12.0 - VNG - Bijzondere ledenbrief rijksbegroting 2025 en de gevolgen voor gemeenten
Tekst van het document
Er wordt onderzocht hoe de bij- en nascholing van gemeentelijke archief- en informatieprofessionals ingevuld moet worden. Het ministerie van OCW draagt bij aan de kosten van bewaring en presentatie van de rijksarchieven uit de provincie door de Regionale Historische Centra, die in elke provinciehoofdstad met uitzondering van Zuid- Holland zijn gevestigd. Ook na het voorgenomen uittreden door het ministerie van OCW uit de gemeenschappelijke regelingen, waarvan de datum is bijgesteld naar 1 januari 2026, zal deze bijdrage worden voortgezet. GDI Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de digitale basisinfrastructuur van de overheid verder op orde brengen en houden. Daarom bouwen we in 2025 verder aan de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) met behulp van architectuur. Naast het veilig en betrouwbaar beheren van de GDI wordt er planmatig gewerkt aan de benodigde vernieuwing. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is een fundamentele bouwsteen onder het institutioneel vertrouwen de kwaliteit van het beleid en besluiten, die een rechtstreekse uitwerking hebben in het leven van inwoners en bedrijven. Gemeenten blijven werken aan het innoveren en verbeteren van de informatiehuishouding, waarin kwaliteit en betrouwbaarheid van gegevens (en de daarop gebaseerde beleids- en besluitvorming) het leidend principe moeten worden.
Naast investeringen in het op orde brengen van de basis (o.a. het implementeren van de voorzieningen die onderdeel zijn van de Generieke Digitale Infrastructuur) vraagt dit ook om vernieuwing van de gegevenshuishouding. Het vraagt om nieuwe afspraken, standaarden en wellicht voorzieningen waarmee gegevens op veilige en betrouwbare wijze kunnen worden verzameld, bewaard en verstrekt. Gemeenten zoeken hierin de samenwerking op. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 20 Gegevensdeling Wat wil het kabinet Het kabinet wil verder bouwen aan het Federatief Datastelsel, zodat overheden verantwoord en gestandaardiseerd gegevens kunnen delen. Bijvoorbeeld voor betere dienstverlening. Zo kunnen we burgers en ondernemers meer als één overheid bedienen, en hoeft de overheid hen niet steeds te vragen om opnieuw gegevens aan te leveren. Wat betekent dit voor gemeenten Het betekent enerzijds dat gemeenten meer data ter beschikking krijgen voor de aanpak van maatschappelijke opgaven; hiervoor is wel noodzakelijk dat het juridisch mogelijk wordt gegevens over wetten heen te delen en analyseren. Anderzijds zal van gemeenten verwacht worden dat ze de data waar ze zelf over beschikken standaardiseren en voor hergebruik beschikbaar maken. Besturing en financiering zijn belangrijke bestuurlijke uitdagingen waarover het gesprek met het rijk gevoerd moet worden.
ID-Wallet Wat wil het kabinet? Het kabinet wil doorgaan met de ontwikkeling van een Nederlandse publieke ID-wallet. Hiermee kunnen burgers en ondernemers die dat willen gegevens delen en elektronische handtekeningen zetten. Het kabinet zet in op een verbetering van de informatie- en gegevenshuishouding, waardoor ambtenaren hun werk goed kunnen uitvoeren en betrouwbare, meer proactieve dienstverlening kunnen bieden. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent een sterke Europese markt ook dat zij internationale (EU) inwoners en bedrijven op een betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige manier kunnen bedienen. De invoering van de The European Digital Identity Regulation (eIDAS2), de verordening waarin een grensoverschrijdende digitale identiteit wordt geformaliseerd, vraagt van gemeenten dat zij hun informatiehuishouding op orde brengen en de noodzakelijke gegevens en diensten ontsluiten naar en met hulp van identiteitswallets voor burgers en bedrijven. Het verstrekken en hanteren van de digitale identiteit en de wallet als instrument voor identificatie, digitale toegang, ondertekening en gegevensuitwisseling vraagt de komende jaren om aanzienlijke investeringen van gemeenten.
Goed bestuur en uitvoeringskracht in het Caribisch deel van het Koninkrijk Wat wil het kabinet? Het kabinet zet in Caribisch Nederland (de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) in op het versterken van goed bestuur en uitvoeringskracht, digitalisering, de aanpak sociaal domein (bestaanszekerheid) en de fysieke infrastructuur. Zo wordt er een agenda Goed Bestuur uitgewerkt met maatwerk voor Caribisch Nederland. Ook wordt gewerkt aan het verbeteren van overheidsfinanciën, onder meer door de eerder aangekondigde verhoging van het BES-fonds en onderzoeken naar duurzame bekostiging van infrastructuur en naar de mogelijkheid om bijzondere uitkeringen toe te voegen aan het BES-fonds. Tot slot wordt ingezet op het versterken van zelfredzaamheid door economische ontwikkeling en het versterken van bestaanszekerheid en armoedebeleid. Ook in Aruba, Curaçao en Sint Maarten wordt gewerkt aan goed bestuur en rechtszekerheid, het versterken van de uitvoerings- en bestuurskracht en financieel beheer. Wel wordt bezuinigd op de Landspakketten. Er gaat een streep door het Nationaal Groeifonds (subsidieregeling duurzaam verdienvermogen) voor de Caribische delen van het Koninkrijk. Van de € 130 miljoen die hiervoor gereserveerd was, wordt € 50 miljoen geschrapt.
€ 80 miljoen wordt overgeheveld naar het ministerie van BZK en besteed aan de ontwikkeling van de haven op Saba (€ 40 miljoen), het versterken van het wegennetwerk op Bonaire (€ 16 miljoen) en aan projecten voor voedselzekerheid op alle zes de eilanden (24 miljoen). 21 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? Het verdwijnen van het Nationaal Groeifonds heeft gevolgen voor de duurzame economische ontwikkeling van het Caribisch deel van het Koninkrijk. Het is goed nieuws dat een deel van deze middelen geïnvesteerd worden in de haven van Saba en het wegennetwerk van Bonaire, maar met name voor de autonome landen zijn het terugdraaien van het Groeifonds en de bezuinigingen op de Landspakketten een flinke tegenvaller. We zijn wel positief over de ambities dat het kabinet zich inzet om het bestuur, de uitvoeringskracht, overheidsfinanciën, economische ontwikkeling en bestaanszekerheid van de openbare lichamen te versterken. Bestaanszekerheid Caribisch Nederland Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de bestaanszekerheid en de voorzieningen in Caribisch Nederland verbeteren. Dat doen ze samen met Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit betekent dat alle verbeteringen die het kabinet voorstelt voor Europees Nederland in principe van toepassing zijn voor Caribisch Nederland, tenzij er redenen zijn om dat niet te doen.
Het kabinet werkt samen met de drie openbare lichamen om het lokale armoede- en schuldenbeleid te versterken, hiervoor is vanaf 2025 jaarlijks € 2 miljoen gereserveerd. Het kabinet versterkt hiervoor de dienstverlening op de eilanden. Ook verkennen ze een wettelijke grondslag voor participatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en voor ‘werken met een beperking’ is € 3,7 miljoen begroot voor 2025. Vervolgens verkent het kabinet of, en op welke manier, een inkomensafhankelijke kindregeling mogelijk is op de BES-eilanden. Verder wordt vanaf 2025 structureel € 9 miljoen gereserveerd voor koopkrachtverbetering in Caribisch Nederland. In lijn met het interbestuurlijke programma ‘Werken aan Welvaart en Welzijn’ op Bonaire zal door Sint Eustatius en Saba in samenwerking met het rijk een vergelijkbare integrale aanpak voor ondersteuning van armoedebeleid worden uitgewerkt. Wat betekent dit voor gemeenten? De verbeteringen voor Europees Nederland op het gebied van bestaanszekerheid worden ook toegepast in Caribisch Nederland. Daarbij is het van belang dat er goed gekeken wordt naar de specifieke context en uitdagingen van de eilanden. Hierbij roepen we het kabinet wel op om te zorgen dat deze ook gepaard gaan met voldoende middelen om de grote uitdagingen op het gebied van bestaanszekerheid aan te gaan.
