12.0 - VNG - Bijzondere ledenbrief rijksbegroting 2025 en de gevolgen voor gemeenten
Tekst van het document
De aandacht voor de verschillen tussen de regio’s en het belang van een gelijkwaardige toegang tot noodzakelijke zorg en ondersteuning ongeacht waar je woont vinden wij positief. Wel voegen wij er graag aan toe een gelijke kans om gezond te leven en op te groeien. Publieke Gezondheid en preventie Wat wil het kabinet? In het regeerprogramma is er aandacht voor health in all policies. Dit is vanuit de wetenschap dat gezondheid van inwoners wordt bepaald door een complex aan factoren die grotendeels buiten de zorg liggen. Hierbij heeft het kabinet veel aandacht voor jeugd en jongeren. Het kabinet stelt terecht dat overheden hier samen in moeten optrekken, met een belangrijke regierol voor haarzelf. Het kabinet wil met zorgpartijen een preventiestrategie uitwerken en komen met een investeringsmodel voor preventie. Zij wil ook met gemeenten afspraken maken over de inzet van effectief bewezen interventies zoals Kansrijke Start, valpreventie en bevorderen seksuele gezondheid. Het kabinet wil voor de uitvoering van de aangenomen Initiatiefwet suïcidepreventie structureel €16 miljoen vrijmaken voor hogere kosten die gepaard gaan met de invoering die is beoogd per 1 juli 2025. Het is onduidelijk of dit bedrag voor gemeenten is of ook voor de instandhouding van het landelijk telefoonnummer.
Wat betekent dit voor gemeenten? De ambities van het kabinet ten aanzien van health in all policies dragen bij aan het opgroeien van een gezonde generatie en waarderen we positief. In de Miljoenennota zien we toch dat de ambities van het kabinet gepaard gaan met een halvering na 2025 van de middelen die nu op de rijksbegroting beschikbaar zijn voor de uitvoering van het Gezond en Actief 71 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Leven Akkoord, en ook voor de budgetten die het rijk uitgeeft aan gezondheidsbeleid, gezondheidsbevordering en ziektepreventie. Dit vraagt om duidelijke keuzes, waarover we in gesprek gaan met het rijk. We gaan er van uit dat gemeenten en het sociaal domein worden betrokken bij de plannen en modellen voor preventie, mede gelet op de voortzetting van de beweging die het Integraal Zorgakkoord voorstaat. Investeringsmodel lezen wij dan ook als een verschuiving van middelen van zorg naar preventie, gelijk aan die beweging. In afwachting van een uitvoeringstoets op de initiatiefwet Suïcidepreventie is op dit moment nog onduidelijk of het door het kabinet genoemde bedrag voor invoeringskosten voldoende is om de wet door gemeenten uit te laten voeren. In aanloop naar invoeringsdatum is er nog ruimte om de resultaten van de uitvoeringstoets te betrekken bij het definitieve wetsvoorstel, daarover zijn we met het rijk in gesprek.
Voor gemeenten is in 2025 €4,5 miljoen beschikbaar en vanaf 2026 structureel €10 miljoen. Gelijkwaardige toegang tot zorg Wat wil het kabinet? Het kabinet verlaagt het eigen risico per 2027 en verwacht daardoor een grotere instroom naar medisch specialistische zorg en wachtlijsten. Daarom wordt ingezet op versterking van triage. Tot 2027 compenseert het kabinet inwoners met lagere inkomens via een tegemoetkomingscombinatie van zorgtoeslag en inkomensbelasting. De subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden wordt voortgezet, evenals de regeling voor de meerkosten die gemeenten maken ten behoeve van zorg in de Wmo, Jeugdwet en Wet publieke gezondheid voor Oekraïense ontheemden. Voor 2025 is voor de regeling €28 miljoen begroot. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is onduidelijk wat precies wordt bedoeld met versterking via triage. De relatie met het bieden van ondersteuning en hulp vanuit het sociaal domein wordt hierbij niet genoemd. Een grotere instroom in de zorg en groeiende wachtlijsten kunnen ook leiden tot meer instroom in het sociaal domein door afschuiving wanneer de zorg vastloopt. Het voortzetten van de regelingen is terecht. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de zorg en ondersteuning voor Oekraïense ontheemden vanuit de Wmo, de Jeugdwet, en de Wet publieke gezondheid.
