feitenanalyse. De verwachting is dat het houdbaarheidsonderzoek medio 2025 wordt afgerond. De tegemoetkoming in de stijgende uitgaven Wmo 69 Vereniging van Nederlandse Gemeenten dragen bij aan de beheersing van de Wmo, in afwachting van keuzes die volgen uit het houdbaarheidsonderzoek Wmo. Wonen met Zorg Wat wil het kabinet? Het kabinet zal het voortouw nemen tot een hoofdlijnenakkoord voor de ouderenzorg. Hierin zijn het afwenden van de onbeheersbare arbeidsmarkttekorten en (daarmee) de financiële houdbaarheid hoofddoelstellingen. Er wordt prioriteit gelegd bij halvering van de administratieve lasten in 2030, innovaties, technologie en het aantrekkelijk maken van werken in de zorg. Zorgwetten worden beter op elkaar afgestemd. Daar waar doorrekeningen aantonen dat het efficiënter en goedkoper kan, worden ze samengevoegd. Op het onderdeel huisvesting voor ouderen wordt het bestaande beleid voor bouw van geclusterde woonvoorzieningen (in totaal 290.000 woningen voor ouderen) doorgezet. Verder wordt in 2025 bezien hoe de investering van € 600 miljoen vanaf 2027 voor betere ouderenzorg voor bijvoorbeeld zorg- en verpleegplekken kan worden ingezet.

Daarnaast is er de stimuleringsregeling wonen en zorg 2024 die helpt bewonersinitiatieven en sociale ondernemers bij de financiering van woonvormen voor ouderen. Als gevolg van het wetsvoorstel versterking regie op volkshuisvesting zijn er ten aanzien van ondersteuning en zorg aanvullende werkzaamheden voor gemeenten. Het wetsvoorstel heeft éénmalige (2025) en structurele (vanaf 2026) financiële gevolgen voor het opstellen van de Wmo-beleidsplannen. Hiervoor is in 2025 € 9,8 miljoen beschikbaar en vanaf 2026 gaat het om structureel € 3 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? Van gemeenten wordt verwacht dat ze onverkort doorwerken aan woonzorganalyses en de woonzorgvisies (volkshuisvestelijke programma’s) met bouwambities voor woningen voor kwetsbare groepen, zorggeschikte- en geclusterde woningen voor ouderen en nultredewoningen die toegankelijk zijn voor ouderen. Voor de Wmo geldt dat gemeenten in hun Wmo-beleidsplan aandacht moeten besteden aan het inkopen van de zorg en ondersteuning die hoort bij de woonopgave voor aandachtsgroepen en ouderen, zoals vastgelegd in het gemeentelijke volkshuisvestings-programma. Bij de inkoop Wmo kunnen gemeenten biidragen aan verminderen van administratieve lasten en invoering van technologie en digitale hulpmiddelen.

In de begroting 2025 zijn opnieuw middelen voor de Stimuleringsregelingen Zorggeschikte Woningen en Ontmoetingsruimte voor ouderen opgenomen. Over de Stimuleringsregeling Wonen en Zorg (ter ondersteuning van kleine particuliere woonzorginitiatieven tijdens de opstartfase) wordt eind dit jaar nog een besluit genomen. De investering van € 600 miljoen voor betere ouderenzorg lijkt ingezet te gaan worden voor zorg-/ verpleegplekken. Mogelijk wordt hierdoor toch weer (enige) uitbreiding van intramurale verpleeghuiscapaciteit mogelijk (het vorige kabinet besloot om de capaciteit te bevriezen). Gezien de wachtlijsten voor verpleeghuizen en moeilijke voortgang in de bouw van zorggeschikte- en geclusterde ouderenwoningen zou dit voor gemeenten een welkome ontwikkeling zijn. Aanpak Dakloosheid Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat door met de intensivering van de aanpak van dakloosheid. Het doel is om in 2030 dakloosheid te beëindigen. Vanaf 2022 zijn er extra structurele middelen beschikbaar gesteld voor de aanpak van dakloosheid. Een deel daarvan, namelijk € 55 miljoen, is vanaf 2024 structureel toegevoegd aan het gemeentefonds. Een ander deel, namelijk € 7 miljoen, is in 2025 opnieuw bestemd voor pilots in zes gemeenten, waarin dakloze EU-migranten worden geholpen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten werken volop mee aan de aanpak van dakloosheid.

Tegelijk stellen we vast dat de druk op voorzieningen, zoals de maatschappelijke opvang, ondanks alle inspanningen groot blijft. Oorzaak ligt vooral in de wooncrisis, in combinatie met de toename van het aantal dakloze EU-migranten. Het intrekken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 70 spreidingswet en het sluiten van de Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV) zal naar verwachting zorgen voor nog meer dakloze mensen op straat en mogelijk in de opvang. Opvolger Integraal Zorgakkoord Wat wil het kabinet? Het bestaande Integraal Zorgakkoord (IZA) wordt verbreed, geïntensiveerd en geconcretiseerd in een aanvullend zorg en welzijnsakkoord tot en met 2028. Gelijkwaardigere toegang tot zorg en welzijn en het afwenden van het arbeidsmarkttekort staan daarin centraal, ondersteund door de huidige beweging in het IZA om het medisch zorglandschap naar de voorkant te versterken. Dit zal het Kabinet verder concretiseren. Er is zowel in het regeerprogramma als in de rijksbegroting veel aandacht voor de curatieve zorg en het versterken van het zorglandschap. De rol van gemeenten en het sociaal domein komt nauwelijks terug. Wel wil het kabinet de met het IZA ingezette beweging van zorg naar gezondheid voortzetten.

Onduidelijk is of en hoe er bij de concretisering een relatie wordt gelegd met het huidige Gezond en Actief Leven Akkoord waar voor gemeenten een belangrijke preventieopdracht in zit. De transformatiemiddelen IZA in 2025 en 2026 blijven beschikbaar in 2027 en 2028. De onderbesteding in 2024 wordt eenmalig meegenomen naar 2025. Het kabinet zet in op het behoud van streekziekenhuizen, ondersteund door de grote ziekenhuizen zodat de streekziekenhuizen goede zorg kunnen leveren en operaties van meer eenvoudigere aard blijven uitvoeren. Wat betekent dit voor gemeenten? Er is een blijvende onduidelijkheid over de financiële positie van gemeenten en in hoeverre zij in staat worden gesteld om extra inzet te plegen op preventie en gezondheidsbevordering. Als deze transformatie niet slaagt dan heeft dat nadelige gevolgen voor de houdbaarheid van het gehele stelsel van zorg en ondersteuning, en daarmee voor de gezondheid van inwoners en de kwaliteit van de dienstverlening. Doordat de transformatiemiddelen blijven en de onderbesteding mee mag naar volgend jaar, kunnen de plannen van gemeenten die nog wachten op goedkeuring worden uitgevoerd en kunnen gemeenten ook meer plannen indienen. Het behoud van de streekziekenhuizen sluit aan op Elke Regio Telt! en de eerdere moties op onze ALV hierover.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/ed6d9d8b-144e-4ef2-a0dd-47e6b60a43f9?agendaItemId=0a176fb8-f93d-49be-a578-db8788b86176