Vanuit de Caribendesk werkt VNG komend jaar samen met de openbare lichamen om bestaanszekerheid te versterken. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 22 3 Justitie en Veiligheid Nationale veiligheid en weerbaarheid Wat wil het kabinet? Onze nationale veiligheid staat onder druk. Dreigingen zijn urgenter en complexer dan ooit. Geopolitieke spanningen zorgen voor verhoogde hybride en militaire dreigingen, door onder meer risico’s voor de economische veiligheid en de oorlog tegen Oekraïne. Maar ook pandemieën en natuurrampen kunnen leiden tot ontwrichting van onze maatschappij. De stabiliteit van de democratische rechtsorde wordt bedreigd door verschillende (niet-)statelijke actoren. Ook onder uitzonderlijke omstandigheden moeten onze samenleving en economie blijven functioneren. Daarom zijn nu adequate voorbereidingen en versterking van de weerbaarheid in brede zin nodig - ook van burgers en bedrijven. Het kabinet wil hier sterk op inzetten aan de hand van een Veiligheidsstrategie. De NCTV coördineert de samenhang en effectiviteit van het beleid en de door overheidsorganisaties te nemen maatregelen in het kader van terrorismebestrijding en de bescherming van de nationale veiligheid. Daarnaast coördineert de NCTV de crisisbeheersing en is de NCTV stelselverantwoordelijk voor bewaken en beveiligen.
Om maatschappelijke ontwrichting te voorkomen versterken we de weerbaarheid tegen: • Digitale dreigingen • Terroristische en extremistische dreiging • Dreiging van statelijke actoren (waaronder economische veiligheidsdreigingen) • Uitval/ verstoring van de vitale infrastructuur. Uitgelicht: • Implementatie Europese richtlijnen: In 2025 implementeert de rijksoverheid twee Europese richtlijnen die bijdragen aan de digitale en fysieke weerbaarheid van de vitale infrastructuur: de herziening van de richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging (de NIS2-richtlijn) en de richtlijn veerkrachtige entiteiten (de CER- richtlijn). De Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) zijn de wetsvoorstellen voor implementatie van deze richtlijnen. • NCSC: Het kabinet wil een flinke uitbreiding van de taken van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), waarbij de krachten van drie overheidsorganisaties op het gebied van cybersecurity (i.c. het Digital Trust Center, het Computer Security Incident Response Team voor digitale diensten en het NCSC) worden gebundeld. Hiervoor wordt de NCSC-begroting meerjarig opgehoogd tot 61 miljoen in 2029. • NLCS 2022-2028: De NCTV richt zich op de maatschappelijke opgave om Nederland digitaal veilig te maken.
In de Nederlandse Cybersecuritystrategie NLCS 2022-2028 wordt de visie op de digitaal weerbare samenleving beschreven en wordt de rol van overheid, bedrijven en burgers bij het digitaal veiliger maken van Nederland belicht. In het coalitieakkoord 2021-2025 is afgesproken dat het kabinet investeert in een brede meerjarige cybersecurity aanpak. Hiervoor zijn ook financiële middelen ter beschikking gesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? We bezien deze inzet van het kabinet als goed en noodzakelijk, de institutionele en maatschappelijke weerbaarheid tegen ontwrichting moet omhoog. Met de keuze voor de NCTV als coördinerende organisatie is het van belang dat deze niet enkel de landelijke overheden op de radar heeft qua versterking maar ook gemeenten, ook daar vergt het vergroten van de (digitale) weerbaarheid investeringen en aandacht. Europese wet- en regelgeving vraagt om een verdere concretisering en doorvertaling op lokaal niveau. De nieuwe Europese richtlijnen dragen bij aan de digitale en fysieke weerbaarheid van de vitale infrastructuur binnen de gemeentegrenzen. We zien dat er in de begrotingen van de verschillende departementen geen gelden opgenomen zijn om die wetten voor gemeenten betaalbaar te maken.
De Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de VNG wordt bij ministeriele regeling aangewezen als 23 Vereniging van Nederlandse Gemeenten computercrisisteam voor Nederlandse gemeenten. De investeringen voor de IBD blijven achter op de landelijke investeringen in het NCSC, terwijl de gemeentelijke CSIRT ook een uitbreiding van taken kennen. Om gemeenten goed te kunnen blijven bedienen en de balans te bewaren tussen centrale voorzieningen vanuit het NCSC en sectorale voorzieningen vanuit de IBD dient een plan te worden uitgewerkt. De financiering van de NLCS vanuit het coalitieakkoord loopt nog tot eind 2025. Die financiële middelen zijn niet beschikbaar voor gemeenten. Om meer aandacht te geven aan het lokale perspectief op digitale veiligheid hebben de VNG en G4 in het bestuurlijk convenant digitale veiligheid aangegeven, dat het lokaal perspectief onderbelicht bleef. In april 2024 pleitte VNG bij de Tweede Kamer voor een structurele financiering van 30 tot 50 miljoen euro voor het vergroten van digitale weerbaarheid voor gemeenten.
Uit deze begroting blijkt dat kabinet niet investeert in het versterken van de digitale weerbaarheid van gemeenten Versterken crisisbeheersing en brandweerzorg Wat wil het kabinet? Een belangrijke conclusie van de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s is dat een verbeterslag nodig is in de samenwerking tussen regio’s, crisispartners en het rijk bij de aanpak van interregionale, bovenregionale en landelijke crises. De Wet veiligheidsregio’s ziet daarop en wordt in tranches gewijzigd. In 2025 wordt verder gewerkt aan de eerste tranche herziening van de Wet veiligheidsregio’s. Het streven is om de eerste tranche in de zomer van 2025 bij de Raad van State in te dienen. Gelijktijdig wordt er gewerkt aan de tweede tranche. Onderdeel hiervan zijn de onderwerpen: bevolkingszorg, preventie brandveiligheid, de bedrijfsbrandweer, verbeteringen brandweeronderwijsstelsel, positie en taken Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de Regio (GHOR) en de financieringssystematiek van het stelsel. Daarnaast wordt de crisisbeheersing versterkt, waaronder het informatiemanagement en de inrichting van het knooppunt coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2) Wat betekent dit voor gemeenten? Met het veelvoud aan crises wordt zichtbaar dat de structuren versterkt moeten worden en het kader geactualiseerd. Daarnaast moeten gemeenten beter in staat worden gesteld ook beter geprepareerd te zijn op een crisis.
We denken daarom graag mee hoe de gemeenten na een crisis weer een regierol kunnen vervullen. Brede aanpak ondermijnende criminaliteit Wat wil het kabinet? De aanpak van ondermijnende criminaliteit is een topprioriteit van dit kabinet. Ondermijnende criminaliteit is een gevaar voor onze samenleving en democratische rechtsstaat. Onze nationale veiligheid staat op het spel. Daarom slaan overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties de handen ineen om Nederland onaantrekkelijk te maken voor en weerbaar te maken tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Dit gebeurt langs de vierslag: voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen. Zo wordt keihard gewerkt aan een veilige samenleving en beschermen we de democratische rechtsstaat, waar en wanneer de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit onze rechtsstaat onder druk zet. Drie speerpunten krijgen hierbij deze kabinetsperiode extra nadruk: • Werken aan een weerbare samenleving, waarin de hele maatschappij een rol vervult. We nemen als gehele kabinet verantwoordelijkheid en werken daar met partners actief aan. • Verstevigen van de internationale samenwerking en nemen een voortrekkersrol in EU-verband.