Domein overstijgend samenwerken Wat wil het kabinet? De wettelijke basis voor het uitkeren van de middelen voor domeinoverstijgend samenwerken (DOS) via het Wlz-kader is nog niet gereed. De middelen voor DOS worden in 2025 wederom via een spuk uitgegeven. Hiervoor vindt een overheveling plaats van het Wlz-kader naar de begroting van VWS. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit wederom administratieve lasten voor het aanvragen van de specifieke uitkering. Terwijl de verantwoordelijkheid voor de financiering van de betreffende activiteiten eigenlijk bij het zorgkantoor hoort te liggen. Gemeenten bepleiten om het uitstel van de wetswijziging te benutten om meteen in lijn met de bedoeling van deze wetswijziging een gelijke mogelijkheid in de Zorgverzekeringswet te creëren. Met een meer afdwingbare inspanningsverplichting voor zorgkantoren en zorgverzekeraars van domeinoverstijgende samenwerking en financiering. Rijksvaccinatieprogramma Wat wil het kabinet? Het kabinet wil aan de slag met het verhogen van de toegankelijkheid van het vaccinatieprogramma, inclusief ruimte voor maatwerk in gebieden waar de vaccinatiegraad achterblijft. Dit is goed nieuws, omdat het aansluit bij de oproep om naar een fijnmaziger vaccinatieprogramma toe te werken op de recente ALV (motie Veenendaal).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 72 Daarnaast heeft de Gezondheidsraad geadviseerd om kinderen vanuit het rijksvaccinatieprogramma te vaccineren voor het RS-virus. In 2025 wordt deze vaccinatie voor kinderen opgenomen in het rijksvaccinatieprogramma. Dit wordt nog voorbereid met het RIVM. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten onderschrijven de noodzaak om in te zetten op een verhoging van de vaccinatiegraad in gebieden waar deze achterblijft. Een intensivering van de aanpakt vraagt ook landelijk om passende voorwaarden. Hierover gaan we verder in gesprek met het rijk. Pandemische Paraatheid Wat wil het kabinet? In het hoofdlijnenakkoord is een verlaging afgesproken van de intensiveringen publieke gezondheid oplopend naar structureel € 300 miljoen. Voor 2025 is deze ombuiging van € 50 miljoen beleidsmatig ingevuld door onder andere de spuk voor de GGD voor pandemische paraatheid te verlagen en de inzet op kennis, innovatie en versterking te verminderen. Voor 2026 en verder is deze korting taakstellend ingeboekt op de betreffende instrumenten Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet bereidt zich voor op actuele en toekomstige dreigingen die een grote impact op de maatschappij en het zorgsysteem (publieke gezondheid, curatieve en langdurige zorg) kunnen hebben. Daarbij wordt ook gekeken naar de geleerde lessen van COVID-19.
Het is nog onduidelijk hoe het kabinet daarbij de positie GGD’en en gemeenten ziet. Afwenden onbeheersbaar arbeidsmarkttekort Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het arbeidsmarkttekort in de zorg aanpakken door inzet op het halveren van administratietijd in 2030 (zorg én welzijn). Zij zetten hiervoor de aanpak via al aangestelde gezanten (IZA) voort. Verder wil het kabinet nadrukkelijk sturen op de juiste inzet van zorgpersoneel door invoering van arbitrage tussen zorgwetten. De bedoeling hiervan is om op die manier een keuze te kunnen maken voor een oplossing met de minste beslag op personele inzet. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten werken al aan administratieve lastenverlichting via het ketenbureau i-sociaal domein, onder andere door invoering van de contractstandaarden Jeugd. De contractstandaarden Wmo worden voor goedkeuring voorgelegd aan de Najaars ALV van dit jaar. Bekeken wordt óf en hoe aansluiting op deze aanpak kan bijdragen aan het verminderen van administratieve lasten in het sociaal domein. Het is nog onduidelijk wat het kabinet precies beoogt met arbitrage tussen zorgwetten. Voor gemeenten is van belang dat passende zorg, en onafhankelijke beoordeling daartoe, uitgangspunt blijft bij toewijzing van zorg vanuit Wlz, Zvw, Wmo of Jeugdwet.
Stichting Informatieknooppunt zorgfraude en Waarschuwingsregister Wat wil het kabinet? In 2023 is de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz; Stb 2023, 285) aangenomen. Met deze wet worden de mogelijkheden tot samenwerking en het uitwisselen van gegevens ten behoeve van bestrijding van fraude in de zorg vereenvoudigd, verbeterd en uitgebreid. Een onderdeel van de Wbsrz is een grondslag voor betrokken instanties om met het Informatieknooppunt zorgfraude (IKZ) gegevens uit te wisselen ter verrijking van signalen van zorgfraude. Het IKZ krijgt in dit kader twee wettelijke taken ondersteunend aan instanties in de zorgketen. Het gaat om de taak tot verrijking van signalen van fraude in de zorg en het signaleren van trends en het ontwikkelen van beleidsinformatie met betrekking tot fraude in de zorg. De stichting IKZ zal deze taken gaan uitvoeren en wordt als onderdeel van de implementatie van de wet. De stichting IKZ komt in de plaats van het huidige samenwerkingsverband IKZ. Een ander onderdeel van de Wbsrz betreft de regeling Waarschuwingsregister. Deze is momenteel voorgehangen bij de Tweede Kamer ligt voor bij het parlement met beoogde ingangsdatum 1 januari 2025. 73 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? De gemeenten staan positief tegenover de voorgenomen ontwikkelingen over de Stichting IKZ.