• Intensiveren van de aanpak van corruptie door publieke en private partijen weerbaarder te maken en zetten hard in op het bestraffen van corrupt handelen Uitgelicht: • Voorkomen: Met het programma Preventie met Gezag en bredere aanpakken van de preventie van jeugdcriminaliteit wordt voorkomen dat kwetsbare jongeren en jongvolwassenen in de criminaliteit terecht komen en daarin verder afglijden of doorgroeien. Ze ondersteunen de lokale aanpak van gemeenten en gebruiken hun ervaringen om de aanpak nog effectiever te maken. • Bestraffen: Om voortgezet crimineel handelen vanuit detentie tegen te gaan implementeert het kabinet de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 24 wijziging van de Penitentiaire beginselenwet. Dit ziet onder meer op het vergaand beperken van het contact met de buitenwereld van gedetineerden in de Extra Beveiligde Inrichting en op de Afdelingen Intensief Toezicht. Daarnaast treft het kabinet verstevigende fysieke, organisatorische en elektronische maatregelen om dreigingen van buiten tegen te gaan. Zo wordt geïnvesteerd in apparatuur om contrabande en drones te detecteren en versterkt men de kennispositie en innovatiekracht van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Bovendien versterkt het kabinet de internationale samenwerking om meer gegevensdeling over gedetineerden mogelijk te maken.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het is goed om te lezen dat de lokale aanpak gericht op preventie wordt ondersteund. Naast het programma Preventie met Gezag vraagt de VNG aandacht voor: 1. Het continueren van het werkprogramma van voorheen de Ministeriele Commissie Aanpak Ondermijning (MCAO), thans ondergebracht in de RDINEV, en in het bijzonder ook de preventieve speerpunten rond het voorkomen van criminele aanwas (SZW en VNG); en 2. Het actieprogramma Wapens en Jongeren (JenV, OCW en VNG) De VNG ziet dat binnen de genoemde programma’s vaak dezelfde criminogene factoren een rol spelen. Door de samenwerking te zoeken binnen de programma’s wordt ‘dubbel’ werk voorkomen. Met name grote(re) gemeenten zitten niet te wachten op nog meer informatie over ex-gedetineerden (BIJ-regeling, 18a en 18b Penitentiaire Beginselenwet). Er bestaat een werkgroep en een gebruikersraad voor deze regelingen, waarin DJI, JUSTID, JenV en VNG deelnemen. De VNG roept op deze gremia te gebruiken bij de planvorming. Politie en de strafrechtketen Wat wil het kabinet? De slagkracht van de politie is essentieel voor het borgen van de nationale veiligheid. Om te zorgen dat de politie nu en in de toekomst in staat is zich te richten op haar kerntaken moeten expliciete keuzes worden gemaakt. De politie moet blijvend in verbinding staan met de samenleving.
Daarom zetten we in op een zichtbare politie, zowel fysiek als digitaal. De politie mag in het digitale domein en in technologische zin niet achteropraken bij criminelen en moet online haar taken goed kunnen uitvoeren. Het kabinet werkt opties uit voor meer focus van de politie op haar kerntaken door samen te werken met publieke en private organisaties. Het betreft organisaties die beter zijn toegerust op een aantal specifieke taken, zoals administratieve verrichtingen in de asielketen en de aanpak van personen met verward gedrag. Voor deze aanpak is essentieel dat politie en zorgprofessionals beter samenwerken. Daarnaast wordt gekeken naar de samenwerking met de BOA, de functie en bevoegdheden van de BOA en de inzet van de politie in het digitale domein. Wat betekent dit voor gemeenten? In het regeerprogramma wordt aangegeven dat het kabinet de politie weer zichtbaar en dichtbij de inwoners in de wijken en buurten wil laten zijn. Daarnaast heeft het kabinet ook aandacht heeft voor bepaalde keteneffecten bij het OM en bij de Rechtspraak met bijvoorbeeld de inzet van wijkrechtspraak. Voor gemeenten missen de structurele(re) investeringen in de volle breedte van de veiligheidsketen, waar ook het gemeentelijke veiligheidsapparaat deel van uitmaakt.
Niet alleen om gemeenten meer ruimte te bieden om BOA’s in te kunnen zetten, in het samenspel van handhaving met de politie, maar ook bij de inzet van bestuurlijke maatregelen. Een voorbeeld hiervan is de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) en pandsluitingen. Ook de diverse trajecten rond herpositionering rond onder meer de politiefunctie en de fundamentele beschouwing van het Boa-bestel nopen tot een brede blik en gezamenlijk optrekken om het veiligheidsbestel toekomstbestendig en effectief te maken en houden. 25 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Mensen met verward en/of onbegrepen gedrag Wat wil het kabinet? Bij de politie is sprake van aanhoudende onderbezetting. Ook is zij belast met werkzaamheden waar andere domeinen of organisaties een rol moeten spelen, zoals de omgang met mensen met verward gedrag. Het kabinet werkt daarom opties uit voor het verminderen van de druk op de politiecapaciteit, in het bijzonder door samenwerking met publieke en private organisaties die beter toegerust zijn voor een aantal specifieke taken.
In het kader van mensen met verward en/of onbegrepen gedrag zet het kabinet onder meer in op het overhevelen van werkzaamheden van de politie aan ter zake deskundige organisaties door onder andere een scherpere triage op de 112-meldkamer, inzet van het Meldpunt Zorgwekkend Gedrag en verbeterde samenwerking tussen politie en zorgprofessionals. Om de aansluiting tussen reguliere en forensische zorg te verbeteren wordt daarnaast voor de groep mensen met een hoog veiligheidsrisico een werkagenda opgesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is meer dan welkom dat de organisaties die zich inzetten voor de veiligheid weer in de wijken ingezet worden. Voor de zichtbaarheid en om het gezag te herwinnen. Voor gemeenten is het belang dat de door hen ingerichte Meldpunten Zorgwekkend gedrag en de zorgorganisaties zijn toegerust op de voorgenomen overheveling van werkzaamheden van de politie inzake mensen met verward en/of onbegrepen gedrag. Zo zou de uitvoerbaarheid van deze overheveling moeten worden getoetst. Ook is het belangrijk dat het rijk gemeenten faciliteert zodat zij, politie en zorgprofessionals onderling gegevens kunnen delen over de doelgroep. Zo dient vanuit het rijk spoed gemaakt te worden met de verdere behandeling en implementatie van de Wams (Wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek sociaal domein).
Inzet op diverse veiligheidsthema’s Wat wil het kabinet? • Personen met een publieke taak moeten veilig en ongehinderd hun werk kunnen doen. Het kabinet wil hierbij slachtoffers ondersteunen en daders keihard aanpakken. In het najaar 2024 vindt nadere besluitvorming plaats over hoe een wetsvoorstel het beste kan worden vormgegeven, waarin een taakstrafverbod wordt ingesteld bij fysiek geweld tegen mensen met een publieke taak. • Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit zijn als landelijke prioriteit in de Veiligheidsagenda opgenomen. Hierbij ligt de focus voornamelijk op repressieve maatregelen, zowel richting slachtofferhulp alsook interventies om daders op het rechte pad te brengen en houden. Misdaad mag uiteraard niet lonen en het internet mag geen vrijhaven zijn voor criminelen. De rijksoverheid versterkt daarom de aanpak van digitale dreigingen door statelijke actoren en cybercriminelen en het bevorderen van de intensieve samenwerking tussen overheid, veiligheidsdiensten, wetenschap en bedrijfsleven. • Om ongeregeldheden rond voetbal verder terug te dringen, hooligans hard aan te pakken en ruimte te creëren voor gastvrij wedstrijdbezoek voor goedwillende supporters, zet het kabinet in op verschillende maatregelen, mede geïnspireerd op het ‘Engelse model’, waar high trust – high penalty het uitgangspunt is.
• Samen met publieke en private partijen wordt een stevige aanpak vormgegeven ten aanzien van de verontrustende toename van het aantal intimiderende aanslagen met explosieven op woningen en bedrijven, door middel van de oprichting van het Strategisch Offensief Tegen Explosies (SOTE). Het actieplan van SOTE zal dit jaar met de Tweede Kamer gedeeld worden. • De mogelijkheden om crimineel vermogen af te pakken worden verruimd door de implementatie van de EU-richtlijn op confiscatie. Afgepakt crimineel vermogen wordt zoveel mogelijk (zichtbaar) in de maatschappij geïnvesteerd. • Het uitwerken van maatregelen tegen strafbare online uitingen van geweld zoals haat zaaien, oproepen tot geweld en online bedreigingen. • Het uitbreiden van de ongewenstverklaring en de lat voor verblijfsrechtelijke consequenties verlagen, waardoor de vergunningen van criminele en overlastgevende vreemdelingen kunnen worden ingetrokken en zij kunnen worden uitgezet. • Het stevig bestrijden van mensenhandel, ook in internationaal verband, onder meer via het rijksbrede beleidsprogramma Samen tegen mensenhandel en door het verder brengen van het wetsvoorstel dat voorziet in de modernisering en uitbreiding van de strafbaarstelling van mensenhandel (artikel 273f Sr).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 26 Wat betekent dit voor gemeenten? De bescherming van lokale ambtsdragers en medewerkers met een publieke taak is voor gemeenten van groot belang. Goed dat het kabinet ingezette lijnen doorzet en dat we als overheid en samenleving de grens bepalen van wat we qua gedrag en bejegening accepteren en normeren. Dit geldt ook voor de onlinewereld. In dat kader is het ook positief dat in de aanpak van voetbalgeweld zal worden geëxperimenteerd met digitale meldplichten. In het onderdeel cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit ligt de focus met name op repressieve maatregelen. Misdaad mag uiteraard niet lonen en het internet mag geen vrijhaven zijn voor criminelen. Het kabinet versterkt de aanpak van digitale dreigingen door statelijke actoren en cybercriminelen en bevorderen de intensieve samenwerking tussen overheid, veiligheidsdiensten, wetenschap en bedrijfsleven. Het ontbreekt echter aan een brede maatschappelijke aanpak en concretisering van die intensieve samenwerking. Hiernaast ontbreekt het bij gemeenten aan een goede informatiepositie. Gemeenten spelen immers een belangrijke preventieve rol om inwoners en ondernemers weerbaar te maken tegen digitale criminaliteit en cybercrime. Het verbreden van maatschappelijk herbestemmen van afgepakte goederen en gelden dichtbij inwoners, is positief voor gemeenten.
Daarmee wordt gezien dat misdaad niet mag lonen en kunnen tegelijk de faciliteiten voor de lokale gemeenschap worden versterkt. De intensivering van de aanpak van explosies in woonwijken en de voorzetting van het programma Samen tegen mensenhandel zijn goede ontwikkelingen. Voor het eerste wil de VNG de roep doen om echt te gaan regelen dat zware explosieven in de wapenwetgeving worden verboden en dat hierin Europees wordt afgestemd. Voor de aanpak van mensenhandel is het groeiende tekort van opvangplekken voor slachtoffers een groot punt van zorg voor gemeenten. Gemeenten hebben ook veel last van de kleine maar heftige groep van (overlastgevende) migranten, een effectieve terugkeer is dan noodzakelijk. Ook met het gegeven dat de opvang voor uitgeprocedeerden zal moeten sluiten, omdat wordt beoogd om voor meer delicten het verblijfsrecht in Nederland af te nemen. Deze groepen overlastgevenden zwerven vervolgens rond op straat. Inzet maatschappelijke onrust (mede in relatie tot weerbaarheid) Wat wil het kabinet? Vanuit JenV en BZK worden twee verschillende analyses genoemd met betrekking tot waar eventuele onrust binnen de Nederlandse maatschappij tot uiting zou kunnen komen en dus op ingezet moet worden.
Zo noemt JenV vooral de geopolitieke en militaire dreiging, de dreiging op digitaal gebied en de gevolgen van de klimaatverandering die nu vooral het dreigingslandschap bepalen. Maar ook steeds meer vanuit geradicaliseerde eenlingen en vanuit de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. BZK noemt expliciet het anti-institutioneel gedachtengoed (hier vallen soevereinen ook onder) en het tegengaan van extremistische uitingen hiervan. Wat betekent dit voor gemeenten? Als de inzet op maatschappelijke onrust wordt bekeken op elk fenomeenniveau, wordt het lastig voor gemeenten om te focussen. De analyses vanuit JenV en BZK zien namelijk op zeer diverse voedingsbodems/ uitingen van onrust. Deze onrust kan zowel een internationaal, digitaal, als een thematisch (klimaat, woningnood bestaanszekerheid, ondermijnende criminaliteit) karakter hebben. Daarnaast wordt vanuit BZK ingezet om op lokaal niveau weer verbinding te maken tussen overheid en inwoners met anti-institutionele sentimenten. Met de VNG meerjarenagenda maatschappelijke onrust is er een aanbod samengesteld waarbij de hierboven genoemde thematische rode draden zoals internationale ontwikkelingen, invloed online maar ook jeugd, voor onze leden meer concreet zijn uitgewerkt.
Omdat het zo’n uiteenlopende diversiteit aan onderwerpen betreft die ten grondslag kunnen liggen aan maatschappelijke onrust, is samenwerking tussen de diverse gemeentelijke domeinen belangrijker dan ooit. Vooral intern zal het voor de gemeentelijke organisatie van belang zijn om elkaar in een vroeg stadium te vinden en gezamenlijk op te trekken zodat escalatie -grotendeels- kan worden voorkomen. 27 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Daarnaast zal via het interbestuurlijke ondersteuningsnetwerk maatschappelijke onrust (het OMO) door de VNG worden ingezet op specifiek het soevereine gedachtengoed en hoe gemeenten deze groep inwoners weer kunnen bereiken. Ook hierbij is inzet op ketensamenwerking binnen gemeenten voorwaardelijk. Tot slot is de samenwerking van de VNG en gemeenten met het Expertise Unit Sociale Stabiliteit (ESS) van SZW van groot belang. Onderscheid tussen (vreedzaam) demonstreren en ordeverstorende acties Er wordt in het regeerprogramma aangegeven scherper onderscheid te willen maken tussen (vreedzaam) demonstreren en orde verstorende acties. Demonstreren is een grondrecht maar wanordelijkheden, bedreigingen tegen anderen of openbaar geweld waar demonstranten over de grenzen van het strafrecht heen gaan zijn onacceptabel.
Met burgemeesters, politie, OM en anderen die een bijdrage kunnen leveren wordt door het kabinet gesproken over een optimale mix van maatregelen om vreedzame demonstraties te faciliteren, maar ook kordaat op te treden tegen diegenen die zich niet aan de wet houden. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is het faciliteren van het grondrecht van demonstreren van groot belang, vooral in de publieke ruimte maar ook bij instellingen. Met demonstreren komt een inherent gegeven mee dat dit schuurt en overlast of gevoeligheden oplevert en daar moet ruimte voor zijn. Tegelijkertijd is het de verantwoordelijkheid van de overheid om (tegen)demonstranten, omstanders en de brede lokale samenleving te behoeden voor excessen. Hierin zitten ingebakken spanningen. Het genoemde gewenste onderscheid is in de praktijk dus zeer lastig te maken en hiervoor zal dan ook telkens een lokale afweging binnen de veiligheidsdriehoek nodig zijn. Met als basis de bestaande kaders van de Grondwet, Wet op Manifestaties (WoM) en het strafrecht. (Verdere) inperking van genoemde regelgeving kan leiden tot een ongewenste situatie. Herstel van vertrouwen in onze rechtsstaat Wat wil het kabinet? Vernieuwing van het democratisch stelsel en versterking van de rechtsstaat.