Vanuit de VNG en Zorgverzekeraars Nederland ligt er een kritische uitvoeringstoets over het Waarschuwingsregister. De uitvoeringslast voor gemeenten van het instrument weegt niet op tegen de waarde van het instrument voor de bestrijding van zorgfraude. We hebben een gesprek met het rijk aangevraagd om de invoeringsdatum uit te stellen. Mentale gezondheid Wat wil het kabinet? Het kabinet constateert dat de uitgaven aan zorg en ondersteuning voor mensen met mentale klachten en psychische aandoeningen de afgelopen jaren zijn toegenomen. Deze uitgaven groeien naar verwachting. De personele, financiële en maatschappelijke houdbaarheid van de ondersteuning en zorg staat hierdoor onder druk. Tegelijkertijd heeft een slechte mentale gezondheid effect op andere delen van de maatschappij. Investeringen in mentale gezondheid kunnen daardoor voor positieve maatschappelijke opbrengsten zorgen. Het kabinet presenteert daarom in 2025 een werkagenda mentale gezondheid en ggz, met een samenhangende aanpak, van preventie tot zorg. De aanpak van wachtlijsten en de toegankelijkheid van cruciale zorg voor mensen met een ernstige, meervoudige psychiatrische aandoening, waar in het Integraal Zorgakkoord afspraken over zijn gemaakt, maken hier onderdeel van uit. Voor de ggz komt in 2025 en 2026 – net als voor 2023 en 2024 – jaarlijks € 30 miljoen extra beschikbaar voor de aanpak van wachtlijsten.
Het voornemen is om de wet integrale suïcidepreventie in 2025 in werking te laten treden en te starten met implementatie. Daarnaast zet het kabinet in op een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten en het opzetten van mentale gezondheidsnetwerken, waarbij door professionals uit de ggz en het sociaal domein verkennende gesprekken worden gevoerd. Daartoe start per 1 januari 2025 een vierjarig experiment zodat zorgverleners de kosten van het verkennende gesprek apart kunnen declareren. Tot slot werkt het kabinet in 2025 samen met andere departementen verder aan de aanpak voor mensen met verward of onbegrepen gedrag. Het kabinet past in 2025 wederom niet de gebruikelijke volume-indexatie toe in de uitkering die gemeenten krijgen voor beschermd wonen. Hiervoor wordt in 2025 (en jaren daana) slechts € 14 miljoen begroot. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten hebben een belangrijke rol op het vlak van de preventie van mentale gezondheidsklachten, maar ook in het bieden van zorg en ondersteuning aan mensen met (soms ernstige en langdurige) psychische kwetsbaarheid. Het rijk en partners verwachten op dat gebied ook veel van gemeenten in bijvoorbeeld het faciliteren van laagdrempelige steunpunten, het realiseren van maatschappelijke opvang en beschermd wonen of suïcide preventie.
Het is daarom belangrijk dat gemeenten hun eigen rol en positie helder hebben in relatie tot samenwerkingspartners en nieuwe ontwikkelingen en plannen van het kabinet. Sommige plannen hebben ook invloed op de uitvoering van gemeenten. Het is voor gemeenten belangrijk dat die uitvoering aandacht krijgt in de plannen. Gemeenten ervaren grote druk op de houdbaarheid van de Wmo, ook op het gebied van het realiseren van voldoende passend (woon) aanbod voor inwoners met (complexe) psychische problematiek. Het niet toekennen van de volume-indexatie beschermd wonen helpt daar niet bij. Gemeenten willen tegelijkertijd graag een lange termijn agenda waarin de focus ligt op het realiseren van een goed en houdbaar stelsel om mensen met een langdurige psychische kwetsbaarheid van passende zorg en ondersteuning te voorzien. De werkagenda mentale gezondheid en ggz kan daarbij helpend zijn. De aanpak van wachtlijsten in de ggz is voor gemeenten zeer relevant, omdat een goede behandeling een preventieve werking kan hebben op klachten die mensen ervaren en de zorg ondersteuning die zij nodig hebben vanuit gemeenten kan verminderen of kan versterken.
Doe onbeperkt mee/coördinatie implementatie VN-verdrag handicap Wat wil het kabinet? De aanpak Doe onbeperkt mee, wordt voortgezet door het ministerie van VWS in samenwerking met ervaringsdeskundigen, gemeenten, inhoudelijk betrokken ministeries en overige maatschappelijke partners Vereniging van Nederlandse Gemeenten 74 bij de implementatie van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (hierna: VN- verdrag handicap). In 2024 is hiertoe in de Ministerraad de Nationale strategie voor het VN-verdrag handicap tot en met 2040 vastgesteld. De Nationale strategie is omgezet in de meerjarige werkagenda. In 2025 wordt dit proces afgerond en wordt een besluit genomen over de uitvoering van de werkagenda. Werkende elementen zoals toegankelijkheid openbaar vervoer, inclusief onderwijs en de lokale inclusie agenda’s van gemeenten, worden in deze meerjarige werkagenda meegenomen. Dit doen we in samenwerking met de Alliantie op de bevordering van ervaringsdeskundigheid. Wat betekent dit voor gemeenten? Van alle gemeenten wordt verwacht dat zij een Lokale Inclusie Agenda vaststellen en uitvoeren, hiervoor kunnen ze in 2025 nog via een landelijk ondersteuningsprogramma vanuit VNG worden ondersteund.
75 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 12 Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Algemeen • De hoofdstukken en onderwerpen in het hoofdlijnenakkoord stonden vrij los van elkaar. Wij zijn blij te zien dat er nu meer aandacht is voor ruimtelijke ordening, een integrale gebiedsgerichte aanpak, en het bijbehorende instrumentarium van de Omgevingswet. Voor gemeenten is het van essentieel belang dat de uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid van de totale aanpak in balans zijn in alle domeinen. Daarbij vragen we gemeenten om te werken in de geest van de Omgevingswet en ervoor te zorgen dat voldoende kennis per vakgebied wordt gewaarborgd. • Daarnaast zien we dat het kabinet keuzes wil maken over de schaarse ruimte die van nationaal belang is. Het is hierbij belangrijk dat kabinet en gemeenten afstemming zoeken. Bouw van meer passende en betaalbare woningen Wat wil het kabinet? Er komen 100.000 nieuwe woningen per jaar, overal in het land. Twee derde hiervan betreft betaalbare woningen, waarvan 30% sociale huur. Het kabinet wil meer mogelijkheden bieden voor regionale differentiatie in het bouwprogramma. De bouwopgave voor specifieke doelgroepen wordt nog nader uitgewerkt, maar tot en met 2030 moeten er in ieder geval 290.000 geschikte woningen voor ouderen komen.
Om deze doelen te bereiken gaat het rijk dwingende afspraken met provincies en gemeenten maken en worden nieuwe grootschalige woningbouwlocaties aangewezen. Om de grond betaalbaar te houden gaat het kabinet drie instrumenten uitwerken: • planbatenheffing; • belasting op onbebouwde grond; • rijksgrondfaciliteit. De woningbouw wordt versneld door betere planning, industriële bouw, digitalisering en capaciteitsversterking. Belemmeringen worden verminderd door geen nieuwe duurzaamheidseisen in bouwregelgeving op te nemen. Er komt een programma om tegenstrijdige en overbodige regelgeving te schrappen. Dat gaat niet alleen over bouwregelgeving, maar ook over milieuaspecten, prioritering en het stimuleren van innovatie. De komende vijf jaren is jaarlijks 1 miljard beschikbaar voor subsidiëring van woningbouw. Een belangrijke verandering is dat er een realisatiestimulans komt in de vorm van een subsidie per opgeleverde betaalbare woning. Bovenop de realisatiestimulans zijn extra bijdragen mogelijk voor zorggeschikte en geclusterde woonvormen. Een deel van het budget wordt besteed aan grootschalige woningbouwlocaties, kwetsbare wijken en gebieden, en complexe gebiedsontwikkelingen (hier was tot nu toe de woningbouwimpuls voor beschikbaar). Een deel van het geld gaat naar fiscale maatregelen om de bouw van huurwoningen te bevorderen.
Daarnaast is 500 miljoen per jaar (2,5 miljard in 5 jaar) beschikbaar voor het ontsluiten van woningbouwlocaties. Wat betekent dit voor gemeenten? In de Wet Versterking regie op de volkshuisvesting, die ter behandeling bij de Tweede Kamer ligt, worden de sturingsinstrumenten verder vastgelegd. Gemeenten moeten hun woonvisie omzetten in volkshuisvestingsprogramma’s. De woondeals tussen rijk, provincies en regio’s worden komend jaar herijkt. Gemeenten mogen rekenen op een strakkere sturing vanuit het rijk en de provincies. Het is dus zaak voor gemeenten om hun eigen woningbouwplanning op orde te hebben. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 76 Gemeenten met een forse bouwopgave adviseren we om waar nodig een actief grondbeleid te voeren. Het zal nog wel even duren voordat de aangekondigde nieuwe instrumenten er zijn. Met name de rijksgrondfaciliteit is interessant: het rijk kan dan participeren in grondaankopen, zodat de risico’s niet volledig bij de gemeente terechtkomen. Verder wil het rijk af van aanvullende eisen aan woningbouw door gemeenten. Dat betekent dat het Besluit bouwwerken leefomgeving de enige grondslag is voor bouwtechnische eisen (waaronder duurzaamheid). Daarnaast worden rijkssubsidies voor veel projecten eenvoudiger beschikbaar gesteld, door de koppeling aan opgeleverde woningen. Nog niet duidelijk is op welk moment deze aan gemeenten worden uitbetaald.