De toeslagenaffaire en de grote problemen rondom de gaswinning in Groningen en Noord-Drenthe zijn voorbeelden van situaties waarbij de overheid te veel heeft vastgehouden aan de eigen systemen en processen en te weinig oog heeft gehad voor de burger. Vernieuwing van het democratisch stelsel en versterking van de rechtsstaat zijn volgens het kabinet daarom noodzakelijk. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet gaat aan de slag met de uitkomsten van de Enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening en van de Staatscommissie rechtsstaat en komt hierover met een kabinetsreactie. De VNG is betrokken bij de voorbereiding op deze kabinetsreacties om te zorgen dat gemeenten in het juiste perspectief worden geplaatst. Verder brengt het kabinet op korte termijn het wetsvoorstel in consultatie om constitutionele toetsing van wetten aan verschillende grondrechten door de rechter mogelijk te maken. De mogelijkheid om wetten in formele zin aan de Grondwet te toetsen, heeft directe betekenis voor medebewindstaken van gemeenten. De VNG geeft een consultatiereactie. Goede wetgeving Wat wil het kabinet? Als voorwaarde voor goed bestuur en een sterke rechtsstaat wil het kabinet aandacht blijven houden voor de kwaliteit en uitvoerbaarheid van wetgeving. Goede wetgeving is wetgeving die in de praktijk uitpakt zoals de bedoeling is.
Voor 2025 ligt de prioriteit bij het vereenvoudigen van wetgeving, een thema waarop ook de Staatscommissie Rechtsstaat hamert. Het kabinet zet daarbij in op het eerder betrekken van de samenleving, een structureel gesprek met het parlement, het doen van invoeringstoetsen kort na inwerkingtreding van een wet en de voortdurende inzet op gebruik en verbetering van het beleidskompas bij de voorbereiding van beleid. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 28 Wat betekent dit voor gemeenten? Uitvoerbare wetgeving is onderdeel van de met de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) voorgeschreven wijze dat gemeenten en rijk bij beleidsontwikkeling eerder om tafel zitten. Dit biedt dit de mogelijkheid om, in lijn met onze Verenigingsstrategie, de praktijk meer leidend te laten zijn bij nieuw beleid voor gemeenten. Het moet leiden tot een betere balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoerbaarheid. Dit is ook de kerngedachte achter het beleidskompas, waar de UDO onderdeel van uitmaakt. Zowel de minister van J&V als de minister van BZK maken zich dus sterk voor beter uitvoerbaar beleid en het meer vanuit de praktijk vormgeven ven beleid. Er is ook afgesproken dat gemeenten betrokken worden bij de nadere uitwerking van het regeerprogramma.
Dit biedt de mogelijkheid om te komen tot voorstellen die beter aansluiten bij wat in de gemeentelijke praktijk nodig is en tot een betere balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht te komen. Verder biedt de inzet op het instrument invoeringstoets de mogelijkheid om gestructureerd, kort na inwerkingtreding van een wet, signalen uit de praktijk terug te geven aan de wetgever. Dit betekent voor gemeenten een extra mogelijkheid om signalen over knelpunten in de praktijk eerder te adresseren. Tegelijkertijd constateren we dat er op dit moment sprake is van een forse disbalans. Dat leidt bij gemeenten tot noodgedwongen bezuinigingen op veel verschillende vlakken en daardoor staat de beleidsmatige ruimte voor eigen lokale afwegingen juist onder druk. In het Overhedenoverleg is daarom afgesproken om op een aantal opgaven met gemeenten in kaart te brengen hoe groot die disbalans is en wat de effecten voor inwoners en gemeenten zijn.
Privacy en gegevensbescherming Wat wil het kabinet? Het versterken van de positie van de functionaris voor gegevensbescherming, waardoor risico’s binnen organisaties eerder in kaart zijn te brengen en tijdig maatregelen kunnen worden getroffen zodat herstel achteraf zoveel mogelijk is te voorkomen, het ontwikkelen van rijksbrede richtlijnen voor online monitoring, het creëren van meer grip op internationale gegevensstromen, zodat rechten van betrokkenen ook worden gewaarborgd in grensoverschrijdende situaties, de beperkte inzet van gezichtsherkenning en geautomatiseerde besluitvorming door de overheid, en een geharmoniseerd niveau van gegevensbescherming in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Wat betekent dit voor gemeenten? Met name de versterking van de positie van de functionaris gegevensbescherming (FG), de richtlijnen voor onlinemonitoring en de beperkte inzet van geautomatiseerde besluitvorming kunnen een impact hebben op gemeenten. De meeste gemeenten hebben op dit moment wel een FG hebben aangesteld, maar nog niet overal is deze op een juiste manier gepositioneerd. De versterking hiervan kan leiden tot een verhoging van kosten en meer (positieve) inmenging bij digitaliseringsvraagstukken waar persoonsgegevens worden verwerkt. Sommige gemeenten zetten onlinemonitoring op dit moment al in voor verschillende doeleinden, maar de juridische kaders zijn vaak nog onduidelijk.
Met nieuwe richtlijnen komt meer duidelijkheid, wat betekent dat een deel van de gemeenten meer houvast krijgen hoe zij onlinemonitoring kunnen inzetten, terwijl andere gemeenten mogelijk moeten stoppen met hun huidige werkwijze, omdat dit niet meer voldoet aan de nieuwe richtlijnen. De impact van aanvullende regels rondom geautomatiseerde besluitvorming kunnen mogelijk grote impact hebben. Dit hangt echter sterk af van de wijze waarop er invulling wordt gegeven aan de interpretatie van relevante artikelen van de AVG. Update wet- en regelgeving (voornamelijk UAVG) Wat wil het kabinet? Het kabinet wil huidige wet- en regelgeving moderniseren en bij tijd brengen. Hierbij wordt concreet verwezen naar de Uitvoeringswet AVG, maar dit kan ook voor andere wet- en regelgeving werken. Het is nog niet geheel duidelijk hoe het kabinet de modernisering van de UAVG voor zich ziet, maar in 2022 heeft er wel een evaluatie plaatsgevonden op de UAVG. Uit die evaluatie kwam naar voren dat er vooral een gebrek aan verdere invulling van de open normen was, en daardoor niet bijdraagt aan duidelijkheid voor de uitvoeringspraktijk. 29 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wat betekent dit voor gemeenten? Het is afwachten hoe deze evaluatie en modernisering van de UAVG eruit komt te zien.
Voor gemeenten zouden dit aanvullende regels kunnen betekenen, omdat er mogelijk striktere duiding wordt gegeven aan de open normen van de AVG. Momenteel hebben gemeenten meer vrijheid om die normen te interpreteren. Tegelijkertijd zou een concretere invulling van open normen ook voor meer duidelijkheid kunnen zorgen, waardoor er minder sprake is van handelingsverlegenheid. Online monitoring Wat wil het kabinet? In het Regeerprogramma staat dat het ministerie van Justitie en Veiligheid aan de slag wil voor richtlijnen rondom onlinemonitoring. Het is nog niet duidelijk hoe die richtlijnen eruit komen te zien, en of het kabinet onlinemonitoring juist wil stimuleren of aan banden wil leggen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is voor nu nog te onduidelijk om te kunnen vaststellen wat voor gevolgen dit gaat hebben voor gemeenten. Er zijn gemeenten in het land die onlinemonitoring inzetten om de openbare orde te handhaven, maar soms ook om ondermijning tegen te gaan. De juridische complexiteit zorgt er echter voor dat gemeenten niet zeker weten of ze dit wel mogen doen, waardoor een grote groep gemeenten hier ook mee is gestopt. Richtlijnen kunnen helpen om hier meer duidelijkheid over te geven, waardoor voor een deel van de gemeenten er meer houvast is om onlinemonitoring in te zetten, terwijl een deel mogelijk niet meer kunnen werken op de manier hoe ze dat nu doen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 30 4 Asiel en Migratie Asielbeleid Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de omvang van (asiel)migratie naar Nederland zo snel mogelijk drastisch terugdringen. Daartoe wil het kabinet noodrecht activeren en een asielcrisiswet invoeren. Een van de onderdelen van de crisiswet is het opschorten van de behandeling van asielaanvragen (‘beslisstop’). Daarnaast wil het kabinet een tweestatusstelsel invoeren, met onder andere het doel gezinshereniging te beperken. Asielprocedures moeten korter en de opvang soberder. Mogelijkheden voor rechtsbijstand en rechtsmiddelen worden ingeperkt. Het kabinet wil dat de IND de procedures van kansarme aanvragers en overlastgevers met voorrang behandelt. Daarnaast wil het kabinet de asielvergunning voor onbepaalde tijd afschaffen en de eisen voor naturalisatie aanscherpen. Wat betekent dit voor gemeenten? De maatregelen uit het Regeerprogramma moeten nog verder worden uitgewerkt. Daardoor is op dit moment nog veel onduidelijk. Wat de voorgenomen nood- en crisismaatregelen betekenen voor de rol van het lokaal bestuur en de governance is nog niet bekend. Hervormingen van de asielprocedure kunnen indirect effect hebben op gemeenten. Zo is de verwachting dat het tweestatusstelsel leidt tot langere procedures bij de IND, waardoor mensen langer in de opvang blijven en er meer plekken nodig zijn.