Naast fiscale maatregelen zijn er andere bestemmingen, die mogelijk door de 5 miljard gedekt gaan worden, ten koste van financiering publieke onrendabele toppen. Beter benutten van bestaande gebouwen en verbeteren van de leefbaarheid in wijken en dorpen Wat wil het kabinet? Dit kabinet geeft meer aandacht dan het vorige aan het beter benutten van bestaande gebouwen, onder meer door aanpak van leegstand, ombouw naar woningen, optoppen en splitsen van woningen, woningdelen en permanente bewoning van recreatiewoningen. Het kabinet gaat verder met de Wet Versterking regie op de volkshuisvesting. Deze leidt tot veranderingen in het toewijzingsbeleid doordat een aantal aandachtsgroepen vanuit de wet urgent worden. Elders in deze ledenbrief gaan wij in op het vervallen van de voorrang voor statushouders. Er komt een doelgroepencontract voor verhuur aan arbeidsmigranten, wat betekent dat zij tijdelijke contracten voor huisvesting krijgen. En er wordt gewerkt aan regels om hospitaverhuur aantrekkelijker te maken. Voor de aanpak van kwetsbare wijken wordt de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Rotterdamwet) verbreed. Om de betaalbaarheid van het wonen in de hand te houden is er jaarlijks 500 miljoen extra beschikbaar voor huurtoeslag. Om de woonlasten te beperken wordt de OZB gemaximeerd.
Voor het beter benutten van bestaande bouw zijn geen aparte middelen gereserveerd (afgezien van die van de realisatiestimulans voor nieuwe woningen). Wat betekent dit voor gemeenten? Zodra de Wet Versterking regie op de volkshuisvesting in werking treedt, moeten alle gemeenten een huisvestingsverordening vaststellen, waarin me name de urgentieverlening aan een aantal doelgroepen goed geregeld moet zijn. Ook moet eventuele voorrang voor statushouders worden geschrapt. In het nieuw op te stellen volkshuisvestingsprogramma wordt speciale aandacht gevraagd voor het beter benutten van de bestaande voorraad en de aanpak van leegstand. Met welke voorstellen voor maximering van de OZB het kabinet komt is nog onduidelijk, alsook de gevolgen hiervan voor gemeenten. Gebiedsgerichte keuzes Wat wil het kabinet? Het kabinet wil verder met de Nota Ruimte. Hierin worden integrale gebiedsgerichte keuzes gemaakt voor nu en in de toekomst. De (coördinerende) Minister van VRO werkt met de provincies en regio’s toe naar regionale investeringsagenda’s in vervolg op en in samenhang met de NOVEX-aanpak en de Regio Deals, maar dan ook voor alle regio’s. VRO en BZK werken vanuit de ruimtelijke regierol samen met de andere departementen aan het verbeteren van de gebiedsgerichte aanpak om verkokering te reduceren en oog te hebben voor alle regio’s.
Nationaal beleid wordt getoetst aan de regionale praktijk. Het kabinet kijkt daarbij kritisch naar de rol van het rijk in samenwerking met de regio’s. Het kabinet hanteert daarbij het uitgangspunt ‘Elke regio telt’. Wat betekent dit voor de gemeenten? Het kabinet heeft nog geen richting gekozen als het gaat over de inrichting van de schaarse ruimte, maar 77 Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft wel oog voor krachten en kansen in iedere regio. Het is voor gemeenten van waarde dat zij zich regionaal positioneren en hun ruimtelijke ambities onderdeel zijn van een regionale agenda. Gemeenten doen er goed aan om zelf scherp te hebben welke integrale (structurerende) keuzes zij in hun ruimtelijke opgaven maken en wat zij daarbij van medeoverheden zoals provincies verwachten. Funderingen Wat wil het kabinet? Er komt 56 miljoen beschikbaar voor aanpak funderingsschade, verdeeld over de jaren 2025 tot en met 2028. Dit komt neer op 14 miljoen per jaar vanaf 2025. Dit budget is onder meer bedoeld voor een landelijk informatiepunt en verbetering van informatievoorziening. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten hebben er vanuit leefbaarheid en beheer van openbare ruimte belang bij dat funderingsproblemen actief worden aangepakt. Informatievoorziening is hierin een belangrijk stap.
Er is echter meer geld nodig voor een gemeentelijk handelingsperspectief voor goed beheer van de openbare ruimte en de leefbaarheid in wijken. Huisvesting statushouders Wat wil het kabinet? Om de druk op de woningmarkt te verlichten, wil het kabinet een verbod op de voorrang van statushouders bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Daartoe wordt de Huisvestingswet 2014 aangepast. Het kabinet zegt gemeenten te blijven ondersteunen bij het invullen van de geldende taakstelling, onder meer door extra tijdelijke woonvormen te stimuleren, door in te zetten op onder meer woningdelen en door het beschikbaar stellen van subsidies zoals de regeling grote gezinnen. Wat betekent dit voor gemeenten? De druk op de woningmarkt is groot. Voor de meeste gemeenten is het daardoor op dit moment niet mogelijk om statushouders snel te huisvesten en de taakstelling te behalen. Het beperken van de huisvestingsmogelijkheden voor statushouders, terwijl de taakstelling in stand blijft, plaatst gemeenten voor een nagenoeg onmogelijke opgave. Een bijkomend probleem is dat, wanneer uitstroom naar huisvesting bemoeilijkt wordt, de druk op de opvang verder dreigt toe te nemen. Als statushouders langer in de opvang moeten blijven, dan belemmert dit bovendien snelle participatie en integratie in de toekomstige woongemeente.
Het is de vraag of de alternatieve woonvormen die het kabinet in de begroting noemt, voldoende mogelijkheden bieden om snel en voldoende statushouders te kunnen huisvesten. Woningdelen dient nog nader te worden uitgewerkt. Daarbij is de uitvoerbaarheid voor gemeenten een belangrijk aspect. De stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen en regeling grote gezinnen, die het kabinet benoemt, zijn reeds bestaande regelingen ter ondersteuning van gemeenten. Ook het concept ‘doorstroomlocaties’ - dat momenteel vaak genoemd wordt om de uitstroom van statushouders uit de opvang te versnellen - is nog niet volledig uitgewerkt, met name de regionale variant. Bovendien verhoudt de tijdelijke aard van de doorstroomlocatie zich niet goed tot de plannen van het kabinet om het met voorrang huisvesten van statushouders in een sociale huurwoning te verbieden. De maximale verblijfsduur op een doorstroomlocatie van 365 dagen en de financiering ervan is in de huidige woningmarkt niet realistisch. Wanneer de door het kabinet beoogde wijziging van de Huisvestingswet van kracht wordt, kan er van doorstroom binnen een jaar (in de meeste gemeenten) überhaupt geen sprake zijn.
Zicht op Nederland Wat wil het kabinet VRO heeft met de meerjarenvisie ‘Zicht op Nederland’ de ambitie neergelegd om de Nationale Geo- informatie-infrastructuur (NGII) door te laten groeien naar een volwaardig datafundament dat geschikt is voor data gedreven werken in de fysieke leefomgeving. De bijbehorende werkagenda met concrete acties Vereniging van Nederlandse Gemeenten 78 dient hieraan een extra impuls te geven. Cruciaal voor het voeren van regie op de ruimte is dat alle partijen - burgers, bedrijven en overheden die bij de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving betrokken zijn – goed geïnformeerd worden. Wat betekent dit voor gemeenten Gemeenten verwachten dat Zicht op Nederland het benodigde datafundament voor de aanpak van de fysieke opgaven zal bieden. VNG wil een sturende rol bij spelen bij het aansluiten van het datafundament op deze fysieke opgaven. Daarnaast hebben gemeenten als ‘producent’ van data binnen de NGII een grote rol. Het gebrek aan middelen voor taken die hiermee gemoeid zijn is al jaren een financieel vraagstuk dat de komende jaren vermoedelijk groter zal worden.
79 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 13 Buitenlandse Zaken, Handel en Ontwikkelingshulp Europese samenwerking Wat wil het kabinet Nederland blijft zich inzetten voor een Europese Unie die welvaart, veiligheid en weerbaarheid vergroot, de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen verbetert en risicovolle strategische afhankelijkheden vermindert. Daarbij zet het kabinet in op het bevorderen van de groene groei en het innovatie- en concurrentievermogen van de EU. Het is hierbij belangrijk dat lidstaten solide financieel-economisch beleid voeren. Het kabinet wil op het gebied van asiel en migratie, landbouw en visserij en de meerjarige begroting van de EU veel bereiken. Het kabinet is geen voorstander van het aangaan van gemeenschappelijke schulden voor nieuwe Europese instrumenten. Nederland blijft een constructieve partner binnen de EU, ook om haar eigen doelen te bereiken. Daarbij houdt Nederland oog voor het belang van haar soevereiniteit. Wat betekent dit voor gemeenten? De nieuwe Europese Commissie en het nieuwe Europees Parlement beogen wetgeving te initiëren, terwijl de implementatie van aangenomen wetgeving in Nederland doorgaat. Dit heeft gevolgen voor gemeenten, omdat 75% van de uitvoering van Europese wetgeving bij gemeenten terechtkomt. Denk hierbij aan wetgeving op het gebied van arbeidsmarkt, economische ontwikkeling en circulaire economie.