Dit geldt ook voor een asielbeslisstop: zolang mensen in de procedure zitten, zijn zij aangewezen op asielopvang. Voor gemeenten is het cruciaal dat de consequenties van de voorgenomen maatregelen in samenhang worden bezien. De hele keten moet duurzaam op orde worden gebracht, met voldoende (langdurig perspectief op) doorstroom en uitstroom. Daarvoor is beleid nodig dat uitvoerbaar, rationeel en samenhangend is, een juridische toets doorstaat en een daadwerkelijke oplossing biedt voor knelpunten. Asielopvang en capaciteit Wat wil het kabinet? Uit de kengetallen van de A&M-begroting blijkt dat het kabinet rekende met een asielinstroom die tot 2026 oploopt (tot 78.780). Het kabinet gaat ervan uit dat de gemiddelde bezetting in de COA-opvang voorlopig hoog blijft, oplopend tot 149.400 in 2026. Maar ook in de jaren daarna ligt de verwachte bezetting boven de 132.000. Het kabinet wil de kosten van de asielopvang verlagen. Er is vanaf 2027 een forse daling te zien in de voor asiel en migratie begrote middelen. Het kabinet zet in op soberheid: dure noodopvanglocaties worden zo snel mogelijk afgestoten en ‘de gemeentelijke opvang (financiering) wordt beperkt tot het meest basale’, blijkt uit het Regeerprogramma.
Het kabinet stelt dat – zonder af te doen aan de ruimte die gemeenten hebben voor kleinschalige opvanglocaties – de huidige opvangbehoefte niet ingevuld kan worden zonder een aantal grote locaties. Overlast wil het kabinet tegengaan door overlastgevers in vrijheidsbeperkende locaties te plaatsen en sneller verblijfsrechtelijke consequenties te treffen. Wat betekent dit voor gemeenten? We zien de benodigde opvangcapaciteit de komende jaren stevig oplopen. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat in het algemeen geldt dat de mate van onzekerheid met de jaren toeneemt. De opgave voor de huidige cyclus van de Spreidingswet (die loopt tot 1 februari 2026) bedraagt 96.000 31 Vereniging van Nederlandse Gemeenten plekken. Het is niet mogelijk om de wettelijke opgave gedurende de cyclus zomaar te verhogen, behalve in uitzonderlijke omstandigheden. Dat betekent dat het weliswaar denkbaar is dat de werkelijke opvangbehoefte nog tijdens deze cyclus hoger wordt dan 96.000, maar deze extra plekken kunnen waarschijnlijk niet worden afgedwongen op grond van de Spreidingswet. Als het aantal beschikbare plekken achterblijft bij de behoefte, voorzien we gevolgen voor de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid, participatie, integratie, volksgezondheid en draagvlak in gemeenten en solidariteit tussen gemeenten. Het kabinet zet in op grote, sobere locaties om de opvangbehoefte in te vullen.
Het is momenteel niet duidelijk wat het kabinet verstaat onder sobere opvang, en hoe dat zich verhoudt tot de huidige kwaliteitskaders. Ook wordt uit de begroting niet duidelijk wat het kabinet in het Regeerprogramma bedoelt met het beperken van de gemeentelijke opvang tot het meest basale. Vooralsnog is de opvangcapaciteit zo schaars, dat een deel van de gemeenten alleen een bijdrage aan de opvang kan leveren in de vorm van relatief dure (nood)oplossingen, zoals schepen. Het voornemen van het kabinet om dergelijke locaties af te stoten, lijkt ons voorlopig niet realistisch. Hoe het kabinet wil komen tot grootschalige en vrijheidsbeperkende locaties, is onbekend. Voor de VNG staat buiten kijf dat dit enkel kan in samenspraak met het college van B&W van een desbetreffende gemeente. Er moet lokaal draagvlak bestaan en het rijk moet de gemeente in staat stellen alle (sociale) voorzieningen waar de gemeente voor aan de lat staat goed te organiseren. Spreidingswet Wat wil het kabinet? Het voornemen om de Spreidingswet in te trekken blijft bestaan. Zolang de wet nog van kracht is, blijven de bonussen in stand. Door middel van een kasschuif wordt € 12 miljoen voor de bonussen van 2025 naar 2024 gehaald, zodat gemeenten deze al dit jaar kunnen aanvragen.
Wat betekent dit voor gemeenten? De Spreidingswet kan pas worden ingetrokken als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met een intrekkingswet. Zolang de Spreidingswet van kracht is, moet het rijk hier uitvoering aan geven en de kosten voor de uitvoering ervan aan gemeenten vergoeden. Dit geldt ook voor uitkering van de bonussen. Het is nog onduidelijk wat intrekking betekent voor aanpalende regelgeving (zoals de Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, waarin de mogelijkheid tot exploitatie door gemeenten is vastgelegd). Op dit moment zien we dat de mogelijke intrekking van de Spreidingswet voor veel onzekerheid zorgt in gemeenten. Daardoor wordt het draagvlak instabieler en door (financiële) onzekerheden wordt het vinden van voldoende plekken nog moeilijker. Zoals in de paragraaf ‘asielopvang en capaciteit’ aangegeven, neemt de opvangbehoefte de komende jaren fors toe, voordat de capaciteitsvraag mogelijk afneemt als gevolg van het kabinetsbeleid. Dit betekent dat de VNG richting het kabinet en het parlement zal blijven herhalen dat áls de Spreidingswet wordt ingetrokken, dit pas kan als de asielketen op orde is. Asielzoekers aan het werk Wat wil het kabinet? Met het oog op de krappe arbeidsmarkt wil het kabinet inzetten op het vergroten van arbeidsparticipatie van mensen die al in Nederland zijn.
Daar hoort bij dat het kabinet asielzoekers van wie de kans groot is dat zij een asielvergunning krijgen, wil stimuleren om deel te nemen aan de arbeidsmarkt en belemmeringen wegnemen. In de begroting zijn voor het verwezenlijken van deze specifieke ambitie echter geen middelen te vinden. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is het streven om asielzoekers naar werk te begeleiden wenselijk: we verwachten dat vroegtijdige arbeidsparticipatie bijdraagt aan (het tempo van) integratie, dat werkende asielzoekers later minder vaak een beroep doen op de bijstand en dat dit een positief effect heeft op het draagvlak. Deze ambitie past daarmee goed in onze integrale benadering van opvang tot en met integratie. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 32 Momenteel werken de VNG, het ministerie van SZW, COA en het UWV samen aan het wegnemen van belemmeringen om asielzoekers naar werk te kunnen begeleiden. Dit gebeurt zoveel mogelijk binnen bestaande structuren. Als gemeenten hiervoor een formele taak krijgen toegewezen, is daarvoor aanvullende financiering vanuit het rijk noodzakelijk. Ongedocumenteerden en de Landelijke Vreemdelingenvoorziening Wat wil het kabinet? Het kabinet wil dat personen die niet in Nederland mogen blijven vertrekken. Daarom versterkt het kabinet de terugkeerinzet over de hele linie, met prioriteit voor overlastgevers.