Wetgeving kan ook direct effecten hebben op gemeenten, bijvoorbeeld in aanbestedings- en milieuwetgeving. De VNG heeft met het rijk bestuurlijke afspraken gemaakt over het meer gezamenlijk optrekken bij het vormen van Europese besluitvorming, in ieder geval bij de inzet op een groene, digitale en sociale transitie. Op die manier komt er vroeg in het proces al meer aandacht voor de (lokale) uitvoerbaarheid van Europese wetgeving. In de komende periode moeten die afspraken effect gaan hebben. Verminderen afdracht aan de Europese begroting Wat wil het kabinet Het kabinet wil de Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting beperken. Bij de onderhandelingen over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) en Eigenmiddelenbesluit (EMB) wil het kabinet bereiken dat de Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting vanaf 2028, structureel met € 1,6 miljard per jaar minder stijgen dan nu in de meerjarenraming is voorzien. Wat betekent dit voor gemeenten? De gevolgen hiervan voor gemeenten zijn niet bekend en hangen af van de manier waarop het kabinet de besparing wil benutten. Ook de impact op de totale Europese begroting en de omvang van Europese subsidiefondsen is nog onduidelijk. Migratiebeleid in de Europese Unie Wat wil het kabinet Het kabinet wil een effectief migratiebeleid in de Europese Unie.
Dat doet het kabinet onder meer door het asiel- en migratiepact snel en volledig te implementeren en brede, duurzame partnerschappen met derde landen aan te gaan. Ook zet het kabinet in op verdergaande aanscherping van regelgeving in de Europese Unie, onder andere ten aanzien van terugkeer. Nederland werkt met andere EU-lidstaten aan het opvangen in niet-EU landen van migranten die de EU proberen te bereiken, in overeenstemming met internationaal en Europees recht. Het kabinet heeft een verzoek tot een opt-out-clausule voor het Europese asiel- en migratiebeleid ingediend. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 80 Wat betekent dit voor gemeenten? Wat het beoogde migratiebeleid van het kabinet voor de opvang van asielzoekers betekent is nog niet bekend. Betere Europese samenwerking zou de instroom kunnen doen afnemen. Echter, (im)migratie zal blijven bestaan en gemeenten moeten blijven zoeken naar aanvullende mogelijkheden voor opvang en huisvesting. Groene en digitale transities Wat wil het kabinet? Het kabinet houdt vast aan de bestaande doelen op het gebied van klimaat en energie. Nederland zet in op een Europese digitale agenda. Op deze agenda staat in het bijzonder aandacht voor de implementatie van bestaande EU-wetgeving.
En de digitale agenda is gericht op fundamentele waarden en kansen die digitalisering biedt voor bedrijven en burgers, cyberveiligheid, goed functionerende markten, digitale infrastructuur, digitale vaardigheden en essentiële digitale technologieën. Het is daarnaast van belang dat de administratieve lasten en regeldruk voor burgers, bedrijven en overheden verminderen. Wat betekent dit voor gemeenten? De komende jaren staan bij gemeenten in het teken van de groene en digitale transities. Ten eerste betekent dit de implementatie van de Europese Green Deal. De stapeling van ambities binnen de Green Deal moet worden waargemaakt in een dichtbevolkt land, waarin niet alles kan en gemeenten met hun inwoners en bedrijven dus keuzes moeten maken. Er is structureel meer tijd en ondersteuning nodig om deze opgaven integraal te implementeren. Ondertussen dienen zich nieuwe prioriteiten aan zoals klimaatadaptatie en droogte, waarop Europa meer zal gaan doen. De transities vergen veel investeringen en aanpassingsvermogen van gemeenten. Ook zal in deze periode de implementatie van het wetgevingspakket digital decade verder gaan, en start de lobby voor digital decade 2.0. Digitalisering helpt de economie, maar de behoefte aan technische innovaties moet begeleid worden door een sociale agenda, van om- en bijscholing van werknemers tot digitale geletterdheid van inwoners.
De Europese vaardighedenagenda kan hier een rol in vervullen, evenals het Europese Sociale Fonds. Mensenrechten en rechtsstaat Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft zich, samen met gelijkgezinde lidstaten, hard maken voor de bescherming van de rechtsstaat in de EU. Binnen het mensenrechtenbeleid hanteert het kabinet de volgende prioriteiten: gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, gelijke rechten voor LHBTIQ+-personen, vrijheid van religie en levensovertuiging, vrijheid van meningsuiting online en offline en bescherming van mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke ruimte. Het kabinet pleit ervoor dat het bestaande EU- rechtsstaatinstrumentarium volledig, consequent en in samenhang wordt benut om rechtsstaats- problematiek te voorkomen, te signaleren en waar nodig aan te pakken. Wat betekent dit voor gemeenten? Indien deze inzet leidt tot nationale wetgeving en beleid, heeft dit directe implicaties voor gemeenten. Gemeenten moeten deze wetten en beleidsmaatregelen namelijk naleven en erop toezien dat ze handelen in overeenstemming met de rechtstaatprincipes. Ook op diplomatiek vlak kunnen maatregelen van Nederland doorwerken op lokaal niveau.
Dit kan binnen het Congres van lokale en regionale overheden van de Raad van Europa, waarin gemeenten vertegenwoordigd zijn, maar ook in internationale gemeentelijke partnerschappen, stedenbanden of andere samenwerkingen met bijvoorbeeld steden in Turkije, Polen en Hongarije. Internationale normen ter versterking van cyberveiligheid Wat wil het kabinet? Het kabinet zet in op internationale samenwerking, in eerste instantie in NAVO- en EU- verband, om digitale en hybride dreigingen tegen te gaan en onze weerbaarheid te vergroten. Daarnaast zet het kabinet in op het 81 Vereniging van Nederlandse Gemeenten opbouwen van nieuwe internationale coalities en samenwerking in VN-verband voor het opstellen van regels voor het handelen van staten in het cyberdomein. Het kabinet zet in op mondiale normen voor het gebruik van AI. Het beoogt normen voor verantwoord gebruik van AI in het militaire domein en het verantwoord, veilig en mensgericht ontwikkelen, implementeren en gebruiken van AI in producten en diensten in de economie van morgen. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook gemeenten zijn kwetsbaar voor cyberaanvallen. Door internationaal samen te werken aan cyberveiligheid wordt de kans hierop verminderd. Ontwikkelingshulp Wat wil het kabinet? Het kabinet bezuinigt drastisch op het budget voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Zoals aangekondigd in het hoofdlijnenakkoord loopt de bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking tot 2028 op tot € 2,4 miljard. Daarnaast is het kabinet van plan om het budget voor ontwikkelingssamenwerking los te koppelen van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI). In de periode 2025-2028 wordt daarmee ruim €1 miljard extra bezuinigd. Vanaf 2027 wordt maximaal 10% van het budget voor ontwikkelingssamenwerking ingezet voor de dekking van de kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers in Nederland; dat percentage lag in 2023 hoger. Als dit principe gehanteerd wordt, lijkt een klein deel van de forse bezuinigingen opgevangen te worden. Het kabinet wil dat het buitenlandbeleid en de besteding van ontwikkelingsgelden de belangen van Nederland en de Nederlanders dient. De inzet van het kabinet in het buitenland richt zicht met name op voedselzekerheid, watermanagement en migratiebeleid (inclusief opvang in de regio van migranten). Het kabinet is van plan om de financiële steun voor humanitaire hulp en wederopbouw aan Oekraïne voort te zetten. In de komende maanden wordt het nieuwe beleid nader uitgewerkt. Wat betekent dit voor gemeenten? De bezuinigingen van het kabinet kunnen negatieve gevolgen hebben. Wanneer lokaal bestuur elders onvoldoende kan voorzien in de dienstverlening aan inwoners, kunnen we daar ook in Nederlandse gemeenten de effecten van ervaren.
Nederlandse gemeenten hebben wereldwijd een sterke reputatie en zijn een gewaardeerde partner in internationale gemeentelijke samenwerking. Via onder meer de internationale samenwerkingsorganisatie van de VNG, VNG International, dragen zij met hun expertise bij aan de versterking van lokaal bestuur, gemeentelijke dienstverlening en gemeentelijke wederopbouw in het buitenland. Een krachtig en stabiel lokaal bestuur in het buitenland levert een belangrijke bijdrage aan lokale economische ontwikkeling en creëert daarmee nieuwe internationale handelsmogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven. Daarnaast is een sterk lokaal bestuur een belangrijke voorwaarde voor de aanpak van mondiale uitdagingen, zoals klimaatverandering, armoede en migratie, en daarmee voor de verbetering van veiligheid en stabiliteit in de regio. Het aanpakken van grondoorzaken van mondiale uitdagingen, zoals migratie, zijn uiteindelijk ook van invloed op Nederland. Goede opvang in de regio vermindert potentiële vluchtelingenstromen naar Nederland en vermindert spanningen tussen vluchtelingen en gastgemeenschappen, zodat de regio niet verder destabiliseert. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken en VNG International hebben een strategisch partnerschap voor sterk lokaal bestuur dat loopt tot en met 2026. Vanuit dit programma wordt ook een bijdrage geleverd aan de gemeentelijke wederopbouw in Oekraïne.
Nederlandse gemeenten dragen met kennis en expertise bij aan dit programma. De VNG is ervan overtuigd dat de expertise in het strategisch partnerschap aansluit bij de prioritaire thema’s en focuslanden van het kabinet. De VNG zal in constructieve dialoog waken voor voldoende ondersteuning voor gemeenten in het buitenland. Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl september 2024