Het niet meewerken aan terugkeer wordt strafbaar en de mogelijkheid tot herhaalde aanvragen wordt zoveel mogelijk beperkt. Het kabinet verhoogt de beschikbare capaciteit voor vreemdelingenbewaring. De rijksbijdrage aan de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) wordt beëindigd. Het kabinet wil in overleg met gemeenten inzetten op aanpak van overlast en (gedwongen) terugkeer van mensen zonder geldige verblijfstitel. Wat betekent dit voor gemeenten? De beëindiging van de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) betekent dat per 1 januari 2025 de financiering stopt, ook voor de bed-bad-brood-voorzieningen die nog middelen ontvingen. Ook worden de convenanten tussen rijk en gemeenten opgezegd. Dat betekent dat er geen basis meer is voor samenwerking of gegevensdeling tussen gemeenten, ngo’s en rijkspartijen (IND, DT&V en AVIM). Het wordt daardoor onmogelijk om met deze doelgroep te werken aan een toekomstperspectief, in het land van herkomst of elders. Wat strafbaarstelling betekent voor gemeenten die wel onderdak of andere ondersteuning aan ongedocumenteerden blijven verlenen, wordt pas bekend zodra het ministerie hiervoor een wetsvoorstel heeft uitgewerkt. We hebben gerede zorg dat beëindiging van de LVV ernstigere en meer zichtbare problematiek in steden creëert. Het betreft een kwetsbare doelgroep, waarvan een deel gebukt gaat onder psychische of lichamelijke problemen.
Ongedocumenteerden die al jaren in Nederland zijn en om uiteenlopende redenen niet (kunnen) terugkeren naar het land van herkomst, verdwijnen bij sluiting van de LVV niet zomaar. Er is nog veel onduidelijk over het vervolg: het kabinet heeft nog geen plan uitgewerkt om te voorkomen dat de doelgroep uit het zicht van de autoriteiten verdwijnt, om rondzwerven tegen te gaan en om daadwerkelijk vertrek te bewerkstelligen. Op deze manier dreigt het kabinet de negatieve consequenties van haar beleid af te wentelen op gemeenten en haar inwoners. Oekraïense ontheemden Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft inzetten op zelfredzaamheid en participatie van Oekraïense ontheemden. Het kabinet maakt, zoals in juni al was aangekondigd, in 2025 incidenteel € 10 miljoen vrij voor taalonderwijs aan Oekraïense ontheemden. Ook streeft het kabinet naar een hogere eigen bijdrage voor de opvang. Er wordt strikt toegezien op het verblijfsrecht van Oekraïners en daaruit volgend recht op opvang en voorzieningen. Het kabinet stelt voor 2026 en 2027 budget beschikbaar voor de bekostiging van de opvang van ontheemden. Dit is in lijn met de duur van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB, tot maart 2026) en de uit de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne voortvloeiende taak voor gemeenten om tot een jaar na afloop van de RTB opvang aan te blijven bieden.
De meerkosten in het sociaal domein voor Oekraïense ontheemden voor 2025 worden geraamd op € 28 miljoen. Na 2026 zijn hiervoor nog geen middelen begroot. Wat betekent dit voor gemeenten? We hebben net als het kabinet de wens om in te zetten op zelfredzaamheid en participatie. We vinden het wel belangrijk dat de inzet op zelfredzaamheid en participatie ook in de praktijk uitvoerbaar is. Momenteel zijn gemeenten aan de slag met de invoering van de eigen bijdrage, maar zijn er nog vragen in de uitvoering rondom gegevensuitwisseling en handhavingsinstrumentarium. Het is nog onduidelijk wat de aangekondigde hogere eigen bijdrage betekent voor de inzet van gemeenten. Het kabinet erkent dat het conflict in Oekraïne voortduurt en daarmee de noodzaak toeneemt om het 33 Vereniging van Nederlandse Gemeenten tijdelijke karakter van opvang en voorzieningen door te ontwikkelen voor ontheemden die op grond van de RTB in Nederland verblijven. Deze inzet ziet toe op zelfredzaamheid en participatie, maar gaat niet in op de benodigde randvoorwaarden met betrekking tot het voortdurende karakter van opvang en andere voorzieningen. We vragen het kabinet om na te denken over scenario’s waarin een deel van de Oekraïners (langdurig) in Nederland blijft. Een langetermijnplan is noodzakelijk om passende maatregelen te nemen naar de toekomst. Sociale voorzieningen en de asielopvang (o.a.
nieuwkomersonderwijs) Wat wil het kabinet? Er is weinig aandacht voor nieuwkomersonderwijs (niet genoemd in de OCW begroting) of het op peil houden van sociale voorzieningen voor mensen in de asielopvang. Voor jeugdhulp aan kinderen in azc’s is € 5,1 miljoen beschikbaar (gebaseerd op aantallen van jaren geleden). Wat betekent dit voor gemeenten? Het nieuwkomersonderwijs staat vanwege de grotere toestroom in de asielopvang, de toename van het aantal verplaatsingen van kinderen en jongeren in de asielprocedure en de schaarste aan menskracht, huisvesting en vervoer onder druk. Datzelfde gaat op voor de middelen voor andere sociale voorzieningen. Deze zouden in de pas moeten lopen met de aantallen in de asielopvang. Dit zien we momenteel niet terug op de begroting. Zo is er voor de afgelopen en aankomende jaren steeds € 5,1 miljoen begroot voor jeugdhulp aan kinderen in azc’s, wat niet past bij de gestegen aantallen. We dringen bij het kabinet aan op toekomstbestendig nieuwkomersonderwijs en adequate financiering voor de overige sociale voorzieningen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 34 5 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Onderwijs, kansengelijkheid en de pedagogische basis Wat wil het kabinet? In het regeerprogramma en de OCW-begroting wordt sterk ingezet op de basisvaardigheden taal, rekenen en schrijven in het basis- en voortgezet onderwijs.
Het kabinet komt daarvoor met een herstelplan onderwijskwaliteit, er wordt geïnvesteerd in de samenwerking tussen jeugd en onderwijs, en in de regeling brugfunctionarissen. Daarnaast reserveert het kabinet jaarlijks een bedrag van € 125 miljoen voor schoolmaaltijden. De maatschappelijke diensttijd wordt (stapsgewijs) afgebouwd en verdwijnt in 2028. De regeling brede brugklas verdwijnt en het budget voor het programma School en omgeving wordt verlaagd. Wat betekent dit voor gemeenten? De bovenstaande veranderingen raken gemeenten niet direct op financieel gebied. Het geld loopt namelijk via het onderwijs zelf of via andere partijen. Wel bestaat het risico dat partijen bij gemeenten aankloppen voor financiering. Een ander risico is dat de brede ontwikkeling van kinderen en jongeren te weinig aandacht krijgt. Het is belangrijk het gesprek te voeren met kinderopvang en onderwijs in het Lokaal Educatief Overleg (LEA), Op Overeenstemming Gericht Overleg (OGOO,) de Gelijke Kansen Alliantie of aan andere tafels. De gezamenlijke inzet van gemeenten, kinderopvang en onderwijs op de verbinding tussen school, thuis en de wijk is cruciaal voor de brede ontwikkeling van kinderen en ondersteuning van ouders. Samen met kinderopvangorganisaties en scholenkoepels werken we aan het versterken van de pedagogische basis en het verminderen van kansenongelijkheid.
We blijven dat ook in toekomst doen. Onderwijsachterstanden: GOAB, kinderopvang & school en omgeving Wat wil het kabinet? Gemeenten ontvangen via een spuk middelen voor onderwijsachterstandenbeleid. Het Gemeentelijk Onderwijs Achterstanden Beleid (GOAB) bestaat uit meerdere instrumenten, waaronder vroeg en voorschoolse educatie (VVE), schakelklassen en zomerscholen. In 2025 bestaat het volledige budget uit middelen van de spuk GOAB (€ 607 miljoen). Vanaf 2026 bestaat een deel van dit budget uit middelen ten behoeve van het programma Ontwikkeling Jonge Kind (€ 35,4 miljoen). Ook de spuk GOAB maakt onderdeel uit van de afspraken in het hoofdlijnenakkoord om spuk’s over te dragen naar het gemeentefonds met een korting van 10%. Voor GOAB bedraagt deze korting € 60,9 miljoen. De korting is al verwerkt vanaf kalenderjaar 2026. Leidend voor de VNG is dat de korting van 10% op de specifieke uitkeringen (spuks) pas kan worden doorgevoerd als er daadwerkelijk sprake is van een reductie van administratieve lasten. Hierover vindt nog overleg plaats met het rijk. Het programma School en omgeving blijft in een afgeslankte vorm bestaan voor scholen waarvan de leerlingen relatief grote achterstanden hebben. In het regeerprogramma staat dat het Ministerie van OCW samen met gemeenten wil inzetten op het versterken van het onderwijsachterstandenbeleid.
Wat betekent dit voor gemeenten? Voor 2025 verandert er nog niets aan de afspraken rondom de spuk GOAB. Vanaf 2026 mogelijk wel. Wij zullen gemeenten infomeren over de voortgang van het overleg hierover met het rijk. Randvoorwaarden voor goed onderwijs: lerarentekort, onderwijshuisvesting & vervoer Wat wil het kabinet? In de OCW-begroting wordt veel aandacht besteed aan het lerarentekort. Daar staan nog geen concrete plannen bij. Er is geen geld gereserveerd voor mogelijke maatregelen op dat punt. Over onderwijshuisvesting zijn passages opgenomen over bestaand beleid, zoals de vervanging van 35 Vereniging van Nederlandse Gemeenten verouderde schoolgebouwen en het innovatieprogramma Onderwijshuisvesting (gefinancierd uit het Nationaal Groeifonds). Extra investeringen in onderwijshuisvesting zijn niet opgenomen. Leerlingenvervoer wordt niet genoemd in de OCW-begroting. In de VWS-begroting wordt leerlingenvervoer als onderdeel van het doelgroepenvervoer genoemd. Er zijn geen extra middelen voor. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor de randvoorwaardelijke zaken in het onderwijs - leraren, gebouwen en leerlingevervoer - is ondanks grote uitdagingen geen extra budget. Dit betekent dat de noodzakelijke investeringen in de arbeidsmarkt, de schoolgebouwen en het leerlingenvervoer in een trager tempo verlopen dan wenselijk. Datzelfde geldt voor de opgave bij het nieuwkomersonderwijs.
Dit onderwijs staat onder druk vanwege de grotere toestroom in de asielopvang, de toename van het aantal verplaatsingen van kinderen en jongeren in de asielprocedure en de schaarste aan menskracht, huisvesting en vervoer. Voor gemeenten is een toekomstbestendig nieuwkomersonderwijs van belang. Kinderopvang Wat wil het kabinet? Het kabinet vervangt de kinderopvangtoeslag (KOT) door een nieuw stelsel van financiering met een hoge inkomensonafhankelijke vergoeding voor werkende ouders. De overheid betaalt de vergoeding rechtstreeks aan kinderopvangorganisaties. In 2026 indexeert het kabinet de maximum uurprijzen voor de kinderopvang niet. Hierdoor wordt het verschil tussen de kinderopvangtoeslag en het daadwerkelijke tarief van de kinderopvang groter. Door het ophogen van de toeslagpercentages voor midden- en hoge inkomens wordt het voor deze ouders gecompenseerd. Voor ouders met een laag inkomen, die nu 96% KOT ontvangen, wordt de eigen bijdrage hoger. Voor de Sociaal Medische Indicatie (SMI) wordt € 5,4 miljoen aan de algemene uitkering gemeentefonds toegevoegd. Vanaf 2029 wordt dat € 10 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? De gevolgen voor de toegankelijkheid van de kinderopvang voor alle kinderen, met name voor ouders met lage inkomens, zijn nog onduidelijk.
In het nieuwe financieringsstelsel zal de vraag naar kinderopvang toenemen, doordat deze veel goedkoper wordt voor de midden- en hoge inkomens. Voor de lage inkomens wordt het juist veel duurder, versterkt door het niet indexeren van de maximum uurprijs in 2026. De kansenongelijkheid wordt hierdoor groter met negatieve gevolgen voor de kinderen en deelname van ouders met een laag inkomen aan de arbeidsmarkt. De gemeentelijke regelingen voor SMI, peuteropvang en Voorschoolse Educatie dreigen duurder te worden door de toegenomen vraag en de te verwachten prijsstijgingen in de kinderopvang. Door de toevoeging voor SMI aan het gemeentefonds, krijgen gemeenten wat meer armslag om de SMI- regeling toe te passen. Het is niet duidelijk of dit voldoende is om de gestegen aanvragen en de langere duur van het beroep op de SMI-regeling op te vangen. Bibliotheken Wat wil het kabinet? Het kabinet vindt dat bibliotheken onmisbaar zijn bij de bestrijding van laaggeletterdheid en de bevordering van leesvaardigheid, leesplezier en digitale geletterdheid. Het kabinet wil de samenwerking met het bibliotheeknetwerk versterken. Via een Decentrale Uitkering (DU) wordt er € 59 miljoen in 2025 en 2026 beschikbaar gesteld voor het versterken van het bibliotheeknetwerk. Vanaf 2027 loopt dit via de Algemene Uitkering gemeentefonds.
Wat betekent dit voor gemeenten? Vanaf 2025 krijgen gemeenten structureel extra geld voor hun bibliotheken, met daaraan gekoppeld een zorgplicht. De eerder ingezette wetswijziging voor de gemeentelijke zorgplicht wordt voortgezet. De consultatie van deze wetswijziging wordt verwacht eind september 2024. Tegelijkertijd worden bibliotheken, net zoals sport, cultuur en podia, geraakt door de btw-verhoging. In combinatie met de algehele korting op het gemeentefonds die in de Miljoenennota is aangekondigd heeft dit grote gevolgen voor de publiek- private financieringsmix voor deze sectoren. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 36 Cultuur & Erfgoed Wat wil het kabinet? Cultuur en erfgoed worden weinig benoemd in het regeerprogramma. Er zijn geen nieuwe ambities uitgesproken. Het staande beleid wordt doorgezet. Het afschaffen van het verlaagde btw-tarief op culturele goederen en diensten en logies is in het pakket Belastingplan 2025 en het bijbehorende wetsvoorstel verwerkt. De tariefsaanpassing is voor 2026 aangekondigd, waarmee het kabinet de betreffende branches de nodige voorbereidingstijd geeft. Dit is één van de onderdelen in de reeks fiscale maatregelen die effect hebben op private inkomsten van culturele instellingen die ook een lokale en regionale functie bekleden, van bibliotheken tot podia en musea. In 2025 begint de nieuwe culturele basisinfrastructuur (bis).
Zoals elke vier jaar maakte het kabinet de cultuursubsidies 2025-2028 bekend. Vanaf 1 januari 2025 moeten culturele instellingen, die in de basisinfrastructuur subsidie van de rijksoverheid krijgen, eerlijke beloningen (fair pay) betalen volgens een cao of honoreringsrichtlijn. Daarvoor is per 2025 € 36,4 miljoen beschikbaar. Het bedrag gaat naar de rijkscultuurfondsen, bis-instellingen en de Erfgoedwet-musea. Culturele instellingen die vanuit de basisinfrastructuur subsidie ontvangen, moeten ook de Fair Practice Code onderschrijven. Wat betekent dit voor gemeenten? De culturele instellingen hebben in 2025-2028 ook een lokale en regionale functie. Gemeenten zijn in veel gevallen eerste of medefinancier van het culturele aanbod, onder voorwaarde van voldoende eigen (publieks) inkomsten door culturele instellingen. Als individuele gemeenten zich door de korting op het gemeentefonds genoodzaakt voelen om te bezuinigen op culturele voorzieningen en maatschappelijke programmering, versterkt de btw-verhoging het effect van de landelijke bezuinigingen. Hierdoor komt zowel het cultuuraanbod en talentontwikkeling van (jonge) inwoners in alle gemeenten onder druk te staan. Daarnaast zorgt de btw-verhoging ervoor dat kunst en cultuur duurder en dus minder toegankelijk wordt voor mensen met een kleine portemonnee.